European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/86

13.1.2026

BESLUIT (EU) 2026/86 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 19 december 2025

tot wijziging van Besluit (EU) 2016/456 (ECB/2016/3) voor wat betreft onderzoeken op het gebied van fraudepreventie, corruptie en elke andere onwettige activiteit die de financiële belangen van de Unie schaadt, en tot wijziging van Besluit (EU) 2020/1575 (ECB/2020/54) betreffende de opvolging van vermoedelijke schendingen van professionele verplichtingen waar de desbetreffende persoon een hoge ambtenaar van de ECB is (ECB/2025/45)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 12.3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit (EU) 2016/456 van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/3) (1) moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat alle personen die belast zijn met de uitoefening van de functies van de Europese Centrale Bank (ECB) en derhalve onder de bevoegdheid van de ECB tot zelforganisatie vallen, onder dat besluit vallen.

(2)

Het kader voor interne onderzoeken van de ECB is gewijzigd, met name om ervoor te zorgen dat vermeende inbreuken op de uitoefening van beroepswerkzaamheden en professionele verplichtingen worden gemeld aan en opgevolgd door één eenheid die belast is met interne onderzoeken. Deze eenheid moet ook worden belast met het optreden bij vermoedens van mogelijke gevallen van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad en waarbij een persoon betrokken is die onder het kader voor intern onderzoek van de ECB valt. De herziening van het kader voor intern onderzoek van de ECB heeft geleid tot de intrekking van administratieve circulaire 01/2006 betreffende interne administratieve onderzoeken (2) en tot de invoeging van bepalingen betreffende het kader voor intern onderzoek van de ECB in de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de Europese Centrale Bank (hierna de “arbeidsvoorwaarden” genoemd).

(3)

Besluit (EU) 2020/1575 van de Europese Centrale Bank (ECB/2020/54) (3) moet worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat de desbetreffende gewijzigde bepalingen van het kader voor intern onderzoek van de ECB ook van toepassing zijn in gevallen waarin de betrokken persoon een hoge ECB-ambtenaar is.

(4)

Omwille van de rechtszekerheid en de consistentie moeten de wijzigingen van beide worden toegepast vanaf dezelfde datum als de datum van de wijzigingen van de arbeidsvoorwaarden en de personeelsverordeningen en -regelingen van de Europese Centrale Bank met betrekking tot het kader voor intern onderzoek van de ECB.

(5)

Besluit (EU) 2016/456 (ECB/2016/3) en Besluit (EU) 2020/1575 (ECB/2020/54) moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijziging van Besluit (EU) 2016/456 (ECB/2016/3)

Besluit (EU) 2016/456 (ECB/2016/3) wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 1 wordt vervangen door:

“Artikel 1

Toepassingsgebied

Dit besluit is van toepassing op:

—

leden van de besluitvormende organen van de ECB of enig ander bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 of door de ECB ingesteld orgaan, in aangelegenheden die verband houden met hun functie als leden van deze besluitvormende organen of andere organen van de ECB;

—

leden van de bestuursorganen of enig personeelslid van de nationale centrale banken of nationale bevoegde autoriteiten die als plaatsvervanger en/of begeleidende personen deelnemen aan de vergaderingen van de besluitvormende organen of andere organen van de ECB in aangelegenheden die verband houden met die functie

(hierna gezamenlijk “deelnemers aan de besluitvormende organen en andere organen” genoemd), en

—

vaste of tijdelijke ECB-personeelsleden, die zijn onderworpen aan de arbeidsvoorwaarden van de ECB;

—

personen die deelnemen aan de uitoefening van de functies van de ECB, met uitzondering van deelnemers aan besluitvormende organen en andere organen of permanente of tijdelijke ECB-personeelsleden, in aangelegenheden die verband houden met hun deelname aan de uitoefening van de functies van de ECB

(hierna gezamenlijk “betrokken personen” genoemd).”

;

2)

artikel 3 wordt vervangen door:

“Artikel 3

Verplichting tot het rapporteren van informatie over onwettige activiteiten

1.   Betrokken personen die kennis verkrijgen van gegevens die doen vermoeden dat er mogelijkerwijze sprake is van fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit die de financiële belangen van de Unie schaadt, verstrekken die gegevens aan: a) de directeur Interne Audit, of b) de voor hun werkeenheid verantwoordelijke senior manager, of c) het directielid waaraan hun werkeenheid rapporteert. Wanneer de gegevens worden verstrekt aan de in punt b) of punt c) bedoelde personen, geven zij de gegevens onverwijld door aan de directeur Interne Audit. Betrokken personen mogen geenszins onrechtvaardig of discriminerend worden behandeld als gevolg van het feit dat zij de in dit artikel bedoelde gegevens hebben doorgegeven.

2.   Na ontvangt van de gegevens overeenkomstig lid 1, zorgt de directeur interne Audit zorgt voor de volgende opvolging:

a)

indien de gegevens betrekking hebben op een deelnemer aan de besluitvormende en andere organen als persoon aan wie een inbreuk wordt toegeschreven of met wie die persoon in verband wordt gebracht, geeft de directeur Interne Audit de gegevens onverwijld door aan de directeur-generaal Secretariaat;

b)

in alle andere gevallen geeft de directeur Interne Audit, met inachtneming van artikel 4 en na het resultaat van een voorlopige beoordeling overeenkomstig het kader voor intern onderzoek van de ECB, de ontvangen gegevens onverwijld door aan het Bureau en stelt, naargelang van het geval, de president daarvan in kennis.

3.   Wanneer de directeur-generaal Secretariaat overeenkomstig lid 2 gegevens ontvangt, zendt de directeur-generaal Secretariaat, behoudens het bepaalde in artikel 4, die gegevens onverwijld aan het Bureau en stelt de directeur Interne Audit en, naargelang van het geval, de president daarvan in kennis.

4.   Deelnemers aan de besluitvormende organen en andere organen die kennis verkrijgen van de in lid 1 bedoelde gegevens stellen de directeur-generaal Secretariaat of de president daarvan in kennis. Indien de president de gegevens ontvangt, geeft de president deze onverwijld door aan de directeur-generaal Secretariaat.

De directeur-generaal Secretariaat neemt het initiatief tot de passende opvolging volgens de criteria en in overeenstemming met de bepalingen van de leden 2 en 3, en zorgt er daarbij ook voor dat in alle gevallen die geen betrekking hebben op een deelnemer aan de besluitvormende organen en andere organen als persoon aan wie een inbreuk wordt toegeschreven of met wie die persoon in verband wordt gebracht, de ontvangen informatie onverwijld wordt doorgegeven aan de directeur Interne Audit.

5.   Indien een deelnemer aan de besluitvormende organen en andere organen of een betrokken persoon beschikt over concrete gegevens die het vermoeden van een geval van fraude of corruptie of enige andere onwettige activiteit in de zin van lid 1 staven en tevens redelijkerwijze mag veronderstellen dat de in de bovengenoemde leden beschreven procedure in dat concrete geval de passende rapportage van die gegevens aan het Bureau zou verhinderen, kan de deelnemer die gegevens direct aan het Bureau rapporteren zonder onderworpen te zijn aan het bepaalde in artikel 4.”

.

Artikel 2

Wijziging van Besluit (EU) 2020/1575 (ECB/2020/54)

Artikel 3 van Besluit (EU) 2020/1575 (ECB/2020/54) wordt vervangen door:

“Artikel 3

Procedure voor beoordeling en opvolging

1.   Meldingen van informatie over inbreuken die zijn ontvangen via een van de meldingskanalen als bedoeld in artikel 0.4 bis.2.1 van de personeelsverordeningen en -regelingen van de Europese Centrale Bank (hierna de “personeelsverordeningen en -regelingen” genoemd) waarin wordt verwezen naar een hoge ECB-ambtenaar als een persoon aan wie een inbreuk wordt toegeschreven of met wie die persoon in verband wordt gebracht, worden opgevolgd overeenkomstig Besluit (EU) 2016/456 van de Europese Centrale Bank (ECB/2016/3) (*1) indien dergelijke meldingen binnen het toepassingsgebied van dat besluit vallen.

2.   Wanneer de in lid 1 bedoelde meldingen van inbreuken niet binnen het toepassingsgebied van Besluit (EU) 2016/456 (ECB/2016/3) vallen, worden zij opgevolgd overeenkomstig bijlage XI bij de personeelsverordeningen en -regelingen.

3.   Niettegenstaande lid 2 kan de uit hoofde van artikel 2 aangewezen bevoegde autoriteit:

a)

alvorens te concluderen of de ontvangen gegevens al dan niet een administratief onderzoek rechtvaardigen, de ontvangen gegevens doorsturen naar het Ethisch comité van de ECB voor advies ter zake;

b)

indien zij tot de conclusie komen dat de ontvangen gegevens een administratief onderzoek rechtvaardigen, besluiten een dergelijk onderzoek in te stellen en de relevante besluiten nemen van het tot aanstelling bevoegde gezag overeenkomstig bijlage XI bij de personeelsverordeningen en -regelingen, en tevens bij wijze van uitzondering besluiten tot uitvoering van de taken van de directeur Interne Audit overeenkomstig bijlage XI bij de personeelsverordeningen en -regelingen, waarbij in dit geval onderzoekers worden aangewezen met voldoende senioriteit om het onderzoek uit te voeren.

(*1)  Besluit (EU) 2016/456 van de Europese Centrale Bank van 4 maart 2016 betreffende de voorwaarden voor onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding ten aanzien van de Europese Centrale Bank, op het gebied van fraudepreventie, corruptie en elke andere onwettige activiteit die de financiële belangen van de unie schaadt (ECB/2016/3) (PB L 79 van 30.3.2016, blz. 34), ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2016/456/oj).”."

Artikel 3

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2026.

Gedaan te Frankfurt am Main, 19 december 2025.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  Besluit (EU) 2016/456 van de Europese Centrale Bank van 4 maart 2016 betreffende de voorwaarden voor onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding ten aanzien van de Europese Centrale Bank, op het gebied van fraudepreventie, corruptie en elke andere onwettige activiteit die de financiële belangen van de unie schaadt (ECB/2016/3) (PB L 79 van 30.3.2016, blz. 34, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2016/456/oj).

(2)  Administratieve Circulaire 01/2006 is op 21 maart 2006 vastgesteld en is beschikbaar op de ECB-website.

(3)  Besluit (EU) 2020/1575 van de Europese Centrale Bank van 27 oktober 2020 betreffende de beoordeling en opvolging van via het klokkenluidersinstrument gemelde informatie over inbreuken waarbij een hoge ambtenaar van de Europese Centrale Bank is betrokken (ECB/2020/54) (PB L 359 van 29.10.2020, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/1575/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/86/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)