|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/132 |
27.3.2026 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/132 VAN DE COMMISSIE
van 20 januari 2026
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 wat betreft regels voor de traceerbaarheid van gehouden honden, katten en fretten
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (1), en met name artikel 3, lid 5, tweede alinea, en artikel 118, leden 1 en 2,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bij Verordening (EU) 2016/429 zijn regels vastgesteld met betrekking tot de preventie en bestrijding van ziekten die kunnen worden overgedragen op dieren of mensen, waaronder regels voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren binnen de Unie. |
|
(2) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie (2) bevat aanvullende regels voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren. In deel III, titel V, hoofdstuk 1, van die gedelegeerde verordening zijn regels inzake de traceerbaarheid van gehouden honden, katten en fretten vastgesteld, met inbegrip van verplichtingen voor exploitanten met betrekking tot de middelen en methoden voor de identificatie van die dieren en het type identificatiedocument dat die dieren moet vergezellen wanneer zij naar een andere lidstaat worden verplaatst. |
|
(3) |
In artikel 70 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 is bepaald dat exploitanten die honden, katten en fretten houden, ervoor moeten zorgen dat die dieren individueel worden geïdentificeerd met behulp van een door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten goedgekeurde injecteerbare transponder. Uit de praktische ervaring met de toepassing van die regels is gebleken dat er bepaalde beperkingen zijn wat betreft het waarborgen van de correcte identificatie en van een voldoende mate van traceerbaarheid van die dieren wanneer zij tussen lidstaten worden verplaatst. Om een correcte identificatie en een passend niveau van traceerbaarheid van die dieren mogelijk te maken, moet het huidige systeem daarom worden versterkt door specifieke bepalingen vast te stellen betreffende de verplichte implantatie van injecteerbare transponders in de geïdentificeerde dieren, de personen die dergelijke implantaties mogen uitvoeren, de gedetailleerde voorschriften voor de injecteerbare transponders en de verplichtingen van de lidstaten in dat verband. |
|
(4) |
In artikel 71 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 is bepaald dat honden, katten en fretten die naar een andere lidstaat worden verplaatst, vergezeld moeten gaan van hetzelfde identificatiedocument dat vereist is voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren zoals bedoeld in artikel 6, punt d), van Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3). |
|
(5) |
Verordening (EU) nr. 576/2013, waarin de regels voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren zijn vastgesteld, is bij artikel 270, lid 2, van Verordening (EU) 2016/429 ingetrokken met ingang van 21 april 2021. In artikel 277 van Verordening (EU) 2016/429 is echter bepaald dat Verordening (EU) nr. 576/2013, niettegenstaande die intrekking, tot en met 21 april 2026 op niet-commercieel verkeer van gezelschapsdieren van toepassing blijft in plaats van deel VI van Verordening (EU) 2016/429. |
|
(6) |
De in artikel 6, punt d), van Verordening (EU) nr. 576/2013 vastgestelde regels inzake het identificatiedocument voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren zijn doeltreffend gebleken voor het traceren van honden, katten en fretten. De belangrijkste bepalingen van die regels moeten daarom in Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035, zoals gewijzigd bij deze verordening, worden behouden, maar de regels moeten worden geactualiseerd om rekening te houden met de praktische ervaring die de lidstaten bij de toepassing ervan hebben opgedaan. Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 moet daarom worden gewijzigd om te voorzien in specifieke bepalingen betreffende de identificatiedocumenten waarvan honden, katten en fretten vergezeld moeten gaan wanneer zij naar een andere lidstaat worden verplaatst, onder andere wat betreft de informatie die in die identificatiedocumenten moet worden opgenomen, de afgifte en het invullen ervan en de verspreiding van blanco identificatiedocumenten door de bevoegde autoriteit. |
|
(7) |
Om onnodige verstoringen van het verkeer van honden, katten en fretten tussen de lidstaten te voorkomen, moet ervoor worden gezorgd dat deze verordening voorziet in een soepele overgang van de voorschriften van Verordening (EU) nr. 576/2013. |
|
(8) |
Er moet in dergelijke bepalingen worden voorzien om tegemoet te komen aan de legitieme verwachtingen van exploitanten die honden, katten of fretten houden, van fabrikanten van transponders, van dierenartsen en van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, en om hun voldoende tijd te geven om zich aan de nieuwe voorschriften aan te passen. Die bepalingen moeten zodanig zijn opgesteld dat wordt voorkomen dat naar behoren geïdentificeerde gehouden honden, katten en fretten een nieuw identificatieproces moeten ondergaan en dat naar behoren afgegeven paspoorten worden ingetrokken en opnieuw moeten worden afgegeven. Deze bepalingen beletten exploitanten die honden, katten of fretten houden, fabrikanten van transponders, dierenartsen en bevoegde autoriteiten van de lidstaten niet om de nieuwe regels al vóór het einde van de overgangsperiode toe te passen. |
|
(9) |
Aangezien de overgangsperiode in verband met de intrekking van Verordening (EU) nr. 576/2013 op 21 april 2026 afloopt, moet deze verordening met spoed in werking treden en met ingang van 22 april 2026 van toepassing zijn, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
artikel 70 wordt vervangen door: “Artikel 70 Verplichtingen van exploitanten die honden, katten en fretten houden met betrekking tot de middelen en methoden voor de identificatie van die dieren en de aanbrenging en het gebruik ervan Exploitanten die honden, katten en fretten houden, zorgen ervoor dat wanneer die dieren naar een andere lidstaat worden verplaatst:
(*1) Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131 van de Commissie van 20 januari 2026 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft diergezondheidsvoorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren (PB L, 2026/131, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/131/oj).”." |
|
2) |
het volgende artikel 70 bis wordt toegevoegd: “Artikel 70 bis Identificatiemiddelen voor gehouden honden, katten en fretten De injecteerbare transponders die voor de identificatie van gehouden honden, katten en fretten worden gebruikt, zoals bedoeld in artikel 70, punt a), moeten:
|
|
3) |
artikel 71 wordt vervangen door: “Artikel 71 Identificatiedocument van gehouden honden, katten en fretten 1. Exploitanten die honden, katten en fretten houden, zorgen ervoor dat elk dier dat bestemd is om naar een andere lidstaat te worden verplaatst, vergezeld gaat van een overeenkomstig artikel 71 bis naar behoren ingevuld en afgegeven identificatiedocument in de vorm van een paspoort zoals vastgesteld in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) 2026/705 van de Commissie (*2). 2. Het in lid 1 bedoelde paspoort bevat rubrieken voor het invullen van de in bijlage V vermelde informatie. 3. Het in lid 1 bedoelde paspoort is voorzien van een nummer bestaande uit de ISO-code van de lidstaat van afgifte overeenkomstig ISO-norm 3166, gevolgd door een unieke alfanumerieke code. 4. De exploitant van het betrokken dier wordt geacht aan dit artikel te hebben voldaan wanneer een paspoort dat niet aan deze voorschriften voldoet:
(*2) Uitvoeringsverordening (EU) 2026/705 van de Commissie van 20 maart 2026 tot vaststelling van modelidentificatiedocumenten en modelverklaringen voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren (PB L, 2026/705, 27.3.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2026/705/oj)." (*3) Beschikking 2003/803/EG van de Commissie van 26 november 2003 tot vaststelling van een modelpaspoort voor het intracommunautair verkeer van honden, katten en fretten (PB L 312 van 27.11.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/803/oj)." (*4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 577/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 inzake de modelidentificatiedocumenten voor het niet-commerciële verkeer van honden, katten en fretten, de vaststelling van de lijsten van derde landen en gebieden en de voorschriften betreffende de vorm, de opmaak en de taal van de verklaringen ten bewijze van de naleving van bepaalde voorwaarden die zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 109, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/577/oj);” " |
|
4) |
het volgende artikel 71 bis wordt toegevoegd: “Artikel 71 bis Afgeven en invullen van het paspoort 1. Het in artikel 71, lid 1, bedoelde paspoort wordt alleen afgegeven door officiële dierenartsen of gemachtigde dierenartsen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131, naargelang het besluit van de bevoegde autoriteit. 2. De in lid 1 bedoelde dierenartsen geven slechts een paspoort af nadat:
De rubriek voor de in bijlage V, punt l), bedoelde informatie kan ook worden ingevuld en gecertificeerd door andere dan de in lid 1 van dit artikel bedoelde dierenartsen. 3. Nadat zij het in artikel 71, lid 1, bedoelde paspoort hebben afgegeven, houden de in lid 1 bedoelde dierenartsen de in artikel 71, lid 3, en in bijlage V, punten a) tot en met f), bedoelde gegevens bij gedurende een door de bevoegde autoriteit te bepalen minimumperiode van ten minste drie jaar. (*5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/688 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen binnen de Unie van landdieren en broedeieren (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 140, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/688/oj).”;" |
|
5) |
het volgende artikel 71 ter wordt toegevoegd: “Artikel 71 ter Blanco paspoorten 1. De bevoegde autoriteit stelt blanco paspoorten in papieren vorm alleen ter beschikking van officiële dierenartsen of gemachtigde dierenartsen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/131. 2. De gemachtigde dierenartsen aan wie de in lid 1 bedoelde blanco paspoorten ter beschikking zijn gesteld, geven die blanco paspoorten niet door. 3. De gemachtigde dierenartsen geven alle blanco paspoorten waarover zij beschikken terug aan de bevoegde autoriteit wanneer:
Wanneer een in punt b) bedoeld modelpaspoort niet langer kan worden gebruikt, moeten die blanco paspoorten worden vernietigd door of onder toezicht van de bevoegde autoriteit. 4. De bevoegde autoriteit houdt een register bij van de namen en contactgegevens van de gemachtigde dierenartsen aan wie zij blanco paspoorten ter beschikking heeft gesteld, met verwijzing naar het in artikel 71, lid 3, bedoelde nummer, alsook van de namen en contactgegevens van de dierenartsen die overeenkomstig lid 3 van dit artikel blanco paspoorten hebben teruggegeven. 5. De in lid 4 bedoelde registers worden gedurende een door de bevoegde autoriteit te bepalen minimumperiode van ten minste drie jaar bewaard.” |
|
6) |
de nieuwe bijlagen IV en V worden toegevoegd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening. |
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 22 april 2026.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 20 januari 2026.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/429/oj.
(2) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 115, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/2035/oj).
(3) Verordening (EU) nr. 576/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 998/2003 (PB L 178 van 28.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/576/oj).
BIJLAGE
De volgende bijlagen IV en V worden toegevoegd aan Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/2035:
„BIJLAGE IV
TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN VOOR TRANSPONDERS DIE WORDEN GEBRUIKT VOOR DE IDENTIFICATIE VAN HONDEN, KATTEN EN FRETTEN
Transponders die worden gebruikt om honden, katten en fretten individueel te identificeren, moeten:
|
a) |
voldoen aan de codestructuur en de technische specificaties voor radiofrequentie-identificatie die zijn vastgesteld in de ISO-normen 11784 en 11785; |
|
b) |
worden geëvalueerd overeenkomstig ISO-norm 24631-1 om overeenstemming met de ISO-normen 11784 en 11785 te waarborgen. |
BIJLAGE V
GEGEVENS DIE MOETEN WORDEN OPGENOMEN IN HET PASPOORT VOOR HONDEN, KATTEN EN FRETTEN
Paspoorten voor honden, katten en fretten moeten de volgende informatie bevatten:
|
a) |
de locatie van de transponder of, indien van toepassing, de tatoeage; |
|
b) |
de datum van het aanbrengen van de transponder of de tatoeage of, indien van toepassing, de datum van het uitlezen van de transponder of het lezen van de tatoeage; |
|
c) |
de individuele identificatiecode die wordt weergegeven door de transponder of, indien van toepassing, de tatoeage; |
|
d) |
de naam en geboortedatum zoals opgegeven door de exploitant of, in voorkomend geval, de eigenaar van het gezelschapsdier; |
|
e) |
de soort, het ras, het geslacht, de kleur en eventuele opmerkelijke of waarneembare bijzonderheden of kenmerken van het gezelschapsdier; |
|
f) |
de naam en de contactgegevens van de exploitant of, in voorkomend geval, de eigenaar van het gezelschapsdier; |
|
g) |
de naam, de contactgegevens en de handtekening van de dierenarts die het paspoort afgeeft of invult; |
|
h) |
de handtekening van de exploitant of, in voorkomend geval, de eigenaar van het gezelschapsdier; |
|
i) |
de datum van afgifte van het paspoort; |
|
j) |
de gegevens betreffende de vaccinatie tegen rabiës; |
|
k) |
de datum van de bloedbemonstering voor de titratietest op rabiësantilichamen; |
|
l) |
de gegevens betreffende de behandeling tegen infectie met Echinococcus multilocularis; |
|
m) |
naleving van alle risicobeperkingsmaatregelen voor andere ziekten dan infectie met het rabiësvirus en infectie met Echinococcus multilocularis; |
|
n) |
andere relevante informatie betreffende de gezondheidsstatus van het gezelschapsdier.. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/132/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)