|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/445 |
3.3.2026 |
OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN CANADA TOT VASTSTELLING VAN DE VOORWAARDEN VOOR DE DEELNAME VAN CANADESE JURIDISCHE ENTITEITEN EN PRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT CANADA AAN AANBESTEDINGEN IN HET KADER VAN HET SAFE-INSTRUMENT
DE EUROPESE UNIE, hierna de “Unie” genoemd,
enerzijds, en
CANADA,
anderzijds,
hierna afzonderlijk de “partij” en gezamenlijk de “partijen” genoemd,
ERKENNENDE dat de Unie en Canada geconfronteerd worden met een volatiel en steeds uitdagender veiligheidsklimaat, zoals blijkt uit de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne;
ONDER ERKENNING VAN de sluiting op 23 juni 2025 van het “veiligheids- en defensiepartnerschap tussen de Europese Unie en Canada”, waarmee de samenwerking op een groot aantal gebieden wordt uitgebreid, zoals militaire mobiliteit en interoperabiliteit, maritieme en ruimteveiligheid, en de defensie-initiatieven van de Unie en Canada, met inbegrip van de uitwisseling van informatie over industriële defensieaangelegenheden;
ONDER ERKENNING VAN het belang van een sterkere en slagvaardigere Europese defensie die bijdraagt tot de mondiale en trans-Atlantische veiligheid en volledig in overeenstemming is met de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (“NAVO”);
BEVESTIGEND dat het wederzijds versterkende en complementaire strategische partnerschap met de NAVO van essentieel belang is voor de Euro-Atlantische veiligheid en dat de NAVO de grondslag blijft van de collectieve defensie van Canada en de 23 lidstaten van de Unie die ook NAVO-bondgenoten zijn;
HERINNEREND AAN de gedeelde wens om de veiligheids- en defensiebetrekkingen tussen Canada en de EU te verdiepen en een nauwer, evenwichtig en wederzijds voordelig partnerschap tussen Canada en de Europese Unie te bevorderen om de praktische samenwerking op defensiegebied te ondersteunen en de defensiemiddelen optimaal te benutten;
ERKENNENDE dat de industriële samenwerking op defensiegebied die door deze Overeenkomst tussen de Europese Unie en Canada tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van Canadese juridische entiteiten en producten van oorsprong uit Canada aan aanbestedingen in het kader van het SAFE-instrument (1) (de “overeenkomst”) mogelijk wordt gemaakt, economische kansen zal bieden, zoals meer groei en werkgelegenheid in heel Canada,
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:
DEEL 1
ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Artikel 1
Doelstelling en toepassingsgebied
De doelstelling van deze overeenkomst is de voorwaarden vast te stellen voor de deelname van Canadese juridische entiteiten en producten van oorsprong uit Canada aan aanbestedingen die worden ondersteund door Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (het “SAFE-instrument” of “Verordening (EU) 2025/1106”) overeenkomstig artikel 17 daarvan.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
|
a) |
“Canadese juridische entiteit”: elke rechtspersoon of entiteit, opgericht of georganiseerd naar toepasselijk Canadees recht, al dan niet met winstoogmerk en in eigendom en onder zeggenschap van particulieren of van de overheid, met inbegrip van vennootschappen, trusts, partnerschappen, joint ventures of andere verenigingen; |
|
b) |
“lidstaat”: een lidstaat van de Unie; |
|
c) |
“derde landen”: andere landen dan lidstaten, landen van de Europese Economische Ruimte die lid zijn van de Europese Vrijhandelsassociatie (EER/EVA-staten), Oekraïne en Canada; |
|
d) |
“defensieproducten”: goederen, diensten en werken die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) vallen, zoals bepaald in artikel 2 van die richtlijn, en overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Verordening (EU) 2025/1106 gaat het onder meer om:
|
|
e) |
“andere producten voor defensiedoeleinden”: alle goederen, diensten of werken die niet onder de categorie “defensieproducten” uit hoofde van punt d) van dit artikel vallen en die noodzakelijk zijn voor of gericht zijn op defensiedoeleinden; |
|
f) |
“zeggenschap” ten aanzien van een aannemer of onderaannemer: het vermogen om beslissende invloed op die aannemer of onderaannemer uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten; |
|
g) |
“uitvoerende bestuursstructuur”: een overeenkomstig intern recht aangewezen orgaan van een juridische entiteit dat in voorkomend geval aan een bestuursvoorzitter rapporteert en gemachtigd is om de strategie, doelstellingen en algemene richting van die juridische entiteit te bepalen, en dat belast is met het toezicht op en de monitoring van de bestuurlijke besluitvorming; |
|
h) |
“bij een door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding betrokken onderaannemers”: juridische entiteiten die kritieke productiemiddelen leveren met unieke kenmerken die essentieel zijn voor de werking van een product, waaraan ten minste 15 % van de waarde van de opdracht wordt toegewezen en die toegang tot gerubriceerde informatie nodig hebben om de opdracht te kunnen uitvoeren. |
Artikel 3
Niet-aantasting van het interne recht van de lidstaten en bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie
1. Deze overeenkomst doet geen afbreuk aan de procedureregels die gelden voor aanbestedingen van de lidstaten die van toepassing zijn op gunningen die binnen het toepassingsgebied van het SAFE-instrument vallen. Besluiten van de autoriteiten van de lidstaten met betrekking tot die gunningen kunnen alleen worden aangevochten overeenkomstig hun intern recht.
2. De geldigheid van besluiten of andere handelingen van instellingen van de Unie met betrekking tot het SAFE-instrument kan alleen worden aangevochten bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Artikel 4
Institutionele bepalingen
1. De partijen richten hierbij het Gemengd Comité voor SAFE op, bestaande uit vertegenwoordigers van de Unie en van Canada.
2. Elke partij wijst een contactpunt aan om de communicatie tussen de partijen te vergemakkelijken en stelt de andere partij in kennis van zijn contactpunt en van alle wijzigingen met betrekking tot zijn contactpunt.
3. Het Gemengd Comité voor SAFE vergadert op verzoek van een partij. Het Gemengd Comité voor SAFE stelt zijn vergaderrooster en -agenda en zijn reglement van orde vast.
4. Het Gemengd Comité voor SAFE is verantwoordelijk voor alle vragen betreffende de uitvoering en uitlegging van deze overeenkomst.
5. Het Gemengd Comité voor SAFE heeft onder meer de volgende taken:
|
a) |
toezicht houden op en vergemakkelijken van de uitvoering en toepassing van deze overeenkomst, en de algemene doelstellingen ervan bevorderen; |
|
b) |
passende werkwijzen en methoden vinden om problemen te voorkomen die zich kunnen voordoen op de door deze overeenkomst bestreken gebieden of om kwesties op te lossen die zich kunnen aandienen in verband met de uitlegging of toepassing van deze overeenkomst, en |
|
c) |
zich over alle andere aangelegenheden buigen die van belang zijn met betrekking tot de door deze overeenkomst bestreken gebieden. |
6. Het Gemengd Comité voor SAFE kan:
|
a) |
informatie uitwisselen die relevant is voor de uitvoering van deze overeenkomst, onder meer over nieuwe wetgeving, maatregelen of nationale programma’s; |
|
b) |
communiceren met alle belanghebbende partijen, met inbegrip van de lidstaten, hun aanbestedende diensten of de particuliere sector, en |
|
c) |
andere maatregelen in het kader van de uitvoering van zijn taken nemen conform hetgeen de partijen hebben besloten. |
7. Teneinde de correcte uitvoering van deze overeenkomst te ondersteunen, wisselen de bevoegde autoriteiten van Canada, van de Unie en van de lidstaten regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een van de partijen bij deze overeenkomst overleg.
8. Vertrouwelijke informatie en persoonsgegevens die deel uitmaken van de in lid 7 van dit artikel bedoelde uitwisseling van informatie worden beschermd overeenkomstig de desbetreffende bilaterale overeenkomsten en, indien deze overeenkomsten niet van toepassing zijn, overeenkomstig de interne wet- en regelgeving van de partijen.
DEEL 2
VOORWAARDEN VOOR DEELNAME
Artikel 5
Toepassing van de in artikel 16 van het SAFE-instrument bedoelde subsidiabiliteitsvoorwaarden op Canadese juridische entiteiten en producten van oorsprong uit Canada
1. Canadese juridische entiteiten kunnen deelnemen aan een door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding als aannemers en onderaannemers die betrokken zijn bij een door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding, onder de voorwaarden van de leden 2 tot en met 7 van dit artikel.
2. Canadese juridische entiteiten zijn gevestigd in Canada en hebben hun uitvoerende bestuursstructuren in Canada, in de Unie, in een EER/EVA-staat of in Oekraïne. Zij staan niet onder zeggenschap van een derde land of een entiteit die in een derde land is gevestigd, of die in de Unie, in een EER/EVA-staat, in Oekraïne of in Canada is gevestigd en waarvan de uitvoerende bestuursstructuren zich in een derde land bevinden.
3. In afwijking van lid 2 van dit artikel kan een Canadese juridische entiteit die onder zeggenschap staat van een derde land of van een entiteit die in een derde land is gevestigd, of die in de Unie, in een EER/EVA-staat, in Oekraïne of in Canada is gevestigd en haar uitvoerende bestuursstructuren in een derde land heeft, deelnemen aan een door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding indien zij een garantie biedt die moet worden geverifieerd door ten minste één aan die aanbesteding deelnemende lidstaat. De garantie waarborgt dat de betrokkenheid van de aannemer of onderaannemer bij die aanbesteding niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgelegd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid op grond van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
4. De in lid 3 van dit artikel bedoelde garanties zijn gebaseerd op een door de Europese Commissie (de “Commissie”) verstrekt gestandaardiseerd model dat deel moet uitmaken van het bestek. De garanties moeten met name aantonen dat er voor de door het SAFE-instrument ondersteunde aanbestedingen maatregelen zijn getroffen die garanderen dat:
|
a) |
de zeggenschap over de bij de door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding betrokken aannemer of onderaannemer niet zodanig wordt uitgeoefend dat diens vermogen om de bestelling uit te voeren en resultaten te leveren, wordt belemmerd of beperkt, en |
|
b) |
de toegang van een derde land of een entiteit die in een derde land is gevestigd, of die in de Unie, in een EER/EVA-staat, in Oekraïne of in Canada is gevestigd en waarvan de uitvoerende bestuursstructuren in een derde land zijn gevestigd, tot gerubriceerde informatie in verband met de door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding wordt voorkomen, en de werknemers of andere personen die bij de gemeenschappelijke aanbesteding betrokken zijn, beschikken over een door een lidstaat of Canada overeenkomstig hun respectieve nationale wet- en regelgeving afgegeven nationale veiligheidsmachtiging. |
5. De aanbestedende dienst die een door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding uitvoert, stelt de Commissie in kennis van de in lid 3 van dit artikel bedoelde garanties. De aanbestedende dienst stelt de Commissie op haar verzoek nadere informatie over de garanties ter beschikking.
6. De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij een door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding betrokken aannemers en onderaannemers die voor de gemeenschappelijke aanbesteding worden gebruikt, bevinden zich op het grondgebied van Canada, een lidstaat, een EER/EVA-staat of Oekraïne. Indien Canadese juridische entiteiten op het grondgebied van Canada, een lidstaat, een EER/EVA-staat of Oekraïne niet over onmiddellijk beschikbare alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen beschikken, mogen zij hun infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen gebruiken die zich in een derde land bevinden of daar worden gehouden, mits ten minste één van de aan de aanbesteding deelnemende lidstaten heeft geverifieerd dat dit gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten.
7. Bij het gebruik van de infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen die zich overeenkomstig lid 6 van dit artikel in een derde land bevinden of aldaar worden gehouden, verstrekken Canadese juridische entiteiten de aanbestedende dienst die de door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding uitvoert, informatie over de daartoe genomen maatregelen. Deze informatie is gebaseerd op een door de Commissie verstrekt gestandaardiseerd model dat deel uitmaakt van het bestek.
8. De kosten van componenten van oorsprong uit Canada kunnen hoger zijn dan 35 % van de geraamde kosten van de componenten van het eindproduct. De kosten van onderdelen van oorsprong uit de Unie, een EER/EVA-staat of Oekraïne bedragen niet minder dan 20 % van de geraamde kosten van de componenten van het eindproduct. De kosten van de componenten uit derde landen mogen niet hoger zijn dan de kosten van componenten van oorsprong uit de Unie, een EER-EVA-staat of Oekraïne, en mogen in geen geval hoger zijn dan 35 % van de kosten van de componenten van het eindproduct.
9. Componenten mogen niet worden betrokken uit een derde land dat ingaat tegen de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgelegd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid op grond van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De aanbestedende dienst die de door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding uitvoert, verstrekt de lidstaten die aan de aanbesteding deelnemen een gemotiveerde verklaring van overeenstemming waarin wordt vastgesteld dat geen van de componenten afkomstig is uit een derde land dat tegen die belangen ingaat. Deze verklaring wordt ter beschikking gesteld van de Commissie.
10. Voor defensieproducten die verband houden met categorie 2 als bedoeld in artikel 1, punt b), van Verordening (EU) 2025/1106, hebben Canadese juridische entiteiten die als aannemer betrokken zijn bij een door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding de mogelijkheid om, zonder beperkingen opgelegd door derde landen of door entiteiten die in een derde land zijn gevestigd, of die in de Unie, in een EER/EVA-staat, in Oekraïne of in Canada zijn gevestigd en waarvan de uitvoerende bestuursstructuren in een derde land zijn gevestigd, te beslissen over de definitie, aanpassing en ontwikkeling van het ontwerp van het aangekochte defensieproduct, met inbegrip van de wettelijke bevoegdheid om componenten te vervangen of te verwijderen waarvoor beperkingen gelden die zijn opgelegd door derde landen of door entiteiten die in een derde land zijn gevestigd, of die in de Unie, in een EER/EVA-staat, in Oekraïne of in Canada zijn gevestigd en waarvan de uitvoerende bestuursstructuren in een derde land zijn gevestigd. De lidstaten die bij die aanbesteding betrokken zijn, kunnen in het aanbestedingscontract eisen dat Canadese juridische entiteiten waarborgen dat zij indien nodig daadwerkelijk van deze mogelijkheid gebruik kunnen maken.
Artikel 6
Financiële bijdrage
1. De deelname van Canadese juridische entiteiten aan door het SAFE-instrument ondersteunde aanbestedingscontracten is afhankelijk van de betaling van een financiële bijdrage door Canada.
2. De financiële bijdrage bestaat uit:
|
a) |
een administratieve bijdrage die rechtstreeks relevant is voor het beheer van het SAFE-instrument en voor andere horizontale administratieve kosten die relevant zijn voor het beheer van het SAFE-instrument, en |
|
b) |
een deelnamebijdrage van Canadese entiteiten aan het SAFE-instrument. |
3. Canada betaalt de administratieve bijdrage van 2 500 000 EUR op de datum van voorlopige toepassing van deze overeenkomst of, indien dit eerder is, op de datum van inwerkingtreding ervan, en deze kan niet met terugwerkende kracht worden aangepast.
4. De in lid 2, punt b), bedoelde deelnamebijdrage bedraagt 15 % van de waarde van Canadese inhoud in contracten die gebaseerd zijn op de in deze overeenkomst vastgelegde voorwaarden.
5. De deelnamebijdrage wordt als volgt betaald:
|
a) |
een eerste tranche van 7 500 000 EUR op de datum van voorlopige toepassing van deze overeenkomst of, als dat eerder is, op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst; |
|
b) |
vanaf maart 2027, in jaarlijkse tranches van elk aanvullend bedrag dat Canada verschuldigd is overeenkomstig lid 4 van dit artikel en de bijlage bij deze overeenkomst. |
6. Er vindt een eindevaluatie plaats overeenkomstig de bijlage bij deze overeenkomst.
Artikel 7
Maatregelen ter versterking van de voorzieningszekerheid van defensieproducten die zijn aangekocht met steun van het SAFE-instrument
1. Wat door het SAFE-instrument ondersteunde aanbestedingen betreft, zorgt Canada ervoor dat de aanbestedende diensten van de lidstaten die bij die aanbestedingen betrokken zijn, toegang hebben tot defensieproducten van oorsprong uit Canada onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan die welke aan zijn eigen aanbestedende diensten en juridische entiteiten worden verleend, ook in geval van aanzienlijke verstoringen van de levering die ertoe leiden dat producten niet binnen een redelijke termijn kunnen worden geleverd. Daartoe verbindt Canada zich ertoe aanvragen met betrekking tot uitvoervergunningen of vergunningen voor defensieproducten die naar de Unie worden uitgevoerd en die verband houden met een aanbesteding in het kader van het SAFE-instrument, efficiënt en tijdig te verwerken overeenkomstig zijn nationale wet- en regelgeving.
2. Canada verbindt zich ertoe, zodra een product van oorsprong uit Canada naar de Unie is uitgevoerd, geen aanvullende beperkingen op te leggen voor latere wederoverdrachten binnen de Unie. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor Canada om garanties betreffende het eindgebruik te vragen, onder meer in het kader van de “Export and Import Permits Act”.
3. Om ervoor te zorgen dat de bestaande en toekomstige wettelijke verplichtingen van Canadese juridische entiteiten de uitvoering van door het SAFE-instrument ondersteunde contracten niet voorkomen of vertragen, neemt Canada, voor zover dit praktisch mogelijk is, alle nodige stappen om met het Gemengd Comité voor SAFE informatie te delen over defensieproducten die het voorwerp zijn van door het SAFE-instrument ondersteunde contracten die afkomstig zijn van zijn grondgebied en waarvoor potentiële of feitelijke prioriteringsmaatregelen van derde landen gelden.
4. Canada moedigt Canadese juridische entiteiten die betrokken zijn bij de uitvoering van door het SAFE-instrument ondersteunde contracten aan om in het kader van door het SAFE-instrument ondersteunde aanbestedingen en in aanvulling op de vereisten in de aanbestedingsdocumenten en het contract, een gedragscode inzake prioritering te ondertekenen en uit te voeren, waarbij zij zich ertoe verbinden bij de toewijzing van middelen en de prioritering van activiteiten de beginselen van billijkheid, transparantie en samenwerking na te leven. De gedragscode wordt uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst door de Commissie in overleg met Canada opgesteld.
Artikel 8
Maatregelen ter bevordering van de standaardisering van defensiesystemen en de interoperabiliteit tussen de vermogens van de lidstaten en van Canada
In het kader van aanbestedingen die door het SAFE-instrument worden ondersteund, belet Canada de Canadese juridische entiteiten niet zich te houden aan de normen die worden gebruikt in aanbestedingsdocumenten en contracten, zoals de standaardisatieovereenkomsten van de NAVO (“STANAG’s”), civiele normen die zijn ontwikkeld door Europese normalisatieorganisaties (“ENO’s”), internationale normen of andere door de Unie erkende normen.
Artikel 9
Uitwisseling van gerubriceerde informatie
1. De uitwisseling en de bescherming van gerubriceerde gegevens van beide partijen vinden plaats overeenkomstig hun respectieve wetgeving en de “Overeenkomst tussen Canada en de Europese Unie inzake beveiligingsprocedures voor de uitwisseling en bescherming van gerubriceerde gegevens”, gedaan te Brussel op 4 december 2017, alsook de administratieve uitvoeringsregeling daarbij.
2. Canada kan gerubriceerde informatie met een nationale rubricering uitwisselen met die lidstaten waarmee het daartoe een bilaterale beveiligingsregeling of -overeenkomst heeft gesloten.
Artikel 10
Gezamenlijke verificaties
1. De partijen werken samen om ervoor te zorgen dat de uitvoering van contracten in het kader van deze overeenkomst in overeenstemming is met het beginsel van goed financieel beheer.
2. Op verzoek van een lidstaat of de Unie en indien daarin is voorzien in de overeenkomst voor een door het SAFE-instrument ondersteunde aanbesteding, voeren de partijen een gezamenlijke verificatie uit. De gezamenlijke verificatie wordt uitgevoerd overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving en kan een verificatie ter plaatse van een Canadese juridische entiteit omvatten.
3. De lidstaten kunnen indien nodig functionarissen van de instellingen en organen van de Unie (met inbegrip van de Europese Commissie, de Europese Rekenkamer en het Europees Bureau voor fraudebestrijding) uitnodigen om aan een gezamenlijke verificatie deel te nemen.
4. In het kader van een gezamenlijke verificatie hebben deelnemende autoriteiten toegang tot relevante informatie en documentatie, zo nodig met inbegrip van elektronische bestanden. Alle informatie waartoe in het kader van een gezamenlijke verificatie toegang wordt verkregen, is onderworpen aan de desbetreffende overeenkomsten en interne wet- en regelgeving ter bescherming van gerubriceerde informatie of vertrouwelijke bedrijfsinformatie die commerciële waarde heeft die voortvloeit uit de geheimhouding ervan.
5. Wanneer een lidstaat of de Unie een verzoek om gezamenlijke verificatie uit hoofde van lid 2 van dit artikel indient, stelt hij of zij Canada binnen een redelijke termijn van tevoren in kennis van het voorwerp, het doel en de rechtsgrond van de verzochte gezamenlijke verificatie.
6. De respectieve resultaten en beoordelingen van een gezamenlijke verificatie worden gedeeld met alle autoriteiten die eraan deelnemen.
7. Canada stelt de Unie en de lidstaten die door het SAFE-instrument ondersteunde producten van Canadese juridische entiteiten kopen of voornemens zijn te kopen, onverwijld in kennis van elke vorm van fraude of van andere illegale activiteiten van een Canadese juridische entiteit die deelneemt aan een aanbesteding in verband met het SAFE-instrument, waarvan het kennis heeft gekregen en die de financiële belangen van de Unie schaadt.
DEEL 3
SLOTBEPALINGEN
Artikel 11
Territoriaal toepassingsgebied
Deze overeenkomst is van toepassing op:
|
a) |
de grondgebieden waarop het “Verdrag betreffende de Europese Unie”, het “Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie” en het “Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie” van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en |
|
b) |
het grondgebied van Canada. |
Artikel 12
Bijlage en voetnoten
De bijlage en voetnoten bij deze overeenkomst vormen integrerende onderdelen van deze overeenkomst.
Artikel 13
Overleg en beslechting van geschillen
1. Een partij kan verzoeken om overleg met de andere partij over elke aangelegenheid die zich in het kader van deze overeenkomst voordoet, door bij het contactpunt van de andere partij een schriftelijk verzoek hiertoe in te dienen. De partij zet in het verzoek de aangelegenheid helder uiteen, omschrijft de desbetreffende vraagpunten en geeft een korte samenvatting van de eventuele vorderingen in het kader van deze overeenkomst. Het overleg moet onverwijld na de indiening van het verzoek om overleg door een partij beginnen.
2. Tijdens het overleg verstrekt elke partij de andere partij voldoende van de te harer beschikking staande informatie teneinde een volledige beoordeling van de aan de orde gestelde aangelegenheden mogelijk te maken, met inachtneming van haar wet- en regelgeving inzake de bescherming van vertrouwelijke of geheime informatie en van haar verplichtingen uit hoofde van artikel 9 van deze overeenkomst.
3. Indien relevant, en indien beide partijen daarmee instemmen, verzoeken zij om informatie of om standpunten van de personen, organisaties of organen, met inbegrip van alle betrokken aanbestedende diensten, aannemers of onderaannemers die kunnen bijdragen aan het onderzoek van de zich voordoende aangelegenheid.
4. Indien een partij van oordeel is dat de aangelegenheid verder moet worden besproken, kan zij verzoeken het Gemengd Comité voor SAFE voor behandeling van de aangelegenheid bijeen te roepen, door bij het contactpunt van de andere partij een schriftelijk verzoek hiertoe in te dienen. Het Gemengd Comité voor SAFE komt onverwijld na de indiening van dat verzoek door een partij bijeen en streeft ernaar de kwestie op te lossen.
5. De partijen streven ernaar de kwestie door middel van overleg op te lossen. Voor aangelegenheden die verband houden met de financiële bijdrage van Canada in het kader van deze overeenkomst kan elk van beide partijen een beroep doen op de regels en procedures van afdeling B, onderafdeling A van afdeling C en afdeling D van hoofdstuk 29 (met uitzondering van de laatste zin van artikel 29.17) van de “Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada en de Europese Unie en haar lidstaten”, gedaan te Brussel op 30 oktober 2016 (Comprehensive Economic and Trade Agreement — “CETA”). Overeenkomstig artikel 29.10 van de CETA is een uitspraak van een arbitragepanel in zijn eindverslag bindend voor de partijen. Verwijzingen naar kennisgevingen aan het Gemengd Comité voor de CETA in hoofdstuk 29 van de CETA worden voor de toepassing van deze overeenkomst begrepen als verwijzingen naar het bij artikel 4 van deze overeenkomst ingestelde Gemengd Comité voor SAFE.
6. De antwoordende partij neemt alle nodige maatregelen om het eindverslag van het arbitragepanel uiterlijk 30 dagen na ontvangst van dat eindverslag van het arbitragepanel door de partijen op te volgen.
7. Indien de antwoordende partij het eindverslag van het panel niet naleeft, kan de verzoekende partij haar verplichtingen opschorten of een compensatie ontvangen die gelijk is aan het door het arbitragepanel vastgestelde financiële bedrag.
Artikel 14
Opschorting en opzegging
1. De Unie kan de toepassing van deze overeenkomst opschorten in geval van niet-betaling van een door Canada overeenkomstig artikel 6 van deze overeenkomst en de bijlage bij deze overeenkomst verschuldigde bijdrage.
2. De Unie stelt Canada schriftelijk in kennis van de opschorting van de toepassing van deze overeenkomst, die 45 dagen na ontvangst van deze kennisgeving door Canada van kracht wordt.
3. Indien de toepassing van deze overeenkomst wordt opgeschort, komen Canadese juridische entiteiten niet in aanmerking voor deelname aan aanbestedingsprocedures die nog niet zijn afgerond op het moment dat de opschorting van kracht wordt. Een aanbestedingsprocedure wordt geacht te zijn voltooid wanneer als gevolg van die procedure juridische verbintenissen zijn aangegaan.
4. De Unie stelt Canada er onmiddellijk van in kennis dat zij het volledige bedrag van een verschuldigde bijdrage heeft ontvangen. De opschorting wordt onmiddellijk na deze kennisgeving opgeheven.
5. Op de datum waarop de opschorting wordt opgeheven, komen Canadese juridische entiteiten opnieuw in aanmerking voor deelname aan aanbestedingsprocedures waarvoor de termijnen voor het indienen van aanvragen nog niet zijn verstreken.
6. Indien Canada na afloop van de periode van beschikbaarheid van de leningen in het kader van het SAFE-instrument, of na opzegging van deze overeenkomst door een van de partijen op grond van de leden 8 en 9 van dit artikel, niet heeft voldaan aan zijn verplichting om de in artikel 6 van deze overeenkomst bedoelde financiële bijdrage te betalen, en de opschorting uit hoofde van lid 1 van dit artikel nog niet is opgeheven, heeft de Unie, na Canada daarvan in kennis te hebben gesteld, recht op compensatie voor het door Canada verschuldigde financiële bedrag. De compensatie zal financieel gezien evenwaardig zijn aan het door Canada verschuldigde bedrag, met inbegrip van de toepassing van achterstandsrente overeenkomstig artikel 1, lid 6, van de bijlage. Zodra de Unie het volledige verschuldigde bedrag van de administratieve bijdrage of de deelnamebijdrage heeft ontvangen, stelt zij Canada daarvan in kennis.
7. De opschorting van de toepassing van deze overeenkomst heeft geen gevolgen voor de juridische verbintenissen die met Canadese juridische entiteiten zijn aangegaan voordat die opschorting van kracht wordt. Deze overeenkomst blijft van toepassing op die juridische verbintenissen.
8. Elke partij kan deze overeenkomst te allen tijde opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving van opzegging aan de andere partij. De opzegging wordt van kracht 90 dagen na de datum waarop de andere partij de schriftelijke kennisgeving ontvangt. De datum waarop de opzegging van kracht wordt, is de opzeggingsdatum voor de toepassing van deze overeenkomst.
9. Indien deze overeenkomst overeenkomstig lid 8 van dit artikel wordt opgezegd, komen de partijen overeen dat:
|
a) |
juridische verbintenissen die zijn aangegaan na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en voordat de opzegging van deze overeenkomst van kracht wordt, onder de in deze overeenkomst neergelegde voorwaarden tot de voltooiing ervan worden voortgezet; |
|
b) |
alle na de inwerkingtreding van deze overeenkomst verschuldigde jaarlijkse financiële bijdragen volledig worden betaald overeenkomstig artikel 6 van deze overeenkomst, en |
|
c) |
de partijen in onderlinge overeenstemming eventuele andere gevolgen van de opzegging van deze overeenkomst regelen. |
10. Tijdens een opschorting van de toepassing van deze overeenkomst of na opzegging ervan blijft alle in het kader van deze overeenkomst gedeelde informatie beschermd overeenkomstig de bescherming en garanties waarin is voorzien in artikel 9 van deze overeenkomst.
Artikel 15
Inwerkingtreding en voorlopige toepassing
1. Deze overeenkomst wordt door elke partij overeenkomstig haar respectieve interne voorschriften en procedures goedgekeurd. Elke partij stelt de andere partij in kennis van de voltooiing van zijn respectieve interne vereisten en procedures.
2. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de laatste kennisgeving waarin in lid 1 van dit artikel is voorzien, is uitgevoerd.
3. De Unie en Canada passen deze overeenkomst voorlopig toe in afwachting van de inwerkingtreding ervan overeenkomstig hun respectieve interne vereisten en procedures. De voorlopige toepassing van deze overeenkomst begint op de laatste van de data waarop elke partij de andere partij in kennis heeft gesteld van de voltooiing van haar daartoe vereiste interne vereisten en procedures.
4. Indien een partij de andere partij ervan in kennis stelt dat zij haar interne vereisten en procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet zal voltooien, wordt de voorlopige toepassing van deze overeenkomst opgezegd op de dag waarop laatstgenoemde partij die kennisgeving ontvangt, die ook geldt als de dag van beëindiging van de voorlopige toepassing van deze overeenkomst.
5. Indien de voorlopige toepassing van deze overeenkomst overeenkomstig lid 4 van dit artikel wordt beëindigd:
|
a) |
blijven juridische verbintenissen die zijn aangegaan na de voorlopige toepassing van deze overeenkomst en vóór de beëindiging van de voorlopige toepassing van deze overeenkomst, onder de in deze overeenkomst neergelegde voorwaarden gelden tot de voltooiing ervan; |
|
b) |
worden alle na de voorlopige toepassing van deze overeenkomst verschuldigde jaarlijkse financiële bijdragen volledig betaald overeenkomstig artikel 6 van deze overeenkomst, en |
|
c) |
regelen de partijen in onderlinge overeenstemming eventuele andere gevolgen van de opzegging van de voorlopige toepassing van deze overeenkomst. |
6. Na de opzegging van de voorlopige toepassing van deze overeenkomst blijft alle in het kader van deze overeenkomst gedeelde informatie beschermd overeenkomstig de bescherming en garanties waarin is voorzien in artikel 9 van deze overeenkomst.
Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.
(1) Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (PB EU L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj).
(2) Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB EU L 216 van 20.8.2009, blz. 76, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/81/oj).
BIJLAGE
Artikel 1
Betalingsvoorwaarden
1. De op grond van artikel 6 van deze overeenkomst verschuldigde betalingen worden verricht overeenkomstig dit artikel.
2. Bij het doen van het verzoek tot storting voor elk jaar dat deze overeenkomst van kracht is, deelt de Commissie Canada zo spoedig mogelijk en uiterlijk op 1 maart van elk begrotingsjaar het bedrag mee van de in artikel 6, lid 5, punt b), van deze overeenkomst bedoelde deelnamebijdrage en, indien van toepassing, aangepast overeenkomstig artikel 2, lid 3, punt c), van deze bijlage.
3. Uiterlijk op 1 maart van elk kalenderjaar waarin deze overeenkomst van kracht is, doet de Commissie Canada een verzoek tot storting dat overeenstemt met de financiële bijdrage van Canada uit hoofde van deze overeenkomst.
4. Canada betaalt het in dit verzoek tot storting vermelde bedrag binnen 60 dagen na de datum van het verzoek tot storting.
5. Voor elke te late betaling van de financiële bijdrage betaalt Canada vanaf de vervaldag tot de datum van volledige betaling van het uitstaande bedrag achterstandsrente over dat uitstaande bedrag.
6. De rentevoet voor op de vervaldag te ontvangen, maar nog niet betaalde bedragen is het door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste percentage dat geldt op de eerste dag van de maand van de vervaldag, zoals gepubliceerd in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie, of 0 % als dat hoger is, plus 3,5 procentpunt.
Artikel 2
Jaarlijkse evaluatie van de deelnamebijdrage
1. In januari en februari van elk jaar na het jaar van inwerkingtreding van deze overeenkomst vindt tot februari 2031 een jaarlijkse evaluatie van de Canadese deelnamebijdrage plaats.
2. Na elke evaluatie verstrekt de Unie Canada alle relevante informatie die is gebruikt om de Canadese deelnamebijdrage overeenkomstig dit artikel te bepalen. De Unie verstrekt Canada deze informatie voordat zij een verzoek tot storting op grond van artikel 1 van deze bijlage doet.
3. Met ingang van 2027 wordt de jaarlijkse deelnamebijdrage van Canada als volgt door de Unie vastgesteld:
|
a) |
voor contracten waarbij meer dan 65 % van de totale waarde van de inhoud afkomstig is uit de Unie, een EER/EVA-staat of Oekraïne, is de deelnamebijdrage gelijk aan nul; |
|
b) |
voor contracten waarbij 65 % of minder van de totale waarde van de inhoud afkomstig is uit de Unie, een EER/EVA-staat of Oekraïne, is de deelnamebijdrage gelijk aan 15 % van de som van de totale waarde van:
|
|
c) |
de Unie brengt op het uit hoofde van lid 3, punten a) en b), van dit artikel vastgestelde bedrag de resterende waarde van de in artikel 6, lid 5, punt a), van deze overeenkomst bedoelde eerste tranche in mindering:
|
4. Een laatste evaluatie vindt uiterlijk zes maanden na de beëindiging van het SAFE-instrument plaats.
5. De lidstaten verstrekken contractuele gegevens met betrekking tot de door het SAFE-instrument ondersteunde contracten om de toepassing van dit artikel mogelijk te maken.
ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2026/445/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)