European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/544

17.6.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/544 VAN DE COMMISSIE

van 12 maart 2026

tot aanvulling van Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen ter bepaling van de criteria voor de beoordeling van het passende karakter, de adequaatheid en de doeltreffendheid van de systemen, middelen en procedures van externe toetsingsinstanties, hun compliancefunctie, interne gedragsregels en procedures, beoordelingsmethoden en voor informatie gebruikt voor toetsingen, alsmede van de informatie en de vorm en inhoud van aanvragen tot erkenning van externe toetsingsinstanties uit derde landen

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties (1) op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties, en met name artikel 26, lid 3, derde alinea, artikel 29, lid 4, derde alinea, artikel 30, lid 3, derde alinea, artikel 31, lid 4, derde alinea, en artikel 42, lid 9, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om het passende karakter, de adequaatheid en de doeltreffendheid van hun systemen, middelen en procedures te waarborgen, moeten externe toetsingsinstanties al hun interne regelingen, van de robuustheid van informatiesystemen tot de toereikendheid van personele, technische en materiële middelen, in overweging nemen. Externe toetsingsinstanties moeten als onderdeel van hun procedures een robuust beoordelingskader ontwikkelen, dat de minimumcriteria moet omvatten die moeten worden toegepast om de kwaliteit van de informatie en de betrouwbaarheid van de bij beoordelingswerkzaamheden gebruikte bronnen te beoordelen.

(2)

Om dezelfde reden moeten tekortkomingen in systemen, middelen en procedures die bij het monitoren en evalueren van de toereikendheid en adequaatheid ervan worden vastgesteld, naar behoren worden geregistreerd, verholpen en gerapporteerd, en moeten leden van het leidinggevend orgaan van de externe toetsingsinstantie toezicht houden op corrigerende maatregelen.

(3)

Om de compliancefunctie in staat te stellen haar verantwoordelijkheden naar behoren en onafhankelijk uit te oefenen, moeten externe toetsingsinstanties beschikken over door de raad van bestuur goedgekeurd beleidsregels voor de compliancefunctie en de aanwezigheid van de compliancefunctie in de relevante organisatiestructuren van de externe toetsingsinstantie, met inbegrip van comités.

(4)

Om de nodige middelen voor de compliancefunctie te waarborgen en de compliancefunctie in staat te stellen haar monitoringtaken doeltreffend uit te voeren, moeten externe toetsingsinstanties voldoende technische en personele middelen aan deze functie toewijzen.

(5)

Om de nodige deskundigheid van de compliancefunctie tot stand te brengen, moeten externe toetsingsinstanties de collectieve en actuele vaardigheden en ervaring waarborgen van personen die de compliancefunctie uitvoeren, onder meer door na te gaan of die personen over het vereiste arbeidsverleden en de vereiste beroepskwalificaties beschikken, en door voldoende interne opleidingen van hoog niveau aan te bieden.

(6)

Om ervoor te zorgen dat de compliancefunctie toegang heeft tot alle relevante informatie, moeten externe toetsingsinstanties ervoor zorgen dat de compliancefunctie informatie kan verkrijgen uit alle bronnen die zij nodig heeft om haar taken naar behoren uit te voeren, met inbegrip van records van bedrijfs- en controlefuncties, controleverslagen, klokkenluidersmeldingen en klachten van cliënten. Aangezien ervoor moet worden gezorgd dat externe dienstverleners en andere bedrijfseenheden aan dezelfde normen voldoen als de externe toetsingsinstantie zelf, moet de compliancefunctie ook toegang hebben tot informatie over uitbestede taken of andere bedrijfsonderdelen van de externe toetsingsinstantie.

(7)

Om de deugdelijkheid van hun administratieve en boekhoudkundige procedures te waarborgen, moeten externe toetsingsinstanties adequate records bijhouden voor de relevante boekhoudkundige gebeurtenissen en voldoen aan de toepasselijke standaarden en regels voor jaarrekeningen.

(8)

Om deugdelijke interne controlemechanismen in stand te houden, moeten externe toetsingsinstanties een alomvattend interne controlesysteem invoeren dat gericht is op het creëren van een sterk en evenredig controlekader, het doeltreffend beheren van risico’s, het uitvoeren van de nodige controlewerkzaamheden, het waarborgen van duidelijke informatiestromen en communicatie en het voortdurend monitoren van de activiteiten.

(9)

Om de doeltreffendheid van de controle- en beveiligingsvoorzieningen voor informatieverwerkingssystemen te waarborgen, moeten externe toetsingsinstanties een controlekader voor ICT-risicobeheer invoeren dat beoordelingen van de IT- en informatiebeveiliging en het testen van back-up-ICT-systemen omvat om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen.

(10)

Om ervoor te zorgen dat hun advies gebaseerd is op een grondige analyse van informatie die van voldoende kwaliteit en uit betrouwbare bronnen afkomstig is, moeten externe toetsingsinstanties in hun beoordelingsmethoden specifieke criteria toepassen om die informatie te beoordelen.

(11)

Om de kwaliteit van de gebruikte informatie te evalueren, moeten externe toetsingsinstanties erop toezien dat die informatie volledig, relevant en tijdig is en gebaseerd is op redelijke aannames, onder meer door ervoor te zorgen dat die informatie een volledige weergave vormt van het met obligaties gefinancierde project, rekening houdend met het type en de sector van de economische activiteiten. Daarom moet de informatie rechtstreeks verband houden met de kenmerken van de obligatie, een nauwkeurige weergave van het gefinancierde project bieden, actueel zijn en rekening houden met beperkingen in verband met prognose en inherente onzekerheden.

(12)

Om de betrouwbaarheid van bronnen te beoordelen, moeten externe toetsingsinstanties ervoor zorgen dat die bronnen objectieve en onderbouwde informatie verstrekken. De bronnen moeten geloofwaardig zijn en vergezeld gaan van documentatie waarin de stappen voor het verzamelen en verwerken van informatie, de aanpak met betrekking tot de herziening van historische data, indien van toepassing, en eventuele beperkingen die van invloed zijn op de bron, worden beschreven. Externe toetsingsinstanties moeten voldoende aandacht besteden aan informatie die voortvloeit uit regelgevingsvereisten of aan informatie die onderworpen is aan onafhankelijke assurance of certificering, en aan relevante internationaal erkende normen, indien beschikbaar.

(13)

Om de vergelijkbaarheid van de verzamelde informatie te bevorderen, moeten externe toetsingsinstanties de criteria om te beoordelen of informatie van voldoende kwaliteit is en of de informatiebronnen betrouwbaar zijn, op meetbare wijze toepassen op elke externe toetsing en op elke informatiebron.

(14)

De Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) moet kunnen beoordelen of aanvragers van erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land voldoen aan de voorwaarden van artikel 23, lid 2, en artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) 2023/2631, met inbegrip van de voorwaarden van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/2180 van de Commissie (2). Daarom moeten aanvragers actuele informatie verstrekken, met inbegrip van alle relevante details, in een duidelijk en ondubbelzinnig formaat.

(15)

Om de veiligheid te waarborgen en het beheer en de bruikbaarheid van de data te verbeteren, heeft de ESMA digitale registratiemethoden vastgesteld waarbij de informatie, de vorm en de inhoud van de aanvraag tot erkenning als externe toetsingsinstantie van Europese groene obligaties uit een derde land nader worden bepaald. Alle informatie die in een aanvraag bij de ESMA wordt ingediend, moet derhalve machinaal leesbaar zijn en op een duurzame gegevensdrager staan.

(16)

Om de ESMA te helpen bij het identificeren van de documenten die een aanvrager in het kader van de aanvraag tot erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land heeft ingediend, moeten de aanvragers voor elk document een uniek referentienummer opgeven.

(17)

Omwille van de assurance en de verantwoording moeten aanvragers die een aanvraag tot erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land indienen, in aanvulling op die aanvraag een door een lid van hun senior management ondertekende brief verstrekken waarin wordt verklaard dat de ingediende informatie naar beste weten van dat lid juist en volledig is.

(18)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van deze verordening moet plaatsvinden in overeenstemming met Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens. Dienaangaande moet elke verwerking van persoonsgegevens door de ESMA in het kader van deze verordening plaatsvinden in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (3). Elke verwerking van persoonsgegevens door entiteiten die een aanvraag tot erkenning als externe toetsingsinstantie op grond van deze verordening indienen, moet plaatsvinden in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (4) en de nationale voorschriften inzake de bescherming van natuurlijke personen wat betreft de verwerking van persoonsgegevens.

(19)

De ESMA moet kunnen beoordelen of een aanvrager die erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land aanvraagt, aan de voorwaarden voor die erkenning voldoet, met inachtneming van passende garanties. Daarom mogen die externe toetsingsinstanties en de ESMA persoonsgegevens met betrekking tot aanvragers van erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land niet langer bewaren dan vijf jaar nadat die aanvrager zijn functie heeft beëindigd. Om dezelfde redenen mogen, indien de ESMA erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land heeft geweigerd of indien de aanvrager zijn aanvraag tot erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land heeft ingetrokken, de persoonsgegevens met betrekking tot die aanvrager door de ESMA niet langer dan vijf jaar na de weigering van de erkenning van de aanvrager of na de intrekking van de aanvraag worden bewaard.

(20)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op 19 november 2025 formele opmerkingen ingediend.

(21)

De technische reguleringsnormen die moeten worden vastgesteld op basis van de in artikel 26, lid 3, derde alinea, artikel 29, lid 4, derde alinea, artikel 30, lid 3, derde alinea, artikel 31, lid 4, derde alinea, en artikel 42, lid 9, derde alinea, van Verordening (EU) 2023/2631 vastgestelde bevoegdheidsdelegaties, hangen nauw met elkaar samen, aangezien zij alle van toepassing zijn op externe toetsingsinstanties. Om de samenhang tussen die bepalingen te waarborgen en potentiële externe toetsingsinstanties een volledig beeld te geven van hun verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2023/2631, moeten die technische reguleringsnormen in één gedelegeerde verordening worden gebundeld.

(22)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die door de ESMA aan de Europese Commissie zijn voorgelegd in overeenstemming met artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5).

(23)

De ESMA heeft open publieke consultaties gehouden over de ontwerpen van de technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en heeft het advies ingewonnen van de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Criteria om te beoordelen of externe toetsingsinstanties gebruikmaken van de passende, adequate en doeltreffende systemen, middelen en procedures om aan hun verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2023/2631 te voldoen

De criteria voor de beoordeling van het passende karakter, de adequaatheid en de doeltreffendheid van de systemen, middelen en procedures die externe toetsingsinstanties gebruiken om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2023/2631, als bedoeld in artikel 26, lid 1, van die verordening, zijn de volgende:

(a)

de systemen die voorhanden zijn, waarborgen de veiligheid, integriteit en vertrouwelijkheid van informatie en de continuïteit en regelmatigheid bij de uitvoering van externe toetsingen;

(b)

de ingezette personele, technische en materiële middelen volstaan om de risico’s in kaart te brengen, te beheren, te monitoren en te rapporteren:

i)

waaraan een externe toetsingsinstantie is of zou kunnen zijn blootgesteld;

ii)

die de externe toetsingsinstantie voor anderen vormt of zou kunnen vormen;

(c)

de procedures die voorhanden zijn voor de objectieve en consistente toepassing van beoordelingsmethoden omvatten de volgende elementen:

i)

processen voor het verzamelen van kwantitatieve en kwalitatieve informatie voor de beoordelingswerkzaamheden, onder meer van de uitgevende instelling of initiator, openbare bronnen of derden;

ii)

maatregelen om mogelijke tekortkomingen bij het verzamelen en beoordelen van informatie aan te pakken;

iii)

processen voor de toetsing en rapportage van fouten in beoordelingsmethoden of in de toepassing ervan;

iv)

technieken, methoden en protocollen voor het ontwerpen, periodiek testen en evalueren van beoordelingswerkzaamheden, belangrijke aannames en meetdata.

Artikel 2

Criteria om te beoordelen of externe toetsingsinstanties de adequaatheid en doeltreffendheid van hun systemen, middelen en procedures monitoren en evalueren

De criteria om te beoordelen of externe toetsingsinstanties de adequaatheid en doeltreffendheid van hun systemen, middelen en procedures monitoren en evalueren, als bedoeld in artikel 26, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

de monitoring en evaluatie worden uitgevoerd door een functie die onafhankelijk is van de bedrijfsonderdelen;

(b)

maatregelen om de bij beoordelingen van de monitoring vastgestelde tekortkomingen aan te pakken, zijn onder meer:

i)

inbreuken, fouten, klachten, incidenten en bijna-incidenten registreren op een elektronische informatiedrager;

ii)

herstelmaatregelen vaststellen voor inbreuken, fouten, klachten, incidenten en bijna-incidenten;

iii)

een entiteit of persoon aanwijzen die verantwoordelijk is voor het verhelpen van elke tekortkoming;

iv)

verslag uitbrengen aan het senior management, het toezichthoudend orgaan of het leidinggevend orgaan over de voortgang bij het aanpakken van de vastgestelde tekortkomingen;

v)

ervoor zorgen dat het leidinggevend orgaan toezicht houdt op de tijdige uitvoering van corrigerende maatregelen.

Artikel 3

Criteria om te beoordelen of de compliancefunctie beschikt over het gezag om haar verantwoordelijkheden naar behoren en onafhankelijk uit te oefenen

De criteria om te beoordelen of de compliancefunctie van een externe toetsingsinstantie beschikt over het gezag om haar verantwoordelijkheden naar behoren en onafhankelijk uit te oefenen, als bedoeld in artikel 29, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

het leidinggevend orgaan van de externe toetsingsinstantie heeft beleidsregels vastgesteld die de compliancefunctie in staat stellen om:

i)

te beoordelen of wet- en regelgeving en interne gedragsregels en procedures worden nageleefd;

ii)

compliancewerkzaamheden objectief en doeltreffend uit te voeren zonder ongepaste beïnvloeding;

(b)

ten minste één lid van de compliancefunctie:

i)

heeft een zodanig hoge rang dat hij toegang heeft tot besluitvormers en zakelijke beslissingen ter discussie kan stellen;

ii)

neemt deel aan de structuren van de externe toetsingsinstantie die belast zijn met het toezicht op het risicobeheer en de naleving van de regelgeving om ervoor te zorgen dat complianceoverwegingen worden meegenomen in de strategie en besluitvorming van de externe toetsingsinstantie.

Artikel 4

Criteria om te beoordelen of de compliancefunctie beschikt over de nodige middelen en deskundigheid

De criteria om te beoordelen of de compliancefunctie van een externe toetsingsinstantie beschikt over de nodige middelen en deskundigheid, als bedoeld in artikel 29, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

het aantal personen dat de compliancefunctie uitvoert, is geschikt voor de aard, schaal en complexiteit van de bedrijfsactiviteiten van de externe toetsingsinstantie;

(b)

de personen die de compliancefunctie gezamenlijk uitvoeren, beschikken over de nodige vaardigheden en ervaring op het gebied van risicobeheer, controle, juridische zaken of compliance;

(c)

de compliancefunctie beschikt over systemen die haar in staat stellen:

i)

de naleving van wet- en regelgeving door de externe toetsingsinstantie te monitoren en te onderzoeken;

ii)

bevindingen op compliancegebied te registreren, te rapporteren en te corrigeren.

Artikel 5

Criteria om te beoordelen of de compliancefunctie toegang heeft tot alle relevante informatie

De criteria om te beoordelen of de compliancefunctie van een externe toetsingsinstantie toegang heeft tot alle relevante informatie, als bedoeld in artikel 29, lid 2, punt b), van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

de compliancefunctie heeft fysieke en digitale toegangsrechten voor alle informatie die zij nodig heeft om haar taken te allen tijde doeltreffend uit te voeren, met inbegrip van:

i)

informatiesystemen, databanken en boeken en records van bedrijfs- en controlefuncties, met inbegrip van juridische, financiële, personele en IT-aangelegenheden;

ii)

notulen van vergaderingen van bestuursorganen;

iii)

interne en externe controleverslagen en andere verslagen aan het senior management, het leidinggevend orgaan of het toezichthoudend orgaan;

iv)

meldingen van klokkenluiders;

v)

klachten van klanten;

vi)

informatie over taken die aan een externe dienstverlener zijn uitbesteed;

vii)

informatie over alle bedrijfseenheden van een externe toetsingsinstantie die andere diensten dan beoordelingswerkzaamheden verrichten;

(b)

de compliancefunctie heeft fysieke toegang tot de bedrijfsruimten en -faciliteiten van de externe toetsingsinstantie.

Artikel 6

Criteria om te beoordelen of de administratieve en boekhoudkundige procedures deugdelijk zijn

De criteria om te beoordelen of de administratieve en boekhoudkundige procedures van een externe toetsingsinstantie deugdelijk zijn, als bedoeld in artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

de door de externe toetsingsinstantie overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU) 2023/2631 bijgehouden records waarborgt dat er een duidelijk controlespoor van alle relevante gebeurtenissen is;

(b)

het boekhoudsysteem maakt een eerlijke en nauwkeurige weergave van de financiële positie van de externe toetsingsinstantie mogelijk en voldoet aan de toepasselijke standaarden en regels voor jaarrekeningen.

Artikel 7

Criteria om te beoordelen of de interne controlemechanismen deugdelijk zijn

De criteria om te beoordelen of de interne controlemechanismen van een externe toetsingsinstantie deugdelijk zijn, als bedoeld in artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

het controlemechanisme is:

i)

doeltreffend om de onafhankelijkheid van interne controlefuncties ten opzichte van de bedrijfsonderdelen te waarborgen;

ii)

geschikt voor de aard, schaal en complexiteit van de werkzaamheden in het kader van externe toetsingen;

(b)

er is een kader voor risicobeheer waarin de mechanismen van de externe toetsingsinstantie zijn vastgelegd voor de doeltreffende vaststelling, beoordeling, monitoring, beperking en rapportage van alle risico’s die een materieel effect kunnen hebben op het vermogen van een externe toetsingsinstantie om aan haar verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2023/2631 te voldoen;

(c)

er zijn preventieve en detectieve controlemaatregelen om specifieke operationele risico’s aan te pakken;

(d)

er zijn interne en externe informatie- en communicatieprocedures die de stroom van relevante, tijdige en betrouwbare informatie waarborgen;

(e)

er zijn monitoringprocedures die het mogelijk maken de adequaatheid en doeltreffendheid van de interne controlemechanismen voortdurend te evalueren.

Artikel 8

Criteria om te beoordelen of de controle- en beveiligingsvoorzieningen voor informatieverwerkingssystemen doeltreffend zijn

De criteria om te beoordelen of de controle- en beveiligingsvoorzieningen voor informatieverwerkingssystemen van een externe toetsingsinstantie doeltreffend zijn, als bedoeld in artikel 30, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

er wordt een controle- en beveiligingsstructuur ingevoerd die:

i)

past bij de aard, schaal en complexiteit van de externe toetsingsinstantie;

ii)

een doeltreffend en prudent beheer van ICT-risico’s waarborgt;

(b)

er is sprake van een doeltreffend en prudent beheer van ICT-risico’s, dat het volgende omvat:

i)

beveiligingsbeoordelingen van ICT- en informatiesystemen ten minste om de 24 maanden;

ii)

onderhoud en testen van overtollige ICT-capaciteiten om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen;

iii)

risicobeoordelingen van ICT-integratie door derden, indien van toepassing.

Artikel 9

Criteria om te beoordelen of de informatie die externe toetsingsinstanties voor hun toetsingen gebruiken van voldoende kwaliteit is

De criteria om te beoordelen of de informatie die externe toetsingsinstanties voor hun toetsingen gebruiken van voldoende kwaliteit is, als bedoeld in artikel 31, lid 3, van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

de informatie is volledig en geeft een alomvattend beeld van het door de obligatie gefinancierde project, met inbegrip van voldoende details met betrekking tot het type en de sector van de betrokken economische activiteiten;

(b)

de informatie houdt rechtstreeks en duidelijk verband met de kenmerken van de obligatie en biedt een nauwkeurige weergave van het gefinancierde project;

(c)

de informatie is in overeenstemming met de meest actuele data waarover de externe toetsingsinstanties beschikken bij het opstellen van hun toetsing en bevat, indien beschikbaar en vereist op grond van hun methoden, historische data;

(d)

alle daarmee verband houdende informatie, met inbegrip van berekeningen, ratio’s en ramingen, is gebaseerd op redelijke beweringen.

Artikel 10

Criteria om te beoordelen of de informatie die externe toetsingsinstanties voor hun toetsingen gebruiken afkomstig is uit betrouwbare bronnen

De criteria om te beoordelen of de informatie die externe toetsingsinstanties voor hun toetsingen gebruiken afkomstig is uit betrouwbare bronnen, als bedoeld in artikel 31, lid 3, van Verordening (EU) 2023/2631, zijn de volgende:

(a)

de informatiebron verschaft, indien vereist, informatie die objectief met bewijsmateriaal wordt gestaafd;

(b)

de geloofwaardigheid van de informatiebron kan worden aangetoond;

(c)

de informatiebron gaat vergezeld van de volgende documenten:

i)

bewijsstukken met betrekking tot de stappen die zijn ondernomen voor het verzamelen en verwerken van de informatie;

ii)

een uitgebreide set documenten voor de herziening van historische data, indien van toepassing;

iii)

een document met een beschrijving van eventuele beperkingen die van invloed kunnen zijn op het gebruik van de informatiebron, met inbegrip van mogelijke datalacunes en traceerbaarheidsproblemen;

(d)

de informatiebron geeft voorrang aan informatie waarvoor een wettelijke openbaarmakingsvereiste geldt, controles, conformiteitsbeoordelingen, onafhankelijke assurance of erkende certificeringen of, indien deze niet beschikbaar zijn, informatie die onderworpen is aan toepasselijke internationaal erkende normen, met inbegrip van door geloofwaardige internationale instanties opgestelde beginselen en beste praktijken die als leidraad dienen voor de wijze waarop informatie over duurzaamheid moet worden opgesteld, gepresenteerd of geëvalueerd, ook al is dit niet wettelijk vereist of onderworpen aan een wettelijke controle.

Artikel 11

Het te volgen formaat voor de aanvraag tot erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land

1.   Aanvragers uit derde landen die erkenning als externe toetsingsinstantie van Europese groene obligaties aanvragen, dienen de in de bijlagen bij deze verordening bedoelde informatie in in het in die bijlagen beschreven formaat.

2.   Aanvragers uit derde landen verstrekken de aanvraag aan de ESMA in een machinaal leesbaar formaat dat het mogelijk maakt dat:

(a)

de informatie toegankelijk blijft gedurende een periode die passend is voor het doel van de aanvraag;

(b)

de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd.

3.   Aanvragers voorzien elk document dat zij bij de ESMA indienen van een uniek referentienummer. De aanvragers zorgen ervoor dat in de informatie die zij indienen, duidelijk wordt aangegeven op welk specifiek vereiste van artikel 23, lid 2, en artikel 42, lid 3, van Verordening (EU) 2023/2631 die informatie betrekking heeft en in welk document die informatie is verstrekt. Aanvragers dienen de tabel in bijlage I bij deze verordening in als onderdeel van hun aanvraag en vermelden duidelijk in welk document zij de vereiste informatie hebben verstrekt.

4.   Als een aanvrager van mening is dat een vereiste van Verordening (EU) 2023/2631 niet van toepassing is op zijn aanvraag tot erkenning:

(a)

neemt hij een verklaring in die zin op in de desbetreffende tabel in bijlage I bij deze verordening;

(b)

licht hij toe waarom hij van mening is dat een dergelijk vereiste niet van toepassing is.

5.   Aanvragers laten hun aanvraag tot erkenning als externe toetsingsinstantie uit een derde land vergezeld gaan van een door een lid van het senior management van de aanvrager ondertekende brief waarin wordt verklaard dat de ingediende informatie naar beste weten van dat lid op de datum van indiening juist en volledig is.

6.   Externe toetsingsinstanties van de ESMA bewaren de persoonsgegevens met betrekking tot aanvragers van een registratie als externe toetsingsinstantie zolang dit nodig is voor de beoordeling van de eerste erkenning en niet langer dan vijf jaar nadat die aanvrager zijn functie heeft beëindigd.

7.   Indien de ESMA de erkenning van een aanvrager als externe toetsingsinstantie heeft geweigerd of indien de aanvrager zijn aanvraag intrekt, bewaart de ESMA de persoonsgegevens met betrekking tot die aanvrager niet langer dan vijf jaar na de weigering van de erkenning van de aanvrager of na de intrekking van de aanvraag.

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 maart 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L, 2023/2631, 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2631/oj.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/2180 van de Commissie van 12 september 2025 tot aanvulling van Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft technische reguleringsnormen tot specificatie van de voorwaarden voor de registratie van externe toetsingsinstanties en de criteria voor de beoordeling van de gezonde en prudente bedrijfsvoering van externe toetsingsinstanties, de geschiktheid van de kennis, ervaring en opleiding van de werknemers van externe toetsingsinstanties en de voorwaarden waaronder externe toetsingsinstanties hun beoordelingsactiviteiten uitbesteden (PB L, 2025/2180, 30.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/2180/oj).

(3)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).

(4)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).

(5)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1095/oj).


BIJLAGE I

DOCUMENTREFERENTIES

Bijlage bij deze verordening waarop de informatie betrekking heeft

(II-VIII)

Uniek referentienummer van het document

Titel van het document

Specifiek vereiste van Verordening (EU) 2023/2631 waarop de informatie betrekking heeft

Hoofdstuk, afdeling of bladzijde van het document waarin de informatie wordt verstrekt of reden waarom de informatie niet wordt verstrekt

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


BIJLAGE II

ALGEMENE GEGEVENS VAN DE AANVRAGER

Volledige naam van aanvrager uit een derde land:

 

Adres van de statutaire zetel

[land, gemeente, straatadres, postcode]

Website:

 

Identificatie voor rechtspersonen (LEI)

[indien beschikbaar]

 

Contactpersoon

Naam

 

Titel

 

Adres

[land, gemeente, straatadres, postcode]

E-mailadres

 

Telefoonnummer

 

Rechtsvorm van aanvrager uit een derde land

 

Bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het toezicht op de externe toetsingsinstantie uit een derde land die in het derde land erkenning aanvraagt

[voor zover van toepassing]

 


BIJLAGE III

EIGENDOMSSTRUCTUUR VAN DE AANVRAGER

Eigenaar

Percentage kapitaal

Aard deelneming

Percentage stemrechten

[geef aan of het een rechtspersoon of een natuurlijk persoon betreft]

 

[direct of indirect]

 

 

 

 

 

 

 

 

 


BIJLAGE IV

LEDEN VAN HET HOGER MANAGEMENT EN DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE AANVRAGER

Naam

Lid van de raad van bestuur

Lid van het senior management

Geboortedatum

Geboorteplaats

Rol/functie

Ingediende documenten

CV

Bewijs van het ontbreken van strafrechtelijke antecedenten met betrekking tot witwassen, terrorismefinanciering, verschaffen van financiële diensten of datadiensten, fraude of verduistering, met name in de vorm van een officiële verklaring of, indien in het rechtsgebied van het desbetreffende land geen dergelijke verklaring bestaat, een zelfverklaring van betrouwbaarheid en de machtiging aan de ESMA om bij de betrokken autoriteiten informatie op te vragen over de vraag of dat lid voor een strafbaar feit met betrekking tot witwassen, terrorismefinanciering, het verschaffen van financiële diensten of datadiensten of in verband met fraude of verduistering is veroordeeld

Verklaring van geschiktheid en betrouwbaarheid en belangenconflicten als bedoeld in artikel 1, lid 2, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/2180

[voornaam] [achternaam]

[ja/nee]

[ja/nee]

[DD.MM.JJJJ]

[gemeente, land]

 

[uniek referentienummer]

[uniek referentienummer]

[uniek referentienummer]

 

 

 

 

 

 

 

 

 


BIJLAGE V

ANALYTISCHE BRONNEN VAN DE AANVRAGER

1.   Informatie over analisten, werknemers en andere personen die rechtstreeks betrokken zijn bij beoordelingswerkzaamheden

Naam

Rol/functie

Selecteer de juiste kolom

Jaren in deze functie

Jaren in deze sector

CV

Tijdelijk

Onbepaalde tijd

 

 

 

 

 

[Bv. het aantal jaren werkzaam in beoordelingswerkzaamheden die vergelijkbaar zijn met de taken die op grond van Verordening (EU) 2023/2631 van een externe toetsingsinstantie worden verlangd]

[uniek referentienummer van het document]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle gegevens over het aantal werknemers wordt verstrekt in voltijdsequivalenten (fte), berekend als het totale aantal gewerkte uren gedeeld door het maximumaantal bezoldigde uren in een arbeidsjaar als omschreven in het toepasselijke nationale recht.

2.   Informatie over de beoordelingsactiviteiten

Geschatte duur van externe toetsing

[Aantal dagen]

Verwacht aantal toetsingen in de komende 24 maanden

[Getal]

3.   Informatie over de beoordeling van de aanvrager

Redenen waarom de aanvrager het aantal analisten, werknemers en andere personen die rechtstreeks betrokken zijn bij beoordelingswerkzaamheden en hun rollen passend acht

 

Redenen waarom de aanvrager het aantal en de duur van externe toetsingen passend acht

 


BIJLAGE VI

BELEID EN PROCEDURES VAN DE AANVRAGER

Punt

Onderwerp

Referentienummer

1

Opleidings- en ontwikkelingsplan voor analisten, werknemers en andere personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de beoordelingswerkzaamheden.

 

2

Beleid en procedures ingevoerd om te zorgen voor:

(a)

de continuïteit en regelmatigheid van de uitvoering van beoordelingswerkzaamheden;

(b)

het waarborgen van de vertrouwelijkheid en beveiliging van records en documenten over de verleende diensten;

(c)

goede administratieve en boekhoudkundige procedures;

(d)

en de toereikendheid van de informatieverwerkingssystemen die worden toegepast om aan de verplichtingen van een externe toetsingsinstantie te voldoen.

 

3

Beleid en procedures voor het interne-controlekader

[In het geval van een groot aantal documenten moeten deze worden gegroepeerd volgens de relevante gebieden van het interne-controlekader]

 

4

Beleid en procedures om ervoor te zorgen dat het interne-controlekader voldoet aan de criteria van artikel 5, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/2180.

 

5

Klokkenluidersbeleid dat ervoor zorgt dat de anonimiteit van klokkenluiders wordt gewaarborgd en represailles verboden zijn

 

6

Beloningsbeleid ter waarborging van de onafhankelijkheid van de werknemers die onderworpen zijn aan variabele beloningsregelingen

 

7

Procedures en methoden die worden toegepast om beoordelingen uit te voeren

 

8

Mandaat van de bestuursorganen, met inbegrip van de raad van bestuur en, in voorkomend geval, de comités daarvan

 

9

Notulen van de laatste vergadering van de raad van bestuur

 

10

Organigram, met inbegrip van de identificatie van rapportagelijnen en functies

 

11

Beleid inzake belangenconflicten

 

12

Inventarisatie van feitelijke of mogelijke belangenconflicten en voorgestelde risicobeperkende maatregelen

 

13

Informatie over hoe mogelijke belangenconflicten — zoals transacties met verbonden partijen, handelen voor eigen rekening door werknemers, externe zakelijke activiteiten en de aanvaarding van geschenken en gastvrijheid — consequent worden beoordeeld en goedgekeurd

 

14

Documenten en informatie met betrekking tot bestaande of geplande uitbestedingsregelingen voor activiteiten van de externe toetsingsinstantie die onder Verordening (EU) 2023/2631 vallen, met inbegrip van informatie over entiteiten die uitbestedingstaken vervullen, en de evaluatie van de wijze waarop de externe toetsingsinstantie de naleving van artikel 33, lid 1, van die verordening zal waarborgen.

 


BIJLAGE VII

OVERIGE ACTIVITEITEN VAN DE AANVRAGER

Activiteit

Omschrijving

Aangeboden via dochterondernemingen

[NACE-code van de activiteit, indien beschikbaar]

 

[ja/nee: indien ja, geef dan de naam van de entiteit op]

 

 

 

 

 

 


BIJLAGE VIII

IN DE UNIE GEVESTIGDE WETTELIJKE VERTEGENWOORDIGER

Volledige naam

 

Adres van maatschappelijke zetel in de Unie

[EU-lidstaat, gemeente, straatadres, postcode]

E-mailadres

 

Rechtsstatus

 

Oprichtingsakte, statuten of andere oprichtingsdocumenten;

 

Website:

 

Identificatie voor rechtspersonen (LEI)

[indien beschikbaar]

 


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/544/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)