|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/323 |
11.2.2026 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/323 VAN DE COMMISSIE
van 29 oktober 2025
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/805 wat betreft vergoedingen voor het toezicht door de Europese Autoriteit voor effecten en markten op benchmarkbeheerders die benchmarks uit derde landen bekrachtigen
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende indices die worden gebruikt als benchmarks voor financiële instrumenten en financiële overeenkomsten of om de prestatie van beleggingsfondsen te meten en tot wijziging van Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU en Verordening (EU) nr. 596/2014 (1), en met name artikel 48 terdecies, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Artikel 40, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1011 is gewijzigd bij Verordening (EU) 2025/914 van het Europees Parlement en de Raad (2), om de bevoegdheden met betrekking tot de vergunningverlening aan of registratie van benchmarkbeheerders die benchmarks uit derde landen bekrachtigen, over te dragen van de nationale bevoegde autoriteiten aan de ESMA. Overeenkomstig artikel 48 terdecies van Verordening (EU) 2016/1011 moet de ESMA aan alle in artikel 40, lid 1, van die verordening bedoelde benchmarkbeheerders toezichtsvergoedingen in rekening brengen. Dit omvat ook benchmarkbeheerders die benchmarkbeheerders uit derde landen bekrachtigen. Een en ander betekent dat vergoedingen moeten worden vastgesteld voor de initiële registratie of vergunningverlening en voor het doorlopende toezicht op die benchmarkbeheerders. |
|
(2) |
De hoogte van toezichtsvergoedingen mag voor een benchmarkbeheerder uit een derde land geen bepalende factor zijn bij de keuze om zijn benchmarks in de Unie aan te bieden via erkenning of bekrachtiging. Dit betekent dat toezichtsvergoedingen voor benchmarkbeheerders die benchmarks uit derde landen bekrachtigen, even hoog moeten zijn als voor erkende beheerders uit derde landen. |
|
(3) |
Artikel 4, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/805 van de Commissie (3) specificeert de jaarlijkse toezichtsvergoedingen voor beheerders van kritieke benchmarks. Op basis van de ervaring die de ESMA heeft opgedaan in het toezicht en als voorzitter van een toezichtscollege voor de beheerder van een kritieke benchmark, is duidelijk geworden dat die vergoedingen niet langer toereikend zijn om de operationele uitgaven voor het toezicht te dekken. De vaste toezichtsvergoedingen voor beheerders van kritieke benchmarks moeten dus worden verhoogd. |
|
(4) |
Om te voorkomen dat toezichtsvergoedingen benchmarkbeheerders uit derde landen onnodig afschrikken van het aanbieden van hun benchmarks in de Unie, moeten die vergoedingen evenredig zijn aan de omzet die met de activiteiten van een beheerder in de Unie wordt behaald. |
|
(5) |
De ESMA zal toezicht moeten uitoefenen op zowel benchmarkbeheerders die significante benchmarks beheren of bekrachtigen, als benchmarkbeheerders die benchmarks beheren of bekrachtigen die van beperkt economisch belang zijn, maar die onder Verordening (EU) 2016/1011 vallen omdat het gaat om EU-klimaattransitiebenchmarks, op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks of grondstoffenbenchmarks die onder bijlage II bij Verordening (EU) 2016/1011 vallen. Om evenredigheid te verzekeren tussen de economische relevantie van de benchmarks die geen significante benchmarks zijn, en de verschuldigde jaarlijkse toezichtsvergoeding, en om de rapportagedruk voor de betrokken benchmarkbeheerders te beperken, moeten de jaarlijkse toezichtsvergoedingen voor die benchmarkbeheerders de vorm hebben van een vast bedrag en mogen de benchmarkbeheerders die deze benchmarks beheren of bekrachtigen, niet verplicht worden om cijfers over hun inkomsten aan de ESMA aan te leveren. |
|
(6) |
De omzet die als basis kan dienen voor de toezichtsvergoeding voor de jaren nadien, zal normaal gesproken niet beschikbaar zijn voor benchmarkbeheerders die pas recentelijk in de Unie actief zijn geworden. Om die redenen is het passend een vaste toezichtsvergoeding te bepalen voor de eerste twee jaar dat die benchmarkbeheerders actief zijn. |
|
(7) |
Benchmarkbeheerders die benchmarks uit derde landen bekrachtigen en waarvoor het doorlopende toezicht overeenkomstig artikel 48 quindecies, lid 1 bis, van Verordening (EU) 2016/1011 van nationale bevoegde autoriteiten aan de ESMA is overgedragen, hoeven niet opnieuw een vergunning en bekrachtiging of een erkenning en bekrachtiging aan te vragen. Dit betekent dat zij geen aanvraagvergoedingen hoeven te betalen na de overdracht van de verantwoordelijkheid voor het toezicht. |
|
(8) |
Om rechtsonzekerheid te vermijden voor aanvragen die bij de ESMA zijn ingekomen in de periode tot aan het einde van de overgangsperiode tot 31 december 2025 voor het gebruik van benchmarks uit derde landen in Unie, moet deze verordening zo spoedig mogelijk van toepassing worden. |
|
(9) |
Verordening (EU) 2022/805 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/805
Verordening (EU) 2022/805 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
artikel 1 wordt vervangen door: “Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied Deze verordening stelt regels vast wat betreft vergoedingen die de ESMA aan benchmarkbeheerders voor registratie, vergunningverlening, erkenning, bekrachtiging en toezicht in rekening kan brengen.” |
|
2) |
in artikel 2 wordt de aanhef vervangen door: “Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:”; |
|
3) |
in artikel 2 bis wordt punt a) vervangen door:
|
|
4) |
artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
de artikelen 4, 5 en 6 worden vervangen door: “Artikel 4 Jaarlijkse toezichtsvergoedingen 1. De beheerder van een of meer cruciale benchmarks betaalt een jaarlijkse toezichtsvergoeding:
2. Een in een derde land gevestigde benchmarkbeheerder die door de ESMA is erkend, of een onder toezicht van de ESMA staande beheerder die benchmarks uit derde landen bekrachtigt en, op 30 september van jaar (n-1), ten minste één benchmark aanbiedt of bekrachtigt die significant is overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2016/1011, is de volgende jaarlijkse toezichtsvergoeding verschuldigd:
3. Een in een derde land gevestigde benchmarkbeheerder die door de ESMA is erkend, of een onder toezicht van de ESMA staande beheerder die benchmarks uit derde landen bekrachtigt en die, op 30 september van jaar (n-1), geen benchmarks aanbiedt of bekrachtigt die significant zijn overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2016/1011, is een jaarlijkse toezichtsvergoeding van 20 000 EUR verschuldigd. 4. Benchmarkbeheerders betalen hun betrokken jaarlijkse toezichtsvergoedingen aan de ESMA uiterlijk 31 maart van het kalenderjaar waarin deze verschuldigd zijn. Wanneer geen informatie over de voorafgaande kalenderjaren beschikbaar is, worden de vergoedingen berekend op basis van de meest recente beschikbare informatie voor jaarlijkse vergoedingen. De ESMA zendt de benchmarkbeheerder de debetnota ten minste dertig dagen voordat de betaling verschuldigd is. De betaalde jaarlijkse vergoedingen worden niet terugbetaald. Artikel 5 Jaarlijkse toezichtsvergoedingen in het jaar van erkenning, bekrachtiging of vergunningsverlening In afwijking van artikel 4 wordt de jaarlijkse toezichtsvergoeding voor erkende beheerders uit derde landen, voor benchmarks uit derde landen bekrachtigende beheerders en voor vergunninghoudende beheerders van cruciale benchmarks in het eerste jaar, d.w.z. het jaar waarin zij zijn erkend of de vergunning hebben verkregen of waarin benchmarks uit derde landen voor het eerst zijn bekrachtigd, berekend door op de in artikel 4 vermelde vergoeding de volgende coëfficiënt toe te passen:
De toezichtsvergoeding voor het eerste jaar wordt voldaan nadat de ESMA de benchmarkbeheerder ervan in kennis heeft gesteld dat zijn aanvraag succesvol is geweest en binnen dertig dagen na de datum van uitgifte van de debetnota van de ESMA. In afwijking van de eerste alinea betaalt een benchmarkbeheerder, wanneer deze is erkend, een vergunning heeft gekregen of benchmarks uit derde landen begint te bekrachtigen in december, geen toezichtsvergoeding voor het eerste jaar. Artikel 6 Toepasselijke omzet 1. De toepasselijke omzet van een erkende benchmarkbeheerder uit een derde land voor een jaar (n) is diens opbrengsten in jaar (n-2) uit het gebruik door in de Unie ondertoezichtstaande entiteiten van zijn significante benchmarks, op de Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks, klimaattransitiebenchmarks of grondstoffenbenchmarks die onder bijlage II bij Verordening (EU) 2016/1011 vallen, ongeacht of die opbrengsten worden geboekt door de erkende benchmarkbeheerder uit een derde land of door een andere entiteit die tot dezelfde groep behoort als die beheerder. 2. De toepasselijke omzet van een benchmarks uit derde landen bekrachtigende beheerder voor een jaar (n) is diens opbrengsten in jaar (n-2) uit het gebruik door in de Unie ondertoezichtstaande entiteiten van de door hem aangeboden of bekrachtigde significante benchmarks, cruciale benchmarks, op de Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks, klimaattransitiebenchmarks of grondstoffenbenchmarks die onder bijlage II bij Verordening (EU) 2016/1011 vallen, ongeacht of die opbrengsten worden geboekt door een benchmarks uit derde landen bekrachtigende beheerder of door een andere entiteit die tot dezelfde groep behoort als die beheerder. 3. Een erkende benchmarkbeheerder uit een derde land die ten minste één significante benchmark aanbiedt, verstrekt de ESMA, op jaarbasis, cijfers die zijn in lid 1 bedoelde toepasselijke omzet bevestigen. Wanneer de toepasselijke omzet niet wordt vermeld in gecontroleerde jaarrekeningen, worden de verstrekte cijfers afzonderlijk gecontroleerd. Die cijfers wordt elektronisch aangeleverd bij de ESMA uiterlijk 30 september van elk jaar (n-1), vanaf het tweede jaar na het jaar van erkenning. Een erkende benchmarkbeheerder uit een derde land verstrekt de documenten met gecontroleerde inkomstencijfers in een taal die voor financiële diensten gebruikelijk is. 4. Een beheerder die benchmarks uit een derde land bekrachtigt en ten minste één significante benchmark aanbiedt of bekrachtigt, verstrekt de ESMA, op jaarbasis, cijfers die zijn in lid 2 bedoelde toepasselijke omzet bevestigen. Wanneer de toepasselijke omzet niet wordt vermeld in gecontroleerde jaarrekeningen, worden de verstrekte cijfers afzonderlijk gecontroleerd. Die cijfers wordt elektronisch aangeleverd bij de ESMA uiterlijk 30 september van elk jaar (n-1), vanaf het tweede jaar na het jaar van bekrachtiging. Een beheerder die benchmarks uit derde landen bekrachtigt, verstrekt de documenten met gecontroleerde inkomstencijfers in een taal die voor financiële diensten gebruikelijk is. 5. Wanneer de erkende benchmarkbeheerder uit een derde land niet het volledige voorafgaande jaar (n-2) werkzaam was, schat de ESMA de toepasselijke omzet door, voor de erkende benchmarkbeheerder uit een derde land, de waarde die is berekend voor het aantal maanden dat die erkende benchmarkbeheerder uit een derde land werkzaam was in het jaar (n-2), te extrapoleren naar het gehele jaar (n-2). 6. Wanneer de beheerder die benchmarks uit derde landen bekrachtigt, niet het volledige voorafgaande jaar (n-2) werkzaam was, schat de ESMA de toepasselijke omzet door, voor die beheerder die benchmark uit derde landen bekrachtigt, de waarde die is berekend voor het aantal maanden dat die benchmarks uit een derde land bekrachtigende benchmarkbeheerder werkzaam was in het jaar (n-2), te extrapoleren naar het gehele jaar (n-2). 7. Wanneer er voor het jaar (n-2) geen gecontroleerde cijfers beschikbaar zijn, gebruikt de ESMA de gecontroleerde cijfers van jaar (n-1). 8. De ESMA zet niet in euro gerapporteerde opbrengsten om in euro aan de hand van de gemiddelde wisselkoers van de euro die van toepassing was in de periode waarin die opbrengsten werden geboekt. Daartoe maakt de ESMA gebruik van de referentiewisselkoers van de euro die de Europese Centrale Bank bekendmaakt.” |
|
6) |
de artikelen 8 en 9 worden geschrapt; |
|
7) |
in artikel 10 wordt lid 1 vervangen door: “1. Wanneer de ESMA taken aan nationale bevoegde autoriteiten delegeert, brengt alleen de ESMA de aanvraagvergoeding en de jaarlijkse toezichtsvergoeding voor beheerders uit derde landen, beheerders die benchmarks uit derde landen bekrachtigen en beheerders van cruciale benchmarks in rekening.” |
|
8) |
artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
|
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 29 oktober 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 171 van 29.6.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1011/oj.
(2) Verordening (EU) 2025/914 van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2025 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/1011 wat betreft het toepassingsgebied van de voorschriften voor benchmarks, het gebruik in de Unie van benchmarks aangeboden door een in derde land gevestigde beheerder, en bepaalde verslaggevingsverplichtingen (PB L, 2025/914, 19.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/914/oj).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/805 van de Commissie van 16 februari 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad door specificatie van vergoedingen die van toepassing zijn op het toezicht door de Europese Autoriteit voor effecten en markten op bepaalde benchmarkbeheerders (PB L 145 van 24.5.2022, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/805/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/323/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)