European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/252

17.4.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/252 VAN DE COMMISSIE

van 2 februari 2026

tot wijziging van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft noodslachtingen van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren buiten het slachthuis

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (1), en met name artikel 10, lid 1, tweede alinea, punt e),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 853/2004 zijn voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong vastgesteld. Sectie I, hoofdstuk VI, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 bevat met name voorschriften voor het gebruik voor menselijke consumptie van vlees van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren waarbij een noodslachting buiten het slachthuis is uitgevoerd. Sectie I, hoofdstuk VI, punt 1, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 vereist dat alleen voor het overige gezonde dieren die een ongeval hebben gehad waardoor zij om welzijnsredenen niet naar het slachthuis konden worden vervoerd, een noodslachting mogen ondergaan.

(2)

Uit de door de Commissie opgedane ervaring is gebleken dat sommige bevoegde autoriteiten van de lidstaten deze voorwaarden strikter interpreteren dan andere, wat leidt tot een niet-uniforme uitvoering ervan in de Unie. Met name zijn “voor het overige gezonde dieren” en een “ongeval” niet gedefinieerd of beschreven in de regels van de Unie, wat leidt tot een problematisch verschil in interpretatie door de lidstaten. lidstaten die een strikte aanpak hanteren, interpreteren “voor het overige gezonde dieren” bijvoorbeeld als dieren die niet aan een algemene infectie lijden, waardoor beginnende stofwisselingsziekten zoals hypocalciëmie worden uitgesloten als reden voor noodslachting, of interpreteren een “ongeval” uitsluitend als een fysiek ongeval (bv. een gebroken been). Andere lidstaten hanteren een ruimere interpretatie, waarbij zij voor elk incident dat geen risico voor de volksgezondheid voor het vlees veroorzaakt, noodslachting met het gebruik van het vlees voor menselijke consumptie toestaan. Het is daarom noodzakelijk om sectie I, hoofdstuk VI, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 te wijzigen om te zorgen voor een geharmoniseerde toepassing van het gebruik van vlees uit noodslachtingen voor menselijke consumptie, en tegelijkertijd een hoog niveau van bescherming van de consument met betrekking tot voedselveiligheid te waarborgen.

(3)

Bovendien bevat hoofdstuk I van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad (2) de technische voorschriften voor de geschiktheid van dieren voor vervoer en verbiedt het in bepaalde gevallen het vervoer van levende als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren naar het slachthuis. In gevallen waarin de voorschriften met betrekking tot noodslachtingen van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 het gebruik van het vlees niet toestaan, is de enige manier om lijden tijdens het vervoer te voorkomen euthanasie van het dier, bijvoorbeeld door het te doden zonder te voldoen aan de voorschriften van sectie I, hoofdstuk IV, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004. Dit heeft tot gevolg dat dergelijk vlees als ongeschikt voor menselijke consumptie wordt ingedeeld, hoewel het mogelijk geen risico voor de volksgezondheid vormt. Dit leidt weer tot onnodige economische verliezen en verspilling, terwijl het vlees van het dier mogelijk geen risico voor de volksgezondheid vormt. Wanneer het vlees van de dieren anderszins geschikt is voor menselijke consumptie, is het in overeenstemming met de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 853/2004 om de voorwaarden voor het mogen gebruiken van vlees van dieren waarbij een noodslachting is uitgevoerd, af te stemmen op de voorschriften in hoofdstuk I van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005 die het vervoer van dieren verbieden.

(4)

In de artikelen 43 en 45 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 van de Commissie (3) zijn maatregelen vastgesteld die moeten worden genomen in gevallen waarin niet wordt voldaan aan bepaalde voorschriften voor levende dieren en voor vers vlees. Naleving van deze voorschriften garandeert dat het vlees geschikt is voor menselijke consumptie, ook in het geval van dieren waarbij een noodslachting is uitgevoerd. De ante-mortemkeuring, zoals gedefinieerd in artikel 17, punt c), van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (4), moet vóór het slachten worden uitgevoerd en geeft aan of levende dieren en vers vlees naar verwachting aan deze voorschriften zullen voldoen.

(5)

Indien het vervoer van de dieren naar het slachthuis om redenen van dierenwelzijn niet mogelijk is en de resultaten van de ante-mortemkeuring van de dieren bevredigend worden geacht, moet onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan dat het vlees van dergelijke dieren waarbij een noodslachting is uitgevoerd, voor menselijke consumptie wordt gebruikt. Sectie I, hoofdstuk VI, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In sectie I, hoofdstuk VI, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 worden de punten 1 en 2 vervangen door:

“1.

Een dier moet ongeschikt zijn om naar een slachthuis te worden vervoerd overeenkomstig de technische voorschriften inzake geschiktheid voor vervoer van hoofdstuk I, punt 2, van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad (*1).

2.

De officiële dierenarts moet een ante-mortemkeuring van het dier uitvoeren, waarbij met name wordt nagegaan of wordt voldaan aan de voorschriften inzake:

a)

levende dieren, om voor menselijke consumptie te mogen worden geslacht overeenkomstig artikel 43 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627;

b)

vers vlees, om als geschikt te worden beschouwd voor menselijke consumptie overeenkomstig artikel 45 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627, voor zover dit door middel van ante-mortemkeuring kan worden geverifieerd.

(*1)  Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/1/oj).”."

()  Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/1/oj).”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 2 februari 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/853/oj.

(2)  Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PB L 3 van 5.1.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/1/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 van de Commissie van 15 maart 2019 tot vaststelling van eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie wat officiële controles betreft (PB L 131 van 17.5.2019, blz. 51, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/627/oj).

(4)  Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/625/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/252/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)