European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/894

22.4.2026

BESLUIT (GBVB) 2026/894 VAN DE RAAD

van 21 april 2026

betreffende een partnerschapsmissie van de Europese Unie in Armenië (EUPM Armenia)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 42, lid 4, en artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 14 juli 2025 hadden de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Europese Commissie een ontmoeting met de premier van de Republiek Armenië om het groeiende partnerschap tussen de Unie en Armenië te herbevestigen en verder te ontwikkelen.

(2)

Op 2 december 2025 keurde de Partnerschapsraad EU-Armenië een nieuwe strategische agenda voor het partnerschap EU-Armenië goed. Voortbouwend op de basis van de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst EU-Armenië wordt met de strategische agenda een belangrijke stap voorwaarts gezet in de verdieping van de betrekkingen op een groot aantal gebieden, waaronder veiligheid en defensie.

(3)

In een aan de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid gerichte brief van 12 december 2025 heeft de minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek Armenië de Unie verzocht om in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) een civiele missie in Armenië in te zetten.

(4)

Op 5 maart 2026 heeft het Politiek en Veiligheidscomité zijn goedkeuring gehecht aan een politiek kader voor crisisaanpak in de Republiek Armenië.

(5)

Op 9 april 2026 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan een crisisbeheersingsconcept voor een mogelijke civiele GVDB-missie in de Republiek Armenië. Een GVDB-missie moet daarom worden opgezet.

(6)

De GVDB-missie in de Republiek Armenië zal worden uitgevoerd in een situatie die mogelijk zal verslechteren en die de verwezenlijking van de in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde doelstellingen van het externe optreden van de Unie in de weg kan staan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Missie

De Unie richt een civiele partnerschapsmissie van de Europese Unie in de Republiek Armenië (EUPM Armenia) op in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

Artikel 2

Mandaat

1.   EUPM Armenia vergroot de weerbaarheid van Armenië op het gebied van hybride dreigingen door strategisch advies alsook advies en ondersteuning op operationeel niveau te verstrekken aan de betrokken agentschappen in de veiligheidssector, in overeenstemming met een overheidsbrede aanpak en in nauwe coördinatie met andere gelijkgestemde actoren.

2.   Daartoe doet EUPM Armenia het volgende:

a)

de betrokken ministeries en agentschappen bijstaan bij het vergroten van de weerbaarheid tegen hybride dreigingen door:

i)

strategisch advies te verstrekken over de ontwikkeling van strategieën, beleid en protocollen voor het tegengaan van hybride dreigingen, waaronder buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (foreign information manipulation and interference — FIMI) en cyberdreigingen, alsook illegale geldstromen in de electorale en politieke context, en voor het verbeteren van de cyberbeveiliging en de weerbaarheid tegen FIMI;

ii)

een overheidsbrede aanpak en interinstitutionele coördinatie te ondersteunen door strategisch advies te verstrekken over hybride dreigingen met betrekking tot gestructureerde coördinatie, door het opstellen van gezamenlijke dreigingsbeoordelingen, en door een systematische betrokkenheid van de betrokken ministeries en agentschappen die mandaten hebben voor diverse aspecten van het tegengaan van hybride dreigingen en voor crisisbeheersing;

iii)

de behoefte inzake capaciteitsopbouw in de veiligheidssector in kaart te brengen voor monitoring, vroegtijdige waarschuwing, opsporing, identificatie, toeschrijving van en respons op hybride dreigingen, onder meer op het gebied van FIMI en cyberdreigingen, in overeenstemming met de methoden en normen van de Unie;

b)

de bovengenoemde activiteiten aanvullen door advies op operationeel niveau te verstrekken aan de betrokken ministeries en agentschappen op specifieke hybridegerelateerde gebieden, ondersteund door een projectcel die gerichte operationele steun biedt, in overeenstemming met de geïntegreerde aanpak van externe conflicten en crises en, voor zover mogelijk, in nauwe samenwerking met andere gelijkgestemde actoren.

3.   Het internationaal humanitair recht, de mensenrechten en het beginsel van gendergelijkheid, de bescherming van burgers en de agenda’s uit hoofde van de Resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties 1325 (2000) over vrouwen, vrede en veiligheid, 2250 (2015) over jongeren, vrede en veiligheid en 1612 (2005) over kinderen en gewapende conflicten worden volledig geïntegreerd en proactief opgenomen in de strategische en operationele planning, activiteiten en verslaglegging van EUPM Armenia.

Artikel 3

Bevelslijn en structuur

1.   EUPM Armenia heeft, als crisisbeheersingsoperatie onder het politieke toezicht en de strategische leiding van het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) en onder algemeen gezag van de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”), een geünificeerde bevelslijn.

2.   Het hoofdkwartier van EUPM Armenia bevindt zich in Armenië.

3.   EUPM Armenia wordt overeenkomstig de desbetreffende planningsdocumenten gestructureerd.

Artikel 4

Commandant civiele operaties

1.   De directeur van het hoofdkwartier voor civiele operaties (CivOpsHQ) is de commandant civiele operaties van EUPM Armenia. Het CivOpsHQ wordt ter beschikking gesteld van de commandant civiele operaties voor de planning en de uitvoering van EUPM Armenia.

2.   De commandant civiele operaties oefent, onder het politieke toezicht en de strategische leiding van het PVC en onder algemeen gezag van de hoge vertegenwoordiger, het commando over en de controle op EUPM Armenia op strategisch niveau uit.

3.   De commandant civiele operaties zorgt voor de adequate en doeltreffende uitvoering van de besluiten van de Raad en van het PVC met betrekking tot het verloop van de operaties, mede door het hoofd van de missie instructies te geven en door hem of haar advies en technische bijstand te verlenen.

4.   De commandant civiele operaties rapporteert aan de Raad via de hoge vertegenwoordiger.

5.   Alle gedetacheerde personeelsleden blijven onder het volledige gezag staan van de nationale autoriteiten van, respectievelijk, de detacherende staat overeenkomstig de nationale regels, de betrokken instelling van de Unie of de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO). Die autoriteiten dragen de operationele controle (Opcon) over hun personeel over aan de commandant civiele operaties.

6.   De commandant civiele operaties heeft de algehele verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de Unie zich goed van haar zorgplicht kwijt.

7.   De commandant civiele operaties en het hoofd van de EU-delegatie in Armenië plegen indien nodig onderling overleg.

Artikel 5

Hoofd van de missie

1.   Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor EUPM Armenia en oefent op het terrein het commando over en de controle op EUPM Armenia uit. Het hoofd van de missie ressorteert rechtstreeks onder de commandant civiele operaties en handelt overeenkomstig zijn of haar instructies.

2.   Het hoofd van de missie vertegenwoordigt EUPM Armenia binnen haar verantwoordelijkheidsgebied.

3.   Het hoofd van de missie draagt de administratieve en logistieke verantwoordelijkheid voor EUPM Armenia, met inbegrip van de verantwoordelijkheid voor de aan EUPM Armenia ter beschikking gestelde activa, middelen en informatie. Het hoofd van de missie kan, onder zijn of haar algehele verantwoordelijkheid, beheerstaken betreffende personeels- en financiële aangelegenheden delegeren aan personeelsleden van EUPM Armenia.

4.   Het hoofd van de missie geeft instructies met het oog op de effectieve uitvoering van EUPM Armenia op het terrein, en zorgt voor de coördinatie en de dagelijkse leiding ervan volgens de instructies van de commandant civiele operaties.

5.   Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor het tuchtrechtelijk toezicht op het personeel van EUPM Armenia. Ten aanzien van gedetacheerd personeel worden de tuchtrechtelijke maatregelen genomen door, respectievelijk, de nationale autoriteiten van de detacherende staat overeenkomstig nationale regels, de betrokken instelling van de Unie of de EDEO.

6.   Het hoofd van de missie krijgt, onverminderd de bevelslijn, ter plaatse politieke aansturing door het hoofd van de delegatie van de Unie in Armenië.

Artikel 6

Personeel

1.   EUPM Armenia bestaat voornamelijk uit personeel dat door de lidstaten, door de instellingen van de Unie of door de EDEO wordt gedetacheerd. Elke lidstaat, elke instelling van de Unie en de EDEO draagt de kosten voor de door hen gedetacheerde personeelsleden, met inbegrip van kosten voor vervoer van en naar het inzetgebied, salarissen, ziektekosten en andere vergoedingen dan dagvergoedingen.

2.   De lidstaat, de instelling van de Unie of de EDEO, naargelang het geval, is verantwoordelijk voor de afhandeling van met de detachering verband houdende schadeclaims van of betreffende de door hen gedetacheerde personeelsleden en voor het instellen van een eventuele vordering tegen die personen.

3.   EUPM Armenia kan op contractbasis internationaal en lokaal personeel aanwerven indien het door de lidstaten gedetacheerde personeel de vereiste functie niet kan vervullen. Bij wijze van uitzondering en in terdege gemotiveerde gevallen kunnen onderdanen van deelnemende derde staten op contractbasis worden aangeworven indien er geen geschikte kandidaten uit de deelnemende lidstaten beschikbaar zijn.

4.   De arbeidsvoorwaarden en de rechten en plichten van het internationale en het lokale personeel worden neergelegd in contracten tussen EUPM Armenia en het betrokken personeelslid.

Artikel 7

Status van EUPM Armenia en het personeel ervan

De status van EUPM Armenia en van haar personeel, in voorkomend geval inclusief de voorrechten, immuniteiten en overige waarborgen die nodig zijn voor de uitvoering en het vlotte verloop van EUPM Armenia, wordt vastgelegd in een overeenkomst op grond van artikel 37 VEU en in overeenstemming met de procedure van artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 8

Politieke controle en strategische leiding

1.   Het PVC oefent, onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de hoge vertegenwoordiger, de politieke controle van en de strategische leiding over EUPM Armenia uit. De Raad machtigt het PVC om voor dit doel de noodzakelijke besluiten te nemen overeenkomstig artikel 38, derde alinea, VEU. Die machtiging omvat de bevoegdheden om op voordracht van de hoge vertegenwoordiger een hoofd van de missie te benoemen en de bevoegdheid om het operatieplan (Oplan) te wijzigen. De beslissingsbevoegdheid met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van EUPM Armenia blijft berusten bij de Raad. De besluiten van het PVC inzake de benoeming van het hoofd van de missie worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Het PVC brengt op gezette tijden verslag uit aan de Raad.

3.   Het PVC ontvangt, op gezette tijden en indien nodig, verslagen die door de commandant civiele operaties en het hoofd van de missie zijn opgesteld over aangelegenheden die onder hun bevoegdheid vallen.

Artikel 9

Deelname van derde staten

1.   Onverminderd de beslissingsautonomie van de Unie en haar institutionele kader kunnen derde landen worden uitgenodigd om bij te dragen aan EUPM Armenia, met dien verstande dat zij de kosten dragen van het door hen gedetacheerde personeel, met inbegrip van salarissen, verzekering tegen alle risico’s, dagvergoedingen en kosten voor vervoer van en naar Armenië, en dat zij een passende bijdrage aan de werkingskosten van EUPM Armenia leveren.

2.   De derde staten die aan EUPM Armenia bijdragen, hebben bij het dagelijkse beheer van EUPM Armenia dezelfde rechten en plichten als de lidstaten.

3.   De Raad machtigt het PVC om de passende besluiten betreffende de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen te nemen en een comité van contribuanten in te stellen.

4.   De nadere regelingen betreffende de deelname van derde staten worden vastgelegd in overeenkomstig artikel 37 VEU gesloten overeenkomsten en, voor zover nodig, in aanvullende technische regelingen. Wanneer de Unie en een derde staat een overeenkomst tot vaststelling van een kader voor de deelneming van die derde staat aan crisisbeheersingsoperaties van de Unie sluiten of hebben gesloten, zijn in het kader van EUPM Armenia de bepalingen van die overeenkomst van toepassing.

Artikel 10

Veiligheid

1.   De commandant civiele operaties stuurt de planning van de veiligheidsmaatregelen door het hoofd van de missie aan en zorgt voor een adequate en doeltreffende uitvoering daarvan door EUPM Armenia overeenkomstig artikel 4.

2.   Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor de vervulling van de zorgplicht in EUPM Armenia en voor de naleving van de vereisten die op EUPM Armenia van toepassing zijn, in overeenstemming met het beleid inzake beveiliging en zorgplicht voor civiele GVDB-missies en de ondersteunende instrumenten daarvan.

3.   Het hoofd van de missie wordt bijgestaan door een veiligheidsfunctionaris van de missie, die aan het hoofd van de missie rapporteert en tevens nauwe functionele betrekkingen onderhoudt met de EDEO.

4.   De personeelsleden van de missie volgen, overeenkomstig het Oplan, vóór het uitvoeren van hun taken een verplichte veiligheidsopleiding. Zij krijgen ter plaatse ook regelmatig herhalingscursussen, die worden georganiseerd door de veiligheidsfunctionaris van de missie.

5.   Het hoofd van de missie zorgt voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie overeenkomstig Besluit 2013/488/EU van de Raad (1).

Artikel 11

Wachtdienst

Voor EUPM Armenia wordt de wachtdienst in werking gesteld.

Artikel 12

Wettelijke regelingen

EUPM Armenia heeft de bevoegdheid diensten en leveringen aan te besteden, contracten en administratieve regelingen te sluiten, personeel in dienst te nemen, bankrekeningen te bezitten, eigendommen te verkrijgen of te vervreemden en haar schulden te vereffenen, en in rechte op te treden, voor zover vereist om uitvoering te geven aan dit besluit.

Artikel 13

Financiële regelingen

1.   Het financiële referentiebedrag dat de uitgaven in verband met EUPM Armenia moet dekken, bedraagt voor de vier maanden na de inwerkingtreding van dit besluit 2 678 230,39 EUR. Het financiële referentiebedrag voor eventuele daaropvolgende perioden wordt door de Raad vastgesteld.

2.   De uitgaven worden beheerd overeenkomstig de voorschriften en procedures die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie. Procedures voor het gunnen van overheidsopdrachten door EUPM Armenia staan zonder beperkingen open voor natuurlijke en rechtspersonen. Voorts gelden er voor de door EUPM Armenia aangekochte goederen geen oorsprongsregels. Met goedkeuring van de Commissie kan EUPM Armenia met lidstaten, het gastland, deelnemende derde staten en andere internationale actoren technische regelingen treffen over het leveren van uitrusting, diensten en werkruimten aan EUPM Armenia.

3.   EUPM Armenia is verantwoordelijk voor de uitvoering van haar begroting. Daartoe ondertekent EUPM Armenia een overeenkomst met de Commissie. De financiële regelingen voldoen aan de bij de artikelen 3, 4 en 5 geregelde bevelslijn en de operationele vereisten van EUPM Armenia.

4.   EUPM Armenia legt volledige verantwoording af aan en staat onder toezicht van de Commissie wat betreft de financiële activiteiten die worden ondernomen in het kader van de in lid 3 bedoelde overeenkomst.

5.   De uitgaven in verband met EUPM Armenia komen voor financiering in aanmerking vanaf de datum van vaststelling van dit besluit.

Artikel 14

Projectcel

1.   EUPM Armenia beschikt over een projectcel voor het vaststellen en uitvoeren van projecten in overeenstemming met het strategische en operationele advies dat zij overeenkomstig haar mandaat als bedoeld in artikel 2 verstrekt. Op gebieden die verband houden met EUPM Armenia en ter bevordering van de doelstellingen ervan, faciliteert EUPM Armenia, waar passend, de projecten die door de lidstaten en derde staten onder hun verantwoordelijkheid worden uitgevoerd, en voorziet zij die projecten, waar passend, van advies.

2.   Onder voorbehoud van lid 3 is EUPM Armenia gemachtigd financiële bijdragen van de lidstaten of van derde staten aan te wenden voor de uitvoering van projecten die zijn aangemerkt als een consistente aanvulling op andere acties van EUPM Armenia, op voorwaarde dat de projecten:

a)

zijn opgenomen in het financieel memorandum bij dit besluit, of

b)

tijdens het mandaat door middel van een wijziging van het financieel memorandum op verzoek van het hoofd van de missie worden geïntegreerd.

EUPM Armenia sluit een regeling met de bijdragende staten, waarin met name wordt vastgelegd welke specifieke procedures er worden gevolgd voor de behandeling van klachten van derden betreffende schade die is opgelopen als gevolg van een handelen of nalaten van EUPM Armenia bij de besteding van de middelen die door die staten ter beschikking zijn gesteld. In geen geval wordt de Unie of de hoge vertegenwoordiger door de bijdragende staten aansprakelijk gesteld voor het handelen of nalaten van EUPM Armenia bij de besteding van de middelen die door die staten ter beschikking zijn gesteld.

3.   Financiële bijdragen van derde staten voor de projectcel zijn onderworpen aan aanvaarding door het PVC.

Artikel 15

Samenhang van het optreden en de coördinatie van de Unie

1.   De hoge vertegenwoordiger ziet toe op de samenhang van de uitvoering van dit besluit met het externe optreden van de Unie als geheel, met inbegrip van de assistentieprogramma’s van de Unie.

2.   Onverminderd de bevelslijn krijgt het hoofd van de missie ter plaatse politieke aansturing van het hoofd van de delegatie van de Unie in Armenië.

3.   Het hoofd van de missie zorgt voor nauwe samenwerking met de vertegenwoordigers van de lidstaten en de internationale partners in de Republiek Armenië.

Artikel 16

Informatieverstrekking

1.   De hoge vertegenwoordiger is gemachtigd om, indien nodig en naargelang de behoeften van EUPM Armenia, gerubriceerde EU-informatie tot op het niveau “CONFIDENTIEL UE/EU CONFIDENTIAL” die ten behoeve van EUPM Armenia is opgesteld, overeenkomstig Besluit 2013/488/EU vrij te geven aan de bij dit besluit betrokken derde staten.

2.   Indien er sprake is van een specifieke en onmiddellijke operationele behoefte, is de hoge vertegenwoordiger voorts gemachtigd gerubriceerde EU-informatie tot op het niveau “RESTREINT UE/EU RESTRICTED” die ten behoeve van EUPM Armenia is opgesteld, overeenkomstig Besluit 2013/488/EU vrij te geven aan het gastland. Daartoe worden regelingen tussen de hoge vertegenwoordiger en de bevoegde autoriteiten van het gastland opgesteld.

3.   De hoge vertegenwoordiger is gemachtigd niet-EU-gerubriceerde documenten in verband met de beraadslagingen van de Raad over EUPM Armenia die onder de geheimhoudingsplicht op grond van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad (2) vallen, vrij te geven aan de derde staten die bij dit besluit zijn betrokken.

4.   De hoge vertegenwoordiger kan de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde bevoegdheden, alsook de bevoegdheid om de in lid 2 genoemde regelingen te sluiten, delegeren aan personen die onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger staan, aan de commandant civiele operaties en aan het hoofd van de missie, overeenkomstig bijlage VI, deel VII, bij Besluit 2013/488/EU.

Artikel 17

Start van EUPM Armenia

1.   Op basis van een aanbeveling van de commandant civiele operaties van EUPM Armenia gaat EUPM Armenia te gelegener tijd bij een besluit van de Raad van start, nadat EUPM Armenia haar initieel operationeel vermogen heeft bereikt.

2.   Het kernteam van EUPM Armenia treft de voorbereidingen die nodig zijn opdat EUPM Armenia haar initieel operationeel vermogen bereikt.

Artikel 18

Inwerkingtreding en geldigheidsduur

1.   Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

2.   Het is van toepassing voor een periode van twee jaar, te rekenen vanaf de start van EUPM Armenia.

Gedaan te Luxemburg, 21 april 2026.

Voor de Raad

De voorzitter

K. KALLAS


(1)  Besluit 2013/488/EU van de Raad van 23 september 2013 betreffende de beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 274 van 15.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2013/488/oj).

(2)  Besluit 2009/937/EU van de Raad van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde (PB L 325 van 11.12.2009, blz. 35, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2009/937/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/894/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)