|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/2628 |
22.12.2025 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2025/2628 VAN DE RAAD
van 18 december 2025
over het Unieplan voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden (2026-2027)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden, en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1147 (1), en met name artikel 8, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op grond van Verordening (EU) 2024/1350 dient de Raad, op basis van een voorstel van de Commissie, een tweejarig Unieplan voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden (het “Unieplan”) vast te stellen in het jaar vóór de periode van twee jaar waarin het moet worden uitgevoerd. Daarom moet het Unieplan voor de jaren 2026 en 2027 worden vastgesteld, teneinde bij te dragen aan het aanpakken van de wereldwijde behoeften aan hervestiging en toelating op humanitaire gronden. |
|
(2) |
In het Unieplan moet terdege rekening worden gehouden met de door het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (United Nations High Commissioner for Refugees — UNHCR) vastgestelde prognose van de wereldwijde hervestigingsbehoeften. De UNHCR schat dat er in 2026 wereldwijd ongeveer 2,5 miljoen vluchtelingen zullen moeten worden hervestigd. In het Unieplan moet ook rekening worden gehouden met de door de UNHCR vastgestelde prioriteiten en zijn prognoses voor de regio’s en derde landen van waaruit hervestiging en toelating op humanitaire gronden naar verwachting hoofdzakelijk zullen plaatsvinden. |
|
(3) |
Het Unieplan moet het totale aantal toelatingen bevatten die de lidstaten tijdens de uitvoeringsperiode beogen uit te voeren. In dat streefcijfer wordt terdege rekening gehouden met de resultaten van de vergaderingen van het Comité op hoog niveau inzake hervestiging en toelating op humanitaire gronden (het “Comité op hoog niveau”) van 7 november 2024 en 17 maart 2025, alsook met de vrijwillige aanwijzingen die de lidstaten tijdens de vergaderingen van dat comité hebben gegeven, en latere concrete aanwijzingen met betrekking tot hun toezeggingen, overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1350. |
|
(4) |
De vrijwillige bijdragen van de lidstaten dienen als afhankelijk beschouwd te worden van het daadwerkelijke operationele vermogen van de lidstaten om hun programma’s uit te voeren, de capaciteit van hun nationale opvangstelsels en de beschikbare steun van het Asielagentschap van de EU (het “Agentschap”), internationale en maatschappelijke organisaties en andere relevante partners, alsook van andere relevante politieke en financiële overwegingen. |
|
(5) |
Om de regio’s en landen te specificeren van waaruit toelatingen moeten plaatsvinden, wordt in het Unieplan rekening gehouden met de besprekingen tijdens de vergaderingen van het Comité op hoog niveau. Op basis van die besprekingen wordt in het Unieplan rekening gehouden met de deskundigheid die door de lidstaten en andere betrokken actoren is opgedaan bij de uitvoering van zes ad-hocregelingen voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden die sinds 2015 met financiering door de Unie worden ondersteund. In het plan is ook rekening gehouden met de bestaande operationele infrastructuur, zoals de nooddoorreismechanismen, de ondersteuningsfaciliteit voor hervestiging van het Agentschap in Turkije en soortgelijke initiatieven die tijdens de uitvoeringsperiode kunnen worden getest, en met het noodtransitcentrum in Roemenië, die allemaal een cruciale rol spelen bij de ondersteuning van de operaties van de lidstaten voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden. |
|
(6) |
Het Unieplan is gericht op regio’s en landen langs de belangrijkste migratieroutes naar de Unie, teneinde de beschermingsruimte langs die routes te verbeteren. Dat is ook in overeenstemming met de routegebaseerde aanpak die gezamenlijk wordt bevorderd door de UNHCR en de Internationale Organisatie voor Migratie. |
|
(7) |
In het Unieplan wordt ook het belang erkend van aangetoonde sociale banden of andere kenmerken die de integratie in de lidstaat kunnen vergemakkelijken, waaronder toereikende taalvaardigheden of een eerder verblijf in die lidstaat. De lidstaten kunnen nog steeds besluiten de voorkeur te geven aan kandidaten met dergelijke aangetoonde sociale banden of andere kenmerken. |
|
(8) |
Op grond van Verordening (EU) 2024/1350 dient het Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden bij te dragen tot het versterken van de partnerschappen van de Unie met derde landen in regio’s waarnaar een groot aantal internationale bescherming behoevende personen is verplaatst. Het Comité op hoog niveau heeft ook benadrukt dat hervestiging en toelating op humanitaire gronden dienen bij te dragen tot een verdere versterking van op maat gesneden en wederzijds voordelige partnerschappen met relevante derde landen op bilateraal, regionaal, multilateraal en internationaal niveau. Daarom is het Unieplan bedoeld om gastlanden te ondersteunen waarmee de Unie of haar lidstaten vooruitgang boeken bij de verwezenlijking van brede doelstellingen op het gebied van migratiebeheer, in overeenstemming met de alomvattende aanpak die is uiteengezet in het migratie- en asielpact, en met name in Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad (2), en met inachtneming van het internationaal recht en het recht van de Unie en op basis van een volledige eerbiediging van de mensenrechten. |
|
(9) |
Indien zulks wordt vereist door nieuwe omstandigheden, dient dit besluit op grond van Verordening (EU) 2024/1350 te worden gewijzigd om hierin nieuwe bijdragen of bijdragen aan nieuwe regio’s of derde landen op te nemen, met volledige eerbiediging van de aanwijzingen die de lidstaten op vrijwillige basis hebben gegeven in het Comité op hoog niveau door middel van de herverdeling van bestaande bijdragen. |
|
(10) |
Om de uitvoering van het Unieplan te ondersteunen, worden de Commissie en de lidstaten aangemoedigd gebruik te maken van bestaande raadgevende strategische en coördinerende instanties, waaronder de Groep externe aspecten van asiel en migratie van de Raad. Die adviesorganen moeten een aanvulling vormen op en input leveren voor de besprekingen tijdens de vergaderingen van het Comité op hoog niveau. De lidstaten worden aangemoedigd gebruik te maken van alle beschikbare fora om de inspanningen te coördineren met andere internationale strategische partners, waaronder met Schengen geassocieerde landen, zoals het overleg inzake hervestiging en aanvullende trajecten. |
|
(11) |
Op grond van Verordening (EU) 2024/1350 dienen de lidstaten, om een adequate monitoring van de uitvoering van dit besluit te waarborgen, de Commissie en het Agentschap tijdig adequate informatie en gegevens te verstrekken, met name in de reguliere fora (bijvoorbeeld het Comité op hoog niveau, de deskundigengroep hervestiging of het netwerk van het Agentschap voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden), over onder andere het aantal onderdanen van derde landen of staatlozen dat op het grondgebied van de lidstaten is toegelaten, het soort toelating (hervestiging, toelating op humanitaire gronden, spoedeisende toelating) en het land van waaruit de toelating heeft plaatsgevonden. |
|
(12) |
Overeenkomstig artikel 4 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, heeft Ierland bij brief van 27 juni 2024 kennisgegeven van zijn wens om Verordening (EU) 2024/1350 te aanvaarden en om erdoor gebonden te zijn. Die deelname is bevestigd bij Besluit (EU) 2024/2093 van de Commissie (3). Bijgevolg neemt Ierland deel aan de vaststelling van dit besluit. |
|
(13) |
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit; dit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijdrage van de Unie aan de wereldwijde hervestigingsbehoeften (2026-2027)
1. Het totale aantal onderdanen van derde landen of staatlozen dat in het kader van het Unieplan voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden (het “Unieplan”) tot het grondgebied van de lidstaten moet worden toegelaten tijdens de uitvoeringsperiode (2026-2027), bedraagt tot 10 430.
2. De deelname van de lidstaten en hun bijdragen aan het totale aantal toe te laten personen en het aandeel van de personen voor wie hervestiging, toelating op humanitaire gronden en spoedeisende toelating nodig zijn, zijn vastgesteld in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Specificatie van de regio’s van waaruit hervestiging en toelating op humanitaire gronden zullen plaatsvinden
Toelatingen tot het grondgebied van de lidstaten in het kader van het Unieplan vinden plaats vanuit:
|
a) |
landen langs de belangrijkste migratieroutes die via de routes door het Middellandse Zeegebied en de Atlantische Oceaan naar de Unie leiden, teneinde personen die bescherming nodig hebben toegang te bieden tot veilige en legale trajecten in belangrijke doorreisregio’s, de uitvoering van een volledige-routeaanpak te ondersteunen en bij te dragen tot de capaciteit van die landen, onder meer door de opvangvoorzieningen en de voorwaarden voor internationale bescherming te verbeteren; |
|
b) |
landen in Noord- en Zuid-Amerika, met bijzondere aandacht voor Midden- en Latijns-Amerika, met name in het licht van de sociaal-culturele banden die de integratie in de Unie van personen die in overeenstemming met het Unieplan zijn toegelaten, kunnen bevorderen; |
|
c) |
landen waarmee de Unie of haar lidstaten een coöperatieve dialoog hebben opgezet of vooruitgang boeken in de richting van de verwezenlijking van bredere doelstellingen op het gebied van migratiebeheer en internationale bescherming. |
Artikel 3
Monitoring en gegevensverzameling
1. Om het toezicht op de uitvoering van hun vrijwillige bijdragen te vergemakkelijken, specificeren de lidstaten, wanneer zij de Commissie en het Agentschap op grond van Verordening (EU) 2024/1350 de nodige informatie verstrekken met het oog op het opstellen van het verslag van de Commissie over de toepassing van die verordening, met name:
|
a) |
het aantal onderdanen van derde landen of staatlozen dat in overeenstemming met het Unieplan tijdens de referentieperiode door de lidstaten is toegelaten; |
|
b) |
een specificatie van het soort toelating (hervestiging, toelating op humanitaire gronden of spoedeisende toelating); |
|
c) |
een specificatie van het niet-EU-land waaruit de toelating heeft plaatsgevonden. |
2. De gegevens en informatie die regelmatig door de Commissie en het Agentschap worden verzameld, worden gebaseerd op een gemeenschappelijk kader en gemeenschappelijke indicatoren.
Artikel 4
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 18 december 2025.
Voor de Raad
De voorzitter
M. BJERRE
(1) PB L, 2024/1350, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1350/oj.
(2) Verordening (EU) 2024/1351 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende asiel- en migratiebeheer, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/1147 en (EU) 2021/1060 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 604/2013 (PB L, 2024/1351, 22.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1351/oj).
(3) Besluit (EU) 2024/2093 van de Commissie van 31 juli 2024 tot bevestiging van de deelname van Ierland aan Verordening (EU) 2024/1350 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Uniekader voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden (PB L, 2024/2093, 2.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2093/oj).
BIJLAGE
Bijdragen van de lidstaten aan het Unieplan voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden (2026-2027)
|
|
Hervestiging |
Toelating op humanitaire gronden |
Spoedeisende toelating (*1) |
Totaal |
|
Bulgarije |
120 |
|
tot 20 |
120 |
|
Frankrijk |
1 200 |
|
|
1 200 |
|
Ierland |
1 200 |
100 |
|
1 300 |
|
Italië |
800 |
2 000 |
|
2 800 |
|
Malta |
10 |
|
|
10 |
|
Nederland |
1 400 |
|
tot 40 |
1 400 |
|
Roemenië |
300 |
|
|
300 |
|
Spanje |
2 400 |
|
|
2 400 |
|
Zweden |
900 |
|
|
900 |
|
Totaal |
8 330 |
2 100 |
|
10 430 |
(*1) Meegeteld in de bijdragen voor hervestiging
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2025/2628/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)