|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/178 |
26.1.2026 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2026/178 VAN DE COMMISSIE
van 23 januari 2026
tot verlening van een vergunning voor tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor bepaalde diersoorten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2, en artikel 10, lid 5,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003. Artikel 10, lid 2, van die verordening voorziet in de herbeoordeling van toevoegingsmiddelen waarvoor een vergunning is verleend overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG van de Raad (2). |
|
(2) |
Voor de stof tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. is overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning zonder tijdsbeperking verleend als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten. Vervolgens is die stof overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 1831/2003 als bestaand product opgenomen in het repertorium van toevoegingsmiddelen voor diervoeding. |
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 10, lid 2, in samenhang met artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag ingediend voor de verlening van een vergunning voor tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht het toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd. |
|
(4) |
De aanvrager heeft ook verzocht om een vergunning te verlenen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel in drinkwater. Verordening (EG) nr. 1831/2003 voorziet echter niet in de verlening van een vergunning voor het gebruik van “aromatische stoffen” in drinkwater. Daarom mag het gebruik van dit toevoegingsmiddel in drinkwater niet worden toegestaan. |
|
(5) |
De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 18 april 2024 (3) geconcludeerd dat tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. tot bepaalde, voor elke soort nader gespecificeerde maximumconcentraties geen risico oplevert voor kortlevende dieren (dieren gehouden voor mestdoeleinden). De EFSA verklaarde dat er bij gebrek aan analytische gegevens over het vóórkomen in de tinctuur van adducten van acylfloroglucinolen en terpenen met één of twee formylgroepen, en bij gebrek aan toxiciteitsgegevens geen conclusies konden worden getrokken voor langlevende dieren en dieren gehouden voor reproductiedoeleinden. Bovendien heeft zij geconcludeerd dat wanneer tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. wordt gebruikt bij concentraties die de voor elke soort gespecificeerde maximumconcentratie niet overschrijden, dit gebruik naar verwachting geen veiligheidsrisico voor de consument of een risico voor het milieu zal opleveren. De EFSA heeft geconcludeerd dat tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. moet worden beschouwd als irriterend voor de huid en de ogen, en als huid- en inhalatieallergeen. De EFSA heeft verder geconcludeerd dat de werkzaamheid van de bladeren van Eucalyptus globulus Labill. en preparaten daarvan niet meer hoeft te worden aangetoond aangezien zij erkend zijn als aromatische stoffen in levensmiddelen en de functie ervan in diervoeders in wezen dezelfde is als in levensmiddelen. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor de toevoegingsmiddelen voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend. |
|
(6) |
De aanvrager heeft vervolgens de aanvraag voor een vergunning voor tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. ingetrokken voor alle diersoorten en -categorieën met uitzondering van mestkalkoenen, mestkippen en minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden, mestvarkens, mestvarkens van minder gangbare Suidae-soorten, mestkalveren en andere herkauwers gehouden voor mestdoeleinden, kameelachtigen gehouden voor mestdoeleinden, konijnen gehouden voor mestdoeleinden, zalmachtigen (behalve paaivissen) en minder gangbare vissoorten (behalve paaivissen). |
|
(7) |
Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 wat betreft mestkalkoenen, mestkippen en minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden, mestvarkens, mestvarkens van minder gangbare Suidae-soorten, mestkalveren en andere herkauwers gehouden voor mestdoeleinden, kameelachtigen gehouden voor mestdoeleinden, konijnen gehouden voor mestdoeleinden, zalmachtigen (met uitzondering van paaivissen) en minder gangbare vissoorten (met uitzondering van paaivissen). Het gebruik van dat toevoegingsmiddel, zoals omschreven in de bijlage bij deze verordening, moet daarom worden toegestaan. |
|
(8) |
De Commissie is van oordeel dat vanwege de aanwezigheid van de zorgwekkende stof methyleugenol een maximumgehalte voor het toevoegingsmiddel in volledig diervoeder moet worden vastgesteld, en dat een mengsel van tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. met andere botanische toevoegingsmiddelen is toegestaan, mits de hoeveelheden methyleugenol in voedermiddelen en mengvoeders lager blijven dan de hoeveelheden die het gevolg zouden zijn van het gebruik van één toevoegingsmiddel met het maximum- of aanbevolen gehalte voor de desbetreffende diersoort of -categorie. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen. |
|
(9) |
De Commissie is overeenkomstig artikel 10, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 verplicht een verordening vast te stellen die vereist dat toevoegingsmiddelen voor diervoeding waarvoor binnen de in artikel 10, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vastgestelde termijn geen aanvragen zijn ingediend, uit de handel worden genomen. Evenzo moet er een verordening worden vastgesteld betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding waarvoor een aanvraag werd ingediend, die echter vervolgens werd ingetrokken. |
|
(10) |
In het geval van toevoegingsmiddelen voor diervoeding waarvoor een aanvraag voor bepaalde diersoorten of -categorieën is ingetrokken, moet het uit de handel nemen uitsluitend betrekking hebben op die diersoorten of -categorieën. |
|
(11) |
Tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. moet daarom uit de handel worden genomen wat de diersoorten en -categorieën betreft, waarvoor bij deze verordening geen vergunning is verleend. |
|
(12) |
Aangezien er geen veiligheidsredenen zijn die de onmiddellijke toepassing van de wijzigingen van de vergunningsvoorwaarden voor de betrokken stof vereisen, moet een overgangsperiode worden vastgesteld om de belanghebbende partijen in staat te stellen zich voor te bereiden om aan de nieuwe eisen van de vergunning te voldoen. |
|
(13) |
Voor zover het toevoegingsmiddel voor diervoeding uit de handel wordt genomen, moet er daarnaast in een overgangsperiode worden voorzien waarin bestaande voorraden van het betrokken toevoegingsmiddel, en van de voormengsels, de voedermiddelen en de mengvoeders die met dat toevoegingsmiddel zijn geproduceerd, kunnen worden opgemaakt ook voor de diersoorten en -categorieën waarop de bij deze verordening verleende vergunning geen betrekking heeft, zodat belanghebbende partijen zich aan de verplichting tot het uit de handel nemen van die producten, aan kunnen passen. |
|
(14) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Vergunningverlening
Voor de in de bijlage gespecificeerde stof, die behoort tot de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.
Artikel 2
Uit de handel nemen
Het toevoegingsmiddel voor diervoeding tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill., waarvoor overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning is verleend, wordt uit de handel genomen voor alle diersoorten en -categorieën behalve die welke in de bijlage worden vermeld.
Artikel 3
Overgangsmaatregelen in verband met de verlening van een vergunning
1. Het toevoegingsmiddel voor diervoeding tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill., waarvoor overeenkomstig Richtlijn 70/524/EEG een vergunning is verleend en voormengsels die dat toevoegingsmiddel bevatten, die bestemd zijn voor mestkalkoenen, mestkippen en minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden, mestvarkens, mestvarkens van minder gangbare Suidae-soorten, mestkalveren, schapen en geiten gehouden voor mestdoeleinden, mestrunderen en andere herkauwers gehouden voor mestdoeleinden, kameelachtigen gehouden voor mestdoeleinden, mestkonijnen, zalmachtigen (met uitzondering van paaivissen) en minder gangbare vissoorten (met uitzondering van paaivissen), en die vóór 15 augustus 2026 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 15 februari 2026 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de betrokken bestanden zijn uitgeput.
2. Mengvoeders en voedermiddelen die het in lid 1 bedoelde toevoegingsmiddel voor diervoeding bevatten en die bestemd zijn voor mestkalkoenen, mestkippen en minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden, mestvarkens, mestvarkens van minder gangbare Suidae-soorten, mestkalveren, schapen en geiten gehouden voor mestdoeleinden, mestrunderen en andere herkauwers gehouden voor mestdoeleinden, kameelachtigen gehouden voor mestdoeleinden, mestkonijnen, zalmachtigen (met uitzondering van paaivissen) en minder gangbare vissoorten (met uitzondering van paaivissen), en die vóór 15 februari 2027 zijn geproduceerd en geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften die vóór 15 februari 2026 van toepassing waren, mogen verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt totdat de betrokken bestanden zijn uitgeput.
Artikel 4
Overgangsmaatregelen in verband met het uit de handel nemen
1. Bestaande voorraden van het toevoegingsmiddel voor diervoeding tinctuur van eucalyptus van de soort Eucalyptus globulus Labill. mogen tot 15 februari 2027 verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt voor de diersoorten en -categorieën die niet in de bijlage worden vermeld.
2. Voormengsels die met het in lid 1 bedoelde toevoegingsmiddel voor diervoeding zijn geproduceerd, mogen tot 15 mei 2027 verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt voor de diersoorten en -categorieën die niet in de bijlage worden vermeld.
3. Mengvoeders en voedermiddelen die met het in lid 1 bedoelde toevoegingsmiddel voor diervoeding of met de in lid 2 bedoelde voormengsels zijn geproduceerd, mogen tot 15 februari 2028 verder in de handel worden gebracht en worden gebruikt voor de diersoorten en -categorieën die niet in de bijlage worden vermeld.
Artikel 5
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 januari 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1831/oj.
(2) Richtlijn 70/524/EEG van de Raad van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de veevoeding
(PB L 270 van 14.12.1970, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1970/524/oj).
(3) EFSA Journal, 22(5), e8801, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2024.8801.
BIJLAGE
|
Identificatienummer van het toevoegingsmiddel voor dier-voeding |
Naam van het toevoegingsmiddel |
Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode |
Diersoort of -categorie |
Maximum-leeftijd |
Minimum-gehalte |
Maximum-gehalte |
Overige bepalingen |
Einde van de vergunningsperiode |
||||||||||||||
|
mg toevoegingsmiddel/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 % |
||||||||||||||||||||||
|
Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen. |
||||||||||||||||||||||
|
2b185-t |
Tinctuur van eucalyptus |
Samenstelling van het toevoegingsmiddel Tinctuur van de bladeren van Eucalyptus globulus Labill. Vloeibare vorm Karakterisering van de werkzame stof Tinctuur van eucalyptus: tinctuur, zoals gedefinieerd door de Raad van Europa (1), die wordt verkregen van gedroogde bladeren van Eucalyptus globulus Labill. door extractie met een water/ethanol-oplosmiddel, persen en filtratie. RvE-nr.: 185 Specificaties: Drogestofgehalte: 1,77-1,98 % Totaal aan fenolverbindingen (2): ≤ 0,491 % Galluszuur: ≤ 0,303 % Ellagzuur: ≤ 0,018 % Flavonoïden (3): ≤ 0,032 % 1,8-Cineool (eucalyptol): ≤ 0,0036 % Methyleugenol: ≤ 0,00012 % Analysemethode (4) Voor de karakterisering van het toevoegingsmiddel voor diervoeding:
|
Mestkalkoenen |
— |
— |
5 |
|
15 februari 2036 |
||||||||||||||
|
Mestkippen en minder gangbare pluimveesoorten gehouden voor mestdoeleinden |
— |
— |
4 |
|||||||||||||||||||
|
Mestvarkens |
— |
— |
7 |
|||||||||||||||||||
|
Mestvarkens van minder gangbare Suidae-soorten |
— |
— |
6 |
|||||||||||||||||||
|
Mestkalveren |
zes maanden |
— |
16 |
|||||||||||||||||||
|
Schapen en geiten gehouden voor mestdoeleinden |
— |
— |
14 |
|||||||||||||||||||
|
Mestrunderen; andere herkauwers gehouden voor mestdoeleinden met uitzondering van voor mestdoeleinden gehouden schapen, geiten en kalveren tot een leeftijd van zes maanden; kameelachtigen gehouden voor mestdoeleinden |
— |
— |
14 |
|||||||||||||||||||
|
Mestkonijnen |
— |
— |
6 |
|||||||||||||||||||
|
Zalmachtigen en minder gangbare vissoorten behalve paaivissen |
— |
— |
15 |
|||||||||||||||||||
(1) Natural sources of flavourings — Verslag nr. 2 (2007).
(2) Uitgedrukt als galluszuurequivalent.
(3) Uitgedrukt als quercetine-equivalenten.
(4) Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en.
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/178/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)