|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2026/69 |
7.1.2026 |
BESLUIT (EU) 2026/69 VAN DE RAAD
van 15 december 2025
betreffende het namens de Europese Unie in de ministerraad van de Energiegemeenschap in te nemen standpunt
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 194, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap is door de Unie gesloten bij Besluit 2006/500/EG van de Raad (1) en is op 1 juli 2006 in werking getreden. |
|
(2) |
Krachtens de artikelen 47 en 76 van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap is het aan de ministerraad van de Energiegemeenschap (de “ministerraad”) om maatregelen in de vorm van een besluit of aanbeveling vast te stellen. |
|
(3) |
Tijdens zijn 23e vergadering op 18 december 2025 zal de ministerraad een aantal handelingen vaststellen die rechtsgevolgen hebben en daardoor binnen het toepassingsgebied van artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen. De beoogde handelingen hebben tot doel de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap te vergemakkelijken. |
|
(4) |
Aangezien de vertegenwoordigers van de Unie moeten stemmen over de handelingen die door de ministerraad moeten worden vastgesteld, is het passend het standpunt vast te stellen dat namens de Unie in de ministerraad moet worden ingenomen met betrekking tot de in het addendum bij dit besluit vermelde handelingen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 23e vergadering van de ministerraad van de Energiegemeenschap (de “ministerraad”) op 18 december 2025 is dat de vaststelling van de in het addendum bij dit besluit vermelde handelingen moet worden goedgekeurd.
Artikel 2
1. De Commissie kan kleine wijzigingen van de in het addendum bij dit besluit vermelde handelingen goedkeuren die het gevolg zijn van voorafgaand aan of in de ministerraad door de verdragsluitende partijen van de Energiegemeenschap meegedeelde opmerkingen, zonder een nader besluit van de Raad.
2. Indien de ministerraad de in het addendum bij dit besluit vermelde handelingen tijdens zijn vergadering van 18 december 2025 niet kan vaststellen, kunnen die handelingen na de 23e vergadering van de ministerraad per brief worden vastgesteld, overeenkomstig het reglement van orde van de ministerraad, zonder een nader besluit van de Raad.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan
Gedaan te Brussel, 15 december 2025.
Voor de Raad
De voorzitter
L. AAGAARD
(1) Besluit 2006/500/EG van de Raad van 29 mei 2006 betreffende de sluiting van het Verdrag tot oprichting van de energiegemeenschap door de Europese Gemeenschap (PB L 198 van 20.7.2006, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2006/500/oj).
BIJLAGE
BESLUITEN OP GROND VAN ARTIKEL 91, LID 1, PUNT A), VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE ENERGIEGEMEENSCHAP WAARBIJ EEN INBREUK OP DAT VERDRAG WORDT VASTGESTELD IN SPECIFIEKE ZAKEN
Het namens de Europese Unie in te nemen standpunt is dat de ontwerpbesluiten van de ministerraad op grond van artikel 91, lid 1, punt a), van het verdrag moeten worden goedgekeurd, mits het raadgevend comité van de Energiegemeenschap zo snel mogelijk een voorafgaand advies uitbrengt waarin de bevindingen van het secretariaat van de Energiegemeenschap worden ondersteund, waarbij een inbreuk wordt vastgesteld in:
|
(a) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Albanië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-5/24; |
|
(b) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Bosnië en Herzegovina van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-6/24; |
|
(c) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Georgië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-7/24; |
|
(d) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Kosovo* van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-8/24; |
|
(e) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Moldavië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-9/24; |
|
(f) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Montenegro van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-10/24; |
|
(g) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Noord-Macedonië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-11/24; |
|
(h) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Servië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-12/24; |
|
(i) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Oekraïne van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-13/24; |
|
(j) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Bosnië en Herzegovina van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-14/24; |
|
(k) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Georgië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-15/24; |
|
(l) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Kosovo* van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-16/24; |
|
(m) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Moldavië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-17/24; |
|
(n) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Bosnië en Herzegovina van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-19/24; |
|
(o) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Noord-Macedonië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-21/24; |
|
(p) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Servië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-22/24; |
|
(q) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Albanië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-23/24; |
|
(r) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Bosnië en Herzegovina van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-24/24; |
|
(s) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Georgië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-25/24; |
|
(t) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Kosovo* van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-26/24; |
|
(u) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Moldavië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-27/24; |
|
(v) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Montenegro van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-28/24; |
|
(w) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Noord-Macedonië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-29/24; |
|
(x) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Servië van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-2/21; |
|
(y) |
Besluit 2025/…/MC-EnC betreffende de niet-naleving door Montenegro van het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap in zaak ECS-15-21. |
Procedureel Besluit 2025/XX/MC-EnC tot vaststelling van de begroting van de Energiegemeenschap voor de periode 2026-2027 en de bijdragen van de partijen aan de begroting
Het namens de Europese Unie in te nemen standpunt is dat het ontwerp van procedureel besluit van de ministerraad van de Energiegemeenschap inzake de vaststelling van de begroting van de Energiegemeenschap voor de periode 2026-2027 en de bijdragen van de partijen aan de begroting moet worden goedgekeurd, overeenkomstig addendum 1 bij deze bijlage.
Besluit D/2025/XX/MC-EnC van de ministerraad betreffende het verlenen van kwijting aan de directeur van het secretariaat
Het namens de Europese Unie in de ministerraad in te nemen standpunt is dat het ontwerp van procedureel besluit van de ministerraad tot financiële kwijting van de directeur van het secretariaat van de Energiegemeenschap moet worden goedgekeurd, overeenkomstig addendum 2 bij deze bijlage.
Procedureel Besluit 2025/PA/XX/MC-EnC tot wijziging van de procedures van de Energiegemeenschap voor de opstelling en uitvoering van de begroting, controles en inspecties van 17 november 2006, zoals gewijzigd bij de Procedurele Besluiten 2014/01/MC-EnC, 2022/02/MC-EnC en 2024/06/MC-EnC
Het namens de Europese Unie in de ministerraad in te nemen standpunt is dat het ontwerp van procedureel besluit van de ministerraad tot wijziging van de procedures van de Energiegemeenschap voor de opstelling en uitvoering van de begroting, controles en inspectie moet worden goedgekeurd, overeenkomstig addendum 3 bij deze bijlage.
Procedureel Besluit nr. 2025/XX/MC-EnC betreffende de vaststelling van het organogram van het secretariaat
Het namens de Europese Unie in de ministerraad in te nemen standpunt is dat het ontwerp van procedureel besluit van de ministerraad betreffende de vaststelling van het organogram van het secretariaat van de Energiegemeenschap moet worden goedgekeurd, overeenkomstig addendum 4 bij deze bijlage.
Herbenoeming van vertegenwoordigers van de Europese Commissie in de arbitragecommissie van de Energiegemeenschap overeenkomstig Procedureel Besluit nr. 01/2011/PHLG-EnC van de permanente groep op hoog niveau van de Energiegemeenschap tot vaststelling van de procedureregels voor arbitrage in personeelsgerelateerde zaken op grond van artikel 14 van het statuut van het personeel van de Energiegemeenschap
Het namens de Europese Unie in te nemen standpunt is dat de herbenoeming door de Europese Commissie van de twee ambtenaren van de Europese Commissie tot permanent lid en permanent plaatsvervangend lid van de arbitragecommissie, als vertegenwoordigers van de Europese Commissie, wordt gesteund en bevestigd.
ADDENDUM 1 BIJ DE BIJLAGE
PROCEDUREEL BESLUIT 2025/PA/XX/MC-EnC
VAN DE MINISTERRAAD VAN DE ENERGIEGEMEENSCHAP
tot vaststelling van de begroting van de Energiegemeenschap voor de periode 2026-2027 en de bijdragen van de partijen aan de begroting
De ministerraad van de Energiegemeenschap,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, en met name de artikelen 73, 74, 86 en 88,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie aan de ministerraad van de Energiegemeenschap inzake de begroting van de Energiegemeenschap voor de periode 2026-2027,
Gezien de artikelen 24 en 25 van de procedures van de Energiegemeenschap voor de opstelling en uitvoering van de begroting, controles en inspecties,
Overwegende dat de ministerraad elke twee jaar een begroting vaststelt die de operationele uitgaven van de Energiegemeenschap voor het functioneren van haar instellingen dekt,
Overwegende dat elke partij bijdraagt aan de begroting van de Energiegemeenschap zoals bepaald in bijlage IV bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De begroting van de Energiegemeenschap voor de begrotingsjaren 2026 en 2027, zoals opgenomen in bijlagen A en B, wordt hierbij vastgesteld.
Artikel 2
Met ingang van 1 januari 2026 zijn de bijdragen van de partijen aan de begroting van de Energiegemeenschap de in bijlage A bij dit procedureel besluit vermelde bijdragen.
Artikel 3
Dit procedureel besluit is gericht tot alle bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap betrokken partijen en instellingen.
Artikel 4
De directeur zorgt ervoor dat dit procedureel besluit en de bijlagen binnen zeven dagen na de vaststelling ervan ter beschikking worden gesteld aan alle bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap betrokken partijen en instellingen.
Gedaan te Wenen, 18 december 2025.
Voor de ministerraad
………………………………
Het voorzitterschap
ADDENDUM 2 BIJ DE BIJLAGE
BESLUIT VAN DE MINISTERRAAD VAN DE ENERGIEGEMEENSCHAP
inzake het verlenen van financiële kwijting aan de Directeur van het Secretariaat van de Energiegemeenschap
De ministerraad van de Energiegemeenschap,
Gezien het procedureel besluit betreffende de vaststelling van procedures van de Energiegemeenschap voor de opstelling en uitvoering van de begroting, controles en inspecties, en met name artikel 83,
Na onderzoek van het verslag van de financiële controle van de Energiegemeenschap betreffende het per 31 december 2024 afgesloten begrotingsjaar en de auditverklaring,
Rekening houdend met de opmerkingen van het begrotingscomité en zijn betreffende verslag,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De zittende directeur, de heer Artur Lorkowski, wordt kwijting verleend van zijn beheers- en administratieve verantwoordelijkheid ten aanzien van de begroting voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2024.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Voor de ministerraad
ADDENDUM 3 BIJ DE BIJLAGE
PROCEDUREEL BESLUIT 2025/PA/XX/MC-EnC
VAN DE MINISTERRAAD VAN DE ENERGIEGEMEENSCHAP
tot wijziging van de procedures van de Energiegemeenschap voor de opstelling en uitvoering van de begroting, controles en inspecties van 17 november 2006, zoals gewijzigd bij de Procedurele Besluiten 2014/01/MC-EnC, 2022/02/MC-EnC en 2024/06/MC-EnC
De ministerraad van de Energiegemeenschap,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, en met name de artikelen 82, 83, 86 en 87,
Overwegende dat de procedures van de Energiegemeenschap voor de opstelling en uitvoering van de begroting, controles en inspecties de rol van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) moeten weerspiegelen,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
HEEFT HET VOLGENDE PROCEDUREEL BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van de procedures van de Energiegemeenschap voor de opstelling en uitvoering van de begroting, controles en inspecties van 17 november 2006, zoals gewijzigd bij Procedurele Besluiten 2014/01/MC-EnC, 2022/02/MC-EnC en 2024/06/MC-EnC
(2) In artikel 42:
|
— |
wordt in lid 2 het volgende toegevoegd: “In geval van criminaliteit, onwettige activiteiten, fraude of corruptie waardoor de financiële belangen van de Europese Unie kunnen worden geschaad, wordt de zaak voorgelegd aan de in de toepasselijke wetgeving genoemde autoriteiten en organen, met name het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM). In het kader van dit artikel worden onder “financiële belangen van de Europese Unie” verstaan alle inkomsten, uitgaven en activa die worden gedekt door, worden verworven via of verschuldigd zijn aan de begroting van de Energiegemeenschap.” |
|
— |
worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd: “3. Indien een financiële actor kennis krijgt van feiten die aanleiding geven tot een vermoeden van een mogelijke onwettige activiteit, fraude, corruptie of onregelmatigheid waardoor de financiële belangen van de Europese Unie kunnen worden geschaad, stelt hij de bevoegde ordonnateur of, indien dit nuttig wordt geacht, OLAF of, in geval van strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad, het Europees Openbaar Ministerie (EOM) daarvan zo spoedig mogelijk in kennis. 4. Wanneer is vastgesteld dat een activiteit een onregelmatigheid of fraude vormt waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad, schorst de bevoegde ordonnateur de procedure en kan hij alle nodige maatregelen nemen, met inbegrip van de herroeping van in het kader van die activiteit genomen besluiten. De bevoegde ordonnateur stelt alle bevoegde autoriteiten, in voorkomend geval met inbegrip van OLAF en het Europees Openbaar Ministerie (EOM), zo snel mogelijk in kennis van vermoedelijke gevallen van fraude of onregelmatigheden.” |
(3) Het volgende nieuwe artikel 81 bis wordt ingevoegd:
“1. De bevoegde ordonnateur zendt alle op grond van artikel 42, leden 3 en 4, verkregen informatie zo spoedig mogelijk door naar OLAF en het EOM wanneer die informatie betrekking heeft op vermoedelijke strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad.
2. Het personeel van de Energiegemeenschap verleent zijn volledige medewerking bij de bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 42, lid 3, in het bijzonder met het EOM en OLAF, en verstrekken hen de relevante informatie en, op verzoek, alle bijstand die nodig is om hun respectieve bevoegdheden uit te kunnen oefenen, waaronder de bevoegdheid tot het verrichten van onderzoeken overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 (1) van de Raad en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 (2) van het Europees Parlement en de Raad.
3. Voor zover nodig om de financiële belangen van de Europese Unie te beschermen, ziet de bevoegde ordonnateur er ook op toe dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van de begroting van de Energiegemeenschap ten volle samenwerken met de bevoegde ordonnateur in het kader van de in lid 2 bedoelde activiteiten.
4. Indien de noodzaak om de financiële belangen van de Europese Unie te beschermen dit rechtvaardigt, kan OLAF administratieve onderzoeken uitvoeren ten kantore van het secretariaat van de Energiegemeenschap; dit omvat het recht op toegang voor inspectie overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013.
5. Het begrip “financiële belangen van de Europese Unie” wordt gebruikt overeenkomstig de definitie in artikel 42, lid 2.”
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepasselijkheid
Dit procedureel besluit treedt in werking zodra het is vastgesteld.
Artikel 3
Het secretariaat zorgt ervoor dat dit procedurele besluit binnen zeven dagen na de vaststelling ervan ter beschikking wordt gesteld aan alle bij het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap betrokken partijen en instellingen.
Gedaan te Wenen, 18 december 2025.
Voor de ministerraad
………………………………
Het voorzitterschap
(1) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(2) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
ADDENDUM 4 BIJ DE BIJLAGE
PROCEDUREEL BESLUIT 2025/PA/XX/MC-EnC
VAN DE MINISTERRAAD VAN DE ENERGIEGEMEENSCHAP
betreffende de vaststelling van het organogram van het secretariaat
De ministerraad van de Energiegemeenschap,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, en met name de artikelen 67 en 68,
Gezien Procedureel Besluit 2006/02/MC-EnC van 17 november 2006 betreffende de vaststelling van regels voor de aanwerving, de arbeidsvoorwaarden en het geografisch evenwicht van het personeel van het secretariaat van de Energiegemeenschap, zoals gewijzigd bij Procedurele Besluiten 2016/01/MC-EnC van 14 oktober 2016, 2022/02/MC-EnC van 15 december 2022 en 2024/01/MC-EnC van 19 februari 2024, met name punt III.1,
Overwegende dat de ministerraad het organogram van het secretariaat vaststelt op basis van een voorstel van de directeur van het secretariaat,
Overwegende dat het momenteel geldende organogram van het secretariaat op 19 februari 2024 is vastgesteld en moet worden bijgewerkt,
Gezien het voorstel van de directeur van het secretariaat,
HEEFT HET VOLGENDE PROCEDUREEL BESLUIT VASTGESTELD:
Enig artikel
Het organogram van het secretariaat in de bijlage bij dit procedureel besluit is hierbij vastgesteld en geldt vanaf 1 januari 2026.
Dit procedureel besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Wenen, 18 december 2025.
Voor de ministerraad
…………………
Het voorzitterschap
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2026/69/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)