European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/428

26.2.2026

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/428 VAN DE COMMISSIE

van 25 februari 2026

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Geldende maatregelen

(1)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/353 van de Commissie (2) (“de oorspronkelijke verordening”) heeft de Commissie antidumpingrechten (“de oorspronkelijke maatregelen”) ingesteld op stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC” of “China”), die zijn gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1165 van de Commissie (3) (“de wijzigingsverordening”).

(2)

De antidumpingrechten varieerden van 50,3 % tot 66,4 %.

1.2.   Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen

(3)

Na de bekendmaking van een bericht dat de geldende antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen (4), heeft de Commissie een op artikel 11, lid 2, van de basisverordening gebaseerd verzoek om een nieuw onderzoek ontvangen.

(4)

Het verzoek om een nieuw onderzoek werd op 4 december 2024 ingediend door de Association of European Wheel Manufacturers (“EUWA” of “de indiener van het verzoek”) namens de bedrijfstak van de Unie voor stalen wielen in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening (“het verzoek”). Het verzoek was ingediend omdat het vervallen van de maatregelen die ten aanzien van de invoer uit de VRC zijn ingesteld, waarschijnlijk zou leiden tot een herhaling van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie.

1.3.   Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen

(5)

Daar de Commissie na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 3 maart 2025 op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van antidumpingmaatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van stalen wielen van oorsprong uit de VRC (“het betrokken land”). Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) (“het bericht van opening”).

1.4.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

(6)

Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 (“tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2021 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”).

1.5.   Belanghebbenden

(7)

In het bericht van inleiding is de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de indiener van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende importeurs, gebruikers en handelaren, alsmede de haar bekende betrokken verenigingen specifiek op de hoogte gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en hen uitgenodigd daaraan mee te werken. De Commissie heeft ook de overheid van de Volksrepubliek China (“de Chinese overheid”) in kennis gesteld en haar een vragenlijst toegezonden over het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening.

(8)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het nieuwe onderzoek kenbaar te maken en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. Geen van de belanghebbenden heeft om een hoorzitting verzocht.

1.6.   Steekproeven

(9)

In het bericht van opening deelde de Commissie mee dat zij mogelijk een steekproef van belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening.

1.6.1.   Steekproef van producenten in de Unie

(10)

In het bericht van opening kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. De Commissie heeft de steekproef samengesteld op basis van het volume van de productie en verkoop van het soortgelijke product in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek en heeft daarbij ook rekening gehouden met de geografische spreiding. Deze steekproef bestond uit drie producenten in de Unie die in drie lidstaten zijn gevestigd, en die samen goed zijn voor meer dan 40 % van het geschatte totale productie- en verkoopvolume van het soortgelijke product in de Unie.

(11)

Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden verzocht opmerkingen te maken over de voorlopige steekproef. Er werden geen opmerkingen ontvangen. Daarom heeft de Commissie geconcludeerd dat de steekproef representatief was voor de bedrijfstak van de Unie en heeft zij de steekproef op 11 maart 2025 bevestigd. De Commissie heeft de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie opgedragen de vragenlijst te beantwoorden die op de dag van de opening van het onderzoek online (6) beschikbaar was gesteld.

(12)

De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en de andere producenten in de Unie die aan dit onderzoek meewerkten, hadden de Commissie op grond van artikel 19 van de basisverordening verzocht gedurende de procedure hun identiteit geheim te houden, uit vrees voor vergeldingsmaatregelen door sommige van hun afnemers. De Commissie heeft er op grond van in het verzoek aangevoerde valide redenen mee ingestemd dat de producenten in de Unie anoniem blijven.

1.6.2.   Steekproef van importeurs

(13)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken.

(14)

Geen enkele niet-verbonden importeur heeft de gevraagde informatie verstrekt of ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. De Commissie heeft derhalve besloten dat een steekproef van niet-verbonden importeurs niet noodzakelijk was.

1.6.3.   Steekproef van producenten-exporteurs

(15)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, om deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de VRC bij de Europese Unie gevraagd eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn, op te sporen en/of contact met hen op te nemen.

(16)

Geen van de producenten in de VRC heeft de gevraagde informatie verstrekt en heeft ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. De Commissie was derhalve van mening dat geen enkele producent in de VRC zijn medewerking aan het onderzoek verleende.

1.7.   Antwoorden op de vragenlijst

(17)

De Commissie heeft geen antwoord op de in overweging 7 genoemde vragenlijst voor de Chinese overheid ontvangen. De Chinese overheid heeft dus geen medewerking verleend.

(18)

Er zijn antwoorden op de vragenlijst ontvangen van de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

1.8.   Controlebezoeken

(19)

De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was, en om het belang van de Unie te bepalen. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken verricht bij de volgende producenten in de Unie (7):

Onderneming 2, Europese Unie;

Onderneming 6, Europese Unie.

(20)

Bovendien heeft de Commissie een kruislingse controle op afstand verricht van het antwoord van onderneming 3 op de vragenlijst en heeft zij bij de indiener van het verzoek een controle ter plaatse uitgevoerd van de door hem verstrekte macro-indicatoren.

1.9.   Vervolg van de procedure

(21)

Op 8 januari 2026 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was de van kracht zijnde antidumpingrechten te handhaven. Alle belanghebbenden konden hierover binnen een bepaalde termijn na deze mededeling opmerkingen indienen.

(22)

Er werden geen opmerkingen ontvangen.

2.   ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Onderzocht product

(23)

Dit nieuwe onderzoek betreft hetzelfde product als het oorspronkelijke onderzoek, namelijk voor gebruik op de weg ontworpen stalen wielen, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, bestemd voor:

trekkers (trucks) voor opleggers,

motorvoertuigen voor het vervoer van personen en/of het vervoer van goederen,

automobielen voor bijzondere doeleinden (bijvoorbeeld brandweerauto’s, sproeiauto’s),

aanhangwagens of opleggers, zonder eigen beweegkracht, van de bovenvermelde voertuigen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8708 70 10 , ex 8708 70 99 en ex 8716 90 90 (Taric-codes 8708 70 10 80, 8708 70 10 85, 8708 70 99 20, 8708 70 99 80, 8716 90 90 95 en 8716 90 90 97) (“het onderzochte product”).

(24)

De volgende producten blijven buiten beschouwing:

stalen wielen bestemd voor de industriële montage van motoculteurs, momenteel ingedeeld onder onderverdeling 8701 10 ;

wielen voor quads voor gebruik op de weg;

stervormige delen van wielen, uit één stuk gegoten, van staal;

wielen voor motorvoertuigen die specifiek bestemd zijn voor gebruik buiten de openbare weg (bijvoorbeeld wielen voor landbouw- of bosbouwtractoren, vorkheftrucks, pushbacktrucks, dumpers ontworpen voor gebruik in het terrein);

wielen voor aanhangwagens voor personenauto’s en voor caravans, zonder eigen beweegkracht, met een velgdiameter van maximaal 16 inch;

wielen voor aanhangwagens of opleggers die specifiek bestemd zijn voor gebruik buiten de openbare weg (bijvoorbeeld wielen voor landbouwaanhangers en andere getrokken landbouwwerktuigen die worden gebruikt op akkers).

2.2.   Betrokken product

(25)

Het betrokken product in dit onderzoek is het onderzochte product van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8708 70 10 , ex 8708 70 99 en ex 8716 90 90 (Taric-codes 8708 70 10 80, 8708 70 10 85, 8708 70 99 20, 8708 70 99 80, 8716 90 90 95 en 8716 90 90 97) (“het betrokken product”).

2.3.   Soortgelijk product

(26)

In dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen wordt bevestigd wat in het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld, namelijk dat de volgende producten dezelfde fysieke en technische basiskenmerken hebben en dezelfde basistoepassingen hebben:

het betrokken product bij uitvoer naar de Unie;

het onderzochte product dat in de VRC wordt vervaardigd en aldaar op de binnenlandse markt wordt verkocht;

het onderzochte product dat door de Chinese producenten-exporteurs wordt geproduceerd en aan de rest van de wereld wordt verkocht, en

het onderzochte product dat in de Unie door de bedrijfstak van de Unie wordt geproduceerd en aldaar wordt verkocht.

(27)

Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   DUMPING

3.1.   Inleidende opmerkingen

(28)

In het tijdvak van het nieuwe onderzoek — d.w.z. van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024 — werd de invoer van stalen wielen uit de VRC voortgezet, zij het op een laag niveau. Deze invoer had gedurende de beoordelingsperiode een marktaandeel van minder dan 1 % (in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 0,8 %), terwijl het marktaandeel ervan in het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek was uitgekomen op 5,3 %.

(29)

Zoals vermeld in overweging 16, werkte geen van de producenten-exporteurs uit de VRC aan het onderzoek mee. Derhalve heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC meegedeeld dat zij, vanwege het gebrek aan medewerking, artikel 18 van de basisverordening zou kunnen toepassen en haar conclusies over de voortzetting of herhaling van dumping en schade wat de exporteurs/producenten in de VRC betreft, zou kunnen baseren op de beschikbare gegevens. De Commissie heeft van de Chinese overheid geen opmerkingen of argumenten ontvangen over de toepassing van artikel 18 van de basisverordening.

(30)

Bijgevolg werden de bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name op de in het verzoek om een nieuw onderzoek verstrekte informatie en de statistieken op basis van de door de lidstaten aan de Commissie verstrekte gegevens overeenkomstig artikel 14, lid 6, van de basisverordening (“de databank van artikel 14, lid 6”). Daarnaast heeft de Commissie gebruikgemaakt van andere bronnen van openbaar beschikbare informatie, zoals de Wereldbank, de Global Trade Atlas (“GTA”), de databank van Orbis Bureau van Dijk en statistieken uit de databank van het Turks Instituut voor Statistiek (“TUIK”) en de Turkse regelgevende autoriteit voor de energiemarkt (“EMRA”).

3.2.   Dumping

3.2.1.   Procedure voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening

(31)

Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(32)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3 van het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Zoals vermeld in overweging 17, heeft de Chinese overheid niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst gereageerd en werden er evenmin opmerkingen ingediend over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid er op 15 juli 2025 van in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om het bestaan van verstoringen van betekenis in China vast te stellen.

(33)

In punt 5.3.2 van het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening mogelijk een passend representatief land moest kiezen teneinde de normale waarde vast te stellen aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De Commissie heeft verder opgemerkt dat zij andere mogelijk geschikte landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening.

(34)

Op 11 september 2025 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van stalen wielen een rol spelen (“de mededeling over de productiefactoren”). Bovendien heeft de Commissie, op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks, Turkije als een geschikt representatief land aangewezen. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen over de mededeling over de productiefactoren.

3.2.2.   Normale waarde

(35)

Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald”.

(36)

Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt evenwel: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en deze normale waarde “omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (voor “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” wordt hierna de afkorting “VAA-kosten” gebruikt).

(37)

Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs, juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

3.2.3.   Bestaan van verstoringen van betekenis

(38)

In recente onderzoeken betreffende de staalsector in de VRC (8) heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening.

(39)

In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, waardoor de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig marktbeginselen wordt verstoord (9). De Commissie heeft met name geconcludeerd dat er in de sector staal — de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product — niet alleen sprake blijft van een aanzienlijke mate van eigendom van de Chinese overheid in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (10), maar dat de Chinese overheid ook in de gelegenheid is zich te mengen in prijzen en kosten via overheidsaanwezigheid in bedrijven in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (11). De Commissie stelde verder vast dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de verstrekking van grondstoffen en inputs, een extra verstorend effect hebben op de markt. Inderdaad leidt het planningssysteem van de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden geconcentreerd in sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat allocatie overeenkomstig marktwerking plaatsvindt (12). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (13). In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van loonkosten in de staalsector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (14), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC betreft (15).

(40)

Net als in de voorafgaande onderzoeken met betrekking tot de staalsector in de VRC is de Commissie in het huidige onderzoek nagegaan of het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening al dan niet passend was om gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC. Daartoe heeft de Commissie gebruikgemaakt van het beschikbare bewijsmateriaal in het dossier, met inbegrip van het bewijsmateriaal in de klacht, alsmede in het werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de VRC met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken (16) (“het rapport”), dat op openbaar beschikbare bronnen is gebaseerd. Bij deze analyse is niet alleen gekeken naar het aanzienlijke overheidsingrijpen in de economie van de VRC in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de betrokken sector, met inbegrip van het onderzochte product. De Commissie heeft deze bewijselementen verder aangevuld met haar eigen onderzoek naar de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC aan te tonen, zoals die ook in het kader van haar eerdere onderzoeken in dit verband zijn vastgesteld.

(41)

In het verzoek worden voorbeelden van elementen genoemd die duiden op het bestaan van verstoringen als bedoeld in het eerste tot en met zesde streepje van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, en wordt aangevoerd dat de marktvoorwaarden, en met name de kosten en prijzen, in de Chinese staalindustrie niet worden bepaald door de marktkrachten van vraag en aanbod, maar worden verstoord door overheidsingrijpen in de economie.

(42)

Onder verwijzing naar de desbetreffende delen van het rapport (17) werd er in het verzoek met name op gewezen dat:

Overheidsaanwezigheid in bedrijven inmenging van de overheid in de prijzen en kosten mogelijk maakt. Het Chinese economische stelsel is gebaseerd op het concept van een socialistische markteconomie, met als kernbeginsel socialistische publieke eigendom van de productiemiddelen, namelijk eigendom van het gehele volk en collectieve eigendom van de werkende bevolking. De socialistische markteconomie wordt ontwikkeld onder leiding van de Chinese Communistische Partij (“CCP”). De structuren van de staat en van de CCP zijn op alle niveaus met elkaar vervlochten. De Chinese staat hanteert bovendien een interventionistisch economisch beleid om zijn doelen na te streven, die niet zozeer een afspiegeling zijn van de heersende economische omstandigheden op een vrije markt, maar veeleer samenvallen met de politieke agenda van de CCP. Met name de staalsector, waar de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van het onderzochte product vandaan komt, blijft in aanzienlijke mate eigendom van de Chinese overheid en deze overheid is ook in de gelegenheid om zich via overheidsaanwezigheid te mengen in de prijzen en kosten.

De staalmarkt, met inbegrip van die voor het onderzochte product, wordt voor een groot deel bediend door ondernemingen die in handen zijn van de Chinese overheid, waarover die overheid zeggenschap heeft, waarop zij beleidstoezicht uitoefent of waarvoor zij beleidsadvies geeft. In het verzoek werd aangegeven dat de Chinese overheid en de CCP het economisch beleid actief aansturen via overheidsbedrijven, waarbij vertegenwoordiging van de partij in de uitvoerende organen verplicht wordt gesteld en ondernemingsstructuren worden beïnvloed. Staatsondernemingen ontvangen aanzienlijke voordelen, waaronder bescherming tegen concurrentie en preferentiële toegang tot belangrijke inputs, zoals financiering (18). In het verzoek werd aangevoerd dat de aanwezigheid van CCP-cellen in staatsondernemingen en particuliere ondernemingen een kanaal vormt voor inmenging door de staat. Het Chinese recht staat toe dat overheidsinstanties belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen benoemen en ontslaan, en het vennootschapsrecht schrijft voor dat in elke onderneming een CCP-organisatie in het leven wordt geroepen met ten minste drie partijleden en dat de nodige voorwaarden worden geschapen om partijactiviteiten te ondersteunen (19).

Discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen bevoordelen binnenlandse leveranciers of beïnvloeden de vrije marktwerking anderszins. Over de gehele linie leidt het planningssysteem in de VRC ertoe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat de toewijzing plaatsvindt op grond van de marktkrachten. In het verzoek werd herhaald dat de staalindustrie profiteert van de voortdurende interventie door de Chinese overheid, die bij de wortels van de sector begint (namelijk de markt voor grondstoffen voor de staalproductie), wat leidt tot een sector die doortrokken is van oneerlijke en kunstmatige voordelen die hun oorsprong vinden in de verstoorde prijsvormingsmechanismen. Daarnaast werd in het verzoek opgemerkt dat, naarmate de binnenlandse vraag afnam, in de staal- en aanverwante industrieën een aanzienlijke overcapaciteit ontstond. In het verzoek werd ook aangegeven dat de overheid de markt verder verstoorde door uitvoerbeperkingen en -belastingen in te stellen op belangrijke staalinputs, zoals cokes, cokeskolen en metaalschroot (20).

De faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving ontbreekt, wordt op discriminerende wijze toegepast of wordt ontoereikend gehandhaafd, waardoor verstoringen ontstaan wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen. In het verzoek werd eraan herinnerd dat het Chinese faillissementsstelsel wordt gekenmerkt door structureel ontoereikende handhaving, aangezien tekortkomingen in insolventieprocedures het indienen van een aanvraag ontmoedigen en beïnvloeding door de staat van de uitkomst van een zaak mogelijk maken. Daarnaast blijven er tekortkomingen bestaan met betrekking tot grondeigendom en grondgebruiksrechten, waarbij marktgebaseerde toewijzingsregels dikwijls worden genegeerd en beslissingen over grond vaak worden ingegeven door politieke of economische planningsdoelstellingen (21).

De loonkosten zijn verstoord. In het verzoek werd erop gewezen dat de VRC verschillende belangrijke IAO-verdragen, met name die inzake de vrijheid van vereniging en collectieve onderhandelingen, niet heeft geratificeerd. Als gevolg daarvan wordt de marktgebaseerde loonvorming belemmerd doordat het recht van werknemers op collectieve organisatie wordt beperkt. De enige vakbond die op grond van het Chinese recht is toegestaan, is onvoldoende onafhankelijk van de staat. Bovendien beperkt het systeem van registratie van huishoudens de toegang tot socialezekerheids- en andere voorzieningen, waardoor niet-lokale werknemers zich in een kwetsbare werkgelegenheidssituatie bevinden en de arbeidsmobiliteit wordt beperkt (22).

De toegang tot financiering voor ondernemingen is onderhevig aan verstoringen van betekenis als gevolg van de voortdurende en alomtegenwoordige rol van de staat op de kapitaalmarkten. In het verzoek werd aangevoerd dat het financiële stelsel van de VRC wordt gedomineerd door staatsbanken die wettelijk verplicht zijn hun besluitvorming af te stemmen op het staatsbeleid en dat hogere leidinggevenden worden benoemd door de CCP. Daarnaast zijn obligatie- en kredietratings dikwijls verstoord als gevolg van overheidsinvloed, waarbij staatsondernemingen, politiek verbonden particuliere bedrijven, en ondernemingen die actief zijn in strategisch belangrijke sectoren, worden bevoordeeld (23).

(43)

Tot slot werd in het verzoek geconcludeerd dat de systemische verstoringen in de Volksrepubliek China gevolgen hebben voor de gehele waardeketen voor staal, waaronder die voor stalen wielen. Deze verstoringen strekken zich uit tot alle belangrijke productiefactoren, zoals grondstoffen, energie, grond, financiering en arbeid. Aangezien het overheidsingrijpen overal in het land wijdverbreid is, is de gehele Chinese staalsector gelijkelijk onderhevig aan marktverstoringen van betekenis.

(44)

In de Chinese staalsector is een aanzienlijk deel van de ondernemingen nog altijd in handen van de Chinese overheid. Veel van de grootste staalproducenten zijn in handen van de staat. Voorbeelden van staatsondernemingen die actief zijn in de staalsector zijn: de Ansteel Group (24) en de Baowu Steel Group (25), die beide staatsondernemingen zijn die vallen onder de centrale Commissie voor toezicht op en beheer van staatsactiva van de Staatsraad (“SASAC”); de Baotou Steel Group, een staatsonderneming die in handen is van de Mongoolse overheid (26); evenals de Shougang Group (27), een staatsonderneming die volledig eigendom is van Beijing State-Owned Asset Management Ltd (28).

(45)

Bovendien bevestigen de meest recente Chinese beleidsdocumenten met betrekking tot de staalsector dat de Chinese overheid belang blijft hechten aan de sector en voornemens is in de sector in te grijpen om die vorm te geven in overeenstemming met het overheidsbeleid. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van een richtinggevend advies van het Ministerie van Industrie en Informatietechnologie (“MIIT”) over de bevordering van een hoogwaardige ontwikkeling van de staalindustrie, waarin wordt opgeroepen tot een verdere consolidatie van de industriële basis en tot aanzienlijke verbeteringen bij de modernisering van de industriële keten (29), waaronder de levering van speciaal staal, dat als input wordt gebruikt voor de vervaardiging van het onderzochte product. In het bijzonder behelst dit richtinggevende advies de verplichting om “[f]usies en reorganisaties van ondernemingen te bevorderen, toonaangevende ondernemingen aan te moedigen om fusies en reorganisaties tot stand te brengen en een aantal supergrote groepen van staalondernemingen van wereldklasse op te bouwen, alsook — op basis van de dominante ondernemingen in de industrie — een of twee gespecialiseerde toonaangevende ondernemingen op het gebied van roestvrij staal en speciaal staal te promoten […]”. Verder behelst het expliciet de verplichting om “staalbedrijven te ondersteunen bij de modernisering van downstreamsectoren en de ontwikkelingsrichting van strategische opkomende industrieën, en zich te richten op de ontwikkeling van kleine partijen en meerdere variëteiten van belangrijke staalsoorten, zoals hoogwaardig speciaal staal, speciaal gelegeerd staal voor hoogwaardige apparatuur en staal voor belangrijke basisonderdelen” (30).

(46)

Een ander voorbeeld van het voornemen van de Chinese overheid om in te grijpen in de staalsector, is te vinden in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie (“het 14e vijfjarenplan”), op grond waarvan de sector zal “vasthouden aan de combinatie van marktleiderschap en stimulering door de overheid”, alsook “een groep leidende, ecologisch toonaangevende ondernemingen met een groot concurrentievermogen zal promoten” (31).

(47)

Daarnaast zijn in het werkplan van het MIIT van 2023 voor de stabiele groei van de staalindustrie (32) de volgende doelstellingen vastgelegd: “In 2023 moeten de investeringen in vaste activa in de gehele industrie een gestage groei handhaven, de economische voordelen aanzienlijk verbeterd zijn, de O&O-investeringen van de industrie uiteindelijk 1,5 % bedragen, en moet de groei van de toegevoegde waarde van de industrie ongeveer 3,5 % bedragen, in 2024 zullen het ontwikkelingsklimaat en de structuur van de bedrijfstak verder worden geoptimaliseerd, zal de verschuiving naar hoogwaardige, intelligente en groene producten worden voortgezet en zal de groei van de toegevoegde waarde van de bedrijfstak meer dan 4 % bedragen”. Dit plan voorziet ook in een door de overheid opgelegde bedrijfsconsolidatie van de staalsector: “[t]oonaangevende ondernemingen aanmoedigen om fusies en overnames tot stand te brengen, supergrote groepen van ijzer- en staalondernemingen van wereldklasse op te bouwen en de optimale indeling van de nationale ijzer- en staalproductiecapaciteit te bevorderen. Gespecialiseerde ondernemingen in een leidende positie in met name staalmarktsegmenten ondersteunen om hulpbronnen verder te integreren en een ecosysteem van de staalindustrie tot stand te brengen. IJzer- en staalondernemingen aanmoedigen om regio-overschrijdende fusies en reorganisaties uit te voeren. Overwegen om meer beleidssteun voor capaciteitsvervanging te verlenen aan ijzer- en staalondernemingen die ingrijpende fusies en reorganisaties hebben ondergaan.”.

(48)

Op provincieniveau kunnen vergelijkbare voorbeelden worden waargenomen van het voornemen van de Chinese overheid om de ontwikkeling van de sector te controleren en aan te sturen, zoals in de provincie Hebei, waar de provinciale overheid in 2020 het driejarige actieplan voor clusterontwikkeling in de keten van de staalindustrie bekendmaakte. In dit plan wordt ertoe opgeroepen om “de groepsontwikkeling onder organisaties gestaag uit te voeren, de hervorming van de gemengde eigendomsstructuur van staatsondernemingen te versnellen, de nadruk te leggen op de bevordering van regio-overschrijdende fusies en reorganisaties van particuliere ijzer- en staalondernemingen en te streven naar een of twee grote groepen van wereldklasse en drie tot vijf grote groepen met binnenlandse invloed” (33). Bovendien staat in het plan van Hebei voor de staalsector: “Vasthouden aan structurele aanpassing en benadrukken van productdiversificatie. Onafgebroken bevorderen van de structurele aanpassing en optimalisering van de indeling van de ijzer- en staalsector, bevorderen van de consolidatie, reorganisatie, transformatie en modernisering van ondernemingen, en bevorderen van de ontwikkeling van de ijzer- en staalsector naar grootschalige ondernemingen, modernisering van technische apparatuur, diversificatie van productieprocessen en diversificatie van downstreamproducten” (34).

(49)

Het plan van Hebei vereist meer specifiek met betrekking tot de inputs die voor de productie van het onderzochte product worden gebruikt, dat “de ontwikkeling en toepassing van hoogwaardige en belangrijke nieuwe staalmaterialen worden versneld, het aandeel hoogwaardige en speciale staalsoorten wordt verhoogd, de kwaliteitsstabiliteit van grootschalige en veelzijdige voordelige producten wordt versterkt en een “piramidevormige” productstructuur tot stand wordt gebracht. Het aandeel van gewoon laaggelegeerd staal en gelegeerd staal zal eind 2020 zijn toegenomen tot 20 % en zal eind 2022 ongeveer 25 % bedragen, wat ondersteuning en garanties biedt voor de modernisering van downstreamsectoren” (35).

(50)

Ook in het uitvoeringsplan van Henan voor de transformatie en modernisering van de staalindustrie tijdens het 14e vijfjarenplan wordt bepaald dat “de nadruk moet liggen op nationale strategische behoeften, ondernemingen moeten worden begeleid bij het bevorderen van de optimalisatie en verbetering van de productstructuur, de ontwikkeling van hoogwaardig speciaal staal, hoogwaardig staal voor scheepsbouw, speciaal gelegeerd staal voor hoogwaardige apparatuur, kernstaal voor basisonderdelen en andere ‘speciale, fijne, hoogwaardige’ belangrijke variëteiten, en dat de toegevoegde waarde en de concurrentiepositie van staalproducten moeten worden verbeterd” (36).

(51)

Soortgelijke doelstellingen voor industrieel beleid kunnen ook worden aangetroffen in de planningsdocumenten van andere provincies, zoals Jiangsu (37), Shandong (38), Shanxi (39) of Zhejiang (40).

(52)

Hoewel de producenten van stalen wielen in de VRC overwegend particuliere ondernemingen zijn, vallen staatscontrole en -ingrijpen niet buiten het hierboven beschreven algemene kader. De hierboven beschreven regels zijn van algemene toepassing in de hele Chinese economie, in alle sectoren, ook op fabrikanten van stalen wielen en de leveranciers van de inputs daarvoor. Aangezien het bij het onderzochte product echter om een subsector van de staalsector gaat, is de beschikbare informatie met betrekking tot staalproducenten bovendien ook relevant voor het onderzochte product.

(53)

Zo vervullen de voorzitter van de raad van bestuur en de algemeen directeur van Baoshan Iron and Steel Ltd, een staalproducent waarvan de Baowu Steel Group de meerderheidsaandeelhouder is, tevens de functie van respectievelijk secretaris en adjunct-secretaris van het partijcomité van de onderneming (41). Evenzo bekleedt de voorzitter van de raad van bestuur van de Wuhan Iron and Steel Group, die eveneens onder zeggenschap staat van de Baowu Steel Group, ook de functie van secretaris van het partijcomité (42). Bovendien organiseerde Wuhan Iron and Steel Group in 2022 de tiende gecentraliseerde studie- en discussiebijeenkomst van de Party Committee Theory Study Group om het gedachtegoed van de Central Economic Work Conference uit te dragen en te bestuderen en om de uitvoering van de besluiten en regelingen van het 20e Nationale Congres van de partij binnen Wuhan Iron and Steel Group te bevorderen in de geest van de Central Economic Work Conference. De bijeenkomst werd voorgezeten door de algemene vertegenwoordiger van het Chinese hoofdkantoor van Baowu Wuhan, de secretaris van het partijcomité en de bestuursvoorzitter van Wuhan Iron and Steel Group, die uiteenzetten hoe in de geest van de Central Economic Work Conference uitvoering moet worden gegeven aan de eisen van het centraal comité van de partij, het partijcomité in de provincie Hubei en het partijcomité van Baowu in China (43).

(54)

Verder bekleedt de voorzitter van de raad van bestuur van Baotou Steel Union, die behoort tot de Baotou Steel Group, ook de functie van partijsecretaris van de onderneming. Evenzo bekleden de algemeen directeur van Baotou Steel Union evenals de voorzitter van de vakbond van de onderneming beiden de functie van adjunct-partijsecretaris (44). Ten slotte bekleedt de voorzitter van de raad van bestuur binnen de Shougang Group de functie van secretaris van het partijcomité, terwijl de uitvoerend directeur fungeert als adjunct-secretaris van het partijcomité van de onderneming (45).

(55)

De China Construction Machinery Association (“CCMA”) stelt in artikel 3 van haar statuten dat de organisatie “het algemene leiderschap van de Communistische Partij van China [naleeft] en, in overeenstemming met de bepalingen van de statuten van de Communistische Partij van China, organisaties van de Communistische Partij van China [opricht] om partijactiviteiten uit te voeren en de nodige voorwaarden te scheppen voor de activiteiten van de partijorganisaties. De entiteit die belast is met registratie en beheer van deze organisatie is het ministerie van Burgerzaken van de Volksrepubliek China en de entiteit die belast is met partijopbouw is het partijcomité van SASAC” en dat zij “gehoor geeft aan de zakelijke richtsnoeren van en het toezicht door de entiteiten die belast zijn met registratie en beheer, de entiteiten die belast zijn met partijopbouw, en de afdelingen die belast zijn met het beheer van de industrie” (46). In artikel 36 van de statuten van de CCMA is bepaald dat personen die verantwoordelijk zijn voor de organisatie “het leiderschap van de Communistische Partij van China aanvaarden, het socialisme met Chinese kenmerken ondersteunen, de lijn, beginselen en beleidsmaatregelen van de partij vastberaden uitvoeren en over goede politieke kwaliteiten beschikken” (47).

(56)

Verder wordt in de Chinese staalsector een beleid gehanteerd dat discrimineert ten gunste van binnenlandse producenten of dat de markt anderszins beïnvloedt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), derde streepje, van de basisverordening, en is dit beleid in het algemeen van toepassing op het onderzochte product, aangezien de sector voor stalen wielen een subsector van de staalsector is. Voorts, zoals vastgesteld in het bevestigingsmiddelenonderzoek, wordt de bedrijfstak voor bevestigingsmiddelen in de aankondiging van het ministerie van Industrie en Informatietechnologie betreffende de publicatie van de Richtsnoeren inzake de bevordering en toepassing van de eerste belangrijke technische uitrusting (First (Set) Major Technical Equipment) (uitgave 2019) (48) en ook in de Richtsnoeren inzake de aanpassing van de industriële structuur (2019 NDRC) (49) als een bevorderde sector vermeld.

(57)

Naast bovengenoemde documenten op centraal niveau bestaat er op lokaal, provinciaal of gemeentelijk niveau een aantal richtsnoeren die de ontwikkeling van de bedrijfstak voor bevestigingsmiddelen sturen en ondersteunen. Zo is in de stimulerende beleidsmaatregelen van 2019 voor de bedrijfstak voor bevestigingsmiddelen in het district Haiyan het volgende bepaald: “Haiyan is de “geboorteplaats van de bevestigingsmiddelen” en de bedrijfstak voor bevestigingsmiddelen is ook een van de belangrijke traditionele bedrijfstakken in Haiyan. Om […] de innovatie en de ontwikkeling van de bedrijfstak voor bevestigingsmiddelen in ons district te stimuleren, heeft ons district onlangs het “driejarige speciale actiebeleid voor de digitalisering en de slimme transformatie van de bedrijfstak voor bevestigingsmiddelen in het district Haiyan” gepubliceerd. De bijbehorende specifieke fondsen zijn van toepassing op ondernemingen die digitale en slimme transformatie in de bedrijfstak voor bevestigingsmiddelen doorvoeren” (50).

(58)

De Chinese overheid beschouwt de staalsector consequent als een zeer belangrijke sector (51). Dit wordt bevestigd in de talrijke plannen, richtlijnen en andere documenten die zijn toegespitst op de sector en die op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau worden uitgegeven. In het kader van het 14e vijfjarenplan heeft de Chinese overheid de staalsector aangewezen voor transformatie en modernisering, alsmede voor optimalisering en structurele aanpassing (52). Evenzo wordt de sector in het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie, dat ook van toepassing is op de staalindustrie, genoemd als het “fundament van de reële economie” en “een cruciale sector die China internationaal concurrentievoordeel verleent”, en worden een aantal doelstellingen en werkmethoden vastgesteld die de ontwikkeling van de sector in de periode 2021-2025 zouden stimuleren, zoals een technologische upgrade ter verbetering van de structuur van de sector (niet in de laatste plaats door verdere bedrijfsconcentraties) of een digitale transformatie (53).

(59)

Bovendien blijkt uit het bovenvermelde werkplan voor de stabiele groei van de staalindustrie (zie overweging 47) hoe de aandacht van de Chinese autoriteiten voor de sector past in de bredere context van de sturing die de Chinese overheid aan de Chinese economie geeft: “[s]teun verlenen aan staalondernemingen teneinde de behoeften inzake nieuwe infrastructuur, nieuwe verstedelijking, revitalisering van het platteland en opkomende industrieën op de voet te volgen, aansluiting vinden bij grote technische projecten in het kader van het 14e vijfjarenplan in verschillende regio’s, en alles in het werk stellen om de staalvoorziening te garanderen. Ontwikkelen en verdiepen van upstream- en downstream-samenwerkingsmechanismen tussen de staalsector en belangrijke staalverbruikende sectoren, zoals scheepsbouw, vervoer, bouw, energie, automobielindustrie, huishoudelijke apparaten, landbouwmachines en zware apparatuur, uitvoeren van activiteiten om de productie op de vraag af te stemmen, en actief uitbreiden van de toepassingsgebieden voor staal” (54).

(60)

Samengevat heeft de Chinese overheid maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden, namelijk om aangemoedigde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de productie van de belangrijkste grondstoffen voor de vervaardiging van het onderzochte product. Dergelijke maatregelen belemmeren de vrije marktwerking.

(61)

Uit dit onderzoek is niet gebleken dat de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetten overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening in de staalsector geen gevolgen zou hebben voor de fabrikanten van het onderzochte product.

(62)

Het onderzochte product wordt daarnaast ook beïnvloed door verstoringen van de loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening, zoals vermeld in overweging 42. Die verstoringen zijn zowel direct (bij het vervaardigen van het onderzochte product of de belangrijkste inputs ervan) als indirect (bij het krijgen van toegang tot inputs van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn) van invloed op de sector (55).

(63)

Bovendien is in het onderhavige onderzoek geen bewijsmateriaal overgelegd waaruit blijkt dat de sector van het onderzochte product niet wordt beïnvloed door overheidsingrijpen in het financiële stelsel in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, zoals ook vermeld in overweging 42. Het bovengenoemde werkplan voor de stabiele groei (zie overweging 47) is ook een goed voorbeeld van dit type overheidsingrijpen: “Financiële instellingen aanmoedigen om actief financiële diensten te verlenen aan staalondernemingen die fusies en reorganisaties, aanpassingen van de indeling, transformaties en moderniseringen tot stand brengen in overeenstemming met de beginselen van risicobeheersing en duurzaamheid van bedrijven.” Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktomstandigheden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

(64)

Tot slot herinnert de Commissie eraan dat voor de productie van het onderzochte product een aantal basisproducten nodig is. Wanneer de producenten van het onderzochte product deze basisproducten aankopen of daarvoor een contract sluiten, zijn de prijzen die zij betalen (en die als hun kosten worden geregistreerd), duidelijk blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Zo zetten leveranciers van basisproducten bijvoorbeeld arbeidskrachten in die aan de verstoringen onderhevig zijn. Zij kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen in de financiële sector/kapitaaltoewijzing. Daarnaast zijn zij onderworpen aan het planningssysteem dat op alle niveaus van de overheid en op alle sectoren van toepassing is.

(65)

Dientengevolge zijn niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van het onderzochte product ongeschikt om te worden gebruikt in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, maar geldt dat ook voor alle kosten voor basisproducten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.), omdat de prijsvorming ervan wordt beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen, zoals beschreven in de delen I en II van het rapport. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit betekent bijvoorbeeld dat een basisproduct dat zelf in de VRC is geproduceerd door de combinatie van een reeks productiefactoren aan verstoringen van betekenis onderhevig is. Hetzelfde geldt voor het basisproduct van het basisproduct enz.

(66)

Samengevat is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. Op grond daarvan is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten.

(67)

De Chinese overheid heeft geen opmerkingen gemaakt of bewijsmateriaal verstrekt ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het dossier, waaronder het rapport en het door de klager verstrekte aanvullende bewijsmateriaal, over de aanwezigheid van verstoringen van betekenis en/of de geschiktheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval.

(68)

De Commissie heeft geen opmerkingen van belanghebbenden ontvangen met betrekking tot het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC.

(69)

In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening en zoals wordt beschreven in het volgende punt.

3.2.4.   Representatief land

3.2.4.1.   Algemene opmerkingen

(70)

De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gekozen met een bruto nationaal inkomen per inwoner dat volgens de databank van de Wereldbank vergelijkbaar is met dat van de VRC;

productie van het onderzochte product in dat land (56);

beschikbaarheid van relevante gegevens in het representatieve land.

Wanneer er sprake was van meer dan één mogelijk representatief land, moet in voorkomend geval de voorkeur worden gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

(71)

Zoals toegelicht in overweging 34, heeft de Commissie op 11 september 2025 een mededeling voor het dossier bekendgemaakt aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde: de mededeling over de productiefactoren. In deze mededeling zijn onder meer de feiten en het bewijsmateriaal beschreven die aan de bovenstaande criteria ten grondslag liggen. In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Turkije in het onderhavige geval als een geschikt representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd.

3.2.4.2.   Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC

(72)

In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie Turkije aangemerkt als een land met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling als de VRC, d.w.z. dat het land door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen als “hogermiddeninkomensland” wordt ingedeeld.

3.2.4.3.   Productie van het onderzochte product

(73)

Voorts werd Turkije aangemerkt als een land waar het onderzochte product in aanzienlijke hoeveelheden wordt geproduceerd op een zowel regionaal als mondiaal concurrerende markt en via een vergelijkbaar productieproces.

3.2.4.4.   Beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land

(74)

In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie alle in het dossier beschikbare relevante gegevens over de productiefactoren in Turkije zorgvuldig bestudeerd en het volgende opgemerkt:

Turkije voerde de grondstof die voor de vervaardiging van het onderzochte product nodig is, in relevante hoeveelheden en zonder marktverstoringen of -beperkingen in;

in Turkije zijn momenteel producenten van het onderzochte product actief; voor twee van deze producenten waren financiële gegevens openbaar beschikbaar, die een positieve winstgevendheid lieten zien;

de meest recente beschikbare statistieken van de EPDK over elektriciteitsprijzen voor industriële verbruikers hebben betrekking op de beoordelingsperiode;

de statistieken van het TÜIK over de maandelijkse lonen, met inbegrip van sociale bijdragen, van de sector voor de vervaardiging van reserveonderdelen voor voertuigen dateren uit 2022; er waren geen recentere gegevens openbaar beschikbaar.

(75)

In het licht van bovenstaande overwegingen bracht de Commissie de belanghebbenden er via de mededeling over de productiefactoren van op de hoogte dat zij voornemens was Turkije als passend representatief land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening te gebruiken om niet-verstoorde prijzen of benchmarks te verkrijgen voor de berekening van de normale waarde. Belanghebbenden konden opmerkingen maken over de geschiktheid van Turkije als representatief land. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

3.2.4.5.   Niveau van sociale en milieubescherming

(76)

Aangezien was vastgesteld dat Turkije op grond van alle voornoemde factoren een passend representatief land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.

3.2.4.6.   Conclusie

(77)

Gezien bovenstaande analyse heeft de Commissie geconcludeerd dat Turkije voldoet aan de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd.

3.2.5.   Bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten

(78)

In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie de productiefactoren vermeld, zoals grondstoffen, energie en arbeid, waarvan de producenten-exporteurs bij de productie van het onderzochte product gebruikmaken, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken en onmiddellijk beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de in die mededeling genoemde productiefactoren.

(79)

De Commissie verklaarde dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van gegevens uit de GTA om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Daarnaast verklaarde de Commissie dat zij gebruik zou maken van het TÜIK en de EPDK om de niet-verstoorde kosten van respectievelijk arbeid (57) en energie (58) vast te stellen.

(80)

Tot slot verklaarde de Commissie dat zij voor het vaststellen van de VAA-kosten en winst gebruik zou maken van Orbis en de financiële gegevens van twee Turkse producenten van het betrokken product, zoals uiteengezet in overweging 90.

3.2.6.   Niet-verstoorde kosten en benchmarks

3.2.6.1.   Productiefactoren

(81)

Wegens het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs heeft de Commissie zich op de door de indieners van het verzoek verstrekte informatie gebaseerd om de bij de productie van stalen wielen gebruikte productiefactoren vast te stellen.

(82)

Rekening houdend met alle informatie in het verzoek zijn de volgende productiefactoren en hun bronnen vastgesteld met het oog op de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening:

Tabel 1

Productiefactoren voor stalen wielen

Productiefactor

GN-code

Niet-verstoorde waarde

Meeteenheid

Informatiebron

Grondstoffen

Staal

7208 10 , 7208 25 , 7208 26 , 7208 27 , 7208 36 , 7208 37 , 7208 38 , 7208 39 , 7208 51 , 7208 52 , 7208 53 , 7208 54 , 7211 13 , 7211 14 , 7211 19 , 7216 50 , 7219 23 , 7225 30 , 7226 91 , 7228 70

5,33 CNY

kg

GTA

Arbeid

Arbeid

n.v.t.

43,39 CNY/uur

uur

TUIK

Energie

Elektriciteit

n.v.t.

0,87 CNY/kWh

kWh

EMRA

3.2.6.2.   Grondstoffen

(83)

Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor Turkije gebruikt, zoals vermeld in de GTA. De invoerprijs in Turkije werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (59) genoemde landen die geen lid zijn van de WTO.

(84)

De Commissie besloot de invoer uit de VRC in Turkije uit te sluiten, aangezien zij in punt 3.2.3 tot de conclusie was gekomen dat het niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer uit de VRC in Turkije te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer uit andere derde landen representatief.

(85)

Normaliter moeten bij deze invoerprijzen ook de prijzen voor binnenlands vervoer worden opgeteld. Gezien de vaststelling van dumping in overweging 96 en de aard van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, die erin bestaat vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie echter besloten dat een correctie voor binnenlands vervoer niet nodig is. Dergelijke correcties zouden slechts leiden tot een verhoging van de normale waarde en derhalve tot een hogere dumpingmarge.

3.2.6.3.   Arbeid

(86)

Het TÜIK publiceert gedetailleerde informatie over lonen in verschillende economische sectoren in Turkije. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de meest recente beschikbare statistieken over 2022 voor de gemiddelde loonkosten in de sector voor de vervaardiging van motorvoertuigen onder NACE-code 29 (60).

3.2.6.4.   Elektriciteit

(87)

De elektriciteitsprijs voor bedrijven (industriële gebruikers) in Turkije wordt gepubliceerd door de EPDK. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de industriële elektriciteitsprijzen van januari tot en met december 2024 in de overeenkomstige verbruikscategorie, uitgedrukt in kWh, voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek (61).

3.2.6.5.   Algemene productiekosten, VAA-kosten en winst

(88)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”. Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken.

(89)

Om een niet-verstoorde waarde voor de overhead-productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie — bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs — overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Daarom heeft de Commissie het aandeel van de overhead-productiekosten in de totale productie- en loonkosten vastgesteld op basis van de gegevens die door de indieners van het verzoek waren verstrekt. Vervolgens is dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de productiekosten om de niet-verstoorde waarde van de overhead-productiekosten te verkrijgen, afhankelijk van het geproduceerde model.

(90)

Om de VAA-kosten en de winst vast te stellen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de financiële gegevens van de Turkse producenten Maxion Inci Jant Sanayi A.S. en Maxion Jantas Jant Sanayi ve Ticaret A.S. voor het boekjaar 2024, zoals bekendgemaakt op de officiële website van Iochpe-Maxion Group (62).

3.2.7.   Berekening van de normale waarde

(91)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

(92)

Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Wegens het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs, en overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die de indiener in het verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt over de gebruiksratio van elke input (materialen en arbeid). De door de indiener van het verzoek gemelde verbruiksratio’s zijn geverifieerd. De Commissie heeft de verbruiksratio’s vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid die in Servië zijn waargenomen, zoals beschreven in punt 3.2.6.

(93)

Zodra de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de VAA-kosten en de winst daarbij opgeteld, zoals vermeld in de punten 88 en 89. De VAA-kosten en de winst werden bepaald op basis van de jaarrekeningen van de twee ondernemingen voor het jaar 2024 die zijn weergegeven in de gecontroleerde rekeningen van de onderneming, zoals vermeld in overweging 89. De Commissie heeft bij de niet-verstoorde productiekosten de volgende elementen opgeteld:

de VAA-kosten, die goed waren voor 7,3 % van de geconsolideerde kosten van verkochte goederen van de twee ondernemingen, en

de winst, die 12,7 % van de door de twee ondernemingen gerealiseerde geconsolideerde kosten van verkochte goederen bedroeg, toegepast op de totale niet-verstoorde productiekosten.

(94)

Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

3.2.8.   Uitvoerprijs

Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs uit de VRC werd de uitvoerprijs voor de invoer in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. In dit verband werd gebruikgemaakt van de gegevens in de databank van artikel 14, lid 6, gecorrigeerd tot “free on board” (fob)-niveau door de kosten voor verlading en vervoer over zee af te trekken op basis van het bewijsmateriaal dat in het verzoek om een nieuw onderzoek is verstrekt. Gezien de vaststelling van dumping in overweging 96 en de aard van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, dat is bedoeld om vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie besloten dat het aftrekken van binnenlandse vervoerskosten niet nodig was, aangezien dit alleen zou leiden tot een daling van de uitvoerprijs en bijgevolg tot een hogere dumpingmarge.

3.2.9.   Vergelijking en dumpingmarges

(95)

De Commissie heeft de overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening door berekening vastgestelde normale waarde vergeleken met de uitvoerprijs zoals hierboven vastgesteld.

(96)

Op basis hiervan bedroeg het verschil tussen de door berekening vastgestelde normale waarde en de uitvoerprijs af fabriek, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, 224 %. Bijgevolg werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet.

4.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING

(97)

Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie, in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van de basisverordening, nagegaan of voortzetting van dumping waarschijnlijk zou zijn indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. In dit verband heeft de Commissie de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie geanalyseerd.

(98)

Als gevolg van de niet-medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs uit de VRC werd dit onderzoek gebaseerd op de informatie waarover de Commissie beschikte, dat wil zeggen informatie die werd verstrekt in het verzoek om een nieuw onderzoek en informatie uit andere beschikbare bronnen, zoals officiële invoerstatistieken en de GTA.

4.1.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(99)

Uit de informatie in het dossier is gebleken dat er in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake is van algemene overcapaciteit van stalen wielen in de VRC. Volgens de marktanalyse van de indieners van het verzoek omvatte de geschatte productiecapaciteit van de twintig bekende producenten van stalen wielen in de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 102 miljoen stuks, met een werkelijke productie van meer dan 38 miljoen stuks.

(100)

Als gevolg daarvan werd de Chinese reservecapaciteit geschat op meer dan 63 miljoen stuks, ofwel ruim 61 %. Deze beschikbare reservecapaciteit is gelijk aan twee- tot driemaal het geschatte verbruik van stalen wielen in de Unie, dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ongeveer 24 miljoen stuks bedroeg.

(101)

Op basis van de beschikbare gegevens heeft de Commissie derhalve geconcludeerd dat de Chinese producenten-exporteurs over een aanzienlijke reservecapaciteit beschikken die kan worden gebruikt voor uitvoer naar de Unie en om de gehele markt van de Unie tegen dumpingprijzen te bevoorraden indien de maatregelen zouden komen te vervallen.

4.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(102)

De Commissie heeft de uitvoer van in de VRC vervaardigde stalen wielen naar zijn belangrijkste uitvoerbestemmingen onderzocht en vergeleken met de Chinese uitvoer naar de Unie. Bij gebrek aan medewerking heeft de Commissie gebruikgemaakt van de statistische gegevens in de GTA-databank, waarin de Chinese uitvoervolumes en -waarden van stalen wielen zijn opgenomen op basis van gewicht.

(103)

De Commissie stelde vast dat de markt van de Unie een van de twee belangrijkste Chinese uitvoermarkten voor stalen wielen was gebleven. Bovendien stelde zij vast dat de prijzen voor de meeste andere belangrijke uitvoermarkten (Brazilië, Mexico en het Verenigd Koninkrijk) gemiddeld 12 % tot 80 % onder de prijzen voor de Unie lagen. Uit de relatief hoge prijzen en het feit dat de Chinese producenten van stalen wielen relatief grote hoeveelheden blijven uitvoeren, blijkt dat de markt van de Unie aantrekkelijk is voor Chinese producenten van stalen wielen.

(104)

Bovendien zijn er antidumpingmaatregelen voor stalen wielen uit de VRC van kracht in India (63), en antidumping- en compenserende maatregelen voor stalen wielen uit de VRC in de VS (64), twee grote markten voor de automobielindustrie. Deze maatregelen zijn van kracht sinds respectievelijk 2018 en 2019. De Commissie beschouwde deze belemmeringen voor twee grote markten van het onderzochte product als een extra stimulans voor Chinese producenten van stalen wielen om hun verkoop naar de EU-markt te verleggen indien de maatregelen zouden komen te vervallen.

4.3.   Conclusie

(105)

Uit het onderzoek is gebleken dat tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de uitvoer met dumping uit de VRC naar de markt van de Unie werd voortgezet. De Commissie heeft tevens geconcludeerd dat de Chinese producenten zonder maatregelen aanzienlijke hoeveelheden van het betrokken product naar de Unie zouden uitvoeren, gezien de aanzienlijke reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, terwijl andere belangrijke markten beschermende maatregelen hebben ingesteld. De Commissie heeft dan ook geconcludeerd dat voortzetting van dumping zeer waarschijnlijk is als de bestaande maatregelen komen te vervallen.

5.   SCHADE

5.1.   Inleidende opmerkingen

(106)

In de overwegingen 196 en 277 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1693 van de Commissie (65) tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China lichtte de Commissie toe dat, bij gebrek aan andere invoerstatistieken dan die welke zijn uitgedrukt in ton, sommige macro-indicatoren zouden moeten worden vermeld in ton, terwijl andere indicatoren kunnen worden uitgedrukt in stuks, aangezien deze kunnen worden gebaseerd op gegevens van in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De klager heeft ook zijn eigen schatting van invoerstatistieken verstrekt, zowel in ton als in stuks, waartegen geen van de partijen bezwaar heeft gemaakt.

(107)

Bovendien heeft de Commissie in overweging 88 van de oorspronkelijke verordening toegelicht dat statistieken over stalen wielen vaak worden uitgedrukt in aantal stuks. De gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (66) bevat evenwel geen bijzondere maatstaf voor stalen wielen. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat bij invoer niet alleen het gewicht in kg of ton, maar ook het aantal stuks van het betrokken product in de aangifte voor het vrije verkeer moet worden opgenomen.

(108)

Bij de wijzigingsverordening heeft de Commissie overweging 88 en artikel 4 van de oorspronkelijke verordening zodanig gewijzigd dat bij invoer ook het ingevoerde aantal stuks moet worden aangegeven, en niet alleen het gewicht van het betrokken product. In de databank van artikel 14, lid 6, wordt de invoer van het onderzochte product inderdaad vermeld op basis van het gewicht en het aantal stuks, zodat de Commissie de invoer van het onderzochte product niet alleen in gewicht, maar ook in aantal stuks kan vaststellen. In de statistieken van Eurostat wordt de invoer van het onderzochte product echter nog steeds alleen op basis van gewicht vermeld.

(109)

De Commissie heeft derhalve invoerstatistieken voor het onderzochte product in zowel ton als aantal stuks uit de databank van artikel 14, lid 6, aan alle partijen ter beschikking gesteld.

5.2.   Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie

(110)

Het soortgelijke product werd in de beoordelingsperiode door elf producenten in de Unie vervaardigd. Zij vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(111)

De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op ongeveer 22,6 miljoen stuks. De Commissie heeft het cijfer vastgesteld op basis van gecontroleerde gegevens die zijn verstrekt in het verzoek om een nieuw onderzoek en gecontroleerde gegevens die zijn ingediend door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Zoals vermeld in overweging 10, werd een steekproef van drie producenten in de Unie samengesteld die samen meer dan 40 % van het geschatte totale productievolume van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigden.

5.3.   Verbruik in de Unie

(112)

De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van:

a)

de gecontroleerde verkoopvolumes van de producenten in de Unie, zoals door de indiener van het verzoek gemeld, die wat de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie betreft, kruislings zijn gecontroleerd met hun afzonderlijke gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst, en

b)

de invoer van het onderzochte product in de Unie zoals vermeld in de databank van artikel 14, lid 6.

(113)

Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 2

Verbruik in de Unie (× 1 000 stuks)

 

2021

2022

2023

TNO

Totaal verbruik in de Unie

28 291

27 191

27 310

23 689

Index

100

96

97

84

Bron:

Bedrijfstak van de Unie, databank van artikel 14, lid 6.

(114)

Het verbruik in de Unie van stalen wielen is in de beoordelingsperiode met 16 % afgenomen, met een aanmerkelijke daling van het verbruik in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De afname is het gevolg van de lagere volumes in stuks van de verkoop aan de Europese autofabrikanten, die op hun beurt te maken kregen met over het algemeen sterk dalende verkoopvolumes in het tijdvak van het nieuwe onderzoek (67).

5.4.   Invoer uit het betrokken land

5.4.1.   Volume en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land

(115)

Tijdens de beoordelingsperiode hebben de invoer in de Unie vanuit de VRC en het marktaandeel ervan zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 3

Invoervolume (× 1 000 stuks) en marktaandeel

 

2021

2022

2023

TNO

Volume van de invoer uit de VRC

209

129

169

186

Index

100

62

81

89

Marktaandeel (%)

0,7

0,5

0,6

0,8

Index

100

64

83

106

Bron:

Bedrijfstak van de Unie, databank van artikel 14, lid 6.

(116)

Het volume van de invoer uit de VRC is tijdens de beoordelingsperiode stabiel gebleven, op iets minder dan 1 % van het verbruik in de Unie.

5.4.2.   Prijzen van de invoer uit de VRC

(117)

De gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 4

Invoerprijzen (EUR/stuk) op cif-niveau

 

2021

2022

2023

TNO

VRC

23,29

31,97

19,66

21,74

Index

100

137

84

93

Bron:

Databank van artikel 14, lid 6.

(118)

De prijzen per stuk zijn in de beoordelingsperiode over het geheel genomen stabiel gebleven, met eerst een stijging van +37 % in 2022 (door de algemene stijging van de kosten van staal in dat jaar), maar met daarna een sterke daling van de prijs in 2023 en tot slot een prijs in het tijdvak van het nieuwe onderzoek die 7 % onder de prijs in 2021 lag.

5.4.3.   Prijsonderbieding

(119)

Er wordt aan herinnerd dat op grond van de beschrijving van het onderzochte product (overwegingen 23 en 24) veel verschillende afmetingen van stalen wielen onder dit nieuwe onderzoek vallen, en derhalve kan de gemiddelde prijs per stuk aanzienlijk verschillen naargelang van de diameter, de breedte en het ontwerp van het wiel.

(120)

Meer dan 97 % naar volume (90,5 % naar aantal stuks) van de invoer uit de VRC wordt aangegeven onder drie GN-codes voor de invoer van stalen wielen die worden gebruikt voor bussen, tractoren, vrachtwagens en aanhangwagens (68).

(121)

Aangezien de Chinese producenten-exporteurs geen medewerking verleenden, heeft de Commissie de invoergegevens onder de drie aangegeven GN-codes vergeleken met de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie van die stalen wielen met de grootste diameters (19-20 inch), die voornamelijk worden vervaardigd voor grotere voertuigen, zoals de in de vorige overweging genoemde soorten.

(122)

Op basis daarvan onderbood de invoer uit de VRC de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met 11 %.

5.4.4.   Invoer uit andere derde landen dan de Volksrepubliek China

(123)

De stalen wielen die werden ingevoerd uit andere derde landen dan de VRC, waren voornamelijk afkomstig uit India, Zwitserland, Turkije en Vietnam.

(124)

Het (geaggregeerde) volume van de invoer in de Unie alsmede het marktaandeel en de prijsontwikkelingen van de invoer van stalen wielen uit deze landen hebben zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 5

Invoer uit derde landen

Land

 

2021

2022

2023

TNO

Turkije

Volume (× 1 000 stuks)

1 768

2 003

1 630

1 567

 

Index

100

113

92

89

 

Marktaandeel (%)

6,2

7,4

6,0

6,6

 

Gemiddelde prijs (EUR/stuk)

56,26

65,32

80,40

76,01

 

Index

100

116

143

135

India

Volume (× 1 000 stuks)

810

588

540

274

 

Index

100

73

67

34

 

Marktaandeel (%)

2,9

2,2

2,0

1,2

 

Gemiddelde prijs (EUR/stuk)

18,46

21,17

22,65

36,20

 

Index

100

115

123

196

Zwitserland

Volume (× 1 000 stuks)

176

142

144

171

 

Index

100

80

82

97

 

Marktaandeel (%)

0,6

0,5

0,5

0,7

 

Gemiddelde prijs (EUR/stuk)

101,42

121,63

127,46

129,16

 

Index

100

120

126

127

Vietnam

Volume (× 1 000 stuks)

59

51

121

97

 

Index

100

87

206

165

 

Marktaandeel (%)

0,2

0,2

0,4

0,4

 

Gemiddelde prijs (EUR/stuk)

93,32

117,37

84,90

94,18

 

Index

100

126

91

101

Andere derde landen

Volume (× 1 000 stuks)

307

566

298

170

 

Index

100

185

97

55

 

Marktaandeel (%)

1,1 %

2,1 %

1,1 %

0,7 %

 

Gemiddelde prijs (EUR/stuk)

46,52

57,88

71,95

73,22

 

Index

100

124

155

157

Totaal van alle derde landen behalve de VRC

Volume (×1000 stuks)

3 119

3 350

2 732

2 278

 

Index

100

107

88

73

 

Marktaandeel (%)

11,0

12,3

10,0

9,6

 

Gemiddelde prijs (EUR/stuk)

48,73

59,49

70,74

75,77

 

Index

100

122

145

155

Bron:

Databank van artikel 14, lid 6.

(125)

De invoer uit andere derde landen is tijdens de beoordelingsperiode stabiel gebleven, met een marktaandeel van ongeveer 10 %.

(126)

Verreweg de grootste bron van invoer is Turkije. Het marktaandeel van de invoer uit Turkije was tijdens de beoordelingsperiode relatief stabiel, aangezien de omvang van de invoer slechts iets minder daalde dan de daling van het verbruik.

(127)

Voor alle bovengenoemde landen van oorsprong ligt de gemiddelde wielprijs hoger dan de gemiddelde prijs per wiel dat in de Unie wordt vervaardigd. Er wordt aan herinnerd dat op grond van de beschrijving van het onderzochte product (overweging 119) veel verschillende afmetingen van stalen wielen onder dit nieuwe onderzoek vallen, en derhalve kan de gemiddelde prijs per stuk aanzienlijk verschillen naargelang van de diameter, de breedte en het ontwerp van het wiel.

5.5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

5.5.1.   Algemene opmerkingen

(128)

De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een evaluatie van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren.

(129)

Zoals is vermeld in overweging 10, is voor de beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie gebruikgemaakt van een steekproef.

(130)

Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens in de macrovragenlijst van de indiener van het verzoek. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(131)

De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping.

(132)

De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde prijzen per eenheid, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.

5.5.2.   Macro-economische indicatoren

5.5.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(133)

De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 6

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2021

2022

2023

TNO

Productievolume (× 1 000 stuks)

25 323

24 590

25 482

22 619

Index

100

97

101

89

Productiecapaciteit (× 1 000 stuks)

40 898

40 987

39 445

38 331

Index

100

100

96

94

Bezettingsgraad (%)

61,9

60,0

64,6

59,0

Index

100

97

104

95

Bron:

Bedrijfstak van de Unie.

(134)

Tijdens de beoordelingsperiode waren de productievolumes in stuks gedurende de eerste drie jaar relatief stabiel. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek nam het productievolume echter sterk af, met 11 %. Deze afname komt overeen met eenzelfde neerwaartse trend van de verkoopvolumes (zie tabel 7) en is in overeenstemming met de daling van 13 % van het verbruik in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ten opzichte van 2023 (tabel 2).

(135)

De productiecapaciteit, die in het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek 52 289 000 stuks bedroeg, was in 2021 verminderd tot 40 898 000 stuks. Deze capaciteit bleef in 2022 stabiel, maar nam in 2023 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek nog eens aanzienlijk af.

(136)

Alle in de steekproef opgenomen producenten in de Unie produceren op bestelling. Ondanks de aanzienlijke vermindering van de productiecapaciteit daalde de bezettingsgraad in de beoordelingsperiode met 5 % en bedroeg deze in het tijdvak van het nieuwe onderzoek slechts 59 %, lager dan ooit door de Commissie is vastgesteld sinds stalen wielen voor het eerst werden onderzocht in 2019/2020.

5.5.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(137)

Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 7

Verkoopvolume en marktaandeel

 

2021

2022

2023

TNO

Verkoopvolume op de markt van de Unie (× 1 000 stuks)

24 963

23 712

24 409

21 226

Index

100

95

98

85

Marktaandeel (%)

88,2

87,2

89,4

89,6

Index

100

99

101

102

Bron:

Bedrijfstak van de Unie.

(138)

De verkoopvolumes zijn in de beoordelingsperiode met 15 % gedaald, met een drastische daling in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, overeenkomstig de daling van het verbruik in de Unie (zie tabel 2).

(139)

Bijgevolg is het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode relatief stabiel gebleven en kwam het in het tijdvak van het nieuwe onderzoek uit op 89,6 %.

5.5.2.3.   Groei

(140)

In een context van een aanzienlijke daling van het verbruik verloor de bedrijfstak van de Unie belangrijke verkoopvolumes.

(141)

De omzet nam gedurende de eerste twee jaar van de beoordelingsperiode toe, wat kan worden toegeschreven aan hogere verkoopprijzen per stuk. Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek viel de omzet echter terug tot het niveau van 2021 doordat de verkoopvolumes daalden tot ver onder het niveau van 2021 (zie tabel 7), terwijl de gemiddelde verkoopprijzen daalden tot onder de productiekosten (zie tabel 9). Gedurende de gehele beoordelingsperiode was de bedrijfstak van de Unie niet in staat te groeien.

5.5.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(142)

De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 8

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2021

2022

2023

TNO

Aantal werknemers

2 628

2 555

2 556

2 412

Index

100

97

97

92

Productiviteit (1 000 stuks/werknemer)

9,6

9,6

10

9,4

Index

100

100

103

97

Bron:

Bedrijfstak van de Unie.

(143)

Het aantal werknemers is tijdens de beoordelingsperiode gedaald, in overeenstemming met de daling van de productie. Over de gehele beoordelingsperiode genomen is het aantal werknemers in de Unie met 8 % gedaald.

(144)

De productiviteit van de producenten in de Unie was tijdens de beoordelingsperiode stabiel, aangezien zij de omvang van het personeelsbestand hebben aangepast aan de productievolumes.

5.5.2.5.   Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(145)

De tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgestelde dumpingmarge lag aanzienlijk boven de de-minimisdrempel. Tegelijkertijd was de invoer in het tijdvak van het nieuwe onderzoek zeer beperkt, namelijk minder dan 1 % van het verbruik in de Unie. De gevolgen van de omvang van de werkelijke dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie waren derhalve beperkt.

5.5.3.   Micro-economische indicatoren

5.5.3.1.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(146)

De gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/stuk)

 

2021

2022

2023

TNO

Gemiddelde verkoopprijs in de Unie per eenheid voor niet-verbonden afnemers

15,9

21,2

20,7

19,3

Index

100

133

130

121

Productiekosten per eenheid

17,2

21,5

20,3

19,8

Index

100

125

118

115

Bron:

In de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(147)

De gemiddelde verkoopprijs is in 2022 ten opzichte van 2021 gestegen met 33 %, meer dan de kosten. De aanzienlijke kostenstijging weerspiegelde een stijging van de kosten van de belangrijkste grondstof (warmgewalst breedband) en energie. De verkoopprijs is daarna sterker gedaald dan de kosten. De Commissie stelde vast dat de verkoopcontracten van de bedrijfstak van de Unie vaak een clausule over prijsaanpassingen bevatten wanneer de prijzen van grondstoffen fluctueren.

5.5.3.2.   Loonkosten

(148)

De gemiddelde loonkosten van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

Gemiddelde loonkosten per werknemer

 

2021

2022

2023

TNO

Gemiddelde loonkosten per werknemer (EUR)

40 185

39 785

45 804

47 730

Index

100

99

114

119

Bron:

In de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(149)

De gemiddelde loonkosten — die alle sociale lasten omvatten — stegen in de beoordelingsperiode met 19 %. In 2023 werd een aanmerkelijke stijging opgetekend, doordat de werknemers in dat jaar werden gecompenseerd voor de hoge inflatie in 2022 (69). De stijging van de loonkosten weerspiegelt derhalve een algemene trend in de EU: de nominale lonen stijgen in reactie op de stijgende kosten van levensonderhoud, met inbegrip van energiekosten, met name na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne (70).

5.5.3.3.   Voorraden

(150)

De voorraden van de producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 11

Voorraden

 

2021

2022

2023

TNO

Eindvoorraden (× 1 000 stuks)

721

705

638

678

Index

100

98

88

94

Eindvoorraden als percentage van de productie (%)

7,7

7,5

6,0

6,8

Index

100

98

78

89

Bron:

In de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(151)

De eindvoorraden in stuks zijn tijdens de beoordelingsperiode vrij stabiel gebleven, met een daling in 2023 gevolgd door een stijging van het voorraadniveau tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Over het geheel genomen zijn de eindvoorraden, uitgedrukt in een percentage van de productie, tijdens de gehele beoordelingsperiode stabiel gebleven en het relatief lage niveau als een percentage van de productie weerspiegelt het feit dat het onderzochte product op bestelling wordt geproduceerd.

5.5.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(152)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 12

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2021

2022

2023

TNO

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet)

–1,3 %

+2,7 %

+2,9 %

+0,1 %

Index

– 100

+ 206

+ 218

+9

Kasstroom (EUR)

–1 165 665

5 960 759

10 789 262

6 964 251

Index

– 100

511

926

597

Investeringen (EUR)

8 687 026

9 268 020

5 570 079

6 919 161

Index

100

107

64

80

Rendement van investeringen

–5,1 %

–0,5 %

+9,4 %

–3,6 %

Index

– 100

–9

+ 184

–70

Bron:

In de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(153)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen op de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet.

(154)

Na een jaar met een verlies (2021) maakte de bedrijfstak van de Unie vanaf 2022 weer geringe winsten. De daling van de winst tot slechts 0,1 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek moet worden gezien in het licht van het verlies van verkoopvolume. De over het geheel genomen positieve winstontwikkeling gedurende de gehele beoordelingsperiode wordt ook weerspiegeld in tabel 9, waaruit blijkt dat de gemiddelde verkoopprijs met 21 % was gestegen, terwijl de gemiddelde productiekosten met 15 % stegen.

(155)

De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren en wordt gemeten op het niveau van alle verkoopbestemmingen (d.w.z. met inbegrip van uitvoer). De trend van de nettokasstroom volgde de over het geheel genomen licht positieve ontwikkeling van de winstmarge, met eerst een negatieve kasstroom in 2021, maar met positieve kasstromen vanaf 2022.

(156)

De investeringen zijn in de beoordelingsperiode stabiel gebleven, tussen 5 miljoen EUR en 10 miljoen EUR per jaar, wat ook binnen hetzelfde bereik ligt (7 miljoen EUR tot 13 miljoen EUR) als in het oorspronkelijke onderzoek.

(157)

Het rendement van investeringen is de winst op alle verkopen — met inbegrip van uitvoer — uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Over het geheel genomen volgde dit rendement dezelfde ontwikkeling als de winstmarge op de verkopen in de EU, maar met licht negatievere cijfers. Dit moet worden gezien in het licht van het feit dat de verkoop buiten de Unie aan concurrentie blootstaat op markten die niet worden beschermd tegen invoer met dumping uit de VRC, wat leidt tot lagere gemiddelde verkoopprijzen op de uitvoermarkt dan op de markt van de Unie.

(158)

Geen van de producenten in de Unie heeft melding gemaakt van specifieke kwesties in verband met het vermogen om kapitaal aan te trekken op de markt.

5.5.4.   Conclusie over schade

(159)

Ondanks de geldende antidumpingmaatregelen en een marktaandeel van het verbruik in de Unie tussen 85 % en 90 % in de beoordelingsperiode verkeert de bedrijfstak van de Unie niet in een gezonde toestand.

(160)

Dit wordt het best geïllustreerd door de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie: de bedrijfstak van de Unie leed in 2021 verlies, maakte alleen in 2022 en 2023 een kleine winst, en kwam in het tijdvak van het nieuwe onderzoek uit op een vrijwel kostendekkend niveau. De andere financiële indicatoren laten een even onbevredigend beeld zien. Ook andere belangrijke indicatoren zijn negatief: de verkoopvolumes zijn sinds 2021 met 15 % gedaald, en de bezettingsgraad van de bedrijfstak daalde met 5 %, ondanks een aanzienlijke vermindering van de productiecapaciteit in dezelfde periode.

(161)

Op grond van het voorgaande kon de Commissie concluderen dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.

6.   OORZAKELIJK VERBAND

(162)

Tijdens de beoordelingsperiode heeft de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade geleden. De invoer uit de VRC speelde geen belangrijke rol bij de schade van de bedrijfstak van de Unie. Zoals aangegeven in overweging 116, vertegenwoordigde het niveau van de invoer uit de VRC gedurende de beoordelingsperiode een marktaandeel van minder dan 1 %.

(163)

De daling van het verbruik, met 16 % in de periode 2021-2024 en met 40 % ten opzichte van 2018, het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek, is de belangrijkste factor die de bedrijfstak van de Unie belet gezonde winsten te behalen. De sterke daling van de vraag naar stalen wielen is namelijk rechtstreeks van invloed op de productievolumes van de bedrijfstak van de Unie en het gebruik van zijn machines, wat leidt tot een bezettingsgraad die lager is dan in het oorspronkelijke onderzoek. De daling van de vraag en daarmee van de verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie houdt op haar beurt verband met de lagere verkoop van stalen wielen die alleen geschikt zijn voor voertuigen die de afgelopen 4-5 jaar in de Unie zijn vervaardigd. In een dergelijke situatie kan de bedrijfstak van de Unie hooguit slechts zeer geringe marges behalen.

(164)

De invoer uit andere landen speelde eveneens een rol. Het marktaandeel van deze invoer schommelde tussen 10 % en 12 %, hetgeen aanzienlijk is en zeker heeft bijgedragen tot de volumeschade, hoewel de invoer uit andere landen dan de VRC in de beoordelingsperiode over het geheel genomen is gedaald, zowel wat het volume als het marktaandeel betreft. In de context van voornamelijk een sterke daling van het verbruik en, in mindere mate, een sterke aanwezigheid van invoer uit andere landen dan de VRC, is de rol die bij de schade voor de bedrijfstak van de Unie aan de invoer uit de VRC kan worden toegeschreven, vrij beperkt, aangezien deze invoer in de beoordelingsperiode een klein marktaandeel had.

(165)

De Commissie is derhalve tot de conclusie gekomen dat de invoer uit de VRC niet verantwoordelijk is voor de aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie, maar dat die schade is veroorzaakt door andere factoren, met name de daling van het verbruik en het hoge niveau van de invoer uit andere landen.

(166)

Daarom heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, besloten om verder te beoordelen of herhaling van de oorspronkelijk door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte schade waarschijnlijk is, mochten de maatregelen ten aanzien van deze invoer komen te vervallen.

7.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE

(167)

Aangezien geen enkele partij in de VRC medewerking heeft verleend, heeft de Commissie zich gebaseerd op de in het dossier beschikbare informatie. Zij heeft de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC onderzocht; de verhouding tussen de prijzen in de Unie en de prijzen bij uitvoer uit de VRC naar derde landen; de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en de gevolgen die de toegenomen volumes van de invoer uit de VRC zouden hebben voor de bedrijfstak van de Unie.

7.1.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(168)

Zoals geconcludeerd in de overwegingen 99 en 101, vertegenwoordigt de reservecapaciteit van de Chinese producenten van stalen wielen naar schatting meer dan 250 % van het vrije verbruik van stalen wielen in de Unie. Die reservecapaciteit zou kunnen worden gebruikt voor uitvoer naar de Unie, mochten de maatregelen komen te vervallen.

7.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(169)

Zoals toegelicht in de overwegingen 102 en 103, blijft de markt van de Unie, ondanks de maatregelen, een van de belangrijkste uitvoermarkten van de VRC, en de gemiddelde prijzen die zij op die markt kan krijgen, zijn zelfs met de geldende maatregelen aanzienlijk hoger dan de prijzen op de meeste andere belangrijke uitvoermarkten van de VRC. Bovendien zijn op de traditioneel belangrijke markt van de VS sinds 2019 verbodsmaatregelen van kracht ten aanzien van de invoer uit de VRC. Evenzo zijn er antidumpingmaatregelen van kracht in India, dat voorheen een van de belangrijkste uitvoermarkten van de VRC was. Als gevolg van deze maatregelen is het waarschijnlijk dat producenten-exporteurs die aan die markten leverden, alternatieve uitvoermarkten gaan verkennen, en dan is het waarschijnlijk dat de Unie, gezien haar omvang en prijzen alsook de belangstelling van de VRC in het verleden, een doelwit van die partijen zal worden.

7.3.   Gevolgen van de toegenomen volumes van de invoer uit de VRC voor de bedrijfstak van de Unie

(170)

Gegeven de bovenstaande overwegingen zal de bedrijfstak van de Unie bij het vervallen van de maatregelen te maken krijgen met een aanzienlijke toename van de invoer uit de VRC voor alle soorten stalen wielen. Daarom zou de waarschijnlijke komst in de Unie van grootschalige invoer uit de VRC tegen veel lagere prijzen indien de maatregelen komen te vervallen, de bedrijfstak van de Unie dwingen zijn productievolumes te verminderen en zijn prijzen te verlagen.

(171)

In het tijdvak van het nieuwe onderzoek richtten de Chinese exporteurs hun uitvoer, uitgaande van de douanecodes waaronder de meeste invoer uit de VRC werd geregistreerd, op de nichemarkten voor wielen met speciale afmetingen en nauwelijks verkochte wielen in het personenautosegment. Deze verkopen onderboden de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met 11 %.

(172)

Bij een verdere daling van de verkoopvolumes en een versterkte prijsdruk zouden de producenten in de Unie terughoudend zijn om verder te investeren en steeds meer moeilijkheden ondervinden om hun verplichtingen na te komen, ook op sociaal en milieugebied. In een dergelijke kapitaalintensieve bedrijfstak zouden de winstniveaus waarschijnlijk snel negatief worden. Dit zou het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om kapitaal aan te trekken ondermijnen en op langere termijn zijn levensvatbaarheid in gevaar brengen, wat tot de sluiting van productiefaciliteiten kan leiden en daardoor ook verstoringen in de toeleveringsketens kan veroorzaken.

7.4.   Conclusie

(173)

Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het ontbreken van maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping tegen schadeveroorzakende prijzen uit de VRC, met het gevolg dat de schadeveroorzakende situatie van de bedrijfstak van de Unie nog verder zal verslechteren.

8.   BELANG VAN DE UNIE

(174)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van de afweging van alle betrokken belangen, met inbegrip van die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en gebruikers.

8.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(175)

In overweging 110 is het totale aantal EU-fabrikanten van het onderzochte product vermeld. Het verzoek werd ingediend door negen producenten in de Unie, terwijl geen van de andere twee bekende producenten bezwaar heeft gemaakt tegen de opening van het onderzoek. Zoals geconcludeerd in overweging 161, lijdt de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade. Hoewel, zoals uiteengezet in overweging 165, de aanmerkelijke schade niet kan worden toegeschreven aan de invoer uit de VRC, zou intrekking van de maatregelen waarschijnlijk leiden tot een nieuwe instroom van invoer met dumping uit de VRC tegen schade veroorzakende prijzen, zoals geconcludeerd in overweging 173. Voortzetting van de maatregelen is derhalve in het belang van de bedrijfstak van Unie.

8.2.   Belang van niet-verbonden importeurs

(176)

Geen enkele importeur verleende medewerking aan het onderzoek.

(177)

Door het gebrek aan medewerking van importeurs kon de Commissie niet nagaan of de importeurs slecht presteerden of niet in staat waren eventuele prijsverhogingen door te berekenen.

(178)

De Commissie merkte op dat importeurs en toeleveringsketens, afgezien van de overvloedige productie in de Unie, een beroep kunnen doen op invoer uit talrijke andere bronnen.

(179)

Daarom wordt geconcludeerd dat niets erop wijst dat de geldende maatregelen aanzienlijke gevolgen hadden voor de importeurs van het onderzochte product.

8.3.   Belang van de gebruikers

(180)

Geen enkele gebruiker verleende medewerking aan het onderzoek. Daarom was de Commissie niet in staat de gevolgen van de bestaande maatregelen voor de situatie van de gebruikers te analyseren.

(181)

Volgens de bevindingen van het oorspronkelijke onderzoek is het effect van de maatregelen op stalen wielen beperkt voor autofabrikanten. Deze conclusie vloeide voort uit de raming van een in de steekproef opgenomen producent in de Unie, volgens welke een volledige set stalen wielen ongeveer 0,6 % van de totale productiekosten van een kleine personenauto of 0,7 % van de productiekosten van een vrachtwagen uitmaakt.

(182)

Het dossier bevat geen andere informatie waaruit blijkt dat de maatregelen aanzienlijke negatieve gevolgen voor de gebruikers zouden hebben die zwaarder wegen dan de positieve gevolgen van voortzetting van de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie.

(183)

Op grond hiervan wordt bevestigd dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis hebben gehad op de financiële situatie van de gebruikers en dat voortzetting van de maatregelen voor hen geen ernstige gevolgen zou hebben.

8.4.   Conclusie betreffende het belang van de Unie

(184)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende reden was om de bestaande maatregelen ten aanzien van de invoer van stalen wielen van oorsprong uit de VRC niet te handhaven.

9.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(185)

Gelet op de conclusies van de Commissie inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping en herhaling van schade en het belang van de Unie moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van stalen wielen van oorsprong uit de VRC worden gehandhaafd.

(186)

Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De ondernemingen met individuele antidumpingrechten moeten aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur overleggen. Deze factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 3, van deze verordening vastgestelde vereisten. Invoer die niet van een dergelijke factuur vergezeld gaat, wordt onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit de VRC”.

(187)

Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle vereisten van artikel 1, lid 3, van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving.

(188)

De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover dit van oorsprong is uit de VRC en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Op de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die aan de specifiek genoemde ondernemingen verbonden zijn, is het recht van toepassing dat geldt voor “alle overige invoer van oorsprong uit de VRC”. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(189)

Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om verdere toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (71). Het moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(190)

Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (72) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand.

(191)

Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Zij konden hierover tevens binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. De opmerkingen in dit verband zijn nader uiteengezet in bovenstaande overwegingen.

(192)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité. Het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité heeft een positief advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op voor gebruik op de weg ontworpen stalen wielen, al dan niet met toebehoren en al dan niet met banden, bestemd voor:

trekkers (trucks) voor opleggers,

motorvoertuigen voor het vervoer van personen en/of het vervoer van goederen,

automobielen voor bijzondere doeleinden (bijvoorbeeld brandweerauto’s, sproeiauto’s),

aanhangwagens of opleggers, zonder eigen beweegkracht, van de bovenvermelde voertuigen

van oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8708 70 10 , ex 8708 70 99 , ex 8716 90 90 (Taric-codes 8708 70 10 80, 8708 70 10 85, 8708 70 99 20, 8708 70 99 80, 8716 90 90 95 en 8716 90 90 97) (“het betrokken product”).

De volgende producten blijven buiten beschouwing:

stalen wielen bestemd voor de industriële montage van motoculteurs, momenteel ingedeeld onder onderverdeling 8701 10 ,

wielen voor quads voor gebruik op de weg,

stervormige delen van wielen, uit één stuk gegoten, van staal,

wielen voor motorvoertuigen die specifiek bestemd zijn voor gebruik buiten de openbare weg (bijvoorbeeld wielen voor landbouw- of bosbouwtractoren, vorkheftrucks, pushbacktrucks, dumpers ontworpen voor gebruik in het terrein);

wielen voor aanhangwagens voor personenauto’s en voor caravans, zonder eigen beweegkracht, met een velgdiameter van maximaal 16 inch,

wielen voor aanhangwagens of opleggers die specifiek bestemd zijn voor gebruik buiten de openbare weg (bijvoorbeeld wielen voor landbouwaanhangers en andere getrokken landbouwwerktuigen die worden gebruikt op akkers).

2.   Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:

Onderneming

Definitief antidumpingrecht (%)

Aanvullende Taric-code

Xingmin Intelligent Transportation Systems Co., Ltd

50,3

C508

Tangshan Xingmin Wheels Co., Ltd

50,3

C509

Xianning Xingmin Wheels Co., Ltd

50,3

C510

Andere meewerkende ondernemingen opgenomen in de bijlage

50,3

Zie bijlage

Alle andere ondernemingen

66,4

C999

3.   De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die als volgt luidt: “Ondergetekende verklaart dat de (aantal stuks) (betrokken product) die naar de Europese Unie worden uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, zijn vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in [betrokken land]. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.” Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor alle andere ondernemingen geldt.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Wanneer een producent uit de Volksrepubliek China de Commissie voldoende bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat:

i.

hij de in artikel 1, lid 1, beschreven goederen van oorsprong uit de Volksrepubliek China in het onderzoektijdvak (1 januari 2018 tot en met 31 december 2018) niet heeft uitgevoerd;

ii.

hij niet verbonden is met een exporteur of producent op wie de bij deze verordening ingestelde maatregelen van toepassing zijn, en

iii.

hij na het verstrijken van het onderzoektijdvak de betrokken goederen daadwerkelijk naar de Unie heeft uitgevoerd dan wel een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren.

kan de Commissie de bijlage wijzigen teneinde voor die producent het recht vast te stellen dat van toepassing is op niet in de steekproef opgenomen medewerkende producenten, namelijk 50,3 %.

Artikel 3

Wanneer een aangifte voor het vrije verkeer wordt aangeboden voor de in artikel 1, lid 1, bedoelde producten, ongeacht de oorsprong ervan, wordt in het desbetreffende vak van die aangifte het aantal stuks van de ingevoerde producten vermeld.

De lidstaten stellen de Commissie maandelijks in kennis van het aantal stuks dat onder de Taric-codes 8708 70 10 80, 8708 70 10 85, 8708 70 99 20, 8708 70 99 80, 8716 90 90 95 en 8716 90 90 97 is ingevoerd en van de oorsprong ervan.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 25 februari 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/353 van de Commissie van 3 maart 2020 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 65 van 4.3.2020, blz. 9, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/353/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1165 van de Commissie van 6 augustus 2020 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/353 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 258 van 7.8.2020, blz. 9, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/1165/oj).

(4)  Bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C, C/2024/3539, 6.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3539/oj).

(5)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C, C/2025/1461, 3.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1461/oj).

(6)   https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2778.

(7)  Alle drie de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie maakten deel uit van de klager, die het verzoek heeft ingediend onder de voorwaarde dat elke producent anoniem zou worden behandeld omdat er volgens de klager een reëel risico bestaat op commerciële vergeldingsmaatregelen door hun afnemers in de Unie, die ook afnemers van de Chinese producenten-exporteurs zijn. De Commissie was van mening dat het verzoek om anonimiteit gerechtvaardigd was en heeft het dienovereenkomstig ingewilligd.

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie van 6 juni 2024 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden vanuit Marokko en de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/1666, 7.6.2024, ELI http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1666/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie van 11 juli 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op platbulbstaal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Turkije (PB L 177 van 12.7.2023, blz. 63, ELI http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1444/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie van 11 januari 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op navulbare vaten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 10 van 12.1.2023, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/100/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie van 26 oktober 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde koudgewalste platte staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 149, ELI http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/2068/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie van 16 februari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 36 van 17.2.2022, blz. 1, ELI (http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/191/oj).

(9)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 80; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 208.

(10)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 60; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 38; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 192.

(11)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overwegingen 66-68; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 40; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overwegingen 193-194. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de cellen van de Chinese Communistische Partij (“CCP”) in ondernemingen — niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen — een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van bedrijven kan mengen. Volgens het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie in het leven worden geroepen (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. De CCP heeft haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen in elk geval sinds 2016 echter nadrukkelijk als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het onderzochte product en de leveranciers van de inputs daarvoor.

(12)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overwegingen 61-65; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 59; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 43; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overwegingen 195-201.

(13)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 62; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 52; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 74; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 202.

(14)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 72; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 33; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 75; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 203.

(15)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 73; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191, overweging 204.

(16)  Werkdocument van de diensten van de Commissie SWD(2024) 91 van 10 april 2024, beschikbaar op https://ec.europa.eu/transparency/documents-register/detail?ref=SWD(2024)91&lang=nl.

(17)  Zie blz. 11 van het verzoek (niet-vertrouwelijke versie).

(18)  Zie blz. 11 van het verzoek (niet-vertrouwelijke versie).

(19)  Zie blz. 12 van het verzoek (niet-vertrouwelijke versie).

(20)  Zie blz. 12 van het verzoek (niet-vertrouwelijke versie).

(21)  Zie blz. 12-13 van het verzoek (niet-vertrouwelijke versie).

(22)  Zie blz. 13 van het verzoek (niet-vertrouwelijke versie).

(23)  Zie blz. 13 van het verzoek (niet-vertrouwelijke versie).

(24)  Zie: http://wap.sasac.gov.cn/n2588045/n27271785/n27271792/c14159097/content.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(25)  Zie: http://wap.sasac.gov.cn/n2588045/n27271785/n27271792/c14159097/content.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(26)  Zie: https://www.baoganggf.com/gsjj (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(27)  Zie: https://www.shougang.com.cn/en/ehtml/CompanyProfile.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(28)  Zie: https://www.shougang.com.cn/sgweb/html/index.html (geraadpleegd op 17 maart 2025).

(29)  Zie: https://www.gov.cn/zhengce/zhengceku/2022-02/08/content_5672513.htm (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(30)  Ibid.

(31)  Zie afdeling IV, onderafdeling 3, van het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie.

(32)  Zie: https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/tz/art/2023/art_2a4233d696984ab59610e7498e333920.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(33)  Zie het driejarige actieplan voor clusterontwikkeling in de keten van de staalindustrie, hoofdstuk II, afdeling 3.8, van de provincie Hebei; te raadplegen via: https://huanbao.bjx.com.cn/news/20200717/1089773.shtml (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(34)  Ibid., hoofdstuk I, afdeling 2.

(35)  Ibid., hoofdstuk I, afdeling 3.2.

(36)  Zie het uitvoeringsplan van Henan voor de transformatie en modernisering van de staalindustrie tijdens het 14e vijfjarenplan, hoofdstuk II, afdeling 3; te raadplegen via: https://huanbao.bjx.com.cn/news/20211210/1192881.shtml (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(37)  Werkplan voor de transformatie, modernisering en optimalisering van de indeling van de staalsector 2019-2025 van de provincie Jiangsu; te raadplegen via: http://www.jiangsu.gov.cn/art/2019/5/5/art_46144_8322422.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(38)  14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de staalindustrie van de provincie Shandong; te raadplegen via: https://m.mysteel.com/21/1119/11/DFD9D26D73D90F7D_abc.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(39)  Actieplan voor de transformatie en modernisering van de staalindustrie 2020 van de provincie Shanxi; te raadplegen via: https://m.mysteel.com/20/0715/11/7BF7729C99CEB3EA_abc.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(40)  Actieplan ter bevordering van een hoogwaardige ontwikkeling van de staalindustrie van de provincie Zhejiang: “Fusies en reorganisaties van ondernemingen bevorderen, het concentratieproces versnellen, het aantal staalsmeltende ondernemingen terugbrengen tot ongeveer tien ondernemingen”; te raadplegen via: https://www.jiaxing.gov.cn/art/2022/4/20/art_1228922756_59529426.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(41)  Zie het jaarverslag over 2023 van Baoshan Iron and Steel Ltd, blz. 41 https://static.sse.com.cn/disclosure/listedinfo/announcement/c/new/2024-04-27/600019_20240427_B5D4.pdf (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(42)  Zie: https://www.wuganggroup.cn/people/3143 (geraadpleegd 20 oktober 2025).

(43)  Zie: https://mp.weixin.qq.com/s?__biz=MjM5Njg2NjIwMQ==&mid=2654952836&idx=1&sn=505b807e2826f1e3e6f08ba15b727722&chksm=bd294c728a5ec5641240246649545fda2b2065c015f861fa599249b2165962ca848a25a1faa2&token=1369557425&lang=zh_CN#rd (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(44)  Zie: https://www.baoganggf.com/ggry (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(45)  Zie: https://www.shougang.com.cn/sgweb/html/gsld.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(46)  Zie: http://www.cncma.org/article/472 (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(47)  Ibid.

(48)  Zie https//www.miit.gov.cn/cms_files/filemanager/oldfile/miit/n5084605/c7592204/part/752209.pdf, blz. 55 met vermelding van de stevigheid van bevestigingsmiddelen.

(49)  Zie http://www.gov.cn/xinwen/2019-11/06/5449193/files/26c9d25f713f4ed5b8dc51ae40ef37af.pdf, blz. 29.

(50)   http://www.haiyan.gov.cn/art/2019/12/6/art_1512856_40973400.html.

(51)  Rapport, deel III, hoofdstuk 14, blz. 346 e.v.

(52)  Zie het 14e vijfjarenplan van de Volksrepubliek China voor nationale economische en sociale ontwikkeling en langetermijndoelstellingen voor 2035, deel III, artikel VIII, te raadplegen via: https://cset.georgetown.edu/publication/china-14th-five-year-plan/ (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(53)  Zie met name de afdelingen I en II van het 14e vijfjarenplan voor de ontwikkeling van de grondstoffenindustrie.

(54)  Zie: https://www.miit.gov.cn/zwgk/zcwj/wjfb/tz/art/2023/art_2a4233d696984ab59610e7498e333920.html (geraadpleegd op 20 oktober 2025).

(55)  Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 63; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 33.

(56)  Als het onderzochte product in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als die van het onderzochte product in aanmerking worden genomen.

(57)   Turks Instituut voor Statistiek — TÜIK.

(58)   Regelgevende autoriteit voor de energiemarkt — EPDK.

(59)  Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.

(60)  Zie link in voetnoot 58. NACE-onderverdeling 29.3 — Vervaardiging van delen en toebehoren voor motorvoertuigen is niet beschikbaar op de website van het TÜIK.

(61)   Insert reference.

(62)   https://www.iochpe.com.br/en/financial-information/results-center/.

(63)   https://info.eepcindia.org/files/1694965929.pdf.

(64)   https://www.usitc.gov/press_room/news_release/2024/er1017_66025.htm.

(65)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1693 van de Commissie van 9 oktober 2019 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op stalen wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 259 van 10.10.2019, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1693/oj).

(66)  Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1987/2658/oj).

(67)  In de klacht werd verwezen naar statistieken die worden gepubliceerd door de Vereniging van Europese autofabrikanten ACEA ACEA-Pocket-Guide-2025-2026.pdf, met name bladzijde 19 en bladzijde 21 daarvan, waaruit blijkt dat er in 2024 sprake was van een duidelijke afname van de productie van personenauto’s (–6,2 %) en commerciële voertuigen (–9,5 %) ten opzichte van het voorgaande jaar.

(68)   8708 70 99 80 (stalen wielen voor vrachtwagens, trekkers (trucks), bussen), 8716 90 90 95 (stalen wielen voor aanhangwagens en opleggers) en 8716 90 90 97 (stalen wielen voor aanhangwagens en opleggers).

(69)   Annual inflation more than tripled in the EU in 2022 — Eurostat nieuwsartikel: https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-eurostat-news/w/ddn-20230309-2.

(70)  Labour market and wage developments in Europe 2024 — Bureau voor publicaties van de EU, blz. 47: https://op.europa.eu/webpub/empl/lmwd-annual-review-leaflet-2024/.

(71)  Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.

(72)  Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).


BIJLAGE

Chinese producenten-exporteurs met individuele Taric-codes

Naam

Aanvullende Taric-code

Dongfeng Automobile Chassis System Co., Ltd (ook “Dongfeng Automotive Wheel Co., Ltd” genoemd)

C511

Hangzhou Forlong Impex Co., Ltd

C512

Hangzhou Xingjie Auto Parts Manufacturing Co., Ltd.

C513

Jiaxing Henko Auto Spare Parts Co., Ltd.

C514

Jining Junda Machinery Manufacturing Co., Ltd

C515

Nantong Tuenz Corporate Co., Ltd

C516

Ningbo Luxiang Autoparts Manufacturing Co., Ltd

C517

Shandong Zhengshang Wheel Technology Co., Ltd

C518

Shandong Zhengyu Wheel Group Co., Ltd

C519

Xiamen Sunrise Group Co., Ltd

C520

Yantai Leeway Electromechanical Equipment Co., Ltd

C521

Yongkang Yuefei Wheel Co., Ltd.

C522

Zhejiang Jingu Co., Ltd.

C523

Zhejiang Fengchi Mechanical Co., Ltd.

C524

Zhengxing Wheel Group Co., Ltd.

C525

Zhenjiang R&D Auto Parts Co., Ltd

C526


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/428/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)