European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/150

19.1.2026

VERORDENING (EU) 2026/150 VAN DE RAAD

van 16 januari 2026

tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1173 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 187 en artikel 188, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad (3) heeft ten doel om de werking van de interne markt te verbeteren door een uniform rechtskader vast te stellen, met name voor de ontwikkeling, het in de handel brengen, het in gebruik stellen en het gebruik van AI, in overeenstemming met de waarden en wetgeving van de Unie.

(2)

Sinds 2021, toen Verordening (EU) 2021/1173 van de Raad (4) werd vastgesteld, is op het gebied van AI enorme technische vooruitgang geboekt en is AI wereldwijd een zeer strategisch en betwist domein geworden. De Unie loopt voorop bij het ondersteunen van verantwoorde innovatie op het gebied van AI door innovatie te begeleiden, waarborgen te bieden en een wereldwijde governance te ontwikkelen.

(3)

Grootschalige AI-modellen voor algemene doeleinden zijn in opkomst als essentiële aanjagers voor economisch concurrentievermogen, wetenschappelijk onderzoek en innovatie. Die modellen zijn een cruciale rol gaan spelen bij het verbeteren van de productiviteit in diverse sectoren, ze transformeren hele waardeketens en zijn derhalve bepalend voor de toekomstige economische waardecreatie. De Unie en haar lidstaten voeren initiatieven uit voor de ontwikkeling van gezamenlijke AI-modellen, met inbegrip van basismodellen. Naar verwachting zal de volgende generatie van grensverleggende AI-modellen een capaciteitsssprong voorwaarts mogelijk maken richting AI die uiterst complexe en diverse taken zal kunnen uitvoeren. Regio’s die in staat zijn om dergelijke AI-modellen op grote schaal te ontwikkelen en te implementeren, zullen vooroplopen in innovatie wereldwijd, en toptalent uit wetenschap en industrie aantrekken. Tegelijkertijd hebben sectoren die vooroplopen in de wetenschap en de industrie een aanzienlijke computingcapaciteit nodig om zich te kunnen wijden aan belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen en industriële innovaties die worden aangedreven door AI. Synergieën tussen die activiteiten en activiteiten van programma’s van de Unie, zoals het ruimtevaartprogramma van de Europese Unie en de Europese dataruimten, zullen worden benut, met passende waarborgen om de strategische belangen van de Unie en haar lidstaten te beschermen.

(4)

De meest geavanceerde AI-fabrieken in Europa zullen worden toegerust met supercomputers met ultramoderne AI-processoren die hoofdzakelijk midrange-AI-modellen kunnen ontwikkelen. Om de computingcapaciteit van Europa aanzienlijk op te schalen naar het volgende niveau, zijn daarom aanzienlijke investeringen vereist.

(5)

Op 9 april 2025 heeft de Commissie het actieplan voor het AI-continent gelanceerd. Dat is bedoeld om de Unie te positioneren als wereldleider op het gebied van AI. Een belangrijke pijler van dat actieplan is het versterken van de Europese infrastructuur voor het trainen van geavanceerde AI-modellen, waarbij het in 2024 ontwikkelde concept van AI-fabrieken naar een hoger niveau wordt getild.

(6)

Naar verwachting zal de ontwikkeling van de volgende generatie grensverleggende AI-modellen grootschalige faciliteiten vereisen die beschikken over minstens drie tot vier keer meer geavanceerde AI-processoren dan het aantal dat thans beschikbaar is in de krachtigste AI-fabrieken, en waarbij rekening moet worden gehouden met het vermogen, het energieverbruik en de waterzuinigheid, en circulariteit. De bestaande mechanismen waarin Verordening (EU) 2021/1173 thans voorziet zijn niet voldoende om de oprichting en exploitatie van AI-gigafabrieken te ondersteunen. Een gerichte wijziging is derhalve noodzakelijk om aan de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC (“de gemeenschappelijke onderneming”) vereiste rechtsbasis te verschaffen teneinde haar verbintenissen met betrekking tot de oprichting en exploitatie van AI-gigafabrieken in Europa na te komen.

(7)

Het versterken van de wetenschappelijke en technologische basis van de Unie wordt steeds belangrijker voor haar concurrentievermogen en strategische autonomie op lange termijn; tegelijk moet in de Unie een open economie worden behouden. AI heeft het potentieel om wetenschappelijke ontdekkingen te versnellen en de onderzoekscapaciteiten op alle gebieden te verbeteren. Het is derhalve van wezenlijk belang dat – naast onderzoekers – particuliere en publieke gebruikers van AI, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), start-ups en scale-ups, in de Unie kunnen profiteren van een supercomputinginfrastructuur van wereldklasse om het leiderschap van Europa op het gebied van onderzoek en innovatie te behouden en te versterken.

(8)

In het op 29 januari 2025 vastgestelde kompas voor concurrentievermogen van de Europese Commissie (het “kompas”) worden strategische technologieën, waaronder kwantumtechnologieën en high-performance computing, aangemerkt als wezenlijke pijlers voor het waarborgen van de technologische soevereiniteit, de economische veerkracht en het wereldwijde leiderschap van Europa. Bij de ontwikkeling van het kompas is tevens benadrukt dat gecoördineerde investeringen en de ontwikkeling van ecosystemen vereist zijn op het gebied van onderzoek, infrastructuur, industrie en vaardigheden om het concurrentievermogen van de Unie op die gebieden te versterken.

(9)

Als aanvulling op het kompas wordt in de mededeling van de Commissie van 2 juli 2025 getiteld “Europese kwantumstrategie: Kwantum-Europa in een veranderende wereld” een uitgebreid kader gedefinieerd om kwantumonderzoek, innovatie, industrialisering en de toepassing van kwantumtechnologieën en -infrastructuur te versnellen. Het doel is om een duurzaam en concurrerend kwantumecosysteem op te bouwen dat zowel computing, communicatie, detectie als metrologie omvat en dat in sterke mate de focus legt op de ontwikkeling van vaardigheden en internationale samenwerking. Ook moet het kader de weg vrijmaken voor de bouw van fouttolerante kwantumcomputers in de Unie die de strategische autonomie van de Unie zouden waarborgen.

(10)

Gelet op het beleidsbelang van deze wijzigingsverordening moeten de financieringsbedragen die aanvankelijk zijn toegewezen uit Horizon Europa, het programma Digitaal Europa en de Connecting Europe Facility worden verhoogd om de Unie in staat te stellen om, afhankelijk van de beschikbare begrotingsmiddelen, haar doelstelling te verwezenlijken.

(11)

Aangezien fundamentele onderzoeksactiviteiten op lagere niveaus van technologische paraatheid (TRL) essentieel blijven om doorbraken op het gebied van hoogwaardige kwantumtechnologieën te verwezenlijken, moet de gemeenschappelijke onderneming stroomopwaartse onderzoeks- en innovatieactiviteiten tot en met TRL 5 blijven ondersteunen, waarbij de Unie 100 % van de totale subsidiabele kosten voor haar rekening neemt.

(12)

Gezien de snelle technologische ontwikkelingen op het gebied van kwantumtechnologie en AI, en op het AI-beleid van de Unie, zou in de komende jaren aanvullende financiering van de Unie nodig kunnen zijn. In het kader van het AI-beleid van de Unie moet het mogelijk zijn om aan de gemeenschappelijke onderneming aanvullende financiering van de Unie toe te kennen die hoger is dan de in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1173 vastgelegde bedragen, uit bestaande programma’s. Indien zulke aanvullende bijdrage is gericht op AI-gigafabrieken, moet zij door bijdragen van een of meerdere andere leden van de gemeenschappelijke onderneming dan de Unie op zijn minst worden gematcht.

(13)

De selectie van AI-gigafabrieken moet worden gebaseerd op een gezamenlijke aanbesteding tussen de gemeenschappelijke onderneming en een of meer aanbestedende diensten uit de landen die lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming (“deelnemende staten”). De gemeenschappelijke onderneming en de deelnemende staten moeten een gezamenlijke aanbestedingsovereenkomst sluiten die alle kernelementen bevat van de daaropvolgende oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, met inbegrip van de verbintenis van de deelnemende staten die lidstaten zijn om te voorzien in de financiering van hun aandeel in elke AI-gigafabriek die na afloop van de selectieprocedure door de gemeenschappelijke onderneming voor financiering op hun respectieve grondgebied is geselecteerd. De verbintenissen van de lidstaten moeten vóór de lancering van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling bij de gemeenschappelijke onderneming worden voorgelegd.

(14)

Een lidstaat die voornemens is de oprichting en de werking van een AI-gigafabriek te ondersteunen, moet een deel van de financiële bijdrage die hij in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit uit hoofde van Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad (5) ontvangt, kunnen toewijzen om zijn vrijwillige financiële bijdrage aan een dergelijke AI-gigafabriek geheel of gedeeltelijk te dekken. Die bijdrage wordt beheerd en uitbetaald door de gemeenschappelijke onderneming op basis van een administratieve overeenkomst tussen die lidstaat en de gemeenschappelijke onderneming. Wanneer die AI-gigafabriek vervolgens door de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming wordt geselecteerd voor financiering, wordt de financiering aangevuld met financiering van de Unie zoals bepaald in deze wijzigingsverordening. Indien de door de lidstaat ondersteunde AI-gigafabriek niet wordt geselecteerd, moet het bedrag onder beheer van de gemeenschappelijke onderneming worden toegewezen aan deze AI-gigafabriek of een andere niet door de Unie medegefinancierde, door de lidstaat in zijn herstel- en veerkrachtplan aangewezen investering op het gebied van AI- of kwantumtechnologieën.

(15)

Om de ontwikkeling van strategische infrastructuur zoals high-performance computers, AI-fabrieken of kwantumcomputers in de hele Unie te versnellen, moeten de lidstaten ervoor kunnen kiezen hun resterende middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit te gebruiken voor de financiering van hun nationale bijdragen aan die infrastructuur of aan een andere investering die in hun herstel- en veerkrachtplan is aangewezen en in overeenstemming is met de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming. Daartoe moet het de lidstaten worden toegestaan financiële bijdragen te leveren aan de gemeenschappelijke onderneming, die die bijdragen overeenkomstig een administratieve overeenkomst met de lidstaat moet beheren en toewijzen.

(16)

Na ondertekening van een administratieve overeenkomst in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de volledige en onherroepelijke overdracht van de aangewezen middelen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan de gemeenschappelijke onderneming uiterlijk op 31 augustus 2026, wordt de lidstaat geacht te hebben voldaan aan de deadline die is vastgelegd in Verordening (EU) 2021/241. Dat mechanisme zou de lidstaten een flexibele en veilige manier bieden om aanzienlijke nationale middelen, in het bijzonder uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit, vast te leggen en te bestemmen ter ondersteuning van de strategische prioriteiten in verband met high-performance computing (HPC), AI, kwantumtechnologieën en digitaliseringsactiviteiten.

(17)

AI-, HPC- en kwantumcomputingdiensten en -data-infrastructuur zijn van essentieel belang voor de bevordering van wetenschappelijk onderzoek en innovatieve industriële toepassingen in de hele Unie. Naast gezamenlijke investeringen in infrastructuur en ecosystemen binnen het kader van de gemeenschappelijke onderneming moeten de lidstaten middelen uit programma’s die worden medegefinancierd door structuur- en regionale fondsen, uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit of uit nationale programma’s kunnen gebruiken ter ondersteuning van investeringen in de verwerving en exploitatie van nieuwe, geavanceerde, ultramoderne AI-, HPC- en kwantumcomputingdiensten en -data-infrastructuur die op hun grondgebied zijn gevestigd. Door de brede netwerkvorming en federatie op het niveau van de Unie van die geavanceerde nationale publieke AI-, HPC- en kwantumcomputingdiensten en -data-infrastructuur zal in de Unie geïntegreerde, gefedereerde, veilige en hypergeconnecteerde AI-, HPC- en kwantumcomputingdiensten-, -data-infrastructuur en -ecosystemen van wereldklasse tot stand brengen die wetenschappelijke excellentie bevorderen, de ontwikkeling van innovatieve toepassingen stimuleren en talent aantrekken, wat voordelen oplevert die veel verder reiken dan de gebruikers in de betrokken lidstaten. Hoewel de gemeenschappelijke onderneming niet bijdraagt aan de financiering ervan, moet zij de netwerkvorming en federatie van die geavanceerde nationale openbare infrastructuur met die op het niveau van de Unie, kunnen faciliteren, mits geïnteresseerde lidstaten daarom verzoeken en dat naar behoren rechtvaardigen. De gemeenschappelijke onderneming zou een dergelijke nationale openbare infrastructuur een “EuroHPC-keurmerk voor AI- en computerinfrastructuur” toekennen en zorgen voor hun koppeling en federatie met het netwerk van AI-fabrieken en kwantumcomputers.

(18)

Om te voldoen aan de vraag van gebruikers naar AI-computermiddelen, moeten de betrokken lidstaten de gemeenschappelijke onderneming een overeengekomen hoeveelheid toegangstijd ter beschikking kunnen stellen tot nationale publieke AI-, HPC- of kwantuminfrastructuur waaraan het EuroHPC-keurmerk voor AI- en computerinfrastructuur is toegekend.

(19)

Om te voldoen aan de steeds toenemende vraag naar AI-computingfaciliteiten, moeten de lidstaten de gemeenschappelijke onderneming toegangstijd kunnen bieden tot een of meer van hun EuroHPC-AI-fabrieken of -AI-gigafabrieken, voor zover die toegangstijd nog beschikbaar is en nog niet is toegewezen. In dergelijke gevallen moeten de lidstaten de gemeenschappelijke onderneming op vrijwillige basis een redelijk deel van de toegangstijd tot hun EuroHPC-AI-fabrieken of -AI-gigafabrieken ter beschikking stellen, zodat de gemeenschappelijke onderneming aan de vraag van de gebruikers kan voldoen. Die toegangstijd moet in de eerste plaats worden gebruikt om start-ups en kmo’s toegang te verlenen voor onderzoeks- of innovatieactiviteiten. Die verlening van toegangstijd mag niet worden beschouwd als financiële bijdrage of bijdrage in natura door de lidstaat aan de gemeenschappelijke onderneming.

(20)

Ook moet de Unie aanvullende bijdragen uit andere programma’s die niet zijn opgenomen in artikel 5, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1173 aan AI-gigafabrieken kunnen leveren, via het sluiten van specifieke bijdrageovereenkomsten op ad-hocbasis, op voorwaarde dat één of meerdere andere leden van de gemeenschappelijke onderneming dan de Unie een evenredige bijdrage leveren.

(21)

Om tijdig en met voldoende rechtszekerheid nationale financiële bijdragen, met name via fondsen uit de herstel-en veerkrachtfaciliteit, beschikbaar te stellen voor strategische investeringen, met inbegrip van AI-gigafabrieken, moet deze wijzigingsverordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) 2021/1173 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de volgende punten worden ingevoegd:

“3 quater)

“AI-gigafabriek”: een ultramoderne grootschalige faciliteit met voldoende capaciteit voor het beheer van de volledige levenscyclus van zeer grote AI-modellen en -toepassingen, van de ontwikkeling tot de grootschalige inferentie ervan, die een diensteninfrastructuur voor supercomputing biedt, bestaande uit computingcapaciteit die is geoptimaliseerd met behulp van AI, een ondersteunende datacentruminfrastructuur, met inbegrip van opslag en netwerken met hoge capaciteit, speciale beveiligde cloudomgevingen voor gebruikers en gespecialiseerde en beveiligde AI-gerichte ondersteunende diensten voor de geavanceerde activiteiten ervan, die allemaal worden ondersteund door een milieuvriendelijke infrastructuur, met name wat betreft het energie- en watervoorzieningssystemen;

3 quinquies)

“AI-gigafabrieksconsortium”: een vereniging van in aanmerking komende juridische entiteiten die een consortium vormen en gebonden zijn door een consortiumovereenkomst om een AI-gigafabriek op te richten en te exploiteren en die hun respectieve taken en verantwoordelijkheden gedurende de levensduur van de opgerichte AI-gigafabriek hebben vastgesteld, dan wel een nieuwe juridische entiteit die is opgericht met als doel een AI-gigafabriek op te richten en te exploiteren, en dat consortium is naar behoren in de Unie opgericht voor een periode van minstens vijf jaar; een of meerdere van de particuliere partners van een dergelijk consortium kunnen behoren tot de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming;

3 sexies)

“AI-gigafabriekscoördinator”: een naar behoren in de Unie opgerichte juridische entiteit die tevens bestaansrecht heeft krachtens het recht van een lidstaat waarin zij is gevestigd, die: rechtens bevoegd is om een AI-gigafabrieksconsortium te vertegenwoordigen en die de handelingsbekwaamheid en bevoegdheid heeft om de vestigingsovereenkomst voor een AI-gigafabriek te sluiten, uit te voeren en na te komen; zijn hoofdkantoor in de Unie heeft; via een eigendomsbelang of via andere middelen, zoals gedefinieerd in hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2024/1624 van het Europees Parlement en de Raad (*1) en in de relevante beginselen van het mededingingsrecht van de Unie, onder de directe of indirecte zeggenschap staat van juridische entiteiten of natuurlijke personen die gevestigd zijn in de Unie en tevens een bestaande gastentiteit kan zijn die een deelnemende staat vertegenwoordigt die een lidstaat is, of een gastconsortium van deelnemende staten kan zijn;

3 septies)

“vestigingsovereenkomst voor een AI-gigafabriek”: een overeenkomst tussen de gemeenschappelijke onderneming en de AI-gigafabriekscoördinator die wordt gesloten teneinde een AI-gigafabriek onder te brengen en te exploiteren;

3 octies)

“gastentiteit voor de AI-gigafabriek”: een door een AI-gigafabrieksconsortium aangewezen juridische entiteit die een AI-gigafabriek en de diensten daarvan onderbrengt en exploiteert, en die is gevestigd in een deelnemende staat die een lidstaat is;

3 nonies)

“samenwerkingsovereenkomst inzake AI-gigafabrieken”: een overeenkomst tussen de gemeenschappelijke onderneming en een derde staat waarin het aanmerking komen voor deelname aan een consortium van AI-gigafabrieken en de gebruikerstoegang tot AI-gigafabrieken wordt vastgelegd ten aanzien van juridische entiteiten die via een eigendomsbelang of anders onder de directe of indirecte zeggenschap staan van juridische entiteiten of natuurlijke personen die in dat derde land gevestigd zijn;

3 decies)

“AI-gigafabriek met meerdere vestigingen in één land”: AI-gigafabriek die wordt uitgerold op meer dan één fysieke locatie op het grondgebied van één lidstaat;

3 undecies)

“AI-gigafabriek met meerdere vestigingen in meerdere landen”: AI-gigafabriek die wordt uitgerold op meer dan één fysieke locatie op het grondgebied van meer dan één lidstaat;

(*1)  Verordening (EU) 2024/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering (PB L, 2024/1624, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1624/oj).”;"

b)

het volgende punt wordt ingevoegd:

“19 bis)

“nationaal kwantumkenniscentrum”: een in een deelnemende staat gevestigde juridische entiteit die of een in een deelnemende staat gevestigd consortium van juridische entiteiten dat aan gebruikers uit de industrie, met inbegrip van kmo’s, de academische wereld, onderzoeksorganisaties en overheidsinstanties, op verzoek toegang biedt tot kwantumtechnologieën, -instrumenten, -toepassingen en -diensten alsook tot nationale of Europese kwantuminfrastructuur en die/dat deskundigheid, vaardigheden, opleiding, netwerken en voorlichting aanbiedt;”

;

2)

artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De gemeenschappelijke onderneming heeft als opdracht om in de Unie een wereldwijd toonaangevend ecosysteem van gefedereerde, beveiligde, interoperabele en hypergeconnecteerde supercomputing-, kwantumcomputing-, diensten- en data-infrastructuur te ontwikkelen, uit te rollen, uit te breiden en in stand te houden. De gemeenschappelijke onderneming draagt bij aan de ontwikkeling en invoering van vraag- en gebruikersgestuurde innovatieve en concurrerende supercomputingsystemen en kwantumtechnologieën en -systemen en de ontwikkeling van een breed scala aan toepassingen die voor die systemen zijn geoptimaliseerd. Dit is zoveel mogelijk gebaseerd op een Europese toeleveringsketen teneinde het risico op verstoringen en afhankelijkheden te beperken en tegelijkertijd de strategische autonomie en de technologische soevereiniteit van de Unie te versterken, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de beste componenten, technologieën en kennis worden gebruikt. Daarnaast breidt de gemeenschappelijke onderneming het gebruik van dat infrastructuur-ecosysteem uit tot een groot aantal publieke en particuliere gebruikers, en ondersteunt zij de dubbele transitie alsook de ontwikkeling van sleutelvaardigheden voor de Europese werknemers in de wetenschap en industrie.”

;

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

het volgende punt wordt ingevoegd:

“f bis)

ondersteunen van geavanceerd fundamenteel en toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van kwantumtechnologieën, de overgang van dergelijke technologieën van het laboratorium naar de fabriek en de toepassing, invoering en integratie ervan in kwantuminfrastructuur van wereldklasse ten behoeve van de totstandbrenging van een dynamisch, innovatief, duurzaam en veerkrachtig kwantumecosysteem in de gehele Unie en ter waarborging van wetenschappelijk en industrieel leiderschap, het concurrentievermogen, de strategische autonomie en de technologische soevereiniteit van de Unie op het gebied van kwantumcomputing, -communicatie en -sensoren.”

;

ii)

punt h) wordt vervangen door:

“h)

de AI-fabrieken ontwikkelen en exploiteren, en de oprichting van en toegang tot AI-gigafabrieken en de diensten daarvan ondersteunen, met het oog op de opbouw in de hele Unie van een dynamisch, innovatief, duurzaam en veerkrachtig AI-ecosysteem en daarbij te zorgen voor wetenschappelijk en industrieel leiderschap.”

;

c)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   De gemeenschappelijke onderneming draagt bij aan het behartigen van de belangen van de Unie bij de aankoop van supercomputers en aan het ondersteunen van de ontwikkeling en invoering van high-performance computing (HPC), AI- en kwantumtechnologieën, -systemen en -toepassingen. Zij maakt een benadering van medeontwerp mogelijk voor de verwerving van supercomputers van wereldklasse en waarborgt tegelijk de beveiliging van de toeleveringsketen van verworven technologieën en systemen. Zij draagt bij tot de strategische autonomie van de Unie, met behoud van een open economie in de Unie, ondersteunt de ontwikkeling van technologieën en toepassingen die de Europese toeleveringsketens van HPC-, AI- en kwantumtechnologieën versterken en bevordert de integratie ervan in systemen die voorzien in een groot aantal wetenschappelijke, maatschappelijke, ecologische, industriële en beveiligingsbehoeften.”

;

3)

in artikel 4, lid 1, worden de volgende punten toegevoegd:

“i)

de pijler AI-gigafabrieken, die activiteiten omvat van AI-gigafabrieken, die tijdens hun exploitatie zouden kunnen worden verbonden met het EuroHPC-netwerk van AI-fabrieken om een naadloze integratie, gebruikersondersteuning en kennisuitwisseling binnen het Europese AI-ecosysteem te waarborgen; die pijler omvat de volgende activiteiten:

i)

het bieden van een AI-computinginfrastructuur van wereldklasse aan Europese onderzoekers, ondernemers en industriële spelers, met inbegrip van kmo’s, start-ups, scale-ups en de publieke sector;

ii)

het mogelijk maken van de ontwikkeling van nieuwe AI-oplossingen in alle publieke en private sectoren, met inbegrip van de ontwikkeling van basismodellen, en

iii)

het waarborgen van het concurrentievermogen en de soevereiniteit van de Unie als AI-continent;

j)

de pijler Kwantumtechnologieën, die gericht is op het volledige kwantumecosysteem en de toepassingsgebieden van kwantumcomputing en -simulatie, kwantumcommunicatie en kwantumdetectie en metrologie, en die de veiligheid en veerkracht waarborgt van de kwantumtoeleveringsketen en van de technologieën die deze keten ondersteunen; die pijler omvat onder meer activiteiten die gericht zijn op:

i)

wetenschappelijk en technologisch onderzoek en wetenschappelijke en technologische innovatie: bevordering van onderzoeksexcellentie op het gebied van kwantumwetenschap en -technologiegebieden;

ii)

de overgang van het laboratorium naar de fabriek en de ontwikkeling van ecosystemen: ondersteunen van de ontwikkeling en invoering van geavanceerde vormen van kwantuminfrastructuur; stimuleren van de industrialisering van kwantumtechnologieën door de opname van kwantumtoepassingen in belangrijke publieke en industriële sectoren te ondersteunen, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de vooruitgang op alle kwantumgebieden wordt omgezet in praktische toepassingen, met inbegrip van de ontwikkeling van leidende markten; bevorderen van Europese en internationale normen, en ondersteunen van de ontwikkeling en netwerkvorming van nationale kenniscentra voor kwantumtechnologie in heel Europa;

iii)

de versnelling van de ontwikkeling en operationalisering van fouttolerante kwantumcomputingsystemen via overheidsmaatregelen ter ondersteuning van een concurrerend Europees kwantumecosysteem en een concurrerende Europese toeleveringsketen op basis van in Europa gemaakte en ontworpen technologieën;

iv)

vaardigheden en talent: ontwikkelen van een concurrerend en inclusief personeelsbestand op het gebied van kwantumonderzoek en kwantumengineering door in alle belangrijke kwantumgerelateerde disciplines en op alle relevante technische gebieden te voorzien in gecoördineerde initiatieven op het gebied van onderwijs, opleiding en mobiliteit;

v)

internationale samenwerking: ontwikkelen van internationale samenwerking op het gebied van kwantumtechnologieën om wereldwijde wetenschappelijke en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken in overeenstemming met de doelstellingen van het buitenlandse beleid en de internationale verbintenissen van de Unie.”

;

4)

artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De financiële bijdrage van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming, met inbegrip van EER-kredieten, bedraagt tot 4 122 300 000 EUR, inclusief 92 000 000 EUR voor administratieve kosten, mits dat bedrag ten minste gelijk is aan de bijdrage van de deelnemende staten, en is bij wijze van indicatie als volgt verdeeld:

a)

tot 1 660 000 000 EUR uit Horizon Europa, waarvan 160 000 000 EUR voor de uitvoering van kwantumonderzoeks- en innovatieactiviteiten zoals bedoeld in artikel 4, lid 1, punt j), en overeenkomstig artikel 34, leden 1 en 2;

b)

tot 2 142 300 000 EUR uit het programma Digitaal Europa, en

c)

tot 320 000 000 EUR uit de Connecting Europe Facility.

Extra middelen uit Horizon Europa, het programma Digitaal Europa en de Connecting Europe Facility kunnen de in de eerste alinea bedoelde bijdrage van de Unie aanvullen, mits de extra bedragen ten minste gelijk zijn aan de bijdrage van een of meer andere leden van de gemeenschappelijke onderneming dan de Unie. Die extra middelen worden niet meegeteld bij de berekening van de maximale financiële bijdrage van de Unie.”

;

b)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   Extra middelen uit andere programma’s van de Unie dan Horizon Europa, het programma Digitaal Europa en de Connecting Europe Facility, diede bijdragen als bedoeld in lid 1, eerste alinea, van dit artikel aanvullen, kunnen aan de gemeenschappelijke onderneming worden toegekend ter ondersteuning van de in artikel 4 bedoelde activiteitenpijlers, met uitzondering van de in artikel 4, lid 1, punt a), bedoelde activiteiten. Die extra middelen worden niet meegeteld bij de berekening van de maximale financiële bijdrage van de Unie.”

;

c)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“4a.   Voor de bijdragen die aan de gemeenschappelijke onderneming worden toegewezen overeenkomstig de leden 3 en 4 van dit artikel is artikel 158 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (*2) van toepassing. Wanneer die extra bijdragen van de Unie betrekking hebben op de pijler als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt i), leveren een of meer van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming dan de Unie extra bijdragen die evenredig zijn aan de bijdragen van de Unie.

(*2)  Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).”;"

d)

de leden 6, 7 en 8 worden geschrapt;

5)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 12 ter

AI-gigafabriek

1.   Een AI-gigafabriek wordt gevestigd in een deelnemende staat die een lidstaat is. Deze wordt financieel ondersteund door middel van een partnerschap tussen de Unie en een of meer deelnemende staten, die worden vertegenwoordigd door de gemeenschappelijke onderneming, en een AI-gigafabrieksconsortium, dat een of meer leveranciers van technologische infrastructuur kan omvatten, dat in rechte wordt vertegenwoordigd door een AI-gigafabriekscoördinator. Dat partnerschap tussen de gemeenschappelijke onderneming en de AI-gigafabriekscoördinator gebeurt in de vorm van een vestigingsovereenkomst. Elke aan de AI-gigafabriek deelnemende staat sluit een administratieve overeenkomsten met de gemeenschappelijke onderneming tot vaststelling van het coördinatiemechanisme voor de betaling van en de verslaglegging over bijdragen aan in die deelnemende staat gevestigde aanvragers. Die overeenkomst bevat de afgesproken toegangstijd van de deelnemende staat, het schema voor toegang, de betalingsvoorwaarden en de verslagleggingsvereisten en auditvoorschriften.

2.   AI-gigafabrieken met meerdere vestigingen worden geëxploiteerd door één enkel AI-gigafabrieksconsortium en functioneren als één geïntegreerde technische entiteit. De samenstellende vestigingen van een dergelijke AI-gigafabriek zijn onderling verbonden via zeer snelle netwerken met hoge bandbreedte. In een AI-gigafabriek met meerdere vestigingen in één land voldoet ten minste een van de samenstellende vestigingen aan de omvang van een AI-gigafabriek. Een AI-gigafabrieksconsortium met meerdere vestigingen in meerdere landen bestaat uit ten minste één gastentiteit per gastlidstaat, en ten minste één samenstellende vestiging uit de deelnemende staten voldoet aan de omvang van een AI-gigafabriek. Elke gastentiteit van een AI-gigafabriek met meerdere vestigingen in meerdere landen is jegens de Unie hoofdelijk aansprakelijk voor de bijdrage van de Unie die zij ontvangt. In de overeenkomst van het AI-gigafabrieksconsortium met meerdere vestigingen in meerdere landen wordt de aansprakelijkheidsverdeling tussen de verschillende gastentiteiten gespecificeerd, evenals de technische, operationele, regelgevende en financiële verantwoordelijkheden van elke gastentiteit.

3.   De deelname aan een AI-gigafabrieksconsortium van juridische entiteiten uit niet-deelnemende staten wordt beperkt of uitgesloten wanneer deze deelname wordt geacht een negatieve impact te hebben op de strategische activa, belangen, autonomie of veiligheid van de Unie. Overeenkomstig Verordeningen (EU) 2021/694, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wordt bij de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor de selectie van een AI-gigafabrieksconsortium de deelname aan het AI-gigafabrieksconsortium beperkt tot juridische entiteiten die zijn gevestigd in deelnemende staten of tot juridische entiteiten die zijn gevestigd in specifieke geassocieerde landen van Horizon Europa, het programma Digitaal Europa en mogelijke daaropvolgende relevante financieringsprogramma’s van de Unie, of in andere derde landen die geen deelnemende staten zijn en de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten niet schenden. De in dit lid bedoelde beperkingen en uitsluitingen zijn in beginsel niet van toepassing op juridische entiteiten die zijn gevestigd in derde landen die met de Unie een samenwerkingsovereenkomst voor een AI-gigafabriek of een soortgelijke overeenkomst hebben ondertekend. In de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor de selectie van een AI-gigafabrieksconsortium kan worden bepaald dat ook in andere derde landen gevestigde juridische entiteiten in aanmerking komen, op voorwaarde dat zij voldoen aan de vereisten die op die juridische entiteiten van toepassing zijn om de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Unie en de lidstaten te waarborgen en om de bescherming van gegevens die zijn opgenomen in gerubriceerde informatie te waarborgen. Die vereisten worden vastgelegd in het werkprogramma.

4.   AI-gigafabrieken worden geselecteerd op basis van een gezamenlijke aanbesteding tussen de gemeenschappelijke onderneming en een of meer aanbestedende diensten uit de deelnemende staten. Een AI-gigafabrieksconsortium geniet een expliciete verbintenis door de lidstaat aan de gemeenschappelijke onderneming om te voorzien in de financiering van zijn aandeel in de AI-gigafabriek die zal worden opgericht op zijn grondgebied en na selectie ervan overeenkomstig lid 19. Die verbintenis wordt vóór de lancering van de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling door de lidstaat verstrekt.

5.   De in artikel 5 bedoelde financiële bijdrage van de Unie dekt hoogstens 17 % van investeringen in kapitaaluitgaven (capex) in de totale computinginfrastructuur van de AI-gigafabriek. Als alternatief kan de bijdrage van de Unie de vorm aannemen van een vooraf overeengekomen gegarandeerde aankoop van toegangstijd tot de AI-gigafabriek die in waarde overeenkomt met maximaal 17 % van de capex van de totale computinginfrastructuur van de AI-gigafabriek. Een of meer deelnemende staten moeten de bijdrage van de Unie op zijn minst matchen. De resterende investeringen en de operationele uitgaven (opex) van de AI-gigafabriek worden gedekt door het AI-gigafabrieksconsortium. In het geval van AI-gigafabrieken met meerdere vestigingen in één land kan de volledige bijdrage van de Unie, met de bijbehorende rechten voor toegang tot rekencapaciteit, worden toegewezen aan de grootste samenstellende vestiging. In het geval van AI-gigafabrieken met meerdere vestigingen in meerdere landen kan de bijdrage van de Unie worden toegewezen aan AI-gigafabrieken die aan de vereiste schaal voldoen en aan één AI-gigafabriek per deelnemende lidstaat.

6.   Een geselecteerde AI-fabriek kan in aanzienlijke mate worden opgeschaald tot een AI-gigafabriek. In dat geval wordt de financiële steun die door de Unie reeds aan die AI-fabriek wordt verleend geacht onderdeel uit te maken van de bijdrage van de Unie aan de capex voor de in lid 5 van dit artikel bedoelde computinginfrastructuur van de AI-gigafabriek. Dezelfde bepalingen gelden voor de deelnemende staten. De in artikel 10 bedoelde vestigingsovereenkomst voor een AI-fabriek wordt in voorkomend geval dienovereenkomstig gewijzigd. De aanvullende investeringen in de AI-fabriek die een AI-gigafabriek wordt, en de opex van de AI-gigafabriek worden gedekt door het AI-gigafabrieksconsortium.

7.   Een lidstaat kan zijn bijdragen voor een AI-gigafabriek rechtstreeks verstrekken via nationale financieringsmechanismen of indirect via andere bronnen. Door middel van een administratieve overeenkomst met de gemeenschappelijke onderneming bestemt een lidstaat zijn respectieve bijdragen, met inbegrip van de in lid 5 van dit artikel bedoelde bijdragen en mogelijke andere extra bijdragen, geheel of gedeeltelijk, via de gemeenschappelijke onderneming, die die middelen vervolgens namens die lidstaat beheert en deze uitkeert aan de aangewezen AI-gigafabriek. De vrijwillige financiële bijdrage kan geheel of gedeeltelijk bestaan uit middelen die een lidstaat uit hoofde van Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad (*3) of Verordening (EU) 2021/1060 (*4) ontvangt.

8.   Een lidstaat kan besluiten een deel van de financiële bijdrage die hij uit hoofde van Verordening (EU) 2021/241 (“toewijzingen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit”) ontvangt, te gebruiken voor de gehele of gedeeltelijke financiering van zijn vrijwillige financiële bijdrage aan een AI-gigafabriek overeenkomstig lid 7 van dit artikel, ook om zijn bijdrage te dekken wanneer een AI-gigafabriek niet voor financiering door de Unie wordt geselecteerd. De lidstaten kunnen ook besluiten hun resterende toewijzingen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit te gebruiken voor de financiering van hun nationale bijdragen aan AI-fabrieken, supercomputers of kwantumcomputers, of aan andere investeringen in AI, kwantumtechnologie of HPC die verband houden met de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming en die door de lidstaat in zijn herstel- en veerkrachtplan zijn aangewezen. De lidstaten bestemmen dergelijke bijdragen via de gemeenschappelijke onderneming overeenkomstig lid 7 van dit artikel. Na de ondertekening van een bijdrageovereenkomst en de volledige en onherroepelijke overdracht van de aangewezen toewijzingen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan de gemeenschappelijke onderneming uiterlijk op 31 augustus 2026 wordt de lidstaat geacht te hebben voldaan aan de deadline die is vastgelegd in Verordening (EU) 2021/241.

9.   Een lidstaat kan besluiten een deel van de financiële bijdrage die hij uit hoofde van Verordening (EU) 2021/241 of (EU) 2021/1060 of uit hoofde van een ander financieringsprogramma ontvangt, te gebruiken voor de financiering van de verwerving en exploitatie van nieuwe, geavanceerde, ultramoderne AI-, HPC- en kwantumcomputingdiensten en -data-infrastructuur op zijn grondgebied. Door middel van een administratieve overeenkomst met de gemeenschappelijke onderneming kan die lidstaat dergelijke investeringen bestemmen via de gemeenschappelijke onderneming, die die middelen vervolgens namens hem beheert en uitkeert aan de aangewezen investering. Na de ondertekening van een bijdrageovereenkomst en de volledige en onherroepelijke overdracht van de aangewezen toewijzingen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan de gemeenschappelijke onderneming uiterlijk op 31 augustus 2026 wordt de lidstaat geacht te hebben voldaan aan de deadline die is vastgelegd in Verordening (EU) 2021/241.

Op verzoek van de betrokken lidstaat kent de gemeenschappelijke onderneming aan een geavanceerde, ultramoderne faciliteit als bedoeld in de eerste alinea het EuroHPC-keurmerk voor AI en computerinfrastructuur toe, mits zij een prestatieniveau bereikt dat ten minste gelijkwaardig is aan dat van een van de gevestigde EuroHPC-supercomputers, met inbegrip van AI-fabrieken.

De gemeenschappelijke onderneming federeert en koppelt via een netwerk de infrastructuur waaraan het EuroHPC-keurmerk voor AI en computerinfrastructuur is toegekend, met de AI-, HPC- of kwantuminfrastructuur van de EuroHPC.

De lidstaat kan besluiten de gemeenschappelijke onderneming toegangstijd tot de overeenkomstig dit lid gefinancierde infrastructuur te verlenen. Die bijdragen worden niet meegeteld bij de berekening van de bijdrage bedoeld in artikel 5, lid 1. De door de lidstaat beschikbaar gestelde toegangstijd wordt beheerd door de gemeenschappelijke onderneming als onderdeel van de toegangstijd van de Unie.

10.   De lidstaten kunnen de gemeenschappelijke onderneming toegangstijd bieden tot een of meer van hun EuroHPC-supercomputers, -AI-fabrieken of -AI-gigafabrieken door middel van een administratieve regeling waarin het aandeel van de toegekende toegangstijd en de duur ervan worden vastgelegd. Die toegangstijd wordt de toegangstijd van de Unie en zal in de eerste plaats worden gebruikt om start-ups en kmo’s toegang te verlenen voor hun onderzoeks- of innovatieactiviteiten. Het wordt niet meegeteld als bijdragen in natura door de lidstaten.

11.   De toegangstijd van de Unie tot een of meer van de EuroHPC-AI-fabrieken of -AI-gigafabrieken van de lidstaten kan worden gebruikt om vrije toegang te verlenen aan Europese projecten die open grensverleggende AI-modellen ontwikkelen die belangrijke aanjagers van innovatie zijn, die zullen worden geselecteerd via een Unie-brede open competitie die door de gemeenschappelijke onderneming wordt georganiseerd. Die open modellen worden op grote schaal beschikbaar gesteld aan overheden in heel Europa en aan de Europese wetenschappelijke en bedrijfswereld. De lidstaten kunnen die inspanning aanvullen door de gemeenschappelijke onderneming extra toegangstijd te bieden voor dergelijke projecten met een meerwaarde voor de Unie. Die toegangstijd wordt niet meegeteld als bijdragen in natura door de lidstaten.

12.   De gemeenschappelijke onderneming is, voor een looptijd van ten minste vijf jaar vanaf de aanvang van de activiteiten van de AI-gigafabriek, die nader gespecificeerd wordt in de vestigingsovereenkomst voor de AI-gigafabriek, eigenaar van het deel van de computinginfrastructuur van de AI-gigafabriek dat overeenkomt met de bijdrage van de Unie aan de capex als bedoeld in de leden 5 en 6. Wanneer de bijdrage van de Unie echter de vorm aanneemt van een in lid 5 bedoelde vooraf overeengekomen gegarandeerde aankoop van toegangstijd, bedraagt de looptijd ten minste vijf jaar zoals nader gespecificeerd in de vestigingsovereenkomst voor de AI-gigafabriek. In elk van deze gevallen wordt de looptijd verlengd wanneer de computinginfrastructuur van de AI-gigafabriek aanzienlijk wordt geüpgraded. Onverminderd de ontbinding van de gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 23, lid 4, van de statuten wordt de eigendom overgedragen overeenkomstig de vestigingsovereenkomst voor de AI-gigafabriek of onder de in die overeenkomst vastgelegde voorwaarden verlengd voor een overeengekomen periode. Indien de eigendom wordt overgedragen aan het AI-gigafabrieksconsortium, wordt de restwaarde van de computinginfrastructuur van de AI-gigafabriek omgezet in equivalente toegangstijd voor de Unie. Indien de eigendom niet wordt overgedragen aan het AI-gigafabrieksconsortium overeenkomstig de vestigingsovereenkomst, en een besluit tot buitengebruikstelling wordt vastgesteld, worden de betreffende kosten gedragen door het AI-gigafabrieksconsortium.

13.   De toegangstijd van de Unie en de deelnemende staten tot een AI-gigafabriek is direct evenredig met hun respectieve financiële bijdragen aan de capex voor de computinginfrastructuur van de AI-gigafabriek dan wel met de vooraf overeengekomen gegarandeerde aankoop van toegangstijd tot de AI-gigafabriek.

14.   De raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming bepaalt het volgende:

a)

de voorwaarden voor de toegangstijd van de Unie tot de AI-gigafabrieken;

b)

specifieke regels inzake de voorwaarden voor de toegangstijd van de Unie tot AI-gigafabrieken die betrekking hebben op de toewijzing van toegangstijd voor projecten en activiteiten die als van strategisch belang voor de Unie worden beschouwd;

c)

specifieke regels inzake de voorwaarden voor de toegang tot AI-gigafabrieken die betrekking hebben op de toewijzing van toegangstijd voor projecten en activiteiten op het gebied van veiligheid.

15.   Bij het vaststellen van de voorwaarden voor de toegangstijd van de Unie overeenkomstig lid 14 zorgt de raad van bestuur ervoor dat toegang:

a)

wordt verleend aan gebruikers die verblijven, gevestigd zijn of zich bevinden in een lidstaat of een derde land dat is geassocieerd met het programma Digitaal Europa, met Horizon Europa of met de Connecting Europe Facility;

b)

kosteloos is voor: gebruikers die afkomstig zijn van publiekrechtelijke entiteiten; industriële gebruikers van toepassingen in verband met onderzoeks- en innovatieactiviteiten die worden gefinancierd met middelen uit Horizon Europa, het programma Digitaal Europa of de Connecting Europe Facility, en voor toepassingen die een excellentiekeurmerk hebben ontvangen in het kader van Horizon Europa of het programma Digitaal Europa, en particuliere innovatieactiviteiten van kmo’s en scale-ups;

c)

tevens gereserveerde computingmiddelen omvat specifiek voor onderzoeks- en innovatieprojecten die worden gefinancierd door de Unie, zodat beschikbaarheid en de prioriteit inzake planning worden gewaarborgd.

16.   De raad van bestuur houdt toezicht op het aandeel van de toegangstijd van de Unie ten aanzien van de verschillende soorten gebruikers bedoeld in lid 15, punt a). Indien ten aanzien van de verschillende soorten gebruikers sprake is van een aanzienlijke onevenwichtigheid tussen het aandeel van de toegangstijd en de vraag, treft de raad van bestuur passende corrigerende maatregelen om die onevenwichtigheid te verhelpen.

17.   Bijdragen van de Unie en van de deelnemende staten zijn onderworpen aan voorwaarden die ertoe strekken de strategische belangen van de Unie te beschermen. De specifieke voorwaarden als bedoeld in dit lid worden vastgelegd in een speciale vestigingsovereenkomst voor een AI-gigafabriek. Op de vestigingsovereenkomst voor een AI-gigafabriek is het recht van de Unie van toepassing, aangevuld door het recht van de lidstaat waar de gastentiteit is gevestigd voor aangelegenheden die niet onder deze verordening of andere rechtshandelingen van de Unie vallen. De vestigingsovereenkomst voor een AI-gigafabriek:

a)

bevat een gedetailleerde omschrijving ten aanzien van de eigendoms- en governancestructuur van de AI-gigafabriek;

b)

bevat bepalingen die erop zien dat de AI-gigafabriek door de Unie op doeltreffende en evenredige wijze wordt gecontroleerd en gemonitord ter bescherming van de strategische activa, de belangen, de autonomie en de veiligheid van de Unie;

c)

bevat een specificatie van de financiële bijdragen van de Unie, van de deelnemende staten en van de publieke of particuliere partners van het AI-gigafabrieksconsortium, met inbegrip van, indien nodig, de in lid 13 genoemde gegarandeerde toegangstijd tot de AI-gigafabriek alsook de looptijd ervan;

d)

bevat, indien nodig, een specificatie van alle andere belangen van de Unie die voortvloeien uit investeringen van de Unie die worden geregeld door specifieke investeringsovereenkomsten tussen het AI-gigafabrieksconsortium en InvestEU;

e)

vermeldt wat de voorwaarden om in aanmerking te komen zijn voor gebruikers van de AI-gigafabriek die afkomstig zijn van buiten de Unie, die aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen als de in lid 3 bedoelde voorwaarden om in aanmerking te komen;

f)

bevat een overzicht van de gedetailleerde toegangsvoorwaarden voor gebruikers van de AI-gigafabriek uit de Unie en welke boekhoudkundige regelingen van toepassing zijn ten aanzien van de tijden van toegang tot de diensten van de AI-gigafabriek;

g)

bevat een overzicht van de kwaliteit van de dienstverlening die aan de gebruikers uit de gemeenschappelijke onderneming wordt aangeboden bij de exploitatie van de AI-gigafabriek, zoals beschreven in de overeenkomst inzake het dienstverleningsniveau die onderdeel uitmaakt van de vestigingsovereenkomst voor de AI-gigafabriek;

h)

bevat een overzicht van de regelingen waarop de gegevens- en computinginfrastructuur van de AI-gigafabriek wordt verworven en waarop deze wordt geëxploiteerd en gebruikt, met inbegrip van de gebruikersvereisten van de overheid, indien van toepassing, en, wanneer het AI-gigafabrieksconsortium één of meer leveranciers van technologische infrastructuur omvat, en voorziet met betrekking tot die leveranciers in robuuste waarborgen tegen belangenconflicten;

i)

bevat een overzicht van de voorwaarden voor de overdracht van de eigendom als bedoeld lid 12, indien van toepassing;

j)

bevat nadere bijzonderheden over de verlenging van de eigendom of van de vooraf overeengekomen gegarandeerd aangekochte toegangstijd en over de voorwaarden voor de geleidelijke ontmanteling van de AI-gigafabriek, indien van toepassing;

k)

bevat een overzicht van de aansprakelijkheidsvoorwaarden voor de exploitatie van de AI-gigafabriek, indien van toepassing;

l)

bevat de verplichting van de gastentiteit van de AI-gigafabriek om uiterlijk op 31 januari van elk jaar aan de raad van bestuur een controleverslag alsook gegevens over het gebruik van de toegangstijd van de Unie in het voorgaande boekjaar te verstrekken;

m)

bevat een arbitragebeding in de zin van artikel 272 VWEU, waarbij aan het Hof van Justitie van de Europese Unie de bevoegdheid wordt verleend ten aanzien van alle aangelegenheden die onder de vestigingsovereenkomst vallen.

18.   De AI-gigafabriek omvat een openbaar bestuursorgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Commissie en de deelnemende staten die overheidsfinanciering aan de betreffende AI-gigafabriek verstrekken. De samenstelling en de werkafspraken van een dergelijk openbaar bestuursorgaan worden gespecificeerd in de vestigingsovereenkomst voor de AI-gigafabriek. Onverminderd de autonomie inzake beheer en exploitatie van het AI-gigafabrieksconsortium, moet het aangewezen openbaarbestuursorgaan van tevoren uitdrukkelijk goedkeuring verlenen ten aanzien van:

a)

alle voorgestelde toegangsovereenkomsten met entiteiten uit derde landen die aanleiding zouden kunnen geven tot bezorgdheid over de strategische activa, de belangen, de autonomie of de veiligheid van de Unie;

b)

wezenlijke wijzigingen in de juridische en financiële structuur van of de zeggenschap over de AI-gigafabriek die van invloed zijn op de belangen van de Unie of van de deelnemende staten, zoals een wijziging in de uiteindelijke eigendom of de zeggenschap, elke verplaatsing van kritieke activa buiten de Unie of belangrijke besluiten inzake een financiële herstructurering;

c)

een significante wijziging van de strategische doelstelling van de AI-gigafabriek.

19.   Na een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling wordt het AI-gigafabrieksconsortium geselecteerd door de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming door middel van een eerlijk en transparant proces, met de ondersteuning van een panel van onafhankelijke deskundigen en een door de raad van bestuur aangewezen erkende financiële instelling, om een evaluatie uit te voeren van onder meer de onderstaande criteria:

a)

technische beoordeling:

i)

de doelstellingen en technische kwaliteit van het voorstel;

ii)

de kwaliteit van het werkplan;

iii)

de kwaliteit van de fysieke, IT- en netwerkinfrastructuur;

iv)

de kwaliteit van de dienstverlening, met inbegrip van de veiligheid en de betrouwbaarheid;

v)

de duurzaamheid en de energie-efficiëntie;

vi)

de ervaring en de knowhow van het consortium ten aanzien van het oprichten van soortgelijke grootschalige faciliteiten;

b)

mogelijke gevolgen:

i)

impact op het Europese AI-ecosysteem, waaronder het concurrentievermogen en de talentenpool;

ii)

toegevoegde waarde van de Unie, met inbegrip van de bijdrage aan strategische autonomie en technologische soevereiniteit;

c)

financiële haalbaarheid:

i)

de investeringsverplichtingen van het AI-gigafabrieksconsortium;

ii)

de kwaliteit en de financiële haalbaarheid van het voorgestelde bedrijfsmodel, met inbegrip van een zorgvuldigheidsbeoordeling, die wordt uitgevoerd door de aangewezen erkende financiële instelling.

20.   Indien het consortium geen leveranciers van technologische infrastructuur omvat, worden de leveranciers van de AI-gigafabriek door het AI-gigafabrieksconsortium geselecteerd op basis van een eerlijk en transparant bestek, waarbij rekening wordt gehouden met de algemene systeemspecificaties en met name de gebruikersvereisten van de publieke sector, die door de gemeenschappelijke onderneming in de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling zijn verstrekt en die nader zijn gespecificeerd in de vestigingsovereenkomst voor de AI-gigafabriek. De selectie berust op eerlijke, open en transparante criteria en waarborgt tevens de toegevoegde waarde van de Unie. Bij de selectie wordt tevens rekening gehouden met de veiligheid en veerkracht van de toeleveringsketen. De geselecteerde inschrijvers voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden van lid 3.

21.   De gemeenschappelijke onderneming kan raamovereenkomsten sluiten voor de levering van essentiële en veelgevraagde componenten, zoals geavanceerde AI-processoren. De AI-gigafabrieksconsortia kunnen voor hun aanbestedingen gebruikmaken van de in dit lid bedoelde raamovereenkomsten.

(*3)  Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj)."

(*4)  Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj).”;"

6)

in artikel 16 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Onverminderd artikel 17, lid 9, staat het gebruik van EuroHPC-supercomputers open voor gebruikers uit de openbare en de particuliere sector. Met uitzondering van de industriële EuroHPC-supercomputers is het gebruik ervan hoofdzakelijk bedoeld voor onderzoeks- en innovatiedoeleinden in het kader van overheidsfinancieringsprogramma’s, voor overheidstoepassingen en voor particuliere innovatieactiviteiten van kleine en middelgrote ondernemingen, start-ups en scale-ups, waar passend.”

;

7)

artikel 34 wordt vervangen door:

“Artikel 34

Vergoedingspercentages

1.   Voor indirecte acties die in het kader van Horizon Europa worden gefinancierd, kan, in afwijking van artikel 34 van Verordening (EU) 2021/695, en voor activiteiten die in het kader van het programma Digitaal Europa worden gefinancierd, de gemeenschappelijke onderneming verschillende vergoedingspercentages toepassen voor de financiering van de Unie in het kader van een actie, afhankelijk van het soort deelnemer, namelijk kleine en middelgrote ondernemingen, en het soort actie. De vergoedingspercentages worden vermeld in het werkprogramma.

2.   In afwijking van lid 1 van dit artikel en artikel 34 van Verordening (EU) 2021/695 wordt voor acties die tot de pijler Kwantumtechnologieën behoren en in het kader van Horizon Europa worden gefinancierd, in elk werkprogramma een verplichte component vermeld die betrekking heeft op onderzoeks- en innovatieacties tot en met TRL 5, waarbij de Unie 100 % van de totale subsidiabele kosten voor haar rekening neemt.”.

Artikel 2

De bijlage bij Verordening (EU) nr. 2021/1173 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in artikel 3 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   Elke aanvraag tot lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming van een lidstaat of een met Horizon Europa of Digitaal Europa geassocieerd derde land wordt gericht aan de raad van bestuur. De kandidaat-lidstaten verstrekken een schriftelijke aanvaarding van deze statuten en van alle andere bepalingen die het functioneren van de gemeenschappelijke onderneming regelen. De kandidaten motiveren ook waarom ze lid willen worden van de gemeenschappelijke onderneming en geven aan hoe hun nationale supercomputing- of kwantumtechnologiestrategie is afgestemd op de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming. De raad van bestuur beoordeelt de aanvraag, rekening houdend met de relevantie en de potentiële meerwaarde van de kandidaat voor het verwezenlijken van de opdracht en de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming, en kan om verduidelijkingen met betrekking tot de kandidatuur vragen alvorens een besluit over de aanvraag te nemen.”

;

2)

in artikel 4, lid 1, wordt punt c) vervangen door:

“c)

het industrieel en wetenschappelijk adviescomité, bestaande uit de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie, de adviesgroep inzake infrastructuur en de adviesgroep inzake kwantumtechnologieën.”

;

3)

in artikel 5 wordt het volgende toegevoegd:

“3.   Voor activiteiten in het kader van de pijler Kwantumtechnologieën kunnen de deelnemende staten besluiten dezelfde vertegenwoordiger te gebruiken als voor de andere activiteitenpijlers, die dan wordt bijgestaan door de passende vertegenwoordigers en deskundigen van hun voor kwantumtechnologieën bevoegde autoriteiten, of kunnen zij een extra vertegenwoordiger van hun voor kwantumtechnologieën bevoegde autoriteiten aanwijzen.”

;

4)

artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de volgende leden worden ingevoegd:

“5 bis.   Voor de in artikel 7, lid 4, punt a), punten a) tot en met e) en punt g), van deze statuten vermelde taken, behoort de overige 50 % van de stemrechten tot de deelnemende staten die lidstaten zijn.

Voor de toepassing van dit lid worden besluiten van de raad van bestuur met gekwalificeerde meerderheid genomen. De gekwalificeerde meerderheid wordt geacht te zijn bereikt indien zij de Unie omvat en ten minste 55 % van de lidstaten zijnde deelnemende staten waarvan de bevolking ten minste 65 % van de totale bevolking van die staten uitmaakt. Om de bevolkingsaantallen te bepalen, worden de aantallen in bijlage II bij Besluit 2009/937/EU gebruikt.

5 ter.   Voor de in artikel 7, lid 4 bis, punt f), van deze statuten vermelde taken en voor elke AI-gigafabriek worden de stemrechten van de deelnemende staten verdeeld in verhouding tot hun toegezegde financiële bijdragen aan die AI-gigafabriek totdat de eigendom ervan wordt overgedragen of deze wordt verkocht of buiten gebruik gesteld, of totdat het contract voor een vooraf overeengekomen gegarandeerde aankoop van toegangstijd tot de AI-gigafabriek als bedoeld in artikel 12 ter, lid 5, van deze verordening is verstreken.

Voor de toepassing van dit lid neemt de raad van bestuur besluiten met een meerderheid die ten minste 75 % van alle stemmen uitmaakt, met inbegrip van de stemmen van de niet-aanwezige leden.”

;

b)

in lid 6 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Voor de in artikel 7, leden 5 tot en met 7, van deze statuten vermelde taken worden besluiten van de raad van bestuur in twee fasen genomen.”

;

5)

artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“4 bis.   De raad van bestuur voert de volgende taken uit met betrekking tot de in artikel 12 ter van deze verordening bedoelde AI-gigafabrieken:

a)

het bespreken en goedkeuren van het gedeelte van het strategisch meerjarenprogramma dat verband houdt met de oprichting van AI-gigafabrieken in de zin van artikel 18, lid 1, van deze statuten;

b)

het bespreken en goedkeuren van het gedeelte van het jaarlijkse werkprogramma dat verband houdt met de oprichting van AI-gigafabrieken en de selectie van AI-gigafabrieksconsortia en de daarmee verband houdende uitgavenramingen;

c)

het uitschrijven van oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling goedkeuren, overeenkomstig het jaarlijkse werkprogramma;

d)

het goedkeuren van de selectie van de AI-gigafabrieksconsortia die de AI-gigafabrieken zullen oprichten en exploiteren;

e)

het vaststellen van de voorwaarden voor de toegangstijd van de Unie tot de AI-gigafabrieken;

f)

het nemen van besluiten met betrekking tot het openbaar bestuursorgaan van de AI-gigafabriek;

g)

het goedkeuren van de door de gemeenschappelijke onderneming gesloten raamovereenkomsten voor de levering van essentiële en veelgevraagde componenten van AI-gigafabrieken.”

;

b)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“5 bis.   Voor activiteiten in het kader van de pijler Kwantumtechnologieën is artikel 7, lid 5, van deze statuten van toepassing, met uitzondering van activiteiten die verband houden met de verwerving en exploitatie van kwantumcomputers, waarvoor artikel 7, lid 4, van deze statuten van toepassing is.”

;

6)

artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité bestaat uit een adviesgroep inzake onderzoek en innovatie, een adviesgroep inzake infrastructuur en een adviesgroep inzake kwantumtechnologieën.”

;

b)

het volgende lid wordt toegevoegd:

“7)   De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën bestaat uit maximaal twaalf leden, waarvan er ten hoogste zes worden benoemd door de particuliere leden, rekening houdend met hun verbintenissen ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming, en ten hoogste zes door de raad van bestuur, in overeenstemming met artikel 7, lid 3, punt k), van deze statuten.

In de adviesgroep inzake kwantumtechnologieën kunnen maximaal zes waarnemers zitting hebben die door de deelnemende staten worden voorgedragen en door de raad van bestuur worden benoemd.”

;

7)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 12 bis

Werking van de adviesgroep inzake kwantumtechnologieën

1.   De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.

2.   De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen worden gecoördineerd door een of meer leden.

3.   De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën kiest haar voorzitter.

4.   De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën stelt haar reglement van orde vast, met daarin onder meer de benoeming van de samenstellende entiteiten die de adviesgroep vertegenwoordigen, alsook de duur van hun benoeming.”

;

8)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 14 bis

Taken van de adviesgroep inzake kwantumtechnologieën

1.   De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën:

a)

stelt haar bijdrage aan het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma met betrekking tot activiteiten op het gebied van kwantumtechnologie en daarmee verband houdende onderwerpen, zoals bedoeld in artikel 18 van deze statuten, op en herziet die bijdrage geregeld in overeenstemming met de ontwikkeling van de wetenschappelijke, industriële en beleidsmatige vraag;

b)

organiseert openbare raadplegingen die openstaan voor alle publieke en particuliere belanghebbenden op het gebied van kwantumtechnologieën om hen te informeren en feedback in te winnen over het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma en de daarmee verband houdende ontwerpactiviteiten voor het onderdeel kwantumtechnologieën van het werkprogramma voor een bepaald jaar.

2.   De in lid 1 bedoelde bijdrage aan het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma omvat:

a)

de strategische prioriteiten op het gebied van onderzoek, innovatie, toepassing en infrastructuur voor de ontwikkeling en acceptatie van kwantumtechnologieën en de integratie ervan in het Europese digitale ecosysteem, ter ondersteuning van de veerkracht, de strategische autonomie en de technologische soevereiniteit van de Unie;

b)

mogelijke internationale samenwerkingsactiviteiten op het gebied van kwantumtechnologieën die een meerwaarde bieden en die van wederzijds belang zijn, waarbij wordt gezorgd voor afstemming van deze activiteiten op de waarden en veiligheidsbelangen van de Unie;

c)

prioriteiten inzake opleiding, onderwijs en de ontwikkeling van het personeelsbestand om de belangrijkste competenties en de vaardigheidskloof op het gebied van kwantumtechnologieën aan te pakken, met inbegrip van bewustwording ten aanzien van veiligheidsgevoelige toepassingen;

d)

de verwerving, implementatie en exploitatie van kwantuminfrastructuur, met inbegrip van de onderlinge verbondenheid en federatie met HPC-infrastructuur en andere digitale infrastructuur, zoals kwantumcommunicatie en kwantumdetectie;

e)

maatregelen inzake capaciteitsopbouw, interoperabiliteit, normalisatie en beveiliging op het gebied van kwantumtechnologieën, met specifieke aandacht voor risico’s in het kader van tweeërlei gebruik en de bescherming van de strategische activa, belangen, autonomie of veiligheid van de Unie.”

;

9)

artikel 16 wordt vervangen door:

“Artikel 16

Begrotingsvastleggingen

De begrotingsvastleggingen van de gemeenschappelijke onderneming kunnen worden opgedeeld in jaarlijkse tranches. Vanaf januari 2025 wordt ten minste 20 % van de totale begroting voor de resterende jaren niet langer gedekt door jaarlijkse termijnbedragen.”.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 16 januari 2026.

Voor de Raad

De voorzitter

M. RAOUNA


(1)  Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.

(2)  Advies van 18 september 2025 (PB C, C/2026/43, 16.1.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/43/oj).

(3)  Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).

(4)  Verordening (EU) 2021/1173 van de Raad van 13 juli 2021 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488 (PB L 256 van 19.7.2021, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1173/oj).

(5)  Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2026/150/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)