European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/813

7.4.2026

BESLUIT (EU) 2026/813 VAN DE RAAD

van 30 maart 2026

tot machtiging tot het openen van onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met het oog op een overeenkomst inzake de deelname van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland aan de interne elektriciteitsmarkt van de Unie en een overeenkomst inzake de financiële bijdrage van het Verenigd Koninkrijk om de economische, sociale en territoriale ongelijkheden tussen de regio’s van de Unie te verkleinen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 194, lid 2, eerste alinea, en titel XVIII van het derde deel, met name artikel 175, derde alinea, en de artikelen 177 en 178, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (1) (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”) werd op 30 december 2020 door de Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie gesloten en is op 1 mei 2021 in werking getreden. Samen met het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2) (het “Terugtrekkingsakkoord”) vormt de handels- en samenwerkingsovereenkomst de hoeksteen van de bilaterale betrekkingen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (het “Verenigd Koninkrijk”).

(2)

Op 31 december 2020, toen de in het Terugtrekkingsakkoord bepaalde overgangsperiode afliep, was het Unierecht niet langer van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, en werd het Protocol inzake Ierland en Noord-Ierland (het “Windsor-kader”) (3), dat een integrerend deel uitmaakt van het Terugtrekkingsakkoord, van toepassing.

(3)

Sinds 1 januari 2021 zijn de elektriciteitsmarkten van de Unie en die van het Verenigd Koninkrijk van elkaar gescheiden, en dus aan afzonderlijke wetgeving en beleidsmaatregelen onderworpen. De bepalingen van het Unierecht die van toepassing zijn op de groothandelsmarkten voor elektriciteit, onder meer, bepaalde regels van het relevante Unierecht inzake milieu en staatssteun, blijven echter van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot Noord-Ierland, overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van en de bijlagen 4 en 5 bij het Windsor-kader, geschraagd door de algemene governanceregelingen van het Terugtrekkingsakkoord en de specifieke governanceregelingen van het Windsor-kader.

(4)

De doelstellingen van de samenwerking op het gebied van energie zijn vastgelegd in artikel 299 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst, namelijk de handel en investeringen op het gebied van energie en grondstoffen tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk bevorderen en de voorzieningszekerheid en milieuduurzaamheid verbeteren, met name door bij te dragen aan de bestrijding van klimaatverandering op die gebieden.

(5)

Meer in het bijzonder zijn in artikel 311 van de handels- en samenwerkingsovereenkomst beginselen op hoog niveau vastgelegd voor het efficiënte gebruik van elektriciteitsinterconnectoren en zijn in artikel 312 ervan regelingen vastgelegd voor de handel in elektriciteit in alle tijdsbestekken. In bijlage 29 bij de handels- en samenwerkingsovereenkomst is bepaald dat voor capaciteitstoewijzing en congestiebeheer op de day-aheadmarkt regelingen moeten worden vastgesteld op basis van het concept van “losse koppeling van volumes in meerdere regio’s”. De uitvoering van die regelingen bleek echter moeilijker dan oorspronkelijk verwacht.

(6)

Naar aanleiding van de topontmoeting tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie op 19 mei 2025 deelden de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk het standpunt dat nauwe samenwerking op het gebied van elektriciteit in het belang is van zowel de Unie als het Verenigd Koninkrijk, en kwamen zij overeen de noodzakelijke randvoorwaarden voor de mogelijke deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de interne elektriciteitsmarkt van de Unie, met inbegrip van de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de handelsplatforms van de Unie in alle tijdsbestekken, nader te onderzoeken. Sinds die topontmoeting hebben de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk die noodzakelijke randvoorwaarden vastgesteld.

(7)

Om een evenwicht in de rechten en plichten tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk te waarborgen, moeten de onderhandelingen over een overeenkomst betreffende de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de interne elektriciteitsmarkt van de Unie parallel worden gevoerd met de onderhandelingen over een overeenkomst tot vaststelling van een juridisch bindend mechanisme voor de passende financiële bijdrage van het Verenigd Koninkrijk om de economische, sociale en territoriale ongelijkheden tussen de regio’s van de Unie te verkleinen. Laatstgenoemde overeenkomst moet zorgen voor een passende financiële bijdrage die overeenkomt met het niveau van de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de interne markt van de Unie.

(8)

Daarom moeten onderhandelingen worden geopend met als doel tegelijkertijd twee overeenkomsten met het Verenigd Koninkrijk te sluiten en toe te passen, respectievelijk over de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de interne elektriciteitsmarkt van de Unie en over de financiële bijdrage van het Verenigd Koninkrijk om de economische, sociale en territoriale ongelijkheden tussen de regio’s van de Unie te verkleinen. De Commissie moet worden aangewezen als onderhandelaar van de Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De Commissie wordt gemachtigd met het Verenigd Koninkrijk onderhandelingen te openen met het oog op:

a)

een overeenkomst over de deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de interne elektriciteitsmarkt van de Unie, en

b)

een overeenkomst over de financiële bijdrage van het Verenigd Koninkrijk om de economische, sociale en territoriale ongelijkheden tussen de regio’s van de Unie te verkleinen.

2.   De onderhandelingen worden gevoerd op basis van de in het addendum bij dit besluit opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad, onder voorbehoud van eventuele richtsnoeren die de Raad nadien aan de Commissie verstrekt.

Artikel 2

De Commissie wordt aangewezen als onderhandelaar van de Unie.

Artikel 3

De onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep Verenigd Koninkrijk, die fungeert als bijzonder comité overeenkomstig artikel 218, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel, 30 maart 2026.

Voor de Raad

De voorzitter

M. PANAYIOTOU


(1)   PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2021/689(1)/oj.

(2)   PB L 29 van 31.1.2020, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/treaty/withd_2020/sign.

(3)   PB L 102 van 17.4.2023, blz. 87.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/813/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)