|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/338 |
16.2.2026 |
VERORDENING (EU) 2026/338 VAN DE COMMISSIE
van 13 februari 2026
tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1803 wat betreft International Financial Reporting Standard 18
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name artikel 3, lid 1,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2023/1803 van de Commissie (2) zijn bepaalde op 8 september 2022 bestaande internationale standaarden voor jaarrekeningen en interpretaties goedgekeurd. |
|
(2) |
Op 9 april 2024 heeft de International Accounting Standards Board de International Financial Reporting Standard 18 — Presentatie en toelichting in de jaarrekening (“IFRS 18”) uitgegeven, met als doel de in jaarrekeningen meegedeelde informatie te verbeteren, met bijzondere aandacht voor informatie in het overzicht van het totaalresultaat. |
|
(3) |
IFRS 18 stimuleert de rapportage van financiële prestaties door te borgen dat ondernemingen relevante informatie vermelden, die een getrouw beeld geeft van hun activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten en lasten. Zo kunnen beleggers beter onderbouwde beslissingen nemen die leiden tot een betere allocatie van kapitaal en bijdragen tot financiële stabiliteit op lange termijn. |
|
(4) |
IFRS 18 versterkt de kwaliteit van financiële verslaggeving, met name door specifieke subtotalen in het overzicht van het totaalresultaat van ondernemingen voor te schrijven, door te eisen dat informatie over door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven wordt verschaft, en door nieuwe beginselen toe te voegen voor de samenvoeging en opsplitsing van informatie. |
|
(5) |
Uit de goedkeuring van IFRS 18 vloeien wijzigingen voort in de volgende standaarden of interpretaties van standaarden: IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards, IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen, IFRS 3 Bedrijfscombinaties, IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, IFRS 6 Exploratie en evaluatie van minerale hulpbronnen, IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing, IFRS 8 Operationele segmenten, IFRS 9 Financiële instrumenten, IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening, IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten, IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten, IFRS 13 Waardering tegen reële waarde, IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten, IFRS 16 Leaseovereenkomsten, IFRS 17 Verzekeringscontracten, International Accounting Standard (“IAS”) 2 Voorraden, IAS 7 Kasstroomoverzicht, IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten, IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode, IAS 12 Winstbelastingen, IAS 16 Materiële vaste activa, IAS 19 Personeelsbeloningen, IAS 20 Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun, IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen, IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen, IAS 26 Administratieve verwerking en verslaggeving door pensioenregelingen, IAS 27 Enkelvoudige jaarrekening, IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures, IAS 29 Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie, IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie, IAS 33 Winst per aandeel, IAS 34 Tussentijdse financiële verslagen, IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa, IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa, IAS 38 Immateriële activa, IAS 40 Vastgoedbeleggingen, IAS 41 Landbouw, Interpretations of the International Financial Reporting Interpretations Committee (“IFRIC”) 1 Wijzigingen in bestaande verplichtingen voor ontmanteling, herstel en soortgelijke verplichtingen, IFRIC 2 Aandelen van leden in coöperatieve entiteiten en soortgelijke instrumenten, IFRIC 5 Belangen in ontmantelings-, herstel- en milieusaneringsfondsen, IFRIC 6 Verplichtingen die voortvloeien uit deelneming aan een specifieke markt — Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, IFRIC 12 Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten, IFRIC 14 IAS 19 — De limiet voor een actief uit hoofde van toegezegde pensioenrechten, minimaal vereiste dekkingsgraden en de wisselwerking hiertussen, IFRIC 16 Hedges van een netto-investering in een buitenlandse activiteit, IFRIC 17 Uitkeringen van activa in natura aan eigenaars, IFRIC 19 Aflossing van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten, IFRIC 20 Afgravingskosten tijdens de productiefase van een dagbouwmijn toepassen, IFRIC 21 Heffingen, IFRIC 22 Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen, IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten, en Interpretations of the Standard Interpretations Committee (“SIC”)-7 Invoering van de euro, SIC-10 Overheidssteun — Geen specifiek verband met operationele activiteiten, SIC-25 Winstbelastingen — Wijzigingen in de fiscale status van een entiteit of haar aandeelhouders en SIC-29 Informatieverschaffing — Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten en SIC-32 Immateriële activa — Kosten van websites. |
|
(6) |
Voorts brengt een en ander de intrekking van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening met zich. |
|
(7) |
Na overleg met de Europese adviesgroep voor financiële verslaggeving EFRAG concludeert de Commissie dat IFRS 18 voldoet aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde criteria voor goedkeuring. |
|
(8) |
Verordening (EU) 2023/1803 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(9) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De bijlage bij Verordening (EU) 2023/1803 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
International Financial Reporting Standard (“IFRS”) 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening; |
|
2) |
IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards, IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen, IFRS 3 Bedrijfscombinaties, IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten, IFRS 6 Exploratie en evaluatie van minerale hulpbronnen, IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing, IFRS 8 Operationele segmenten, IFRS 9 Financiële instrumenten, IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening, IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten, IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten, IFRS 13 Waardering tegen reële waarde, IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten, IFRS 16 Leaseovereenkomsten, IFRS 17 Verzekeringscontracten, International Accounting Standard (“IAS”) 2 Voorraden, IAS 7 Kasstroomoverzicht, IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten, IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode, IAS 12 Winstbelastingen, IAS 16 Materiële vaste activa, IAS 19 Personeelsbeloningen, IAS 20 Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun, IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen, IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen, IAS 26 Administratieve verwerking en verslaggeving door pensioenregelingen, IAS 27 Enkelvoudige jaarrekening, IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures, IAS 29 Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie, IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie, IAS 33 Winst per aandeel, IAS 34 Tussentijdse financiële verslagen, IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa, IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa, IAS 38 Immateriële activa, IAS 40 Vastgoedbeleggingen, IAS 41 Landbouw, Interpretations of the International Financial Reporting Interpretations Committee (“IFRIC”) 1 Wijzigingen in bestaande verplichtingen voor ontmanteling, herstel en soortgelijke verplichtingen, IFRIC 2 Aandelen van leden in coöperatieve entiteiten en soortgelijke instrumenten, IFRIC 5 Belangen in ontmantelings-, herstel- en milieusaneringsfondsen, IFRIC 6 Verplichtingen die voortvloeien uit deelneming aan een specifieke markt — Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, IFRIC 12 Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten, IFRIC 14 IAS 19 — De limiet voor een actief uit hoofde van toegezegde pensioenrechten, minimaal vereiste dekkingsgraden en de wisselwerking hiertussen, IFRIC 16 Hedges van een netto-investering in een buitenlandse activiteit, IFRIC 17 Uitkeringen van activa in natura aan eigenaars, IFRIC 19 Aflossing van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten, IFRIC 20 Afgravingskosten tijdens de productiefase van een dagbouwmijn toepassen, IFRIC 21 Heffingen, IFRIC 22 Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen, IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten, en Interpretations of the Standard Interpretations Committee (“SIC”)-7 Invoering van de euro, SIC-10 Overheidssteun — Geen specifiek verband met operationele activiteiten, SIC-25 Winstbelastingen — Wijzigingen in de fiscale status van een entiteit of haar aandeelhouders en SIC-29 Informatieverschaffing — Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten en SIC-32 Immateriële activa — Kosten van websites worden in overeenstemming met IFRS 18 gewijzigd overeenkomstig de bijlage deze verordening; |
|
3) |
IAS 1 Presentatie van de jaarrekening wordt geschrapt. |
Artikel 2
Elke onderneming past de in artikel 1 bedoelde wijziging toe uiterlijk vanaf de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat op of na 1 januari 2027 ingaat.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 13 februari 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/1606/oj.
(2) Verordening (EU) 2023/1803 van de Commissie van 13 september 2023 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 237 van 26.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1803/oj).
BIJLAGE
IFRS 18
Presentatie en toelichting in de jaarrekening
International Financial Reporting Standard 18
Presentatie en toelichting in de jaarrekening
DOEL
|
1 |
In deze standaard worden de vereisten voor de presentatie en informatieverschaffing in de jaarrekening voor algemeen gebruik (jaarrekening) uiteengezet, om te helpen waarborgen dat daarin relevante informatie wordt verstrekt die een getrouw beeld geeft van de activa, de verplichtingen, het eigen vermogen, de baten en de lasten van een entiteit. |
TOEPASSINGSGEBIED
|
2 |
Een entiteit moet deze standaard toepassen bij de presentatie en informatieverschaffing in jaarrekeningen die worden opgesteld overeenkomstig IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. |
|
3 |
In deze standaard worden de algemene en specifieke vereisten uiteengezet voor de presentatie van informatie in het (de) overzicht(en) van de financiële prestaties, het overzicht van de financiële positie en het mutatieoverzicht van het eigen vermogen. In deze standaard worden tevens de vereisten voor de informatieverschaffing in de toelichting uiteengezet. In IAS 7 Het kasstroomoverzicht worden de vereisten voor de presentatie en verschaffing van kasstroominformatie uiteengezet. De algemene vereisten voor jaarrekeningen in de alinea’s 9 tot en met 43 en 113 tot en met 114 zijn echter ook op het kasstroomoverzicht van toepassing. |
|
4 |
Andere IFRS-standaarden voor jaarrekeningen bevatten voorschriften met betrekking tot de opname, waardering en presentatie van en de informatieverschaffing over specifieke transacties en andere gebeurtenissen. |
|
5 |
Deze standaard is niet van toepassing op de presentatie en informatieverschaffing in verkorte tussentijdse financiële overzichten die worden opgesteld overeenkomstig IAS 34 Tussentijdse financiële verslagen. De alinea’s 41 tot en met 45 en 117 tot en met 125 zijn echter wel op dergelijke financiële overzichten van toepassing. |
|
6 |
In deze standaard wordt gebruikgemaakt van terminologie die geschikt is voor entiteiten met winstoogmerk, met inbegrip van bedrijfsactiviteiten in de publieke sector. Indien entiteiten met bedrijfsactiviteiten zonder winstoogmerk in de private of publieke sector deze standaard toepassen, moeten zij mogelijk de beschrijvingen aanpassen die voor bepaalde posten, categorieën, subtotalen of totalen in de jaarrekening en voor de jaarrekening zelf worden gehanteerd. |
|
7 |
Ook entiteiten die niet over eigen vermogen beschikken zoals gedefinieerd in IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie (bv. sommige beleggingsfondsen) en entiteiten met een aandelenkapitaal dat geen eigen vermogen is (bv. sommige coöperatieve entiteiten) zullen mogelijk de presentatie in de jaarrekening van de belangen van leden of deelnemers moeten aanpassen. |
|
8 |
Veel entiteiten verstrekken een financieel commentaar door het management, dat losstaat van de jaarrekening (zie alinea 10), waarin de belangrijkste aspecten van de financiële prestaties en de financiële positie van de entiteit worden beschreven en toegelicht, alsook de voornaamste onzekerheden waarmee de entiteit wordt geconfronteerd. Een dergelijk commentaar valt buiten het toepassingsgebied van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. |
ALGEMENE VEREISTEN VOOR JAARREKENINGEN
Doel van de jaarrekening
|
9 |
Het doel van de jaarrekening bestaat erin financiële informatie over de activa, de verplichtingen, het eigen vermogen, de baten en de lasten van een verslaggevende entiteit te verschaffen die voor gebruikers van jaarrekeningen nuttig is bij de beoordeling van de vooruitzichten voor de toekomstige netto-instromen van kasmiddelen van de entiteit en bij de beoordeling van het door het management gevoerde beheer over de economische middelen van de entiteit. |
Een volledige jaarrekening
|
10 |
Een volledige jaarrekening bestaat uit:
|
|
11 |
De overzichten die zijn vermeld in de alinea’s 10(a) tot en met 10(d) (en de vergelijkende informatie) worden de primaire jaarrekening genoemd. Een entiteit mag voor de overzichten andere namen gebruiken dan die welke in deze standaard worden gebruikt. Zo mag een entiteit bijvoorbeeld de naam “balans” gebruiken in plaats van “overzicht van de financiële positie”. Hoewel in deze standaard termen zoals “overige onderdelen van het totaalresultaat”, “winst of verlies” en “totaalresultaat” worden gebruikt, mag een entiteit daarnaast andere termen gebruiken om de door deze standaard voorgeschreven totalen, subtotalen en posten aan te duiden, mits deze zodanig worden aangeduid dat een getrouw beeld wordt gegeven van de kenmerken van de posten, zoals vereist op grond van alinea 43. Een entiteit mag bijvoorbeeld de term “nettoresultaat” gebruiken om “winst of verlies” aan te duiden. |
|
12 |
Een entiteit moet haar overzicht(en) van de financiële prestaties presenteren als:
|
|
13 |
In deze standaard:
|
|
14 |
Een entiteit moet in een volledige jaarrekening elk van de primaire financiële overzichten even duidelijk presenteren. |
De functies van de primaire jaarrekening en de toelichting
|
15 |
Om het doel van de jaarrekening (zie alinea 9) te bereiken, moet een entiteit informatie in de primaire jaarrekening presenteren en informatie in de toelichting verschaffen. Een entiteit hoeft alleen informatie van materieel belang te presenteren of te verschaffen (zie de alinea’s 19 en B1-B5). |
|
16 |
De functie van de primaire jaarrekening is om gestructureerde samenvattingen van de door een verslaggevende entiteit opgenomen activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten en kasstromen te verstrekken die voor gebruikers van jaarrekeningen nuttig zijn om:
|
|
17 |
De functie van de toelichting is om informatie van materieel belang te verschaffen die nodig is om:
|
|
18 |
Een entiteit moet aan de hand van de in de alinea’s 16 en 17 beschreven functies van de primaire jaarrekening en de toelichting vaststellen of bepaalde informatie moet worden opgenomen in de primaire jaarrekening of in de toelichting. De verschillende functies van de primaire jaarrekening en van de toelichting leiden ertoe dat de omvang van de informatie die in de toelichting moet worden vermeld, verschilt van de in de primaire jaarrekening te presenteren informatie. De verschillen houden in dat:
|
Informatie die in de primaire jaarrekening wordt gepresenteerd of in de toelichting wordt vermeld
|
19 |
In sommige IFRS-standaarden voor jaarrekeningen wordt gespecificeerd welke informatie in de primaire jaarrekening moet worden gepresenteerd of in de toelichting moet worden vermeld. Een entiteit hoeft een door IFRS-standaarden voor jaarrekeningen vereiste specifieke presentatie, of specifieke informatie, niet te verstrekken als die presentatie of informatie niet van materieel belang is. Dat is zelfs het geval als IFRS-standaarden voor jaarrekeningen een lijst van specifieke vereisten bevatten of als deze daarin als minimumvereisten worden omschreven. |
|
20 |
Een entiteit moet overwegen aanvullende toelichtingen te verschaffen wanneer de naleving van de specifieke vereisten in IFRS-standaarden voor jaarrekeningen ontoereikend is om gebruikers van de jaarrekening inzicht te verschaffen in het effect van transacties en andere gebeurtenissen en omstandigheden op de financiële positie en de financiële prestaties van de entiteit. |
In de primaire jaarrekening gepresenteerde informatie
|
21 |
In alinea 16 is bepaald dat de functie van de primaire jaarrekening is om gestructureerde samenvattingen te verstrekken die nuttig zijn voor de in die alinea omschreven doeleinden (hierna nuttige gestructureerde samenvatting genoemd). Een entiteit moet aan de hand van de functie van de primaire jaarrekening bepalen welke informatie van materieel belang in die jaarrekening moet worden gepresenteerd, zoals uiteengezet in de alinea’s 22, tot en met 24. |
|
22 |
Om een nuttige gestructureerde samenvatting in een primaire jaarrekening te verstrekken, moet een entiteit voldoen aan specifieke vereisten die bepalend zijn voor de structuur van de jaarrekening. De specifieke vereisten zijn:
|
|
23 |
Sommige IFRS-standaarden voor jaarrekeningen schrijven voor dat specifieke posten afzonderlijk in de primaire jaarrekening worden gepresenteerd (bijvoorbeeld de alinea’s 75 en 103 van deze standaard). Een entiteit hoeft een post niet afzonderlijk in een primaire jaarrekening te presenteren als dat niet nodig is om in de jaarrekening een nuttige gestructureerde samenvatting te verstrekken. Dat is zelfs het geval indien IFRS-standaarden voor jaarrekeningen een lijst van vereiste specifieke posten bevatten of indien de posten daarin als minimumvereisten worden omschreven (zie alinea B8). |
|
24 |
Een entiteit moet additionele posten en subtotalen presenteren als dergelijke presentaties nodig zijn om in een primaire jaarrekening een nuttige gestructureerde samenvatting te verstrekken. Wanneer een entiteit additionele posten of subtotalen presenteert, moeten die posten of subtotalen (zie alinea B9):
|
Identificatie van de jaarrekening
|
25 |
Een entiteit moet de jaarrekening duidelijk identificeren en deze onderscheiden van andere informatie in dezelfde publicatie (zie alinea B10). |
|
26 |
IFRS-standaarden voor jaarrekeningen zijn alleen van toepassing op jaarrekeningen, en niet noodzakelijk op andere informatie in een jaarverslag, een verplichte aangifte of een ander document. Het is dan ook belangrijk dat gebruikers van jaarrekeningen een onderscheid kunnen maken tussen informatie die in overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen is opgesteld en andere informatie die wellicht nuttig is voor gebruikers, maar die niet aan deze vereisten is onderworpen. |
|
27 |
Entiteiten moeten elke primaire jaarrekening en de toelichting duidelijk identificeren. Voorts moet een entiteit de volgende informatie duidelijk vermelden en herhalen indien dat nodig is voor een goed inzicht in de verstrekte informatie:
|
Frequentie van de verslaggeving
|
28 |
Entiteiten moeten ten minste jaarlijks een volledige jaarrekening verstrekken. Wanneer een entiteit het einde van haar verslagperiode wijzigt en een jaarrekening verstrekt voor een periode die langer of korter is dan één jaar, moet die entiteit behalve de periode die de jaarrekening beslaat ook het volgende vermelden:
|
|
29 |
Normaliter stelt een entiteit haar jaarrekeningen consistent op voor een periode van één jaar. Om praktische redenen geven sommige entiteiten voor hun financiële verslaggeving echter de voorkeur aan een periode van 52 weken. Deze standaard sluit deze mogelijkheid niet uit. |
Consistentie van de presentatie, informatieverschaffing en classificatie
|
30 |
Een entiteit moet de in een verslagperiode gehanteerde presentatie van, informatieverschaffing over en classificatie van posten in de jaarrekening handhaven in de volgende verslagperiode, tenzij:
|
Vergelijkende informatie
|
31 |
Behalve indien IFRS-standaarden voor jaarrekeningen anderszins toestaan of vereisen, moet een entiteit vergelijkende informatie (d.w.z. informatie voor de voorgaande verslagperiode) verstrekken voor alle bedragen die in de jaarrekening over de lopende periode worden gerapporteerd. Een entiteit moet vergelijkende informatie voor beschrijvende informatie opnemen indien dit nodig is om inzicht te krijgen in de jaarrekening over de lopende periode (zie alinea B13). |
|
32 |
Een entiteit moet in elk van haar primaire jaarrekeningen en in de toelichting een actuele verslagperiode en een voorgaande periode presenteren. In de alinea’s B14 en B15 worden de vereisten met betrekking tot de aanvullende vergelijkende informatie uiteengezet. |
Wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving, retroactieve aanpassing of herclassificatie
|
33 |
Als een entiteit de presentatie van, informatieverschaffing over of classificatie van de posten in haar jaarrekening wijzigt, moet zij de vergelijkende bedragen herclassificeren, tenzij dit praktisch niet haalbaar is. Als een entiteit vergelijkende bedragen herclassificeert, moet zij de volgende informatie verschaffen (inclusief vanaf het begin van de voorgaande periode):
|
|
34 |
Indien een herclassificatie van vergelijkende bedragen praktisch niet haalbaar is, moet een entiteit de volgende informatie verschaffen:
|
|
35 |
Een betere vergelijkbaarheid van de informatie tussen de verslagperioden helpt gebruikers van jaarrekeningen bij het nemen van economische beslissingen, met name omdat het hierdoor mogelijk wordt trends in de informatie te beoordelen voor prognosedoeleinden. In sommige omstandigheden is het praktisch niet haalbaar om met het oog op consistentie met de lopende periode vergelijkende informatie voor een bepaalde voorgaande verslagperiode te herclassificeren. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een entiteit gegevens in de vorige periode(n) niet dusdanig heeft samengesteld dat ze kunnen worden geherclassificeerd en het mogelijk praktisch niet haalbaar is om de informatie opnieuw samen te stellen. |
|
36 |
In IAS 8 wordt uiteengezet welke aanpassingen van vergelijkende informatie vereist zijn als een entiteit een grondslag voor financiële verslaggeving wijzigt of een fout corrigeert. |
|
37 |
Een entiteit moet ter aanvulling van de overeenkomstig de alinea’s 31 en 32 te verstrekken vergelijkende informatie een derde overzicht van de financiële positie vanaf het begin van de voorgaande periode presenteren indien:
|
|
38 |
In de in alinea 37 beschreven omstandigheden moet een entiteit drie overzichten van de financiële positie presenteren — een overzicht van de financiële positie:
|
|
39 |
Als een entiteit overeenkomstig alinea 37 een derde overzicht van de financiële positie moet presenteren, moet zij de op grond van de alinea’s 33 tot en met 36 en IAS 8 vereiste informatie verschaffen. Zij hoeft evenwel geen bijbehorende toelichtingen bij het overzicht van de financiële positie aan het begin van de voorgaande periode te verstrekken. |
|
40 |
De datum van dat derde overzicht van de financiële positie moet het begin van de voorgaande periode zijn, ongeacht of in de jaarrekening van een entiteit vergelijkende informatie met betrekking tot eerdere perioden wordt verstrekt (zoals toegestaan door de alinea’s B14 en B15). |
SAMENVOEGING EN OPSPLITSING
Beginselen van samenvoeging en opsplitsing
|
41 |
Voor de toepassing van deze standaard is een post een actief, verplichting, eigenvermogensinstrument of reserve, bate, last of kasstroom, dan wel een samenvoeging of opsplitsing van dergelijke activa, verplichtingen, eigenvermogensinstrumenten, baten, lasten of kasstromen. Een post is een item dat afzonderlijk in de primaire jaarrekening wordt gepresenteerd. Andere informatie van materieel belang over posten wordt in de toelichting vermeld. Tenzij daarmee zou worden afgeweken van in IFRS-standaarden voor jaarrekeningen opgenomen specifieke vereisten betreffende samenvoeging of opsplitsing, moet een entiteit (zie de alinea’s B16 tot en met B23):
|
|
42 |
De toepassing van de beginselen van alinea 41 betekent dat een entiteit posten moet opsplitsen wanneer de resulterende informatie van materieel belang is. Indien een entiteit overeenkomstig alinea 41(c) geen informatie van materieel belang in de primaire jaarrekening presenteert, moet zij de informatie in de toelichting vermelden. In de alinea’s B79 en B111 zijn voorbeelden opgenomen van baten, lasten, activa, verplichtingen en posten van het eigen vermogen die mogelijk kenmerken hebben die zodanig van elkaar verschillen dat presentatie in het overzicht van winst of verlies of het overzicht van de financiële positie, dan wel vermelding in de toelichting nodig is om informatie van materieel belang te verstrekken. |
|
43 |
Een entiteit moet de in de primaire jaarrekening gepresenteerde posten (d.w.z. totalen, subtotalen en afzonderlijke posten) of de in de toelichting vermelde posten op zodanige wijze aanduiden en beschrijven dat een getrouw beeld wordt gegeven van de kenmerken van de post (zie de alinea’s B24 tot en met B26). Om een getrouw beeld van een post te geven, moet een entiteit alle beschrijvingen en verklaringen verstrekken die een gebruiker van jaarrekeningen nodig heeft om inzicht in de post te krijgen. In sommige gevallen moet een entiteit in de beschrijvingen en verklaringen mogelijk de betekenis van de door de entiteit gebruikte termen opnemen, en informatie over de wijze waarop zij activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten en kasstromen heeft samengevoegd of opgesplitst. |
Saldering
|
44 |
Een entiteit mag activa en verplichtingen of baten en lasten niet salderen, tenzij dit door een IFRS-standaard voor jaarrekeningen is voorgeschreven of toegestaan (zie de alinea’s B27 en B28). |
|
45 |
Een entiteit moet zowel activa en verplichtingen als baten en lasten afzonderlijk rapporteren. Saldering in het (de) overzicht(en) van de financiële prestaties of het overzicht van de financiële positie, behalve indien de saldering de economische realiteit van de transactie of een andere gebeurtenis weerspiegelt, vermindert het vermogen van gebruikers om inzicht te verkrijgen in de transacties en andere gebeurtenissen en omstandigheden die zich hebben voorgedaan en om de toekomstige kasstromen van de entiteit te beoordelen. De waardering van activa na waardeverminderingen — bijvoorbeeld voorzieningen voor de economische veroudering van voorraden en voorzieningen voor te verwachten kredietverliezen op financiële activa — valt niet onder saldering. |
OVERZICHT VAN WINST OF VERLIES
|
46 |
Een entiteit moet alle baten en lasten in een verslagperiode in het overzicht van winst of verlies opnemen, tenzij een IFRS-standaard voor jaarrekeningen anderszins vereist of toestaat (zie de alinea’s 88 tot en met 95 en B86). |
Categorieën in het overzicht van winst of verlies
|
47 |
Een entiteit moet de in het overzicht van winst of verlies opgenomen baten en lasten classificeren in een van de volgende vijf categorieën (zie alinea B29):
|
|
48 |
In de alinea’s 52 tot en met 68 worden de vereisten uiteengezet voor de classificatie van baten en lasten in de categorieën “operationeel”, “investering”, “financiering”, “winstbelastingen” en “beëindigde bedrijfsactiviteiten”. Daarnaast worden in de alinea’s B65 tot en met B76 de vereisten uiteengezet voor de wijze waarop wisselkoersverschillen, de winst of het verlies op de netto monetaire positie en winsten en verliezen op derivaten en aangewezen hedge-instrumenten in de categorieën worden geclassificeerd. |
Entiteiten met gespecificeerde hoofdbedrijfsactiviteiten
|
49 |
Om baten en lasten in de categorieën “operationeel”, “investering” en “financiering” te classificeren, moet een entiteit beoordelen of zij een gespecificeerde hoofdbedrijfsactiviteit verricht, d.w.z. een hoofdbedrijfsactiviteit die bestaat in (zie de alinea’s B30 tot en met B41):
|
|
50 |
Overeenkomstig de alinea’s 55 tot en met 58 en 65 tot en met 66 classificeert een entiteit met een gespecificeerde hoofdbedrijfsactiviteit in de categorie “operationeel” sommige baten en lasten die in de categorie “investering” of de categorie “financiering” zouden zijn geclassificeerd als de activiteit geen hoofdbedrijfsactiviteit zou zijn. |
|
51 |
Als een entiteit:
|
De categorie “operationeel”
|
52 |
Een entiteit moet in de categorie “operationeel” alle in het overzicht van winst of verlies opgenomen baten en lasten classificerendie niet worden geclassificeerd in (zie alinea B42):
|
De categorie “investering”
|
53 |
Behalve zoals vereist in de alinea’s 55 tot en met 58 voor een entiteit die een gespecificeerde hoofdbedrijfsactiviteit verricht, moet een entiteit in de categorie “investering” de in alinea 54 vermelde baten en lasten classificeren uit hoofde van:
|
|
54 |
De baten en lasten uit de in alinea 53 vermelde activa die een entiteit in de categorie “investering” moet classificeren, omvatten de bedragen die in het overzicht van winst of verlies zijn opgenomen voor (zie alinea B47):
|
Entiteiten met gespecificeerde hoofdbedrijfsactiviteiten
|
55 |
Met betrekking tot de in alinea 53(a) vermelde activa (d.w.z. investeringen in geassocieerde deelnemingen, joint ventures en niet-geconsolideerde dochterondernemingen) waarin een entiteit als hoofdbedrijfsactiviteit investeert (zie alinea B38), moet de entiteit de in alinea 54 vermelde baten en lasten classificeren:
|
|
56 |
Met betrekking tot de in alinea 53(b) vermelde activa (d.w.z. geldmiddelen en kasequivalenten) moet een entiteit de in alinea 54 vermelde baten en lasten classificeren in de categorie “investering”, tenzij:
|
|
57 |
Indien een entiteit die alinea 56(b) toepast, geen onderscheid kan maken tussen de in de alinea’s 56(b)(i) en (b)(ii) beschreven geldmiddelen en kasequivalenten, moet zij de in alinea 56(b)(ii) bedoelde keuze voor een grondslag voor financiële verslaggeving toepassen om de baten en lasten uit hoofde van alle geldmiddelen en kasequivalenten te classificeren in de categorie “operationeel”. |
|
58 |
Met betrekking tot de in alinea 53(c) vermelde activa (d.w.z. andere activa indien zij individueel en grotendeels onafhankelijk van de andere middelen van de entiteit een rendement genereren) waarin een entiteit als hoofdbedrijfsactiviteit investeert (zie alinea B40), moet de entiteit de in alinea 54 vermelde baten en lasten classificeren in de categorie “operationeel”. |
De categorie “financiering”
|
59 |
Om te bepalen welke baten en lasten in de categorie “financiering” moeten worden geclassificeerd, moet een entiteit onderscheid maken tussen:
|
|
60 |
Met betrekking tot de in alinea 59(a) vermelde verplichtingen (d.w.z. verplichtingen die voortvloeien uit transacties die uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering), behalve zoals uiteengezet in de alinea’s 63 tot en met 66, moet een entiteit in de categorie “financiering” de in het overzicht van winst of verlies opgenomen bedragen classificeren voor:
|
|
61 |
Met betrekking tot de in alinea 59(b) vermelde verplichtingen (d.w.z. verplichtingen die voortvloeien uit transacties die niet uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering), behalve zoals uiteengezet in de alinea’s 63 en 64, moet een entiteit in de categorie “financiering” classificeren:
|
|
62 |
In de alinea’s B56 en B57 wordt uiteengezet hoe een entiteit de vereisten in de alinea’s 59 tot en met 61 moet toepassen op hybride contracten met een basisinstrument dat een verplichting is. |
|
63 |
De vereisten in de alinea’s 60 en 61 zijn niet van toepassing op winsten en verliezen op derivaten en aangewezen hedge-instrumenten. Een entiteit moet de alinea’s B70 tot en met B76 toepassen om dergelijke winsten en verliezen te classificeren. |
|
64 |
Een entiteit moet van de categorie “financiering” uitsluiten en in de categorie “operationeel” classificeren:
|
Entiteiten met gespecificeerde hoofdbedrijfsactiviteiten
|
65 |
Indien een entiteit als hoofdbedrijfsactiviteit financiering aan klanten verstrekt, moet zij de baten en lasten (zie alinea B59):
|
|
66 |
Indien een entiteit die alinea 65(a) toepast geen onderscheid kan maken tussen de in de alinea’s 65(a)(i) en (a)(ii) beschreven verplichtingen, moet zij de in alinea 65(a)(ii) bedoelde keuze voor een grondslag voor financiële verslaggeving toepassen om de baten en lasten uit al deze verplichtingen te classificeren in de categorie “operationeel”. |
De categorie “winstbelastingen”
|
67 |
Een entiteit moet in de categorie “winstbelastingen” de belastinglasten of belastingbaten classificeren die overeenkomstig IAS 12 Winstbelastingen worden opgenomen in het overzicht van winst of verlies, alsook alle daarmee verband houdende wisselkoersverschillen (zie de alinea’s B65 tot en met B68). |
De categorie “beëindigde bedrijfsactiviteiten”
|
68 |
Een entiteit moet in de categorie “beëindigde bedrijfsactiviteiten” de baten en lasten uit hoofde van beëindigde bedrijfsactiviteiten opnemen, zoals vereist op grond van IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten. |
In het overzicht van winst of verlies op te nemen totalen en subtotalen
|
69 |
Een entiteit moet in het overzicht van winst of verlies totalen en subtotalen opnemen voor:
|
|
70 |
Exploitatiewinst of -verlies omvat alle baten en lasten die worden geclassificeerd in de categorie “operationeel”. |
|
71 |
Winst of verlies vóór financiering en winstbelastingen omvat:
|
|
72 |
Winst of verlies is het totaal van de in het overzicht van winst of verlies opgenomen baten, minus lasten. Derhalve omvat winst of verlies alle baten en lasten die zijn geclassificeerd in alle categorieën van het overzicht van winst of verlies (zie alinea 47). |
|
73 |
Een entiteit mag alinea 69(b) niet toepassen als zij de in alinea 65(a)(ii) uiteengezette grondslag voor financiële verslaggeving toepast waarbij de baten en lasten uit verplichtingen die geen betrekking hebben op het verstrekken van financiering aan klanten worden geclassificeerd in de categorie “operationeel”. Een dergelijke entiteit moet echter alinea 24 toepassen om te bepalen of na de exploitatiewinst en vóór de categorie “financiering” een extra subtotaal moet worden gepresenteerd. De entiteit zou bijvoorbeeld een subtotaal presenteren voor exploitatiewinst of -verlies en baten en lasten uit investeringen die administratief worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, indien de entiteit bepaalt dat dit nodig is om een nuttige gestructureerde samenvatting van haar baten en lasten te verstrekken. |
|
74 |
Indien een in alinea 73 beschreven entiteit een extra subtotaal presenteert dat bestaat uit exploitatiewinst of -verlies en alle baten en lasten die in de categorie “investering” zijn geclassificeerd, mag zij het subtotaal niet aanduiden op een wijze die inhoudt dat het subtotaal geen financieringsbedragen bevat, zoals “winst vóór financiering”. Overeenkomstig alinea 43 moet de entiteit het subtotaal zodanig aanduiden dat een getrouw beeld wordt gegeven van de in het subtotaal opgenomen bedragen. |
Posten die in het overzicht van winst of verlies moeten worden opgenomen of in de toelichting moeten worden vermeld
|
75 |
Een entiteit moet in het overzicht van winst of verlies posten opnemen voor (zie alinea B77):
|
|
76 |
Een entiteit moet in het overzicht van winst of verlies (naast alle in alinea 47 beschreven categorieën) een toerekening presenteren van de winst of het verlies voor de verslagperiode die (dat) toerekenbaar is aan:
|
|
77 |
In de alinea’s B78 en B79 worden de vereisten uiteengezet voor de wijze waarop een entiteit op oordeelkundige wijze moet bepalen of zij additionele posten in het overzicht van winst of verlies moet presenteren, dan wel of zij posten in de toelichting moet vermelden. |
Presentatie van en informatieverschaffing over kosten die worden geclassificeerd in de categorie “operationeel”
|
78 |
In de categorie “operationeel” van het overzicht van winst of verlies moet een entiteit de kosten in posten classificeren en presenteren op een wijze die de nuttigste gestructureerde samenvatting van haar kosten oplevert, waarbij zij gebruikmaakt van een of beide van de volgende kenmerken (zie de alinea’s B80 tot en met B85):
|
|
79 |
Een individuele post moet de op basis van slechts een van deze kenmerken samengevoegde exploitatiekosten omvatten, maar hetzelfde kenmerk hoeft niet als aggregatiegrondslag voor alle posten te worden gebruikt (zie alinea B81). |
|
80 |
Bij de classificatie van de kosten naar aard (“kosten naar aard”) verstrekt een entiteit informatie over de exploitatiekosten die verband houden met de aard van de economische middelen die worden verbruikt voor het verrichten van de activiteiten van de entiteit, zonder rekening te houden met de activiteiten waarvoor die economische middelen zijn verbruikt. Dergelijke informatie omvat informatie over grondstofkosten, kosten van personeelsbeloningen en afschrijvingen. |
|
81 |
Bij de classificatie van de kosten naar functie binnen de entiteit worden de exploitatiekosten door een entiteit toegerekend en samengevoegd overeenkomstig de activiteit waarop het verbruikte middel betrekking heeft. Kostprijs van de omzet is bijvoorbeeld een functionele post waarin kosten worden samengevoegd die betrekking hebben op de productie of andere opbrengstengenererende activiteiten van een entiteit, zoals: grondstofkosten, kosten van personeelsbeloningen en afschrijvingen. Bij de classificatie van de kosten naar functie kan een entiteit derhalve:
|
|
82 |
Indien een entiteit een of meer posten bestaande uit naar functie geclassificeerde kosten in de categorie “operationeel” van het overzicht van winst of verlies indeelt, moet zij:
|
|
83 |
Een entiteit die een of meer posten presenteert die bestaan uit kosten die naar hun functie zijn geclassificeerd in de categorie “operationeel” van het overzicht van winst of verlies, moet in één enkele toelichting ook de volgende informatie verschaffen:
|
|
84 |
Alinea 41 schrijft voor dat een entiteit posten opsplitst om informatie van materieel belang te verschaffen. Een entiteit die alinea 83 toepast, is echter vrijgesteld van het vermelden van:
|
|
85 |
De vrijstelling in alinea 84 heeft betrekking op de opsplitsing van exploitatiekosten. Een entiteit is echter niet vrijgesteld van in IFRS-standaarden voor jaarrekeningen opgenomen specifieke vereisten inzake informatieverschaffing die op die kosten betrekking hebben. |
OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT
|
86 |
Een entiteit moet in het overzicht van het totaalresultaat totalen presenteren voor:
|
|
87 |
Een entiteit moet een toerekening van het totaalresultaat over de verslagperiode presenteren voor:
|
Overige onderdelen van het totaalresultaat
|
88 |
Een entiteit moet de in het overzicht van het totaalresultaat opgenomen baten en lasten classificeren in een van de twee volgende categorieën:
|
|
89 |
Een entiteit moet in elk van de categorieën van het overzicht van het totaalresultaat posten presenteren voor:
|
|
90 |
Een entiteit moet herclassificatieaanpassingen met betrekking tot componenten van overige onderdelen van het totaalresultaat in het overzicht van het totaalresultaat presenteren of in de toelichting vermelden (zie de alinea’s B88 en B89). |
|
91 |
In andere IFRS-standaarden voor jaarrekeningen wordt gespecificeerd of en wanneer bedragen die voorheen in de overige onderdelen van het totaalresultaat werden opgenomen naar winst of verlies worden geherclassificeerd. Dergelijke herclassificaties worden in deze standaard “herclassificatieaanpassingen” genoemd. Een entiteit moet een herclassificatieaanpassing met de daarmee verband houdende component van de overige onderdelen van het totaalresultaat opnemen in de periode waarin de aanpassing naar winst of verlies wordt geherclassificeerd. Een entiteit heeft deze bedragen in de lopende periode of de voorgaande perioden mogelijk als niet-gerealiseerde winsten opgenomen in de overige onderdelen van het totaalresultaat. Een entiteit moet deze bedragen op de overige onderdelen van het totaalresultaat in mindering brengen in de periode waarin de gerealiseerde winsten naar winst of verlies worden geherclassificeerd om te vermijden dat ze twee keer in het totaalresultaat worden opgenomen. |
|
92 |
Een entiteit die herclassificatieaanpassingen in de toelichting opneemt, moet in het overzicht van het totaalresultaat de posten van overige onderdelen van het totaalresultaat presenteren na enigerlei daarmee verband houdende herclassificatieaanpassingen. |
|
93 |
Een entiteit moet het bedrag van de winstbelastingen met betrekking tot elke post van de overige onderdelen van het totaalresultaat, met inbegrip van herclassificatieaanpassingen, ofwel in het overzicht van het totaalresultaat presenteren, ofwel in de toelichting vermelden (zie de alinea’s 61A en 63 van IAS 12). |
|
94 |
Een entiteit mag posten van overige onderdelen van het totaalresultaat presenteren:
|
|
95 |
Indien een entiteit kiest voor het alternatief in alinea 94(b), moet zij de belasting toerekenen aan de in alinea 88 vermelde categorieën. |
OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE
Classificatie van activa als vlottend of vast en van verplichtingen als kortlopend of langlopend
|
96 |
Een entiteit moet vlottende en vaste activa, en kortlopende en langlopende verplichtingen als afzonderlijke categorieën in haar overzicht van de financiële positie presenteren overeenkomstig de alinea’s 99 tot en met 102, behalve als een presentatie op basis van liquiditeit een nuttigere gestructureerde samenvatting oplevert. Als die uitzondering van toepassing is, moet de entiteit alle activa en verplichtingen presenteren in volgorde van liquiditeit (zie de alinea’s B90 tot en met B93). |
|
97 |
Ongeacht de gekozen presentatiemethode moet een entiteit het bedrag vermelden dat naar verwachting na meer dan twaalf maanden zal worden geïnd of afgewikkeld voor elk actief en voor elke verplichting waarin bedragen zijn vervat die naar verwachting zullen worden geïnd of afgewikkeld:
|
|
98 |
Als een entiteit in haar overzicht van de financiële positie vlottende/vaste activa en kortlopende/langlopende verplichtingen als afzonderlijke classificaties presenteert, mag zij uitgestelde belastingvorderingen (-verplichtingen) niet classificeren als vlottende activa (kortlopende verplichtingen). |
Vlottende activa
|
99 |
Een entiteit moet een actief als vlottend classificeren als (zie de alinea’s B94 en B95):
|
|
100 |
Een entiteit moet alle andere dan de in alinea 99 vermelde activa classificeren als vast. |
Kortlopende verplichtingen
|
101 |
Een entiteit moet een verplichting als kortlopend classificeren wanneer:
|
|
102 |
Een entiteit moet alle andere dan de in alinea 101 beschreven verplichtingen classificeren als langlopend. |
Posten die in het overzicht van de financiële positie moeten worden opgenomen of in de toelichting moeten worden vermeld
|
103 |
Een entiteit moet in het overzicht van de financiële positie posten presenteren voor:
|
|
104 |
Een entiteit moet in het overzicht van de financiële positie opnemen:
|
|
105 |
In de alinea’s B109 tot en met B111 worden de vereisten uiteengezet voor de wijze waarop een entiteit op oordeelkundige wijze moet bepalen of zij additionele posten in het overzicht van de financiële positie moet presenteren, dan wel of zij posten in de toelichting moet vermelden. |
|
106 |
Met inachtneming van alinea 96 schrijft deze standaard niet voor in welke volgorde of volgens welke indeling een entiteit de posten in het overzicht van de financiële positie moet presenteren. Daarnaast kunnen de gehanteerde beschrijvingen en de volgorde van posten of de samenvoeging van soortgelijke posten worden aangepast volgens de aard van de entiteit en haar transacties, teneinde een nuttige gestructureerde samenvatting van de activa, de verplichtingen en het eigen vermogen van de entiteit te verstrekken. Een financiële instelling kan bijvoorbeeld de beschrijvingen in alinea 103 aanpassen om een nuttige gestructureerde samenvatting van de activa, de verplichtingen en het eigen vermogen van een financiële instelling te verstrekken. |
MUTATIEOVERZICHT VAN HET EIGEN VERMOGEN
Informatie die in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen moet worden opgenomen
|
107 |
Een entiteit moet een mutatieoverzicht van het eigen vermogen presenteren zoals vereist door alinea 10. Het mutatieoverzicht van het eigen vermogen moet het volgende omvatten:
|
|
108 |
IAS 8 vereist, voor zover praktisch haalbaar, retroactieve aanpassingen wegens wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving, behalve indien de overgangsbepalingen in een andere IFRS-standaard voor jaarrekeningen anders voorschrijven. IAS 8 vereist tevens dat aanpassingen in verband met de correctie van fouten retroactief worden aangebracht, voor zover dit praktisch haalbaar is. Retroactieve aanpassingen zijn geen mutaties in het eigen vermogen, maar zijn aanpassingen aan het beginsaldo van ingehouden winsten, behalve indien IFRS-standaarden voor jaarrekeningen retroactieve aanpassing van een andere component van het eigen vermogen voorschrijven. Alinea 107(b) schrijft voor dat een entiteit in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen voor elke component van het eigen vermogen afzonderlijk het totaal van de mutatie uit hoofde van wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving en het totaal van de mutatie naar aanleiding van de correctie van fouten presenteert. Een entiteit moet deze aanpassingen presenteren voor elke voorgaande verslagperiode en aan het begin van de periode. |
Informatie die in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen moet worden gepresenteerd of in de toelichting moet worden vermeld
|
109 |
Voor elke component van het eigen vermogen moet een entiteit een analyse per bestanddeel van de overige onderdelen van het totaalresultaat hetzij in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen presenteren, hetzij in de toelichting vermelden (zie alinea 107(c)(ii)). |
|
110 |
Een entiteit moet het bedrag van de tijdens de verslagperiode als uitkeringen aan eigenaars opgenomen dividenden hetzij in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen presenteren, hetzij in de toelichting vermelden, en het daaraan gerelateerde bedrag van de dividenden per aandeel. |
|
111 |
In alinea 107 omvatten de componenten van het eigen vermogen bijvoorbeeld elke categorie van het gestorte kapitaal, het geaccumuleerde saldo van elke categorie van overige onderdelen van het totaalresultaat en ingehouden winsten. |
|
112 |
Mutaties in het eigen vermogen van een entiteit tussen het begin en het einde van de verslagperiode weerspiegelen de toename of afname van haar nettoactiva tijdens de verslagperiode. Afgezien van mutaties die voortvloeien uit transacties met eigenaars in hun hoedanigheid van eigenaars (zoals kapitaalstortingen, de terugkoop van eigenvermogensinstrumenten van de entiteit en dividenden) en de transactiekosten die direct aan dergelijke transacties zijn gerelateerd, bestaat de totale vermogensmutatie in een bepaalde periode uit het totaalbedrag aan baten en lasten, met inbegrip van winsten en verliezen, die door de bedrijfsactiviteiten van de entiteit gedurende die periode werden gegenereerd. |
TOELICHTING
Structuur
|
113 |
Entiteiten moeten in de toelichting de volgende informatie verschaffen:
|
|
114 |
Een entiteit moet de toelichting op systematische wijze presenteren voor zover dit praktisch haalbaar is (zie alinea B112). Bij de bepaling van die systematische wijze moet de entiteit rekening houden met het effect ervan op de begrijpelijkheid en vergelijkbaarheid van haar jaarrekening. Een entiteit moet voor elke post in de primaire jaarrekening een verwijzing opnemen naar eventuele daarmee verband houdende informatie in de toelichting. Indien in de toelichting vermelde bedragen in een of meer posten van de primaire jaarrekening worden opgenomen, moet een entiteit in de toelichting de post(en) vermelden waarin de bedragen zijn opgenomen. |
|
115 |
Een entiteit kan de toelichting met informatie over de gehanteerde grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening en de toegepaste specifieke grondslagen voor financiële verslaggeving opnemen in een afzonderlijk deel van de jaarrekening. |
|
116 |
Een entiteit moet de volgende informatie in de toelichting vermelden indien deze niet elders in de jaarrekening is vervat:
|
Door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven
Identificatie van door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven
|
117 |
Een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf is een subtotaal van baten en lasten dat (zie de alinea’s B113 tot en met B122):
|
|
118 |
De volgende subtotalen van baten en lasten zijn geen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven:
|
|
119 |
Een entiteit moet ervan uitgaan dat een subtotaal van baten en lasten dat zij in publieke communicaties buiten haar jaarrekening gebruikt, aan gebruikers van de jaarrekening het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel communiceert, tenzij de entiteit het vermoeden weerlegt overeenkomstig alinea 120. |
|
120 |
Een entiteit mag het in alinea 119 beschreven vermoeden weerleggen en verklaren dat een subtotaal niet het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel communiceert, maar alleen als zij over redelijke en gefundeerde informatie beschikt waaruit blijkt waarop de bewering is gebaseerd (zie de alinea’s B124 tot en met B131). |
Informatieverschaffing over door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven
|
121 |
Het doel van de informatieverschaffing over door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven is dat een entiteit informatie verstrekt om een gebruiker van de jaarrekening te helpen inzicht te krijgen in:
|
|
122 |
Een entiteit moet in één enkele toelichting informatie verschaffen over alle maatstaven die voldoen aan de definitie van door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven in alinea 117 (zie de alinea’s B132 en B133). In deze toelichting moet een verklaring worden opgenomen dat de door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel weergeven en niet noodzakelijkerwijs vergelijkbaar zijn met maatstaven van andere entiteiten die op soortgelijke wijze worden aangeduid of beschreven. |
|
123 |
Een entiteit moet elke door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf op een duidelijke en begrijpelijke wijze aanduiden en beschrijven, waarbij gebruikers van de jaarrekening niet worden misleid (zie de alinea’s B134 en B135). Voor elke door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf moet de entiteit de volgende informatie verstrekken:
|
|
124 |
Indien een entiteit de wijze van berekening van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf wijzigt, een nieuwe door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf toevoegt, het gebruik van een eerder opgenomen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf beëindigt of de wijze van bepaling van de effecten op de winstbelasting van de door alinea 123(d) voorgeschreven restposten wijzigt, moet zij de volgende informatie verschaffen:
|
|
125 |
Indien een entiteit de door alinea 124(c) voorgeschreven aangepaste vergelijkende informatie niet verschaft omdat dit onuitvoerbaar is, moet zij dit feit vermelden. |
Kapitaal
|
126 |
Een entiteit moet in de toelichting informatie verschaffen die gebruikers van jaarrekeningen in staat stelt de doelstellingen, het beleid en de procedures van de entiteit op het gebied van kapitaalbeheer te beoordelen. |
|
127 |
Om te voldoen aan alinea 126 moet een entiteit in de toelichting de volgende informatie verschaffen:
|
|
128 |
Een entiteit moet de in alinea 127 bedoelde informatieverschaffing in de toelichting baseren op de gegevens die intern worden verstrekt aan de managers die sleutelposities bekleden. |
|
129 |
Een entiteit kan haar kapitaal op een aantal manieren beheren en aan een aantal verschillende kapitaalvereisten onderworpen zijn. Zo kan een conglomeraat entiteiten omvatten die verzekeringsactiviteiten en bankactiviteiten uitoefenen en die daarenboven in verscheidene rechtsgebieden actief kunnen zijn. Indien de verstrekking van geaggregeerde informatie over kapitaalvereisten en over de manier waarop het kapitaal wordt beheerd geen nuttige informatie zou verschaffen of ertoe zou leiden dat een gebruiker van de jaarrekening een verkeerde voorstelling heeft van de kapitaalmiddelen van een entiteit, moet de entiteit aparte informatie verstrekken met betrekking tot elk kapitaalvereiste waaraan zij onderworpen is. |
Overige informatieverschaffing
|
130 |
Een entiteit moet de volgende informatie hetzij in het overzicht van de financiële positie of in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen presenteren, hetzij in de toelichting vermelden:
|
|
131 |
Een entiteit zonder aandelenkapitaal, zoals een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of een trust, moet in haar verslaggeving informatie verstrekken die equivalent is aan de informatie die in alinea 130(a) is vereist. De informatie moet voor elke categorie van aandelenbelangen de mutaties tijdens de verslagperiode weergeven, alsmede de rechten, voorkeurrechten en beperkingen die aan elke categorie van aandelenbelangen verbonden zijn. |
|
132 |
Entiteiten moeten in de toelichting de volgende informatie verschaffen:
|
Bijlage A
Definities
Deze bijlage is een integraal onderdeel van de IFRS-standaard voor jaarrekeningen.
|
samenvoeging: |
de samenvoeging van activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten of kasstromen die dezelfde kenmerken delen en in dezelfde categorie worden opgenomen. |
||||||||
|
classificatie: |
de indeling van activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten en kasstromen op basis van gemeenschappelijke kenmerken. |
||||||||
|
opsplitsing: |
de scheiding van een post in onderdelen die kenmerken hebben die niet worden gedeeld. |
||||||||
|
financiële verslaggeving voor algemene doeleinden: |
verslagen waarin financiële informatie over een verslaggevende entiteit wordt verstrekt die voor primaire gebruikers nuttig is bij het nemen van beslissingen over het verstrekken van middelen aan de entiteit. Deze beslissingen omvatten beslissingen over:
De financiële verslaggeving voor algemene doeleinden omvat — maar is niet beperkt tot — de jaarrekening voor algemeen gebruik en -financiële duurzaamheidsinformatie van een entiteit. |
||||||||
|
jaarrekening voor algemeen gebruik: |
een bepaalde vorm van financiële verslaggeving voor algemene doeleinden waarbij informatie wordt verstrekt over de activa, de verplichtingen, het eigen vermogen, de baten en de lasten van de verslaggevende entiteit. |
||||||||
|
IFRS-standaarden voor jaarrekeningen: |
standaarden voor jaarrekeningen die zijn uitgegeven door de International Accounting Standards Board (IASB). Deze bestaan uit:
IFRS-standaarden voor jaarrekeningen waren voorheen bekend als internationale standaarden voor financiële verslaglegging, IFRS, IFRSs en IFRS-standaarden. |
||||||||
|
door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf: |
een subtotaal van baten en lasten dat:
|
||||||||
|
informatie van materieel belang: |
informatie is van materieel belang indien redelijkerwijze mag worden verwacht dat weglating, onjuiste weergave of versluiering daarvan van invloed zal zijn op beslissingen die de primaire gebruikers van de jaarrekening voor algemeen gebruik nemen op basis van die jaarrekening, waarin financiële informatie over een specifieke verslaggevende entiteit wordt verstrekt. |
||||||||
|
toelichting: |
informatie in de jaarrekening die wordt verstrekt naast de in de primaire jaarrekening gepresenteerde informatie. |
||||||||
|
exploitatiewinst of -verlies: |
het totaal van alle baten en lasten die zijn geclassificeerd in de categorie “operationeel”. |
||||||||
|
overige onderdelen van het totaalresultaat: |
baten en lasten (met inbegrip van herclassificatieaanpassingen) die buiten winst of verlies worden verwerkt, zoals door andere IFRS-standaarden voor jaarrekeningen vereist of toegestaan. |
||||||||
|
eigenaars: |
houders van schuldvorderingen die worden geclassificeerd als eigen vermogen. |
||||||||
|
primaire jaarrekening: |
het (de) overzicht(en) van de financiële prestaties, het overzicht van de financiële positie, het mutatieoverzicht van het eigen vermogen en het kasstroomoverzicht. |
||||||||
|
winst of verlies: |
het totaal van de in het overzicht van winst of verlies opgenomen baten, minus lasten. |
||||||||
|
winst of verlies vóór financiering en winstbelastingen: |
het totaal van exploitatiewinst of -verlies en alle baten en lasten die worden geclassificeerd in de categorie “investering”. |
||||||||
|
herclassificatieaanpassingen: |
bedragen die in de lopende verslagperiode zijn geherclassificeerd naar winst of verlies en die in de lopende periode of de voorgaande perioden werden opgenomen in de overige onderdelen van het totaalresultaat. |
||||||||
|
totaalresultaat: |
de vermogensmutatie tijdens een verslagperiode die voortvloeit uit transacties en andere gebeurtenissen, met uitzondering van mutaties die voortvloeien uit transacties met eigenaars in hun hoedanigheid van eigenaars. |
||||||||
|
nuttige gestructureerde samenvatting: |
een in een primaire jaarrekening verstrekte gestructureerde samenvatting van door een verslaggevende entiteit opgenomen activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten en kasstromen, die nuttig is om:
|
Bijlage B
Toepassingsleidraad
Deze bijlage is een integraal onderdeel van de IFRS-standaard voor jaarrekeningen. Zij beschrijft de toepassing van de alinea’s 1 tot en met 132 en heeft dezelfde status als de andere delen van de IFRS-standaard voor jaarrekeningen.
ALGEMENE VEREISTEN VOOR JAARREKENINGEN
Materialiteit
|
B1 |
Informatie is van materieel belang indien redelijkerwijze mag worden verwacht dat weglating, onjuiste weergave of versluiering daarvan van invloed zal zijn op beslissingen die de primaire gebruikers van de jaarrekening voor algemeen gebruik nemen op basis van die jaarrekening, waarin financiële informatie over een specifieke verslaggevende entiteit wordt verstrekt. |
|
B2 |
Of informatie van materieel belang is, is afhankelijk van de aard of omvang van de informatie, of van beide. Een entiteit beoordeelt in de context van haar jaarrekening als geheel of informatie, hetzij op zichzelf, hetzij in combinatie met andere informatie, van materieel belang is. |
|
B3 |
Informatie wordt versluierd als deze op zodanige wijze wordt gecommuniceerd dat dit eenzelfde effect op primaire gebruikers van de jaarrekening sorteert als weglating of onjuiste weergave van de informatie in kwestie. Hierna volgen enkele voorbeelden van omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat informatie van materieel belang wordt versluierd:
|
|
B4 |
Bij het beoordelen of redelijkerwijze mag worden verwacht dat informatie van invloed zal zijn op beslissingen van de primaire gebruikers van de jaarrekening voor algemeen gebruik van een specifieke verslaggevende entiteit, moet een entiteit rekening houden met de kenmerken van die gebruikers en tegelijkertijd ook de eigen omstandigheden van de entiteit in aanmerking nemen. |
|
B5 |
Tal van bestaande en potentiële beleggers, investeerders, kredietverstrekkers en andere crediteuren kunnen niet van verslaggevende entiteiten verlangen dat zij hun rechtstreeks informatie verstrekken en zijn voor een groot deel van de door hen benodigde financiële informatie dan ook aangewezen op de jaarrekening voor algemeen gebruik. Dit zijn bijgevolg de primaire gebruikers waarvoor de jaarrekening voor algemeen gebruik is bedoeld. De jaarrekening wordt opgesteld ten behoeve van gebruikers die een redelijke kennis van het bedrijfsleven en van economische activiteiten bezitten en die de informatie met toewijding bestuderen en analyseren. Soms kunnen zelfs goed geïnformeerde en toegewijde gebruikers zich verplicht zien de hulp van een adviseur in te roepen om inzicht te verwerven in informatie over complexe economische verschijnselen. |
De functies van de primaire jaarrekening en de toelichting
|
B6 |
Overeenkomstig alinea 17(a) moet een entiteit in de toelichting informatie verschaffen die gebruikers van jaarrekeningen nodig hebben om de in de primaire jaarrekening gepresenteerde posten te begrijpen. Voorbeelden van dergelijke informatie zijn onder meer:
|
|
B7 |
Overeenkomstig alinea 17(b) moet een entiteit de primaire jaarrekening aanvullen met additionele informatie die nodig is om het doel van de jaarrekening te verwezenlijken, namelijk:
|
In de primaire jaarrekening gepresenteerde informatie
|
B8 |
In alinea 23 wordt toegelicht dat een entiteit een post niet afzonderlijk in een primaire jaarrekening hoeft te presenteren als dat niet nodig is om in de jaarrekening een nuttige gestructureerde samenvatting te verstrekken, zelfs als de post op grond van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen moet worden opgenomen. Zo hoeft een entiteit een in alinea 75 vermelde post niet te presenteren als dat niet nodig is om in het overzicht van winst of verlies een nuttige gestructureerde samenvatting van de baten en lasten te verstrekken. Dit geldt ook voor een in alinea 103 vermelde post als dat niet nodig is om in het overzicht van de financiële positie een nuttige gestructureerde samenvatting van de activa, de verplichtingen en het eigen vermogen te verstrekken. Indien een entiteit de in de alinea’s 75 en 103 vermelde posten niet presenteert, moet zij deze posten in de toelichting vermelden als de daaruit voortvloeiende informatie van materieel belang is (zie alinea 42). |
|
B9 |
Omgekeerd moet een entiteit overeenkomstig alinea 24 additionele posten naast de in de alinea’s 75 en 103 vermelde posten presenteren als dergelijke presentaties nodig zijn om in het overzicht van winst of verlies een nuttige gestructureerde samenvatting van de baten en lasten te verstrekken of om in het overzicht van de financiële positie een nuttige gestructureerde samenvatting van de activa, de verplichtingen en het eigen vermogen te verstrekken (zie de alinea’s B78en B79 en B109 tot en met B111). |
Identificatie van de jaarrekening
|
B10 |
Alinea 25 schrijft voor dat een entiteit de jaarrekening duidelijk moet identificeren en moet onderscheiden van andere informatie in dezelfde publicatie. Een entiteit voldoet aan deze vereisten door geschikte kopjes op te nemen voor pagina’s, overzichten, toelichtingen, kolommen en dergelijke. Oordeelsvorming is vereist om te bepalen wat de beste manier is om dergelijke informatie te verstrekken. Zo moet een entiteit die de jaarrekening elektronisch verstrekt, andere manieren in overweging nemen om aan de vereisten te voldoen, bijvoorbeeld door geschikte digitale tagging van in de jaarrekening verstrekte informatie toe te passen. |
|
B11 |
Een entiteit maakt haar jaarrekeningen vaak begrijpelijker door bedragen te vermelden in duizenden of miljoenen eenheden van de presentatievaluta. Deze praktijk is aanvaardbaar mits de entiteit de mate van afronding vermeldt en geen informatie van materieel belang weglaat. |
Consistentie van de presentatie, informatieverschaffing en classificatie
|
B12 |
Alinea 30(a) schrijft voor dat een entiteit de presentatie, informatieverschaffing of classificatie van posten in de jaarrekening wijzigt wanneer blijkt dat een andere presentatie, informatieverschaffing of classificatie passender zou zijn. Een significante overname of afstoting, of een beoordeling van de jaarrekening, zou bijvoorbeeld kunnen wijzen op de noodzaak om de jaarrekening te wijzigen. Een entiteit mag de presentatie, informatieverschaffing of classificatie van posten in haar jaarrekening alleen wijzigen als de wijziging informatie verschaft die voor gebruikers van jaarrekeningen nuttiger is en als de entiteit de herziene presentatie, informatieverschaffing of classificatie waarschijnlijk zal blijven gebruiken, zodat geen afbreuk wordt gedaan aan de vergelijkbaarheid tussen de verslagperioden. Wanneer dergelijke wijzigingen worden aangebracht, moet de entiteit haar vergelijkende informatie herclassificeren overeenkomstig de alinea’s 33 en 34. |
Vergelijkende informatie
Vereiste vergelijkende informatie
|
B13 |
In sommige gevallen blijft beschrijvende informatie in de jaarrekening over de voorgaande verslagperiode(n) relevant in de lopende periode. Zo verstrekt een entiteit in de lopende periode gedetailleerde informatie over een rechtsgeschil waarvan de uitkomst onzeker was aan het eind van de voorgaande periode en waarover nog een uitspraak moet worden gedaan. Informatie over het feit dat er aan het eind van de voorgaande periode onzekerheid bestond en over de stappen die tijdens de periode zijn genomen om deze onzekerheid weg te nemen, kan nuttig zijn voor gebruikers van jaarrekeningen. |
Aanvullende vergelijkende informatie
|
B14 |
Een entiteit kan vergelijkende informatie verstrekken naast de vergelijkende informatie die is voorgeschreven door IFRS-standaarden voor jaarrekeningen, mits deze informatie overeenkomstig IFRS-standaarden voor jaarrekeningen is opgesteld. Deze aanvullende vergelijkende informatie kan bestaan uit een of meer van de in alinea 10 bedoelde primaire jaarrekening, maar hoeft geen volledige jaarrekening te zijn. Wanneer dit het geval is, moet de entiteit in de toelichting informatie verschaffen over deze aanvullende financiële basisoverzichten. |
|
B15 |
Zo kan een entiteit een derde overzicht (of overzichten) van de financiële prestaties presenteren (waarbij de lopende verslagperiode, de voorgaande periode en een aanvullende vergelijkbare periode worden gepresenteerd). De entiteit is echter niet verplicht een derde overzicht van de financiële positie, een derde kasstroomoverzicht of een derde mutatieoverzicht van het eigen vermogen (d.w.z. een aanvullende vergelijkende primaire jaarrekening) te presenteren. De entiteit moet in de toelichting de vergelijkende informatie met betrekking tot dat (die) aanvullende overzicht(en) van de financiële prestaties vermelden. |
SAMENVOEGING EN OPSPLITSING
Beginselen van samenvoeging en opsplitsing
Proces van samenvoeging en opsplitsing
|
B16 |
Jaarrekeningen zijn het resultaat van de verwerking door entiteiten van een groot aantal transacties en andere gebeurtenissen. Deze transacties en andere gebeurtenissen leiden tot het ontstaan van activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten en kasstromen. |
|
B17 |
Om de vereisten in alinea 41 toe te passen, moet een entiteit posten samenvoegen op basis van gedeelde kenmerken (d.w.z. posten met gelijksoortige kenmerken samenvoegen) en posten opsplitsen op basis van kenmerken die niet worden gedeeld (d.w.z. posten met ongelijksoortige kenmerken opsplitsen). Een entiteit moet daarbij:
|
|
B18 |
Een entiteit kan de stappen in de alinea’s B17(a) tot en met (c) in wisselende volgorde toepassen om de in alinea 41 vermelde beginselen van samenvoeging en opsplitsing toe te passen. |
Grondslag voor samenvoeging en opsplitsing
|
B19 |
In de alinea’s B16 tot en met B18 wordt toegelicht dat een entiteit de activa, de verplichtingen, het eigen vermogen, de baten, de lasten en de kasstromen uit individuele transacties en andere gebeurtenissen op oordeelkundige wijze moet samenvoegen en opsplitsen op basis van gelijksoortige en ongelijksoortige kenmerken. In de alinea’s B78 en B110 zijn voorbeelden opgenomen van kenmerken waarmee een entiteit rekening moet houden bij haar oordeelsvorming. |
|
B20 |
Hoe meer de kenmerken van activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten en kasstromen overeenstemmen, des te waarschijnlijker het is dat de samenvoeging ervan de functie vervult van de primaire jaarrekening (nl. het verstrekken van nuttige gestructureerde samenvattingen zoals beschreven in alinea 16) of de toelichting (nl. het verschaffen van informatie van materieel belang zoals beschreven in alinea 17). Hoe meer de kenmerken van activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten en kasstromen van elkaar verschillen, des te waarschijnlijker het is dat de opsplitsing van de posten de functie van de primaire jaarrekening of de toelichting zal vervullen. |
|
B21 |
De als posten in de primaire jaarrekening samengevoegde en gepresenteerde items moeten ten minste één ander gelijksoortig kenmerk hebben dan het voldoen aan de definitie van activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten, lasten of kasstromen. Aangezien het echter de functie van de primaire jaarrekening is om nuttige gestructureerde samenvattingen te verstrekken, zijn in de posten van de primaire jaarrekening waarschijnlijk ook posten samengevoegd die kenmerken hebben die zodanig van elkaar verschillen dat informatie over de opgesplitste posten van materieel belang is. |
|
B22 |
Overeenkomstig alinea 41 moet een entiteit posten met ongelijksoortige kenmerken opsplitsen wanneer de resulterende informatie van materieel belang is. Eén enkel ongelijksoortig kenmerk kan ertoe leiden dat informatie over opgesplitste posten van materieel belang is. |
|
B23 |
Zo kan een entiteit in het overzicht van de financiële positie financiële activa bestaande uit beleggingen in eigenvermogensinstrumenten en beleggingen in schuldinstrumenten afzonderlijk van niet-financiële activa presenteren. De financiële activa hebben ongelijksoortige kenmerken omdat zij verschillende waarderingsgrondslagen hebben — sommige activa worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies en andere tegen geamortiseerde kostprijs. De entiteit kan derhalve bepalen dat het met het oog op een nuttige gestructureerde samenvatting nodig is posten te presenteren waarin de financiële activa op basis van deze waarderingsgrondslagen zijn opgesplitst. Deze opsplitsing resulteert in een post bestaande uit beleggingen in eigenvermogensinstrumenten en beleggingen in schuldinstrumenten die zijn gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies, en een post bestaande uit beleggingen in schuldinstrumenten die zijn gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Omdat beleggingen in eigenvermogensinstrumenten van beleggingen in schuldinstrumenten verschillen doordat elk van deze beleggingen de entiteit aan verschillende risico’s blootstelt, zou de entiteit beoordelen of een verdere opsplitsing in het overzicht van de financiële positie van financiële activa die gewaardeerd zijn tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies in beleggingen in eigenvermogensinstrumenten en beleggingen in schuldinstrumenten nodig is om een nuttige gestructureerde samenvatting te verstrekken. Indien dit niet het geval is, en indien de resulterende informatie van materieel belang is, zou de entiteit in de toelichting de beleggingen in eigenvermogensinstrumenten en de beleggingen in schuldinstrumenten afzonderlijk van elkaar moeten vermelden. Bovendien zou de entiteit, indien de beleggingen in eigenvermogensinstrumenten bijvoorbeeld andere ongelijksoortige kenmerken hebben, deze eigenvermogensinstrumenten in de toelichting verder moeten opsplitsen indien de resulterende informatie van materieel belang is. |
Beschrijving van posten
|
B24 |
Alinea 43 schrijft voor dat een entiteit de gepresenteerde of vermelde posten op zodanige wijze aanduidt en beschrijft dat een getrouw beeld van de kenmerken van de post wordt gegeven. Deze posten zullen vaak samenvoegingen zijn van posten die voortvloeien uit individuele transacties of andere gebeurtenissen en kunnen verschillen naargelang zij samenvoegingen zijn van posten waarvoor informatie van materieel belang is en posten waarvoor informatie niet van materieel belang is. Met name kan in ofwel de primaire jaarrekening ofwel de toelichting:
|
|
B25 |
Een entiteit mag posten alleen als “overig” presenteren of vermelden als zij geen informatievere aanduiding kan vinden. Voorbeelden van de wijze waarop een entiteit mogelijk een informatievere aanduiding kan vinden, zijn:
|
|
B26 |
Indien een entiteit geen informatievere aanduiding dan “overig” kan vinden:
|
Saldering
|
B27 |
Alinea 44 verbiedt een entiteit om activa en verplichtingen of baten en lasten te salderen, tenzij dit door een IFRS-standaard voor jaarrekeningen is voorgeschreven of toegestaan. IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten vereist bijvoorbeeld dat een entiteit inkomsten uit hoofde van contracten met klanten waardeert tegen de vergoeding waarop de entiteit in ruil voor het overdragen van beloofde goederen of diensten verwacht recht te zullen hebben. In het opgenomen bedrag van de opbrengsten komen alle door de entiteit toegekende handels- en kwantumkortingen tot uitdrukking. Bij de uitvoering van de normale activiteiten kan een entiteit daarentegen andere transacties verrichten die geen opbrengsten genereren maar die wel samenhangen met de belangrijkste opbrengstengenererende activiteiten. De entiteit zou de resultaten van dergelijke transacties in de primaire jaarrekening presenteren of in de toelichting vermelden door de baten van een transactie te salderen met de met die transactie verband houdende kosten, althans indien deze presentatie of vermelding de economische realiteit van de transactie of andere gebeurtenis weerspiegelt. Bijvoorbeeld:
|
|
B28 |
Daarenboven moet een entiteit winsten en verliezen die voortvloeien uit een groep van soortgelijke transacties op nettobasis presenteren — voorbeelden zijn wisselkoerswinsten en -verliezen of winsten en verliezen voortvloeiend uit voor handelsdoeleinden aangehouden financiële instrumenten die overeenkomstig de alinea’s 47 tot en met 68 in dezelfde categorie van het (de) overzicht(en) van de financiële prestaties worden opgenomen. Een entiteit moet dergelijke winsten en verliezen echter afzonderlijk in de toelichting vermelden als daarmee informatie van materieel belang wordt verstrekt. |
OVERZICHT VAN WINST OF VERLIES
Categorieën in het overzicht van winst of verlies
|
B29 |
Alinea 47 schrijft voor dat een entiteit de in het overzicht van winst of verlies opgenomen baten en lasten classificeert in een van vijf categorieën. De categorie “operationeel” omvat alle in het overzicht van winst of verlies opgenomen baten en lasten die niet in de andere categorieën worden geclassificeerd (zie alinea 52). Baten en lasten die overeenkomstig alinea 68 in de categorie “beëindigde bedrijfsactiviteiten” worden geclassificeerd, zijn niet onderworpen aan de vereisten voor de classificatie van baten en lasten in de categorieën die zijn vermeld in de alinea’s 47(a) tot en met (d). Baten en lasten die overeenkomstig alinea 67 in de categorie “winstbelastingen” worden geclassificeerd, zijn niet onderworpen aan de vereisten voor de classificatie van baten en lasten in de categorieën die zijn vermeld in de alinea’s 47(a) tot en met (c). |
Beoordeling van gespecificeerde hoofdbedrijfsactiviteiten
|
B30 |
Alinea 49 schrijft voor dat een entiteit beoordeelt of zij als hoofdbedrijfsactiviteit in activa investeert of financiering aan klanten verstrekt. Een entiteit kan meer dan één hoofdbedrijfsactiviteit uitoefenen. Zo kan een entiteit die een product fabriceert en ook financiering aan klanten verstrekt, bepalen dat zowel haar fabricageactiviteiten als haar klantenfinancieringsactiviteiten hoofdbedrijfsactiviteiten zijn. Om baten en lasten in de categorieën “operationeel”, “investering” en “financiering” te classificeren zoals vereist door deze standaard, hoeft een entiteit alleen te bepalen of het investeren in activa en het verstrekken van financiering aan klanten, of een van deze beide activiteiten, hoofdbedrijfsactiviteiten zijn. |
|
B31 |
Voorbeelden van entiteiten die als hoofdbedrijfsactiviteit in activa kunnen investeren, zijn:
|
|
B32 |
Voorbeelden van entiteiten die als hoofdbedrijfsactiviteit financiering aan klanten kunnen verstrekken, zijn:
|
|
B33 |
Of het investeren in activa of het verstrekken van financiering aan klanten een hoofdbedrijfsactiviteit van de entiteit is, is een feit en niet louter een bewering. Een entiteit moet naar beste vermogen beoordelen of het investeren in activa of het verstrekken van financiering aan klanten een hoofdbedrijfsactiviteit is en die beoordeling moet op feitenmateriaal zijn gebaseerd. |
|
B34 |
In het algemeen is het investeren in activa of het verstrekken van financiering aan klanten waarschijnlijk een hoofdbedrijfsactiviteit van een entiteit als de entiteit een specifiek soort subtotaal gebruikt als een belangrijke indicator voor de operationele prestaties. Het specifieke soort subtotaal is een met de brutowinst vergelijkbaar subtotaal (zie alinea B123) dat baten en lasten omvat die in de categorie “investering” of de categorie “financiering” zouden worden geclassificeerd als het investeren in activa of het verstrekken van financiering aan klanten geen hoofdbedrijfsactiviteiten zouden zijn. |
|
B35 |
Aanwijzingen dat de in alinea B123 beschreven met de brutowinst vergelijkbare subtotalen belangrijke indicatoren voor de operationele prestaties zijn, zijn onder meer het gebruik van dergelijke subtotalen om:
|
|
B36 |
Uit informatie over segmenten kan blijken dat het investeren in activa of het verstrekken van financiering aan klanten een hoofdbedrijfsactiviteit is als een entiteit IFRS 8 Operationele segmenten toepast. Meer bepaald:
|
|
B37 |
Een entiteit moet beoordelen of het investeren in activa of het verstrekken van financiering aan klanten een hoofdbedrijfsactiviteit is voor de verslaggevende entiteit als geheel. De beoordeling of het investeren in activa of het verstrekken van financiering aan klanten een hoofdbedrijfsactiviteit is van een verslaggevende entiteit die een geconsolideerde groep is en van een verslaggevende entiteit die een van de dochterondernemingen in de geconsolideerde groep is, kan derhalve tot verschillende uitkomsten leiden. |
|
B38 |
Een entiteit moet per individueel actief of op basis van groepen van activa met gedeelde kenmerken beoordelen of zij als hoofdbedrijfsactiviteit investeert in geassocieerde deelnemingen, joint ventures en niet-geconsolideerde dochterondernemingen die administratief niet worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (zie de alinea’s B43(b) en (c) en B44(b) en (c)). Indien een entiteit een enkelvoudige jaarrekening opstelt zoals omschreven in IAS 27 Enkelvoudige jaarrekening en de beoordeling uitvoert voor groepen van activa, moet de entiteit groepen van activa gebruiken die in overeenstemming zijn met de categorieën die worden gebruikt om de waarderingsgrondslag ervan te bepalen overeenkomstig alinea 10 van IAS 27. Een entiteit hoeft niet te beoordelen of zij als hoofdbedrijfsactiviteit investeert in geassocieerde deelnemingen, joint ventures en niet-geconsolideerde dochterondernemingen die administratief worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode (zie de alinea’s B43(a) en B44(a)), omdat zij de baten en lasten uit die investeringen moet classificeren in de categorie “investering” (zie alinea 55(a)). |
|
B39 |
Een entiteit hoeft niet te beoordelen of zij als hoofdbedrijfsactiviteit investeert in geldmiddelen en kasequivalenten (zie alinea 53(b)). Een entiteit moet baten en lasten uit hoofde van geldmiddelen en kasequivalenten classificeren in de categorie “investering”, tenzij alinea 56(a) of 56(b) van toepassing is. |
|
B40 |
Een entiteit moet beoordelen of zij als hoofdbedrijfsactiviteit investeert in andere activa die individueel en grotendeels onafhankelijk van de andere middelen van de entiteit een rendement genereren (zie alinea 53(c)) door een individueel actief of een groep van activa met gedeelde kenmerken te beoordelen. Bij het uitvoeren van de beoordeling voor groepen van financiële activa moet een entiteit groepen van financiële activa gebruiken die in overeenstemming zijn met de categorieën van financiële activa die door de entiteit zijn geïdentificeerd overeenkomstig alinea 6 van IFRS 7. |
|
B41 |
Een entiteit moet beoordelen of het investeren in activa of het verstrekken van financiering aan klanten een hoofdbedrijfsactiviteit is op basis van de feiten op het moment van de beoordeling. Een wijziging van de uitkomst van de beoordeling leidt dus niet tot een wijziging van de uitkomst van de eerdere beoordelingen. Een entiteit classificeert en presenteert de baten en lasten derhalve door de wijziging van de uitkomst van de beoordeling prospectief toe te passen vanaf de datum van de wijziging. De vóór de datum van de wijziging gepresenteerde bedragen worden niet geherclassificeerd. Alinea 51(c)(ii) schrijft voor dat een entiteit, tenzij dit onuitvoerbaar is, het bedrag en de classificatie van baten en lasten voor en na de datum van de wijziging van de uitkomst van de beoordeling in de lopende periode vermeldt, alsook het bedrag en de classificatie in de voorgaande periode voor de posten waarvoor de classificatie is gewijzigd vanwege de wijziging van de uitkomst van de beoordeling. |
Operationeel
|
B42 |
De vereisten in de alinea’s 47 tot en met 66 leiden ertoe dat een entiteit de baten en lasten uit haar hoofdbedrijfsactiviteiten moet classificeren in de categorie “operationeel” van het overzicht van winst of verlies, met uitzondering van dergelijke baten en lasten uit investeringen die administratief worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. Bovendien is de categorie “operationeel” niet beperkt tot baten en lasten uit de hoofdbedrijfsactiviteiten van een entiteit. Deze categorie omvat alle baten en lasten die door een entiteit niet overeenkomstig de alinea’s 53 tot en met 68 in de andere categorieën worden geclassificeerd, met inbegrip van baten of lasten die volatiel of eenmalig zijn. |
Investering
Investeringen in geassocieerde deelnemingen, joint ventures en niet-geconsolideerde dochterondernemingen
|
B43 |
In de alinea’s 53 en 55 worden de vereisten uiteengezet voor de classificatie van baten en lasten uit investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures. Deze investeringen omvatten:
|
|
B44 |
In de alinea’s 53 en 55 worden tevens de vereisten uiteengezet voor de classificatie van baten en lasten uit niet-geconsolideerde dochterondernemingen. Investeringen in niet-geconsolideerde dochterondernemingen omvatten:
|
Activa die individueel en grotendeels onafhankelijk van de andere middelen van de entiteit een rendement genereren
|
B45 |
Alinea 53(c) schrijft voor dat een entiteit activa identificeert die individueel en grotendeels onafhankelijk van de andere middelen van de entiteit een rendement genereren. Het rendement kan positief of negatief zijn. |
|
B46 |
Tot de in alinea 53(c) bedoelde activa die individueel en grotendeels onafhankelijk van de andere middelen van de entiteit een rendement genereren, behoren doorgaans:
|
|
B47 |
Tot de in alinea 54 vermelde baten en lasten uit dergelijke activa behoren doorgaans:
|
Activa die niet individueel en grotendeels onafhankelijk van de andere middelen van de entiteit een rendement genereren
|
B48 |
Activa die een entiteit in combinatie gebruikt voor de productie of levering van goederen of diensten genereren niet individueel en grotendeels onafhankelijk van de andere middelen van de entiteit een rendement. Tot dergelijke activa behoren doorgaans:
|
|
B49 |
Baten en lasten uit de in alinea B48 beschreven activa worden geclassificeerd in de categorie “operationeel”, bijvoorbeeld:
|
Financiering
Verplichtingen die voortvloeien uit transacties die uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering
|
B50 |
Alinea 59(a) schrijft voor dat een entiteit verplichtingen identificeert die voortvloeien uit transacties die uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering. Bij dergelijke transacties:
|
|
B51 |
Verplichtingen die voortvloeien uit transacties die uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering, omvatten:
|
|
B52 |
Voorbeelden van baten en lasten uit verplichtingen die een entiteit overeenkomstig alinea 60 moet classificeren in de categorie “financiering”, zijn:
|
Verplichtingen die voortvloeien uit transacties die niet uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering
|
B53 |
Alinea 59(b) schrijft voor dat een entiteit verplichtingen identificeert die voortvloeien uit transacties die niet uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering. Dergelijke verplichtingen omvatten:
|
|
B54 |
Voorbeelden van baten en lasten uit dergelijke verplichtingen die een entiteit overeenkomstig alinea 61 moet classificeren in de categorie “financiering”, zijn:
|
|
B55 |
Voorbeelden van baten en lasten die voortvloeien uit transacties die niet uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering, maar die niet onder het toepassingsgebied van alinea 61 vallen en derhalve in de categorie “operationeel” worden geclassificeerd, zijn:
|
Classificatie van baten en lasten uit hoofde van hybride contracten met een basisinstrument dat een verplichting is
|
B56 |
Hoe een entiteit de baten en lasten classificeert die voortvloeien uit een hybride contract met een basisinstrument dat een verplichting is, hangt af van de vraag of het in het contract besloten derivaat is afgescheiden van het basiscontract. Indien het in het contract besloten derivaat:
|
|
B57 |
Een entiteit moet de alinea’s B56(b) en (c) toepassen op alle hybride contracten met een basisverplichting waarbij het in het contract besloten derivaat niet is afgescheiden, ongeacht of het in het contract besloten derivaat door de entiteit is afgescheiden overeenkomstig alinea 4.3.3 van IFRS 9 of alinea 4.3.5 van IFRS 9. |
Verplichtingen die voortvloeien uit uitgegeven beleggingscontracten met winstdelingselementen
|
B58 |
In alinea 64(a) worden de vereisten uiteengezet voor baten en lasten uit verplichtingen die voortvloeien uit uitgegeven beleggingscontracten met winstdelingselementen die worden opgenomen overeenkomstig IFRS 9. Voorbeelden van dergelijke beleggingscontracten zijn:
|
Baten en lasten die in de categorie “operationeel” worden geclassificeerd door een entiteit die als hoofdbedrijfsactiviteit financiering aan klanten verstrekt
|
B59 |
Alinea 65 schrijft voor dat een entiteit die als hoofdbedrijfsactiviteit financiering aan klanten verstrekt, in de categorie “operationeel” de baten en lasten uit sommige of alle verplichtingen classificeert die voortvloeien uit transacties die uitsluitend betrekking hebben op het aantrekken van financiering. Een entiteit moet de vereisten van die alinea ook toepassen op baten en lasten uit een derivaat dat verband houdt met een transactie die uitsluitend betrekking heeft op het aantrekken van financiering zoals bedoeld in alinea B73(a), maar niet op de baten en lasten uit hoofde van een hybride contract zoals bedoeld in alinea B56(c)(i). |
Niet langer opnemen in de balans en wijzigingen in de classificatie
Niet langer opnemen van een actief of verplichting, of classificatie en herwaardering van een actief als aangehouden voor verkoop
|
B60 |
De alinea’s B47(g) en B49(e) hebben betrekking op baten en lasten die voortvloeien uit het niet langer opnemen van een actief of uit de classificatie van het actief als aangehouden voor verkoop. Een entiteit moet baten en lasten bij het niet langer opnemen van een actief, of bij de classificatie van het actief als aangehouden voor verkoop en bij de latere waardering tijdens de periode dat het wordt aangehouden voor verkoop, classificeren in dezelfde categorie waarin zij de baten en lasten uit het actief classificeerde onmiddellijk voorafgaand aan het uit de balans verwijderen van het actief. Een entiteit moet bijvoorbeeld winsten en verliezen classificeren:
|
|
B61 |
Een entiteit moet de baten en lasten uit hoofde van het niet langer opnemen van een verplichting classificeren door toepassing van de vereisten in de alinea’s 52 en 59 en 60. De entiteit classificeert bijvoorbeeld baten en lasten uit hoofde van het niet langer opnemen van een verplichting:
|
Wijziging in het gebruik van een actief
|
B62 |
Een transactie of andere gebeurtenis kan leiden tot een wijziging van de categorie in het overzicht van winst of verlies waarin een entiteit baten en lasten uit een actief classificeert, zonder dat het actief uit de balans wordt verwijderd. In dergelijke gevallen moet een entiteit de baten en lasten uit hoofde van de transactie of andere gebeurtenis classificeren in de categorie waarin zij de baten en lasten uit het actief classificeerde onmiddellijk voorafgaand aan de transactie of gebeurtenis. Een entiteit moet bijvoorbeeld in de categorie “operationeel” alle baten of lasten classificeren die in het overzicht van winst of verlies worden opgenomen bij de overdracht van vastgoed van het toepassingsgebied van IAS 16 naar vastgoedbeleggingen in het toepassingsgebied van IAS 40. |
Groepen van activa en verplichtingen
|
B63 |
In de alinea’s B60 tot en met B62 worden de vereisten uiteengezet voor baten en lasten uit een actief of verplichting die voortvloeien uit het niet langer in de balans opnemen van het actief of de verplichting, de classificatie ervan en de latere waardering van het actief tijdens de periode dat het wordt aangehouden voor verkoop, of uit de wijziging in het gebruik van het actief. Een transactie of andere gebeurtenis kan tot deze uitkomsten leiden met betrekking tot een groep van activa (of een groep van activa en verplichtingen) die baten en lasten genereerde die een entiteit onmiddellijk voorafgaand aan de transactie of andere gebeurtenis in verschillende categorieën classificeerde. Een entiteit moet baten of lasten uit een dergelijke transactie of andere gebeurtenis classificeren:
|
|
B64 |
Een entiteit classificeert bijvoorbeeld:
|
Classificatie van wisselkoersverschillen en de winst of het verlies op de netto monetaire positie
|
B65 |
Om alinea 47 toe te passen, moet een entiteit overeenkomstig IAS 21 de in het overzicht van winst of verlies opgenomen wisselkoersverschillen classificeren in dezelfde categorie als de baten en lasten uit de posten die hebben geleid tot het ontstaan van de wisselkoersverschillen, tenzij dit buitensporige kosten of inspanningen met zich zou brengen (zie alinea B68). |
|
B66 |
Een entiteit classificeert bijvoorbeeld wisselkoersverschillen op:
|
|
B67 |
Een entiteit kan baten en lasten uit een transactie in meer dan één categorie classificeren als deze transactie niet uitsluitend betrekking heeft op het aantrekken van financiering. Zo zou de aankoop van diensten in een transactie die in een vreemde valuta luidt en waarvoor een verlenging van het krediet is bedongen, kunnen leiden tot een last voor de aankoop van de diensten die wordt geclassificeerd in de categorie “operationeel” (zie alinea B55(a)) en rentelasten die worden geclassificeerd in de categorie “financiering” (zie alinea B54(a)). In dergelijke gevallen moet een entiteit, met inachtneming van alinea B68, op oordeelkundige wijze bepalen of het wisselkoersverschil betrekking heeft op het bedrag dat in de categorie “financiering” is geclassificeerd — en het koersverschil in die categorie classificeren — dan wel of het wisselkoersverschil betrekking heeft op het bedrag dat in een andere categorie is geclassificeerd — en het koersverschil in die categorie classificeren. Een entiteit mag een wisselkoersverschil dat voortvloeit uit een verplichting uit hoofde van een transactie die niet uitsluitend betrekking heeft op het aantrekken van financiering, niet over verschillende categorieën verdelen. Bij haar oordeelsvorming over de classificatie van de wisselkoersverschillen hoeft een entiteit de wisselkoersverschillen op alle dergelijke verplichtingen niet in dezelfde categorie te classificeren. Een entiteit moet wisselkoersverschillen op soortgelijke verplichtingen echter wel in dezelfde categorie classificeren. |
|
B68 |
Indien de toepassing van de vereisten in de alinea’s B65 en B67 buitensporige kosten of inspanningen met zich zou brengen, moet een entiteit in plaats daarvan de desbetreffende wisselkoersverschillen classificeren in de categorie “operationeel”. Een entiteit moet voor elke post die tot het ontstaan van wisselkoersverschillen leidt, beoordelen of het classificeren van koersverschillen zoals beschreven in de alinea’s B65 en B67 buitensporige kosten of inspanningen met zich brengt. De beoordeling is specifiek voor de feiten en omstandigheden die met elke post verband houden. Indien dezelfde feiten en omstandigheden op een aantal posten betrekking hebben, kan een entiteit op elk van de posten dezelfde beoordeling toepassen. |
|
B69 |
Bij toepassing van alinea 28 van IAS 29 Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie kan een entiteit de winst of het verlies op de netto monetaire positie presenteren samen met andere baten en lasten die verband houden met de netto monetaire positie, zoals rentebaten en -lasten en wisselkoersverschillen. Indien de entiteit de winst of het verlies op de netto monetaire positie niet samen met de daarmee verband houdende baten en lasten presenteert, moet zij de winst of het verlies classificeren in de categorie “operationeel”. |
Classificatie van winsten en verliezen op derivaten en aangewezen hedge-instrumenten
|
B70 |
Alinea 47 schrijft voor dat een entiteit de baten en lasten in het overzicht van winst of verlies classificeert in categorieën. Om alinea 47 toe te passen, moet een entiteit de in het overzicht van winst of verlies opgenomen winsten en verliezen op een financieel instrument dat overeenkomstig IFRS 9 als hedge-instrument is aangewezen, in dezelfde categorie classificeren als de baten en lasten die blootstaan aan de risico’s die met het financiële instrument worden beheerd. Als daarbij echter de brutowaarde van winsten en verliezen zou moeten worden berekend, moet een entiteit alle dergelijke winsten en verliezen classificeren in de categorie “operationeel” (zie de alinea’s B74 en B75). |
|
B71 |
Een entiteit moet winsten en verliezen op een niet aangewezen component van een aangewezen hedge-instrument in dezelfde categorie classificeren als winsten en verliezen op de aangewezen component. Een entiteit moet niet-effectieve delen van een winst of verlies in dezelfde categorie classificeren als de effectieve delen. |
|
B72 |
Een entiteit moet de vereisten in alinea B70 ook toepassen op winsten en verliezen op een derivaat dat niet overeenkomstig IFRS 9 is aangewezen als hedge-instrument, maar dat wel wordt gebruikt om geïdentificeerde risico’s te beheren. Als daarbij echter de brutowaarde van winsten of verliezen zou moeten worden berekend (zie de alinea’s B74 en B75) of als dat buitensporige kosten of inspanningen met zich zou brengen, moet de entiteit in plaats daarvan alle winsten en verliezen op het derivaat classificeren in de categorie “operationeel”. |
|
B73 |
Een entiteit moet winsten en verliezen op een derivaat dat niet wordt gebruikt om geïdentificeerde risico’s te beheren, classificeren:
|
|
B74 |
De alinea’s B70 en B72 verbieden het berekenen van de brutowaarde van winsten en verliezen op financiële instrumenten die zijn aangewezen als hedge-instrumenten en derivaten die niet zijn aangewezen als hedge-instrumenten. Het berekenen van de brutowaarde van winsten en verliezen kan voortvloeien uit situaties waarin:
|
|
B75 |
Een entiteit mag bijvoorbeeld een derivaat gebruiken voor het beheren van zowel het nettovalutarisico op omzet (geclassificeerd in de categorie “operationeel”) als het nettovalutarisico op rentelasten (geclassificeerd in de categorie “financiering”). In dergelijke gevallen worden de wisselkoersverschillen op de omzet gesaldeerd met de wisselkoersverschillen op de rentelasten en de winsten of verliezen op het derivaat. De entiteit classificeert de wisselkoersverschillen op de omzet echter in een andere categorie dan de wisselkoersverschillen op de rentelasten. Om de winst of het verlies op het derivaat in elke categorie te presenteren, zou een entiteit in elke categorie een grotere winst of een groter verlies dan op het derivaat moeten presenteren. Bij toepassing van de vereisten in de alinea’s B70 tot en met B73 mag een entiteit niet op deze manier de brutowaarde van de winsten of verliezen berekenen, maar moet zij in plaats daarvan alle winsten of verliezen op het derivaat classificeren in de categorie “operationeel”. |
|
B76 |
In de vereisten in de alinea’s B70 tot en met B75 wordt alleen aangegeven hoe baten en lasten in categorieën van het overzicht van winst of verlies moeten worden geclassificeerd. In deze vereisten wordt niet voorgeschreven in welke post (of posten) dergelijke baten en lasten moeten worden opgenomen, noch hebben deze vereisten voorrang op de vereisten in andere IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. |
Posten die in het overzicht van winst of verlies moeten worden opgenomen of in de toelichting moeten worden vermeld
|
B77 |
Een entiteit kan verplicht zijn een post die in alinea 75 is vermeld of in een andere IFRS-standaard voor jaarrekeningen is beschreven, in meer dan één van de in alinea 47 vermelde categorieën te presenteren. Een entiteit die niet als hoofdbedrijfsactiviteit in activa investeert of financiering aan klanten verstrekt, kan bijvoorbeeld verplicht zijn om de in alinea 75(b)(ii) vermelde post bijzondere waardeverminderingsverliezen bepaald in overeenstemming met alinea 5.5 van IFRS 9 te presenteren in:
|
|
B78 |
De alinea’s 24 en 41(c) schrijven voor dat een entiteit in het overzicht van winst of verlies additionele posten presenteert als dat nodig is om een nuttige gestructureerde samenvatting van de baten en lasten van de entiteit te verstrekken. Een entiteit moet dit op oordeelkundige wijze bepalen (en moet ook nagaan of het nodig is de in alinea 75 vermelde posten op te splitsen). De alinea’s 20 en 41(d) schrijven voor dat een entiteit posten opsplitst om in de toelichting informatie van materieel belang te vermelden. Een entiteit moet ook dit op oordeelkundige wijze bepalen. Alinea 41 schrijft voor dat de entiteit haar oordelen baseert op een beoordeling van de vraag of de posten kenmerken hebben die worden gedeeld (gelijksoortige kenmerken), dan wel kenmerken die niet worden gedeeld (ongelijksoortige kenmerken). Dergelijke kenmerken zijn onder meer:
|
|
B79 |
Baten en lasten die kenmerken kunnen hebben die zodanig van elkaar verschillen dat presentatie in het overzicht van winst of verlies nodig is om een nuttige gestructureerde samenvatting te verstrekken of vermelding in de toelichting nodig is om informatie van materieel belang te verschaffen, zijn onder meer:
|
Presentatie van en informatieverschaffing over kosten die worden geclassificeerd in de categorie “operationeel”
Gebruik van de kenmerken aard en functie
|
B80 |
Bij het bepalen van de wijze waarop de kenmerken “aard” en “functie” moeten worden gebruikt om de nuttigste gestructureerde samenvatting te verstrekken zoals vereist door alinea 78, moet een entiteit nagaan:
|
|
B81 |
In sommige gevallen zou een entiteit, rekening houdend met de in alinea B80 omschreven factoren, kunnen bepalen dat het classificeren en presenteren van sommige kosten naar aard en andere kosten naar functie de nuttigste gestructureerde samenvatting oplevert. Bijvoorbeeld:
|
|
B82 |
Indien een entiteit in het overzicht van winst of verlies sommige kosten naar aard en andere kosten naar functie classificeert en presenteert, moet zij de daaruit voortvloeiende posten op zodanige wijze aanduiden dat duidelijk blijkt welke kosten in elke post zijn opgenomen. Als een entiteit bijvoorbeeld sommige personeelsbeloningen opneemt in een functionele post en andere personeelsbeloningen in een categoriale post, zou uit de aanduiding van de categoriale post duidelijk blijken dat daarin niet alle personeelsbeloningen zijn opgenomen (bijvoorbeeld “andere personeelsbeloningen dan die welke zijn opgenomen in de kostprijs van de omzet”). |
|
B83 |
Overeenkomstig alinea 30 moet een entiteit de kosten in de verschillende verslagperioden consistent classificeren en presenteren, tenzij alinea 30(a) of 30(b) van toepassing is. Als een entiteit bijvoorbeeld de bijzondere waardevermindering van goodwill in een bepaalde verslagperiode presenteert als een categoriale post, moet zij vergelijkbare bijzondere waardeverminderingen van goodwill in volgende verslagperioden ook als categoriale post presenteren, tenzij alinea 30(a) of 30(b) van toepassing is. Als er in een volgende periode geen soortgelijke bijzondere waardevermindering van goodwill is, vormt het feit dat de kosten in die volgende periode nihil zijn, geen wijziging in de classificatie en presentatie. |
|
B84 |
Een entiteit zal ofwel alle kosten naar aard presenteren, ofwel overeenkomstig alinea 83 sommige kosten naar aard vermelden. De gepresenteerde of vermelde bedragen hoeven niet de bedragen te zijn die in de periode als kosten zijn opgenomen. Het kan daarbij gaan om bedragen die zijn opgenomen als onderdeel van de boekwaarde van een actief. Als een entiteit:
|
Samenvoeging van exploitatiekosten
|
B85 |
Voor de toepassing van alinea 78 moet een entiteit nagaan welk niveau van samenvoeging van exploitatiekosten de nuttigste gestructureerde samenvatting oplevert. Een entiteit kan bijvoorbeeld verschillende administratieve activiteiten uitoefenen (zoals personeelszaken, informatietechnologie, juridische en boekhoudkundige activiteiten). Om een nuttige gestructureerde samenvatting te verstrekken, zou de entiteit de exploitatiekosten met betrekking tot die activiteiten kunnen samenvoegen op basis van hun gedeelde kenmerk. Al deze kosten zijn kosten voor middelen die worden verbruikt bij administratieve activiteiten. Bijgevolg kan de entiteit deze kosten presenteren in een post die wordt aangeduid als “beheerskosten”. De entiteit kan ook kosten maken voor middelen die bij verkoopactiviteiten worden verbruikt. Deze kosten hebben een kenmerk dat verschilt van dat van de beheerskosten: verkoopkosten vloeien voort uit middelen die bij verkoopactiviteiten worden verbruikt en beheerskosten vloeien voort uit middelen die bij administratieve activiteiten worden verbruikt. Deze kenmerken verschillen zodanig van elkaar dat opsplitsing — presentatie in afzonderlijke posten voor verkoopkosten en beheerskosten — nodig kan zijn om een nuttige gestructureerde samenvatting van de kosten van de entiteit te verstrekken. |
OVERZICHT VAN HET TOTAALRESULTAAT
Overige onderdelen van het totaalresultaat
|
B86 |
In sommige IFRS-standaarden voor jaarrekeningen zijn omstandigheden beschreven waarin een entiteit bepaalde posten niet in het overzicht van winst of verlies over de actuele verslagperiode mag opnemen. IAS 8 behandelt twee van dergelijke omstandigheden: de correctie van fouten en de gevolgen van wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving. Andere IFRS-standaarden voor jaarrekeningen vereisen of staan toe dat een entiteit overige onderdelen van het totaalresultaat die voldoen aan de definitie van baten of lasten van het Conceptual Framework for Financial Reporting (zie alinea B87) niet in winst of verlies opneemt. |
|
B87 |
Bijlage A bevat een definitie van “overige onderdelen van het totaalresultaat”. De overige onderdelen van het totaalresultaat bestaan uit de volgende componenten:
|
|
B88 |
Herclassificatieaanpassingen ontstaan bijvoorbeeld bij afstoting van een buitenlandse activiteit (zie IAS 21) en wanneer sommige gehedgede verwachte toekomstige kasstromen invloed hebben op winst of verlies (zie alinea 6.5.11(d) van IFRS 9 met betrekking tot kasstroomhedges). |
|
B89 |
Alinea 90 schrijft voor dat een entiteit herclassificatieaanpassingen met betrekking tot componenten van overige onderdelen van het totaalresultaat in het overzicht van het totaalresultaat presenteert of in de toelichting vermeldt. Herclassificatieaanpassingen ontstaan niet bij wijzigingen in herwaarderingsreserves die zijn opgenomen in overeenstemming met IAS 16 of IAS 38, of bij herwaarderingen van toegezegdpensioenregelingen die zijn opgenomen in overeenstemming met IAS 19. Een entiteit neemt deze componenten op in de overige onderdelen van het totaalresultaat en herclassificeert deze in latere verslagperioden niet naar de winst of het verlies. Een entiteit mag wijzigingen in herwaarderingsreserves in latere perioden naar de ingehouden winsten overboeken naarmate het actief wordt gebruikt of wanneer het niet langer wordt opgenomen (zie IAS 16 en IAS 38). In overeenstemming met IFRS 9 ontstaan er geen herclassificatieaanpassingen indien een kasstroomhedge of de administratieve verwerking van de tijdswaarde van een optie (of het termijnelement van een termijncontract of de valutabasisspread van een financieel instrument) resulteert in bedragen die een entiteit uit de kasstroom-hedgereserve, respectievelijk een afzonderlijke eigenvermogenscomponent verwijdert en direct in de eerste kostprijs of andere boekwaarde van een actief of een verplichting opneemt. Een entiteit boekt deze bedragen rechtstreeks over naar activa of verplichtingen. |
OVERZICHT VAN DE FINANCIËLE POSITIE
Classificatie van activa als vlottend of vast en van verplichtingen als kortlopend of langlopend
|
B90 |
Als een entiteit bij de toepassing van alinea 96 goederen of diensten levert binnen een duidelijk identificeerbare exploitatiecyclus, kan nuttige informatie worden gehaald uit de aparte classificatie in het overzicht van de financiële positie van vlottende en vaste activa en kortlopende en langlopende verplichtingen door een onderscheid te maken tussen de nettoactiva die continu in omloop zijn als werkkapitaal en de nettoactiva die worden gebruikt in de langetermijnactiviteiten van de entiteit. Een dergelijke aparte classificatie geeft de gebruiker ook een duidelijk zicht op activa waarvan een entiteit verwacht dat ze binnen de huidige exploitatiecyclus zullen worden gerealiseerd, en op verplichtingen die in dezelfde periode moeten worden afgewikkeld. |
|
B91 |
Voor sommige entiteiten, zoals financiële instellingen, levert de presentatie van activa en verplichtingen in toenemende of afnemende volgorde van liquiditeit een nuttigere gestructureerde samenvatting op dan de presentatie op basis van het onderscheid vlottend/vast c.q. kortlopend/langlopend, omdat de entiteit geen goederen levert of diensten verleent binnen een duidelijk identificeerbare exploitatiecyclus. |
|
B92 |
Bij toepassing van alinea 96 mag een entiteit sommige van haar activa en verplichtingen presenteren op basis van de classificatie vlottend/vast c.q. kortlopend/langlopend en andere in volgorde van liquiditeit als dit een nuttigere gestructureerde samenvatting oplevert. De noodzaak voor een gemengde presentatie kan zich voordoen wanneer een entiteit diverse bedrijfsactiviteiten uitvoert. |
|
B93 |
Informatie over de datums waarop activa en verplichtingen naar verwachting zullen worden gerealiseerd, is nuttig om de liquiditeit en solvabiliteit van een entiteit te beoordelen. IFRS 7 vereist informatieverschaffing over de looptijdanalyse voor financiële activa en financiële verplichtingen. Financiële activa omvatten handels- en overige vorderingen, en financiële verplichtingen omvatten handels- en overige schulden. Informatie over de verwachte datum van inbaarheid van niet-monetaire activa, zoals voorraden, en de verwachte datum van afwikkeling van verplichtingen, zoals voorzieningen, is eveneens nuttig, ongeacht of de activa en verplichtingen zijn geclassificeerd als vlottende/vaste activa c.q. kortlopende/langlopende verplichtingen. Een entiteit moet bijvoorbeeld in de toelichting het bedrag van de voorraden vermelden dat zij verwacht later dan twaalf maanden na de verslagperiode te zullen innen. |
Vlottende activa
|
B94 |
Alinea 100 schrijft voor dat een entiteit alle niet als vlottend geclassificeerde activa als vast classificeert. In deze standaard wordt de term “vaste activa” gebruikt voor materiële activa, immateriële activa en financiële activa van langlopende aard. Het gebruik van alternatieve omschrijvingen wordt door deze standaard niet verboden, zolang de betekenis duidelijk blijft. |
|
B95 |
De exploitatiecyclus van een entiteit is de tijdspanne tussen de verwerving van activa voor verwerking en het moment waarop zij in geldmiddelen of kasequivalenten worden gerealiseerd. Als de normale exploitatiecyclus van een entiteit niet duidelijk identificeerbaar is, wordt deze geacht twaalf maanden te duren. Vlottende activa omvatten activa (zoals voorraden en handelsvorderingen) die in de normale exploitatiecyclus worden verkocht, verbruikt of gerealiseerd, zelfs indien niet verwacht wordt dat ze binnen twaalf maanden na de verslagperiode zullen worden gerealiseerd. Vlottende activa omvatten ook activa die voornamelijk worden aangehouden om te worden verhandeld (voorbeelden zijn sommige financiële activa die voldoen aan de definitie van “voor handelsdoeleinden aangehouden” in IFRS 9) en het kortlopende gedeelte van financiële vaste activa. |
Kortlopende verplichtingen
Normale exploitatiecyclus (zie alinea 101(a))
|
B96 |
Sommige kortlopende verplichtingen, zoals handelsschulden en sommige overlopende posten in verband met personeels- en andere exploitatiekosten, maken deel uit van het werkkapitaal dat in de normale exploitatiecyclus van een entiteit wordt gebruikt. Een entiteit moet dergelijke posten als kortlopende verplichtingen classificeren, zelfs als deze pas na meer dan twaalf maanden na de verslagperiode moeten worden afgewikkeld. Dezelfde normale exploitatiecyclus is van toepassing op de classificatie van de activa en verplichtingen van de entiteit. Als de normale exploitatiecyclus van een entiteit niet duidelijk identificeerbaar is, wordt deze geacht twaalf maanden te duren. |
Voornamelijk voor handelsdoeleinden aangehouden (zie alinea 101(b)) of binnen twaalf maanden af te wikkelen (zie alinea 101(c))
|
B97 |
Andere kortlopende verplichtingen worden niet afgewikkeld in de normale exploitatiecyclus, maar moeten binnen twaalf maanden na de verslagperiode worden afgewikkeld of worden voornamelijk voor handelsdoeleinden aangehouden. Voorbeelden zijn sommige financiële verplichtingen die voldoen aan de definitie van “voor handelsdoeleinden aangehouden” in IFRS 9, voorschotten in rekening-courant en het kortlopende gedeelte van langlopende financiële verplichtingen, uit te keren dividenden, winstbelastingen en andere schulden die geen handelsschulden zijn. Financiële verplichtingen die voor financiering op lange termijn zorgen (d.w.z. dat ze geen deel uitmaken van het werkkapitaal dat in de normale exploitatiecyclus van de entiteit wordt gebruikt) en die niet binnen twaalf maanden na de verslagperiode moeten worden afgewikkeld, zijn langlopende verplichtingen en zijn onderworpen aan de bepalingen in de alinea’s B99 tot en met B103. |
|
B98 |
Een entiteit moet haar financiële verplichtingen als kortlopend classificeren als deze binnen twaalf maanden na de verslagperiode moeten worden afgewikkeld, zelfs indien:
|
Recht om de afwikkeling met ten minste twaalf maanden uit te stellen (alinea 101(d))
|
B99 |
Het recht van een entiteit om de afwikkeling van een verplichting met ten minste twaalf maanden na de verslagperiode uit te stellen, moet reëel zijn en moet, zoals geïllustreerd in de alinea’s B100 tot en met B103, bestaan aan het einde van de verslagperiode. |
|
B100 |
Het recht van een entiteit om de afwikkeling van een uit een leenovereenkomst voortvloeiende verplichting met ten minste twaalf maanden na de verslagperiode uit te stellen, kan afhankelijk worden gesteld van de naleving door de entiteit van de in die leenovereenkomst gespecificeerde voorwaarden (hierna “convenanten”). Voor de toepassing van alinea 101, punt d), zijn deze convenanten:
|
|
B101 |
Indien een entiteit aan het einde van de verslagperiode het recht heeft om in het kader van een bestaande kredietfaciliteit een verplichting te verlengen met ten minste twaalf maanden na de verslagperiode, moet zij die verplichting als langlopend classificeren, zelfs indien de verplichting in andere gevallen binnen een kortere termijn verschuldigd was. Indien de entiteit dat recht niet heeft, mag de entiteit de mogelijkheid om de verplichting te herfinancieren niet in aanmerking nemen en moet zij de verplichting als kortlopend classificeren. |
|
B102 |
Indien een entiteit op of vóór het einde van de verslagperiode een convenant van een langlopende leenovereenkomst schendt met als gevolg dat de verplichting onmiddellijk opeisbaar wordt, moet de entiteit de verplichting als kortlopend classificeren, zelfs indien de kredietverstrekker na de verslagperiode en vóór de datum waarop de jaarrekening voor publicatie wordt goedgekeurd, heeft besloten geen betaling te eisen als gevolg van de schending. De entiteit moet de verplichting als kortlopend classificeren omdat zij aan het einde van de verslagperiode niet het recht heeft om de afwikkeling van de verplichting met ten minste twaalf maanden na de verslagperiode uit te stellen. |
|
B103 |
Een entiteit moet de verplichting echter als langlopend classificeren indien de kredietverstrekker vóór het einde van de verslagperiode een respijttermijn heeft toegestaan die ten vroegste twaalf maanden na de verslagperiode afloopt en gedurende welke de entiteit de schending kan rechtzetten en de kredietverstrekker geen onmiddellijke terugbetaling kan eisen. |
|
B104 |
De classificatie van een verplichting wordt niet beïnvloed door de waarschijnlijkheid dat de entiteit haar recht om de afwikkeling van de verplichting met ten minste twaalf maanden na de verslagperiode uit te stellen, zal uitoefenen. Indien een verplichting voldoet aan de criteria in de alinea’s 101 en 102 om als langlopend te worden geclassificeerd, moet ze als langlopend worden geclassificeerd, ook al heeft het management het voornemen of de verwachting dat de entiteit de verplichting afwikkelt binnen twaalf maanden na de verslagperiode, of zelfs als de entiteit de verplichting afwikkelt tussen het einde van de verslagperiode en de datum waarop de jaarrekening voor publicatie wordt goedgekeurd. In beide omstandigheden is het echter mogelijk dat de entiteit informatie over het tijdstip van afwikkeling openbaar moet maken om gebruikers van haar jaarrekening een inzicht te verschaffen in de gevolgen van de verplichting voor de financiële positie van de entiteit (zie de alinea’s 6C(c) van IAS 8 en B105(d)). |
|
B105 |
Indien de volgende gebeurtenissen plaatsvinden tussen het einde van de verslagperiode en de datum waarop de jaarrekening voor publicatie wordt goedgekeurd, dan moeten die gebeurtenissen overeenkomstig IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode worden vermeld als gebeurtenissen die niet leiden tot aanpassing van de jaarrekening:
|
|
B106 |
Bij de toepassing van de alinea’s 101 en 102 en B96 tot en met B103 kan een entiteit uit leenovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen als langlopend classificeren wanneer het recht van de entiteit om de afwikkeling van die verplichtingen uit te stellen, afhankelijk is van de naleving van de convenanten door de entiteit binnen twaalf maanden na de verslagperiode (zie alinea B100(b)). In dergelijke situaties moet de entiteit in de toelichting informatie verstrekken die gebruikers van jaarrekeningen in staat stelt inzicht te krijgen in het risico dat de verplichtingen binnen twaalf maanden na de verslagperiode terugbetaalbaar zouden kunnen worden, met inbegrip van:
|
Afwikkeling (alinea 101(a), (c) en (d))
|
B107 |
Voor de classificatie van een verplichting als kortlopend of langlopend heeft afwikkeling betrekking op een overdracht aan de tegenpartij die resulteert in het tenietgaan van de verplichting. De overdracht zou kunnen bestaan in:
|
|
B108 |
De voorwaarden van een verplichting die, afhankelijk van de keuze van de tegenpartij, in de afwikkeling ervan door de overdracht van de eigenvermogensinstrumenten van de entiteit kunnen resulteren, zijn niet van invloed op de classificatie ervan als kortlopend of langlopend indien, bij toepassing van IAS 32, de entiteit de optie als een eigenvermogensinstrument classificeert, die afzonderlijk van de verplichting wordt opgenomen als een eigenvermogenscomponent van een samengesteld financieel instrument. |
Posten die in het overzicht van de financiële positie moeten worden opgenomen of in de toelichting moeten worden vermeld
|
B109 |
De alinea’s 24 en 41(c) schrijven voor dat een entiteit in het overzicht van de financiële positie additionele posten presenteert als dat nodig is om een nuttige gestructureerde samenvatting van de activa, de verplichtingen en het eigen vermogen van de entiteit te verstrekken. Een entiteit moet dit op oordeelkundige wijze bepalen (en moet ook nagaan of het nodig is de in alinea 103 vermelde posten op te splitsen). Alinea 41 schrijft voor dat de entiteit haar oordelen baseert op een beoordeling van de vraag of de posten kenmerken hebben die worden gedeeld (gelijksoortige kenmerken), dan wel kenmerken die niet worden gedeeld (ongelijksoortige kenmerken). Met betrekking tot additionele posten voor activa en verplichtingen moet een entiteit haar oordelen baseren op een beoordeling van de aard of de functie van de activa of verplichtingen. De in de alinea’s B110(c) tot en met (k) vermelde kenmerken kunnen een entiteit helpen de aard of functie van activa en verplichtingen te identificeren. |
|
B110 |
De alinea’s 20 en 41(d) schrijven voor dat een entiteit posten opsplitst om in de toelichting informatie van materieel belang te verschaffen. Een entiteit voert deze opsplitsing op oordeelkundige wijze uit op basis van een beoordeling van de vraag of de posten kenmerken hebben die worden gedeeld (gelijksoortige kenmerken) of kenmerken die niet worden gedeeld (ongelijksoortige kenmerken). Dergelijke kenmerken zijn onder meer:
|
|
B111 |
Activa, verplichtingen en componenten van het eigen vermogen die kenmerken kunnen hebben die zodanig van elkaar verschillen dat presentatie in het overzicht van de financiële positie nodig is om een nuttige gestructureerde samenvatting te verstrekken of vermelding in de toelichting nodig is om informatie van materieel belang te verschaffen, zijn onder meer:
|
TOELICHTING
Structuur
|
B112 |
Alinea 114 schrijft voor dat een entiteit de toelichting op systematische wijze presenteert voor zover dit praktisch haalbaar is. Voorbeelden van systematische ordening of groepering van de toelichting zijn:
|
Door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven
Identificatie van door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven
|
B113 |
Alinea 117 bevat een definitie van door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven. Een entiteit kan geen enkele door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf, één door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf of meer dan één door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf hanteren. Zo zal een entiteit die haar financiële prestaties aan gebruikers van de jaarrekening publiek communiceert met alleen totalen en subtotalen die op grond van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen moeten worden gepresenteerd of vermeld, geen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf hanteren. |
|
B114 |
Om aan de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf te voldoen, moet de maatstaf aan gebruikers van de jaarrekening het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel communiceren. Als bijvoorbeeld een subtotaal van baten en lasten dat betrekking heeft op een te rapporteren segment dat overeenkomstig IFRS 8 wordt vermeld, geen informatie verschaft over een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel, kan dat subtotaal niet voldoen aan de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf. |
|
B115 |
Soms kan een subtotaal van baten en lasten dat betrekking heeft op een te rapporteren segment, echter wel informatie verschaffen over een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel. Als bijvoorbeeld een te rapporteren segment één enkele hoofdbedrijfsactiviteit van de entiteit omvat en een subtotaal van baten en lasten met betrekking tot dat segment in het overzicht van winst of verlies wordt gepresenteerd, zou daaruit blijken dat het subtotaal informatie verschaft over een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel. In dergelijke gevallen zou een subtotaal van baten en lasten met betrekking tot dat te rapporteren segment aan de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf voldoen indien het aan de andere onderdelen van de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf zou voldoen. |
Subtotaal van baten en lasten
|
B116 |
Een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf is een subtotaal van baten en lasten. Voorbeelden van maatstaven die geen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven zijn omdat zij geen subtotalen van baten en lasten zijn, zijn onder meer:
|
|
B117 |
Een financiële ratio is geen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf omdat zij geen subtotaal van baten en lasten is. Een subtotaal dat de teller of de noemer van een financiële ratio is, is wel een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf als het subtotaal aan de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf zou voldoen als het geen onderdeel van een ratio zou zijn. Derhalve moet een entiteit de vereisten inzake informatieverschaffing van de alinea’s 121 tot en met 125 op deze teller of noemer toepassen. |
|
B118 |
Een subtotaal van baten en lasten dat voldoet aan de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf in alinea 117, is een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf, ongeacht of het in het overzicht van winst of verlies wordt gepresenteerd. |
Publieke communicaties
|
B119 |
Een subtotaal voldoet alleen aan de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf als een entiteit het in publieke communicaties buiten haar jaarrekening gebruikt. Publieke communicaties omvatten een managementcommentaar, persberichten en beleggerspresentaties. Voor de definitie van door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven omvatten publieke communicaties geen mondelinge communicaties, transcripten van mondelinge communicaties en socialemediaberichten. |
|
B120 |
Door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven hebben betrekking op dezelfde verslagperiode als de jaarrekening. Met name kan een subtotaal dat:
|
|
B121 |
Een entiteit mag alleen publieke communicaties met betrekking tot de verslagperiode in aanmerking nemen om door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven voor de verslagperiode te identificeren, tenzij zij dergelijke publieke communicaties in het kader van haar proces van financiële verslaglegging stelselmatig publiceert na de datum van publicatie van haar jaarrekening. Als dat het geval is, moet een entiteit publieke communicaties met betrekking tot de voorgaande verslagperiode in aanmerking nemen om de door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven voor de actuele verslagperiode te identificeren. |
|
B122 |
Een in de publieke communicaties met betrekking tot de voorgaande verslagperiode gebruikte maatstaf hoeft echter niet als een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf voor de actuele verslagperiode te worden geïdentificeerd als er bewijs is waaruit blijkt dat deze maatstaf niet in de te publiceren publieke communicaties met betrekking tot de actuele verslagperiode zal worden opgenomen. Indien een dergelijke maatregel in de voorgaande verslagperiode was vermeld als een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf en voor de actuele verslagperiode niet als zodanig wordt geïdentificeerd, zou dat een wijziging in of een beëindiging van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf zijn waarop de vereisten inzake informatieverschaffing in alinea 124 van toepassing zijn. |
Met de brutowinst vergelijkbare subtotalen
|
B123 |
Overeenkomstig alinea 118(a) zijn met de brutowinst vergelijkbare subtotalen geen door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven. Een subtotaal is met de brutowinst vergelijkbaar wanneer dit het verschil weergeeft tussen de omzet en de daarmee rechtstreeks verband houdende kosten voor het genereren van die omzet. Enkele voorbeelden zijn:
|
Vermoeden over het communiceren van het standpunt van het management
|
B124 |
Alinea 119 bepaalt dat een subtotaal van baten en lasten dat een entiteit in publieke communicaties buiten haar jaarrekening gebruikt, wordt geacht aan gebruikers van de jaarrekening het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel te communiceren. Overeenkomstig alinea 120 mag een entiteit dat vermoeden weerleggen als zij over redelijke en gefundeerde informatie beschikt waaruit blijkt dat:
|
|
B125 |
Voorbeelden van redelijke en gefundeerde informatie waaruit blijkt dat een subtotaal aan gebruikers van de jaarrekening niet het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel communiceert, zijn:
|
|
B126 |
Of een entiteit een subtotaal niet prominenter communiceert, is een kwestie van beoordeling op basis van een aantal factoren, bijvoorbeeld:
|
|
B127 |
Het gebruik van een subtotaal door het management om een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel te beoordelen of te bewaken, toont aan dat het subtotaal het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel communiceert. Als het management een subtotaal wel intern gebruikt maar niet in publieke communicaties van de entiteit, voldoet het subtotaal niet aan de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf. |
|
B128 |
Een entiteit kan een in haar publieke communicaties vermeld subtotaal voor intern gebruik door het management aanpassen om de financiële prestaties van de entiteit te beoordelen of te bewaken. In dergelijke gevallen moet de entiteit naar beste vermogen beoordelen of het subtotaal dat zij intern gebruikt voldoende vergelijkbaar is met het subtotaal dat zij in haar publieke communicaties gebruikt, zodat alinea B127 van toepassing is. Hoe meer de subtotalen overeenstemmen, des te waarschijnlijker het is dat het in de publieke communicaties van de entiteit gebruikte subtotaal aan gebruikers van de jaarrekening het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel communiceert. |
|
B129 |
Voorbeelden van redelijke en gefundeerde informatie waaruit blijkt dat een entiteit een andere reden heeft om in haar publieke communicaties een subtotaal te gebruiken dan om aan gebruikers van haar jaarrekening het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel te communiceren, zijn dat het subtotaal:
|
|
B130 |
Alinea 120 is van toepassing op een subtotaal en niet op individuele baten en lasten waaruit het subtotaal bestaat. Een entiteit kan derhalve niet betogen dat een subtotaal niet het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel communiceert op grond van informatie waaruit blijkt dat (een) individuele baat (baten) of last(en) in het subtotaal dit standpunt niet weergeeft (weergeven). |
|
B131 |
Een entiteit kan haar gebruik van een subtotaal wijzigen om aan gebruikers van haar jaarrekening het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel te communiceren. Een subtotaal kan dus een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf worden of niet langer een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf zijn. Er is beoordelingsvermogen nodig om te bepalen of een maatstaf die oorspronkelijk niet als een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf was geïdentificeerd, een dergelijke maatstaf is geworden, dan wel of een maatstaf die voorheen als een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf was geïdentificeerd, niet langer een dergelijke maatstaf is. Een entiteit kan bijvoorbeeld door een regelgevende instantie worden verplicht om een bepaald subtotaal te rapporteren dat, bij het eerste gebruik, niet het standpunt van het management ten aanzien van een aspect van de financiële prestaties van de entiteit als geheel communiceert. In de loop der tijd kan het produceren van het subtotaal ertoe leiden dat het management de maatstaf intern gaat gebruiken om de financiële prestaties van de entiteit te beoordelen en te bewaken, of het commentaar en de toelichting in de publieke communicaties zodanig gaat uitbreiden dat deze verder gaan dan de regelgevende vereisten, met het gevolg dat de maatstaf voldoet aan de definitie van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf. |
Informatieverschaffing over door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven
Eén enkele toelichting voor informatie over door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven
|
B132 |
Alinea 122 schrijft voor dat een entiteit alle op grond van de alinea’s 121 tot en met 125 vereiste informatie over door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven opneemt in één enkele toelichting. Indien een entiteit in die toelichting ook andere informatie vermeldt, moet de informatie in de toelichting zodanig worden aangeduid dat de op grond van de alinea’s 121 tot en met 125 vereiste informatie duidelijk wordt onderscheiden van de andere informatie. |
|
B133 |
Indien een entiteit bijvoorbeeld IFRS 8 toepast en de te rapporteren gesegmenteerde informatie een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf omvat, kan de entiteit de vereiste informatie over de door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf in dezelfde toelichting vermelden als andere te rapporteren gesegmenteerde informatie, mits de entiteit:
|
Op duidelijke en begrijpelijke wijze
|
B134 |
Alinea 123 schrijft voor dat een entiteit haar door het management gedefinieerde prestatiemaatstaven aangeeft en beschrijft op een duidelijke en begrijpelijke wijze die gebruikers van de jaarrekening niet misleidt. Om een dergelijke beschrijving te geven, moet een entiteit informatie verstrekken die een gebruiker van de jaarrekening in staat stelt inzicht te verwerven in de baten of lasten die zijn opgenomen in of uitgesloten van het subtotaal. Een entiteit moet derhalve:
|
|
B135 |
Om de maatstaf op zodanige wijze aan te geven en te beschrijven dat een getrouw beeld wordt gegeven van de kenmerken ervan, moet een entiteit:
|
Aansluiting met het meest direct vergelijkbare totaal of subtotaal
|
B136 |
Alinea 123(c) schrijft voor dat een entiteit een aansluiting geeft tussen elke door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf en het meest direct vergelijkbare subtotaal in alinea 118 of totaal of subtotaal dat op grond van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen specifiek moet worden gepresenteerd of vermeld. Een entiteit die bijvoorbeeld in de toelichting een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf voor de gecorrigeerde exploitatiewinst of het gecorrigeerde exploitatieverlies vermeldt, moet een aansluiting geven tussen die maatstaf en de exploitatiewinst of het exploitatieverlies. Bij de samenvoeging of opsplitsing van de vermelde restposten moet een entiteit de vereisten van de alinea’s 41 tot en met43 toepassen. |
|
B137 |
Voor elke restpost moet een entiteit de volgende informatie verschaffen:
|
|
B138 |
De in alinea B137(b) vereiste beschrijving is verplicht als er meer dan één restpost is en elke post volgens een andere methode wordt berekend of op een andere manier bijdraagt aan het verstrekken van nuttige informatie. Een entiteit kan bijvoorbeeld van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf verschillende kostenposten uitsluiten, sommige omdat ze zijn geïdentificeerd als posten die buiten de macht van het management liggen en andere omdat ze als eenmalig zijn geïdentificeerd. In dergelijke gevallen zou moeten worden vermeld welke posten aan welk soort correctie hebben bijgedragen, om toe te lichten hoe de door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf nuttige informatie verschaft. |
|
B139 |
Eén enkele toelichting kan van toepassing zijn op meer dan één post of kan van toepassing zijn op alle restposten samen. Een entiteit kan bijvoorbeeld bij de berekening van een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf verschillende baten of lasten buiten beschouwing laten op basis van een entiteitsspecifieke toepassing van “eenmalig”. In een dergelijk geval kan één enkele toelichting waarin de door de entiteit gehanteerde definitie van “eenmalig” is opgenomen die op alle restposten van toepassing is, voldoen aan het vereiste in alinea B137(b). |
|
B140 |
Overeenkomstig alinea 123(c) mag een entiteit een aansluiting geven tussen een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf en een totaal of subtotaal dat niet in het (de) overzicht(en) van de financiële prestaties is gepresenteerd. In dergelijke gevallen:
|
Fiscale gevolgen voor elke post die in de aansluiting is vermeld
|
B141 |
Overeenkomstig alinea 123(d) moet een entiteit de fiscale gevolgen vermelden voor elke post van de aansluiting tussen een door het management gedefinieerde prestatiemaatstaf en het meest direct vergelijkbare subtotaal in alinea 118 of totaal of subtotaal dat op grond van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen specifiek moet worden gepresenteerd of vermeld. Een entiteit moet de door alinea 123(d) vereiste fiscale gevolgen bepalen door de fiscale gevolgen van de onderliggende transactie(s) te berekenen:
|
|
B142 |
Indien een entiteit overeenkomstig alinea B141 meer dan één methode gebruikt om de fiscale gevolgen van restposten te berekenen, moet zij vermelden hoe zij de fiscale gevolgen voor elke restpost heeft bepaald. |
Bijlage C
Ingangsdatum en overgang
Deze bijlage is een integraal onderdeel van de IFRS-standaard voor jaarrekeningen.
INGANGSDATUM
|
C1 |
Entiteiten moeten deze standaard toepassen op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2027 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze standaard op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit in de toelichting vermelden. |
OVERGANG
|
C2 |
Een entiteit moet deze standaard retroactief toepassen in overeenstemming met IAS 8. De in alinea 28(f) van IAS 8 vermelde kwantitatieve informatie hoeft echter niet te worden gepresenteerd. |
|
C3 |
Een entiteit moet in haar jaarrekening, voor de vergelijkbare periode die onmiddellijk voorafgaat aan de periode waarin deze standaard voor het eerst wordt toegepast, voor elke post in het overzicht van winst of verlies een aansluiting opnemen tussen:
|
|
C4 |
Indien een entiteit in het eerste jaar van toepassing van deze standaard bij de opstelling van verkorte tussentijdse financiële overzichten IAS 34 toepast, moet de entiteit elk kopje dat zij bij toepassing van de standaard verwacht te zullen gebruiken en de op grond van de alinea’s 69 tot en met 74 van deze standaard vereiste subtotalen in de verkorte tussentijdse financiële overzichten opnemen, ondanks de vereisten in alinea 10 van IAS 34. Een entiteit mag de vereisten in alinea 10 van IAS 34 voor kopjes en subtotalen in verkorte tussentijdse financiële overzichten pas toepassen nadat zij haar eerste overeenkomstig deze standaard opgestelde jaarrekening heeft gepubliceerd. |
|
C5 |
Indien een entiteit in het eerste jaar van toepassing van deze standaard bij de opstelling van tussentijdse financiële overzichten IAS 34 toepast, moet de entiteit, als onderdeel van de op grond van alinea 16A(a) van IAS 34 vereiste informatie, voor elke post in het overzicht van winst of verlies aansluitingen opnemen voor de vergelijkbare perioden die onmiddellijk voorafgaan aan de lopende periode en de cumulatieve lopende perioden. De aansluitingen moeten worden gegeven tussen:
|
|
C6 |
Een entiteit mag de in de alinea’s C3 en C5 beschreven aansluitingen voor de lopende periode of eerdere vergelijkbare perioden opnemen, maar is daartoe niet verplicht. |
|
C7 |
Op de datum van eerste toepassing van deze standaard mag een entiteit die in aanmerking komt voor toepassing van alinea 18 van IAS 28 haar keuze voor waardering van een investering in een geassocieerde deelneming of joint venture wijzigen van de vermogensmutatiemethode in waardering tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies in overeenstemming met IFRS 9. Indien een entiteit een dergelijke wijziging aanbrengt, moet zij de wijziging overeenkomstig IAS 8 retroactief toepassen. Een entiteit die alinea 11 van IAS 27 toepast, moet dezelfde wijziging aanbrengen in haar enkelvoudige jaarrekening. |
INTREKKING VAN IAS 1
|
C8 |
Deze standaard vervangt IAS 1. |
Bijlage D
Wijzigingen in andere IFRS-standaarden voor jaarrekeningen
In deze bijlage worden de wijzigingen in andere IFRS-standaarden voor jaarrekeningen uiteengezet.
IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards
De alinea’s 1, 3, 4, 4A, 5, 22, 32, D30 en E2 en bijlage A worden gewijzigd. De alinea’s 32(za) en 39AJ worden toegevoegd.
DOEL
|
1 |
Het doel van deze IFRS is ervoor te zorgen dat de eerste IFRS-jaarrekening van een entiteit en haar tussentijdse financiële verslagen voor delen van de periode waarop die jaarrekening betrekking heeft, kwalitatief hoogwaardige informatie bevatten die:
|
TOEPASSINGSGEBIED
...
|
3 |
De eerste IFRS-jaarrekening van een entiteit is de eerste jaarrekening waarin de entiteit de IFRSs toepast door middel van de opname in deze jaarrekening van een expliciete en onvoorwaardelijke verklaring van overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. Een overeenkomstig de IFRSs opgestelde jaarrekening is de eerste IFRS-jaarrekening van een entiteit indien de entiteit bijvoorbeeld:
... |
|
4 |
Deze IFRS geldt wanneer een entiteit voor het eerst de IFRSs toepast, maar geldt niet wanneer een entiteit bijvoorbeeld:
|
|
4A |
Niettegenstaande de vereisten van de alinea’s 2 en 3 moet een entiteit die tijdens een voorgaande verslagperiode de IFRSs heeft toegepast, maar waarvan de recentste voorgaande jaarrekening geen expliciete en onvoorwaardelijke verklaring van overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen bevatte, ofwel deze IFRS toepassen, ofwel de IFRSs retroactief toepassen overeenkomstig IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening alsof de entiteit nooit was opgehouden de IFRSs toe te passen.
... |
|
5 |
Deze IFRS geldt niet voor wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving aangebracht door een entiteit die reeds de IFRSs toepast. Dergelijke wijzigingen worden behandeld in:
... |
PRESENTATIE EN INFORMATIEVERSCHAFFING
...
Vergelijkende informatie
...
Niet overeenkomstig de IFRS gepresenteerde vergelijkende informatie en historische overzichten
|
22 |
Sommige entiteiten presenteren historische overzichten van bepaalde gegevens met betrekking tot perioden die voorafgaan aan de eerste periode waarover volledige vergelijkende informatie overeenkomstig de IFRSs wordt gepresenteerd. Op grond van deze IFRS is het niet vereist dat zulke overzichten voldoen aan de vereisten van de IFRSs inzake opname en waardering. Bovendien presenteren sommige entiteiten zowel vergelijkende informatie overeenkomstig de voorheen toegepaste GAAP als de door IFRS 18 voorgeschreven vergelijkende informatie. In een jaarrekening die historische overzichten of vergelijkende informatie bevat overeenkomstig de voorheen toegepaste GAAP, moet een entiteit:
... |
Toelichting in verband met de overgang naar de IFRSs
...
Tussentijdse financiële verslagen
|
32 |
Om te voldoen aan alinea 23 geldt dat, indien een entiteit die over een gedeelte van de periode waarop haar eerste IFRS-jaarrekening betrekking heeft, een tussentijds financieel verslag overeenkomstig IAS 34 presenteert, de entiteit moet voldoen aan de vereisten van IAS 34, tenzij anders vermeld, alsmede aan de volgende vereisten:
... |
INGANGSDATUM
...
|
39AJ |
Bij IFRS 18, uitgegeven in april 2024, zijn de alinea’s 1, 3, 4, 4A, 5, 22, 32, D30 en E2 gewijzigd, is bijlage A gewijzigd en is alinea 32(za) toegevoegd. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast.
... |
Bijlage A
Definities
|
... |
|
||||||||
|
eerste IFRS-jaarrekening |
De eerste jaarrekening waarin een entiteit IFRS-standaarden voor jaarrekeningen toepast door middel van een expliciete en onvoorwaardelijke verklaring van overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. |
||||||||
|
... |
|
||||||||
|
IFRS-standaarden voor jaarrekeningen |
IFRS-standaarden voor jaarrekeningen zijn standaarden voor jaarrekeningen die zijn uitgegeven door de International Accounting Standards Board. Deze standaarden bestaan uit:
IFRS-standaarden voor jaarrekeningen waren voorheen bekend als International Financial Reporting Standards, IFRS, IFRSs en IFRS-standaarden. |
...
Bijlage D
Vrijstellingen van andere IFRSs
...
Ernstige hyperinflatie
...
|
D30 |
Wanneer de datum van normalisatie van de functionele valuta binnen een vergelijkbare periode van twaalf maanden valt, kan de vergelijkbare periode korter zijn dan twaalf maanden, op voorwaarde dat voor deze kortere periode een volledige jaarrekening (zoals vereist op grond van alinea 10 van IFRS 18) wordt verstrekt.
... |
Bijlage E
Kortetermijnvrijstellingen van de IFRSs
Vrijstelling van het vereiste tot aanpassing van vergelijkende informatie voor IFRS 9
...
|
E2 |
Een entiteit die ervoor kiest om in het eerste overgangsjaar vergelijkende informatie te presenteren die niet met IFRS 7 en met de voltooide versie van IFRS 9 (uitgegeven in 2014) in overeenstemming is, moet:
...
|
Aan het eind van alinea 39K wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
In alinea 39P wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
In de alinea’s 39Q en 39R wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd. |
De voetnoot bij de definitie van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen in bijlage A wordt verwijderd.
IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen
In alinea 59B wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
In alinea 63E wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd. |
IFRS 3 Bedrijfscombinaties
De alinea’s 50 en B64 worden gewijzigd. Alinea 64R wordt toegevoegd.
DE OVERNAMEMETHODE
...
Waarderingsperiode
...
|
50 |
Na afloop van de waarderingsperiode mag de overnemende partij de administratieve verwerking van een bedrijfscombinatie alleen herzien om een fout te corrigeren in overeenstemming met IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening.
... |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
Ingangsdatum
...
|
64R |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 50 en B64. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast.
... |
Bijlage B
Toepassingsleidraad
...
INFORMATIEVERSCHAFFING (TOEPASSING VAN DE ALINEA’S 59 EN 61)
|
B64 |
Om de doelstelling in alinea 59 te realiseren, moet de overnemende partij de volgende informatie verstrekken voor elke bedrijfscombinatie die tijdens de verslagperiode plaatsvindt:
...
|
IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten
De alinea’s 2, 3, 5A, 5B, 13, 17, 26A, 28, 33 tot en met 36A, 38, 39 en 41 en de kopjes vóór de alinea’s 31 en 38 worden gewijzigd. Alinea 31 is niet gewijzigd, maar is hier opgenomen voor het leesgemak. Alinea 44N wordt toegevoegd.
TOEPASSINGSGEBIED
|
2 |
De in deze IFRS beschreven vereisten inzake classificatie, presentatie en informatieverschaffing zijn van toepassing op alle opgenomen vaste activa en op alle groepen activa die worden afgestoten van een entiteit. De in deze IFRS beschreven waarderingsvereisten zijn van toepassing op alle opgenomen vaste activa en groepen activa die worden afgestoten (zoals uiteengezet in alinea 4), met uitzondering van de activa die in alinea 5 zijn opgesomd, die gewaardeerd moeten blijven volgens de aangegeven standaard. |
|
3 |
Activa die volgens IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening als vaste activa zijn geclassificeerd, mogen pas als vlottende activa worden geherclassificeerd wanneer ze voldoen aan de criteria om te worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, overeenkomstig deze IFRS. Activa die een entiteit normaliter zou beschouwen als vaste activa die uitsluitend zijn verworven om te worden doorverkocht, mogen niet als vlottende activa worden geclassificeerd tenzij ze overeenkomstig deze IFRS voldoen aan de criteria om te worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop.
... |
|
5A |
De in deze IFRS vermelde vereisten inzake classificatie, presentatie, waardering en informatieverschaffing die van toepassing zijn op een vast actief (of groep activa die wordt afgestoten) dat is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, zijn ook van toepassing op een vast actief (of groep activa die wordt afgestoten) dat is geclassificeerd als aangehouden voor uitkering aan eigenaars in hun hoedanigheid van eigenaars (aangehouden voor uitkering aan eigenaars). |
|
5B |
Deze IFRS specificeert welke informatie moet worden verstrekt met betrekking tot als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) of beëindigde bedrijfsactiviteiten. De informatievereisten in andere IFRSs zijn niet op dergelijke activa (of groepen activa die worden afgestoten) van toepassing, tenzij deze IFRSs het volgende vereisen:
Het kan noodzakelijk zijn aanvullende informatie met betrekking tot als aangehouden voor verkoop geclassificeerde vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) of beëindigde bedrijfsactiviteiten te verstrekken om te voldoen aan de vereisten inzake informatieverschaffing van IFRS 18 en de vereisten van IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening, en met name de alinea’s 6A en 31A van IAS 8. |
CLASSIFICATIE VAN VASTE ACTIVA (OF GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN) ALS AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP OF ALS AANGEHOUDEN VOOR UITKERING AAN EIGENAARS
...
Vaste activa waarvan afstand zal worden gedaan
|
13 |
Een entiteit mag een vast actief (of groep activa die wordt afgestoten) waarvan afstand zal worden gedaan, niet classificeren als aangehouden voor verkoop. De reden hiervoor is dat zijn boekwaarde hoofdzakelijk gerealiseerd zal worden door het voortgezette gebruik. Indien de groep activa waarvan afstand zal worden gedaan echter aan de in alinea 32(a) tot en met (c) vermelde criteria voldoet, moet de entiteit overeenkomstig de alinea’s 33 en 34 de resultaten en de kasstromen van de groep activa die wordt afgestoten, als beëindigde bedrijfsactiviteiten presenteren of vermelden vanaf de datum waarop de groep niet langer wordt gebruikt. Vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) waarvan afstand moet worden gedaan, omvatten vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) die tot het einde van hun economische levensduur worden gebruikt en vaste activa (of groepen activa die worden afgestoten) die worden stopgezet en niet worden verkocht.
... |
WAARDERING VAN VASTE ACTIVA (OF GROEPEN ACTIVA DIE WORDEN AFGESTOTEN) DIE ZIJN GECLASSIFICEERD ALS AANGEHOUDEN VOOR VERKOOP
Waardering van een vast actief (of groep activa die wordt afgestoten)
...
|
17 |
Indien de verkoop naar verwachting na meer dan één jaar zal plaatsvinden, moet de entiteit de verkoopkosten waarderen tegen hun contante waarde. Elke toename van de contante waarde van de verkoopkosten die voortvloeit uit het verstrijken van de tijd, moet in winst of verlies worden geclassificeerd overeenkomstig de vereisten van IFRS 18 met betrekking tot baten en lasten die voortvloeien uit de herwaardering van een vast actief (of groep activa die wordt afgestoten) dat is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop.
... |
Wijzigingen in een plan tot verkoop of in een plan tot uitkering aan eigenaars
...
|
26A |
Indien een entiteit een actief (of groep activa die wordt afgestoten) rechtstreeks herclassificeert van aangehouden voor verkoop naar aangehouden voor uitkering aan eigenaars, dan wel rechtstreeks herclassificeert van aangehouden voor uitkering aan eigenaars naar aangehouden voor verkoop, dan wordt de wijziging in de classificatie als een voortzetting van het oorspronkelijke plan tot afstoting aangemerkt. De entiteit:
... |
|
28 |
De entiteit moet een vereiste aanpassing aan de boekwaarde van een vast actief dat niet langer wordt geclassificeerd als aangehouden voor verkoop of als aangehouden voor uitkering aan eigenaars, opnemen in de winst of het verlies uit voortgezette bedrijfsactiviteiten in de periode waarin niet langer aan de criteria in, respectievelijk, de alinea’s 7, tot en met 9 of alinea 12A is voldaan. Jaarrekeningen voor de perioden sinds de classificatie als aangehouden voor verkoop of als aangehouden voor uitkering aan eigenaars moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd als de groep activa die wordt afgestoten of het vaste actief dat niet langer als aangehouden voor verkoop of als aangehouden voor uitkering aan eigenaars wordt geclassificeerd, een dochteronderneming, gezamenlijke bedrijfsactiviteit, joint venture, geassocieerde deelneming, of een deel van een belang in een joint venture of een geassocieerde deelneming is. De entiteit moet die aanpassing presenteren onder dezelfde post in het overzicht van het totaalresultaat die wordt gebruikt voor de presentatie van een eventuele winst die, of een eventueel verlies dat, werd opgenomen in overeenstemming met alinea 37.
... |
PRESENTATIE EN INFORMATIEVERSCHAFFING
...
Beëindigde bedrijfsactiviteiten
|
31 |
Een component van een entiteit omvat bedrijfsactiviteiten en kasstromen die operationeel en voor financiëleverslaggevingsdoeleinden duidelijk kunnen worden onderscheiden van de rest van de entiteit. Met andere woorden, een component van een entiteit zal een kasstroomgenererende eenheid of een groep van kasstroomgenererende eenheden zijn geweest terwijl deze werd aangehouden voor gebruik.
... |
|
33 |
Een entiteit moet het volgende presenteren of vermelden:
...
|
|
33A |
Indien een entiteit de posten van winst of verlies presenteert in een overzicht van winst of verlies dat losstaat van een overzicht van het totaalresultaat zoals beschreven in alinea 12(b) van IFRS 18, wordt in het overzicht van winst of verlies een categorie gepresenteerd die wordt aangeduid als betrekking hebbend op beëindigde bedrijfsactiviteiten. |
|
34 |
Een entiteit moet de op grond van alinea 33 te presenteren en te vermelden informatie opnieuw presenteren voor voorgaande perioden die in de jaarrekening worden gepresenteerd, zodat de te presenteren en te vermelden informatie betrekking heeft op alle bedrijfsactiviteiten die aan het einde van de verslagperiode van de recentste gepresenteerde periode zijn beëindigd. |
|
35 |
Aanpassingen in de lopende periode aan bedragen die voorheen werden geclassificeerd in de categorie “beëindigde bedrijfsactiviteiten” en die rechtstreeks betrekking hebben op de afstoting van een beëindigde bedrijfsactiviteit in een voorgaande periode, moeten ook afzonderlijk worden geclassificeerd in de categorie “beëindigde bedrijfsactiviteiten”. De aard en het bedrag van dergelijke aanpassingen moeten worden vermeld. Voorbeelden van omstandigheden waarin deze aanpassingen zich kunnen voordoen, zijn:
... |
|
36 |
Indien een entiteit een component van een entiteit niet langer classificeert als aangehouden voor verkoop, moeten de resultaten van bedrijfsactiviteiten van de component die voorheen overeenkomstig de alinea’s 33 tot en met 35 in de categorie “beëindigde bedrijfsactiviteiten” werden geclassificeerd, voor alle gepresenteerde perioden worden geherclassificeerd en worden opgenomen als baten uit voortgezette bedrijfsactiviteiten. De bedragen voor voorgaande perioden moeten worden omschreven als bedragen die opnieuw zijn gepresenteerd. |
|
36A |
Een entiteit die zich heeft verbonden tot een plan tot verkoop van een dochteronderneming waarbij sprake zal zijn van verlies van zeggenschap, moet de overeenkomstig de alinea’s 33 tot en met 36 te verschaffen informatie presenteren of vermelden wanneer de dochteronderneming voldoet aan de definitie van een groep activa die wordt afgestoten en die voldoet aan de in alinea 32 vervatte definitie van een beëindigde bedrijfsactiviteit.
... |
Vast actief of groep activa die wordt afgestoten geclassificeerd als aangehouden voor verkoop
|
38 |
Een entiteit moet een vast actief dat is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop en de activa van een groep activa die wordt afgestoten en die is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop afzonderlijk van andere activa in het overzicht van de financiële positie presenteren. De verplichtingen van een groep activa die wordt afgestoten en die is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, moeten afzonderlijk van andere verplichtingen in het overzicht van de financiële positie worden gepresenteerd. Deze activa en verplichtingen mogen niet worden gesaldeerd en gepresenteerd als een enkelvoudig bedrag. De belangrijkste categorieën activa en verplichtingen die zijn geclassificeerd als aangehouden voor verkoop moeten ofwel afzonderlijk worden gepresenteerd in het overzicht van de financiële positie, ofwel worden vermeld in de toelichting, behoudens het vermelde in alinea 39. Een entiteit moet alle geaccumuleerde baten of lasten die in de overige onderdelen van het totaalresultaat zijn verwerkt, afzonderlijk presenteren, wanneer zij betrekking hebben op een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) dat is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop. |
|
39 |
Indien de groep activa die wordt afgestoten, een recentelijk verworven dochteronderneming is die voldoet aan de criteria om bij overname te worden geclassificeerd als aangehouden voor verkoop (zie alinea 11), is presentatie of vermelding van de belangrijkste categorieën activa en verplichtingen niet vereist.
... |
Additionele informatieverschaffing
|
41 |
Een entiteit moet de volgende informatie vermelden in de toelichting van de periode waarin een vast actief (of een groep activa die wordt afgestoten) ofwel is geclassificeerd als aangehouden voor verkoop, ofwel is verkocht:
...
... |
INGANGSDATUM
...
|
44N |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 2, 3, 5A, 5B, 13, 17, 26A, 28, 33 tot en met 36A, 38, 39 en 41 en de kopjes vóór de alinea’s 31 en 38. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 44A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
Aan het eind van alinea 44I wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
In alinea 44L wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRS 6 Exploratie en evaluatie van minerale hulpbronnen
Alinea 6 wordt gewijzigd. Alinea 26B wordt toegevoegd.
OPNAME VAN EXPLORATIE- EN EVALUATIEACTIVA
Tijdelijke vrijstelling van de alinea’s 11 en 12 van IAS 8
|
6 |
Bij de ontwikkeling van haar grondslagen voor financiële verslaggeving moet een entiteit die exploratie- en evaluatieactiva opneemt, alinea 10 van IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening toepassen.
... |
INGANGSDATUM
...
|
26B |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 6. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea 26A wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing
De alinea’s 3, 8, 20, 21, 24C, 24E, 24F, 24G, B5, B7 en B46 worden gewijzigd. De alinea’s 19A en 19B en het bijbehorende subkopje, alsook alinea 44KK, worden toegevoegd.
TOEPASSINGSGEBIED
|
3 |
Deze IFRS moet door alle entiteiten worden toegepast op alle soorten financiële instrumenten, met uitzondering van:
...
... |
BELANG VAN FINANCIËLE INSTRUMENTEN VOOR DE FINANCIËLE POSITIE EN PRESTATIES
...
Overzicht van de financiële positie
Categorieën financiële activa en financiële verplichtingen
|
8 |
De boekwaarde van elk van de volgende categorieën, zoals bepaald in IFRS 9, moet ofwel in het overzicht van de financiële positie worden gepresenteerd, ofwel in de toelichting worden vermeld:
... |
Financiële instrumenten die overeenkomstig de alinea’s 16A en 16B of de alinea’s 16C en 16D van IAS 32 als eigen vermogen worden geclassificeerd
|
19A |
Met betrekking tot puttable financiële instrumenten die overeenkomstig de alinea’s 16A en 16B van IAS 32 als eigenvermogensinstrumenten zijn geclassificeerd, moet een entiteit de volgende informatie verstrekken (voor zover deze niet elders is verstrekt):
|
|
19B |
Indien een entiteit een van de volgende financiële instrumenten heeft overgeboekt tussen vreemd en eigen vermogen, moet zij het bedrag vermelden dat van en naar elke categorie (vreemd of eigen vermogen) is overgeboekt, alsook het tijdstip en de reden voor deze overboeking:
|
Overzicht van het totaalresultaat
Baten, lasten, winsten en verliezen
|
20 |
Een entiteit moet, met inachtneming van de presentatievereisten in IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, de volgende baten, lasten, winsten of verliezen ofwel in het overzicht van het totaalresultaat presenteren, ofwel in de toelichting vermelden:
... |
Overige informatieverschaffing
Grondslagen voor de financiële verslaggeving
|
21 |
In overeenstemming met alinea 27A van IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening moet een entiteit van materieel belang zijnde informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving vermelden. Voor de opstelling van de jaarrekening gebruikte informatie over de waarderingsgrondslag(en) van financiële instrumenten wordt geacht waarschijnlijk van materieel belang zijnde informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving te vormen. |
Hedge accounting
...
De effecten van hedge accounting op de financiële positie en prestaties
...
|
24C |
Een entiteit moet, in tabelvorm en afzonderlijk per risicocategorie voor de soorten hedges, de volgende bedragen vermelden:
...
...
... |
|
24E |
Een entiteit moet een aansluiting van elke component van het eigen vermogen verstrekken, alsook een analyse van de overige onderdelen van het totaalresultaat in overeenstemming met IFRS 18, waarbij, alles samengenomen:
... |
|
24F |
Een entiteit moet de overeenkomstig alinea 24E vereiste informatie afzonderlijk per risicocategorie verschaffen. Deze opsplitsing naar risico mag in de toelichting bij de jaarrekening worden verstrekt. |
Mogelijkheid om een kredietpositie aan te wijzen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies
|
24G |
Indien een entiteit een financieel instrument, of een gedeelte ervan, als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies heeft aangewezen omdat zij gebruikmaakt van een kredietderivaat om het aan dat financiële instrument verbonden kredietrisico te beheren, moet zij de volgende informatie verschaffen:
...
... |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
44KK |
Bij IFRS 18, uitgegeven in april 2024, zijn de alinea’s 3, 8, 20, 21, 24C, 24E, 24F, 24G, B5, B7 en B46 gewijzigd, en zijn de alinea’s 19A en 19B en een bijbehorend subkopje toegevoegd. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast.
... |
Bijlage B
Toepassingsleidraad
CATEGORIEËN FINANCIËLE INSTRUMENTEN EN DE MATE VAN INFORMATIEVERSCHAFFING (ALINEA 6)
...
Overige informatie – Grondslagen voor financiële verslaggeving (alinea 21)
|
B5 |
In alinea 21 wordt voorgeschreven dat bij het opstellen van de jaarrekening melding moet worden gemaakt van van materieel belang zijnde informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving die naar verwachting informatie over de waarderingsgrondslag(en) voor financiële instrumenten bevat. Met betrekking tot financiële instrumenten kan deze informatieverschaffing het volgende omvatten:
... Volgens alinea 27G van IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening zijn entiteiten bovendien verplicht om, samen met van materieel belang zijnde grondslagen voor financiële verslaggeving of elders in de toelichting, naast de oordelen inzake schattingen ook de oordelen te vermelden die het management zich heeft gevormd bij de toepassing van de door de entiteit gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en die het meest significante effect hebben op de in de jaarrekening opgenomen bedragen. |
AARD EN OMVANG VAN RISICO’S VOORTVLOEIEND UIT FINANCIËLE INSTRUMENTEN (ALINEA’S 31 TOT EN MET 42)
...
Kwantitatieve toelichting (alinea 34)
|
B7 |
Alinea 34(a) schrijft informatieverschaffing voor over samenvattende kwantitatieve gegevens inzake de blootstelling van een entiteit aan risico’s op basis van de informatie die intern wordt verstrekt aan managers op sleutelposities van de entiteit. Wanneer een entiteit van diverse methoden voor het beheersen van een blootstelling aan risico gebruikmaakt, moet zij informatie verschaffen met behulp van de methode (methoden) die de meest relevante en betrouwbare informatie oplevert (opleveren). IAS 8 bespreekt relevantie en betrouwbaarheid.
... |
VERWIJDERING (ALINEA’S 42C TOT EN MET 42H)
...
Saldering van een financieel actief en een financiële verplichting (alinea’s 13A tot en met 13F)
...
Vermelding van de nettobedragen die in het overzicht van de financiële positie zijn opgenomen (alinea 13C(c))
...
|
B46 |
Er moet een aansluiting worden gegeven tussen de op grond van alinea 13C(c) te vermelden bedragen en de afzonderlijke bedragen van de posten die in het overzicht van de financiële positie zijn opgenomen. Indien een entiteit bijvoorbeeld overeenkomstig de vereisten van IFRS 18 de in afzonderlijke posten van de jaarrekening opgenomen bedragen samenvoegt of opsplitst wanneer de entiteit de op grond van alinea 13C(c) vereiste bedragen verstrekt, moet zij een aansluiting geven tussen deze samengevoegde of opgesplitste bedragen en de afzonderlijke bedragen van de posten die in het overzicht van de financiële positie zijn opgenomen. |
Aan het eind van alinea 44A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
Aan het eind van alinea 44C wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing. |
Aan het eind van alinea 44Q wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
In alinea 44AA wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
In alinea 44FF wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd. |
Aan het eind van alinea 44II wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de vereisten van IAS 1 om informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving te vermelden, overgenomen in IAS 8. |
IFRS 8 Operationele segmenten
Alinea 23 wordt gewijzigd en alinea 36D wordt toegevoegd.
INFORMATIEVERSCHAFFING
...
Informatie over resultaat, activa en verplichtingen
|
23 |
Een entiteit moet voor elk te rapporteren segment een waardering van winst of verlies rapporteren. Een entiteit moet voor elk te rapporteren segment een waardering van de totale activa en verplichtingen rapporteren indien dergelijke waarderingen regelmatig worden meegedeeld aan de hoogstgeplaatste functionaris die belangrijke operationele beslissingen neemt. Een entiteit moet tevens de volgende informatie over elk te rapporteren segment vermelden indien de gespecificeerde bedragen zijn opgenomen in de waardering van het resultaat van het segment die wordt beoordeeld door de hoogstgeplaatste functionaris die belangrijke operationele beslissingen neemt, dan wel anderszins regelmatig aan deze functionaris worden meegedeeld, ook al zijn deze bedragen niet in de genoemde waardering van de winst of het verlies van het segment opgenomen:
...
... |
OVERGANG EN INGANGSDATUM
...
|
36D |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 23. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 36A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
IFRS 9 Financiële instrumenten
De alinea’s 5.6.5, 5.6.7, 5.7.10, 6.5.11, 6.5.12, 6.5.14, 6.5.15, 6.7.2 en B4.1.2A worden gewijzigd en alinea 7.1.11 wordt toegevoegd.
Hoofdstuk 5 Waardering
...
5.6 HERCLASSIFICATIE VAN FINANCIËLE ACTIVA
...
|
5.6.5 |
Indien een entiteit een financieel actief uit de categorie “gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat” herclassificeert naar de categorie “gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs”, wordt het financiële actief geherclassificeerd tegen de reële waarde ervan op de herclassificatiedatum. De cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat voorheen in de overige onderdelen van het totaalresultaat was opgenomen, wordt uit het eigen vermogen overgeboekt en verwerkt in de reële waarde van het financiële actief op de herclassificatiedatum. Dit heeft tot gevolg dat het financiële actief op de herclassificatiedatum wordt gewaardeerd alsof het altijd tegen geamortiseerde kostprijs was gewaardeerd. Deze aanpassing is van invloed op de overige onderdelen van het totaalresultaat maar niet op winst of verlies en is bijgevolg geen herclassificatieaanpassing (zie IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening). De effectieve rentevoet en de waardering van te verwachten kredietverliezen worden niet aangepast als gevolg van de herclassificatie. (Zie alinea B5.6.1)
... |
|
5.6.7 |
Indien een entiteit een financieel actief uit de categorie “gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat” herclassificeert naar de categorie “gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies”, wordt het financiële actief verder tegen reële waarde gewaardeerd. De cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat voorheen in de overige onderdelen van het totaalresultaat was opgenomen, wordt op de herclassificatiedatum overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst of het verlies als een herclassificatieaanpassing (zie IFRS 18). |
5.7 WINSTEN EN VERLIEZEN
...
Activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat
|
5.7.10 |
Een winst of verlies op een financieel actief dat overeenkomstig alinea 4.1.2A tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat wordt gewaardeerd, moet, met uitzondering van bijzondere waardeverminderingswinsten of -verliezen (zie afdeling 5.5) en winsten en verliezen uit wisselkoersverschillen (zie de alinea’s B5.7.2 en B5.7.2A), in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden opgenomen totdat het financiële actief niet langer wordt opgenomen of wordt geherclassificeerd. Wanneer het financiële actief niet langer wordt opgenomen, wordt de cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat voorheen in de overige onderdelen van het totaalresultaat was opgenomen, overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst of het verlies als een herclassificatieaanpassing (zie IFRS 18). Indien het financiële actief uit de categorie “gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat” wordt geherclassificeerd, moet de entiteit de cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat voorheen in de overige onderdelen van het totaalresultaat was opgenomen, administratief verwerken overeenkomstig de alinea’s 5.6.5 en 5.6.7. De volgens de effectieverentemethode berekende rente wordt in winst of verlies opgenomen.
... |
Hoofdstuk 6 Hedge accounting
...
6.5 ADMINISTRATIEVE VERWERKING VAN IN AANMERKING KOMENDE HEDGERELATIES
...
Kasstroomhedges
|
6.5.11 |
Zolang een kasstroomhedge aan de criteria van alinea 6.4.1 voldoet, moet de hedgerelatie administratief als volgt worden verwerkt:
...
|
|
6.5.12 |
Wanneer een entiteit hedge accounting voor een kasstroomhedge beëindigt (zie de alinea’s 6.5.6 en 6.5.7(b)), dan moet zij het bedrag dat overeenkomstig alinea 6.5.11(a) in de kasstroomhedgereserve is geaccumuleerd, als volgt administratief verwerken:
...
|
Hedges van een netto-investering in een buitenlandse activiteit
...
|
6.5.14 |
De cumulatieve winst of het cumulatieve verlies op het hedge-instrument met betrekking tot het effectieve deel van de hedge die, respectievelijk dat, in de valutaomrekeningsreserve is opgenomen, moet bij afstoting of gedeeltelijke afstoting van de buitenlandse activiteit overeenkomstig de alinea’s 48 en 49 van IAS 21 als een herclassificatieaanpassing (zie IFRS 18) van het eigen vermogen naar de winst of het verlies worden overgeboekt. |
Administratieve verwerking van de tijdswaarde van opties
|
6.5.15 |
Wanneer een entiteit de intrinsieke waarde en de tijdswaarde van een optiecontract splitst en alleen de verandering in de intrinsieke waarde van een optie als hedge-instrument aanwijst (zie alinea 6.2.4(a)), dan moet zij de tijdswaarde van de optie als volgt administratief verwerken (zie de alinea’s B6.5.29 tot en met B6.5.33):
...
... |
6.7 MOGELIJKHEID OM EEN KREDIETPOSITIE AAN TE WIJZEN ALS GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE MET VERWERKING VAN WAARDEVERANDERINGEN IN WINST OF VERLIES
...
Administratieve verwerking van kredietposities die zijn aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies
|
6.7.2 |
Indien een financieel instrument na eerste opname overeenkomstig alinea 6.7.1 is aangewezen als gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies, of voorheen niet was opgenomen, moet het op het tijdstip van de aanwijzing bestaande verschil tussen de eventuele boekwaarde en de reële waarde onmiddellijk in winst of verlies worden opgenomen. Bij financiële activa die overeenkomstig alinea 4.1.2A tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat worden gewaardeerd, moet de cumulatieve winst die, of het cumulatieve verlies dat, voorheen in de overige onderdelen van het totaalresultaat was opgenomen, onmiddellijk als een herclassificatieaanpassing (zie IFRS 18) van het eigen vermogen naar de winst of het verlies worden overgeboekt.
... |
Hoofdstuk 7 Ingangsdatum en overgang
7.1 INGANGSDATUM
...
|
7.1.11 |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 5.6.5, 5.6.7, 5.7.10, 6.5.11, 6.5.12, 6.5.14, 6.5.15, 6.7.2 en B4.1.2A. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast.
... |
Bijlage B
Toepassingsleidraad
...
CLASSIFICATIE (HOOFDSTUK 4)
Classificatie van financiële activa (afdeling 4.1)
Het bedrijfsmodel van de entiteit voor het beheer van financiële activa
...
|
B4.1.2A |
Het bedrijfsmodel van een entiteit geeft aan hoe een entiteit haar financiële activa beheert om kasstromen te genereren. Dat wil zeggen dat het bedrijfsmodel van de entiteit bepaalt of de kasstromen resulteren uit het ontvangen van contractuele kasstromen, het verkopen van financiële activa of beide. Deze beoordeling wordt bijgevolg niet uitgevoerd op basis van scenario’s waarvan de entiteit niet in redelijkheid verwacht dat deze zullen plaatsvinden, zoals zogeheten worstcase- of stressscenario’s. Indien een entiteit bijvoorbeeld verwacht dat zij een specifieke portefeuille van financiële activa alleen in een stressscenario zal verkopen, dan zou dat scenario geen invloed hebben op de beoordeling door de entiteit van het bedrijfsmodel voor die activa indien de entiteit in redelijkheid verwacht dat een dergelijk scenario zich niet zal voordoen. Indien kasstromen worden gerealiseerd op een andere wijze dan de entiteit verwachtte op de datum waarop zij het bedrijfsmodel beoordeelde (indien de entiteit bijvoorbeeld meer of minder financiële activa verkoopt dan zij verwachtte toen zij de activa classificeerde), geeft dat geen aanleiding tot een in een voorgaande periode gemaakte fout (zie IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening), en verandert dat evenmin de classificatie van de resterende financiële activa die binnen dat bedrijfsmodel worden aangehouden (d.w.z. de activa die de entiteit in voorgaande perioden heeft opgenomen en nog steeds aanhoudt), mits de entiteit rekening heeft gehouden met alle relevante informatie die beschikbaar was op het tijdstip waarop zij de beoordeling van het bedrijfsmodel heeft uitgevoerd. Wanneer een entiteit echter het bedrijfsmodel voor nieuw gecreëerde of nieuw verworven financiële activa beoordeelt, moet zij rekening houden met informatie over de wijze waarop kasstromen in het verleden zijn gerealiseerd, in combinatie met alle andere relevante informatie. |
In alinea 7.2.1 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening
In alinea C2 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten
In alinea C1B wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten
Alinea B14 wordt gewijzigd en alinea C1E wordt toegevoegd.
Bijlage B
Toepassingsleidraad
...
SAMENGEVATTE FINANCIËLE INFORMATIE OVER DOCHTERONDERNEMINGEN, JOINT VENTURES EN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN (ALINEA’S 12 EN 21)
...
|
B14 |
De samengevatte financiële informatie die overeenkomstig de alinea’s B12 en B13 wordt verschaft, moet bestaan uit de bedragen die in de IFRS-jaarrekening van de joint venture of geassocieerde deelneming zijn opgenomen (en niet uit het aandeel van de entiteit in deze bedragen). Indien de entiteit haar belang in de joint venture of geassocieerde deelneming volgens de vermogensmutatiemethode verwerkt:
... |
Bijlage C
Ingangsdatum en overgang
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
C1E |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea B14. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea C1D wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRS 13 Waardering tegen reële waarde
Alinea 51 wordt gewijzigd en alinea C7 wordt toegevoegd.
WAARDERING
...
Toepassing op financiële activa en financiële verplichtingen met posities die de marktrisico’s of het kredietrisico van de tegenpartijen compenseren
...
|
51 |
Een entiteit moet een beslissing inzake de grondslag voor financiële verslaggeving nemen in overeenstemming met IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening om gebruik te maken van de in alinea 48 beschreven uitzondering. Een entiteit die gebruikmaakt van de uitzondering moet die grondslag voor financiële verslaggeving, met inbegrip van haar beleid inzake de toerekening van bied-laatcorrecties (zie de alinea’s 53tot en met 55) en kredietaanpassingen (zie alinea 56), indien van toepassing, in elke periode consistent toepassen voor een bepaalde portefeuille.
... |
Bijlage C
Ingangsdatum en overgang
...
C7
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 51. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast.
IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten
Alinea 43 wordt gewijzigd en alinea C1D wordt toegevoegd.
OPNAME
...
Vervulling van prestatieverplichtingen
...
Meting van de voortgang naar volledige vervulling van een prestatieverplichting
...
Methoden voor het meten van voortgang
...
|
43 |
Naargelang de omstandigheden over een periode veranderen, moet een entiteit haar meting van vooruitgang actualiseren om alle wijzigingen in het resultaat van de prestatieverplichting tot uitdrukking te brengen. Zulke wijzigingen in de meting door een entiteit van voortgang moeten administratief worden verwerkt als een schattingswijziging in overeenstemming met IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening.
... Bijlage C Ingangsdatum en overgang INGANGSDATUM ...
|
In alinea C3(a) wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRS 16 Leaseovereenkomsten
Alinea 49 wordt gewijzigd en alinea C1E wordt toegevoegd.
LESSEE
...
Presentatie
...
|
49 |
In het overzicht van het totaalresultaat moet een lessee de rentelasten op de leaseverplichting en de afschrijvingskosten voor het met een gebruiksrecht overeenstemmende actief afzonderlijk van elkaar presenteren. Alinea 61 van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening schrijft voor dat een entiteit de rentelasten op de leaseverplichting, door de entiteit geïdentificeerd overeenkomstig alinea 36(a), classificeert in de categorie “financiering” van het overzicht van winst of verlies.
... |
Bijlage C
Ingangsdatum en overgang
INGANGSDATUM
...
|
C1E |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 49. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea C5(a) wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRS 17 Verzekeringscontracten
De alinea’s 91, 96, 103 en B129 worden gewijzigd en alinea C2B wordt toegevoegd.
OPNAME EN PRESENTATIE IN HET (DE) OVERZICHT(EN) VAN DE FINANCIËLE PRESTATIES (ALINEA’S B120 TOT EN MET B136)
...
Verzekeringsfinancieringsbaten of -lasten (zie de alinea’s B128 tot en met B136)
...
|
91 |
Indien een entiteit een groep verzekeringscontracten overdraagt of een verzekeringscontract niet langer opneemt overeenkomstig alinea 77:
... |
INFORMATIEVERSCHAFFING
...
|
96 |
In de alinea’s 41 tot en met 43 van IFRS 18 zijn vereisten met betrekking tot samenvoeging en opsplitsing van informatie vastgelegd. Voorbeelden van kenmerken die passend kunnen zijn als een basis om verschafte informatie over verzekeringscontracten op te splitsen, zijn:
|
Toelichting bij opgenomen bedragen
...
|
103 |
In de overeenkomstig alinea 100 vereiste aansluitingen moet een entiteit, in voorkomend geval, elk van de volgende bedragen die met diensten verband houden, afzonderlijk vermelden:
...
|
...
Bijlage B
Toepassingsleidraad
...
VERZEKERINGSFINANCIERINGSBATEN OF -LASTEN (ALINEA’S 87 TOT EN MET 92)
...
|
B129 |
Overeenkomstig de alinea’s 88 en 89 moet een entiteit een keuze voor een grondslag voor financiële verslaggeving maken, waarbij wordt gekozen of de verzekeringsfinancieringsbaten of -lasten voor de periode al dan niet worden uitgesplitst over winst of verlies en overige onderdelen van het totaalresultaat. Een entiteit moet de door haar gekozen grondslag voor financiële verslaggeving op portefeuilles van verzekeringscontracten toepassen. Bij het kiezen van de geschikte grondslag voor financiële verslaggeving voor een portefeuille van verzekeringscontracten overeenkomstig alinea 13 van IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening moet de entiteit voor elke portefeuille rekening houden met de door haar gehouden activa en hoe zij deze activa administratief verwerkt.
... |
Bijlage C
Ingangsdatum en overgang
INGANGSDATUM
...
|
C2B |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 91, 96, 103 en B129. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea C3(a) wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IAS 2 Voorraden
Alinea 39 wordt gewijzigd en alinea 40H wordt toegevoegd.
INFORMATIEVERSCHAFFING
...
|
39 |
Sommige entiteiten delen kosten naar aard in de categorie “operationeel” van het overzicht van winst of verlies in op een wijze die ertoe leidt dat er andere bedragen worden gepresenteerd dan de kostprijs van voorraden die in de periode als last is opgenomen. In dit geval presenteert de entiteit de kosten die worden opgenomen als last voor grond- en hulpstoffen, personeelsbeloningen en andere kosten, samen met het bedrag van de nettowijziging van de voorraden in de periode. |
INGANGSDATUM
...
|
40H |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 39. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
IAS 7 Het kasstroomoverzicht
De alinea’s 6, 10, 12, 14, 16-18, 20, 31, 32, 35, 46 en 47 worden gewijzigd. De alinea’s 33A, 34A tot en met 34D en 64 worden toegevoegd. De alinea’s 33 en 34 komen te vervallen.
DEFINITIES
|
6 |
De volgende begrippen worden in deze standaard gebruikt met de hierna omschreven betekenis:
... Investeringsactiviteiten zijn de verwerving en vervreemding van vaste activa en andere investeringen die niet in kasequivalenten zijn vervat en de ontvangst van rente en dividenden zoals beschreven in de alinea’s 34A tot en met 34D. ... |
PRESENTATIE VAN EEN KASSTROOMOVERZICHT
|
10 |
Het kasstroomoverzicht moet een overzicht geven van de kasstromen tijdens de periode, geclassificeerd volgens operationele activiteiten, investeringsactiviteiten en financieringsactiviteiten. Bij de opstelling van het kasstroomoverzicht moet een entiteit deze standaard toepassen, alsook de algemene vereisten voor jaarrekeningen in de alinea’s 9 tot en met 43 en 113 en 114 van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening.
... |
|
12 |
In één enkele transactie kunnen kasstromen zijn vervat die tot verschillende categorieën behoren. |
Operationele activiteiten
...
|
14 |
Kasstromen uit operationele activiteiten zijn hoofdzakelijk afkomstig van de voornaamste opbrengstengenererende activiteiten van de entiteit. Derhalve zijn zij veelal het resultaat van de transacties en andere gebeurtenissen die medebepalend zijn voor de winst of het verlies. Voorbeelden van kasstromen uit operationele activiteiten zijn:
Sommige transacties, zoals de verkoop van een fabrieksonderdeel, kunnen leiden tot een winst die of verlies dat wordt opgenomen in de bepaling van de winst of het verlies. De kasstromen die verband houden met dergelijke transacties zijn kasstromen uit investeringsactiviteiten. Contante betalingen voor de vervaardiging of verwerving van activa die voor verhuur aan derden worden aangehouden en later voor verkoop worden aangehouden als beschreven in alinea 68A van IAS 16 Materiële vaste activa zijn echter kasstromen uit operationele activiteiten. De contante ontvangsten uit de verhuur en latere verkoop van dergelijke activa zijn eveneens kasstromen uit operationele activiteiten. ... |
Investeringsactiviteiten
|
16 |
De afzonderlijke presentatie van kasstromen die voortkomen uit investeringsactiviteiten is belangrijk, aangezien de kasstromen een indicatie geven van de mate waarin uitgaven zijn gedaan voor middelen die bedoeld zijn om toekomstige baten en kasstromen te genereren. Alleen uitgaven die in een in het overzicht van de financiële positie opgenomen actief resulteren, komen in aanmerking voor classificatie als investeringsactiviteiten. Voorbeelden van kasstromen die voortkomen uit investeringsactiviteiten zijn:
Indien een contract wordt aangegaan om een bepaalde positie te hedgen, worden de daaruit voortvloeiende kasstromen op dezelfde manier geclassificeerd als de kasstromen die samenhangen met de gehedgede positie. |
Financieringsactiviteiten
|
17 |
De afzonderlijke presentatie van kasstromen die uit financieringsactiviteiten voortkomen, is belangrijk omdat ze nuttig is om te voorspellen in welke mate kapitaalverschaffers van de entiteit op toekomstige kasstromen beslag zullen leggen. Voorbeelden van kasstromen die uit financieringsactiviteiten voortkomen, zijn:
|
PRESENTATIE VAN KASSTROMEN UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN
|
18 |
Een entiteit moet voor haar verslaggeving over kasstromen uit operationele activiteiten een van de volgende methoden hanteren:
... |
|
20 |
Bij hantering van de indirecte methode wordt de nettokasstroom uit operationele activiteiten bepaald door de exploitatiewinst of het exploitatieverlies aan te passen om rekening te houden met de gevolgen van:
Bij wijze van alternatief kan de nettokasstroom uit operationele activiteiten volgens de indirecte methode worden gepresenteerd door de in de categorie “operationeel” van het overzicht van winst of verlies geclassificeerde opbrengsten en lasten weer te geven, alsmede de wijzigingen die tijdens de periode hebben plaatsgevonden in voorraden en bedrijfsvorderingen en -schulden en alle andere kasstromen uit operationele activiteiten waarbij de desbetreffende baten of lasten niet worden geclassificeerd in de categorie “operationeel”. ... |
RENTE EN DIVIDENDEN
|
31 |
Kasstromen uit ontvangen en betaalde rente en dividenden moeten elk afzonderlijk worden gepresenteerd. Elke kasstroom moet voor elke periode op consistente wijze worden geclassificeerd overeenkomstig de alinea’s 32, 33A en 34A tot en met 34D. |
|
32 |
Het totaalbedrag van de tijdens een periode betaalde rente moet in het kasstroomoverzicht worden opgenomen, ongeacht of het in winst of verlies als een last is geboekt of werd geactiveerd in overeenstemming met IAS 23 Financieringskosten. |
|
33 |
[Verwijderd] |
|
33A |
Een entiteit moet betaalde dividenden classificeren als kasstromen uit financieringsactiviteiten. |
|
34 |
[Verwijderd] |
|
34A |
Een entiteit die geen entiteit is zoals omschreven in alinea 34B, moet:
|
|
34B |
Een entiteit die als hoofdbedrijfsactiviteit in activa investeert of financiering aan klanten verstrekt (zoals bepaald overeenkomstig de alinea’s B30 tot en met B41 van IFRS 18), moet bepalen hoe ontvangen dividenden, ontvangen rente en betaalde rente in het kasstroomoverzicht moeten worden geclassificeerd door uit te gaan van de wijze waarop zij — overeenkomstig IFRS 18 — dividendinkomsten, rentebaten en rentelasten classificeert in het overzicht van winst of verlies. Een entiteit moet het totaal van elk van deze kasstromen classificeren in één enkele categorie van het kasstroomoverzicht (d.w.z. hetzij als operationele activiteit, hetzij als investeringsactiviteit of als financieringsactiviteit). |
|
34C |
Als een entiteit overeenkomstig alinea 34B het totaal van elk van de dividendinkomsten, rentebaten en rentelasten in één enkele categorie van het overzicht van winst of verlies classificeert, moet de entiteit het totaal van elk van de posten ontvangen dividenden, ontvangen rente en betaalde rente in het kasstroomoverzicht classificeren als kasstromen die voortvloeien uit de daarmee verband houdende activiteit. Als een entiteit bijvoorbeeld al haar rentelasten in de categorie “financiering” van het overzicht van winst of verlies classificeert, zou zij al haar betaalde rente classificeren als kasstromen uit financieringsactiviteiten. |
|
34D |
Bij de toepassing van IFRS 18 kan een entiteit verplicht zijn elk van de posten dividendinkomsten, rentebaten en rentelasten in meer dan één categorie van het overzicht van winst of verlies te classificeren. In een dergelijk geval moet de entiteit overeenkomstig alinea 34B een keuze voor een grondslag voor financiële verslaggeving maken om de desbetreffende kasstromen te classificeren als een van de daarmee verband houdende activiteiten van het kasstroomoverzicht. Als een entiteit bijvoorbeeld rentelasten classificeert in de categorie “operationeel” en de categorie “financiering” van het overzicht van winst of verlies, zou de entiteit overeenkomstig haar grondslagen voor financiële verslaggeving al haar betaalde rente classificeren als ofwel kasstromen uit operationele activiteiten, ofwel kasstromen uit financieringsactiviteiten. |
WINSTBELASTINGEN
|
35 |
Kasstromen die voortvloeien uit winstbelastingen moeten afzonderlijk worden gepresenteerd en moeten worden geclassificeerd als kasstromen uit operationele activiteiten, tenzij een specifiek verband kan worden gelegd met financierings- en investeringsactiviteiten.
... |
COMPONENTEN VAN GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN
...
|
46 |
Gezien de diverse beheerspraktijken voor geldmiddelen en bankovereenkomsten in de hele wereld en om te voldoen aan IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening, moet een entiteit vermelden welke grondslagen zij hanteert voor het bepalen van de componenten van geldmiddelen en kasequivalenten. |
|
47 |
De gevolgen van eventuele wijzigingen in de gehanteerde grondslag voor de bepaling van de componenten van geldmiddelen en kasequivalenten, bijvoorbeeld een wijziging in de classificatie van financiële instrumenten die voorheen werden beschouwd als onderdeel van de beleggingsportefeuille van een entiteit, moeten worden gepresenteerd in overeenstemming met IAS 8.
... |
INGANGSDATUM
...
|
64 |
Bij IFRS 18, uitgegeven in april 2024, zijn de alinea’s 6, 10, 12, 14, 16 tot en met 18, 20, 31, 32, 35, 46 en 47 gewijzigd, de alinea’s 33A en 34A tot en met 34D toegevoegd en de alinea’s 33 en 34 verwijderd. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
De voetnoot bij de titel van IAS 7 wordt gewijzigd.
|
* |
[Wijziging niet van toepassing op de Nederlandse versie; vgl. Verordening (EG) nr. 1274/2008 van de Commissie van 17 december 2008, PB L 339 van 18.12.2008, blz. 3, meer bepaald blz. 29]. In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten
De titel van IAS 8 wordt gewijzigd.
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening
De alinea’s 1, 3, 5, 11 en 32 worden gewijzigd en alinea 2 wordt verwijderd. De alinea’s 3A, 6A tot en met 6J, 6K en 6L, 6M en 6N, 27A tot en met 27I en 31A tot en met 31I, elk met een bijbehorend kopje of subkopje, en alinea 54J worden toegevoegd. Vóór alinea 28 wordt eveneens een subkopje toegevoegd. Alinea 28 is niet gewijzigd, maar is hier toch opgenomen voor het leesgemak.
DOEL
|
1 |
Het doel van deze standaard is om de relevantie en betrouwbaarheid van de jaarrekening van een entiteit te verhogen en om de vergelijkbaarheid van die jaarrekening in de tijd en ten opzichte van de jaarrekeningen van andere entiteiten te verbeteren door het voorschrijven van de grondslag voor de opstelling van de jaarrekening, die onder meer het volgende omvat:
|
|
2 |
[Verwijderd] |
TOEPASSINGSGEBIED
|
3 |
Deze standaard moet worden gebruikt bij de bepaling van de grondslag voor de opstelling van de jaarrekening, onder meer bij de keuze en de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving, en bij de verwerking van wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en de correctie van fouten in voorgaande perioden. |
|
3A |
In IAS 34 Tussentijdse financiële verslagen zijn de vereisten uiteengezet voor de presentatie van en informatieverschaffing over verkorte tussentijdse financiële overzichten. De alinea’s 6A tot en met 6N van deze standaard zijn eveneens van toepassing op dergelijke tussentijdse financiële overzichten.
... |
DEFINITIES
|
5 |
De volgende begrippen worden in deze standaard gebruikt met de hierna omschreven betekenis:
... IFRS-standaarden voor jaarrekeningen zijn standaarden voor jaarrekeningen die zijn uitgegeven door de International Accounting Standards Board. Deze standaarden bestaan uit:
IFRS-standaarden voor jaarrekeningen waren voorheen bekend als internationale standaarden voor financiële verslaglegging, IFRS, IFRSs en IFRS-standaarden. Informatie van materieel belang wordt gedefinieerd in bijlage A bij IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening. “Materieel belang” wordt in deze standaard met dezelfde betekenis gebruikt. ... |
GRONDSLAG VOOR DE OPSTELLING — ALGEMENE KWESTIES
Getrouw beeld en naleving van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen
|
6A |
Een jaarrekening moet een getrouw beeld geven van de financiële positie, de financiële prestaties en de kasstromen van een entiteit. Een getrouw beeld vereist een getrouwe weergave van de gevolgen van transacties, andere gebeurtenissen en omstandigheden overeenkomstig de in het Conceptual Framework for Financial Reporting (“ Conceptual Framework ”) uiteengezette definities en opnamecriteria voor activa, verplichtingen, baten en lasten. De toepassing van de IFRSs, met waar nodig aanvullende informatie, wordt geacht te leiden tot een jaarrekening die een getrouw beeld geeft. |
|
6B |
Een entiteit waarvan de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen moet in de toelichting een expliciete en onvoorwaardelijke verklaring van overeenstemming met deze standaarden opnemen. Een entiteit mag haar jaarrekening niet beschrijven als zijnde in overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen, tenzij die jaarrekening voldoet aan alle vereisten van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. |
|
6C |
In vrijwel alle omstandigheden wordt een getrouw beeld verkregen door naleving van de toepasselijke IFRSs. Om een getrouw beeld te bereiken, moet een entiteit tevens:
|
|
6D |
Een entiteit kan onjuiste grondslagen voor financiële verslaggeving niet rechtvaardigen door de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving te vermelden of door toelichtingen of ander verklarend materiaal te verstrekken. |
|
6E |
In de uitzonderlijke omstandigheden waarin het management tot de conclusie komt dat de naleving van een vereiste in een IFRS dermate misleidend zou zijn dat dit in strijd zou zijn met het doel van de jaarrekening zoals dat in het Conceptual Framework is uiteengezet, moet de entiteit op de in alinea 6F uiteengezette wijze van dat vereiste afwijken indien de relevante regelgeving een dusdanige afwijking vereist of niet verbiedt. |
|
6F |
Indien een entiteit overeenkomstig alinea 6E afwijkt van een vereiste van een IFRS, moet zij vermelden:
|
|
6G |
Als een entiteit in een vorige periode is afgeweken van een vereiste in een IFRS en die afwijking gevolgen heeft voor de bedragen die in de jaarrekening over de lopende periode zijn opgenomen, moet zij de informatie verstrekken die in de alinea’s 6F(c) en (d) is vermeld. |
|
6H |
Alinea 6G is bijvoorbeeld van toepassing als een entiteit in een vorige periode is afgeweken van een vereiste in een IFRS voor de waardering van activa of verplichtingen en die afwijking invloed heeft op de waardering van veranderingen in activa en verplichtingen die in de jaarrekening over de lopende periode zijn opgenomen. |
|
6I |
In de uitzonderlijke omstandigheden waarin het management tot de conclusie komt dat de naleving van een vereiste in een IFRS dermate misleidend zou zijn dat dit in strijd zou zijn met het doel van de jaarrekening zoals dat in het Conceptual Framework is uiteengezet, maar de relevante regelgeving de afwijking van dat vereiste verbiedt, moet de entiteit de waargenomen misleidende aspecten van de naleving tot een minimum beperken door de volgende informatie te verstrekken:
|
|
6J |
In de context van de alinea’s 6E tot en met 6I zou een informatiepost in strijd zijn met het doel van de jaarrekening als hij geen getrouw beeld geeft van de transacties en van andere gebeurtenissen en omstandigheden die hij ofwel voorgeeft weer te geven, ofwel in redelijkheid verwacht mag worden weer te geven, en het dientengevolge waarschijnlijk is dat de economische beslissingen genomen door gebruikers van jaarrekeningen zullen worden beïnvloed. Bij het beoordelen of de naleving van een specifiek vereiste in een IFRS dermate misleidend zou zijn dat dit in strijd zou zijn met het doel van de jaarrekening zoals dat in het Conceptual Framework is uiteengezet, neemt het management in overweging:
|
Het continuïteitsbeginsel
|
6K |
Bij de opstelling van de jaarrekening moet het management zich een oordeel vormen over het vermogen van de entiteit om haar continuïteit te waarborgen. Een entiteit moet haar jaarrekening opstellen in de veronderstelling dat de continuïteit van de entiteit gewaarborgd is, tenzij het management voornemens is om de entiteit te vereffenen of om haar activiteiten stop te zetten, of als er geen realistisch alternatief bestaat. Als het management tijdens zijn beoordeling weet heeft van materiële onzekerheden die verband houden met gebeurtenissen of omstandigheden die aanzienlijke twijfel doen rijzen over het vermogen van de entiteit om haar continuïteit te waarborgen, moet de entiteit die onzekerheden vermelden. Als een entiteit haar jaarrekening niet opstelt in de veronderstelling dat de continuïteit van de entiteit gewaarborgd is, moet dit feit in de toelichting worden opgenomen, samen met de gehanteerde grondslag voor de opstelling van de jaarrekening en de reden waarom de continuïteit van de entiteit niet gewaarborgd zou zijn. |
|
6L |
Bij het beoordelen of de veronderstelling dat de continuïteit van de entiteit gewaarborgd is al dan niet geëigend is, moet het management rekening houden met alle informatie die voor de toekomst beschikbaar is, namelijk voor een periode van ten minste twaalf maanden vanaf het einde van de verslagperiode. De mate waarin aan deze informatie aandacht moet worden besteed, is afhankelijk van de feiten in elk afzonderlijk geval. Als een entiteit in het verleden steeds winstgevend is geweest en steeds over voldoende financiële middelen heeft beschikt, kan zonder verregaande analyse worden geconcludeerd dat de continuïteit van de entiteit gewaarborgd is. In andere gevallen moet het management een brede waaier van factoren in overweging nemen die betrekking hebben op de huidige en de verwachte winstgevendheid, de terugbetalingsregelingen voor schulden en mogelijke bronnen voor alternatieve financiering vóór het tot een bevredigende conclusie kan komen over de gewaarborgde continuïteit van de entiteit. |
Het toerekeningsbeginsel
|
6M |
Een entiteit moet haar jaarrekening, uitgezonderd het kasstroomoverzicht, opstellen volgens het toerekeningsbeginsel. |
|
6N |
Bij toepassing van het toerekeningsbeginsel neemt een entiteit posten op als activa, verplichtingen, eigen vermogen, baten en lasten (de elementen van de jaarrekening) wanneer zij voldoen aan de in het Conceptual Framework beschreven definities en opnamecriteria voor die elementen. |
GRONDSLAGEN VOOR DE FINANCIËLE VERSLAGGEVING
Keuze en toepassing van grondslagen voor financiële verslaggeving
...
|
11 |
Bij de oordeelsvorming zoals die in alinea 10 is beschreven, moet het management gebruikmaken, en de toepasbaarheid beoordelen, van de volgende bronnen (in afnemende volgorde van betekenis):
...
... |
Informatieverschaffing
Informatieverschaffing over de keuze en toepassing van grondslagen voor financiële verslaggeving
|
27A |
Een entiteit moet informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving vermelden (zie alinea 5). Informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving is van materieel belang indien, mede rekening houdende met andere informatie in de jaarrekening van een entiteit, redelijkerwijze mag worden verwacht dat deze van invloed zal zijn op beslissingen die de primaire gebruikers van de jaarrekening voor algemeen gebruik nemen op basis van die jaarrekening. |
|
27B |
Informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving die op niet van materieel belang zijnde transacties, andere gebeurtenissen of omstandigheden betrekking heeft, is niet van materieel belang en moet niet worden vermeld. Informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving kan niettemin van materieel belang zijn gelet op de aard van de daarmee verband houdende transacties, andere gebeurtenissen of omstandigheden, zelfs al zijn de bedragen niet van materieel belang. Niet alle informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving met betrekking tot van materieel belang zijnde transacties, andere gebeurtenissen of omstandigheden is evenwel op zich van materieel belang. |
|
27C |
Informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving is naar verwachting van materieel belang indien gebruikers van de jaarrekening van een entiteit deze nodig hebben om in andere materiële informatie in de jaarrekening inzicht te verwerven. Een entiteit zal bijvoorbeeld informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving waarschijnlijk van materieel belang achten voor haar jaarrekening indien die informatie betrekking heeft op van materieel belang zijnde transacties, andere gebeurtenissen of omstandigheden en:
|
|
27D |
Informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving die is toegespitst op de vraag hoe een entiteit de vereisten in de IFRSs op haar eigen omstandigheden heeft toegepast, verstrekt entiteitsspecifieke informatie die voor gebruikers van jaarrekeningen nuttiger is dan gestandaardiseerde informatie of informatie die de vereisten van de IFRSs alleen maar herhaalt of samenvat. |
|
27E |
Indien een entiteit informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving vermeldt, mag die informatie geen informatie van materieel belang over de grondslagen voor financiële verslaggeving versluieren. |
|
27F |
De conclusie van een entiteit dat informatie over de grondslagen voor financiële verslaggeving niet van materieel belang is, heeft geen invloed op de daarmee samenhangende vereisten inzake informatieverschaffing die in andere IFRSs zijn opgenomen. |
|
27G |
Een entiteit moet, samen met haar van materieel belang zijnde grondslagen voor financiële verslaggeving of elders in de toelichting, naast de oordelen inzake schattingen (zie alinea 31A) ook de oordelen vermelden die het management zich heeft gevormd bij de toepassing van de door de entiteit gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en die het meest significante effect hebben op de in de jaarrekening opgenomen bedragen. |
|
27H |
Bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de entiteit vormt het management zich, behalve oordelen inzake schattingen, verschillende oordelen die de meest verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de bedragen die het in de jaarrekening opneemt. Zo vormt het management zich een oordeel bij het bepalen:
|
|
27I |
Sommige overeenkomstig alinea 27G verstrekte informatie wordt door andere IFRSs voorgeschreven. IFRS 12 Informatieverschaffing over belangen in andere entiteiten vereist bijvoorbeeld dat een entiteit vermeldt van welke oordelen zij is uitgegaan bij de bepaling of zij zeggenschap over een andere entiteit heeft. IAS 40 Vastgoedbeleggingen vereist informatieverschaffing over de criteria die door de entiteit zijn opgesteld om vastgoedbeleggingen te onderscheiden van vastgoed voor eigen gebruik en vastgoed aangehouden voor verkoop in het kader van de normale bedrijfsvoering, in situaties waarin de classificatie van het vastgoed moeilijk uitvoerbaar is. |
Informatieverschaffing over wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving
|
28 |
Wanneer de eerste toepassing van een IFRS een effect heeft op de verslagperiode of een voorgaande periode, of een dergelijk effect zou hebben, behalve dat het praktisch niet haalbaar is om het bedrag van de aanpassing te bepalen, of een effect zou kunnen hebben op toekomstige perioden, moet een entiteit het volgende vermelden:
... |
Informatieverschaffing over bronnen van schattingsonzekerheden
|
31A |
Een entiteit moet informatie verschaffen over de veronderstellingen betreffende de toekomst en andere belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden aan het eind van de verslagperiode die een wezenlijk risico in zich dragen van een materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen in het volgende boekjaar. Met betrekking tot die activa en verplichtingen moet de toelichting de volgende gegevens bevatten:
|
|
31B |
De bepaling van de boekwaarde van sommige activa en verplichtingen vereist dat een schatting wordt gemaakt van de gevolgen van onzekere, toekomstige gebeurtenissen voor die activa en verplichtingen aan het eind van de verslagperiode. Indien er bijvoorbeeld geen recente marktprijzen voorhanden zijn, dan zijn toekomstgerichte schattingen noodzakelijk voor de waardering van de realiseerbare waarde van categorieën van materiële vaste activa, de impact van technologische veroudering op voorraden, voorzieningen in verband met lopende rechtszaken, en verplichtingen uit hoofde van langetermijnpersoneelsbeloningen, zoals pensioenverplichtingen. Voor deze schattingen wordt uitgegaan van veronderstellingen met betrekking tot zaken als de risicoaanpassing van kasstromen of disconteringsvoeten, toekomstige loonwijzigingen en toekomstige prijswijzigingen die van invloed zijn op andere kosten. |
|
31C |
De veronderstellingen en andere bronnen van schattingsonzekerheden die overeenkomstig alinea 31A worden vermeld, hebben betrekking op de schattingen waarbij de oordeelsvorming door het management het moeilijkst of het meest subjectief of complex is. Naarmate het aantal variabelen en veronderstellingen die van invloed zijn op de mogelijke uitkomst van de onzekerheden toeneemt, worden deze oordelen subjectiever en ingewikkelder en neemt normaliter de kans op een materiële aanpassing van de boekwaarde van activa en verplichtingen dienovereenkomstig toe. |
|
31D |
De informatie die op grond van alinea 31A moet worden verstrekt, is niet vereist voor activa en verplichtingen die een significant risico in zich dragen dat hun boekwaarde in het volgende boekjaar materieel verandert indien ze aan het eind van de verslagperiode tegen reële waarde worden gewaardeerd op basis van een op een actieve markt genoteerde prijs voor een identiek actief of een identieke verplichting. Dergelijke reële waarden zouden in het volgende boekjaar materieel kunnen veranderen, maar deze veranderingen zouden niet voortvloeien uit veronderstellingen of andere bronnen van schattingsonzekerheden aan het eind van de verslagperiode. |
|
31E |
Een entiteit moet de op grond van alinea 31A te verschaffen informatie op zodanige wijze verstrekken dat ze gebruikers van de jaarrekening helpt om inzicht te krijgen in de oordelen van het management met betrekking tot de toekomst of met betrekking tot andere bronnen van schattingsonzekerheden. De aard en omvang van de verstrekte informatie zijn afhankelijk van de aard van de veronderstelling en van andere omstandigheden. Voorbeelden van het type informatie dat een entiteit moet verstrekken, zijn:
|
|
31F |
Deze standaard verplicht een entiteit niet om bij de informatieverschaffing op grond van alinea 31A informatie te verstrekken over het budget of over prognoses. |
|
31G |
Soms is het praktisch niet haalbaar om de omvang van de mogelijke gevolgen van een veronderstelling of van een andere bron van schattingsonzekerheid aan het eind van de verslagperiode te vermelden. In dat geval moet een entiteit vermelden dat het op basis van bestaande kennis redelijkerwijs mogelijk is dat als gevolg van verschillen tussen veronderstellingen en de feitelijke uitkomsten in het volgende boekjaar een materiële aanpassing vereist zou kunnen zijn van de boekwaarde van het desbetreffende actief of de desbetreffende verplichting. In ieder geval moet de entiteit de aard en de boekwaarde van het specifieke actief of de specifieke verplichting (of van de categorie van activa of verplichtingen) waarop de veronderstelling betrekking heeft, vermelden. |
|
31H |
De volgens alinea 27G te vermelden informatie over bepaalde oordelen die het management zich heeft gevormd bij de toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving van de entiteit heeft geen betrekking op de informatie over bronnen van schattingsonzekerheden die op grond van alinea 31A moet worden verstrekt. |
|
31I |
Andere IFRSs vereisen dat over sommige van de veronderstellingen informatie wordt verschaft die in andere gevallen in overeenstemming met alinea 31A zou moeten worden verschaft. IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa vereist bijvoorbeeld dat in welbepaalde omstandigheden informatie wordt verschaft over belangrijke veronderstellingen die betrekking hebben op toekomstige gebeurtenissen die van invloed zijn op categorieën van voorzieningen. IFRS 13 Waardering tegen reële waarde vereist dat informatie wordt verschaft over significante veronderstellingen (met inbegrip van de waarderingstechniek(en) en inputs) waarvan de entiteit uitgaat bij het bepalen van de reële waarde van activa en verplichtingen die tegen reële waarde worden geboekt. |
SCHATTINGEN
|
32 |
Grondslagen voor financiële verslaggeving kunnen vereisen dat posten in jaarrekeningen worden gewaardeerd op een wijze die waarderingsonzekerheid inhoudt, d.w.z. de grondslagen voor financiële verslaggeving kunnen vereisen dat dergelijke posten worden gewaardeerd op geldbedragen die niet direct kunnen worden waargenomen en in plaats daarvan moeten worden geschat. In dat geval maakt een entiteit een schatting om de doelstelling uit de grondslagen voor financiële verslaggeving te bereiken. Schattingen impliceren het gebruik van oordelen of veronderstellingen die gebaseerd zijn op de recentste, betrouwbare informatie die beschikbaar is. Voorbeelden van schattingen omvatten:
...
...
... |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
54J |
Bij IFRS 18, uitgegeven in april 2024, zijn de alinea’s 1, 3, 5, 11 en 32 gewijzigd, zijn de alinea’s 3A, 6A tot en met 6N, 27A tot en met 27I en 31A tot en met 31I en de bijbehorende kopjes en subkopjes toegevoegd, is een subkopje boven alinea 28 toegevoegd en is alinea 2 verwijderd. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
De voetnoot bij de definitie van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen in alinea 5 wordt verwijderd.
Aan het eind van alinea 54H wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en de definitie van “materieel belang” in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode
De alinea’s 13 en 16 worden gewijzigd en alinea 23D wordt toegevoegd.
OPNAME EN WAARDERING
...
Dividenden
...
|
13 |
Als dividenduitkeringen worden aangekondigd na de verslagperiode maar vóór de datum waarop de jaarrekening wordt goedgekeurd voor publicatie, worden de dividenden niet opgenomen als een verplichting aan het eind van de verslagperiode omdat er op dat moment geen verplichting bestaat. Deze dividenden worden in de toelichting vermeld in overeenstemming met IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening. |
HET CONTINUÏTEITSBEGINSEL
...
|
16 |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening vereist de verschaffing van bepaalde informatie indien:
... |
INGANGSDATUM
...
|
23D |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 13 en 16. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea 23C wordt een voetnoot toegevoegd aan “definitie van materieel belang in alinea 7 van IAS 1”.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en de definitie van “materieel belang” in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
IAS 12 Winstbelastingen
De alinea’s 62A, 77 (en het bijbehorende subkopje) en 78 (en het bijbehorende subkopje) en alinea 81 worden gewijzigd. Alinea 98N wordt toegevoegd.
OPNAME VAN OVER DE VERSLAGPERIODE VERSCHULDIGDE EN VERREKENBARE BELASTINGEN EN UITGESTELDE BELASTINGEN
...
Posten die buiten de winst of het verlies worden verwerkt
...
|
62A |
De internationale standaarden voor financiële verslaglegging vereisen of staan toe dat bepaalde posten direct in het eigen vermogen worden verwerkt. Voorbeelden van dergelijke posten zijn:
... |
PRESENTATIE
...
Belastinglasten
Belastinglasten (-baten) met betrekking tot in winst of verlies opgenomen posten
|
77 |
De belastinglasten (-baten) met betrekking tot in winst of verlies uit voortgezette bedrijfsactiviteiten opgenomen posten moeten worden gepresenteerd in de categorie “winstbelastingen” van het overzicht van winst of verlies.
... |
Uit winstbelastingen voortvloeiende wisselkoersverschillen op in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen
|
78 |
Indien uit winstbelastingen voortvloeiende wisselkoersverschillen op in vreemde valuta luidende activa en verplichtingen overeenkomstig IAS 21 in winst of verlies worden opgenomen, moeten dergelijke verschillen worden geclassificeerd overeenkomstig de vereisten in alinea 67 van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening. |
INFORMATIEVERSCHAFFING
...
|
81 |
De volgende informatie moet eveneens afzonderlijk worden gepresenteerd:
...
...
... |
INGANGSDATUM
...
|
98N |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 62A, 77 (en het bijbehorende subkopje) en 78 (en het bijbehorende subkopje) en alinea 81. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 92 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
Aan het eind van alinea 98B wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
In alinea 98H wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IAS 16 Materiële vaste activa
Alinea 51 wordt gewijzigd. Alinea 81O wordt toegevoegd.
WAARDERING NA OPNAME
...
Afschrijving
...
Het af te schrijven bedrag en de afschrijvingsperiode
...
|
51 |
De restwaarde en de gebruiksduur van een actief moeten ten minste aan het eind van elk boekjaar worden herzien, en indien de verwachtingen verschillen van de vorige schattingen, moet(en) de wijziging(en) administratief worden verwerkt als een schattingswijziging in overeenstemming met IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening.
... |
INGANGSDATUM
...
|
81O |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 51. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 81B wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
In alinea 81G wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IAS 19 Personeelsbeloningen
De alinea’s 25, 134, 158 en 171 worden gewijzigd. Alinea 180 wordt toegevoegd.
KORTETERMIJNPERSONEELSBELONINGEN
...
Informatieverschaffing
|
25 |
Hoewel deze standaard niet vereist dat specifieke informatie in verband met kortetermijnpersoneelsbeloningen wordt verschaft, is dergelijke informatie mogelijk wel vereist door andere IFRSs. Zo vereist IAS 24 informatieverschaffing over personeelsbeloningen voor managers op sleutelposities. IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening vereist dat informatie wordt verstrekt over lasten uit hoofde van personeelsbeloningen.
... |
VERGOEDINGEN NA UITDIENSTTREDING: TOEGEZEGDPENSIOENREGELINGEN
Presentatie
...
...
Componenten van kosten uit hoofde van toegezegde pensioenrechten
|
134 |
In alinea 120 is bepaald dat een entiteit pensioenkosten en de nettorente op de nettoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (actief) in winst of verlies moet opnemen. In deze standaard wordt niet gespecificeerd hoe een entiteit pensioenkosten en de nettorente op de nettoverplichting uit hoofde van toegezegde pensioenrechten (actief) moet presenteren. Een entiteit presenteert deze componenten in overeenstemming met IFRS 18.
... |
ANDERE LANGETERMIJNPERSONEELSBELONINGEN
...
Informatieverschaffing
|
158 |
Hoewel deze standaard niet vereist dat specifieke informatie in verband met andere langetermijnpersoneelsbeloningen wordt verschaft, is dergelijke informatie mogelijk wel vereist door andere IFRSs. Zo vereist IAS 24 informatieverschaffing over personeelsbeloningen voor managers op sleutelposities. IFRS 18 vereist dat informatie wordt verstrekt over lasten uit hoofde van personeelsbeloningen. |
ONTSLAGVERGOEDINGEN
...
Informatieverschaffing
|
171 |
Hoewel deze standaard niet vereist dat specifieke informatie in verband met ontslagvergoedingen wordt verschaft, is dergelijke informatie mogelijk wel vereist door andere IFRSs. Zo vereist IAS 24 informatieverschaffing over personeelsbeloningen voor managers op sleutelposities. IFRS 18 vereist dat informatie wordt verstrekt over lasten uit hoofde van personeelsbeloningen. |
OVERGANG EN INGANGSDATUM
...
|
180 |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 25, 134, 158 en 171. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea 173 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
In alinea 175 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd. |
IAS 20 Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun
De alinea’s 16, 29 en 32 worden gewijzigd en alinea 49 wordt toegevoegd.
OVERHEIDSSUBSIDIES
...
|
16 |
Het is fundamenteel voor de batenbenadering dat overheidssubsidies systematisch in winst of verlies worden opgenomen over de perioden waarin de entiteit de gerelateerde kosten die de subsidies beogen te compenseren als lasten opneemt. De opname van overheidssubsidies in winst of verlies naarmate ze worden ontvangen is niet in overeenstemming met het toerekeningsbeginsel (zie IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening) en zou enkel aanvaardbaar zijn als er geen basis bestond voor de toerekening van een subsidie aan andere perioden dan de periode waarin ze werd ontvangen.
... |
Presentatie van exploitatiesubsidies
|
29 |
Exploitatiesubsidies worden in het overzicht van winst of verlies geclassificeerd en gepresenteerd overeenkomstig de vereisten van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening. Zij worden opgenomen in winst of verlies, hetzij als baten, hetzij door ze in mindering te brengen bij de rapportering van de daarmee verband houdende lasten.
... |
Terugbetaling van overheidssubsidies
|
32 |
Een overheidssubsidie die terugbetaalbaar wordt, moet worden verwerkt als een schattingswijziging (zie IAS 8). De terugbetaling van een exploitatiesubsidie moet eerst worden verrekend met elke nog niet-afgeschreven uitgestelde baat die met betrekking tot de subsidie is opgenomen. In zoverre de terugbetaling groter is dan een dergelijke uitgestelde baat, of indien er geen uitgestelde baat bestaat, moet de terugbetaling onmiddellijk in winst of verlies worden opgenomen. De terugbetaling van een investeringssubsidie moet worden opgenomen door de boekwaarde van het actief te verhogen of door het terug te betalen bedrag in mindering te brengen op het saldo van de uitgestelde baten. De cumulatieve aanvullende afschrijving die tot dan toe in winst of verlies zou zijn opgenomen indien er geen subsidie zou zijn, moet onmiddellijk in winst of verlies worden opgenomen.
... |
INGANGSDATUM
...
|
49 |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 16, 29 en 32. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 42 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
Aan het eind van alinea 46 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen
Alinea 48 wordt gewijzigd en alinea 60 N wordt toegevoegd.
GEBRUIK VAN EEN PRESENTATIEVALUTA DIE VERSCHILT VAN DE FUNCTIONELE VALUTA
...
Afstoting of gedeeltelijke afstoting van een buitenlandse activiteit
|
48 |
Bij het afstoten van een buitenlandse activiteit moet het cumulatieve bedrag van de wisselkoersverschillen dat verband houdt met die buitenlandse activiteit, opgenomen in overige onderdelen van het totaalresultaat en verwerkt in de afzonderlijke component van het eigen vermogen, worden overgeboekt van het eigen vermogen naar de winst of het verlies (als een herclassificatieaanpassing) wanneer de winst of het verlies op de afstoting wordt opgenomen (zie IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening).
... |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
60N |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 48. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea 60 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
Aan het eind van alinea 60A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
Aan het eind van alinea 60H wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen
Alinea 20 wordt gewijzigd en alinea 28D wordt toegevoegd.
INFORMATIEVERSCHAFFING
Alle entiteiten
...
|
20 |
De classificatie van te betalen bedragen aan en te ontvangen bedragen van verbonden partijen in de verschillende categorieën zoals alinea 19 vereist, is een aanvulling op de vereiste informatieverschaffing in IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening die bepaalt dat informatie ofwel in het overzicht van de financiële positie moet worden opgenomen, ofwel in de toelichting moet worden vermeld. De categorieën zijn uitgebreid om een uitvoerigere analyse van saldi tussen verbonden partijen te geven en zijn van toepassing op transacties tussen verbonden partijen.
... |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
28D |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 20. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
IAS 26 Administratieve verwerking en verslaggeving door pensioenregelingen
Aan het eind van alinea 38 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en de vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening om informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving te verstrekken, overgenomen in IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IAS 27 Enkelvoudige jaarrekening
In alinea 18G wordt een voetnoot toegevoegd aan “(zoals omschreven in IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten)”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
In alinea 18J wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd. |
IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures
Alinea 10 wordt gewijzigd en alinea 45L wordt toegevoegd.
VERMOGENSMUTATIEMETHODE
|
10 |
Volgens de vermogensmutatiemethode wordt de investering in een geassocieerde deelneming of joint venture aanvankelijk opgenomen tegen kostprijs, en wordt de boekwaarde verhoogd of verlaagd om het aandeel van de investeerder in de winst of het verlies van de deelneming na de datum van de overname op te nemen. Het aandeel van de investeerder in de winst of het verlies van de deelneming wordt in de winst of het verlies van de investeerder opgenomen. Uitkeringen die van een deelneming worden ontvangen, verlagen de boekwaarde van de investering. Aanpassingen van de boekwaarde kunnen eveneens nodig zijn om wijzigingen in het proportionele belang van de investeerder in de deelneming te weerspiegelen welke voortvloeien uit wijzigingen in de overige onderdelen van het totaalresultaat van de deelneming. Dergelijke wijzigingen omvatten wijzigingen die voortvloeien uit de herwaardering van materiële vaste activa en uit koersomrekeningsverschillen. Het aandeel van de investeerder in deze wijzigingen wordt in de overige onderdelen van het totaalresultaat van de investeerder opgenomen (zie IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening).
... |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
45L |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 10. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea 45B wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IAS 29 Financiële verslaggeving in economieën met hyperinflatie
De alinea’s 8 en 25 worden gewijzigd en alinea 42 wordt toegevoegd.
DE AANPASSING VAN DE JAARREKENING
...
|
8 |
De jaarrekening van een entiteit waarvan de functionele valuta de valuta is van een economie met hyperinflatie, of ze nu is gebaseerd op de historische-kostprijsbenadering of de actuele-waardebenadering, moet worden gepresenteerd in termen van de maateenheid die aan het einde van de verslagperiode wordt gebruikt. De overeenkomstige cijfers voor de voorgaande periode vereist door IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening en alle informatie met betrekking tot vroegere perioden moeten ook worden gepresenteerd in termen van de maateenheid die aan het einde van de verslagperiode wordt gebruikt. Voor de presentatie van vergelijkende bedragen in een andere presentatievaluta zijn de alinea’s 42(b) en 43 van IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen van toepassing.
... |
Jaarrekeningen gebaseerd op de historische-kostprijsbenadering
Overzicht van de financiële positie
...
|
25 |
Aan het eind van de eerste periode en in daaropvolgende perioden worden alle eigenvermogensbestanddelen aangepast door een algemene prijsindex toe te passen vanaf het begin van de periode of vanaf de datum waarop ze werden bijgedragen, indien deze datum later valt. De bewegingen van het eigen vermogen over de periode worden vermeld in overeenstemming met IFRS 18.
... |
INGANGSDATUM
...
|
42 |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 8 en 25. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie
De alinea’s 34, 39 tot en met 41 en TL29 worden gewijzigd en alinea 97U wordt toegevoegd.
PRESENTATIE
...
Ingekochte eigen aandelen (zie tevens alinea TL36)
...
|
34 |
Het bedrag van de gehouden ingekochte eigen aandelen wordt ofwel afzonderlijk gepresenteerd in het overzicht van de financiële positie of het mutatieoverzicht van het eigen vermogen, ofwel vermeld in de toelichting, overeenkomstig IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening. Een entiteit verschaft informatie overeenkomstig IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen indien zij haar eigenvermogensinstrumenten inkoopt bij verbonden partijen. |
Rente, dividenden, verliezen en winsten (zie tevens alinea TL37)
...
|
39 |
Het bedrag van de transactiekosten die in de periode ten laste van het eigen vermogen worden verwerkt, wordt in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen gepresenteerd of in de toelichting vermeld in overeenstemming met IFRS 18. |
|
40 |
Dividenden die als last zijn geclassificeerd mogen in het (de) overzicht(en) van het totaalresultaat worden gepresenteerd of in de toelichting worden vermeld als rente op overige verplichtingen of als een afzonderlijke post. Naast de voorschriften van deze standaard moeten de presentatie en vermelding van rente en dividenden geschieden overeenkomstig de vereisten in IFRS 18 en IFRS 7. In bepaalde omstandigheden kan een entiteit vanwege de verschillen tussen rente en dividenden met betrekking tot aspecten zoals fiscale aftrekbaarheid bepalen dat zij de rentelasten en de dividendlasten afzonderlijk van elkaar in het (de) overzicht(en) van het totaalresultaat zal presenteren. De vermelding van de belastingeffecten verloopt in overeenstemming met IAS 12. |
|
41 |
Winsten en verliezen naar aanleiding van wijzigingen in de boekwaarde van een financiële verplichting worden als baten of lasten in winst of verlies opgenomen, zelfs wanneer zij betrekking hebben op een instrument dat een recht omvat op het overblijvende belang in de activa van de entiteit in ruil voor geldmiddelen of een ander financieel actief (zie alinea 18(b)). Op basis van IFRS 18 presenteert de entiteit elke winst die en elk verlies dat uit de herwaardering van een dergelijk instrument voortvloeit afzonderlijk in het overzicht van het totaalresultaat indien een dergelijke presentatie noodzakelijk is om een nuttige gestructureerde samenvatting van de baten en lasten van de entiteit te verstrekken.
... |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
97U |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 34, 39 tot en met 41 en TL29. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast.
... |
Bijlage
Toepassingsleidraad
IAS 32 Financiële instrumenten: Presentatie
...
PRESENTATIE
Verplichtingen en eigen vermogen (alinea’s 15 tot en met 27)
...
Verwerkingswijze in de geconsolideerde jaarrekening
|
TL29 |
Een entiteit presenteert belangen zonder zeggenschap — d.w.z. de belangen van derden in het eigen vermogen en het nettoresultaat van haar dochterondernemingen — in de geconsolideerde jaarrekening in overeenstemming met IFRS 18 en IFRS 10. Bij de classificatie van een financieel instrument (of een component daarvan) in de geconsolideerde jaarrekening beoordeelt een entiteit alle tussen de groepsondernemingen en de houders van het instrument overeengekomen voorwaarden om te bepalen of de groep als geheel met betrekking tot het instrument een verplichting heeft tot levering van geldmiddelen of een ander financieel actief, of tot een afwikkeling van het instrument die resulteert in classificatie als een verplichting. Indien een tot een groep behorende dochteronderneming een financieel instrument uitgeeft, en een moedermaatschappij of een andere groepsentiteit direct met de houders van het instrument aanvullende bepalingen overeenkomt (bv. een garantie), kan de groep mogelijk niet beslissen over uitkeringen of aflossing. Hoewel het passend kan zijn dat de dochteronderneming het instrument in de eigen jaarrekening classificeert zonder rekening te houden met deze aanvullende bepalingen, worden de gevolgen van andere afspraken tussen groepsondernemingen en de houders van het instrument beoordeeld om te bewerkstelligen dat de geconsolideerde jaarrekening de door de groep als geheel aangegane contracten en transacties weergeeft. Voor zover er van een dergelijke verplichting of afwikkelingsbepaling sprake is, wordt het instrument (of de component daarvan waarvoor de verplichting geldt) geclassificeerd als een financiële verplichting in de geconsolideerde jaarrekening. |
Aan het eind van alinea 96A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing. |
Aan het eind van alinea 96C wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 7. |
Aan het eind van de alinea’s 97A en 97K wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
In alinea 97N wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
In alinea 98 wordt de voetnoot aan het eind van de zin gewijzigd.
|
* |
In augustus 2005 heeft de IASB de gehele informatieverschaffing met betrekking tot financiële instrumenten verplaatst naar IFRS 7. |
IAS 33 Winst per aandeel
De alinea’s 4A, 13, 67A en 68A worden gewijzigd, de alinea’s 73 en 73A worden verwijderd en de alinea’s 73B, 73C en 74F worden toegevoegd.
TOEPASSINGSGEBIED
...
|
4A |
Indien een entiteit posten van winst of verlies presenteert in een overzicht van winst of verlies dat losstaat van een overzicht van het totaalresultaat zoals beschreven in alinea 12(b) van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, presenteert zij de winst per aandeel alleen in het overzicht van winst of verlies.
... |
WAARDERING
Gewone winst per aandeel
...
Winst
...
|
13 |
Alle baten en lasten die in een periode worden opgenomen en die toerekenbaar zijn aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij, met inbegrip van belastinglasten en dividenden op preferente aandelen die als verplichting zijn geclassificeerd, worden opgenomen in de bepaling van de winst over de periode die, of het verlies over de periode dat, aan de houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij kan worden toegerekend (zie IFRS 18).
... |
PRESENTATIE
...
|
67A |
Indien een entiteit posten van winst of verlies presenteert in een overzicht van winst of verlies dat losstaat van een overzicht van het totaalresultaat zoals beschreven in alinea 12(b) van IFRS 18, presenteert zij de gewone en verwaterde winst per aandeel, zoals vereist in de alinea’s 66 en 67, in het overzicht van winst of verlies. |
|
68 |
Een entiteit die een beëindigde bedrijfsactiviteit rapporteert, moet ofwel de gewone en verwaterde winst per aandeel voor de beëindigde bedrijfsactiviteit in het overzicht van het totaalresultaat presenteren, ofwel die informatie in de toelichting vermelden. |
|
68A |
Indien een entiteit posten van winst of verlies presenteert in een overzicht van winst of verlies dat losstaat van een overzicht van het totaalresultaat zoals beschreven in alinea 12(b) van IFRS 18, presenteert zij de gewone en verwaterde winst per aandeel voor de beëindigde bedrijfsactiviteit, zoals vereist in alinea 68, in het overzicht van winst of verlies of vermeldt zij die informatie in de toelichting.
... |
INFORMATIEVERSCHAFFING
...
|
73 |
[Verwijderd] |
|
73A |
[Verwijderd] |
|
73B |
Naast de door deze standaard vereiste presentatie van de gewone en verwaterde winst per aandeel mag een entiteit in de toelichting een aanvullende bedragen per aandeel vermelden op basis van een andere prestatiemaatstaf als teller dan die welke op grond van de alinea’s 12 tot en met 18 en 33 tot en met 35 vereist is. Als (een) dergelijke teller(s) moet(en) echter het (de) aan houders van gewone aandelen van de moedermaatschappij toerekenbare bedrag(en) worden gebruikt dat (die) overeenkomt (overeenkomen) met:
|
|
73C |
Indien een entiteit overeenkomstig alinea 73B een aanvullend bedrag per aandeel vermeldt, moet zij:
|
INGANGSDATUM
...
|
74F |
Bij IFRS 18, uitgegeven in april 2024, zijn de alinea’s 4A, 13 en 67A tot en met 68A gewijzigd, de alinea’s 73B en 73C toegevoegd en de alinea’s 73 en 73A verwijderd. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 74A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
Aan het eind van alinea 74D wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
IAS 34 Tussentijdse financiële verslagen
De alinea’s 1 tot en met 5, 7 tot en met 10, 11A tot en met 12, 19 (en het bijbehorende kopje), 20 en 24 worden gewijzigd en de alinea’s 16A(m) en 61 worden toegevoegd.
TOEPASSINGSGEBIED
|
1 |
Deze standaard schrijft niet voor welke entiteiten tussentijdse financiële verslagen moeten publiceren, noch hoe vaak of hoe snel na het einde van een tussentijdse periode dit moet gebeuren. Overheden, regelgevende instanties voor effecten, beurzen en accountancy-instanties schrijven echter vaak voor dat entiteiten waarvan de obligaties of aandelen (en vergelijkbare effecten) openbaar worden verhandeld tussentijdse financiële verslagen moeten publiceren. Deze standaard is van toepassing indien een entiteit verplicht is of verkiest een tussentijds financieel verslag te publiceren in overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. Het International Accounting Standards Committee moedigt beursgenoteerde entiteiten aan om tussentijdse financiële verslagen te verschaffen die in overeenstemming zijn met de grondslagen voor opname, waardering en informatieverschaffing die in deze standaard zijn uiteengezet. Specifiek worden beursgenoteerde entiteiten aangemoedigd:
|
|
2 |
Voor elk individueel jaarlijks of tussentijds financieel verslag wordt beoordeeld of het in overeenstemming is met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. Het feit dat een entiteit in een bepaald boekjaar geen tussentijdse financiële verslagen heeft verschaft of tussentijdse financiële verslagen heeft verschaft die niet in overeenstemming zijn met deze standaard, betekent niet dat de jaarrekening van de entiteit niet in overeenstemming zou zijn met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen, als dit normaal wel het geval is. |
|
3 |
Indien een tussentijds financieel verslag van een entiteit wordt beschreven als zijnde in overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen, moet het voldoen aan alle vereisten van deze standaard. Alinea 19 vereist in dat opzicht dat bepaalde informatie wordt opgenomen. |
DEFINITIES
|
4 |
De volgende begrippen worden in deze standaard gebruikt met de hierna omschreven betekenis:
… Een tussentijds financieel verslag is een financieel verslag dat ofwel een volledige jaarrekening (zoals beschreven in IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening), ofwel een beknopte jaarrekening (zoals beschreven in deze standaard) bevat voor een tussentijdse periode. |
INHOUD VAN EEN TUSSENTIJDS FINANCIEEL VERSLAG
|
5 |
IFRS 18 bepaalt dat een volledige jaarrekening is samengesteld uit de volgende componenten:
Een entiteit mag voor de overzichten andere namen gebruiken dan die welke in deze standaard worden gebruikt. Zo mag een entiteit bijvoorbeeld de naam “balans” gebruiken in plaats van “overzicht van de financiële positie”. ... |
|
7 |
Niets in deze standaard is bedoeld om een entiteit te verbieden of te ontmoedigen om in haar tussentijdse financieel verslag een volledige reeks financiële overzichten (zoals beschreven in IFRS 18) te publiceren, in plaats van verkorte financiële overzichten en geselecteerde toelichtingen. Deze standaard verbiedt of ontmoedigt een entiteit evenmin om in verkorte tussentijdse financiële overzichten meer dan de minimale posten of geselecteerde toelichtingen op te nemen zoals in deze standaard uiteengezet. De in deze standaard beschreven leidraden voor opname en waardering gelden eveneens voor volledige financiële overzichten voor een tussentijdse periode, en dergelijke overzichten moeten alle informatie bevatten die door deze standaard wordt vereist (in het bijzonder de geselecteerde toelichtingen in alinea 16A), naast de informatie die door andere IFRSs wordt vereist. |
Minimale componenten van een tussentijds financieel verslag
|
8 |
Een tussentijds financieel verslag moet ten minste de volgende onderdelen omvatten:
|
|
8A |
Indien een entiteit posten van winst of verlies presenteert in een overzicht van winst of verlies dat losstaat van een overzicht van het totaalresultaat zoals beschreven in alinea 12(b) van IFRS 18, presenteert zij tussentijdse verkorte informatie uit het overzicht van winst of verlies. |
Vorm en inhoud van tussentijdse financiële overzichten
|
9 |
Indien een entiteit in haar tussentijds financieel verslag een volledige reeks financiële overzichten publiceert, moeten de vorm en inhoud van deze overzichten overeenstemmen met de in IFRS 18 beschreven vereisten voor een volledige jaarrekening. |
|
10 |
Indien een entiteit in haar tussentijds financieel verslag een reeks verkorte financiële overzichten publiceert, moeten deze verkorte overzichten ten minste alle kopjes en subtotalen bevatten die in haar recentste jaarrekening zijn opgenomen en de geselecteerde toelichtingen zoals vereist op grond van deze standaard. Bij de opstelling van verkorte financiële overzichten moet een entiteit deze standaard toepassen, alsook de vereisten die zijn opgenomen in de alinea’s 41 tot en met 45 van IFRS 18 en in de alinea’s 6A tot en met 6N van IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. Additionele posten of toelichtingen moeten worden opgenomen indien het weglaten ervan de verkorte tussentijdse financiële overzichten misleidend zou maken.
... |
|
11A |
Indien een entiteit posten van winst of verlies presenteert in een overzicht van winst of verlies dat losstaat van een overzicht van het totaalresultaat zoals beschreven in alinea 12(b) van IFRS 18, presenteert zij de gewone en verwaterde winst per aandeel in het overzicht van winst of verlies. |
|
12 |
IFRS 18 verschaft een leidraad voor de structuur van jaarrekeningen. De voorbeelden bij IFRS 18 illustreren de wijze waarop het overzicht van de financiële positie, het (de) overzicht(en) van de financiële prestaties en het mutatieoverzicht van het eigen vermogen mogen worden gepresenteerd.
... |
Overige informatieverschaffing
|
16A |
Naast het vermelden van wezenlijke gebeurtenissen en transacties in overeenstemming met de alinea’s 15 tot en met 15C moet een entiteit de onderstaande informatie in de toelichtingen bij haar tussentijdse financiële overzichten of elders in het tussentijdse financieel verslag opnemen. De volgende informatie moet ofwel in de tussentijdse financiële overzichten worden verschaft, ofwel worden vermeld via verwijzingen vanuit de tussentijdse financiële overzichten naar een ander verslag (zoals een managementcommentaar of een risicoverslag) dat onder dezelfde voorwaarden en op hetzelfde tijdstip als de tussentijdse financiële overzichten voor de gebruikers van de jaarrekening beschikbaar is. Indien gebruikers van de jaarrekening niet onder dezelfde voorwaarden en op hetzelfde tijdstip toegang hebben tot de informatie die via verwijzingen is vermeld, is het tussentijds financieel verslag onvolledig. De informatie moet normaliter cumulatief voor het lopende boekjaar worden gerapporteerd.
…
... |
Vermelding van overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen
|
19 |
Indien het tussentijds financieel verslag van een entiteit in overeenstemming is met deze standaard, moet dit feit worden vermeld. Een tussentijds financieel verslag mag niet worden beschreven als zijnde in overeenstemming met IFRS-standaarden voor jaarrekeningen, tenzij het in overeenstemming is met alle vereisten van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen. |
Perioden waarvoor tussentijdse financiële overzichten moeten worden gepresenteerd
|
20 |
Tussentijdse verslagen moeten (verkorte of volledige) tussentijdse financiële overzichten omvatten voor de volgende perioden:
…
... |
Materialiteit
...
|
24 |
IFRS 18 definieert informatie van materieel belang en vereist dat materiële posten afzonderlijk worden vermeld, met inbegrip van (bijvoorbeeld) beëindigde bedrijfsactiviteiten. IAS 8 vereist informatieverschaffing over schattingswijzigingen, fouten en wijzigingen in de grondslagen voor financiële verslaggeving. Geen van beide standaarden bevat gekwantificeerde leidraden met betrekking tot materialiteit.
... |
INGANGSDATUM
...
|
61 |
Bij IFRS 18, uitgegeven in mei 2024, zijn de alinea’s 1 tot en met 5, 7 tot en met 10, 11A tot en met 12, 19 (en het bijbehorende kopje), 20 en 24 gewijzigd en is alinea 16A(m) toegevoegd. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. In het eerste jaar van toepassing van IFRS 18 moet een entiteit in de tussentijdse financiële overzichten de alinea’s C4 tot en met C6 van bijlage C bij IFRS 18 toepassen. |
Aan het eind van alinea 47 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
Aan het eind van de alinea’s 51 en 52 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB deze vereisten van IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
In alinea 52 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
In de alinea’s 53, 56 en 58 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd. |
Aan het eind van alinea 59 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de definitie van “materieel belang” in IAS 1 overgenomen in IFRS 18. |
Aan het eind van alinea 60 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de vereisten van IAS 1 om informatie van materieel belang over de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving te vermelden, overgenomen in IAS 8. |
IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa
Aan het eind van alinea 140A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa
Aan het eind van alinea 104 wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en de definitie van “materieel belang” in IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
IAS 38 Immateriële activa
Alinea 102 wordt gewijzigd en alinea 130N wordt toegevoegd.
IMMATERIËLE ACTIVA MET EEN BEPERKTE GEBRUIKSDUUR
...
Restwaarde
...
|
102 |
Een schatting van de restwaarde van een actief is gebaseerd op de realiseerbare waarde bij vervreemding, waarbij prijzen worden gebruikt die op de datum van de schatting golden voor de verkoop van een soortgelijk actief dat het einde van zijn gebruiksduur heeft bereikt en dat onder soortgelijke omstandigheden werd gebruikt als die waaronder het actief zal worden gebruikt. De restwaarde wordt ten minste aan het eind van elk boekjaar herzien. Een wijziging in de restwaarde van een actief wordt als een schattingswijziging verwerkt in overeenstemming met IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening.
... |
OVERGANGSBEPALINGEN EN INGANGSDATUM
...
|
130N |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 102. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 130B wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
IAS 40 Vastgoedbeleggingen
Alinea 31 wordt gewijzigd en alinea 85I wordt toegevoegd.
WAARDERING NA OPNAME
Grondslag voor financiële verslaggeving
...
|
31 |
In IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening wordt vermeld dat een vrijwillige wijziging in de grondslagen voor financiële verslaggeving alleen mag worden doorgevoerd indien de wijziging leidt tot een jaarrekening die betrouwbare en meer relevante informatie verstrekt over de gevolgen van transacties en andere gebeurtenissen en omstandigheden voor de financiële positie, financiële prestatie of kasstromen van de entiteit. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een overstap van het reëlewaardemodel naar het kostprijsmodel in een meer relevante presentatie zal resulteren.
... |
INGANGSDATUM
...
|
85I |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 31. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 85A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
IAS 41 Landbouw
De alinea’s 50 en 53 worden gewijzigd en alinea 66 wordt toegevoegd.
INFORMATIEVERSCHAFFING
Algemeen
...
|
50 |
Een entiteit moet een aansluiting verstrekken van wijzigingen in de boekwaarde van biologische activa tussen het begin en het einde van de verslagperiode. De aansluiting moet het volgende vermelden:
... |
|
53 |
Agrarische activiteiten zijn vaak blootgesteld aan het klimaat, aan ziekte en aan andere natuurlijke risico’s. Indien zich een gebeurtenis voordoet die aanleiding geeft tot een materiële baat of last, worden de aard en het bedrag van die post overeenkomstig IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening vermeld. Voorbeelden van een dergelijke gebeurtenis zijn het uitbreken van een kwaadaardige ziekte, een overstroming, ernstige droogte of vorst, en een insectenplaag.
... |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
66 |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 50 en 53. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
In alinea 59 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRIC 1 Wijzigingen in bestaande verplichtingen voor ontmanteling, herstel en soortgelijke verplichtingen
Onder het kopje “Referenties” worden de verwijzingen naar IAS 1 en IAS 8 gewijzigd. De alinea’s 6 en 8 worden gewijzigd en alinea 9C wordt toegevoegd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 16 Leaseovereenkomsten |
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 16 Materiële vaste activa (herziene versie van 2003) |
|
— |
IAS 23 Financieringskosten |
|
— |
IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa (herziene versie van 2004) |
|
— |
IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa ... |
CONSENSUS
...
|
6 |
Indien het desbetreffende actief wordt gewaardeerd volgens het herwaarderingsmodel:
…
... |
|
8 |
De periodieke oprenting van de verplichting moet als rentelast van andere verplichtingen dan die welke voortvloeien uit transacties waarbij alleen financiering wordt aangetrokken, in winst of verlies worden opgenomen in de periode waarop de oprenting betrekking heeft en moet — overeenkomstig alinea 61 van IFRS 18 — in de categorie “financiering” van het overzicht van winst of verlies worden geclassificeerd. Activering overeenkomstig IAS 23 is niet toegestaan. |
INGANGSDATUM
...
|
9C |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 6 en 8. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast.
… |
Aan het eind van alinea 9A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
De voetnoot aan het eind van alinea 10 wordt gewijzigd.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRIC 2 Aandelen van leden in coöperatieve entiteiten en soortgelijke instrumenten
In alinea 17 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRIC 5 Belangen in ontmantelings-, herstel- en milieusaneringsfondsen
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 9 Financiële instrumenten |
|
— |
IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening |
|
— |
IFRS 11 Gezamenlijke overeenkomsten |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 28 Investeringen in geassocieerde deelnemingen en joint ventures |
|
— |
IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa |
IFRIC 6 Verplichtingen die voortvloeien uit deelneming aan een specifieke markt — Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa |
IFRIC 12 Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
Raamwerk voor de opstelling en presentatie van jaarrekeningen |
|
— |
IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards |
|
— |
IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing |
|
— |
IFRS 9 Financiële instrumenten |
|
— |
IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten |
|
— |
IFRS 16 Leaseovereenkomsten |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 16 Materiële vaste activa |
|
— |
IAS 20 Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun |
|
— |
IAS 23 Financieringskosten |
|
— |
IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie |
|
— |
IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa |
|
— |
IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa |
|
— |
IAS 38 Immateriële activa |
|
— |
SIC-29 Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten: informatieverschaffing |
IFRIC 14 IAS 19 — De limiet voor een actief uit hoofde van toegezegde pensioenrechten, minimaal vereiste dekkingsgraden en de wisselwerking hiertussen
Onder het kopje “Referenties” worden de verwijzingen naar IAS 1 en IAS 8 gewijzigd. Alinea 10 wordt gewijzigd en alinea 27D wordt toegevoegd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 19 Personeelsbeloningen (herziene versie van 2011) |
|
— |
IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa ... |
CONSENSUS
Beschikbaarheid van een terugbetaling of verlaging van toekomstige bijdragen
...
|
10 |
In overeenstemming met IAS 8 moet de entiteit informatie verstrekken over de belangrijke bronnen van schattingsonzekerheden op de datum van het overzicht van de financiële positie die een aanmerkelijk risico in zich dragen van een materiële aanpassing van de boekwaarde van het in het overzicht van de financiële positie opgenomen nettoactief of de in het overzicht van de financiële positie opgenomen nettoverplichting. Dit kan onder meer bestaan uit informatie over beperkingen betreffende de actuele realiseerbaarheid van het surplus of informatie over de grondslag die werd gebruikt om het bedrag van het beschikbare economische voordeel te bepalen.
... |
INGANGSDATUM
...
|
27D |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 10. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
Aan het eind van alinea 27A wordt een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
IFRIC 16 Hedges van een netto-investering in een buitenlandse activiteit
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 9 Financiële instrumenten |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen |
IFRIC 17 Uitkeringen van activa in natura aan eigenaars
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 1 gewijzigd. Alinea 2 wordt gewijzigd en alinea 21 wordt toegevoegd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 3 Bedrijfscombinaties (herziene versie van 2008) |
|
— |
IFRS 5 Vaste activa aangehouden voor verkoop en beëindigde bedrijfsactiviteiten |
|
— |
IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing |
|
— |
IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening |
|
— |
IFRS 13 Waardering tegen reële waarde |
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode ... |
ACHTERGROND
...
|
2 |
De International Financial Reporting Standards (IFRSs) verschaffen geen leidraden voor de wijze waarop een entiteit uitkeringen aan haar eigenaars (gewoonlijk dividenden genoemd) moet waarderen. Op basis van IFRS 18 moet een entiteit informatie over dividenden die zijn opgenomen als uitkeringen aan eigenaars ofwel in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen presenteren, ofwel in de toelichting vermelden.
... |
INGANGSDATUM
...
|
21 |
IFRS 18, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 2. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
De voetnoot bij “eigenaars” in alinea 1 wordt verwijderd.
IFRIC 19 Aflossing van financiële verplichtingen met eigenvermogensinstrumenten
Onder het kopje “Referenties” worden de verwijzingen naar IAS 1 en IAS 8 gewijzigd. Alinea 11 wordt gewijzigd en alinea 18 wordt toegevoegd.
REFERENTIES
|
— |
Raamwerk voor de opstelling en presentatie van jaarrekeningen |
|
— |
IFRS 2 Op aandelen gebaseerde betalingen |
|
— |
IFRS 3 Bedrijfscombinaties |
|
— |
IFRS 9 Financiële instrumenten |
|
— |
IFRS 13 Waardering tegen reële waarde |
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 32 Financiële instrumenten: presentatie ... |
CONSENSUS
...
|
11 |
Een overeenkomstig de alinea’s 9 en 10 opgenomen winst of verlies moet door een entiteit als een aparte post in het overzicht van winst of verlies worden opgenomen of in de toelichting worden vermeld. |
INGANGSDATUM EN OVERGANG
...
|
18 |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 11. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
IFRIC 20 Afgravingskosten tijdens de productiefase van een dagbouwmijn
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 1 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
Conceptual Framework for Financial Reporting |
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 2 Voorraden |
|
— |
IAS 16 Materiële vaste activa |
|
— |
IAS 38 Immateriële activa |
IFRIC 21 Heffingen
Onder het kopje “Referenties” worden de verwijzingen naar IAS 1 en IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 12 Winstbelastingen |
|
— |
IAS 20 Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun |
|
— |
IAS 24 Informatieverschaffing over verbonden partijen |
|
— |
IAS 34 Tussentijdse financiële verslagen |
|
— |
IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa |
|
— |
IFRIC 6 Verplichtingen die voortvloeien uit deelneming aan een specifieke markt — Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur |
In alinea A2 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRIC 22 Transacties in vreemde valuta en vooruitbetalingen
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
Conceptual Framework for Financial Reporting |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen |
In alinea A2 wordt een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening in april 2024 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
IFRIC 23 Onzekerheid over fiscale behandelingen van inkomsten
Onder het kopje “Referenties” worden de verwijzingen naar IAS 1 en IAS 8 gewijzigd. De alinea’s 14 en A4 worden gewijzigd en alinea B1A wordt toegevoegd.
REFERENTIES
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode |
|
— |
IAS 12 Winstbelastingen ... |
CONSENSUS
...
Wijzigingen in feiten en omstandigheden
...
|
14 |
Een entiteit moet het effect van een wijziging in feiten en omstandigheden of van nieuwe informatie overeenkomstig IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening weergeven als een schattingswijziging. Een entiteit moet IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode toepassen om uit te maken of een wijziging die zich na de verslagperiode voordoet een gebeurtenis is die tot aanpassing van de jaarrekening leidt, dan wel een gebeurtenis die niet tot aanpassing van de jaarrekening leidt.
... |
Bijlage A
Toepassingsleidraad
INFORMATIEVERSCHAFFING
|
A4 |
Wanneer er onzekerheid bestaat over fiscale behandelingen van inkomsten, moet een entiteit bepalen of zij:
... |
Bijlage B
Ingangsdatum en overgang
INGANGSDATUM
...
|
B1A |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde de alinea’s 14 en A4. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast. |
SIC-7 Invoering van de euro
Onder het kopje “Referenties” worden de verwijzingen naar IAS 1 en IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 10 Gebeurtenissen na de verslagperiode |
|
— |
IAS 21 De gevolgen van wisselkoerswijzigingen (herziene versie van 2003) |
|
— |
IAS 27 Geconsolideerde jaarrekening en enkelvoudige jaarrekening (herziene versie van 2008) |
Onder het kopje “Ingangsdatum” wordt aan het eind van de tweede alinea een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
SIC-10 Overheidssteun — Geen specifiek verband met operationele activiteiten
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 20 Administratieve verwerking van overheidssubsidies en informatieverschaffing over overheidssteun |
SIC-25 Winstbelastingen — Wijzigingen in de fiscale status van een entiteit of haar aandeelhouders
Onder het kopje “Referenties” worden de verwijzingen naar IAS 1 en IAS 8 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 8 Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening |
|
— |
IAS 12 Winstbelastingen |
Onder het kopje “Ingangsdatum” wordt aan het eind van de tweede alinea een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
SIC-29 Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten: informatieverschaffing
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 1 gewijzigd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 16 Leaseovereenkomsten |
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 16 Materiële vaste activa (herziene versie van 2003) |
|
— |
IAS 37 Voorzieningen, voorwaardelijke verplichtingen en voorwaardelijke activa |
|
— |
IAS 38 Immateriële activa (herziene versie van 2004) |
|
— |
IFRIC 12 Dienstverlening uit hoofde van concessieovereenkomsten |
SIC-32 Immateriële activa — Kosten van websites
Onder het kopje “Referenties” wordt de verwijzing naar IAS 1 gewijzigd. Alinea 5 wordt gewijzigd. Onder het kopje “Ingangsdatum” wordt na de laatste alinea een ongenummerde alinea toegevoegd.
REFERENTIES
|
— |
IFRS 3 Bedrijfscombinaties |
|
— |
IFRS 15 Opbrengsten van contracten met klanten |
|
— |
IFRS 16 Leaseovereenkomsten |
|
— |
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening |
|
— |
IAS 2 Voorraden (herziene versie van 2003) |
|
— |
IAS 16 Materiële vaste activa (herziene versie van 2003) |
|
— |
IAS 36 Bijzondere waardevermindering van activa (herziene versie van 2004) |
|
— |
IAS 38 Immateriële activa (herziene versie van 2004) ... |
PROBLEEMSTELLING
...
|
5 |
Deze interpretatie is niet van toepassing op uitgaven voor de aankoop, de ontwikkeling en de werking van hardware (bijvoorbeeld webservers, testomgevingen, productieservers en internetverbindingen) die vereist is voor de website. Dergelijke uitgaven worden administratief verwerkt in overeenstemming met IAS 16. Voorts, indien een entiteit uitgaven doet voor het hosten van de website van de entiteit via een internetprovider, worden die uitgaven op grond van alinea 46 van IFRS 18 en het Conceptual Framework for Financial Reporting opgenomen als lasten op het moment dat de diensten worden ontvangen.
... |
INGANGSDATUM
...
Bij Amendments to References to the Conceptual Framework in IFRS Standards, uitgegeven in 2018, is alinea 5 gewijzigd. Entiteiten moeten die wijziging toepassen op jaarperioden die op of na 1 januari 2020 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan als een entiteit tegelijkertijd ook alle andere wijzigingen toepast die zijn aangebracht bij Amendments to References to the Conceptual Framework in IFRS Standards. Een entiteit moet de wijziging in SIC-32 retroactief toepassen in overeenstemming met IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten. Als een entiteit echter bepaalt dat retroactieve toepassing praktisch niet haalbaar zou zijn of buitensporige kosten of inspanningen met zich mee zou brengen, moet zij de wijziging in SIC-32 toepassen door te verwijzen naar de alinea’s 23 tot en met 28, 50 tot en met 53 en 54F van IAS 8.
IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening, uitgegeven in april 2024, wijzigde alinea 5. Een entiteit moet deze wijzigingen toepassen wanneer zij IFRS 18 toepast.
Onder het kopje “Ingangsdatum” wordt aan het eind van de tweede alinea een voetnoot toegevoegd.
|
* |
In april 2024 heeft de IASB IFRS 18 Presentatie en toelichting in de jaarrekening uitgegeven en deze vereisten van IAS 1 Presentatie van de jaarrekening overgenomen in IFRS 18. |
In de vijfde alinea wordt onder het kopje “Ingangsdatum” een voetnoot toegevoegd aan “IAS 8 Grondslagen voor financiële verslaggeving, schattingswijzigingen en fouten ”.
|
* |
Bij de uitgifte van IFRS 18 heeft de IASB de titel van IAS 8 gewijzigd in Grondslag voor de opstelling van de jaarrekening. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/338/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)