European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/328

10.2.2026

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2026/328 VAN DE COMMISSIE

van 9 februari 2026

tot aanvaarding van een verbintenis die is aangeboden in het kader van de antisubsidiemaatregelen betreffende de invoer van nieuwe batterijelektrische voertuigen, ontworpen voor het vervoer van personen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China voor de periode waarin de definitieve maatregelen worden toegepast

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name de artikelen 13 en 15,

Na raadpleging van het comité dat is ingesteld bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (2),

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

(1)

Na een antisubsidieonderzoek (“het oorspronkelijke onderzoek”) heeft de Commissie bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2754 (3) definitieve compenserende rechten ingesteld op nieuwe batterijelektrische voertuigen, hoofdzakelijk ontworpen voor het vervoer van negen of minder personen, de bestuurder daaronder begrepen, met uitzondering van voertuigen van de L-categorieën overeenkomstig Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad (4) en motorfietsen, die uitsluitend door een of meer elektromotoren worden aangedreven (ongeacht het aantal wielen dat in beweging wordt gebracht), met inbegrip van voertuigen met een bereikvergroter voor de interne verbrandingsmotor (een hulpaggregaat), momenteel ingedeeld onder GN-code ex 8703 80 10 (Taric-code 8703 80 10 10) en van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“China” of “het betrokken land”) (“het betrokken product”). De maatregelen bestonden uit een ad-valoremrecht van 7,8 % tot 35,3 %.

(2)

In overweging 1422 van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2754 werd gesteld dat een onderling met de Chinese overheid (“GOC”) overeengekomen oplossing in de vorm van een verbintenis met de Chinese Kamer van Koophandel voor de in- en uitvoer van machines en elektronische producten (“CCCME”) en/of met individuele producenten-exporteurs zelfs na de instelling van definitieve maatregelen in kaart kan worden gebracht en worden uitgevoerd. In dit verband heeft de Commissie een verbintenisaanbod ontvangen van een producent-exporteur van het betrokken product, Volkswagen (Anhui) Automotive Co., Ltd. (“VW Anhui”).

(3)

Op 4 december 2025 heeft de Commissie met een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (5) een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de definitieve maatregelen geopend (“bericht van opening”). Het nieuwe onderzoek had uitsluitend betrekking op de vorm van de maatregel en specifiek op de vraag of een door de producent-exporteur van het betrokken product, Volkswagen (Anhui), aangeboden verbintenis aanvaardbaar en uitvoerbaar is.

(4)

Op 12 januari 2026 werden de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de door VW (Anhui) aangeboden verbintenis te aanvaarden, aan de belanghebbenden meegedeeld. Zij werden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te formuleren. Hun opmerkingen zijn geëvalueerd voordat een definitief besluit is genomen.

2.   VERBINTENIS

2.1.   Verbintenisaanbod

(5)

Na de instelling van de definitieve maatregelen heeft VW (Anhui) op 10 oktober 2025 samen met zijn verbonden importeur in de EU, SEAT S.A. (“SEAT”), een verbintenis aangeboden wat betreft de nieuwe batterijelektrische voertuigen die zij produceren en naar de Unie uitvoeren. Het betrof één model van het betrokken product, namelijk de CUPRA Tavascan (“betrokken product”).

(6)

Het verbintenisaanbod bestond uit vier hoofdelementen voor het onder de verbintenis vallende product, namelijk een jaarlijks contingent, de naleving van een minimuminvoerprijs (“MIP”) voor alle uitvoer naar de Unie, de naleving van formele vereisten voor alle uitvoer, zoals de afgifte van verbintenisverklaringen, handelsfacturen en wederverkoopfacturen die de in de desbetreffende bijlage vermelde informatie bevatten, de uitvoer van het onder de verbintenis vallende product uitsluitend via gespecificeerde verkoopkanalen, met name uitvoer naar de EU via één enkele verbonden importeur in de Unie, en de naleving van andere uitvoerverplichtingen. Het vierde element omvat de indiening van gedetailleerde verkoopverslagen, de aanvaarding van controlebezoeken, de verplichting om met de Europese Commissie overleg te plegen over eventuele moeilijkheden of vragen die zich tijdens de uitvoering en de daaropvolgende toepassing van de verbintenis kunnen voordoen, en verdere verplichtingen. Deze verdere verplichtingen hebben betrekking op investeringsprojecten in verband met batterijelektrische voertuigen in de EU, zowel met betrekking tot de voltooiing van lopende projecten als met betrekking tot de inleiding en voltooiing van nieuwe projecten. Andere verplichtingen hebben betrekking op verkoopkanalen, prijsbeleid en de vaststelling van de nettoverkoopprijzen.

(7)

De door VW (Anhui) aangeboden verbintenis is beperkt tot de CUPRA Tavascan. Het is het enige model batterijelektrische voertuigen dat de onderneming in de VRC produceert voor uitvoer naar de EU. De onderneming heeft zich ertoe verbonden het onder de verbintenis vallende product uitsluitend naar de EU uit te voeren naar SEAT. VW Anhui verbindt zich er ook toe geen andere voertuigen (zoals plug-in elektrische voertuigen, hybride elektrische voertuigen of voertuigen met een interne verbrandingsmotor) aan dezelfde afnemer te verkopen.

(8)

Aangezien het betrokken product niet werd geproduceerd tijdens het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek, dat liep van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024, werden de minimuminvoerprijzen voor de verschillende soorten van het betrokken product vastgesteld op basis van een prijs zonder subsidiëring. Zij werden berekend aan de hand van gegevens over de productiekosten voor een vergelijkbaar batterijelektrisch voertuig dat door de Volkswagen Group in de Unie werd geproduceerd, en een redelijke winstmarge. De MIP’s zijn indien passend aangepast om rekening te houden met fysieke verschillen wat betreft de kenmerken van de buiten- en binneninrichting en bepaalde uitrusting ervan.

(9)

VW (Anhui) heeft zich er ook toe verbonden een maximaal aantal CUPRA Tavascans per jaar uit te voeren waarop de verbintenis van toepassing is en tegelijkertijd af te zien van de uitvoer van andere batterijelektrische voertuigen naar de Unie.

(10)

Om de naleving van de MIP te waarborgen en te voorzien in een gestandaardiseerde aanpak van haar verkoopkanalen, heeft SEAT zich ertoe verbonden een uniform beleid toe te passen inzake de goedkeuring van zowel wederverkoopprijzen als eventuele daaropvolgende steunbetalingen aan haar distributeurs in de Unie, samen met een duidelijke traceerbaarheid op basis van de bijbehorende documentatie voor elk individueel voertuig. Daartoe is SEAT ook bepaalde verplichtingen met betrekking tot de verkoop aan grote wagenparken aangegaan.

(11)

Wat de met battarijelektrische voertuigen verband houdende investeringsprojecten in de Unie betreft, heeft de onderneming verder bepaalde periodieke rapportage- en raadplegingsverplichtingen op zich genomen.

(12)

Tot slot hebben Volkswagen (Anhui) en SEAT toegezegd regelmatig verslag uit te brengen over de uitvoer van het betrokken product. Zij hebben zich er ook toe verbonden regelmatig verslag uit te brengen over de overeenkomstige wederverkoop in de Unie van het bestreken product.

(13)

De Commissie heeft bij SEAT een controle ter plaatse uitgevoerd om de verstrekte informatie, de onderliggende berekening van de minimuminvoerprijzen en de correcties van de wederverkoopprijzen in de Unie, zoals voorgesteld in het verbintenisaanbod, te controleren.

2.2.   Opmerkingen van de belanghebbenden over het verbintenisaanbod

(14)

Na de bekendmaking van het bericht van opening werden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over alle aspecten van de opening van het onderzoek en konden zij verzoeken om een hoorzitting.

(15)

Belanghebbenden is tevens verzocht hun standpunt kenbaar te maken en informatie en ondersteunend bewijsmateriaal in te dienen binnen de in het bericht van opening vastgestelde termijn.

(16)

Er werden opmerkingen over de opening van het onderzoek ontvangen van de Chinese overheid, de Chinese Kamer van Koophandel voor de in- en uitvoer van machines en elektronische producten (“CCCME”) en van Volkswagen (Anhui) en SEAT. De opmerkingen werden behandeld zoals uiteengezet in de volgende overwegingen. Geen van de belanghebbenden heeft verzocht om een hoorzitting over de opening van het onderzoek.

(17)

De Chinese overheid en de CCCME voerden aan dat de CCCME namens de groep van Chinese producenten-exporteurs reeds eerder een alomvattende oplossing had voorgesteld die de collectieve positie van de bedrijfstak vertegenwoordigde. Zij bekritiseerden de Commissie omdat deze bilaterale besprekingen met individuele ondernemingen had gevoerd. De Chinese overheid benadrukte dat de Commissie zich strikt aan het non-discriminatiebeginsel zou moeten houden en haar dialoog met de Chinese autoriteiten zou moeten voortzetten. Ten slotte verzochten beide partijen de Commissie meer details bekend te maken over de voorwaarden van de door VW (Anhui) aangeboden verbintenis.

(18)

De Commissie herinnerde eraan dat in artikel 13, lid 1, punt b), van de basisverordening is bepaald dat een exporteur zich ertoe kan verbinden “zijn prijzen te herzien [...] zolang voor deze uitvoer tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies worden verleend, indien de schadelijke gevolgen van de subsidiëring hierdoor worden weggenomen”. Dit wordt ook erkend in overweging 1422 van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2754, waarin ook individuele producenten-exporteurs uitdrukkelijk worden genoemd.

(19)

In dit specifieke geval heeft de Commissie van een individuele onderneming een verbintenisaanbod ontvangen dat voldoende elementen bevatte om als uitvoerbaar te worden beschouwd en te voldoen aan de voorwaarden van artikel 13 van de basisverordening, wat de basis vormde voor de opening van dit nieuwe onderzoek. Dit was het enige verbintenisaanbod dat formeel bij de Commissie werd ingediend sinds de instelling van de definitieve compenserende maatregelen. De benadering van de Commissie kan derhalve niet als discriminerend worden beschouwd, aangezien er geen andere vergelijkbare situatie was die op dezelfde wijze had moeten worden behandeld. De Commissie heeft het argument verworpen.

(20)

Wat betreft het verzoek van deze belanghebbenden om meer details over het verbintenisaanbod bekend te maken, herinnerde de Commissie eraan dat een gedetailleerde openbare versie van het verbintenisaanbod aan alle belanghebbenden ter beschikking was gesteld, en dat deze de belanghebbenden in staat stelde een redelijk inzicht te krijgen in de wezenlijke inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie in de zin van artikel 13, lid 4, en artikel 29, lid 2, van de basisverordening. De Commissie herinnerde er ook aan dat zij overeenkomstig artikel 29, lid 5, van de basisverordening geen informatie openbaar mag maken die zij op grond van de basisverordening heeft ontvangen en waarvoor om een vertrouwelijke behandeling was verzocht. Daarom werd het verzoek om nadere informatie over de elementen van het verbintenisaanbod afgewezen.

(21)

VW (Anhui) herhaalde in haar opmerkingen de belangrijkste kenmerken van de aangeboden verbintenis, zoals vermeld in punt 2.1, en concludeerde dat de aangeboden verbintenis volgens haar voldoet aan de criteria van artikel 13 van de basisverordening.

(22)

Geen van de belanghebbenden heeft verzocht door de Commissie te worden gehoord.

2.3.   Evaluatie van het verbintenisaanbod

(23)

Rekening houdend met de opmerkingen van alle belanghebbenden heeft de Commissie de door VW (Anhui) aangeboden verbintenis beoordeeld op de aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid ervan.

(24)

De Commissie stelde vast dat de voorgestelde minimuminvoerprijzen waren vastgesteld ter hoogte van een niet-gesubsidieerde prijs voor een vergelijkbaar model, met correcties wegens fysieke verschillen wat de kenmerken van de buiten- en binneninrichting en bepaalde uitrusting betreft, tussen het vergelijkbare model en het betrokken product, waarbij ook rekening werd gehouden met de verschillende productsoorten en ontwerp- en uitrustingconfiguraties van het betrokken product. De onderneming heeft in de aangeboden verbintenis ook een jaarlijks contingent opgenomen en zal het betrokken product alleen naar de Unie uitvoeren overeenkomstig de voorwaarden van de verbintenis.

(25)

De onderneming heeft zich er verder toe verbonden dat bij elk van de afzonderlijke transacties in verband met de verkoop van het betrokken product de vastgestelde minimuminvoerprijzen in acht zouden worden genomen. Aangezien de onderneming het onder de verbintenis vallende product via verbonden ondernemingen in de Unie verkoopt, heeft VW (Anhui) zich er met het oog op de vergelijking van de individuele verkoopprijs met de respectieve MIP toe verbonden haar wederverkoopprijzen aan te passen aan de specifieke kenmerken van het onder de verbintenis vallende product en de feiten in verband met het verbintenisaanbod. Het omvatte de specifieke VAA-kosten voor de verkoop in de verschillende EU-lidstaten, andere kosten en een redelijke winstmarge.

(26)

De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de aangeboden verbintenis geschikt is om de schadelijke gevolgen van de subsidiëring weg te nemen.

(27)

Volgens de aangeboden verbintenis moet VW (Anhui) alle uitvoer van het onder de verbintenis vallende product naar de Unie melden. Om de verslagen in te dienen, moet de onderneming gebruikmaken van het specifieke rapportagesysteem van de Commissie dat registratie van elke uitvoertransactie naar de Unie vereist. Voor elk van deze transacties krijgt de onderneming een individuele alfanumerieke code en een Quick Response Code (“QR-code”) waarmee de verkoop door de douaneautoriteiten bij de aangifte voor het vrije verkeer kan worden gecontroleerd. Bovendien zal het de Commissie in staat stellen nauwlettend toezicht te houden op de invoer van het onder het protocol vallende product vóór de invoer van de goederen in de Unie.

(28)

Daarnaast zal de onderneming op kwartaalbasis regelmatig verslag uitbrengen over de wederverkoop van het product aan de eerste onafhankelijke afnemers in de Unie, zodat de Commissie kan nagaan of de verplichtingen in het kader van de verbintenis, en met name de toepasselijke MIP’s, zijn nagekomen.

(29)

Gezien de door SEAT op zich genomen verplichtingen, waaronder het standaardiseren van haar verkoopkanalen, de beperking van de uitvoer naar de Unie tot één model van het betrokken product en de uitgebreide rapportageverplichtingen, wordt geoordeeld dat er voldoende risicobeperkende maatregelen zijn om het risico van kruissubsidiëring aan te pakken, overeenkomstig de voorwaarden van het verbintenisaanbod.

(30)

Ten slotte heeft de Commissie het verbintenisaanbod beoordeeld vanuit het oogpunt van andere algemene beleidsoverwegingen. In dit verband heeft de Commissie rekening gehouden met de verdere door de onderneming op zich genomen verplichting om aanzienlijke investeringen te doen in de bedrijfstak voor batterijelektrische voertuigen in de Unie. Dergelijke investeringen in de automobielindustrie van de EU zullen de groene transitie en elektrificatie bevorderen, en een positieve impact hebben op de werkgelegenheid in de EU en een aanscherping van de milieunormen in de Unie.

(31)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de door VW (Anhui) aangeboden verbintenis aanvaardbaar en uitvoerbaar is.

2.4.   Opmerkingen na de mededeling van het voornemen van de Commissie het verbintenisaanbod te aanvaarden

(32)

Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening werden alle belanghebbenden, met inbegrip van de bedrijfstak van de Unie in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken over het voornemen om de door VW (Anhui) aangeboden verbintenis te aanvaarden.

(33)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord, maar geen van hen heeft om een hoorzitting verzocht.

(34)

Na de mededeling van feiten en overwegingen hebben enerzijds de Chinese overheid en anderzijds VW (Anhui) samen met SEAT S.A. hun opmerkingen ingediend. De Commissie heeft de opmerkingen van belanghebbenden overwogen en daarmee indien passend rekening gehouden.

(35)

De Chinese overheid herhaalde in haar opmerkingen haar reeds bij de opening van het onderzoek ingediende opmerkingen en benadrukte dat de Commissie het non-discriminatiebeginsel en de WTO-regels in acht moet nemen en elke aanvraag voor een prijsverbintenis van Chinese ondernemingen op objectieve en onpartijdige wijze moet evalueren. De Chinese overheid verzocht de Commissie ook meer details bekend te maken over de clausules inzake prijsverbintenissen van de betrokken ondernemingen.

(36)

Aangezien de Chinese overheid geen nieuwe argumenten heeft aangevoerd met betrekking tot de feiten en overwegingen in de bovenstaande overwegingen, heeft de Commissie haar conclusies in de overwegingen 23 tot en met 31 bevestigd. Zoals reeds uiteengezet in overweging 20, mag de Commissie overeenkomstig artikel 29, lid 5, van de basisverordening geen op grond van de basisverordening ontvangen informatie bekendmaken waarvoor om een vertrouwelijke behandeling was verzocht. De Commissie bevestigde derhalve dat het verzoek om aanvullende informatie werd afgewezen.

(37)

VW (Anhui) en SEAT S.A. benadrukten in hun gezamenlijke opmerkingen over de mededeling van de definitieve bevindingen dat zij vooruitgang hadden geboekt bij de voorbereidingen voor de toepassing van de voorgestelde verbintenis. De ondernemingen bevestigden de door hen op zich genomen verplichting om aan alle voorwaarden van de aangeboden verbintenis te voldoen.

(38)

Gezien het bovenstaande bevestigde de Commissie haar conclusie dat de door VW (Anhui) aangeboden verbintenis zou moeten worden aanvaard.

3.   UITVOERING EN INTREKKING

(39)

Wanneer de Commissie ingevolge artikel 13, lid 9, van de basisverordening onder verwijzing naar specifieke transacties haar aanvaarding van een verbintenis wegens een schending opzegt en de desbetreffende verbintenisfacturen ongeldig verklaart, ontstaat op het ogenblik van de aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer een douaneschuld.

(40)

Importeurs moeten zich ervan bewust zijn dat op het ogenblik van de aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer een douaneschuld kan ontstaan, ook al heeft de Commissie een verbintenis aanvaard van de producent-exporteur bij wie zij direct of indirect kopen; zij dienen dit als een normaal handelsrisico aan te merken.

(41)

Ingevolge artikel 24, lid 7, van de basisverordening moeten de douaneautoriteiten de Commissie onverwijld op de hoogte stellen wanneer zij aanwijzingen hebben dat de verbintenis wordt geschonden.

(42)

Als de verbintenis wordt geschonden of wordt opgezegd, of als de Commissie de aanvaarding van de verbintenis intrekt, is ingevolge artikel 13, lid 9, van de basisverordening het overeenkomstig artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde definitieve antisubsidierecht automatisch van toepassing,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De verbintenis die door onderstaande onderneming en haar verbonden importeur SEAT S.A. is aangeboden in het kader van de antisubsidieprocedure betreffende de invoer van nieuwe batterijelektrische voertuigen, ontworpen voor het vervoer van personen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt aanvaard.

Land

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Volksrepubliek China

Geproduceerd en verkocht door Volkswagen (Anhui) Automotive Co., Ltd aan SEAT S.A., dat optreedt als importeur in de Europese Unie.

89FZ

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 9 februari 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 55. ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1037/oj.

(2)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21. ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2754 van de Commissie van 29 oktober 2024 tot instelling van een definitief compenserend recht op nieuwe batterijelektrische voertuigen, ontworpen voor het vervoer van personen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L, 2024/2754, 29.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2754/oj).

(4)  Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/168/oj).

(5)   PB C, C/2025/6545, 4.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/6545/oj.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2026/328/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)