European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/466

27.2.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/466 VAN DE COMMISSIE

van 17 november 2025

houdende aanvulling van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot precisering van de kenmerken van instrumenten voor liquiditeitsmanagement

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (1), en met name artikel 18 bis, lid 5, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om beleggers te beschermen en overloopeffecten te limiteren, moet een opschorting tegelijkertijd en voor dezelfde periode van toepassing zijn op inschrijvingen, inkopen en terugkopen.

(2)

Om zittende beleggers te beschermen en om de stroom van nieuwe beleggingen in een icbe te beheren, moet een icbe inschrijvingen kunnen beperken, terwijl zij toch inkopen en terugkopen voor zittende beleggers verder toelaat (“soft closure”). Dit soort soft closure van een icbe mag echter niet kwalificeren als een instrument voor liquiditeitsmanagement waarvan sprake in bijlage II A bij Richtlijn 2009/65/EG, aangezien het niet dient om liquiditeitsrisico’s te beheren of te reageren op druk om terug te kopen in situaties van marktstress.

(3)

Gelet op de beleggingsdoelstellingen en het terugkoopbeleid van een icbe, moet de drempel voor het activeren van een redemption gate op het niveau van de icbe worden bepaald. In lijn met de handvatten van de International Organization of Securities Commissions (IOSCO) voor het management van liquiditeitsrisico van open-end fondsen (2) moeten bij het bepalen van de drempel voor het activeren van redemption gates de geaggregeerde netto of bruto terugkooporders op het niveau van de icbe voor een gegeven handelsdatum of over een bepaalde periode in aanmerking worden genomen en moet de activeringsdrempel worden uitgedrukt als percentage van de intrinsieke waarde van de icbe. Wanneer de activeringsdrempel wordt overschreden, moet een icbe, gelet op haar liquiditeit, de marktomstandigheden en het beste belang van beleggers, kunnen beslissen om redemption gates te activeren of om nog steeds terugkooporders uit te voeren.

(4)

Om een eerlijke behandeling van beleggers te garanderen, moet een icbe die redemption gates activeert, het niet-uitgevoerde gedeelte van de terugkooporders kunnen afhandelen op basis van vooraf bepaalde voorwaarden die beleggers zijn meegedeeld. Bij die voorwaarden kan het ook gaan om de automatische overdracht van het niet-uitgevoerde deel van terugkooporders naar de volgende handelsdatum, met of zonder voorrang op terugkooporders die op een latere handelsdatum zijn ingelegd, of de annulering van die niet-uitgevoerde terugkooporders.

(5)

Om beleggers te beschermen en de stabiliteit op de markt te bewaren in perioden van stress of ongewone terugkoopactiviteit, kan een icbe de verlenging van opzegtermijnen activeren. Afhankelijk van de beleggingsdoelstelling en het terugkoopbeleid van de icbe, kan de verlengde opzegtermijn een specifiek aantal dagen, weken of maanden of een vaste datum vóór de terugkoopdatum zijn. Voor zover passend voor de beleggingsstrategie en het terugkoopbeleid van de icbe, kan de minimumopzegtermijn die beleggers een icbe geven om hun rechten van deelneming of aandelen terug te kopen, gelijk zijn aan nul. In dat geval moet de icbe nog steeds in staat zijn om te selecteren en, voor zover passend, de verlenging van opzegtermijnen te activeren door de opzegtermijn verder te verlengen dan de opzegtermijn van nul.

(6)

Aangezien de icbe doorgaans geen controle heeft over het afwikkelingsproces, mag dat proces niet worden opgenomen in de verlengde opzegtermijn.

(7)

Om beleggers te beschermen en rekening te houden met het liquide karakter van de icbe, mag de verlenging van opzegtermijnen geen impact hebben op de terugkoopfrequentie van de icbe.

(8)

In lijn met de handvatten van de International Organization of Securities Commissions (IOSCO) voor het management van liquiditeitsrisico van open-end fondsen en om te verzekeren dat zittende of overblijvende beleggers in een icbe geen ongunstige gevolgen ondervinden van de liquiditeitskosten veroorzaakt door inschrijvingen en terugkopen, moeten anti-dilution instrumenten voor liquiditeitsmanagement (nl. terugkooppremies, swing pricing, dual pricing en anti-dilution levies) de geschatte liquiditeitskosten bij toetredende en uittredende beleggers leggen. Liquiditeitskosten bestaan uit expliciete en impliciete transactiekosten van inschrijvingen of terugkopen, met inbegrip van eventuele significante marktimpact. Een icbe die een anti-dilutioninstrument voor liquiditeitsmanagement activeert, moet de geschatte expliciete transactiekosten in aanmerking nemen. Voor zover passend voor haar beleggingsstrategie, moet de icbe ook de impliciete transactiekosten in aanmerking nemen, daaronder begrepen eventuele significante marktimpact van aan- of verkopen van activa om aan terugkooporders te voldoen. Om rekening te houden met de diversiteit van onderliggende activa van een icbe, moeten, wanneer geen informatie voor het berekenen van impliciete transactiekosten, waaronder significante marktimpact, beschikbaar is of deze niet betrouwbaar is, die transactiekosten op best effort basis worden geschat.

(9)

Om de door uittredende beleggers veroorzaakte liquiditeitskosten te dekken, moeten deelnemers of aandeelhouders in de icbe terugkooppremies betalen wanneer hun rechten van deelneming of aandelen worden teruggekocht. Wanneer een icbe terugkooppremies toepast, moet zij die terugkooppremies in mindering kunnen brengen op de bedragen die aan uittredende beleggers worden betaald.

(10)

Als een kenmerk van swing pricing moet een icbe een swing factor kunnen bepalen die zal worden gebruikt om de intrinsieke waarde van haar rechten van deelneming of aandelen bij te stellen. Om ervoor te zorgen dat alle toetredende en uittredende beleggers dezelfde prijs betalen of ontvangen bij het kopen van of uittreden uit rechten van deelneming of aandelen in een icbe, moet de bekendgemaakte intrinsieke waarde van de rechten van deelneming of aandelen van die icbe de intrinsieke waarde zijn na toepassing van de swing factor.

(11)

Om een eerlijke behandeling van beleggers te garanderen en om de dilution-effecten te mitigeren die worden veroorzaakt door transactiekosten ontstaan door toetredende of uittredende beleggers, moet een icbe die van swing pricing gebruikmaakt, het recht hebben om de intrinsieke waarde van haar rechten van deelneming of aandelen op elke handelsdatum bij te stellen (meestal “full swing” genoemd) of alleen wanneer de netto-inschrijvingen of -terugkopen groter zijn dan een vooraf bepaalde drempel (meestal “partial swing” genoemd). In beide types swing pricing wordt de richting van de swing (d.w.z. of de swing factor wordt opgeteld bij of afgetrokken van de intrinsieke waarde van rechten van deelneming of aandelen in de icbe) bepaald door de netto kapitaalactiviteit op de handelsdatum. Daarom moet voor een gegeven handelsdatum met netto-inschrijvingen de swing factor worden opgeteld bij de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming of aandelen in de icbe die opwaarts zal worden bijgesteld. In het omgekeerde scenario moet voor een gegeven handelsdatum met netto-terugkopen een swing factor worden afgetrokken van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming of aandelen in de icbe die neerwaarts zal worden bijgesteld. Om een eerlijke behandeling van beleggers te garanderen en om het gebruik van swing pricing te faciliteren in zowel normale als stressomstandigheden op de markt, moet de icbe onder beide types van swing pricing kunnen beslissen of zij ofwel één enkele swing factor gebruikt, of swing factoren toepast afhankelijk van de omvang van de netto kapitaalactiviteit (doorgaans “tiered approach” genoemd), dan wel andere mogelijkheden toepast, met inbegrip van gemengde benaderingen.

(12)

De kenmerken van dual pricing moeten tot uiting komen in de methode waarmee deze wordt berekend. Om rekening te houden met de diversiteit aan beleggingsstrategieën en terugkoopbeleid, en in lijn met internationale aanbevelingen, moet een icbe twee alternatieve berekeningsmethoden voor dual pricing overwegen door ofwel twee onderscheiden intrinsieke waarden te berekenen waarin, respectievelijk, laat- en biedprijzen van activa zijn verwerkt, of door een aanpasbare spread te bepalen rond de intrinsieke waarde van haar rechten van deelneming of aandelen.

(13)

Om overblijvende beleggers in de icbe te beschermen tegen de dilution-impact van potentieel grote inschrijvingen of terugkopen, moet een icbe die de anti-dilution levy activeert die levy toepassen op uittredende beleggers in het geval van netto-terugkopen en op toetredende beleggers in het geval van netto-inschrijvingen.

(14)

Een icbe moet redemption in kind kunnen activeren om de verkoop te voorkomen van aanzienlijke pakketten effecten in antwoord op terugkooporders, wanneer die verkoop voor haar aandeelhouders of deelnemers dreigt te resulteren in aanzienlijke transactiekosten en impacts op de marktprijs.

(15)

Vergunninghoudende deelnemers en market makers zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 7), van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (3) vervullen essentiële functies voor de dagelijkse activiteiten van beursverhandelde icbe’s. De rol van vergunninghoudende deelnemers en market makers omvat de verwerving of verkoop van rechten van deelneming of aandelen in een beursverhandelde icbe op de secundaire markt, het bijstaan van de beheermaatschappij van de beursverhandelde icbe bij de uitvoering van orders en het borgen van doorlopende liquiditeit en handel op de secundaire markt. Als onderdeel van de reguliere handelsactiviteit van een beursverhandelde icbe, mag de volledige of gedeeltelijke levering van onderliggende effecten gehouden door, of namens, een beursverhandelde icbe aan vergunninghoudende deelnemers en market makers om aan terugkooporders te voldoen, niet worden beschouwd als een activering van het liquiditeitsmanagement-instrument “redemption in kind” waarvan sprake in punt 8 van bijlage II A bij Richtlijn 2009/65/EG, aangezien dit soort operatie geen verband houdt met het liquiditeitsmanagement van de portefeuille van een beursverhandelde icbe.

(16)

Om liquiditeitsrisico’s te mitigeren die verband houden met activa van de icbe waarvan economische of juridische kenmerken aanzienlijk zijn veranderd of als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden onzeker zijn geworden, moet een icbe side pockets kunnen activeren via boekhoudkundige of fysieke scheiding.

(17)

Wanneer het in het beste belang van de icbe en haar beleggers is om de side pocket binnen de bestaande fondsstructuur te houden, moet een icbe een side pocket kunnen opzetten via boekhoudkundige scheiding. In dat geval moeten activa waarvan economische of juridische kenmerken aanzienlijk zijn veranderd of als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden onzeker zijn geworden, worden toegewezen aan een aparte aandelenklasse van de icbe.

(18)

Wanneer het in het beste belang van de icbe is om fysiek de activa te isoleren waarvan economische of juridische kenmerken aanzienlijk zijn veranderd of als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden onzeker zijn geworden, moet de icbe een side pocket kunnen opzetten via fysieke scheiding. In dat geval moeten de getroffen activa binnen de oorspronkelijke icbe blijven, terwijl de niet-getroffen activa van de icbe aan een nieuw fonds moeten worden overgedragen.

(19)

Om beleggers te beschermen en het risico op besmetting van de rest van de icbe te mitigeren, moeten side pockets worden afgesloten voor inschrijvingen, inkopen en terugkopen. In het belang van beleggers moet een icbe echter wel, ongeacht het feit of de side pocket wordt opgezet via boekhoudkundige scheiding of fysieke scheiding, de side pocket kunnen vervreemden of liquideren en eventuele opbrengsten aan de eindbeleggers uitdelen naar rato van hun deelneming in de side pocket.

(20)

Om rechtszekerheid en coherentie met Richtlijn 2009/65/EG te garanderen, moet voor een icbe opgericht na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, deze verordening vanaf 16 april 2026 van toepassing worden. Naleving van deze verordening zal ook aanpassingen van de fondsdocumentatie en een update van de bestaande processen en technische infrastructuur van icbe’s en hun beheermaatschappij vergen om de activering van de geselecteerde instrumenten voor liquiditeitsmanagement te kunnen ondersteunen. Daarom is het noodzakelijk om te voorzien in een overgangsperiode van één jaar voor icbe’s die zijn opgericht vóór de datum waarop deze verordening van toepassing wordt, om die icbe’s in staat te stellen zich aan de nieuwe regeling aan te passen. Die icbe’s moeten evenwel nog steeds de mogelijkheid hebben om ervoor te kiezen zich aan deze verordening te onderwerpen vanaf de datum waarop deze van toepassing wordt, d.w.z. vanaf 16 april 2026.

(21)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de Europese Autoriteit voor effecten en markten bij de Commissie heeft ingediend.

(22)

De Europese Autoriteit voor effecten en markten heeft open publieke consultaties georganiseerd over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd en heeft het advies ingewonnen van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Opschorting van inschrijving, inkoop en terugkoop

1.   Een icbe schort inschrijvingen, inkopen en terugkopen tegelijkertijd, voor dezelfde periode en voor alle beleggers van de icbe op.

Een icbe schort geen terugkopen op zonder tegelijkertijd ook inschrijvingen en inkopen op te schorten.

2.   Een opschorting van inschrijvingen, inkopen en terugkopen is tijdelijk, strikt beperkt tot de periode die noodzakelijk is om met een oplossing te komen voor de uitzonderlijke omstandigheden die deze opschorting rechtvaardigen, en kan alleen worden uitgevoerd wanneer zulks, gelet op het beste belang van beleggers, naar behoren gerechtvaardigd is.

3.   Voor een icbe met meerdere aandelenklassen is de opschorting van inschrijvingen, inkopen en terugkopen van toepassing op alle aandelenklassen van die icbe.

Artikel 2

Redemption gates

1.   Een icbe die besluit redemption gates te activeren, past die redemption gates eenvormig toe voor alle beleggers.

2.   Een redemption gate heeft een drempel voor activering waaronder de redemption gate niet mag worden geactiveerd.

De activeringsdrempel wordt op het niveau van de icbe vastgesteld en is op alle beleggers van de icbe gelijkelijk van toepassing.

3.   De activeringsdrempel is:

(a)

gebaseerd op de totale netto of bruto terugkooporders die de icbe voor een gegeven handelsdatum of over een bepaalde periode heeft ontvangen;

(b)

uitgedrukt als een verhouding van de intrinsieke waarde van de icbe.

4.   Een icbe die beslist een redemption gate te activeren, voert op pro rata basis de terugkooporders van alle beleggers uit voor een gegeven handelsdatum voor een bedrag dat ten minste overeenstemt met het niveau van de activeringsdrempel.

Artikel 3

Verlenging van opzegtermijnen

1.   De verlengde opzegtermijn bestrijkt de periode tussen de ontvangst van de terugkooporder door de icbe en de uitvoering ervan.

De verlengde opzegtermijn omvat niet de tijd die nodig is voor het afwikkelingsproces.

2.   De verlenging van de opzegtermijn heeft geen impact op de terugkoopfrequentie van de icbe.

Artikel 4

Terugkooppremies

1.   De vooraf bepaalde bandbreedte van terugkooppremies houdt rekening met de geschatte expliciete transactiekosten. Voor zover passend voor de beleggingsstrategie van de icbe, moet de vooraf bepaalde bandbreedte van terugkooppremies ook de impliciete transactiekosten in aanmerking nemen, daaronder begrepen eventuele significante marktimpact van verkopen van activa om aan die terugkoop te kunnen voldoen. Die impliciete transactiekosten worden op best effort basis geschat.

2.   Terugkooppremies worden uitgedrukt als percentage van de bruto terugkooporders of als een geldwaarde, of een combinatie van beide. De hoogte van terugkooppremies kan variëren afhankelijk van de omvang van de terugkooporder.

3.   Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel en van de artikelen 5, 6 en 7 worden met “expliciete transactiekosten” kosten bedoeld die direct door een icbe worden gedragen voor de activa die zij verwerft of vervreemdt, die stabiel zijn qua bedrag en kwantificeerbaar vóór de transactie. Die kosten kunnen vergoedingen voor brokers, heffingen op transacties, belastingen en afwikkelingsvergoedingen omvatten.

Met “impliciete transactiekosten” worden kosten bedoeld die indirect door de icbe worden gedragen bij de verwerving of vervreemding van activa en in hoofdzaak voortvloeien uit de bied-laatspread en marktimpact. Die impliciete transactiekosten kunnen variëren afhankelijk van het type onderliggende activa en marktomstandigheden.

Artikel 5

Swing pricing

1.   De swing factor omvat de geschatte expliciete transactiekosten bedoeld in artikel 4, lid 3, eerste alinea. Voor zover passend voor de beleggingsstrategie van de icbe, omvat de swing factor ook de impliciete transactiekosten bedoeld in artikel 4, lid 3, tweede alinea, daaronder begrepen significante marktimpact van aan- of verkopen van activa om aan die inschrijvingen of terugkopen te voldoen. Die impliciete transactiekosten worden op best effort basis geschat.

2.   De swing factor wordt uitgedrukt als percentage van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming of aandelen in de icbe.

3.   Een icbe mag swing pricing toepassen wanneer er een verschil is tussen de terugkooporders en de inschrijvingsorders (“full swing”) of wanneer dat verschil een vooraf bepaalde activeringsdrempel overschrijdt (“partial swing”). In beide gevallen wordt:

(a)

wanneer het verschil tussen de terugkoop- en de inschrijvingsorders voor een gegeven handelsdatum netto terugkopen oplevert, de swing factor afgetrokken van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming of aandelen in de icbe;

(b)

wanneer het verschil tussen de terugkoop- en de inschrijvingsorders voor een gegeven handelsdatum netto-inschrijvingen oplevert, de swing factor opgeteld bij de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming of aandelen in de icbe.

4.   Swing pricing kan verschillende swing factoren omvatten die overeenstemmen met verschillende activeringsdrempels.

Artikel 6

Dual pricing

1.   Een icbe die dual pricing activeert, maakt daartoe gebruik van een van de volgende berekeningsmethoden:

(a)

berekening van twee intrinsieke waarden:

i)

een intrinsieke waarde voor inschrijvingen, bepaald op basis van de laatprijs van de door icbe gehouden activa;

ii)

een intrinsieke waarde voor terugkopen, bepaald op basis van de biedprijs van de door icbe gehouden activa;

(b)

berekening van slechts één intrinsieke waarde voor toetredende en uittredende beleggers.

2.   Voor beide in lid 1 bedoelde berekeningsmethoden omvatten de liquiditeitskosten waarmee de intrinsieke waarde per recht van deelneming of aandeel wordt aangepast, de geschatte expliciete transactiekosten als bedoeld in artikel 4, lid 3, eerste alinea. Voor zover passend voor de beleggingsstrategie van de icbe, omvatten dergelijke liquiditeitskosten ook de impliciete transactiekosten bedoeld in artikel 4, lid 3, tweede alinea, daaronder begrepen significante marktimpact van aan- of verkopen van activa om aan die inschrijvingen of terugkopen te voldoen. Die impliciete transactiekosten worden op best effort basis geschat.

Artikel 7

Anti-dilution levy

1.   Anti-dilution levies omvatten de geschatte expliciete transactiekosten bedoeld in artikel 4, lid 3, eerste alinea. Voor zover passend voor de beleggingsstrategie van de icbe, omvatten anti-dilution levies ook de impliciete transactiekosten bedoeld in artikel 4, lid 3, tweede alinea, daaronder begrepen significante marktimpact van aan- of verkopen van activa om aan die inschrijvingen of terugkopen te voldoen. Die impliciete transactiekosten worden op best effort basis geschat.

2.   Anti-dilution levies worden uitgedrukt als een van deze waarden:

(a)

een percentage van de inschrijvings- of terugkooporders;

(b)

een geldwaarde.

3.   Een icbe kan anti-dilution levies activeren wanneer op een gegeven handelsdatum:

(a)

het geaggregeerde bedrag aan terugkooporders dat van inschrijvingsorders overschrijdt, resulterend in netto terugkopen;

(b)

het geaggregeerde bedrag aan inschrijvingsorders dat van terugkooporders overschrijdt, resulterend in netto-inschrijvingen.

Voor de toepassing van punt a) wordt de anti-dilution levy afgetrokken van het aan uittredende beleggers betaalde bedrag.

Voor de toepassing van punt b) wordt de anti-dilution levy in rekening gebracht aan toetredende beleggers.

Artikel 8

Redemptions in kind

1.   Een redemption in kind stemt overeen met de overdracht aan uittredende beleggers van door de icbe gehouden activa in plaats van contanten om aan de terugkooporders te voldoen. De overdracht van activa aan beleggers kan direct plaatsvinden, of indirect via intermediairs.

2.   De volledige of gedeeltelijke levering, tijdens de reguliere handelsactiviteiten van een beursverhandelde icbe, van onderliggende effecten gehouden door, of namens, de beursverhandelde icbe aan een vergunninghoudende deelnemer of market maker om aan terugkooporders te voldoen, wordt niet beschouwd als een activering van de redemption in kind waarvan sprake in punt 8 van bijlage II A bij Richtlijn 2009/65/EG.

Artikel 9

Side pockets

1.   Een side pocket kan een van de volgende vormen aannemen:

(a)

een aparte aandelenklasse van de icbe die specifiek is opgezet om activa waarvan economische of juridische kenmerken aanzienlijk zijn veranderd of als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden onzeker zijn geworden, boekhoudkundig te scheiden van de overige activa van die icbe (“boekhoudkundige scheiding”);

(b)

een afzonderlijke icbe die specifiek is opgezet om de activa waarvan de economische of juridische kenmerken aanzienlijk zijn veranderd of door uitzonderlijke omstandigheden onzeker zijn geworden, te scheiden van de overige activa van die icbe (“fysieke scheiding”).

2.   Ten behoeve van de in lid 1, punt a), bedoelde side pocket worden nieuwe inschrijvingen, inkopen en terugkopen in aandelenklassen andere dan de aandelenklasse bestemd voor de side pocket, uitgevoerd op basis van de intrinsieke waarde van de icbe, die wordt berekend na aftrek van de activa die boekhoudkundig zijn gescheiden.

De aandelenklasse van de side pocket wordt afgesloten voor inschrijvingen, inkopen en terugkopen.

3.   Wanneer een icbe een in lid 1, punt b), bedoelde side pocket activeert, blijven de activa waarvan economische of juridische kenmerken aanzienlijk zijn veranderd of als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden onzeker zijn geworden, binnen de oorspronkelijke icbe, terwijl de overige activa aan een nieuwe icbe worden overgedragen of via een fusie worden overgedragen aan een bestaande icbe overeenkomstig de vereisten van hoofdstuk VI van Richtlijn 2009/65/EG.

De oorspronkelijke icbe wordt afgesloten voor inschrijvingen, inkopen en terugkopen en wordt geliquideerd. De nieuwe icbe krijgt een vergunning en wordt beheerd overeenkomstig de beleggingsstrategie van de oorspronkelijke icbe.

4.   Bij het opzetten van een side pocket krijgt iedere belegger rechten van deelneming of aandelen in de side pocket toegewezen naar rato van zijn respectieve deelneming in de oorspronkelijke icbe.

Artikel 10

Overgangsbepaling

Tot en met 16 april 2027 worden icbe’s die vóór 16 april 2026 zijn opgericht, geacht aan deze verordening te voldoen. Die icbe’s kunnen er evenwel voor kiezen om vanaf 16 april 2026 onder deze verordening te vallen, op voorwaarde dat zij de bevoegde autoriteiten van hun lidstaat van herkomst daarvan kennis geven.

Artikel 11

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 16 april 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 17 november 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/65/oj.

(2)  IOSCO, Guidance for Open-ended Funds for Effective Implementation of the Recommendations for Liquidity Risk Management, mei 2025, https://www.iosco.org/library/pubdocs/pdf/IOSCOPD799.pdf.

(3)  Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/65/oj).

(4)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1095/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/466/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)