European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/1045

13.5.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/1045 VAN DE COMMISSIE

van 12 mei 2026

tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde alkylfosfonzuren en natriumzouten daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (de “basisverordening”), en met name artikel 7,

Na raadpleging van de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Opening van het onderzoek

(1)

Op 18 september 2025 heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) op grond van artikel 5 van de basisverordening een antidumpingonderzoek geopend met betrekking tot de invoer van bepaalde alkylfosfonzuren en natriumzouten daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC”, “China” of “het betrokken land”). Zij heeft daartoe een bericht van inleiding gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (2) (“het bericht van inleiding”).

(2)

De Commissie heeft het onderzoek geopend naar aanleiding van een klacht die op 7 augustus 2025 is ingediend door LANXESS Deutschland GmbH (“Lanxess” of “de klager”). De klacht werd ingediend door de bedrijfstak van de Unie van bepaalde alkylfosfonzuren en natriumzouten daarvan in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal over dumping en de aanmerkelijke schade als gevolg daarvan werd voldoende geacht om een onderzoek te openen.

1.2.   Registratie

(3)

De Commissie heeft de invoer van het betrokken product bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2385 (3) (de “registratieverordening”) aan registratie onderworpen.

1.3.   Belanghebbenden

(4)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie belanghebbenden uitgenodigd contact met haar op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie specifiek de haar bekende producenten-exporteurs en de Chinese autoriteiten, de haar bekende importeurs en gebruikers van de opening van het onderzoek in kennis gesteld en hen uitgenodigd aan dat onderzoek mee te werken.

(5)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het onderzoek kenbaar te maken en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

1.4.   Opmerkingen over de opening van het onderzoek

(6)

Van de belanghebbenden werden geen opmerkingen over de opening van het onderzoek ontvangen.

1.5.   Steekproeven

(7)

In het bericht van inleiding deelde de Commissie mee dat zij mogelijk steekproeven van belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening.

Geen steekproef van producenten in de Unie

(8)

Aangezien Lanxess de enige producent in de Unie is, was een steekproef in dit geval niet nodig.

Steekproef van niet-verbonden importeurs

(9)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken.

(10)

Drie niet-verbonden importeurs die tot dezelfde ondernemingsgroep behoren, hebben de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Gezien het geringe aantal reacties heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was.

Steekproef van producenten-exporteurs

(11)

Om te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie gevraagd eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn, op te sporen en/of contact met hen op te nemen.

(12)

Vijf producenten-exporteurs uit het betrokken land hebben de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie een steekproef van drie ondernemingen geselecteerd, samengesteld op basis van het grootste representatieve volume van uitvoer naar de Unie dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening zijn alle bekende betrokken producenten-exporteurs en de autoriteiten van het betrokken land geraadpleegd over de samenstelling van de steekproef.

(13)

Shandong Green Technologies Import and Export Co., Ltd, een niet in de steekproef opgenomen Chinese producent-exporteur, heeft bezwaar gemaakt tegen het feit dat het niet in de steekproef was opgenomen.

(14)

De Commissie heeft de gegrondheid van het bezwaar onderzocht. De Commissie heeft bevestigd dat de uitvoervolumes van deze producent-exporteur tijdens het onderzoektijdvak aanzienlijk lager waren dan de volumes van de in de steekproef opgenomen exporteurs. Bovendien heeft de Commissie vastgesteld dat de voorgestelde steekproef het grootste representatieve uitvoervolume naar de Unie tijdens het onderzoektijdvak vormde dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht, zoals vereist op grond van artikel 17, lid 1, van de basisverordening. Bijgevolg heeft de Commissie geen reden gezien om de steekproef te wijzigen. De steekproef werd daarom gehandhaafd.

1.6.   Individueel onderzoek

(15)

Shandong Green Technologies Import and Export Co., Ltd, heeft de Commissie ook meegedeeld dat het op grond van artikel 17, lid 3, van de basisverordening om een individueel onderzoek zou kunnen verzoeken. Deze producent-exporteur heeft de vragenlijst echter niet beantwoord en heeft daarom uiteindelijk geen verzoek om een individueel onderzoek ingediend.

1.7.   Antwoorden op de vragenlijst en controlebezoeken

(16)

De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (“de Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC.

(17)

Bovendien heeft de klager in de klacht voldoende voorlopig bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat er voor het betroffen product in de VRC sprake was van verstoringen van de grondstoffenmarkt. Derhalve had het onderzoek, zoals aangekondigd in het bericht van inleiding, betrekking op deze verstoringen van de grondstoffenmarkt om te bepalen of artikel 7, leden 2 bis en 2 ter, van de basisverordening moesten worden toegepast op de VRC. Daarom heeft de Commissie de Chinese overheid in dit verband aanvullende vragenlijsten gestuurd.

(18)

De Commissie heeft de in de steekproef opgenomen ondernemingen in China een vragenlijst toegezonden. Die vragenlijsten werden op de dag van de opening van het onderzoek ook online (4) beschikbaar gesteld.

(19)

De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de voorlopige vaststelling van dumping, de schade als gevolg daarvan en het belang van de Unie nodig achtte, verzameld en gecontroleerd. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken verricht bij de volgende ondernemingen:

Producenten in de Unie:

LANXESS Deutschland GmbH, Keulen, Duitsland

Niet-verbonden importeurs:

Connect Chemicals GmbH, Connect Chemicals Benelux B.V. en Connect Chemicals Italia Srl (“Connect”), Ratingen, Duitsland

Gebruikers:

Hypred SAS, Dinard, Frankrijk (“Hypred”)

Producenten-exporteurs in de VRC:

Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co., Ltd, Jiyuan, VRC

Nantong Uniphos Chemicals Co., Ltd, Nantong, VRC

Shandong Taihe Technologies Co., Ltd, Zaozhuang, VRC

Verbonden importeur in de Unie:

Uniphos GmbH, Gross-Gerau, Duitsland

1.8.   Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode

(20)

Het onderzoek naar de dumping en de schade had betrekking op de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 (“het onderzoektijdvak”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 2022 tot het einde van het onderzoektijdvak (“de beoordelingsperiode”).

2.   ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Onderzocht product

(21)

Het onderzochte product is 2-fosfonobutaan-1,2,4-tricarbonzuur en het natriumzout daarvan, tetranatriumwaterstof-2-fosfonatobutaan-1,2,4-tricarboxylaat, in vaste vorm of in waterige oplossing, momenteel ingedeeld onder de GN-code 2931 49 80 (Taric-code 2931 49 80 60) (“het onderzochte product” of “PBTC”).

(22)

Het onderzochte product valt gewoonlijk onder de CAS-nummers (”Chemicals Abstract Services”) 37971-36-1 en 66669-53-2, is in de Europese Unie geregistreerd onder de respectieve EG-nummers (“Europese Gemeenschap”) 253-733-5 en 266-442-3, en de CUS-nummers (“Customs and Statistics Numbers”) in de databank van de Europese douanelijst van chemische stoffen (“ECICS”) zijn 0027475-9 en 0087281-1.

(23)

Het productieproces van het onderzochte product bestaat in de volgende drie hoofdstappen. Ten eerste reageren dimethylfosfiet (“DMPI”) en dimethylmaleïnaat (de dimethylester van maleïnezuur, “MDE”) met een basiskatalysator in een reactor, waarbij de tetramethylester van fosfonobarnsteenzuur (PBS-ester) wordt gevormd. De in de eerste reactor gevormde PBS-ester wordt vervolgens zonder isolatie overgebracht naar een tweede reactor, waar de PBS-ester reageert met de methylester van acrylzuur (AM) in een andere base-gekatalyseerde reactie om de pentamethylester van 2-fosfonobutaan-1,2,4-tricarbonzuur (PBTC-ester) te vormen. Vervolgens wordt de PBTC-ester overgebracht naar een derde reactor. Om PBTC te vormen, wordt de PBTC-ester gehydrolyseerd met water. Uit PBTC wordt door neutralisatie met natriumhydroxide PBTC-Na4 geproduceerd.

(24)

De belangrijkste toepassingen van PBTC zijn waterbehandelingsprocessen en industriële en institutionele reiniging. Dit is te danken aan de optimale functie als ketelsteen- en corrosieremmer.

2.2.   Betrokken product

(25)

Bij het betrokken product gaat het om het onderzochte product van oorsprong uit China.

2.3.   Soortgelijk product

(26)

Uit het onderzoek is gebleken dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:

het betrokken product bij uitvoer naar de Unie;

het onderzochte product dat in China wordt geproduceerd en aldaar op de binnenlandse markt wordt verkocht, en

het onderzochte product dat in de Unie door de bedrijfstak van de Unie wordt geproduceerd en aldaar wordt verkocht.

(27)

De Commissie heeft in dit stadium derhalve geconcludeerd dat die producten soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

2.4.   Argumenten betreffende de productomschrijving

(28)

De Commissie heeft geen opmerkingen of argumenten van belanghebbenden ontvangen met betrekking tot de productomschrijving van het onderzoek.

3.   DUMPING

3.1.   Procedure voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening

(29)

Aangezien er bij de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening met betrekking tot de VRC, achtte de Commissie het passend om met betrekking tot de producenten-exporteurs uit dit land het onderzoek te openen uit hoofde van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(30)

Om de benodigde gegevens voor de mogelijke toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening te verzamelen, heeft de Commissie bijgevolg in het bericht van inleiding alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht informatie over de basisproducten voor de productie van PBTC te verstrekken. Vier producenten-exporteurs hebben de desbetreffende informatie verstrekt.

(31)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van inleiding alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. De Chinese overheid heeft niet op de vragenlijst gereageerd en geen van de andere partijen heeft binnen de daarvoor gestelde termijn opmerkingen ingediend over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen.

(32)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening mogelijk een passend representatief land moest kiezen teneinde de normale waarde vast te stellen aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks.

(33)

Op 13 maart 2026 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling (“de mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van PBTC een rol spelen. Daarnaast heeft de Commissie op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks Brazilië aangemerkt als een passend representatief land. Twee belanghebbenden (Shandong Taihe Technologies Co., Ltd (“Taihe”) en Lanxess) hebben opmerkingen over de mededeling ingediend. In punt 3.2 wordt nader op deze opmerkingen ingegaan.

3.2.   Normale waarde

(34)

Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.”

(35)

Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt evenwel: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en deze normale waarde “omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (voor “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” wordt hierna de afkorting “VAA-kosten” gebruikt).

(36)

Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

3.2.1.   Bestaan van verstoringen van betekenis

(37)

Artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening luidt: “Verstoringen van betekenis zijn de verstoringen die zich voordoen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen en energie, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, doordat zij door aanzienlijk overheidsingrijpen worden beïnvloed. Bij de beoordeling van de aanwezigheid van verstoringen van betekenis wordt onder meer acht geslagen op de mogelijke gevolgen van een of meer van de volgende factoren:

het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben, waarop deze beleidstoezicht uitoefenen of waarvoor deze beleidsadvies geven;

overheidsaanwezigheid in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt;

discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden;

het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving;

verstoringen van loonkosten;

toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat.”

(38)

Aangezien de lijst in artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening niet-cumulatief is, hoeven niet alle factoren aanwezig te zijn om verstoringen van betekenis te kunnen vaststellen. Bovendien kunnen dezelfde feitelijke omstandigheden worden gebruikt om de aanwezigheid van een of meer factoren van de lijst aan te tonen.

(39)

Alle conclusies ten aanzien van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening moeten echter worden getrokken op basis van al het beschikbare bewijsmateriaal. In de algehele beoordeling betreffende de aanwezigheid van verstoringen kan ook rekening worden gehouden met de algemene context en situatie in het land van uitvoer, in het bijzonder wanneer de overheid op grond van fundamentele elementen van de economische en bestuursstructuur van het land van uitvoer over ruime bevoegdheden beschikt om zodanig in te grijpen in de economie dat prijzen en kosten niet het gevolg zijn van vrije marktwerking.

(40)

Artikel 2, lid 6 bis, punt c), van de basisverordening bepaalt het volgende: “Wanneer de Commissie beschikt over gegronde aanwijzingen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verstoringen van betekenis zoals bedoeld onder b), in een bepaald land of een bepaalde sector in dat land, en waar passend voor de doeltreffende toepassing van deze verordening, stelt zij een rapport op waarin de marktomstandigheden, zoals bedoeld onder b), in dat land of die sector worden beschreven; zij maakt dat rapport openbaar en actualiseert het geregeld.”

(41)

Op grond van deze bepaling heeft de Commissie een landrapport opgesteld met betrekking tot de VRC (5) (“het rapport”), waaruit blijkt dat er sprake was van aanzienlijk overheidsingrijpen op veel niveaus van de economie, waaronder specifieke verstoringen met betrekking tot veel belangrijke productiefactoren (zoals grond, energie, kapitaal, grondstoffen en arbeid) evenals met betrekking tot bepaalde sectoren (zoals de chemische sector, …). De belanghebbenden werden uitgenodigd om het bewijsmateriaal dat zich ten tijde van de opening van het onderzoek in het onderzoeksdossier bevond, te weerleggen, aan te vullen of daarover opmerkingen te maken. Het rapport met betrekking tot de VRC is in het onderzoeksdossier opgenomen in de fase van de opening van het onderzoek. De klager heeft zich op het bewijsmateriaal in het rapport gebaseerd, met name het specifieke hoofdstuk van het rapport over de verstoringen in de chemische sector in de VRC (6).

(42)

De klager heeft erop gewezen dat de Chinese staat een socialistische markteconomie is die is ontwikkeld onder leiding van de Chinese Communistische Partij (“CCP”) en die alle essentiële aspecten van de staat bestrijkt, waaronder de economie en het rechtsstelsel, aangezien de Chinese instellingen niet onderworpen zijn aan het beginsel van de scheiding der machten. De klager heeft aangevoerd dat de CCP een bijzonder strikte zeggenschap op economisch niveau uitoefent, wat zich vertaald heeft in het grote belang van staatsbedrijven in de Chinese economie. De CCP speelt een zo grote rol in de overheidsinstellingen en in de bedrijfsstructuur van zowel particuliere ondernemingen als staatsbedrijven dat zij een dominante positie heeft en absolute zeggenschap over de gehele Chinese economie kan uitoefenen. De klager heeft gewezen op drie belangrijke kanalen die de Chinese overheid kan gebruiken om in te grijpen in de Chinese economie: op bestuurlijk, financieel en regelgevend niveau (7).

(43)

De klacht bevatte ook relevant bewijsmateriaal dat het rapport aanvult. De klager heeft ook verwezen naar bevindingen van de Commissie in verschillende recente onderzoeken, die het bestaan van verstoringen van betekenis met betrekking tot de Chinese chemische sector hebben bevestigd, onder meer in het onderzoek betreffende bepaalde alkylfosfaatesters (8), acesulfaam (9), citroenzuur (10) en mononatriumglutamaat (MSG) (11).

(44)

Bovendien is in de klacht herinnerd aan de volgende elementen die tot verstoringen van betekenis leiden.

(45)

Ten eerste wordt de PBTC-sector voor een groot deel bediend door ondernemingen die in handen zijn van de staat, waarover de staat zeggenschap heeft, waarop deze beleidstoezicht uitoefent of waarvoor deze beleidsadvies geeft. De Chinese overheid zorgt voor een sterke invloed op zowel staatsbedrijven als particuliere ondernemingen, met name in sectoren die als strategisch worden beschouwd of worden aangemoedigd, zoals de chemische sector (die PBTC en het natriumzout daarvan omvat). De Chinese overheid benoemt en controleert de voornaamste leidinggevenden via de CCP en verleent staatsbedrijven preferentiële toegang tot belangrijke basisproducten (zoals grond en kapitaal) en andere concurrentievoordelen. De Chinese overheid heeft het Comité voor toezicht op en beheer van staatsactiva (“SASAC”) opgericht om, zowel op nationaal als lokaal niveau, de aandeelhoudersbelangen van de staat in staatsbedrijven te vertegenwoordigen. De klager heeft ook verwezen naar het “sociale kredietsysteem” als een nieuw door de CCP goedgekeurd instrument dat de Chinese overheid zal gebruiken om het gedrag van alle binnenlandse en buitenlandse bedrijven in de VRC te monitoren, te beoordelen en te conditioneren (12). Tot slot heeft de Chinese overheid in 2021 het 14e vijfjarenplan bekendgemaakt, dat tot doel heeft het socialistische beleid te handhaven en de economische groei van de VRC te ondersteunen door middel van een socialistische markteconomie.

(46)

Specifiek met betrekking tot de PBTC-sector blijft een aanzienlijke mate van zeggenschap van de Chinese overheid bestaan en volgens openbaar beschikbare informatie zijn verschillende belangrijke producenten van PBTC en PBTC-Na4 staatsbedrijven. Een voorbeeld is China National Chemical Corporation (ChemChina), waarvan Sinochem Holding Company Limited aandeelhouder is (13). Ook particuliere ondernemingen lijken onder nauw toezicht van de Chinese overheid te staan (14). Volgens de klager is de Chinese overheid ook voornemens verder te investeren in staatsbedrijven die actief zijn in de bedrijfstak van PBTC en PBTC-Na4 en deze te versterken (15).

(47)

Ten tweede stelt de aanwezigheid van de staat in ondernemingen die PBTC produceren, de overheid in staat zich te mengen in prijzen en/of kosten. Door middel van regelgevings- en beleidsmaatregelen beïnvloedt de Chinese overheid ook de productie, kosten en prijzen van producten zoals PBTC en PBTC-Na4 door haar aanwezigheid en ingrijpen in de upstreamsectoren van grondstoffen en basisproducten die nodig zijn voor de productie ervan (16). Zo heeft de Chinese overheid in de provincie Shandong strategische investeringsprojecten opgezet met betrekking tot maleïnezuuranhydride, een belangrijke grondstof voor de productie van PBTC, waaruit blijkt dat de Chinese overheid ernaar streeft haar productie te verhogen en dat maleïnezuuranhydride in de Chinese chemische industrie van groot belang is (17). Een ander voorbeeld is gele fosfor, een belangrijke grondstof voor de productie van PBTC en PBTC-Na4. De klager heeft verwezen naar het recente antidumpingonderzoek betreffende de invoer van bepaalde alkylfosfaatesters uit de VRC, waarin de Commissie heeft erkend dat de Chinese overheid een strategie heeft ingevoerd om controle uit te oefenen op en in te grijpen in de productie van gele fosfor (18). De Chinese overheid handhaaft ook een uitvoerbelasting op gele fosfor die is vastgesteld op 20 %, waardoor wordt voorkomen dat deze grondstof wordt uitgevoerd en enorme overcapaciteit in de VRC ontstaat. De klager heeft verder aangevoerd dat een dergelijke uitvoerheffing een marktverstoring vormt in de zin van artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening, die de productiekosten van fosforderivaten zoals PBTC en zouten daarvan kunstmatig verlaagt. Bovendien heeft het uitvoerbelastingbeleid van de Chinese overheid ook geleid tot internationale verstoringen met betrekking tot gele fosfor die gevolgen hebben voor Vietnamese en Kazachse leveranciers van de grondstof (19).

(48)

Ten derde bevoordeelt de Chinese overheid via discriminerend beleid en discriminerende maatregelen binnenlandse leveranciers en oefent zij anderszins invloed uit op de vrije marktwerking. De klager heeft uitgelegd dat de ontwikkeling van de Chinese economie wordt bepaald door een uitgebreid planningssysteem waarin prioriteiten en doelen worden gesteld waarop de centrale en de lokale overheid zich moeten concentreren en dat zij moeten proberen uit te voeren. De Chinese overheid heeft in haar verschillende beleidsdocumenten consequent sterk de nadruk gelegd op de chemische industrie en haar maatregelen duidelijk zodanig vormgegeven dat binnenlandse chemische producenten worden bevoordeeld. Zie in dit verband met name het besluit van de Staatsraad tot afkondiging van de uitvoering van de tussentijdse bepalingen inzake de bevordering van industriële herstructurering (“besluit nr. 40”), waarin duidelijk wordt aangegeven dat de Chinese overheid de ontwikkeling van de bedrijfstak van fijnchemicaliën ondersteunt. De klager verwees naar verschillende andere uitvoeringsplannen en beleidsmaatregelen van de Chinese overheid waaruit blijkt dat de Chinese overheid krachtige ondersteuning biedt aan de Chinese chemische industrie, maar ook in het bijzonder aan de ontwikkeling van en de focus op de productie van gele fosfor, een belangrijke grondstof voor de productie van PBTC en zouten daarvan (bv. het uitvoeringsplan ter bevordering van het efficiënte en hoogwaardige gebruik van fosforbronnen (“uitvoeringsplan voor fosforbronnen”)) (20).

(49)

Ten vierde is de chemische sector, net als elke andere sector van de Chinese economie, onderhevig aan de verstoringen die voortvloeien uit de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de Chinese faillissements-, vennootschaps- en eigendomsregels. De klager heeft aangevoerd dat de belangrijkste doelstellingen van het Chinese faillissementssysteem, zoals het eerlijk vereffenen van vorderingen en schulden en het beschermen van de rechten van crediteuren en debiteuren, onvoldoende worden verwezenlijkt, wat op zijn beurt gevolgen heeft voor de Chinese financiële en kredietmarkt. Bovendien zijn de tekortkomingen van het systeem van eigendomsrechten bijzonder duidelijk met betrekking tot de eigendom van grond en grondgebruiksrechten in de VRC, d.w.z. dat alle grond eigendom is van de Chinese staat. Daarom zijn producenten van PBTC en zouten daarvan volgens de klager onderworpen aan de Chinese faillissements-, vennootschaps- en eigendomsvoorschriften en hebben zij derhalve ook te kampen met de verstoringen als gevolg van de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van deze wet- en regelgeving (21).

(50)

Ten vijfde zijn ook de loonkosten in de bedrijfstak van PBTC en PBTC-Na4 verstoord. De loonkosten zijn niet het resultaat van normale marktwerking of vrije collectieve onderhandelingen, maar zijn onderhevig aan verstoringen van betekenis in de VRC. De verstoringen van de loonkosten worden nog versterkt door loonsubsidies van de Chinese staat, met name aan producenten van PBTC. Volgens de klager hebben Shandong Taihe Water Treatment Technologies Co., Ltd, en Henan Qingshuiyuan Technology Co. Ltd bijvoorbeeld melding gemaakt van verschillende van dergelijke subsidies, waaronder opleidingssubsidies, subsidies voor stagiairs, subsidies voor de stabilisering van banen in ondernemingen, de invoering van talentfondsen en subsidies voor de verbetering van vaardigheden. Als zodanig heeft de grote invloed van de Chinese overheid op de loonkosten in de bedrijfstak van PBTC aanzienlijke gevolgen voor de kosten en de vrije marktwerking, waardoor onvermijdelijk aanzienlijke verstoringen op de markt ontstaan (22).

(51)

Ten zesde wees de klager erop dat de producenten van PBTC toegang hebben tot financiering die wordt verleend door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat. Aangezien de staat invloed behoudt op alle belangrijke aspecten van het Chinese financiële stelsel, is de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC onderhevig aan belangrijke verstoringen. Deze verschillende verstoringen worden mede veroorzaakt door een sterke aanwezigheid van de overheid in financiële instellingen en kunstmatig lage financieringskosten om de groei van investeringen te stimuleren, wat wijst op een situatie die niet vergelijkbaar is met die van andere marktgebaseerde economieën. De klager heeft ook verwezen naar een aantal beleidsdocumenten en wettelijke bepalingen waarin beginselen voor preferentiële leningen zijn vastgelegd, waaronder het uitvoeringsplan voor fosforbronnen, om aan te tonen dat de bedrijfstak van PBTC en PBTC-Na4 wordt beïnvloed door verstoringen van betekenis als gevolg van inmenging van de Chinese overheid in het financiële stelsel. Bovendien heeft de klager aangevoerd dat Chinese producenten van PBTC en PBTC-Na4 rechtstreeks hebben geprofiteerd van preferentiële leningen van zowel staatsbanken als particuliere banken. Zo heeft Henan Qingshuiyan Technology Co. Ltd bijvoorbeeld leningen ontvangen van verschillende Chinese banken, zoals Agricultural Bank of China, Bank of China, China Construction Bank, China Merchants Bank en CITIC Bank (23).

(52)

De klager heeft betoogd dat de bovengenoemde verstoringen systemisch zijn. Concluderend heeft de klager aangevoerd dat er in de bedrijfstak van PBTC en PBTC-Na4 in de VRC sprake is van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening en dat het bijgevolg niet passend is om gebruik te maken van de binnenlandse kosten om de normale waarde vast te stellen. De klager heeft de Commissie verzocht de normale waarde te berekenen op basis van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land (24).

(53)

De Commissie heeft onderzocht of het vanwege het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. De Commissie heeft dit gedaan op basis van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier. Het bewijsmateriaal in het dossier omvatte het bewijsmateriaal in het rapport, dat gebaseerd is op openbare bronnen.

(54)

Bij deze analyse werd niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de desbetreffende sector, met inbegrip van het betrokken product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC te bevestigen.

3.2.1.1.   Verstoringen van betekenis die de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC beïnvloeden

(55)

Het Chinese economische stelsel is gebaseerd op het concept van een “socialistische markteconomie”. Dat concept is vastgelegd in de Chinese grondwet en bepaalt het economische bestuur van de VRC. Het kernbeginsel is “socialistische publieke eigendom van de productiemiddelen, namelijk eigendom van het gehele volk en collectieve eigendom van de werkende bevolking” (25).

(56)

De staatseconomie wordt als de “leidende kracht van de nationale economie” beschouwd en de staat heeft de opdracht om “de consolidatie en groei ervan te waarborgen” (26). In vergelijking met het 13e vijfjarenplan heeft het SASAC namelijk bevestigd dat de totale activa van centrale ondernemingen tijdens het 14e vijfjarenplan met 44,6 % zijn toegenomen, waardoor “de geïntegreerde ontwikkeling van upstream- en downstreamondernemingen in de industriële keten doeltreffend wordt gestimuleerd en sterke steun wordt verleend voor de succesvolle verwezenlijking van de belangrijkste doelstellingen en taken van de economische en sociale ontwikkeling van mijn land” (27).

(57)

Bijgevolg maakt de wijze waarop de Chinese economie is opgezet, niet alleen aanzienlijk overheidsingrijpen in de economie mogelijk, maar is dergelijk ingrijpen ook uitdrukkelijk voorgeschreven. Het gehele rechtsstelsel is doordrongen van de notie dat publieke eigendom superieur is aan particuliere eigendom en deze notie wordt in alle belangrijke wetgeving als algemeen beginsel benadrukt.

(58)

De Chinese eigendomswetgeving vormt een voorbeeld bij uitstek hiervan: zij verwijst naar de eerste fase van het socialisme en geeft de staat de opdracht het fundamentele economische stelsel in stand te houden waarin de publieke eigendom een overheersende rol speelt. Andere vormen van eigendom worden getolereerd, waarbij de wet toelaat dat zij zich naast de staatseigendom ontwikkelen (28).

(59)

Daarnaast wordt naar Chinees recht de socialistische markteconomie ontwikkeld onder leiding van de CCP. De structuren van de Chinese staat en van de CCP zijn op alle niveaus (juridisch, institutioneel, persoonlijk) met elkaar vervlochten en vormen een superstructuur waarin de rollen van de CCP en de staat niet van elkaar zijn te onderscheiden.

(60)

Na een wijziging van de Chinese grondwet in maart 2018 werd de leidende rol van de CCP nog prominenter gemaakt door de herbevestiging ervan in artikel 1 van de grondwet.

(61)

Na de reeds bestaande eerste zin van de bepaling: “[h]et socialistische systeem is het fundamentele stelsel van de Volksrepubliek China”, is een nieuwe tweede zin ingevoegd, die luidt: “Het leiderschap van de Communistische Partij van China is het essentiële kenmerk van het socialisme met Chinese karakteristieken.” (29) Dit illustreert de onbetwiste en steeds toenemende zeggenschap van de CCP over het economische stelsel van de VRC.

(62)

Dit leiderschap en deze zeggenschap zijn inherent aan het Chinese systeem en gaan veel verder dan de gebruikelijke situatie in andere landen waar de regeringen algemene macro-economische zeggenschap uitoefenen binnen de grenzen van de vrije marktwerking.

(63)

De Chinese staat voert een interventionistisch economisch beleid om zijn doelen na te streven, die niet zozeer een afspiegeling zijn van de heersende economische omstandigheden op een vrije markt, maar veeleer samenvallen met de politieke agenda van de CCP (30). De interventionistische economische instrumenten die door de Chinese autoriteiten worden ingezet, zijn talrijk en omvatten onder meer het systeem van industriële planning, het financiële systeem en regelgevingsinstrumenten.

(64)

Ten eerste — op het niveau van de algemene administratieve zeggenschap — wordt de richting van de Chinese economie bepaald door een complex systeem van industriële planning dat alle economische activiteiten in het land beïnvloed. Al deze plannen samen bestrijken een complete en complexe matrix van sectoren en transversale beleidsmaatregelen en zijn aanwezig op alle overheidsniveaus.

(65)

De plannen op provinciaal niveau zijn gedetailleerd, terwijl in de nationale plannen bredere doelen worden gesteld. In de plannen wordt ook beschreven met welke middelen de betrokken bedrijfstakken/sectoren worden ondersteund en binnen welk tijdsbestek de doelstellingen moeten worden gerealiseerd. Sommige plannen bevatten nog steeds expliciete productiestreefcijfers.

(66)

In het kader van de plannen worden afzonderlijke industriële sectoren en/of projecten aangewezen als (positieve of negatieve) prioriteiten in overeenstemming met de prioriteiten van de overheid en worden er specifieke ontwikkelingsdoelstellingen aan toegekend (industriële modernisering, internationale expansie enz.).

(67)

De marktdeelnemers, zowel particuliere als staatsondernemingen, moeten hun bedrijfsactiviteiten daadwerkelijk aanpassen aan de door het planningssysteem opgelegde realiteiten. Niet alleen vanwege het bindende karakter van de plannen, maar ook omdat de bevoegde Chinese autoriteiten zich op alle overheidsniveaus aan het systeem van plannen houden en hun verworven bevoegdheden dienovereenkomstig gebruiken, worden de marktdeelnemers ertoe aangezet de in de plannen vastgelegde prioriteiten na te leven (31).

(68)

Ten tweede — op het niveau van de toewijzing van financiële middelen — wordt het financiële systeem van de VRC gedomineerd door de handels- en beleidsbanken in staatseigendom. Bij het vaststellen en uitvoeren van hun kredietverleningsbeleid moeten deze banken niet zozeer de economische merites van een bepaald project beoordelen, maar zich in de eerste plaats voegen naar de doelstellingen van het industriële beleid van de overheid (32).

(69)

Hetzelfde geldt voor de andere componenten van het Chinese financiële stelsel, zoals de aandelenmarkten, obligatiemarkten, private-equitymarkten enz. Ook deze onderdelen van de financiële sector zijn institutioneel en operationeel opgezet op een manier die er niet op gericht is de efficiënte werking van de financiële markten te maximaliseren, maar de zeggenschap van de staat en de CCP te waarborgen en hun ingrijpen mogelijk te maken (33).

(70)

Ten derde — op het niveau van de regelgeving — neemt het overheidsingrijpen in de economie verschillende vormen aan. Zo worden regels omtrent overheidsopdrachten regelmatig gebruikt om andere beleidsdoelstellingen na te streven dan economische doelmatigheid, waardoor het beginsel van marktwerking op dit gebied wordt ondermijnd. In de toepasselijke wetgeving is uitdrukkelijk bepaald dat overheidsopdrachten worden geplaatst om de verwezenlijking van in het overheidsbeleid vastgestelde doelstellingen te bevorderen. De aard van deze doelstellingen blijft echter onduidelijk, waardoor de besluitvormende organen over een ruime beoordelingsmarge beschikken (34).

(71)

Ook op het gebied van investeringen behoudt de Chinese overheid aanzienlijke zeggenschap over en invloed op de bestemming en de omvang van zowel staats- als particuliere investeringen. Het doorlichten van investeringen, evenals diverse prikkels, beperkingen en verboden met betrekking tot investeringen worden door de autoriteiten gebruikt als een belangrijk instrument ter ondersteuning van de doelstellingen van het industriebeleid, zoals het handhaven van de zeggenschap van de staat over belangrijke sectoren of het versterken van de binnenlandse industrie (35).

(72)

Samengevat stoelt het Chinese economische model op enkele grondbeginselen die voorzien in een hoge mate van overheidsingrijpen en dit aanmoedigen. Dergelijk aanzienlijk overheidsingrijpen staat haaks op de vrije marktwerking en leidt tot een verstoring van de doeltreffende toewijzing van middelen volgens de marktbeginselen (36).

3.2.1.2.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben, waarop deze beleidstoezicht uitoefenen of waarvoor deze beleidsadvies geven

(73)

In de VRC vormen ondernemingen die in handen zijn van de staat, waarover de staat zeggenschap heeft of waarop de staat beleidstoezicht uitoefent, een essentieel onderdeel van de economie.

(74)

De sector van het betrokken product wordt voornamelijk bediend door particuliere ondernemingen, zoals Shandong Taihe Technologies Co. Ltd (37) of Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co. Ltd (38), maar ook door ondernemingen die gedeeltelijk in handen zijn van de staat, zoals Nantong Uniphos Chemicals Co. Ltd (39), dat voor 67 % in handen is van Nantong Jiangshan Agrochemicals and Chemicals Co. Ltd (40), dat op zijn beurt voor 27 % in handen is van de staat (41). Bovendien blijft in de upstreamsector van gele fosfor, een primaire grondstof die wordt gebruikt voor de productie van PBTC, de mate van staatseigendom aanzienlijk, waarbij een aantal producenten gedeeltelijk eigendom is of onder zeggenschap staat van de staat (42), zoals Hubei Xingfa Chemicals Group Co. Ltd (43) (44), waarvan 20 % in handen is van Yichang Xingfa Group Co. Ltd, een staatsbedrijf dat onder zeggenschap staat van de Volksregering van de gemeente Yichang, of Yunnan Phosphorus Group Co., Ltd (45), een volle dochteronderneming (46) van Yunnan Yuntianhua, een staatsbedrijf dat onder uiteindelijke zeggenschap staat van de commissie voor toezicht op en beheer van staatsactiva in Yunnan (47).

(75)

Interventies van de CCP in de operationele besluitvorming zijn niettemin de norm geworden, niet alleen bij staatsbedrijven, maar ook bij particuliere ondernemingen (48), waarbij de CCP een leidende rol opeist ten aanzien van vrijwel elk aspect van de economie van het land. De invloed van de staat door middel van CCP-structuren binnen ondernemingen leidt er feitelijk toe dat marktdeelnemers onder zeggenschap en beleidstoezicht van de overheid staan, gezien de mate waarin de staats- en partijstructuren in de VRC zijn vervlochten. Bovendien is de hele sector van het betrokken product onderworpen aan verschillende beleidsmaatregelen van de overheid: om te beginnen zijn beperkt vervuilende “fosformodderbehandelingsprocessen voor de productie van gele fosfor” opgenomen in de lijst van aan te moedigen bedrijfstakken, zoals in de categorie chemische en petrochemische industrie in de Catalogus met richtsnoeren voor de structurele aanpassing van de industrie van 2024 (49), waaruit blijkt dat de autoriteiten voornemens zijn een regelgevingsklimaat te scheppen dat bevorderlijk is voor de ontwikkeling van de sector en dat mogelijk ook de weg vrijmaakt voor de toegang van de industrie tot financiering. Tegelijkertijd zijn ook producenten van gele fosfor met een kleinere productiecapaciteit opgenomen in de lijst van bedrijfstakken die moeten worden geëlimineerd, waaruit blijkt dat de Chinese autoriteiten voornemens zijn de opzet van de fosforindustrie te beïnvloeden: “productie-eenheden van gele fosfor met een capaciteit van minder dan 5 000 ton per jaar per eenheid (50)”. Andere basisproducten, zoals methanol en methylmethacrylaat, die door kleinere producenten worden geproduceerd, zijn ook opgenomen in de categorie bedrijfstakken waarvoor beperkingen gelden (51).

(76)

Bovendien wordt in het 14e vijfjarenplan inzake grondstoffen (52) rechtstreeks ingegaan op de petrochemische en chemische sector door te stellen dat “[w]ij in sectoren zoals petrochemische en chemische producten, staal, non-ferrometalen en bouwmaterialen, een aantal pioniersondernemingen in de industriële keten zullen bevorderen die een leidende rol spelen in het ecosysteem en worden gekenmerkt door een groot concurrentievermogen [...]. De leidende rol van toonaangevende ondernemingen in de chemische en bouwmaterialensector moet worden benut om bedrijfshervormingen en -herstructureringen te bevorderen”. Ook wordt met het plan beoogd “nieuwe capaciteiten in sectoren zoals [...] gele fosfor strikt te controleren”.

(77)

Daarnaast is het uitvoeringsplan voor fosforbronnen (53) geformuleerd om “de kerntaken van de relevante nationale plannen uit te voeren, een efficiënt en hoogwaardig gebruik van fosforbronnen te verwezenlijken en het concurrentievoordeel van de hele industriële keten te vergroten”. Meer in het bijzonder beoogt het plan “de transformatie en modernisering van traditionele industrieën zoals [...] gele fosfor te versnellen, opkomende industrieën zoals hoogwaardige fosforchemicaliën krachtig te ontwikkelen, de ontwikkeling van geavanceerde productieclusters te versnellen en hoogwaardige, intelligente, groene, geïntegreerde en geconcentreerde systemen voor de chemische industrie voor fosfor op te bouwen”.

(78)

Zeggenschap van en beleidstoezicht door de overheid kunnen ook worden waargenomen op het niveau van de betrokken brancheorganisaties (54).

(79)

Bijvoorbeeld de China Petrochemical and Chemical Industry Federation (“CPCIF”), de sectorale brancheorganisatie. Volgens artikel 3 van de statuten van de CPCIF aanvaardt de organisatie “de professionele richtsnoeren, het toezicht en het beheer door de entiteiten die belast zijn met registratie en beheer, door entiteiten die belast zijn met partijopbouw en door de relevante administratieve afdelingen die belast zijn met het beheer van de industrie” (55).

(80)

Bovendien heeft de CPCIF een speciaal comité voor hoogwaardige chemische stoffen opgericht dat expliciet betrekking heeft op “waterbehandelingsmiddelen” (56).

(81)

Hubei Xingfa Chemicals Group Co. Ltd en Yunnan Yuntianhua zijn lid van de CPCIF (57) (58).

(82)

Hieruit blijkt dat zelfs particuliere producenten in de sector van het betrokken product niet onder marktvoorwaarden kunnen opereren. Zowel staats- als particuliere ondernemingen in de sector staan immers onder beleidstoezicht en krijgen beleidsadvies.

3.2.1.3.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening: overheidsaanwezigheid in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt

(83)

De Chinese overheid kan zich door middel van overheidsaanwezigheid in ondernemingen mengen in de prijzen en de kosten. CCP-cellen in ondernemingen die al dan niet in staatseigendom zijn, vormen immers een belangrijk kanaal waarlangs de staat zich in zakelijke beslissingen kan mengen.

(84)

Volgens het Chinese vennootschapsrecht moet in elke onderneming een CCP-organisatie in het leven worden geroepen (met ten minste drie CCP-leden, zoals bepaald in de statuten van de CCP (59)) en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie.

(85)

Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. De CCP heeft echter, sinds ten minste 2016, haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in ondernemingen nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden (60), onder meer door druk uit te oefenen op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen (61).

(86)

Reeds in 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen (62). Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de hele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het betrokken product en de leveranciers van de basisproducten ervan.

(87)

Daarnaast werd op 15 september 2020 een document bekendgemaakt met als titel “Richtsnoeren van het Algemeen Bureau van het Centraal Comité van de CCP om in het nieuwe tijdperk de activiteiten van het Eenheidsfront in de particuliere sector op te voeren” (63) (“de richtsnoeren”), waarin de rol van de partijcomités in particuliere ondernemingen verder werd uitgebreid.

(88)

In afdeling II.4 van de richtsnoeren staat: “Wij moeten de totale capaciteit van de Partij om sturing te geven aan activiteiten van het Eenheidsfront in de particuliere sector vergroten en de werkzaamheden op dit gebied op doeltreffende wijze opvoeren”, en in afdeling III.6 staat: “Wij moeten de aanwezigheid van de Partij in particuliere ondernemingen verder opvoeren en de partijcellen in staat stellen hun rol als bastion doeltreffend te vervullen en de partijleden in staat stellen hun rol als voorhoede en pioniers te spelen.” De richtsnoeren benadrukken zo de rol van de CCP in ondernemingen en andere entiteiten van de particuliere sector en trachten deze te versterken (64).

(89)

Het onderzoek heeft bevestigd dat overlappingen tussen managementfuncties en het CCP-lidmaatschap/partijfuncties ook in de bedrijfstak van PBTC en PBTC-Na4 voorkomen.

(90)

Om een voorbeeld te geven: de voorzitter van Henan Qingshuiyuan Technology (65), de groep die eigenaar is van Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co. Ltd, is ook het hoofd van de algemene partijafdeling van de groep (66).

(91)

Evenzo bekleden de voorzitter en vicevoorzitter van Nantong Jiangshan Agrochemicals and Chemicals Co. Ltd respectievelijk de functies van adjunct-secretaris en secretaris van het partijcomité (67).

(92)

Voorts is in artikel 13 van de statuten van Shandong Taihe Technologies Co. Ltd (68) het volgende bepaald: “Overeenkomstig de bepalingen van de statuten van de Communistische Partij van China richt de onderneming een organisatie van de Communistische Partij op en voert zij partijactiviteiten uit. De onderneming schept de nodige voorwaarden voor de activiteiten van de partijorganisatie.”

(93)

De inmenging van de CCP in de upstreamsector blijkt uit de beschikbare aangiften van de onderneming. Uit het jaarverslag 2024 van Hubei Xingfa Chemicals Group Co. Ltd blijkt dat de voorzitter, algemeen directeur en verschillende directeuren van de onderneming respectievelijk secretaris en adjunct-secretaris zijn van het partijcomité van de holding Yichang Xingfa Group Co. Ltd (69). Tijdens haar onderzoek heeft de Commissie vastgesteld dat Yichang Xingfa Group Co. Ltd actief deelneemt aan coördinatiemaatregelen (70) voor de sector die door de CCP worden georganiseerd en onder haar toezicht staan.

(94)

Verder hebben de aanwezigheid en het ingrijpen van de staat op de financiële markten en bij de levering van grondstoffen en basisproducten een extra verstorend effect op de markt (71). De overheidsaanwezigheid in ondernemingen, in de PBTC-sector en andere sectoren (zoals de financiële sector en de sectoren voor de basisproducten ervan), stelt de Chinese overheid dus in staat zich in de prijzen en kosten te mengen.

3.2.1.4.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening: discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden

(95)

De koers van de Chinese economie wordt in grote mate bepaald door een uitgebreid planningssysteem waarin prioriteiten worden gesteld en waarin de doelstellingen worden voorgeschreven waarop de centrale, provinciale en lokale overheid zich moeten concentreren. Op alle overheidsniveaus bestaan plannen die vrijwel alle economische sectoren bestrijken. De via de planningsinstrumenten geformuleerde doelstellingen hebben een bindend karakter en op elk bestuurlijk niveau houden de autoriteiten toezicht op de uitvoering van de plannen door het desbetreffende lagere bestuursniveau.

(96)

Over de gehele linie leidt het planningssysteem in de VRC ertoe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat de toewijzing plaatsvindt in overeenstemming met de marktkrachten (72).

(97)

De Chinese autoriteiten hebben een aantal beleidsmaatregelen vastgesteld die de werking van de sector van het betrokken product sturen.

(98)

Het 14e vijfjarenplan voor economische en sociale ontwikkeling en de vooruitzichten voor 2035 (73) hebben tot doel “traditionele industrieën te moderniseren, de optimalisering en structurele aanpassing van grondstoffenindustrieën zoals petrochemie, staal, non-ferrometalen en bouwmaterialen te bevorderen, het aanbod van hoogwaardige producten in sectoren zoals de lichte industrie en textiel uit te breiden, de transformatie en modernisering van ondernemingen in belangrijke sectoren zoals de chemische industrie en de papierindustrie te versnellen en het groene productiesysteem te verbeteren” (74).

(99)

Volgens het 14e vijfjarenplan voor de grondstoffenindustrie (75) zal China “zich richten op de deelgebieden of belangrijke producten met een solide industriële basis, prominente comparatieve voordelen en toonaangevende technologieën, teneinde de leidende rol van toonaangevende ondernemingen in de industriële keten ten volle te benutten, […] en een reeks industriële clusters op het gebied van petrochemische producten te ontwikkelen. [...] Wij zullen in sectoren als petrochemische en chemische producten, staal, non-ferrometalen en bouwmaterialen een aantal baanbrekende ondernemingen bevorderen die het ecosysteem van de industriële keten met een groot concurrentievermogen kunnen leiden.” (76)

(100)

Meer in het bijzonder schrijft het 14e vijfjarenplan voor de groene ontwikkeling van de industrie (77) voor dat “nieuwe capaciteit strikt onder controle moet worden gebracht in sectoren zoals [...] gele fosfor” (78).

(101)

Daarnaast moet volgens het richtinggevende advies over de bevordering van de hoogwaardige ontwikkeling van de petrochemische en chemische industrie (79) “het sectorale beleid worden versterkt en de schaal van de industrie wetenschappelijk worden gereguleerd: […] de leveringscapaciteit van hoogwaardige polymeren, speciale chemicaliën en andere producten moet worden vergroot”, en “[h]et ondersteunend beleid moet worden verbeterd: de coördinatie van fiscaal, financieel, regionaal, investerings-, invoer- en uitvoer-, energie-, ecologisch, milieu-, prijs- en ander beleid met het industriebeleid moet worden versterkt. [Er moet] ten volle gebruik worden gemaakt van de rol van het nationale platform voor samenwerking tussen de industrie en de financiële sector [...]”.

(102)

Het uitvoeringsplan voor fosforbronnen (80) heeft ook tot doel “het concurrentievoordeel van de gehele industrieketen [voor fosfor] te vergroten” en verplicht ertoe “de transformatie en modernisering van traditionele industrieën zoals fosfaatmeststoffen en gele fosfor te versnellen, opkomende industrieën zoals hoogwaardige fosforchemicaliën krachtig te ontwikkelen, de ontwikkeling van geavanceerde productieclusters te versnellen en hoogwaardige, intelligente, groene, geïntegreerde en geconcentreerde systemen voor de chemische industrie voor fosfor op te bouwen om sterke steun te verlenen voor het bevorderen van nieuwe industrialisering en het versnellen van de bouw van productiecapaciteit”.

(103)

Op provinciaal niveau vereist het 14e vijfjarenplan van Henan inzake de hoogwaardige ontwikkeling van de be- en verwerkende industrie dat “een nationale basis voor de zoutindustrie wordt opgebouwd [en dat] de transformatie van de chemische industrie naar fijnchemicaliën en nieuwe chemische materialen wordt versneld” (81). Meer in het bijzonder heeft Henan in 2017 een uitvoeringsplan voor technologische innovatie (82) gepubliceerd om “traditionele industrieën te bevorderen en te moderniseren [en zich te richten op] de ontwikkeling van sleuteltechnologieën en efficiënte complete sets met apparatuur voor geavanceerde industriële afvalwaterzuivering”.

(104)

Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co. Ltd is gevestigd in Henan.

(105)

Op provinciaal niveau worden de lokale autoriteiten in het 14e vijfjarenplan van Shandong voor de ontwikkeling van de chemische industrie (83) opgeroepen om “[d]e technologische transformatie van bestaande ondernemingen te versterken, de energie- en hulpbronnenefficiëntie te verbeteren en de kern van het concurrentievermogen van ondernemingen te versterken, [en om] een mechanisme voor ondernemingen vast te stellen om zich uit parken terug te trekken, verouderde productiecapaciteit resoluut weg te werken, beperkte productiecapaciteit strikt te controleren en gedifferentieerde beleidslijnen en maatregelen uit te voeren voor de toewijzing van factoren als grond, elektriciteit en water om ondernemingen te dwingen zich te transformeren en te ontwikkelen”. Ook wordt opgeroepen om “[d]e financiële steun te verhogen; fiscale stimulansen te versterken, speciale fondsen te coördineren en in te zetten, chemische bedrijven te ondersteunen bij het versnellen van de technologische transformatie, intelligente transformatie, industriële overdrachten, verplaatsing naar parken, verwijdering van verouderde apparatuur enz., en belastingvrijstellingen in te voeren die van toepassing zijn op de invoer van belangrijke technische apparatuur, btw-teruggave, onderzoeks- en ontwikkelingsbeleid zoals extra aftrek van kosten en verzekeringscompensatie voor de eerste reeks technische apparatuur; verschillende financiële instellingen en sociaal kapitaal actief te begeleiden om in de chemische industrie te investeren, de voordelen van beleidsfinanciering, ontwikkelingsfinanciering en commerciële financiering te benutten en de financiële steun voor belangrijke gebieden van de chemische technologie te verhogen”. Meer in het bijzonder beoogt het plan “de chemische zoutindustrie te begeleiden en te ontwikkelen in de richting van strategische opkomende industrieën zoals nieuwe materialen, nieuwe milieubescherming en nieuwe energie”.

(106)

Daarnaast wordt in het driejarig actieplan van Shandong voor de hoogwaardige ontwikkeling van de ecologische en milieubeschermingsindustrie 2023-2025 (84) bepaald dat de gemeente Zaozhuang “de chemische industrie voor nieuwe materialen uitbreidt en versterkt, voornamelijk gericht op hoogwaardige waterzuiveringsmiddelen, de industriële structuur en de energievoorzieningsstructuur van waterzuiveringsmiddelen aanpast, de industriële opzet optimaliseert, een hoogwaardige industriële keten voor nieuwe materialen op het gebied van milieubescherming bouwt en streeft naar de totstandbrenging van een significante binnenlandse industriële basis voor nieuwe materialen op het gebied van milieubescherming (waterzuiveringsmiddelen)”. In het actieplan wordt ook voorgeschreven dat “op basis van bestaande projecten en de fundamenten van industriële ketens zoals Shandong Taihe Technologies Co. Ltd en Xintai Water Treatment [de gemeente Zaozhuang] meer dan tien sleutelprojecten uitvoert, waaronder de uitbreiding van de industriële keten voor waterzuiveringsmiddelen, nieuwe soorten waterzuiveringsmiddelen ontwikkelt en het aandeel milieuvriendelijke en groene proceswaterzuiveringsproducten verhoogt. Tegen 2025 zal de productiecapaciteit voor verschillende nieuwe materialen ter bescherming van het milieu (waterzuiveringsmiddelen) 1 miljoen ton bedragen.”

(107)

Met deze en andere middelen stuurt en controleert de Chinese overheid derhalve vrijwel elk aspect van de ontwikkeling en werking van de sector, evenals de upstreambasisproducten.

(108)

Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen te voldoen aan de doelstellingen van het overheidsbeleid voor de sector. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking.

3.2.1.5.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening: het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving

(109)

Volgens de informatie in het dossier slaagt het Chinese faillissementsstelsel er niet in zijn belangrijkste doelstellingen te verwezenlijken, zoals een billijke vereffening van vorderingen en schulden en de bescherming van de wettelijke rechten en belangen van crediteuren en debiteuren. Dit lijkt voort te vloeien uit het feit dat het Chinese faillissementsrecht, ook al berust het formeel op beginselen die gelijkenis vertonen met de beginselen van het overeenkomstige recht in andere landen dan de VRC, wordt gekenmerkt door structureel ontoereikende handhaving.

(110)

Het aantal faillissementen blijft notoir laag in verhouding tot de omvang van de economie van het land, niet in de laatste plaats omdat de insolventieprocedures een aantal tekortkomingen vertonen die in feite een ontmoedigend effect hebben op het indienen van faillissementsaanvragen. Bovendien blijft de staat een vooraanstaande en actieve rol in de insolventieprocedures spelen, met vaak een directe invloed op de uitkomst ervan (85).

(111)

Daarnaast zijn de tekortkomingen van het systeem van eigendomsrechten met name evident met betrekking tot de eigendom van grond en grondgebruiksrechten in de VRC (86). Alle grond is eigendom van de staat (collectieve landbouwgrond en stedelijke grond in staatseigendom) en de toewijzing ervan is volledig in handen van de staat. Er zijn wettelijke bepalingen waarmee wordt beoogd de rechten op het gebruik van grond op transparante wijze en tegen marktprijzen toe te wijzen, bijvoorbeeld door invoering van biedprocedures. Het komt echter regelmatig voor dat deze bepalingen niet worden nageleefd, waarbij sommige kopers hun grond kosteloos of tegen een lagere prijs dan de marktprijs verkrijgen (87). Bovendien streven de autoriteiten bij het toewijzen van grond vaak specifieke politieke doelen na, waaronder de uitvoering van de economische plannen (88).

(112)

Net als in andere sectoren van de Chinese economie zijn de producenten van het betrokken product onderworpen aan de gewone regels van de Chinese faillissements-, vennootschaps- en eigendomswetgeving. Dit heeft tot gevolg dat ook deze ondernemingen te maken hebben met verstoringen van bovenaf wegens de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving. Op basis van het beschikbare bewijsmateriaal blijken deze overwegingen ook volledig van toepassing te zijn op de bedrijfstak van PBTC en PBTC-Na4. Uit het onderhavige onderzoek is niets naar voren gekomen dat deze bevindingen ter discussie stelt.

(113)

In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er in de sector van het betrokken product sprake is van discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving.

3.2.1.6.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening: verstoringen van loonkosten

(114)

Een systeem van marktgebaseerde lonen kan zich in de VRC niet volledig ontwikkelen omdat het recht op collectieve organisatie van werknemers en werkgevers wordt belemmerd. De VRC heeft een aantal essentiële verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie, met name die inzake de vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen (89), niet geratificeerd.

(115)

Krachtens het nationale recht is er slechts één vakbondsorganisatie actief. Deze organisatie is echter onvoldoende onafhankelijk van de overheidsinstanties en zij is slechts in beperkte mate bij collectieve onderhandelingen en de bescherming van de rechten van werknemers betrokken (90). Bovendien wordt de mobiliteit van werknemers in China beperkt door het systeem van registratie van huishoudens, dat de toegang tot het volledige scala van socialezekerheids- en andere voorzieningen beperkt tot de lokale inwoners van een bepaald administratief gebied.

(116)

Dit leidt er doorgaans toe dat werknemers die niet als lokale ingezetene zijn geregistreerd, zich in een kwetsbare werkgelegenheidssituatie bevinden en een lager inkomen ontvangen dan de houders van de ingezetenenregistratie (91). Deze bevindingen leiden tot verstoring van de loonkosten in de VRC.

(117)

Er is geen bewijsmateriaal ingediend waaruit blijkt dat de bedrijfstak van PBTC en PBTC-Na4 niet onderworpen zou zijn aan het beschreven Chinese arbeidsrechtstelsel. De sector staat derhalve bloot aan verstoringen van de loonkosten, zowel direct (bij het vervaardigen van het betrokken product of de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging ervan) als indirect (bij het krijgen van toegang tot kapitaal of basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn).

3.2.1.7.   Verstoringen van betekenis overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening: toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat

(118)

De toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC is onderhevig aan diverse verstoringen.

(119)

Ten eerste wordt het Chinese financiële stelsel gekenmerkt door een sterke positie van staatsbanken (92), die bij het verlenen van toegang tot financiering rekening houden met andere criteria dan de economische levensvatbaarheid van een project. Net als niet-financiële staatsondernemingen blijven de banken verbonden met de staat, niet alleen via de eigendomsrelatie, maar ook via persoonlijke betrekkingen (de hoogste leidinggevenden van de grote financiële instellingen in handen van de overheid worden in laatste instantie door de CCP benoemd) (93), en voeren zij geregeld het beleid van de Chinese overheid uit.

(120)

Hiermee voldoen de banken aan een uitdrukkelijke wettelijke verplichting om te handelen in overeenstemming met de behoeften van de nationale economische en sociale ontwikkeling en overeenkomstig het industriebeleid van de staat (94). Hoewel wordt erkend dat in diverse wettelijke bepalingen wordt gerefereerd aan de noodzaak tot eerbiediging van normaal gedrag van banken en prudentiële voorschriften zoals het onderzoeken van de kredietwaardigheid van de kredietnemer, blijkt uit het desbetreffende bewijsmateriaal dat deze bepalingen bij de toepassing van de verschillende wettelijke instrumenten slechts een secundaire rol spelen.

(121)

Recente ontwikkelingen illustreren verder de omvang van de overheidsinvloed op financiële instellingen in de VRC. In maart 2025 heeft de Chinese overheid een uitgifte van 500 miljard RMB aan schatkistobligaties aangekondigd om aanzienlijke financiële steun te verlenen aan grote banken, waaronder de Bank of China, de China Construction Bank, de Bank of Communications en de Postal Savings Bank of China. Deze interventie was bedoeld om deze instellingen te stabiliseren tegen de achtergrond van een dalende winstgevendheid en historisch lage nettorentemarges, wat wijst op de proactieve maatregelen die de staat heeft genomen om de economische stabiliteit te handhaven (95).

(122)

De Chinese overheid heeft ook verduidelijkt dat zelfs beslissingen van particuliere handelsbanken onder toezicht van de CCP moeten staan en in overeenstemming moeten blijven met het nationale beleid. Een van de drie overkoepelende doelstellingen van de staat met betrekking tot de governance van het bankwezen is nu het versterken van de leidende rol van de partij in de bank- en verzekeringssector, ook met betrekking tot operationele en managementkwesties (96). Ook moet bij de criteria voor prestatie-evaluatie van commerciële banken nu in het bijzonder rekening worden gehouden met de wijze waarop entiteiten “de nationale ontwikkelingsdoelstellingen en de reële economie dienen”, en met name hoe zij “strategische en opkomende industrieën ten dienste staan” (97).

(123)

Bovendien streeft de Chinese overheid er op het niveau van de toewijzing van financiële middelen naar om met verschillende maatregelen ter verdere bevordering van de ontwikkeling van particuliere investeringen (98) “de centrale begrotingsmiddelen te verhogen om gekwalificeerde particuliere investeringsprojecten te ondersteunen en om actief een sturende en leidende rol te spelen”. De Chinese overheid is ook voornemens om “goed gebruik te maken van nieuwe financiële beleidsinstrumenten en een aantal gekwalificeerde particuliere investeringsprojecten in belangrijke industrieën en op belangrijke gebieden te ondersteunen” (99).

(124)

Voorts zijn obligatie- en kredietratings dikwijls om verscheidene redenen verstoord, onder meer omdat de risicobeoordeling wordt beïnvloed door het strategische belang dat een bedrijf voor de Chinese overheid heeft, en door de kracht die uitgaat van een impliciete garantie van de overheid (100). Daarbij komen nog aanvullende bestaande regels, die geldmiddelen naar sectoren leiden die volgens de overheid moeten worden gestimuleerd of anderszins als belangrijk zijn aangemerkt (101). Dit leidt ertoe dat gemakkelijker leningen worden verstrekt aan staatsondernemingen, grote particuliere bedrijven met goede connecties en bedrijven in belangrijke industriële sectoren, wat impliceert dat de beschikbaarheid en de kosten van kapitaal niet voor alle spelers op de markt gelijk zijn.

(125)

Ten tweede worden de kredietkosten kunstmatig laag gehouden om de groei van investeringen te stimuleren. Dit heeft geleid tot een buitensporig gebruik van kapitaalinvesteringen met steeds lagere rendementen. Dit wordt geïllustreerd door de toename van de schulden van ondernemingen in de overheidssector ondanks een scherpe daling van de winstgevendheid, waaruit blijkt dat de mechanismen in het bankwezen niet volgens normale commerciële beginselen reageren.

(126)

Ten derde zijn de prijssignalen, ondanks de liberalisering van de nominale rente in oktober 2015, nog steeds niet het resultaat van de vrije marktwerking, maar worden zij beïnvloed door verstoringen die door de overheid zijn veroorzaakt. Ten minste een derde van alle leningen werd eind 2018 nog steeds tegen of onder de benchmarkrente verstrekt (102). De officiële media in de VRC hebben onlangs gemeld dat de CCP heeft opgeroepen om “de marktrente voor leningen naar beneden bij te sturen” (103). Kunstmatig lage rentetarieven leiden tot te lage prijzen en daarmee tot buitensporig gebruik van kapitaal.

(127)

De algehele kredietgroei in de VRC duidt erop dat de toewijzing van kapitaal minder doeltreffend plaatsvindt dan voorheen, zonder aanwijzingen voor kredietrestricties die in een niet-verstoorde marktomgeving te verwachten zouden zijn. Als gevolg hiervan is het aantal niet-renderende leningen snel gestegen. De Chinese overheid heeft er een aantal malen voor gekozen wanbetalingen te voorkomen, wat heeft geleid tot het ontstaan van “zombie”-ondernemingen, of de eigendom van de schuld over te dragen (bv. via fusies of schuldconversies), zonder dat daarbij noodzakelijkerwijs het totale schuldprobleem werd verholpen of de onderliggende oorzaken van dat probleem werden weggenomen.

(128)

In essentie wordt het stelsel voor ondernemingskredieten in de VRC, ondanks de stappen die zijn genomen om de markt te liberaliseren, beïnvloed door verstoringen van betekenis als gevolg van de voortdurende en alomtegenwoordige rol van de staat op de kapitaalmarkten. Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

(129)

In het onderhavige onderzoek werd geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de sector van het betrokken product niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening. Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

3.2.1.8.   Systemische aard van de beschreven verstoringen

(130)

De Commissie heeft opgemerkt dat de in het geactualiseerde rapport beschreven verstoringen kenmerkend zijn voor de Chinese economie. Uit het beschikbare bewijsmateriaal blijkt dat de feiten en kenmerken van het Chinese stelsel, zoals hierboven en in deel I van het geactualiseerde rapport beschreven, van toepassing zijn op het hele land en alle sectoren van de economie. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de productiefactoren, zoals hierboven en in deel II van het geactualiseerde rapport beschreven.

(131)

De Commissie herinnert eraan dat voor de vervaardiging van het betrokken product bepaalde basisproducten nodig zijn. Wanneer de producenten van het betrokken product deze basisproducten inkopen of daarvoor contracten sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die zij als hun kosten registreren), duidelijk blootgesteld aan bovengenoemde systemische verstoringen. Zo zetten leveranciers van basisproducten bijvoorbeeld arbeidskrachten in die aan de verstoringen onderhevig zijn. Zij kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat van toepassing is op alle overheidsniveaus en sectoren. Deze verstoringen werden hierboven uitvoerig beschreven. De Commissie wees erop dat de regelgeving die aan deze verstoringen ten grondslag ligt, algemeen van toepassing is, aangezien de producenten van PBTC en PBTC-Na4 net als elke andere marktdeelnemer in de VRC aan die regels zijn onderworpen. De verstoringen zijn derhalve rechtstreeks van invloed op de kostenstructuur van het betrokken product.

(132)

Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van het betrokken product ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar geldt dat ook voor alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.), omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het geactualiseerde rapport.

(133)

Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in China is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct enz.

(134)

Noch de Chinese overheid, noch de producenten-exporteurs hebben in het kader van het onderhavige onderzoek bewijsmateriaal of argumenten van het tegendeel aangedragen.

3.2.2.   Representatief land

3.2.2.1.   Algemene opmerkingen

(135)

De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gekozen met een bruto nationaal inkomen per inwoner dat volgens de databank van de Wereldbank (104) vergelijkbaar is met dat van de VRC;

vervaardiging van het onderzochte product in dat land;

aanwezigheid van relevante onmiddellijk beschikbare gegevens in het representatieve land.

Wanneer er sprake was van meer dan één mogelijk representatief land, werd in voorkomend geval de voorkeur gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

(136)

Zoals toegelicht in overweging 33, heeft de Commissie op 13 maart 2026 in het dossier een mededeling aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt. In de mededeling heeft de Commissie de feiten en het bewijsmateriaal beschreven die ten grondslag liggen aan de relevante criteria en de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Brazilië in dit geval als een passend representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening zou worden bevestigd.

3.2.3.   Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC

(137)

In de mededeling over productiefactoren heeft de Commissie toegelicht dat het onderzochte product, behalve in de VRC, uitsluitend lijkt te worden geproduceerd in de Europese Unie (Duitsland) en India, wat geen van beide landen zijn met een niveau van economische ontwikkeling dat overeenkomstig de in overweging 135 genoemde criteria vergelijkbaar is met dat van de VRC.

(138)

Aangezien elk van de landen die PBTC produceren (Duitsland en India) een ander niveau van economische ontwikkeling heeft dan de VRC, heeft de Commissie de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector van het onderzochte product in aanmerking genomen. De Commissie heeft daarom aangegeven dat zij, met het oog op de vaststelling van een passend representatief land voor de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening, de productie van “andere organisch-anorganische verbindingen” zou gebruiken als algemene categorie producten waartoe PBTC behoort.

(139)

In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie Brazilië, Colombia, Indonesië en Maleisië aangemerkt als landen die volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling hebben als de VRC, d.w.z. dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland” zijn ingedeeld, waar de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector van het onderzochte product in aanmerking wordt genomen.

(140)

Er werden geen opmerkingen ontvangen over het niveau van economische ontwikkeling van de aangemerkte landen.

(141)

In zijn opmerkingen over de mededeling was Taihe het met de Commissie eens dat het onderzochte product alleen in de EU, India en China werd geproduceerd en dat “andere organisch-anorganische verbindingen” de algemene categorie producten moeten zijn waartoe PBTC behoort.

3.2.4.   Aanwezigheid van relevante onmiddellijk beschikbare gegevens in het representatieve land

(142)

In de mededeling heeft de Commissie landen geïdentificeerd waar “andere organisch-anorganische verbindingen” werden geproduceerd, namelijk Brazilië, Colombia, Indonesië en Maleisië. Bovendien heeft de Commissie vastgesteld dat alle vier potentiële representatieve landen over voldoende winstgevende ondernemingen beschikten die “andere organisch-anorganische verbindingen” produceren, waardoor de Commissie een niet-verstoord en redelijk bedrag voor de VAA-kosten en winst zou kunnen vaststellen.

(143)

De Commissie heeft ook de invoer van de belangrijkste productiefactoren in Brazilië, Colombia, Indonesië en Maleisië onderzocht.

(144)

De Commissie stelde vast dat geen van deze landen DMPI invoerde, de belangrijkste grondstof voor de productie van PBTC. De Commissie heeft andere potentiële landen gecontroleerd, maar kwam tot de conclusie dat in hogermiddeninkomenslanden bijna geen DMPI werd ingevoerd. Daarom heeft de Commissie besloten gebruik te maken van invoergegevens van de Global Trade Atlas (“GTA”) uit alle landen in alle landen om een niet-verstoorde internationale benchmark voor DMPI vast te stellen. Na te hebben vastgesteld dat de prijzen van de invoer van DMPI uit de VRC veel lager waren dan de prijzen van de invoer uit andere bronnen (en derhalve waarschijnlijk werden beïnvloed door de in deze zaak vastgestelde verstoringen), heeft de Commissie de benchmarkinvoer van DMPI van oorsprong uit de VRC buiten de berekening gehouden.

(145)

Vervolgens heeft de Commissie gekeken naar de invoer van methylacrylaat (AM), maleïnezuuranhydride (MA), methanol (MeOH), IBC-vaten en kunststof emmers in Brazilië, Colombia, Indonesië en Maleisië. Uit de analyse van de invoergegevens is gebleken dat de invoer van enkele van de belangrijkste productiefactoren uit andere bronnen dan de VRC in Colombia, Indonesië en Maleisië niet toereikend was en dat Colombia, Indonesië en Maleisië derhalve niet als passende representatieve landen konden worden beschouwd. Uit de analyse is met name gebleken dat voor Colombia het aandeel van de invoer van methylacrylaat uit de VRC 77 % van de totale invoer vertegenwoordigde. Deze invoer was gemiddeld 20 % lager geprijsd dan uit andere bronnen dan de VRC (en werd derhalve waarschijnlijk beïnvloed door de in de VRC vastgestelde verstoringen). Daarnaast was 62 % van de invoer van IBC-vaten afkomstig uit de VRC, met 44 % lagere prijzen dan uit andere bronnen. Voor Indonesië vertegenwoordigde de invoer uit de VRC van maleïnezuuranhydride 91 % van de totale invoer en lag de prijs ervan gemiddeld 22 % lager dan die uit andere bronnen dan de VRC, en vertegenwoordigde de invoer van IBC-vaten en kunststof emmers uit de VRC respectievelijk 84 % en 61 % van de totale invoer, wat gemiddeld respectievelijk 44 % en 26 % lager was dan die uit andere bronnen dan de VRC. Voor Maleisië vertegenwoordigde het aandeel van de invoer uit de VRC van methylacrylaat 87 % van de totale invoer en was de prijs ervan gemiddeld 36 % lager dan die uit andere bronnen dan de VRC. Ook de invoer van maleïnezuuranhydride en van kunststof emmers uit de VRC vertegenwoordigde zowel 73 % van de totale invoer, die gemiddeld respectievelijk 73 % en 18 % lager was dan de prijs uit andere bronnen dan de VRC. Voor Brazilië daarentegen was maleïnezuuranhydride de enige belangrijkste grondstof waarvoor de invoer uit de VRC een belangrijke bron was (58 %). De gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC was vergelijkbaar (zelfs 3,6 % hoger) met de prijzen uit andere bronnen en werd daarom waarschijnlijk niet door verstoringen beïnvloed.

(146)

Uit de analyse is derhalve gebleken dat Brazilië als passend representatief land kon worden gebruikt, aangezien de invoer van de belangrijkste productiefactoren qua hoeveelheid toereikend was en niet wezenlijk werd beïnvloed door de invoer uit de VRC of een van de in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (105) vermelde landen. Met name vertegenwoordigde de invoer in Brazilië uit andere bronnen dan de VRC 71 % voor methylacrylaat, 100 % voor methanol, 85 % voor IBC-vaten en 57 % voor kunststof emmers.

(147)

In het licht van bovenstaande overwegingen heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij voornemens was Brazilië als passend representatief land en de ondernemingen Unipar Carbocloro S.A., Videolar-Innova S.A., Sika S.A., Braskem Green S.A., Basequimica S.A. en Birla Carbon Brasil LTDA te gebruiken om de niet-verstoorde prijzen of benchmarks te verkrijgen voor de berekening van de normale waarde, overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening. Belanghebbende partijen werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken.

(148)

Taihe heeft aangevoerd dat Turkije in plaats van Brazilië als representatief land moest worden gebruikt. Taihe voerde aan dat Turkije van sommige productiefactoren, namelijk maleïnezuuranhydride, kunststof emmers en IBC-vaten (de laatste twee worden als verpakkingsmateriaal gebruikt), minder uit de VRC invoerde dan Brazilië.

(149)

Hoewel Turkije van sommige productiefactoren minder uit de VRC invoerde dan Brazilië, stelde de Commissie echter vast dat de openbaar beschikbare gegevens (Orbis) voor de Turkse producenten van “andere organisch-anorganische verbindingen” een onredelijk hoog percentage aan VAA-kosten lieten zien (59 %). Daarom werd Turkije niet als een passend representatief land beschouwd.

(150)

Taihe voerde ook aan dat de Commissie de GTA-invoergegevens van alle landen naar alle landen niet had mogen gebruiken om de internationale marktprijs van DMPI vast te stellen, maar in plaats daarvan uitsluitend de uitvoerprijs uit Maleisië had mogen toepassen.

(151)

De Commissie was het daar niet mee eens. Na te hebben vastgesteld dat geen hogermiddeninkomenslanden DMPI hebben ingevoerd, besloot de Commissie dat een niet-verstoorde internationale benchmark in dit geval passender was dan de uitvoer uit Maleisië, dat in dit geval geen passend representatief land bleek te zijn. Daarnaast merkte de Commissie op dat de uit Maleisië uitgevoerde hoeveelheden zeer klein waren (50 400 ton van de in totaal 867 115 ton aan wereldwijde uitvoer, exclusief de VRC), wat bevestigde dat een internationale benchmark in het onderhavige geval passender was. Dit argument werd derhalve afgewezen.

(152)

Tot slot voerde Taihe aan dat drie van de zes Braziliaanse ondernemingen die waren geselecteerd voor de berekening van de niet-verstoorde benchmark voor de VAA-kosten en winst, niet mochten worden gebruikt omdat “andere organisch-anorganische verbindingen” niet hun hoofdactiviteit vormden. Deze ondernemingen waren: UNIPAR CARBOCLORO S.A, SIKA S.A., en BIRLA CARBON BRASIL LTDA. De Commissie heeft dit argument geanalyseerd en bevestigd dat twee van de ondernemingen (SIKA S.A. en BIRLA CARBON BRASIL LTDA) andere kernactiviteiten hadden dan “andere organisch-anorganische verbindingen”. Voor de derde onderneming, UNIPAR CARBOCLORO S.A., werd dergelijk bewijsmateriaal echter niet gevonden.

(153)

De Commissie heeft met deze informatie rekening gehouden bij de vaststelling van de lijst van ondernemingen waarvan de financiële gegevens zijn gebruikt om de niet-verstoorde benchmarks voor de VAA-kosten en winst vast te stellen, en van de herziene lijst van ondernemingen in Brazilië met financiële gegevens voor 2024 waaruit een positieve winstgevendheid blijkt:

UNIPAR CARBOCLORO S.A.;

VIDEOLAR-INNOVA S.A.;

BRASKEM GREEN S.A.;

BASEQUIMICA S.A.

3.2.5.   Niveau van sociale en milieubescherming

(154)

Aangezien was vastgesteld dat Brazilië op grond van alle voornoemde factoren het passende representatieve land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.

3.2.5.1.   Conclusie

(155)

Gezien bovenstaande analyse voldeed Brazilië aan de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd.

3.2.5.2.   Productiefactoren

(156)

Aan de hand van alle door de belanghebbenden verstrekte en tijdens de controlebezoeken verzamelde gegevens zijn voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening de volgende productiefactoren en de bronnen daarvan in kaart gebracht:

Tabel 1

Productiefactoren voor PBTC

Productiefactor

Goederencode

Niet-verstoorde waarde (CNY)

Meeteenheid

GRONDSTOFFEN

Gegevensbron:

HIS Markit Global Trade Atlas (GTA) (106) voor invoer en Market Access Map, International Trade Centre (MacMap) (107) voor douanerechten.

Dimethylfosfiet (DMPI)

2920 21 00

42 099,04

Mt

Methylacrylaat (acrylzuurmethylesters) (AM)

2916 12 10

14 023,20

Mt

Maleïnezuuranhydride (MA)

2917 14 00

8 672,81

Mt

Methanol (methylalcohol) MeOH

2905 11 00

3 300,10

Mt

Intermediate bulk container (IBC)-vaten

van polymeren: 3925 10 00

van staal of roestvrij staal:

7309 00

7310 10

42 455,19

Mt

Kunststof emmers

3923 90 90

3926 90

67 003,64

Mt

 

 

 

 

ARBEID

n.v.t.

n.v.t.

23,01

Manuur

ENERGIE

Gegevensbronnen:

Elektriciteit: Ministério de Minas e Energia in Brazil (108), Water: Sanel Brazil (109), Gas: Ministério de Minas e Energia in Brazilië (110), berekend volgens de door het Amerikaanse ministerie van Energie (111) voorgestelde methode, die gebaseerd is op de kosten van het voor de opwekking ervan vereiste aardgas.

Elektriciteit

n.v.t.

1,08

kWh

Water

n.v.t.

13,36

M3

Stoom

n.v.t.

206 -252

Mt

BIJPRODUCTEN

Methanol (methylalcohol) MeOH

2905 11 00

3 300,10

kg

(106)  https://connect.spglobal.com/.

(107)  www.macmap.org.

(108)  https://www.gov.br/mme/pt-br/assuntos/secretarias/sntep/publicacoes/boletins-mensais-de-energia/boletins%20anos%20anteriores/2024/english.

(109)  https://www.sanel.eco.br/legislacao-e-tarifas/.

(110)  https://www.gov.br/mme/pt-br/assuntos/secretarias/sntep/publicacoes/boletins-mensais-de-energia/boletins%20anos%20anteriores/2024/english.

(111)  https://www1.eere.energy.gov/manufacturing/tech_assistance/pdfs/steam15_benchmark.pdf. De methode heeft betrekking op de kosten van verzadigde stoom voor typische waarden van de bedrijfsdruk en de temperatuur van het voedingswater. Bij de toepassing van de methode werd de berekening gebaseerd op het gebruik van druk en temperatuur door elke onderneming.

(157)

De Commissie heeft een waarde voor de overhead-productiekosten opgenomen om de kosten te bestrijken die niet in de bovengenoemde productiefactoren zijn opgenomen. Om dit bedrag vast te stellen, heeft de Commissie de overhead-productiekosten van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs voor de productie van het onderzochte product uitgedrukt als percentage van de werkelijke kosten van de gebruikte grondstoffen en vervolgens hetzelfde percentage toegepast op de niet-verstoorde kosten van dezelfde grondstoffen om de niet-verstoorde vaste productiekosten te verkrijgen. De Commissie was van oordeel dat, in het kader van dit onderzoek, de ratio tussen de grondstoffen van de producent-exporteur en de gerapporteerde overheadkosten redelijkerwijs kon worden gebruikt als indicatie voor de schatting van de niet-verstoorde overhead-productiekosten.

3.2.5.3.   Grondstoffen

(158)

Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten en vervoerskosten werden opgeteld. De invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 genoemde landen die geen lid zijn van de WTO (112). De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in de overwegingen 132 en 133 tot de conclusie is gekomen dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen.

(159)

Voor een aantal productiefactoren vertegenwoordigden de werkelijk gemaakte kosten door de meewerkende producenten-exporteurs een verwaarloosbaar percentage (minder dan 2 %) van de totale grondstofkosten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Aangezien de voor die factoren gebruikte waarde geen merkbare invloed had op de berekeningen van de dumpingmarge, ongeacht de gebruikte bron, besloot de Commissie die kosten op te nemen bij de kosten van verbruiksgoederen.

(160)

Teneinde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening de niet-verstoorde prijs van grondstoffen vast te stellen, heeft de Commissie de cif-waarde gebruikt die was geregistreerd in de invoerstatistieken van het representatieve land, zoals beschikbaar in de GTA. De desbetreffende invoerrechten, beschikbaar in MacMap, werden opgeteld bij de cif-waarden.

(161)

De Commissie heeft de vervoerskosten van de meewerkende producenten-exporteurs voor de levering van grondstoffen uitgedrukt als een percentage van de werkelijke kosten van dergelijke grondstoffen, en heeft vervolgens hetzelfde percentage toegepast op de niet-verstoorde kosten van dezelfde grondstoffen, teneinde de niet-verstoorde vervoerskosten te verkrijgen. De Commissie was van oordeel dat, in het kader van dit onderzoek, de ratio tussen de grondstoffen van de producent-exporteur en de gerapporteerde vervoerskosten redelijkerwijs kon worden gebruikt als indicatie voor de schatting van de niet-verstoorde vervoerskosten van grondstoffen bij levering aan de fabriek van de onderneming.

3.2.5.4.   Arbeid

(162)

De Internationale Arbeidsorganisatie (“IAO”) publiceert uitvoerige informatie over lonen in verschillende economische sectoren in Brazilië. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de meest recente beschikbare statistieken over het jaar 2024 voor de gemiddelde loonkosten van ILOSTAT in de verwerkende industrie in Brazilië, de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten, gewoonlijk NACE genoemd, die de kosten van arbeid bij de vervaardiging van andere organische chemische basisproducten omvat (113).

(163)

Naar aanleiding van de mededeling heeft Lanxess aangevoerd dat voor de arbeidsbenchmark in Brazilië de officiële nationale statistieken van Brazilië die door het Instituto Brasileiro de Geografia e Estatística (IBGE) zijn gepubliceerd, moeten worden gebruikt in plaats van ILOSTAT-gegevens. De Commissie heeft de door Lanxess ingediende gegevens onderzocht en vastgesteld dat de beschikbare statistische informatie van het IBGE niet overlapte met het onderzoektijdvak en daarom minder geschikt werd geacht dan de ILOSTAT-gegevens van 2024, die ten minste de helft van het onderzoektijdvak bestrijken. Dit argument werd derhalve afgewezen.

3.2.5.5.   Elektriciteit

(164)

De elektriciteitsprijs voor bedrijven (industriële gebruikers) in Brazilië wordt gepubliceerd door het Ministério de Minas e Energia in Brazilië. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de elektriciteitsprijzen voor de industrie in de overeenkomstige verbruikscategorie, uitgedrukt in BRL/kWh, die zijn gepubliceerd op 14 juli 2025 en betrekking hebben op 2024 (114).

3.2.5.6.   Water

(165)

De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gemiddelde waterkosten in Brazilië die Sanel Brazil (115) voor 2025 in rekening heeft gebracht, d.w.z. 13,36 CNY/m3.

3.2.5.7.   Stoom

(166)

De Commissie heeft voor het onderzoektijdvak de prijs van stoom in Brazilië berekend volgens de door het Amerikaanse ministerie van Energie (116) voorgestelde methode, die gebaseerd is op de kosten van het voor de opwekking ervan vereiste aardgas. De resulterende gemiddelde prijs voor het onderzoektijdvak varieerde van 206 tot 252 CNY per ton.

3.2.5.8.   Bijproducten

(167)

Om de benchmark voor bijproducten vast te stellen, maakte de Commissie gebruik van de verhouding tussen de waarde van de bijproducten en de waarde van de oorspronkelijke grondstof, zoals geregistreerd in het boekhoudsysteem van de producenten-exporteurs, en paste zij deze verhouding toe op de uit de GTA verkregen benchmark.

3.2.5.9.   Overhead-productiekosten, VAA-kosten en winst

(168)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken.

(169)

De overhead-productiekosten van de meewerkende producenten-exporteurs werden uitgedrukt als aandeel van de werkelijke productiekosten van de producenten-exporteurs. Dit percentage is toegepast op de niet-verstoorde productiekosten.

(170)

Om een niet-verstoord en redelijk bedrag voor de VAA-kosten en winst vast te stellen, heeft de Commissie zich gebaseerd op de financiële gegevens voor 2024 voor de bedrijven die in overweging 153 worden genoemd, die zij uit Orbis heeft gehaald.

Berekening

(171)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

(172)

De Commissie heeft de niet-verstoorde kosten per eenheid toegepast op het werkelijke verbruik van de individuele productiefactoren van de meewerkende producent-exporteur. Dit verbruik werd in het kader van de controle geverifieerd. De Commissie vermenigvuldigde het gebruik van de factoren met de niet-verstoorde kosten per eenheid in het representatieve land, zoals beschreven in punt 3.2.5.3.

(173)

Toen de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de overhead-productiekosten, de VAA-kosten, de winst en de afschrijving toegepast zoals genoemd in de overwegingen 169 en 170.

(174)

De VAA-kosten, uitgedrukt als percentage van de verkoopkostprijs en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroegen 21,0 %. De winst, uitgedrukt als percentage van de verkoopkostprijs en toegepast op de niet-verstoorde productiekosten, bedroeg 20,0 %.

(175)

Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

3.3.   Uitvoerprijs

(176)

De uitvoer naar de Unie door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs vond plaats hetzij rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers, hetzij via verbonden ondernemingen die optraden als importeur.

(177)

In de gevallen waarin de producenten-exporteurs het betrokken product rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Unie hadden uitgevoerd, was de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening de voor het betrokken product met het oog op uitvoer naar de Unie werkelijk betaalde of te betalen prijs.

(178)

Voor de producent-exporteur die het betrokken product via een als importeur optredende verbonden onderneming naar de Unie had uitgevoerd, werd de uitvoerprijs overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening vastgesteld op basis van de prijs waartegen het ingevoerde product voor het eerst aan onafhankelijke afnemers in de Unie was doorverkocht. In dat geval zijn correcties toegepast voor alle tussen invoer en wederverkoop gemaakte kosten, met inbegrip van verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”), en voor winst (4,6 %), die overeenkomt met de winst van de meewerkende, niet-verbonden importeur.

3.4.   Vergelijking

(179)

De Commissie moet overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening een billijke vergelijking tussen de normale waarde en de prijs bij uitvoer in hetzelfde handelsstadium maken en correcties toepassen om rekening te houden met verschillen die van invloed waren op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. In het onderhavige geval heeft de Commissie ervoor gekozen de normale waarde en de uitvoerprijs van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs te vergelijken in het handelsstadium af fabriek. Zoals hieronder nader toegelicht, zijn de normale waarde en de uitvoerprijs indien passend gecorrigeerd om: i) ze terug te rekenen tot het stadium af fabriek, en ii) correcties toe te passen voor verschillen tussen factoren waarvan werd gesteld en aangetoond dat zij van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen.

3.4.1.   Correcties op de normale waarde

(180)

Zoals uiteengezet in overweging 171, werd de normale waarde in het handelsstadium af fabriek vastgesteld door gebruik te maken van de productiekosten, samen met de bedragen voor de VAA-kosten en de winst, die voor dat handelsstadium redelijk werden geacht. Daarom waren er geen correcties nodig om de normale waarde terug te rekenen tot het stadium af fabriek.

3.4.2.   Correcties op de uitvoerprijs

(181)

Om de uitvoerprijs terug te rekenen tot het handelsstadium af fabriek, zijn er correcties toegepast voor: de kosten voor vervoer, verzekering, overlading en laden.

(182)

Bovendien zijn er correcties toegepast voor de volgende factoren die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen: kredietkosten en bankkosten.

3.5.   Dumpingmarges

(183)

Voor de in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs heeft de Commissie de gewogen gemiddelde normale waarde van elke soort van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs van de overeenkomstige soort van het betrokken product, zoals bepaald in artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening.

(184)

Op grond hiervan zijn de voorlopige gewogen gemiddelde dumpingmarges, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring:

Onderneming

Voorlopige dumpingmargen (%)

Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co., Ltd

210,4

Nantong Uniphos Chemicals Co., Ltd

219,4

Shandong Taihe Technologies Co., Ltd

182,9

(185)

Voor de niet in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs heeft de Commissie de gewogen gemiddelde dumpingmarge voor de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs berekend, op grond van artikel 9, lid 6, van de basisverordening.

(186)

Dit leidt voor de niet in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs tot een voorlopige dumpingmarge van 210,4 %.

(187)

Voor alle andere producenten-exporteurs in de VRC heeft de Commissie de dumpingmarge overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens vastgesteld. Daartoe heeft de Commissie de mate van medewerking van de producenten-exporteurs bepaald. De mate van medewerking komt overeen met het volume van de uitvoer naar de Unie van de meewerkende producenten-exporteurs, uitgedrukt als percentage van de totale invoer — volgens de door de klager verstrekte gegevens — uit het betrokken land naar de Unie tijdens het OT.

(188)

De mate van medewerking is in dit geval hoog, aangezien de uitvoer van de meewerkende producenten-exporteurs goed was voor meer dan 80 % van de totale invoer tijdens het onderzoektijdvak. Op basis hiervan besloot de Commissie om de dumpingmarge voor niet-meewerkende producenten-exporteurs vast te stellen op het niveau van de in de steekproef opgenomen meewerkende onderneming met de hoogste dumpingmarge; 219,4 %.

(189)

De volgende tabel bevat de voorlopige dumpingmarges, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring:

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge (%)

Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co., Ltd

210,4

Nantong Uniphos Chemicals Co., Ltd

219,4

Shandong Taihe Technologies Co., Ltd

182,9

Niet in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs

200,4

Alle andere Chinese producenten-exporteurs

219,4

4.   SCHADE

4.1.   Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie

(190)

Het soortgelijke product werd in het onderzoektijdvak vervaardigd door één enkele producent in de Unie, namelijk Lanxess. Deze onderneming vormt daarom “de bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(191)

De totale productie in de Unie tijdens het onderzoektijdvak werd vastgesteld op ongeveer [7 200-9 600] ton. De Commissie heeft dit cijfer gebaseerd op de gecontroleerde antwoorden van de klager op de vragenlijst.

4.2.   Verbruik in de Unie

(192)

De Commissie heeft dit cijfer gebaseerd op de gecontroleerde antwoorden van de klager op de vragenlijst en de antwoorden van de meewerkende Chinese producenten op de vragenlijst, die goed waren voor de totale invoer uit de VRC tijdens de beoordelingsperiode.

(193)

Het verbruik in de Unie (117) heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 2

Verbruik in de Unie (ton)

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Totaal verbruik in de Unie

[12 100 -16 200 ]

[11 500 -15 300 ]

[12 200 -16 300 ]

[11 300 -15 000 ]

Index

100

95

100

93

Bron:

Lanxess, meewerkende Chinese producenten-exporteurs.

(194)

Het verbruik in de Unie daalde tussen 2022 en 2023 met 5 % en bereikte in 2024 weer niveaus die bijna identiek waren aan die van 2022. Het verbruik daalde vervolgens in het onderzoektijdvak tot het niveau van 2023. De schommelingen in 2022 en 2023 weerspiegelen de gevolgen van handelsverstoringen na COVID-19. In 2022 hebben de gebruikers van PBTC in de Unie voorraden aangelegd om te anticiperen op leveringstekorten, wat heeft geleid tot een kunstmatige en tijdelijke stijging van het verbruik.

(195)

Hoewel het PBTC-verbruik in de Unie in het onderzoektijdvak met 7 % daalde tot onder het niveau van 2022, wijst een dergelijke ontwikkeling in het onderzoektijdvak eerder op een terugkeer naar de normale situatie, aangezien het verbruik in 2022 het gevolg is van een hoge, door COVID-19 veroorzaakte voorraad.

(196)

Hoe dan ook blijkt uit het algemene beeld voor de beoordelingsperiode dat het verbruik in de Unie relatief stabiel is gebleven, met verschillen van jaar op jaar die grotendeels verband houden met de toename of vermindering van de voorraad materiaal.

4.3.   Invoer uit de VRC

4.3.1.   Volume en marktaandeel van de invoer uit de Volksrepubliek China

(197)

De invoer van het betrokken product wordt ingedeeld onder GN-code 2931 49 80 . Dit is echter een residuele code voor “andere organisch-anorganische verbindingen”, die een grote verscheidenheid aan chemische verbindingen omvat die het bij dit onderzoek betrokken product ruimschoots overtreffen. Bij gebrek aan gedetailleerde statistieken of andere betrouwbare benchmarks voor de raming van het volume van de invoer uit de VRC heeft de Commissie als basis voor het invoervolume de gegevens over de uitvoer voor de beoordelingsperiode gebruikt die de Chinese producenten-exporteurs die aan het onderzoek hebben meegewerkt, in hun antwoorden op de vragenlijst hebben verstrekt. De Commissie heeft geconcludeerd dat de mate van medewerking in dit geval hoog was, omdat de gerapporteerde volumes hoger waren dan de door de klager geraamde invoervolumes.

(198)

Het marktaandeel van de invoer uit de VRC werd vastgesteld op basis van dezelfde bron als de invoervolumes.

(199)

De invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 3

Invoer (ton) en marktaandeel

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Invoer uit de VRC

6 742

9 318

9 703

9 290

Index

100

138

144

138

Marktaandeel (%)

[38 -51 ]

[56 -75 ]

[55 -74 ]

[57 -76 ]

Index

100

146

143

148

Bron:

Antwoorden van de meewerkende Chinese producenten-exporteurs op de vragenlijst.

(200)

In absolute cijfers steeg de invoer uit de VRC tijdens de beoordelingsperiode met meer dan 2 500 ton, wat neerkomt op [18-20] % van het totale verbruik in de Unie in het onderzoektijdvak. Het totale marktaandeel van de invoer uit de VRC steeg van het reeds hoge percentage van [38-51] % in 2022 tot een opvallende [57-76] % in het onderzoektijdvak. Over het geheel genomen steeg de invoer uit de VRC in het onderzoektijdvak met 38 % ten opzichte van 2022.

4.4.   Prijzen van de invoer uit de VRC, prijsonderbieding en prijsverlaging

(201)

De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld op basis van de antwoorden op de vragenlijst van de Chinese producenten-exporteurs die aan het onderzoek hebben meegewerkt. De prijsonderbieding van de invoer tijdens het onderzoektijdvak werd vastgesteld op basis van de antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en die van de producent in de Unie, en de antwoorden van niet-verbonden importeurs (voor de kosten na invoer).

(202)

De gewogen gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 4

Invoerprijzen (EUR/ton)

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Invoer uit de VRC

2 134

1 229

1 011

976

Index

100

58

47

46

Bron:

Antwoorden van de meewerkende Chinese producenten-exporteurs op de vragenlijst.

(203)

De gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC daalde drastisch van 2 134 EUR/ton in 2022 tot 1 229 EUR/ton in 2023, om in 2024 en het onderzoektijdvak nog verder te dalen, namelijk tot respectievelijk 1 011 EUR/ton en 976 EUR/ton.

(204)

In de beoordelingsperiode is de gemiddelde eenheidsprijs voor de invoer met dumping uit de VRC met 54 % gedaald. Reeds aan het begin van de beoordelingsperiode lag de prijs van de invoer uit de VRC onder de waargenomen verkoopprijzen in de Unie, zoals blijkt uit de tabellen 4 en 8. Vanaf 2023 en zonder onderbreking tot het einde van de beoordelingsperiode werd het prijsverschil echter nog groter (in het onderzoektijdvak lagen de Chinese prijzen bijvoorbeeld [35-45] % onder de verkoopprijzen in de Unie).

(205)

De Commissie heeft de prijsonderbieding tijdens het onderzoektijdvak vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:

a)

de gewogen gemiddelde verkoopprijs per productsoort die de producent in de Unie in rekening bracht aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, en

b)

de overeenkomstige gewogen gemiddelde invoerprijzen per productsoort die door de in de steekproef opgenomen meewerkende Chinese producenten aan de eerste onafhankelijke afnemer op de markt van de Unie werden berekend, op cif-basis, met de nodige correcties voor douanerechten en kosten na invoer.

(206)

De prijzen werden per productsoort vergeleken voor transacties in hetzelfde handelsstadium. Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als een percentage van de theoretische omzet van de producent in de Unie in het onderzoektijdvak. Daaruit volgde voor de invoer uit de VRC op de markt van de Unie een gewogen gemiddelde prijsonderbiedingsmarge tussen 20 % en 40 %.

(207)

Daarnaast merkte de Commissie op dat de invoer met dumping ook heeft geleid tot een aanzienlijke neerwaartse prijsdruk (zoals blijkt uit het verlies aan winstgevendheid) tijdens het onderzoektijdvak, toen de bedrijfstak van de Unie PBTC onder zijn productiekosten verkocht.

4.5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

4.5.1.   Algemene opmerkingen

(208)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(209)

Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die in de gecontroleerde antwoorden van de enige producent in de Unie waren vervat. De Commissie heeft tevens de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de enige producent in de Unie in zijn antwoord op de vragenlijst had verstrekt.

(210)

De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping.

(211)

De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde prijzen per eenheid, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.

4.5.2.   Macro-economische indicatoren

4.5.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(212)

De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 5

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Productievolume (ton)

[10 600 -14 200 ]

[5 900 -7 800 ]

[7 600 -10 100 ]

[7 200 -9 600 ]

Index

100

55

71

68

Productiecapaciteit (ton)

[15 700 -21 100 ]

[15 400 -20 600 ]

[15 500 -20 800 ]

[15 500 -20 700 ]

Index

100

98

99

98

Bezettingsgraad (%)

[60 -70 ]

[32 -42 ]

[40 -50 ]

[38 -48 ]

Index

100

57

72

69

Bron:

Lanxess.

(213)

Als 2022 wordt vergeleken met de rest van de beoordelingsperiode, vertoonde de productie van het soortgelijke product in de Unie een duidelijke neerwaartse trend, met een productie die in de periode 2023 tot en met onderzoektijdvak met ongeveer 30 % tot 45 % daalde. Hoewel de productieniveaus in de periode van 2024 tot en met het onderzoektijdvak verbeterden ten opzichte van 2023, kan dit worden toegeschreven aan het feit dat het verbruik aantrok nadat de gebruikers in 2023 een groot deel van de voorraden die zij in 2022 hadden aangelegd, hadden verbruikt. In elk geval bereikten de productieniveaus van de bedrijfstak van de Unie in de periode 2024 tot en met het onderzoektijdvak slechts ongeveer 70 % van de productievolumes die aan het begin van de beoordelingsperiode werden waargenomen.

(214)

De productiecapaciteit bleef in de beoordelingsperiode stabiel, met slechts een lichte daling van 1-2 % in 2023 tot en met het onderzoektijdvak, wat erop wijst dat er geen sprake was van stilleggingen of de installatie van extra capaciteit door de enige producent in de Unie.

(215)

De bezettingsgraad vertoonde, in overeenstemming met de ontwikkeling van de productie (zie overweging 213), na 2022 een aanzienlijke daling en bleef tot het onderzoektijdvak constant laag. De bezettingsgraad daalde in 2023 tot ruim onder de 50 % en bleef in het onderzoektijdvak op slechts [38-48] %.

4.5.2.2.   Verkoophoeveelheid en marktaandeel

(216)

De verkochte hoeveelheden en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 6

Verkoop en marktaandeel

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Totale verkoop op de markt van de Unie (ton)

[6 500 -8 700 ]

[3 700 -5 000 ]

[4 100 -5 500 ]

[3 500 -4 700 ]

Index

100

57

63

54

Marktaandeel (%)

[45 -60 ]

[27 -36 ]

[28 -37 ]

[26 -35 ]

Bron:

Lanxess.

(217)

Het verkoopvolume van de producent in de Unie is tussen het begin van de beoordelingsperiode (2022) en de rest van de beoordelingsperiode (2023 tot en met het onderzoektijdvak) aanzienlijk gedaald. Hoewel het verkoopvolume in 2022 [6 500-8 700] ton bedroeg, daalde het in de jaren daarna sterk, waarbij de verkoophoeveelheden in het onderzoektijdvak slechts ongeveer de helft bedroegen van de door de producent in de Unie in 2022 verkochte hoeveelheden.

(218)

Wat de ontwikkeling van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie betreft, was er gedurende de gehele beoordelingsperiode een duidelijk zichtbare algemene negatieve trend, terwijl het verlies aan marktaandeel het meest opvallend was op jaarbasis tussen 2022 en het restant van de beoordelingsperiode, toen het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie daalde van [45-60] % (2022) tot [27-35] % in de periode van 2023 tot en met het onderzoektijdvak.

(219)

Het verlies van marktaandeel, in combinatie met dalende productieniveaus en bedrijfspercentages, was het gevolg van de invoer met dumping van PBTC uit de VRC, die marktaandeel verwierf (zie overweging 200) ten koste van de enige producent in de Unie.

4.5.2.3.   Groei

(220)

Het verbruik in de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode af met 7 %, terwijl het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie veel sterker daalde, met 46 %. Bijgevolg verloor de bedrijfstak van de Unie marktaandeel aan de nu dominerende invoer uit de VRC.

4.5.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(221)

De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 7

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Aantal werknemers

[45 -50 ]

[30 -35 ]

[30 -35 ]

[30 -35 ]

Index

100

69

71

70

Productiviteit (eenheden per werknemer)

[200 -300 ]

[150 -250 ]

[200 -300 ]

[200 -300 ]

Index

100

80

101

97

Bron:

Lanxess.

(222)

Tijdens de beoordelingsperiode daalde de werkgelegenheid in de Unie met 30 %, terwijl de productiviteit in de beoordelingsperiode slechts met 3 % daalde, aangezien de daling van de werkgelegenheid in wezen overeenkwam met de dalende productie in die periode (met uitzondering van 2023, toen de scherpe daling van de productie nog niet gepaard ging met een inkrimping van het personeelsbestand).

4.5.2.5.   Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(223)

Alle dumpingmarges lagen aanzienlijk boven de de-minimisdrempel. De gevolgen van de hoogte van de werkelijke dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie waren aanzienlijk, gezien het volume en de prijzen van de invoer uit de VRC.

(224)

Dit is het eerste antidumpingonderzoek ten aanzien van het betrokken product. Daarom waren er geen gegevens beschikbaar om de gevolgen van mogelijke dumping in het verleden vast te stellen.

4.5.3.   Micro-economische indicatoren

4.5.3.1.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(225)

De gewogen gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de producent in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 8

Verkoopprijzen in de Unie

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie (EUR/ton)

[2 300 -3 000 ]

[1 800 -2 300 ]

[1 400 -1 900 ]

[1 400 -1 900 ]

Index

100

78

61

62

Productiekosten per eenheid (EUR/ton)

[2 300 -3 100 ]

[2 400 -3 200 ]

[1 900 -2 600 ]

[2 000 -2 700 ]

Index

100

102

83

88

Bron:

Lanxess.

(226)

Bovenstaande tabel toont de ontwikkeling van de verkoopprijs per eenheid op de markt van de Unie in vergelijking met de overeenkomstige productiekosten.

(227)

De gemiddelde verkoopprijzen waren reeds in 2022 lager dan de gemiddelde productiekosten per eenheid. Na de vermindering van de voorraden door de verwerkende ondernemingen en de verdere druk die door de invoer met dumping werd uitgeoefend, verslechterde de situatie van de producent in de Unie nog verder. Deze verslechtering leidde tot een neerwaartse druk op de verkoopprijzen van de producent in de Unie, waarbij de prijzen ruim onder de productiekosten lagen, met name tussen 2023 en het eind van het onderzoektijdvak.

(228)

Deze neerwaartse prijsdruk deed zich voor in omstandigheden waarin, hoewel de productiekosten na 2023, toen de energiecrisis afnam, werden gecorrigeerd, de verkoopprijs nog sterker daalde, zoals blijkt uit tabel 8. Over het geheel genomen daalden de productiekosten in het onderzoektijdvak en in vergelijking met 2022 met 12 %, terwijl de gemiddelde verkoopprijs met een grotere marge daalde, namelijk met 38 %. Als gevolg daarvan leed de producent in de Unie tijdens de periode van 2023 tot het einde van het onderzoektijdvak aanzienlijke verliezen.

4.5.3.2.   Loonkosten

(229)

De gemiddelde loonkosten van de producent in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

Gemiddelde loonkosten per werknemer

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Gemiddelde loonkosten per werknemer (EUR)

[64 000 -85 500 ]

[61 000 -81 600 ]

[62 500 -83 600 ]

[63 600 -85 100 ]

Index

100

95

98

99

Bron:

Lanxess.

(230)

De gemiddelde loonkosten per werknemer waren in de beoordelingsperiode relatief stabiel en daalden in de periode 2023-2024 met respectievelijk 5 % en 2 % ten opzichte van 2022, om vervolgens in het onderzoektijdvak in wezen terug te keren naar het niveau van 2022.

4.5.3.3.   Voorraden

(231)

De voorraden van de producent in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

Voorraden

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Eindvoorraad (ton)

[600 -700 ]

[700 -1 000 ]

[800 -1 000 ]

[1 000 -1 300 ]

Index

100

134

140

177

Eindvoorraad als percentage van de productie (%)

5

13

10

14

Bron:

Lanxess.

(232)

De eindvoorraden aan het einde van het jaar als percentage van de productie stegen van 5 % in 2022 tot 13 % in 2023 en zelfs 14 % in het onderzoektijdvak, toen de gevolgen van de invoer met dumping uit de VRC tijdens de beoordelingsperiode het sterkst werden gevoeld.

4.5.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(233)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de producent in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 11

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet)

[0 -4 ]

[–24 ]-[–32 ]

[–27 ]-[–36 ]

[–32 ]-[–42 ]

Kasstroom (EUR)

[450 000 -550 000 ]

[–3 500 000 ]-[–4 500 000 ]

[–4 000 000 ]-[–5 000 000 ]

[–5 000 000 ]-[–6 000 000 ]

Investeringen (EUR)

[300 000 -400 000 ]

[240 000 -340 000 ]

[90 000 -130 000 ]

[40 000 -80 000 ]

Index

100

81

30

16

Rendement van investeringen (%)

[–7 ]-[–10 ]

[– 138 ]-[– 184 ]

[– 154 ]-[– 206 ]

[– 200 ]-[– 267 ]

Bron:

Lanxess.

(234)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de enige producent in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen op de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet. In 2022 had de verstoring van de toeleveringsketens gevolgen voor de uitvoer uit de VRC en perkte dit het aanbod van PBTC verder in. In 2022 boekte Lanxess, dat reeds werd geconfronteerd met aanzienlijke invoervolumes uit de VRC, slechts een bescheiden winst, waarna de situatie vanaf 2023 onhoudbaar werd voor de producent in de Unie, aangezien hij te maken kreeg met dalingen van de verkoopvolumes en prijzen die ver onder zijn productiekosten lagen, wat leidde tot een sterk verliesgevende situatie in de periode 2023 tot en met het onderzoektijdvak.

(235)

De nettokasstroom is het vermogen van de producent in de Unie om zijn activiteiten zelf te financieren. De analyse van de nettokasstroom liet in 2023 een aanzienlijke daling zien, die tot het einde van de beoordelingsperiode aanhield, in overeenstemming met de trend die voor andere belangrijke schade-indicatoren werd waargenomen.

(236)

Ook de investeringen vertoonden vanaf 2023 een dalende trend. Over het geheel genomen daalden de investeringen van Lanxess tijdens de beoordelingsperiode sterk (met 84 %) en hielden zij voornamelijk verband met het onderhoud van de machines. De drastische daling van de investeringen in de periode van 2023 tot en met het onderzoektijdvak weerspiegelde de verliesgevende ontwikkeling van de verkoop van PBTC in de Unie.

(237)

Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. In het licht van de hierboven beschreven ontwikkelingen daalde het voortdurend van 2022 tot het einde van de beoordelingsperiode.

(238)

Wat het vermogen om kapitaal aan te trekken betreft, is het aantrekken van kapitaal als gevolg van het verslechterende ondernemingsklimaat aanzienlijk duurder en moeilijker geworden voor de bedrijfstak van de Unie. De Commissie is hoe dan ook niet van mening dat het vermogen om kapitaal aan te trekken op enigerlei wijze van invloed zou zijn op de schadebeoordeling in deze zaak.

4.6.   Conclusie over schade

(239)

De belangrijke macro-indicatoren vertoonden tijdens de beoordelingsperiode een negatieve trend: het productievolume van de bedrijfstak van de Unie daalde met 32 %, de bezettingsgraad met 31 %, het verkoopvolume in de Unie met 46 % en de werkgelegenheid met 30 %. Deze indicatoren daalden drastisch, voornamelijk vanaf 2023, en deze negatieve trend hield gedurende de rest van de beoordelingsperiode aan.

(240)

Een soortgelijk beeld kan worden geschetst voor de micro-indicatoren. De winstgevendheid van de verkoop in de Unie was pas in 2022 (licht) positief, maar daalde daarna en de bedrijfstak van de Unie werd vanaf 2023 verliesgevend. Evenzo werd de kasstroom, die aan het begin van de beoordelingsperiode positief was, vanaf 2023 negatief. De eindvoorraden aan het einde van het jaar als percentage van de productie stegen met meer dan 10 % vanaf 2023, toen het effect van de toenemende invoer uit de VRC onhoudbaar werd voor de bedrijfstak van de Unie.

(241)

Het invoervolume uit de VRC in de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode met 38 % toe. Tegen de achtergrond van een daling van het jaarlijkse verbruik in de beoordelingsperiode met meer dan 1 000 ton steeg de jaarlijkse invoer uit de VRC in dezelfde periode met meer dan 2 500 ton, wat ertoe leidde dat het marktaandeel van de uitvoer uit de VRC (bestaande uit Lanxess en Chinese exporteurs) dienovereenkomstig toenam, aangezien de Chinese prijzen de prijzen van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode aanzienlijk onderboden. Tijdens het onderzoektijdvak waren de prijsonderbiedingsmarges van de exporteurs uit het betrokken land aanzienlijk en varieerden zij van 20 tot 40 % (zoals uiteengezet in overweging 206).

(242)

De laaggeprijsde invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte ook een aanzienlijke neerwaartse druk op de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Als gevolg daarvan kon de bedrijfstak van de Unie niet verkopen, zelfs niet tegen prijzen die zijn productiekosten dekten (ondanks de dalende trend van de kosten na 2023), en werd hij vanaf 2023 verliesgevend.

(243)

Tijdens de gehele beoordelingsperiode daalden de netto-investeringen met 84 % en werden het rendement van investeringen en de kasstroom vanaf 2023 negatief, terwijl het aantal werknemers tijdens de beoordelingsperiode met 30 % daalde. Hieruit volgt dat de bedrijfstak van de Unie wordt geconfronteerd met een existentiële bedreiging als gevolg van de toegenomen stroom van invoer met dumping, waarbij Lanxess zijn personeelsbestand reeds aanzienlijk heeft ingekrompen.

(244)

Negatieve ontwikkelingen van de financiële indicatoren zoals winst, kasstroom en rendement van investeringen beïnvloedden het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om aanzienlijke investeringen te doen, waardoor de groei werd belemmerd.

(245)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie in dit stadium tot de conclusie gekomen dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.

5.   OORZAKELIJK VERBAND

(246)

Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit de VRC aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie ook onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade kon hebben geleden. De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit de VRC niet aan de invoer met dumping werd toegeschreven. Deze factoren waren de invoer uit andere derde landen, de uitvoerprestaties van de producent in de Unie, de gevolgen van de schommelingen in de grondstofkosten en de vraag op de markt van de Unie.

5.1.   Gevolgen van de invoer met dumping

(247)

De hoeveelheden die tijdens de beoordelingsperiode uit de VRC werden ingevoerd, stegen met 38 %, van 6 742 ton in 2022 tot 9 290 ton in het onderzoektijdvak. Deze aanzienlijke stijging viel, zoals uiteengezet in overweging 200, samen met een daling van het binnenlandse verbruik met 7 %, terwijl de binnenlandse verkoop van de producent in de Unie in dezelfde periode met 46 % daalde.

(248)

Als gevolg daarvan steeg het Chinese marktaandeel in de beoordelingsperiode van [38-51] % tot [57-76] %. Ondertussen daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie met hetzelfde percentage (aangezien de markt van de Unie in wezen alleen door Lanxess en de Chinese producenten-exporteurs wordt bediend), van [45-60] % tot slechts [26-35] % in het onderzoektijdvak.

(249)

Reeds aan het begin van de beoordelingsperiode werd de producent in de Unie, ondanks de verstoringen in de toeleveringsketens en de buitengewone voorraadniveaus van de afnemers, geconfronteerd met een aanzienlijke mate van invoer uit de VRC. De gevolgen van de invoer met dumping werden vanaf 2023 nog acuter, aangezien het marktaandeel van die invoer steeds groter werd en de invoer steeds meer prijsdruk uitoefende op de lijdende bedrijfstak van de Unie. Hoewel de producent in de Unie er in 2022 nog steeds in slaagde bescheiden winsten te behalen, werd de druk van de toenemende invoer tegen dumpingprijzen die aanzienlijk lager waren dan de productiekosten van de producent in de Unie in de daaropvolgende periode onhoudbaar voor de bedrijfstak van de Unie. De bedrijfstak van de Unie was niet in staat zijn verkoopprijs te verhogen om de productiekosten te dekken, omdat hij te maken had met oneerlijke concurrentie van de invoer van PBTC uit de VRC. Om de verliezen aan productievolume en marktaandeel te beperken, werd de producent in de Unie gedwongen de prijzen te verlagen ten koste van zijn winstgevendheid. De bedrijfstak van de Unie werd vanaf 2023 zeer verliesgevend. De invoer met dumping uit de VRC heeft er derhalve toe geleid dat de prijzen van de bedrijfstak van de Unie worden gedrukt in de zin van artikel 3, lid 3, van de basisverordening.

(250)

Gezien de bovenstaande overwegingen heeft de Commissie voorlopig vastgesteld dat de door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade werd veroorzaakt door de invoer met dumping uit de VRC in de zin van artikel 3, lid 6, van de basisverordening. Deze schade had gevolgen voor zowel volume als prijs.

5.2.   Gevolgen van andere factoren

5.2.1.   Invoer uit derde landen

(251)

Volgens de klacht was er in het onderzoektijdvak, afgezien van de VRC, sprake van verwaarloosbare invoervolumes (ongeveer 0,1 % van het verbruik in de Unie) uit India. Daarom vormt de invoer uit de VRC in wezen de enige alternatieve bron van levering van het onderzochte product in de Unie. Concluderend kan worden gesteld dat, aangezien de invoervolumes uit derde landen in wezen niet bestaan, zij het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie niet aannemelijk kunnen beïnvloeden.

5.2.2.   Uitvoerprestatie van de bedrijfstak van de Unie

(252)

De uitvoer van de producent in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 12

Uitvoerprestaties van de producent in de Unie

 

2022

2023

2024

Onderzoektijdvak

Uitvoervolume (ton)

[500 -700 ]

[300 -400 ]

[350 -450 ]

[350 -450 ]

Index

100

63

59

61

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

[2 400 -3 200 ]

[2 100 -2 800 ]

[1 400 -1 900 ]

[1 400 -1 900 ]

Index

100

88

59

58

Bron:

Lanxess.

(253)

Net als de productievolumes en de binnenlandse verkoop zijn de uitvoervolumes van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode aanzienlijk gedaald, voornamelijk vanaf 2023. Bovendien volgden de uitvoerprijzen dezelfde trend als de prijzen op de markt van de Unie.

(254)

De uitvoer naar niet-verbonden afnemers bedroeg echter slechts ongeveer [7-10] % van de totale verkoop van de bedrijfstak van de Unie in de Unie, wat neerkomt op ongeveer 5 % van zijn productie in de beoordelingsperiode. Daarom heeft de Commissie voorlopig geconcludeerd dat de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie weliswaar hebben bijgedragen tot de aanmerkelijke schade, maar het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit de VRC en de vastgestelde schade niet hebben afgezwakt.

5.2.3.   Vraag in de Unie

(255)

De markt van de Unie kromp tijdens de beoordelingsperiode inderdaad met 7 %, maar bleef grotendeels stabiel in de jaren voorafgaand aan het onderzoektijdvak. Onder normale mededingingsvoorwaarden zouden de verkoopvolumes van alle marktdeelnemers in een krimpende markt min of meer gelijkmatig zijn gedaald. In het onderhavige geval behaalde de invoer uit de VRC in de beoordelingsperiode echter een extra marktaandeel van [20-25] procentpunt op de markt van de Unie, ten nadele van de bedrijfstak van de Unie, die zijn marktaandeel in dezelfde periode in dezelfde mate zag dalen. Daarom werd in dit geval niet vastgesteld dat de inkrimping van de vraag de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade berokkent.

5.2.4.   Variaties in de grondstofkosten

(256)

De grondstofprijzen zijn onvermijdelijk van invloed op de prijsstelling van een product. In dit geval was de producent in de Unie in staat de verkoopprijzen te verhogen om de stijgende productiekosten op te vangen en aan het begin van de beoordelingsperiode een bepaald winstniveau te bereiken. Sinds 2023 en ondanks de geleidelijke daling van de grondstofprijzen is Lanxess echter gedwongen PBTC onder de kostprijs te verkopen als gevolg van de toegenomen instroom van agressief geprijsde Chinese PBTC. Het onvermogen om de kostenstijgingen en de dalende winstgevendheid door te berekenen, was slechts een uiting van de door de invoer met dumping veroorzaakte schade, en niet van een door de bedrijfstak zelf veroorzaakte daling van de prestaties. Schommelingen in de grondstofkosten tijdens de beoordelingsperiode kunnen derhalve niet worden beschouwd als een factor die het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade afzwakt.

5.3.   Conclusie inzake het oorzakelijk verband

(257)

Er is een oorzakelijk verband vastgesteld tussen de invoer met dumping uit de VRC enerzijds en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade anderzijds. De aanzienlijke toename van het volume en het marktaandeel van de invoer met dumping viel in de tijd samen met de verslechtering van de prestaties van de bedrijfstak van de Unie, die met name vanaf 2023 zichtbaar was. Op een markt met een inkrimping van de vraag heeft het toegenomen volume van de invoer met dumping de exploitatieniveaus van de bedrijfstak van de Unie en zijn vermogen om prijzen vast te stellen op een niveau om de hoge productiekosten op te vangen, aangetast, wat duidelijk wijst op het bestaan van een neerwaartse prijsdruk. Deze situatie heeft voor de producent in de Unie vanaf 2023 tot een verlieslijdende situatie geleid.

(258)

De Commissie heeft andere factoren onderzocht die mogelijk een effect op de situatie van de bedrijfstak van de Unie hebben gehad. De Commissie heeft onderscheid gemaakt tussen en afzonderlijk gekeken naar de gevolgen van deze factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie en de schadelijke effecten van de invoer met dumping.

(259)

Wat de gevolgen van de invoer uit andere derde landen betreft, heeft de Commissie geconcludeerd dat er, met uitzondering van de verwaarloosbare invoer uit India, geen sprake was van invoer uit derde landen (zie overweging 251). Daarom kon deze factor de bedrijfstak van de Unie geen schade hebben berokkend. Evenzo maakte de uitvoer naar niet-verbonden afnemers slechts een beperkt deel uit van de totale verkoop van de bedrijfstak van de Unie (zie overweging 254) en hoewel de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie mogelijk hebben bijgedragen tot de aanmerkelijke schade, hebben zij het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping uit de VRC en de vastgestelde schade niet afgezwakt.

(260)

Ten slotte hebben noch de schommelingen van de grondstofprijzen, noch een lichte krimp van het verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode de aanmerkelijke schade veroorzaakt. De druk van de invoer met dumping op de verkoopprijzen is tot uiting gekomen in het onvermogen van de bedrijfstak van de Unie om zelfs de dalende productiekosten door te berekenen. Bovendien is het aanzienlijke verlies van marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie, ondanks een slechts matig afnemende vraag, eerder een bewijs van een neerwaartse prijsdruk als gevolg van de toenemende volumes van laaggeprijsde invoer uit de VRC en van de schade die als gevolg van deze invoer met dumping is geleden.

(261)

Op basis van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de invoer met dumping uit de VRC de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft berokkend en dat de andere factoren (de invoer uit andere landen, de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie, de schommelingen in de grondstofkosten en de inkrimping van de vraag), ongeacht of zij individueel dan wel collectief werden beschouwd, geen afbreuk deden aan het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de aanmerkelijke schade of dit tenietdeden. De schade betreft vermindering van het marktaandeel, alsook van de productie, productiecapaciteit, werkgelegenheid, winstgevendheid, eindvoorraden, kasstroom en het rendement van investeringen. Daarnaast heeft de bedrijfstak van de Unie, zoals uiteengezet in overweging 249, als gevolg van invoer uit de VRC nadelen ondervonden van een prijsverlaging.

6.   NIVEAU VAN DE MAATREGELEN

6.1.   Prijsbederfmarge

(262)

De schade zou worden opgeheven indien de bedrijfstak van de Unie een nagestreefde winst zou kunnen behalen door te verkopen tegen een richtprijs in de zin van artikel 7, lid 2 quater en lid 2 quinquies, van de basisverordening.

(263)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2 quater, van de basisverordening hield de Commissie bij de bepaling van de nagestreefde winst rekening met de volgende factoren: de mate van winstgevendheid vóór de toename van de invoer vanuit het onderzochte land, de mate van winstgevendheid die vereist is ter dekking van alle kosten en investeringen, onderzoek en ontwikkeling (O&O) en innovatie, alsmede de onder normale mededingingsvoorwaarden te verwachten mate van winstgevendheid. Die winstmarge mag niet lager zijn dan 6 %.

(264)

De winst van de enige producent in de Unie tijdens de beoordelingsperiode bedroeg minder dan 6 % en er werd geen onderbouwde winstgevendheid verstrekt voor de periode daarvoor. Geen van deze jaren zou derhalve in aanmerking kunnen worden genomen met het oog op de vaststelling van een nagestreefde winst overeenkomstig artikel 7, lid 2 quater, van de basisverordening. Bovendien heeft de producent in de Unie geen met bewijsmateriaal onderbouwde opmerking betreffende gederfde investeringen of O&O- en innovatiekosten ingediend. In het licht van die feiten ging de Commissie uit van de minimale nagestreefde winst van 6 %, die bij de feitelijke productiekosten van de bedrijfstak van de Unie is opgeteld om de geen schade veroorzakende prijs vast te stellen.

(265)

Aangezien er geen gemotiveerde opmerkingen overeenkomstig artikel 7, lid 2 quinquies, zijn ingediend met betrekking tot de huidige of toekomstige kosten die voortvloeien uit de multilaterale milieuovereenkomsten en de bijbehorende protocollen of de vermelde IAO-verdragen, zijn er bovendien geen verdere kosten opgeteld bij de aldus vastgestelde geen schade veroorzakende prijs.

(266)

De Commissie heeft vervolgens het niveau van de prijsbederfmarge bepaald door de gewogen gemiddelde invoerprijs van de in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs in de VRC, zoals vastgesteld voor de berekeningen van de prijsonderbieding, te vergelijken met de gewogen gemiddelde, geen schade veroorzakende prijs van het soortgelijke product dat in het onderzoektijdvak door de producent in de Unie op de markt van de Unie werd verkocht. Als uit deze vergelijking een verschil naar voren kwam, werd dit uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde cif-waarde bij invoer.

(267)

De prijsbederfmarge voor “andere meewerkende ondernemingen” en voor “alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land” wordt op dezelfde manier vastgesteld als de dumpingmarge voor deze ondernemingen en de invoer (zie afdeling 3.5).

Onderneming

Prijsbederfmarge (%)

Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co., Ltd

105,6

Nantong Uniphos Chemicals Co., Ltd

119,0

Shandong Taihe Technologies Co., Ltd

104,9

Niet in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs

109,7

Alle andere Chinese producenten-exporteurs

119,0

(268)

In het onderhavige geval heeft de klager het bestaan van verstoringen van de grondstoffenmarkten in de zin van artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening aangevoerd. Om het geschikte niveau van de maatregelen te beoordelen, heeft de Commissie eerst het bedrag aan rechten vastgesteld dat noodzakelijk was om de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade weg te nemen bij ontbreken van verstoringen als bedoeld in artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening. Vervolgens onderzocht zij of de dumpingmarge van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs hoger zou zijn dan hun prijsbederfmarge.

6.2.   Verstoringen van de grondstoffenmarkt

(269)

De klager heeft in de klacht voldoende bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de grondstoffenmarkt van het betrokken product in de VRC verstoord is in de zin van artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening. Blijkens het bewijsmateriaal in de klacht is op fosfortrichloride (“PCl3”), dat goed is voor meer dan 17 % van de productiekosten van het betrokken product, in de VRC een teruggaaf van de btw van 0 % van toepassing.

(270)

Daarom heeft de Commissie, zoals aangekondigd in het bericht van inleiding, overeenkomstig artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening een onderzoek ingesteld naar de vermeende verstoring en alle andere verstoringen in de VRC die onder artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening vallen.

(271)

Om te beginnen stelde de Commissie vast welke belangrijkste grondstoffen door de verschillende in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs gebruikt worden bij de productie van het betrokken product. De drie in de steekproef opgenomen exporteurs gebruiken PCl3 niet als grondstof voor de productie van PBTC. In plaats daarvan kopen zij DMPI, een chemische stof die wordt geproduceerd uit PCl3 en methanol. PCl3 is dus een upstreamgrondstof voor PBTC, aangezien het een grondstof is die is geïntegreerd in DMPI, de belangrijkste grondstof van PBTC. Zelfs als de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs geen PCl3 kopen, profiteren zij dus van mogelijke verstoringen van de grondstoffenmarkt die van invloed zijn op PCl3.

(272)

De grondstoffen waarop de in artikel 7, lid 2 bis, bedoelde verstoringen betrekking hadden, werden gedefinieerd als grondstoffen die ten minste 17 % van de productiekosten van het betrokken product uitmaken. De Commissie heeft eerst voor elke in de steekproef opgenomen producent-exporteur zijn productiefactoren vastgesteld. Allereerst heeft de Commissie bepaald hoeveel PCl3 er nodig is om één ton DMPI te produceren, aan de hand van gegevens die de klager had verstrekt over zijn eigen productieproces van DMPI, met inbegrip van grondstoffen, energie, arbeid en overheadkosten. Vervolgens heeft de Commissie, op basis van de door de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs verstrekte verbruiksratio’s en aan de hand van niet-verstoorde prijzen in Brazilië voor elke productiefactor, vastgesteld welk aandeel DMPI uitmaakte in de productiekosten van PBTC voor elk van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs. Ten slotte paste de Commissie het percentage van PCl3 in de productiekosten van DMPI toe op het percentage van DMPI in de productiekosten van PBTC. Als gevolg daarvan stelde de Commissie vast dat PCl3 voor elk van de drie in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs meer dan 17 % van de productiekosten van PBTC vertegenwoordigde.

(273)

Vervolgens heeft de Commissie onderzocht of er bij de prijs van PCl3 sprake is van verstoringen door een van de in artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening genoemde maatregelen: dubbeleprijsstellingssystemen, uitvoerbelastingen, aanvullende belastingen op de uitvoer, uitvoerquota, uitvoerverboden, fiscale belastingen op de uitvoer, vergunningsvereisten, minimumprijzen bij uitvoer, beperking of uitsluiting van de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde (btw), inklaringsbeperkingen voor exporteurs, lijsten van gekwalificeerde exporteurs, verplichtingen van de binnenlandse markt, ondernemingseigen mijnbouwrechten. Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van een website over Chinese btw-tarieven (118), die bevestigde dat PCl3 tijdens het onderzoektijdvak onderworpen was aan 13 % btw en dat de teruggaaf van btw bij uitvoer 0 % bedroeg.

(274)

Daarna heeft de Commissie de prijs van PCl3 vergeleken met de prijzen op een representatieve internationale markt. Aangezien geen van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs PCl3 kocht, heeft de Commissie gebruikgemaakt van openbaar beschikbare gegevens over de Chinese prijzen voor chemische stoffen (119), waaruit bleek dat de Chinese prijzen voor PCl3 tijdens het onderzoektijdvak gemiddeld 5 714 CNY bedroegen. De Commissie heeft deze prijs vergeleken met de GTA-invoerstatistieken voor PCl3 bij invoer uit alle landen naar alle landen in het onderzoektijdvak, waaruit een gewogen gemiddelde prijs van 11 136 CNY bleek. Aangezien de Chinese prijzen voor PCl3 51 % van de internationale invoerprijzen bedroegen, heeft de Commissie geconcludeerd dat de prijzen in de VRC aanzienlijk lager waren dan de prijzen op de representatieve internationale markt.

(275)

De Commissie is tot de conclusie gekomen dat PCl3 onderhevig was aan een verstoring in de zin van artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening.

6.2.1.   Belang van de Unie uit hoofde van artikel 7, lid 2 ter, van de basisverordening

(276)

Overeenkomstig artikel 7, lid 2 ter, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of zij duidelijk kon besluiten dat het in het belang van de Unie was om het bedrag van de voorlopige rechten overeenkomstig artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening te bepalen. Bij de vaststelling van het belang van de Unie werd gekeken naar alle voor dit onderzoek relevante informatie, zoals de reservecapaciteit in het land van uitvoer, mededinging met betrekking tot grondstoffen en het effect op de toeleveringsketens van ondernemingen in de Unie.

(277)

De Commissie ging actief op zoek naar informatie van belanghebbenden die haar in staat zou stellen te bepalen of lid 2 dan wel lid 2 bis van dit artikel van toepassing is. Alle belanghebbenden werden verzocht de relevante informatie te verstrekken zoals vermeld in het bericht van inleiding. Er werd een specifieke vragenlijst naar de Chinese overheid gestuurd, en er werd ook om informatie gevraagd via de vragenlijsten die bij de inleiding van de procedure aan alle belanghebbenden ter beschikking werden gesteld.

6.2.1.1.   Reservecapaciteit in het land van uitvoer

(278)

De producenten-exporteurs beschikken over een reservecapaciteit voor PBTC van meer dan 25 kt, wat bijna het dubbele was van het verbruik in de Unie in het onderzoektijdvak. Daarom is er een potentieel en een stimulans voor de invoer met dumping van PBTC uit de VRC om in aanzienlijke hoeveelheden op de markt van de Unie te blijven komen, zelfs als het niveau van de rechten wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening.

6.2.1.2.   Concurrentie met betrekking tot grondstoffen

(279)

Bij de beoordeling van de concurrentie op het gebied van grondstoffen lag de nadruk op fosfortrichloride (PCl3). De grondstoffen die nodig zijn voor de productie van PCl3 zijn gele fosfor (P4) en chloor (Cl2). Het belangrijkste basisproduct voor de productie van PCl3 is gele fosfor, wat zowel in de Unie als in de VRC een upstreambasisproduct is voor de productie van PBTC. Het is in feite op het niveau van de gele fosfor dat er sterke concurrentie op het gebied van grondstoffen bestaat. Gele fosfor wordt wereldwijd slechts in enkele regio’s geproduceerd waar fosfaatreserves beschikbaar zijn, namelijk in de VRC, Kazachstan en de Verenigde Staten.

(280)

Terwijl fosfor in de VRC binnenlands beschikbaar is, heeft de producent in de Unie geen binnenlandse bron en moet hij die uit derde landen invoeren, voornamelijk uit Kazachstan of de VRC, en het op de open markt kopen, waar de prijzen onderhevig zijn aan mondiale vraag- en aanboddynamiek, energiekosten en geopolitieke factoren. In tegenstelling tot zijn Chinese tegenhangers profiteert de producent in de Unie niet van uitvoerbeperkingen die hem tegen prijsvolatiliteit kunnen beschermen. Dit structurele nadeel aan de aanbodzijde plaatst downstreamgebruikers van fosfor in de Unie, met inbegrip van de klager, in een aanzienlijk minder gunstige positie dan de Chinese producenten-exporteurs. Dit geldt zelfs wanneer die Chinese producenten gele fosfor niet rechtstreeks inkopen, maar deze in plaats daarvan indirect betrekken — reeds geïntegreerd in PCl3 en vervolgens in dimethylfosfiet, dat het onmiddellijke upstreambasisproduct voor de productie van PBTC is.

6.2.1.3.   Effect op de toeleveringsketens van ondernemingen in de Unie

(281)

Bij gebrek aan informatie over de toeleveringsketen voor fosfor voor de ondernemingen in de Unie werden de mogelijke gevolgen van maatregelen op het niveau van de dumpingmarge alleen geanalyseerd voor de downstreamtoeleveringsketen — de verwerkende ondernemingen van PBTC.

(282)

Alle 25 bekende gebruikers werden verzocht informatie te verstrekken, waaronder een beoordeling van de gevolgen voor de toeleveringsketens in het geval dat maatregelen zouden worden ingesteld. De zeer beperkte medewerking van de verwerkende ondernemingen (minder dan 10 % van de EU-markt voor PBTC) wijst erop dat deze geen ingrijpende verstoringen verwachten als gevolg van de instelling van rechten, ondanks het feit dat de twee meewerkende gebruikers rekening houden met een verminderde beschikbaarheid van PBTC, hogere prijzen en de mogelijke noodzaak om in hun productieproces over te schakelen op een alternatieve chemische stof.

(283)

De toereikende reservecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie, die het totale verbruik in de Unie kan dekken, wordt geacht de toelevering van PBTC op lange termijn zeker te stellen.

(284)

Zonder invoer met dumping zou de bedrijfstak van de Unie naar verwachting de productie verhogen en de capaciteitsbenutting verbeteren, waardoor de kosten per eenheid zouden dalen en de bedrijfstak in staat zou zijn om bij lagere verkoopprijzen winstgevend te blijven. Dit zou de beschikbaarheid van lokaal geproduceerd materiaal voor downstreamgebruikers vergroten, waardoor hun afhankelijkheid van toeleveringsketens in derde landen zou afnemen en hun veerkracht op het gebied van de bevoorrading zou worden versterkt.

6.2.2.   Conclusie inzake het belang van de Unie uit hoofde van artikel 7, lid 2 ter, van de basisverordening

(285)

Nadat zij alle voor dit onderzoek relevante informatie had beoordeeld, kwam de Commissie tot de conclusie dat het in het belang van de Unie is om de hoogte van de voorlopige rechten vast te stellen overeenkomstig artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening.

6.3.   Conclusie inzake het niveau van de maatregelen

(286)

Na bovenstaande beoordeling moeten de voorlopige antidumpingrechten overeenkomstig artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening als volgt worden vastgesteld:

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge (%)

Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co., Ltd

210,4

Nantong Uniphos Chemicals Co., Ltd

219,4

Shandong Taihe Technologies Co., Ltd

182,9

Niet in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs

200,4

Alle andere Chinese producenten-exporteurs

219,4

7.   BELANG VAN DE UNIE

(287)

Nadat de Commissie had besloten om artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening toe te passen, heeft zij ook onderzocht of zij duidelijk kon concluderen dat het niet in het belang van de Unie was om in dit geval maatregelen te nemen, ondanks de vaststelling van schadeveroorzakende dumping, overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een afweging van alle betrokken belangen, met inbegrip van die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en gebruikers.

7.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(288)

Zoals uiteengezet in overweging 190, werd PBTC tijdens het onderzoektijdvak vervaardigd door één enkele producent in de Unie, Lanxess.

(289)

In een situatie waarin de productievolumes en de verkoop in de Unie tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk daalden en de bedrijfstak van de Unie zware verliezen leed, terwijl hij werd geconfronteerd met een instroom van PBTC-invoer met dumping uit de VRC, zal de instelling van antidumpingrechten naar verwachting de eerlijke handelsvoorwaarden op de markt van de Unie voor PBTC herstellen. Het herstel van een gelijk speelveld zou een einde maken aan de verhindering van prijsverhogingen en de bedrijfstak van de Unie in staat stellen zich te herstellen, zijn winstgevendheid te verbeteren en zijn personeelsbestand in stand te houden.

(290)

Als er geen maatregelen worden genomen, lijkt een verdere verslechtering van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie zeer waarschijnlijk. Zonder doeltreffende corrigerende maatregelen loopt de enige producent in de Unie immers een ernstig risico dat hij zijn productie volledig moet stoppen. Als gevolg daarvan zouden de gebruikers van PBTC in de Unie geen andere optie hebben dan afhankelijk te zijn van de invoer uit de VRC.

(291)

Bovendien zouden eventuele negatieve gevolgen van de maatregelen voor importeurs of gebruikers beperkt zijn (zie de afdelingen 7.2 en 7.3) en in dit geval worden gecompenseerd door het belang van de bedrijfstak van de Unie.

(292)

De Commissie heeft daarom geconcludeerd dat het in het belang van de bedrijfstak van de Unie is om antidumpingrechten in te stellen.

7.2.   Belang van niet-verbonden importeurs

(293)

Wat de niet-verbonden importeurs betreft, heeft één groep bedrijven (Connect Chemicals), bestaande uit drie importeurs, aan dit onderzoek meegewerkt door de vragenlijst van de Commissie te beantwoorden. Connect Chemicals heeft zich tegen mogelijke antidumpingmaatregelen verzet. Voor de importeur vertegenwoordigen de wederverkopen van PBTC slechts [0-10] % van de totale omzet. Zelfs indien de maatregelen ten aanzien van PBTC worden ingesteld, zullen de gevolgen voor de activiteiten van de importeur dus verwaarloosbaar zijn. Er wordt aan herinnerd dat de maatregelen gericht zijn op het herstel van eerlijke handelsvoorwaarden tussen in de Unie geproduceerde PBTC en PBTC uit de VRC en dat importeurs niet zullen worden belet PBTC uit de VRC te blijven invoeren.

7.3.   Belang van de gebruikers

(294)

De belangrijkste toepassingen van PBTC zijn i) industriële en institutionele reiniging, en ii) industriële en afvalwaterzuivering. In het onderhavige geval hebben zich gebruikers gemeld die in beide segmenten actief zijn.

(295)

Slechts twee gebruikers (Hypred en Kurita) met meer gespecialiseerde toepassingen voor PBTC (voornamelijk actief in respectievelijk de landbouw/levensmiddelenreiniging en industriële waterzuivering) hebben echter de gebruikersvragenlijst beantwoord die aan het begin van het onderzoek beschikbaar was gesteld. Andere gebruikers hebben aan het onderzoek deelgenomen zonder de specifieke gebruikersvragenlijst in te vullen.

(296)

Voor Hypred en Kurita bleek uit hun financiële prestaties dat zij gezonde winstmarges van [2-10] % hadden. Bovendien bleek uit de opmerkingen van deze gebruikers dat het aandeel van PBTC in hun productiekosten beperkt was en over het algemeen niet meer dan 10 % van de productiekosten uitmaakte. Bovendien bedroegen hun inkomsten uit de producten waarin PBTC was verwerkt niet meer dan 10-25 % van de totale bedrijfsinkomsten. Bovendien was een deel van de PBTC die werd ingekocht door de gebruikers die zich kenbaar hadden gemaakt, ook afkomstig van de bedrijfstak van de Unie (15-35 %). Indien de voorgestelde maatregelen zouden worden ingesteld, zouden de gevolgen voor de totale winstgevendheid van de gebruikers naar verwachting beperkt zijn (en in elk geval niet meer dan 1 procentpunt bedragen).

(297)

Bovendien is het in het kader van de analyse van het belang van de gebruikers opmerkelijk dat Kurita heeft erkend dat de belangrijkste oorzaak van de schade de invoer van PBTC uit de VRC lijkt te zijn.

(298)

Zowel Kurita als Hypred hebben aangevoerd dat wat een overschakeling op andere leveringsbronnen dan de invoer uit de VRC betreft, de bedrijfstak van de Unie niet aan de vraag naar PBTC zou kunnen voldoen.

(299)

De partijen hebben geen bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de enige producent in de Unie niet in staat zouden zijn in de vraag van de gebruikers in de Unie te voorzien. Hoewel de producent in de Unie het exploitatieniveau op een krimpende markt mogelijk heeft verlaagd, zoals uiteengezet in overweging 215, bleef de productiecapaciteit gedurende de gehele beoordelingsperiode stabiel en toereikend. Specifiek lag de productiecapaciteit van Lanxess meer dan 5 000 ton boven het verbruik in de Unie. De producent in de Unie is dus in staat om in de voorzieningsbehoeften van de verwerkende ondernemingen te voorzien, ongeacht de invoerstromen uit de VRC.

(300)

In het licht van de bovenstaande elementen, waaruit blijkt dat eventuele maatregelen slechts een beperkt effect zouden hebben op de gebruikers van PBTC, wordt geconcludeerd dat de mogelijke voordelen voor de gebruikers wanneer er geen maatregelen worden genomen tegen de invoer van PBTC uit de VRC, niet opwegen tegen de negatieve gevolgen (in het uiterste geval het verdwijnen van de bedrijfstak van PBTC) die de huidige situatie voor de bedrijfstak van de Unie zou hebben.

7.4.   Conclusie betreffende het belang van de Unie

(301)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er geen dwingende redenen zijn om te besluiten dat het niet in het belang van de Unie zou zijn om in dit stadium van het onderzoek maatregelen in te stellen ten aanzien van de invoer van PBTC van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

8.   VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(302)

Op basis van de conclusies van de Commissie inzake dumping, schade, het oorzakelijk verband, de hoogte van de maatregelen en het belang van de Unie moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Unie nog meer schade lijdt door de invoer met dumping.

(303)

In overeenstemming met artikel 7, lid 2 bis, van de basisverordening moeten voorlopige antidumpingmaatregelen worden ingesteld ten aanzien van de invoer van PBTC van oorsprong uit de VRC. In overweging 285 heeft de Commissie geconcludeerd dat het passende niveau om de schade weg te nemen de dumpingmarge is.

(304)

Op basis van het voorgaande moeten de voorlopige antidumpingrechten, uitgedrukt in cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, als volgt worden vastgesteld:

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge (%)

Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co., Ltd

210,4

Nantong Uniphos Chemicals Co., Ltd

219,4

Shandong Taihe Technologies Co., Ltd

182,9

Niet in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs, opgenomen in de bijlage

200,4

Alle andere Chinese producenten-exporteurs

219,4

(305)

De bij deze verordening voor bepaalde ondernemingen vastgestelde individuele antidumpingrechten zijn vastgesteld op basis van de bevindingen van dit onderzoek. Daarin wordt derhalve de situatie weerspiegeld die bij het onderzoek voor die ondernemingen werd geconstateerd. Deze rechten zijn uitsluitend van toepassing op het betrokken product van oorsprong uit het betrokken land dat is geproduceerd door de genoemde juridische entiteiten. Op de invoer van het betrokken product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die aan de specifiek genoemde ondernemingen verbonden zijn, is het recht van toepassing dat geldt voor “alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land”. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(306)

Om het risico van ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De heffing van individuele antidumpingrechten is enkel van toepassing wanneer aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd. Deze factuur moet voldoen aan de in artikel 1 van deze verordening vastgestelde vereisten. Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, moet de invoer worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land”.

(307)

Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle vereisten van artikel 1 van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving.

(308)

Indien de uitvoer door een van de ondernemingen waarvoor een lager individueel recht geldt, na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van de maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is de individuele rechten in te trekken en een voor het gehele land geldend recht in te stellen.

9.   REGISTRATIE

(309)

Zoals vermeld in overweging 3, heeft de Commissie de invoer van het betrokken product aan registratie onderworpen. De registratie vond plaats om het mogelijk te maken met terugwerkende kracht rechten te innen overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de basisverordening.

(310)

In het licht van de voorlopige bevindingen moet de registratie van de invoer worden beëindigd.

(311)

In dit stadium van de procedure is geen besluit genomen over een mogelijke toepassing met terugwerkende kracht van antidumpingmaatregelen.

10.   INFORMATIE OVER VOORLOPIGE MAATREGELEN

(312)

Overeenkomstig artikel 19 bis van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden op de hoogte gebracht van de beoogde instelling van voorlopige rechten. Deze informatie is ook openbaar gemaakt op de website van DG Handel. Belanghebbenden hebben drie werkdagen de tijd gekregen om opmerkingen in te dienen over de juistheid van de berekeningen die specifiek aan hen zijn meegedeeld.

(313)

Er zijn geen opmerkingen over de juistheid van de berekeningen ontvangen.

11.   SLOTBEPALINGEN

(314)

Met het oog op het beginsel van behoorlijk bestuur nodigt de Commissie de belanghebbenden uit schriftelijk te reageren en/of binnen een vaste termijn een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen.

(315)

De bevindingen betreffende de instelling van voorlopige rechten zijn voorlopig en kunnen in het definitieve stadium van het onderzoek worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op de invoer van 2-fosfonobutaan-1,2,4-tricarbonzuur en het natriumzout daarvan, tetranatriumwaterstof-2-fosfonatobutaan-1,2,4-tricarboxylaat, in vaste vorm of in een waterige oplossing, momenteel ingedeeld onder de GN-code 2931 49 80 (Taric-code 2931 49 80 60), CAS RN 37971-36-1 en 66669-53-2, CUS 0027475-9 en 0087281-1, in de Europese Unie geregistreerd onder de EG-nummers (“Europese Gemeenschap”) 253-733-5 en 266-442-3 en van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   Het voorlopige antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van het in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde product is als volgt:

Land van oorsprong

Onderneming

Voorlopig antidumpingrecht (%)

Aanvullende Taric-code

Volksrepubliek China

Jiyuan Qingyuan Water Treatment Co., Ltd

210,4

88CI

Volksrepubliek China

Nantong Uniphos Chemicals Co., Ltd

219,4

88CJ

Volksrepubliek China

Shandong Taihe Technologies Co., Ltd

182,9

88CK

Volksrepubliek China

Andere meewerkende ondernemingen opgenomen in de bijlage

200,4

Zie bijlage

Volksrepubliek China

Alle overige invoer van oorsprong uit het betrokken land

219,4

8999

3.   De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die als volgt luidt: “Ondergetekende verklaart dat de (volume in de door ons gebruikte eenheid) (betrokken product) die naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in (het betrokken land). Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.” Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat geldt voor alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

4.   Bij het in het vrije verkeer brengen in de Unie van het in lid 1 genoemde product wordt een zekerheid gesteld die gelijk is aan het bedrag van het voorlopige recht.

5.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

1.   Belanghebbenden moeten hun schriftelijke opmerkingen inzake deze verordening binnen 15 kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie indienen.

2.   Belanghebbenden die om een hoorzitting bij de Commissie willen verzoeken, moeten dit binnen vijf kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening doen.

3.   Belanghebbenden die willen worden gehoord door de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures, kunnen binnen vijf kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening hiertoe een verzoek indienen. De raadadviseur-auditeur kan buiten deze termijn ingediende verzoeken beoordelen en kan in voorkomend geval besluiten die verzoeken te aanvaarden.

Artikel 3

1.   De douaneautoriteiten wordt opgedragen de bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2385 ingestelde registratie van de invoer te beëindigen.

2.   Gegevens die zijn verzameld met betrekking tot producten die ten hoogste 90 dagen vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening ten verbruik in de EU zijn ingevoerd, worden bewaard tot eventuele definitieve maatregelen in werking treden of tot deze procedure is beëindigd.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 mei 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.

(2)  Bericht van inleiding van een antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde alkylfosfonzuren en natriumzouten daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C,C/2025/5021, 18.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/5021/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2385 van de Commissie van 27 november 2025 tot onderwerping van de invoer van bepaalde alkylfosfonzuren en natriumzouten daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China aan registratie (PB L, 2025/2385, 28.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2385/oj).

(4)   https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2813.

(5)  Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations”, 10 april 2024 (SWD(2024) 91 final).

(6)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 74.

(7)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 64, 65 en 66.

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1064 van de Commissie van 9 april 2024 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde alkylfosfaatesters van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L, 2024/1064, 10.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1064/oj).

(9)  Uitvoeringsverordening (EU) 2022/116 van de Commissie van 27 januari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op acesulfaamkalium van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 19 van 28.1.2022, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/116/oj).

(10)  Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2180 van de Commissie van 16 oktober 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/607 van de Commissie tot instelling van een definitief antidumpingrecht op citroenzuur van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot uit Maleisië verzonden citroenzuur, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, naar aanleiding van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur op grond van artikel 11, lid 4, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2023/2180, 17.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2180/oj).

(11)  Uitvoeringsverordening (EU) 2021/633 van de Commissie van 14 april 2021 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op mononatriumglutamaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Indonesië naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 132 van 19.4.2021, blz. 63, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/633/oj).

(12)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 4.1.3.

(13)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 91.

(14)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 92, 93 en 94.

(15)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 95.

(16)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 103.

(17)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 104.

(18)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punt 105; zie ook voetnoot 4.

(19)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 106-109.

(20)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 111-120.

(21)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 121-124.

(22)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 125-128.

(23)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 129-141.

(24)  Klacht (niet-vertrouwelijke versie), punten 142 en 143.

(25)  Rapport — hoofdstuk 2, blz. 7.

(26)  Rapport — hoofdstuk 2, blz. 7 en 8.

(27)  Zie http://finance.people.com.cn/n1/2026/0128/c1004-40654753.html (geraadpleegd op 5 maart 2026).

(28)  Rapport — hoofdstuk 2, blz. 10, 18.

(29)  Beschikbaar op http://www.npc.gov.cn/zgrdw/englishnpc/Constitution/node_2825.htm (geraadpleegd op 8 april 2024).

(30)  Rapport — hoofdstuk 2, blz. 29 en 30.

(31)  Rapport — hoofdstuk 4, blz. 57, 92.

(32)  Rapport — hoofdstuk 6, blz. 149 en 150.

(33)  Rapport — hoofdstuk 6, blz. 153-171.

(34)  Rapport — hoofdstuk 7, blz. 204 en 205.

(35)  Rapport — hoofdstuk 8, blz. 207, 208, 242 en 243.

(36)  Rapport — hoofdstuk 2, blz. 19-24, hoofdstuk 4, blz. 69, blz. 99 en 100, hoofdstuk 5, blz. 130 en 131.

(37)  Zie https://www.thwater.com/rongyu.html (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(38)  Zie http://www.qyscl.com.cn/index.php/about/31#31 (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(39)  Zie https://www.uniphos.com.cn/ (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(40)  Zie https://en.jsac.com.cn/ (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(41)  Zie het jaarverslag 2024 van Nantong Jiangshan Agrochemicals and Chemicals Co. Ltd, blz. 83, beschikbaar op: https://www.jsac.com.cn/uploadfile/202504/cd9fba280fea622.pdf (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(42)  Zie https://chemicalresearchinsight.com/2025/11/01/top-10-companies-in-the-yellow-phosphorus-industry-2025-market-leaders-powering-global-chemicals/ (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(43)  Zie https://www.xingfagroup.com/ (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(44)  Zie het jaarverslag 2024 van Hubei Xingfa Chemicals Group, blz. 74, beschikbaar op: https://file.finance.sina.com.cn/211.154.219.97:9494/MRGG/CNSESH_STOCK/2025/2025-4/2025-04-01/10835918.PDF (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(45)  Zie http://en.yunphos.com/ (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(46)  Zie https://ypc123456.en.made-in-china.com/ (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(47)  Zie het jaarverslag 2024 van Shenma Industrial Co. Ltd, blz. 115, beschikbaar op: http://file.finance.sina.com.cn/211.154.219.97:9494/MRGG/CNSESH_STOCK/2025/2025-3/2025-03-25/10802990.PDF (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(48)  Artikel 33 van de statuten van de CCP, artikel 19 van het Chinese vennootschapsrecht. Zie Rapport — hoofdstuk 3, blz. 47-50.

(49)  Zie bladzijde 23 van de Catalogus met richtsnoeren voor de structurele aanpassing van de industrie van 2024, beschikbaar op: https://www.ndrc.gov.cn/xxgk/zcfb/fzggwl/202312/t20231229_1362999.html (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(50)  Ibidem, blz. 110.

(51)  Ibidem, blz. 87.

(52)  14e vijfjarenplan voor grondstoffen, afdelingen IV.3 en IV.1, beschikbaar op: https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/tz/art/2021/art_2960538d19e34c66a5eb8d01b74cbb20.html (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(53)  Zie https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/202401/content_6923991.htm (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(54)  Rapport — hoofdstuk 2, blz. 24-27.

(55)  Zie http://www.cpcif.org.cn/detail/40288043661e27fb01661e386a3f0001?e=1 (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(56)  Zie http://www.cpcif.org.cn/detail/39747711-f959-4eb8-8a59-0f3f776ae8e0 (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(57)  Zie http://www.cpcif.org.cn/list/40288043661dc14701661ddbe0980010 (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(58)  Zie http://www.cpcif.org.cn/detail/78f4fdd0-52c0-429d-b47b-a34ee66ff54f (geraadpleegd op 20 maart 2026).

(59)  Rapport — hoofdstuk 3, blz. 40.

(60)  Zie bijvoorbeeld: Blanchette, J., Xi’s Gamble: The Race to Consolidate Power and Stave off Disaster; Foreign Affairs, deel 100, nummer 4, juli/augustus 2021, blz. 10-19.

(61)  Rapport — hoofdstuk 3, blz. 41.

(62)  Beschikbaar op https://www.reuters.com/article/us-china-congress-companies-idUSKCN1B40JU (geraadpleegd op 24 maart 2026).

(63)  Richtsnoeren van het Algemeen Bureau van het Centraal Comité van de CCP om in het nieuwe tijdperk de activiteiten van het Eenheidsfront in de particuliere sector op te voeren: www.gov.cn/zhengce/2020-09/15/content_5543685.htm (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(64)  Financial Times (2020), “Chinese Communist Party asserts greater control over private enterprise” (“Chinese Communistische Partij vergroot controle over particuliere ondernemingen”), https://on.ft.com/3mYxP4j (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(65)  Zie http://www.qyscl.com.cn/ (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(66)  Zie http://www.qyscl.com.cn/index.php/content/231 (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(67)  Zie het jaarverslag 2024 van Nantong Jiangshan Agrochemicals and Chemicals Co. Ltd, blz. 45, beschikbaar op: https://www.jsac.com.cn/uploadfile/202504/cd9fba280fea622.pdf (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(68)  Zie https://money.finance.sina.com.cn/corp/view/vCB_AllBulletinDetail.php?stockid=300801&id=11086997 (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(69)  Zie het jaarverslag 2024 van Hubei Xingfa Chemicals Group Co. Ltd, blz. 35, beschikbaar op: http://file.finance.sina.com.cn/211.154.219.97:9494/MRGG/CNSESH_STOCK/2025/2025-4/2025-04-01/10835918.PDF (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(70)  Zie https://news.hubeidaily.net/mobile/c_5118226.html (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(71)  Rapport — hoofdstuk 14, punten 14.1, 14.2 en 14.3.

(72)  Rapport — hoofdstuk 4, blz. 56, 57, 99 en 100.

(73)  Zie https://www.gov.cn/xinwen/2021-03/13/content_5592681.htm (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(74)  Ibidem, afdeling III.8.

(75)  Zie https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2021-12/29/content_5665166.htm (geraadpleegd op 12 maart 2026).

(76)  Ibidem, zie afdelingen IV.2 en IV.3.

(77)  Zie https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2021-12/03/content_5655701.htm (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(78)  Ibidem.

(79)  Zie https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/yj/art/2022/art_4ef438217a4548cb98c2d7f4f091d72e.html (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(80)  Zie https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/202401/content_6923991.htm (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(81)  Zie het 14e vijfjarenplan van Henan voor de hoogwaardige ontwikkeling van de be- en verwerkende industrie en de modernisering van de dienstensector 2021/49, afdeling III.1.

(82)  Zie https://www.jiyuan.gov.cn/zwgk/zfxxgk/zc/xzgfxwj/t829785.html (geraadpleegd op 24 maart 2026).

(83)  Zie http://gxt.shandong.gov.cn/module/download/downfile.jsp?classid=0&filename=17e54531cb74483596b5cca1a40ec8d8.pdf (geraadpleegd op 23 maart 2026).

(84)  Zie https://www.h2o-china.com/news/346173.html (geraadpleegd op 24 maart 2026).

(85)  Rapport — hoofdstuk 6, blz. 171-179.

(86)  Rapport — hoofdstuk 9, blz. 260 en 261.

(87)  Rapport — hoofdstuk 9, blz. 257-260.

(88)  Rapport — hoofdstuk 9, blz. 252, 253 en 254.

(89)  Rapport — hoofdstuk 13, blz. 360, 361, 364-370.

(90)  Rapport — hoofdstuk 13, blz. 366.

(91)  Rapport — hoofdstuk 13, blz. 370-373.

(92)  Rapport — hoofdstuk 6, blz. 137-140.

(93)  Rapport — hoofdstuk 6, blz. 146-149.

(94)  Rapport — hoofdstuk 6, blz. 149.

(95)  “Ad-hocsteun van de Chinese overheid aan banken”, officiële aankondiging, ministerie van Financiën, China, 29 maart 2025, https://www.mof.gov.cn/zhengwuxinxi/caizhengxinwen/202503/t20250329_3961036.htm (geraadpleegd op 12 maart 2026).

(96)  Zie het officiële beleidsdocument van de China Banking and Insurance Regulatory Commission van 28 augustus 2020: Three-year action plan for improving corporate governance of the banking and insurance sectors (2020-2022) (Driejarig actieplan ter verbetering van de corporate governance in de bank- en verzekeringssectoren (2020-2022)): http://www.hunan.gov.cn/zqt/zcsd/202009/t20200914_13727273.html (geraadpleegd op 24 maart 2026). In het plan wordt opgedragen “verder te handelen in de geest van de keynotespeech van secretaris-generaal Xi Jinping over de te boeken vooruitgang bij de hervorming van de corporate governance in de financiële sector”. Bovendien is afdeling II van het plan gericht op het bevorderen van de organische integratie van de leidende rol van de partij in de corporate governance: “Wij laten de integratie van het leiderschap van de Partij in de corporate governance systematischer, gestandaardiseerder en meer op basis van procedures verlopen […] Belangrijke operationele en managementkwesties moeten door het partijcomité zijn besproken voordat de raad van bestuur of de directie hierover een besluit neemt.”

(97)  Zie de mededeling van de CBIRC over de methode voor de beoordeling van de prestaties van handelsbanken, gepubliceerd op 15 december 2020: https://www.beijing.gov.cn/zhengce/zhengcefagui/qtwj/202204/t20220407_2656358.html (geraadpleegd op 24 maart 2026.).

(98)  Zie https://www.gov.cn/zhengce/content/202511/content_7047643.htm (geraadpleegd op 24 maart 2026).

(99)  Ibidem, afdeling 11.

(100)  Rapport — hoofdstuk 6, blz. 157 en 158.

(101)  Rapport — hoofdstuk 6, blz. 150, 151, 152, 156-160, 165-171.

(102)  OESO (2019), OECD Economic Surveys: China 2019, OECD Publishing, Parijs, blz. 29, beschikbaar op: https://doi.org/10.1787/eco_surveys-chn-2019-en (geraadpleegd op 27 maart 2026).

(103)   http://www.mof.gov.cn/zhengwuxinxi/caizhengxinwen/202006/t20200618_3534446.htm (geraadpleegd op 13 maart 2026).

(104)  World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income.

(105)  Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj), zoals gewijzigd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/749 van de Commissie van 24 februari 2017 tot wijziging van Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de schrapping van Kazachstan van de lijst van landen in bijlage I bij die verordening (PB L 113 van 29.4.2017, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/749/oj).

(112)  Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.

(113)   https://rshiny.ilo.org/dataexplorer96/?lang=en&segment=indicator&id=SDG_0851_SEX_OCU_NB_A.

(114)   https://www.gov.br/mme/pt-br/assuntos/secretarias/sntep/publicacoes/boletins-mensais-de-energia/boletins%20anos%20anteriores/2024/english.

(115)   https://www.sanel.eco.br/legislacao-e-tarifas/.

(116)   https://www1.eere.energy.gov/manufacturing/tech_assistance/pdfs/steam15_benchmark.pdf. De methode heeft betrekking op de kosten van verzadigde stoom voor typische waarden van de bedrijfsdruk en de temperatuur van het voedingswater. Bij de toepassing van de methode werd de berekening gebaseerd op het gebruik van druk en temperatuur door elke onderneming.

(117)  Er was sprake van een niet-materieel intern gebruik van PBTC, dat in aanmerking werd genomen voor verbruik en andere economische indicatoren.

(118)   https://cess.tax360.com.cn (laatst geraadpleegd op 27 maart 2026).

(119)   https://www.chemall.com.cn/news/search.php?kw=%E4%B8%89%E6%B0%AF%E5%8C%96%E7%A3%B7&page=4 (laatst geraadpleegd op 27 maart 2026).


BIJLAGE

Niet in de steekproef opgenomen meewerkende Chinese producenten-exporteurs

Naam

Aanvullende Taric-code

SHANDONG GREEN TECHNOLOGIES IMPORT AND EXPORT CO., LTD

88CL

HEBEI LONGKE WATER TREATMENT CO., LTD

88CM


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/1045/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)