European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1061

13.8.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/1061 VAN DE COMMISSIE

van 7 mei 2026

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wat betreft de gestandaardiseerde vorm en volgorde en de gestroomlijnde inhoud, controle en goedkeuring van het prospectus

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 betreffende het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten en tot intrekking van Richtlijn 2003/71/EG (1), en met name artikel 9, lid 14, artikel 13, leden 1 en 2, en artikel 20, lid 11,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om ondernemingen gemakkelijker toegang te geven tot publieke markten in de Unie en om de liquiditeit en het kapitaalaanbod voor reeds genoteerde ondernemingen te verbeteren — en zo de publieke markten in de Unie aantrekkelijker te maken voor beleggers —, moeten de noteringsregels in de Unie eenvoudig zijn en moet de regeldruk zo beperkt mogelijk zijn. De vereisten voor prospectussen moeten dus aanzienlijk worden gestroomlijnd en worden gemodelleerd op de lichtere openbaarmakingsvereisten van het EU-groeiprospectus, dat per 5 maart 2026 is afgelopen. De bijlagen bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 van de Commissie (2) moeten dienovereenkomstig worden bijgewerkt.

(2)

Gezien de noodzaak om de complexiteit terug te dringen en uitgevende instellingen, aanbieders of aanvragers van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt te ondersteunen bij het proces van het opstellen van een prospectus, moet het aantal verplichte modellen worden verminderd. Daarom moeten één enkel registratiedocument en één enkele verrichtingsnota worden vastgesteld voor effecten zonder aandelenkarakter, die afzonderlijke bepalingen en bijlagen voor retail- en wholesale-effecten zonder aandelenkarakter vervangen. Om die verandering tot uiting te brengen, moeten alle betrokken verwijzingen in de bepalingen van en de bijlagen bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 worden bijgewerkt. De informatie die in een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter moet worden opgenomen, moet worden toegesneden op de kennis en deskundigheid van beleggers voor wie deze bestemd is. Daarom is het van belang om in het nieuwe registratiedocument en in de nieuwe verrichtingsnota voor effecten zonder aandelenkarakter een onderscheid te maken tussen de specifieke gevallen waarin openbaarmakingen alleen gelden voor retailbeleggers, en de specifieke gevallen waarin openbaarmakingen bestemd zijn voor gekwalificeerde beleggers. Wanneer er niets wordt aangegeven, moeten de openbaarmakingen van toepassing zijn op alle soorten beleggers.

(3)

Hoewel Verordening (EU) 2024/2809 van het Europees Parlement en de Raad (3) nieuwe openbaarmakingsvereisten heeft ingevoerd ten aanzien van milieu-, sociale of governancefactoren en -doelstellingen (“ESG-factoren” en “ESG-doelstellingen”), die verder moeten worden gepreciseerd in een nieuwe bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980, is uit overweging 26 bij die verordening duidelijk dat de Uniewetgever ook overlappingen met door andere Uniewetgeving voorgeschreven openbaarmakingen wilde vermijden. Prospectussen voor Europese groene obligaties (“EuGB’s”), als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad (4), voor als ecologisch duurzaam op de markt gebrachte obligaties, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5), van die verordening, en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 6), van die verordening, worden reeds geacht aan die openbaarmakingsvereisten te voldoen op voorwaarde dat die prospectussen voldoen aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 13, lid 1 bis, punt a), van Verordening (EU) 2017/1129 (in het geval van Europese groene obligaties) of in artikel 13, lid 1 bis, punt b), van die Verordening (in het geval van obligaties die op de markt worden gebracht als ecologisch duurzaam of als aan duurzaamheid gekoppelde obligaties). Daarom hoeven voor die obligaties geen nieuwe openbaarmakingsvereisten te worden vastgesteld.

(4)

Als gevolg van lopende ontwikkelingen op effectenmarkten kan het zijn dat bevoegde autoriteiten verzoeken ontvangen tot goedkeuring van prospectussen voor nieuwe soorten effecten die kenmerken delen van effecten die vergelijkbaar zijn met, maar niet identiek aan, effecten waarop de bijlagen bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 zien. In die gevallen is het, om ruimte te bieden voor flexibiliteit zonder dat een en ander ten koste gaat van beleggersbescherming, van belang om bevoegde autoriteiten in staat te stellen om, in overleg met de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, te beslissen hoe informatie-elementen uit een ander registratiedocument, verrichtingsnota, of aanvullende informatie als bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk II van die gedelegeerde verordening in het prospectus moeten worden opgenomen, en om eventueel die informatie aan te passen in het geval van een soort effecten, transactie of uitgevende instelling dat niet onder de bijlagen bij die gedelegeerde verordening valt.

(5)

Om informatie in een prospectus beter vergelijkbaar te maken, moet, ongeacht de jurisdictie waar het prospectus wordt goedgekeurd, een gestandaardiseerde vorm en volgorde worden aangepast aan de verschillende soorten effecten waarop het prospectus betrekking heeft. Om een goed evenwicht te vinden tussen standaardisatie en flexibiliteit, is het van belang om verschillende benaderingen te hanteren voor: i) effecten met aandelenkarakter en effecten zonder aandelenkarakter, aangezien deze laatste complexe soorten effecten omvatten die een flexibelere benadering vergen; ii) prospectussen die worden opgesteld in de vorm van één enkel document; iii) prospectussen die uit verschillende documenten bestaan, en iv) basisprospectussen voor aanbiedingsprogramma’s voor effecten zonder aandelenkarakter. Om beleggers evenwel de mogelijkheid te geven gemakkelijker toegang te krijgen tot informatie over risicofactoren verbonden aan de uitgevende instelling en de effecten die aan het publiek worden aangeboden of die tot de handel worden toegelaten, moet de afdeling “risicofactoren” een prominente plaats krijgen in ieder soort prospectus.

(6)

De definitie van effecten met aandelenkarakter, die in artikel 2, punt b), van Verordening (EU) 2017/1129 wordt gegeven, omvat eenvoudige soorten effecten — zoals aandelen — waarvoor een prospectus gebaseerd moet zijn op de informatie uit de bijlagen 1 en 11 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980. Die definitie omvat ook complexere soorten effecten — zoals bepaalde converteerbare of omwisselbare effecten en derivaten — waarvoor een prospectus moet worden aangevuld met de informatie beschreven in andere bijlagen bij die verordening, waaronder die voor effecten zonder aandelenkarakter. Om die redenen moet de standaardisatie van de vorm en volgorde meer uitgesproken zijn voor een prospectus voor effecten met aandelenkarakter opgesteld overeenkomstig de bijlagen 1 en 11 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980. Voorts is het, om het opstellen van dit soort prospectus te vergemakkelijken, wanneer dit als één enkel document wordt opgesteld, passend om één enkele nieuwe bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 vast te stellen met een gestandaardiseerde vorm en volgorde, die de informatie uit de bijlagen 1 en 11 bij die gedelegeerde verordening combineert met de samenvatting van het prospectus, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2017/1129. In voorkomend geval moet voor aanvullende informatie als bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk II van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 geen gestandaardiseerde vorm of volgorde gelden, aangezien die informatie mogelijk gebaseerd is op verschillende bijlagen bij die gedelegeerde verordening, afhankelijk van het soort betrokken effecten, hetgeen een flexibelere aanpak vergt.

(7)

Gelet op de belangrijke rol van eerste aanbiedingen aan het publiek (“IPO’s”) van aandelen voor publieke markten in de EU en voor de EU-economie meer algemeen, is het van belang om duidelijk een maximumniveau aan standaardisatie te onderscheiden en te bepalen voor prospectussen voor een eerste aanbieding aan het publiek van een categorie aandelen die voor het eerst wordt toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt. Daarom moet een nieuwe subcategorie van standaardprospectus voor EU IPO’s worden ingevoerd. EU IPO-prospectussen moeten worden opgesteld overeenkomstig de standaardprospectusregeling van artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1129 en moeten zich houden aan de gestandaardiseerde vorm en volgorde, tenzij die prospectussen aan de voorwaarden voor een uitzondering overeenkomstig dat artikel voldoen. De gestandaardiseerde vorm en volgorde van een EU IPO-prospectus moet zijn gebaseerd ofwel i) op de volgorde van afdelingen uit een nieuwe bijlage voor een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter opgesteld in de vorm van één enkel document, dat zal worden ingevoegd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980, of ii) op de volgorde van de afdelingen uit de bijlagen 1 en 11 bij die gedelegeerde verordening, wanneer dat prospectus als afzonderlijke documenten wordt opgesteld.

(8)

De definitie van effecten zonder aandelenkarakter uit artikel 2, punt c), van Verordening (EU) 2017/1129 omvat een breed scala van uiteenlopende instrumenten, waaronder ook complexe instrumenten. Om voor het juiste evenwicht te zorgen tussen standaardisatie en efficiëntie en om te vermijden buitensporige lasten op te leggen aan uitgevende instellingen, aanbieders of aanvragers van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, moeten een gestandaardiseerde vorm en volgorde alleen worden verplicht voor een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter opgesteld in de vorm van één enkel document, zoals het geval is bij eenvoudige effecten zonder aandelenkarakter, zoals plain vanilla-obligaties. In dergelijke gevallen moet het prospectus, net als bij de benadering gevolgd bij effecten met aandelenkarakter, de volgorde van afdelingen aanhouden uit een nieuwe bijlage, die in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 moet worden ingevoegd, met betrekking tot een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter opgesteld in de vorm van één enkel document met een gestandaardiseerde vorm en volgorde.

(9)

Wanneer een prospectus voor effecten met of zonder aandelenkarkater wordt opgesteld in de vorm van aparte documenten en moet worden aangevuld met de informatie uit verschillende bijlagen bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980, moet een flexibele benadering worden toegestaan wat betreft de vorm en volgorde, om te vermijden dat uitgevende instellingen, aanbieders of aanvragers van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt lasten krijgen opgelegd. Een gestandaardiseerde vorm en volgorde moeten daarom alleen van toepassing zijn wanneer prospectussen die als afzonderlijke documenten worden opgesteld, uitsluitend gebaseerd zijn op het registratiedocument en de verrichtingsnota bedoeld in de bijlagen 1 en 11 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 (voor effecten met aandelenkarakter) of in de overeenkomstige bijlagen bij die gedelegeerde Verordening (voor effecten zonder aandelenkarakter).

(10)

Om de efficiëntiedoelstelling veilig te stellen van basisprospectussen, die een aanzienlijk aandeel vertegenwoordigen van prospectussen voor effecten zonder aandelenkarakter, moet een flexibelere vorm worden vastgesteld voor dit soort basisprospectus. Aangezien een basisprospectus één of meer uitgevende instellingen of uitgiften kan betreffen, is het passend een gestandaardiseerde vorm en volgorde te overwegen voor specifieke informatie over uitgevende instellingen in het geval van één uitgevende instelling, wanneer het prospectus wordt opgesteld als afzonderlijke documenten, terwijl flexibiliteit wordt gelaten voor de overige in dat basisprospectus op te nemen informatie. Wanneer een basisprospectus als één enkel document wordt opgesteld, kan de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt er, eenvoudigheidshalve, voor kiezen om het template te gebruiken voor een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter opgesteld in de vorm van één enkel document, weliswaar met behoud van flexibiliteit ten aanzien van de vorm.

(11)

Om de lasten te verminderen voor uitgevende instellingen, aanbieders of aanvragers van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, moeten ze van basisprospectussen voor aanbiedingsprogramma’s voor effecten zonder aandelenkarakter gebruik kunnen maken om, in een flexibele volgorde van openbaarmaking, uit die basisprospectussen informatie te kopiëren of door verwijzing op te nemen in prospectussen voor effecten zonder aandelenkarakter die geen basisprospectussen zijn — en zodoende, waar dat vereiste van toepassing is, van de verplichte gestandaardiseerde vorm en volgorde kunnen afwijken.

(12)

De vereisten ten aanzien van een gestandaardiseerde vorm en volgorde die in deze verordening worden vastgesteld, mogen geen afbreuk doen aan artikel 6, lid 2, tweede alinea, en artikel 6, lid 6, van Verordening (EU) 2017/1129.

(13)

In alle gevallen waarin het vereiste van een gestandaardiseerde vorm en volgorde niet van toepassing is en de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt de volgorde van informatie in de betrokken bijlagen bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 niet volgt, moet de bevoegde autoriteit die het prospectus moet goedkeuren, een lijst kunnen vragen met verwijzingen die aangeven met welke rubrieken van de betrokken bijlagen die informatie overeenstemt, zodat zij daadwerkelijk kan beoordelen of het prospectus voldoet aan de criteria van volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie als bedoeld in de artikelen 36 tot en met 38 van die gedelegeerde verordening. Wanneer die lijst niet wordt gevraagd of verschaft, moet het ontwerpprospectus in de marge duidelijk aangeven met welke specifieke informatie elk onderdeel van het prospectus overeenstemt.

(14)

Om convergentie in het toezicht te versterken wat betreft de controle van prospectussen, moet de mogelijkheid worden geschrapt dat een bevoegde autoriteit kan gebruikmaken van aanvullende criteria voor de controle van het prospectus, wanneer zulks noodzakelijk wordt geacht voor de bescherming van beleggers.

(15)

Artikel 20 van Verordening (EU) 2017/1129 bevat termijnen waarbinnen een bevoegde autoriteit de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt kennis moet geven van haar besluit over de goedkeuring van het prospectus, en maatregelen ingeval die bevoegde autoriteit die termijnen niet nakomt. De controle en goedkeuring van prospectussen is echter een iteratief proces en het besluit van de bevoegde autoriteit om het ontwerpprospectus goed te keuren vergt mogelijk meerdere rondes van analyse van het ontwerpprospectus door die bevoegde autoriteit — en aansluitend daarop het doorvoeren van verbeteringen door de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt. Daarom is het ook noodzakelijk dat een bevoegde autoriteit de mogelijkheid krijgt om termijnen vast te stellen waarbinnen de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, op verzoek van die bevoegde autoriteit, aanvullende informatie of een herzien ontwerpprospectus moet indienen. Voorts is het noodzakelijk om de maximale totale tijdsspanne te bepalen tussen de ontvangst van de eerste aanvraag tot goedkeuring van een ontwerpprospectus en het besluit om dat prospectus goed te keuren of niet goed te keuren en het toetsingsproces te beëindigen, alsmede de voorwaarden voor mogelijke afwijkingen van die tijdsspanne.

(16)

De bijlagen bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 moeten, waar van toepassing, worden gewijzigd om verwijzingen bij te werken of te schrappen zodat deze de bij Verordening (EU) 2024/2809 doorgevoerde wijzigingen weerspiegelen.

(17)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980

Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt als volgt gewijzigd:

1)

aan artikel 1 wordt het volgende punt f) toegevoegd:

“f)

“EU IPO-prospectus”: een prospectus opgesteld overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1129, dat betrekking heeft op een eerste aanbieding aan het publiek van een categorie aandelen die voor het eerst tot de handel op een gereglementeerde markt wordt toegelaten, als bedoeld in artikel 21, lid 1, tweede alinea, van die verordening.”;

2)

in artikel 2, lid 2, wordt de aanhef vervangen door:

“In afwijking van lid 1 mag voor de volgende effecten, indien die effecten geen aandelen of andere met aandelen gelijk te stellen verhandelbare effecten zijn, het registratiedocument worden opgesteld in overeenstemming met artikel 7 bis van deze verordening:”;

3)

de artikelen 7 en 8 worden geschrapt;

4)

het volgende artikel 7 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 7 bis

Registratiedocument voor effecten zonder aandelenkarakter

1.   Voor effecten zonder aandelenkarakter bevat het registratiedocument de in bijlage 7 bij deze verordening bedoelde informatie, tenzij dat registratiedocument is opgesteld overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2017/1129 of het de in bijlage 1 bij deze verordening bedoelde informatie bevat.

De informatie in bijlage 7 bij deze verordening wordt als een van beide aangeduid:

a)

wholesale-specifiek, wanneer die informatie specifiek betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter die voldoen aan een van de voorwaarden uit artikel 7, lid 1, tweede alinea, punt a) of b), van Verordening (EU) 2017/1129, of

b)

retail-specifiek, wanneer die informatie specifiek betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter andere dan die bedoeld in punt a) van dit lid.

2.   Lid 1 is niet van toepassing op een prospectus dat is opgesteld overeenkomstig in artikel 14 bis of artikel 15 bis van Verordening (EU) 2017/1129.”

;

5)

artikel 10 wordt vervangen door:

“Artikel 10

Registratiedocument voor door activa gedekte effecten

In afwijking van artikel 7 bis bevat een registratiedocument dat is opgesteld voor door activa gedekte effecten (asset-backed securities), de in bijlage 9 bedoelde informatie.”

;

6)

artikel 11 wordt vervangen door:

“Artikel 11

Registratiedocument voor door derde landen of de regionale en lokale overheden daarvan uitgegeven effecten zonder aandelenkarakter

In afwijking van artikel 7 bis bevat een registratiedocument dat is opgesteld voor effecten zonder aandelenkarakter die zijn uitgegeven door derde landen of de regionale of lokale overheden daarvan, de in bijlage 10 bedoelde informatie.”

;

7)

in artikel 12 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   In afwijking van lid 1 wordt de verrichtingsnota voor de in artikel 19, lid 1, artikel 19, lid 2, artikel 20, lid 1, en artikel 20, lid 2, van deze verordening bedoelde effecten, wanneer die effecten geen aandelen of andere met aandelen gelijk te stellen verhandelbare effecten zijn, opgesteld in overeenstemming met artikel 15 bis van deze verordening.”

;

8)

de artikelen 15 en 16 worden geschrapt;

9)

het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 15 bis

Verrichtingsnota voor effecten zonder aandelenkarakter

1.   Voor effecten zonder aandelenkarakter bevat de verrichtingsnota de in bijlage 14 bij deze verordening bedoelde informatie.

De informatie in bijlage 14 bij deze verordening wordt als een van beide aangeduid:

a)

wholesale-specifiek, wanneer die informatie specifiek betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter die voldoen aan een van de voorwaarden uit artikel 7, lid 1, tweede alinea, punt a) of b), van Verordening (EU) 2017/1129, of

b)

retail-specifiek, wanneer die informatie specifiek betrekking heeft op effecten zonder aandelenkarakter andere dan die bedoeld in punt a) van dit lid.

2.   Lid 1 is niet van toepassing op een prospectus dat is opgesteld overeenkomstig in artikel 14 bis of artikel 15 bis van Verordening (EU) 2017/1129.”

;

10)

in artikel 19, lid 2, wordt punt a) vervangen door:

“a)

de in rubriek 3.1 van bijlage 11 bedoelde informatie met betrekking tot die uitgevende instelling of die tot de groep van de uitgevende instelling behorende entiteit;”;

11)

in artikel 23 worden de punten a) en b) vervangen door:

“a)

de in de afdelingen 1 en 2 A van bijlage 22 bedoelde informatie indien de toestemming aan een of meer gespecificeerde financiële intermediairs is verleend;

b)

de in de afdelingen 1 en 2 B van bijlage 22 bedoelde informatie indien de toestemming aan alle financiële intermediairs is verleend.”;

12)

de volgende artikelen 23 bis en 23 ter worden ingevoegd:

“Artikel 23 bis

Effecten zonder aandelenkarakter aangeprezen als effecten die rekening houden met ESG-factoren of ESG-doelstellingen nastreven

Voor aan het publiek aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten effecten zonder aandelenkarakter die worden aangeprezen als effecten die rekening houden met ESG-factoren of die ESG-doelstellingen nastreven, bevat het prospectus ook de aanvullende informatie als bedoeld in bijlage 23 bij deze verordening, met uitzondering van:

a)

Europese groene obligaties als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad (*1), mits de voorwaarden als bedoeld in artikel 13, lid 1 bis, punt a), van Verordening (EU) 2017/1129 zijn vervuld;

b)

als ecologisch duurzaam op de markt gebrachte obligaties, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 5), van Verordening (EU) 2023/2631, op voorwaarde dat:

i)

de uitgevende instelling ervoor gekozen heeft de in artikel 20 van die verordening bedoelde vrijwillige templates te gebruiken, en

ii)

de in artikel 13, lid 1 bis, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1129 bedoelde voorwaarden vervuld zijn;

c)

aan duurzaamheid gekoppelde obligaties, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 6), van Verordening (EU) 2023/2631, op voorwaarde dat:

i)

de uitgevende instelling ervoor gekozen heeft de in artikel 20 van die verordening bedoelde vrijwillige templates te gebruiken, en

ii)

de in artikel 13, lid 1 bis, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1129 bedoelde voorwaarden vervuld zijn.

Artikel 23 ter

Omstandigheden leidend tot de openbaarmaking van aanvullende informatie

In afwijking van de artikelen 2 tot en met 23 bis en de artikelen 28 bis tot en met 28 quinquies van deze verordening, beslist de bevoegde autoriteit, wanneer een prospectus, registratiedocument, met inbegrip van een universeel registratiedocument, of verrichtingsnota effecten betreft die kenmerken delen met effecten die vergelijkbaar zijn met, maar niet identiek aan, effecten waarop de bijlagen bij deze verordening zien, of wanneer een prospectus een soort effecten, transactie of uitgevende instelling betreft waarop die bijlagen niet zien, in overleg met de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt hoe informatie-elementen uit een ander registratiedocument of een verrichtingsnota, of in afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening bedoelde aanvullende informatie in het prospectus moet worden opgenomen, om aan artikel 6, lid 1, artikel 14 bis, lid 2, of artikel 15 bis, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1129 te voldoen.

(*1)  Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties (PB L, 2023/2631, 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2631/oj).”;"

()  Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties (PB L, 2023/2631, 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2631/oj).”;

13)

artikel 24 wordt vervangen door:

“Artikel 24

Vorm van een prospectus voor effecten met aandelenkarakter

1.   Een prospectus voor effecten met aandelenkarakter dat in de vorm van één enkel document wordt opgesteld, bestaat uit de volgende onderdelen, gepresenteerd in de hierna aangegeven volgorde:

a)

een inhoudsopgave;

b)

een samenvatting, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2017/1129;

c)

de risicofactoren bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2017/1129;

d)

alle overige informatie als bedoeld in de bijlagen bij deze verordening die in dat prospectus moet worden opgenomen.

2.   In afwijking van lid 1 bestaat, wanneer een als één enkel document opgesteld prospectus voor effecten met aandelenkarakter uitsluitend is gebaseerd op de bijlagen 1 en 11 bij deze verordening, dat prospectus uit de volgende elementen, gepresenteerd in de hierna aangegeven volgorde:

a)

een inhoudsopgave;

b)

een samenvatting, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2017/1129;

c)

de risicofactoren bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2017/1129;

d)

de overige informatie bedoeld in bijlage 15 bij deze verordening, op basis van de volgorde van de afdelingen uit die bijlage;

e)

(in voorkomend geval) aanvullende informatie bedoeld in afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening die in dat prospectus moet worden opgenomen.

3.   Wanneer een prospectus wordt opgesteld in de vorm van afzonderlijke documenten, bestaan het registratiedocument en de verrichtingsnota uit de volgende onderdelen, gepresenteerd in de hierna aangegeven volgorde:

a)

een inhoudsopgave;

b)

de risicofactoren bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2017/1129;

c)

alle overige informatie als bedoeld in de bijlagen bij deze verordening die in dat registratiedocument of die verrichtingsnota moet worden opgenomen.

Wanneer een registratiedocument en een verrichtingsnota uitsluitend op de bijlagen 1 en 11 bij deze verordening zijn gebaseerd, is de volgorde van de afdelingen daarvan die zoals aangegeven in die bijlagen, behalve bij een registratiedocument dat wordt opgesteld in de vorm van een universeel registratiedocument.

4.   Wanneer een prospectus voor effecten met aandelenkarakter voldoet aan de voorwaarden van artikel 1, punt f), van deze verordening, wordt dat prospectus aangeduid als een “EU IPO-prospectus”.

Een EU IPO-prospectus wordt opgesteld op basis van een van deze beide:

a)

als één enkel document, overeenkomstig lid 2 van dit artikel, of

b)

als afzonderlijke documenten, overeenkomstig lid 3, tweede alinea, van dit artikel;

5.   Wanneer het registratiedocument wordt opgesteld in de vorm van een universeel registratiedocument, kan de uitgevende instelling de in lid 3, punt b), bedoelde risicofactoren opnemen bij de in punt c) van dat lid bedoelde informatie, op voorwaarde dat die risicofactoren herkenbaar blijven als één afzonderlijk onderdeel.

6.   Wanneer voor de toepassing van artikel 9, lid 12, van Verordening (EU) 2017/1129 een universeel registratiedocument wordt gebruikt, wordt de in dat artikel bedoelde informatie gepresenteerd in overeenstemming met Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie (*2).

(*2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie van 17 december 2018 tot aanvulling van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat (PB L 143 van 29.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/815/oj).”;"

()  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie van 17 december 2018 tot aanvulling van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat (PB L 143 van 29.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/815/oj).”;

14)

het volgende artikel 24 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 24 bis

Vorm van een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter

1.   Een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter dat als één enkel document wordt opgesteld, bestaat uit de volgende onderdelen, gepresenteerd in de hierna aangegeven volgorde:

a)

een inhoudsopgave;

b)

een samenvatting, indien voorgeschreven door artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1129;

c)

de risicofactoren bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2017/1129;

d)

alle overige informatie als bedoeld in de bijlagen bij deze verordening die in dat prospectus moet worden opgenomen.

2.   In afwijking van lid 1 bestaat, wanneer een als één enkel document opgesteld prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter uitsluitend is gebaseerd op de bijlagen 7 en 14 bij deze verordening, dat prospectus uit de volgende elementen, gepresenteerd in de hierna aangegeven volgorde:

a)

een inhoudsopgave;

b)

een samenvatting, indien voorgeschreven door artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1129;

c)

de risicofactoren bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2017/1129;

d)

de overige informatie bedoeld in bijlage 16 bij deze verordening, op basis van de volgorde van de afdelingen uit die bijlage.

3.   Wanneer een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter wordt opgesteld in de vorm van afzonderlijke documenten, bestaan het registratiedocument en de verrichtingsnota uit de volgende elementen, gepresenteerd in de hierna aangegeven volgorde:

a)

een inhoudsopgave;

b)

de risicofactoren bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2017/1129;

c)

alle overige informatie als bedoeld in de bijlagen bij deze verordening die in dat registratiedocument of die verrichtingsnota moet worden opgenomen.

Wanneer een registratiedocument en een verrichtingsnota uitsluitend op de bijlagen 7 en 14 bij deze verordening zijn gebaseerd, is de volgorde van de afdelingen daarvan die zoals aangegeven in die bijlagen, behalve bij een registratiedocument dat wordt opgesteld in de vorm van een universeel registratiedocument.

4.   Wanneer het registratiedocument wordt opgesteld in de vorm van een universeel registratiedocument, kan de uitgevende instelling de in lid 3, punt b), bedoelde risicofactoren opnemen bij de in punt c) van dat lid bedoelde informatie, op voorwaarde dat die risicofactoren herkenbaar blijven als één afzonderlijk onderdeel.

5.   Wanneer voor de toepassing van artikel 9, lid 12, van Verordening (EU) 2017/1129 een universeel registratiedocument wordt gebruikt, wordt de in dat artikel bedoelde informatie gepresenteerd in overeenstemming met Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815.

6.   Wanneer informatie in een basisprospectus dat door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd, wordt gebruikt voor het opstellen van een prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter dat geen basisprospectus is, is de verplichting om de volgorde van de onderdelen als bedoeld in lid 2, punt d), en lid 3, tweede alinea, aan te houden, niet op die informatie van toepassing.”

;

15)

artikel 25 wordt vervangen door:

“Artikel 25

Vorm van een basisprospectus

1.   Een basisprospectus dat in de vorm van één enkel document wordt opgesteld, bestaat uit de volgende elementen, gepresenteerd in de hierna aangegeven volgorde:

a)

een inhoudsopgave;

b)

een algemene beschrijving van het aanbiedingsprogramma;

c)

de risicofactoren bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2017/1129;

d)

alle overige informatie als bedoeld in de bijlagen bij deze verordening die in het basisprospectus moet worden opgenomen.

2.   Wanneer een basisprospectus wordt opgesteld in de vorm van afzonderlijke documenten, bestaan het registratiedocument en de verrichtingsnota uit de volgende elementen, gepresenteerd in de hierna aangegeven volgorde:

a)

een inhoudsopgave;

b)

in de verrichtingsnota: een algemene beschrijving van het aanbiedingsprogramma;

c)

de risicofactoren bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2017/1129;

d)

alle overige informatie als bedoeld in de bijlagen bij deze verordening die in het registratiedocument en de verrichtingsnota moet worden opgenomen.

Wanneer een registratiedocument is gebaseerd op bijlage 7 bij deze verordening en slechts één uitgevende instelling betreft, wordt de volgorde van de afdelingen daarvan bepaald door die bijlage, behalve bij een registratiedocument dat wordt opgesteld in de vorm van een universeel registratiedocument.

3.   Een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt kan twee of meer basisprospectussen samenvoegen tot één enkel document.

4.   Wanneer het registratiedocument wordt opgesteld in de vorm van een universeel registratiedocument, kan de uitgevende instelling de in lid 2, punt c), bedoelde risicofactoren opnemen bij de in punt d) van dat lid bedoelde informatie, op voorwaarde dat die risicofactoren herkenbaar blijven als één afzonderlijk onderdeel.

5.   Wanneer voor de toepassing van artikel 9, lid 12, van Verordening (EU) 2017/1129 een universeel registratiedocument wordt gebruikt, wordt de in dat artikel bedoelde informatie gepresenteerd in overeenstemming met Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815.”

;

16)

het volgende artikel 25 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 25 bis

Lijst met verwijzingen

1.   In een prospectus voor effecten met of zonder aandelenkarakter, als bedoeld in de artikelen 24, 24 bis en 25, verschaft de uitgevende instelling, aanbieder of persoon die om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt verzoekt, wanneer het vereiste van een gestandaardiseerde vorm en volgorde niet van toepassing is en de uitgevende instelling, de aanbieder of de persoon die om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt verzoekt, de volgorde van de informatie uit de betrokken bijlagen niet heeft aangehouden, op verzoek van hun bevoegde autoriteit, aan die autoriteit een lijst met verwijzingen die aangeven met welke rubrieken in de betrokken bijlagen die informatie overeenstemt.

2.   De in lid 1 bedoelde lijst van verwijzingen vermeldt welke rubrieken uit de betrokken bijlagen niet in het ontwerpprospectus zijn opgenomen wegens de aard of het soort van uitgevende instelling, effecten, aanbieding of toelating tot de handel.

3.   Wanneer een lijst met verwijzingen niet wordt gevraagd door de bevoegde autoriteit, noch wordt ingediend door de uitgevende instelling, door de aanbieder of door de persoon die om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt verzoekt, geeft de uitgevende instelling, aanbieder of persoon die om toelating tot de handel op een gereglementeerde markt verzoekt, in de marge van het ontwerpprospectus of -basisprospectus aan met welke informatie in het ontwerpprospectus of -basisprospectus de desbetreffende informatierubrieken in de bijlagen bij deze verordening overeenstemmen.”

;

17)

in artikel 26 worden de leden 1 tot en met 3 vervangen door:

“1.   De informatie die in de bijlagen 14, 16 tot en met 19, 22, 23, 31, 33 en 35 bij deze verordening als “categorie A” is aangeduid, wordt in het basisprospectus opgenomen.

2.   De informatie die in de bijlagen 14, 16 tot en met 19, 22, 23, 31, 33 en 35 bij deze verordening als “categorie B” is aangeduid, wordt in het basisprospectus opgenomen, met uitzondering van de informatie die op het tijdstip van goedkeuring van dat basisprospectus niet bekend is. Die gegevens worden in de definitieve voorwaarden opgenomen.

3.   De informatie die in de bijlagen 14, 16 tot en met 19, 22, 23, 31, 33 en 35 bij deze verordening als “categorie C” is aangeduid, wordt in de definitieve voorwaarden ingevoegd, tenzij deze bekend is op het tijdstip van goedkeuring van het basisprospectus, in welk geval de informatie dan in dat basisprospectus kan worden opgenomen.”

;

18)

in artikel 37 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   Voor de toepassing van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten, op individuele basis en naast de in artikel 7 van Verordening (EU) 2017/1129 bedoelde informatie, verlangen dat bepaalde in het ontwerpprospectus gegeven informatie in de samenvatting wordt opgenomen.”

;

19)

artikel 40 wordt geschrapt;

20)

artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 2 wordt punt a) vervangen door:

“a)

de lijst met verwijzingen, indien gevraagd door de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 25 bis en artikel 28 duodecies van deze verordening, of indien op eigen initiatief ingediend;”;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Indien een zonder voorafgaande goedkeuring ingediend universeel registratiedocument in de marge wordt geannoteerd overeenkomstig artikel 25 bis, lid 3, gaat het vergezeld van een identieke versie zonder annotaties in de marge.”

;

21)

het volgende artikel 45 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 45 bis

Tijdlijn voor de goedkeuring van een prospectus

1.   Een bevoegde autoriteit die een uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt informeert dat een ontwerpprospectus niet voldoet aan de normen van volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie die noodzakelijk zijn voor de goedkeuring ervan, of die vraagt om wijzigingen of aanvullende informatie, kan beslissen om die uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt al dan niet een termijn op te leggen voor het indienen van een bijgewerkt ontwerpprospectus.

Wanneer de bevoegde autoriteit beslist een termijn op te leggen, als bedoeld in de eerste alinea, geeft die bevoegde autoriteit die uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt ten minste tien werkdagen de tijd om een bijgewerkt ontwerpprospectus in te dienen. Wanneer de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt binnen die termijn geen bijgewerkt ontwerpprospectus heeft ingediend, mag de bevoegde autoriteit weigeren het prospectus goed te keuren.

De in de tweede alinea bepaalde termijn kan met een periode van tot tien werkdagen worden verlengd, op voorwaarde dat de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt de bevoegde autoriteit schriftelijk om die verlenging verzoekt.

2.   Krachtens artikel 20, lid 11, punt c), van Verordening (EU) 2017/1129 en onverminderd artikel 20, leden 2, 3, 4, 6 en 6 bis, van die verordening, en krachtens lid 1 van dit artikel beslist een bevoegde autoriteit binnen 90 werkdagen na ontvangst van de oorspronkelijke aanvraag tot goedkeuring van een ontwerpprospectus of zij dat prospectus goedkeurt. Wanneer de controle van een prospectus die termijn overschrijdt, zet de bevoegde autoriteit de toetsing van het prospectus stop zonder dit goed te keuren, en stelt zij de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt daarvan in kennis.

3.   In afwijking van lid 2 bedraagt de in dat lid bedoelde termijn 100 werkdagen wanneer het ontwerpprospectus voor goedkeuring wordt ingediend door een mkb-bedrijf.

4.   De in de leden 2 en 3 bepaalde termijnen worden met een periode van tot 30 werkdagen verlengd, op voorwaarde dat de uitgevende instelling, aanbieder of aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt de bevoegde autoriteit schriftelijk om die verlenging verzoekt.

5.   Wanneer een prospectus uit afzonderlijke documenten bestaat, beginnen de in de leden 2 en 3 bedoelde termijnen te lopen vanaf de ontvangst van het oorspronkelijke verzoek tot goedkeuring van de ontwerpverrichtingsnota.

6.   De leden 1 tot en met 5 zijn niet van toepassing op een universeel registratiedocument dat overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2017/1129 wordt opgesteld.”

;

22)

de “Lijst van bijlagen” wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening;

23)

bijlage 1 wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage II bij deze verordening;

24)

bijlage 2 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage III bij deze verordening;

25)

bijlage 4 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage IV bij deze verordening;

26)

bijlage 5 wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage V bij deze verordening;

27)

bijlage 6 wordt geschrapt;

28)

bijlage 7 wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage VI bij deze verordening;

29)

bijlage 9 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VII bij deze verordening;

30)

bijlage 10 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage VIII bij deze verordening;

31)

bijlage 11 wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage IX bij deze verordening;

32)

bijlage 13 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage X bij deze verordening;

33)

bijlage 14 wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage XI bij deze verordening;

34)

bijlage 15 wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in bijlage XII bij deze verordening;

35)

de tekst die is opgenomen in bijlage XIII bij deze verordening wordt toegevoegd als bijlage 16;

36)

bijlage 17 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XIV bij deze verordening;

37)

bijlage 18 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XV bij deze verordening;

38)

bijlage 19 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVI bij deze verordening;

39)

bijlage 28 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage XVII bij deze verordening;

40)

de tekst die is opgenomen in bijlage XVIII bij deze verordening wordt toegevoegd als bijlage 23.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 7 mei 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 168 van 30.6.2017, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1129/oj.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 van de Commissie van 14 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vorm, de inhoud, de controle en de goedkeuring van het prospectus dat moet worden gepubliceerd wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie (PB L 166 van 21.6.2019, blz. 26, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/980/oj).

(3)  Verordening (EU) 2024/2809 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/1129, (EU) nr. 596/2014 en (EU) nr. 600/2014 om publieke kapitaalmarkten in de Unie aantrekkelijker te maken voor ondernemingen en de toegang tot kapitaal voor kleine en middelgrote ondernemingen (mkb-ondernemingen) te vergemakkelijken (PB L, 2024/2809, 14.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2809/oj).

(4)  Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties (PB L, 2023/2631, 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2631/oj).


BIJLAGE I

In Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt de Lijst van bijlagen als volgt gewijzigd:

“LIJST MET BIJLAGEN

DEEL A

REGISTRATIEDOCUMENTEN

Bijlage 1:

Registratiedocument voor effecten met aandelenkarakter

Bijlage 2:

Universeel registratiedocument

Bijlage 4:

Registratiedocument voor rechten van deelneming van instellingen voor collectieve belegging van het closed-endtype

Bijlage 5:

Registratiedocument voor certificaten van aandelen

Bijlage 7:

Registratiedocument voor effecten zonder aandelenkarakter

Bijlage 9:

Registratiedocument voor door activa gedekte effecten

Bijlage 10:

Registratiedocumenten voor effecten zonder aandelenkarakter uitgegeven door derde landen of de regionale en lokale overheden daarvan

DEEL B

VERRICHTINGSNOTA’S

Bijlage 11:

Verrichtingsnota voor door instellingen voor collectieve belegging van het closed-endtype uitgegeven effecten met aandelenkarakter of rechten van deelneming

Bijlage 13:

Verrichtingsnota voor certificaten van aandelen

Bijlage 14:

Verrichtingsnota voor effecten zonder aandelenkarakter

DEEL B bis

PROSPECTUSSEN VOOR EFFECTEN MET AANDELENKARAKTER (OP BASIS VAN DE BIJLAGEN 1 EN 11) EN VOOR EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER (OP BASIS VAN DE BIJLAGEN 7 EN 14)

Bijlage 15:

Prospectus voor effecten met aandelenkarakter/EU IPO-prospectus(Op basis van de bijlagen 1 en 11)

Bijlage 16:

Prospectus voor effecten zonder aandelenkarakter (Op basis van de bijlagen 7 en 14)

DEEL C

AANVULLENDE IN HET PROSPECTUS OP TE NEMEN INFORMATIE

Bijlage 17:

Effecten die aanleiding geven tot verplichtingen tot betaling of levering met betrekking tot een onderliggend activum

Bijlage 18:

Onderliggend aandeel

Bijlage 19:

Door activa gedekte effecten

Bijlage 20:

Pro-forma-informatie

Bijlage 21:

Garanties

Bijlage 22:

Toestemming

Bijlage 23:

Effecten zonder aandelenkarakter aangeprezen als effecten die rekening houden met ESG-factoren of die ESG-doelstellingen nastreven

DEEL E

OVERIGE CATEGORIEËN INFORMATIE

Bijlage 28:

Lijst van aanvullende informatie in definitieve voorwaarden

Bijlage 29:

Lijst van gespecialiseerde uitgevende instellingen

DEEL F

EU-VERVOLGPROSPECTUS

Bijlage 30:

EU-vervolgprospectus voor effecten met aandelenkarakter

Bijlage 31:

EU-vervolgprospectus voor effecten zonder aandelenkarakter

Bijlage 32:

EU-vervolgregistratiedocument voor effecten zonder aandelenkarakter

Bijlage 33:

EU-vervolgverrichtingsnota voor effecten zonder aandelenkarakter

DEEL G

EU-GROEI-UITGIFTEPROSPECTUS

Bijlage 34:

EU-groei-uitgifteprospectus voor effecten met aandelenkarakter

Bijlage 35:

EU-groei-uitgifteprospectus voor effecten zonder aandelenkarakter”.

BIJLAGE II

BIJLAGE 1

REGISTRATIEDOCUMENT VOOR EFFECTEN MET AANDELENKARAKTER

AFDELING 1

RISICOFACTOREN

Rubriek 1.1

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de uitgevende instelling, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijke rubriek met als titel “Risicofactoren”.

In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van het registratiedocument.

AFDELING 2

VERANTWOORDELIJKE PERSONEN, INFORMATIE VAN DERDEN, DESKUNDIGENVERSLAGEN EN GOEDKEURING DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEIT

Rubriek 2.1

Identificeer alle personen die verantwoordelijk zijn voor de in het registratiedocument verstrekte informatie of bepaalde gedeelten daarvan. Vermeld in dat laatste geval voor welke gedeelten daarvan zij verantwoordelijk zijn. Ingeval het natuurlijke personen betreft, met inbegrip van leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling, worden naam en functie van deze personen vermeld. Ingeval het rechtspersonen betreft, worden naam en statutaire zetel vermeld.

Rubriek 2.2

Een verklaring van de voor het registratiedocument verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in het registratiedocument in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in het registratiedocument geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van dat document zou wijzigen.

In voorkomend geval, een verklaring van de voor bepaalde delen van het registratiedocument verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in de delen van het registratiedocument waarvoor die personen verantwoordelijk zijn, in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in die delen van het registratiedocument geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van die delen zou wijzigen.

Rubriek 2.3

Wanneer in het registratiedocument een verklaring of verslag is opgenomen afkomstig van een persoon handelend in de hoedanigheid van deskundige, worden voor die persoon de volgende gegevens verstrekt:

a)

naam;

b)

kantooradres;

c)

kwalificaties;

d)

zijn/haar (eventuele) materiële belang in de uitgevende instelling.

Wanneer de verklaring of het verslag op verzoek van de uitgevende instelling is opgesteld, wordt vermeld dat die verklaring of dat verslag in het registratiedocument is opgenomen met de toestemming van de persoon die de inhoud van dat gedeelte van het registratiedocument voor de opneming in het prospectus/EU IPO-prospectus heeft goedgekeurd.

Rubriek 2.4

Wanneer van een derde afkomstige informatie is opgenomen, bevestig dan dat die informatie correct is weergegeven en dat, voor zover de uitgevende instelling weet en heeft kunnen opmaken uit door de betrokken derde gepubliceerde informatie, geen feiten zijn weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of misleidend zou worden. Vermeld ook de informatiebron(nen).

Rubriek 2.5

Een verklaring dat:

a)

[naam bevoegde autoriteit], als bevoegde autoriteit op grond van Verordening (EU) 2017/1129, het [registratiedocument/prospectus/EU IPO-prospectus] heeft goedgekeurd;

b)

[naam bevoegde autoriteit] dit [registratiedocument/prospectus/EU IPO-prospectus] alleen heeft goedgekeurd omdat het voldoet aan de door Verordening (EU) 2017/1129 opgelegde normen inzake volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie;

c)

deze goedkeuring niet mag worden beschouwd als een goedkeuring van de uitgevende instelling waarop dit [registratiedocument/prospectus/EU IPO-prospectus] betrekking heeft;

d)

in voorkomend geval, preciseren dat dit registratiedocument onderdeel van een EU IPO-prospectus is, als bedoeld in artikel 1, punt f), van deze verordening, opgesteld overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1129.

AFDELING 3

STRATEGIE, PRESTATIES EN ONDERNEMINGSKLIMAAT

Rubriek 3.1

Informatie over de uitgevende instelling:

a)

officiële naam en handelsnaam van de uitgevende instelling;

b)

de plaats van registratie van de uitgevende instelling, haar registratienummer en identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI);

c)

de datum van oprichting en de duur van de uitgevende instelling indien deze niet voor onbepaalde tijd is opgericht;

d)

de vestigingsplaats en rechtsvorm van de uitgevende instelling, de wetgeving waaronder de uitgevende instelling werkt, het land van oprichting van de uitgevende instelling, haar adres, het telefoonnummer van haar statutaire zetel (of hoofdvestiging indien deze afwijkt van die van de statutaire zetel) en (in voorkomend geval) de website van de uitgevende instelling, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus/EU IPO-prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus/EU IPO-prospectus is opgenomen.

Rubriek 3.1.1

Informatie over de materiële wijzigingen in de financieringsbehoefte en -structuur van de uitgevende instelling sinds het eind van de laatste verslagperiode waarvoor in het registratiedocument informatie is verstrekt. Wanneer het registratiedocument tussentijdse financiële informatie bevat, mag deze informatie worden verstrekt sinds het eind van de laatste tussentijdse verslagperiode waarvoor in het registratiedocument informatie is opgenomen.

Rubriek 3.1.2

Gegevens over de financieringsmiddelen die naar verwachting nodig zullen zijn om aan de in rubriek 3.4.2 bedoelde verplichtingen te voldoen.

Rubriek 3.2

Overzicht van de bedrijfsactiviteiten

Rubriek 3.2.1

Strategie en doelstellingen

Een beschrijving van de bedrijfsstrategie en de strategische doelstellingen van de uitgevende instelling (in voorkomend geval, zowel financieel als niet-financieel). Deze beschrijving houdt rekening met toekomstige uitdagingen en vooruitzichten van de uitgevende instelling.

Indien nodig wordt in de beschrijving rekening gehouden met het regelgevingsklimaat waarin de uitgevende instelling werkt.

Rubriek 3.2.2

Belangrijkste activiteiten

Een beschrijving van de belangrijkste activiteiten van de uitgevende instelling, met inbegrip van:

a)

de belangrijkste categorieën verkochte producten en/of verrichte diensten;

b)

een vermelding van belangrijke nieuwe producten, diensten of activiteiten die sinds de publicatie van de meest recente gecontroleerde jaarrekeningen op de markt zijn gebracht.

Rubriek 3.2.3

Belangrijkste markten

Een beschrijving van de belangrijkste markten waarop de uitgevende instelling concurreert.

Rubriek 3.3

Organisatiestructuur

Rubriek 3.3.1

Wanneer de uitgevende instelling deel uitmaakt van een groep, en voor zover dit niet elders in het registratiedocument aan de orde komt en voor zover zulks noodzakelijk is voor een goed begrip van de bedrijfsactiviteiten van de uitgevende instelling als geheel, een organigram.

Indien de uitgevende instelling dat wil, kan dit organigram worden vervangen door, of vergezeld gaan van, een beknopte beschrijving van de groep en de positie van de uitgevende instelling binnen de groep, wanneer dat helpt om de organisatiestructuur te verduidelijken.

Rubriek 3.3.2

Een duidelijke verklaring dat de uitgevende instelling afhankelijk is van andere entiteiten binnen de groep (in voorkomend geval), samen met een toelichting bij die afhankelijkheid.

Rubriek 3.4

Investeringen

Rubriek 3.4.1

Een beschrijving (met vermelding van het bedrag) van de in het prospectus/EU IPO-prospectus opgenomen investeringen van materieel belang door de uitgevende instelling sinds het einde van de door de historische financiële informatie bestreken periode tot aan de datum van het registratiedocument, voor zover dit niet elders in het registratiedocument aan bod komt.

Rubriek 3.4.2

Een beschrijving van alle investeringen van materieel belang door de uitgevende instelling die in uitvoering zijn of waarvoor reeds vaste verbintenissen zijn aangegaan, met inbegrip van de wijze van (interne of externe) financiering wanneer dit voor de activiteiten van de uitgevende instelling van materieel belang is.

Rubriek 3.5

Tendensen

Rubriek 3.5.1

Een beschrijving van de belangrijkste recente tendensen in de ontwikkeling van productie, verkoop, voorraden, kosten en verkoopprijzen tussen het einde van het laatste boekjaar en de datum van het registratiedocument. De informatie mag op uitsluitend kwalitatieve basis worden gegeven. Kwantitatieve prognoses zijn niet vereist.

Rubriek 3.6

Winstprognoses of -ramingen

Rubriek 3.6.1

Wanneer een uitgevende instelling een winstprognose of een winstraming heeft bekendgemaakt (die nog steeds uitstaande en geldig is), wordt die prognose of raming in het registratiedocument opgenomen. Wanneer een winstprognose of een winstraming is bekendgemaakt en nog steeds uitstaande is, maar niet langer geldig, neem dan een verklaring in die zin op en licht toe waarom deze prognose of raming niet meer geldig is. Voor dergelijke niet langer geldige prognoses of ramingen gelden de voorschriften van de rubrieken 3.6.2 en 3.6.3 niet.

Rubriek 3.6.2

Wanneer een uitgevende instelling een nieuwe winstprognose of een nieuwe winstraming wil opnemen, of een eerder gepubliceerde winstprognose of een eerder gepubliceerde winstraming krachtens rubriek 3.6.1, is deze winstprognose of winstraming duidelijk en ondubbelzinnig en bevat zij een verklaring met de voornaamste aannames waarop de uitgevende instelling haar prognose of raming heeft gebaseerd.

Bij de prognose of raming worden de volgende principes in acht genomen:

a)

er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen, enerzijds, aannames betreffende factoren waarop de leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen invloed kunnen uitoefenen en, anderzijds, aannames betreffende factoren waarop de leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen geen invloed kunnen uitoefenen;

b)

de aannames zijn redelijk, door beleggers gemakkelijk te begrijpen, specifiek en precies en hebben geen invloed op de algemene nauwkeurigheid van de ramingen die aan de prognose ten grondslag liggen;

c)

bij een prognose wijzen de aannames de belegger op de onzekere factoren die de resultaten van de prognoses materieel kunnen veranderen.

Rubriek 3.6.3

Het prospectus/EU IPO-prospectus omvat een verklaring dat de winstprognose of de winstraming is opgesteld en voorbereid op een basis die:

a)

zowel vergelijkbaar is met de historische financiële informatie,

b)

als in overeenstemming is met de grondslagen voor financiële verslaglegging van de uitgevende instelling.

AFDELING 4

BESTUURSVERSLAG, MET INBEGRIP VAN DUURZAAMHEIDSRAPPORTAGE

Rubriek 4.1

Deze afdeling heeft tot doel om ofwel door opname via verwijzing ofwel door opname informatie op te nemen in de in artikel 4 van Richtlijn 2004/109/EG, indien van toepassing, en de hoofdstukken 5 en 6 van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) bedoelde bestuursverslagen en geconsolideerde bestuursverslagen, voor de perioden waarop de historische financiële informatie betrekking heeft, met inbegrip van, indien van toepassing, de duurzaamheidsrapportage en daarmee samenhangende assuranceverklaring overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU.

AFDELING 5

CORPORATE GOVERNANCE

Rubriek 5.1

Bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en bedrijfsleiding

Rubriek 5.1.1

Naam, kantooradres en functie binnen de uitgevende instelling van de volgende personen, met vermelding van de belangrijkste door hen buiten de uitgevende instelling uitgeoefende activiteiten wanneer die activiteiten van betekenis zijn voor die uitgevende instelling:

a)

leden van de bestuurs-, leidinggevende en/of toezichthoudende organen;

b)

beherende vennoten als het een commanditaire vennootschap op aandelen betreft;

c)

elk lid van de bedrijfsleiding dat relevant is om aan te tonen dat de uitgevende instelling beschikt over de nodige deskundigheid en ervaring voor het beheer van de bedrijfsactiviteit van de uitgevende instelling.

Nadere bijzonderheden over de aard van eventuele familiebanden tussen de in de punten a) tot en met c) bedoelde personen.

Rubriek 5.1.2

Voor elk lid van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling en voor elke in rubriek 5.1.1, punten b) en c), bedoelde persoon wordt, naast nadere bijzonderheden over de relevante managementexpertise en -ervaring van deze personen, ook de volgende informatie verstrekt:

a)

nadere bijzonderheden over alle veroordelingen in verband met fraudemisdrijven in ten minste de voorgaande vijf jaar;

b)

nadere bijzonderheden over door wettelijke of toezichthoudende autoriteiten (met inbegrip van erkende beroepsorganisaties) officieel en openbaar geuite beschuldigingen en/of opgelegde sancties waarbij dergelijke personen betrokken zijn geweest, en vermelding van het feit of die personen in ten minste de voorgaande vijf jaar ooit door een rechter onbekwaam zijn verklaard om te handelen als lid van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van een uitgevende instelling of in het kader van het beheer of de uitoefening van de activiteiten van een uitgevende instelling.

Wanneer geen informatie in die zin hoeft te worden bekendgemaakt, wordt daarvan melding gemaakt.

Rubriek 5.2

Bezoldigingen en voordelen

Voor zover dit niet elders in het registratiedocument aan de orde komt, voor de in rubriek 5.1.1, punt a), bedoelde personen met betrekking tot het laatste volledige boekjaar.

Rubriek 5.2.1

Het bedrag van bezoldigingen (met inbegrip van voorwaardelijke of uitgestelde betalingen) en voordelen in natura die door de uitgevende instelling en haar dochterondernemingen aan deze personen zijn toegekend voor de diensten die iemand in al zijn/haar hoedanigheden ten behoeve van de uitgevende instelling en haar dochterondernemingen heeft verricht. Die informatie wordt op individuele basis verstrekt, tenzij individuele bekendmaking niet verplicht is in het land van herkomst van de uitgevende instelling of de informatie niet anderszins door haar wordt openbaargemaakt.

Rubriek 5.2.2

De totale door de uitgevende instelling of haar dochterondernemingen gereserveerde of toegerekende bedragen voor de betaling van pensioenen of soortgelijke uitkeringen.

Rubriek 5.3

Aandelenbezit en aandelenopties

Voor elke in rubriek 5.1.1, punten a) en c), bedoelde persoon worden zo recent mogelijke gegevens verstrekt over hun aandelenbezit en opties op aandelen van de uitgevende instelling.

Rubriek 5.4

Een verklaring of de uitgevende instelling zich houdt aan de corporate-governanceregeling(en) die van toepassing zijn op de uitgevende instelling, samen met een vermelding van die corporate-governanceregeling(en).

AFDELING 6

FINANCIËLE INFORMATIE

Rubriek 6.1

Historische financiële informatie

Rubriek 6.1.1

Gecontroleerde historische financiële informatie over de laatste twee boekjaren (of de periode waarin de uitgevende instelling activiteiten ontplooit indien zij minder lang actief is) en het accountantsverslag voor elk jaar.

Rubriek 6.1.2

Wijziging van boekhoudkundige referentiedatum

Wanneer de uitgevende instelling de referentiedatum voor de verslaglegging heeft gewijzigd in de periode waarvoor historische financiële informatie vereist is, omvat de gecontroleerde historische informatie ten minste 24 maanden dan wel de volledige periode waarin de uitgevende instelling actief is geweest, naargelang welke periode korter is.

Rubriek 6.1.3

Standaarden voor jaarrekeningen

De financiële informatie wordt opgesteld conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) zoals die in de Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (2) zijn bekrachtigd.

Wanneer Verordening (EG) nr. 1606/2002 niet van toepassing is, wordt de financiële informatie opgesteld conform:

a)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een lidstaat voor uitgevende instellingen uit de EER, zoals door Richtlijn 2013/34/EU vereist;

b)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land die gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, voor uitgevende instellingen uit derde landen. Wanneer die nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land niet gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, wordt de jaarrekening overeenkomstig die verordening aangepast.

Rubriek 6.1.4

Wijziging van het raamwerk voor financiële verslaggeving

De meest recente gecontroleerde historische financiële informatie, met inbegrip van vergelijkende informatie voor het voorgaande jaar, wordt opgesteld en gepresenteerd in een vorm die aansluit bij het raamwerk met standaarden voor jaarrekeningen dat voor de volgende gepubliceerde jaarrekening van de uitgevende instelling zal worden gebruikt, met inachtneming van de standaarden voor jaarrekeningen, de grondslagen voor financiële verslaggeving en de op jaarrekeningen toepasselijke wetgeving.

Bij wijzigingen in het raamwerk voor financiële verslaggeving dat op een uitgevende instelling van toepassing is, hoeven de gecontroleerde jaarrekeningen niet te worden aangepast. Wanneer de uitgevende instelling echter voornemens is voor de volgende gepubliceerde jaarrekening een nieuw raamwerk voor financiële verslaggeving te hanteren, wordt ten minste een volledige jaarrekening (volgens de definitie van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening/IFRS 18 Presentatie en informatieverschaffing in financiële overzichten), met inbegrip van vergelijkende financiële overzichten, opgesteld in een vorm die aansluit bij die welke voor de volgende gepubliceerde jaarrekening van de uitgevende instelling zal worden gebruikt, met inachtneming van de standaarden voor jaarrekeningen, de grondslagen voor financiële verslaggeving en de op jaarrekeningen toepasselijke wetgeving.

Rubriek 6.1.5

Gecontroleerde financiële informatie die wordt opgesteld overeenkomstig nationale standaarden voor jaarrekeningen bevat het volgende:

a)

de balans;

b)

de winst- en verliesrekening;

c)

het kasstroomoverzicht;

d)

de grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.

Rubriek 6.1.6

Geconsolideerde jaarrekening

Wanneer de uitgevende instelling zowel een enkelvoudige als een geconsolideerde jaarrekening opstelt, wordt ten minste de geconsolideerde jaarrekening in het registratiedocument opgenomen.

Rubriek 6.1.7

Ouderdom van financiële informatie

De balansdatum van het laatste jaar waarover gecontroleerde financiële informatie wordt verstrekt, mag niet langer geleden zijn dan:

a)

ofwel 18 maanden te rekenen vanaf de datum van het registratiedocument, wanneer de uitgevende instelling gecontroleerde tussentijdse financiële overzichten in het registratiedocument opneemt;

b)

ofwel 16 maanden te rekenen vanaf de datum van het registratiedocument, wanneer de uitgevende instelling in het registratiedocument tussentijdse financiële overzichten opneemt die niet gecontroleerd zijn.

Wanneer het registratiedocument geen tussentijdse financiële informatie bevat, mag de balansdatum van het laatste jaar waarover gecontroleerde jaarrekeningen worden verstrekt, niet langer geleden zijn dan 16 maanden te rekenen vanaf de datum van het registratiedocument.

Rubriek 6.2

Tussentijdse en andere financiële informatie

Rubriek 6.2.1

Wanneer de uitgevende instelling na de datum van haar laatst gecontroleerde jaarrekening driemaandelijkse of halfjaarlijkse financiële informatie heeft gepubliceerd, wordt die informatie in het registratiedocument opgenomen. Wanneer de driemaandelijkse of halfjaarlijkse financiële informatie aan een volledige of beperkte accountantscontrole is onderworpen, wordt ook het verslag over deze volledige of beperkte controle opgenomen. Wanneer de driemaandelijkse of halfjaarlijkse financiële informatie niet aan een volledige, of niet aan een beperkte controle is onderworpen, wordt van dat feit melding gemaakt.

Een registratiedocument dat dateert van meer dan negen maanden na de datum van de laatste gecontroleerde jaarrekening, bevat de tussentijdse financiële informatie die niet gecontroleerd hoeft te zijn (wat in dat geval wordt vermeld) en die betrekking heeft op ten minste de eerste zes maanden van het boekjaar.

Tussentijdse financiële informatie wordt opgesteld overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2013/34/EU of Verordening (EG) nr. 1606/2002, naargelang van het geval.

Voor uitgevende instellingen die niet onder Richtlijn 2013/34/EU of Verordening (EG) nr. 1606/2002 vallen, omvat de tussentijdse financiële informatie vergelijkende overzichten voor dezelfde periode van het voorafgaande boekjaar, met dien verstande dat aan het vereiste van verstrekking van vergelijkende balansgegevens is voldaan wanneer de eindbalans van dat jaar wordt verstrekt conform het toepasselijke raamwerk voor jaarrekeningen.

Rubriek 6.3

Accountantscontrole van jaarlijkse financiële informatie

Rubriek 6.3.1

De historische jaarlijkse financiële informatie wordt onafhankelijk gecontroleerd. De controleverklaring wordt opgesteld in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) en Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4).

Wanneer Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014 niet van toepassing zijn, wordt de historische financiële informatie onderworpen aan een accountantscontrole of wordt in een verslag, ten behoeve van het registratiedocument, aangegeven of deze al dan niet een getrouw beeld geeft overeenkomstig de in een lidstaat toepasselijke standaarden voor accountantscontrole of een gelijkwaardige standaard.

Rubriek 6.3.1 bis

Wanneer met de wettelijke controle belaste accountants hebben geweigerd voor de historische financiële informatie controleverklaringen af te geven of wanneer die verklaringen een oordeel met beperking, een aangepast oordeel, een oordeelonthouding of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden bevatten, wordt de reden daarvoor gegeven, en worden die oordelen met beperking, aangepaste oordelen, oordeelonthoudingen of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden integraal overgenomen.

Rubriek 6.3.2

Vermelding van andere informatie in het registratiedocument die door de accountants is gecontroleerd.

Rubriek 6.3.3

Wanneer in het registratiedocument opgenomen financiële informatie niet uit gecontroleerde jaarrekeningen van de uitgevende instelling is overgenomen, wordt aangegeven uit welke bron de informatie afkomstig is en dat deze informatie niet is gecontroleerd.

Rubriek 6.4

Wijziging van betekenis in de financiële positie van de uitgevende instelling

Een beschrijving van alle wijzigingen van betekenis in de financiële positie van de groep die zich hebben voorgedaan sinds het einde van de laatste verslagperiode waarvoor ofwel gecontroleerde financiële overzichten zijn gepubliceerd, ofwel tussentijdse financiële informatie is gepubliceerd, wordt opgenomen, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Rubriek 6.5

Pro-forma financiële informatie

In geval van een brutowijziging van betekenis wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop de transactie het vermogen en de winst van de uitgevende instelling had kunnen beïnvloeden indien deze transactie had plaatsgevonden aan het begin van de verslagperiode of op de verslagdatum.

Aan dit vereiste zal in de regel zijn voldaan door pro-forma financiële informatie op te nemen. Deze pro-forma financiële informatie wordt gepresenteerd overeenkomstig bijlage 20 en omvat de daarin beschreven informatie.

De pro-forma financiële informatie gaat vergezeld van een door onafhankelijke accountants opgesteld verslag.

AFDELING 7

INFORMATIE OVER HOUDERS VAN AANDELEN EN EFFECTEN

Rubriek 7.1

Belangrijkste aandeelhouders

Rubriek 7.1.1

Voor zover de uitgevende instelling daarvan op de hoogte is, de naam van alle personen die — rechtstreeks of middellijk — een belang in het kapitaal of de stemrechten van de uitgevende instelling bezitten dat ten minste 5 % van het kapitaal of de stemrechten vertegenwoordigt, met vermelding van het bedrag van het belang van elk van deze personen per de datum van het registratiedocument, of, indien er geen dergelijke personen zijn, een verklaring in die zin.

Rubriek 7.1.2

De vraag of de belangrijkste aandeelhouders van de uitgevende instelling verschillende stemrechten hebben, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Rubriek 7.1.3

Voor zover zulks de uitgevende instelling bekend is, wordt vermeld of zij — rechtstreeks of middellijk — eigendom is of onder de zeggenschap staat van anderen, en zo ja van wie. Ook wordt een beschrijving gegeven van de aard van die zeggenschap en van de maatregelen die zijn getroffen om misbruik van die zeggenschap te voorkomen.

Rubriek 7.1.4

Een beschrijving van — aan de uitgevende instelling bekende — regelingen waarvan de inwerkingstelling op een latere datum een wijziging van de zeggenschap over de uitgevende instelling kan veroorzaken of voorkomen.

Rubriek 7.2

Juridische procedures en arbitrageprocedures

Rubriek 7.2.1

Informatie over eventuele overheidsingrepen, juridische of arbitrageprocedures (met inbegrip van dergelijke procedures die, naar weten van de uitgevende instelling, hangende zijn) over een periode van ten minste de voorafgaande twaalf maanden, een invloed van betekenis kunnen hebben, of in een recent verleden hebben gehad, op de financiële positie of de rentabiliteit van de uitgevende instelling en/of de groep, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Rubriek 7.3

Tegenstrijdige belangen van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en de bedrijfsleiding

Rubriek 7.3.1

Potentiële belangenconflicten tussen plichten van de in rubriek 5.1.1 bedoelde personen ten aanzien van de uitgevende instelling en hun eigen belangen en/of andere plichten worden duidelijk vermeld. Indien er van dergelijke conflicten geen sprake is, een verklaring in die zin.

Regelingen of overeenkomsten met belangrijke aandeelhouders, klanten, leveranciers of andere personen op grond waarvan een in rubriek 5.1.1 bedoelde persoon is geselecteerd als lid van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen, dan wel als lid van de bedrijfsleiding.

Nadere bijzonderheden over eventuele beperkingen waarmee de in rubriek 5.1.1 bedoelde personen hebben ingestemd ten aanzien van de vervreemding binnen een bepaalde periode van de door hen gehouden effecten van de uitgevende instelling.

Rubriek 7.4

Transacties met verbonden partijen

Rubriek 7.4.1

Wanneer de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) niet op de uitgevende instelling van toepassing zijn, wordt de volgende informatie verstrekt voor de door de historische financiële informatie bestreken periode, en dit tot en met de datum van het registratiedocument:

a)

de aard en omvang van transacties met verbonden partijen die, afzonderlijk of in hun geheel, van materieel belang zijn voor de uitgevende instelling. Wanneer transacties tussen dergelijke verbonden partijen niet op zakelijke wijze tot stand zijn gekomen, wordt uitgelegd waarom. Voor uitstaande leningen, met inbegrip van garanties van gelijk welke vorm, wordt het uitstaande bedrag vermeld;

b)

het bedrag of percentage dat transacties met verbonden partijen in de omzet van de uitgevende instelling vertegenwoordigen.

Wanneer de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) niet op de uitgevende instelling van toepassing zijn, hoeft de in de punten a) en b) bedoelde informatie alleen te worden bekendgemaakt voor transacties die hebben plaatsgevonden sinds het einde van het laatste financiële tijdvak waarvoor gecontroleerde financiële informatie is gepubliceerd.

Rubriek 7.5

Aandelenkapitaal

Rubriek 7.5.1

De informatie in de rubrieken 7.5.2 tot en met 7.5.7 in de jaarlijkse financiële overzichten per de datum van de meest recente balans:

Rubriek 7.5.2

Het bedrag van het geplaatste kapitaal en voor elke categorie aandelenkapitaal:

a)

het totaal van het maatschappelijk kapitaal van de uitgevende instelling;

b)

het aantal uitgegeven, volgestorte aandelen en het aantal uitgegeven, niet-volgestorte aandelen;

c)

de nominale waarde per aandeel, of vermelding dat de aandelen geen nominale waarde hebben, en

d)

een aansluiting tussen het aantal aandelen in omloop aan het begin en aan het einde van het jaar.

Wanneer in de door de jaarrekening bestreken periode meer dan 10 % van het kapitaal is gefinancierd uit activa die geen geldmiddelen zijn, wordt van dat feit melding gemaakt.

Rubriek 7.5.2 bis

Wanneer er meer dan één categorie bestaande aandelen is:

a)

een beschrijving van de rechten, voorkeurrechten en beperkingen die aan elke categorie bestaande aandelen verbonden zijn;

b)

een beschrijving van de identiteit, voor zover bekend aan de onderneming, van aandeelhouders met aandelen met meervoudig stemrecht die meer dan 5 % van de stemrechten van alle aandelen in de onderneming vertegenwoordigen, en van natuurlijke personen of rechtspersonen die gemachtigd zijn om (in voorkomend geval) namens die aandeelhouders stemrechten uit te oefenen.

Rubriek 7.5.3

Wanneer er aandelen bestaan die geen kapitaal vertegenwoordigen, vermelding van het aantal en de belangrijkste kenmerken van dergelijke aandelen.

Rubriek 7.5.4

Aantal, boekwaarde en nominale waarde van aandelen in de uitgevende instelling die door of namens de uitgevende instelling zelf of door dochterondernemingen van de uitgevende instelling worden gehouden.

Rubriek 7.5.5

Het bedrag van converteerbare en omwisselbare effecten of effecten met warrant, met vermelding van de voorwaarden waaronder en de wijze waarop zij worden geconverteerd, omgewisseld of de inschrijvingen ervoor plaatsvinden.

Rubriek 7.5.6

Informatie over en voorwaarden verbonden aan verwervingsrechten en/of -verplichtingen met betrekking tot niet-geplaatst maatschappelijk kapitaal of een verplichting tot kapitaalsverhoging.

Rubriek 7.5.7

Informatie over kapitaal van een lid van de groep waarop een optierecht is verleend of ten aanzien waarvan een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke overeenkomst is bereikt dat daarop een optierecht zal worden verleend, en nadere bijzonderheden over deze optierechten, met vermelding van de personen aan wie deze optierechten zijn verleend.

Rubriek 7.6

Akte van oprichting en statuten

Rubriek 7.6.1

Een beknopte beschrijving van in de statuten van de uitgevende instelling vervatte bepalingen die tot gevolg zouden kunnen hebben dat een wijziging in de zeggenschap over de uitgevende instelling wordt vertraagd, uitgesteld of verhinderd.

Rubriek 7.7

Materiële overeenkomsten

Rubriek 7.7.1

Een beknopte samenvatting van materiële overeenkomsten, andere dan overeenkomsten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening, aangegaan in het jaar onmiddellijk vóór de publicatie van het registratiedocument, waarbij de uitgevende instelling of een lid van de groep partij is.

AFDELING 8

DIVIDENDBELEID

Rubriek 8.1

Een beschrijving van het beleid van de uitgevende instelling inzake dividenduitkeringen en daarop geldende beperkingen of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Het bedrag van het dividend per aandeel voor elk boekjaar van de door de jaarrekening bestreken periode, dat ten behoeve van de vergelijkbaarheid wordt aangepast wanneer het aantal aandelen van de uitgevende instelling is gewijzigd, wanneer dit in het jaarverslag niet aan de orde komt.

AFDELING 9

BESCHIKBARE DOCUMENTEN

Rubriek 9.1

Een verklaring dat tijdens de geldigheidsduur van het registratiedocument inzage mogelijk is van de volgende documenten (indien toepasselijk):

a)

de geactualiseerde akte van oprichting en statuten van de uitgevende instelling;

b)

alle verslagen, brieven en andere documenten, alsmede door deskundigen op verzoek van de uitgevende instelling opgestelde waarderingen en verklaringen, wanneer het registratiedocument gedeelten daarvan bevat of naar gedeelten daarvan verwijst.

Een vermelding van de website waar de documenten kunnen worden geraadpleegd.

(1)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/34/oj).

(2)  Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/1606/oj).

(3)  Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 87, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/43/oj).

(4)  Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/537/oj).


BIJLAGE III

Bijlage 2 bij Gelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in afdeling 1, rubriek 1.2, worden de vermeldingen “rubriek 1.5 van bijlage 1” vervangen door “rubriek 2.5 van bijlage 1”;

b)

in afdeling 1 wordt de volgende rubriek 1.3 toegevoegd:

“Rubriek 1.3

Wanneer een uitgevende instelling het jaarlijkse financiële verslag, met inbegrip van de duurzaamheidsverklaring opneemt, wordt ook de verantwoordelijkheidsverklaring als bedoeld in artikel 4, lid 2, punt c), van Richtlijn 2004/109/EG opgenomen.”


BIJLAGE IV

Bijlage 4 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de eerste rij wordt vervangen door:

 

“Naast de in deze bijlage gevraagde informatie verstrekt een instelling voor collectieve belegging (icb) ook de informatie die wordt verlangd in de afdelingen/rubrieken 1, 2, 3.1, 3.3, 3.6, 5.1, 5.2, 5.3, 5.4, 6 (m.u.v. pro-forma financiële informatie), 7.1, 7.2, 7.3, 7.4, 7.5, 7.7, 8 en 9 van bijlage 1 bij deze verordening, of, wanneer de instelling voor collectieve belegging aan de vereisten van artikel 14 bis van Verordening (EU) 2017/1129 voldoet, de informatie die wordt verlangd in de afdelingen 2, 3, 4, 5 (m.u.v. pro-forma financiële informatie), 6, 8 en 16 van bijlage 30 bij deze verordening, of, wanneer de instelling voor collectieve belegging aan de vereisten van artikel 15 bis van Verordening (EU) 2017/1129 voldoet, de informatie die wordt verlangd in de afdelingen/rubrieken 2, 3, 4, 5.4, 6, 7, 8 (m.u.v. pro-forma financiële informatie), 10 en 17 van bijlage 34 bij deze verordening

Wanneer rechten van deelneming worden uitgegeven door een instelling voor collectieve belegging die is opgezet als een door een fondsbeheerder beheerd beleggingsfonds, wordt met betrekking tot de fondsbeheerder de in de afdelingen/rubrieken 3.3, 5.1, 5.2, 5.3, 5.4, 7.1, 7.3 en 7.7 van bijlage 1 bij deze verordening bedoelde informatie openbaargemaakt, terwijl met betrekking tot zowel het fonds als de fondsbeheerder de in de afdelingen/rubrieken 3.1, 6, 7.2 en 8 van bijlage 1 bij deze verordening bedoelde informatie wordt openbaargemaakt.”

b)

afdeling 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

in rubriek 2.2 wordt punt i) vervangen door:

“i)

wanneer de onderliggende effecten niet zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde of gelijkwaardige markt van een derde land of een mkb-groeimarkt: informatie over elke onderliggende uitgevende instelling/instelling voor collectieve belegging/tegenpartij als gold het een uitgevende instelling voor de toepassing van de minimale informatievereisten voor het registratiedocument voor effecten met aandelenkarakter (in het in punt a) bedoelde geval), of de minimale informatievereisten voor het registratiedocument voor rechten van deelneming uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging van het closed-endtype (in het in punt b) bedoelde geval), of de minimale informatievereisten voor het registratiedocument voor effecten zonder aandelenkarakter (m.u.v. rubrieken die als retail-specifiek zijn aangemerkt (in het in punt c) bedoelde geval));”;

ii)

in rubriek 2.5 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Wanneer de instelling voor collectieve belegging redelijkerwijs aan de bevoegde autoriteit kan aantonen dat zij geen toegang kan krijgen tot het geheel of een gedeelte van de overeenkomstig punt a) vereiste informatie, maakt de instelling voor collectieve belegging alle informatie waartoe zij toegang kan hebben, waarvan zij weet heeft of die zij heeft kunnen opmaken uit door de onderliggende uitgevende instelling/instelling voor collectieve belegging/tegenpartij gepubliceerde informatie, openbaar om, voor zover praktisch doenbaar, aan de in punt a) bepaalde vereisten te voldoen. In dat geval bevat het prospectus een opvallend geplaatste waarschuwing dat de instelling voor collectieve belegging geen toegang heeft kunnen krijgen tot bepaalde informatie-elementen die anders in het prospectus zouden moeten worden opgenomen en dat er dus met betrekking tot een bepaalde onderliggende uitgevende instelling, instelling voor collectieve belegging of tegenpartij een lager niveau van informatievoorziening is geboden.”;

c)

in afdeling 4 wordt rubriek 4.1 vervangen door:

“Rubriek 4.1

Voor een vermogensbeheerder moet de krachtens rubriek 3.1 van bijlage 1 vereiste informatie worden openbaargemaakt, waarbij ook wordt aangegeven of deze al dan niet onder toezicht staat en welke ervaring hij bezit.”

d)

in afdeling 5, rubriek 5.1, wordt punt a) vervangen door:

“a)

dezelfde informatie als die welke moet worden bekendgemaakt krachtens rubriek 3.1 van bijlage 1;”;

e)

in afdeling 8 wordt rubriek 8.1 vervangen door:

“Rubriek 8.1

Wanneer een instelling voor collectieve belegging geen werkzaamheden heeft aangevangen en er per de datum van het registratiedocument, sinds de datum van oprichting geen financiële overzichten zijn opgesteld, wordt daarvan melding gemaakt.

Wanneer een instelling voor collectieve belegging werkzaamheden heeft aangevangen, is, naargelang van het geval, het bepaalde in afdeling 6 van bijlage 1 of afdeling 5 van bijlage 30 of afdeling 8 van bijlage 34 van toepassing.”


BIJLAGE V

BIJLAGE 5

REGISTRATIEDOCUMENT VOOR CERTIFICATEN VAN AANDELEN

AFDELING 1

INFORMATIE OVER DE UITGEVENDE INSTELLING VAN DE ONDERLIGGENDE AANDELEN

 

Voor certificaten van aandelen wordt de informatie over de uitgevende instelling van het onderliggende aandeel verstrekt in overeenstemming met bijlage 1 bij deze verordening.

Voor certificaten van aandelen die voldoen aan de voorschriften van artikel 14 bis van Verordening (EU) 2017/1129, moet de informatie over de uitgevende instelling van het onderliggende aandeel worden verstrekt in overeenstemming met bijlage 30 bij deze verordening.

AFDELING 2

INFORMATIE OVER DE UITGEVENDE INSTELLING VAN DE CERTIFICATEN VAN AANDELEN

Primaire uitgifte

EU-vervolgprospectus

Rubriek 2.1

Naam, statutaire zetel, identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI) en plaats van het hoofdkantoor indien deze afwijkt van die van de statutaire zetel.

[√]

Rubriek 2.2

Datum van oprichting en duur van de uitgevende instelling indien deze niet voor onbepaalde tijd is opgericht.

[√]

Rubriek 2.3

Wetgeving waaronder de uitgevende instelling werkt, en rechtsvorm die zij in het kader van die wetgeving heeft.

[√]


BIJLAGE VI

BIJLAGE 7

REGISTRATIEDOCUMENT VOOR EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER

AFDELING 1

RISICOFACTOREN

Rubriek 1.1

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de uitgevende instelling en die van invloed kunnen zijn op het vermogen van de uitgevende instelling om haar in het kader van de effecten aangegane verplichtingen na te komen, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijke rubriek met als titel “Risicofactoren”.

In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen.

De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van het registratiedocument.

AFDELING 2

VERANTWOORDELIJKE PERSONEN, INFORMATIE VAN DERDEN, DESKUNDIGENVERSLAGEN EN GOEDKEURING DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEIT

Rubriek 2.1

Identificeer alle personen die verantwoordelijk zijn voor de in het registratiedocument verstrekte informatie of bepaalde gedeelten daarvan. Vermeld in dat laatste geval voor welke gedeelten daarvan zij verantwoordelijk zijn. Ingeval het natuurlijke personen betreft, met inbegrip van leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling, worden naam en functie van deze personen vermeld. Ingeval het rechtspersonen betreft, worden naam en statutaire zetel vermeld.

Rubriek 2.2

Een verklaring van de voor het registratiedocument verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in het registratiedocument in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in het registratiedocument geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van dat document zou wijzigen.

In voorkomend geval, een verklaring van de voor bepaalde delen van het registratiedocument verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in de delen van het registratiedocument waarvoor die personen verantwoordelijk zijn, in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in die delen van het registratiedocument geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van die delen zou wijzigen.

Rubriek 2.3

Wanneer in het registratiedocument een verklaring of verslag is opgenomen afkomstig van een persoon handelend in de hoedanigheid van deskundige, worden voor die persoon de volgende gegevens verstrekt:

a)

naam;

b)

kantooradres;

c)

kwalificaties;

d)

zijn/haar (eventuele) materiële belang in de uitgevende instelling.

Wanneer de verklaring of het verslag op verzoek van de uitgevende instelling is opgesteld, wordt vermeld dat die verklaring of dat verslag in het registratiedocument is opgenomen met de toestemming van de persoon die de inhoud van dat gedeelte van het registratiedocument voor de opneming in het prospectus heeft goedgekeurd.

Rubriek 2.4

Wanneer van een derde afkomstige informatie is opgenomen, bevestig dan dat die informatie correct is weergegeven en dat, voor zover de uitgevende instelling weet en heeft kunnen opmaken uit door de betrokken derde gepubliceerde informatie, geen feiten zijn weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of misleidend zou worden. Vermeld ook de informatiebron(nen).

Rubriek 2.5

Een verklaring dat:

a)

[naam bevoegde autoriteit], als bevoegde autoriteit op grond van Verordening (EU) 2017/1129, het [registratiedocument/prospectus] heeft goedgekeurd;

b)

[naam bevoegde autoriteit] dit [registratiedocument/prospectus] alleen heeft goedgekeurd omdat het voldoet aan de door Verordening (EU) 2017/1129 opgelegde normen inzake volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie;

c)

deze goedkeuring niet mag worden beschouwd als een goedkeuring van de uitgevende instelling waarop dit [registratiedocument/prospectus] betrekking heeft.

AFDELING 3

STRATEGIE, PRESTATIES EN ONDERNEMINGSKLIMAAT

Rubriek 3.1

Informatie over de uitgevende instelling:

a)

officiële naam en handelsnaam van de uitgevende instelling;

b)

de plaats van registratie van de uitgevende instelling, haar registratienummer en identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI);

c)

de datum van oprichting en de duur van de uitgevende instelling indien deze niet voor onbepaalde tijd is opgericht;

d)

de vestigingsplaats en rechtsvorm van de uitgevende instelling, de wetgeving waaronder de uitgevende instelling werkt, het land van oprichting van de uitgevende instelling, haar adres, het telefoonnummer van haar statutaire zetel (of hoofdvestiging indien deze afwijkt van die van de statutaire zetel) en (in voorkomend geval) de website van de uitgevende instelling, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus is opgenomen;

e)

recente gebeurtenissen die van bijzonder belang zijn voor de uitgevende instelling en die van materieel belang zijn voor de beoordeling van haar solvabiliteit;

f)

aan de uitgevende instelling toegekende ratings die op verzoek of met de medewerking van de uitgevende instelling aan het ratingproces zijn opgesteld.

Rubriek 3.2

Overzicht van de bedrijfsactiviteiten

Rubriek 3.2.1

Belangrijkste activiteiten: een beknopte beschrijving van de belangrijkste activiteiten van de uitgevende instelling, met vermelding van de belangrijkste categorieën verkochte producten en/of verrichte diensten.

Rubriek 3.3

Organisatiestructuur

Rubriek 3.3.1

Wanneer de uitgevende instelling deel uitmaakt van een groep: een beknopte beschrijving van deze groep en van de positie van de uitgevende instelling binnen de groep. Dat kan in de vorm van, of vergezeld van, een organigram wanneer dat helpt om de organisatiestructuur te verduidelijken.

Rubriek 3.3.2

Een duidelijke verklaring dat de uitgevende instelling afhankelijk is van andere entiteiten binnen de groep (in voorkomend geval), samen met een toelichting bij die afhankelijkheid.

Rubriek 3.4

Tendensen

Rubriek 3.4.1

Een beschrijving van:

a)

materiële negatieve veranderingen in de vooruitzichten van de uitgevende instelling sinds de datum van bekendmaking van de laatst gepubliceerde gecontroleerde jaarrekeningen, en

b)

elke wijziging van betekenis in de financiële prestaties van de groep die zich heeft voorgedaan tussen het einde van de laatste verslagperiode waarvoor financiële informatie is gepubliceerd, en de datum van het registratiedocument

Wanneer punt a) noch punt b) van toepassing is, neemt de uitgevende instelling een verklaring in die zin op.

Andere negatieve verklaringen kunnen worden gegeven, waar nodig. De in de punten a) en b) bedoelde informatie mag op uitsluitend kwalitatieve basis worden gegeven. Kwantitatieve prognoses zijn niet vereist.

Rubriek 3.5

Winstprognoses of -ramingen

Rubriek 3.5.1

Wanneer een uitgevende instelling op vrijwillige basis in het prospectus een winstprognose of een winstraming opneemt, is deze winstprognose of winstraming duidelijk en ondubbelzinnig en bevat zij een verklaring met de voornaamste aannames waarop de uitgevende instelling haar prognose of raming heeft gebaseerd.

Bij de prognose of raming worden de volgende principes in acht genomen:

a)

er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen, enerzijds, aannames betreffende factoren waarop de leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen invloed kunnen uitoefenen en, anderzijds, aannames betreffende factoren waarop de leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen geen invloed kunnen uitoefenen;

b)

de aannames zijn redelijk, door beleggers gemakkelijk te begrijpen, specifiek en precies en hebben geen invloed op de algemene nauwkeurigheid van de ramingen die aan de prognose ten grondslag liggen;

c)

bij een prognose wijzen de aannames de belegger op de onzekere factoren die de resultaten van de prognoses materieel kunnen veranderen.

Rubriek 3.5.2

Het prospectus omvat een verklaring dat de winstprognose of de winstraming is opgesteld en voorbereid op een basis die:

a)

zowel vergelijkbaar is met de jaarrekening;

b)

als in overeenstemming is met de grondslagen voor financiële verslaglegging van de uitgevende instelling.

AFDELING 4

CORPORATE GOVERNANCE

Rubriek 4.1

Bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en bedrijfsleiding

Rubriek 4.1.1

Naam, kantooradres en functie binnen de uitgevende instelling van de volgende personen, met vermelding van de belangrijkste door hen buiten die uitgevende instelling uitgeoefende activiteiten wanneer die activiteiten van betekenis zijn voor die uitgevende instelling:

a)

leden van de bestuurs-, leidinggevende en/of toezichthoudende organen;

b)

beherende vennoten als het een commanditaire vennootschap op aandelen betreft.

AFDELING 5

FINANCIËLE INFORMATIE

Rubriek 5.1

Historische financiële informatie

Rubriek 5.1.1

Gecontroleerde historische financiële informatie over het laatste boekjaar (of de periode waarin de uitgevende instelling activiteiten ontplooit indien zij minder lang actief is) en het accountantsverslag voor dat jaar.

Rubriek 5.1.2

Wijziging van boekhoudkundige referentiedatum

Wanneer de uitgevende instelling de referentiedatum voor de verslaglegging heeft gewijzigd in de periode waarvoor historische financiële informatie vereist is, omvat de gecontroleerde historische informatie ten minste twaalf maanden dan wel de volledige periode waarin de uitgevende instelling actief is geweest, naargelang welke periode korter is.

Rubriek 5.1.3

(Wholesale-specifiek)

Standaarden voor jaarrekeningen (wholesale-specifiek)

De financiële informatie wordt opgesteld conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) zoals die in de Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn bekrachtigd.

Wanneer Verordening (EG) nr. 1606/2002 niet van toepassing is, wordt de financiële informatie opgesteld conform:

a)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een lidstaat voor uitgevende instellingen uit de EER, zoals door Richtlijn 2013/34/EU vereist;

b)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land die gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, voor uitgevende instellingen uit derde landen.

Anders moet de volgende informatie in het registratiedocument worden opgenomen:

a)

een opvallende vermelding dat de in het registratiedocument opgenomen financiële informatie niet is opgesteld conform internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) zoals die in de Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn bekrachtigd, en dat de financiële informatie materiële verschillen te zien kan geven indien Verordening (EG) nr. 1606/2002 op de historische financiële informatie was toegepast;

b)

onmiddellijk na de historische financiële informatie wordt een beschrijving gegeven van de verschillen tussen Verordening (EG) nr. 1606/2002 zoals vastgesteld door de Unie, en de grondslagen voor financiële verslaggeving die de uitgevende instelling heeft toegepast bij de opstelling van haar jaarrekening.

Rubriek 5.1.3 bis

(Retail-specifiek)

Standaarden voor jaarrekeningen (Retail-specifiek)

De financiële informatie wordt opgesteld conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) zoals die in de Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn bekrachtigd.

Wanneer Verordening (EG) nr. 1606/2002 niet van toepassing is, wordt de financiële informatie opgesteld conform:

a)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een lidstaat voor uitgevende instellingen uit de EER, zoals door Richtlijn 2013/34/EU vereist;

b)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land die gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, voor uitgevende instellingen uit derde landen. Wanneer die nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land niet gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, wordt de jaarrekening overeenkomstig die verordening aangepast.

Rubriek 5.1.4

Gecontroleerde financiële informatie die wordt opgesteld overeenkomstig nationale standaarden voor jaarrekeningen bevat het volgende:

a)

de balans;

b)

de winst- en verliesrekening;

c)

de grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.

Rubriek 5.1.5

Geconsolideerde jaarrekening

Wanneer de uitgevende instelling zowel een enkelvoudige als een geconsolideerde jaarrekening opstelt, wordt ten minste de geconsolideerde jaarrekening in het registratiedocument opgenomen.

Rubriek 5.1.6

Ouderdom van financiële informatie

De balans van het laatste jaar waarover gecontroleerde financiële informatie wordt verstrekt, mag niet ouder zijn dan 18 maanden te rekenen vanaf de datum van het registratiedocument.

Rubriek 5.1.7

(Retail-specifiek)

Tussentijdse en andere financiële informatie (Retail-specifiek)

Wanneer de uitgevende instelling na de datum van haar laatst gecontroleerde jaarrekening halfjaarlijkse financiële informatie heeft gepubliceerd, wordt die informatie in het registratiedocument opgenomen. Wanneer de halfjaarlijkse financiële informatie aan een volledige of beperkte accountantscontrole is onderworpen, wordt ook het verslag over deze volledige of beperkte controle opgenomen. Wanneer de halfjaarlijkse financiële informatie niet is gecontroleerd, of niet aan een beperkte controle is onderworpen, wordt van dat feit melding gemaakt.

Een registratiedocument dat dateert van meer dan negen maanden na de datum van de laatste gecontroleerde jaarrekening, bevat de halfjaarlijkse financiële informatie die niet gecontroleerd hoeft te zijn (wat in dat geval wordt vermeld) en die betrekking heeft op ten minste de eerste zes maanden van het boekjaar.

Halfjaarlijkse financiële informatie wordt opgesteld overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2013/34/EU of Verordening (EG) nr. 1606/2002, naargelang van het geval.

Voor uitgevende instellingen die niet onder Richtlijn 2013/34/EU of Verordening (EG) nr. 1606/2002 vallen, omvat de halfjaarlijkse financiële informatie vergelijkende overzichten voor dezelfde periode van het voorafgaande boekjaar, met dien verstande dat aan het vereiste van verstrekking van vergelijkende balansgegevens is voldaan wanneer de eindbalans van dat jaar wordt verstrekt conform het toepasselijke raamwerk voor jaarrekeningen.

Rubriek 5.2

Accountantscontrole van historische jaarlijkse financiële informatie

Rubriek 5.2.1

De historische jaarlijkse financiële informatie wordt onafhankelijk gecontroleerd. De controleverklaring wordt opgesteld in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014.

Wanneer Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014 niet van toepassing zijn, wordt de historische financiële informatie onderworpen aan een accountantscontrole of wordt in een verslag, ten behoeve van het registratiedocument, aangegeven of deze al dan niet een getrouw beeld geeft overeenkomstig de in een lidstaat toepasselijke standaarden voor accountantscontrole of een gelijkwaardige standaard.

Anders moet de volgende informatie in het registratiedocument worden opgenomen:

a)

een prominente verklaring waarin wordt aangegeven welke standaarden voor accountantscontrole zijn toegepast;

b)

een toelichting bij alle afwijkingen van betekenis van internationale standaarden voor accountantscontrole.

Rubriek 5.2.1 bis

Wanneer met de wettelijke controle belaste accountants geweigerd hebben voor de historische financiële informatie controleverklaringen af te geven of wanneer die verklaringen een oordeel met beperking, een aangepast oordeel, een oordeelonthouding of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden bevatten, wordt de reden daarvoor gegeven, en worden die oordelen met beperking, aangepaste oordelen, oordeelonthoudingen of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden integraal overgenomen.

Rubriek 5.2.2

Vermelding van andere informatie in het registratiedocument die door de accountants is gecontroleerd.

Rubriek 5.2.3

Wanneer in het registratiedocument opgenomen financiële informatie niet uit gecontroleerde jaarrekeningen van de uitgevende instelling is overgenomen, wordt aangegeven uit welke bron de informatie afkomstig is en dat deze informatie niet is gecontroleerd.

Rubriek 5.3

Wijziging van betekenis in de financiële positie van de uitgevende instelling

Een beschrijving van alle wijzigingen van betekenis in de financiële positie van de groep die zich hebben voorgedaan sinds het einde van de laatste verslagperiode waarvoor ofwel gecontroleerde financiële overzichten zijn gepubliceerd, ofwel tussentijdse financiële informatie is gepubliceerd, wordt opgenomen, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

AFDELING 6

INFORMATIE OVER HOUDERS VAN AANDELEN EN EFFECTEN

Rubriek 6.1

Belangrijkste aandeelhouders

Rubriek 6.1.1

Voor zover zulks de uitgevende instelling bekend is, wordt vermeld of zij — rechtstreeks of middellijk — eigendom is of onder de zeggenschap staat van anderen, en zo ja van wie. Ook wordt een beschrijving gegeven van de aard van die zeggenschap en van de maatregelen die zijn getroffen om misbruik van die zeggenschap te voorkomen.

Rubriek 6.1.2

Een beschrijving van — aan de uitgevende instelling bekende — regelingen waarvan de inwerkingstelling op een latere datum een wijziging van de zeggenschap over de uitgevende instelling kan veroorzaken of voorkomen.

Rubriek 6.2

Juridische procedures en arbitrageprocedures

Rubriek 6.2.1

Informatie over eventuele overheidsingrepen, juridische of arbitrageprocedures (met inbegrip van dergelijke procedures die, naar weten van de uitgevende instelling, hangende zijn) over een periode van ten minste de voorafgaande twaalf maanden, een invloed van betekenis kunnen hebben, of in een recent verleden hebben gehad, op de financiële positie of de rentabiliteit van de uitgevende instelling en/of de groep, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Rubriek 6.3

Tegenstrijdige belangen van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen

Rubriek 6.3.1

Potentiële belangenconflicten tussen plichten van de in rubriek 4.1.1 bedoelde personen ten aanzien van de uitgevende instelling en hun eigen belangen en/of andere plichten worden duidelijk vermeld. Indien er van dergelijke conflicten geen sprake is, een verklaring in die zin.

Rubriek 6.4

Materiële overeenkomsten

Rubriek 6.4.1

Een beknopt overzicht van alle materiële overeenkomsten die niet in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de uitgevende instelling zijn aangegaan en die ertoe kunnen leiden dat een lid van de groep een verplichting heeft die, of een recht dat, van materieel belang is voor het vermogen van de uitgevende instelling om haar verplichtingen jegens houders van de uitgegeven effecten na te komen.

AFDELING 7

BESCHIKBARE DOCUMENTEN

Rubriek 7.1

Een verklaring dat tijdens de geldigheidsduur van het registratiedocument inzage mogelijk is van de volgende documenten (indien toepasselijk):

a)

de geactualiseerde akte van oprichting en statuten van de uitgevende instelling;

b)

alle verslagen, brieven en andere documenten, alsmede door deskundigen op verzoek van de uitgevende instelling opgestelde waarderingen en verklaringen, wanneer het registratiedocument gedeelten daarvan bevat of naar gedeelten daarvan verwijst.

Een vermelding van de website waar de documenten kunnen worden geraadpleegd.


BIJLAGE VII

Bijlage 9 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in afdeling 8 worden de rubrieken 8.2 en 8.2.1 vervangen door:

“Rubriek 8.2

Historische financiële informatie

Indien een uitgevende instelling sinds de datum van oprichting werkzaamheden heeft aangevangen en financiële overzichten heeft opgesteld, moet het registratiedocument gecontroleerde historische financiële informatie over het laatste boekjaar (ten minste twaalf maanden of de periode waarin de uitgevende instelling activiteiten ontplooit indien zij minder lang actief is) en het accountantsverslag voor dat boekjaar bevatten.

Rubriek 8.2.1

Wijziging van boekhoudkundige referentiedatum

Wanneer de uitgevende instelling de referentiedatum voor de verslaglegging heeft gewijzigd in de periode waarvoor historische financiële informatie vereist is, omvat de historische financiële informatie ten minste twaalf maanden dan wel de volledige periode waarin de uitgevende instelling actief is geweest, naargelang welke periode korter is.”

b)

in afdeling 8, rubriek 8.2.3, wordt de tweede alinea vervangen door:

“Bij wijzigingen in het raamwerk voor financiële verslaggeving dat op een uitgevende instelling van toepassing is, hoeven de gecontroleerde jaarrekeningen niet te worden aangepast. Wanneer de uitgevende instelling echter voornemens is voor de volgende gepubliceerde jaarrekening een nieuw raamwerk voor financiële verslaggeving te hanteren, wordt ten minste een volledige jaarrekening (volgens de definitie van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening/IFRS 18 Presentatie en informatieverschaffing in financiële overzichten), met inbegrip van vergelijkende financiële overzichten, opgesteld in een vorm die aansluit bij die welke voor de volgende gepubliceerde jaarrekening van de uitgevende instelling zal worden gebruikt, met inachtneming van de standaarden voor jaarrekeningen, de grondslagen voor financiële verslaggeving en de op jaarrekeningen toepasselijke wetgeving.”;

c)

in afdeling 8 wordt rubriek 8.2.a vervangen door:

“Rubriek 8.2.a

Dit lid (de rubrieken 8.2.a, 8.2.a.1, 8.2.a.2 en 8.2.a.3) mag alleen worden gebruikt voor de uitgifte van door activa gedekte effecten die een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000  EUR hebben of die alleen mogen worden verhandeld op een gereglementeerde markt en/of een bepaald segment daarvan, waartoe alleen gekwalificeerde beleggers toegang hebben met het oog op het verhandelen van die effecten.

Historische financiële informatie

Indien een uitgevende instelling sinds de datum van oprichting werkzaamheden heeft aangevangen en financiële overzichten heeft opgesteld, moet het registratiedocument historische financiële informatie over het laatste boekjaar (ten minste twaalf maanden of de periode waarin de uitgevende instelling activiteiten ontplooit indien zij minder lang actief is) en het accountantsverslag voor dat boekjaar bevatten.”


BIJLAGE VIII

Bijlage 10 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel van de bijlage wordt vervangen door:

BIJLAGE 10

REGISTRATIEDOCUMENT VOOR EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER, UITGEGEVEN DOOR DERDE LANDEN OF REGIONALE EN LOKALE OVERHEDEN DAARVAN

 

”;

b)

in afdeling 2 wordt rubriek 2.1 vervangen door:

“Rubriek 2.1

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de uitgevende instelling, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijke rubriek met als titel “Risicofactoren”.

In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling.

De risicofactoren worden bevestigd door de inhoud van het registratiedocument.”

c)

in afdeling 3 wordt rubriek 3.2 vervangen door:

“Rubriek 3.2

De vestigingsplaats of geografische locatie en rechtsvorm van de uitgevende instelling, alsook haar contactadres, telefoonnummer en (in voorkomend geval) website, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus is opgenomen.”


BIJLAGE IX

BIJLAGE 11

VERRICHTINGSNOTA VOOR EFFECTEN MET AANDELENKARAKTER OF RECHTEN VAN DEELNEMING IN INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING VAN HET CLOSED-ENDTYPE

AFDELING 1

RISICOFACTOREN

Rubriek 1.1

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de effecten die worden aangeboden en/of tot de handel worden toegelaten, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijke rubriek met als titel “Risicofactoren”.

In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de effecten en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van de verrichtingsnota.

AFDELING 2

VERANTWOORDELIJKE PERSONEN, INFORMATIE VAN DERDEN, DESKUNDIGENVERSLAGEN EN GOEDKEURING DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEIT

Rubriek 2.1

Identificeer alle personen die verantwoordelijk zijn voor de in de verrichtingsnota verstrekte informatie of bepaalde gedeelten daarvan. Vermeld in dat laatste geval voor welke gedeelten daarvan zij verantwoordelijk zijn. Ingeval het natuurlijke personen betreft, met inbegrip van leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling, worden naam en functie van deze personen vermeld. Ingeval het rechtspersonen betreft, worden naam en statutaire zetel vermeld.

Rubriek 2.2

Een verklaring van de voor de verrichtingsnota verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in de verrichtingsnota in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in de verrichtingsnota geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van die nota zou wijzigen.

In voorkomend geval, een verklaring van de voor bepaalde delen van de verrichtingsnota verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in de delen van het verrichtingsnota waarvoor die personen verantwoordelijk zijn, in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in die delen van het verrichtingsnota geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van die delen zou wijzigen.

Rubriek 2.3

Wanneer in de verrichtingsnota een verklaring of verslag is opgenomen afkomstig van een persoon handelend in de hoedanigheid van deskundige, worden voor die persoon de volgende gegevens verstrekt:

a)

naam;

b)

kantooradres;

c)

kwalificaties;

d)

zijn/haar (eventuele) materiële belang in de uitgevende instelling.

Wanneer de verklaring of het verslag op verzoek van de uitgevende instelling is opgesteld, wordt vermeld dat die verklaring of dat verslag in de verrichtingsnota is opgenomen met de toestemming van de persoon die de inhoud van het desbetreffende gedeelte van de verrichtingsnota voor de opname in het prospectus/EU IPO-prospectus heeft goedgekeurd.

Rubriek 2.4

Wanneer van een derde afkomstige informatie is opgenomen, bevestig dan dat die informatie correct is weergegeven en dat, voor zover de uitgevende instelling weet en heeft kunnen opmaken uit door de betrokken derde gepubliceerde informatie, geen feiten zijn weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of misleidend zou worden. Vermeld ook de informatiebron(nen).

Rubriek 2.5

Een verklaring dat:

a)

[naam bevoegde autoriteit], als bevoegde autoriteit op grond van Verordening (EU) 2017/1129, [deze verrichtingsnota]/[dit prospectus]/[dit EU IPO-prospectus] heeft goedgekeurd;

b)

[naam bevoegde autoriteit] [deze verrichtingsnota]/[dit prospectus]/[dit EU IPO-prospectus] alleen heeft goedgekeurd omdat het voldoet aan de door Verordening (EU) 2017/1129 opgelegde normen inzake volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie;

c)

deze goedkeuring niet mag worden beschouwd als een goedkeuring van de kwaliteit van de effecten waarop [deze verrichtingsnota]/[dit prospectus]/[dit EU IPO-prospectus] betrekking heeft;

d)

beleggers zelf moeten beoordelen of het aangewezen is in de effecten te beleggen.

e)

In voorkomend geval, preciseren dat deze verrichtingsnota onderdeel van een EU IPO-prospectus is, als bedoeld in artikel 1, punt f), van deze verordening, opgesteld overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1129.

Rubriek 2.6

Belangen van bij de uitgifte/aanbieding betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen

Rubriek 2.6.1

Een beschrijving van alle belangen, met inbegrip van een tegenstrijdig belang dat van materieel belang is voor de uitgifte/aanbieding, met vermelding van de betrokken personen en de aard van het belang.

Rubriek 2.7

Aanvullende informatie

Rubriek 2.7.1

Wanneer in de verrichtingsnota sprake is van bij de uitgifte betrokken adviseurs, wordt meegedeeld in welke hoedanigheid deze adviseurs zijn opgetreden.

Rubriek 2.7.2

Een vermelding van andere informatie in de verrichtingsnota die door de met de wettelijke controle belaste accountants onderworpen is aan een volledige of beperkte accountantscontrole en wanneer deze met de wettelijke controle belaste accountants een verslag hebben opgesteld. Opneming van het verslag of, mits de bevoegde autoriteit daarmee instemt, van een samenvatting van het verslag.

AFDELING 2 bis

REDENEN VOOR DE AANBIEDING, BESTEMMING VAN DE OPBRENGSTEN EN KOSTEN VAN DE UITGIFTE/AANBIEDING

Rubriek 2 bis.1

Redenen voor de aanbieding en, indien toepasselijk, geraamde netto-opbrengsten, uitgesplitst naar voornaamste bestemmingen en gepresenteerd in orde van belangrijkheid van deze bestemmingen. Wanneer de uitgevende instelling weet dat de verwachte opbrengsten ontoereikend zullen zijn om alle beoogde bestemmingen te financieren, worden het bedrag en de bronnen van de andere benodigde financieringsmiddelen vermeld. Verstrek ook nadere bijzonderheden over de bestemming van de opbrengsten, en met name wanneer die opbrengsten worden aangewend om buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening activa te verwerven, aangekondigde overnames van andere bedrijven te financieren of schulden volledig terug te betalen, te verminderen of vroegtijdig af te lossen. De totale netto-opbrengsten en geraamde totale kosten van de uitgifte/aanbieding.

Rubriek 2 bis.2

Een toelichting bij de wijze waarop de opbrengsten van deze aanbieding aansluiten bij de in het registratiedocument beschreven bedrijfsstrategie en strategische doelstellingen.

AFDELING 3

VERKLARING INZAKE HET WERKKAPITAAL

Rubriek 3.1

Een verklaring door de uitgevende instelling dat het werkkapitaal, naar haar oordeel, toereikend is voor haar actuele behoeften of, wanneer dat niet het geval is, hoe zij in het benodigde extra werkkapitaal denkt te voorzien.

AFDELING 4

VOORWAARDEN VAN DE EFFECTEN

Rubriek 4.1

Informatie over de effecten

Rubriek 4.1.1

Een beschrijving van het type en de categorie effecten, met inbegrip van de internationale effectenidentificatiecode (International Securities Identification Number — ISIN).

Rubriek 4.1.2

Wetgeving waaronder de effecten gecreëerd zijn.

Rubriek 4.1.3

Een vermelding of de effecten op naam of aan toonder zijn, en of zij in de vorm van bewijzen of in girale vorm worden uitgegeven.

Bij girale uitgifte worden naam en adres vermeld van de entiteit die de records bijhoudt.

Rubriek 4.1.4

Munteenheid waarin de effecten worden uitgegeven.

Rubriek 4.1.5

Een beschrijving van de aan de effecten verbonden rechten, met vermelding van eventuele op deze rechten geldende beperkingen, en van de regels voor de uitoefening van die rechten:

a)

dividendrechten:

i)

vaste datum (data) waarop het recht een aanvang neemt;

ii)

verjaringstermijn van het dividend en vermelding van de begunstigde van de verjaring;

iii)

dividendbeperkingen en -procedures die gelden voor niet-ingezeten houders;

iv)

percentage van het dividend of methode voor de berekening ervan, periodiciteit en cumulatief of niet-cumulatief karakter van de betalingen;

b)

stemrechten;

c)

voorkeurrechten bij aanbiedingen van effecten van dezelfde categorie;

d)

recht op uitkering van winst van de uitgevende instelling;

e)

recht op een gedeelte van het eventuele saldo bij liquidatie;

f)

aflossingsvoorwaarden;

g)

conversievoorwaarden.

Rubriek 4.1.6

In geval van nieuwe uitgiften wordt melding gemaakt van de besluiten, machtigingen en goedkeuringen op grond waarvan de effecten zijn of zullen worden gecreëerd en/of uitgegeven.

Rubriek 4.1.7

De datum van uitgifte of, bij nieuwe uitgiften, de verwachte datum van uitgifte van de effecten.

Rubriek 4.1.8

Een beschrijving van eventuele beperkingen op de overdraagbaarheid van de effecten.

Rubriek 4.1.9

Een waarschuwing dat de belastingwetgeving van de lidstaat van de belegger en van het land van oprichting van de uitgevende instelling een impact kan hebben op de inkomsten uit de effecten.

Rubriek 4.1.10

Indien verschillend van de uitgevende instelling, de identiteit en de contactgegevens van de aanbieder van de effecten en/of van de aanvrager van de toelating tot de handel, met inbegrip van de identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI) indien de aanbieder rechtspersoonlijkheid bezit.

Rubriek 4.1.11

a)

een verklaring over het bestaan van op de uitgevende instelling toepasselijke nationale wet- of regelgeving inzake overnames, en in voorkomend geval de mogelijkheid van maatregelen die dergelijke overnames kunnen bemoeilijken;

b)

een beknopte beschrijving van de rechten en plichten van de aandeelhouders in geval van een verplicht bod en/of uitstoot- of uitkoopregels met betrekking tot de effecten;

c)

een vermelding van elk in de loop van het laatste en het lopende boekjaar door derden uitgebracht openbaar overnamebod met betrekking tot het aandelenkapitaal van de uitgevende instelling. Ook worden de prijs of de ruilvoorwaarden van elk bod en het resultaat ervan vermeld.

Rubriek 4.1.12

In voorkomend geval, de potentiële impact op de belegging in geval van afwikkeling uit hoofde van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad (1).

AFDELING 5

NADERE BIJZONDERHEDEN OVER DE AANBIEDING/TOELATING TOT DE HANDEL

Rubriek 5.1

Voorwaarden van de aanbieding van effecten aan het publiek. Voorwaarden, statistieken over de aanbieding, verwacht tijdschema en te ondernemen actie om op de aanbieding in te gaan.

Rubriek 5.1.1

Voorwaarden waaraan de aanbieding onderworpen is

Rubriek 5.1.2

Totale omvang van de uitgifte/aanbieding, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen te koop en ter inschrijving aangeboden effecten. Wanneer de omvang niet vooraf is bepaald: een vermelding van het maximale aantal aangeboden effecten (indien beschikbaar) en een beschrijving van de regelingen voor de aankondiging van de definitieve omvang van de aanbieding aan het publiek en van de termijn waarop deze aankondiging zal plaatsvinden.

Wanneer het maximale aantal effecten niet in het prospectus/EU IPO-prospectus kan worden aangegeven, preciseert het prospectus/EU IPO-prospectus dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op effecten binnen ten minste drie werkdagen na kennisgeving van het aantal effecten dat aan het publiek wordt aangeboden, kan worden ingetrokken.

Rubriek 5.1.3

De periode waarin de aanbieding openstaat, met vermelding van mogelijke wijzigingen, en de te volgen procedure om op de aanbieding in te gaan.

Rubriek 5.1.4

Een vermelding wanneer en onder welke omstandigheden de aanbieding kan worden ingetrokken of opgeschort, en of intrekking kan plaatsvinden na aanvang van de handel.

Rubriek 5.1.5

Een beschrijving van eventuele mogelijkheden om inschrijvingen te verminderen en van de wijze waarop door inschrijvers te veel betaalde bedragen worden terugbetaald.

Rubriek 5.1.6

Nadere bijzonderheden over de minimum- en/of maximumomvang van de inschrijving (hetzij in aantal effecten, hetzij in het in totaal te beleggen bedrag).

Rubriek 5.1.7

Een vermelding van de termijn waarbinnen een inschrijving kan worden ingetrokken, indien het beleggers is toegestaan hun inschrijving in te trekken.

Rubriek 5.1.8

Wijze van en termijnen voor betaling en levering van de effecten.

Rubriek 5.1.9

Een volledige beschrijving van de wijze en de datum waarop de resultaten van de aanbieding zullen worden bekendgemaakt.

Rubriek 5.1.10

De procedure voor de uitoefening van voorkeurrechten, de verhandelbaarheid van claimrechten en de bestemming van niet-uitgeoefende claimrechten.

Rubriek 5.2

Plan voor het op de markt brengen en de toewijzing van de effecten

Rubriek 5.2.1

De diverse categorieën potentiële beleggers aan wie de effecten worden aangeboden.

Wanneer de aanbieding gelijktijdig op de markten van twee of meer landen plaatsvindt en wanneer een tranche daarvan voor bepaalde van deze markten is of wordt voorbehouden, wordt deze tranche vermeld.

Rubriek 5.2.2

Voor zover zulks de uitgevende instelling bekend is, wordt vermeld of belangrijke aandeelhouders of leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen voornemens zijn op de aanbieding in te schrijven, dan wel of iemand voornemens is voor meer dan 5 % van de aanbieding in te schrijven.

Rubriek 5.2.3

Openbaarmaking van enigerlei toewijzing vooraf:

a)

de verdeling van de aanbieding in tranches, met vermelding van de tranches die bestemd zijn voor institutionele beleggers, retailbeleggers en de werknemers van de uitgevende instelling, alsmede enigerlei andere tranches;

b)

de voorwaarden waaronder de “claw-back”-clausule kan worden toegepast, de maximumomvang van een dergelijke “claw-back” en eventuele voor specifieke tranches geldende minimumpercentages;

c)

de methode waarmee de tranche voor retailbeleggers en die voor de werknemers van de uitgevende instelling worden toegewezen in geval van een overinschrijving op die tranches;

d)

een beschrijving van vooraf bepaalde voorkeursbehandelingen van bepaalde categorieën beleggers of bepaalde affinity groups (met inbegrip van programma’s voor vrienden en familieleden) bij de toewijzing, het percentage van de aanbieding dat voor deze voorkeursbehandeling is voorbehouden en de criteria waaraan moet worden voldaan om in dergelijke categorieën of groepen te worden opgenomen;

e)

de vraag of de behandeling van inschrijvingen of biedingen tot inschrijving in het kader van de toewijzing eventueel afhankelijk zijn van de onderneming waardoor of via welke die inschrijvingen of biedingen worden verricht;

f)

in voorkomend geval, een streefcijfer voor de minimale toewijzing per tegenpartij binnen de retailtranche;

g)

de voorwaarden voor de closing van de aanbieding, alsook de datum waarop die closing van de aanbieding ten vroegste mag plaatsvinden;

h)

de vraag of meerdere inschrijvingen al dan niet zijn toegestaan, en zo niet, hoe meerdere inschrijvingen zullen worden behandeld.

Rubriek 5.3

De procedure waarmee inschrijvers in kennis worden gesteld van het toegewezen bedrag en een vermelding of de handel mag aanvangen voordat kennisgeving is geschied.

Rubriek 5.4

Prijsstelling

Rubriek 5.4.1

Een vermelding van de prijs waartegen de effecten zullen worden aangeboden en het bedrag aan kosten en belastingen dat ten laste van de inschrijver of koper komt.

Rubriek 5.4.2

Wanneer de prijs niet bekend is, wordt krachtens artikel 17 van Verordening (EU) 2017/1129 een van beide elementen bekendgemaakt:

a)

de maximumprijs, voor zover deze beschikbaar is;

b)

de waarderingsmethoden en -criteria en/of de voorwaarden op basis waarvan de definitieve aanbiedingsprijs van de effecten is of wordt bepaald, alsmede een toelichting bij de gebruikte waarderingsmethoden.

Wanneer punt a) noch punt b) in de verrichtingsnota kan worden aangegeven, vermeldt die verrichtingsnota dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op effecten gedurende maximaal drie werkdagen na kennisgeving van de definitieve aanbiedingsprijs van de effecten die aan het publiek zullen worden aangeboden, kan worden ingetrokken.

Rubriek 5.4.3

Procedure voor de bekendmaking van de laatprijs.

Wanneer de aandeelhouders van een uitgevende instelling een voorkeurrecht tot inschrijving hebben en dit recht wordt beperkt of opgeheven, wordt bij een uitgifte tegen geld de grondslag voor de vaststelling van de uitgifteprijs vermeld, samen met de motivering en de begunstigden van de beperking of opheffing van dit recht.

Wanneer er sprake is of kan zijn van een materieel verschil tussen de prijs van de openbare aanbieding en de effectief aan leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen of van de bedrijfsleiding, dan wel aan verbonden personen aangerekende contante kosten voor effecten die zij hebben verkregen uit hoofde van in het voorbije jaar gesloten transacties, of die deze leden of personen het recht hebben te kopen, wordt een vergelijking opgenomen tussen de door het publiek te betalen bijdrage in het kader van de openbare aanbieding en de effectief door de bovengenoemde personen betaalde bijdragen in contanten.

Rubriek 5.5

Plaatsing en overneming

Rubriek 5.5.1

Naam en adres van de coördinator(en) van de aanbieding als geheel of van afzonderlijke onderdelen daarvan en, voor zover de uitgevende instelling of de aanbieder daarvan bekend, van degenen die de plaatsing verzorgen in de diverse landen waar de aanbieding plaatsvindt.

Rubriek 5.5.2

Naam en adres van instellingen die in elk land zorgen voor de financiële dienst en de bewaarneming.

Rubriek 5.5.3

Naam en adres van de entiteiten die zich verbonden hebben tot overname van de uitgifte met plaatsingsgarantie, en naam en adres van de entiteiten die zich verbonden hebben tot overname van de uitgifte zonder plaatsingsgarantie of op “best efforts”-basis. Vermelding van de materiële kenmerken van de overeenkomsten, met inbegrip van de quota. Wanneer de overneming slechts op een deel van de uitgifte betrekking heeft, wordt het overblijvende deel vermeld. Vermelding van het totaalbedrag van de overnemingsprovisie en de plaatsingsprovisie.

Rubriek 5.5.4

Wanneer de overeenkomst tot overneming is of zal worden gesloten.

Rubriek 5.6

Regelingen voor de toelating tot de handel en de verhandeling van de effecten

Rubriek 5.6.1

Vermeld of voor de aangeboden effecten een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF is of zal worden aangevraagd, met het oog op de verspreiding ervan op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF, met opgave van de betrokken markten. Van dit feit wordt melding gemaakt, zonder de indruk te wekken dat de toelating tot de handel noodzakelijkerwijs zal worden goedgekeurd. Vermeld, voor zover bekend, de data waarop de effecten ten vroegste tot de handel zullen worden toegelaten.

Rubriek 5.6.2

Alle gereglementeerde markten, mkb-groeimarkten of MTF’s waar, naar weten van de uitgevende instelling, effecten van dezelfde categorie als die welke zullen worden aangeboden of tot de handel zullen worden toegelaten, reeds tot de handel zijn toegelaten.

Rubriek 5.6.3

Wanneer gelijktijdig of vrijwel gelijktijdig met de creatie van de effecten waarvoor de toelating tot de handel op een mkb-groeimarkt of in een MTF wordt aangevraagd of die aan het publiek worden aangeboden, effecten van dezelfde categorie onderhands worden geplaatst, of wanneer effecten van een andere categorie worden gecreëerd ter openbare of onderhandse plaatsing, worden nadere bijzonderheden verstrekt over de aard van deze operaties en over het aantal en de kenmerken van de effecten waarop zij betrekking hebben.

Rubriek 5.6.4

Bij toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF: de naam en het adres van de entiteiten die een vaste verbintenis zijn aangegaan om op te treden als intermediairs bij de handel op de secundaire markt, door de liquiditeit te verzekeren via bied- en laatprijzen, en beschrijving van de voornaamste kenmerken van de door deze entiteiten aangegane verbintenis.

Rubriek 5.6.5

Bij toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF en wanneer een uitgevende instelling of verkopende aandeelhouder een overinschrijvingsoptie heeft verleend, of wanneer anderszins wordt aangegeven dat in verband met een aanbieding prijsstabilisatieactiviteiten kunnen worden ontplooid, wordt melding gemaakt van nadere bijzonderheden over die stabilisatie overeenkomstig de rubrieken 5.6.5.1 tot en met 5.6.5.6.:

Rubriek 5.6.5.1

Het feit dat tot stabilisatie kan worden overgegaan, dat niet kan worden gegarandeerd dat tot stabilisatie zal worden overgegaan en dat de stabilisatieactiviteiten te allen tijde kunnen worden stopgezet.

Rubriek 5.6.5.2

Het feit dat stabilisatietransacties tot doel hebben de marktkoers van de effecten gedurende de stabilisatieperiode te ondersteunen.

Rubriek 5.6.5.3

Het begin en het einde van de periode waarin tot stabilisatie kan worden overgegaan.

Rubriek 5.6.5.4

De identiteit van de stabilisatiemanager in elk betrokken rechtsgebied, tenzij deze niet bekend is op het tijdstip van publicatie.

Rubriek 5.6.5.5

Het feit dat stabilisatietransacties tot een hogere marktprijs kunnen leiden dan anders het geval zou zijn.

Rubriek 5.6.5.6

De plaats waar de stabilisatie kan plaatsvinden, waar relevant met inbegrip van de naam van het (de) handelsplatform(en).

Rubriek 5.6.6

Overinschrijvingsfaciliteit en greenshoe-optie

Bij toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF:

a)

het bestaan en de omvang van overinschrijvingsfaciliteiten en/of greenshoe-opties;

b)

bestaansduur van de overinschrijvingsfaciliteit en/of greenshoe-optie;

c)

voorwaarden om van de overinschrijvingsfaciliteit gebruik te maken of de greenshoe-optie uit te oefenen.

Rubriek 5.7

Verkopende effectenhouders

Rubriek 5.7.1

Naam en kantooradres van de persoon of entiteit die aanbiedt de effecten te verkopen, de aard van enigerlei positie, functie of andere materiële relatie die de verkopende persoon tijdens de afgelopen drie jaar heeft gehad bij, respectievelijk met, de uitgevende instelling, haar voorgangers of met haar verbonden ondernemingen.

Rubriek 5.7.2

Het aantal en de categorie effecten die door elke verkopende effectenhouder worden aangeboden.

Rubriek 5.7.3

Bij lock-up-overeenkomsten worden nadere bijzonderheden verstrekt met betrekking tot:

a)

de betrokken partijen;

b)

de inhoud van de overeenkomst en uitzonderingen daarop;

c)

de duur van de lock-up.

Rubriek 5.8

Verwatering

Rubriek 5.8.1

Een vergelijking van de deelneming in aandelenkapitaal en stemrechten voor bestaande aandeelhouders vóór en na de kapitaalverhoging ten gevolge van de openbare aanbieding, in de aanname dat de bestaande aandeelhouders niet intekenen op de nieuwe aandelen.

Rubriek 5.8.2

Wanneer bestaande aandeelhouders worden verwaterd, ongeacht de vraag of die aandeelhouders voor hun rechten inschrijven, omdat een gedeelte van de uitgifte van aandelen slechts aan bepaalde beleggers is voorbehouden (bv. een institutionele plaatsing gekoppeld aan een aanbieding aan aandeelhouders), wordt tevens aangegeven hoe de bestaande aandeelhouders zullen worden verwaterd in de aanname dat die bestaande aandeelhouders hun rechten opnemen (naast de situatie in rubriek 5.8.1 waar dat voor die bestaande aandeelhouders niet het geval is).

AFDELING 6

INFORMATIE OVER DE ONDERLIGGENDE EFFECTEN EN DE UITGEVENDE INSTELLING VAN DE ONDERLIGGENDE EFFECTEN (indien van toepassing)

Rubriek 6.1

In voorkomend geval, informatie over de onderliggende effecten, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

Rubriek 6.2

In voorkomend geval, informatie over de instelling die de onderliggende effecten uitgeeft, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

AFDELING 7

INFORMATIE OVER TOESTEMMING (indien van toepassing)

Rubriek 6.3

In voorkomend geval, informatie over toestemming, overeenkomstig artikel 23 van deze verordening.

(1)  Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/59/oj).


BIJLAGE X

Bijlage 13 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in afdeling 1 wordt rubriek 1.2 geschrapt;

b)

in afdeling 1 wordt rubriek 1.13 vervangen door:

“Rubriek 1.13

Een waarschuwing dat de belastingwetgeving van de lidstaat van de belegger en van het land van oprichting van de uitgevende instelling een impact kan hebben op de inkomsten uit de effecten.

√”

c)

in afdeling 3, rubriek 3.1.1, wordt de tweede alinea vervangen door:

“Wanneer het maximale aantal effecten niet in het prospectus kan worden aangegeven, preciseert het prospectus dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op effecten binnen ten minste drie werkdagen na kennisgeving van het aantal effecten dat aan het publiek wordt aangeboden, kan worden ingetrokken.”;

d)

in afdeling 3, rubriek 3.3.1, wordt de derde alinea vervangen door:

“Wanneer a) noch b) in het prospectus kan worden aangegeven, wordt in het prospectus vermeld dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op effecten gedurende maximaal drie werkdagen na kennisgeving van de definitieve aanbiedingsprijs van de effecten die aan het publiek zullen worden aangeboden, kan worden ingetrokken.”;

e)

in afdeling 5, rubriek 5.3.1, wordt de tweede alinea vervangen door:

“In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de effecten en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van het prospectus.”.


BIJLAGE XI

BIJLAGE 14

VERRICHTINGSNOTA VOOR EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER

AFDELING 1

RISICOFACTOREN

Rubriek 1.1

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de effecten die worden aangeboden en/of tot de handel worden toegelaten, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijke rubriek met als titel “Risicofactoren”.

De bekend te maken risico’s omvatten:

a)

de risico’s die voortvloeien uit het niveau van achterstelling van een effect en de impact op de verwachte omvang of het tijdstip van betalingen aan houders van de effecten bij faillissement of een andere soortgelijke procedure, in voorkomend geval met inbegrip van de insolventie van een kredietinstelling of de afwikkeling of herstructurering ervan overeenkomstig Richtlijn 2014/59/EU;

b)

wanneer effecten zijn gegarandeerd: de specifieke en materiële risico’s voor de garant, voor zover die risico’s relevant zijn voor het vermogen van de garant om aan zijn verplichtingen uit hoofde van de garantie te voldoen.

In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de effecten en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van de verrichtingsnota.

Categorie A

AFDELING 2

VERANTWOORDELIJKE PERSONEN, INFORMATIE VAN DERDEN, DESKUNDIGENVERSLAGEN EN GOEDKEURING DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEIT

Rubriek 2.1

Identificeer alle personen die verantwoordelijk zijn voor de in de verrichtingsnota verstrekte informatie of bepaalde gedeelten daarvan. Vermeld in dat laatste geval voor welke gedeelten daarvan zij verantwoordelijk zijn. Ingeval het natuurlijke personen betreft, met inbegrip van leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling, worden naam en functie van deze personen vermeld. Ingeval het rechtspersonen betreft, worden naam en statutaire zetel vermeld.

Categorie A

Rubriek 2.2

Een verklaring van de voor de verrichtingsnota verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in de verrichtingsnota in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in de verrichtingsnota geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van die nota zou wijzigen.

In voorkomend geval, een verklaring van de voor bepaalde delen van de verrichtingsnota verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in de delen van het verrichtingsnota waarvoor die personen verantwoordelijk zijn, in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in die delen van het verrichtingsnota geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van die delen zou wijzigen.

Categorie A

Rubriek 2.3

Wanneer in de verrichtingsnota een verklaring of verslag is opgenomen afkomstig van een persoon handelend in de hoedanigheid van deskundige, worden voor die persoon de volgende gegevens verstrekt:

a)

naam;

b)

kantooradres;

c)

kwalificaties;

d)

zijn/haar (eventuele) materiële belang in de uitgevende instelling.

Wanneer de verklaring of het verslag op verzoek van de uitgevende instelling is opgesteld, wordt vermeld dat die verklaring of dat verslag in de verrichtingsnota is opgenomen met de toestemming van de persoon die de inhoud van het desbetreffende gedeelte van de verrichtingsnota voor de opname in het prospectus heeft goedgekeurd.

Categorie A

Rubriek 2.4

Wanneer van een derde afkomstige informatie is opgenomen, bevestig dan dat die informatie correct is weergegeven en dat, voor zover de uitgevende instelling weet en heeft kunnen opmaken uit door de betrokken derde gepubliceerde informatie, geen feiten zijn weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of misleidend zou worden. Vermeld ook de informatiebron(nen).

Categorie C

Rubriek 2.5

Een verklaring dat:

a)

[naam bevoegde autoriteit], als bevoegde autoriteit op grond van Verordening (EU) 2017/1129, [deze verrichtingsnota]/[dit prospectus] heeft goedgekeurd;

b)

[naam bevoegde autoriteit] [deze verrichtingsnota]/[dit prospectus] alleen heeft goedgekeurd omdat is voldaan aan de door Verordening (EU) 2017/1129 opgelegde normen inzake volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie;

c)

deze goedkeuring niet mag worden beschouwd als een goedkeuring van de kwaliteit van de effecten waarop [deze verrichtingsnota]/[dit prospectus] betrekking heeft, en

d)

beleggers zelf moeten beoordelen of het aangewezen is in de effecten te beleggen.

Categorie A

Rubriek 2.6

Belangen van bij de uitgifte/aanbieding betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen

Rubriek 2.6.1

Een beschrijving van alle belangen, met inbegrip van een tegenstrijdig belang dat van materieel belang is voor de uitgifte/aanbieding, met vermelding van de betrokken personen en de aard van het belang.

Categorie C

Rubriek 2.7

Aanvullende informatie

Rubriek 2.7.1

Wanneer in de verrichtingsnota sprake is van bij de uitgifte betrokken adviseurs, wordt meegedeeld in welke hoedanigheid deze adviseurs zijn opgetreden.

Categorie C

Rubriek 2.7.2

Een vermelding van andere informatie in de verrichtingsnota die door de met de wettelijke controle belaste accountants onderworpen is aan een volledige of beperkte accountantscontrole en wanneer deze met de wettelijke controle belaste accountants een verslag hebben opgesteld. Opneming van het verslag of, mits de bevoegde autoriteit daarmee instemt, van een samenvatting van het verslag.

Categorie A

Rubriek 2.7.3

Aan de effecten toegekende ratings die op verzoek of met de medewerking van de uitgevende instelling aan het ratingproces zijn opgesteld. Een korte toelichting bij de betekenis van de ratings wanneer het ratingbureau die ratings heeft gepubliceerd.

Categorie C

Rubriek 2.7.4

(Retail-specifiek)

Wanneer de samenvatting gedeeltelijk wordt vervangen door de informatie in artikel 8, lid 3, punten c) tot en met i), van Verordening (EU) nr. 1286/2014, wordt al deze informatie openbaargemaakt, voor zover dat al niet elders in de verrichtingsnota is gebeurd.

Categorie C

AFDELING 2 bis

REDENEN VOOR DE AANBIEDING, BESTEMMING VAN DE OPBRENGSTEN EN KOSTEN VAN DE UITGIFTE/AANBIEDING OF TOELATING TOT DE HANDEL (Retail-specifiek)

Rubriek 2 bis.1

(Retail-specifiek)

Redenen voor de aanbieding aan het publiek of voor de toelating tot de handel.

Indien toepasselijk, vermelding van de geraamde totale kosten van de uitgifte/aanbieding en de geraamde netto-opbrengsten. Die kosten en opbrengsten worden uitgesplitst naar voornaamste bestemmingen en gepresenteerd in orde van belangrijkheid van deze bestemmingen. Wanneer de uitgevende instelling weet dat de verwachte opbrengsten ontoereikend zullen zijn om alle beoogde bestemmingen te financieren, worden het bedrag en de bronnen van de andere benodigde financieringsmiddelen vermeld.

Categorie C

AFDELING 2 ter

BESTEMMING VAN DE OPBRENGSTEN EN KOSTEN VAN DE TOELATING TOT DE HANDEL (Wholesale-specifiek)

Rubriek 2 ter.1

(Wholesale-specifiek)

De bestemming en het geraamde nettobedrag van de opbrengsten.

Een schatting van de totale kosten van de toelating tot de handel.

Categorie C

AFDELING 3

VOORWAARDEN VAN DE EFFECTEN

Rubriek 3.1

Informatie over de effecten

Rubriek 3.1.1

Een beschrijving van het type en de categorie effecten die worden aangeboden.

Categorie B

De internationale effectenidentificatiecode (International Securities Identification Number — ISIN) van de effecten.

Categorie C

Rubriek 3.1.2

Wetgeving waaronder de effecten gecreëerd zijn.

Categorie A

Rubriek 3.1.3

Een vermelding of de effecten op naam of aan toonder zijn, en of zij in de vorm van bewijzen of in girale vorm worden uitgegeven.

Categorie A

Bij girale uitgifte worden naam en adres vermeld van de entiteit die de records bijhoudt.

Categorie C

Rubriek 3.1.4

Munteenheid waarin de effecten worden uitgegeven.

Categorie C

Rubriek 3.1.5

De relatieve rangorde van de effecten in de kapitaalstructuur van de uitgevende instelling in geval van insolventie, met inbegrip van, in voorkomend geval, informatie over het niveau van achterstelling van de effecten en de potentiële impact op de belegging in geval van afwikkeling uit hoofde van Richtlijn 2014/59/EU.

Categorie A

Rubriek 3.1.6

Een beschrijving van de aan de effecten verbonden rechten, met vermelding van eventuele op deze rechten geldende beperkingen, en van de regels voor de uitoefening van die rechten.

Categorie B

Rubriek 3.1.7

a)

De nominale rente;

Categorie C

b)

de bepalingen in verband met de te betalen rente;

Categorie B

c)

de datum vanaf wanneer de lening rente gaat dragen;

Categorie C

d)

de vervaldagen van de rente;

Categorie C

e)

verjaringstermijn voor rente en hoofdsom.

Categorie B

Wanneer de rente niet vast is:

a)

een vermelding van het type onderliggende waarde;

Categorie A

b)

een beschrijving van de onderliggende waarde waarop de rente gebaseerd is;

Categorie C

c)

een beschrijving van de methode die wordt gebruikt om het verband tussen de onderliggende waarde en de rente te leggen;

Categorie B

d)

een vermelding van de plaats waar informatie over het in het verleden behaalde en toekomstige rendement van de onderliggende waarde en de volatiliteit ervan elektronisch beschikbaar is en of deze kosteloos beschikbaar is (Retail-specifiek);

Categorie C

e)

een beschrijving van marktverstorende of afwikkelingsverstorende gebeurtenissen die van invloed zijn op het onderliggende effect;

Categorie B

f)

aanpassingsregels voor gebeurtenissen die van invloed zijn op het onderliggende effect;

Categorie B

g)

de naam van de calculation agent;

Categorie C

h)

wanneer de rentebetalingen op het effect een derivatencomponent hebben, wordt een heldere en uitvoerige uitleg gegeven om beleggers inzicht te verschaffen in de vraag hoe de waarde van hun belegging door de waarde van de onderliggende instrument(en) wordt beïnvloed, vooral onder de omstandigheden waarbij de risico’s het grootst zijn (Retail-specifiek).

Categorie B

Rubriek 3.1.8

Vervaldatum.

Categorie C

Rubriek 3.1.8 bis

Nadere bijzonderheden over de wijze van aflossing van de lening, met inbegrip van de procedures voor de terugbetaling. Wanneer vervroegde aflossing wordt overwogen, hetzij op initiatief van de uitgevende instelling, hetzij op initiatief van de houder, wordt deze beschreven, met opgave van de aflossingsvoorwaarden.

Categorie B

Rubriek 3.1.9

Een vermelding van het rendement.

Categorie C

Rubriek 3.1.9 bis

(Retail-specifiek)

Een beknopte beschrijving van de methode voor de berekening van dat rendement.

Categorie B

Rubriek 3.1.10

Vertegenwoordiging van houders van effecten zonder aandelenkarakter, met vermelding van de naam van de organisatie die de beleggers vertegenwoordigt en van de voor die vertegenwoordiging toepasselijke voorschriften. Vermelding van de website waar het publiek kosteloos inzage kan krijgen in de overeenkomsten betreffende die vormen van vertegenwoordiging.

Categorie B

Rubriek 3.1.11

Een vermelding van de besluiten, machtigingen en goedkeuringen op grond waarvan de effecten zijn of zullen worden gecreëerd en/of uitgegeven.

Categorie C

Rubriek 3.1.12

De datum van uitgifte of, bij nieuwe uitgiften, de verwachte datum van uitgifte van de effecten.

Categorie C

Rubriek 3.1.13

Een beschrijving van eventuele beperkingen op de overdraagbaarheid van de effecten.

Categorie A

Rubriek 3.1.14

(Retail-specifiek)

Een waarschuwing dat de belastingwetgeving van de lidstaat van de belegger en van het land van oprichting van de uitgevende instelling een impact kan hebben op de inkomsten uit de effecten.

Categorie A

Rubriek 3.1.15

Indien verschillend van de uitgevende instelling, de identiteit en de contactgegevens van de aanbieder van de effecten en/of van de aanvrager van de toelating tot de handel, met inbegrip van de identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI) indien de aanbieder rechtspersoonlijkheid bezit.

Categorie C

AFDELING 4

NADERE BIJZONDERHEDEN OVER DE AANBIEDING (Retail-specifiek)

Rubriek 4.1

(Retail-specifiek)

Nadere bijzonderheden over de aanbieding van effecten aan het publiek (statistieken over de aanbieding, verwacht tijdschema en te ondernemen actie om op de aanbieding in te gaan)

Rubriek 4.1.1

(Retail-specifiek)

Het totale aantal effecten dat aan het publiek wordt aangeboden. Wanneer de omvang niet vooraf is bepaald: een vermelding van het maximale aantal aangeboden effecten (indien beschikbaar) en een beschrijving van de regelingen voor de aankondiging van de definitieve omvang van de aanbieding aan het publiek en van de termijn waarop deze aankondiging zal plaatsvinden.

Wanneer het maximale aantal effecten niet in het prospectus kan worden aangegeven, preciseert het prospectus dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op effecten binnen ten minste drie werkdagen na kennisgeving van het aantal effecten dat aan het publiek wordt aangeboden, kan worden ingetrokken.

Categorie C

Rubriek 4.1.2

(Retail-specifiek)

De periode waarin de aanbieding openstaat, met vermelding van mogelijke wijzigingen, en de te volgen procedure om op de aanbieding in te gaan.

Categorie C

Rubriek 4.1.3

(Retail-specifiek)

Een beschrijving van eventuele mogelijkheden om inschrijvingen te verminderen en van de wijze waarop door inschrijvers te veel betaalde bedragen worden terugbetaald.

Categorie C

Rubriek 4.1.4

(Retail-specifiek)

Nadere bijzonderheden over de minimum- en/of maximumomvang van de inschrijving (hetzij in aantal effecten, hetzij in het in totaal te beleggen bedrag).

Categorie C

Rubriek 4.1.5

(Retail-specifiek)

Wijze van en termijnen voor betaling en levering van de effecten.

Categorie C

Rubriek 4.1.6

(Retail-specifiek)

Een volledige beschrijving van de wijze en de datum waarop de resultaten van de aanbieding zullen worden bekendgemaakt.

Categorie C

Rubriek 4.1.7

(Retail-specifiek)

De procedure voor de uitoefening van voorkeurrechten, de verhandelbaarheid van claimrechten en de bestemming van niet-uitgeoefende claimrechten.

Categorie C

Rubriek 4.2

(Retail-specifiek)

Plan voor het op de markt brengen en de toewijzing van de effecten

Rubriek 4.2.1

(Retail-specifiek)

De diverse categorieën potentiële beleggers aan wie de effecten worden aangeboden.

Wanneer de aanbieding gelijktijdig op de markten van twee of meer landen plaatsvindt en wanneer een tranche daarvan voor bepaalde van deze markten is of wordt voorbehouden, wordt deze tranche vermeld.

Categorie C

Rubriek 4.3

(Retail-specifiek)

De procedure waarmee inschrijvers in kennis worden gesteld van het toegewezen bedrag en een vermelding of de handel mag aanvangen voordat kennisgeving is geschied.

Categorie C

Rubriek 4.4

(Retail-specifiek)

Prijsstelling

Rubriek 4.4.1

(Retail-specifiek)

Een vermelding van de verwachte prijs waartegen de effecten zullen worden aangeboden.

Categorie C

Rubriek 4.4.2

(Retail-specifiek)

Als alternatief voor rubriek 4.3.1 wordt een beschrijving gegeven van de methode voor het bepalen van de prijs krachtens artikel 17 van Verordening (EU) 2017/1129, en hoe deze zal worden bekendgemaakt.

Categorie B

Rubriek 4.4.3

(Retail-specifiek)

Vermelding van het bedrag aan kosten en belastingen dat ten laste van de inschrijver of koper komt.

Categorie C

Rubriek 4.5

(Retail-specifiek)

Plaatsing en overneming

Rubriek 4.5.1

(Retail-specifiek)

Naam en adres van de coördinator(en) van de aanbieding als geheel of van afzonderlijke onderdelen daarvan en, voor zover de uitgevende instelling of de aanbieder daarvan bekend, van degenen die de plaatsing verzorgen in de diverse landen waar de aanbieding plaatsvindt.

Categorie C

Rubriek 4.5.2

(Retail-specifiek)

Naam en adres van instellingen die in elk land zorgen voor de financiële dienst en de bewaarneming.

Categorie C

Rubriek 4.5.3

(Retail-specifiek)

Naam en adres van de entiteiten die zich verbonden hebben tot overname van de uitgifte met plaatsingsgarantie, en naam en adres van de entiteiten die zich verbonden hebben tot overname van de uitgifte zonder plaatsingsgarantie of op “best efforts”-basis. Vermelding van de materiële kenmerken van de overeenkomsten, met inbegrip van de quota. Wanneer de overneming slechts op een deel van de uitgifte betrekking heeft, wordt het overblijvende deel vermeld. Vermelding van het totaalbedrag van de overnemingsprovisie en de plaatsingsprovisie.

Categorie C

Rubriek 4.5.4

(Retail-specifiek)

Wanneer de overeenkomst tot overneming is of zal worden gesloten.

Categorie C

AFDELING 4 bis

NADERE BIJZONDERHEDEN OVER DE TOELATING TOT DE HANDEL

Rubriek 4 bis.1

Het totale aantal effecten dat tot de handel wordt toegelaten.

Categorie C

Rubriek 4 bis.2

a)

Een vermelding van de gereglementeerde markt, of andere markt van een derde land, mkb-groeimarkt of MTF waarop de effecten zullen worden verhandeld en waarvoor een prospectus is gepubliceerd;

Categorie B

b)

vermeld, voor zover bekend, de data waarop de effecten ten vroegste tot de handel zullen worden toegelaten.

Categorie C

Rubriek 4 bis.3

Naam en adres van instellingen die in elk land zorgen voor de financiële dienst en de bewaarneming.

Categorie C

Rubriek 4 bis.4

(Retail-specifiek)

Alle gereglementeerde markten of markten van derde landen, mkb-groeimarkten of MTF’s waar, naar weten van de uitgevende instelling, effecten van dezelfde categorie als die welke aan het publiek zullen worden aangeboden of tot de handel zullen worden toegelaten, reeds tot de handel zijn toegelaten.

Categorie C

Rubriek 4 bis.5

(Retail-specifiek)

Naam en adres van de entiteiten die een vaste verbintenis zijn aangegaan om op te treden als tussenpersonen bij de handel op de secundaire markt, door de liquiditeit te verzekeren via bied- en laatprijzen, en een beschrijving van de belangrijkste voorwaarden van de door die entiteiten aangegane verbintenis.

Categorie C

Rubriek 4 bis.6

(Retail-specifiek)

De uitgifteprijs van de effecten.

Categorie C

AFDELING 5

ESG-INFORMATIE (indien van toepassing)

Rubriek 5.1

In voorkomend geval, ESG-informatie overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

AFDELING 6

INFORMATIE OVER DE GARANT (indien van toepassing)

Rubriek 6.1

In voorkomend geval, informatie over de garant, overeenkomstig artikel 22 van deze verordening.

AFDELING 7

INFORMATIE OVER DE ONDERLIGGENDE EFFECTEN EN DE UITGEVENDE INSTELLING VAN DE ONDERLIGGENDE EFFECTEN (indien van toepassing)

Rubriek 7.1

In voorkomend geval, informatie over de onderliggende effecten, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

Rubriek 7.2

In voorkomend geval, informatie over de instelling die de onderliggende effecten uitgeeft, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

AFDELING 8

INFORMATIE OVER TOESTEMMING (indien van toepassing)

Rubriek 8.1

In voorkomend geval, informatie over toestemming, overeenkomstig artikel 23 van deze verordening.


BIJLAGE XII

BIJLAGE 15

PROSPECTUS VOOR EFFECTEN MET AANDELENKARAKTER/EU IPO-PROSPECTUS

(Op basis van de bijlagen 1 en 11)

AFDELING 1

SAMENVATTING

Rubriek 1.1

Een samenvatting, overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) 2017/1129.

AFDELING 2

RISICOFACTOREN

Rubriek 2.1

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de uitgevende instelling, in een beperkt aantal categorieën, en een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de effecten die worden aangeboden en/of tot de handel worden toegelaten, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijke rubriek met als titel “Risicofactoren”.

In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de effecten en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van het prospectus/EU IPO-prospectus.

AFDELING 3

VERANTWOORDELIJKE PERSONEN, INFORMATIE VAN DERDEN, DESKUNDIGENVERSLAGEN EN GOEDKEURING DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEIT

Rubriek 3.1

Identificeer alle personen die verantwoordelijk zijn voor de in het prospectus/EU IPO-prospectus verstrekte informatie of bepaalde gedeelten daarvan. Vermeld in dat laatste geval voor welke gedeelten daarvan zij verantwoordelijk zijn. Ingeval het natuurlijke personen betreft, met inbegrip van leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling, worden naam en functie van deze personen vermeld. Ingeval het rechtspersonen betreft, worden naam en statutaire zetel vermeld.

Rubriek 3.2

Een verklaring van de voor het prospectus/EU IPO-prospectus verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in het prospectus/EU IPO-prospectus in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in het prospectus/EU IPO-prospectus geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van dat prospectus zou wijzigen.

In voorkomend geval, een verklaring van de voor bepaalde delen van het prospectus/EU IPO-prospectus verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in de delen van het prospectus/EU IPO-prospectus waarvoor die personen verantwoordelijk zijn, in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in die delen van het prospectus/EU IPO-prospectus geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van die delen zou wijzigen.

Rubriek 3.3

Wanneer in het prospectus/EU IPO-prospectus een verklaring of verslag is opgenomen afkomstig van een persoon handelend in de hoedanigheid van deskundige, worden voor die persoon de volgende gegevens verstrekt:

a)

naam;

b)

kantooradres;

c)

kwalificaties;

d)

zijn/haar (eventuele) materiële belang in de uitgevende instelling.

Wanneer de verklaring of het verslag op verzoek van de uitgevende instelling is opgesteld, wordt vermeld dat die verklaring of dat verslag in het prospectus/EU IPO-prospectus is opgenomen met de toestemming van de persoon die de inhoud van dat gedeelte van het prospectus/EU IPO-prospectus voor de opname in het prospectus/EU IPO-prospectus heeft goedgekeurd.

Rubriek 3.4

Wanneer van een derde afkomstige informatie is opgenomen, bevestig dan dat die informatie correct is weergegeven en dat, voor zover de uitgevende instelling weet en heeft kunnen opmaken uit door de betrokken derde gepubliceerde informatie, geen feiten zijn weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of misleidend zou worden. Vermeld ook de informatiebron(nen).

Rubriek 3.5

Een verklaring dat:

a)

[naam bevoegde autoriteit], als bevoegde autoriteit op grond van Verordening (EU) 2017/1129, het prospectus/EU IPO-prospectus heeft goedgekeurd;

b)

[naam bevoegde autoriteit] dit prospectus/EU IPO-prospectus alleen heeft goedgekeurd omdat dit voldoet aan de door Verordening (EU) 2017/1129 opgelegde normen inzake volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie;

c)

deze goedkeuring niet mag worden beschouwd als een goedkeuring van de uitgevende instelling of de kwaliteit van de effecten waarop dit [prospectus/EU IPO-prospectus] betrekking heeft;

d)

beleggers zelf moeten beoordelen of het aangewezen is in de effecten te beleggen.

e)

in voorkomend geval, preciseren dat dit prospectus een EU IPO-prospectus is, als bedoeld in artikel 1, punt f), van deze verordening, opgesteld overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EU) 2017/1129.

Rubriek 3.6

Belangen van bij de uitgifte/aanbieding betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen

Rubriek 3.6.1

Een beschrijving van alle belangen, met inbegrip van een tegenstrijdig belang dat van materieel belang is voor de uitgifte/aanbieding, met vermelding van de betrokken personen en de aard van het belang.

Rubriek 3.7

Aanvullende informatie

Rubriek 3.7.1

Wanneer in het prospectus/EU IPO-prospectus sprake is van bij de uitgifte betrokken adviseurs, wordt meegedeeld in welke hoedanigheid deze adviseurs zijn opgetreden.

Rubriek 3.7.2

Een vermelding van andere informatie in het prospectus/EU IPO-prospectus die door de met de wettelijke controle belaste accountants onderworpen is aan een volledige of beperkte accountantscontrole en wanneer deze met de wettelijke controle belaste accountants een verslag hebben opgesteld. Opneming van het verslag of, mits de bevoegde autoriteit daarmee instemt, van een samenvatting van het verslag.

AFDELING 3 bis

REDENEN VOOR DE AANBIEDING, BESTEMMING VAN DE OPBRENGSTEN EN KOSTEN VAN DE UITGIFTE/AANBIEDING

Rubriek 3 bis.1

Redenen voor de aanbieding en, indien toepasselijk, geraamde netto-opbrengsten, uitgesplitst naar voornaamste bestemmingen en gepresenteerd in orde van belangrijkheid van deze bestemmingen. Wanneer de uitgevende instelling weet dat de verwachte opbrengsten ontoereikend zullen zijn om alle beoogde bestemmingen te financieren, worden het bedrag en de bronnen van de andere benodigde financieringsmiddelen vermeld. Verstrek ook nadere bijzonderheden over de bestemming van de opbrengsten, en met name wanneer die opbrengsten worden aangewend om buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening activa te verwerven, aangekondigde overnames van andere bedrijven te financieren of schulden volledig terug te betalen, te verminderen of vroegtijdig af te lossen. De totale netto-opbrengsten en geraamde totale kosten van de uitgifte/aanbieding.

Rubriek 3 bis.2

Een toelichting bij de wijze waarop de opbrengsten van deze aanbieding aansluiten bij de in het prospectus/EU IPO-prospectus beschreven bedrijfsstrategie en strategische doelstellingen.

AFDELING 4

STRATEGIE, PRESTATIES EN ONDERNEMINGSKLIMAAT

Rubriek 4.1

Informatie over de uitgevende instelling:

a)

officiële naam en handelsnaam van de uitgevende instelling;

b)

de plaats van registratie van de uitgevende instelling, haar registratienummer en identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI);

c)

de datum van oprichting en de duur van de uitgevende instelling indien deze niet voor onbepaalde tijd is opgericht;

d)

de vestigingsplaats en rechtsvorm van de uitgevende instelling, de wetgeving waaronder de uitgevende instelling werkt, het land van oprichting van de uitgevende instelling, haar adres, het telefoonnummer van haar statutaire zetel (of hoofdvestiging indien deze afwijkt van die van de statutaire zetel) en (in voorkomend geval) de website van de uitgevende instelling, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus/EU IPO-prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus/EU IPO-prospectus is opgenomen.

Rubriek 4.1.1

Informatie over de materiële wijzigingen in de financieringsbehoefte en -structuur van de uitgevende instelling sinds het eind van de laatste verslagperiode waarvoor in het prospectus/EU IPO-prospectus informatie is verstrekt. Wanneer het prospectus/EU IPO-prospectus tussentijdse financiële informatie bevat, mag deze informatie worden verstrekt sinds het eind van de laatste tussentijdse verslagperiode waarvoor in het prospectus/EU IPO-prospectus informatie is opgenomen.

Rubriek 4.1.2

Gegevens over de financieringsmiddelen die naar verwachting nodig zullen zijn om aan de in rubriek 4.4.2 bedoelde verplichtingen te voldoen.

Rubriek 4.2

Overzicht van de bedrijfsactiviteiten

Rubriek 4.2.1

Strategie en doelstellingen

Een beschrijving van de bedrijfsstrategie en de strategische doelstellingen van de uitgevende instelling (in voorkomend geval, zowel financieel als niet-financieel). Deze beschrijving houdt rekening met toekomstige uitdagingen en vooruitzichten van de uitgevende instelling.

Indien nodig wordt in de beschrijving rekening gehouden met het regelgevingsklimaat waarin de uitgevende instelling werkt.

Rubriek 4.2.2

Belangrijkste activiteiten

Een beschrijving van de belangrijkste activiteiten van de uitgevende instelling, met inbegrip van:

a)

de belangrijkste categorieën verkochte producten en/of verrichte diensten;

b)

een vermelding van belangrijke nieuwe producten, diensten of activiteiten die sinds de publicatie van de meest recente gecontroleerde jaarrekeningen op de markt zijn gebracht.

Rubriek 4.2.3

Belangrijkste markten

Een beschrijving van de belangrijkste markten waarop de uitgevende instelling concurreert.

Rubriek 4.3

Organisatiestructuur

Rubriek 4.3.1

Wanneer de uitgevende instelling deel uitmaakt van een groep, en voor zover dit niet elders in het prospectus/EU IPO-prospectus aan de orde komt en voor zover zulks noodzakelijk is voor een goed begrip van de bedrijfsactiviteiten van de uitgevende instelling als geheel, een organigram.

Indien de uitgevende instelling dat wil, kan dit organigram worden vervangen door, of vergezeld gaan van, een beknopte beschrijving van de groep en de positie van de uitgevende instelling binnen de groep, wanneer dat helpt om de organisatiestructuur te verduidelijken.

Rubriek 4.3.2

Een duidelijke verklaring dat de uitgevende instelling afhankelijk is van andere entiteiten binnen de groep (in voorkomend geval), samen met een toelichting bij die afhankelijkheid.

Rubriek 4.4

Investeringen

Rubriek 4.4.1

Een beschrijving (met vermelding van het bedrag) van de in het prospectus opgenomen investeringen van materieel belang door de uitgevende instelling sinds het einde van de door de historische financiële informatie bestreken periode tot aan de datum van het prospectus/EU IPO-prospectus, voor zover dit niet elders in het prospectus/EU IPO-prospectus aan bod komt.

Rubriek 4.4.2

Een beschrijving van alle investeringen van materieel belang door de uitgevende instelling die in uitvoering zijn of waarvoor reeds vaste verbintenissen zijn aangegaan, met inbegrip van de wijze van (interne of externe) financiering wanneer dit voor de activiteiten van de uitgevende instelling van materieel belang is.

Rubriek 4.5

Tendensen

Rubriek 4.5.1

Een beschrijving van de belangrijkste recente tendensen in de ontwikkeling van productie, verkoop, voorraden, kosten en verkoopprijzen tussen het einde van het laatste boekjaar en de datum van het prospectus/EU IPO-prospectus. De informatie mag op uitsluitend kwalitatieve basis worden gegeven. Kwantitatieve prognoses zijn niet vereist.

Rubriek 4.6

Winstprognoses of -ramingen

Rubriek 4.6.1

Wanneer een uitgevende instelling een winstprognose of een winstraming heeft bekendgemaakt (die nog steeds uitstaande en geldig is), wordt die prognose of raming in het prospectus/EU IPO-prospectus opgenomen. Wanneer een winstprognose of een winstraming is bekendgemaakt en nog steeds uitstaande is, maar niet langer geldig, neem dan een verklaring in die zin op en licht toe waarom deze prognose of raming niet meer geldig is. Voor dergelijke niet langer geldige prognoses of ramingen gelden de voorschriften van de rubrieken 4.6.2 en 4.6.3 niet.

Rubriek 4.6.2

Wanneer een uitgevende instelling een nieuwe winstprognose of een nieuwe winstraming wil opnemen, of een eerder gepubliceerde winstprognose of een eerder gepubliceerde winstraming krachtens rubriek 4.6.1, is deze winstprognose of winstraming duidelijk en ondubbelzinnig en bevat zij een verklaring met de voornaamste aannames waarop de uitgevende instelling haar prognose of raming heeft gebaseerd.

Bij de prognose of raming worden de volgende principes in acht genomen:

a)

er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen, enerzijds, aannames betreffende factoren waarop de leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen invloed kunnen uitoefenen en, anderzijds, aannames betreffende factoren waarop de leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen geen invloed kunnen uitoefenen;

b)

de aannames zijn redelijk, door beleggers gemakkelijk te begrijpen, specifiek en precies en hebben geen invloed op de algemene nauwkeurigheid van de ramingen die aan de prognose ten grondslag liggen;

c)

bij een prognose wijzen de aannames de belegger op de onzekere factoren die de resultaten van de prognoses materieel kunnen veranderen.

Rubriek 4.6.3

Het prospectus/EU IPO-prospectus omvat een verklaring dat de winstprognose of de winstraming is opgesteld en voorbereid op een basis die:

a)

zowel vergelijkbaar is met de historische financiële informatie,

b)

als in overeenstemming is met de grondslagen voor financiële verslaglegging van de uitgevende instelling.

AFDELING 5

BESTUURSVERSLAG, MET INBEGRIP VAN DUURZAAMHEIDSRAPPORTAGE

Rubriek 5.1

Deze afdeling heeft tot doel om ofwel door opname via verwijzing ofwel door opname informatie op te nemen in de in artikel 4 van Richtlijn 2004/109/EG, indien van toepassing, en de hoofdstukken 5 en 6 van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde bestuursverslagen en geconsolideerde bestuursverslagen, voor de perioden waarop de historische financiële informatie betrekking heeft, met inbegrip van, indien van toepassing, de duurzaamheidsrapportage en daarmee samenhangende assuranceverklaring overeenkomstig Richtlijn 2013/34/EU.

AFDELING 6

VERKLARING INZAKE HET WERKKAPITAAL

Rubriek 6.1

Een verklaring door de uitgevende instelling dat het werkkapitaal, naar haar oordeel, toereikend is voor haar actuele behoeften of, wanneer dat niet het geval is, hoe zij in het benodigde extra werkkapitaal denkt te voorzien.

AFDELING 7

VOORWAARDEN VAN DE EFFECTEN

Rubriek 7.1

Informatie over de effecten

Rubriek 7.1.1

Een beschrijving van het type en de categorie effecten, met inbegrip van de internationale effectenidentificatiecode (International Securities Identification Number — ISIN).

Rubriek 7.1.2

Wetgeving waaronder de effecten gecreëerd zijn.

Rubriek 7.1.3

Een vermelding of de effecten op naam of aan toonder zijn, en of zij in de vorm van bewijzen of in girale vorm worden uitgegeven.

Bij girale uitgifte worden naam en adres vermeld van de entiteit die de records bijhoudt.

Rubriek 7.1.4

Munteenheid waarin de effecten worden uitgegeven.

Rubriek 7.1.5

Een beschrijving van de aan de effecten verbonden rechten, met vermelding van eventuele op deze rechten geldende beperkingen, en van de regels voor de uitoefening van die rechten:

a)

dividendrechten:

i)

vaste datum (data) waarop het recht een aanvang neemt;

ii)

verjaringstermijn van het dividend en vermelding van de begunstigde van de verjaring;

iii)

dividendbeperkingen en -procedures die gelden voor niet-ingezeten houders;

iv)

percentage van het dividend of methode voor de berekening ervan, periodiciteit en cumulatief of niet-cumulatief karakter van de betalingen;

b)

stemrechten;

c)

voorkeurrechten bij aanbiedingen van effecten van dezelfde categorie;

d)

recht op uitkering van winst van de uitgevende instelling;

e)

recht op een gedeelte van het eventuele saldo bij liquidatie;

f)

aflossingsvoorwaarden;

g)

conversievoorwaarden.

Rubriek 7.1.6

In geval van nieuwe uitgiften wordt melding gemaakt van de besluiten, machtigingen en goedkeuringen op grond waarvan de effecten zijn of zullen worden gecreëerd en/of uitgegeven.

Rubriek 7.1.7

De datum van uitgifte of, bij nieuwe uitgiften, de verwachte datum van uitgifte van de effecten.

Rubriek 7.1.8

Een beschrijving van eventuele beperkingen op de overdraagbaarheid van de effecten.

Rubriek 7.1.9

Een waarschuwing dat de belastingwetgeving van de lidstaat van de belegger en van het land van oprichting van de uitgevende instelling een impact kan hebben op de inkomsten uit de effecten.

Rubriek 7.1.10

Indien verschillend van de uitgevende instelling, de identiteit en de contactgegevens van de aanbieder van de effecten en/of van de aanvrager van de toelating tot de handel, met inbegrip van de identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI) indien de aanbieder rechtspersoonlijkheid bezit.

Rubriek 7.1.11

a)

Een verklaring over het bestaan van op de uitgevende instelling toepasselijke nationale wet- of regelgeving inzake overnames, en in voorkomend geval de mogelijkheid van maatregelen die dergelijke overnames kunnen bemoeilijken;

b)

een beknopte beschrijving van de rechten en plichten van de aandeelhouders in geval van een verplicht bod en/of uitstoot- of uitkoopregels met betrekking tot de effecten;

c)

een vermelding van elk in de loop van het laatste en het lopende boekjaar door derden uitgebracht openbaar overnamebod met betrekking tot het aandelenkapitaal van de uitgevende instelling. Ook worden de prijs of de ruilvoorwaarden van elk bod en het resultaat ervan vermeld.

Rubriek 7.1.12

In voorkomend geval, de potentiële impact op de belegging in geval van afwikkeling uit hoofde van Richtlijn 2014/59/EU.

AFDELING 8

NADERE BIJZONDERHEDEN OVER DE AANBIEDING/TOELATING TOT DE HANDEL

Rubriek 8.1

Voorwaarden van de aanbieding van effecten aan het publiek. Voorwaarden, statistieken over de aanbieding, verwacht tijdschema en te ondernemen actie om op de aanbieding in te gaan.

Rubriek 8.1.1

Voorwaarden waaraan de aanbieding onderworpen is

Rubriek 8.1.2

Totale omvang van de uitgifte/aanbieding, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen te koop en ter inschrijving aangeboden effecten. Wanneer de omvang niet vooraf is bepaald: een vermelding van het maximale aantal aangeboden effecten (indien beschikbaar) en een beschrijving van de regelingen voor de aankondiging van de definitieve omvang van de aanbieding aan het publiek en van de termijn waarop deze aankondiging zal plaatsvinden.

Wanneer het maximale aantal effecten niet in het prospectus/EU IPO-prospectus kan worden aangegeven, preciseert het prospectus/EU IPO-prospectus dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op effecten binnen ten minste drie werkdagen na kennisgeving van het aantal effecten dat aan het publiek wordt aangeboden, kan worden ingetrokken.

Rubriek 8.1.3

De periode waarin de aanbieding openstaat, met vermelding van mogelijke wijzigingen, en de te volgen procedure om op de aanbieding in te gaan.

Rubriek 8.1.4

Een vermelding wanneer en onder welke omstandigheden de aanbieding kan worden ingetrokken of opgeschort, en of intrekking kan plaatsvinden na aanvang van de handel.

Rubriek 8.1.5

Een beschrijving van eventuele mogelijkheden om inschrijvingen te verminderen en van de wijze waarop door inschrijvers te veel betaalde bedragen worden terugbetaald.

Rubriek 8.1.6

Nadere bijzonderheden over de minimum- en/of maximumomvang van de inschrijving (hetzij in aantal effecten, hetzij in het in totaal te beleggen bedrag).

Rubriek 8.1.7

Een vermelding van de termijn waarbinnen een inschrijving kan worden ingetrokken, indien het beleggers is toegestaan hun inschrijving in te trekken.

Rubriek 8.1.8

Wijze van en termijnen voor betaling en levering van de effecten.

Rubriek 8.1.9

Een volledige beschrijving van de wijze en de datum waarop de resultaten van de aanbieding zullen worden bekendgemaakt.

Rubriek 8.1.10

De procedure voor de uitoefening van voorkeurrechten, de verhandelbaarheid van claimrechten en de bestemming van niet-uitgeoefende claimrechten.

Rubriek 8.2

Plan voor het op de markt brengen en de toewijzing van de effecten

Rubriek 8.2.1

De diverse categorieën potentiële beleggers aan wie de effecten worden aangeboden.

Wanneer de aanbieding gelijktijdig op de markten van twee of meer landen plaatsvindt en wanneer een tranche daarvan voor bepaalde van deze markten is of wordt voorbehouden, wordt deze tranche vermeld.

Rubriek 8.2.2

Voor zover zulks de uitgevende instelling bekend is, wordt vermeld of belangrijke aandeelhouders of leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen voornemens zijn op de aanbieding in te schrijven, dan wel of iemand voornemens is voor meer dan 5 % van de aanbieding in te schrijven.

Rubriek 8.2.3

Openbaarmaking van enigerlei toewijzing vooraf:

a)

de verdeling van de aanbieding in tranches, met vermelding van de tranches die bestemd zijn voor institutionele beleggers, retailbeleggers en de werknemers van de uitgevende instelling, alsmede enigerlei andere tranches;

b)

de voorwaarden waaronder de “claw-back”-clausule kan worden toegepast, de maximumomvang van een dergelijke “claw-back” en eventuele voor specifieke tranches geldende minimumpercentages;

c)

de methode waarmee de tranche voor retailbeleggers en die voor de werknemers van de uitgevende instelling worden toegewezen in geval van een overinschrijving op die tranches;

d)

een beschrijving van vooraf bepaalde voorkeursbehandelingen van bepaalde categorieën beleggers of bepaalde affinity groups (met inbegrip van programma’s voor vrienden en familieleden) bij de toewijzing, het percentage van de aanbieding dat voor deze voorkeursbehandeling is voorbehouden en de criteria waaraan moet worden voldaan om in dergelijke categorieën of groepen te worden opgenomen;

e)

de vraag of de behandeling van inschrijvingen of biedingen tot inschrijving in het kader van de toewijzing eventueel afhankelijk zijn van de onderneming waardoor of via welke die inschrijvingen of biedingen worden verricht;

f)

in voorkomend geval, een streefcijfer voor de minimale toewijzing per tegenpartij binnen de retailtranche;

g)

de voorwaarden voor de closing van de aanbieding, alsook de datum waarop die closing van de aanbieding ten vroegste mag plaatsvinden;

h)

de vraag of meerdere inschrijvingen al dan niet zijn toegestaan, en zo niet, hoe meerdere inschrijvingen zullen worden behandeld.

Rubriek 8.3

De procedure waarmee inschrijvers in kennis worden gesteld van het toegewezen bedrag en een vermelding of de handel mag aanvangen voordat kennisgeving is geschied.

Rubriek 8.4

Prijsstelling

Rubriek 8.4.1

Een vermelding van de prijs waartegen de effecten zullen worden aangeboden en het bedrag aan kosten en belastingen dat ten laste van de inschrijver of koper komt.

Rubriek 8.4.2

Wanneer de prijs niet bekend is, wordt krachtens artikel 17 van Verordening (EU) 2017/1129 een van beide elementen bekendgemaakt:

a)

de maximumprijs, voor zover deze beschikbaar is;

b)

de waarderingsmethoden en -criteria en/of de voorwaarden op basis waarvan de definitieve aanbiedingsprijs van de effecten is of wordt bepaald, alsmede een toelichting bij de gebruikte waarderingsmethoden.

Wanneer punt a) noch punt b) in de verrichtingsnota kan worden aangegeven, vermeldt die verrichtingsnota dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op effecten gedurende maximaal drie werkdagen na kennisgeving van de definitieve aanbiedingsprijs van de effecten die aan het publiek zullen worden aangeboden, kan worden ingetrokken.

Rubriek 8.4.3

Procedure voor de bekendmaking van de laatprijs.

Wanneer de aandeelhouders van een uitgevende instelling een voorkeurrecht tot inschrijving hebben en dit recht wordt beperkt of opgeheven, wordt bij een uitgifte tegen geld de grondslag voor de vaststelling van de uitgifteprijs vermeld, samen met de motivering en de begunstigden van de beperking of opheffing van dit recht.

Wanneer er sprake is of kan zijn van een materieel verschil tussen de prijs van de openbare aanbieding en de effectief aan leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen of van de bedrijfsleiding, dan wel aan verbonden personen aangerekende contante kosten voor effecten die zij hebben verkregen uit hoofde van in het voorbije jaar gesloten transacties, of die deze leden of personen het recht hebben te kopen, wordt een vergelijking opgenomen tussen de door het publiek te betalen bijdrage in het kader van de openbare aanbieding en de effectief door de bovengenoemde personen betaalde bijdragen in contanten.

Rubriek 8.5

Plaatsing en overneming

Rubriek 8.5.1

Naam en adres van de coördinator(en) van de aanbieding als geheel of van afzonderlijke onderdelen daarvan en, voor zover de uitgevende instelling of de aanbieder daarvan bekend, van degenen die de plaatsing verzorgen in de diverse landen waar de aanbieding plaatsvindt.

Rubriek 8.5.2

Naam en adres van instellingen die in elk land zorgen voor de financiële dienst en de bewaarneming.

Rubriek 8.5.3

Naam en adres van de entiteiten die zich verbonden hebben tot overname van de uitgifte met plaatsingsgarantie, en naam en adres van de entiteiten die zich verbonden hebben tot overname van de uitgifte zonder plaatsingsgarantie of op “best efforts”-basis. Vermelding van de materiële kenmerken van de overeenkomsten, met inbegrip van de quota. Wanneer de overneming slechts op een deel van de uitgifte betrekking heeft, wordt het overblijvende deel vermeld. Vermelding van het totaalbedrag van de overnemingsprovisie en de plaatsingsprovisie.

Rubriek 8.5.4

Wanneer de overeenkomst tot overneming is of zal worden gesloten.

Rubriek 8.6

Regelingen voor de toelating tot de handel en de verhandeling van de effecten

Rubriek 8.6.1

Vermeld of voor de aangeboden effecten een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF is of zal worden aangevraagd, met het oog op de verspreiding ervan op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF, met opgave van de betrokken markten. Van dit feit wordt melding gemaakt, zonder de indruk te wekken dat de toelating tot de handel noodzakelijkerwijs zal worden goedgekeurd. Vermeld, voor zover bekend, de data waarop de effecten ten vroegste tot de handel zullen worden toegelaten.

Rubriek 8.6.2

Alle gereglementeerde markten, mkb-groeimarkten of MTF’s waar, naar weten van de uitgevende instelling, effecten van dezelfde categorie als die welke zullen worden aangeboden of tot de handel zullen worden toegelaten, reeds tot de handel zijn toegelaten.

Rubriek 8.6.3

Wanneer gelijktijdig of vrijwel gelijktijdig met de creatie van de effecten waarvoor de toelating tot de handel op een mkb-groeimarkt of in een MTF wordt aangevraagd of die aan het publiek worden aangeboden, effecten van dezelfde categorie onderhands worden geplaatst, of wanneer effecten van een andere categorie worden gecreëerd ter openbare of onderhandse plaatsing, worden nadere bijzonderheden verstrekt over de aard van deze operaties en over het aantal en de kenmerken van de effecten waarop zij betrekking hebben.

Rubriek 8.6.4

Bij toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF: de naam en het adres van de entiteiten die een vaste verbintenis zijn aangegaan om op te treden als intermediairs bij de handel op de secundaire markt, door de liquiditeit te verzekeren via bied- en laatprijzen, en beschrijving van de voornaamste kenmerken van de door deze entiteiten aangegane verbintenis.

Rubriek 8.6.5

Bij toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF en wanneer een uitgevende instelling of verkopende aandeelhouder een overinschrijvingsoptie heeft verleend, of wanneer anderszins wordt aangegeven dat in verband met een aanbieding prijsstabilisatieactiviteiten kunnen worden ontplooid, wordt melding gemaakt van nadere bijzonderheden over die stabilisatie overeenkomstig de rubrieken 8.6.5.1 tot en met 8.6.5.6:

Rubriek 8.6.5.1

Het feit dat tot stabilisatie kan worden overgegaan, dat niet kan worden gegarandeerd dat tot stabilisatie zal worden overgegaan en dat de stabilisatieactiviteiten te allen tijde kunnen worden stopgezet.

Rubriek 8.6.5.2

Het feit dat stabilisatietransacties tot doel hebben de marktkoers van de effecten gedurende de stabilisatieperiode te ondersteunen.

Rubriek 8.6.5.3

Het begin en het einde van de periode waarin tot stabilisatie kan worden overgegaan.

Rubriek 8.6.5.4

De identiteit van de stabilisatiemanager in elk betrokken rechtsgebied, tenzij deze niet bekend is op het tijdstip van publicatie.

Rubriek 8.6.5.5

Het feit dat stabilisatietransacties tot een hogere marktprijs kunnen leiden dan anders het geval zou zijn.

Rubriek 8.6.5.6

De plaats waar de stabilisatie kan plaatsvinden, waar relevant met inbegrip van de naam van het (de) handelsplatform(en).

Rubriek 8.6.6

Overinschrijvingsfaciliteit en greenshoe-optie

Bij toelating tot de handel op een gereglementeerde markt, een mkb-groeimarkt of een MTF:

a)

het bestaan en de omvang van overinschrijvingsfaciliteiten en/of greenshoe-opties;

b)

bestaansduur van de overinschrijvingsfaciliteit en/of greenshoe-optie;

c)

voorwaarden om van de overinschrijvingsfaciliteit gebruik te maken of de greenshoe-optie uit te oefenen.

Rubriek 8.7

Verkopende effectenhouders

Rubriek 8.7.1

Naam en kantooradres van de persoon of entiteit die aanbiedt de effecten te verkopen, de aard van enigerlei positie, functie of andere materiële relatie die de verkopende persoon tijdens de afgelopen drie jaar heeft gehad bij, respectievelijk met, de uitgevende instelling, haar voorgangers of met haar verbonden ondernemingen.

Rubriek 8.7.2

Het aantal en de categorie effecten die door elke verkopende effectenhouder worden aangeboden.

Rubriek 8.7.3

Bij lock-up-overeenkomsten worden nadere bijzonderheden verstrekt met betrekking tot:

a)

de betrokken partijen;

b)

de inhoud van de overeenkomst en uitzonderingen daarop;

c)

de duur van de lock-up.

Rubriek 8.8

Verwatering

Rubriek 8.8.1

Een vergelijking van de deelneming in aandelenkapitaal en stemrechten voor bestaande aandeelhouders vóór en na de kapitaalverhoging ten gevolge van de openbare aanbieding, in de aanname dat de bestaande aandeelhouders niet intekenen op de nieuwe aandelen.

Rubriek 8.8.2

Wanneer bestaande aandeelhouders worden verwaterd, ongeacht de vraag of die aandeelhouders voor hun rechten inschrijven, omdat een gedeelte van de uitgifte van aandelen slechts aan bepaalde beleggers is voorbehouden (bv. een institutionele plaatsing gekoppeld aan een aanbieding aan aandeelhouders), wordt tevens aangegeven hoe de bestaande aandeelhouders zullen worden verwaterd in de aanname dat die bestaande aandeelhouders hun rechten opnemen (naast de situatie in rubriek 8.8.1 waar dat voor die bestaande aandeelhouders niet het geval is).

AFDELING 9

CORPORATE GOVERNANCE

Rubriek 9.1

Bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en bedrijfsleiding

Rubriek 9.1.1

Naam, kantooradres en functie binnen de uitgevende instelling van de volgende personen, met vermelding van de belangrijkste door hen buiten de uitgevende instelling uitgeoefende activiteiten wanneer die activiteiten van betekenis zijn voor die uitgevende instelling:

a)

leden van de bestuurs-, leidinggevende en/of toezichthoudende organen;

b)

beherende vennoten als het een commanditaire vennootschap op aandelen betreft;

c)

elk lid van de bedrijfsleiding dat relevant is om aan te tonen dat de uitgevende instelling beschikt over de nodige deskundigheid en ervaring voor het beheer van de bedrijfsactiviteit van de uitgevende instelling.

Nadere bijzonderheden over de aard van eventuele familiebanden tussen de in de punten a) tot en met c) bedoelde personen.

Rubriek 9.1.2

Voor elk lid van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling en voor elke in rubriek 9.1.1, punten b) en c), bedoelde persoon wordt, naast nadere bijzonderheden over de relevante managementexpertise en -ervaring van deze personen, ook de volgende informatie verstrekt:

a)

nadere bijzonderheden over alle veroordelingen in verband met fraudemisdrijven in ten minste de voorgaande vijf jaar;

b)

nadere bijzonderheden over door wettelijke of toezichthoudende autoriteiten (met inbegrip van erkende beroepsorganisaties) officieel en openbaar geuite beschuldigingen en/of opgelegde sancties waarbij dergelijke personen betrokken zijn geweest, en vermelding van het feit of die personen in ten minste de voorgaande vijf jaar ooit door een rechter onbekwaam zijn verklaard om te handelen als lid van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van een uitgevende instelling of in het kader van het beheer of de uitoefening van de activiteiten van een uitgevende instelling.

Wanneer geen informatie in die zin hoeft te worden bekendgemaakt, wordt daarvan melding gemaakt.

Rubriek 9.2

Bezoldigingen en voordelen

Voor zover dit niet elders in het prospectus/EU IPO-prospectus aan de orde komt, voor de in rubriek 9.1.1, punt a), bedoelde personen met betrekking tot het laatste volledige boekjaar.

Rubriek 9.2.1

Het bedrag van bezoldigingen (met inbegrip van voorwaardelijke of uitgestelde betalingen) en voordelen in natura die door de uitgevende instelling en haar dochterondernemingen aan deze personen zijn toegekend voor de diensten die iemand in al zijn/haar hoedanigheden ten behoeve van de uitgevende instelling en haar dochterondernemingen heeft verricht. Die informatie wordt op individuele basis verstrekt, tenzij individuele bekendmaking niet verplicht is in het land van herkomst van de uitgevende instelling of de informatie niet anderszins door haar wordt openbaargemaakt.

Rubriek 9.2.2

De totale door de uitgevende instelling of haar dochterondernemingen gereserveerde of toegerekende bedragen voor de betaling van pensioenen of soortgelijke uitkeringen.

Rubriek 9.3

Aandelenbezit en aandelenopties

Voor elke in rubriek 9.1.1, punten a) en c), bedoelde persoon worden zo recent mogelijke gegevens verstrekt over hun aandelenbezit en opties op aandelen van de uitgevende instelling.

Rubriek 9.4

Een verklaring of de uitgevende instelling zich houdt aan de corporate-governanceregeling(en) die van toepassing zijn op de uitgevende instelling, samen met een vermelding van die corporate-governanceregeling(en).

AFDELING 10

FINANCIËLE INFORMATIE

Rubriek 10.1

Historische financiële informatie

Rubriek 10.1.1

Gecontroleerde historische financiële informatie over de laatste twee boekjaren (of de periode waarin de uitgevende instelling activiteiten ontplooit indien zij minder lang actief is) en het accountantsverslag voor elk jaar.

Rubriek 10.1.2

Wijziging van boekhoudkundige referentiedatum

Wanneer de uitgevende instelling de referentiedatum voor de verslaglegging heeft gewijzigd in de periode waarvoor historische financiële informatie vereist is, omvat de gecontroleerde historische informatie ten minste 24 maanden dan wel de volledige periode waarin de uitgevende instelling actief is geweest, naargelang welke periode korter is.

Rubriek 10.1.3

Standaarden voor jaarrekeningen

De financiële informatie wordt opgesteld conform internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) zoals die in de Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn bekrachtigd.

Wanneer Verordening (EG) nr. 1606/2002 niet van toepassing is, wordt de financiële informatie opgesteld conform:

a)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een lidstaat voor uitgevende instellingen uit de EER, zoals door Richtlijn 2013/34/EU vereist;

b)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land die gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, voor uitgevende instellingen uit derde landen. Wanneer die nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land niet gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, wordt de jaarrekening overeenkomstig die verordening aangepast.

Rubriek 10.1.4

Wijziging van het raamwerk voor financiële verslaggeving

De meest recente gecontroleerde historische financiële informatie, met inbegrip van vergelijkende informatie voor het voorgaande jaar, wordt opgesteld en gepresenteerd in een vorm die aansluit bij het raamwerk met standaarden voor jaarrekeningen dat voor de volgende gepubliceerde jaarrekening van de uitgevende instelling zal worden gebruikt, met inachtneming van de standaarden voor jaarrekeningen, de grondslagen voor financiële verslaggeving en de op jaarrekeningen toepasselijke wetgeving.

Bij wijzigingen in het raamwerk voor financiële verslaggeving dat op een uitgevende instelling van toepassing is, hoeven de gecontroleerde jaarrekeningen niet te worden aangepast. Wanneer de uitgevende instelling echter voornemens is voor de volgende gepubliceerde jaarrekening een nieuw raamwerk voor financiële verslaggeving te hanteren, wordt ten minste een volledige jaarrekening (volgens de definitie van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening/IFRS 18 Presentatie en informatieverschaffing in financiële overzichten), met inbegrip van vergelijkende financiële overzichten, opgesteld in een vorm die aansluit bij die welke voor de volgende gepubliceerde jaarrekening van de uitgevende instelling zal worden gebruikt, met inachtneming van de standaarden voor jaarrekeningen, de grondslagen voor financiële verslaggeving en de op jaarrekeningen toepasselijke wetgeving.

Rubriek 10.1.5

Gecontroleerde financiële informatie die wordt opgesteld overeenkomstig nationale standaarden voor jaarrekeningen bevat het volgende:

a)

de balans;

b)

de winst- en verliesrekening;

c)

het kasstroomoverzicht;

d)

de grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.

Rubriek 10.1.6

Geconsolideerde jaarrekening

Wanneer de uitgevende instelling zowel een enkelvoudige als een geconsolideerde jaarrekening opstelt, wordt ten minste de geconsolideerde jaarrekening in het prospectus/EU IPO-prospectus opgenomen.

Rubriek 10.1.7

Ouderdom van financiële informatie

De balansdatum van het laatste jaar waarover gecontroleerde financiële informatie wordt verstrekt, mag niet langer geleden zijn dan:

a)

ofwel 18 maanden te rekenen vanaf de datum van het prospectus/EU IPO-prospectus, wanneer de uitgevende instelling gecontroleerde tussentijdse financiële overzichten in het prospectus/EU IPO-prospectus opneemt;

b)

ofwel 16 maanden te rekenen vanaf de datum van het prospectus/EU IPO-prospectus, wanneer de uitgevende instelling niet gecontroleerde tussentijdse financiële overzichten in het prospectus/EU IPO-prospectus opneemt;

Wanneer het prospectus/EU IPO-prospectus geen tussentijdse financiële informatie bevat, mag de balansdatum van het laatste jaar waarover gecontroleerde jaarrekeningen worden verstrekt, niet langer geleden zijn dan 16 maanden te rekenen vanaf de datum van het prospectus/EU IPO-prospectus.

Rubriek 10.2

Tussentijdse en andere financiële informatie

Rubriek 10.2.1

Wanneer de uitgevende instelling na de datum van haar laatst gecontroleerde jaarrekening driemaandelijkse of halfjaarlijkse financiële informatie heeft gepubliceerd, wordt die informatie in het prospectus/EU IPO-prospectus opgenomen. Wanneer de driemaandelijkse of halfjaarlijkse financiële informatie aan een volledige of beperkte accountantscontrole is onderworpen, wordt ook het verslag over deze volledige of beperkte controle opgenomen. Wanneer de driemaandelijkse of halfjaarlijkse financiële informatie niet is gecontroleerd, of niet aan een beperkte controle is onderworpen, wordt van dat feit melding gemaakt.

Een prospectus/EU IPO-prospectus dat dateert van meer dan negen maanden na de datum van de laatste gecontroleerde jaarrekening, bevat de tussentijdse financiële informatie die niet gecontroleerd hoeft te zijn (wat in dat geval wordt vermeld) en die betrekking heeft op ten minste de eerste zes maanden van het boekjaar.

Tussentijdse financiële informatie wordt opgesteld overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2013/34/EU of Verordening (EG) nr. 1606/2002, naargelang van het geval.

Voor uitgevende instellingen die niet onder Richtlijn 2013/34/EU of Verordening (EG) nr. 1606/2002 vallen, omvat de tussentijdse financiële informatie vergelijkende overzichten voor dezelfde periode van het voorafgaande boekjaar, met dien verstande dat aan het vereiste van verstrekking van vergelijkende balansgegevens is voldaan wanneer de eindbalans van dat jaar wordt verstrekt conform het toepasselijke raamwerk voor jaarrekeningen.

Rubriek 10.3

Accountantscontrole van jaarlijkse financiële informatie

Rubriek 10.3.1

De historische jaarlijkse financiële informatie wordt onafhankelijk gecontroleerd. De controleverklaring wordt opgesteld in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014.

Wanneer Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014 niet van toepassing zijn, wordt de historische financiële informatie onderworpen aan een accountantscontrole of wordt in een verslag, ten behoeve van het prospectus/EU IPO-prospectus, aangegeven of deze al dan niet een getrouw beeld geeft overeenkomstig de in een lidstaat toepasselijke standaarden voor accountantscontrole of een gelijkwaardige standaard.

Rubriek 10.3.1 bis

Wanneer met de wettelijke controle belaste accountants hebben geweigerd voor de historische financiële informatie controleverklaringen af te geven of wanneer die verklaringen een oordeel met beperking, een aangepast oordeel, een oordeelonthouding of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden bevatten, wordt de reden daarvoor gegeven, en worden die oordelen met beperking, aangepaste oordelen, oordeelonthoudingen of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden integraal overgenomen.

Rubriek 10.3.2

Vermelding van andere informatie in het prospectus/EU IPO-prospectus die door de accountants is gecontroleerd.

Rubriek 10.3.3

Wanneer in het prospectus/EU IPO-prospectus opgenomen financiële informatie niet uit gecontroleerde jaarrekeningen van de uitgevende instelling is overgenomen, wordt aangegeven uit welke bron de informatie afkomstig is en dat deze informatie niet is gecontroleerd.

Rubriek 10.4

Wijziging van betekenis in de financiële positie van de uitgevende instelling

Een beschrijving van alle wijzigingen van betekenis in de financiële positie van de groep die zich hebben voorgedaan sinds het einde van de laatste verslagperiode waarvoor ofwel gecontroleerde financiële overzichten zijn gepubliceerd, ofwel tussentijdse financiële informatie is gepubliceerd, wordt opgenomen, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Rubriek 10.5

Pro-forma financiële informatie

In geval van een brutowijziging van betekenis wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop de transactie het vermogen en de winst van de uitgevende instelling had kunnen beïnvloeden indien deze transactie had plaatsgevonden aan het begin van de verslagperiode of op de verslagdatum.

Aan dit vereiste zal in de regel zijn voldaan door pro-forma financiële informatie op te nemen. Deze pro-forma financiële informatie wordt gepresenteerd overeenkomstig bijlage 20 en omvat de daarin beschreven informatie.

De pro-forma financiële informatie gaat vergezeld van een door onafhankelijke accountants opgesteld verslag.

AFDELING 11

INFORMATIE OVER HOUDERS VAN AANDELEN EN EFFECTEN

Rubriek 11.1

Belangrijkste aandeelhouders

Rubriek 11.1.1

Voor zover de uitgevende instelling daarvan op de hoogte is, de naam van alle personen die — rechtstreeks of middellijk — een belang in het kapitaal of de stemrechten van de uitgevende instelling bezitten dat ten minste 5 % van het kapitaal of de stemrechten vertegenwoordigt, met vermelding van het bedrag van het belang van elk van deze personen per de datum van het prospectus/EU IPO-prospectus, of, indien er geen dergelijke personen zijn, een verklaring in die zin.

Rubriek 11.1.2

De vraag of de belangrijkste aandeelhouders van de uitgevende instelling verschillende stemrechten hebben, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Rubriek 11.1.3

Voor zover zulks de uitgevende instelling bekend is, wordt vermeld of zij — rechtstreeks of middellijk — eigendom is of onder de zeggenschap staat van anderen, en zo ja van wie. Ook wordt een beschrijving gegeven van de aard van die zeggenschap en van de maatregelen die zijn getroffen om misbruik van die zeggenschap te voorkomen.

Rubriek 11.1.4

Een beschrijving van — aan de uitgevende instelling bekende — regelingen waarvan de inwerkingstelling op een latere datum een wijziging van de zeggenschap over de uitgevende instelling kan veroorzaken of voorkomen.

Rubriek 11.2

Juridische procedures en arbitrageprocedures

Rubriek 11.2.1

Informatie over eventuele overheidsingrepen, juridische of arbitrageprocedures (met inbegrip van dergelijke procedures die, naar weten van de uitgevende instelling, hangende zijn) over een periode van ten minste de voorafgaande twaalf maanden, een invloed van betekenis kunnen hebben, of in een recent verleden hebben gehad, op de financiële positie of de rentabiliteit van de uitgevende instelling en/of de groep, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Rubriek 11.3

Tegenstrijdige belangen van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en de bedrijfsleiding

Rubriek 11.3.1

Potentiële belangenconflicten tussen plichten van de in rubriek 9.1.1 bedoelde personen ten aanzien van de uitgevende instelling en hun eigen belangen en/of andere plichten worden duidelijk vermeld. Indien er van dergelijke conflicten geen sprake is, een verklaring in die zin.

Regelingen of overeenkomsten met belangrijke aandeelhouders, klanten, leveranciers of andere personen op grond waarvan een in rubriek 9.1.1 bedoelde persoon is geselecteerd als lid van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen, dan wel als lid van de bedrijfsleiding.

Nadere bijzonderheden over eventuele beperkingen waarmee de in rubriek 9.1.1 bedoelde personen hebben ingestemd ten aanzien van de vervreemding binnen een bepaalde periode van de door hen gehouden effecten van de uitgevende instelling.

Rubriek 11.4

Transacties met verbonden partijen

Rubriek 11.4.1

Wanneer de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) niet op de uitgevende instelling van toepassing zijn, wordt de volgende informatie verstrekt voor de door de historische financiële informatie bestreken periode, en dit tot en met de datum van het prospectus/EU IPO-prospectus:

a)

de aard en omvang van transacties met verbonden partijen die, afzonderlijk of in hun geheel, van materieel belang zijn voor de uitgevende instelling. Wanneer transacties tussen dergelijke verbonden partijen niet op zakelijke wijze tot stand zijn gekomen, wordt uitgelegd waarom. Voor uitstaande leningen, met inbegrip van garanties van gelijk welke vorm, wordt het uitstaande bedrag vermeld;

b)

het bedrag of percentage dat transacties met verbonden partijen in de omzet van de uitgevende instelling vertegenwoordigen.

Wanneer de overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) niet op de uitgevende instelling van toepassing zijn, hoeft de in de punten a) en b) bedoelde informatie alleen te worden bekendgemaakt voor transacties die hebben plaatsgevonden sinds het einde van het laatste financiële tijdvak waarvoor gecontroleerde financiële informatie is gepubliceerd.

Rubriek 11.5

Aandelenkapitaal

Rubriek 11.5.1

De informatie in de rubrieken 11.5.2 tot en met 11.5.7 in de jaarlijkse financiële overzichten per de datum van de meest recente balans:

Rubriek 11.5.2

Het bedrag van het geplaatste kapitaal en voor elke categorie aandelenkapitaal:

a)

het totaal van het maatschappelijk kapitaal van de uitgevende instelling;

b)

het aantal uitgegeven, volgestorte aandelen en het aantal uitgegeven, niet-volgestorte aandelen;

c)

de nominale waarde per aandeel, of vermelding dat de aandelen geen nominale waarde hebben, en

d)

een aansluiting tussen het aantal aandelen in omloop aan het begin en aan het einde van het jaar.

Wanneer in de door de jaarrekening bestreken periode meer dan 10 % van het kapitaal is gefinancierd uit activa die geen geldmiddelen zijn, wordt van dat feit melding gemaakt.

Rubriek 11.5.2 bis

Wanneer er meer dan één categorie bestaande aandelen is:

a)

een beschrijving van de rechten, voorkeurrechten en beperkingen die aan elke categorie bestaande aandelen verbonden zijn;

b)

een beschrijving van de identiteit, voor zover bekend aan de onderneming, van aandeelhouders met aandelen met meervoudig stemrecht die meer dan 5 % van de stemrechten van alle aandelen in de onderneming vertegenwoordigen, en van natuurlijke personen of rechtspersonen die gemachtigd zijn om (in voorkomend geval) namens die aandeelhouders stemrechten uit te oefenen.

Rubriek 11.5.3

Wanneer er aandelen bestaan die geen kapitaal vertegenwoordigen, vermelding van het aantal en de belangrijkste kenmerken van dergelijke aandelen.

Rubriek 11.5.4

Aantal, boekwaarde en nominale waarde van aandelen in de uitgevende instelling die door of namens de uitgevende instelling zelf of door dochterondernemingen van de uitgevende instelling worden gehouden.

Rubriek 11.5.5

Het bedrag van converteerbare en omwisselbare effecten of effecten met warrant, met vermelding van de voorwaarden waaronder en de wijze waarop zij worden geconverteerd, omgewisseld of de inschrijvingen ervoor plaatsvinden.

Rubriek 11.5.6

Informatie over en voorwaarden verbonden aan verwervingsrechten en/of -verplichtingen met betrekking tot niet-geplaatst maatschappelijk kapitaal of een verplichting tot kapitaalsverhoging.

Rubriek 11.5.7

Informatie over kapitaal van een lid van de groep waarop een optierecht is verleend of ten aanzien waarvan een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke overeenkomst is bereikt dat daarop een optierecht zal worden verleend, en nadere bijzonderheden over deze optierechten, met vermelding van de personen aan wie deze optierechten zijn verleend.

Rubriek 11.6

Akte van oprichting en statuten

Rubriek 11.6.1

Een beknopte beschrijving van in de statuten van de uitgevende instelling vervatte bepalingen die tot gevolg zouden kunnen hebben dat een wijziging in de zeggenschap over de uitgevende instelling wordt vertraagd, uitgesteld of verhinderd.

Rubriek 11.7

Materiële overeenkomsten

Rubriek 11.7.1

Een beknopte samenvatting van materiële overeenkomsten, andere dan overeenkomsten in het kader van de normale bedrijfsuitoefening, aangegaan in het jaar onmiddellijk vóór de publicatie van het prospectus/EU IPO-prospectus, waarbij de uitgevende instelling of een lid van de groep partij is.

AFDELING 12

DIVIDENDBELEID

Rubriek 12.1

Een beschrijving van het beleid van de uitgevende instelling inzake dividenduitkeringen en daarop geldende beperkingen of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Het bedrag van het dividend per aandeel voor elk boekjaar van de door de jaarrekening bestreken periode, dat ten behoeve van de vergelijkbaarheid wordt aangepast wanneer het aantal aandelen van de uitgevende instelling is gewijzigd, wanneer dit in het jaarverslag niet aan de orde komt.

AFDELING 13

INFORMATIE OVER DE ONDERLIGGENDE EFFECTEN EN DE UITGEVENDE INSTELLING VAN DE ONDERLIGGENDE EFFECTEN (indien van toepassing)

Rubriek 13.1

In voorkomend geval, informatie over de onderliggende effecten, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

Rubriek 13.2

In voorkomend geval, informatie over de instelling die de onderliggende effecten uitgeeft, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

AFDELING 14

INFORMATIE OVER TOESTEMMING (indien van toepassing)

Rubriek 14.3

In voorkomend geval, informatie over toestemming, overeenkomstig artikel 23 van deze verordening.

AFDELING 15

BESCHIKBARE DOCUMENTEN

Rubriek 15.1

Een verklaring dat tijdens de geldigheidsduur van het prospectus/EU IPO-prospectus inzage mogelijk is van de volgende documenten (indien toepasselijk):

a)

de geactualiseerde akte van oprichting en statuten van de uitgevende instelling;

b)

alle verslagen, brieven en andere documenten, alsmede door deskundigen op verzoek van de uitgevende instelling opgestelde waarderingen en verklaringen, wanneer het prospectus/EU IPO-prospectus gedeelten daarvan bevat of naar gedeelten daarvan verwijst.

Een vermelding van de website waar de documenten kunnen worden geraadpleegd.


BIJLAGE XIII

BIJLAGE 16

PROSPECTUS VOOR EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER

(Op basis van de bijlagen 7 en 14)

AFDELING 1

SAMENVATTING

Rubriek 1.1

Een samenvatting, indien voorgeschreven door artikel 7, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1129.

AFDELING 2

RISICOFACTOREN

Rubriek 2.1

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de uitgevende instelling en die van invloed kunnen zijn op het vermogen van de uitgevende instelling om haar in het kader van de effecten aangegane verplichtingen na te komen, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijke rubriek met als titel “Risicofactoren”.

In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van het prospectus.

Rubriek 2.2

Een beschrijving van de materiële risico’s die specifiek zijn voor de effecten die worden aangeboden en/of tot de handel worden toegelaten, in een beperkt aantal categorieën, in een afzonderlijke rubriek met als titel “Risicofactoren”.

De bekend te maken risico’s omvatten:

a)

de risico’s die voortvloeien uit het niveau van achterstelling van een effect en de impact op de verwachte omvang of het tijdstip van betalingen aan houders van de effecten bij faillissement of een andere soortgelijke procedure, in voorkomend geval met inbegrip van de insolventie van een kredietinstelling of de afwikkeling of herstructurering ervan overeenkomstig Richtlijn 2014/59/EU;

b)

in gevallen waarin effecten zijn gegarandeerd: de specifieke en materiële risico’s voor de garant, voor zover die risico’s relevant zijn voor het vermogen van de garant om aan zijn verplichtingen uit hoofde van de garantie te voldoen.

In elke categorie worden de volgens de beoordeling door de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van een toelating tot de handel op een gereglementeerde markt meest materiële risico’s gegeven, rekening houdende met de negatieve impact op de uitgevende instelling en de effecten en de waarschijnlijkheid dat deze zich zullen voordoen. De volgorde waarin dat gebeurt, is consistent met die beoordeling. De risico’s worden bevestigd door de inhoud van het prospectus.

Categorie A

AFDELING 3

VERANTWOORDELIJKE PERSONEN, INFORMATIE VAN DERDEN, DESKUNDIGENVERSLAGEN EN GOEDKEURING DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEIT

Rubriek 3.1

Identificeer alle personen die verantwoordelijk zijn voor de in het prospectus verstrekte informatie of bepaalde gedeelten daarvan. Vermeld in dat laatste geval voor welke gedeelten daarvan zij verantwoordelijk zijn. Ingeval het natuurlijke personen betreft, met inbegrip van leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van de uitgevende instelling, worden naam en functie van deze personen vermeld. Ingeval het rechtspersonen betreft, worden naam en statutaire zetel vermeld.

Categorie A

Rubriek 3.2

Een verklaring van de voor het prospectus verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in het prospectus in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in het prospectus geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van dat prospectus zou wijzigen.

In voorkomend geval, een verklaring van de voor bepaalde delen van het prospectus verantwoordelijke personen dat, naar hun beste weten, de informatie in de delen van het prospectus waarvoor die personen verantwoordelijk zijn, in overeenstemming is met de werkelijkheid en dat in die delen van het prospectus geen gegevens zijn weggelaten waarvan de vermelding de strekking van die delen zou wijzigen.

Categorie A

Rubriek 3.3

Wanneer in het prospectus een verklaring of verslag is opgenomen afkomstig van een persoon handelend in de hoedanigheid van deskundige, wordt met betrekking tot die persoon de volgende informatie verstrekt:

a)

naam;

b)

kantooradres;

c)

kwalificaties;

d)

zijn/haar (eventuele) materiële belang in de uitgevende instelling.

Wanneer de verklaring of het verslag op verzoek van de uitgevende instelling is opgesteld, wordt vermeld dat die verklaring of dat verslag in het prospectus is opgenomen met de toestemming van de persoon die de inhoud van dat gedeelte van het prospectus voor de opneming in het prospectus heeft goedgekeurd.

Categorie A

Rubriek 3.4

Wanneer van een derde afkomstige informatie is opgenomen, bevestig dan dat die informatie correct is weergegeven en dat, voor zover de uitgevende instelling weet en heeft kunnen opmaken uit door de betrokken derde gepubliceerde informatie, geen feiten zijn weggelaten waardoor de weergegeven informatie onjuist of misleidend zou worden. Vermeld ook de informatiebron(nen).

Categorie C

Rubriek 3.5

Een verklaring dat:

a)

[naam bevoegde autoriteit], als bevoegde autoriteit op grond van Verordening (EU) 2017/1129, het prospectus heeft goedgekeurd;

b)

[naam bevoegde autoriteit] dit prospectus alleen heeft goedgekeurd omdat is voldaan aan de door Verordening (EU) 2017/1129 opgelegde normen inzake volledigheid, begrijpelijkheid en consistentie;

c)

deze goedkeuring door de bevoegde autoriteit niet mag worden beschouwd als een goedkeuring van de uitgevende instelling of de kwaliteit van de effecten waarop dit prospectus betrekking heeft;

d)

beleggers zelf moeten beoordelen of het aangewezen is in de effecten te beleggen.

Categorie A

Rubriek 3.6

Belangen van bij de uitgifte/aanbieding betrokken natuurlijke personen en rechtspersonen

Rubriek 3.6.1

Een beschrijving van alle belangen, met inbegrip van een tegenstrijdig belang dat van materieel belang is voor de uitgifte/aanbieding, met vermelding van de betrokken personen en de aard van het belang.

Categorie C

Rubriek 3.7

Aanvullende informatie

Rubriek 3.7.1

Wanneer in het prospectus sprake is van bij de uitgifte betrokken adviseurs, wordt meegedeeld in welke hoedanigheid deze adviseurs zijn opgetreden.

Categorie C

Rubriek 3.7.2

Een vermelding van andere informatie in het prospectus die door de met de wettelijke controle belaste accountants onderworpen is aan een volledige of beperkte accountantscontrole en wanneer deze met de wettelijke controle belaste accountants een verslag hebben opgesteld. Opneming van het verslag of, mits de bevoegde autoriteit daarmee instemt, van een samenvatting van het verslag.

Categorie A

Rubriek 3.7.3

Aan de effecten toegekende ratings die op verzoek of met de medewerking van de uitgevende instelling aan het ratingproces zijn opgesteld. Een korte toelichting bij de betekenis van de ratings wanneer het ratingbureau die ratings heeft gepubliceerd.

Categorie C

Rubriek 3.7.4

(Retail-specifiek)

Wanneer de samenvatting gedeeltelijk wordt vervangen door de informatie in artikel 8, lid 3, punten c) tot en met i), van Verordening (EU) nr. 1286/2014, wordt al deze informatie openbaargemaakt, voor zover dat al niet elders in het prospectus is gebeurd.

Categorie C

AFDELING 3 bis

REDENEN VOOR DE AANBIEDING, BESTEMMING VAN DE OPBRENGSTEN EN KOSTEN VAN DE UITGIFTE/AANBIEDING OF TOELATING TOT DE HANDEL (Retail-specifiek)

Rubriek 3 bis.1

(Retail-specifiek)

Redenen voor de aanbieding aan het publiek of voor de toelating tot de handel.

Indien toepasselijk, vermelding van de geraamde totale kosten van de uitgifte/aanbieding en de geraamde netto-opbrengsten. Die kosten en opbrengsten worden uitgesplitst naar voornaamste bestemmingen en gepresenteerd in orde van belangrijkheid van deze bestemmingen. Wanneer de uitgevende instelling weet dat de verwachte opbrengsten ontoereikend zullen zijn om alle beoogde bestemmingen te financieren, worden het bedrag en de bronnen van de andere benodigde financieringsmiddelen vermeld.

Categorie C

AFDELING 3 ter

BESTEMMING VAN DE OPBRENGSTEN EN KOSTEN VAN DE TOELATING TOT DE HANDEL (Wholesale-specifiek)

Rubriek 3 ter.1

(Wholesale-specifiek)

De bestemming en het geraamde nettobedrag van de opbrengsten.

Een schatting van de totale kosten van de toelating tot de handel.

Categorie C

AFDELING 4

STRATEGIE, PRESTATIES EN ONDERNEMINGSKLIMAAT

Rubriek 4.1

Informatie over de uitgevende instelling:

a)

officiële naam en handelsnaam van de uitgevende instelling;

b)

de plaats van registratie van de uitgevende instelling, haar registratienummer en identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI);

c)

de datum van oprichting en de duur van de uitgevende instelling indien deze niet voor onbepaalde tijd is opgericht;

d)

de vestigingsplaats en rechtsvorm van de uitgevende instelling, de wetgeving waaronder de uitgevende instelling werkt, het land van oprichting van de uitgevende instelling, haar adres, het telefoonnummer van haar statutaire zetel (of hoofdvestiging indien deze afwijkt van die van de statutaire zetel) en (in voorkomend geval) de website van de uitgevende instelling, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus is opgenomen;

e)

recente gebeurtenissen die van bijzonder belang zijn voor de uitgevende instelling en die van materieel belang zijn voor de beoordeling van haar solvabiliteit;

f)

aan de uitgevende instelling toegekende ratings die op verzoek of met de medewerking van de uitgevende instelling aan het ratingproces zijn opgesteld.

Rubriek 4.2

Overzicht van de bedrijfsactiviteiten

Rubriek 4.2.1

Belangrijkste activiteiten

Een beknopte beschrijving van de belangrijkste activiteiten van de uitgevende instelling, met vermelding van de belangrijkste categorieën verkochte producten en/of verrichte diensten.

Rubriek 4.3

Organisatiestructuur

Rubriek 4.3.1

Wanneer de uitgevende instelling deel uitmaakt van een groep: een beknopte beschrijving van deze groep en van de positie van de uitgevende instelling binnen de groep. Dat kan in de vorm van, of vergezeld van, een organigram wanneer dat helpt om de organisatiestructuur te verduidelijken.

Rubriek 4.3.2

Een duidelijke verklaring dat de uitgevende instelling afhankelijk is van andere entiteiten binnen de groep (in voorkomend geval), samen met een toelichting bij die afhankelijkheid.

Rubriek 4.4

Tendensen

Rubriek 4.4.1

Een beschrijving van:

a)

materiële negatieve veranderingen in de vooruitzichten van de uitgevende instelling sinds de datum van bekendmaking van de laatst gepubliceerde gecontroleerde jaarrekeningen, en

b)

elke wijziging van betekenis in de financiële prestaties van de groep die zich heeft voorgedaan na het einde van de laatste verslagperiode waarvoor per de datum van het prospectus financiële informatie is gepubliceerd.

Wanneer punt a) noch punt b) van toepassing is, neemt de uitgevende instelling een verklaring in die zin op.

Andere negatieve verklaringen kunnen worden gegeven, waar nodig. De in de punten a) en b) bedoelde informatie mag op uitsluitend kwalitatieve basis worden gegeven. Kwantitatieve prognoses zijn niet vereist.

Rubriek 4.5

Winstprognoses of -ramingen

Rubriek 4.5.1

Wanneer een uitgevende instelling op vrijwillige basis in het prospectus een winstprognose of een winstraming opneemt, is deze winstprognose of winstraming duidelijk en ondubbelzinnig en bevat zij een verklaring met de voornaamste aannames waarop de uitgevende instelling haar prognose of raming heeft gebaseerd.

Bij de prognose of raming worden de volgende principes in acht genomen:

a)

er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen, enerzijds, aannames betreffende factoren waarop de leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen invloed kunnen uitoefenen en, anderzijds, aannames betreffende factoren waarop de leden van de bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen geen invloed kunnen uitoefenen;

b)

de aannames zijn redelijk, door beleggers gemakkelijk te begrijpen, specifiek en precies en hebben geen invloed op de algemene nauwkeurigheid van de ramingen die aan de prognose ten grondslag liggen;

c)

bij een prognose wijzen de aannames de belegger op de onzekere factoren die de resultaten van de prognoses materieel kunnen veranderen.

Rubriek 4.5.2

Het prospectus omvat een verklaring dat de winstprognose of de winstraming is opgesteld en voorbereid op een basis die:

a)

zowel vergelijkbaar is met de jaarrekening;

b)

als in overeenstemming is met de grondslagen voor financiële verslaglegging van de uitgevende instelling.

AFDELING 5

VOORWAARDEN VAN DE EFFECTEN

Rubriek 5.1

Informatie over de effecten

Rubriek 5.1.1

a)

Een beschrijving van het type en de categorie effecten die worden aangeboden.

Categorie B

b)

De internationale effectenidentificatiecode (International Securities Identification Number — ISIN) van de effecten.

Categorie C

Rubriek 5.1.2

Wetgeving waaronder de effecten gecreëerd zijn.

Categorie A

Rubriek 5.1.3

Een vermelding of de effecten op naam of aan toonder zijn, en of zij in de vorm van bewijzen of in girale vorm worden uitgegeven.

Categorie A

Bij girale uitgifte worden naam en adres vermeld van de entiteit die de records bijhoudt.

Categorie C

Rubriek 5.1.4

Munteenheid waarin de effecten worden uitgegeven.

Categorie C

Rubriek 5.1.5

De relatieve rangorde van de effecten in de kapitaalstructuur van de uitgevende instelling in geval van insolventie, met inbegrip van, in voorkomend geval, informatie over het niveau van achterstelling van de effecten en de potentiële impact op de belegging in geval van afwikkeling uit hoofde van Richtlijn 2014/59/EU.

Categorie A

Rubriek 5.1.6

Een beschrijving van de aan de effecten verbonden rechten, met vermelding van eventuele op deze rechten geldende beperkingen, en van de regels voor de uitoefening van die rechten.

Categorie B

Rubriek 5.1.7

a)

de nominale rente;

Categorie C

b)

de bepalingen in verband met de te betalen rente;

Categorie B

c)

de datum vanaf wanneer de lening rente gaat dragen;

Categorie C

d)

de vervaldagen van de rente;

Categorie C

e)

verjaringstermijn voor rente en hoofdsom.

Categorie B

Wanneer de rente niet vast is:

a)

een vermelding van het type onderliggende waarde;

Categorie A

b)

een beschrijving van de onderliggende waarde waarop de rente gebaseerd is;

Categorie C

c)

een beschrijving van de methode die wordt gebruikt om het verband tussen de onderliggende waarde en de rente te leggen;

Categorie B

d)

een vermelding van de plaats waar informatie over het in het verleden behaalde en toekomstige rendement van de onderliggende waarde en de volatiliteit ervan elektronisch beschikbaar is en of deze kosteloos beschikbaar is (Retail-specifiek);

Categorie C

 

e)

een beschrijving van marktverstorende of afwikkelingsverstorende gebeurtenissen die van invloed zijn op het onderliggende effect;

Categorie B

f)

aanpassingsregels voor gebeurtenissen die van invloed zijn op het onderliggende effect;

Categorie B

g)

de naam van de calculation agent;

Categorie C

h)

wanneer de rentebetalingen op het effect een derivatencomponent hebben, wordt een heldere en uitvoerige uitleg gegeven om beleggers inzicht te verschaffen in de vraag hoe de waarde van hun belegging door de waarde van de onderliggende instrument(en) wordt beïnvloed, vooral onder de omstandigheden waarbij de risico’s het grootst zijn (Retail-specifiek).

Categorie B

Rubriek 5.1.8

Vervaldatum.

Categorie C

Nadere bijzonderheden over de wijze van aflossing van de lening, met inbegrip van de procedures voor de terugbetaling. Wanneer vervroegde aflossing wordt overwogen, hetzij op initiatief van de uitgevende instelling, hetzij op initiatief van de houder, wordt deze beschreven, met opgave van de aflossingsvoorwaarden.

Categorie B

Rubriek 5.1.9

(Retail-specifiek)

Een vermelding van het rendement.

Categorie C

Een beknopte beschrijving van de methode voor de berekening van dat rendement.

Categorie B

Rubriek 5.1.10

Vertegenwoordiging van houders van effecten zonder aandelenkarakter, met vermelding van de naam van de organisatie die de beleggers vertegenwoordigt en van de voor die vertegenwoordiging toepasselijke voorschriften. Vermelding van de website waar het publiek kosteloos inzage kan krijgen in de overeenkomsten betreffende die vormen van vertegenwoordiging.

Categorie B

Rubriek 5.1.11

Een vermelding van de besluiten, machtigingen en goedkeuringen op grond waarvan de effecten zijn of zullen worden gecreëerd en/of uitgegeven.

Categorie C

Rubriek 5.1.12

De datum van uitgifte of, bij nieuwe uitgiften, de verwachte datum van uitgifte van de effecten.

Categorie C

Rubriek 5.1.13

Een beschrijving van eventuele beperkingen op de overdraagbaarheid van de effecten.

Categorie A

Rubriek 5.1.14

(Retail-specifiek)

Een waarschuwing dat de belastingwetgeving van de lidstaat van de belegger en van het land van oprichting van de uitgevende instelling een impact kan hebben op de inkomsten uit de effecten.

Categorie A

Rubriek 5.1.15

Indien verschillend van de uitgevende instelling, de identiteit en de contactgegevens van de aanbieder van de effecten en/of van de aanvrager van de toelating tot de handel, met inbegrip van de identificatiecode voor juridische entiteiten (Legal Entity Identifier — LEI) indien de aanbieder rechtspersoonlijkheid bezit.

Categorie C

AFDELING 6

NADERE BIJZONDERHEDEN OVER DE AANBIEDING (Retail-specifiek)

Rubriek 6.1

(Retail-specifiek)

Nadere bijzonderheden over de aanbieding van effecten aan het publiek (statistieken over de aanbieding, verwacht tijdschema en te ondernemen actie om op de aanbieding in te gaan)

Rubriek 6.1.1

(Retail-specifiek)

Het totale aantal effecten dat aan het publiek wordt aangeboden. Wanneer de omvang niet vooraf is bepaald: een vermelding van het maximale aantal aangeboden effecten (indien beschikbaar) en een beschrijving van de regelingen voor de aankondiging van de definitieve omvang van de aanbieding aan het publiek en van de termijn waarop deze aankondiging zal plaatsvinden.

Wanneer het maximale aantal effecten niet in het prospectus kan worden aangegeven, preciseert het prospectus dat de aanvaarding van de aankoop van of de inschrijving op effecten binnen ten minste drie werkdagen na kennisgeving van het aantal effecten dat aan het publiek wordt aangeboden, kan worden ingetrokken.

Categorie C

Rubriek 6.1.2

(Retail-specifiek)

De periode waarin de aanbieding openstaat, met vermelding van mogelijke wijzigingen, en de te volgen procedure om op de aanbieding in te gaan.

Categorie C

Rubriek 6.1.3

(Retail-specifiek)

Een beschrijving van eventuele mogelijkheden om inschrijvingen te verminderen en van de wijze waarop door inschrijvers te veel betaalde bedragen worden terugbetaald.

Categorie C

Rubriek 6.1.4

(Retail-specifiek)

Nadere bijzonderheden over de minimum- en/of maximumomvang van de inschrijving (hetzij in aantal effecten, hetzij in het in totaal te beleggen bedrag).

Categorie C

Rubriek 6.1.5

(Retail-specifiek)

Wijze van en termijnen voor betaling en levering van de effecten.

Categorie C

Rubriek 6.1.6

(Retail-specifiek)

Een volledige beschrijving van de wijze en de datum waarop de resultaten van de aanbieding zullen worden bekendgemaakt.

Categorie C

Rubriek 6.1.7

(Retail-specifiek)

De procedure voor de uitoefening van voorkeurrechten, de verhandelbaarheid van claimrechten en de bestemming van niet-uitgeoefende claimrechten.

Categorie C

Rubriek 6.2

(Retail-specifiek)

Plan voor het op de markt brengen en de toewijzing van de effecten

Rubriek 6.2.1

(Retail-specifiek)

De diverse categorieën potentiële beleggers aan wie de effecten worden aangeboden.

Wanneer de aanbieding gelijktijdig op de markten van twee of meer landen plaatsvindt en wanneer een tranche daarvan voor bepaalde van deze markten is of wordt voorbehouden, wordt deze tranche vermeld.

Categorie C

Rubriek 6.3

(Retail-specifiek)

De procedure waarmee inschrijvers in kennis worden gesteld van het toegewezen bedrag en een vermelding of de handel mag aanvangen voordat kennisgeving is geschied.

Categorie C

Rubriek 6.4

(Retail-specifiek)

Prijsstelling

Rubriek 6.4.1

(Retail-specifiek)

Een vermelding van de verwachte prijs waartegen de effecten zullen worden aangeboden.

Categorie C

Rubriek 6.4.2

(Retail-specifiek)

Als alternatief voor rubriek 6.4.1 wordt een beschrijving gegeven van de methode voor het bepalen van de prijs krachtens artikel 17 van Verordening (EU) 2017/1129, en hoe deze zal worden bekendgemaakt.

Categorie B

Rubriek 6.4.3

(Retail-specifiek)

Vermelding van het bedrag aan kosten en belastingen dat ten laste van de inschrijver of koper komt.

Categorie C

Rubriek 6.5

(Retail-specifiek)

Plaatsing en overneming

Rubriek 6.5.1

(Retail-specifiek)

Naam en adres van de coördinator(en) van de aanbieding als geheel of van afzonderlijke onderdelen daarvan en, voor zover de uitgevende instelling of de aanbieder daarvan bekend, van degenen die de plaatsing verzorgen in de diverse landen waar de aanbieding plaatsvindt.

Categorie C

Rubriek 6.5.2

(Retail-specifiek)

Naam en adres van instellingen die in elk land zorgen voor de financiële dienst en de bewaarneming.

Categorie C

Rubriek 6.5.3

(Retail-specifiek)

Naam en adres van de entiteiten die zich verbonden hebben tot overname van de uitgifte met plaatsingsgarantie, en naam en adres van de entiteiten die zich verbonden hebben tot overname van de uitgifte zonder plaatsingsgarantie of op “best efforts”-basis. Vermelding van de materiële kenmerken van de overeenkomsten, met inbegrip van de quota. Wanneer de overneming slechts op een deel van de uitgifte betrekking heeft, wordt het overblijvende deel vermeld. Vermelding van het totaalbedrag van de overnemingsprovisie en de plaatsingsprovisie.

Categorie C

Rubriek 6.5.4

(Retail-specifiek)

Wanneer de overeenkomst tot overneming is of zal worden gesloten.

Categorie C

AFDELING 6 bis

NADERE BIJZONDERHEDEN OVER DE TOELATING TOT DE HANDEL

Rubriek 6 bis.1

Het totale aantal effecten dat tot de handel wordt toegelaten.

Categorie C

Rubriek 6 bis.2

a)

een vermelding van de gereglementeerde markt, of andere markt van een derde land, mkb-groeimarkt of MTF waarop de effecten zullen worden verhandeld en waarvoor een prospectus is gepubliceerd.

Categorie B

b)

Vermeld, voor zover bekend, de data waarop de effecten ten vroegste tot de handel zullen worden toegelaten.

Categorie C

Rubriek 6 bis.3

Naam en adres van instellingen die in elk land zorgen voor de financiële dienst en de bewaarneming.

Categorie C

Rubriek 6 bis.4

(Retail-specifiek)

Alle gereglementeerde markten of markten van derde landen, mkb-groeimarkten of MTF’s waar, naar weten van de uitgevende instelling, effecten van dezelfde categorie als die welke aan het publiek zullen worden aangeboden of tot de handel zullen worden toegelaten, reeds tot de handel zijn toegelaten.

Categorie C

Rubriek 6 bis.5

(Retail-specifiek)

Naam en adres van de entiteiten die een vaste verbintenis zijn aangegaan om op te treden als tussenpersonen bij de handel op de secundaire markt, door de liquiditeit te verzekeren via bied- en laatprijzen, en een beschrijving van de belangrijkste voorwaarden van de door die entiteiten aangegane verbintenis.

Categorie C

Rubriek 6 bis.6

(Retail-specifiek)

De uitgifteprijs van de effecten.

Categorie C

AFDELING 7

ESG-INFORMATIE (indien van toepassing)

Rubriek 7.1

In voorkomend geval, ESG-informatie overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

AFDELING 8

CORPORATE GOVERNANCE

Rubriek 8.1

Bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen en bedrijfsleiding

Rubriek 8.1.1

Naam, kantooradres en functie binnen de uitgevende instelling van de volgende personen, met vermelding van de belangrijkste door hen buiten die uitgevende instelling uitgeoefende activiteiten wanneer die activiteiten van betekenis zijn voor die uitgevende instelling:

a)

leden van de bestuurs-, leidinggevende en/of toezichthoudende organen;

b)

beherende vennoten als het een commanditaire vennootschap op aandelen betreft.

AFDELING 9

FINANCIËLE INFORMATIE

Rubriek 9.1

Historische financiële informatie

Rubriek 9.1.1

Gecontroleerde historische financiële informatie over het laatste boekjaar (of de periode waarin de uitgevende instelling activiteiten ontplooit indien zij minder lang actief is) en het accountantsverslag voor dat jaar.

Rubriek 9.1.2

Wijziging van boekhoudkundige referentiedatum

Wanneer de uitgevende instelling de referentiedatum voor de verslaglegging heeft gewijzigd in de periode waarvoor historische financiële informatie vereist is, omvat de gecontroleerde historische informatie ten minste twaalf maanden dan wel de volledige periode waarin de uitgevende instelling actief is geweest, naargelang welke periode korter is.

Rubriek 9.1.3

(Wholesale-specifiek)

Standaarden voor jaarrekeningen (wholesale-specifiek)

De financiële informatie wordt opgesteld conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) zoals die in de Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn bekrachtigd.

Wanneer Verordening (EG) nr. 1606/2002 niet van toepassing is, wordt de financiële informatie opgesteld conform:

a)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een lidstaat voor uitgevende instellingen uit de EER, zoals door Richtlijn 2013/34/EU vereist;

b)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land die gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, voor uitgevende instellingen uit derde landen.

Anders moet de volgende informatie in het prospectus worden opgenomen:

a)

een opvallende vermelding dat de in het prospectus opgenomen financiële informatie niet is opgesteld conform internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) zoals die in de Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn bekrachtigd, en dat de financiële informatie materiële verschillen te zien kan geven indien Verordening (EG) nr. 1606/2002 op de historische financiële informatie was toegepast;

b)

onmiddellijk na de historische financiële informatie wordt een beschrijving gegeven van de verschillen tussen Verordening (EG) nr. 1606/2002 zoals vastgesteld door de Unie, en de grondslagen voor financiële verslaggeving die de uitgevende instelling heeft toegepast bij de opstelling van haar jaarrekening.

Rubriek 9.1.3 bis

(Retail-specifiek)

Standaarden voor jaarrekeningen (Retail-specifiek)

De financiële informatie wordt opgesteld conform de internationale standaarden voor jaarrekeningen (IFRS) zoals die in de Unie op grond van Verordening (EG) nr. 1606/2002 zijn bekrachtigd.

Wanneer Verordening (EG) nr. 1606/2002 niet van toepassing is, wordt de financiële informatie opgesteld conform:

a)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een lidstaat voor uitgevende instellingen uit de EER, zoals door Richtlijn 2013/34/EU vereist;

b)

nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land die gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, voor uitgevende instellingen uit derde landen. Wanneer die nationale standaarden voor jaarrekeningen van een derde land niet gelijkwaardig zijn aan Verordening (EG) nr. 1606/2002, wordt de jaarrekening overeenkomstig die verordening aangepast.

Rubriek 9.1.4

Gecontroleerde financiële informatie die wordt opgesteld overeenkomstig nationale standaarden voor jaarrekeningen bevat het volgende:

a)

de balans;

b)

de winst- en verliesrekening;

c)

de grondslagen voor financiële verslaggeving en toelichtingen.

Rubriek 9.1.5

Geconsolideerde jaarrekening

Wanneer de uitgevende instelling zowel een enkelvoudige als een geconsolideerde jaarrekening opstelt, wordt ten minste de geconsolideerde jaarrekening in het prospectus opgenomen.

Rubriek 9.1.6

Ouderdom van financiële informatie

De balans van het laatste jaar waarover gecontroleerde financiële informatie wordt verstrekt, mag niet ouder zijn dan 18 maanden te rekenen vanaf de datum van het prospectus.

Rubriek 9.1.7

(Retail-specifiek)

Tussentijdse en andere financiële informatie (Retail-specifiek)

Wanneer de uitgevende instelling na de datum van haar laatst gecontroleerde jaarrekeningen halfjaarlijkse financiële informatie heeft gepubliceerd, wordt die informatie in het prospectus opgenomen. Wanneer de halfjaarlijkse financiële informatie aan een volledige of beperkte accountantscontrole is onderworpen, wordt ook het verslag over deze volledige of beperkte controle opgenomen. Wanneer de halfjaarlijkse financiële informatie niet is gecontroleerd, of niet aan een beperkte controle is onderworpen, wordt van dat feit melding gemaakt.

Een prospectus dat dateert van meer dan negen maanden na de datum van de laatste gecontroleerde jaarrekening, bevat de halfjaarlijkse financiële informatie die niet gecontroleerd hoeft te zijn (wat in dat geval wordt vermeld) en die betrekking heeft op ten minste de eerste zes maanden van het boekjaar.

Halfjaarlijkse financiële informatie wordt opgesteld overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2013/34/EU of Verordening (EG) nr. 1606/2002, naargelang van het geval.

Voor uitgevende instellingen die niet onder Richtlijn 2013/34/EU of Verordening (EG) nr. 1606/2002 vallen, omvat de halfjaarlijkse financiële informatie vergelijkende overzichten voor dezelfde periode van het voorafgaande boekjaar, met dien verstande dat aan het vereiste van verstrekking van vergelijkende balansgegevens is voldaan wanneer de eindbalans van dat jaar wordt verstrekt conform het toepasselijke raamwerk voor jaarrekeningen.

Rubriek 9.2

Accountantscontrole van historische jaarlijkse financiële informatie

Rubriek 9.2.1

De historische jaarlijkse financiële informatie wordt onafhankelijk gecontroleerd. De controleverklaring wordt opgesteld in overeenstemming met Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014.

Wanneer Richtlijn 2006/43/EG en Verordening (EU) nr. 537/2014 niet van toepassing zijn, wordt de historische financiële informatie onderworpen aan een accountantscontrole of wordt in een verslag, ten behoeve van het prospectus, aangegeven of deze al dan niet een getrouw beeld geeft overeenkomstig de in een lidstaat toepasselijke standaarden voor accountantscontrole of een gelijkwaardige standaard.

Anders moet de volgende informatie in het prospectus worden opgenomen:

a)

een prominente verklaring waarin wordt aangegeven welke standaarden voor accountantscontrole zijn toegepast;

b)

een toelichting bij alle afwijkingen van betekenis van internationale standaarden voor accountantscontrole.

Rubriek 9.2.1 bis

Wanneer met de wettelijke controle belaste accountants geweigerd hebben voor de historische financiële informatie controleverklaringen af te geven of wanneer die verklaringen een oordeel met beperking, een aangepast oordeel, een oordeelonthouding of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden bevatten, wordt de reden daarvoor gegeven, en worden die oordelen met beperking, aangepaste oordelen, oordeelonthoudingen of paragrafen ter benadrukking van aangelegenheden integraal overgenomen.

Rubriek 9.2.2

Vermelding in het prospectus van andere informatie die door de accountants is gecontroleerd.

Rubriek 9.2.3

Wanneer in het prospectus opgenomen financiële informatie niet uit gecontroleerde jaarrekeningen van de uitgevende instelling is overgenomen, wordt aangegeven uit welke bron de informatie afkomstig is en dat deze informatie niet is gecontroleerd.

Rubriek 9.3

Wijziging van betekenis in de financiële positie van de uitgevende instelling

Een beschrijving van alle wijzigingen van betekenis in de financiële positie van de groep die zich hebben voorgedaan sinds het einde van de laatste verslagperiode waarvoor ofwel gecontroleerde financiële overzichten zijn gepubliceerd, ofwel tussentijdse financiële informatie is gepubliceerd, wordt opgenomen, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

AFDELING 10

INFORMATIE OVER HOUDERS VAN AANDELEN EN EFFECTEN

Rubriek 10.1

Belangrijkste aandeelhouders

Rubriek 10.1.1

Voor zover zulks de uitgevende instelling bekend is, wordt vermeld of zij — rechtstreeks of middellijk — eigendom is of onder de zeggenschap staat van anderen, en zo ja van wie. Ook wordt een beschrijving gegeven van de aard van die zeggenschap en van de maatregelen die zijn getroffen om misbruik van die zeggenschap te voorkomen.

Rubriek 10.1.2

Een beschrijving van — aan de uitgevende instelling bekende — regelingen waarvan de inwerkingstelling op een latere datum een wijziging van de zeggenschap over de uitgevende instelling kan veroorzaken of voorkomen.

Rubriek 10.2

Juridische procedures en arbitrageprocedures

Rubriek 10.2.1

Informatie over eventuele overheidsingrepen, juridische of arbitrageprocedures (met inbegrip van dergelijke procedures die, naar weten van de uitgevende instelling, hangende zijn) over een periode van ten minste de voorafgaande twaalf maanden, een invloed van betekenis kunnen hebben, of in een recent verleden hebben gehad, op de financiële positie of de rentabiliteit van de uitgevende instelling en/of de groep, of, wanneer dat niet het geval is, een verklaring in die zin.

Rubriek 10.3

Tegenstrijdige belangen van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen

Rubriek 10.3.1

Potentiële belangenconflicten tussen plichten van de in rubriek 8.1.1 bedoelde personen ten aanzien van de uitgevende instelling en hun eigen belangen en/of andere plichten worden duidelijk vermeld. Indien er van dergelijke conflicten geen sprake is, een verklaring in die zin.

Rubriek 10.4

Materiële overeenkomsten

Rubriek 10.4.1

Een beknopt overzicht van alle materiële overeenkomsten die niet in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de uitgevende instelling zijn aangegaan en die ertoe kunnen leiden dat een lid van de groep een verplichting heeft die, of een recht dat, van materieel belang is voor het vermogen van de uitgevende instelling om haar verplichtingen jegens houders van de uitgegeven effecten na te komen.

AFDELING 11

INFORMATIE OVER DE GARANT (indien van toepassing)

Rubriek 11.1

In voorkomend geval, informatie over de garant, overeenkomstig artikel 22 van deze verordening.

AFDELING 12

INFORMATIE OVER DE ONDERLIGGENDE EFFECTEN EN DE UITGEVENDE INSTELLING VAN DE ONDERLIGGENDE EFFECTEN (indien van toepassing)

Rubriek 12.1

In voorkomend geval, informatie over de onderliggende effecten, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

Rubriek 12.2

In voorkomend geval, informatie over de instelling die de onderliggende effecten uitgeeft, overeenkomstig afdeling 3 van hoofdstuk II van deze verordening.

AFDELING 13

INFORMATIE OVER TOESTEMMING (indien van toepassing)

Rubriek 13.1

In voorkomend geval, informatie over toestemming, overeenkomstig artikel 23 van deze verordening.

AFDELING 14

BESCHIKBARE DOCUMENTEN

Rubriek 14.1

Een verklaring dat tijdens de geldigheidsduur van het prospectus inzage mogelijk is van de volgende documenten (indien toepasselijk):

a)

de geactualiseerde akte van oprichting en statuten van de uitgevende instelling;

b)

alle verslagen, brieven en andere documenten, alsmede door deskundigen op verzoek van de uitgevende instelling opgestelde waarderingen en verklaringen, wanneer het prospectus gedeelten daarvan bevat of naar gedeelten daarvan verwijst.

Een vermelding van de website waar de documenten kunnen worden geraadpleegd.


BIJLAGE XIV

In bijlage 17, afdeling 2, bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt rubriek 2.2.2 vervangen door:

“Rubriek 2.2.2

Vermelding van het type onderliggende waarde.

Categorie A

Nadere bijzonderheden van de plaats waar informatie over de onderliggende waarde beschikbaar is, met inbegrip van een vermelding van de plaats waar informatie over het in het verleden behaalde en toekomstige rendement van de onderliggende waarde en de volatiliteit ervan elektronisch beschikbaar is, en of deze kosteloos beschikbaar is.

Categorie C

Wanneer de onderliggende waarde een effect is:

a)

de naam van de uitgevende instelling van het effect;

Categorie C

b)

de internationale effectenidentificatiecode (International Securities Identification Number — ISIN);

Categorie C

Wanneer de onderliggende waarde een referentie-entiteit of referentieverplichting is (voor credit-linked effecten):

a)

wanneer de referentie-entiteit of referentieverplichting bestaat uit één enkele entiteit of verplichting, of bij een pool van onderliggende waarden waarbij één enkele referentie-entiteit of referentieverplichting ten minste 20 % van de pool vertegenwoordigt:

i)

wanneer van de referentie-entiteit (of de uitgevende instelling van de referentieverplichting) geen effecten tot de handel op een gereglementeerde, een gelijkwaardige markt van een derde land of een mkb-groeimarkt zijn toegelaten, voor zover de uitgevende instelling daarvan op de hoogte is of in staat is op te maken uit de door de referentie-entiteit (of de uitgevende instelling van de referentieverplichting) gepubliceerde informatie: informatie met betrekking tot de referentie-entiteit (of de uitgevende instelling van de referentieverplichting) alsof zij de uitgevende instelling was (overeenkomstig het registratiedocument voor effecten zonder aandelenkarakter (m.u.v. rubrieken die als retail-specifiek zijn aangemerkt));

Categorie A

ii)

wanneer van de referentie-entiteit (of de uitgevende instelling van de referentieverplichting) al effecten tot de handel op een gereglementeerde, een gelijkwaardige markt van een derde land of een mkb-groeimarkt zijn toegelaten, voor zover de uitgevende instelling daarvan op de hoogte is of in staat is op te maken uit de door de referentie-entiteit (of de uitgevende instelling van de referentieverplichting) gepubliceerde informatie: haar naam, ISIN, adres, land van oprichting, sector(en) waarin de referentie-entiteit (of de uitgevende instelling van de referentieverplichting) actief is en naam van de markt waar haar effecten zijn toegelaten.

Categorie C

 

b)

bij een pool van onderliggende waarden waarbij één enkele referentie-entiteit of referentieverplichting minder dan 20 % van de pool vertegenwoordigt:

i)

de namen van de referentie-entiteiten of de uitgevende instellingen van de referentieverplichtingen, en

Categorie C

ii)

de ISIN.

Categorie C

Wanneer de onderliggende waarde een index is:

a)

de naam van de index;

Categorie C

b)

een beschrijving van de index wanneer deze door de uitgevende instelling of door een tot dezelfde groep behorende juridische entiteit is samengesteld, of een beschrijving van de index die wordt aangeboden door een juridische entiteit of een natuurlijke persoon die optreedt in samenwerking met of namens de uitgevende instelling, tenzij het prospectus de volgende verklaringen bevat:

i)

het volledige geheel van regels van de index en de informatie over de prestaties van de index zijn vrij toegankelijk op de website van de uitgevende instelling of van de opsteller van de index;

ii)

de geldende regels (inclusief methodologie van de index voor de selectie en het herbalanceren van de componenten van de index, beschrijving van marktverstorende gebeurtenissen en aanpassingsregels) zijn op vooraf bepaalde en objectieve criteria gebaseerd.

Categorie B

Punt b) is niet van toepassing wanneer de beheerder van de index is opgenomen in het op grond van artikel 36 van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad (1) door de ESMA bijgehouden openbare register.

c)

Wanneer de index niet door de uitgevende instelling is samengesteld, een vermelding waar informatie over de index kan worden verkregen.

Categorie C

Wanneer de onderliggende waarde een rentevoet is, een beschrijving van de rentevoet.

Categorie C

Wanneer de onderliggende waarde niet onder een van de categorieën uit deze rubriek valt, bevat de verrichtingsnota gelijkwaardige informatie.

Categorie C

Wanneer de onderliggende waarde een korf van onderliggende waarden is, wordt voor elke onderliggende waarde informatie zoals beschreven in deze rubriek en het respectieve gewicht van elke onderliggende waarde in de korf bekendgemaakt.

Categorie C

(1)  Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1011/oj).”


BIJLAGE XV

In bijlage 18 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt afdeling 2 vervangen door:

“AFDELING 2

INFORMATIE TE VERSTREKKEN WANNEER DE UITGEVENDE INSTELLING VAN DE ONDERLIGGENDE WAARDE EEN ENTITEIT IS DIE TOT DEZELFDE GROEP BEHOORT

Rubriek 2.1

Wanneer de uitgevende instelling van de onderliggende waarde een entiteit is die tot dezelfde groep behoort, is de door die uitgevende instelling te verstrekken informatie de informatie verlangd in het registratiedocument voor effecten met aandelenkarakter van bijlage 1 of, in voorkomend geval:

a)

de informatie uit de afdelingen 2 tot en met 8 en afdeling 16 van bijlage 30 voor een EU-vervolgprospectus;

b)

de informatie uit de afdelingen 2 tot en met 10 en afdeling 17 van bijlage 34 voor een EU-groei-uitgifteprospectus.

Categorie A”


BIJLAGE XVI

Bijlage 19 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in afdeling 2 wordt rubriek 2.2.11 vervangen door:

“Rubriek 2.2.11

Wanneer de activa bestaan uit verplichtingen van vijf of minder debiteuren die rechtspersonen zijn of gegarandeerd worden door vijf of minder rechtspersonen, of wanneer een debiteur of entiteit die de verplichtingen garandeert, 20 % of meer van de activa voor zijn rekening neemt, of wanneer een enkele debiteur ten minste 20 % van de activa voor zijn rekening neemt, maakt de uitgevende instelling, voor zover zij daarvan op de hoogte is of in staat is op te maken uit de door de debiteur(en) of de garant(en) gepubliceerde informatie, melding van een van deze beide elementen:

 

a)

informatie met betrekking tot elke debiteur of garant alsof deze een uitgevende instelling was die een registratiedocument opstelt voor effecten zonder aandelenkarakter (m.u.v. rubrieken die als retail-specifiek zijn aangemerkt);

Categorie A

b)

wanneer van een debiteur of garant reeds effecten tot de handel op een gereglementeerde of een gelijkwaardige markt van een derde land of een mkb-groeimarkt zijn toegelaten: zijn naam, adres, land van oprichting, voornaamste bedrijfsactiviteiten/beleggingsbeleid en de naam van de markt waar zijn effecten zijn toegelaten.

Categorie C”

b)

in afdeling 2 wordt rubriek 2.2.16 vervangen door:

“Rubriek 2.2.16

Wanneer meer dan 10 % van de activa bestaat uit effecten met een aandelenkarakter die niet op een gereglementeerde markt of gelijkwaardige markt van een derde land of mkb-groeimarkt worden verhandeld, wordt een beschrijving gegeven van die effecten met aandelenkarakter en wordt ten aanzien van elke uitgevende instelling van die effecten informatie verstrekt die gelijkwaardig is aan die welke in het registratiedocument voor effecten met aandelenkarakter is vervat of, in voorkomend geval, het registratiedocument voor effecten die zijn uitgegeven door instellingen voor collectieve belegging van het closed-endtype.

Categorie A”


BIJLAGE XVII

In bijlage 28 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/980 wordt het volgende punt 9 toegevoegd:

“9.

Aanvullende effectencodes.”.


BIJLAGE XVIII

BIJLAGE 23

EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER AANGEPREZEN ALS EFFECTEN DIE REKENING HOUDEN MET ESG-FACTOREN OF DIE ESG-DOELSTELLINGEN NASTREVEN

AFDELING 1

ALGEMENE INFORMATIE OVER DE EFFECTEN DIE ZULLEN WORDEN AANGEBODEN/TOT DE HANDEL TOEGELATEN

Rubriek 1

Informatie betreffende de effecten zonder aandelenkarakter.

Rubriek 1.1

Een heldere toelichting die beleggers helpt inzicht te krijgen in de ESG-factoren die door de effecten zonder aandelenkarakter in aanmerking zullen worden genomen of de ESG-doelstellingen die met de effecten zonder aandelenkarakter worden nagestreefd. Die toelichting is ondubbelzinnig, op feiten gebaseerd en omvat:

Categorie B

Rubriek 1.1.1

Wanneer de effecten zonder aandelenkarakter die aan het publiek worden aangeboden of die worden toegelaten tot de handel op een reglementeerde markt, worden aangeprezen als afgestemd op, in aanmerking komend op grond van of anderszins aansluitend bij de EU-taxonomie, overeenkomstig Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad (1): een duidelijke vermelding van het minimumpercentage van de opbrengsten dat zal worden toegewezen aan activiteiten die op de EU-taxonomie zijn afgestemd.

Categorie C

Rubriek 1.1.2

Wanneer de effecten zonder aandelenkarakter die aan het publiek worden aangeboden of die worden toegelaten tot de handel op een reglementeerde markt, worden aangeprezen als afgestemd op, in aanmerking komend op grond van of anderszins aansluitend bij een classificatiesysteem niet zijnde de EU-taxonomie dat criteria vaststelt om te bepalen of een economische activiteit kwalificeert als ecologisch duurzaam (“classificatiesysteem van een derde partij”):

a)

duidelijk het classificatiesysteem van een derde partij identificeren en duidelijk aangeven dat het niet om de EU-taxonomie gaat;

b)

duidelijk beschrijven hoe het classificatiesysteem van een derde partij borgt dat de economische activiteiten substantieel aan bepaalde milieudoelstellingen bijdragen;

c)

in voorkomend geval, een elektronische link opnemen naar de volgende elementen, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus is opgenomen overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2017/1129 (voor zover van toepassing):

i)

technische screeningcriteria;

ii)

“geen ernstige afbreuk doen”-beginselen (DNSH-beginselen);

iii)

minimale sociale garanties van het classificatiesysteem van een derde partij.

Wanneer het classificatiesysteem van een derde partij geen van de punten i) tot en met iii) bevat, wordt dat feit duidelijk vermeld;

Categorie A

 

d)

duidelijk vermelden welk minimumpercentage van de opbrengsten zal worden toegewezen aan economische activiteiten die zijn afgestemd op het classificatiesysteem van een derde partij.

Categorie C

Rubriek 1.1.3

Wanneer de effecten zonder aandelenkarakter die aan het publiek worden aangeboden of die worden toegelaten tot de handel op een reglementeerde markt, worden aangeprezen als afgestemd op een specifieke marktstandaard of labeleisen met betrekking tot de in aanmerking genomen ESG-factoren of de door de effecten nagestreefde ESG-doelstellingen:

a)

de marktstandaard of het label vermelden;

b)

een elektronische link opnemen naar de openbaarmakingen met betrekking tot die marktstandaard of dat label, zoals een toepasselijk raamwerk, en naar algemene informatie over de marktstandaard of het label, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus is opgenomen overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2017/1129.

Categorie A

AFDELING 2

EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER MET ESG-BESTEMMING VAN DE OPBRENGSTEN (2)

Rubriek 2.1

Bij effecten zonder aandelenkarakter met ESG-bestemming van opbrengsten (UoP):

Rubriek 2.1.1

a)

Een lijst met duurzame projecten en activiteiten waarvoor de opbrengsten uit effecten zonder aandelenkarakter worden bestemd;

b)

een beschrijving van:

i)

het doel en de kenmerken van de te financieren betrokken duurzame projecten en activiteiten, en de criteria gebruikt om te bepalen dat die projecten of activiteiten duurzaam zijn;

ii)

toegelaten afwijking van die toewijzing, met inbegrip van voorwaarden voor deze afwijkingen (in voorkomend geval).

Wanneer de duurzame projecten of activiteiten niet zijn geïdentificeerd op het tijdstip van de goedkeuring van het prospectus, maken uitgevende instellingen de criteria bekend die zullen worden gebruikt om de betrokken projecten te identificeren.

Categorie B

AFDELING 3

AAN DUURZAAMHEID GEKOPPELDE EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER (3)

Rubriek 3.1

Bij aan duurzaamheid gekoppelde effecten zonder aandelenkarakter:

Rubriek 3.1.1

Een beschrijving van financiële kenmerken van de effecten zoals rente- of premiebetalingen die worden beïnvloed door het nakomen of niet nakomen van ESG-doelstellingen, onder meer de middelen waarmee rentebetalingen of aflossingsbedragen worden berekend.

Die openbaarmaking:

a)

geeft toelichting bij de geselecteerde kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) en prestatiedoelen inzake duurzaamheid (SPT’s);

b)

bevat de berekeningsmethode van de (KPI’s) en SPT’s;

c)

bevat informatie die beleggers in staat stelt inzicht te krijgen in:

i)

de vraag of de KPI’s en de daarmee samenhangende SPT’s coherent zijn met de betrokken sectorspecifieke wetenschappelijk onderbouwde doelen (SPT’s) (in voorkomend geval);

ii)

de coherentie tussen de KPI’s en de daarmee samenhangende SPT’s, enerzijds, en de duurzaamheidsstrategie van de uitgevende instelling, anderzijds.

Categorie B

Rubriek 3.1.2

Wanneer zich versnelde aflossing kan voordoen, openbaarmaking van de eventuele impact die zulks op de duurzaamheidsprestaties van een belegging kan hebben.

Categorie B

AFDELING 4

GESTRUCTUREERDE EFFECTEN ZONDER AANDELENKARAKTER AANGEPREZEN ALS EFFECTEN MET EEN ESG-COMPONENT OF DIE EEN ESG-DOELSTELLING NASTREVEN

Rubriek 4.1

Bij effecten zonder aandelenkarakter die worden aangeprezen als effecten die rekening houden met ESG-factoren of die ESG-doelstellingen nastreven, en gekoppeld zijn aan een onderliggend product dat van materieel belang is voor het beoordelen van de ESG-factoren of ESG-doelstellingen:

Rubriek 4.1.1

a)

Een beschrijving van het onderliggende product en van de ESG-kenmerken waarmee dat onderliggende product rekening houdt of de ESG-doelstellingen die deze nastreeft;

b)

een toelichting bij de vraag hoe het gebruik van een onderliggend product verenigbaar is met de duurzaamheidskenmerken die de effecten zonder aandelenkarakter bevorderen of met de doelstelling van duurzaam investeren.

Anders, een elektronische link naar de website(s) waar de in punt a) en/of b) bedoelde informatie beschikbaar is, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus is opgenomen overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2017/1129.

Categorie C

Rubriek 4.1.2

Wanneer het onderliggende product van de effecten die aan het publiek worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt worden toegelaten, een op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmark of een klimaattransitiebenchmark is als bedoeld in Verordening (EU) 2016/2011, of een benchmark die voldoet aan een ESG-label, dat feit vermelden, de benchmarkbeheerder identificeren en, in voorkomend geval, het ESG-label identificeren.

Categorie C

Rubriek 4.1.3

Wanneer de effecten zonder aandelenkarakter niet kwalificeren als effecten zonder aandelenkarakter met ESG-bestemming van de opbrengsten, een verklaring dat de effecten zonder aandelenkarakter geen directe investering vertegenwoordigen in een duurzaam product of economische activiteiten, met inbegrip van producten of economische activiteiten in transitiefinanciering.

Categorie B

AFDELING 5

AANVULLENDE INFORMATIE

Rubriek 5.1

Wanneer de uitgevende instelling ervoor kiest om gebruik te maken van ESG-ratings die zijn toegekend aan de effecten zonder aandelenkarakter die worden aangeprezen als effecten die rekening houden met ESG-factoren of die ESG-doelstellingen nastreven, een elektronische link naar die ratings, samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus is opgenomen overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2017/1129.

Categorie C

Rubriek 5.2

Een elektronische link naar de website waar beleggers toegang kunnen krijgen tot externe toetsingen van, of tweede opinies van onafhankelijke derden over, de effecten zonder aandelenkarakter die rekening houden met ESG-factoren of die ESG-doelstellingen nastreven (in voorkomend geval), samen met een disclaimer dat de informatie op de website alleen deel uitmaakt van het prospectus indien die informatie via verwijzing in het prospectus is opgenomen overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2017/1129.

Categorie B

Rubriek 5.3

De vraag of informatie na uitgifte zal worden verstrekt, samen met een vermelding waar die informatie (eventueel) zal worden gerapporteerd.

Categorie B

(1)  Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088 (PB L 198 van 22.6.2020, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/852/oj).

(2)  Met effecten zonder aandelenkarakter met een ESG-bestemming van opbrengsten (UoP) worden effecten zonder aandelenkarakter bedoeld waarvan opbrengsten, of een gelijkwaardig bedrag, (zullen) worden toegewezen aan ESG-projecten of -activiteiten.

(3)  Met aan duurzaamheid gekoppelde effecten zonder aandelenkarakter worden effecten zonder aandelenkarakter bedoeld waarvan de financiële en/of structurele kenmerken kunnen verschillen, afhankelijk van de vraag of de uitgevende instelling vooraf bepaalde ESG-doelstellingen behaalt.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/1061/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)