|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/188 |
23.1.2026 |
BESLUIT (EU) 2026/188 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 20 januari 2026
tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De betrekkingen tussen de Unie en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (“Jordanië”) ontwikkelen zich in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid. Op 24 november 1997 hebben de Unie en Jordanië de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds (2) (de “associatieovereenkomst”) ondertekend, die op 1 mei 2002 in werking is getreden. Op grond van de associatieovereenkomst hebben de Unie en Jordanië geleidelijk een vrijhandelszone tot stand gebracht gedurende een overgangsperiode van twaalf jaar. Bovendien is een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië betreffende liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en houdende wijziging van de associatieovereenkomst EG-Jordanië, alsmede de vervanging van de bijlagen I, II, III en IV en de protocollen nrs. 1 en 2 bij de overeenkomst (3) in 2007 in werking getreden. In 2010 is overeenstemming bereikt over een “geavanceerde status”-partnerschap tussen de Unie en Jordanië, dat ertoe strekt de samenwerkingsterreinen uit te breiden. Een protocol tussen de Europese Unie en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië tot vaststelling van een regeling inzake de beslechting van geschillen in verband met de handelsbepalingen van de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, anderzijds (4), is geparafeerd in december 2009, en is op 1 juli 2011 in werking getreden. De bilaterale politieke dialoog en economische samenwerking zijn verder ontwikkeld in het kader van de associatieovereenkomst en de partnerschapsprioriteiten EU-Jordanië voor de periode 2022-2027 en het strategisch en breed partnerschap dat in januari 2025 werd ondertekend. |
|
(2) |
Sinds 2011 is Jordanië begonnen met een reeks politieke hervormingen ter versterking van de parlementaire democratie en de rechtsstaat. Het land heeft een grondwettelijk hof en een onafhankelijke kiescommissie opgericht, en het Jordaanse parlement heeft een aantal belangrijke wetten, waaronder de kieswet en de wet op de politieke partijen, alsook wetten inzake decentralisatie en gemeenten, aangenomen. Bovendien zijn er verbeteringen aangenomen van de wetgeving met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en vrouwenrechten. |
|
(3) |
De Jordaanse economie is zwaar getroffen door de langdurige regionale instabiliteit, met name het conflict in Syrië en het conflict in Israël en Gaza, in combinatie met verstoringen van de veiligheid in de Rode Zee-gebied. Die instabiliteit heeft de onzekerheid verder vergroot, het vertrouwen van investeerders ondermijnd, de handelsroutes verstoord en het toerisme verzwakt. Die uitdagingen komen bovenop de aanhoudende economische en sociale gevolgen van de COVID-19-pandemie, wereldwijde prijsschokken door de Russische invasie in Oekraïne en de hogere financieringskosten in verband met krappere mondiale financieringsvoorwaarden. Meer recentelijk vormt de toegenomen onzekerheid van de mondiale economische en handelsomgeving ook een extra uitdaging voor Jordanië. Hoewel Jordanië een hernieuwde economische krimp heeft voorkomen, deels dankzij het voeren van gezond macro-economisch beleid en hervormingen, blijft zijn herstel traag. De werkloosheid blijft aanhoudend hoog, met name onder jongeren en vrouwen, en de fiscale en externe financieringsdruk blijft wegen op de Jordaanse economie. |
|
(4) |
Als gevolg van het conflict in Israël en Gaza en het opgelaaide geweld in de regio, met name de hoog opgelopen spanningen tussen Israël en Iran medio juni 2025, zijn in Jordanië vluchten opgeschort en zal het broze economisch herstel van het land verder worden bemoeilijkt, het vertrouwen van investeerders en toeristen afnemen en zullen de vooruitzichten steeds onzekerder worden. Er zijn weinig sociale spanningen in Jordanië, maar die zouden kunnen toenemen bij verdere escalatie van de aanhoudende conflicten. Bovendien dreigt de klimaatverandering de reeds nijpende waterschaarste in Jordanië te verergeren, wat de groei zou kunnen schaden en de overheidsfinanciën verder onder druk kan zetten. |
|
(5) |
In januari 2024 bereikten de Jordaanse autoriteiten en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) overeenstemming over een economisch aanpassingsprogramma, ondersteund door een vierjarige uitgebreide financieringsfaciliteit ten belope van 1,2 miljard USD, die momenteel wordt uitgevoerd. In juli 2025 presteerde Jordanië sterk in het kader van de uitgebreide financieringsfaciliteit en het land voldeed bij de eerste drie programma-evaluaties (in juli en december 2024 en april 2025) aan alle kwantitatieve prestatiecriteria en structurele benchmarks, waardoor in totaal 391 miljoen USD van de goedgekeurde 1,2 miljard USD werd uitbetaald. |
|
(6) |
In april 2025 heeft de Unie in antwoord op een verzoek van Jordanië van oktober 2023 een vierde programma voor macrofinanciële bijstand (MFB IV) (5) ten bedrage van 500 miljoen EUR in de vorm van leningen goedgekeurd. De uitbetalingen zijn gepland voor de periode van 2025 tot en met 2027, voor zover is voldaan aan de in het memorandum van overeenstemming vastgestelde voorwaarden, die betrekking hebben op maatregelen op het gebied van beheer van de overheidsfinanciën, governance en corruptiebestrijding, sociaal en arbeidsmarktbeleid, energie en ondernemingsklimaat. MFB-IV volgt op een reeks van drie MFB-programma’s (MFB-I: 180 miljoen EUR; MFB-II: 200 miljoen EUR; MFB-III: 500 miljoen EUR en nog eens 200 miljoen EUR in reactie op de COVID-19-pandemie), dat tussen 2014 en 2023 in totaal 1,08 miljard EUR aan leningen heeft verstrekt. |
|
(7) |
Sinds het begin van de Syrische crisis in 2011 heeft de Unie Jordanië ongeveer 3,5 miljard EUR beschikbaar gesteld in het kader van verschillende instrumenten (waaronder 1,08 miljard EUR in het kader van de drie MFB-programma’s) om Jordanië te helpen de economische stabiliteit te vrijwaren, de politieke en economische hervorming door te zetten en te voorzien in de leniging van zijn noden op humanitair, ontwikkelings- en veiligheidsgebied. Daarnaast heeft de Europese Investeringsbank sinds 2011 ongeveer 2,4 miljard EUR aan projectleningen aan Jordanië toegewezen. |
|
(8) |
Voor de periode van 2021 tot en met 2024 bedroeg de bilaterale indicatieve toewijzing (subsidies) van de Unie aan Jordanië uit hoofde van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld (NDICI – Europa in de wereld), dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad (6) ongeveer 360 miljoen EUR, aangevuld met steun van de Unie om Jordanië te helpen de gevolgen van de Syrische crisis op te vangen (214 miljoen EUR van 2021 tot en met 2023), naast bijstand uit andere andere regionale en thematische programma’s. In de periode tussen 2014 en 2020 bedroeg de steun van de Unie aan Jordanië, voornamelijk via het Europees nabuurschapsinstrument, 765 miljoen EUR. In dezelfde periode heeft Jordanië ook 126 miljoen EUR extra ontvangen via het investeringsplatform voor het nabuurschap, dat ongeveer 580 miljoen EUR aan investeringen heeft aangetrokken. In 2021 lanceerde de Unie in het kader van het economisch en investeringsplan meer dan twintig vlaggenschipprojecten in Jordanië, waarvoor ongeveer 461 miljoen EUR werd vastgelegd (in de vorm van subsidies, blendingverrichtingen en garanties) en waarmee in totaal ongeveer 4,76 miljard EUR aan investeringen werd gemobiliseerd. |
|
(9) |
In januari 2025 heeft Jordanië, gelet op de aanhoudende moeilijke economische situatie en vooruitzichten, de Unie om aanvullende macrofinanciële bijstand verzocht. |
|
(10) |
Omdat Jordanië onder het Europees nabuurschapsbeleid valt, komt het in aanmerking voor macrofinanciële bijstand van de Unie. |
|
(11) |
De macrofinanciële bijstand van de Unie moet een uitzonderlijk financieringsinstrument zijn van ongebonden en niet-toegewezen betalingsbalanssteun, gericht op het lenigen van de onmiddellijke externe financieringsbehoeften van Jordanië, en moet ter ondersteuning dienen van de uitvoering van een beleidsprogramma met krachtige directe aanpassingsmaatregelen en maatregelen voor structurele hervorming die gericht zijn op het verbeteren van de betalingsbalanspositie van Jordanië op korte termijn. |
|
(12) |
Aangezien er nog steeds sprake is van een resterend extern financieringstekort op de betalingsbalans van Jordanië dat de door het IMF en andere multilaterale instellingen verstrekte middelen te boven gaat, wordt de toekenning van aanvullende macrofinanciële bijstand door de Unie aan Jordanië, onder de huidige uitzonderlijke omstandigheden, beschouwd als een passende reactie op het verzoek van Jordanië aan de Unie om de economische stabilisatie van Jordanië te ondersteunen, in samenhang met het IMF-programma. De macrofinanciële bijstand van de Unie zou de economische stabilisatie in Jordanië en de agenda voor structurele hervorming ondersteunen en een aanvulling vormen op de middelen die in het kader van de financiële overeenkomst met het IMF beschikbaar worden gesteld. |
|
(13) |
De macrofinanciële bijstand van de Unie moet gericht zijn op het helpen herstellen van een houdbare externe financieringspositie voor Jordanië en aldus de economische en sociale ontwikkeling van het land ondersteunen. |
|
(14) |
Verwacht wordt dat de macrofinanciële bijstand van de Unie hand in hand zal gaan met het verrichten van begrotingssteunoperaties uit hoofde van NDICI – Europa in de wereld. |
|
(15) |
Het bedrag van de macrofinanciële bijstand van de Unie moet worden gebaseerd op een volledige kwantitatieve beoordeling van de resterende externe financieringsbehoeften van Jordanië, en bij de bepaling ervan moet rekening worden gehouden met het vermogen van Jordanië om zichzelf te financieren met eigen middelen, in het bijzonder de internationale reserves die het ter beschikking heeft. De macrofinanciële bijstand van de Unie moet een aanvulling vormen op de programma’s van het IMF en de Wereldbank en de door hen verstrekte middelen. Bij de vaststelling van het bijstandsbedrag moet ook rekening worden gehouden met verwachte financiële bijdragen van bilaterale en multilaterale donoren, met het gegeven dat de lasten billijk tussen de Unie en andere donoren moeten worden verdeeld, met de reeds bestaande inzet van andere externe financieringsinstrumenten van de Unie in Jordanië, en met de meerwaarde van de totale inbreng van de Unie in Jordanië. |
|
(16) |
De Commissie moet ervoor zorgen dat de macrofinanciële bijstand van de Unie juridisch en materieel verenigbaar is met de voornaamste beginselen en doelstellingen van de verschillende terreinen van het externe optreden, met de maatregelen die met betrekking tot die terreinen zijn vastgesteld en met andere relevante beleidsmaatregelen van de Unie. |
|
(17) |
De macrofinanciële bijstand van de Unie moet haar externe beleid ten aanzien van Jordanië ondersteunen. De Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) moeten gedurende de hele macrofinanciële-bijstandsoperatie nauw samenwerken om het externe beleid van de Unie te coördineren en de samenhang ervan te waarborgen. |
|
(18) |
De macrofinanciële bijstand van de Unie moet ondersteuning bieden voor de inspanningen van Jordanië om met de Unie gedeelde waarden, zoals de democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, eerbiediging van de mensenrechten, duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding, na te leven, en om het beginsel van open, op regels gebaseerde en eerlijke handel toe te passen. |
|
(19) |
Eerbiediging door Jordanië van doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen, en de rechtsstaat, en de waarborging van de eerbiediging van de mensenrechten moet een randvoorwaarde zijn voor de toekenning van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Bovendien moeten de specifieke doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie de efficiëntie, de transparantie en de verantwoording inzake de beheersystemen voor de overheidsfinanciën in Jordanië bevorderen en bijdragen aan structurele hervormingen die gericht zijn op de ondersteuning van duurzame en inclusieve groei, het scheppen van werkgelegenheid en begrotingsconsolidatie. De Commissie en de EDEO moeten regelmatig monitoren of aan die randvoorwaarde is voldaan en of die specifieke doelstellingen worden verwezenlijkt. |
|
(20) |
Met het oog op een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Unie in het kader van de macrofinanciële bijstand van de Unie, moet Jordanië passende maatregelen nemen voor de preventie en de bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot die bijstand. Daarnaast moet een tussen de Commissie en de Jordaanse autoriteiten te sluiten leningsovereenkomst bepalingen bevatten waarbij het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) wordt gemachtigd om overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (7) en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (8) onderzoeken, met inbegrip van controles ter plaatse en inspecties, uit te voeren, de Commissie en de Rekenkamer worden gemachtigd audits uit te voeren en het Europees Openbaar Ministerie wordt gemachtigd zijn bevoegdheden uit te oefenen met betrekking tot de verlening van macrofinanciële bijstand van de Unie tijdens en na de beschikbaarheidsperiode van die bijstand. |
|
(21) |
De uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Unie laat de bevoegdheden van het Europees Parlement en de Raad als begrotingsautoriteit onverlet. |
|
(22) |
De bedragen van de voorziening voor de macrofinanciële bijstand van de Unie moeten stroken met de in het meerjarig financieel kader vastgestelde begrotingskredieten. |
|
(23) |
De macrofinanciële bijstand van de Unie moet door de Commissie worden beheerd. Om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement en de Raad de uitvoering van dit besluit kunnen volgen, moet de Commissie hen regelmatig inlichten over ontwikkelingen met betrekking tot die bijstand en hun de relevante documenten daarover verstrekken. |
|
(24) |
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van dit besluit, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (9). |
|
(25) |
De macrofinanciële bijstand van de Unie moet onderworpen zijn aan voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden, die in een memorandum van overeenstemming moeten worden vastgelegd. Ter wille van de efficiëntie en om eenvormige uitvoeringsvoorwaarden te waarborgen, moet de Commissie worden gemachtigd om met de Jordaanse autoriteiten onderhandelingen over die voorwaarden te voeren onder toezicht van het comité van vertegenwoordigers van de lidstaten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011. Gezien de mogelijk aanzienlijke impact van de macrofinanciële bijstand van de Unie, is het passend dat de in Verordening (EU) nr. 182/2011 gespecificeerde onderzoeksprocedure wordt gebruikt. Gezien het bedrag van de macrofinanciële bijstand van de Unie aan Jordanië moet de onderzoeksprocedure worden toegepast op de vaststelling van het memorandum van overeenstemming, of voor het verlagen, schorsen of annuleren van die bijstand. |
|
(26) |
Daar de doelstelling van dit besluit, namelijk de externe financieringsbehoeften van Jordanië aanpakken, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken, |
HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De Unie stelt voor een maximumbedrag van 500 miljoen EUR macrofinanciële bijstand ter beschikking van Jordanië (de “macrofinanciële bijstand van de Unie”), teneinde de economische stabilisatie van Jordanië en een substantiële hervormingsagenda te ondersteunen. De macrofinanciële bijstand van de Unie draagt bij aan het lenigen van de betalingsbalansbehoeften van Jordanië die in het IMF-programma zijn vastgesteld.
2. Het volledige bedrag van de macrofinanciële bijstand van de Unie wordt verstrekt in de vorm van leningen aan Jordanië.
3. De Commissie is bevoegd om namens de Unie de nodige financiële middelen te lenen op de kapitaalmarkten of van financiële instellingen teneinde de middelen vervolgens aan Jordanië door te lenen.
4. De uitkering van de macrofinanciële bijstand van de Unie wordt door de Commissie beheerd op een wijze die strookt met de overeenkomsten of afspraken tussen het IMF en Jordanië en met de voornaamste beginselen en doelstellingen van de economische hervormingen die in de associatieovereenkomst zijn uiteengezet.
5. De Commissie licht het Europees Parlement en de Raad regelmatig in over de ontwikkelingen met betrekking tot de macrofinanciële bijstand van de Unie, onder meer de uitbetalingen daarvan, en verstrekt die instellingen tijdig de relevante documenten.
6. De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt beschikbaar gesteld voor een periode van tweeënhalf jaar, die ingaat op de eerste dag na de datum van inwerkingtreding van het in artikel 3, lid 1, bedoelde memorandum van overeenstemming.
7. Indien de financieringsbehoeften van Jordanië tijdens de periode van uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Unie aanzienlijk verminderen ten opzichte van de oorspronkelijke prognoses, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast om het bedrag van de bijstand te verlagen of om de bijstand te schorsen of te annuleren. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 2
1. Eerbiediging door Jordanië van doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair stelsel met meerdere partijen, en de rechtsstaat, en de waarborging van de eerbiediging van de mensenrechten is een randvoorwaarde voor de toekenning van de macrofinanciële bijstand van de Unie.
2. De Commissie en de EDEO zien tijdens de volledige duur van de macrofinanciële bijstand van de Unie erop toe dat aan de in lid 1 vastgestelde basisvoorwaarde is voldaan.
3. Leden 1 en 2 zijn van toepassingovereenkomstig Besluit 2010/427/EU van de Raad (10).
Artikel 3
1. De Commissie bereikt, volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, met de Jordaanse autoriteiten overeenstemming over voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden, gericht op structurele hervormingen en gezonde overheidsfinanciën, waaraan de macrofinanciële bijstand van de Unie onderworpen is. Die voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden worden vastgelegd in een memorandum van overeenstemming, dat een tijdschema bevat voor het voldoen aan die voorwaarden. Die voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden stroken met de in artikel 1, lid 4, bedoelde overeenkomsten of afspraken, met inbegrip van de programma’s voor macro-economische aanpassing en structurele hervorming die door Jordanië met steun van het IMF worden uitgevoerd.
2. De in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn er in het bijzonder op gericht de doelmatigheid, transparantie en verantwoording van de beheerssystemen voor de overheidsfinanciën in Jordanië te bevorderen, met inbegrip van de systemen voor het gebruik van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Bij het vaststellen van de beleidsmaatregelen wordt ook naar behoren rekening gehouden met vooruitgang op het gebied van het wederzijds openstellen van markten, de ontwikkeling van op regels gebaseerde en eerlijke handel, en andere prioriteiten in het kader van het externe beleid van de Unie. De Commissie monitort regelmatig de vooruitgang die Jordanië boekt bij het bereiken van die doelstellingen.
3. De financiële voorwaarden van de macrofinanciële bijstand van de Unie worden in detail vastgelegd in een tussen de Commissie en de Jordaanse autoriteiten te sluiten leningsovereenkomst overeenkomstig artikel 223 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (11) (de “leningsovereenkomst”).
4. De Commissie onderzoekt op gezette tijden of de in artikel 4, lid 3, eerste alinea, bedoelde voorwaarden vervuld blijven, onder meer of het economische beleid van Jordanië verenigbaar is met de doelstellingen van de macrofinanciële bijstand van de Unie. Daarbij werkt de Commissie nauw samen met het IMF en de Wereldbank en, indien nodig, met het Europees Parlement en de Raad.
Artikel 4
1. De Commissie stelt de macrofinanciële bijstand van de Unie onder de in lid 3, eerste alinea, bedoelde voorwaarden beschikbaar in drie leningstranches. De omvang van elk van die tranches wordt vastgelegd in het memorandum van overeenstemming.
2. Voor de bedragen van de macrofinanciële bijstand van de Unie worden, indien nodig, voorzieningen aangelegd overeenkomstig Verordening (EU) 2021/947.
3. De Commissie besluit tot uitbetaling van de tranches mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
|
a) |
de in artikel 2, lid 1, vastgestelde randvoorwaarde; |
|
b) |
een constante bevredigende voortgang bij de uitvoering van een beleidsprogramma met krachtige aanpassingsmaatregelen en structurele hervormingsmaatregelen, ondersteund door een niet uit voorzorg getroffen kredietregeling met het IMF, en |
|
c) |
de bevredigende uitvoering van de in het memorandum van overeenstemming vastgelegde voorwaarden inzake economisch beleid en financiële voorwaarden. |
De tweede tranche wordt in beginsel niet vroeger dan drie maanden na de uitbetaling van de eerste tranche uitbetaald. De derde tranche wordt in beginsel niet vroeger dan drie maanden na de uitkering van de tweede tranche uitbetaald.
4. Indien de in lid 3, eerste alinea, bedoelde voorwaarden niet zijn vervuld, wordt de uitbetaling van de macrofinanciële bijstand van de Unie tijdelijk geschorst of geannuleerd door de Commissie. In die gevallen licht zij het Europees Parlement en de Raad in over de redenen voor die schorsing of intrekking.
5. De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt uitgekeerd aan de centrale bank van Jordanië. Met inachtneming van de in het memorandum van overeenstemming vastgelegde overeengekomen bepalingen, waaronder een bevestiging van de resterende budgettaire financieringsbehoeften, kunnen de middelen van de Unie door de centrale bank van Jordanië aan het Jordaanse ministerie van Financiën als eindbegunstigde worden overgemaakt.
Artikel 5
1. Voor de financiering van de macrofinanciële bijstand van de Unie in de vorm van leningen wordt de Commissie gemachtigd om, namens de Unie, de nodige financiële middelen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen te lenen overeenkomstig artikel 224 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
2. De Commissie sluit met Jordanië een leningsovereenkomst voor het in artikel 1 bedoelde bedrag. In de leningsovereenkomst worden de beschikbaarheidsperiode en de gedetailleerde voorwaarden van de macrofinanciële bijstand van de Unie vastgelegd, onder meer met betrekking tot de interne controlesystemen. De leningen worden verstrekt tegen voorwaarden die Jordanië in staat stellen de leningen af te lossen over een lange periode, met inbegrip van een eventuele aflossingsvrije periode. De maximale looptijd van de leningen bedraagt 35 jaar.
3. De Commissie licht het Europees Parlement en de Raad in over ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 1 en 2 bedoelde verrichtingen.
Artikel 6
1. De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
2. De macrofinanciële bijstand van de Unie wordt onder direct beheer uitgevoerd.
3. Vóór de uitvoering van de macrofinanciële bijstand van de Unie beoordeelt de Commissie door middel van een operationele beoordeling de deugdelijkheid van de voor de bijstand relevante financiële regelingen, administratieve procedures en interne en externe controlemechanismen van Jordanië.
Artikel 7
1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 8
1. De Commissie dient jaarlijks, uiterlijk op 30 juni, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van dit besluit in het voorgaande jaar, met inbegrip van een evaluatie van die uitvoering. In dat verslag:
|
a) |
wordt de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de macrofinanciële bijstand van de Unie onderzocht; |
|
b) |
wordt een beoordeling verricht van de economische situatie en vooruitzichten van Jordanië, alsook van de vooruitgang die werd geboekt bij de uitvoering van de in artikel 3, lid 1, bedoelde voorwaarden inzake het economische beleid en financiële voorwaarden, en |
|
c) |
wordt het verband gespecificeerd tussen de in het memorandum van overeenstemming vastgelegde voorwaarden inzake het economische beleid en financiële voorwaarden, de actuele economische en budgettaire prestaties van Jordanië en de besluiten van de Commissie tot uitkering van de tranches van de macrofinanciële bijstand van de Unie. |
2. Uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de in artikel 1, lid 6, vastgestelde beschikbaarheidsperiode dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een ex-postevaluatieverslag in met een beoordeling van de resultaten en de efficiëntie van de voltooide macrofinanciële bijstand van de Unie en van de mate waarin die tot de doelstellingen van de bijstand heeft bijgedragen.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Straatsburg, 20 januari 2026.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
M. RAOUNA
(1) Standpunt van het Europees Parlement van 16 december 2025 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 20 januari 2026.
(2) PB L 129 van 15.5.2002, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2002/357(1)/oj.
(3) PB L 41 van 13.2.2006, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2006/67/oj.
(4) PB L 177 van 6.7.2011, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/prot/2011/398/oj.
(5) Besluit (EU) 2025/793 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2025 tot toekenning van macrofinanciële bijstand aan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië (PB L, 2025/793, 22.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/793/oj).
(6) Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad (PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/947/oj).
(7) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/883/oj).
(8) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2185/oj).
(9) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
(10) Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/427/oj).
(11) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/188/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)