|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/731 |
30.3.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/731 VAN DE COMMISSIE
van 27 maart 2026
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 wat de overgangsbepalingen en een aantal bepalingen inzake bemonstering betreft
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 34, lid 6,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 van de Commissie (2) bevat voorschriften betreffende de prestaties van analysemethoden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen die bij voedselproducerende dieren worden gebruikt, in het kader van nationale plannen zoals gedefinieerd in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1646 van de Commissie (3), voor de interpretatie van de resultaten en voor de methoden die voor bemonstering moeten worden gebruikt. |
|
(2) |
De bemonsteringsmethoden voor diervoeders zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie (4). Aangezien monsters van diervoeders ook kunnen worden genomen in het kader van nationale controleplannen, zoals gedefinieerd in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1646, wat het gebruik van farmacologisch werkzame stoffen betreft, moet de bemonstering van diervoeders in het kader van Verordening (EU) 2021/808 worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van die bijlage. Aangezien die bijlage geen gedetailleerde voorschriften bevat voor de rapportage over bemonsteringsprocedures en voor het vervoer en de opslag van de monsters, en die voorschriften noodzakelijk zijn voor de verrichting van de officiële controles op farmacologisch werkzame stoffen en residuen daarvan in diervoeders, moeten de voorschriften van de punten 5, 6 en 7 van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 van toepassing zijn op diervoeders. |
|
(3) |
De overgangsperiode waarna alle analysemethoden die voor officiële controles van farmacologisch werkzame stoffen en residuen daarvan worden gebruikt, aan de voorschriften van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 moeten voldoen, loopt af op 10 juni 2026. |
|
(4) |
Op basis van de door de lidstaten gerapporteerde vooruitgang is er meer tijd nodig om sommige analysemethoden opnieuw te valideren. Veel nationale referentielaboratoria en officiële controlelaboratoria zullen in juni 2026 nog niet alle methoden voor alle matrices hebben herbevestigd, ondanks de inspanningen die de afgelopen vier jaar zijn geleverd. Daarom moet de overgangsperiode worden verlengd tot 31 december 2027. |
|
(5) |
Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 schrijft voor dat de omvang van het te nemen monster ten minste twaalf eieren bedraagt, afhankelijk van de toegepaste analysemethoden. Aangezien één struisvogelei, dat 1-1,5 kg kan wegen, in gewicht overeenkomt met 24 kippeneieren, wordt één struisvogelei als een geschikte monsterhoeveelheid beschouwd. Daarom moet de steekproefgrootte voor struisvogeleieren in die bijlage worden gespecificeerd. |
|
(6) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(7) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 6 van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 wordt vervangen door:
“Artikel 6
Bemonsteringsmethoden
De lidstaten zien erop toe dat de monsters worden genomen, gehanteerd en geëtiketteerd overeenkomstig de in bijlage II bij deze verordening vastgestelde gedetailleerde bemonsteringsmethoden.
De bemonstering van diervoeders wordt uitgevoerd volgens de methoden die zijn beschreven in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie (*1) en in de punten 5, 6 en 7 van bijlage II bij deze verordening.
(*1) Verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie van 27 januari 2009 tot vaststelling van de bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders (PB L 54 van 26.2.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/152/oj).”."
Artikel 2
Artikel 7, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 wordt vervangen door:
“Tot 31 december 2027 blijven de voorschriften van de punten 2 en 3 van bijlage I bij Beschikking 2002/657/EG echter van toepassing op methoden die vóór de datum van inwerkingtreding van deze verordening zijn gevalideerd.”.
Artikel 3
Punt 1 (“Omvang van de monsters”) van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 wordt vervangen door:
“1. Omvang van de monsters
De minimale monsterhoeveelheden worden vastgesteld in het nationale residubewakingsprogramma. De minimale monsterhoeveelheden moeten volstaan om de erkende laboratoria in staat te stellen de analyseprocedures uit te voeren die nodig zijn om de screening en de bevestigingsanalyses te voltooien. Specifiek voor pluimvee, aquacultuur, konijnen, gekweekt wild, reptielen en insecten bestaat een monster uit een of meer dieren, afhankelijk van de voorschriften van de analysemethoden. Voor eieren bedraagt de grootte van het te nemen monster ten minste twaalf eieren, naargelang van de toe te passen analysemethode. De monstergrootte voor struisvogeleieren is echter één ei. Indien verschillende stofcategorieën in één monster met verschillende analysemethoden moeten worden geanalyseerd, wordt de monstergrootte dienovereenkomstig vergroot.”.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 maart 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/625/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/808 van de Commissie van 22 maart 2021 betreffende de prestaties van analysemethoden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen die bij voedselproducerende dieren worden gebruikt, betreffende de interpretatie van de resultaten en betreffende de toe te passen methoden voor bemonstering, en tot intrekking van de Beschikkingen 2002/657/EG en 98/179/EG (PB L 180 van 21.5.2021, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/808/oj).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1646 van de Commissie van 23 september 2022 betreffende eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles met betrekking tot het gebruik van farmacologisch werkzame stoffen die als diergeneesmiddel of als toevoegingsmiddel voor diervoeding zijn toegelaten en van verboden of niet-toegelaten farmacologisch werkzame stoffen en residuen daarvan, betreffende de specifieke inhoud van meerjarige nationale controleplannen en specifieke regelingen voor de opstelling daarvan (PB L 248 van 26.9.2022, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/1646/oj).
(4) Verordening (EG) nr. 152/2009 van de Commissie van 27 januari 2009 tot vaststelling van de bemonsterings- en analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders (PB L 54 van 26.2.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/152/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/731/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)