|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/1156 |
29.5.2026 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2026/1156 VAN DE COMMISSIE
van 28 mei 2026
tot vaststelling van de datum waarop het gemeenschappelijke identiteitsregister in gebruik wordt genomen overeenkomstig de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad (1), en met name artikel 72, lid 3,
Gezien Verordening (EU) 2019/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie en tot wijziging van Verordeningen (EU) 2018/1726, (EU) 2018/1862 en (EU) 2019/816 (2), en met name artikel 68, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 stellen een kader vast voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen, visa, politiële en justitiële samenwerking, asiel en migratie. |
|
(2) |
Dat kader omvat een aantal interoperabiliteitscomponenten, waaronder het gemeenschappelijk identiteitsregister (CIR). Het CIR creëert een individueel dossier voor elke persoon die is geregistreerd in het inreis-uitreissysteem (EES), het Visuminformatiesysteem (VIS), het Europees reisinformatie- en -autorisatiesysteem (Etias), de Europese dactyloscopie-databank voor asielzoekers (Eurodac) of het Europees Strafregisterinformatiesysteem voor onderdanen van derde landen (Ecris-TCN). Deze component is vastgesteld om de correcte identificatie van in de systemen geregistreerde personen te vergemakkelijken en te bevorderen, de detector van meerdere identiteiten (MID) te ondersteunen en de toegang te stroomlijnen voor de aangewezen autoriteiten, als gespecificeerd in de desbetreffende bepalingen in de verordeningen. |
|
(3) |
Krachtens de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 moet de Commissie de datum vaststellen waarop het CIR in gebruik wordt genomen, wanneer eenmaal wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 72, lid 3, van Verordening (EU) 2019/817 en artikel 68, lid 3, van Verordening (EU) 2019/818. Die datum moet binnen 30 dagen na de vaststelling van de uitvoeringshandeling worden bepaald. |
|
(4) |
De Commissie heeft na verificatie vastgesteld dat de uitvoeringshandelingen die nodig zijn voor de werking van het CIR, zijn vastgesteld (3), dat het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) heeft verklaard dat een uitgebreide test van het CIR, die het heeft uitgevoerd in samenwerking met de autoriteiten van de lidstaten, met succes is afgesloten, dat eu-LISA de technische en wettelijke regelingen voor het verzamelen en doorgeven van de in artikel 18, van de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 bedoelde gegevens heeft gevalideerd en ter kennis van de Commissie heeft gebracht, en dat eu-LISA heeft verklaard dat een uitgebreide test van de automatische mechanismen en procedures voor het controleren van de gegevenskwaliteit, de gemeenschappelijke indicatoren voor gegevenskwaliteit en de minimumkwaliteitsnormen, die eu-LISA samen met de lidstatelijke autoriteiten heeft uitgevoerd, met succes is afgesloten. |
|
(5) |
Derhalve moet worden bepaald op welke datum het CIR in gebruik wordt genomen. |
|
(6) |
Aangezien de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 voortbouwen op het Schengenacquis, heeft Denemarken overeenkomstig artikel 4 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, kennisgegeven van de omzetting van de Verordeningen (EU) 2019/817 en (EU) 2019/818 in zijn nationale wetgeving. Denemarken is derhalve door dit besluit gebonden. |
|
(7) |
Dit besluit vormt een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis, waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Protocol nr. 19 betreffende het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en dit besluit is, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 4 van dat Protocol, niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland. |
|
(8) |
Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt dit besluit een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (4) die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad (5). |
|
(9) |
Wat Zwitserland betreft, houdt dit besluit een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (6) die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad (7). |
|
(10) |
Wat Liechtenstein betreft, houdt dit besluit een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (8) die vallen binnen het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad (9). |
|
(11) |
Wat Cyprus betreft, is dit besluit een handeling die voortbouwt op het Schengenacquis of op een andere wijze daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte van 2003, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het gemeenschappelijk identiteitsregister wordt op 12 juni 2026 in gebruik genomen.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 28 mei 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 135 van 22.5.2019, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/817/oj.
(2) PB L 135 van 22.5.2019, blz. 85, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/818/oj.
(3) Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 16 september 2021 tot vaststelling van de specificaties van de samenwerkingsprocedure met betrekking tot beveiligingsincidenten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de werking van de interoperabiliteitscomponenten of voor de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gegevens, overeenkomstig artikel 43, lid 5, van Verordening (EU) 2019/817 (C(2021) 6663), Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 16 september 2021 tot vaststelling van de specificaties van de samenwerkingsprocedure met betrekking tot beveiligingsincidenten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de werking van de interoperabiliteitscomponenten of voor de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gegevens, overeenkomstig artikel 43, lid 5, van Verordening (EU) 2019/818 (C(2021) 6664), Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 20 januari 2022 tot vaststelling van de specificaties voor de technische oplossingen voor het beheer van de verzoeken om gebruikerstoegang in het kader van artikel 22 van Verordening (EU) 2019/817 en voor het faciliteren van de verzameling van informatie met het oog op het genereren van verslagen en statistieken in het kader van artikel 78, leden 7 en 9, van Verordening (EU) 2019/817 (C(2022) 46 final), Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 20 januari 2022 tot vaststelling van de specificaties voor de technische oplossingen voor het beheer van de verzoeken om gebruikerstoegang in het kader van artikel 22 van Verordening (EU) 2019/818 en voor het faciliteren van de verzameling van informatie met het oog op het genereren van verslagen en statistieken in het kader van artikel 74, leden 7 en 9, van Verordening (EU) 2019/818 (C(2022) 51 final).
(4) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1999/439(1)/oj.
(5) Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1999/437/oj).
(6) PB L 53 van 27.2.2008, blz. 52, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2008/178(1)/oj.
(7) Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis (PB L 53 van 27.2.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/146/oj).
(8) PB L 160 van 18.6.2011, blz. 21.
(9) Besluit 2011/350/EU van de Raad van 7 maart 2011 betreffende de sluiting namens de Europese Unie van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis betreffende de afschaffing van controles aan de binnengrenzen en het verkeer van personen (PB L 160 van 18.6.2011, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2011/350/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/1156/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)