|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/499 |
5.3.2026 |
BESLUIT (EU) 2026/499 VAN DE RAAD
van 26 februari 2026
tot verlenging van de periode waarin het recht op aanspraak voor audiovisuele coproducties bestaat zoals vastgelegd in artikel 5 van het Protocol betreffende culturele samenwerking bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Besluit (EU) 2015/2169 van de Raad van 1 oktober 2015 betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (1), als gewijzigd bij Besluit (EU) 2022/2335 van de Raad van 28 november 2022 tot wijziging van Besluit (EU) 2015/2169 betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (2), en met name artikel 3, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 1 oktober 2015 heeft de Raad Besluit (EU) 2015/2169 vastgesteld. |
|
(2) |
In het Protocol betreffende culturele samenwerking (3) (het “protocol”) dat is gehecht aan de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (4), wordt het kader vastgesteld waarbinnen de partijen samenwerken om de uitwisseling van culturele activiteiten, goederen en diensten, onder meer in de audiovisuele sector, te vergemakkelijken. |
|
(3) |
Het protocol bevat bij wijze van uitzondering bepalingen inzake het recht om voor audiovisuele coproducties aanspraak te maken op de respectieve regelingen die in beginsel zijn voorbehouden aan ontwikkelingslanden met een zich ontwikkelende audiovisuele sector. |
|
(4) |
Op grond van die bepalingen van het protocol wordt die periode waarin het recht op aanspraak bestaat na de aanvankelijke periode van drie jaar verlengd met telkens opeenvolgende perioden van dezelfde duur, tenzij een van de partijen het recht op aanspraak ten minste drie maanden voor het verstrijken van de aanvankelijke of verlengingsperiode schriftelijk opzegt. Overeenkomstig die bepalingen is de periode waarin het recht op aanspraak bestaat de laatste maal verlengd tot en met 30 juni 2026, aangezien geen van beide partijen heeft opgezegd. De daadwerkelijke gevolgen van het protocol voor audiovisuele coproducties moeten tijdig door het Comité voor culturele samenwerking worden beoordeeld en als basis dienen voor het besluit van de Unie of de periode waarin het recht op aanspraak bestaat met drie jaar moet worden verlengd tot en met 2029. |
|
(5) |
Overeenkomstig Besluit (EU) 2015/2169 moet de Commissie de Republiek Korea in kennis stellen van het voornemen van de Unie om de in artikel 5 van het protocol bedoelde periode waarin een recht op aanspraak voor coproductie bestaat, niet overeenkomstig de procedure van het protocol te verlengen, tenzij de Raad, op voorstel van de Commissie, vier maanden vóór het verstrijken van die periode met verlenging ervan instemt. Stemt de Raad met verlenging van de aanspraakperiode in, dan moet die procedure aan het einde van die verlengde aanspraakperiode opnieuw van toepassing worden. |
|
(6) |
Op 12 december 2025 heeft het Comité voor culturele samenwerking overeenkomstig het protocol de resultaten van de uitvoering van het recht op aanspraak beoordeeld ter zake van de bevordering van de culturele diversiteit en de wederzijds voordelige samenwerking inzake coproducties. |
|
(7) |
De op grond van het protocol opgerichte interne adviesgroep van de Unie is geraadpleegd over de verlenging van de periode waarin het recht op aanspraak bestaat. |
|
(8) |
Gelet op de nauwe, historische en unieke betrekkingen tussen de Unie en de Republiek Korea en aangezien coproducties van de EU en de Republiek Korea zowel economisch als cultureel wederzijds voordelig kunnen zijn, moet de periode waarin voor audiovisuele coproducties aanspraak kunnen maken op de respectieve regelingen van de partijen voor de bevordering van plaatselijke/regionale culturele inhoud als voorzien in het protocol, worden verlengd. Die aanspraak kan ook extra kansen creëren voor alle lidstaten, inclusief de lidstaten die er tot dusver niet in zijn geslaagd om bilateraal coproducties tot stand te brengen. |
|
(9) |
Dit besluit laat de respectieve bevoegdheden van de Unie en de lidstaten onverlet. Dit geldt in het bijzonder voor de bevoegdheid van de lidstaten om coproductieovereenkomsten te sluiten, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De periode waarin voor audiovisuele coproducties aanspraak kan worden gemaakt op de respectieve regelingen van de partijen voor de bevordering van plaatselijke/regionale culturele inhoud, als voorzien in artikel 5, leden 4 tot en met 7, van het Protocol betreffende culturele samenwerking bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, wordt met drie jaar verlengd, van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2029.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 26 februari 2026.
Voor de Raad
De voorzitter
M. DAMIANOS
(1) PB L 307 van 25.11.2015, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/2169/oj.
(2) PB L 309 van 30.11.2022, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/2335/oj.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/499/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)