European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/185

27.2.2026

BESLUIT (EU) 2026/185 VAN DE RAAD

van 9 januari 2026

betreffende de ondertekening, namens de Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 207, lid 4, eerste alinea, artikel 209, lid 2, en artikel 212, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 13 september 1999 heeft de Raad de Commissie gemachtigd onderhandelingen te openen met de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt (“Mercosur”) en zijn deelnemende staten met het oog op een overeenkomst die bestaat uit politieke, samenwerkings- en handelscomponenten. Op 6 december 2024 werden de onderhandelingen met succes afgerond.

(2)

De Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds (de “overeenkomst”) moet daarom worden ondertekend.

(3)

Een aantal bepalingen van de overeenkomst moet, in afwachting van de inwerkingtreding ervan, op voorlopige basis worden toegepast tussen, enerzijds, de Unie en, anderzijds, Mercosur en/of een of meer ondertekenende Mercosur-staten die partij zijn bij de overeenkomst (de “ondertekenende Mercosur-staten”), overeenkomstig artikel 30.2 van de overeenkomst.

(4)

De ondertekening van de overeenkomst namens de Unie laat de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en haar lidstaten onverlet. Dit besluit mag niet aldus worden uitgelegd dat het gebruik maakt van de mogelijkheid voor de Unie om haar externe bevoegdheid uit te oefenen met betrekking tot de onder de overeenkomst vallende gebieden die onder gedeelde bevoegdheid vallen, voor zover de Unie die bevoegdheid nog niet intern heeft uitgeoefend.

(5)

Overeenkomstig artikel 30.9 van de overeenkomst kunnen binnen de Unie door personen geen rechten aan de overeenkomst worden ontleend of uit hoofde van de overeenkomst aan personen verplichtingen worden opgelegd, anders dan die welke tussen de Partijen in het leven zijn geroepen uit hoofde van internationaal publiekrecht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt machtiging verleend voor de ondertekening, namens de Unie, van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds (1), onder voorbehoud van de sluiting van die overeenkomst.

Artikel 2

1.   In afwachting van de inwerkingtreding van de overeenkomst worden, overeenkomstig artikel 30.2 van de overeenkomst en onder voorbehoud van de kennisgevingen waarin de overeenkomst voorziet, de volgende delen op voorlopige basis toegepast tussen de Unie, enerzijds, en Mercosur en/of één of meer ondertekenende Mercosur-staten, anderzijds:

hoofdstuk 1 van de overeenkomst, met uitzondering van artikel 1.4, punt d);

hoofdstuk 2 van de overeenkomst, met uitzondering van artikel 2.2, lid 4, artikel 2.3, lid 5, en artikel 2.4, lid 5;

hoofdstuk 3 van de overeenkomst, met uitzondering van artikel 3.2, leden 3 tot en met 8;

hoofdstuk 4 van de overeenkomst, met uitzondering van artikel 4.1, lid 2, punt m);

hoofdstuk 5 van de overeenkomst, met uitzondering van artikel 5.3, lid 3, punt b);

hoofdstuk 6 van de overeenkomst, met uitzondering van artikel 6.6 (consulaire bescherming);

hoofdstuk 7 van de overeenkomst;

hoofdstuk 8 van de overeenkomst, met uitzondering van artikel 8.4 (belastingaangelegenheden);

hoofdstuk 30 van de overeenkomst, met uitzondering van artikel 30.1, lid 1, artikel 30.4, lid 2, artikel 30.5, lid 2, en artikel 30.6, lid 5, en

het aan de overeenkomst gehechte Protocol inzake samenwerking.

2.   De datum met ingang waarvan de in lid 1 bedoelde delen op voorlopige basis worden toegepast, wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 9 januari 2026.

Voor de Raad

De voorzitter

M. RAOUNA


(1)  De tekst van de overeenkomst wordt bekendgemaakt in PB L, 2026/186, 27.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2026/186/oj.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/185/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)