European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/196

29.1.2026

VERORDENING (EU) 2026/196 VAN DE COMMISSIE

van 28 januari 2026

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gebruik van carrageen (E 407), johannesbroodpitmeel (E 410), guarpitmeel (E 412), Arabische gom (E 414), xanthaangom (E 415), pectinen (E 440) en zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450), en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie inzake de specificaties voor johannesbroodpitmeel (E 410), guarpitmeel (E 412), Arabische gom (E 414), xanthaangom (E 415), pectinen (E 440) en zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven (1), en met name artikel 10, lid 3, en artikel 14,

Gezien Verordening (EG) nr. 1331/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een uniforme goedkeuringsprocedure voor levensmiddelenadditieven, voedingsenzymen en levensmiddelenaroma’s (2), en met name artikel 7, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 is een EU-lijst vastgesteld van voor gebruik in levensmiddelen goedgekeurde levensmiddelenadditieven en van de desbetreffende gebruiksvoorwaarden.

(2)

Bij Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie (3) zijn de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 opgenomen levensmiddelenadditieven vastgesteld.

(3)

De EU-lijst van levensmiddelenadditieven kan hetzij op initiatief van de Commissie, hetzij ingevolge een aanvraag worden bijgewerkt volgens de uniforme procedure van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1331/2008.

(4)

Johannesbroodpitmeel (E 410), guarpitmeel (E 412), Arabische gom (E 414), xanthaangom (E 415), pectinen (E 440) en zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) zijn levensmiddelenadditieven die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1333/2008 zijn toegelaten.

(5)

Op 20 januari 2017 heeft de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van johannesbroodpitmeel (E 410) als levensmiddelenadditief (4). De EFSA heeft geconcludeerd dat er geen behoefte was aan een in cijfers uitgedrukte aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) en dat er geen veiligheidsrisico’s zouden zijn voor de gerapporteerde toepassingen en gebruiksconcentraties. Zuigelingen en peuters die levensmiddelen voor medisch gebruik consumeren, kunnen vanwege hun onderliggende medische aandoening echter een grotere gevoeligheid voor de maagdarmeffecten van johannesbroodpitmeel (E 410) vertonen. De EFSA heeft geconcludeerd dat de veiligheid van johannesbroodpitmeel (E 410) bij gebruik in voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters (levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2) niet adequaat kon worden beoordeeld op basis van de beschikbare gegevens. De EFSA heeft een aantal wijzigingen van de specificaties voor johannesbroodpitmeel (E 410) in Verordening (EU) nr. 231/2012 aanbevolen. Daarnaast heeft de EFSA aanbevolen carrageen (E 407) in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 op te nemen in de voetnoot voor “op melk gebaseerde dranken en soortgelijke producten bestemd voor peuters” (huidige levensmiddelencategorie 01.10), waarin het gecombineerde gebruik van de gommen wordt gereguleerd.

(6)

De EFSA heeft op 18 juli 2018 een openbare oproep gedaan tot het indienen van technische en toxicologische gegevens over johannesbroodpitmeel (E 410) voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen, met inbegrip van zuigelingen jonger dan 16 weken, om de gegevens te verzamelen die zij nodig had om aanbevelingen voor dat levensmiddelenadditief te doen. Naar aanleiding van de oproep hebben exploitanten van bedrijven gegevens verstrekt.

(7)

Op 9 februari 2023 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van johannesbroodpitmeel (E 410) als levensmiddelenadditief in levensmiddelen voor zuigelingen jonger dan 16 weken en over de follow-up van haar herbeoordeling van deze stof als levensmiddelenadditief voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen (5). De EFSA heeft geconcludeerd dat het gebruik van johannesbroodpitmeel (E 410) in levensmiddelen van de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 veiligheidsrisico’s met zich meebrengt. Wat de specificatie in Verordening (EU) nr. 231/2012 betreft, heeft de EFSA aanbevolen de definitie te wijzigen, de maximumwaarden voor toxische elementen (lood, arseen, kwik en cadmium) te verlagen, het woord “oplosbaar” te wijzigen in “volledig dispergeerbaar” op basis van de overweging dat hydrocolloïden colloïdale dispersies in water vormen in plaats van echte oplossingen, en microbiologische criteria op te nemen.

(8)

Het is derhalve passend de gebruiksvoorwaarden voor johannesbroodpitmeel (E 410) in de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 te herzien en de definitie en specificaties ervan te wijzigen in het licht van het wetenschappelijk advies van de EFSA. Met name moeten, in de specificaties ervan, de huidige maximumwaarden voor toxische elementen worden verlaagd en moeten microbiologische criteria worden vastgesteld in overeenstemming met het wetenschappelijk advies van de EFSA, rekening houdend met het gehalte dat momenteel door de toepassing van goede productiepraktijken kan worden bereikt. Bovendien moet het woord “oplosbaar” worden gewijzigd in “volledig dispergeerbaar”.

(9)

Op 24 februari 2017 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van guarpitmeel (E 412) als levensmiddelenadditief (6). De EFSA heeft geconcludeerd dat er geen behoefte was aan een in cijfers uitgedrukte ADI en dat er geen veiligheidsrisico’s zouden zijn voor de gerapporteerde toepassingen en gebruiksconcentraties. De EFSA heeft ook geconcludeerd dat de veiligheid van guarpitmeel (E 412) bij gebruik in voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen en peuters (levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2) niet adequaat kon worden beoordeeld op basis van de beschikbare gegevens. De EFSA heeft een aantal wijzigingen van de specificaties voor guarpitmeel (E 412) in Verordening (EU) nr. 231/2012 aanbevolen.

(10)

De EFSA heeft op 18 juli 2018 een openbare oproep gedaan tot het indienen van technische en toxicologische gegevens over guarpitmeel (E 412) voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen, met inbegrip van zuigelingen jonger dan 16 weken, om de gegevens te verzamelen die zij nodig had om aanbevelingen voor dat levensmiddelenadditief te doen. Naar aanleiding van de oproep hebben exploitanten van bedrijven gegevens verstrekt.

(11)

Op 21 maart 2024 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van guarpitmeel (E 412) als levensmiddelenadditief in levensmiddelen voor zuigelingen jonger dan 16 weken en over de follow-up van haar herbeoordeling van deze stof als levensmiddelenadditief voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen (7). Wat de specificaties van Verordening (EU) nr. 231/2012 betreft, heeft de EFSA aanbevolen de maximumwaarden voor toxische elementen te verlagen, de woorden “oplossing/oplosbaar” te wijzigen in “dispersie/dispergeerbaar”, microbiologische criteria op te nemen en de kjeldahlmethode voor de analyse van eiwitten te specificeren. De EFSA heeft geconcludeerd dat de ingediende gegevens niet volstaan om de veiligheid van het gebruik van guarpitmeel (E 412) aan te tonen in volledige zuigelingenvoeding en voeding voor medisch gebruik van de levensmiddelencategorieën 13.1.1, 13.1.5.1 of 13.1.5.2.

(12)

Het is derhalve passend de vergunning voor guarpitmeel (E 412) in de levensmiddelencategorieën 13.1.1, 13.1.5.1 en 13.1.5.2 in te trekken en de specificaties ervan in het licht van het wetenschappelijk advies van de EFSA te wijzigen. De definitie moet met name de wijze van verwerking omvatten. In de specificaties moeten de huidige maximumwaarden voor toxische elementen worden verlaagd en moeten microbiologische criteria worden vastgesteld in overeenstemming met het wetenschappelijk advies van de EFSA, rekening houdend met het gehalte dat momenteel door de toepassing van goede productiepraktijken kan worden bereikt. Gezien de intrekking van de vergunning voor guarpitmeel (E 412) in de levensmiddelencategorieën 13.1.1, 13.1.5.1 en 13.1.5.2 is het niet nodig een criterium voor Cronobacter spp. (Enterobacter sakazakii) vast te stellen, met name voor voedingsmiddelen bestemd voor zuigelingen jonger dan zes maanden. Bovendien moet de kjeldahlmethode voor de analyse van eiwitten worden gespecificeerd en moeten de woorden “oplossing/oplosbaar” worden gewijzigd in “dispersie/dispergeerbaar”.

(13)

Op 6 april 2017 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van Arabische gom (E 414) als levensmiddelenadditief (8). De EFSA heeft geconcludeerd dat er geen behoefte was aan een in cijfers uitgedrukte ADI en dat er geen veiligheidsrisico’s zouden zijn voor de gerapporteerde toepassingen en gebruiksconcentraties. De EFSA heeft een aantal wijzigingen van de specificaties voor Arabische gom (E 414) in Verordening (EU) nr. 231/2012 aanbevolen.

(14)

De EFSA heeft op 10 oktober 2018 een openbare oproep gedaan tot het indienen van technische en toxicologische gegevens over Arabische gom (E 414) voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen, met inbegrip van zuigelingen jonger dan 16 weken, om de gegevens te verzamelen die zij nodig had om aanbevelingen voor dat levensmiddelenadditief te doen. Naar aanleiding van de oproep hebben exploitanten van bedrijven gegevens verstrekt.

(15)

Op 13 december 2019 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van Arabische gom (E 414) als levensmiddelenadditief in levensmiddelen voor zuigelingen jonger dan 16 weken en over de follow-up van haar herbeoordeling van deze stof als levensmiddelenadditief voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen (9). De EFSA heeft geconcludeerd dat het gebruik van Arabische gom (E 414) bij de huidige gebruiksconcentraties geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Wat de specificaties van Verordening (EU) nr. 231/2012 betreft, heeft de EFSA aanbevolen de maximumwaarden voor toxische elementen te verlagen, een maximumwaarde voor aluminium en eiwitten op te nemen, de microbiologische criteria aan te passen en te specificeren dat oxidasen en peroxidasen geïnactiveerd zijn.

(16)

Derhalve moeten de specificaties van Arabische gom (E 414) in het licht van het wetenschappelijk advies van de EFSA worden gewijzigd. Met name moeten maximumwaarden voor aluminium en eiwitten worden vastgesteld en moeten de huidige maximumwaarden voor toxische elementen en de microbiologische criteria worden gewijzigd, in overeenstemming met het wetenschappelijk advies van de EFSA en rekening houdend met het gehalte dat momenteel door de toepassing van goede productiepraktijken kan worden bereikt. Voorts moet worden gespecificeerd dat oxidasen en peroxidasen tijdens het productieproces moeten worden geïnactiveerd bij gebruik in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters. Aangezien Arabische gom (E 414) een hydrocolloïde is die colloïdale dispersies in water vormt in plaats van echte oplossingen, moet de aanbeveling van de EFSA voor andere hydrocolloïden om de woorden “oplossing/oplosbaar” te wijzigen in “dispersie/dispergeerbaar” ook worden toegepast op Arabische gom (E 414).

(17)

Op 14 juli 2017 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van xanthaangom (E 415) als levensmiddelenadditief (10). De EFSA heeft geconcludeerd dat er geen behoefte was aan een in cijfers uitgedrukte ADI en dat er geen veiligheidsrisico’s zouden zijn voor de gerapporteerde toepassingen en gebruiksconcentraties. De EFSA heeft gespecificeerd dat de herbeoordeling van xanthaangom (E 415) als levensmiddelenadditief geen betrekking had op zuigelingen jonger dan twaalf weken. De EFSA heeft een aantal wijzigingen van de specificaties voor xanthaangom (E 415) in Verordening (EU) nr. 231/2012 aanbevolen.

(18)

De EFSA heeft op 18 juli 2018 een openbare oproep gedaan tot het indienen van technische en toxicologische gegevens over xanthaangom (E 415) voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen, met inbegrip van zuigelingen jonger dan 16 weken, om de gegevens te verzamelen die zij nodig had om aanbevelingen voor dat levensmiddelenadditief te doen. Naar aanleiding van de oproep hebben exploitanten van bedrijven gegevens verstrekt.

(19)

Op 21 maart 2023 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van xanthaangom (E 415) als levensmiddelenadditief in levensmiddelen voor zuigelingen jonger dan 16 weken en over de follow-up van haar herbeoordeling van deze stof als levensmiddelenadditief voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen (11). De EFSA heeft geconcludeerd dat het gebruik van xanthaangom (E 415) als levensmiddelenadditief in levensmiddelencategorie 13.1.5.1 geen veiligheidsrisico’s oplevert voor zuigelingen jonger dan 16 weken. Wat de specificaties ervan betreft zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 231/2012, heeft de EFSA aanbevolen de definitie van xanthaangom (E 415) te wijzigen, de maximumwaarde voor lood te verlagen en te overwegen om maximumwaarden voor arseen, kwik en cadmium vast te stellen. De EFSA heeft ook aanbevolen de woorden “oplossing/oplosbaar” te wijzigen in “dispersie/dispergeerbaar”, de microbiologische criteria te wijzigen en de kjeldahlmethode voor stikstofanalyse te specificeren. De specificaties van xanthaangom (E 415) moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. In het licht van het wetenschappelijk advies van de EFSA is het derhalve passend de definitie en de specificaties van xanthaangom (E 415) te wijzigen.

(20)

Op 6 juli 2017 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van pectine (E 440i) en geamideerde pectine (E 440ii) als levensmiddelenadditief (12). De EFSA heeft geconcludeerd dat er geen behoefte was aan een in cijfers uitgedrukte ADI en dat er geen veiligheidsrisico’s zouden zijn voor de gerapporteerde toepassingen en gebruiksconcentraties. DE EFSA was van mening dat de beschikbare gegevens geen adequate beoordeling mogelijk maakten van de veiligheid van pectinen (E 440) bij zuigelingen en peuters die levensmiddelen uit de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 consumeren. De EFSA heeft een aantal wijzigingen van de specificaties voor pectine (E 440i) en geamideerde pectine (E 440ii) in Verordening (EU) nr. 231/2012 aanbevolen.

(21)

Op 18 juli 2018 heeft de EFSA een openbare oproep gedaan tot het indienen van technische en toxicologische gegevens over pectine (E 440i) en geamideerde pectine (E 440ii) voor gebruik als levensmiddelenadditieven in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen, met inbegrip van zuigelingen jonger dan 16 weken, om de gegevens te verzamelen die zij nodig had om aanbevelingen voor deze levensmiddelenadditieven te doen en om de veiligheid te beoordelen van pectinen (E 440) voor zuigelingen en peuters die levensmiddelen uit de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 consumeren. Naar aanleiding van de oproep hebben exploitanten van bedrijven gegevens verstrekt.

(22)

Op 29 januari 2021 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van pectine (E 440i) en geamideerde pectine (E 440ii) als levensmiddelenadditief in levensmiddelen voor zuigelingen jonger dan 16 weken en over de follow-up van haar herbeoordeling van deze stof als levensmiddelenadditief voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen (13). De EFSA heeft geconcludeerd dat het gebruik van pectinen (E 440) in de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 bij de momenteel toegelaten gehalten gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Wat de specificaties ervan betreft zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 231/2012, heeft de EFSA aanbevolen de maximumwaarden voor toxische elementen te verlagen, een maximumwaarde voor aluminium op te nemen en microbiologische criteria op te nemen.

(23)

Het is derhalve passend de gebruiksvoorwaarden voor pectinen (E 440) in de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 te herzien en de definitie en specificaties ervan te wijzigen in het licht van het wetenschappelijk advies van de EFSA. Met name moeten, in de specificaties ervan, de huidige maximumwaarden voor toxische elementen worden verlaagd, moet een maximumwaarde voor aluminium worden vastgesteld en moeten microbiologische criteria worden vastgesteld in overeenstemming met het wetenschappelijk advies van de EFSA, rekening houdend met het gehalte dat momenteel door de toepassing van goede productiepraktijken kan worden bereikt. Aangezien pectinen (E 440) hydrocolloïden zijn die colloïdale dispersies in water vormen in plaats van echte oplossingen, is de aanbeveling van de EFSA voor andere hydrocolloïden om de woorden “oplossing/oplosbaar” te wijzigen in “dispersie/dispergeerbaar” ook van toepassing op pectinen (E 440).

(24)

Op 5 oktober 2017 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van geoxideerd zetmeel (E 1404), monozetmeelfosfaat (E 1410), dizetmeelfosfaat (E 1412), gefosfateerd dizetmeelfosfaat (E 1413), geacetyleerd dizetmeelfosfaat (E 1414), geacetyleerd zetmeel (E 1420), geacetyleerd dizetmeeladipaat (E 1422), hydroxypropylzetmeel (E 1440), hydroxypropyldizetmeelfosfaat (E 1442), zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450), geacetyleerd geoxideerd zetmeel (E 1451) en zetmeelaluminiumoctenylsuccinaat (E 1452) als levensmiddelenadditieven (14). De EFSA heeft geconcludeerd dat er geen behoefte was aan een in cijfers uitgedrukte ADI en dat er geen veiligheidsrisico’s zouden zijn voor de gerapporteerde toepassingen en gebruiksconcentraties. Er werd gespecificeerd dat de beschikbare gegevens geen adequate beoordeling mogelijk maakten van de veiligheid van zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) bij zuigelingen en peuters die levensmiddelen uit de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 consumeren. De EFSA heeft een aantal wijzigingen van de definitie en specificaties voor zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) in Verordening (EU) nr. 231/2012 aanbevolen.

(25)

De EFSA heeft op 18 juli 2018 een openbare oproep gedaan tot het indienen van technische en toxicologische gegevens over zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) voor gebruik als levensmiddelenadditief in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen, met inbegrip van zuigelingen jonger dan 16 weken, om de gegevens te verzamelen die zij nodig had om de veiligheid ervan te beoordelen voor zuigelingen en peuters die levensmiddelen uit de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 consumeren. Naar aanleiding van de oproep hebben exploitanten van bedrijven gegevens verstrekt.

(26)

Op 13 augustus 2020 heeft de EFSA een wetenschappelijk advies uitgebracht over de herbeoordeling van zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) als levensmiddelenadditief in levensmiddelen voor zuigelingen jonger dan 16 weken en over de follow-up van haar herbeoordeling van deze stof als levensmiddelenadditief voor gebruik in levensmiddelen voor alle bevolkingsgroepen (15). Wat de specificaties ervan betreft zoals vastgesteld in Verordening (EU) nr. 231/2012, heeft de EFSA aanbevolen de maximumwaarden voor zwaveldioxide, arseen, lood en kwik te verlagen, een grenswaarde voor cadmium op te nemen, te specificeren dat zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) geen gluten mag bevatten bij gebruik in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding en microbiologische criteria op te nemen. De EFSA heeft geconcludeerd dat niets wijst op veiligheidsrisico’s wanneer de blootstelling via de voeding van zuigelingen en peuters die levensmiddelen uit de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 consumeren, binnen het in de klinische studies gerapporteerde dosisbereik ligt (tot 2 725 mg/kg lichaamsgewicht per dag). De EFSA heeft echter opgemerkt dat de schattingen van de blootstelling bij de gerapporteerde gebruiksconcentraties deze dosis kunnen overschrijden.

(27)

Het is derhalve passend de gebruiksvoorwaarden voor zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) in de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 te herzien en de specificaties ervan te wijzigen in het licht van het wetenschappelijk advies van de EFSA. Met name moeten, in de specificaties ervan, de huidige maximumwaarden voor zwaveldioxide, arseen, lood en kwik worden verlaagd, moet een maximumwaarde voor cadmium worden vastgesteld en moeten microbiologische criteria worden vastgesteld in overeenstemming met het wetenschappelijk advies van de EFSA, rekening houdend met het gehalte dat momenteel door de toepassing van goede productiepraktijken kan worden bereikt. Voorts moet worden gespecificeerd dat zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) dat in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding wordt gebruikt, geen gluten mag bevatten. Aangezien zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) een hydrocolloïde is die colloïdale dispersies in water vormt in plaats van echte oplossingen, is de aanbeveling van de EFSA voor andere hydrocolloïden om de woorden “oplossing/oplosbaar” te wijzigen in “dispersie/dispergeerbaar” ook van toepassing op zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450).

(28)

De Verordeningen (EG) nr. 1333/2008 en (EU) nr. 231/2012 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(29)

Aangezien de EFSA geen onmiddellijke gezondheidsrisico’s heeft vastgesteld in verband met de huidige specificaties voor johannesbroodpitmeel (E 410), guarpitmeel (E 412), Arabische gom (E 414), xanthaangom (E 415), pectinen (E 440) en zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450), en om exploitanten van levensmiddelenbedrijven, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, in staat te stellen om zich aan de nieuwe, strengere specificaties van deze verordening aan te passen, moet de toepassing van de nieuwe specificaties worden uitgesteld en moet er in een overgangsperiode worden voorzien voor het gebruik van die additieven die vóór de datum van toepassing van deze verordening rechtmatig in de handel zijn gebracht.

(30)

Om dezelfde redenen moet in een overgangsperiode worden voorzien voor levensmiddelen die johannesbroodpitmeel (E 410), guarpitmeel (E 412), Arabische gom (E 414), xanthaangom (E 415), pectinen (E 440) of zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) bevatten en die vóór de datum van toepassing van deze verordening rechtmatig in de handel zijn gebracht.

(31)

Aangezien de EFSA geen onmiddellijke gezondheidsrisico’s heeft vastgesteld in verband met de gebruiksvoorwaarden voor bepaalde levensmiddelenadditieven die bij deze verordening worden gewijzigd, en om de exploitanten van levensmiddelenbedrijven, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, in staat te stellen zich aan de nieuwe gebruiksvoorwaarden van deze verordening aan te passen, moet de toepassing van deze voorwaarden met zes maanden worden uitgesteld en moet in een overgangsperiode worden voorzien voor levensmiddelen die vóór de datum van toepassing van deze verordening rechtmatig in de handel zijn gebracht. Gezien de verschillende stappen die nodig zijn voor de herformulering van levensmiddelen uit de levensmiddelencategorieën 13.1.5.1 en 13.1.5.2 om deze aan te passen aan de nieuwe gebruiksvoorwaarden voor zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450), moet de toepassing van de nieuwe gebruiksvoorwaarden voor dat levensmiddelenadditief echter met een langere periode worden uitgesteld om de beschikbaarheid van levensmiddelen uit deze levensmiddelencategorieën te waarborgen.

(32)

Aangezien de EFSA geen onmiddellijke gezondheidsrisico’s heeft vastgesteld in verband met het gebruik van guarpitmeel (E 412) in de levensmiddelencategorieën 13.1.1, 13.1.5.1 en 13.1.5.2 en om de exploitanten van levensmiddelenbedrijven, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, in staat te stellen een alternatief te vinden, moet de intrekking van de vergunning voor dat gebruik met zes maanden worden uitgesteld en moet in een overgangsperiode worden voorzien voor producten die vóór de intrekking van de vergunning in de handel zijn gebracht. Aangezien guarpitmeel (E 412) in levensmiddelen uit de levensmiddelencategorie 13.1.5.2 echter wordt gebruikt in combinatie met natriumcarboxymethylcellulose, cellulosegom (E 466), waarvoor de vergunning met ingang van 27 april 2027 is ingetrokken bij Verordening (EU) 2025/666 van de Commissie (16), moet de intrekking van de vergunning voor het gebruik van guarpitmeel (E 412) voor deze levensmiddelencategorie tot de bovengenoemde datum worden uitgesteld.

(33)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

Artikel 2

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 3

1.   De levensmiddelenadditieven johannesbroodpitmeel (E 410), guarpitmeel (E 412), Arabische gom (E 414), xanthaangom (E 415), pectinen (E 440) en zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) die vóór 18 augustus 2026 rechtmatig in de handel zijn gebracht, mogen aan levensmiddelen worden toegevoegd overeenkomstig de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 totdat de voorraden zijn uitgeput.

2.   Levensmiddelen waaraan johannesbroodpitmeel (E 410), guarpitmeel (E 412), Arabische gom (E 414), xanthaangom (E 415), pectinen (E 440) of zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) zijn toegevoegd en die vóór 18 augustus 2026 rechtmatig in de handel zijn gebracht, mogen tot en met de datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum in de handel worden gebracht.

3.   Levensmiddelen die niet aan de bepalingen van bijlage I voldoen en die vóór 18 augustus 2026 rechtmatig in de handel zijn gebracht of, in het geval van levensmiddelen die zetmeelnatriumoctenylsuccinaat (E 1450) bevatten, vóór 18 februari 2028 in de handel zijn gebracht, mogen tot en met de datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum verder in de handel worden gebracht.

4.   Levensmiddelen die vóór 18 augustus 2026 rechtmatig in de handel zijn gebracht en behoren tot de levensmiddelencategorieën 13.1.1 “Volledige zuigelingenvoeding zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013” en 13.1.5.1 “Voeding voor medisch gebruik, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013, bestemd voor zuigelingen” en die guarpitmeel (E 412) bevatten, mogen tot hun datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum verder in de handel worden gebracht.

5.   Levensmiddelen die vóór 27 april 2027 rechtmatig in de handel zijn gebracht en behoren tot de levensmiddelencategorie 13.1.5.2 “Voeding voor medisch gebruik, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013, bestemd voor zuigelingen vanaf de leeftijd van vier maanden en voor peuters” en die guarpitmeel (E 412) bevatten, mogen tot hun datum van minimale houdbaarheid of de uiterste consumptiedatum verder in de handel worden gebracht.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 18 augustus 2026].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 januari 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 354 van 31.12.2008, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1333/oj.

(2)   PB L 354 van 31.12.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/1331/oj.

(3)  Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie van 9 maart 2012 tot vaststelling van de specificaties van de in de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad opgenomen levensmiddelenadditieven (PB L 83 van 22.3.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/231/oj).

(4)   EFSA Journal 2017;15(1):4646 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2017.4646).

(5)   EFSA Journal 2023;21(2):7775 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2023.7775).

(6)   EFSA Journal 2017;15(2):4669 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2017.4669).

(7)   EFSA Journal 2024;22:e8748 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2024.8748).

(8)   EFSA Journal 2017;15(4):4741 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2017.4741).

(9)   EFSA Journal 2019;17(12):5922 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2019.5922).

(10)   EFSA Journal 2017;15(7):4909 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2017.4909).

(11)   EFSA Journal 2023;21(5):7951 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2023.7951).

(12)   EFSA Journal 2017;15(7):4866 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2017.4866).

(13)   EFSA Journal 2021;19(1):6387 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2021.6387).

(14)   EFSA Journal 2017;15(10):4911 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2017.4911).

(15)   EFSA Journal 2020;18(8):5874 (https://doi.org/10.2903/j.efsa.2020.5874).

(16)  Verordening (EU) 2025/666 van de Commissie van 4 april 2025 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad wat het gebruik van natriumcarboxymethylcellulose, cellulosegom (E 466) betreft, en tot wijziging van de bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 van de Commissie wat de specificaties van cellulose (E 460), methylcellulose (E 461), ethylcellulose (E 462), hydroxypropylcellulose (E 463), hydroxypropylmethylcellulose (E 464), ethylmethylcellulose (E 465), natriumcarboxymethylcellulose, cellulosegom (E 466), vernette natriumcarboxymethylcellulose, vernette cellulosegom (E 468) en enzymatisch gehydrolyseerde carboxymethylcellulose (E 469) betreft (PB L, 2025/666, 7.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/666/oj).


BIJLAGE I

Deel E van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1333/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in categorie 01.10 (Op melk gebaseerde dranken en soortgelijke producten bestemd voor peuters):

a)

de vermelding voor E 407 Carrageen wordt vervangen door:

 

“E 407

Carrageen

300

(X)”

 

b)

de vermelding voor E 410 Johannesbroodpitmeel wordt vervangen door:

 

“E 410

Johannesbroodpitmeel

10 000

(X)”

 

c)

de vermelding voor E 412 Guarpitmeel wordt vervangen door:

 

“E 412

Guarpitmeel

10 000

(X)”

 

d)

de vermelding voor E 414 Arabische gom wordt vervangen door:

 

“E 414

Arabische gom

10 000

(X)”

 

e)

de vermelding voor E 415 Xanthaangom wordt vervangen door:

 

“E 415

Xanthaangom

10 000

(X)”

 

f)

de vermelding voor E 440 Pectinen wordt vervangen door:

 

 

 

“E 440

Pectinen

5 000

(X)”

 

g)

voetnoot (21) wordt geschrapt;

h)

de volgende voetnoot (X) wordt toegevoegd na voetnoot (44):

“(X):

Als meer dan een van de stoffen E 407, E 410, E 412, E 414, E 415 en E 440 aan een levensmiddel wordt toegevoegd, wordt het vastgestelde maximum in dat levensmiddel voor elk van deze stoffen verlaagd naar rato van het aandeel van die andere stoffen in het levensmiddel.”;

2)

in categorie 13.1.1 (Volledige zuigelingenvoeding zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013) wordt de vermelding voor E 412 Guarpitmeel geschrapt;

3)

in categorie 13.1.5.1 (Voeding voor medisch gebruik zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013, bestemd voor zuigelingen):

a)

de eerste zin wordt vervangen door:

“De additieven van de categorieën 13.1.1 en 13.1.2 zijn toegestaan, behalve E 412.”;

b)

de vermelding voor E 410 Johannesbroodpitmeel wordt vervangen door:

 

“E 410

Johannesbroodpitmeel

5 300

 

vanaf de geboorte in producten ter vermindering van gastro-oesofageale reflux”

c)

de vermelding voor E 412 Guarpitmeel wordt geschrapt;

d)

de vermelding voor E 440 Pectinen wordt vervangen door:

 

“E 440

Pectinen

4 000

 

vanaf de geboorte in producten die worden gebruikt bij maag-darmstoornissen”

e)

de vermelding voor E 1450 Zetmeelnatriumoctenylsuccinaat wordt vervangen door:

 

“E 1450

Zetmeelnatriumoctenylsuccinaat

20 000

 

alleen volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding

Toepassingsperiode: tot 18 februari 2028

 

E 1450

Zetmeelnatriumoctenylsuccinaat

10 000

 

alleen volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding

Toepassingsperiode: vanaf 18 februari 2028”

4)

in categorie 13.1.5.2 (Voeding voor medisch gebruik zoals gedefinieerd in Verordening (EU) nr. 609/2013, bestemd voor zuigelingen van minstens vier maanden oud en peuters):

a)

de eerste zin wordt vervangen door:

“De additieven van de categorieën 13.1.2 en 13.1.3 zijn toegestaan, behalve E 270, E 333, E 341 en E 412.”;

b)

de vermelding voor E 410 Johannesbroodpitmeel wordt vervangen door:

 

“E 410

Johannesbroodpitmeel

5 300

 

vanaf de geboorte in producten ter vermindering van gastro-oesofageale reflux”

c)

de vermelding voor E 412 Guarpitmeel wordt vervangen door:

 

“E 412

Guarpitmeel

10 000

 

vanaf de geboorte voor gebruik in vloeibare zuigelingenvoeding die gehydrolyseerde eiwitten, peptiden of aminozuren bevat

Toepassingsperiode:

tot en met 27 april 2027”

d)

de vermelding voor E 440 Pectinen wordt vervangen door:

 

“E 440

Pectinen

4 000

 

vanaf de geboorte in producten die worden gebruikt bij maag-darmstoornissen”

e)

de vermelding voor E 1450 Zetmeelnatriumoctenylsuccinaat wordt vervangen door:

 

“E 1450

Zetmeelnatriumoctenylsuccinaat

20 000

 

Toepassingsperiode: tot en met 18 februari 2028

 

E 1450

Zetmeelnatriumoctenylsuccinaat

10 000

 

Toepassingsperiode: vanaf 18 februari 2028”


BIJLAGE II

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 231/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

de vermelding voor “E 410 JOHANNESBROODPITMEEL” wordt vervangen door:

E 410   JOHANNESBROODPITMEEL

Synoniemen

Carobbegom, algarobagom

Definitie

Johannesbroodpitmeel is het gemalen endosperm van de zaden van de johannesbroodboom, Cerationia siliqua (L.) Taub. (familie Leguminosae). De zaden worden van zaadhuid ontdaan door de pitten te behandelen met verdund zwavelzuur of met thermisch-mechanische behandelingen en de kiem wordt verwijderd, waarna het endosperm wordt gemalen en gezeefd om inheems johannesbroodpitmeel te verkrijgen. Johannesbroodpitmeel bestaat grotendeels uit een hydrocolloïdale hoogmoleculaire polysacharide, hoofdzakelijk opgebouwd uit galactopyranose- en mannopyranose-eenheden, gekoppeld door glycosidebindingen, die chemisch als galactomannan kan worden omschreven.

Einecs-nummer

232-541-5

CAS-nummer

9000-40-2

Chemische naam

 

Molecuulformule

 

Relatieve molecuulmassa

50 000 – 3 000 000

Gehalte

Galactomannangehalte minimaal 75 %

Omschrijving

Wit tot geelwit, vrijwel reukloos poeder

Identificatie

 

Test op galactose

Voldoet aan test

Test op mannose

Voldoet aan test

Microscopisch onderzoek

Breng een kleine hoeveelheid gemalen monster in een waterige oplossing van 0,5 % jood en 1 % kaliumjodide op een objectglaasje en bekijk dit onder de microscoop. Johannesbroodpitmeel bevat gescheiden of licht gespatieerde, langgerekte buisvormige cellen. De bruine inhoud ervan is minder regelmatig gevormd dan in guarpitmeel. Guarpitmeel vertoont hechte groepen ronde tot peervormige cellen met een geel tot bruine inhoud

Oplosbaarheid

Volledig oplosbaar in heet water, onoplosbaar in ethanol

Zuiverheid

 

Gewichtsverlies bij drogen

Maximaal 15 % (5 uur bij 105 °C)

As

Maximaal 1,2 %, bepaald bij 800 °C

Eiwit (N × 6,25)

Maximaal 7 %

In zuur onoplosbare bestanddelen

Maximaal 4 %

Zetmeel

Niet aantoonbaar met de volgende methode: voeg enkele druppels joodoplossing toe aan een 10 %-dispersie van het monster. Er ontstaat geen blauwe kleur

Arseen

Maximaal 0,1 mg/kg

Lood

Maximaal 0,4 mg/kg

Kwik

Maximaal 0,1 mg/kg

Cadmium

Maximaal 0,1 mg/kg

Ethanol en propaan-2-ol

Maximaal 1 %, afzonderlijk of in combinatie

Microbiologische criteria

 

Totaal kiemgetal

Maximaal 5 000  kve/g

Gisten en schimmels

Maximaal 500 kve/g

Enterobacteriaceae

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Escherichia coli

Afwezig in 1 g

Salmonella spp.

Afwezig in 25 g

Cronobacter spp. (Enterobacter sakazakii)

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding en gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden)”

2)

de vermelding voor “E 412 GUARPITMEEL” wordt vervangen door:

E 412   GUARPITMEEL

Synoniemen

Cyamopsisgom, guargom

Definitie

Guarpitmeel is het gemalen endosperm van de zaden van de guarplant, Cyamopsis tetragonolobus (L.) Taub. (familie Leguminosae). De kiem en het endosperm worden gescheiden door malen en zeven. De schil wordt verwijderd door middel van een behandeling met vochtige of droge, hete lucht en zeven. Het bestaat grotendeels uit een hydrocolloïdale hoogmoleculaire polysacharide, hoofdzakelijk opgebouwd uit galactopyranose- en mannopyranose-eenheden, gekoppeld door glycosidebindingen, die chemisch als galactomannan kan worden omschreven. De gom mag gedeeltelijk gehydrolyseerd zijn door warmtebehandeling, milde behandeling met zuur of oxidatie in basisch milieu om de viscositeit aan te passen.

Einecs-nummer

232-536-0

CAS-nummer

9000-30-0

Chemische naam

 

Molecuulformule

 

Relatieve molecuulmassa

50 000 – 8 000 000

Gehalte

Galactomannangehalte minimaal 75 %

Omschrijving

Wit tot geelwit, vrijwel reukloos poeder

Identificatie

 

Test op galactose

Voldoet aan test

Test op mannose

Voldoet aan test

Oplosbaarheid

Dispergeerbaar in koud water

Zuiverheid

 

Gewichtsverlies bij drogen

Maximaal 15 % (5 uur bij 105 °C)

As

Maximaal 5,5 %, bepaald bij 800 °C

In zuur onoplosbare bestanddelen

Maximaal 7 %

Eiwit

Maximaal 10 % (factor N × 6,25) (kjeldahlmethode)

Zetmeel

Niet aantoonbaar met de volgende methode: voeg enkele druppels joodoplossing toe aan een 10 %-dispersie van het monster. Er ontstaat geen blauwe kleur

Organische peroxiden

Maximaal 0,7 meq actieve zuurstof/kg monster

Furfural

Maximaal 1 mg/kg

Pentachloorfenol

Maximaal 0,01 mg/kg

Arseen

Maximaal 0,1 mg/kg

Lood

Maximaal 0,2 mg/kg

Kwik

Maximaal 0,1 mg/kg

Cadmium

Maximaal 0,1 mg/kg

Microbiologische criteria

 

Totaal kiemgetal

Maximaal 5 000  kve/g

Gisten en schimmels

Maximaal 500 kve/g

Enterobacteriaceae

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Escherichia coli

Afwezig in 1 g

Salmonella spp.

Afwezig in 25 g”

3)

de vermelding voor “E 414 ARABISCHE GOM” wordt vervangen door:

E 414   ARABISCHE GOM

Synoniemen

 

Definitie

Arabische gom is een gedroogd exsudaat uit de stammen en takken van Acacia senegal (L) Willdenow of van verwante acaciasoorten (familie Leguminosae). Het bestaat grotendeels uit hoogmoleculaire polysachariden en de calcium-, kalium- en magnesiumzouten daarvan die bij hydrolyse worden omgezet in arabinose, galactose, ramnose en glucuronzuur.

Einecs-nummer

232-519-5

CAS-nummer

9000-01-5

Chemische naam

 

Molecuulformule

 

Relatieve molecuulmassa

Ongeveer 350 000

Gehalte

 

Omschrijving

Ongemalen Arabische gom komt voor als witte of geelwitte bolvormige druppels van uiteenlopende grootte of in brokken, soms gemengd met donkerder deeltjes. Voorts is het in de handel verkrijgbaar als witte of geelwitte vlokken, korrels, poeder of gesproeidroogd materiaal

Identificatie

 

Oplosbaarheid

1 g lost op in 2 ml koud water en vormt een goed vloeiende dispersie die zuur reageert op lakmoes. Onoplosbaar in ethanol

Zuiverheid

 

Gewichtsverlies bij drogen

Maximaal 17 % (5 uur bij 105 °C) voor korrels en maximaal 10 % (4 uur bij 105 °C) voor gesproeidroogd materiaal

As (totaal)

Maximaal 4 %

In zuur onoplosbare as

Maximaal 0,5 %

In zuur onoplosbare bestanddelen

Maximaal 1 %

Zetmeel of dextrine

Kook een 2 %-dispersie van de gom en laat afkoelen. Voeg aan 5 ml 1 druppel joodoplossing toe. Er mag geen blauw- of roodachtige kleur ontstaan

Tannine

Voeg aan 10 ml van een 2 %-dispersie ongeveer 0,1 ml ijzerchlorideoplossing (9 g FeCl3.6H2O met water aangevuld tot 100 ml toe). Er mag geen zwarte verkleuring of zwartachtig neerslag ontstaan

Arseen

Maximaal 0,1 mg/kg

Lood

Maximaal 0,05 mg/kg

Kwik

Maximaal 0,05 mg/kg

Cadmium

Maximaal 0,05 mg/kg

Aluminium

Maximaal 100 mg/kg (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 200 mg/kg (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Hydrolyseproducten

Mannose, xylose en galacturonzuur komen niet voor (bepaald met chromatografie)

Eiwitten

Maximaal 3,5 %

Oxidasen en peroxidasen die op natuurlijke wijze of als gevolg van verwerking in Arabische gom voorkomen, moeten worden geïnactiveerd tijdens het productieproces van Arabische gom die in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters wordt gebruikt.

Microbiologische criteria

 

Totaal kiemgetal

Maximaal 10 000  kve/g

Gisten en schimmels

Maximaal 10 000  kve/g

Salmonella spp.

Afwezig in 25 g

Enterobacteriaceae

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Escherichia coli

Afwezig in 5 g

Cronobacter spp. (Enterobacter sakazakii)

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd in gedroogde volledige zuigelingenvoeding en gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden)”

4)

de vermelding voor “E 415 XANTHAANGOM” wordt vervangen door:

E 415

XANTHAANGOM

Synoniemen

 

Definitie

Xanthaangom is een hoogmoleculaire polysacharidegom die wordt bereid door fermentatie van een koolhydraat met een reincultuur van Xanthomonas campestris, die ondubbelzinnig is geïdentificeerd en voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor de QPS-status (d.w.z. het ontbreken van verworven genen voor resistentie tegen antimicrobiële stoffen), gezuiverd door extractie met ethanol of propaan-2-ol, gedroogd en gemalen. Het bevat D-glucose en D-mannose als dominerende hexose-eenheden, met daarnaast D-glucuronzuur, pyrodruivenzuur en azijnzuur, en wordt bereid als natrium-, kalium- of calciumzout. De dispersies ervan in water zijn neutraal. Het eindproduct mag geen nog resterende enzymactiviteit vertonen.

Einecs-nummer

234-394-2

CAS-nummer

11138-66-2

Chemische naam

 

Molecuulformule

 

Relatieve molecuulmassa

Ongeveer 1 000 000

Gehalte

Produceert (berekend voor de droge stof) minimaal 4,2 % en maximaal 5 % CO2, wat overeenkomt met 91 % tot 108 % xanthaangom

Omschrijving

Roomkleurig poeder

Identificatie

 

Oplosbaarheid

Dispergeerbaar in water. Onoplosbaar in ethanol

Zuiverheid

 

Gewichtsverlies bij drogen

Maximaal 15 % (2,5 uur bij 105 °C)

As (totaal)

Maximaal 16 % van de watervrije stof, bepaald bij 650 °C na vier uur drogen bij 105 °C

Pyrodruivenzuur

Minimaal 1,5 %

Stikstof

Maximaal 1,5 % (kjeldahlmethode)

Ethanol en propaan-2-ol

Maximaal 500 mg/kg, afzonderlijk of in combinatie

Arseen

Maximaal 0,1 mg/kg

Lood

Maximaal 0,5 mg/kg

Kwik

Maximaal 0,05 mg/kg

Cadmium

Maximaal 0,3 mg/kg

Microbiologische criteria

 

Totaal kiemgetal

Maximaal 5 000  kve/g

Gisten en schimmels

Maximaal 300 kve/g

Enterobacteriaceae

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Escherichia coli

Afwezig in 5 g

Salmonella spp.

Afwezig in 25 g

Cronobacter spp. (Enterobacter sakazakii)

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd in gedroogde volledige zuigelingenvoeding en gedroogde dieetvoeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden)

Xantomonas campestris

Geen levensvatbare cellen aanwezig in 1 g”

5)

de vermelding voor “E 440 (i) PECTINE” wordt vervangen door:

E 440 (I)   PECTINE

Synoniemen

 

Definitie

Pectine bestaat hoofdzakelijk uit de partiële methylesters van polygalacturonzuur en de ammonium-, natrium-, kalium- en calciumzouten daarvan. Het wordt verkregen door extractie in een waterig medium uit geschikt eetbaar plantaardig materiaal, doorgaans citrusvruchten of appelen. Het eindproduct mag geen nog resterende enzymactiviteit vertonen. Er mogen geen andere organische neerslagmiddelen worden toegepast dan methanol, ethanol en propaan-2-ol.

Einecs-nummer

232-553-0

Chemische naam

 

Molecuulformule

 

Relatieve molecuulmassa

 

Gehalte

Minimaal 65 % galacturonzuur berekend op basis van de as- en watervrije stof na wassen met zuur en alcohol

Omschrijving

Wit, bleekgeel, lichtgrijs of lichtbruin poeder

Identificatie

 

Oplosbaarheid

Dispergeerbaar in water, waarbij een colloïdale, opalescente dispersie wordt gevormd. Onoplosbaar in ethanol

Zuiverheid

 

Gewichtsverlies bij drogen

Maximaal 12 % (2 uur bij 105 °C)

In zuur onoplosbare as

Maximaal 1 % (in circa 3 N zoutzuur)

Zwaveldioxide

Maximaal 50 mg/kg watervrije stof

Stikstofgehalte

Maximaal 1,0 % na wassen met zuur en ethanol

Onoplosbare bestanddelen totaal

Maximaal 3 %

Oplosmiddelresten

Maximaal 1 % vrije methanol, ethanol en propaan-2-ol, afzonderlijk of in combinatie, van het product zonder vluchtige bestanddelen

Arseen

Maximaal 0,1 mg/kg

Lood

Maximaal 0,3 mg/kg (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 1 mg/kg (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Kwik

Maximaal 0,1 mg/kg

Cadmium

Maximaal 0,1 mg/kg (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 0,5 mg/kg (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Aluminium

Maximaal 120 mg/kg (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 200 mg/kg (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Microbiologische criteria

 

Enterobacteriaceae

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Escherichia coli

Afwezig in 10 g

Salmonella spp.

Afwezig in 25 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Cronobacter spp. (Enterobacter sakazakii)

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd in gedroogde volledige zuigelingenvoeding en gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden)”

6)

de vermelding voor “E 440 (ii) GEAMIDEERDE PECTINE” wordt vervangen door:

E 440 (II)   GEAMIDEERDE PECTINE

Synoniemen

 

Definitie

Geamideerde pectine bestaat hoofdzakelijk uit partiële methylesters en amiden van polygalacturonzuur en de ammonium-, natrium-, kalium- en calciumzouten daarvan. Het wordt bereid uit eetbaar plantaardig materiaal, doorgaans citrusvruchten of appelen, door extractie in waterig milieu en behandeling met ammoniak in basisch milieu. Het eindproduct mag geen nog resterende enzymactiviteit vertonen. Er mogen geen andere organische neerslagmiddelen worden toegepast dan methanol, ethanol en propaan-2-ol.

Einecs-nummer

 

Chemische naam

 

Molecuulformule

 

Relatieve molecuulmassa

 

Gehalte

Minimaal 65 % galacturonzuur berekend op basis van de as- en watervrije stof na wassen met zuur en alcohol

Omschrijving

Wit, bleekgeel, lichtgrijs of lichtbruin poeder

Identificatie

 

Oplosbaarheid

Dispergeerbaar in water, waarbij een colloïdale, opalescente dispersie wordt gevormd. Onoplosbaar in ethanol

Zuiverheid

 

Gewichtsverlies bij drogen

Maximaal 12 % (2 uur bij 105 °C)

In zuur onoplosbare as

Maximaal 1 % (in circa 3 N zoutzuur)

Amideringsgraad

Maximaal 25 % van alle carboxylgroepen

Zwaveldioxide

Maximaal 50 mg/kg watervrije stof

Stikstofgehalte

Maximaal 2,5 % na wassen met zuur en ethanol

Onoplosbare bestanddelen totaal

Maximaal 3 %

Oplosmiddelresten

Maximaal 1 % vrije methanol, ethanol en propaan-2-ol, afzonderlijk of in combinatie, van het product zonder vluchtige bestanddelen

Arseen

Maximaal 0,1 mg/kg

Lood

Maximaal 0,3 mg/kg (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 1 mg/kg (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Kwik

Maximaal 0,1 mg/kg

Cadmium

Maximaal 0,1 mg/kg (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 0,5 mg/kg (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Aluminium

Maximaal 120 mg/kg (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 200 mg/kg (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Microbiologische criteria

 

Enterobacteriaceae

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Escherichia coli

Afwezig in 10 g

Salmonella spp.

Afwezig in 25 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Cronobacter spp. (Enterobacter sakazakii)

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd in gedroogde volledige zuigelingenvoeding en gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden)”

7)

de vermelding voor “E 1450 ZETMEELNATRIUMOCTENYLSUCCINAAT” wordt vervangen door:

E 1450   ZETMEELNATRIUMOCTENYLSUCCINAAT

Synoniemen

SSOS

Definitie

Zetmeelnatriumoctenylsuccinaat is een gemodificeerd zetmeel. Het wordt vervaardigd door behandeling van een slurry van zetmeel voor voedingsdoeleinden met octenylbarnsteenzuuranhydride. Nadat de juiste mate van verestering is bereikt, wordt het gemodificeerde zetmeel teruggewonnen door neutralisatie met zuur, wassen met water, ontwatering en drogen.

Einecs-nummer

 

Chemische naam

 

Molecuulformule

 

Relatieve molecuulmassa

 

Gehalte

 

Omschrijving

Poeder of korrels of (indien voorgegelatineerd) vlokken, amorf poeder of grove deeltjes; wit of vrijwel wit

Identificatie

 

Microscopische waarneming

Voldoet aan test (indien niet voorgegelatineerd)

Joodkleuring

Voldoet aan test (donkerblauwe tot lichtrode kleur)

Zuiverheid

 

Gewichtsverlies bij drogen

Maximaal 15,0 % voor graanzetmeel

Maximaal 21,0 % voor aardappelzetmeel

Maximaal 18,0 % voor ander zetmeel

Octenylsuccinylgroepen

Maximaal 3 % (watervrije stof)

Octenylbarnsteenzuurrest

Maximaal 0,3 % (watervrije stof)

Zwaveldioxide

Maximaal 10 mg/kg watervrije stof

Arseen

Maximaal 0,05 mg/kg (watervrije stof) (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 0,1 mg/kg (watervrije stof) (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Lood

Maximaal 0,03 mg/kg (watervrije stof) (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 0,2 mg/kg (watervrije stof) (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Kwik

Maximaal 0,05 mg/kg (watervrije stof)

Cadmium

Maximaal 0,01 mg/kg (watervrije stof) (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Maximaal 0,1 mg/kg (watervrije stof) (andere toepassingen dan in levensmiddelen voor zuigelingen en peuters)

Gluten

Glutenvrij, alleen in volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/127 (*1)

Microbiologische criteria

 

Enterobacteriaceae

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Escherichia coli

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd aan levensmiddelen voor zuigelingen)

Salmonella spp.

Afwezig in 25 g (alleen wanneer toegevoegd aan gedroogde volledige zuigelingenvoeding, gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden en gedroogde opvolgzuigelingenvoeding)

Cronobacter spp. (Enterobacter sakazakii)

Afwezig in 10 g (alleen wanneer toegevoegd in gedroogde volledige zuigelingenvoeding en gedroogde voeding voor medisch gebruik voor zuigelingen jonger dan zes maanden)



ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/196/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)