|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/2386 |
28.11.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/2386 VAN DE COMMISSIE
van 27 november 2025
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EG) nr. 452/2007 van de Raad (2) heeft de Raad antidumpingrechten ingesteld op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Oekraïne (“de oorspronkelijke maatregelen”). |
|
(2) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1243/2010 (3) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht ingesteld op strijkplanken van Since Hardware (Guangzhou) Co., Ltd., een Chinese producent-exporteur van strijkplanken. De onderzoeken die tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen heeft geleid, worden hierna aangeduid als “de oorspronkelijke onderzoeken”. |
|
(3) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 77/2010 (4) heeft de Raad de definitieve antidumpingmaatregelen op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China aangepast naar aanleiding van een nieuw onderzoek ten behoeve van een nieuwe exporteur op grond van artikel 11, lid 4, van de basisverordening. |
|
(4) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 270/2010 (5) heeft de Raad de maatregelen gewijzigd naar aanleiding van een tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening. |
|
(5) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 805/2010 (6) heeft de Raad opnieuw definitieve antidumpingrechten ingesteld op strijkplanken van Foshan Shunde Yongjian Housewares and Hardware Co. Ltd., Foshan, een Chinese producent-exporteur van strijkplanken, overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-141/08 P (7). |
|
(6) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 987/2012 (8), heeft de Raad opnieuw definitieve antidumpingrechten op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China, vervaardigd door Zhejiang Harmonic Hardware Products Co. Ltd., ingesteld overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie in zaak T-274/07 (9). |
|
(7) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 695/2013 (10) heeft de Raad de maatregelen met betrekking tot strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China met nog eens vijf jaar verlengd en de maatregelen met betrekking tot strijkplanken van oorsprong uit Oekraïne ingetrokken, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening en een tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van de basisverordening. |
|
(8) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 (11) heeft de Commissie opnieuw definitieve antidumpingmaatregelen ingesteld op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening (het “vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”). |
|
(9) |
De thans geldende antidumpingrechten bedragen 18,1 % tot 39,6 % voor invoer van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en 42,3 % voor invoer van alle andere ondernemingen in de Volksrepubliek China. |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen
|
(10) |
Na de bekendmaking van een bericht dat de maatregelen op korte termijn zouden vervallen (12), heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) een verzoek om een nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. |
|
(11) |
Het verzoek om een nieuw onderzoek werd op 29 juni 2024 ingediend door vijf producenten in de Unie (Afer FUTE — Fábrica de Utilidades de Tubo S.A., Brabantia Latvia SIA, Colombo New Scal SpA, Rörets Polska Sp. z o.o en Sonecol Indústria Metalurgica de Utilidades Domésticas S.A. (“de indieners van het verzoek”) namens de bedrijfstak van de Unie voor strijkplanken in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening (“het verzoek”). Het verzoek werd ingediend op grond dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.3. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(12) |
Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijs was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 1 oktober 2024 een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken land”, “China” of “de VRC”) op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening. Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (13) (“het bericht van opening”). |
1.4. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(13) |
Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2020 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.5. Belanghebbenden
|
(14) |
In het bericht van opening werd de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie specifiek de indieners van het verzoek, andere producenten in de Unie, alle bekende producenten in de Volksrepubliek China, importeurs, gebruikers en handelaren, alsmede de haar bekende betrokken verenigingen op de hoogte gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en hen uitgenodigd daaraan mee te werken. |
|
(15) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het nieuwe onderzoek kenbaar te maken en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. |
1.6. Samenstelling van de steekproef
|
(16) |
In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening. |
Steekproef van producenten in de Unie
|
(17) |
In het bericht van opening kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. De Commissie had de steekproef geselecteerd op basis van de representativiteit in termen van productie- en verkoopvolume van het soortgelijke product. In deze steekproef waren drie producenten in de Unie opgenomen, die meer dan 55 % van het geraamde totale productie- en verkoopvolume in de Unie vertegenwoordigden en een goede geografische spreiding garandeerden. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden verzocht opmerkingen te maken over de voorlopige steekproef. Geen van de belanghebbenden heeft opmerkingen gemaakt, en de Commissie heeft daarom bevestigd dat de voorlopig in de steekproef opgenomen producenten in de Unie definitief zijn geselecteerd om deel uit te maken van de definitieve steekproef. De steekproef is representatief voor de bedrijfstak van de Unie. |
Steekproef van importeurs
|
(18) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. |
|
(19) |
Geen enkele niet-verbonden importeur heeft de gevraagde informatie geleverd en heeft ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. Gezien het gebrek aan medewerking heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was. |
Steekproef van producenten in de VRC
|
(20) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te kunnen stellen, heeft de Commissie alle haar bekende exporteurs/producenten in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de autoriteiten van het land van uitvoer en verenigingen van producenten verzocht mogelijke andere producenten die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek aan te wijzen en/of contact met hen op te nemen. |
|
(21) |
Geen enkele producent-exporteur uit het betrokken land heeft de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Gezien het gebrek aan medewerking heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was. |
|
(22) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het nieuwe onderzoek kenbaar te maken en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. |
1.7. Vragenlijsten en controlebezoeken
|
(23) |
De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (“de Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC. |
|
(24) |
De Commissie heeft vragenlijsten verzonden naar de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, niet-verbonden importeurs en gebruikers. Dezelfde vragenlijsten waren op de dag van de opening van het onderzoek ook online beschikbaar gesteld (14). |
|
(25) |
Er werden antwoorden op de vragenlijst ontvangen van slechts de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. |
|
(26) |
De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was, en om het belang van de Unie te bepalen. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken verricht bij de volgende ondernemingen: Producenten in de Unie:
|
1.8. Vervolg van de procedure
|
(27) |
Op 19 september 2025 deelde de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen mee op basis waarvan zij voornemens was de geldende antidumpingrechten te handhaven. Alle belanghebbenden konden hierover binnen een bepaalde termijn na de mededeling opmerkingen indienen. |
|
(28) |
De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen waarin haar bevindingen werden betwist. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(29) |
Het product waarop dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betrekking heeft, is hetzelfde als in de oorspronkelijke onderzoeken en het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, namelijk strijkplanken, al dan niet op poten, al dan niet met een stoomafzuigend, verwarmd en/of blazend werkblad, met inbegrip van mouwplanken, en belangrijke onderdelen daarvan, zoals de poten, het werkblad en de strijkijzersteun (de treeft) (“het onderzochte product”). |
2.2. Betrokken product
|
(30) |
Het bij dit onderzoek betrokken product is het onderzochte product van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 3924 90 00 , ex 4421 99 99 , ex 7323 93 00 , ex 7323 99 00 , ex 8516 79 70 and ex 8516 90 00 (Taric-codes 3924 90 00 10, 4421 99 99 10, 7323 93 00 10, 7323 99 00 10, 8516 79 70 10 en 8516 90 00 51). |
2.3. Soortgelijk product
|
(31) |
Zoals vastgesteld in de oorspronkelijke onderzoeken en in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, is in dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen bevestigd dat de volgende producten dezelfde fysische en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(32) |
Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. DUMPING
3.1. Inleidende opmerkingen
|
(33) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van strijkplanken uit China voortgezet. Volgens gegevens die door de lidstaten zijn ingediend bij de Commissie overeenkomstig artikel 14, lid 6, van de basisverordening (“de databank van artikel 14, lid 6”), was de invoer van strijkplanken uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek goed voor circa 6 % van de markt van de Unie, vergeleken met 11 % tijdens het vorige nieuwe onderzoek in het verband met het vervallen van de maatregelen (15). In absolute termen was het invoervolume in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanzienlijk en vertoonde het in de beoordelingsperiode een stijgende trend. |
|
(34) |
Zoals vermeld in overweging 21, werkte geen van de producenten-exporteurs uit China aan het onderzoek mee. Daarom heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC op 16 december 2024 meegedeeld dat zij, vanwege het gebrek aan medewerking, artikel 18 van de basisverordening zou kunnen toepassen en haar conclusies over de voortzetting of herhaling van dumping en schade wat de exporteurs/producenten in de VRC betreft, zou kunnen baseren op de beschikbare gegevens. De Commissie heeft geen opmerkingen of aanvoering van een schending van rechten ontvangen van de Chinese overheid met betrekking tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening. |
|
(35) |
Bijgevolg werden de bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping en schade overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name op de informatie die werd verstrekt in het verzoek en de statistieken uit de databank van artikel 14, lid 6. Bovendien heeft de Commissie gebruikgemaakt van andere openbare bronnen, zoals de databanken van de Wereldbank, de Global Trade Atlas (“GTA”) en Orbis Bureau van Dijk (“Orbis”), en statistieken van de Internationale Arbeidsorganisatie (“IAO”). De Commissie baseerde zich ook op de bevindingen van het vorige nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en op de bevindingen van de antidumpingonderzoeken voor hetzelfde product die door de bevoegde autoriteiten van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zijn ingesteld. |
3.2. Dumping
3.2.1. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening
|
(36) |
Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(37) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst, en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid er op 19 december 2024 van in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen. Er zijn geen opmerkingen of een aanvoering van een schending van rechten ontvangen met betrekking tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening. |
|
(38) |
In punt 5.3.2 van het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening voorlopig Turkije had geselecteerd als passend representatief land voor de vaststelling van de normale waarde aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De Commissie heeft verder opgemerkt dat zij andere mogelijk geschikte landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening. |
|
(39) |
Op 19 mei 2025 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van strijkplanken worden gebruikt (de “mededeling”). Bovendien heeft de Commissie, op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks en het verzoek, Turkije als een geschikt representatief land aangewezen. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen over de mededeling. |
3.2.1.1.
|
(40) |
Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald”. |
|
(41) |
Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt evenwel: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en deze normale waarde “omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (voor “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” wordt hierna de afkorting “VAA-kosten” gebruikt). |
|
(42) |
Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs, juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. |
3.2.1.1.1.
|
(43) |
De Commissie heeft het bewijsmateriaal in het dossier onderzocht om na te gaan of er sprake is van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC die de binnenlandse prijzen en kosten in dat land ongeschikt maken om te worden gebruikt. Die analyse had betrekking op de volgende bewijselementen die verband houden met de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis vast te stellen. |
|
(44) |
Ten eerste bevatte het bewijsmateriaal in het verzoek de volgende elementen die wezen op het bestaan van verstoringen van betekenis. |
|
(45) |
De indieners van het verzoek wezen erop dat de betrokken markt in aanzienlijke mate wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de Chinese autoriteiten, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen. Zij merkten op dat deze invloed niet alleen betrekking heeft op de markt van het onderzochte product, maar ook op de markt van belangrijke grondstoffen (namelijk staal). Volgens de indieners van het verzoek oefent de Chinese overheid deze invloed op twee belangrijke manieren uit: door de structuur van ondernemingen in de bedrijfstak te hervormen en door controle uit te oefenen op het management en het personeel van afzonderlijke staatsbedrijven (16). |
|
(46) |
De indieners van het verzoek hebben kennis genomen van de conclusies van de Commissie in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, waarin werd gesteld dat de leveranciers van de belangrijkste onderdelen van het betrokken product, eigendom zijn van de Chinese staat. In het verzoek merkten de indieners niet alleen op dat producenten van strijkplanken als Hardware (Guangzhou) Co., Ltd. nauwe banden onderhouden met de CCP (17), maar verwezen zij ook naar de invloed die de CCP uitoefent op leveranciers van de belangrijkste onderdelen van het onderzochte product, zoals ook werd geconstateerd in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (18). |
|
(47) |
De indieners van het verzoek benadrukten bovendien dat door de overheidsaanwezigheid in bedrijven inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt. Zij verwezen naar de conclusies van de Commissie in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, waarin werd gesteld dat deze inmenging wordt bereikt door middel van de aanwezigheid van CCP-cellen in zowel openbare als particuliere ondernemingen (19). Prijzen en kosten worden beïnvloed met behulp van diverse instrumenten, zoals het kunstmatig verhogen of verlagen van het aanbod van grondstoffen en prijsstellingsmechanismen (20). |
|
(48) |
De indieners van het verzoek wezen voorts op discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden. De verzoekers merkten in dat opzicht op dat “het Chinese beleid aantoonbaar interventionistisch is”. De indieners van het verzoek noemden in het bijzonder beleidsmaatregelen zoals het plan “Made in China 2025”, “dat tot doel heeft de productie-industrie te bevorderen, [...] en waarin rentesubsidies voor leningen worden genoemd als een vorm van financiële steun aan ondernemingen”, en stelden verder dat “banken en andere kredietverstrekkers worden geacht dit beleid te ondersteunen door leningen te verstrekken aan bedrijven die in dergelijke sectoren actief zijn” (21). |
|
(49) |
De indieners van het verzoek merkten op dat de sector van het onderzochte product sterk wordt beïnvloed door beleidsmaatregelen voor staal, de voornaamste grondstof voor de vervaardiging van strijkplanken. In dit verband wezen de indieners van het verzoek op de “overkoepelende controle van de overheid, die verhindert dat marktkrachten in de staalsector vrij spel krijgen” (22). |
|
(50) |
De indieners van het verzoek beweerden tevens dat sprake is van het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving. De indieners van het verzoek verwezen naar de conclusies van de Commissie in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, waarin werd gesteld dat de sector van het betrokken product onderhevig is aan “top-downverstoringen die voortvloeien uit de discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving” (23). |
|
(51) |
De indieners van het verzoek wezen verder op de verstoringen van de loonkosten in de sector van het onderzochte product en van de voor het onderzochte product gebruikte grondstoffen in China, waarbij zij verwezen naar het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, waarin werd vastgesteld dat “in de productiesector voor strijkplanken en de sectoren van de belangrijkste onderdelen van strijkplanken sprake was van verstoring van de loonkosten” (24). |
|
(52) |
Tot slot merkten de indieners van het verzoek op dat de producenten van het onderzochte product onevenredig gunstige toegang hebben tot financiering. Volgens indieners van het verzoek wordt “de werking van het financiële stelsel gekenmerkt door de aanwezigheid van de staat, zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde van kredieten, en door het ontbreken van normale marktmechanismen, zoals doeltreffende en transparante procedures voor faillissement en voor het verlaten van de markt” (25). |
|
(53) |
Ten tweede heeft de Commissie in recente onderzoeken met betrekking tot de sector van het onderzochte product en de staalsector (staal is de voornaamste grondstof voor de vervaardiging van strijkplanken) in de VRC (26) vastgesteld dat sprake is van aanzienlijke verstoringen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er in de VRC sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen, wat leidt tot een verstoring van de doeltreffende toewijzing van middelen volgens marktbeginselen (27). De Commissie heeft met name geconcludeerd dat de Chinese overheid niet alleen nog steeds een aanzienlijk deel van de staalsector in handen heeft in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (28), maar dat zij zich ook in de prijzen en kosten kan mengen via overheidsaanwezigheid in bedrijven in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (29). De Commissie stelde verder vast dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de levering van grondstoffen en basisproducten, een aanvullend verstorend effect hebben op de markt. Inderdaad leidt het planningssysteem in de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat toewijzing overeenkomstig marktwerking plaatsvindt (30). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (31). In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van loonkosten in de staalsector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (32), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC betreft (33). |
|
(54) |
Ten derde heeft de Commissie in het meest recente nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betreffende het onderzochte product (34) geconcludeerd dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. De Commissie is niets bekend van grote structurele veranderingen in de VRC in het algemeen en/of in de desbetreffende sector in het bijzonder die aan die conclusie zouden kunnen afdoen. |
|
(55) |
Ten vierde wees aanvullend bewijsmateriaal uit het op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt c), van de basisverordening door de Commissie opgestelde verslag op het bestaan van verstoringen van betekenis in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(56) |
Ten vijfde hebben noch de Chinese overheid, noch de producenten-exporteurs in het kader van het onderhavige onderzoek bewijzen of argumenten van het tegendeel aangedragen. |
|
(57) |
Gelet op het bovenstaande, is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen, omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde desbetreffende factoren. Op grond daarvan is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
3.2.1.1.2.
|
(58) |
De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:
|
|
(59) |
Zoals toegelicht in overweging 39, heeft de Commissie in het dossier een mededeling aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt: de mededeling over de productiefactoren van 19 mei 2025, ofwel de mededeling. In deze mededeling zijn de feiten en het bewijsmateriaal beschreven die ten grondslag liggen aan de relevante criteria. In de mededeling heeft de Commissie de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Turkije in het onderhavige geval aan te merken als een passend representatief land indien het bestaan van verstoringen van betekenis in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd. |
|
(60) |
In de mededeling heeft de Commissie Turkije aangemerkt als land dat volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling heeft als de VRC, d.w.z. dat het land door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen als “hogermiddeninkomensland” wordt ingedeeld, en dat bekend is dat het onderzochte product daar wordt geproduceerd. |
|
(61) |
Er zijn geen opmerkingen ontvangen over het in die mededeling genoemde land. |
|
(62) |
De Commissie heeft alle in het dossier beschikbare relevante gegevens over de productiefactoren in het mogelijk representatieve land zorgvuldig bestudeerd en merkt het volgende op:
|
|
(63) |
In het licht van bovenstaande overwegingen bracht de Commissie de belanghebbenden er met de mededeling van op de hoogte dat zij voornemens is Turkije als passend representatief land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening te gebruiken om niet-verstoorde prijzen of benchmarks te verkrijgen voor de berekening van de normale waarde. |
|
(64) |
Belanghebbenden konden opmerkingen maken over de geschiktheid van Turkije als representatief land, |
|
(65) |
maar er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(66) |
Aangezien was vastgesteld dat Turkije op grond van alle voornoemde factoren het enige passende representatieve land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening. |
|
(67) |
Gezien bovenstaande analyse voldeed Turkije aan de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd. |
|
(68) |
Hierover werden geen opmerkingen van de belanghebbenden ontvangen. |
|
(69) |
In de mededeling heeft de Commissie de productiefactoren vermeld, zoals grondstoffen, energie en arbeid, waarvan de producenten-exporteurs bij de productie van het onderzochte product gebruikmaken, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken en openbaar beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de in die mededeling genoemde productiefactoren. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(70) |
Vervolgens heeft de Commissie ook verklaard dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de GTA om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Bovendien heeft de Commissie verklaard dat zij TURKSTAT zou gebruiken voor de vaststelling van niet-verstoorde arbeidskosten (38). Wat energie betreft, bleek uit het vorige onderzoek dat het verbruik van elektriciteit en aardgas tijdens het productieproces van strijkplanken verwaarloosbaar is. Daarom zullen de energiekosten voor dit onderzoek wederom worden verondersteld verwaarloosbaar te zijn (39). |
|
(71) |
Rekening houdend met de in het verzoek opgenomen informatie zijn de volgende productiefactoren en hun bronnen vastgesteld met het oog op de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening: Tabel 1 Productiefactoren van strijkplanken
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
3.2.1.1.3.
|
(72) |
Een strijkplank bestaat doorgaans uit een stuk hard, smal, plat materiaal dat wordt beschermd door een hittebestendige afscherming, dikwijls voorzien van inklapbare poten, waarop kleding of textiel kan worden gestreken. Volgens de definitie van het onderzochte product kan het ook een stoomafzuigend, verwarmd, blazend werkblad, mouwplanken en andere onderdelen bevatten. De belangrijkste grondstof voor strijkplanken is metaal, voornamelijk staal (metalen plaatstuk, buizen, draad). Andere grondstoffen die voor de productie van strijkplanken worden gebruikt, zijn lak- en coatingmaterialen, kunststofonderdelen, schuim en weefsels. |
|
(73) |
De kostenstructuur varieert afhankelijk van het type strijkplank dat wordt geproduceerd, bv. hoogwaardige strijkplanken bevatten andere materialen dan basisuitvoeringen ervan. Voor het specificeren van de productiefactoren die worden gebruikt om strijkplanken te produceren, is de Commissie uitgegaan van de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek. Zoals hierboven vermeld, heeft geen van de belanghebbenden daarover opmerkingen gemaakt. |
|
(74) |
Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten werden opgeteld. De invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage I bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (41) genoemde landen die geen lid zijn van de WTO. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in de overwegingen 43 tot en met 57 tot de conclusie is gekomen dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer uit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer uit andere derde landen representatief. |
|
(75) |
Normaliter moeten bij deze invoerprijzen ook de kosten voor binnenlands vervoer worden opgeteld. Gezien de vaststelling van dumping in de overwegingen 87 tot en met 89 en de aard van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, dat bedoeld is om vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie echter besloten dat een correctie voor binnenlands vervoer niet nodig is. Dergelijke correcties zouden slechts leiden tot een verhoging van de normale waarde en bijgevolg tot een hogere dumpingmarge. |
3.2.1.1.4.
|
(76) |
Het Turks Instituut voor de Statistiek publiceert uitvoerige informatie over lonen in verschillende economische sectoren in Turkije. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de meest recente beschikbare statistieken (2022) voor de gemiddelde arbeidskosten in de staalsector van de statistische nomenclatuur van economische activiteiten, ook wel NACE genoemd, die de arbeidskosten in de staalproductiesector omvat (NACE-code C-259 Vervaardiging van andere producten van metaal) (42). |
3.2.1.1.5.
|
(77) |
Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek is het energieverbruik (elektriciteit en aardgas) tijdens het productieproces van strijkplanken niet relevant. Dit werd bevestigd door de bevindingen van het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, die in het huidige onderzoek niet werden betwist. Omdat het onderzoek geen gegevens aan het licht heeft gebracht waarmee deze bevindingen kunnen worden tegengesproken, werden zij aanvaard en werden de energiekosten in dit onderzoek als verwaarloosbaar beschouwd. |
3.2.1.1.6.
|
(78) |
Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”. Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken. |
|
(79) |
Om een niet-verstoorde waarde voor de overhead-productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie — bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs — overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Daarom heeft de Commissie het aandeel van de overhead-productiekosten in de totale productie- en loonkosten vastgesteld op basis van de gegevens die door de indieners van het verzoek waren verstrekt. Vervolgens is dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de productiekosten om de niet-verstoorde waarde van de overhead-productiekosten te verkrijgen, afhankelijk van het geproduceerde model. Bij gebrek aan openbaar beschikbare informatie over Turkse producenten van strijkplanken werden de VAA-kosten en de winst vastgesteld aan de hand van de informatie uit de door de Turkse Centrale Bank gepubliceerde sectorale statistieken, namelijk de meest recente beschikbare statistieken (2023) voor producten uit de categorie C-259 Vervaardiging van andere producten van metaal. |
3.2.1.1.7.
|
(80) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. Vanwege het gebrek aan medewerking van de producenten/producenten-exporteurs in de VRC, kon niet worden vastgesteld welke modellen strijkplanken in de VRC werden geproduceerd. De Commissie heeft zich gebaseerd op de informatie die door de indieners van het verzoek in het verzoek om een nieuw onderzoek is verstrekt, in overeenstemming met artikel 18 van de basisverordening. De indieners van het verzoek hebben hiertoe zes modellen strijkplanken, waaronder basis- en hoogwaardige modellen, aangewezen. De normale waarde voor deze modellen werd vastgesteld volgens de in de overwegingen 81 tot en met 83 hieronder uiteengezette methode. |
|
(81) |
Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Wegens het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die de indieners in het verzoek om een nieuw onderzoek hebben verstrekt over het gebruik van elke productiefactor (materialen en arbeid) bij de productie van strijkplanken. |
|
(82) |
Toen de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de overhead-productiekosten, de VAA-kosten en de winst erbij opgeteld, zoals vermeld in overweging 78. De Commissie heeft bij de niet-verstoorde productiekosten de volgende elementen opgeteld:
|
|
(83) |
Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
|
(84) |
Aangezien geen enkele Chinese producent-exporteur medewerking verleende en de Commissie bijgevolg niet over informatie beschikte over de productmix voor de binnenlandse markt of uitvoer naar de Unie, heeft de Commissie ook een normale waarde voor het hele land vastgesteld door het gemiddelde te nemen van de normale waarden per productsoort. |
3.2.1.2.
|
(85) |
Bij gebrek aan medewerking van producenten-exporteurs uit de VRC werd de uitvoerprijs voor alle invoer bepaald aan de hand van de beschikbare gegevens. De uitvoerprijs werd gebaseerd op informatie uit de databank van artikel 14, lid 6, en gecorrigeerd tot “free on board” (fob)-niveau door de kosten voor verlading en vervoer over zee af te trekken op basis van het bewijsmateriaal dat in het verzoek om een nieuw onderzoek is verstrekt (43). Omdat in de databank van artikel 14, lid 6, de invoerhoeveelheden worden vermeld in kg, heeft de Commissie deze omgerekend naar stuks (eenheden) aan de hand van het conversieschema dat is vastgesteld in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (44), dat wordt genoemd in overweging 8. |
|
(86) |
De Commissie heeft geen gedetailleerde informatie over de productmix vanwege het gebrek aan medewerking van producenten-exporteurs uit de VRC en de cijfers uit de databank van artikel 14, lid 6, omvatten alle strijkplanken zonder onderscheid. Bijgevolg heeft de Commissie ook gebruikgemaakt van de uitvoerprijzen, per productsoort, uit de offertes en prijsopgaven in het verzoek (45), gecorrigeerd naar fob-niveau op dezelfde basis als de gegevens uit de databank van artikel 14, lid 6. Het verzoek bevatte geen bewijs van binnenlandse vervoerskosten in China, dus werd de fob-prijs gebruikt ter vervanging van de prijs af fabriek. Gezien de vaststelling van dumping in de overwegingen 87 tot en met 89 en de aard van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, dat is bedoeld om vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie besloten dat het aftrekken van binnenlandse vervoerskosten niet nodig was, aangezien dit alleen zou leiden tot een daling van de uitvoerprijs en bijgevolg tot een hogere dumpingmarge. |
3.2.1.3.
|
(87) |
De Commissie heeft de overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening voor het hele land door berekening vastgestelde gemiddelde normale waarde vergeleken met de uitvoerprijs in het stadium af fabriek, zoals hierboven vastgesteld. Op basis daarvan bedroeg de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, meer dan 10 %. |
|
(88) |
De Commissie heeft ook de uitvoerprijzen op basis van het verzoek om een nieuw onderzoek vergeleken met de normale waarden die zijn vastgesteld voor de overeenkomstige productsoorten zoals vastgesteld tijdens dit onderzoek. Op basis hiervan variëren de dumpingmarges, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, van 37 % tot 104 %, afhankelijk van de productsoort. |
|
(89) |
Bijgevolg werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. |
4. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
|
(90) |
Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening nagegaan hoe waarschijnlijk voortzetting van dumping zou zijn als de maatregelen zouden worden ingetrokken. De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in China en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie. |
4.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in China
|
(91) |
Geen van de producenten-exporteurs uit de VRC heeft gegevens verstrekt over de werkelijke productiecapaciteit in de VRC. Bovendien is er geen specifieke openbaar beschikbare informatie over strijkplanken, zoals statistieken of marktonderzoeken, waardoor de bevindingen moesten worden gebaseerd op de informatie die is verstrekt door de indieners van het verzoek om een nieuw onderzoek en de bevindingen van het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, omdat dit de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening waren. |
|
(92) |
Volgens de informatie in het verzoek hebben Chinese producenten een overtollige productiecapaciteit (46). Het door de indieners in het verzoek verstrekte bewijsmateriaal was gebaseerd op het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en werd bevestigd door de conclusies van het meest recente US ITC-verslag van augustus 2021 (derde evaluatie met betrekking tot de antidumpingrechten). Uit dit verslag blijkt dat Chinese producenten de capaciteit hebben om de uitvoer van het betrokken product verder te verhogen door de productie afhankelijk van de vraag tussen de bestaande productielijnen over te hevelen. Uit de uitvoergegevens die voor het US ITC-verslag zijn gebruikt, bleek al dat de Chinese producenten tussen 2015 en 2020 de grootste exporteurs ter wereld waren van “Andere meubelen van metaal”, waaronder strijkplanken en andere producten die in dezelfde algemene productcategorie vallen. Zij waren verantwoordelijk voor 46 % tot 56 % van de wereldwijde uitvoer van deze producten (47). Bovendien is deze overcapaciteit volgens de indieners van het verzoek en volgens het laatste verslag het gevolg van de verstorende steun van de Chinese overheid en de overcapaciteit voor de voornaamste grondstof, staal. |
|
(93) |
Op basis van de bevindingen van het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, die in het huidige onderzoek niet werden betwist, kunnen Chinese producenten gemakkelijk extra productiecapaciteit installeren omdat het productieproces voornamelijk op arbeid gebaseerd is. De Chinese producenten van strijkplanken produceren ook andere metaalproducten op productielijnen die eenvoudig kunnen worden gebruikt om strijkplanken te produceren. Zij kunnen de productie van strijkplanken daarom afhankelijk van de vraag verhogen door de productie tussen de bestaande productielijnen over te hevelen. Voor deze capaciteitsuitbreiding zijn geen grote investeringen of vaardigheden vereist, waardoor eenvoudig tussen verschillende producten kan worden gewisseld. Het huidige onderzoek heeft geen gegevens aan het licht gebracht die deze bevindingen in twijfel trekken. |
|
(94) |
Op basis hiervan werd in het vorige onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geconcludeerd dat de VRC over een grote productiecapaciteit beschikt, die minimaal bijna 100 % van het verbruik in de EU dekt en zelfs nog verder kan worden verhoogd (48). Het huidige onderzoek heeft geen gegevens aan het licht gebracht die deze bevindingen in twijfel trekken. |
4.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(95) |
Uit de analyse van de uitvoer van de VRC is gebleken dat ondanks de van kracht zijnde antidumpingmaatregelen de EU-markt een van de voornaamste uitvoermarkten voor Chinese producenten van strijkplanken blijft. |
|
(96) |
Dit blijkt ook uit het feit dat het marktaandeel van de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ondanks de van kracht zijnde antidumpingmaatregelen nog altijd 6 % bedroeg. Dit wijst er duidelijk op dat de EU voor de Chinese producenten van strijkplanken een aantrekkelijke markt blijft en dat de invoer uit de VRC waarschijnlijk zal toenemen, mochten de maatregelen komen te vervallen. |
|
(97) |
In augustus 2021 heeft het Amerikaanse ministerie van Handel in het kader van de derde “sunset review” (49), na een eerste (50) en een tweede “sunset review” (51) die voortvloeiden uit het oorspronkelijke antidumpingonderzoek dat in 2003 werd ingesteld en waarbij antidumpingrechten op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China werden ingesteld die varieerden van 9,47 % tot 157,68 %, aangekondigd dat de antidumpingmaatregelen voor strijkplanken van oorsprong uit China met nog eens vijf jaar worden verlengd. |
|
(98) |
In aanvulling op deze rechten geldt in de Verenigde Staten sinds 24 september 2018 voor strijkplanken die uit China worden ingevoerd een extra ad valoremrecht van 10 %, dat op 10 mei 2019 verder is verhoogd tot 25 % (52). |
|
(99) |
Na een nieuw onderzoek wegens gewijzigde omstandigheden met betrekking tot het antidumpingrecht voor strijkplanken met oorsprong uit de Volksrepubliek China, dat oorspronkelijk in 2022 werd ingesteld, heeft het Amerikaanse ministerie van Handel op 19 april 2023 besloten het recht niet in te trekken (53). |
|
(100) |
In gelijke trant heeft de Britse Trade Remedy Authority (“TRA”) bepaald dat de antidumpingrechten van de EU op strijkplanken van oorsprong uit China moesten worden overgenomen. Daarom werden de antidumpingrechten op de invoer in de EU vanuit China van strijkplanken, d.w.z. de rechten die momenteel in de EU van toepassing zijn, ook opgelegd aan Chinese invoer van strijkplanken in het Verenigd Koninkrijk (54). |
|
(101) |
Deze maatregelen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk beperken de uitvoermarkten voor Chinese producenten, waardoor het waarschijnlijk is dat zij hun uitvoer naar de Unie zullen opschroeven mochten de antidumpingmaatregelen komen te vervallen. |
4.3. Conclusie
|
(102) |
Op basis van haar bevindingen met betrekking tot de voortzetting van dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, zoals vastgesteld in de overwegingen 87 tot en met 89, en tot de waarschijnlijke ontwikkeling van de uitvoer indien de maatregelen zouden vervallen, zoals uiteengezet in de overwegingen 91 tot en met 101, heeft de Commissie geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC tot voortzetting van de dumping zal leiden. |
5. SCHADE
5.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
|
(103) |
Het soortgelijke product werd in de beoordelingsperiode door 11 producenten in de Unie vervaardigd. Zij vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(104) |
De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op ongeveer 3,7 miljoen stuks. De Commissie heeft dit cijfer vastgesteld aan de hand van de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens, die getoetst werden aan de gecontroleerde gegevens van de in de steekproef opgenomen ondernemingen. Zoals vermeld in overweging 17 werd een steekproef van producenten in de Unie samengesteld die 55 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigden. |
5.2. Verbruik in de Unie
|
(105) |
Het verbruik in de EU werd vastgesteld aan de hand van de invoerhoeveelheid uit de databank van artikel 14, lid 6, en de door de indiener van het verzoek verstrekte verkoophoeveelheden van de bedrijfstak van de Unie in de EU. Deze verkoopvolumes werden zo nodig getoetst en geactualiseerd aan de hand van gecontroleerde informatie van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Omdat in de databank van artikel 14, lid 6, de invoerhoeveelheden worden vermeld in kg, heeft de Commissie deze waar nodig omgerekend naar stuks (eenheden) aan de hand van het conversieschema dat is vastgesteld in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (55), dat wordt genoemd in overweging 8. |
|
(106) |
Het verbruik in de Unie heeft zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 2 Verbruik in de Unie (stuks)
|
||||||||||||||||||||||||||
|
(107) |
Tijdens de beoordelingsperiode nam het verbruik in de EU met 12 % af. Deze daling deed zich voornamelijk voor tussen 2020 en 2022. De daling tussen 2021 en 2023 vond plaats in een periode waarin prijzen werden verhoogd om de plotselinge stijging van de kosten van grondstoffen, voornamelijk staal, als gevolg van het uitbreken van de oorlog in Oekraïne op te vangen (56). Het verbruik is in het tijdvak van het nieuwe onderzoek opnieuw licht gestegen ten opzichte van het volledige jaar 2023. |
5.2.1. Invoer in de EU vanuit de VRC
|
(108) |
Tijdens de beoordelingsperiode hebben de invoer in de Unie vanuit de VRC en het marktaandeel zich als volgt ontwikkeld: Tabel 3 Invoervolume (stuks) en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(109) |
De invoer nam in de periode 2020-2022 met 45 % af, maar nam vervolgens weer toe, ook in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Over het geheel genomen was er in de beoordelingsperiode een afname met 35 %. Het marktaandeel van de Chinese invoer bleef echter relatief stabiel: het daalde van 7 % in 2020 tot 5 % in 2021, maar steeg in het tijdvak van het nieuwe onderzoek weer tot 6 %. Hoewel de totale invoerhoeveelheden daalden, in overeenstemming met het verbruikspatroon in de Unie dat wordt beschreven in overweging 107, bleef het marktaandeel van de Chinese invoer tijdens de hele beoordelingsperiode aanzienlijk. |
|
(110) |
Vanwege het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs is er onvoldoende informatie over de soorten producten die uit de VRC worden ingevoerd. Daarom heeft de Commissie de verschillende Taric-douanecodes in acht genomen waaronder de invoer uit de VRC van het onderzochte product werd geregistreerd, zoals uiteengezet in overweging 30. Volgens deze informatie was tijdens de beoordelingsperiode 80 % tot 95 % van de uit de VRC ingevoerde strijkplanken gemaakt van staal (Taric-codes 7323 93 00 10 en 7323 99 00 10) (57). Binnen deze categorie steeg het volume van de invoer waarvoor de relevante Taric-code voor roestvrij staal (7323 93 00 10) werd gebruikt tijdens de beoordelingsperiode van 19 % van het totale invoervolume in 2020 tot 36 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, terwijl het totale invoervolume voor de Taric-code voor ander staal (7323 99 00 10) daalde van 75 % tot 59 %. |
5.2.2. Prijzen van de invoer uit de VRC en prijsonderbieding
|
(111) |
Wegens het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs moest de gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens worden vastgesteld, d.w.z. op basis van de informatie uit de databank van artikel 14, lid 6, en aan de hand van hetzelfde conversieschema dat wordt uiteengezet in overweging 105. De prijsonderbieding van de invoer ten opzichte van de prijzen van de bedrijfstak van de Unie werd vastgesteld aan de hand van de door de indieners van het verzoek en de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie verstrekte informatie. |
|
(112) |
De gewogen gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit de VRC ontwikkelde zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt: Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/stuk)
|
||||||||||||||||||||||||||
|
(113) |
De invoerprijzen uit de VRC namen tijdens de beoordelingsperiode met 56 % toe. De invoerhoeveelheden stegen met name voor productsoorten van roestvrij staal die vallen onder GN-code 7323 93 00 (Taric 7323 93 00 10) en waarvoor hogere prijzen worden betaald dan voor productsoorten die worden ingevoerd onder GN-code 7323 99 00 (Taric 7323 99 00 10). De invoerhoeveelheden van de laatste categorie daalden tijdens de beoordelingsperiode, zoals wordt geïllustreerd in overweging 110. |
|
(114) |
Teneinde vast te stellen of in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake is geweest van prijsonderbieding, is het gewogen gemiddelde van de verkoopprijzen die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie aan niet-verbonden afnemers in de EU hebben berekend, gecorrigeerd tot een prijs af fabriek (d.w.z. exclusief vrachtkosten in de EU en na aftrek van kortingen en rabatten), per productsoort vergeleken met het overeenkomstige gewogen gemiddelde van de invoerprijzen zoals vastgesteld in overweging 111, op cif-basis, met inbegrip van douanerechten en antidumpingrechten. |
|
(115) |
De vergelijking wees uit dat de prijzen bij invoer uit de VRC, uitgedrukt als percentage van de omzet van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, de prijzen van de bedrijfstak van de Unie onderboden met 4 %. Met aftrek van het geldende antidumpingrecht kwam de prijsonderbiedingsmarge uit op 26 %. |
5.3. Invoer uit andere derde landen dan de VRC
|
(116) |
Strijkplanken die werden ingevoerd uit andere derde landen dan de VRC, waren voornamelijk afkomstig uit Turkije, Oekraïne en India. |
|
(117) |
Het (geaggregeerde) volume van de invoer in de Unie alsmede het marktaandeel en de prijzen van de invoer van strijkplanken uit andere derde landen ontwikkelden zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt: Tabel 5 Invoer uit derde landen
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(118) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek bedroeg de totale hoeveelheid niet aan maatregelen onderworpen invoer uit alle derde landen circa 1,8 miljoen stuks, wat een marktaandeel van 35 % vertegenwoordigde. Het merendeel van deze invoer was afkomstig uit Turkije en Oekraïne. Over de volledige beoordelingsperiode daalde het volume van de invoer uit alle derde landen waarvoor geen maatregelen gelden van 41 % in 2020 tot 32 % in 2023, waarna het in het tijdvak van het nieuwe onderzoek weer licht steeg tot 35 %. |
|
(119) |
De invoer uit Turkije bleef tijdens de beoordelingsperiode over het algemeen stabiel en schommelde tussen 0,9 en 1,1 miljoen stuks per jaar. De totale invoer bedroeg 1,1 miljoen stuks in 2020 en 1,0 miljoen stuks in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(120) |
De invoer uit Oekraïne daalde daarentegen van 1,0 miljoen tot 0,5 miljoen stuks in 2023. De grootste daling (van 1,0 miljoen stuks in 2021 tot minder dan 0,6 miljoen stuks in 2022) was het gevolg van het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek begon de invoer uit Oekraïne weer toe te nemen. |
|
(121) |
De invoer uit India bleef in de beoordelingsperiode relatief stabiel met circa 0,2 miljoen stuks per jaar. De hoeveelheid van de invoer uit andere derde landen was klein en nam in de beoordelingsperiode af van 0,2 miljoen stuks tot 0,1 miljoen stuks. |
|
(122) |
Wat het marktaandeel betreft, leidden de hierboven beschreven trends tot een stijging met 1 procentpunt (van 18 % in 2020 tot 19 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek) voor Turkije en tot een daling van 17 % in 2020 tot 12 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek voor Oekraïne. Het marktaandeel van India bleef tijdens de beoordelingsperiode stabiel rond de 3 %. Het marktaandeel van de resterende derde landen daalde van 3 % in 2020 tot 2 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(123) |
De gemiddelde prijs van de invoer uit Turkije steeg van 9 EUR/stuk in 2020 naar 11,6 EUR/stuk in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. In dezelfde periode steeg de gemiddelde prijs van de invoer uit Oekraïne licht van 11 EUR/stuk naar 14 EUR/stuk en steeg de gemiddelde prijs van de invoer uit India van 8,99 EUR naar 19,36 EUR/stuk. |
5.4. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
5.4.1. Algemene opmerkingen
|
(124) |
De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een beoordeling van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. |
|
(125) |
Zoals vermeld in overweging 17, is de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie beoordeeld aan de hand van een steekproef. |
|
(126) |
Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens in de vragenlijst die werd aangeleverd door de indieners van het verzoek en van de gegevens in de databank van artikel 14, lid 6. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. |
|
(127) |
De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoophoeveelheden, marktaandeel, groei, werkgelegenheid en productiviteit. |
|
(128) |
De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen. |
5.4.2. Macro-economische indicatoren
5.4.2.1.
|
(129) |
De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(130) |
De totale productie in de Unie bleef stabiel tijdens de beoordelingsperiode, met een stijging van slechts 6 % tot 4,0 miljoen stuks in 2022, maar daalde in 2023 en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek tot een niveau dat vergelijkbaar was met dat van 2020. De productiepiek in 2022 volgde de ontwikkeling van het verkoopvolume, die in het volgende punt wordt besproken. De productiecapaciteit is tijdens de volledige beoordelingsperiode ongewijzigd gebleven. |
5.4.2.2.
|
(131) |
Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoopvolume en marktaandeel (stuks)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(132) |
Het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de EU-markt bleef tijdens de beoordelingsperiode vrijwel stabiel, met lichte schommelingen. Na een stijging van 3,2 miljoen stuks in 2021 tot 3,4 miljoen stuks in 2022 daalde het verkoopvolume in 2023 opnieuw tot 3,3 miljoen stuks. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek was het verkoopvolume ongeveer vergelijkbaar met het niveau van 2020 (3,2 miljoen stuks). Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie volgde de verkooptrend: het nam toe in 2022 en 2023 en daalde opnieuw in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Over het geheel genomen steeg het marktaandeel tijdens de beoordelingsperiode met 15 %. |
|
(133) |
Het verkoopvolume bleef tijdens de beoordelingsperiode ongeveer op hetzelfde niveau, maar het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie steeg met 9 procentpunt tot 59 %. Dit kan worden verklaard door de algehele lichte daling van het totale verbruik in de Unie, zoals beschreven in overweging 107. |
5.4.2.3.
|
(134) |
Het productie- en het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie bleven stabiel, terwijl het verbruik licht daalde, met een stijging van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie als resultaat. De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode stabiel gebleven. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie zijn positie in termen van productie en verkoop in een licht dalende markt heeft behouden, maar niet heeft versterkt tijdens de beoordelingsperiode. |
5.4.2.4.
|
(135) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(136) |
De werkgelegenheid bleef tijdens de beoordelingsperiode over het algemeen stabiel, ondanks lichte schommelingen. Meer specifiek vond er van 2020 tot 2021 een daling van de werkgelegenheid plaats, gevolgd door een stijging tot recordhoogte in 2022. Vervolgens daalde het aantal werknemers weer tot het niveau van 2020, hetgeen ook overeenkwam met de lagere productie- en verkoopvolumes in 2023 en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ten opzichte van 2022. |
|
(137) |
De productiviteit, gemeten in productie (stuks) per werknemer per jaar, bleef vrij stabiel met kleine schommelingen. Zij steeg licht tussen 2020 en 2022 en daalde in het tijdvak van het nieuwe onderzoek weer tot het niveau van 2020. |
5.4.2.5.
|
(138) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek duurde de dumping op een wezenlijk niveau voort. Bovendien bleven de Chinese producenten-exporteurs in het tijdvak van het nieuwe onderzoek de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie onderbieden. |
|
(139) |
Tegelijkertijd bleef het niveau van de invoer uit China, ondanks de geldende antidumpingmaatregelen, aanzienlijk: het vertegenwoordigde in het tijdvak van het nieuwe onderzoek tussen 5 % en 7 % van het marktaandeel. Daarom duurde het effect van de hoogte van de werkelijke dumpingmarge bij invoer uit de VRC op de bedrijfstak van de Unie voort en kan het niet als verwaarloosbaar worden beschouwd. |
|
(140) |
Uit de analyse van de schade-indicatoren blijkt echter dat de maatregelen, ondanks het feit dat er nog steeds sprake was van dumping bij invoer uit de VRC, een beschermend en over het algemeen positief effect hebben gehad op de bedrijfstak van de Unie. |
5.4.3. Micro-economische indicatoren
5.4.3.1.
|
(141) |
De gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 9 Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/stuk)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(142) |
De gemiddelde prijzen stegen tussen 2020 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 33 %. Deze stijging volgt op de sterke stijging van de productiekosten, met name van de prijs van staal, de belangrijkste grondstof, als gevolg van het uitbreken van de oorlog in Oekraïne (58). De bedrijfstak van de Unie slaagde erin zijn prijzen te verhogen, mede in de context van een algemene stijging van de inflatie in de EU als gevolg van de verstoring van toeleveringsketens door het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. Aan deze trend van prijsstijgingen naar aanleiding van de stijging van de kosten van grondstoffen kwam in de loop van 2023 echter een einde. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek heeft de bedrijfstak van de Unie het prijsniveau niet meer verhoogd, mede met het oog op de toenemende invoer, zoals uiteengezet in de overwegingen 109 en 118. De prijzen daalden zelfs licht ten opzichte van 2023. |
5.4.3.2.
|
(143) |
De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||||||||
|
(144) |
De gemiddelde arbeidskosten zijn tijdens de beoordelingsperiode gestaag gestegen, in totaal met circa 30 %. Deze stijging weerspiegelt een algemene trend in de EU: de nominale lonen stijgen in reactie op de stijgende kosten van levensonderhoud, met inbegrip van energiekosten, met name na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne (59). |
5.4.3.3.
|
(145) |
De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 11 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(146) |
Het voorraadniveau, uitgedrukt als percentage van het productievolume, bleef tijdens de beoordelingsperiode over het algemeen stabiel, met een stijging van de eindvoorraad van 3 % in 2022 tot 4 % in 2023. |
5.4.3.4.
|
(147) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(148) |
De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen op de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de EU uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet. In de beoordelingsperiode varieerde de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie. Tussen 2020 en 2021 steeg deze eerst van 3,69 % tot 4,61 %, daalde vervolgens tot 3,27 % in 2022 en steeg opnieuw tot 6,85 % in 2023. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek daalde de winstgevendheid licht tot 6,52 %. Over het geheel genomen steeg de winstgevendheid van 3,69 % in 2020 tot 6,52 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, wat neerkomt op een stijging van 2,83 procentpunt. Ondanks de stijgende trend bleef het winstniveau ruim onder de streefwinst die in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen adequaat werd geacht voor deze bedrijfstak (7,0 %) (60), behalve in 2023, toen de winstgevendheid deze drempel naderde. Dit is voornamelijk te wijten aan de stijging van de productiekosten, zoals uiteengezet in overweging 142, die tussen 2020 en 2022 sterker was dan de stijging van de verkoopprijzen in diezelfde periode. In 2023 en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sloeg deze trend om en stegen de verkoopprijzen sneller dan de kosten, hetgeen ook tot uiting kwam in de winstgevendheid van deze jaren, die aanzienlijk steeg ten opzichte van 2022. |
|
(149) |
De nettokasstroom uit de bedrijfsactiviteiten volgt dezelfde trend als de winstgevendheid. De nettokasstroom daalde tussen 2020 en 2022, en in het bijzonder tussen 2021 en 2022. Deze daling deed zich voor in een periode waarin de verkoopprijzen stegen, maar de productiekosten ook. Vanaf 2023 verbeterde de nettokasstroom en was deze ook aanzienlijk hoger dan aan het begin van de beoordelingsperiode. |
|
(150) |
Over het geheel genomen daalden de investeringen op jaarbasis tussen 2020 en 2022 met ongeveer de helft. Na deze scherpe daling herstelden de investeringsniveaus zich in 2023 en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Zij bleven echter relatief laag. Er was daarom nog steeds sprake van een daling met 43 % ten opzichte van 2020. In het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen constateerde de Commissie dat de hoge investeringen op jaarbasis werden voorafgegaan door hoge winstmarges (61). Dit wordt bevestigd in het huidige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. De lage winstmarges aan het begin van de beoordelingsperiode werden gevolgd door een daling van de investeringen op jaarbasis, wat leidde tot een aanzienlijke vermindering van de investeringsactiviteiten van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(151) |
Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Tussen 2020 en 2022 steeg dit percentage, terwijl de nettoboekwaarde van de investeringen daalde en de winsten stabiel bleven. Vanaf 2023 waren de rendementen op investeringen het hoogst, en stegen de jaarlijkse investeringsbedragen. Hieruit blijkt dat de bedrijfstak van de Unie in staat en bereid was om zijn investeringen te verhogen toen de winstgevendheid eenmaal hoog genoeg was. |
5.5. Conclusie over schade
|
(152) |
De belangrijkste schade-indicatoren, zoals marktaandeel, verkoopprijzen, winstgevendheid en andere financiële indicatoren als investeringen, lieten een positieve trend zien. Geen van de schade-indicatoren vertoonde een significant negatieve trend. De winstgevendheid bleef tot 2022 echter ruim onder de streefwinst van 7 % en bereikte deze drempel pas in 2023 en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(153) |
De capaciteit van de bedrijfstak van de Unie om zijn verkoopprijzen te verhogen, was beperkt als gevolg van de oneerlijke concurrentie van de invoer uit de VRC, die in het tijdvak van het nieuwe onderzoek ondanks de geldende antidumpingmaatregelen in volume toenam, tegen prijzen die lager waren dan die van de bedrijfstak van de Unie. Hierdoor kon de bedrijfstak van de Unie zijn prijzen niet voldoende verhogen om de stijging van de productiekosten tijdens de beoordelingsperiode te compenseren. |
|
(154) |
Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de situatie van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode niet is verslechterd en dat de maatregelen tot op zekere hoogte doeltreffend waren, met name in een context die werd gekenmerkt door stijgende productiekosten, en dat zij als vangnet hebben gediend om een significante stijging van de laaggeprijsde invoer uit China te voorkomen, waardoor de bedrijfstak van de Unie enige winst kon maken en niet verliesgevend werd. |
|
(155) |
Daarom wordt geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek geen aanmerkelijke schade heeft geleden. Op basis van de stijging van de productiekosten tijdens de beoordelingsperiode, het lage investeringsniveau en de winstgevendheid die weliswaar toenam, maar lager was dan de streefwinst, kan echter worden geconstateerd dat de bedrijfstak van de Unie nog tijd nodig heeft om zijn positieve ontwikkeling te consolideren, en zich derhalve nog in een kwetsbare situatie bevindt. |
|
(156) |
Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek in het algemeen geen aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening. |
5.6. Mogelijke herhaling van de schade
5.6.1. Inleidende opmerking
|
(157) |
Gezien de bevindingen en conclusies in de overwegingen 152 tot en met 156 beoordeelde de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening of herhaling van de oorspronkelijke door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte schade waarschijnlijk is, mochten de maatregelen komen te vervallen. Hiertoe heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht: de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC, de aantrekkelijkheid van de EU-markt, het prijsbeleid van de Chinese producenten-exporteurs, het waarschijnlijke prijsniveau voor de EU bij intrekking van maatregelen en het effect van toekomstige invoer op de situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
5.6.2. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC
|
(158) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 91 tot en met 94, beschikken de Chinese producenten van strijkplanken volgens de overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening beschikbare informatie over een aanzienlijke reservecapaciteit en kunnen zij hun productiecapaciteit verder uitbreiden. |
5.6.3. Aantrekkelijkheid van de EU-markt
|
(159) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 95 tot en met 101 bleef de markt van de Unie aantrekkelijk voor Chinese invoer, zoals blijkt uit het feit dat deze invoer ondanks de geldende maatregelen nog steeds in aanzienlijke hoeveelheden de markt van de Unie binnenkwam: de Chinese invoer was in het tijdvak van het nieuwe onderzoek goed voor een marktaandeel van 6 %. |
|
(160) |
Terwijl de totale ingevoerde hoeveelheid tijdens de beoordelingsperiode daalde, zoals vermeld in overweging 108, steeg de invoer van roestvrijstalen strijkplanken, wat hogere prijzen opleverde dan andere productsoorten, zoals vermeld in de overwegingen 110 en 113. Deze trend van toenemende invoer zal naar verwachting versnellen als de maatregelen worden ingetrokken. Roestvrij staal is juist een gebied waarop de producenten in de VRC als gevolg van aanhoudend overheidsingrijpen een voordeel hebben ten opzichte van buitenlandse concurrenten, zoals reeds in het verslag is opgemerkt. |
5.6.4. Prijsbeleid van Chinese producenten-exporteurs en waarschijnlijke prijsniveau voor de EU
|
(161) |
Wat de waarschijnlijke prijsniveaus van invoer uit de VRC bij afwezigheid van antidumpingmaatregelen betreft, werd geconstateerd dat de prijzen van Chinese invoer die van de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek reeds onderboden. De prijsonderbiedingsmarge zonder inachtneming van de antidumpingmaatregelen bedroeg 26 %, wat werd beschouwd als een redelijke schatting van de mogelijke toekomstige prijsniveaus van Chinese invoer als de maatregelen worden ingetrokken. |
5.6.5. Effect op de bedrijfstak van de Unie
|
(162) |
Gegeven de bovenstaande overwegingen zal de bedrijfstak van de Unie bij het vervallen van de maatregelen met een aanzienlijke toename van de invoer uit de VRC te maken krijgen, waarbij de prijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk worden onderboden. Als de bedrijfstak van de Unie, in een poging winstgevend te blijven, zijn huidige prijsniveaus handhaaft, is het waarschijnlijk dat zijn verkoophoeveelheden en zijn marktaandeel snel zullen afnemen, ook wanneer het verbruik toeneemt. Een daling van de verkoophoeveelheid zou leiden tot een lagere bezettingsgraad en een toename van de gemiddelde productiekosten. Dit zou vervolgens leiden tot een verslechtering van de financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie en tot een afname van zijn winstgevendheid, die tijdens de beoordelingsperiode al lager lag dan de streefwinst. |
|
(163) |
Als de bedrijfstak van de Unie, in een poging om zijn verkoopvolume en marktaandeel te behouden, daarentegen zou proberen zich aan te passen aan de lagere prijsniveaus van de invoer, zou dit onmiddellijk een negatief effect hebben op zijn winstgevendheid, die momenteel nog steeds onder de streefwinst ligt. Er zou ook een negatief effect zijn op de investeringen, die in de beoordelingsperiode toch al niet volledig waren hersteld, en op de financiële indicatoren van de bedrijfstak van de Unie. Dit zou ernstige afbreuk doen aan het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zich verder te ontwikkelen. Uiteindelijk zou dit leiden tot een daling van het verkoopvolume en van het marktaandeel en tot verlies van werkgelegenheid op de markt van de Unie. |
5.6.6. Conclusie
|
(164) |
Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het ontbreken van maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping tegen schade veroorzakende prijzen uit de VRC en tot herhaling van aanmerkelijke schade. |
6. BELANG VAN DE UNIE
|
(165) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen niet in strijd is met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie is vastgesteld op basis van een afweging van de diverse betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs, detailhandelaren, consumenten en gebruikers. |
|
(166) |
De Commissie wijst erop dat bij de vorige onderzoeken het vaststellen of handhaven van maatregelen niet in strijd met het belang van de Unie werd geacht. Bovendien kan nu, omdat het om een nieuw onderzoek gaat waarbij een situatie wordt onderzocht waarin al antidumpingmaatregelen van toepassing zijn, worden nagegaan of die maatregelen ongewenste negatieve gevolgen voor de betrokken partijen hebben gehad. Op basis hiervan werd onderzocht of er, ondanks de conclusie dat dumping en schade waarschijnlijk zullen worden voortgezet of zich zullen herhalen, dwingende redenen waren om te concluderen dat handhaving van de maatregelen in dit bijzondere geval niet in het belang van de Unie is. |
6.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(167) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 162 en 163, bleek uit het onderzoek dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk een aanzienlijk negatief effect op de bedrijfstak van de Unie zou hebben. Anderzijds zou de voortzetting van de maatregelen de bedrijfstak van de Unie in staat stellen zijn huidige prijsniveaus te handhaven of zelfs te verhogen en duurzame winstmarges te behalen, zodat een verslechtering van de financiële situatie van de bedrijfstak kan worden voorkomen. De bedrijfstak van de Unie zou zijn investeringen in dat geval kunnen voortzetten en opschroeven, en zo zijn positie op de EU-markt kunnen handhaven en ontwikkelen. |
|
(168) |
Daarom wordt geconcludeerd dat handhaving van de geldende antidumpingmaatregelen in het belang is van de bedrijfstak van de Unie. |
6.2. Belang van niet-verbonden importeurs, detailhandelaren en consumenten (huishoudens)
|
(169) |
Geen niet-verbonden importeur heeft medewerking aan het onderzoek verleend. Geen andere mogelijke belanghebbende heeft zich tijdens het onderzoek kenbaar gemaakt. Net als in het vorige onderzoek hebben partijen die de belangen van eindgebruikers vertegenwoordigen, zoals consumentenverenigingen, zich niet gemeld of aan het onderzoek meegewerkt. |
|
(170) |
Op basis van de bevindingen van het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen waren er geen aanwijzingen dat handhaving van de maatregelen een aanzienlijk negatief effect zou hebben op importeurs of gebruikers dat groter is dan het positieve effect van de maatregelen op de bedrijfstak van de Unie. Het huidige nieuwe onderzoek heeft geen gegevens aan het licht gebracht die deze bevindingen tegenspreken. |
|
(171) |
Voorts vertegenwoordigde de invoer uit andere derde landen waarvoor geen antidumpingrechten gelden, zoals uiteengezet in overweging 116, circa een derde van het marktaandeel van de Unie, hetgeen positief bijdroeg aan de prijsconcurrentie en het aanbod op de markt. Daarom wordt geconcludeerd dat niets erop wijst dat de geldende maatregelen aanzienlijke gevolgen hadden voor de importeurs van het onderzochte product of andere belanghebbenden. |
6.3. Conclusie betreffende het belang van de Unie
|
(172) |
Op grond van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen zijn tegen de handhaving van de geldende antidumpingmaatregelen. |
7. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(173) |
Op basis van de conclusies van de Commissie inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping, de waarschijnlijkheid van herhaling van schade en het belang van de Unie, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van strijkplanken van oorsprong uit China worden gehandhaafd. |
|
(174) |
Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De heffing van individuele antidumpingrechten is enkel van toepassing wanneer aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd. Deze factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 3, van deze verordening vastgestelde vereisten. Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, moet de invoer worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China”. |
|
(175) |
Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle vereisten van artikel 1,3 van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving. |
|
(176) |
Indien de uitvoer door een van de ondernemingen waarvoor een lager individueel recht geldt, na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van de maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is een individueel recht of individuele rechten in te trekken en een voor het gehele land geldend recht in te stellen. |
|
(177) |
De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong is uit de VRC en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Op de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die aan de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat geldt voor “alle overige invoer van oorsprong uit de VRC”. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten. |
|
(178) |
Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om verdere toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (62). Het moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(179) |
Statistieken over strijkplanken worden vaak in aantal stuks uitgedrukt. De gecombineerde nomenclatuur in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (63) bevat evenwel geen bijzondere maatstaf voor strijkplanken. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat bij invoer niet alleen het gewicht in kg of ton, maar ook het aantal stuks strijkplanken in de aangifte voor het vrije verkeer moet worden opgenomen. Het aantal stuks moet worden vermeld voor de Taric-codes 3924 90 00 10, 4421 99 99 10, 7323 93 00 10, 7323 99 00 10, 8516 79 70 10 en 8516 90 00 51. |
|
(180) |
Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken, maar er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(181) |
Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (64) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand. |
|
(182) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op strijkplanken, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 3924 90 00 , ex 4421 99 99 , ex 7323 93 00 , ex 7323 99 00 , ex 8516 79 70 en ex 8516 90 00 (Taric-codes 3924 90 00 10, 4421 99 99 10, 7323 93 00 10, 7323 99 00 10, 8516 79 70 10 en 8516 90 00 51), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
2. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:
|
Land van oorsprong |
Onderneming |
Antidumpingrecht (%) |
Aanvullende Taric-code |
|
Volksrepubliek China |
Foshan City Gaoming Lihe Daily Necessities Co. Ltd., Foshan |
34,9 |
A782 |
|
Volksrepubliek China |
Guangzhou Power Team Houseware Co. Ltd., Guangzhou |
39,6 |
A783 |
|
Volksrepubliek China |
Since Hardware (Guangzhou) Co., Ltd., Guangzhou |
35,8 |
A784 |
|
Volksrepubliek China |
Guangdong Wireking Household Supplies Co. Ltd., Foshan |
18,1 |
A785 |
|
Volksrepubliek China |
Zhejiang Harmonic Hardware Products Co. Ltd., Quzhou |
26,5 |
A786 |
|
Volksrepubliek China |
Greenwood Houseware (Zhuhai) Ltd., Guangdong |
22,7 |
A953 |
|
Volksrepubliek China |
Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China |
42,3 |
A999 |
3. De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die als volgt luidt: “Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid in kilogram en aantal stuks) strijkplanken die naar de Europese Unie zijn uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, zijn vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in de Volksrepubliek China. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.” Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor alle andere ondernemingen geldt.
4. Wanneer een aangifte voor het vrije verkeer wordt aangeboden voor het in lid 1 genoemde product, ongeacht de oorsprong ervan, wordt in het desbetreffende vak van die aangifte het aantal stuks van het ingevoerde product vermeld.
De lidstaten stellen de Commissie maandelijks in kennis van het aantal stuks dat onder de Taric-codes 3924 90 00 10, 4421 99 99 10, 7323 93 00 10, 7323 99 00 10, 8516 79 70 10 en 8516 90 00 51 is ingevoerd.
5. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 27 november 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.
(2) Verordening (EG) nr. 452/2007 van de Raad van 23 april 2007 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Oekraïne (PB L 109 van 26.4.2007, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2007/452/oj).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1243/2010 van de Raad van 20 december 2010 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China en vervaardigd door Since Hardware (Guangzhou) Co., Ltd. (PB L 338 van 22.12.2010, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2010/1243/oj).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 77/2010 van de Raad van 19 januari 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 452/2007 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op strijkplanken van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China (PB L 24 van 28.1.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2010/77/oj).
(5) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 270/2010 van de Raad van 29 maart 2010 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 452/2007 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op strijkplanken van oorsprong uit onder meer de Volksrepubliek China (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2010/270/oj).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 805/2010 van de Raad van 13 september 2010 betreffende het opnieuw instellen van antidumpingrechten op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China, geproduceerd door Foshan Shunde Yongjian Housewares and Hardware Co. Ltd., Foshan (PB L 242 van 15.9.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2010/805/oj).
(7) Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 1 oktober 2009, Foshan Shunde Yongjian Housewares & Hardware Co. Ltd./Raad, C-141/08 P, ECLI:EU:C:2009:598.
(8) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 987/2012 van de Raad van 22 oktober 2012 betreffende het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China, vervaardigd door Zhejiang Harmonic Hardware Products Co. Ltd. (PB L 297 van 26.10.2012, blz. 5, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2012/987/oj).
(9) Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 8 november 2011, Zhejiang Harmonic Hardware Products/Raad, zaak T-274/07, PB C 223 van 22.9.2007, blz. 15, CELEX: 62007TA0274.
(10) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 695/2013 van de Raad van 15 juli 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot intrekking van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van strijkplanken van oorsprong uit Oekraïne naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, en een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 198 van 23.7.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/695/oj).
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie van 1 oktober 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad, C/2019/6902 (PB L 252 van 2.10.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1662/oj).
(12) Bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C, C/2024/788, 16.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/788/oj).
(13) Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van strijkplanken van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C, C/2024/5916, 1.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5916/oj).
(14) https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2752.
(15) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie.
(16) Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations” (“Verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken”) (het “verslag”), 10 april 2024, SWD(2024) 91 final — punt 5.5, blz. 120.
(17) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 64.
(18) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 60.
(19) Verslag — punt 3.3.2, blz. 47.
(20) Verslag — punt 12.10, blz. 357.
(21) Verslag — punt 11.2.2, blz. 299.
(22) Verslag — punt 14.8, blz. 416.
(23) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 81.
(24) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 84.
(25) Verslag — punt 6.8, blz. 181.
(26) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie van 6 juni 2024 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden vanuit Marokko en de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1666/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie van 11 juli 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op platbulbstaal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Turkije; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie van 11 januari 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op navulbare vaten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China (http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1444/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie van 26 oktober 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde koudgewalste platte staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/2068/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie van 16 februari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/191/oj.
(27) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 80; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 208.
(28) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 60; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 38; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 192.
(29) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overwegingen 66 tot en met 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 40; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overwegingen 193 en 194. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de cellen van de Chinese Communistische Partij (“de CCP”) in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van ondernemingen kan mengen. Volgens het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie in het leven worden geroepen (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) en de onderneming dient de nodige voorwaarden te scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. De CCP heeft haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen echter in elk geval sinds 2016 nadrukkelijker als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het onderzochte product en de leveranciers van de inputs daarvoor.
(30) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overwegingen 61 tot en met 65; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 59; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 43; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overwegingen 195 tot en met 201.
(31) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 62; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 52; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 74; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 202.
(32) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 72; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 33; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 75; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 203.
(33) Zie Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 73; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 204.
(34) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overwegingen 99 en 100.
(35) World Bank Open Data — Upper Middle Income (https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income).
(36) Indien het onderzochte product in geen enkel land met een soortgelijk ontwikkelingsniveau wordt vervaardigd, kan er ook worden gekeken naar de fabricage van een product dat tot dezelfde algemene categorie en/of sector als het onderzochte product behoort.
(37) https://www.tuik.gov.tr/.
(38) Turks Instituut voor Statistiek (TURKSTAT).
(39) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 127.
(40) http://www.gtis.com/gta/secure/default.cfm.
(41) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.
(42) NACE Rev. 2 — Statistical classification of economic activities — Products Manuals and Guidelines — Eurostat.
(43) Verzoek om een nieuw onderzoek, punt 6.2.
(44) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 134.
(45) Verzoek om een nieuw onderzoek, punt 6.2 en bijlagen 8 en 9.
(46) Verzoek, punt 8.3.
(47) P. I-20, Investigation No. 731-TA-1047 (Third Review), Ironing Tables and Certain Parts Thereof from China, augustus 2021, beschikbaar op: https://www.usitc.gov/publications/701_731/pub5221.pdf.
(48) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 197.
(49) Ironing tables and certain parts thereof from China; Inv. No. 731-TA-1047 (Third Review), https://ids.usitc.gov/case/1585/investigation/5133 (laatstelijk geraadpleegd op 26 juni 2025).
(50) Ironing tables and certain parts thereof from China; Inv. No. 731-TA-1047 (Review), https://ids.usitc.gov/case/1585/investigation/2972 en https://www.govinfo.gov/content/pkg/FR-2010-06-28/pdf/2010-15631.pdf (laatstelijk geraadpleegd op 26 juni 2025).
(51) Ironing tables and certain parts thereof from China; Inv. No. 731-TA-1047 (Second Review), https://ids.usitc.gov/case/1585/investigation/4271 en https://www.govinfo.gov/content/pkg/FR-2010-06-28/pdf/2016-05172.pdf (laatstelijk geraadpleegd op 26 juni 2025).
(52) US International Trade Commission, Investigation No. 731- TA-1047 (Third Review), Ironing Tables and Certain Parts Thereof from China, augustus 2021, beschikbaar op: pub5221.pdf (laatstelijk geraadpleegd op 26 juni 2025).
(53) Federal Register, vol. 88, nr. 75, 19 april 2023, beschikbaar op: https://www.govinfo.gov/content/pkg/FR-2023-04-19/pdf/2023-08232.pdf (laatstelijk geraadpleegd op 26 juni 2025).
(54) Notice of determination 2020/35: anti-dumping duty on ironing boards originating in the People’s Republic of China, beschikbaar op: Notice of determination 2020/35: anti-dumping duty on ironing boards originating in the People’s Republic of China — GOV.UK. De antidumpingrechten die voortvloeiden uit de vorige NOVM-verordening en vervolgens werden overgenomen in het Verenigd Koninkrijk, zouden op 3 oktober 2024 vervallen. Overeenkomstig de mededeling “Notice of Initiation Transition Review No. TD0063 Anti-Dumping duty on ironing boards originating in the People’s Republic of China (PRC) Initiation of a Transition Review of Anti-Dumping Measure” heeft de Britse Trade Remedies Authority (“TRA”) op 30 september 2024 een “Transition Review” ingeleid, die hier kan worden geraadpleegd: https://www.trade-remedies.service.gov.uk/public/case/TD0063/submission/1c3d51b7-04e4-4b1f-b546-5c1760ffbb0b/.
(55) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 134.
(56) Verzoek, punt 98.
(57) Verzoek, punt 14.
(58) Verzoek, punt 98.
(59) Labour market and wage developments in Europe 2024 — Bureau voor publicaties van de EU, blz. 47.
(60) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 194.
(61) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1662 van de Commissie, overweging 188.
(62) Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.
(63) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2522 van de Commissie van 23 september 2024 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L, 2024/2522, 31.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2522/oj).
(64) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking) (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2386/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)