|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/826 |
15.4.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/826 VAN DE COMMISSIE
van 14 april 2026
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 wat betreft de lijst van plaagorganismen en de regels voor het binnenbrengen op en het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van planten, plantaardige producten en andere materialen
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 228/2013, (EU) nr. 652/2014 en (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van de Richtlijnen 69/464/EEG, 74/647/EEG, 93/85/EEG, 98/57/EG, 2000/29/EG, 2006/91/EG en 2007/33/EG van de Raad (1), en met name artikel 5, leden 2 en 3, artikel 35, leden 1, 2 en 5, artikel 40, lid 2, artikel 41, leden 2 en 3, artikel 53, lid 2, artikel 54, lid 2, artikel 72, lid 1, artikel 74, leden 1 en 2, artikel 79, lid 1, en artikel 80, leden 1 en 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie (2) is een lijst van EU-quarantaineorganismen, ZP-quarantaineorganismen en door de EU gereguleerde niet-quarantaineorganismen vastgesteld. Daarnaast bevat zij voorschriften voor het binnenbrengen op of het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van bepaalde planten, plantaardige producten en andere materialen, teneinde te voorkomen dat die plaagorganismen het grondgebied van de Unie binnendringen, zich er vestigen en zich er verspreiden. |
|
(2) |
Geactualiseerde of nieuwe wetenschappelijke en technische informatie uit door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee (EPPO) en de lidstaten uitgevoerde risicobeoordelingen, -indelingen en -analyses met betrekking tot plaagorganismen is beschikbaar en vormt de basis voor het opnemen van nieuwe plaagorganismen op de lijst. Bijgevolg moeten de respectieve bijzondere voorschriften voor het binnenbrengen in en het verkeer binnen de Unie van de door die plaagorganismen getroffen planten, plantaardige producten en andere materialen, samen met de respectieve voorschriften inzake de certificering van die producten, worden geactualiseerd. |
|
(3) |
De EPPO heeft verschillende risicoanalyses uitgevoerd met betrekking tot de plaagorganismen Agrilus bilineatus (Weber) (3), Gymnandrosoma aurantianum Lima (4) en Naupactus xanthographus (Germar) (5). Volgens die analyses voldoen die plaagorganismen aan de voorwaarden van artikel 3 van en deel 1 van bijlage I bij Verordening (EU) 2016/2031 wat het grondgebied van de Unie betreft. Daarom moeten zij als EU-quarantaineorganismen in deel A van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 worden opgenomen. |
|
(4) |
De plaagorganismen Acidiella kagoshimensis (Miyake), Acidoxantha bombacis de Meijere, Callistomyia flavilabris Hering, Euphranta oshimensis (Shiraki), Gastrozona nigrifemur David & Hancock, Insizwa oblita (Munro), Paratephritis fukaii Shiraki, Paratephritis takeuchii Ito en Urophora christophi Loew, die tot de familie Tephritidae behoren, voldoen niet langer aan de voorwaarden van artikel 3 van en deel 1 van bijlage I bij Verordening (EU) 2016/2031 wat betreft de potentiële onaanvaardbare economische, sociale of milieugevolgen ervan als gevolg van de waardsoortspecificiteit. Daarom moeten zij uit de lijst van EU-quarantaineorganismen in deel A van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 worden geschrapt. |
|
(5) |
Op basis van de wetenschappelijke en technische kennis die in de desbetreffende door de EPPO uitgevoerde risicoanalyse met betrekking tot plaagorganismen is verstrekt, moeten bijzondere voorschriften worden vastgesteld voor het binnenbrengen op het grondgebied van de Unie van bepaalde planten, plantaardige producten en andere materialen wegens de kans dat de plaagorganismen Agrilus bilineatus (Weber), Gymnandrosoma aurantianum Lima en Naupactus xanthographus (Germar) in of op hen aanwezig zijn. De relevante planten en plantaardige producten, alsook de respectieve voorschriften, moeten derhalve worden opgenomen in de bijlagen VII en XI bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072. |
|
(6) |
Het plaagorganisme Ralstonia pseudosolanacearum Safni et al. is opgenomen in deel A van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072. Dat plaagorganisme is echter aangetroffen in watermonsters bij uitbraken die in Hongarije en Nederland zijn gemeld. Bijgevolg moet het worden vermeld als een plaagorganisme waarvan bekend is dat het op het grondgebied van de Unie voorkomt en dus worden verplaatst van deel A naar deel B van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072. Daarnaast is het plaagorganisme Ralstonia pseudosolanacearum Safni et al. aangetroffen op ingevoerde planten van Curcuma longa L. en Zingiber officinale Roscoe. De afgelopen jaren zijn uitbraken van dat plaagorganisme gemeld op het grondgebied van de Unie, in kwekerijen waar planten van Zingiber officinale Roscoe werden geteeld. |
|
(7) |
Daarom, en om het grondgebied van de Unie te beschermen tegen het fytosanitaire risico van Ralstonia pseudosolanacearum Safni et al., moeten bijzondere voorschriften worden vastgesteld voor het binnenbrengen in de Unie vanuit derde landen en voor het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van voor opplant bestemde planten en wortelstokken van Curcuma longa L. en Zingiber officinale Roscoe. Bijgevolg moeten de bijlagen XI en XIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 worden gewijzigd om planten van Curcuma longa L. en Zingiber officinale Roscoe erin op te nemen. |
|
(8) |
Het eiland Corsica (Frankrijk), Ierland, met uitzondering van de stad Galway, en bepaalde delen van Italië zijn erkend als beschermde gebieden ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. Et al. Ierland en Frankrijk hebben overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031 verzocht de status van beschermd gebied ten aanzien van dat ZP-quarantaineorganisme voor hun hele grondgebied in te trekken. Italië heeft overeenkomstig artikel 35, lid 2, van Verordening (EU) 2016/2031 verzocht om intrekking van de status van beschermd gebied voor Ligurië, het Aostadal en sommige delen van de regio’s Lombardije en Toscane. Naar aanleiding van dat verzoek mogen het gehele grondgebied van Frankrijk en Ierland en sommige delen van Italië niet langer als beschermd gebied ten aanzien van Erwinia amylovora (Burr.) Winsl. et al. worden erkend. De desbetreffende vermeldingen in de bijlagen III, IX en X bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 moeten derhalve worden geschrapt. |
|
(9) |
In de punten 72.1, 72.2 en 72.3 van bijlage VII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 moet de oorsprong van de vruchten van Capsicum L. en Solanum L., Annona L. en Carica papaya L., en Psidium guajava L. met betrekking tot de plaagorganismen Bactrocera latifrons (Hendel), Bactrocera dorsalis (Hendel), respectievelijk Bactrocera dorsalis (Hendel) en Bactrocera zonata (Saunders) worden gewijzigd om daar Israël en Taiwan in op te nemen, aangezien die per abuis zijn weggelaten. |
|
(10) |
In de punten 32.2, 32.3, 32.4, 103, 104, 105, 106, 107 en 108 van bijlage VII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 moet de oorsprong van waardplanten en plantaardige producten met betrekking tot de plaagorganismen Apriona germari (Hope), Apriona rugicollis Chevrolat en Apriona cinerea Chevrolat worden gewijzigd om daar Israël en Taiwan in op te nemen, aangezien die per abuis zijn weggelaten. |
|
(11) |
Onlangs hebben zich uitbraken van Agrilus planipennis Fairmaire voorgedaan dicht bij de grens van Kazachstan met Rusland, waardoor maatregelen met betrekking tot bepaalde planten- en houtsoorten van oorsprong uit Kazachstan nodig zijn om de binnenkomst van dat plaagorganisme op het grondgebied van de Unie te voorkomen. Daarom moeten de relevante bepalingen voor de waardplanten van het gespecificeerde plaagorganisme in de bijlagen VII en XI bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 dienovereenkomstig worden gewijzigd zodat ook producten van oorsprong uit Kazachstan daaronder vallen. |
|
(12) |
Bijlage VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 bevat voorschriften voor het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van voor opplant bestemde planten met wortels, geteeld in de volle grond, die waardplanten zijn van Clavibacter sepedonicus (Spieckermann & Kotthoff) Nouioui et al. en Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival. Die voorschriften moeten worden verduidelijkt door specifieke vermelding van de relevante wetgeving van de Unie voor Synchytrium endobioticum (Schilb.) Percival, en met name Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1195 van de Commissie (6). |
|
(13) |
Bijgevolg moeten de voorschriften voor intern verkeer in bijlage VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 voor bepaalde waardplanten van Globodera pallida (Stone) Behrens en Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens worden gewijzigd om ze in overeenstemming te brengen met de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1192 van de Commissie (7). |
|
(14) |
Bijlage VIII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 bevat voorschriften voor de verplaatsing binnen het grondgebied van de Unie van voor opplant bestemde planten van Vitis L., met uitzondering van zaden, die waardplant zijn van Grapevine flavescence dorée phytoplasma. Die voorschriften moeten worden gewijzigd door voorschriften toe te voegen voor voor opplant bestemde planten, met uitzondering van zaden, die worden geteeld op een productielocatie die fysiek is geïsoleerd tegen de introductie van Grapevine flavescence dorée phytoplasma en de vectoren daarvan. |
|
(15) |
Bepaalde GN-codes, of de omschrijvingen daarvan, die worden gebruikt in de bijlagen VII, X, XI, XII, XIII en XIV bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072, zijn uit bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (8) geschrapt of vervangen door andere codes. Daarom moeten de verwijzingen naar die codes dienovereenkomstig worden gewijzigd in de bijlagen bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072. |
|
(16) |
Bepaalde GN-codes, of de omschrijvingen daarvan, zijn per abuis weggelaten uit de bijlagen VI, VII, XI en XII bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 en moeten derhalve worden toegevoegd. |
|
(17) |
Het fytosanitaire risico van hout van Acer L., Aesculus L., Betula L., Fraxinus L., Populus L., Salix L. en Ulmus L. in de vorm van fineerplaten dunner dan 6 mm en zaagsel met betrekking tot het EU-quarantaineorganisme Anoplophora glabripennis (Motschulsky) wordt zeer gering geacht. Daarom gelden voor dit type hout geen bijzondere voorschriften. Die goederen moeten bijgevolg uit de desbetreffende vermelding in bijlage XI bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 worden geschrapt. |
|
(18) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(19) |
De regels voor het opnemen van nieuwe EU-quarantaineorganismen in de lijst, de respectieve bijzondere voorschriften en de desbetreffende wijziging van de GN-codes in deel A van bijlage XI, en de herzieningen met betrekking tot het plaagorganisme Ralstonia pseudosolanacearum (Safni et al.) moeten van toepassing zijn met ingang van 15 oktober 2026. Die periode is nodig om de bevoegde autoriteiten en professionele marktdeelnemers in staat te stellen zich aan te passen aan de nieuwe voorschriften. |
|
(20) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Punt 1, a), b) en c), punt 4, punt 5, c), punt 8, a) en c) en f), i), en f), ii), B), en g), ii), en g), iv), B), en punt 11 van de bijlage zijn van toepassing met ingang van 15 oktober 2026.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 april 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 317 van 23.11.2016, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/2031/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 van de Commissie van 28 november 2019 tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Verordening (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft beschermende maatregelen tegen plaagorganismen bij planten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 690/2008 van de Commissie en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019 van de Commissie (PB L 319 van 10.12.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/2072/oj).
(3) EPPO (2019), Risicoanalyse met betrekking tot het plaagorganisme Agrilus bilineatus, beschikbaar op: https://gd.eppo.int/taxon/AGRLBL/documents.
(4) EPPO (2020), Risicoanalyse met betrekking tot het plaagorganisme Gymnandrosoma aurantianum (Lepidoptera: Tortricidae), citrusboorder, macadamiaboorder, beschikbaar op: https://gd.eppo.int/taxon/ECDYAU/documents.
(5) EPPO (2020), Risicoanalyse met betrekking tot het plaagorganisme Naupactus xanthographus, beschikbaar op: https://gd.eppo.int/taxon/NAUPXA/documents.
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1195 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om Synchytrium endobioticum (Schilbersky) Percival uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen (PB L 185 van 12.7.2022, blz. 65, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/1195/oj).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1192 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om Globodera pallida (Stone) Behrens en Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen (PB L 185 van 12.7.2022, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/1192/oj).
(8) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1987/2658/oj), als gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2364 van de Commissie van 26 september 2023 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L, 2023/2364, 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2364/oj).
BIJLAGE
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
bijlage II wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
in de tabel in bijlage III, afdeling a) (Bacteriën), punt 1, wordt de derde kolom (Beschermde gebieden) als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
in bijlage VI, punt 18, worden in de kolom “GN-code” na de code “ex 0602 10 90 ” de codes “ex 0602 20 20 ” en “ex 0602 20 80 ” toegevoegd; |
|
4) |
bijlage VII wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
bijlage VIII wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
in bijlage IX wordt de kolom “Beschermde gebieden” van de punten 1 en 2 van de tabel als volgt gewijzigd:
|
|
7) |
in bijlage X wordt de tabel als volgt gewijzigd:
|
|
8) |
in bijlage XI wordt deel A als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
in bijlage XI, deel B, wordt in de tweede kolom na de vermelding “0804 20 10 ” het volgende ingevoegd: “Manggistans ex 0804 50 00 ”; |
|
10) |
in bijlage XII, punt 8 (Andere), wordt de volgende vermelding toegevoegd:
|
|
11) |
in bijlage XIII wordt tussen de punten 2 en 3 het volgende punt ingevoegd:
|
|
12) |
in de bijlagen VII, X, XI, XII, XIII en XIV worden de volgende GN-codes telkens als volgt vervangen:
|
(*1) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1192 van de Commissie van 11 juli 2022 tot vaststelling van maatregelen om Globodera pallida (Stone) Behrens en Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens uit te roeien en de verspreiding ervan te voorkomen (PB L 185 van 12.7.2022, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/1192/oj).”;”
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/826/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)