European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/56

19.1.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/56 VAN DE COMMISSIE

van 23 oktober 2025

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 748/2012 wat betreft bewijzen van luchtwaardigheid en beperkte bewijzen van luchtwaardigheid

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name artikel 19, lid 1, punt e), en artikel 62, lid 13, punt a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie (2) zijn de eisen vastgesteld voor de initiële luchtwaardigheid van luchtvaartuigen, met inbegrip van de eisen voor de afgifte van het bewijs van luchtwaardigheid en het beperkte bewijs van luchtwaardigheid.

(2)

Die uitvoeringsvoorschriften moeten minder complex worden gemaakt om ze af te stemmen op de risico’s die verbonden zijn aan de verschillende categorieën luchtvaartuigen, soorten vluchtuitvoeringen en de geschiedenis van de luchtvaartuigen. De regels in de bijlagen bij Verordening (EU) nr. 748/2012 moeten worden vereenvoudigd en geharmoniseerd om ze duidelijker te maken en verkeerde interpretaties te voorkomen.

(3)

Gezien de complexe onderlinge afhankelijkheid tussen Verordening (EU) nr. 748/2012 en Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie (3) wat het bewijs van luchtwaardigheid en het certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid betreft, moeten die twee verordeningen beter op elkaar worden afgestemd, met name voor luchtvaartuigen die tussen lidstaten worden overgedragen of in de Unie worden ingevoerd.

(4)

Om het vrije verkeer van luchtvaartuigen binnen de Unie te bevorderen, is het noodzakelijk de procedure voor de afgifte van bewijzen van luchtwaardigheid bij de overdracht van luchtvaartuigen tussen lidstaten te vergemakkelijken en aanvragers in staat te stellen een bewijs van luchtwaardigheid aan te vragen bij de nationale bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij het luchtvaartuig willen registreren.

(5)

De eisen voor het aanvragen van bewijzen van luchtwaardigheid en beperkte bewijzen van luchtwaardigheid moeten worden gewijzigd, zodat ze ook van toepassing zijn op andere gebruikte luchtvaartuigen dan luchtvaartuigen die afkomstig zijn uit derde landen, bijvoorbeeld luchtvaartuigen die eerder werden gebruikt voor de in artikel 2, lid 3, punt a), van Verordening (EU) 2018/1139 gedefinieerde activiteiten of diensten.

(6)

Bij het aanvragen van een bewijs van luchtwaardigheid of een beperkt bewijs van luchtwaardigheid voor een uit een derde land ingevoerd luchtvaartuig is een verklaring vereist die de luchtwaardigheidsstatus van het luchtvaartuig weergeeft. Wanneer die verklaring niet beschikbaar is en niet kan worden verkregen, moet een alternatief mechanisme op basis van onderzoeks- en evaluatieactiviteiten worden ingevoerd.

(7)

Verordening (EU) nr. 748/2012 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn gebaseerd op Advies nr. 08/2024 (4) van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, overeenkomstig artikel 76, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 748/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

bijlage I (deel 21) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening;

2)

Bijlage Ib (deel 21 Light) wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 7 augustus 2026.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 oktober 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1139/oj.

(2)  Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering of verklaring van overeenstemming van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen, uitrustingsstukken, bedienings- en monitoringeenheden en componenten van bedienings- en monitoringeenheden, alsmede inzake de bekwaamheidsvereisten van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/748/oj).

(3)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/1321/oj).

(4)  Advies nr. 08/2024 van 17 december 2024 van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, Airworthiness review process — Import of aircraft from other regulatory systems, and Part 21 Subpart H review — Alignment of the IRs of the EASA Basic Regulation with Regulation (EU) No 376/2014, https://www.easa.europa.eu/en/document-library/opinions/opinion-no-082024.


BIJLAGE I

Bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

de inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt 21.A.179 wordt vervangen door:

“21.A.179   Overdraagbaarheid”;

b)

de verwijzing naar aanhangsel II wordt vervangen door:

“Aanhangsel II — gereserveerd”;

2)

punt 21.A.174 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt b) wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 2, ii) en iii), wordt vervangen door:

“ii)

de massa- en zwaartepuntsverklaring die overeenkomt met de huidige configuratie van het luchtvaartuig, naargelang het geval;

iii)

het vlieghandboek, indien vereist krachtens de toepasselijke typecertificeringsbasis.”;

ii)

punt 3 wordt vervangen door:

“3.

voor gebruikte luchtvaartuigen die ten tijde van de aanvraag:

i)

beschikken over een overeenkomstig deze bijlage afgegeven bewijs van luchtwaardigheid, een kopie van dat bewijs en een van de volgende documenten:

A)

een geldig certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid dat is afgegeven overeenkomstig bijlage I (Deel-M) of bijlage V ter (Deel-ML) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie (*1) of overeenkomstig bijlage I (Deel-ML.UAS) bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1107, al naargelang van toepassing;

B)

een aanbeveling voor de afgifte van een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid op grond van een beoordeling van de luchtwaardigheid overeenkomstig bijlage I (Deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014, indien niet is voldaan aan de voorwaarden van M.A.901, b), 1), van bijlage I (Deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014;

ii)

niet beschikken over een overeenkomstig deze bijlage afgegeven bewijs van luchtwaardigheid:

A)

een verklaring van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk was voor het toezicht op het luchtvaartuig, waarin de luchtwaardigheidsstatus van het luchtvaartuig wordt weergegeven op het moment dat die autoriteit haar toezichtstaken beëindigde;

B)

de massa- en zwaartepuntsverklaring die overeenkomt met de huidige configuratie van het luchtvaartuig, al naargelang van toepassing;

C)

het vlieghandboek, indien vereist krachtens de toepasselijke typecertificeringsbasis;

D)

historische gegevens die nodig zijn om de productie-, configuratie- en onderhoudsstatus van het luchtvaartuig vast te stellen, met inbegrip van alle beperkingen die verbonden zijn aan een beperkt bewijs van luchtwaardigheid dat is afgegeven overeenkomstig 21.B.327;

E)

een aanbeveling voor de afgifte van een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid op grond van een beoordeling van de luchtwaardigheid overeenkomstig bijlage I (Deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 of een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid overeenkomstig bijlage V ter (Deel-ML) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 of bijlage I (Deel-ML.UAS) bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1107, tenzij is overeengekomen dat de beoordeling van de luchtwaardigheid moet worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit;

F)

de datum waarop het eerste bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven en, indien de normen die zijn uiteengezet in bijlage 16, volume III, bij het Verdrag van Chicago van toepassing zijn, de gegevens inzake CO2-emissies in metrische waarden;

G)

indien het vroegere bewijs van luchtwaardigheid van het luchtvaartuig overeenkomstig deze bijlage is afgegeven, maar vervolgens is ingetrokken of ingeleverd, als alternatief voor de in punt A) vereiste verklaring, alle volgende documenten:

a)

een verklaring met:

1)

nadere informatie over de redenen voor de intrekking of inlevering van het bewijs van luchtwaardigheid;

2)

nadere informatie over de wijze waarop het luchtvaartuig is bewaard en onderhouden sinds de intrekking of inlevering van het bewijs van luchtwaardigheid;

3)

alle andere relevante informatie met betrekking tot de toestand en de geschiedenis van het luchtvaartuig;

b)

een beoordelingsprogramma dat is opgesteld en wordt uitgevoerd overeenkomstig de punten 21.A.174, d), 3), en 21.A.174, d), 4), tenzij anders overeengekomen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie.

(*1)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/1321/oj).”;"

b)

het volgende punt d) wordt toegevoegd:

“d)

In afwijking van punt 21.A.174, b), 3), ii), A), mag in uitzonderlijke gevallen en met voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit een aanvraag worden ingediend zonder een verklaring waaruit de luchtwaardigheidsstatus van het luchtvaartuig blijkt, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

1)

de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie heeft zich ervan vergewist dat de luchtwaardigheidsverklaring niet door de vorige luchtvaartautoriteit is geweigerd op grond van bezorgdheid over de luchtwaardigheid, tenzij deze punten van bezorgdheid zijn aangepakt en gecorrigeerd;

2)

de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie beschikt over bewijsmateriaal met betrekking tot het goedgekeurde ontwerp op grond waarvan het luchtvaartuig oorspronkelijk is gebouwd en geleverd;

3)

er is een beoordelingsprogramma opgesteld waarin de onderzoeken worden beschreven die nodig zijn om het ontbreken van de in punt 21.A.174, b), 3), ii), A), bedoelde luchtwaardigheidsverklaring te compenseren;

4)

de onderzoeksactiviteiten zijn uitgevoerd in overeenstemming met het beoordelingsprogramma en de resultaten zijn samengevat in een beoordelingsverslag;

5)

op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie verleent de aanvrager toegang tot alle informatie die is gebruikt om het beoordelingsprogramma en het beoordelingsverslag op te stellen, en verstrekt hij kopieën daarvan.

Het in de eerste alinea, punt 3), bedoelde beoordelingsprogramma moet waarborgen dat het luchtvaartuig en de gegevens over het luchtvaartuig in een zodanige toestand verkeren dat het luchtvaartuig in aanmerking komt voor de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid, aan de hand van uitgebreide onderzoeken die worden uitgevoerd door een erkende organisatie of de bevoegde autoriteit. In het programma worden eventuele discrepanties of tekortkomingen vastgesteld die, na de nodige corrigerende maatregelen, het luchtvaartuig in overeenstemming zullen brengen met de toepasselijke luchtwaardigheidsnormen. Het beoordelingsprogramma komt niet in de plaats van de taken die worden uitgevoerd door de persoon of organisatie die verantwoordelijk is voor taken op het gebied van permanente luchtwaardigheid of beoordeling van de luchtwaardigheid, maar vult deze aan.

Het beoordelingsprogramma wordt opgesteld en de daarin beschreven onderzoeken worden uitgevoerd door:

i)

een organisatie die is erkend overeenkomstig CAMO.A.125, g), van bijlage V quater (Deel-CAMO) of CAO.A.095, c), 3), van bijlage V quinquies (Deel-CAO) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014, of overeenkomstig bijlage II (Deel-CAO.UAS) bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1107, al naargelang van toepassing;

ii)

de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie, alleen voor luchtvaartuigen met een maximale startmassa van hoogstens 2 730 kg en na aanvaarding door die autoriteit.

In het beoordelingsprogramma worden de activiteiten gespecificeerd die moeten worden uitgevoerd om de status van het luchtvaartuig vast te stellen met betrekking tot de conformiteit met het goedgekeurde typeontwerp, bestaande wijzigingen en reparaties en onderhoud, en de status van permanente luchtwaardigheid. Het beoordelingsprogramma, indien ontwikkeld door een in de derde alinea, punt i), bedoelde organisatie, wordt door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie aanvaard alvorens de beoordeling wordt uitgevoerd.”;

3)

punt 21.A.179 wordt vervangen door:

21.A.179   Overdraagbaarheid

Het bewijs van luchtwaardigheid en het certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid worden samen met het luchtvaartuig overgedragen, op voorwaarde dat het luchtvaartuig in hetzelfde register blijft.”;

4)

in de lijst van aanhangsels (EASA-FORMS) wordt de vermelding bij aanhangsel II vervangen door:

“Aanhangsel II — gereserveerd”;

5)

Aanhangsel II wordt geschrapt.


(*1)  Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/1321/oj).”;”


BIJLAGE II

Bijlage Ib (Deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 wordt als volgt gewijzigd:

1)

punt 21L.A.143 wordt als volgt gewijzigd:

a)

punt c), 2, wordt vervangen door:

“2.

de massa- en zwaartepuntsverklaring die overeenkomt met de huidige configuratie van het luchtvaartuig, naargelang het geval;”;

b)

punt d), 2, wordt vervangen door:

“2.

de massa- en zwaartepuntsverklaring die overeenkomt met de huidige configuratie van het luchtvaartuig, naargelang het geval;”;

c)

de punten e) en f) worden vervangen door:

“e)

Voor een gebruikt luchtvaartuig dat ten tijde van de aanvraag over een overeenkomstig deze bijlage afgegeven bewijs van luchtwaardigheid beschikt, neemt de aanvrager een kopie van dat bewijs en een van de volgende documenten in de aanvraag op:

1.

een geldig certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid (ARC) dat is afgegeven overeenkomstig bijlage I (Deel-M) of bijlage V ter (Deel-ML) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014, al naargelang van toepassing;

2.

een aanbeveling voor de afgifte van een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid op grond van een beoordeling van de luchtwaardigheid overeenkomstig bijlage I (Deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014, indien niet is voldaan aan de voorwaarden van M.A.901, b), 1), van bijlage I (Deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014.

f)

Voor een gebruikt luchtvaartuig dat ten tijde van de aanvraag niet over een overeenkomstig deze bijlage afgegeven bewijs van luchtwaardigheid beschikt, neemt de aanvrager alle volgende documenten in de aanvraag op:

1.

een verklaring van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk was voor het toezicht op het luchtvaartuig, waarin de luchtwaardigheidsstatus van het luchtvaartuig wordt weergegeven op het moment dat die autoriteit haar toezichtstaken beëindigde;

2.

de historische gegevens die nodig zijn om de productie-, configuratie- en onderhoudsstatus van het luchtvaartuig vast te stellen;

3.

de massa- en zwaartepuntsverklaring die overeenkomt met de huidige configuratie van het luchtvaartuig, naargelang het geval;

4.

het vlieghandboek, indien vereist door de toepasselijke typecertificeringsbasis of de toepasselijke gedetailleerde technische specificaties voor de verklaring van overeenstemming met het ontwerp;

5.

een aanbeveling voor de afgifte van een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid op grond van een beoordeling van de luchtwaardigheid overeenkomstig bijlage I (Deel-M) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 of een certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid overeenkomstig bijlage V ter (Deel-ML) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014, tenzij is overeengekomen dat de beoordeling van de luchtwaardigheid moet worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit;

6.

indien het vroegere bewijs van luchtwaardigheid van het luchtvaartuig overeenkomstig deze bijlage is afgegeven, maar vervolgens is ingetrokken of ingeleverd, als alternatief voor de in punt 1 vereiste verklaring, alle volgende documenten:

i)

een verklaring met:

A)

nadere informatie over de redenen voor de intrekking of inlevering van het bewijs van luchtwaardigheid;

B)

nadere informatie over de wijze waarop het luchtvaartuig is bewaard en onderhouden sinds de intrekking of inlevering van het bewijs van luchtwaardigheid;

C)

alle andere relevante informatie met betrekking tot de toestand en de geschiedenis van het luchtvaartuig;

ii)

een beoordelingsprogramma dat is opgesteld en wordt uitgevoerd overeenkomstig de punten 21L.A.143, h), 3, en 21L.A.143, h), 4, tenzij anders overeengekomen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie.”;

d)

het volgende punt h) wordt toegevoegd:

“h)

In afwijking van punt 21L.A.143, f), 1, mag in uitzonderlijke gevallen en met voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit een aanvraag worden ingediend zonder een verklaring waaruit de luchtwaardigheidsstatus van het luchtvaartuig blijkt, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

1.

de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie heeft zich ervan vergewist dat de luchtwaardigheidsverklaring niet door de vorige luchtvaartautoriteit is geweigerd op grond van bezorgdheid over de luchtwaardigheid, tenzij deze punten van bezorgdheid zijn aangepakt en gecorrigeerd;

2.

de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie beschikt over bewijsmateriaal met betrekking tot het goedgekeurde ontwerp op grond waarvan het luchtvaartuig oorspronkelijk is gebouwd en geleverd;

3.

er is een beoordelingsprogramma opgesteld waarin de onderzoeken worden beschreven die nodig zijn om het ontbreken van de in punt 21L.A.143, f), 1, bedoelde luchtwaardigheidsverklaring te compenseren;

4.

de onderzoeksactiviteiten zijn uitgevoerd in overeenstemming met het beoordelingsprogramma en de resultaten zijn samengevat in een beoordelingsverslag;

5.

op verzoek van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie verleent de aanvrager toegang tot alle informatie die is gebruikt om het beoordelingsprogramma en het beoordelingsverslag op te stellen, en verstrekt hij kopieën daarvan.

Het in de eerste alinea, punt 3, bedoelde beoordelingsprogramma moet waarborgen dat het luchtvaartuig en de gegevens over het luchtvaartuig in een zodanige toestand verkeren dat het luchtvaartuig in aanmerking komt voor de afgifte van een bewijs van luchtwaardigheid, aan de hand van uitgebreide onderzoeken die worden uitgevoerd door een erkende organisatie of de bevoegde autoriteit. In het programma worden eventuele discrepanties of tekortkomingen vastgesteld die, na de nodige corrigerende maatregelen, het luchtvaartuig in overeenstemming zullen brengen met de toepasselijke luchtwaardigheidsnormen. Het beoordelingsprogramma komt niet in de plaats van de taken die worden uitgevoerd door de persoon of organisatie die verantwoordelijk is voor taken op het gebied van permanente luchtwaardigheid of beoordeling van de luchtwaardigheid, maar vult deze aan.

Het beoordelingsprogramma wordt opgesteld en de daarin beschreven onderzoeken worden uitgevoerd door:

i)

een organisatie die is erkend overeenkomstig CAMO.A.125, g), van bijlage V quater (Deel-CAMO) of CAO.A.095, c), 3), van bijlage V quinquies (Deel-CAO) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014;

ii)

de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie, alleen voor luchtvaartuigen met een maximale startmassa van hoogstens 2 730 kg en na aanvaarding door die autoriteit.

In het beoordelingsprogramma worden de activiteiten gespecificeerd die moeten worden uitgevoerd om de status van het luchtvaartuig vast te stellen met betrekking tot de conformiteit met het goedgekeurde typeontwerp, bestaande wijzigingen en reparaties en onderhoud, en de status van permanente luchtwaardigheid. Het beoordelingsprogramma, indien ontwikkeld door een in de derde alinea, punt i), bedoelde organisatie, wordt door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie aanvaard alvorens de beoordeling wordt uitgevoerd.”;

2)

punt 21L.A.145 wordt vervangen door:

21L.A.145   Overdraagbaarheid

Het bewijs van luchtwaardigheid en het certificaat van beoordeling van de luchtwaardigheid worden samen met het luchtvaartuig overgedragen, op voorwaarde dat het luchtvaartuig in hetzelfde register blijft.”.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/56/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)