European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/787

15.6.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/787 VAN DE COMMISSIE

van 8 april 2026

tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2830 wat betreft de regels inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (1), en met name artikel 10, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG voorziet in een afzonderlijk emissiehandelssysteem voor brandstoffen die worden gebruikt voor verbranding in gebouwen, het wegvervoer en aanvullende sectoren. Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2830 van de Commissie (2) bevat specifieke regels voor de veiling van emissierechten die onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallen. Om een soepele start van het afzonderlijke emissiehandelssysteem te waarborgen, moeten verschillende bepalingen inzake de tijdstippen en het beheer van de veilingen voor die emissierechten worden gewijzigd en verduidelijkt.

(2)

De start van veilingen van de onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten kan ertoe leiden dat op een bepaalde dag meer dan één veiling van emissierechten plaatsvindt. Terwijl het belangrijk is ervoor te zorgen dat door het gemeenschappelijke veilingplatform georganiseerde veilingen en door opt-outplatforms georganiseerde veilingen niet op dezelfde dag plaatsvinden, moet het mogelijk zijn veilingen van de onder de hoofdstukken II en III van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten en veilingen van de onder hoofdstuk IV bis van die richtlijn vallende emissierechten op dezelfde dag te laten plaatsvinden.

(3)

Voor de goede werking van de markt voor de onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten is het noodzakelijk dat in een vroeg stadium wordt gezorgd voor voldoende liquiditeit, zodat marktdeelnemers van meet af aan een duidelijk en voorspelbaar prijssignaal krijgen. Daarom moet de veiling van de onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten van start gaan vanaf 2027. De methode voor de vaststelling en aanpassing van de hoeveelheid voor het Sociaal Klimaatfonds te veilen emissierechten moet worden geactualiseerd in het licht van de start van de vervroegde veiling en de ervaring met de uitvoering van de bepalingen van artikel 10, lid 6, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2830.

(4)

De deelname van bieders aan veilingen voor de onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten is gekoppeld aan de vraag van gereglementeerde entiteiten om emissierechten in te leveren teneinde aan hun nalevingsverplichtingen te voldoen. Wanneer een lidstaat nog niet beschikt over nationale wetgeving inzake de inlevering van emissierechten door gereglementeerde entiteiten uit hoofde van artikel 30 sexies, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG en inzake boeten wegens overmatige emissies uit hoofde van artikel 16, leden 1 tot en met 4, van die richtlijn voor de krachtens hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG gerapporteerde emissies, kan dit leiden tot annuleringen van veilingen of een niet-representatieve toewijzingsprijs op de veiling als gevolg van een overaanbod aan emissierechten en een gebrek aan deelname van bieders. Om in dergelijke situaties een goed veilingbeheer te waarborgen, moeten het aantal namens de lidstaten te veilen emissierechten en het tijdschema voor de omzetting van de verplichting tot inlevering van emissierechten voor de krachtens hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG gerapporteerde emissies in het nationale recht van de lidstaten, op elkaar worden afgestemd. Ook moet in overweging worden genomen in hoeverre de inleveringsvereisten zijn toegepast.

(5)

Om de procedurele vereisten voor personen die namens anderen biedingen uitbrengen te vereenvoudigen en te zorgen voor samenhang met de gewijzigde vrijstellingsregels in Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) voor personen die als een nevenactiviteit aan cliënten of leveranciers van hun hoofdbedrijf beleggingsdiensten verlenen, moet niet langer worden vereist dat personen een vergunning van de bevoegde nationale autoriteiten verkrijgen om namens anderen biedingen te kunnen uitbrengen uit hoofde van het EU-ETS-kader.

(6)

Elke lidstaat moet ten minste één veiler aanwijzen, die verantwoordelijk moet zijn voor het veilen van emissierechten namens de aanwijzende lidstaat. Eenzelfde veiler moet door meer dan een lidstaat kunnen worden aangewezen. De veiler(s) moet(en) verantwoordelijk zijn voor het veilen van de emissierechten op het veilingplatform en voor het in ontvangst nemen en uitbetalen van de veilingopbrengsten.

(7)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2830 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

Artikel 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2830 voorziet erin dat het gemeenschappelijke veilingplatform de veilingkalender voor 2027 voor de onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG vallende emissierechten uiterlijk op 31 juli 2026 of zo spoedig mogelijk daarna bekendmaakt, na raadpleging van de Commissie.

(9)

Deze verordening moet derhalve met spoed in werking treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2830 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 4 worden de derde en de vierde alinea vervangen door:

“Wanneer het gemeenschappelijke veilingplatform een of twee dagen per week veilingen van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde emissierechten houdt, mogen opt-outveilingplatforms op die dagen geen veiling houden.

Wanneer het gemeenschappelijke veilingplatform meer dan twee dagen per week veilingen van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde emissierechten houdt, kiest het twee dagen waarop geen opt-outveilingen mogen plaatsvinden. Het maakt die dagen uiterlijk bij de bekendmaking van de in artikel 12, lid 2, bedoelde veilingkalender bekend.”;

b)

lid 5 wordt vervangen door:

“5.   De in de artikelen 10 en 11 bedoelde hoeveelheid emissierechten die op een gemeenschappelijk veilingplatform moet worden geveild, wordt in beginsel gelijkmatig verdeeld over de veilingen die in een bepaald kalenderjaar worden gehouden.

De in artikel 13 bedoelde hoeveelheid emissierechten die op een gemeenschappelijk veilingplatform moet worden geveild, wordt in beginsel gelijkmatig verdeeld over de veilingen die in een bepaald kalenderjaar worden gehouden.

In afwijking van de tweede alinea wordt de in artikel 13 bedoelde hoeveelheid emissierechten die overeenkomstig artikel 30 quinquies, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG voor het eerste veilingjaar moet worden geveild, verdeeld over de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2028.

Indien de jaarlijkse hoeveelheid emissierechten van een lidstaat niet gelijkmatig over de veilingen van een gegeven kalenderjaar kan worden verdeeld overeenkomstig de in artikel 6, lid 1, vastgestelde regels voor de minimumhoeveelheid waarop kan worden geboden, verdeelt het desbetreffende veilingplatform die hoeveelheid over minder veilingen, waarbij wordt gewaarborgd dat de hoeveelheid in beginsel ten minste elk kwartaal wordt geveild.”

;

2)

artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1.   De in artikel 30 bis van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde hoeveelheid emissierechten die voor een gegeven kalenderjaar moet worden geveild, is gelijk aan de overeenkomstig de artikelen 30 quater en 30 quinquies van die richtlijn vastgestelde hoeveelheid emissierechten.

2.   De hoeveelheid emissierechten die voor een gegeven kalenderjaar door elke lidstaat moet worden geveild, wordt gebaseerd op de hoeveelheid emissierechten die is vastgesteld uit hoofde van lid 1 van dit artikel en het aandeel van de emissierechten van die lidstaat dat is bepaald uit hoofde van artikel 30 quinquies, lid 5, van Richtlijn 2003/87/EG.”

;

b)

de leden 5 en 6 worden vervangen door:

“5.   De jaarlijks te veilen hoeveelheden emissierechten als bedoeld in artikel 30 quinquies, leden 3 en 4, van Richtlijn 2003/87/EG worden samen met de respectieve jaarlijkse hoeveelheden emissierechten als bedoeld in lid 1 van dit artikel geveild. De initiële hoeveelheid emissierechten die vanaf 1 januari 2027 tot en met 31 december 2028 moet worden geveild uit hoofde van artikel 30 quinquies, leden 3 en 4, van Richtlijn 2003/87/EG, bedraagt 450 000 000 emissierechten.

6.   De jaarlijkse hoeveelheid emissierechten die moet worden geveild om de in artikel 30 quinquies, lid 4, van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde opbrengst te behalen, kan worden aangepast om ervoor te zorgen dat aan de in artikel 30 quinquies van die richtlijn genoemde doelstellingen wordt voldaan. Met het oog op die aanpassing wordt rekening gehouden met de reeds behaalde opbrengst, de gemiddelde toewijzingsprijs op de veiling voor de voorafgaande zes kalendermaanden en de resterende tijd tot 31 december 2032. Ten gevolge van die aanpassing worden de veilingkalenders aangepast in overeenstemming met artikel 14, lid 1, punt p), van deze verordening.

Indien de in artikel 30 quinquies van Richtlijn 2003/87/EG bedoelde veilingopbrengst wordt behaald vóór de datum van de laatste veiling die voor het Sociaal Klimaatfonds is gepland, worden de daaropvolgende veilingen van emissierechten voor dat fonds opgeschort overeenkomstig de desbetreffende bepalingen voor de schorsing van dergelijke veilingen in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/1122. De desbetreffende veilingkalenders worden dienovereenkomstig aangepast in overeenstemming met artikel 14, lid 1, punt e), van deze verordening.”

;

c)

het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

“7.   De hoeveelheid emissierechten die overeenkomstig lid 2 van dit artikel voor een lidstaat moet worden geveild, wordt pas geveild wanneer die lidstaat uitvoering heeft gegeven aan nationale wetgeving inzake de verplichting van gereglementeerde entiteiten om de in artikel 30 sexies, lid 2, van Richtlijn 2003/87/EG vastgestelde hoeveelheid emissierechten in te leveren en inzake de boeten wegens overmatige emissies uit hoofde van artikel 16, leden 1 tot en met 4, van Richtlijn 2003/87/EG voor de krachtens hoofdstuk IV bis van die richtlijn gerapporteerde emissies.

Wanneer aan de in de eerste alinea bedoelde wetgeving uitvoering is gegeven, wordt de in de eerste alinea bedoelde hoeveelheid emissierechten die voor de periode tussen het jaar vanaf wanneer de emissies onder die wetgeving vallen en de toepassingsdatum van die wetgeving niet ter veiling werd gebracht, aan de veilingkalenders toegevoegd.

Wanneer de in de tweede alinea bedoelde hoeveelheden emissierechten opnieuw aan de veilinghoeveelheden worden toegevoegd, worden zij verdeeld over een periode die gelijk is aan de periode waarin die emissierechten niet werden geveild.”

;

3)

in artikel 14 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:

a)

punt j) wordt vervangen door:

“j)

wijzigingen inzake de aangewezen veiler(s) uit hoofde van artikel 22, lid 1, of het niet ter veiling brengen van emissierechten uit hoofde van artikel 22, lid 4;”;

b)

het volgende punt q) wordt toegevoegd:

“q)

aanpassingen van de hoeveelheid emissierechten uit hoofde van artikel 13, lid 7.”;

4)

in artikel 18 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   In afwijking van lid 1 zijn personen die onder de vrijstelling van artikel 2, lid 1, punt j), van Richtlijn 2014/65/EU vallen, gerechtigd een aanvraag tot toelating in te dienen om hetzij voor eigen rekening, hetzij namens cliënten van hun hoofdbedrijf rechtstreeks biedingen uit te brengen in veilingen.”

;

5)

in artikel 22 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Elke lidstaat wijst ten minste één veiler aan. Geen enkele lidstaat veilt emissierechten zonder een veiler te hebben aangewezen. Eenzelfde veiler mag door meer dan één lidstaat worden aangewezen.”

;

6)

in artikel 50 worden de leden 4, 5 en 6 vervangen door:

“4.   De bevoegde nationale autoriteiten die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 596/2014 en Richtlijn (EU) 2015/849 zijn aangewezen door de lidstaten waarin de in lid 1 bedoelde personen zijn gevestigd, zijn verantwoordelijk voor het bewaken en handhaven van de naleving door die personen van de in de leden 2 en 3 genoemde gedragsregels, met inbegrip van de behandeling van eventuele klachten wegens niet-naleving van die gedragsregels.

5.   De in lid 1 bedoelde personen voldoen aan de volgende voorwaarden:

a)

zij staan als voldoende betrouwbaar bekend en zijn voldoende ervaren om een correcte naleving van de in de leden 2 en 3 vastgestelde gedragsregels te waarborgen;

b)

zij passen de nodige procedures en controles toe om belangenconflicten te ondervangen en in het belang van hun cliënten te handelen;

c)

zij voldoen aan de eisen van Richtlijn (EU) 2015/849;

d)

zij voldoen aan alle andere noodzakelijk geachte voorwaarden met betrekking tot de aard van de geboden biedingsdiensten, de mate van kennis van zaken van de betrokken cliënten zoals die uit hun investeerders- of handelsprofiel naar voren komt, en een risicogerelateerde beoordeling van de kans op witwassen van geld, financiering van terrorisme of criminele activiteiten.

6.   De bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaat waarin de in lid 1 bedoelde personen zijn gevestigd, bewaken en handhaven de naleving van de in lid 5 genoemde voorwaarden. De lidstaat ziet erop toe dat:

a)

zijn bevoegde nationale autoriteiten over onderzoeksbevoegdheden en over doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties beschikken;

b)

er een mechanisme wordt ingesteld voor de behandeling van klachten en om de bevoegde nationale autoriteiten in staat te stellen de in lid 1 bedoelde personen te verbieden namens cliënten biedingen uit te brengen wanneer die personen hun verplichtingen uit hoofde van de leden 2, 3 en 5 ernstig en stelselmatig hebben geschonden.”

.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 8 april 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/87/oj.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2830 van de Commissie van 17 oktober 2023 tot aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van regels inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten (PB L, 2023/2830, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2023/2830/oj).

(3)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/65/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/787/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)