|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/890 |
24.4.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/890 VAN DE COMMISSIE
van 23 april 2026
tot verlaging van de vangstquota voor 2025 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van andere bestanden in de voorgaande jaren en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 105, leden 1, 2, 3 en 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij de Verordeningen (EU) 2022/2090 (2), (EU) 2023/194 (3) en (EU) 2023/195 (4) van de Raad zijn de vangstquota voor 2023 vastgesteld. |
|
(2) |
Bij de Verordeningen (EU) 2023/2638 (5), (EU) 2024/257 (6) en (EU) 2024/259 (7) van de Raad zijn de vangstquota voor 2024 vastgesteld. |
|
(3) |
De vangstquota voor 2025 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2024/257, (EU) 2024/2903 (8), (EU) 2025/202 (9) en (EU) 2025/219 (10) van de Raad. |
|
(4) |
Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen vangstquota heeft overschreden, de toekomstige vangstquota van die lidstaat verlagen. |
|
(5) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158 van de Commissie (11) zijn voor bepaalde visbestanden verlagingen van de beschikbare vangstquota voor 2025 vastgesteld wegens overbevissing van die bestanden in voorgaande jaren. |
|
(6) |
Voor sommige lidstaten, namelijk Spanje en Polen, konden in het kader van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158 bepaalde verlagingen niet worden toegepast op voor de overbeviste bestanden toegewezen vangstquota, omdat die lidstaten in 2025 niet over quota voor die bestanden beschikten. |
|
(7) |
Wanneer geen verlagingen kunnen worden toegepast op het overbeviste bestand in het jaar na dat waarin de overbevissing heeft plaatsgevonden, omdat de betrokken lidstaat niet over een quotum voor dat bestand beschikt, kunnen de verlagingen krachtens artikel 105, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009, na raadpleging van de betrokken lidstaten, worden toegepast op andere bestanden in hetzelfde geografische gebied of met dezelfde handelswaarde. |
|
(8) |
Overeenkomstig punt 4 van Mededeling 2022/C 369/03 van de Commissie over de richtsnoeren voor de verlaging van quota op grond van artikel 105, leden 1, 2 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 (12) (“de richtsnoeren”), moeten dergelijke verlagingen bij voorkeur worden toegepast op quota die zijn toegewezen voor bestanden die worden bevist door dezelfde vloot als die welke het quotum heeft overschreden. |
|
(9) |
De betrokken lidstaten zijn geraadpleegd over bepaalde verlagingen van vangstquota voor andere bestanden dan die welke zijn overbevist. Daarom moeten die alternatieve, aan die lidstaten voor 2025 toegewezen vangstquota worden verlaagd. |
|
(10) |
In bepaalde gevallen zijn door het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (13) gehele of gedeeltelijke verlagingen van dezelfde bestanden in het kader van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158 mogelijk. |
|
(11) |
Bepaalde verlagingen die bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158 zijn vastgesteld, zijn bovendien groter dan de aangepaste quota voor 2025 en kunnen derhalve niet volledig in dat jaar worden toegepast. In die gevallen zijn de verlagingen, in voorkomend geval inclusief de met de toepasselijke vermenigvuldigingsfactor samenhangende hoeveelheden, conform punt 2 van de richtsnoeren toegepast over het volledige beschikbare quotum en moeten de resterende hoeveelheden in mindering worden gebracht op het aangepaste quotum in de daaropvolgende jaren totdat de verschuldigde verlaging volledig is gecompenseerd. |
|
(12) |
In 2023 heeft Duitsland zijn quotum voor andere soorten in de Noorse wateren van 1 en 2 (OTH/1N2AB.) met 1,320 ton overschreden. Conform punt 2 van de richtsnoeren bleef daarnaast een verlaging van 19,997 ton gelden vanwege de overbevissing door Duitsland van zijn quotum voor OTH/1N2AB. in 2022. Bij e-mail van 1 juli 2024 heeft Duitsland verzocht de verschuldigde verlaging, namelijk 21,317 ton, over drie jaar te spreiden. Aangezien overeenkomstig punt 3, b), van de richtsnoeren bij uitzondering een langzamere compensatie is toegestaan indien het betrokken bestand wordt bevist in het kader van een gemengde visserij en een aanzienlijk verlies van quotum de exploitatie van de soorten die in die gemengde visserij samen met de betrokken soort worden gevangen, in de weg zou staan, is dit verzoek aanvaard. In 2024 en 2025 is een verlaging van 7,106 ton toegepast op het Duitse quotum voor OTH/1N2AB. De resterende verlaging van 7,105 ton wordt toegepast op het Duitse quotum voor OTH/1N2AB. in 2026, onverminderd een eventuele verdere aanpassing van het quotum. |
|
(13) |
Op 5 november 2025 heeft Italië geactualiseerde vangstaangiften voor juli, oktober en november 2024 ingediend naar aanleiding van een technisch probleem met de registratie van de vangsten van een vaartuig dat zijn vlag voert. Uit de door Italië ingediende geactualiseerde gegevens blijkt dat de Italiaanse quota voor grootoogtonijn en geelvintonijn in het bevoegdheidsgebied van de IOTC (BET/IOTC en YFT/IOTC) in 2024 zijn overschreden. Bijgevolg moeten de overeenkomstige verlagingen worden toegepast op de respectieve Italiaanse quota voor 2025. |
|
(14) |
Bij Verordening (EU) 2024/257 is een Uniequotum van 209 ton vastgesteld voor tong in de gebieden 8c, 8d, 8e, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 (SOL/8CDE34). Portugal registreerde vangsten ten belope van 226,349 ton in het kader van dat quotum. Uit de verstrekte gegevens blijkt dat Portugal het voor 2024 vastgestelde quotum van de Unie heeft overschreden. Bijgevolg moet de overeenkomstige verlaging wegens die overbevissing in 2025 op het Portugese quotum worden toegepast. Aangezien Portugal niet over een quotum voor het overbeviste bestand beschikt, moet de verlaging overeenkomstig bovengenoemd artikel 105, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 worden toegepast op een alternatief bestand. |
|
(15) |
In punt 1 van de richtsnoeren staat dat bij overschrijding van een quotum voor bestanden die worden beheerd door regionale organisaties voor visserijbeheer, het tijdschema voor verlagingen in voorkomend geval moet worden aangepast aan het tijdschema voor de verlagingen dat voor deze bestanden geldt in de betrokken regionale organisaties voor visserijbeheer. |
|
(16) |
In Aanbeveling 22-03 van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) voor de instandhouding van Noord-Atlantische zwaardvis (14) is bepaald dat elke overschrijding van het jaarlijks aangepaste quotum in 2024 in mindering moet worden gebracht op de respectievelijke quota/vangstbeperkingen voor 2026. Op basis daarvan moet de verlaging wegens overbevissing door Portugal in 2024 van zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (SWO/AN05N), worden toegepast op zijn quotum voor 2026. |
|
(17) |
Evenzo is in Aanbeveling 22-04 van de Iccat voor de instandhouding van Zuid-Atlantische zwaardvis (15) bepaald dat elke overschrijding van het jaarlijks quotum/de jaarlijkse vangstbeperking in 2024 in mindering moet worden gebracht op de quota/vangstbeperkingen voor 2026. Bijgevolg moet de verlaging, inclusief de met de toepasselijke vermenigvuldigingsfactor samenhangende hoeveelheden, wegens overbevissing door Frankrijk in 2024 van zwaardvis in de Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB (SWO/AS05N), op zijn quotum voor 2026 worden toegepast. |
|
(18) |
Bovendien is in Aanbeveling 23-10 van de Iccat inzake beheersmaatregelen voor de instandhouding van blauwe haai in de Noord-Atlantische Oceaan (16) bepaald dat elke overschrijding van de jaarlijkse vangstbeperkingen voor 2024 in mindering moet worden gebracht op de vangstbeperkingen in 2026. De verlaging wegens overbevissing door Portugal in 2024 van blauwe haai in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5°NB (BSH/AN05N) moet daarom worden toegepast op zijn quotum voor 2026. |
|
(19) |
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(20) |
Er zijn nog verdere actualiseringen of correcties mogelijk indien bij de lopende of de vorige verlaging fouten, omissies of verkeerde registraties worden geconstateerd in de vangstgegevens die door de lidstaten worden meegedeeld op grond van artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1224/2009, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde vangstquota die voor 2025 zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EU) 2024/257, (EU) 2024/2903, (EU) 2025/202 en (EU) 2025/219, worden verlaagd door overeenkomstig die bijlage verlagingen toe te passen op alternatieve bestanden.
Artikel 2
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158 wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 april 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1224/oj.
(2) Verordening (EU) 2022/2090 van de Raad van 27 oktober 2022 tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee voor 2023 en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/109 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PB L 281 van 31.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2090/oj).
(3) Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden (PB L 28 van 31.1.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/194/oj).
(4) Verordening (EU) 2023/195 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/110 wat betreft de vangstmogelijkheden voor 2022 in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L 28 van 31.1.2023, blz. 220, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/195/oj).
(5) Verordening (EU) 2023/2638 van de Raad van 20 november 2023 tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee voor 2024 en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/194 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PB L, 2023/2638, 22.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2638/oj).
(6) Verordening (EU) 2024/257 van de Raad van 10 januari 2024 tot vaststelling, voor 2024, 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/194 (PB L, 2024/257, 11.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/257/oj).
(7) Verordening (EU) 2024/259 van de Raad van 10 januari 2024 tot vaststelling, voor 2024, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2024/259, 11.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/259/oj).
(8) Verordening (EU) 2024/2903 van de Raad van 18 november 2024 tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee voor 2025 en tot wijziging van Verordening (EU) 2024/257 wat betreft bepaalde vangstmogelijkheden in andere wateren (PB L, 2024/2903, 19.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2903/oj).
(9) Verordening (EU) 2025/202 van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2024/257 wat betreft vangstmogelijkheden voor 2025 (PB L, 2025/202, 31.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/202/oj).
(10) Verordening (EU) 2025/219 van de Raad van 30 januari 2025 tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2025/219, 4.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/219/oj).
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158 van de Commissie van 24 oktober 2025 tot verlaging van de vangstquota voor 2025 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren (PB L, 2025/2158, 27.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2158/oj).
(12) Mededeling van de Commissie over de richtsnoeren voor de verlaging van quota op grond van artikel 105, leden 1, 2 en 5, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en ter vervanging van mededeling 2012/C 72/07 2022/C 369/03 (PB C 369 van 27.9.2022, blz. 3).
(13) Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1380/oj).
(14) Aanbeveling 22-03 van de Iccat tot vervanging van aanvullende Aanbeveling 21-02 tot verlenging en wijziging van Aanbeveling 17-02 voor de instandhouding van Noord-Atlantische zwaardvis (https://www.iccat.int/Documents/Recs/compendiopdf-e/2022-03-e.pdf).
(15) Aanbeveling 22-04 van de Iccat tot vervanging van aanvullende Aanbeveling 21-03 tot verlenging en wijziging van Aanbeveling 17-03 voor de instandhouding van Zuid-Atlantische zwaardvis (https://www.iccat.int/Documents/Recs/compendiopdf-e/2022-04-e.pdf).
(16) Aanbeveling 23-10 van de Iccat ter vervanging van Aanbeveling 19-07 inzake beheersmaatregelen voor de instandhouding van blauwe haai in de Noord-Atlantische Oceaan die in de door Iccat geregelde visserijen wordt gevangen (https://www.iccat.int/Documents/Recs/compendiopdf-e/2023-10-e.pdf).
BIJLAGE I
OP ALTERNATIEVE BESTANDEN TOE TE PASSEN VERLAGINGEN VAN DE VANGSTQUOTA VOOR 2025
|
OVERBEVISTE BESTANDEN |
|
ALTERNATIEVE BESTANDEN |
||||||||||
|
Lidstaat |
Soortcode |
Gebiedscode |
Soortnaam |
Naam gebied |
Hoeveelheid die niet in mindering kan worden gebracht op het vangstquotum 2025 voor het overbeviste bestand (in ton) |
|
Lidstaat |
Soortcode |
Gebiedscode |
Soortnaam |
Naam gebied |
Hoeveelheid die in mindering moet worden gebracht op het vangstquotum 2025 voor de alternatieve bestanden (in ton) |
|
ES |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot |
Noorse wateren van 1 en 2 |
8,434 |
|
ES |
REB |
1N2AB. |
Roodbaars |
Noorse wateren van 1 en 2 |
8,434 |
|
ES |
HAD |
1N2AB. |
Schelvis |
Noorse wateren van 1 en 2 |
4,456 |
|
ES |
REB |
1N2AB. |
Roodbaars |
Noorse wateren van 1 en 2 |
4,456 |
|
ES |
OTH |
1N2AB. |
Andere soorten |
Noorse wateren van 1 en 2 |
15,095 |
|
ES |
REB |
1N2AB. |
Roodbaars |
Noorse wateren van 1 en 2 |
15,095 |
|
ES |
SOL |
7HJK. |
Tong |
7h, 7j en 7k |
2,975 |
|
ES |
NEP |
07. |
Langoustine |
7 |
49,000 |
|
ES |
SOL |
8AB. |
Tong |
8a en 8b |
31,686 |
|||||||
|
PL |
MAC |
2A34-N |
Makreel |
Wateren van de Unie van 3a, 3b, 3c en 3d; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a; wateren van de Unie en van het Verenigd Koninkrijk van 4; Noorse wateren van 2a en 4a |
25,995 |
|
PL |
HER |
3D-R30 |
Haring |
Wateren van de Unie van de deelsectoren 25-27, 28.2, 29 en 32 |
25,995 |
|
PT |
SOL |
8CDE34 |
Tong |
8c, 8d, 8e, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
17,349 |
|
PT |
SOO |
8CDE34 |
Tong |
8c, 8d, 8e, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
17,349 |
BIJLAGE II
De bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2158 wordt vervangen door:
“VERLAGINGEN VAN DE VANGSTQUOTA VOOR 2025 VOOR BESTANDEN DIE ZIJN OVERBEVIST
|
Lidstaat |
Soortcode |
Gebiedscode |
Soortnaam |
Naam gebied |
Oorspronkelijk quotum 2024 (in ton) |
Toegestane aanlandingen 2024 (totale aangepaste hoeveelheid in ton) (1) |
Totale vangsten 2024 (hoeveelheid in ton) |
Benutting quotum in verhouding tot toegestane aanlandingen 2024 (in procent) |
Overbevissing in verhouding tot toegestane aanlandingen 2024 (hoeveelheid in ton) |
Vermenigvuldigingsfactor (2) |
Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren (5) (hoeveelheid in ton) |
Verlagingen van de vangstquota voor 2025 (6) en daaropvolgende jaren (hoeveelheid in ton) |
Verlagingen van de vangstquota voor 2025 voor de overbeviste bestanden (7) (hoeveelheid in ton) |
Verlagingen van de vangstquota voor 2025 voor alternatieve bestanden (hoeveelheid in ton) |
In mindering te brengen op de vangstquota voor 2026 en daaropvolgende jaren (hoeveelheid in ton) |
|
|
DE |
OTH |
1N2AB. |
Andere soorten |
Noorse wateren van 1 en 2 |
125,000 |
116,894 |
114,875 |
n.v.t. |
- 2,019 (8) |
/ |
/ |
14,211 (7) |
7,106 |
7,106 |
/ |
7,105 |
|
DE |
SPR |
2AC4-C |
Sprot en geassocieerde bijvangsten |
Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a |
696,000 |
2 435,941 |
2 647,571 |
108,69 |
211,630 |
/ |
/ |
/ |
211,630 |
211,630 |
/ |
/ |
|
DK |
BOR |
678- |
Evervissen |
6, 7 en 8 |
6 711,000 |
7 327,837 |
7 681,530 |
104,83 |
353,693 |
/ |
/ |
/ |
353,693 |
353,693 |
/ |
/ |
|
DK |
HER |
5B6ANB |
Haring |
6b en 6aN; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 5b |
/ |
2,758 |
33,940 |
1 230,60 |
31,182 |
1,00 |
/ |
/ |
31,182 |
31,182 |
/ |
/ |
|
ES |
ARA |
GF1-7 |
Blauwrode diepzeegarnaal |
GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7 |
787,000 |
850,631 |
888,436 |
104,44 |
37,805 |
/ |
C (10) |
/ |
37,805 |
37,805 |
/ |
/ |
|
ES |
BUM |
ATLANT |
Blauwe marlijn |
Atlantische Oceaan |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
n.v.t. |
1,00 |
/ |
5,338 |
5,338 |
5,338 |
/ |
/ |
|
ES |
COD |
1N2AB. |
Kabeljauw |
Noorse wateren van 1 en 2 |
2 533,000 |
2 811,120 |
2 815,541 |
100,16 |
4,421 |
/ |
A (10) |
/ |
4,421 |
4,421 |
/ |
/ |
|
ES |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
19,900 |
38,151 |
191,71 |
18,251 |
1,00 |
/ |
/ |
18,251 |
9,817 |
8,434 |
/ |
|
ES |
HAD |
1N2AB. |
Schelvis |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
29,900 |
38,225 |
127,84 |
8,325 |
1,00 |
A |
/ |
12,488 |
8,032 |
4,456 |
/ |
|
ES |
OTH |
1N2AB. |
Andere soorten |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
/ |
18,899 |
n.v.t. |
18,899 |
1,00 |
A |
/ |
28,349 |
13,254 |
15,095 |
/ |
|
ES |
POK |
1N2AB. |
Zwarte koolvis |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
5,000 |
10,611 |
212,22 |
5,611 |
1,00 |
A |
/ |
8,417 |
8,417 |
/ |
/ |
|
ES |
RJU |
8-C. |
Golfrog |
Wateren van de Unie van 8 |
10,000 |
9,968 |
10,637 |
106,71 |
n.v.t. |
/ |
/ |
2,106 |
2,106 |
0,808 |
/ |
1,298 |
|
ES |
RJU |
9-C. |
Golfrog |
Wateren van de Unie van 9 |
15,000 |
19,644 |
20,761 |
105,69 |
1,117 |
/ |
A (10) |
/ |
1,117 |
1,117 |
/ |
/ |
|
ES |
SOL |
7HJK. |
Tong |
7h, 7j en 7k |
/ |
1,745 |
3,728 |
213,64 |
1,983 |
1,00 |
C |
/ |
2,975 |
0,000 |
2,975 |
/ |
|
ES |
SOL |
8AB. |
Tong |
8a en 8b |
5,000 |
5,000 |
13,916 |
278,32 |
8,916 |
1,00 |
C |
19,482 |
32,856 |
1,170 |
31,686 |
/ |
|
ES |
SRX |
89-C. |
Roggen |
Wateren van de Unie van 8 en 9 |
1 724,000 |
1 769,000 |
1 814,923 |
102,60 |
45,923 |
/ |
/ |
/ |
45,923 |
45,923 |
/ |
/ |
|
FR |
BLI |
24- |
Blauwe leng |
Wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 2; wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4 |
8,000 |
13,900 |
26,989 |
194,17 |
13,089 |
1,00 |
/ |
/ |
13,089 |
5,429 |
/ |
7,660 |
|
FR |
NOP |
2A3A4. |
Kever en geassocieerde bijvangsten |
3a; wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a |
/ |
1,537 |
4,799 |
312,23 |
3,262 |
1,00 |
/ |
/ |
3,362 |
3,362 |
/ |
/ |
|
FR |
SWO |
AS05N |
Zwaardvis |
Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB |
/ |
/ |
4,200 |
n.v.t. |
4,200 (11) |
1,00 |
/ |
/ |
n.v.t. (11) |
n.v.t. (11) |
/ |
4,200 |
|
IE |
HER |
5B6ANB |
Haring |
6b en 6aN; wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 5b |
189,000 |
335,531 |
612,077 |
182,42 |
276,546 |
2,00 |
/ |
/ |
553,092 |
461,579 |
/ |
91,513 |
|
IE |
HER |
7G-K. |
Haring |
7a ten zuiden van 52°30′ NB; 7 g, 7h, 7j en 7k |
750,000 |
867,500 |
946,445 |
109,10 |
78,945 |
/ |
/ |
/ |
78,945 |
78,945 |
/ |
/ |
|
IT |
BET |
IOTC |
Grootoogtonijn |
IOTC-bevoegdheidsgebied |
410,000 |
485,000 |
493,893 |
101,83 |
8,893 |
/ |
/ |
/ |
8,893 |
8,893 |
/ |
/ |
|
IT |
YFT |
IOTC |
Geelvintonijn |
IOTC-bevoegdheidsgebied |
2 365,000 |
2 465,000 |
2 529,623 |
102,62 |
64,623 |
/ |
/ |
/ |
64,623 |
64,623 |
/ |
/ |
|
MT |
ARS |
GF12-16 |
Rode diepzeegarnaal |
GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16 |
36,000 |
36,000 |
38,313 |
106,43 |
2,313 |
/ |
/ |
/ |
2,313 |
2,313 |
/ |
/ |
|
PL |
MAC |
2A34-N |
Makreel |
Wateren van de Unie van 3a, 3b, 3c en 3d; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a; wateren van de Unie en van het Verenigd Koninkrijk van 4; Noorse wateren van 2a en 4a |
/ |
/ |
17,330 |
n.v.t. |
17,330 |
1,00 |
A |
/ |
25,995 |
0,000 |
25,995 |
/ |
|
PT |
ANF |
8C3411 |
Zeeduivels |
8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
739,000 |
1 075,126 |
1 168,611 |
108,70 |
93,485 |
/ |
C (10) |
/ |
93,485 |
93,485 |
/ |
/ |
|
PT |
BSH |
AN05N |
Blauwe haai |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB |
4 024,820 |
4 024,820 |
4 059,070 |
100,85 |
34,250 (11) |
/ |
/ |
/ |
n.v.t. (11) |
n.v.t. (11) |
/ |
34,250 |
|
PT |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot |
Noorse wateren van 1 en 2 |
/ |
38,900 |
41,067 |
105,57 |
2,167 |
/ |
/ |
/ |
2,167 |
2,167 |
/ |
/ |
|
PT |
JAX |
08C. |
Horsmakrelen |
8c |
186,000 |
97,000 |
128,495 |
132,47 |
31,495 |
1,00 |
/ |
1,605 |
33,100 |
33,100 |
/ |
/ |
|
PT |
LEZ |
8C3411 |
Scharretongen |
8c, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
107,000 |
117,000 |
120,237 |
102,77 |
3,237 |
/ |
C (10) |
/ |
3,237 |
3,237 |
/ |
/ |
|
PT |
SOL |
8CDE34 |
Tong |
8c, 8d, 8e, 9 en 10; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
209,000 (12) |
209,000 (12) |
226,349 |
108,30 |
17,349 |
/ |
C (10) |
/ |
17,349 |
n.v.t. |
17,349 |
/ |
|
PT |
SWO |
AN05N |
Zwaardvis |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB |
1 143,970 |
1 388,068 |
1 417,624 |
102,13 |
29,556 (11) |
/ |
A (10) |
/ |
n.v.t. (11) |
n.v.t. (11) |
/ |
29,556 |
|
(1) Quota die op grond van de betrokken verordeningen inzake de vangstmogelijkheden beschikbaar zijn voor de lidstaten, rekening houdend met het uitwisselen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), met het overdragen van quota van 2023 naar 2024 overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3) en artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of met het opnieuw toewijzen en verlagen van vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 37 en 105 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. (2) Als vastgesteld in artikel 105, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. In alle gevallen van overbevissing van maximaal 100 ton geldt een verlaging gelijk aan de overbevissing * 1,00. (3) Als vastgesteld in artikel 105, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en mits de overbevissing meer dan 10 % bedraagt. (4) Met de letter “A” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast wegens overbevissing in de jaren 2022, 2023 en 2024. Met de letter “C” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast omdat het betrokken bestand onder een meerjarenplan valt. (5) Resterende hoeveelheden van het voorgaande jaar of de voorgaande jaren. (6) In 2025 toe te passen verlagingen. (7) In 2025 toe te passen verlagingen die gezien het beschikbare quotum daadwerkelijk kunnen worden toegepast. (8) Omdat artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing is op dit bestand, mag deze ongebruikte hoeveelheid niet worden gebruikt om de verlaging van 2025 te beperken. (9) Te spreiden over de jaren 2025 (7,106 ton) en 2026 (7,105 ton) naar aanleiding van het verzoek van Duitsland om de in 2024 verschuldigde verlaging van 21,317 ton gelijkelijk te spreiden over drie jaar (2024, 2025 en 2026). (10) Aanvullende vermenigvuldigingsfactor niet van toepassing omdat de overbevissing niet meer dan 10 % bedraagt. (11) In 2026 in mindering te brengen overeenkomstig de desbetreffende Iccat-aanbeveling. (12) Aan de Unie toegewezen quotum.” |
||||||||||||||||
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/890/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)