European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/2482

12.12.2025

RICHTLIJN (EU) 2025/2482 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 26 november 2025

tot wijziging van Richtlijn 2005/44/EG betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) is een kader vastgesteld voor de invoering en het gebruik van geharmoniseerde River Information Services (RIS) in de Unie. De invoering van RIS op de binnenwateren ondersteunt de veiligheid en de efficiëntie van het vervoer over de binnenwateren, en uiteindelijk de duurzaamheid en aantrekkingskracht van de sector, door het vervoer over binnenwateren efficiënter te maken.

(2)

Sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 2005/44/EG heeft de binnenvaartsector voordeel gehaald uit de invoering van geharmoniseerde RIS. De mate van harmonisatie verschilt echter van lidstaat tot lidstaat en de invoering van de nodige specificaties is een langdurig proces gebleken. Bovendien wordt in de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 getiteld “De Europese Green Deal” opgeroepen tot de verdere ontwikkeling van geautomatiseerde en verbonden multimodale mobiliteit. Daarom moet RIS worden aangepast om op die nieuwe uitdagingen te kunnen inspelen. Voorts wordt in de mededeling van de Commissie van 9 december 2020 getiteld “Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit — Het Europees vervoer op het juiste spoor naar de toekomst” de herziening van Richtlijn 2005/44/EG voorgesteld als een van de maatregelen om de totstandbrenging van een echt slim vervoerssysteem, efficiënte capaciteitstoewijzing en verkeersbeheer te bevorderen. In de mededeling van de Commissie van 24 juni 2021 getiteld “NAIADES III: Naar een toekomstbestendige Europese binnenvaart”, waarin een actieplan wordt voorgesteld, is aangegeven dat ter ondersteuning van de doelstelling dat de binnenwateren uiterlijk in 2030 deel moeten uitmaken van een naadloos systeem van geharmoniseerde RIS, de herzieningen van het rechtskader voor RIS tot doel zouden hebben de bestaande lacunes op het gebied van harmonisatie en interoperabiliteit in vergelijking met andere vervoerswijzen te helpen opvullen en bij te dragen tot een betere beschikbaarheid en een beter hergebruik van gegevens en een betere interoperabiliteit van digitale systemen, overeenkomstig de mededeling van de Commissie van 19 februari 2020, getiteld “Een Europese datastrategie”. Die veranderingen en ontwikkelingen en de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van Richtlijn 2005/44/EG, moeten in aanmerking worden genomen bij de aanpassing van RIS.

(3)

In het belang van de vaststelling van een coherente aanpak van interoperabiliteit in de openbare-dienstensector, moeten bij de invoering van het elektronisch platform met centrale toegang voor RIS (de “Europese RIS-omgeving”) en andere oplossingen die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2005/44/EG vallen, de beginselen worden gevolgd van het Europees interoperabiliteitskader, dat is uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 23 maart 2017 getiteld “Europees interoperabiliteitskader — Uitvoeringsstrategie”, op grond van artikel 6 van Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad (4).

(4)

Verordening (EU) 2024/1679 van het Europees Parlement en de Raad (5) bevat voorschriften voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk (“TEN-T”) met het oog op de goede werking van de interne markt, en heeft tot doel te waarborgen dat dezelfde hoogwaardige diensten beschikbaar zijn en compatibel zijn met de systemen van andere vervoerswijzen op dat netwerk.

(5)

Aangezien binnenschepen meestal internationale reizen maken, moeten RIS gericht zijn op de binnenwateren van lidstaten die deel uitmaken van het TEN-T en die rechtstreeks verbonden zijn met binnenwateren van een andere lidstaat die ook deel uitmaken van het TEN-T, en die dus van groot belang zijn voor de Unie. Om rekening te kunnen houden met specifieke nationale kenmerken moeten de lidstaten de RIS-voorschriften vrijwillig kunnen blijven uitbreiden tot andere delen van hun netwerk van binnenwateren dan die welke deel uitmaken van het TEN-T. In een grensoverschrijdende context zou het voor een van de betrokken lidstaten ook mogelijk moeten zijn RIS aan te bieden. De bevoegde instanties van de lidstaten moeten samenwerken om RIS op grensoverschrijdende binnenwateren aan te bieden.

(6)

Gezien de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is samenwerking tussen de Unie en Rusland op het gebied van RIS noch passend, noch in het belang van de Unie. Grensoverschrijdende samenwerking met Rusland op het gebied van RIS is bijgevolg niet langer een prioriteit op het grondgebied van de lidstaten.

(7)

Uit de ervaring die is opgedaan met de toepassing van Richtlijn 2005/44/EG is gebleken dat het belangrijk is om de technische specificaties voor de verstrekking van gegevens over navigatie en reisplanning betreffende binnenwateren aan te scherpen zodat de kwaliteit en de tijdigheid van de aan RIS-gebruikers verstrekte informatie wordt verbeterd. Het Europees referentiegegevensbeheersysteem (“ERDMS”), dat is opgezet en momenteel wordt beheerd door de Commissie, bevat de referentiegegevens en codelijsten die nodig zijn voor de goede werking van RIS. Het beheer van het ERDMS zou in de toekomst aan een derde kunnen worden overgedragen.

(8)

Verwacht wordt dat de beschikbaarheid van actuele en nauwkeurige gegevens over de toestand van de vaarweg en specifieke punten zoals bruggen, sluizen en binnenhavens voor RIS-gebruikers tijdens het varen, de algehele efficiëntie van de binnenvaartsector zal verbeteren. RIS moeten daarom een actuele gegevensuitwisseling bevatten met semiautomatisch en volledig automatisch beheer van infrastructuursystemen voor sluizen en beweegbare bruggen en met de havengemeenschapssystemen van binnenhavens.

(9)

Om voor RIS onderlinge verbondenheid met de logistieke keten mogelijk te maken, is het belangrijk dat informatie niet alleen wordt gedeeld tussen binnenvaartgebruikers, bijvoorbeeld door middel van havengemeenschapssystemen van binnenhavens en slimme binnenvaartinfrastructuursystemen, maar ook met systemen en toepassingen van andere vervoerswijzen. De bij Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad (6) opgerichte nationale maritieme éénloketsystemen binnen het Europees maritiem éénloketsysteem moeten geharmoniseerde melding van schepen in de hele Unie mogelijk maken voor zeevervoer. De uitwisseling van verkeersinformatie zoals aankomst- en vertrektijden zou interoperabiliteit, multimodaliteit en een vlotte integratie van de binnenvaart in de gehele logistieke keten kunnen verzekeren. Elektronische informatie over goederenvervoer (“eFTI”), vastgesteld bij Verordening (EU) 2020/1056 van het Europees Parlement en de Raad (7), zou waar nodig de basis moeten vormen voor de uitwisseling van vrachtinformatie met betrekking tot gevaarlijke goederen en afvalstoffen tussen RIS-gebruikers. Waar nodig moeten via RIS koppelingen mogelijk worden gemaakt met, en gegevens toegankelijk worden gemaakt voor digitale systemen en platforms van andere vervoerswijzen.

(10)

De uitwisseling van informatie tussen binnenschepen en binnenhavens, bijvoorbeeld over de beschikbaarheid van haveninstallaties, over werktijden of over schepen en vracht, verloopt niet altijd optimaal, en beïnvloedt daarom de efficiëntie van binnenvaartactiviteiten. Informatie over de beschikbaarheid van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen in binnenhavens is van bijzonder belang om de milieuprestaties van de sector te verbeteren. Om de uitwisseling van dergelijke informatie te vereenvoudigen en te stroomlijnen en de algehele efficiëntie van de sector te verbeteren, is het belangrijk dat gestandaardiseerde koppelingen worden opgezet en een onderdeel van RIS worden, en dat de nodige technische specificaties worden ontwikkeld.

(11)

Het gebruik van de Europese RIS-omgeving zou de verstrekking van RIS moeten stroomlijnen, de efficiëntie van binnenvaartactiviteiten verbeteren en de lasten voor aanbieders en gebruikers van RIS verlagen. De Europese RIS-omgeving zou relevante diensten moeten ondersteunen en een centraal punt moeten vormen voor de uitwisseling van RIS-informatie binnen de binnenvaartsector en met andere vervoerswijzen, en zou derhalve de belangrijkste digitale spil moeten worden voor de verstrekking van RIS in de Unie. De lidstaten moeten een of meer bevoegde instanties aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor de werking van de Europese RIS-omgeving. Die bevoegde instanties zijn verwerkingsverantwoordelijken, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (8), met het oog op de werking van de Europese RIS-omgeving.

(12)

Om uniforme voorwaarden voor de invoering van de Europese RIS-omgeving te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden moeten worden verleend om het kader voor de ontwikkeling en de werking van de Europese RIS-omgeving vast te stellen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (9).

(13)

Uitvoeringshandelingen uit hoofde van deze richtlijn mogen niet door de Commissie worden vastgesteld indien het in deze richtlijn bedoelde comité geen advies uitbrengt, bijvoorbeeld wanneer er geen gekwalificeerde meerderheid is voor een advies, ongeacht of het advies positief of negatief is, en indien de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan het comité van beroep wordt voorgelegd of indien het comité van beroep een negatief advies uitbrengt. Overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking moeten de lidstaten en de Commissie samenwerken om snel de nodige operationele kenmerken, rollen en procedures voor de Europese RIS-omgeving vast te stellen.

(14)

Samenwerking met derde landen, met name buurlanden, is van belang om ervoor te zorgen dat de Europese RIS-omgeving en de nationale RIS van die derde landen op elkaar aansluiten en interoperabel zijn.

(15)

De Europese RIS-omgeving zou RIS-gebruikers de mogelijkheid moeten bieden terugkoppeling te geven over de toepassing van deze richtlijn en zou ervoor moeten zorgen dat die terugkoppeling aan de betrokken lidstaat wordt toegezonden. De lidstaten moeten een eenvoudige en toegankelijke procedure opzetten om dergelijke terugkoppeling op transparante en onpartijdige wijze te verwerken. De instanties van de lidstaten moeten samenwerken bij de verwerking van terugkoppeling met grensoverschrijdende elementen, zoals onverenigbare standaarden voor het melden van scheepsinformatie, aangezien 75 % van het vervoer over binnenwateren internationale reizen omvat. Door analyse van het onderwerp en de frequentie van de ontvangen terugkoppeling kan worden vastgesteld in hoeverre aan deze richtlijn wordt voldaan, waardoor het toezicht op de uitvoering ervan wordt ondersteund door in kaart te brengen op welke gebieden de uitvoering kan worden verbeterd. Daarom is het belangrijk dat die informatie jaarlijks wordt verzameld en aan de Commissie wordt verstrekt.

(16)

Bij de ontwikkeling van technische specificaties zou een reeks beginselen moeten worden gevolgd, met name de in bijlage II bij deze richtlijn opgenomen beginselen, om een correcte en geharmoniseerde uitvoering van Richtlijn 2005/44/EG te verzekeren. In die beginselen moeten de belangrijkste elementen van elke RIS-component worden geschetst.

(17)

De vereisten en technische specificaties voor RIS moeten er met name voor zorgen dat: RIS-gegevens die persoonsgegevens zijn in de zin van Verordening (EU) 2016/679, uitsluitend mogen worden verwerkt in overeenstemming met een alomvattend, op rechten gebaseerd toegangscontrolesysteem met toegewezen functies; alle bevoegde instanties onmiddellijk toegang tot die gegevens kunnen krijgen overeenkomstig hun respectievelijke regelgevende bevoegdheden; passende technische en organisatorische maatregelen worden genomen om te verzekeren dat persoonsgegevens elektronisch kunnen worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (10), onder meer om bescherming te bieden tegen inbreuken in verband met persoonsgegevens, en de verwerking van gevoelige commerciële informatie kan plaatsvinden op een wijze die de vertrouwelijkheid van die informatie eerbiedigt.

(18)

Om een veilige en optimale navigatie van schepen op de binnenwateren te waarborgen, moeten de lidstaten de locatie van alle binnenschepen kennen, onder meer door gegevens van automatische identificatiesystemen (AIS) te gebruiken. De lidstaten moeten ook RIS-gerelateerde informatie uitwisselen om de efficiëntie van RIS te vergroten en de meldingsverplichtingen te beperken. Als de toezending en uitwisseling van RIS-gerelateerde informatie voor die doeleinden gepaard gaat met de verwerking van persoonsgegevens, zoals de verwerking van namen of locatiegegevens die het mogelijk maakt een persoon rechtstreeks of onrechtstreeks te identificeren, moeten de lidstaten waarborgen dat die persoonsgegevens rechtmatig worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad en, waar van toepassing, Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (11).

(19)

Om te waarborgen dat RIS-gebruikers de nodige informatie over navigatie en reisplanning betreffende binnenwateren krijgen, rekening houdend met de wetenschappelijke en technische vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage I bij Richtlijn 2005/44/EG vastgestelde minimumvereisten voor de gegevens. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (12). Om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad met name alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(20)

Als dit op grond van een passende analyse naar behoren gerechtvaardigd is en er geen relevante en actuele internationale standaarden bestaan om de veiligheid van de scheepvaart te waarborgen, of als wijzigingen in of het resultaat van het besluitvormingsproces van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (“Cesni”) de belangen van de Unie in gevaar zouden brengen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2005/44/EG teneinde passende technische specificaties voor RIS te bepalen, overeenkomstig de beginselen van bijlage II bij Richtlijn 2005/44/EG, en met de bedoeling de belangen van de Unie te beschermen.

(21)

Uit de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van Richtlijn 2005/44/EG blijkt dat de invoering en actualisering van de in die richtlijn opgenomen technische specificaties een langdurig proces is, wat een invloed heeft gehad op de prestaties van de sector. Het is daarom belangrijk dat het proces voor de invoering van technische specificaties wordt gewijzigd.

(22)

Bij Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad (13) is een proces ingevoerd op basis van door het Cesni opgestelde technische specificaties. Het Cesni, dat onder toezicht van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) actief is en openstaat voor deskundigen uit alle lidstaten, is verantwoordelijk voor het opstellen van de technische standaarden voor de binnenvaart. De ervaring heeft geleerd dat het Cesni op georganiseerde en tijdige wijze technische voorschriften voor binnenschepen heeft opgesteld en bijgewerkt. Rekening houdend met de deskundigheid van het Cesni en de ervaring die is opgedaan bij de uitvoering van Richtlijn (EU) 2016/1629, zou voor Richtlijn 2005/44/EG een soortgelijke aanpak moeten worden toegepast.

(23)

Om een hoog niveau van veiligheid en efficiëntie in de binnenvaart te waarborgen, de verstrekking van RIS te garanderen en rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang en andere ontwikkelingen in de sector, zou de verwijzing naar de toepasselijke technische specificaties voor RIS, met name de Europese standaard voor de rivierinformatiediensten (ES-RIS), een integrerend deel van Richtlijn 2005/44/EG moeten uitmaken.

(24)

Het in artikel 11 van Richtlijn 2005/44/EG bedoelde Comité inzake vaarbewijzen voor het goederen- en personenvervoer over de binnenwateren is afgeschaft. In plaats daarvan moet het Binnenvaartcomité, dat beschikt over deskundigheid op het gebied van standaarden en technische specificaties in de binnenvaartsector, de Commissie bijstaan met betrekking tot RIS als comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. Voorts worden bij deze richtlijn wijzigingen aangebracht in de artikelen 5 en 12 van Richtlijn 2005/44/EG met betrekking tot de comitéprocedure. Artikel 11 van Richtlijn 2005/44/EG zou bijgevolg moeten worden gewijzigd om met die wijzigingen rekening te houden.

(25)

Met het oog op betere regelgeving en vereenvoudiging zou het mogelijk moeten zijn om in Richtlijn 2005/44/EG naar internationale standaarden te verwijzen zonder die in het rechtskader van de Unie te dupliceren.

(26)

RIS werd in 2005 ingevoerd in de Unie en sindsdien hebben de lidstaten aanzienlijke ervaring opgedaan met de ontwikkeling en toepassing ervan. Voorts zijn de nodige technische specificaties voor de werking van RIS opgenomen in bijlage III bij Richtlijn 2005/44/EG. In dat opzicht moet artikel 12, lid 2, van Richtlijn 2005/44/EG worden geschrapt. Door het toepassingsgebied van Richtlijn 2005/44/EG zodanig te wijzigen dat de nadruk wordt gelegd op het TEN-T, is de verplichting om RIS in te voeren bovendien van toepassing op de belangrijkste binnenwateren, waardoor een betrouwbaar vervoersnetwerk tot stand wordt gebracht. Artikel 12, lid 3, van Richtlijn 2005/44/EG moet daarom worden geschrapt.

(27)

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het voor de verwezenlijking van de fundamentele doelstelling van de totstandbrenging van een kader voor de verstrekking van RIS in de Unie noodzakelijk en passend regels vast te stellen voor de opzet, het gebruik en de technische specificaties van RIS. Overeenkomstig artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om de nagestreefde doelstellingen te verwezenlijken.

(28)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 geraadpleegd, en hij heeft op 20 maart 2024 een advies uitgebracht.

(29)

Richtlijn 2005/44/EG moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Richtlijn 2005/44/EG

Richtlijn 2005/44/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 1 wordt vervangen door:

“Artikel 1

Onderwerp

1.   Bij deze richtlijn wordt een kader vastgesteld voor de invoering en het gebruik van geharmoniseerde River Information Services (RIS) in de Unie, met als doel het vervoer over de binnenwateren te ondersteunen om de veiligheid, doeltreffendheid en duurzaamheid van deze vervoerswijze te verbeteren en de koppeling met andere vervoerswijzen te vergemakkelijken.

2.   Deze richtlijn biedt een kader voor de vaststelling en verdere ontwikkeling van technische voorschriften, specificaties en voorwaarden om te zorgen voor geharmoniseerde, interoperabele en toegankelijke RIS op de binnenwateren in de Unie en om de continuïteit met verkeersbeheerdiensten van andere vervoerswijzen te vergemakkelijken door het gebruik van gestandaardiseerde koppelingen.”

;

2)

in artikel 2 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Deze richtlijn is van toepassing op de invoering en het gebruik van RIS op alle binnenwateren en in alle binnenhavens van de lidstaten die deel uitmaken van het trans-Europees vervoersnetwerk, zoals gespecificeerd en vermeld in de bijlagen I en II bij Verordening (EU) 2024/1679 van het Europees Parlement en de Raad (*1), en die rechtstreeks verbonden zijn met binnenwateren en binnenhavens van een andere lidstaat die deel uitmaken van het trans-Europees vervoers-netwerk, zoals gespecificeerd en vermeld in die bijlagen.

(*1)  Verordening (EU) 2024/1679 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk, tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1153 en Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1315/2013 (PB L, 2024/1679, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1679/oj).”;"

3)

aan artikel 3 worden de volgende punten toegevoegd:

“i)

“trans-Europees vervoersnetwerk” of “TEN-T”: binnenwateren zoals aangegeven op de kaarten in bijlage I bij Verordening (EU) 2024/1679;

j)

“Europees referentiegegevensbeheersysteem” of “ERDMS”: een onder het gezag van de Commissie beheerde databank met centrale toegang (bibliotheek) met referentiegegevens en codelijsten die worden gebruikt door IT-toepassingen in de binnenvaart; het bevat niet de netwerkgegevens die de lidstaat overeenkomstig de bijlagen I en III heeft verstrekt;

k)

“havengemeenschapssysteem”: een elektronisch platform voor de uitwisseling van informatie tussen publieke en particuliere belanghebbenden om vlotte haven- en logistieke processen te waarborgen;

l)

“slim binnenvaartinfrastructuursysteem”: een elektronisch platform ter ondersteuning van semiautomatisch en volledig automatisch beheer van binnenvaartinfrastructuur in sluizen en beweegbare bruggen op het TEN-T, dat wordt beheerd door de overheidsdiensten voor het beheer van binnenwateren;

m)

“Europese RIS-omgeving”: een elektronisch platform met centrale toegang op basis van nationale RIS-informatie dat technische en operationele diensten aanbiedt voor RIS-gebruikers en links bevat naar elektronische melding volgens het eenmaligheidsbeginsel;

n)

“binnenhaven”: haven op de binnenwateren van het TEN-T-kernnetwerk of het uitgebreide TEN-T-netwerk, zoals vermeld en ingedeeld in bijlage II bij Verordening (EU) 2024/1679.”

;

4)

artikel 4 wordt vervangen door:

“Artikel 4

Toepassing van RIS

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om RIS toe te passen op de binnenwateren en in de binnenhavens die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen.

2.   De lidstaten ontwikkelen RIS op zodanige wijze dat de RIS-toepassing efficiënt, uitbreidbaar en interoperabel is, zodat er interactie is met andere RIS-toepassingen en met systemen voor andere vervoerswijzen en er ook koppelingen zijn met vervoersbeheersystemen en commerciële activiteiten.

3.   Voor het opzetten van RIS moeten de lidstaten:

a)

ervoor zorgen dat alle relevante gegevens voor navigatie en reisplanning op binnenwateren aan RIS-gebruikers worden verstrekt. Die netwerkgegevens, zoals gedefinieerd in bijlage I, moeten actueel worden gehouden en ten minste in een toegankelijk gemeenschappelijk elektronisch formaat worden verstrekt, in overeenstemming met bijlage III;

b)

ervoor zorgen dat voor al hun binnenwateren en binnenhavens van het TEN-T, naast de in punt a) vermelde gegevens, ook voor navigatiedoeleinden geschikte elektronische navigatiekaarten beschikbaar zijn voor RIS-gebruikers;

c)

de bevoegde instanties in staat stellen om elektronische meldingen van schepen over alle vereiste gegevens van schepen te ontvangen, voor zover meldingen van schepen krachtens de nationale of internationale regelgeving vereist zijn. In het geval van grensoverschrijdend vervoer worden die gegevens vóór de schepen de grens bereiken volledig ter beschikking gesteld van de bevoegde instanties van de aangrenzende lidstaat;

d)

ervoor zorgen dat berichten aan de scheepvaart, onder meer over de waterstand of de maximaal toegestane diepgang en over ijsvorming op hun binnenwateren, worden doorgegeven in gestandaardiseerde, gecodeerde en downloadbare berichten. Het gestandaardiseerde bericht bevat ten minste de informatie die nodig is voor een veilige navigatie en de berichten aan de scheepvaart worden actueel gehouden en ten minste in een toegankelijk gemeenschappelijk elektronisch formaat verstrekt overeenkomstig bijlage III;

e)

ervoor zorgen dat de netwerkgegevens in de Europese RIS-omgeving actueel worden gehouden door onverwijld alle nodige netwerkgegevens overeenkomstig de bijlagen I en III te verstrekken;

f)

ervoor zorgen dat, indien mogelijk, ten minste verkeersinformatie beschikbaar wordt gesteld voor de in het Unierecht vastgelegde omgevingen voor elektronische informatie-uitwisseling die in andere vervoerswijzen worden gebruikt, via koppelingen die voldoen aan de technische specificaties die zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage II, punt 7, indien van toepassing;

g)

ervoor zorgen dat gestandaardiseerde koppelingen overeenkomstig de bijlagen II en III bij deze richtlijn beschikbaar zijn voor de havengemeenschapssystemen van binnenhavens, waaronder, indien beschikbaar, actuele informatie over de beschikbaarheid van ligplaatsen en infrastructuur voor alternatieve brandstoffen, en in het bijzonder de installaties die vereist zijn uit hoofde van artikel 10 van Verordening (EU) 2023/1804 van het Europees Parlement en de Raad (*2);

h)

ervoor zorgen dat gestandaardiseerde koppelingen overeenkomstig de bijlagen II en III beschikbaar zijn voor de andere slimme binnenvaartinfrastructuursystemen met het oog op het beheer van het binnenvaartverkeer.

Aan de in dit lid vermelde verplichtingen moet overeenkomstig de voorschriften en beginselen van de bijlagen I en II worden voldaan.

4.   De bevoegde instanties van de lidstaten richten RIS-centra op, op basis van regionale behoeften.

5.   De lidstaten creëren, beheren, exploiteren, gebruiken en onderhouden samen een Europese RIS-omgeving die diensten met betrekking tot de vaarweg, de infrastructuur, het verkeer en het vervoer levert, en stellen de nodige gegevens ter beschikking. De Europese RIS-omgeving is toegankelijk voor alle RIS-gebruikers en is het belangrijkste platform voor de uitwisseling van RIS-gerelateerde informatie. De omgeving bevat koppelingen voor verbindingen met systemen van andere vervoerswijzen en binnenhavens. De lidstaten moeten een of meer bevoegde instanties aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor de werking van de Europese RIS-omgeving. De Europese RIS-omgeving laat bijdragen toe van derde landen waarvan de waterwegen zijn aangesloten op het Europese binnenvaartnetwerk en die bereid zijn samen te werken en hun netwerkgegevens te verstrekken, op voorwaarde dat de gegevens van dezelfde kwaliteit zijn en hetzelfde formaat hebben als die van de lidstaten en dat zij hetzelfde niveau van cyberbeveiliging en gegevensbescherming in acht nemen.

6.   De Commissie neemt uitvoeringshandelingen aan tot vaststelling van de operationele kenmerken, rollen en procedures van de Europese RIS-omgeving en tot vaststelling van de exploiterende entiteit, op basis van de in bijlage II, punt 6, bepaalde beginselen voor technische RIS-specificaties, teneinde de uniforme toepassing ervan in de hele Unie te waarborgen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

7.   Bij het gebruik van automatische identificatiesystemen (AIS) geldt de regionale regeling betreffende de radiocommunicatiedienst op binnenwateren (Regional Arrangement on the Radiocommunication Service for Inland Waterways — RAINWAT), besloten te Boekarest op 12 april 2012, in het kader van de radioreglementen van de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU).

8.   De lidstaten stimuleren, zo nodig in samenwerking met de Unie, de schippers, de exploitanten, reders of eigenaren van de schepen die op hun binnenwateren varen, alsmede de verschepers of eigenaren van de vracht die aan boord van die schepen wordt vervoerd, om volledig gebruik te maken van de in deze richtlijn beschikbaar gestelde diensten.

9.   De Commissie neemt passende maatregelen om de interoperabiliteit, de betrouwbaarheid, de beschikbaarheid en de veiligheid van RIS te controleren.

(*2)  Verordening (EU) 2023/1804 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU (PB L 234 van 22.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1804/oj).”;"

5)

artikel 5 wordt vervangen door:

“Artikel 5

Technische specificaties

1.   Om RIS te ondersteunen en de interoperabiliteit van diensten te garanderen in overeenstemming met artikel 4, lid 2, zijn de in bijlage III vermelde technische specificaties overeenkomstig de beginselen van bijlage II van toepassing en hebben ze met name betrekking op de volgende gebieden:

a)

het elektronisch binnenvaartkaartnavigatie- en informatiesysteem (Electronic Chart and Display Information System for Inland Navigation — inland ECDIS);

b)

elektronische melding van schepen;

c)

berichten aan de scheepvaart;

d)

tracking- en tracingsystemen van schepen;

e)

compatibiliteit van de voor het gebruik van RIS noodzakelijke apparatuur;

f)

de werking van de Europese RIS-omgeving;

g)

verbinding en uitwisseling van informatie met Uniedatabanken (ERDMS);

h)

de gestandaardiseerde koppeling voor IT-platforms van andere vervoerswijzen;

i)

de gestandaardiseerde koppeling tussen de Europese RIS-omgeving en havengemeenschapssystemen van binnenhavens en tussen de Europese RIS-omgeving en slimme binnenvaartinfrastructuursystemen;

j)

gegevens voor navigatie en reisplanning op de binnenwateren.”

;

6)

artikel 6 wordt vervangen door:

“Artikel 6

Plaatsbepaling per satelliet

Ten behoeve van RIS, waarvoor een nauwkeurige plaatsbepaling vereist is, wordt het gebruik van plaatsbepalings- en navigatiesystemen per satelliet aanbevolen, zoals door Galileo verleende navigatiediensten, waaronder de hogeprecisiedienst en Open Service Navigation Message Authentication en het Europees overlaysysteem voor geostationaire navigatie (Egnos) bedoeld in Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad (*3). Voor toepassingen en diensten die gebaseerd zijn op aardobservatiegegevens, wordt het gebruik van gegevens, informatie en diensten van Copernicus aanbevolen.

(*3)  Verordening (EU) 2021/696 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het ruimtevaartprogramma van de Unie, tot oprichting van het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma en tot intrekking van de Verordeningen (EU) nr. 912/2010, (EU) nr. 1285/2013 en (EU) nr. 377/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 69, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/696/oj).”;"

7)

artikel 8 wordt vervangen door:

“Artikel 8

Bevoegde instanties

De lidstaten wijzen bevoegde instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de RIS-toepassing, de internationale uitwisseling van gegevens, de werking van de Europese RIS-omgeving en de verwerking van terugkoppeling van RIS-gebruikers. Zij stellen de Commissie uiterlijk op 17 januari 2029 in kennis van die aangewezen instanties.”

;

8)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 8 bis

Terugkoppelingsmechanisme

1.   Elke lidstaat zorgt ervoor dat er een doeltreffende, eenvoudige en toegankelijke procedure bestaat, die waar mogelijk voortbouwt op bestaande structuren, voor de verwerking van terugkoppeling van RIS-gebruikers die voortvloeit uit de toepassing van deze richtlijn.

2.   De terugkoppeling van RIS-gebruikers wordt zodanig verwerkt dat belangenconflicten worden vermeden. De verwerking van terugkoppeling gebeurt op onpartijdige en transparante wijze en met inachtneming van de vrijheid van ondernemen.

3.   Terugkoppeling van RIS-gebruikers wordt via de Europese RIS-omgeving ingediend en aan de betrokken lidstaten toegezonden. De lidstaten zorgen ervoor dat RIS-gebruikers en andere relevante belanghebbenden in kennis worden gesteld van de plaats waar en de wijze waarop terugkoppeling kan worden ingediend.

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat de terugkoppeling van RIS-gebruikers tijdig en op passende wijze wordt verwerkt en dat de informatie over de follow-up ervan via de Europese RIS-omgeving wordt verstrekt.

5.   De Europese RIS-omgeving stelt de Commissie jaarlijks in kennis van de hoeveelheid terugkoppeling die is ontvangen en van de wijze waarop de terugkoppeling is verwerkt.”

;

9)

artikel 9 wordt vervangen door:

“Artikel 9

Regels inzake privacy, informatiebeveiliging en de verwerking van persoonsgegevens

1.   De lidstaten nemen overeenkomstig het toepasselijke Unierecht en nationale recht de nodige technische en organisatorische maatregelen om RIS-informatie en RIS-registers te beschermen tegen ongewenste gebeurtenissen of misbruik, waaronder ongeoorloofde toegang, wijziging of verlies, en om de vertrouwelijkheid van handelsinformatie en andere gevoelige informatie die op grond van deze richtlijn wordt uitgewisseld, te verzekeren.

2.   Gegevens die persoonsgegevens zijn zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (*4), worden overeenkomstig deze richtlijn slechts verwerkt voor zover die verwerking noodzakelijk is voor de werking van RIS-toepassingen, om te zorgen voor geharmoniseerde, interoperabele en toegankelijke RIS op de binnenwateren in de Unie en om de totstandbrenging van gestandaardiseerde koppelingen met de verkeersbeheerdiensten van andere vervoerswijzen te vergemakkelijken.

(*4)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).”;"

10)

artikel 10 wordt vervangen door:

“Artikel 10

Gedelegeerde bevoegdheden

1.   De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage I vast te stellen teneinde de minimumvereisten voor de gegevens te actualiseren en te herzien, rekening houdend met de ervaring die is opgedaan met de toepassing van deze richtlijn en de technische vooruitgang bij de ontwikkeling van RIS-technologieën en RIS-toepassingen.

2.   Bij gebreke van relevante en actuele technische specificaties, of als de door het Cesni opgestelde technische specificaties niet voldoen aan de toepasselijke vereisten van bijlage II, of als wijzigingen in het besluitvormingsproces van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (“Cesni”) of in andere elementen van de standaard de belangen van de Unie in gevaar zouden brengen, en als dat op basis van een passende analyse naar behoren gerechtvaardigd is, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 10 bis gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage III vast te stellen teneinde passende technische specificaties te bepalen op basis van de beginselen van bijlage II.”

;

11)

artikel 10 bis wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   De in artikel 10 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari 2026. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.”

;

b)

lid 6 wordt vervangen door:

“6.   Een overeenkomstig artikel 10 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”

;

12)

artikel 11 wordt vervangen door:

“Artikel 11

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Binnenvaartcomité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (*5).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Als het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

(*5)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).”;"

13)

in artikel 12 worden de leden 2 en 3 geschrapt;

14)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 12 bis

Toezicht

De Commissie ziet toe op de invoering van RIS in de Unie en legt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 3 januari 2034 een verslag ter zake voor. Het verslag bevat een analyse van de impact van deze richtlijn op het niveau van integratie van de binnenvaart in de gehele logistieke keten en een onderzoek naar het potentieel van nieuwe digitale instrumenten om de efficiëntie in het gehele TEN-T-binnenvaartnetwerk te verhogen.”

;

15)

bijlage I bij Richtlijn 2005/44/EG wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze richtlijn;

16)

bijlage II bij Richtlijn 2005/44/EG wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze richtlijn;

17)

de tekst in bijlage III bij deze richtlijn wordt toegevoegd als bijlage III bij Richtlijn 2005/44/EG.

Artikel 2

Omzetting

1.   De lidstaten met binnenwateren en binnenhavens die onder het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 2 januari 2029 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.

2.   Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

3.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten met binnenwateren die onder het toepassingsgebied van artikel 2 van Richtlijn 2005/44/EG vallen.

Gedaan te Straatsburg, 26 november 2025.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

M. BJERRE


(1)   PB C, C/2024/4064, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4064/oj.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 7 oktober 2025 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 27 oktober 2025.

(3)  Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 152, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2005/44/oj).

(4)  Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit van de overheidssector in de Unie (verordening Interoperabel Europa) (PB L, 2024/903, 22.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/903/oj).

(5)  Verordening (EU) 2024/1679 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk, tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1153 en Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1315/2013 (PB L, 2024/1679, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1679/oj).

(6)  Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem en tot intrekking van Richtlijn 2010/65/EU (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 64, ELI http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1239/oj).

(7)  Verordening (EU) 2020/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 inzake elektronische informatie over goederenvervoer (PB L 249 van 31.7.2020, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/1056/oj).

(8)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).

(9)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).

(10)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).

(11)  Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/58/oj).

(12)   PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj.

(13)  Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 118, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/1629/oj).


BIJLAGE I

“BIJLAGE I

MINIMUMVEREISTEN VOOR DE GEGEVENS

Zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, punt a), worden met name de volgende gegevens verstrekt:

a)

as van de waterweg, met kilometeraanduiding;

b)

beperkingen met betrekking tot de lengte, breedte, diepgang en hoogte boven de waterlijn van schepen en konvooien;

c)

bedieningstijd van structuren die de binnenvaart belemmeren, met name sluizen en bruggen;

d)

voorspelde wachttijden bij bruggen, sluizen en binnenhavens, in realtime wanneer beschikbaar;

e)

plaats van havens en overslaginstallaties;

f)

referentiegegevens voor waterpeilmeters die relevant zijn voor de navigatie;

g)

locatie en, indien beschikbaar, huidige beschikbaarheid van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen, met inbegrip van walstroomvoorziening.

De verstrekte informatie wordt actueel gehouden en weerspiegelt, wanneer beschikbaar, de situatie in realtime.”


BIJLAGE II

“BIJLAGE II

BEGINSELEN VOOR TECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR RIS

1.   Algemene beginselen

De technische specificaties voor RIS moeten voldoen aan de volgende algemene beginselen:

a)

de aanduiding van technische voorschriften voor de planning, de toepassing en het operationele gebruik van diensten en aanverwante systemen;

b)

de architectuur en organisatie van RIS;

c)

aanbevelingen voor schepen om aan RIS deel te nemen, met het oog op individuele diensten en de stapsgewijze ontwikkeling van RIS.

2.   Elektronisch binnenvaartkaartweergave- en -informatiesysteem (inland ECDIS)

Bij het opstellen van de technische specificaties, overeenkomstig artikel 5, voor een systeem voor de elektronische weergave van binnenvaartkaarten en -informatie (inland ECDIS), moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

compatibiliteit met het elektronische zeevaartkaartweergave- en -informatiesysteem (maritime ECDIS) om het verkeer van binnenschepen in gemengde verkeerszones zoals riviermondingen en het zee-binnenwaterverkeer te vergemakkelijken;

b)

de specificatie van minimale voorschriften voor inland ECDIS-apparatuur en de minimale inhoud van elektronische navigatiekaarten met het oog op de veiligheid van de navigatie, met name:

i)

een hoog niveau van betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de gebruikte inland ECDIS-apparatuur;

ii)

de mate waarin inland ECDIS-apparatuur bestand is tegen de omstandigheden die gewoonlijk aan boord van een schip heersen, zonder dat de kwaliteit of de betrouwbaarheid achteruitgaat;

iii)

de opname in de elektronische navigatiekaarten van diverse soorten geografische objecten, zoals vaarweggrenzen, walconstructies en bakens, die nodig zijn om de veiligheid van de navigatie te verzekeren;

iv)

de controle van de elektronische kaart aan de hand van radarbeeld-overlay, wanneer het schip op basis van deze kaart wordt bestuurd;

c)

de integratie van actuele informatie over de diepte van de vaarweg in de elektronische navigatiekaart en de weergave van die informatie in relatie tot een vooraf bepaald of werkelijk waterpeil;

d)

de integratie van aanvullende informatie, bijvoorbeeld van andere partijen dan de bevoegde instanties, in de elektronische navigatiekaart en de weergave van die informatie in inland ECDIS, zonder dat dit ten koste gaat van de nodige informatie om de veiligheid van de navigatie te verzekeren;

e)

de beschikbaarheid van elektronische navigatiekaarten voor RIS-gebruikers;

f)

de beschikbaarheid van de gegevens voor elektronische navigatiekaarten voor alle fabrikanten van toepassingen, indien passend en tegen een redelijke, aan de kosten gerelateerde prijs;

g)

de integratie van actuele informatie over de wachttijden bij sluizen, bruggen en binnenhavens en de weergave van die informatie in inland ECDIS, zonder dat dit ten koste gaat van de nodige informatie om de veiligheid van de navigatie te verzekeren.

3.   Elektronische melding van schepen

Bij het opstellen van de technische specificaties voor elektronische melding van schepen in de binnenvaart, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

de bevordering van de elektronische uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde instanties van de lidstaten, tussen deelnemers aan de binnenvaart en de zeevaart, en in het multimodaal vervoer voor zover de binnenvaart daarvan deel uitmaakt;

b)

het gebruik van gestandaardiseerde berichten om informatie over het vervoer door te sturen van schip naar instantie, van instantie naar schip en van instantie naar instantie, om voor compatibiliteit met de zeevaart te zorgen;

c)

het gebruik van internationaal aanvaarde codelijsten en classificaties, eventueel aangevuld op basis van specifieke behoeften van de binnenvaart;

d)

het gebruik van een uniek Europees scheepsidentificatienummer.

4.   Berichten aan de scheepvaart

Bij het opstellen van de technische specificaties voor berichten aan de scheepvaart, overeenkomstig artikel 5, met name wat vaarweginformatie, verkeersinformatie, verkeersbeheer en reisplanning op de binnenwateren betreft, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

een gestandaardiseerde gegevensstructuur die gebruikmaakt van vooraf gedefinieerde tekstmodules en die in grote mate is gecodeerd, zodat de belangrijkste inhoud automatisch in andere talen kan worden vertaald en de berichten aan de scheepvaart gemakkelijk in reisplanningssystemen kunnen worden geïntegreerd;

b)

de compatibiliteit van de gestandaardiseerde gegevensstructuur met de gegevensstructuur van inland ECDIS, om de integratie van de berichten aan de scheepvaart in inland ECDIS te vergemakkelijken;

c)

afstemming op de technische specificaties voor navigatie en reisplanning op de binnenwateren om de samenhang van de verstrekte informatie te waarborgen.

5.   Tracking- en tracingsystemen van schepen

Bij het opstellen van de technische specificaties voor tracking- en tracingsystemen van schepen, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

de specificatie van de vereisten voor systemen en van standaardberichten en -procedures, zodat die automatisch kunnen worden doorgegeven;

b)

het onderscheid tussen systemen die aan de vereisten van tactische verkeersinformatie voldoen en systemen die aan de vereisten van strategische verkeersinformatie voldoen, zowel wat de nauwkeurigheid van de plaatsbepaling als de vereiste bijwerkingssnelheid betreft;

c)

de beschrijving van de relevante technische systemen voor tracking en tracing van schepen, zoals Inland AIS (automatisch identificatiesysteem);

d)

de compatibiliteit van dataformaten met het AIS-systeem voor de zeevaart.

6.   Operationele beginselen van de Europese RIS-omgeving

Bij het opstellen van de technische specificaties voor de Europese RIS-omgeving, overeenkomstig artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

fungeren als één enkel digitaal loket voor de binnenvaart;

b)

fungeren als geharmoniseerd centraal toegangspunt voor actuele informatie, indien mogelijk in realtime, over vaarwegomstandigheden met het oog op veilige en duurzame navigatie, reisplanning en havenbedrijvigheid op het TEN-T;

c)

multimodale vervoerketens mogelijk maken en tegelijk een passend niveau van gegevensbescherming bieden;

d)

een hoog niveau van gegevensnauwkeurigheid bieden voor naadloze gegevensuitwisseling tussen relevante RIS-gebruikers op het TEN-T (binnen en buiten de Unie);

e)

een gebruikersvriendelijke koppeling bieden met bruikbare, nuttige en praktische functies, zoals de mogelijkheid om profielen op te slaan en te bewaren;

f)

fungeren als geharmoniseerd, centraal meldingspunt volgens het eenmaligheidsbeginsel, ook voor internationale reizen;

g)

zorgen voor verbinding met andere systemen die gebruikmaken van informatie-, communicatie-, navigatie- of plaatsbepalings-/lokalisatietechnologie om de infrastructuur, de mobiliteit en het verkeer op het TEN-T doeltreffend te beheren en om burgers en exploitanten diensten met een meerwaarde te verlenen, met inbegrip van systemen voor een veilig, betrouwbaar, milieuvriendelijk en capaciteitsefficiënt gebruik van het TEN-T;

h)

verzamelen en melden van geanonimiseerde en geaggregeerde gebruiksgegevens die kunnen worden gebruikt voor het toezicht op de invoering van RIS, met inbegrip van ten minste het aantal RIS-gebruikers, de beschikbaarheid van gegevens in de Europese RIS-omgeving, en de verbinding en het aantal uitwisselingen met andere digitale systemen of platforms;

i)

zorgen voor cyberbeveiliging.

7.   Beschikbaarheid van gegevens voor andere digitale systemen of platforms

Bij het opstellen van de technische specificaties voor gegevensuitwisseling met andere digitale systemen of platforms, overeenkomstig artikel 5, worden de volgende beginselen in acht genomen:

a)

voortbouwen op de functies van de Europese RIS-omgeving;

b)

vergemakkelijken van de elektronische gegevensuitwisseling tussen RIS-technologieën en de databanken en systemen die door andere vervoerswijzen worden gebruikt, via passende datalinks en koppeling;

c)

specificeren van de voorschriften voor andere digitale systemen of platforms, alsook de procedures voor automatische gegevensuitwisseling;

d)

uitwisselen van informatie in realtime, met name wat tijdkritieke gegevens betreft;

e)

zorgen voor de veilige uitwisseling van informatie overeenkomstig een uitgebreid, op rechten gebaseerd toegangscontrolesysteem;

f)

anticiperen op een systeemuitwisselingskader dat de nodige toekomstige ontwikkelingen en koppelingen met aanvullende systemen mogelijk maakt, met inbegrip van uitwisselingen met de toekomstige Europese dataruimte voor mobiliteit en elk ander systeem dat is ontworpen om innovaties op het gebied van multimodaal vervoer te bevorderen.

8.   Gegevens voor navigatie en reisplanning op de binnenwateren

Bij het opstellen van de technische specificaties voor gegevens betreffende navigatie- en reisplanning op de binnenwateren in overeenstemming met artikel 5, moeten de volgende beginselen in acht worden genomen:

a)

verstrekken van actuele informatie met regelmatige tussenpozen en ten minste wanneer zich belangrijke veranderingen in de vaarwegsituatie voordoen die een invloed kunnen hebben op de scheepvaart;

b)

ten minste de volgende informatie bevatten:

i)

voorspelde wachttijden bij sluizen, (beweegbare) bruggen en binnenhavens;

ii)

gegevens over het Europees waterwegnetwerk die nodig zijn voor navigatie en reisplanning op de binnenwateren en die ten minste voldoen aan de in bijlage I bepaalde minimumvereisten voor de gegevens;

iii)

waterpeil, minst gepeilde diepte, doorvaarthoogte, stuwstand indien de navigatie hierdoor wordt belemmerd, waterregime, voorspeld waterpeil en minst gepeilde voorspelde diepte;

iv)

ijsgang en de bijbehorende bevaarbaarheid of andere waarschuwingen voor extreme weersomstandigheden;

v)

bedieningstijden van sluizen, (beweegbare) bruggen, binnenhavens.

c)

verstrekken van informatie via inland ECDIS, berichten aan de scheepvaart en de Europese RIS-omgeving, naargelang het geval.”


BIJLAGE III

“BIJLAGE III

TECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR RIS

De op RIS toepasselijke technische specificaties zijn de specificaties in de meest recente editie van de Europese standaard voor River Information Services (ES-RIS) die door het Cesni is aangenomen.”


ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/2482/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)