|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/2591 |
19.12.2025 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2025/2591 VAN DE COMMISSIE
van 18 december 2025
tot verlening van een afwijking aan bepaalde lidstaten op grond van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad voor het gebruik van andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken voor de uitwisseling en de opslag van informatie in plaats van component 2, fase 6 van het nieuwe geautomatiseerde systeem voor douanevervoer
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 8776)
(Slechts de teksten in de Bulgaarse, de Kroatische, de Letse, de Poolse, de Roemeense en de Slowaakse taal zijn authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (1), en met name artikel 6, lid 4, in samenhang met artikel 8, lid 2,
Na raadpleging van het Comité douanewetboek,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 geschieden alle uitwisselingen van informatie tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, alsmede de door de douanewetgeving vereiste opslag van die informatie, met behulp van elektronische gegevensverwerkingstechnieken. |
|
(2) |
In Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2879 van de Commissie (2) is het werkprogramma vastgesteld voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (“het werkprogramma”). Het werkprogramma bevat een lijst van de te ontwikkelen elektronische systemen en de datums waarop die systemen operationeel moeten worden. Dat programma regelt onder meer de implementatie en de uitroltermijn voor component 2, fase 6 van het nieuwe geautomatiseerde systeem voor douanevervoer (“NCTSP6”) van het douanewetboek van de Unie overeenkomstig artikel 6, lid 1, artikel 16 en de artikelen 226 tot en met 236 van Verordening (EU) nr. 952/2013. |
|
(3) |
Op grond van artikel 128 van Verordening (EU) nr. 952/2013 moet de lidstaat van eerste binnenkomst van de goederen in het douanegebied van de Unie ervoor zorgen dat een risicoanalyse wordt uitgevoerd, hoofdzakelijk voor veiligheidsdoeleinden, op basis van de summiere aangifte bij binnenbrengen (“ENS”) en de nodige maatregelen nemen op basis van de resultaten van die risicoanalyse. |
|
(4) |
Op grond van artikel 130 van die verordening kan de lidstaat van eerste binnenkomst de ENS vervangen door een douaneaangifte voor goederen waarvoor die aangifte is ingediend vóór het verstrijken van de termijn voor de indiening van de ENS, op voorwaarde dat de douaneaangifte ten minste de voor de summiere aangifte bij binnenbrengen benodigde gegevens bevat. De lidstaten van eerste binnenkomst hebben dus het recht te beslissen of zij wensen af te zien van de verplichting om een ENS in te dienen wanneer een aangifte voor douanevervoer is ingediend. Die lidstaten moeten er niettemin voor zorgen dat op basis van die aangifte voor douanevervoer een degelijke risicoanalyse wordt uitgevoerd. |
|
(5) |
Overeenkomstig artikel 130 van die verordening hebben verschillende lidstaten, met inbegrip van de lidstaten tot wie dit uitvoeringsbesluit is gericht, ervoor gekozen marktdeelnemers toe te staan aangiften voor douanevervoer in combinatie met de ENS in te dienen en de ENS-gegevens van NCTSP6 vervolgens te delen met het invoercontrolesysteem 2 (“ICS2”) voor de passende risicoanalyse- en controleprocessen. |
|
(6) |
In dat opzicht is in artikel 278, lid 3, punt e), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bepaald tot wanneer uiterlijk bij wijze van overgangsmaatregel andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken mogen worden gebruikt om uitvoering te geven aan de bepalingen inzake het vervoer van goederen binnen het douanegebied van de Unie. |
|
(7) |
Overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2879 moest de mogelijkheid om aangiften voor douanevervoer in combinatie met de ENS te verstrekken uiterlijk op 1 september 2025 gereed zijn als onderdeel van de uitrol van NCTSP6, die de ontwikkeling van de interface met ICS2 omvat, om de indiening van een aangifte voor douanevervoer met de gegevens van de summiere aangifte bij binnenbrengen te vergemakkelijken door toepassing van artikel 130, lid 1, DWU. De uitrol van NCTSP6 is afgestemd op die van release 3 van ICS2 voor wegen en spoorwegen, die op 1 september 2025 is afgerond. Het gebruik van deze gecombineerde indiening van gegevenssets is een instrument om de handel te bevorderen. Dit werd reeds gebruikt in het kader van Verordening (EG) nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad (3), zoals vervangen door Verordening (EU) nr. 952/2013, en wordt nog steeds op grote schaal gebruikt, en handelaren verwachtten terecht dat de lidstaten die kozen voor de indiening van aangiften voor douanevervoer in combinatie met de ENS, op tijd klaar zouden zijn om die gecombineerde indiening van gegevenssets te gebruiken. |
|
(8) |
Er zijn in de Europese Unie echter verschillende specifieke omstandigheden met blijvende gevolgen aan het licht gekomen. De aanhoudende oorlog in Oekraïne en de noodzaak om de ononderbroken werking van de Oekraïense solidariteitscorridors te garanderen, de noodzaak om ICS2 te integreren in de slimme grenssystemen en het aanzienlijke aantal marktdeelnemers in aangrenzende derde landen dat er nog niet klaar voor is, hebben de lidstaten gedwongen de termijnen voor de verbinding te verlengen, ook al zijn de systeemcomponenten aan de kant van hun douaneadministratie klaar. Bovendien vormen het grote aantal marktdeelnemers dat moeilijkheden ondervindt bij het verkrijgen van een registratie voor de verbinding met de IT-systemen, de unieke complexiteit en het belang van de vereisten van NCTSP6 en het ICS2-systeem, en de middelen die nodig zijn voor de lidstaten om de interconnectie tussen beide te ontwikkelen en voor de marktdeelnemers om zich erop aan te sluiten, een grotere uitdaging dan oorspronkelijk gedacht. Ook bleek dat de specifieke en complexe aard van de vervoersmechanismen die door deze uitrol worden getroffen, zoals multimodale vormen, meer invloed had op Bulgarije, Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije en marktdeelnemers dan op andere. In die lidstaten is de veiligheid met betrekking tot het goederenvervoer over de weg en per spoor van het grootste belang. Bulgarije, Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije hebben dan ook behoefte aan een solide oplossing om rechtszekerheid, bedrijfscontinuïteit en een soepele overgang naar de vereisten van release 3, stap 3 van ICS2 en de interconnectie ervan met NCTS fase 6 te waarborgen. |
|
(9) |
Hoewel alle lidstaten ICS2 tijdig met succes hebben uitgerold, hebben deze specifieke omstandigheden bepaalde lidstaten belet de interconnectie tussen NCTSP6 en release 3 van ICS2 doeltreffend te ontwikkelen of hun marktdeelnemers of die van de aangrenzende derde landen binnen de termijn van 1 september 2025 aan te sluiten. Daarom hebben Bulgarije, Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije in augustus 2025 formeel verzocht om voor de uitwisseling en de opslag van informatie andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken te mogen gebruiken overeenkomstig artikel 6, lid 4, tweede alinea, van Verordening (EU) nr. 952/2013. |
|
(10) |
Aan Bulgarije, Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije moet daarom op grond van artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 952/2013 een afwijking worden toegestaan van de bij artikel 6, lid 1, van die verordening vastgestelde verplichting om elektronische gegevensverwerkingstechnieken te gebruiken voor alle uitwisselingen van informatie tussen douaneautoriteiten onderling en tussen marktdeelnemers en douaneautoriteiten, en voor de opslag van die informatie, wat betreft het gebruik van andere middelen voor de uitwisseling en de opslag van informatie dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken in plaats van NCTSP6. |
|
(11) |
Gezien het belang van NCTSP6 en ICS2 voor de vaststelling van een geïntegreerde EU-aanpak om het douanerisicobeheer te versterken en om de veiligheid vóór aankomst te waarborgen, alsook de veiligheid bij doorvoer, en tegelijkertijd het vrije verkeer van legitieme handel te vergemakkelijken, en gezien de aard en de complexiteit van zowel het NCTS als het ICS2, moet de duur van de afwijking tot een strikt minimum worden beperkt. In dat licht en gezien de gevolgen van de specifieke omstandigheden die hebben geleid tot vertragingen bij de lopende interconnectie van NCTSP6 en ICS2 release 3 in de lidstaten die voor deze mogelijkheid hebben gekozen, alsmede de huidige stand van die ontwikkelingen, mag de afwijking voor weg- en spoorwegexploitanten maximaal tot en met 31 mei 2026 duren en moet deze na die datum dus verstrijken. |
|
(12) |
Wat goederen in postzendingen betreft, moet deze afwijking echter uiterlijk tot en met 31 december 2025 van toepassing zijn, aangezien de summiere aangifte bij binnenbrengen voor goederen in postzendingen onderworpen is aan specifieke gegevensvereisten overeenkomstig artikel 127, lid 6, DWU en artikel 113 bis van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie (4). |
|
(13) |
Met het oog op het toezicht op en de evaluatie van de vooruitgang bij de uitvoering van NCTSP6 moeten Bulgarije, Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije de Commissie in kennis stellen van de vooruitgang die is geboekt bij de ontwikkeling van de interconnectie tussen NCTSP6 en het ICS2 en/of van het vermogen van marktdeelnemers om hun aangiften voor douanevervoer samen met de nieuwe vereisten voor summiere aangiften bij binnenbrengen uit hoofde van ICS2-release 3 in te dienen voor goederen die over de weg of per spoor worden vervoerd, als onderdeel van het in artikel 278 bis van Verordening (EU) nr. 952/2013 vastgestelde proces van voortgangsrapportage. De communicatie en de uitwisseling van informatie over de nationale planning als bedoeld in artikel 4 van Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2879 moeten ook worden gewaarborgd. Er zijn ook aanvullende rapportagevereisten nodig om ervoor te zorgen dat de Europese Commissie de vooruitgang van de lidstaten kan monitoren en evalueren, aangezien de nationale risicoanalysesystemen niet hetzelfde niveau van risicoanalyse kunnen bieden als het pan-Europese ICS2-systeem. |
|
(14) |
Aangezien NCTSP6 overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2879 uiterlijk op 1 september 2025 moet zijn uitgerold en ICS2-release 3 voor goederen in zendingen over de weg en per spoor eveneens uiterlijk op 1 september moet zijn uitgerold, en om een rechtsvacuüm te voorkomen, moet dit besluit ook vanaf die datum van toepassing zijn, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op de goederen in de volgende zendingen:
|
a) |
over de weg en per spoor vervoerde zendingen; |
|
b) |
postzendingen. |
Artikel 2
1. Bulgarije, Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije mogen voor de uitwisseling en de opslag van informatie andere middelen dan elektronische gegevensverwerkingstechnieken gebruiken in plaats van component 2, fase 6, van het nieuwe geautomatiseerde systeem voor douanevervoer (“NCTS”) van het douanewetboek van de Unie als bedoeld in artikel 273 van Verordening (EU) 2015/2447 en de gemeenschappelijke component van release 3 van het DWU-invoercontrolesysteem 2 (“ICS2”) als bedoeld in artikel 182 van die verordening tot en met 31 mei 2026, of tot en met 31 december 2025, overeenkomstig artikel 4 van dit besluit.
2. Voor de toepassing van lid 1 zorgen Bulgarije, Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije ervoor dat marktdeelnemers de gegevens voor veiligheid overeenkomstig artikel 127, lid 5, van Verordening (EU) nr. 952/2013 kunnen indienen voor goederen die het douanegebied van de Unie via die lidstaten binnenkomen, met behulp van het invoercontrolesysteem 1 (“ICS1”) of, indien van toepassing en afhankelijk van de regelingen in de lidstaat, ICS1 in combinatie met de aangifte voor douanevervoer in NCTS fase 5, overeenkomstig de artikelen 127 en 130 van Verordening (EU) nr. 952/2013.
3. De douanekantoren van Bulgarije, Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije delen de resultaten van de door hen verrichte controles overeenkomstig artikel 186, lid 7 bis, van Verordening (EU) 2015/2447 aan de andere douaneautoriteiten van de lidstaten mee via het in artikel 36, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2015/2447 bedoelde elektronische systeem.
Artikel 3
Kroatië, Letland, Polen, Roemenië en Slowakije brengen maandelijks verslag uit aan de Europese Commissie over de vooruitgang die is geboekt bij de ontwikkeling van de interconnectie overeenkomstig Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2879.
Artikel 4
Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 september 2025 tot en met 31 mei 2026 voor de in artikel 1, punt a), bedoelde zendingen.
Wat de in artikel 1, punt b), bedoelde zendingen betreft, is dit besluit evenwel van toepassing met ingang van 1 september 2025 tot en met 31 december 2025.
Artikel 5
Dit besluit is gericht tot de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de Republiek Letland, de Republiek Polen, Roemenië en de Slowaakse Republiek.
Gedaan te Brussel, 18 december 2025.
Voor de Commissie
Maroš ŠEFČOVIČ
Lid van de Commissie
(1) PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/952/oj.
(2) Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2879 van de Commissie van 15 december 2023 tot vaststelling van het werkprogramma voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PB L, 2023/2879, 22.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2023/2879/oj).
(3) Verordening (EG) nr. 450/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (gemoderniseerd douanewetboek) (PB L 145 van 4.6.2008, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/450/oj).
(4) Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/2446/oj.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2025/2591/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)