European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/895

27.4.2026

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2026/895 VAN DE COMMISSIE

van 24 april 2026

tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/2126 wat betreft de vaststelling van de jaarlijkse emissieruimten voor de lidstaten voor de periode 2026 tot en met 2030

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (1), en met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/2126 van de Commissie (2) bevat de jaarlijkse emissieruimten van de lidstaten voor de periode 2021 tot en met 2030 overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2018/842, aangepast overeenkomstig artikel 10 van die verordening.

(2)

Overeenkomstig artikel 4, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EU) 2018/842 moeten de jaarlijkse emissieruimten voor elke lidstaat voor de jaren 2021 tot en met 2030 worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 4, lid 2, van die verordening bedoelde lineaire trajecten. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2018/842 moet elke lidstaat ervoor zorgen dat zijn broeikasgasemissies in de jaren 2026 tot en met 2030 niet hoger liggen dan de grenswaarde bepaald door een lineair traject, beginnend op negen twaalfde van de afstand van 2023 tot 2024, met het gemiddelde emissieniveau van de lidstaat in de jaren 2021, 2022 en 2023 en eindigend in 2030 op de grenswaarde die voor die lidstaat in kolom 2 van bijlage I bij die verordening is vastgelegd. Overeenkomstig artikel 4, lid 3, vierde alinea, van Verordening (EU) 2018/842 moeten de jaarlijkse emissieruimten voor de lidstaten voor de jaren 2026 tot en met 2030 worden bepaald op basis van de waarde van de broeikasgasemissies uit 2005 voor elke lidstaat, zoals vermeld door de Commissie overeenkomstig de tweede alinea van dat lid, en op basis van een algehele evaluatie van de recentste nationale inventarisgegevens voor de jaren 2021, 2022 en 2023.

(3)

Overeenkomstig artikel 38, lid 1 bis, van Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad (3) heeft de Commissie een algehele evaluatie uitgevoerd van de recentste door de lidstaten op grond van artikel 26, lid 3, van die verordening ingediende broeikasgasinventarisgegevens. De evaluatie werd uitgevoerd met behulp van het Europees Milieuagentschap en op 28 augustus 2025 afgerond (4).

(4)

Op basis van de resultaten van de algehele evaluatie is het daarom passend de waarden van de jaarlijkse emissieruimten vast te stellen voor de jaren 2026 tot en met 2030. Hoewel de waarden van de jaarlijkse emissieruimten enkel voor de jaren 2026 tot en met 2030 moeten worden vastgesteld, is het met het oog op duidelijkheid passend om bijlage II bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/2126 in zijn geheel te vervangen.

(5)

De resulterende waarden van de jaarlijkse emissieruimten voor de jaren 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030 moeten worden aangepast overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2018/842. Broeikasgasemissies van vaste installaties die van het EU-emissiehandelssysteem zijn uitgesloten voor de periode van vijf jaar die ingaat op 1 januari 2026, overeenkomstig artikel 27 van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (5), zoals door de lidstaten gemeld overeenkomstig dat artikel, vallen binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2018/842. Daarom worden de van het plafond afgetrokken hoeveelheden opgeteld bij de jaarlijkse emissieruimten van de desbetreffende lidstaten voor de jaren 2026, 2027, 2028, 2029 en 2030.

(6)

Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/2126 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité klimaatverandering,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/2126 wordt vervangen door de tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 24 april 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 156 van 19.6.2018, blz. 26, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/842/oj.

(2)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2020/2126 van de Commissie van 16 december 2020 tot vaststelling van de jaarlijkse emissieruimten voor de lidstaten voor de periode 2021 tot en met 2030 overeenkomstig Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 426 van 17.12.2020, blz. 58, ELI: https://data.europa.eu/eli/dec_impl/2020/2126/oj).

(3)  Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1999/oj).

(4)  Ares(2026)2480379, https://climate.ec.europa.eu/eu-action/effort-sharing-member-states-emission-targets/effort-sharing-2021-2030-targets-and-flexibilities_en.

(5)  Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/87/oj).


BIJLAGE

BIJLAGE II

Jaarlijkse emissieruimten voor elke lidstaat voor elk jaar van 2021 tot en met 2030 overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) 2018/842, aangepast overeenkomstig artikel 10 van die verordening

Lidstaat

Aangepaste waarde van de jaarlijkse emissieruimte in ton CO2-equivalent

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

België

71 141 629

69 130 741

65 895 769

62 660 796

59 425 824

57 023 357

53 580 258

50 137 160

46 694 061

43 250 962

Bulgarije

27 116 956

25 159 860

24 526 596

23 893 332

23 260 068

23 010 754

22 281 502

21 552 251

20 822 999

20 093 747

Tsjechië

65 984 531

60 913 974

59 309 017

57 704 060

56 099 103

54 024 445

52 536 914

51 049 382

49 561 850

48 074 318

Denemarken

32 127 535

31 293 868

29 905 140

28 516 412

27 127 684

27 338 844

25 550 144

23 761 444

21 972 744

20 184 045

Duitsland

427 306 142

413 224 443

391 872 325

370 518 122

349 163 918

338 792 545

314 697 749

290 602 810

266 507 870

242 412 930

Estland

6 223 937

6 001 620

5 840 050

5 678 481

5 516 911

5 331 718

5 176 055

5 020 391

4 864 727

4 709 063

Ierland

43 479 402

42 357 392

40 520 068

38 682 744

36 845 421

38 089 930

35 482 148

32 874 366

30 266 584

27 658 802

Griekenland

46 227 407

46 969 645

47 184 382

47 399 120

47 613 857

46 592 989

47 116 628

47 640 266

48 163 905

48 687 544

Spanje

200 997 922

198 671 005

192 805 142

186 904 935

181 004 728

178 361 063

171 686 603

165 010 160

158 333 716

151 657 273

Frankrijk

335 726 735

326 506 522

312 021 691

297 535 364

283 049 038

277 105 578

260 481 351

243 857 073

227 232 794

210 608 516

Kroatië

17 661 355

16 544 497

16 357 415

16 170 092

15 982 770

16 954 194

16 477 185

16 000 165

15 523 144

15 046 123

Italië

273 503 734

268 765 611

259 438 502

250 077 347

240 716 193

247 152 398

233 833 243

220 512 543

207 191 842

193 871 141

Cyprus

4 072 960

3 980 718

3 845 808

3 710 898

3 575 989

3 620 385

3 440 649

3 260 912

3 081 176

2 901 440

Letland

10 649 507

8 854 834

8 640 002

8 425 170

8 210 339

7 977 940

7 767 500

7 557 060

7 346 620

7 136 180

Litouwen

16 112 304

13 717 534

13 292 727

12 867 920

12 443 113

12 290 077

11 797 328

11 304 578

10 811 828

10 319 078

Luxemburg

8 406 740

8 147 070

7 760 948

7 374 826

6 988 704

6 525 372

6 158 552

5 791 733

5 424 913

5 058 094

Hongarije

49 906 277

43 342 400

42 785 010

42 227 619

41 670 229

41 908 380

41 152 104

40 395 828

39 639 553

38 883 277

Malta

2 065 044

1 239 449

1 187 854

1 136 258

1 084 663

1 199 907

1 106 602

1 013 297

919 992

826 687

Nederland

98 513 233

96 677 516

92 920 117

89 162 718

85 405 318

79 832 107

76 528 661

73 225 214

69 921 768

66 618 322

Oostenrijk

48 768 448

47 402 495

45 181 662

42 960 829

40 739 996

40 632 856

37 883 600

35 134 344

32 385 088

29 635 832

Polen

215 005 372

204 376 828

198 630 308

192 883 787

187 137 267

184 797 850

178 199 554

171 601 257

165 002 961

158 404 664

Portugal

42 526 461

40 821 093

40 059 679

39 296 448

38 533 217

37 913 841

37 113 751

36 313 581

35 513 412

34 713 243

Roemenië

87 878 093

76 914 871

75 837 989

74 761 106

73 684 224

72 578 677

71 508 960

70 439 244

69 369 528

68 299 811

Slovenië

11 403 194

11 107 762

10 813 744

10 515 484

10 217 224

9 897 871

9 601 272

9 304 504

9 007 735

8 710 966

Slowakije

23 410 477

21 151 422

20 743 118

20 334 813

19 926 509

19 109 641

18 803 478

18 497 314

18 191 151

17 884 988

Finland

28 840 335

27 970 110

26 626 337

25 282 565

23 938 792

23 186 983

21 695 220

20 203 456

18 711 693

17 219 929

Zweden

31 331 358

30 731 996

29 592 278

28 452 560

27 312 842

25 502 177

24 530 196

23 558 215

22 586 234

21 614 253


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/895/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)