European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1115

27.5.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1115 VAN DE COMMISSIE

van 26 mei 2026

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 429/2008 wat betreft het aanvraagformulier voor vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding en de aanduiding van doeldiersoorten en -categorieën

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 7, lid 4, eerste alinea, en artikel 7, lid 5, eerste alinea,

Na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet in de procedure voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen en het gebruik van toevoegingsmiddelen voor diervoeding. Daarin wordt voorgeschreven dat wie een vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding of voor een nieuw gebruik van een toevoegingsmiddel aanvraagt, bij de Commissie een vergunningsaanvraag overeenkomstig die verordening moet indienen.

(2)

Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie (2) bevat voorschriften ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 wat betreft de opstelling en indiening van vergunningsaanvragen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding en de beoordeling van die aanvragen. Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 429/2008 bevat het formulier dat moet worden gebruikt om een aanvraag voor een vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding in te dienen en in bijlage IV bij die verordening zijn de categorieën doeldieren en de respectieve definities daarvan alsook de minimale duur van de desbetreffende werkzaamheidsonderzoeken vastgesteld.

(3)

Het aanvraagformulier in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 429/2008 is opgesteld toen aanvragen voor vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding nog als fysieke of gescande documenten werden ingediend. Sinds 2021 moeten alle aanvragen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding worden ingediend via het elektronische indieningssysteem van de Commissie. Daardoor zou het systeem automatisch een aanvraagformulier kunnen genereren door de nodige informatie uit de elektronische indiening te halen. Daarnaast moet de inhoud van het aanvraagformulier worden vereenvoudigd om de behandeling van aanvragen te optimaliseren.

(4)

Uit de ervaring die de Commissie, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (“de Autoriteit”) en het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders hebben opgedaan bij de verwerking van aanvragen voor vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, is gebleken dat de terminologie die in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 429/2008 wordt gebruikt voor de aanduiding van de diersoorten en -categorieën waarvoor een bepaalde aanvraag wordt ingediend, moet worden bijgewerkt en dat er tegelijkertijd voor moet worden gezorgd dat die bijlage alle mogelijke diersoorten en -categorieën bestrijkt die in de Unie worden gefokt of gehouden en niet alleen de voornaamste voedselproducerende diersoorten en -categorieën. Een dergelijke aanpak zou duidelijkheid verschaffen over de concrete reikwijdte van de aanvragen en zou het vergunningsproces vergemakkelijken. Artikel 1, lid 2, en artikel 3, lid 2, laatste alinea, van Verordening (EG) nr. 429/2008 en de bijlagen II, III en IV bij die verordening moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De minimale duur van langetermijnwerkzaamheidsonderzoeken, zoals vastgesteld in punt 4.4, vierde alinea, van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 429/2008 en in de laatste kolom van bijlage IV bij die verordening, is bepaald in 2008. Die minimale duur moet worden aangepast overeenkomstig de meest recente aanbevelingen van de Autoriteit (3), die de recente technologische vooruitgang en wetenschappelijke ontwikkelingen weerspiegelen en voor sommige diersoorten en -categorieën, zoals leghennen, zalm en forel, een kortere minimale duur van langetermijnwerkzaamheidsonderzoeken bevatten.

(6)

De definitie van “minder gangbare soorten” in artikel 1, punt 2), van Verordening (EG) nr. 429/2008 moet worden verduidelijkt door de toevoeging een definitie van “gangbare soorten”.

(7)

Aan die verordening moet een nieuwe bijlage V worden toegevoegd met definities van de respectieve diersoorten en het onderscheid tussen de daarin opgenomen gangbare en minder gangbare soorten. Daarnaast moet in die nieuwe bijlage duidelijk worden gemaakt dat konijnen en paarden die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, niet tot de groep “gezelschapsdieren en niet-voedselproducerende dieren” behoren, maar tot de groep “Leporidae-soorten (Leporidae)” respectievelijk “paardachtigen (Equidae)”.

(8)

In bijlage III bij deze uitvoeringsverordening moet een concordantietabel worden opgenomen met de termen die gewoonlijk voor de aanduiding van diersoorten en -categorieën werden gebruikt in vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding die vóór de datum van toepassing van deze uitvoeringsverordening zijn verleend en de termen waarmee dezelfde diersoorten en -categorieën vanaf de datum van toepassing van deze uitvoeringsverordening moeten worden aangeduid. Het doel van die concordantietabel is aanvragers te helpen bij het aanduiden van de relevante doeldiersoorten wanneer zij overeenkomstig de artikelen 13 en 14 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 aanvragen voor de wijziging of verlenging van bestaande vergunningen opstellen die vanaf de datum van toepassing van deze uitvoeringsverordening worden ingediend.

(9)

Verordening (EG) nr. 429/2008 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(10)

Om bedrijfsexploitanten in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe voorschriften die bij deze uitvoeringsverordening worden ingevoerd, moet deze verordening zes maanden na de datum van inwerkingtreding ervan van toepassing worden.

(11)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Verordening (EG) nr. 429/2008

Verordening (EG) nr. 429/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 1 wordt vervangen door:

“Artikel 1

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“gezelschapsdieren en andere niet-voedselproducerende dieren”: dieren die behoren tot soorten die gewoonlijk door mensen worden gevoederd, gefokt of gehouden, maar niet door mensen worden gegeten, zoals uiteengezet in punt 8 van bijlage V;

2)

“gangbare soorten”: diersoorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt, zoals uiteengezet in de punten 1 tot en met 4 van bijlage V;

3)

“minder gangbare soorten”: diersoorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt, zoals uiteengezet in de punten 1 tot en met 7 van bijlage V.”

;

2)

in artikel 2, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

“Een aanvraag voor een vergunning voor een toevoegingsmiddel voor diervoeding, zoals bedoeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003, wordt bij de Commissie ingediend via het elektronische indieningssysteem van de Commissie. Zodra de aanvraag via het elektronische systeem is ingediend, hebben de aanvrager, de Commissie, de Autoriteit en de lidstaten toegang tot het aanvraagformulier zoals vastgesteld in bijlage I.”

;

3)

in artikel 3, lid 2, wordt de derde alinea vervangen door:

“De terminologie die moet worden gebruikt om de doeldiersoorten en -categorieën aan te duiden en de minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid zijn vermeld in bijlage IV.

De definities van de respectieve diersoorten zijn vermeld in bijlage V.”;

4)

de bijlagen I, II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 429/2008 worden gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze uitvoeringsverordening;

5)

een nieuwe bijlage V wordt toegevoegd aan Verordening (EG) nr. 429/2008 overeenkomstig bijlage II bij deze uitvoeringsverordening.

Artikel 2

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 16 december 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 26 mei 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1831/oj.

(2)  Verordening (EG) nr. 429/2008 van de Commissie van 25 april 2008 tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de opstelling en indiening van aanvragen en de beoordeling van en de verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding (PB L 133 van 22.5.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/429/oj).

(3)  “Guidance on the assessment of the efficacy of feed additives”, EFSA Journal 2024;22:e8856, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2024.8856.


BIJLAGE I

De bijlagen I, II, III en IV bij Verordening (EG) nr. 429/2008 worden als volgt gewijzigd:

1)

bijlage I wordt vervangen door:

“BIJLAGE I

AANVRAAGFORMULIER ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1

AANVRAAGFORMULIER

EUROPESE COMMISSIE

DIRECTORAAT-GENERAAL GEZONDHEID EN VOEDSELVEILIGHEID

Betreft: Aanvraag voor een vergunning voor een toevoegingsmiddel overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1831/2003

Datum van indiening:

I.   SOORT INDIENING

Aanvraag voor een vergunning voor een nieuw toevoegingsmiddel (artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1831/2003)

Aanvraag voor een vergunning voor een nieuw gebruik van een toevoegingsmiddel en/of voor een wijziging en/of verlenging van de vergunning voor een toevoegingsmiddel (artikel 4, lid 1, artikel 13, lid 3, en artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1831/2003):

nieuw gebruik (artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1831/2003)

wijziging van een bestaande vergunning (artikel 13, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003)

verlenging van een vergunning voor een toevoegingsmiddel (artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1831/2003)

Indiening van aanvullende informatie naar aanleiding van een niet-doorslaggevend advies van de EFSA

II.   ONDERWERP VAN DE AANVRAAG

1.   Onderwerp van de aanvraag: vermeld de naam van de stof, het preparaat of het micro-organisme:

indien een aanvraag wordt ingediend voor de wijziging van een bestaande vergunning overeenkomstig artikel 13, lid 3, de gevraagde wijziging toelichten;

indien een aanvraag wordt ingediend voor de verlenging van een bestaande vergunning overeenkomstig artikel 14, alle voorstellen voor de wijziging of aanvulling van de voorwaarden van de oorspronkelijke vergunning toelichten overeenkomstig artikel 14, lid 2, punt d), naargelang het geval.

2.   Identificatie en karakterisering van het toevoegingsmiddel zoals gedefinieerd in de punten 2.2.1.1 en 2.2.1.2 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 429/2008

Soort(en) in de handel te brengen toevoegingsmiddel:

stof

micro-organisme

preparaat

Naam van het toevoegingsmiddel: …

Handelsnaam van het toevoegingsmiddel (alleen vereist voor coccidiostatica en histomonostatica): …

Identificatiecodes van de stof: …

3.   Categorie(ën) en functionele groep(en) van de toevoegingsmiddelen (1)

Categorie: …

Functionele groep: …

4.   Doeldiersoort(en) en -categorie(ën) overeenkomstig de aanduiding in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 429/2008

Soort: …

Categorie: …

Aanvullende toelichting of opmerking over de soort/categorie: …

5.   Voorgestelde gebruikswijze in diervoeder

Gebruik in diervoeder

Gebruik in drinkwater

Specifieke gebruiksvoorwaarden

6.   Bestaande vergunningen, indien van toepassing

Bestaande vergunning overeenkomstig de EU-wetgeving inzake diervoeders:

EUR-Lex-link: …

Functionele groep waarvoor momenteel een vergunning voor het toevoegingsmiddel is verleend: …

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel overeenkomstig de huidige vergunning: …

Bestaande vergunning overeenkomstig de wetgeving inzake ggo’s:

Eenduidig identificatienummer (Verordening (EG) nr. 65/2004 van de Commissie (2)) (in voorkomend geval): …

Is er een vergunning verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad?

Ja

Neen

Wordt er momenteel een aanvraag voor een vergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 behandeld?

Ja

Neen

III.   REFERENTIEMONSTERS

Monsternummer communautair referentielaboratorium (indien van toepassing): …

IV.   ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

1.   Administratieve gegevens van de aanvrager

Naam aanvrager (te behouden als naam van de vergunninghouder, indien van toepassing): …

E-mailadres: …

Telefoonnummer: …

Website: …

Adres: …

Postcode: …

Land: …

2.   Contactgegevens van de vertegenwoordiger van de aanvrager in de EU (indien nodig)

Naam vertegenwoordiger in de EU: …

E-mailadres: …

Telefoonnummer: …

Website: …

Adres: …

Postcode: …

Land: …

3.   Contactgegevens van de contactpersoon/voor het dossier verantwoordelijke persoon

Naam contactpersoon/verantwoordelijke persoon: …

Naam entiteit/organisatie: …

E-mailadres: …

Telefoonnummer: …

Website: …

Adres: …

Postcode: …

Land:”; …

2)

bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

1)

in punt 3.1.1.2 worden de tabellen 2, 5 en 7 vervangen door:

Tabel 2

Duur van de tolerantieonderzoeken: pluimvee

Doeldieren

Duur van de onderzoeken

Kenmerk van de doeldieren

Kippen gehouden voor mestdoeleinden en kippen opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

35 dagen

Vanaf het uitkomen

Leghennen

56 dagen

Bij voorkeur tijdens het eerste derde deel van de legtijd

Kalkoenen gehouden voor mestdoeleinden

42 dagen

Vanaf het uitkomen

De gegevens over de tolerantie bij kippen gehouden voor mestdoeleinden en kalkoenen gehouden voor mestdoeleinden kunnen worden gebruikt om de tolerantie aan te tonen bij respectievelijk kippen opgefokt voor leg-/voortplantingsdoeleinden en kalkoenen opgefokt voor voortplantingsdoeleinden.”;

Tabel 5

Duur van de tolerantieonderzoeken: zalmachtigen

Doeldieren

Duur van de onderzoeken

Kenmerk van de doeldieren

Zalm en forel

90 dagen

 

In plaats van een 90 dagenonderzoek mag ook een onderzoek worden uitgevoerd waarbij het oorspronkelijke lichaamsgewicht van de vissen vanaf het begin van de test minstens verdubbelt.

Indien het toevoegingsmiddel alleen voor broedvissen bestemd is, moet het tolerantieonderzoek zo dicht mogelijk bij de paaitijd worden uitgevoerd. Het tolerantieonderzoek moet minimaal 90 dagen duren en er moet aandacht worden besteed aan de kwaliteit van de eitjes en het aantal eitjes dat in leven blijft.”;

Tabel 7

Duur van de tolerantieonderzoeken: konijnen

Doeldieren

Duur van de onderzoeken

Kenmerk van de doeldieren

Konijnen gehouden voor mestdoeleinden

28 dagen

 

Moerkonijnen

1 cyclus

Vanaf de inseminatie totdat de jongen gespeend zijn

Als de aanvraag wordt ingediend voor konijnenjongen die worden gezoogd en gespeende konijnen, wordt een periode van 49 dagen (vanaf één week na de geboorte) voldoende geacht. Het moerkonijn moet tot het spenen worden onderzocht.”;

2)

in punt 3.2.1.2 wordt de vijfde alinea vervangen door:

“Voor het bepalen van de wachttijd wordt voorgesteld minimaal de volgende aantallen dieren en/of producten op elk gekozen tijdstip te bemonsteren:

eetbare weefsels:

rundersoorten, schapen, varkens en minder gangbare soorten: 4;

pluimvee: 6;

zalmachtigen en andere voedselproducerende vissen: 10;

producten:

melk: 8 monsters per tijdstip;

eieren: 10 eieren per tijdstip;

honing: 8 monsters per tijdstip.”;

3)

in punt 3.2.3.3 wordt de derde alinea vervangen door:

“In het geval van toevoegingsmiddelen die voor verscheidene soorten bestemd zijn, moet de blootstelling door weefsels afzonderlijk worden berekend voor zoogdieren, pluimvee en voedselproducerende vissen en moet de hoogste waarde worden genomen. Indien van toepassing moet de blootstelling door melk en eieren bij deze waarde worden opgeteld. Als een toevoegingsmiddel bijvoorbeeld wordt gebruikt bij zogende dieren en legvogels, worden de hoogste waarden voor de respectievelijke eetbare weefsels opgeteld bij die voor de consumptie van melk en eieren. Als een toevoegingsmiddel wordt gebruikt bij voedselproducerende vissen, legvogels en zogende dieren, worden de hoogste waarden voor de respectievelijke eetbare weefsels opgeteld bij die voor de consumptie van eieren en melk. Andere combinaties worden op dezelfde wijze behandeld.”;

4)

in punt 3.2.3.3 wordt de titel van de derde kolom van tabel 1 vervangen door “Pluimvee” en wordt de titel van de vierde kolom van tabel 1 vervangen door “Voedselproducerende vissen”;

5)

in punt 3.4.1.2 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Toevoegingsmiddelen in aquacultuur kunnen leiden tot verontreiniging van sediment en water. Bij voedselproducerende vissen die in kooien worden gehouden, wordt verondersteld dat het sediment het belangrijkste compartiment is voor de beoordeling van het milieurisico. Bij voedselproducerende vissen die aan land worden gekweekt, wordt de uitstroom naar het oppervlaktewater als het voornaamste milieurisico beschouwd.”;

6)

punt 3.4.2.1 wordt vervangen door:

“Fase II A

In aanvulling op de in fase I bestudeerde compartimenten moet de PEC voor oppervlaktewater worden berekend, rekening houdend met wegvloeien en drainage.

Op basis van gegevens die nog niet in fase I zijn onderzocht, kan voor elk betrokken milieucompartiment een verfijndere PEC worden berekend. Daarbij moet rekening worden gehouden met:

a)

de concentratie van de betrokken werkzame stof(fen)/metabolieten in mest/vissenfeces na toediening van het toevoegingsmiddel aan dieren in de voorgestelde dosis. Bij deze berekening moet rekening worden gehouden met de doseringen en het volume van de uitscheidingsproducten;

b)

de mogelijke afbraak van de uitgescheiden betrokken werkzame stof(fen)/metabolieten bij de normale verwerking en opslag van de mest voordat die wordt uitgereden;

c)

de adsorptie/desorptie van de betrokken werkzame stof(fen)/metabolieten aan/uit de bodem of het sediment bij aquacultuur, bij voorkeur te bepalen door onderzoek van de bodem of het sediment (OESO 106);

d)

de afbraak in de bodem of watersedimentsystemen (OESO 307, resp. 308), en

e)

andere factoren zoals fotolyse, hydrolyse, verdamping en verdunning door ploegen.

Voor de fase II-risicobeoordeling moet voor elk betrokken milieucompartiment de hoogste PEC-waarde worden genomen die uit deze berekeningen voortvloeit.

Indien een hoge persistentie in de bodem/het sediment wordt verwacht (dat wil zeggen als het meer dan één jaar duurt tot de stof tot 90 % van de oorspronkelijke concentratie is afgebroken: DT90 > één jaar), moet het accumulatiepotentieel worden onderzocht.

Er moet worden bepaald bij welke concentraties van het toevoegingsmiddel (of metabolieten daarvan) ernstige nadelige kortetermijneffecten optreden voor verschillende trofische niveaus in de betrokken milieucompartimenten. Het gaat meestal om acute tests, waarbij de OESO-richtsnoeren of soortgelijke beproefde richtsnoeren moeten worden gevolgd. Het onderzoek naar het bodemmilieu moet het volgende omvatten: toxiciteit voor regenwormen, drie landplanten en bodemmicro-organismen (bv. effect op de stikstofbinding). Het onderzoek naar het zoetwatermilieu moet het volgende omvatten: toxiciteit voor vissen, Daphnia magna, algen en een sedimentorganisme. In het geval van zeekooien moeten drie verschillende taxa sedimentorganismen worden onderzocht.

Voor elk betrokken compartiment moet de PNEC worden berekend. De PNEC wordt normaliter afgeleid uit de laagste toxiciteitswaarde die bij bovengenoemde tests is waargenomen, die wordt gedeeld door een veiligheidsfactor van minimaal 100, afhankelijk van het eindpunt en het aantal gebruikte testsoorten.

Het bioaccumulatiepotentieel kan worden geraamd aan de hand van de n-octanol/waterverdelingscoëfficiënt, Log Kow. Waarden groter dan of gelijk aan 3 wijzen op mogelijke bioaccumulatie. Om het risico van secundaire vergiftiging te beoordelen, moet worden overwogen om in fase II B een onderzoek naar de bioconcentratiefactor (BCF) uit te voeren.”;

7)

punt 4.4 wordt vervangen door:

“4.4.   Duur van het langetermijnwerkzaamheidsonderzoek bij doeldieren

In principe komt de duur van het werkzaamheidsonderzoek overeen met de aangegeven toedieningsduur.

Het werkzaamheidsonderzoek moet worden uitgevoerd overeenkomstig de landbouwpraktijken in de Unie en gedurende de in bijlage IV vermelde minimumperiode.

Voor minder gangbare soorten waarvoor in bijlage IV geen minimumduur voor het onderzoek is vastgesteld, moet de minimumduur overeenstemmen met die voor de fysiologisch verwante gangbare soort, naargelang het geval. Voor andere diersoorten en -categorieën waarvoor in bijlage IV geen minimumduur voor het onderzoek is vastgesteld, moet de minimumduur 42 dagen bedragen voor dieren in de opgroeifase (van de geboorte tot het slachten of tot het begin van de voortplantingsperiode) en 56 dagen voor volwassen dieren (vanaf het begin van de voortplantingsperiode).

Indien een toevoegingsmiddel gedurende een specifieke, kortere periode wordt toegediend dan normaal gezien voor de diersoort of -categorie van toepassing is, moet het volgens de voorgestelde gebruiksvoorwaarden worden toegediend. De observatieperiode mag echter niet minder dan 28 dagen bedragen en betreft de betrokken eindpunten (bv. bij zeugen: het aantal levend geboren biggen wat de zwangerschap betreft en het aantal gespeende biggen en hun gewicht wat de lactatieperiode betreft).”;

3)

bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

1)

in punt 2.1.3 wordt punt 3) vervangen door:

“3)

voor stoffen die een gunstig effect hebben op de kleur van waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden of siervogels moeten de onderzoeken betreffende subsectie 3.1 van sectie III van bijlage II worden uitgevoerd op dieren die het toevoegingsmiddel bij de aanbevolen dosis toegediend krijgen. Ook verwijzingen naar bestaande wetenschappelijke literatuur kunnen als bewijsmateriaal dienen. De subsecties 3.2 en 3.4 zijn echter niet vereist.”;

2)

in punt 2.1.4 wordt punt c) vervangen door:

“c)

Voor stoffen die een gunstig effect hebben op de kleur van waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden of siervogels:

het onderzoek ter staving van het (de) effect(en) moet worden uitgevoerd op dieren die het toevoegingsmiddel bij de aanbevolen dosis toegediend krijgen. De kleurverandering moet volgens een passende methode worden gemeten. De werkzaamheid kan ook met andere onderzoeken (bv. naar de biologische beschikbaarheid) of onder verwijzing naar wetenschappelijke literatuur worden aangetoond.”;

3)

in punt 5.4 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Deze toevoegingsmiddelen beschermen dieren tegen de gevolgen van besmetting met Eimeria spp. of Histomonas meleagridis. Er moet aandacht worden besteed aan het aantonen van de specifieke effecten van het toevoegingsmiddel (bv. desbetreffende soort) en de profylactische eigenschappen (bv. vermindering van morbiditeit, mortaliteit, oöcystentelling en lesiescore). Zo nodig moet informatie over de effecten op de groei en de voederconversie (mestpluimvee, opfokleghennen en konijnen) of het uitkomstpercentage (vogels gehouden voor voortplantingsdoeleinden) worden verstrekt.”;

4)

in punt 6 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Gangbare soorten en minder gangbare soorten zijn gedefinieerd in artikel 1, leden 2 en 3, van deze verordening.”;

5)

in punt 6.3.1.1 wordt de derde alinea vervangen door:

“Indien bij drie gangbare doelsoorten (waaronder niet-herkauwers, herkauwers en pluimvee) een vergelijkbare, ruime veiligheidsmarge wordt vastgesteld, zijn geen extra tolerantieonderzoeken vereist voor fysiologisch niet vergelijkbare minder gangbare soorten (bv. paarden of konijnen). Indien tolerantieonderzoek vereist is, moet het onderzoek bij minder gangbare soorten (met uitzondering van konijnen) ten minste 28 dagen duren bij dieren in de groei en 42 dagen bij volwassen dieren. Voor konijnen geldt de volgende duur: konijnen gehouden voor mestdoeleinden: 28 dagen; moerkonijnen: één cyclus (vanaf de inseminatie totdat de jongen gespeend zijn). Als de aanvraag wordt ingediend voor konijnenjongen die worden gezoogd en gespeende konijnen, wordt een periode van 49 dagen (vanaf één week na de geboorte) voldoende geacht. Het moerkonijn moet tot het spenen worden onderzocht. Onderzoek bij voedselproducerende vissen (met uitzondering van zalmachtigen) moet 90 dagen duren.”;

6)

punt 6.3.2.3 wordt vervangen door:

“6.3.2.3.

Beoordeling van de veiligheid voor de consument

Voorstel voor maximumresidugehalten (MRL’s)

Bij de vaststelling van MRL’s kan ervan worden uitgegaan dat het gehalte aan residuen in eetbare weefsels niet wezenlijk verschilt tussen minder gangbare en gangbare soorten.

De MRL’s kunnen als volgt binnen klassen dieren worden geëxtrapoleerd:

van gangbare herkauwers in de opgroeifase naar alle herkauwers in de opgroeifase;

van melk van melkkoeien naar melk van andere melkgevende herkauwers;

van varkens naar alle niet-herkauwende zoogdieren, met uitzondering van paarden;

van kippen of kalkoenen naar ander pluimvee;

van leghennen naar andere legvogels, en

van zalmachtigen naar alle voedselproducerende vissen.

MRL’s voor paarden kunnen worden geëxtrapoleerd als er MRL’s voor een gangbare herkauwer en een gangbare niet-herkauwer bestaan.

Indien identieke MRL’s zijn afgeleid bij gangbare soorten met een verschillend metabolisch vermogen en een verschillende weefselsamenstelling, zoals runderen (of schapen), varkens en kippen (of pluimvee), mogen dezelfde MRL’s ook worden vastgesteld voor schapensoorten, paardachtigen en konijnen. Dit betekent dat extrapolatie mogelijk wordt geacht voor alle voedselproducerende dieren behalve voedselproducerende waterdieren. Volgens het richtsnoer van het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (x) voor de vaststelling van MRL’s voor zalmachtigen en andere voedselproducerende vissen mogen MRL’s in spierweefsel van een gangbare soort reeds naar zalmachtigen en andere voedselproducerende vissen worden geëxtrapoleerd mits de moederstof aanvaardbaar is als indicatorresidu voor de MRL in spierweefsel en huid. De MRL’s mogen bijgevolg naar alle voedselproducerende dieren worden geëxtrapoleerd.

Er moeten analysemethoden beschikbaar zijn voor de controle op residuen in eetbare weefsels en producten van alle voedselproducerende dieren.

(x)  “Note for guidance of the establishment of maximum residue limits for Salmonidae and other fin fish”, Europees Geneesmiddelenbureau, eenheid Evaluatie van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, EMEA/CVMP/153b/97-FINAL.”;"

()  “Note for guidance of the establishment of maximum residue limits for Salmonidae and other fin fish”, Europees Geneesmiddelenbureau, eenheid Evaluatie van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, EMEA/CVMP/153b/97-FINAL.”;

4)

bijlage IV wordt vervangen door:

BIJLAGE IV

AANDUIDING VAN DE CATEGORIEËN DOELDIEREN EN MINIMALE DUUR VAN DE LANGETERMIJNONDERZOEKEN NAAR DE WERKZAAMHEID

1.   Varkenssoorten (Suidae)

Diersoort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Gewicht/leeftijd in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode/leeftijd

Leeftijd

Gewicht

Varkens

Speenvarkens

Biggen die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie en die worden gezoogd, van de geboorte tot het spenen

 

Tot 21 à 42 dagen

Tot 6 à 11  kg

 

Gespeende biggen

Biggen die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie en die niet meer worden gezoogd, tot het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode)

Vanaf 21 à 42 dagen

Tot 120 dagen

Tot 35  kg

42 dagen

35 dagen als de groeisnelheid ≥ 0,5 kg/dag

Biggen

Biggen die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie, van de geboorte tot het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode)

 

Tot 120 dagen

Tot 35  kg

 

Varkens gehouden voor mestdoeleinden

Varkens die worden gehouden voor vleesproductie, van het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode) tot de datum van het slachten

Vanaf 60 à 120 dagen

Tot 120 à 250 dagen (of volgens plaatselijke gewoonte)

80 à 150  kg (of volgens plaatselijke gewoonte)

Tot het slachten, maar niet minder dan 70 dagen

Varkens opgefokt voor voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke dieren (gelten) en mannelijke dieren die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden, van het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode) tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Zeugen

Vrouwelijke dieren die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

Twee volledige voortplantingscycli

Zeugen, ten behoeve van de biggen

Vrouwelijke dieren die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd. Voor gevallen waarin het vervoederen van het toevoegingsmiddel aan zeugen voordeel zal opleveren bij de biggen

 

 

 

Uiterlijk vanaf het werpen tot het einde van de speenperiode (maar niet minder dan 28 dagen)

Beren

Mannelijke dieren die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Varkens

Alle categorieën varkens

 

 

 

 

Minder gangbare varkenssoorten

Speenvarkens van minder gangbare varkenssoorten

Biggen van alle minder gangbare varkenssoorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie en die worden gezoogd, van de geboorte tot het spenen

 

 

 

 

Gespeende biggen van minder gangbare varkenssoorten

Biggen van alle minder gangbare varkenssoorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie en die niet meer worden gezoogd, tot het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode)

 

 

 

 

Biggen van minder gangbare varkenssoorten

Biggen van alle minder gangbare varkenssoorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie, van de geboorte tot het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode)

 

 

 

 

Minder gangbare varkenssoorten gehouden voor mestdoeleinden

Dieren van alle minder gangbare varkenssoorten die worden gehouden voor vleesproductie, van het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode) tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Minder gangbare varkenssoorten opgefokt voor voortplantingsdoeleinden

Dieren van alle minder gangbare varkenssoorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden, van het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode) tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Zeugen van minder gangbare varkenssoorten

Vrouwelijke dieren van alle minder gangbare varkenssoorten die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

 

Beren van minder gangbare varkenssoorten

Mannelijke dieren van alle minder gangbare varkenssoorten die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Minder gangbare varkenssoorten

Alle soorten en categorieën van alle minder gangbare varkenssoorten

 

 

 

 

Varkenssoorten

Speenvarkens van varkenssoorten

Biggen van alle varkenssoorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie en die worden gezoogd, van de geboorte tot het spenen

 

 

 

 

Gespeende biggen van varkenssoorten

Biggen van alle varkenssoorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie en die niet meer worden gezoogd, tot het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode)

 

 

 

 

Biggen van varkenssoorten

Biggen van alle varkenssoorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie, van de geboorte tot het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode)

 

 

 

 

Varkenssoorten gehouden voor mestdoeleinden

Dieren van alle varkenssoorten die worden gehouden voor vleesproductie, van het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode) tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Varkenssoorten opgefokt voor voortplantingsdoeleinden

Dieren van alle varkenssoorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden, van het einde van de periode na het spenen (overgangsperiode) tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Zeugen van varkenssoorten

Vrouwelijke dieren van alle varkenssoorten die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

 

Beren van varkenssoorten

Mannelijke dieren van alle varkenssoorten die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Varkenssoorten

Alle soorten en categorieën van alle varkenssoorten

 

 

 

 

2.   Pluimvee

Soort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Gewicht/leeftijd in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode

Leeftijd

Gewicht

Kippen

Kippen gehouden voor mestdoeleinden

Vleeskuikens die worden gehouden voor vleesproductie, van het uitkomen tot het slachten

 

Tot 35 dagen

Tot ongeveer 1 600  g (maximaal 2  kg)

35 dagen

Kippen opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren die worden opgefokt voor legdoeleinden (productie van consumptie-eieren) of voortplantingsdoeleinden, van het uitkomen tot het begin van de leg- of voortplantingsperiode

 

Tot ongeveer 16 weken (maximaal 20 weken)

 

 

Hennen

Hennen, vanaf het begin van de legperiode (productie van consumptie-eieren) of de voortplantingsperiode

Vanaf 16 à 21 weken

Tot ongeveer 13 maanden (maximaal 18 maanden)

Vanaf 1 200  g (wit)

1 400  g (bruin)

84 dagen

Hanen

Hanen, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Kippen

Alle categorieën kippen

 

 

 

 

Kalkoenen

Kalkoenen gehouden voor mestdoeleinden

Kalkoenen die worden gehouden voor vleesproductie, van het uitkomen tot het slachten

 

Tot ongeveer 14 weken (maximaal 20 weken) Tot ongeveer 16 weken (maximaal 24 weken)

Hennen: tot ongeveer 7 000  g (maximaal 10 000  g) Hanen: tot ongeveer

12 000  g

(maximaal 20 000  g)

84 dagen

Kalkoenen opgefokt voor voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden, van het uitkomen tot het begin van de voortplantingsperiode

 

Tot 30 weken

Hennen: tot ongeveer

15 000  g

Hanen: tot ongeveer

30 000  g

 

Kalkoenen gehouden voor voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke vogels die worden gehouden voor fokdoeleinden

 

Van 30 weken tot ongeveer

60 weken

Hennen: vanaf ongeveer 15 000  g

Hanen: vanaf ongeveer 30 000  g

 

Kalkoenen

Alle categorieën kalkoenen

 

 

 

 

Minder gangbare pluimveesoorten

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren van alle minder gangbare pluimveesoorten die worden gehouden voor vleesproductie, van het uitkomen tot het slachten

 

 

 

 

Minder gangbare pluimveesoorten opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren van alle minder gangbare pluimveesoorten die worden opgefokt voor legdoeleinden (productie van consumptie-eieren) of voortplantingsdoeleinden, van het uitkomen tot het begin van de leg- of voortplantingsperiode

 

 

 

 

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren van alle minder gangbare pluimveesoorten, vanaf het begin van de legperiode (productie van consumptie-eieren) of de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Minder gangbare pluimveesoorten

Alle soorten en categorieën minder gangbare pluimveesoorten

 

 

 

 

Pluimvee

Pluimvee gehouden voor mestdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren van alle pluimveesoorten die worden gehouden voor vleesproductie, van het uitkomen tot het slachten

 

 

 

 

Pluimvee opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren van alle pluimveesoorten die worden opgefokt voor legdoeleinden (productie van consumptie-eieren) of voortplantingsdoeleinden, van het uitkomen tot het begin van de leg- of voortplantingsperiode

 

 

 

 

Pluimvee gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren van alle pluimveesoorten, vanaf het begin van de legperiode (productie van consumptie-eieren) of de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Pluimvee

Alle soorten en categorieën pluimvee

 

 

 

 

3.   Herkauwers

Soort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Gewicht/leeftijd in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode

Leeftijd

Gewicht

Runderen

Kalveren gehouden voor mestdoeleinden

Kalveren die worden gehouden voor kalfsvleesproductie, van de geboorte tot de datum van het slachten

 

Tot zes maanden

Tot 180  kg (maximaal 250  kg)

84 dagen

Kalveren gehouden voor opfokdoeleinden

Kalveren die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden of voor vleesproductie, van de geboorte tot vier maanden

 

 

Tot 60 à 80  kg (maximaal 145  kg)

56 dagen

Runderen gehouden voor mestdoeleinden

Runderen die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van kalveren gehouden voor mestdoeleinden en kalveren gehouden voor opfokdoeleinden, tot de datum van het slachten

Vanaf de volledige ontwikkeling van de herkauwfunctie

Tot 10 à 36 maanden

Tot 350 à 700  kg

84 dagen

Runderen opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vaarzen en jonge stieren die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van kalveren gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Koeien

Koeien die worden gehouden voor melkproductie (melkkoeien)/voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

84 dagen

Twee cycli, indien de reproductieparameters vereist zijn

Stieren

Stieren die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Runderen

Alle categorieën runderen

 

 

 

 

Minder gangbare rundersoorten

Kalveren van minder gangbare rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden

Kalveren van alle minder gangbare rundersoorten die worden gehouden voor kalfsvleesproductie, van de geboorte tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Kalveren van minder gangbare rundersoorten gehouden voor opfokdoeleinden

Kalveren van alle minder gangbare rundersoorten die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden of voor vleesproductie, van de geboorte tot vier maanden

 

 

 

 

Minder gangbare rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden

Dieren van alle minder gangbare rundersoorten die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van kalveren gehouden voor mestdoeleinden en kalveren gehouden voor opfokdoeleinden, tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Minder gangbare rundersoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vaarzen en jonge stieren van alle minder gangbare rundersoorten die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van kalveren gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Koeien van minder gangbare rundersoorten

Koeien van alle minder gangbare rundersoorten die worden gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

 

Stieren van minder gangbare rundersoorten

Stieren van alle minder gangbare rundersoorten die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Minder gangbare rundersoorten

Alle soorten en categorieën minder gangbare rundersoorten

 

 

 

 

Rundersoorten

Kalveren van rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden

Kalveren van alle rundersoorten die worden gehouden voor kalfsvleesproductie, van de geboorte tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Kalveren van rundersoorten gehouden voor opfokdoeleinden

Kalveren van alle rundersoorten die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden of voor vleesproductie, van de geboorte tot vier maanden

 

 

 

 

Rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden

Dieren van alle rundersoorten die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van kalveren gehouden voor mestdoeleinden en kalveren gehouden voor opfokdoeleinden, tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Rundersoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vaarzen en jonge stieren van alle rundersoorten die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van kalveren gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Koeien van rundersoorten

Koeien van alle rundersoorten die worden gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

 

Stieren van rundersoorten

Stieren van alle rundersoorten die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Rundersoorten

Alle soorten en categorieën rundersoorten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schapen

Lammeren gehouden voor mestdoeleinden

Lammeren die worden gehouden voor lamsvleesproductie, van de geboorte tot de datum van het slachten

 

Tot zes maanden (of ouder)

Tot 55  kg

56 dagen

Lammeren gehouden voor opfokdoeleinden

Lammeren die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, van de geboorte tot drie maanden

 

 

15 à 20  kg

56 dagen

Schapen gehouden voor mestdoeleinden

Schapen die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van lammeren gehouden voor mestdoeleinden, tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Schapen opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke jonge schapen die worden gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van lammeren gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Ooien

Ooien die worden gehouden voor melkproductie (melkschapen)/voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

84 dagen

Twee cycli, indien de reproductieparameters vereist zijn

Rammen

Rammen die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Schapen

Alle categorieën schapen

 

 

 

 

Schapensoorten

Lammeren van schapensoorten gehouden voor mestdoeleinden

Lammeren van alle schapensoorten die worden gehouden voor vleesproductie, van de geboorte tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Lammeren van schapensoorten gehouden voor opfokdoeleinden

Lammeren van alle schapensoorten die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, van de geboorte tot drie maanden

 

 

 

 

Schapensoorten gehouden voor mestdoeleinden

Dieren van alle schapensoorten die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van lammeren gehouden voor mestdoeleinden, tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Schapensoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke jonge dieren van alle schapensoorten die worden gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van lammeren gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Ooien van schapensoorten

Ooien van alle schapensoorten die worden gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

 

Rammen van schapensoorten

Rammen van alle schapensoorten die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Schapensoorten

Alle soorten en categorieën schapensoorten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geiten

Geitenlammeren gehouden voor mestdoeleinden

Geitenlammeren die worden gehouden voor vleesproductie, van de geboorte tot de datum van het slachten

 

Tot zes maanden

 

56 dagen

Geitenlammeren gehouden voor opfokdoeleinden

Geitenlammeren die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, van de geboorte tot drie maanden

 

 

15 à 20  kg

56 dagen

Geiten gehouden voor mestdoeleinden

Geiten die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van geitenlammeren gehouden voor mestdoeleinden, tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Geiten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke jonge geiten die worden gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van geitenlammeren gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Vrouwelijke geiten

Vrouwelijke geiten die worden gehouden voor melkproductie (melkgeiten)/voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

84 dagen

Twee cycli, indien de reproductieparameters vereist zijn

Geitenbokken

Geitenbokken die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Geiten

Alle categorieën geiten

 

 

 

 

Geitensoorten

Geitenlammeren van geitensoorten gehouden voor mestdoeleinden

Geitenlammeren van alle geitensoorten die worden gehouden voor vleesproductie, van de geboorte tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Geitenlammeren van geitensoorten gehouden voor opfokdoeleinden

Geitenlammeren van alle geitensoorten die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, van de geboorte tot drie maanden

 

 

 

 

Geitensoorten gehouden voor mestdoeleinden

Dieren van alle geitensoorten die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van geitenlammeren gehouden voor mestdoeleinden, tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Geitensoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke jonge geiten van alle geitensoorten die worden gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van geitenlammeren gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Vrouwelijke geiten van geitensoorten

Vrouwelijke geiten van alle geitensoorten die worden gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

 

Geitenbokken van geitensoorten

Geitenbokken van alle geitensoorten die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Geitensoorten

Alle soorten en categorieën geitensoorten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hertachtigen

 

Alle Cervidae-soorten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Herkauwers

Jonge herkauwers gehouden voor mestdoeleinden

Kalveren, lammeren, geitenlammeren enz. van alle herkauwersoorten die worden gehouden voor vleesproductie, van de geboorte tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Jonge herkauwers gehouden voor opfokdoeleinden

Kalveren, lammeren, geitenlammeren enz. van alle herkauwersoorten die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden, van de geboorte tot vier maanden (rundersoorten) of tot drie maanden (schapensoorten, geitensoorten en hertachtigen)

 

 

 

 

Herkauwers gehouden voor mestdoeleinden

Dieren van alle herkauwersoorten die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van jonge herkauwers gehouden voor mestdoeleinden, tot de datum van het slachten

 

 

 

 

Herkauwers opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke en mannelijke dieren van alle herkauwersoorten die worden opgefokt voor melkproductie of voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van jonge herkauwers gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Herkauwers gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke dieren van alle herkauwersoorten die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd en volwassen mannelijke dieren van alle herkauwersoorten, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Herkauwers

Alle soorten en categorieën herkauwers

 

 

 

 

4.   Voedselproducerende waterdieren

Soort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Gewicht/leeftijd in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode

Leeftijd

Gewicht

Voedselproducerende vissen

Zalmachtigen

 

 

 

200 à 300  g

84 dagen

Andere voedselproducerende vissen dan zalmachtigen

Alle voedselproducerende vissoorten, met uitzondering van zalmachtigen

 

 

 

 

Voedselproducerende vissen

Alle voedselproducerende vissoorten

 

 

 

 

Voedselproducerende weekdieren

 

Alle voedselproducerende weekdiersoorten

 

 

 

 

Voedselproducerende schaaldieren

 

Alle voedselproducerende schaaldiersoorten

 

 

 

 

Andere voedselproducerende ongewervelde waterdieren

 

Alle andere voedselproducerende ongewervelde waterdiersoorten

 

 

 

 

Voedselproducerende waterdieren

 

Alle soorten en categorieën voedselproducerende waterdieren

 

 

 

 

5.   Leporidae-soorten (Leporidae)

Soort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Gewicht/leeftijd in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode

Leeftijd

Gewicht

Konijnen

Konijnen in de opgroeifase

Vrouwelijke en mannelijke dieren van:

konijnenjongen die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie en die worden gezoogd, van de geboorte tot het spenen (konijnenjongen die worden gezoogd);

konijnen die worden gehouden voor mestdoeleinden, van het einde van de speenperiode tot het slachten;

jonge konijnen die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden, van het einde van de speenperiode tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

42 dagen

Moerkonijnen

Vrouwelijke dieren die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

Twee cycli, indien de reproductieparameters vereist zijn.

Uiterlijk vanaf het werpen tot het einde van de speenperiode, indien de aanvraag ten behoeve van konijnenjongen is.

Rammelaars

Mannelijke dieren die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Konijnen

Alle categorieën konijnen

 

 

 

 

Leporidae-soorten

Leporidae-soorten in de opgroeifase

Vrouwelijke en mannelijke dieren van:

jongen van Leporidae-soorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden of vleesproductie en die worden gezoogd, van de geboorte tot het spenen (jongen van Leporidae-soorten die worden gezoogd);

Leporidae-soorten die worden gehouden voor mestdoeleinden, van het einde van de speenperiode tot het slachten;

jonge dieren van Leporidae-soorten die worden opgefokt voor voortplantingsdoeleinden, van het einde van de speenperiode tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Vrouwelijke dieren van Leporidae-soorten

Vrouwelijke dieren die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden en die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd

 

 

 

 

Mannelijke dieren van Leporidae-soorten

Mannelijke dieren die worden gehouden voor voortplantingsdoeleinden, vanaf het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Leporidae-soorten

Alle soorten en categorieën Leporidae-soorten

 

 

 

 

6.   Paardachtigen (Equidae)

Soort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Gewicht/leeftijd in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode

Leeftijd

Gewicht

Paarden

 

 

 

 

 

 

Paardachtigen

 

Alle Equidae-soorten

 

 

 

 

7.   Andere voedselproducerende dieren

Soort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Duur (gewicht/leeftijd) in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode

Leeftijd

Gewicht

Kameelachtigen

Veulens van kameelachtigen gehouden voor mestdoeleinden

Veulens van alle kameelachtigen die worden gehouden voor vleesproductie

 

 

 

 

Veulens van kameelachtigen gehouden voor opfokdoeleinden

Veulens van alle kameelachtigen die worden opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

 

 

 

 

Kameelachtigen gehouden voor mestdoeleinden

Dieren van alle kameelachtigen die worden gehouden voor vleesproductie, met uitzondering van veulens gehouden voor mestdoeleinden

 

 

 

 

Kameelachtigen opgefokt voor melkproductie of voortplantingsdoeleinden

Jonge vrouwelijke en mannelijke dieren van alle kameelachtigen die worden opgefokt voor melkproductie of voortplantingsdoeleinden, met uitzondering van veulens gehouden voor opfokdoeleinden, tot het begin van de voortplantingsperiode

 

 

 

 

Kameelachtigen gehouden voor melkproductie of voortplantingsdoeleinden

Vrouwelijke dieren van alle kameelachtigen die ten minste eenmaal zijn gedekt of geïnsemineerd en volwassen mannelijke dieren van alle kameelachtigen

 

 

 

 

Kameelachtigen

Alle soorten en categorieën kameelachtigen

 

 

 

 

Voedselproducerende insecten

Honingbijen

 

 

 

 

28 dagen

Andere voedselproducerende insectensoorten dan honingbijen

Alle voedselproducerende insectensoorten, met uitzondering van honingbijen

 

 

 

Gehele productiecyclus

Voedselproducerende insecten

Alle voedselproducerende insectensoorten

 

 

 

Gehele productiecyclus

Andere voedselproducerende dieren

 

Alleen voor soorten die niet onder de vorige vermeldingen vallen. Bijvoorbeeld: slakken, kikkers, krokodillen, …

 

 

 

 

8.   Gezelschapsdieren en andere niet-voedselproducerende dieren

Soort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Duur (gewicht/leeftijd) in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode

Leeftijd

Gewicht

Gezelschapsdieren

Honden

 

 

 

 

28 dagen

Katten

 

 

 

 

28 dagen

Siervogels

 

 

 

 

28 dagen

Waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden

 

 

 

 

28 dagen

Andere gezelschapsdieren

Andere gezelschapsdiersoorten: fretten, knaagdieren, amfibieënsoorten gehouden voor sierdoeleinden, reptielensoorten gehouden voor sierdoeleinden of ongewervelde landdieren gehouden voor sierdoeleinden

 

 

 

28 dagen

Andere niet-voedselproducerende dieren

 

Alle niet-voedselproducerende diersoorten, met uitzondering van gezelschapsdieren

 

 

 

28 dagen

Gezelschapsdieren en andere niet-voedselproducerende dieren

 

Alle niet-voedselproducerende diersoorten

 

 

 

28 dagen

9.   Alle diersoorten

Soort

Diercategorie

Definitie van de diercategorie

Duur (gewicht/leeftijd) in de categorie, bij benadering

Minimale duur van langetermijnonderzoeken naar de werkzaamheid

Periode

Leeftijd

Gewicht

Alle landdiersoorten

 

 

 

 

 

 

Alle waterdiersoorten

 

 

 

 

 

 

Alle diersoorten

 

 

 

 

 

 


(x)  “Note for guidance of the establishment of maximum residue limits for Salmonidae and other fin fish”, Europees Geneesmiddelenbureau, eenheid Evaluatie van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, EMEA/CVMP/153b/97-FINAL.”;


(1)  Voor de functionele groepen zoals bedoeld in punt 1, m), stoffen ter vermindering van de verontreiniging van diervoeders met mycotoxinen, in punt 1, n), hygiënebevorderingsmiddelen, in punt 1, o), andere technologische toevoegingsmiddelen, in punt 4, c), stoffen met een gunstig effect op het milieu, in punt 4, d), andere zoötechnische toevoegingsmiddelen, en in punt 4, e), stabilisatoren van de fysiologische toestand, moet onder andere in de openbare samenvatting duidelijk worden vermeld welke specifieke functie het toevoegingsmiddel moet hebben.

(2)  Verordening (EG) nr. 65/2004 van de Commissie van 14 januari 2004 tot vaststelling van een systeem voor de ontwikkeling en toekenning van eenduidige identificatienummers voor genetisch gemodificeerde organismen (PB L 10 van 16.1.2004, blz. 5, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/65/oj).


BIJLAGE II

De volgende bijlage V wordt toegevoegd aan Verordening (EG) nr. 429/2008:

BIJLAGE V

DEFINITIE VAN DE RESPECTIEVE DIERSOORTEN EN ONDERSCHEID TUSSEN GANGBARE EN MINDER GANGBARE DIERSOORTEN WAT VOEDSELPRODUCERENDE DIEREN BETREFT

1.   Varkenssoorten (Suidae)

Dieren van soorten van de familie Suidae (geslachten Babyrousa ssp., Hylochoerus ssp., Phacochoerus ssp., Porcula ssp., Potamochoerus ssp. en Sus ssp.), en kruisingen van die soorten, die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Gangbare soorten: varkens (Sus scrofa domesticus).

Minder gangbare soorten: varkenssoorten, met uitzondering van varkens (Sus scrofa domesticus).

2.   Pluimvee

Vogels van soorten die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van vogels voor uitzetten in het wild en van vogels die niet voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Gangbare soorten: kippen (met inbegrip van leghennen) (Gallus gallus domesticus) en kalkoenen (Meleagris gallopavo).

Minder gangbare soorten: ander pluimvee dan kippen en kalkoenen, met inbegrip van kwartels (bv. Coturnix japonica, Coturnix coturnix), eenden (bv. Anas platyrhynchos, Cairina moschata), ganzen (bv. Anser anser), parelhoenders (Numida meleagris), duiven (bv. Columba livia domestica), fazanten (bv. Phasianus colchicus), blauwe pauwen (Pavo cristatus), patrijzen (bv. Perdix perdix, Alectoris rufa) en loopvogels met inbegrip van struisvogels (Struthio sp.), emoes (Dromaius novaehollandiae), nandoes (Rhea sp.).

3.   Herkauwers

Rundersoorten, schapensoorten, geitensoorten en hertachtigen, zoals hieronder omschreven.

a)

Rundersoorten: hoefdieren van soorten van de geslachten Bison, Bos (met inbegrip van de ondergeslachten Bos, Bibos, Novibos, Poephagus) en Bubalus (met inbegrip van het ondergeslacht Anoa), en kruisingen van die soorten, die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Gangbare soorten: runderen (Bos taurus).

Minder gangbare soorten: alle andere rundersoorten dan runderen (Bos taurus), met inbegrip van buffels (Bubalus bubalis) en bizons (Bison bison).

b)

Schapensoorten: hoefdieren van soorten van het geslacht Ovis, en kruisingen van die soorten, die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Gangbare soorten: schapen (Ovis aries) gehouden voor vleesproductie (vleesdieren).

Minder gangbare soorten: andere schapensoorten dan schapen (Ovis aries) gehouden voor vleesproductie.

c)

Geitensoorten: hoefdieren van soorten van het geslacht Capra, en kruisingen van die soorten, die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Minder gangbare soorten: alle geitensoorten.

d)

Hertachtigen (Cervidae): hoefdieren van soorten van de familie Cervidae, en kruisingen van die soorten, die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Minder gangbare soorten: alle hertachtigen.

4.   Voedselproducerende waterdieren

Dieren van soorten van de volgende groepen:

a)

vissen van de klassen Chondrichthyes, Sarcopterygii, Actinopterygii en Hyperoartia;

b)

waterweekdieren van de stam Mollusca;

c)

waterschaaldieren van de onderstam Crustacea;

d)

andere ongewervelde waterdieren,

die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Gangbare soorten: zalmachtigen (Salmonidae), met inbegrip van zalm (Salmo) en forel (Oncorhynchus).

Minder gangbare soorten: alle andere voedselproducerende waterdieren dan zalmachtigen.

5.   Leporidae-soorten (Leporidae)

Dieren van soorten van de familie Leporidae die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Minder gangbare soorten: alle Leporidae-soorten, met inbegrip van konijnen (Oryctolagus cuniculus) en hazen (Lepus europaeus).

6.   Paardachtigen (Equidae)

Dieren van soorten van het geslacht Equus, en kruisingen van die soorten, die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Minder gangbare soorten: alle paardachtigen, met inbegrip van paarden (Equus caballus) en ezels (Equus asinus).

7.   Andere voedselproducerende dieren

Dieren van andere soorten dan varkenssoorten, pluimvee, herkauwers, voedselproducerende waterdieren, Leporidae-soorten en paardachtigen zoals hierboven gedefinieerd, en kruisingen van die soorten, van de volgende groepen:

a)

kameelachtigen (Camelidae): dieren van de familie Camelidae, met inbegrip van dromedarissen (Camelus dromedarius), kamelen (Camelus bactrianus), wilde kamelen (Camelus ferus), lama’s (Lama glama), alpaca’s (Lama pacos), vicuña’s (Lama vicugna) en guanaco’s (Lama guanicoe);

b)

honingbijen (Apis mellifera);

c)

andere voedselproducerende insectensoorten dan honingbijen;

d)

andere voedselproducerende dieren,

die worden gevoederd, gefokt of gehouden voor de productie van levensmiddelen voor menselijke consumptie, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, maar wel behoren tot de bovenbedoelde soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Minder gangbare soorten: alle andere voedselproducerende diersoorten.

8.   Gezelschapsdieren en andere niet-voedselproducerende dieren

Overeenkomstig de definitie in artikel 1, lid 1, omvatten gezelschapsdieren en niet-voedselproducerende dieren de volgende soorten:

a)

gezelschapsdieren:

i.

honden (Canis lupus familiaris);

ii.

katten (Felis silvestris catus);

iii.

fretten (Mustela putoris furo);

iv.

knaagdieren: dieren van de orde Rodentia;

v.

siervogels: andere vogelsoorten dan pluimvee, met inbegrip van wilde vogels;

vi.

waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden: andere waterdiersoorten dan die welke onder “voedselproducerende waterdieren” worden vermeld;

vii.

amfibieënsoorten gehouden voor sierdoeleinden: andere amfibieënsoorten dan die welke in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt;

viii.

reptielensoorten gehouden voor sierdoeleinden: andere reptielensoorten dan die welke in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt;

ix.

ongewervelde landdieren gehouden voor sierdoeleinden: andere ongewervelde landdieren dan die welke onder “andere voedselproducerende dieren” worden vermeld en dan die welke in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt;

b)

andere niet-voedselproducerende dieren:

x.

pelsdieren (nertsen, vossen, wasbeerhonden);

xi.

andere dieren, met inbegrip van dierentuin-, circus- en laboratoriumdieren, dan die welke behoren tot soorten die in de Unie gewoonlijk voor menselijke consumptie worden gebruikt.

Konijnen en paarden, met inbegrip van dieren die niet voor menselijke consumptie worden gebruikt, behoren niet tot de groep “gezelschapsdieren en andere niet-voedselproducerende dieren”, maar respectievelijk tot de groepen “Leporidae-soorten (Leporidae)” en “paardachtigen (Equidae)”.

9.   Alle diersoorten

Dieren van:

a)

alle landdiersoorten: varkenssoorten, pluimvee, herkauwers, Leporidae-soorten, paardachtigen, andere voedselproducerende dieren, gezelschapsdieren en andere niet-voedsel-producerende dieren met uitzondering van waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden;

b)

alle waterdiersoorten: voedselproducerende waterdieren en waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden.

”.

BIJLAGE III

CONCORDANTIETABEL VAN DIERSOORTEN EN -CATEGORIEËN

Veelgebruikte termen waarmee diersoorten en -categorieën worden aangeduid in vergunningen die zijn verleend vóór 16 december 2026

Termen waarmee de overeenkomstige diersoorten en -categorieën worden aangeduid overeenkomstig deze uitvoeringsverordening (alternatieven kunnen per geval passend worden geacht)

[Diersoort/-categorie (aanvullende toelichting)]

Alle diersoorten

Alle diersoorten

Alle vogelsoorten

Pluimvee + siervogels

Alle vogelsoorten voor mestdoeleinden

Pluimvee gehouden voor mestdoeleinden

Alle vogelsoorten voor legdoeleinden

Pluimvee gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle vogelsoorten opgefokt voor fokdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle vogelsoorten opgefokt voor legdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle schaaldieren

Voedselproducerende schaaldieren + waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden (schaaldieren)

Alle vissen

Voedselproducerende vissen + waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden (vissen)

Alle vissen

Voedselproducerende vissen + waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden (vissen)

Alle legpluimvee

Pluimvee gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle minder gangbare vogelsoorten voor mestdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden

Alle minder gangbare vogelsoorten opgefokt voor legdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle minder gangbare varkenssoorten

Minder gangbare varkenssoorten

Alle minder gangbare pluimveesoorten voor legdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle minder gangbare herkauwers gehouden voor opfokdoeleinden

Kalveren van minder gangbare rundersoorten gehouden voor opfokdoeleinden + minder gangbare rundersoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + lammeren van schapensoorten gehouden voor opfokdoeleinden + schapensoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + geitenlammeren van geitensoorten gehouden voor opfokdoeleinden + geiten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + hertachtigen (dieren gehouden voor opfokdoeleinden)

Alle minder gangbare herkauwers gehouden voor mestdoeleinden

Kalveren van minder gangbare rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden + minder gangbare rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden + lammeren van schapensoorten gehouden voor mestdoeleinden (met uitzondering van schapen) + schapensoorten gehouden voor mestdoeleinden (met uitzondering van schapen) + geitenlammeren van geitensoorten gehouden voor mestdoeleinden + geitensoorten gehouden voor mestdoeleinden + hertachtigen (dieren gehouden voor mestdoeleinden)

Alle varkens

Varkens

Alle varkenssoorten

Varkenssoorten

Alle varkenssoorten (gespeend)

Gespeende biggen van varkenssoorten

Alle varkenssoorten voor fokdoeleinden

Zeugen van varkenssoorten + beren van varkenssoorten

Alle pluimvee

Pluimvee

Alle pluimveesoorten

Pluimvee

Alle pluimveesoorten voor mestdoeleinden

Pluimvee gehouden voor mestdoeleinden

Alle pluimveesoorten voor legdoeleinden

Pluimvee gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle pluimveesoorten opgefokt voor fokdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle pluimveesoorten opgefokt voor legdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Alle soorten

Alle diersoorten

Alle diersoorten of -categorieën

Alle diersoorten

Alle Suidae

Varkenssoorten

Alle Suidae voor mestdoeleinden

Varkenssoorten gehouden voor mestdoeleinden

Alle Suidae voor reproductiedoeleinden

Zeugen van varkenssoorten + beren van varkenssoorten

Alle kalkoenen

Kalkoenen

Waterdieren

Alle waterdiersoorten

Runderen

Rundersoorten

Vermeerderingshennen

Hennen

Fokhennen/fokkippen

Hennen

Kalveren

Kalveren gehouden voor mestdoeleinden + kalveren gehouden voor opfokdoeleinden

Kalveren (melkvervanger)

Kalveren gehouden voor mestdoeleinden + kalveren gehouden voor opfokdoeleinden

Mestkalveren

Kalveren gehouden voor mestdoeleinden

Opfokkalveren

Kalveren gehouden voor opfokdoeleinden

Kameelachtigen voor opfokdoeleinden

Veulens van kameelachtigen gehouden voor opfokdoeleinden + kameelachtigen opgefokt voor melkproductie of voortplantingsdoeleinden

Kameelachtigen voor mestdoeleinden

Kameelachtigen gehouden voor mestdoeleinden

Kanarievogels

Siervogels (kanarievogels)

Canidae

Honden + andere niet-voedselproducerende dieren (Canidae)

Karpers

Andere voedselproducerende vissen dan zalmachtigen (karpers)

Katten

Katten

Runderen

Runderen

Mestrunderen

Runderen gehouden voor mestdoeleinden

Kippen

Kippen

Mestkippen

Kippen gehouden voor mestdoeleinden

Opfokkippen

Kippen opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Opfokleghennen

Kippen opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Fokkoeien

Koeien + runderen opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Schaaldieren

Voedselproducerende schaaldieren + waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden (schaaldieren)

Melkbuffels

Koeien van minder gangbare rundersoorten (buffels)

Melkkoeien

Koeien

Melkkoeien van minder gangbare rundersoorten

Koeien van minder gangbare rundersoorten

Melkgeiten

Vrouwelijke geiten

Melkgevende herkauwers

Herkauwers gehouden voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Melkschapen

Ooien

Honden

Honden

Eenden

Minder gangbare pluimveesoorten (eenden)

Mesteenden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden (eenden)

Paardachtigen

Paardachtigen

Suidae voor mestdoeleinden

Varkenssoorten gehouden voor mestdoeleinden

Felidae

Katten + andere niet-voedselproducerende dieren (Felidae)

Vissen

Voedselproducerende vissen + waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden (vissen)

Vissen

Voedselproducerende vissen + waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden (vissen)

Vissoorten

Voedselproducerende vissen + waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden (vissen)

Voedselproducerende dieren

Varkenssoorten + pluimvee + herkauwers + voedselproducerende waterdieren + Leporidae-soorten + paardachtigen + andere voedselproducerende dieren

Vederwild

Minder gangbare pluimveesoorten (doelvogelsoorten preciseren)

Geiten

Geiten

Mestgeiten

Geiten gehouden voor mestdoeleinden

Zaadetende siervogels

Siervogels (zaadetende vogels)

Parelhoenders

Minder gangbare pluimveesoorten (parelhoenders (Numida meleagris))

Parelhoenders voor fokdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden (parelhoenders (Numida meleagris))

Parelhoenders voor mestdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden (parelhoenders (Numida meleagris))

Cavia’s

Andere gezelschapsdieren (cavia’s)

Paarden

Paarden

Geitenlammeren

Geitenlammeren gehouden voor mestdoeleinden + geitenlammeren gehouden voor opfokdoeleinden

Mestgeitenlammeren

Geitenlammeren gehouden voor mestdoeleinden

Opfokgeitenlammeren

Geitenlammeren gehouden voor opfokdoeleinden

Zogende zeugen

Zeugen

Zogende zeugen van alle Suidae-soorten

Zeugen van varkenssoorten

Haasachtigen

Leporidae-soorten

Lammeren

Lammeren gehouden voor mestdoeleinden + lammeren gehouden voor opfokdoeleinden

Mestlammeren

Lammeren gehouden voor mestdoeleinden

Opfoklammeren

Lammeren gehouden voor opfokdoeleinden

Legvogels

Pluimvee gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Leghennen

Hennen

Legpluimvee

Pluimvee gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Zoogdieren

Varkenssoorten + herkauwers + Leporidae-soorten + paardachtigen + kameelachtigen + honden + katten + andere gezelschapsdieren (zoogdieren) + andere niet-voedselproducerende dieren (zoogdieren)

Zeedieren

Voedselproducerende waterdieren (zeedieren) + andere gezelschapsdieren (zeedieren) + andere niet-voedselproducerende dieren (zeedieren)

Minder gangbare vogelsoorten

Minder gangbare pluimveesoorten

Minder gangbare vogelsoorten voor mestdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden

Leghennen van minder gangbare vogelsoorten

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Opfokleghennen van minder gangbare vogelsoorten

Minder gangbare pluimveesoorten opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Minder gangbare voor melkproductie bestemde herkauwers

Koeien van minder gangbare rundersoorten + minder gangbare rundersoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + ooien van schapensoorten + schapensoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + vrouwelijke geiten van geitensoorten + geiten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Minder gangbare vissen

Andere voedselproducerende vissen dan zalmachtigen

Minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens en gespeende biggen)

Biggen van minder gangbare varkenssoorten

Minder gangbare varkenssoorten (speenvarkens)

Speenvarkens van minder gangbare varkenssoorten

Minder gangbare varkenssoorten (gespeend)

Gespeende biggen van minder gangbare varkenssoorten

Minder gangbare varkenssoorten voor mestdoeleinden

Minder gangbare varkenssoorten gehouden voor mestdoeleinden

Minder gangbare varkenssoorten voor voortplantingsdoeleinden

Zeugen van minder gangbare varkenssoorten + beren van minder gangbare varkenssoorten

Minder gangbare pluimveesoorten voor mestdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten voor legdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten

Minder gangbare pluimveesoorten

Minder gangbare pluimveesoorten voor fokdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten voor mestdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten voor legdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten opgefokt voor fokdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten opgefokt voor legdoeleinden

Minder gangbare pluimveesoorten opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Minder gangbare herkauwers voor mestdoeleinden

Kalveren van minder gangbare rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden + minder gangbare rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden + lammeren van schapensoorten gehouden voor mestdoeleinden (met uitzondering van schapen) + schapensoorten gehouden voor mestdoeleinden (met uitzondering van schapen) + geitenlammeren van geitensoorten gehouden voor mestdoeleinden + geitensoorten gehouden voor mestdoeleinden + hertachtigen (dieren gehouden voor mestdoeleinden)

Minder gangbare herkauwers voor opfokdoeleinden

Kalveren van minder gangbare rundersoorten gehouden voor opfokdoeleinden + minder gangbare rundersoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + lammeren van schapensoorten gehouden voor opfokdoeleinden + schapensoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + geitenlammeren van geitensoorten gehouden voor opfokdoeleinden + geiten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + hertachtigen (dieren gehouden voor opfokdoeleinden)

Minder gangbare herkauwers gehouden voor melkproductie

Koeien van minder gangbare rundersoorten + minder gangbare rundersoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + ooien van schapensoorten + schapensoorten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden + vrouwelijke geiten van geitensoorten + geiten opgefokt voor melkproductie/voortplantingsdoeleinden

Minder gangbare herkauwers gehouden voor mestdoeleinden

Kalveren van minder gangbare rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden + minder gangbare rundersoorten gehouden voor mestdoeleinden + lammeren van schapensoorten gehouden voor mestdoeleinden (met uitzondering van schapen) + schapensoorten gehouden voor mestdoeleinden (met uitzondering van schapen) + geitenlammeren van geitensoorten gehouden voor mestdoeleinden + geitensoorten gehouden voor mestdoeleinden + hertachtigen (dieren gehouden voor mestdoeleinden)

Mustelidae

Andere gezelschapsdieren (fretten) + andere niet-voedselproducerende dieren (Mustelidae)

Niet-voedselproducerende dieren

Gezelschapsdieren en andere niet-voedselproducerende dieren

Siervogels

Siervogels

Siervissen

Waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden

Schapen

Schapensoorten

Patrijzen

Minder gangbare pluimveesoorten (patrijzen)

Gezelschapsdieren

Honden + katten + siervogels + waterdiersoorten gehouden voor sierdoeleinden + andere gezelschapsdieren

Fazanten

Minder gangbare pluimveesoorten (fazanten)

Biggen

Biggen

Speenvarkens en gespeende biggen

Biggen

Biggen (gespeend)

Gespeende biggen

Biggen van alle Suidae-soorten

Biggen van varkenssoorten

Biggen van minder gangbare varkenssoorten

Biggen van minder gangbare varkenssoorten

Speenvarkens en gespeende biggen van minder gangbare varkenssoorten

Biggen van minder gangbare varkenssoorten

Biggen van minder gangbare Suidae-soorten

Biggen van minder gangbare varkenssoorten

Varkens

Varkens

Mestvarkens

Varkens gehouden voor mestdoeleinden

Mestvarkens van alle Suidae-soorten

Varkenssoorten gehouden voor mestdoeleinden

Mestvarkens van minder gangbare Suidae-soorten

Minder gangbare varkenssoorten gehouden voor mestdoeleinden

Varkenssoorten (speenvarkens en gespeende biggen)

Biggen van varkenssoorten

Pluimvee

Pluimvee

Pluimvee gehouden voor fokdoeleinden

Pluimvee gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Mestpluimvee

Pluimvee gehouden voor mestdoeleinden

Legpluimvee

Pluimvee gehouden voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor fokdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor legdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden

Pluimvee gehouden voor mestdoeleinden

Pluimveesoorten gehouden voor legdoeleinden

Pluimvee opgefokt voor leg- of voortplantingsdoeleinden

Kwartels

Minder gangbare pluimveesoorten (kwartels)

Konijnen

Konijnen

Mestkonijnen

Konijnen in de opgroeifase

Reptielen

Andere voedselproducerende dieren (reptielen) + andere gezelschapsdieren (reptielen)

Knaagdieren

Andere gezelschapsdieren (knaagdieren)

Herkauwers

Herkauwers

Herkauwers voor mestdoeleinden

Jonge herkauwers gehouden voor mestdoeleinden + herkauwers gehouden voor mestdoeleinden

Herkauwers met een functionele pens

Herkauwers (met een functionele pens)

Herkauwers met een niet-functionele pens

Herkauwers (met een niet-functionele pens)

Zalm

Zalmachtigen (zalm)

Zalmachtigen

Zalmachtigen

Schapen

Schapen

Mestschapen

Schapen gehouden voor mestdoeleinden

Zeugen

Zeugen

Fokzeugen

Zeugen

Zeugen van alle Suidae-soorten

Zeugen van varkenssoorten

Zeugen, ten behoeve van de biggen

Zeugen, ten behoeve van de biggen

Speenvarkens

Speenvarkens

Speenvarkens van alle Suidae-soorten

Speenvarkens van varkenssoorten

Konijntjes die gezoogd worden

Konijnen in de opgroeifase

Speenvarkens van Suidae-soorten

Speenvarkens van varkenssoorten

Forel

Zalmachtigen (forel)

Kalkoenen

Kalkoenen

Mestkalkoenen

Kalkoenen gehouden voor mestdoeleinden

Opfokkalkoenen

Kalkoenen opgefokt voor voortplantingsdoeleinden

Gespeende kleine varkenssoorten

Gespeende biggen van minder gangbare varkenssoorten

Gespeende biggen

Gespeende biggen

Gespeende biggen van alle Suidae-soorten

Gespeende biggen van varkenssoorten

Gespeende biggen van minder gangbare varkenssoorten

Gespeende biggen van minder gangbare varkenssoorten

Gespeende Suidae

Gespeende biggen van varkenssoorten

Gespeende biggen van Suidae-soorten

Gespeende biggen van varkenssoorten

Zoogdieren in dierentuinen

Andere niet-voedselproducerende dieren (zoogdieren in dierentuinen)


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1115/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)