|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/2347 |
24.11.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/2347 VAN DE COMMISSIE
van 21 november 2025
inzake de vergoedingen en heffingen die worden opgelegd door het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2153
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (1), en met name artikel 126, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 120, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139 omvatten de inkomsten van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (“het Agentschap”) onder meer de vergoedingen die worden betaald door aanvragers en houders van door het Agentschap afgegeven certificaten, en door alle personen die een verklaring hebben geregistreerd bij het Agentschap, alsook de heffingen voor publicaties, behandeling van beroepen, opleiding en alle andere door het Agentschap verleende diensten. |
|
(2) |
In Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2153 van de Commissie (2) zijn de vergoedingen en heffingen uiteengezet die door het Agentschap worden opgelegd. De tarieven moeten echter worden aangepast om de volledige kosten van de activiteiten in verband met de door het Agentschap verleende diensten te dekken en tegelijkertijd een aanzienlijke accumulatie van overschotten te voorkomen, overeenkomstig artikel 126, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1139. |
|
(3) |
Enerzijds moeten de aangepaste vergoedingen en heffingen op transparante, eerlijke, niet-discriminerende en uniforme wijze worden vastgesteld en moet rekening worden gehouden met de prognoses van het Agentschap met betrekking tot zijn werklast, de daaraan verbonden kosten en andere relevante factoren. Anderzijds mogen de door het Agentschap opgelegde vergoedingen en heffingen het concurrentievermogen van de betrokken bedrijfstak van de Unie niet in gevaar brengen. Bij het vaststellen van die vergoedingen en heffingen moet voorts ook rekening worden gehouden met het vermogen van de betrokken natuurlijke en rechtspersonen, in het bijzonder micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), om de vergoedingen te betalen. |
|
(4) |
Rekening houdende met de operationele, financiële en administratieve beperkingen waarmee kmo’s te kampen hebben, is het passend eisen en processen toe te passen die evenredig zijn met de specifieke kenmerken van kmo’s en die onnodige administratieve lasten verlichten. Regelgevende technische voorschriften op het gebied van initiële en permanente luchtwaardigheid, personeelsvergunningen en -opleiding, vluchtuitvoeringen, luchtvaartnavigatiediensten en certificering van apparatuur en bijbehorende toewijzingsprocessen, worden derhalve aangepast aan en vereenvoudigd voor kmo’s. Het infrastructuurregister is aangepast aan de omvang en complexiteit van het desbetreffende product of de erkenning van de organisatie. Daarnaast verleent het Agentschap begeleiding en ondersteuning bij de toepassing van dergelijke voorschriften. |
|
(5) |
De veiligheid van de burgerluchtvaart moet de eerste prioriteit van het Agentschap zijn, maar gezien de omvang van zijn taken, zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2018/1139, en de middelen waarover het beschikt, moet het ook streven naar kostenefficiëntie. |
|
(6) |
Het Agentschap moet worden gemachtigd om vergoedingen en heffingen op te leggen voor certificeringstaken of andere diensten die niet specifiek vermeld zijn in de bijlage bij deze verordening, maar die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2018/1139 vallen of uit hoofde van andere relevante Uniewetgeving aan het Agentschap worden opgelegd, om de bijbehorende kosten te financieren. |
|
(7) |
De in artikel 68, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139 bedoelde overeenkomsten vormen gewoonlijk de basis voor de beoordeling van de werkelijke werkbelasting die gepaard gaat met de certificering van producten van derde landen. In beginsel is het proces waarbij het Agentschap certificaten valideert die zijn afgegeven door derde landen waarmee de Unie een passende overeenkomst heeft gesloten, beschreven in die overeenkomsten en leidt dit proces tot een andere werkbelasting dan die welke vereist is voor de certificeringsactiviteiten van het Agentschap. Dit is in de eerste plaats te wijten aan het feit dat het Agentschap tot op zekere hoogte kan vertrouwen op de certificeringsactiviteiten die de autoriteit van het derde land al heeft uitgevoerd in het kader van de desbetreffende overeenkomst, waardoor het Agentschap zelf minder werk heeft. Om rekening te houden met de verminderde werklast die gepaard gaat met dergelijke validaties, moeten de toepasselijke vergoedingen worden aangepast. |
|
(8) |
Met het oog op rechtszekerheid, administratieve efficiëntie en goed financieel beheer moeten termijnen worden vastgesteld voor de betaling van vergoedingen en heffingen die krachtens deze verordening worden opgelegd. |
|
(9) |
Wanneer een aanvraag wordt afgewezen of wanneer de uitvoering van een taak in verband met een aanvraag wordt onderbroken of beëindigd, moet, met het oog op financiële billijkheid en evenredigheid, bij de vaststelling van het bedrag van de verschuldigde vergoedingen rekening worden gehouden met de verminderde werklast. |
|
(10) |
Wanneer het Agentschap de beoordeling en verwerking van een nieuwe aanvraag tijdelijk uitstelt, mogen de toepasselijke vergoedingen pas in rekening worden gebracht wanneer het Agentschap begint met zijn werkzaamheden. |
|
(11) |
Om te garanderen dat zo veel mogelijk vergoedingen en heffingen worden betaald, moeten passende rechtsmiddelen worden vastgesteld in geval van wanbetaling en risico op wanbetaling. |
|
(12) |
De vestigingsplaats van ondernemingen op het grondgebied van de lidstaten mag niet tot ongelijke behandeling leiden. Bijgevolg moeten de reiskosten die verband houden met de certificeringstaken die voor ondernemingen worden uitgevoerd, worden samengeteld en over de aanvragers verdeeld. |
|
(13) |
Om de voorspelbaarheid te vergroten, moeten aanvragers de mogelijkheid krijgen om een raming te vragen van het bedrag dat voor certificeringstaken en -diensten moet worden betaald. In bepaalde gevallen moet het Agentschap een voorafgaande technische analyse uitvoeren om deze raming te kunnen opstellen. Het is gerechtvaardigd dat het Agentschap voor de kosten van die analyse wordt vergoed. |
|
(14) |
Om ongegrond of dilatoir beroep te ontmoedigen en een eerlijke procedure te waarborgen, moeten de kosten voor een beroep tegen besluiten van het Agentschap volledig worden betaald alvorens het beroep ontvankelijk kan worden verklaard. |
|
(15) |
Deze verordening moet de sector in staat stellen te anticiperen op het niveau van de vergoedingen en heffingen die zij moet betalen, maar het is ook nodig regelmatig na te gaan of dit niveau moet worden herzien overeenkomstig artikel 126, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1139. |
|
(16) |
Om belanghebbenden inzicht te verschaffen in de beweegredenen achter de vergoedingen, moeten zij informatie krijgen over de wijze waarop de vergoedingen worden berekend. Voorafgaand aan elke wijziging van de vergoedingen moeten zij ook worden geraadpleegd om de redenen voor elke voorgestelde wijziging toe te lichten. |
|
(17) |
Op 9 juli 2025 heeft de Commissie de raad van bestuur van het Agentschap geraadpleegd overeenkomstig artikel 98, lid 2, punt i), van Verordening (EU) 2018/1139. Op 10 september 2025 heeft de raad van bestuur een gunstig advies gegeven. |
|
(18) |
Gezien het aantal wijzigingen en omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2153 worden ingetrokken. |
|
(19) |
Om te garanderen dat de overgang van de regels van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2153 naar die van de onderhavige verordening soepel verloopt, met name voor lopende procedures, moeten overgangsbepalingen worden vastgesteld. |
|
(20) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 127, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1139 opgerichte comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
In deze verordening wordt bepaald voor welke activiteiten vergoedingen en heffingen verschuldigd zijn aan het Agentschap, alsook het bedrag van die vergoedingen en heffingen en de wijze waarop zij moeten worden betaald.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1) |
“vergoedingen”: de door het Agentschap in rekening gebrachte bedragen die aanvragers moeten betalen voor certificeringstaken; |
|
2) |
“heffingen”: de door het Agentschap in rekening gebrachte bedragen voor andere diensten dan certificeringstaken; |
|
3) |
“certificeringstaak”: elke direct of indirect door het Agentschap uitgevoerde activiteit voor de afgifte, verlenging of wijziging van certificaten en de registratie, verlenging of wijziging van verklaringen krachtens Verordening (EU) 2018/1139 (en de op basis van die verordening vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen); |
|
4) |
“dienst”: elke door het Agentschap uitgevoerde activiteit behalve certificeringstaken, met inbegrip van het leveren van goederen of het verlenen van technisch advies; |
|
5) |
“aanvrager”: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die het Agentschap om een certificeringstaak of dienst verzoekt; |
|
6) |
“facturatiecyclus”: de periode van twaalf maanden die wordt toegepast op meerjarige projecten en surveillancetaken, en die begint op:
|
|
7) |
“certificeringsspecificatie” of “CS”: een certificeringsspecificatie die is vastgesteld krachtens artikel 76, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1139 en bekendgemaakt op de website van het Agentschap; |
|
8) |
“VTOL”: een draagschroefluchtvaartuig of ander zwaarder-dan-lucht-luchtvaartuig dat in staat is verticaal op te stijgen en/of te landen; |
|
9) |
“HTOL”: een zwaarder-dan-lucht-luchtvaartuig dat geen VTOL is; |
|
10) |
“groot VTOL”: een draagschroefluchtvaartuig van categorie CS-29 of CS-27 CAT A; |
|
11) |
“klein VTOL”: een draagschroefluchtvaartuig van categorie CS-27 met een maximumstartgewicht (MTOW) van minder dan 3 175 kg en hoogstens vier zitplaatsen, exclusief de piloot; |
|
12) |
“middelgroot VTOL”: een ander CS-27-draagschroefluchtvaartuig; |
|
13) |
“zeer licht VTOL”: een eenvoudig ontworpen draagschroefluchtvaartuig met een MTOW van minder dan 600 kg en hoogstens twee zitplaatsen, met inbegrip van de piloot, niet aangedreven door turbine- en/of raketmotoren en beperkt tot VFR-vluchten overdag; |
|
14) |
“draagschroefluchtvaartuig”: een door een motor aangedreven zwaarder-dan-lucht-luchtvaartuig dat hoofdzakelijk afhankelijk is van de hefkracht die wordt opgewekt door maximaal twee rotors om in de lucht te kunnen blijven; |
|
15) |
“VTOL-luchtvaartuig” of “VCA”: een door een motor aangedreven zwaarder-dan-lucht-luchtvaartuig, met uitzondering van vleugelvliegtuigen of draagschroefluchtvaartuigen, dat in staat is verticaal op te stijgen en te landen door middel van hef- en stuwkrachteenheden die zorgen voor hefkracht tijdens het opstijgen en landen; |
|
16) |
““High performance”-luchtvaartuigen in de gewichtsklasse tot 5 700 kg”: vleugelvliegtuigen met een MMO (Maximum Operating Mach) van meer dan 0,6 en/of een maximale vlieghoogte van meer dan 25 000 voet; |
|
17) |
“kleine luchtschepen”:
|
|
18) |
“middelgrote luchtschepen”: gasluchtschepen met een volume tussen 2 000 m3 en 20 000 m3; |
|
19) |
“grote luchtschepen”: gasluchtschepen met een volume van meer dan 20 000 m3. |
Artikel 3
Vaststelling van de vergoedingen en heffingen
1. De vergoedingen en heffingen worden uitsluitend in overeenstemming met deze verordening door het Agentschap opgelegd en geïnd.
2. Tenzij anders bepaald in deze verordening, worden de vergoedingen en heffingen berekend volgens het in deel II van de bijlage vermelde uurtarief.
3. De lidstaten leggen geen vergoedingen op voor werkzaamheden die door het Agentschap worden uitgevoerd, zelfs niet wanneer zij deze voor rekening van het Agentschap uitvoeren. Het Agentschap vergoedt de lidstaten voor de werkzaamheden die zij voor rekening van het Agentschap uitvoeren.
4. Alle vergoedingen en heffingen worden uitgedrukt en betaald in euro.
5. De in de delen I, II en II bis van de bijlage vermelde bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan de inflatie, in overeenstemming met de methode die in deel IV van de bijlage is uiteengezet.
6. In afwijking van de vergoedingen als bedoeld in de bijlage, kunnen in een bilaterale overeenkomst specifieke bepalingen worden vastgesteld inzake vergoedingen voor certificeringstaken die worden uitgevoerd in het kader van die bilaterale overeenkomst.
Artikel 4
Betaling van de vergoedingen of heffingen
1. Het Agentschap stelt de wijze van betaling van de vergoedingen en heffingen vast en geeft aan onder welke voorwaarden het Agentschap vergoedingen en heffingen oplegt voor certificeringstaken en diensten. Het Agentschap publiceert deze voorwaarden op zijn website.
2. De aanvrager moet het volledige verschuldigde bedrag betalen binnen dertig kalenderdagen na de datum waarop de factuur naar de aanvrager is verstuurd.
3. Wanneer het Agentschap de betaling van een factuur niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn heeft ontvangen, mag het Agentschap rente in rekening brengen voor elke kalenderdag vertraging.
4. Het rentepercentage is de op de eerste kalenderdag van de maand van de vervaldag door de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie, verhoogd met acht procentpunten.
Artikel 5
Afwijzing of beëindiging om financiële redenen
1. Het Agentschap kan:
|
a) |
een aanvraag afwijzen als het de verschuldigde vergoedingen of heffingen niet heeft ontvangen na het verstrijken van de in artikel 4, lid 2, vermelde termijn; |
|
b) |
een aanvraag afwijzen of beëindigen als er aanwijzingen zijn dat de financiële draagkracht van de aanvrager in gevaar is, tenzij de aanvrager een bankgarantie of een zekerheid verstrekt; |
|
c) |
een aanvraag afwijzen of beëindigen in de gevallen die vermeld zijn in artikel 8, lid 4, tweede alinea; |
|
d) |
een aanvraag om overdracht van een certificaat of een aanvraag tot wijziging van eigendom afwijzen als de betalingsverplichtingen die voortvloeien uit de door het Agentschap uitgevoerde certificeringstaken of verleende diensten, niet zijn nagekomen. |
2. Alvorens te handelen overeenkomstig lid 1 overlegt het Agentschap met de aanvrager over de maatregel die het voornemens is te nemen.
3. Het Agentschap kan in zijn reglement van orde andere redenen voor de afwijzing of beëindiging van een aanvraag opnemen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:
|
a) |
niet-naleving door de aanvrager van de toepasselijke voorschriften van Verordening (EU) 2018/1139 en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen; |
|
b) |
een gebrek aan middelen binnen de structuur van de aanvrager om ervoor te zorgen dat alle activiteiten van de organisatie kunnen worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 en de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen daarvan. |
Artikel 6
Reiskosten
De reiskosten die worden gemaakt in het kader van de certificeringstaken en de dienstverlening worden uitsluitend in rekening gebracht overeenkomstig deel VI van de bijlage.
Artikel 7
Financiële raming
1. Op verzoek van een aanvrager, en met inachtneming van lid 2, verstrekt het Agentschap een financiële raming van de door de aanvrager te betalen vergoedingen of heffingen.
2. Wanneer de in lid 1 bedoelde financiële raming vanwege de verwachte complexiteit van het project een voorafgaande technische analyse door het Agentschap vereist, wordt de analyse per uur in rekening gebracht op grond van een overeenkomst tussen de aanvrager en het Agentschap.
3. Op verzoek van de aanvrager worden de activiteiten van het Agentschap opgeschort totdat de in lid 1 bedoelde financiële raming door het Agentschap is verstrekt en door de aanvrager is aanvaard.
4. De in lid 1 bedoelde financiële raming wordt in de volgende gevallen door het Agentschap gewijzigd:
|
a) |
de taak is eenvoudiger of kan sneller worden uitgevoerd dan oorspronkelijk voorzien; |
|
b) |
de taak is complexer en de uitvoering ervan duurt langer dan het Agentschap redelijkerwijs had kunnen voorzien. |
HOOFDSTUK II
VERGOEDINGEN
Artikel 8
Algemene bepalingen met betrekking tot de betaling van vergoedingen
1. Het volledige bedrag van de verschuldigde vergoeding moet worden betaald vóór de certificeringstaak wordt uitgevoerd, tenzij het Agentschap anders beslist na afweging van de financiële risico’s. Het Agentschap mag de vergoeding in één keer factureren nadat het de aanvraag heeft ontvangen of bij het begin van de jaarlijkse of de toezichtsperiode.
2. De door de aanvrager voor een bepaalde certificeringstaak te betalen vergoeding is:
|
a) |
een vaste vergoeding, zoals uiteengezet in deel I van de bijlage, of |
|
b) |
een variabele vergoeding. |
3. De in lid 2, punt b), bedoelde variabele vergoeding wordt vastgesteld door het werkelijke aantal gewerkte uren te vermenigvuldigen met het in deel II van de bijlage vermelde uurtarief.
4. Indien gerechtvaardigd op grond van technische omstandigheden die relevant zijn voor de vergoedingen en met instemming van de aanvrager, kan het Agentschap:
|
a) |
een aanvraag opnieuw indelen in een van de in de bijlage bij deze verordening vermelde categorieën; |
|
b) |
meerdere aanvragen bundelen tot één aanvraag, voor zover die aanvragen betrekking hebben op hetzelfde typeontwerp en op een van de volgende, ongeacht in welke combinatie:
|
Als de aanvrager niet instemt met de voorgestelde herindeling, kan het Agentschap de aanvraag of aanvragen afwijzen of beëindigen.
Artikel 9
Facturatieperioden
1. De in deel I, tabellen 1, 2 en 3, van de bijlage bedoelde vergoedingen worden opgelegd per aanvraag en per facturatiecyclus. Voor de periode na de eerste facturatiecyclus bedragen de vergoedingen 1/365ste van de relevante jaarvergoeding per dag.
2. De in deel I, tabel 4, van de bijlage vermelde vergoedingen worden geheven per aanvraag.
3. De in deel I, tabel 7A, van de bijlage vermelde vergoedingen worden als volgt geheven:
|
a) |
vergunningsvergoedingen en eenmalige kennisgevingsvergoedingen, per aanvraag; |
|
b) |
monitoringvergoedingen, per facturatiecyclus. |
4. De in deel I, tabel 8, van de bijlage bedoelde vergoedingen worden per facturatiecyclus geheven.
5. De in deel I, tabel 9A, van de bijlage bedoelde erkenningsvergoedingen worden per aanvraag en per facturatiecyclus geheven.
Voor de periode na de facturatiecyclus bedragen de erkenningsvergoedingen 1/365ste van de relevante jaarvergoeding per dag.
6. De in deel I, tabel 9A, van de bijlage bedoelde surveillancevergoedingen worden per facturatiecyclus geheven.
7. Ingrijpende wijzigingen van de in deel I, tabel 9A, van de bijlage bedoelde erkenningsvergoedingen worden per aanvraag geheven.
8. De in deel I, tabellen 9B tot en met 14 en tabellen 16A tot en met 22, van de bijlage bedoelde vergoedingen worden als volgt geheven:
|
a) |
erkenningsvergoedingen, per aanvraag; |
|
b) |
surveillancevergoedingen, per facturatiecyclus; |
|
c) |
vergoedingen voor de voorbereiding van een overdracht, per certificaat. |
9. Voor de toepassing van de vergoedingen als bedoeld in deel I, tabellen 9A tot en met 14 en tabellen 16A tot en met 22 van de bijlage, heeft elke wijziging van een organisatie die gevolgen heeft voor haar erkenning tot gevolg dat de surveillancevergoeding die verschuldigd is vanaf de volgende facturatiecyclus na de goedkeuring van de wijziging wordt herberekend.
10. De in deel I, tabel 8, van de bijlage bedoelde vergoedingen worden, voor de periode tussen de datum van afgifte van het certificaat en het begin van de eerste daaropvolgende facturatiecyclus, pro rata temporis berekend.
11. Als de herindeling van een aanvraag tot een wijziging van de toepasselijke vergoedingen leidt, worden de vergoedingen als volgt herberekend:
|
a) |
voor vergoedingen die per aanvraag worden geheven: vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag; |
|
b) |
voor vergoedingen die per aanvraag en per facturatiecyclus worden geheven: met ingang van de huidige facturatiecyclus en daarna; |
|
c) |
als het Agentschap meerdere aanvragen bundelt tot één aanvraag, overeenkomstig artikel 8, lid 4, punt b): met ingang van de datum die relevant wordt geacht voor de herindeling. |
12. De in deel I, tabellen 7B en 15, van de bijlage bedoelde vergoedingen worden geheven overeenkomstig de in de respectieve tabellen gespecificeerde facturatieperioden.
Artikel 10
Afwijzing van aanvragen, stopzetting en onderbreking van de uitvoering van taken die verband houden met aanvragen
1. Wanneer een aanvraag wordt afgewezen of de uitvoering van een taak in verband met een aanvraag wordt stopgezet of onderbroken, moeten de toepasselijke vergoedingen, samen met de bijbehorende reiskosten en alle andere verschuldigde bedragen, volledig worden betaald op het ogenblik dat het Agentschap stopt met de uitvoering van de taak, rekening houdend met de in de leden 2 en 3 bedoelde aanpassingen.
2. Wanneer een aanvraag wordt afgewezen of de uitvoering van een taak in verband met een aanvraag wordt stopgezet, wordt het saldo van alle verschuldigde vergoedingen als volgt berekend:
|
a) |
voor de in deel I, tabellen 1, 2 en 3, bedoelde vergoedingen en de in tabel 9A van de bijlage bedoelde erkenningsvergoedingen, geheven per aanvraag en per facturatiecyclus, bedraagt het saldo van de vergoedingen die voor de lopende facturatiecyclus verschuldigd zijn 1/365ste van de desbetreffende jaarvergoeding per dag, terwijl voor de perioden voorafgaand aan de lopende facturatiecyclus de toepasselijke vergoedingen verschuldigd blijven; |
|
b) |
voor de in deel I, tabellen 4, 15 en 19D, van de bijlage bedoelde vergoedingen en voor de in deel II van de bijlage bedoelde vaste vergoedingen, die per aanvraag worden geheven, bedraagt het saldo van de verschuldigde vergoedingen 50 % van de toepasselijke vergoeding; |
|
c) |
voor de in deel I, tabellen 9B tot en met 22, van de bijlage bedoelde vergoedingen, die per aanvraag worden geheven, wordt het saldo van de verschuldigde vergoedingen berekend op uurbasis, waarbij dit bedrag niet hoger mag liggen dan de toepasselijke vaste vergoeding; |
|
d) |
voor de in deel II van de bijlage bedoelde vergoedingen, die op uurbasis worden geheven, wordt het saldo van de verschuldigde vergoedingen berekend op uurbasis; |
|
e) |
voor vergoedingen die niet punt a) tot en met d) zijn vermeld, wordt het saldo berekend op uurbasis, tenzij anders overeenkomen tussen de aanvrager en het Agentschap. |
3. Wanneer de uitvoering van een taak in verband met een aanvraag tijdens de eerste facturatiecyclus wordt onderbroken, worden de vergoedingen voor die facturatiecyclus niet terugbetaald. Wanneer een dergelijke onderbreking van kracht wordt na de eerste facturatiecyclus, wordt het saldo van de verschuldigde vergoedingen berekend overeenkomstig de criteria van lid 2, punt a). Wanneer het Agentschap, na een onderbreking van de uitvoering van een taak die verband houdt met een aanvraag, de uitvoering van die taak hervat, legt het automatisch een nieuwe vergoeding op na het verstrijken van de door de aanvrager gekozen onderbrekingsperiode of eerder, op verzoek van de aanvrager, ongeacht de vergoedingen die reeds betaald zijn voor de onderbroken taak. De nieuwe vergoedingen bedragen 1/365ste van de desbetreffende jaarvergoeding per dag.
4. Het Agentschap kan de start van de evaluatie en de verwerking van een nieuwe aanvraag tijdelijk uitstellen wanneer dit noodzakelijk is wegens een uitzonderlijke en tijdelijke toename van gelijktijdige certificeringstaken en -diensten, in combinatie met een vermindering van de operationele capaciteit.
5. Het Agentschap ontwerpt en handhaaft een eerlijke, transparante en niet-discriminerende procedure met betrekking tot de voorwaarden waaronder de start van de verwerking van een aanvraag, zoals bedoeld in lid 4, kan worden uitgesteld. Het besluit om de start van de verwerking uit te stellen wordt met name gebaseerd op een beoordeling van de volgende factoren:
|
a) |
de beschikbaarheid van middelen; |
|
b) |
de geraamde werklast en duur; |
|
c) |
de gevolgen voor andere lopende activiteiten; |
|
d) |
de veiligheidsrelevantie van de aanvraag. |
Het Agentschap stelt de aanvrager onverwijld in kennis van het besluit om de start uit te stellen, met inbegrip van de redenen voor het uitstel en, indien mogelijk, een geraamd tijdschema voor de start van de evaluatie en de verwerking van de aanvraag.
6. Vergoedingen in verband met de aanvraag waarop de in lid 4 bedoelde uitgestelde start betrekking heeft, worden gefactureerd en worden van kracht vanaf de datum waarop het Agentschap begint met de uitvoering van de met die aanvraag verband houdende taken.
7. Voor de toepassing van dit hoofdstuk:
|
a) |
wordt de stopzetting van de uitvoering van een taak op verzoek van de aanvrager geacht van kracht te worden op de datum van ontvangst van het verzoek; |
|
b) |
wordt de stopzetting van de uitvoering van een taak op initiatief van het Agentschap geacht van kracht te worden op de datum waarop het besluit tot stopzetting wordt meegedeeld aan de aanvrager; |
|
c) |
wordt de onderbreking van de uitvoering van een taak op verzoek van de aanvrager geacht van kracht te worden op de door de aanvrager opgegeven datum, maar niet eerder dan de datum waarop het verzoek door het Agentschap wordt ontvangen. |
8. Met vergoedingen die betaald zijn voor een aanvraag waarvan de uitvoering van de taken is stopgezet, wordt geen rekening gehouden bij een daaropvolgende taak, zelfs niet als deze van dezelfde aard is als de stopgezette taak.
Artikel 11
Opschorting of intrekking van certificaten en uitschrijving van verklaringen
1. Indien het Agentschap de verschuldigde vergoedingen niet heeft ontvangen na het verstrijken van de in artikel 4, lid 2, vermelde termijn kan het het certificaat opschorten of intrekken, na raadpleging van de houder van het certificaat, of kan het de verklaring uitschrijven, na raadpleging van de afgever van de verklaring.
2. Als het Agentschap een certificaat opschort of een verklaring tijdelijk uitschrijft omdat de houder van het certificaat of de afgever van de verklaring niet voldoet aan de toepasselijke eisen of de jaarvergoeding of surveillancevergoeding niet betaalt, zal het Agentschap, ongeacht die opschorting, de jaarvergoeding of surveillancevergoeding in één keer blijven factureren aan het begin van de jaarlijkse periode of surveillanceperiode. Het Agentschap kan het desbetreffende certificaat intrekken of de desbetreffende verklaring definitief uitschrijven indien de houder van het certificaat of de afgever van de verklaring zijn betalingsverplichtingen niet binnen dertig kalenderdagen na de datum van kennisgeving van de opschorting nakomt. De intrekking van het certificaat of de definitieve uitschrijving van de verklaring wordt alleen opgeheven als het saldo van de vergoedingen die verschuldigd zijn voor de duur van de opschorting vooraf wordt betaald, samen met eventuele andere bedragen die op dat tijdstip verschuldigd zijn.
3. Als het Agentschap een certificaat intrekt of een verklaring definitief uitschrijft omdat de houder van het certificaat of de afgever van de verklaring de toepasselijke eisen niet naleeft of de jaarvergoeding of surveillancevergoeding niet betaalt, wordt het saldo van de vergoedingen voor de lopende facturatiecyclus als volgt berekend:
|
a) |
voor vaste jaarvergoedingen of surveillancevergoedingen die per certificaat of verklaring en per facturatiecyclus worden geheven, bedraagt het saldo van de verschuldigde vergoedingen 1/365ste van de desbetreffende vaste vergoeding per dag; |
|
b) |
voor jaarvergoedingen of surveillancevergoedingen die op uurbasis worden geheven, wordt het saldo van de verschuldigde vergoedingen berekend op uurbasis. |
De in de eerste alinea, punten a) en b), bedoelde bedragen moeten, samen met eventuele reiskosten en alle andere verschuldigde bedragen, volledig worden betaald op de datum waarop de intrekking of uitschrijving van kracht wordt.
Artikel 12
Teruggave of overdracht van certificaten en inactivering van vluchtnabootsingsinstrumenten
1. Als de certificaathouder een certificaat teruggeeft, wordt het saldo van eventuele verschuldigde vergoedingen voor de lopende facturatiecyclus als volgt berekend:
|
a) |
voor vaste jaarvergoedingen of surveillancevergoedingen die per certificaat en per facturatiecyclus worden geheven, 1/365ste van de desbetreffende vaste vergoeding per dag; |
|
b) |
voor jaarvergoedingen of surveillancevergoedingen die op uurbasis worden geheven, op uurbasis. |
De in de eerste alinea, punten a) en b), bedoelde bedragen moeten, samen met eventuele reiskosten en alle andere verschuldigde bedragen, volledig worden betaald op de datum waarop de teruggave van kracht wordt.
2. Wanneer een certificaat wordt overgedragen, zijn de in deel I, tabellen 8 tot en met 22, van de bijlage bedoelde vergoedingen door de nieuwe certificaathouder verschuldigd vanaf de facturatiecyclus die volgt op de datum waarop de overdracht van kracht wordt.
3. In de in deel I, tabel 14, van de bijlage bedoelde gevallen wordt de surveillancevergoeding voor een vluchtnabootsingsinstrument pro rata temporis verlaagd voor alle perioden waarin het toestel geïnactiveerd is, op voorwaarde dat de inactivering heeft plaatsgevonden op verzoek van de aanvrager.
Artikel 13
Certificeringstaken op uitzonderlijke basis
Indien de uitvoering van een bepaalde certificeringstaak vereist dat categorieën en/of aantallen personeelsleden moeten worden ingezet die het Agentschap normaliter niet zou inzetten volgens zijn standaardprocedures, wordt een uitzonderlijke correctie toegepast op de geheven vergoeding teneinde alle door het Agentschap gemaakte kosten te dekken.
HOOFDSTUK III
HEFFINGEN
Artikel 14
Algemene bepalingen met betrekking tot de betaling van heffingen
1. Het bedrag van de heffingen die het Agentschap overeenkomstig deel II van de bijlage oplegt, wordt gefactureerd aan het toepasselijke uurtarief.
2. Heffingen voor het verlenen van opleidingsdiensten worden opgelegd overeenkomstig deel II bis van de bijlage.
Artikel 15
Tijdstip waarop de heffingen worden opgelegd en facturatieperioden
1. Behoudens andersluidende beslissing van het Agentschap, worden de heffingen, na een afweging van de financiële risico’s, opgelegd vóór de dienst wordt verleend.
2. De in deel I, tabel 6, punt 1), van de bijlage bedoelde heffingen worden opgelegd per aanvraag en per facturatiecyclus. Voor de periode na de facturatiecyclus bedragen de heffingen 1/365ste van de relevante jaarlijkse heffing per dag.
3. De in deel I, tabel 5 en tabel 6, punt 2), van de bijlage vermelde heffingen worden opgelegd per aanvraag.
4. De in deel I, tabel 23, van de bijlage vermelde heffingen voor de afgifte van het milieulabel worden opgelegd per aanvraag. De in deel I, tabel 23, van de bijlage bedoelde verlengingsheffingen worden opgelegd per facturatiecyclus.
5. De heffingen voor het in deel I, tabel 24, van de bijlage bedoelde Data 4 Safety Platform worden opgelegd per aanvraag en per facturatiecyclus. De toegang tot het Data 4 Safety Platform wordt automatisch verlengd, tenzij de aanvrager het Agentschap ten minste negentig dagen voor het einde van de abonnementsperiode in kennis stelt van het einde van de abonneringsperiode.
6. Als de herindeling van een aanvraag leidt tot een wijziging van de toepasselijke heffing, worden de heffingen dienovereenkomstig herberekend met ingang van de datum van ontvangst van de aanvraag.
Artikel 16
Afwijzing van aanvragen, stopzetting en onderbreking van de uitvoering van taken die verband houden met aanvragen
1. Wanneer een aanvraag wordt afgewezen of de uitvoering van een taak in verband met een aanvraag wordt stopgezet of onderbroken, moeten de toepasselijke heffingen, samen met de bijbehorende reiskosten en alle andere verschuldigde bedragen, volledig worden betaald op het ogenblik dat het Agentschap stopt met de uitvoering van de taak, rekening houdend met de in de leden 2 en 3 bedoelde aanpassingen.
2. Wanneer een aanvraag wordt afgewezen of de uitvoering van een taak in verband met een aanvraag wordt stopgezet, wordt het saldo van alle verschuldigde heffingen als volgt berekend:
|
a) |
voor de in deel I, tabel 6, punt 1), en tabel 23, van de bijlage bedoelde heffingen, opgelegd per aanvraag en per facturatiecyclus, bedraagt het saldo van de heffingen die voor de lopende facturatiecyclus verschuldigd zijn 1/365ste van de desbetreffende jaarlijkse heffing per dag, terwijl voor de perioden voorafgaand aan de lopende facturatiecyclus de toepasselijke heffingen verschuldigd blijven; |
|
b) |
voor de in deel I, tabel 5 en tabel 6, punt 2), van de bijlage bedoelde heffingen en voor de in deel II van de bijlage bedoelde vaste heffingen, opgelegd per aanvraag, bedraagt het saldo van de verschuldigde heffingen 50 % van de toepasselijke heffing; |
|
c) |
voor de in deel I, tabel 24, van de bijlage bedoelde heffingen, opgelegd per aanvraag en per facturatiecyclus, is het saldo van de voor de lopende facturatiecyclus verschuldigde heffingen gelijk aan het volledige bedrag; |
|
d) |
voor de in deel II van de bijlage bedoelde heffingen, opgelegd op uurbasis, wordt het saldo van de verschuldigde heffingen berekend op uurbasis; |
|
e) |
voor heffingen die niet punten a) tot en met d) zijn vermeld, wordt het saldo berekend op uurbasis, tenzij anders overeenkomen tussen de aanvrager en het Agentschap. |
3. Wanneer de uitvoering van een taak in verband met een aanvraag tijdens de eerste facturatiecyclus wordt onderbroken, worden de heffingen voor die facturatiecyclus niet terugbetaald. Wanneer een dergelijke onderbreking van kracht wordt na de eerste facturatiecyclus, wordt het saldo van de verschuldigde heffingen berekend overeenkomstig de criteria van lid 2, punt a). Wanneer het Agentschap, na een onderbreking van de uitvoering van een taak die verband houdt met een aanvraag, de uitvoering van die taak hervat, legt het automatisch een nieuwe heffing op na het verstrijken van de door de aanvrager gekozen onderbrekingsperiode of eerder, op verzoek van de aanvrager, ongeacht de heffingen die reeds betaald zijn voor de onderbroken taak.
4. Voor de toepassing van dit hoofdstuk:
|
a) |
wordt de stopzetting van de uitvoering van een taak op verzoek van de aanvrager geacht van kracht te worden op de datum van ontvangst van het verzoek; |
|
b) |
wordt de stopzetting van de uitvoering van een taak op initiatief van het Agentschap geacht van kracht te worden op de datum waarop het besluit tot stopzetting wordt meegedeeld aan de aanvrager; |
|
c) |
wordt de onderbreking van de uitvoering van een taak op verzoek van de aanvrager geacht van kracht te worden op de door de aanvrager opgegeven datum, maar niet eerder dan de datum waarop het verzoek door het Agentschap wordt ontvangen. |
5. Met heffingen die betaald zijn voor een aanvraag waarvan de uitvoering is stopgezet, wordt geen rekening gehouden bij een daaropvolgende taak, zelfs niet als deze van dezelfde aard is als de stopgezette taak.
HOOFDSTUK IV
BEROEPSPROCEDURE
Artikel 17
Behandeling van een beroep
1. Voor de behandeling van overeenkomstig artikel 108 van Verordening (EU) 2018/1139 ingestelde beroepen worden heffingen opgelegd. Het bedrag van de heffingen wordt berekend overeenkomstig de methode van deel III van de bijlage bij deze verordening. Het beroep is slechts ontvankelijk nadat de heffing voor het instellen van het beroep is betaald binnen de in lid 3 van dit artikel bedoelde termijn.
2. Als het beroep wordt ingesteld door een rechtspersoon, moet deze bij het Agentschap een door een daartoe bevoegde ambtenaar ondertekend certificaat indienen, met vermelding van de omzet van de aanvrager. Dit certificaat moet samen met het beroep bij het Agentschap worden ingediend.
3. Heffingen voor de behandeling van een beroep worden betaald overeenkomstig de door het Agentschap vastgestelde toepasselijke procedure binnen zestig kalenderdagen na de datum waarop het beroep bij het Agentschap is ingediend.
4. Als het beroep in het voordeel van de aanvrager wordt uitgesproken, worden de heffingen voor het behandelen van het beroep onmiddellijk door het Agentschap terugbetaald.
HOOFDSTUK V
DE PROCEDURES VAN HET AGENTSCHAP
Artikel 18
Algemene bepalingen
Het Agentschap maakt een onderscheid tussen, enerzijds, ontvangsten en uitgaven die zijn toe te schrijven aan uitgevoerde certificeringstaken en verleende diensten, en, anderzijds, ontvangsten en uitgaven die zijn toe te schrijven aan activiteiten die uit andere inkomstenbronnen worden gefinancierd.
Daartoe:
|
a) |
worden de door het Agentschap opgelegde vergoedingen en heffingen op een afzonderlijke rekening gestort en in een afzonderlijke boekhouding bijgehouden; |
|
b) |
voert het Agentschap een analytische boekhouding voor de ontvangsten en uitgaven. |
Artikel 19
Evaluatie en herziening
1. Het Agentschap verstrekt de Commissie, de raad van beheer en het bij artikel 98, lid 4, van Verordening (EU) 2018/1139 opgerichte adviesorgaan van de belanghebbende partijen jaarlijks informatie over de onderdelen die als basis dienen voor het bepalen van het bedrag van de vergoedingen. Deze informatie omvat met name een kostenspecificatie betreffende vorige en volgende jaren.
2. Het Agentschap evalueert periodiek, en voor het eerst twee jaar na het begin van de toepassing van deze uitvoeringsverordening van de Commissie, de bijlage bij deze verordening om na te gaan of belangrijke informatie met betrekking tot de aannamen waarop de schatting van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap is gebaseerd, correct wordt weerspiegeld in de vergoedingen of heffingen die door het Agentschap worden opgelegd. Het Agentschap kan de Commissie wijzigingen van vergoedingen en heffingen voorstellen, met opgave van redenen.
HOOFDSTUK VI
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 20
Intrekking
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2153 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in deel VII van de bijlage.
Artikel 21
Overgangsbepalingen
1. Vergoedingen en heffingen voor facturatiecycli die op 1 januari 2026 aan de gang zijn, worden berekend overeenkomstig de versie van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2153 die van toepassing is op 31 december 2025.
2. De in deel II van de bijlage vermelde uurtarieven zijn van toepassing op alle op 1 januari 2026 lopende taken waarvoor vergoedingen of heffingen op uurbasis worden berekend.
3. In de gevallen waarin de in deel I, tabellen 18 tot en met 22, van de bijlage vastgestelde erkenningsvergoedingen anders van toepassing zouden zijn, worden de vergoedingen en heffingen voor aanvragen die vóór 1 januari 2026 worden ingediend, berekend overeenkomstig deel II van de bijlage totdat de uit die aanvragen voortvloeiende taken zijn voltooid.
Artikel 22
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2026.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 november 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1139/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2153 van de Commissie van 16 december 2019 inzake de vergoedingen en heffingen die worden geheven door het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 319/2014 (PB L 327 van 17.12.2019, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/2153/oj).
BIJLAGE
INHOUD
|
Deel I: |
Taken waarvoor een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht |
|
Deel II: |
Certificeringstaken of -diensten die op uurbasis in rekening worden gebracht |
|
Deel II bis: |
Heffingen voor het verlenen van opleidingsdiensten |
|
Deel III: |
Heffingen voor het instellen van beroep |
|
Deel IV: |
Jaarlijks inflatiepercentage |
|
Deel V: |
Toelichting |
|
Deel VI: |
Reiskosten |
|
Deel VII: |
Concordantietabel |
DEEL I
Taken waarvoor een vaste vergoeding in rekening wordt gebracht
Tabel 1
Typecertificaten, beperkte typecertificaten en European Technical Standard Order Authorisations
(als bedoeld in sectie A, subdeel B en subdeel O van bijlage I (deel 21) en sectie A, subdeel B en subdeel C, van bijlage Ib (deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie) (1)
|
|
Vaste vergoeding (EUR) |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met horizontale start en landing (HTOL) |
|
|
Meer dan 150 000 kg |
2 885 540 |
|
Van meer dan 55 000 kg tot en met 150 000 kg |
2 377 030 |
|
Van meer dan 22 000 kg tot en met 55 000 kg |
932 200 |
|
Van meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 2 730 tot en met 5 700 kg) |
590 660 |
|
Van meer dan 2 730 kg tot en met 5 700 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 1 200 tot en met 2 730 kg) |
196 530 |
|
Van meer dan 1 200 kg tot en met 2 730 kg (met inbegrip van HPA tot en met 1 200 kg) |
22 310 |
|
Tot en met 1 200 kg |
7 440 |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met verticale start en landing (VTOL) |
|
|
Groot |
668 440 |
|
Middelgroot |
267 390 |
|
Klein |
33 490 |
|
Zeer licht |
33 490 |
|
Ballonnen |
10 360 |
|
Luchtschepen groot |
60 300 |
|
Luchtschepen middelgroot |
22 970 |
|
Luchtschepen klein |
11 500 |
|
Aandrijving |
|
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
569 060 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot en met 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 200 kW tot en met 2 000 kW |
379 320 |
|
Niet-turbinemotoren of turbinemotoren met een opstijgvermogen tot en met 200 kW |
51 840 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
25 920 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW van meer dan 5 700 kg |
17 700 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW tot en met 5 700 kg |
5 050 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
2 530 |
|
Onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur |
|
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
13 060 |
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
7 470 |
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
4 340 |
|
Hulpaggregaat (APU) |
310 450 |
Tabel 2
Aanvullende typecertificaten
(als bedoeld in sectie A, subdeel E, van bijlage I (deel 21) en sectie A, subdeel E, van bijlage Ib (deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie)
|
|
|
Vaste vergoeding (EUR) |
|
|
|
|
Complex significant |
Significant |
Standaard |
Eenvoudig |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met horizontale start en landing (HTOL) |
||||
|
Meer dan 150 000 kg |
1 337 310 |
107 380 |
22 930 |
6 530 |
|
Van meer dan 55 000 kg tot en met 150 000 kg |
955 960 |
64 440 |
18 340 |
5 140 |
|
Van meer dan 22 000 kg tot en met 55 000 kg |
530 910 |
42 960 |
13 750 |
4 680 |
|
Van meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 2 730 tot en met 5 700 kg) |
407 750 |
25 780 |
9 180 |
4 680 |
|
Van meer dan 2 730 kg tot en met 5 700 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 1 200 tot en met 2 730 kg) |
168 440 |
7 880 |
3 620 |
1 810 |
|
Van meer dan 1 200 kg tot en met 2 730 kg (met inbegrip van HPA tot en met 1 200 kg) |
8 620 |
2 770 |
1 730 |
860 |
|
Tot en met 1 200 kg |
5 100 |
440 |
440 |
440 |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met verticale start en landing (VTOL) |
||||
|
Groot |
451 680 |
82 770 |
12 410 |
4 140 |
|
Middelgroot |
264 650 |
41 390 |
8 280 |
3 310 |
|
Klein |
21 170 |
16 570 |
6 210 |
2 080 |
|
Zeer licht |
13 490 |
1 560 |
690 |
440 |
|
Overige aan boord bestuurde luchtvaartuigen |
||||
|
Ballonnen |
5 100 |
1 470 |
690 |
440 |
|
Luchtschepen groot |
52 930 |
22 420 |
17 940 |
8 970 |
|
Luchtschepen middelgroot |
21 190 |
6 890 |
5 520 |
2 770 |
|
Luchtschepen klein |
10 560 |
3 450 |
2 770 |
1 390 |
|
Aandrijving |
||||
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
266 890 |
20 690 |
12 410 |
8 280 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot en met 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 200 kW tot en met 2 000 kW |
260 910 |
12 410 |
9 740 |
6 500 |
|
Niet-turbinemotoren of turbinemotoren met een opstijgvermogen tot en met 200 kW |
48 730 |
4 830 |
2 160 |
1 080 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
24 440 |
2 430 |
1 080 |
520 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW van meer dan 5 700 kg |
9 860 |
3 450 |
1 730 |
860 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW tot en met 5 700 kg |
3 000 |
2 580 |
1 290 |
660 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
1 520 |
1 290 |
660 |
320 |
|
Onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur |
||||
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
— |
— |
— |
— |
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
— |
— |
— |
— |
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
— |
— |
— |
— |
|
Hulpaggregaat (APU) |
191 340 |
10 350 |
6 910 |
3 450 |
Tabel 3
Ingrijpende wijzigingen en ingrijpende reparaties
(als bedoeld in sectie A, subdeel D en subdeel M, van bijlage I (deel 21) en sectie A, subdeel D en subdeel F, van bijlage Ib (deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie)
|
|
Vaste vergoeding (EUR) |
||||
|
|
Modelvergoeding (2) |
Complex significant |
Significant |
Standaard |
Eenvoudig |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met horizontale start en landing (HTOL) |
|||||
|
Meer dan 150 000 kg |
140 400 |
1 123 200 |
109 530 |
20 120 |
7 170 |
|
Van meer dan 55 000 kg tot en met 150 000 kg |
84 070 |
672 590 |
54 800 |
15 090 |
4 620 |
|
Van meer dan 22 000 kg tot en met 55 000 kg |
56 030 |
448 270 |
43 850 |
10 070 |
3 590 |
|
Van meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 2 730 tot en met 5 700 kg) |
44 830 |
358 650 |
27 410 |
5 030 |
3 590 |
|
Van meer dan 2 730 kg tot en met 5 700 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 1 200 tot en met 2 730 kg) |
21 210 |
169 740 |
7 530 |
3 510 |
1 740 |
|
Van meer dan 1 200 kg tot en met 2 730 kg (met inbegrip van HPA tot en met 1 200 kg) |
740 |
5 940 |
1 910 |
860 |
440 |
|
Tot en met 1 200 kg |
630 |
5 100 |
440 |
440 |
440 |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met verticale start en landing (VTOL) |
|||||
|
Groot |
42 340 |
338 760 |
75 030 |
15 010 |
5 000 |
|
Middelgroot |
26 470 |
211 720 |
40 010 |
10 000 |
3 500 |
|
Klein |
2 650 |
21 170 |
16 020 |
7 500 |
2 010 |
|
Zeer licht |
1 590 |
12 720 |
1 470 |
690 |
690 |
|
Overige aan boord bestuurde luchtvaartuigen |
|||||
|
Ballonnen |
630 |
5 100 |
1 470 |
690 |
690 |
|
Luchtschepen groot |
5 290 |
42 340 |
20 010 |
15 010 |
10 000 |
|
Luchtschepen middelgroot |
2 120 |
16 930 |
5 520 |
4 130 |
2 770 |
|
Luchtschepen klein |
1 050 |
8 470 |
2 770 |
2 060 |
1 390 |
|
Aandrijving |
|||||
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
18 430 |
147 480 |
13 820 |
5 080 |
3 060 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot en met 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 200 kW tot en met 2 000 kW |
15 880 |
127 030 |
7 500 |
2 540 |
1 530 |
|
Niet-turbinemotoren of turbinemotoren met een opstijgvermogen tot en met 200 kW |
2 650 |
21 210 |
2 250 |
1 040 |
700 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
1 320 |
10 600 |
1 040 |
520 |
520 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW van meer dan 5 700 kg |
660 |
5 310 |
1 850 |
700 |
700 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW tot en met 5 700 kg |
210 |
1 630 |
1 400 |
660 |
660 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
100 |
830 |
700 |
220 |
220 |
|
Onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur |
|||||
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
— |
— |
— |
— |
— |
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
— |
— |
— |
— |
— |
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
— |
— |
— |
— |
— |
|
Hulpaggregaat (APU) |
12 300 |
98 380 |
5 180 |
1 730 |
1 040 |
Tabel 4
Geringe wijzigingen en geringe reparaties
(als bedoeld in sectie A, subdeel D en subdeel M, van bijlage I (deel 21) en sectie A, subdeel D, van bijlage Ib (deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie)
|
|
Vaste vergoeding (3) (EUR) |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met horizontale start en landing (HTOL) |
|
|
Meer dan 150 000 kg |
2 650 |
|
Van meer dan 55 000 kg tot en met 150 000 kg |
2 650 |
|
Van meer dan 22 000 kg tot en met 55 000 kg |
2 650 |
|
Van meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 2 730 tot en met 5 700 kg) |
2 650 |
|
Van meer dan 2 730 kg tot en met 5 700 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 1 200 tot en met 2 730 kg) |
860 |
|
Van meer dan 1 200 kg tot en met 2 730 kg (met inbegrip van HPA tot en met 1 200 kg) |
700 |
|
Tot en met 1 200 kg |
440 |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met verticale start en landing (VTOL) |
|
|
Groot |
1 360 |
|
Middelgroot |
1 360 |
|
Klein |
1 360 |
|
Zeer licht |
690 |
|
Overige aan boord bestuurde luchtvaartuigen |
|
|
Ballonnen |
690 |
|
Luchtschepen groot |
2 410 |
|
Luchtschepen middelgroot |
1 360 |
|
Luchtschepen klein |
1 360 |
|
Aandrijving |
|
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
1 780 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot en met 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 200 kW tot en met 2 000 kW |
1 780 |
|
Niet-turbinemotoren of turbinemotoren met een opstijgvermogen tot en met 200 kW |
860 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
520 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW van meer dan 5 700 kg |
700 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW tot en met 5 700 kg |
660 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
450 |
|
Onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur |
|
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
2 610 |
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
1 500 |
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
870 |
|
Hulpaggregaat (APU) |
690 |
Tabel 5
Certificeringssteun voor validering
Steun voor de validering/aanvaarding van een EASA-certificaat door een autoriteit van een derde land, en technische bijstand in verband met activiteiten voor toezicht op de naleving
|
Dienstenpakket |
Vaste vergoeding (EUR) |
|
Groot |
3 510 |
|
Middelgroot |
1 400 |
|
Klein |
350 |
Tabel 6
Maintenance Review Board (MRB)
Steun in verband met de erkenning van het verslag van de Maintenance Review Board en herzieningen daarvan
|
Vaste vergoeding (EUR) |
|||
|
|||
|
CS-25 luchtvaartuigen |
491 400 |
||
|
CS-27 en CS-29 luchtvaartuigen |
210 600 |
||
|
Aanvullende typecertificaten |
70 200 |
||
|
|||
|
CS-25 meer dan 150 000 kg |
168 480 |
||
|
CS-25 van meer dan 55 000 kg tot en met 150 000 kg |
140 400 |
||
|
CS-25 van meer dan 22 000 kg tot en met 55 000 kg |
112 320 |
||
|
CS-25 van meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg |
56 160 |
||
|
CS-27 en CS-29 luchtvaartuigen |
42 120 |
||
|
Aanvullende typecertificaten |
28 080 |
||
In afwijking van punt 2 (Herziening van MRB-verslagen) van deze tabel wordt het in deel II van deze bijlage vastgestelde uurtarief, tot het niveau van de volledige heffing voor de desbetreffende tariefcategorie, in rekening gebracht voor de volgende categorieën luchtvaartuigen:
|
a) |
luchtvaartuigen die meer dan twintig jaar buiten productie zijn; |
|
b) |
luchtvaartuigen waarvan wereldwijd minder dan vijftig exemplaren zijn geproduceerd; |
|
c) |
luchtvaartuigen waarvan wereldwijd vijftig of meer exemplaren zijn geproduceerd, voor zover de certificaathouder aantoont dat er wereldwijd minder dan vijftig eenheden in gebruik zijn. Tabel 7A Vergunning en toezicht voor exploitanten uit derde landen (TCO)
Tabel 7B Verdere beoordeling van exploitanten uit derde landen (5)
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Tabel 8
Jaarvergoeding voor houders van typecertificaten, beperkte typecertificaten en European Technical Standard Order Authorisations van het EASA en van andere typecertificaten of European Technical Standard Order Authorisations die aanvaardbaar worden geacht volgens Verordening (EU) 2018/1139
(als bedoeld in sectie A, subdeel B en subdeel O, van bijlage I (deel 21) en sectie A, subdeel B en subdeel C, van bijlage Ib (deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
|
Vaste vergoeding (EUR) |
|
|
|
EU-ontwerp |
Niet-EU-ontwerp |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met horizontale start en landing (HTOL) |
||
|
Meer dan 150 000 kg |
1 621 840 |
505 820 |
|
Van meer dan 55 000 kg tot en met 150 000 kg |
1 369 570 |
385 380 |
|
Van meer dan 22 000 kg tot en met 55 000 kg |
412 690 |
154 640 |
|
Van meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 2 730 tot en met 5 700 kg) |
67 460 |
22 910 |
|
Van meer dan 2 730 kg tot en met 5 700 kg (met inbegrip van HPA van meer dan 1 200 tot en met 2 730 kg) |
7 470 |
2 490 |
|
Van meer dan 1 200 kg tot en met 2 730 kg (met inbegrip van HPA tot en met 1 200 kg) |
3 450 |
1 170 |
|
Tot en met 1 200 kg |
320 |
100 |
|
Aan boord bestuurde luchtvaartuigen met verticale start en landing (VTOL) |
||
|
Groot |
170 520 |
55 580 |
|
Middelgroot |
80 290 |
29 880 |
|
Klein |
33 530 |
12 170 |
|
Zeer licht |
5 190 |
1 730 |
|
Overige aan boord bestuurde luchtvaartuigen |
||
|
Ballonnen |
1 180 |
510 |
|
Luchtschepen groot |
5 620 |
1 870 |
|
Luchtschepen middelgroot |
3 450 |
1 150 |
|
Luchtschepen klein |
2 770 |
930 |
|
Aandrijving |
||
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht van meer dan 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 2 000 kW |
168 610 |
45 120 |
|
Turbinemotoren met een opstijgstuwkracht tot en met 25 KN of een opstijgvermogen van meer dan 200 kW tot en met 2 000 kW |
81 680 |
38 540 |
|
Niet-turbinemotoren of turbinemotoren met een opstijgvermogen tot en met 200 kW |
1 570 |
200 |
|
CS-22.H, CS-VLR App. B motoren |
860 |
440 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW van meer dan 5 700 kg |
590 |
310 |
|
Propeller voor gebruik op luchtvaartuigen met een MTOW tot en met 5 700 kg |
340 |
70 |
|
Propeller van klasse CS-22J |
320 |
100 |
|
Onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur |
||
|
Waarde van meer dan 20 000 EUR |
3 430 |
950 |
|
Waarde tussen 2 000 en 20 000 EUR |
1 810 |
650 |
|
Waarde van minder dan 2 000 EUR |
730 |
590 |
|
Hulpaggregaat (APU) |
123 380 |
14 760 |
In afwijking van deze tabel is het volgende van toepassing:
|
a) |
voor vrachtversies van luchtvaartuigen met een eigen typecertificaat wordt een coëfficiënt van 0,85 toegepast op de vergoeding voor de equivalente passagiersversie; |
|
b) |
voor houders van meerdere typecertificaten en/of beperkte typecertificaten van het EASA, European Technical Standard Order Authorisations van het EASA en/of andere typecertificaten of Technical Standard Order Authorisations wordt een korting van 25 % op de jaarlijkse vergoeding toegepast voor het vierde certificaat en de daaropvolgende certificaten die onder dezelfde vaste vergoeding vallen, in dezelfde categorie van vergoedingen; |
|
c) |
het in deel II van deze bijlage vastgestelde uurtarief, tot het niveau van de volledige vergoeding voor de betrokken categorie vergoedingen, wordt opgelegd in de volgende gevallen:
|
De in punt C vastgestelde criteria worden beoordeeld vanaf de 1e januari van het jaar waarin de respectieve factureringscyclus begint.
Gelet op de bovenstaande tabel en de afwijkingen wordt de periode waarin een factuur voor een vergoeding met betrekking tot permanente luchtwaardigheid retroactief kan worden aangepast, beperkt tot één jaar na de uitgifte van die factuur.
Tabel 9A
Erkenning als ontwerporganisatie
(als bedoeld in sectie A, subdeel J, van bijlage I (deel 21) en sectie A, subdeel E, van bijlage Ib (deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie)
|
Erkenningsvergoeding (EUR) |
|||||
|
|
1A |
1B 2A |
1C 2B 3A |
2C 3B |
3C |
|
Ingezette medewerkers minder dan 10 |
10 170 |
8 000 |
5 980 |
4 040 |
3 130 |
|
10 tot en met 49 |
28 600 |
20 430 |
12 260 |
8 170 |
— |
|
50 tot en met 399 |
126 640 |
95 010 |
63 260 |
48 470 |
— |
|
400 tot en met 999 |
253 300 |
189 910 |
158 280 |
133 250 |
— |
|
1 000 tot en met 2 499 |
506 580 |
— |
— |
— |
— |
|
2 500 tot en met 4 999 |
759 760 |
— |
— |
— |
— |
|
5 000 tot en met 7 000 |
813 620 |
— |
— |
— |
— |
|
Meer dan 7 000 |
4 221 150 |
— |
— |
— |
— |
|
Surveillancevergoeding (8) (EUR) |
|||||
|
|
1 A |
1 B 2 A |
1 C 2 B 3 A |
2 C 3 B |
3 C |
|
Ingezette medewerkers minder dan 10 |
11 050 |
8 360 |
5 990 |
4 040 |
3 120 |
|
10 tot en met 49 |
31 080 |
21 310 |
12 260 |
8 160 |
— |
|
50 tot en met 399 |
119 780 |
86 310 |
54 950 |
44 120 |
— |
|
400 tot en met 999 |
239 760 |
172 680 |
137 850 |
121 290 |
— |
|
1 000 tot en met 2 499 |
479 530 |
— |
— |
— |
— |
|
2 500 tot en met 4 999 |
719 300 |
— |
— |
— |
— |
|
5 000 tot en met 7 000 |
1 527 500 |
— |
— |
— |
— |
|
Meer dan 7 000 |
3 996 860 |
— |
— |
— |
— |
|
Vergoeding voor de goedkeuring van significante wijzigingen (9) (EUR) |
|||||
|
|
1A |
1B 2A |
1C 2B 3A |
2 C 3 B |
3C |
|
Ingezette medewerkers minder dan 10 |
910 |
910 |
760 |
600 |
460 |
|
10 tot en met 49 |
1 510 |
1 510 |
1 670 |
1 060 |
— |
|
50 tot en met 399 |
6 650 |
5 140 |
4 230 |
1 210 |
— |
|
400 tot en met 999 |
11 180 |
10 280 |
6 050 |
2 120 |
— |
|
1 000 tot en met 2 499 |
15 410 |
— |
— |
— |
— |
|
2 500 tot en met 4 999 |
20 550 |
— |
— |
— |
— |
|
5 000 tot en met 7 000 |
25 390 |
— |
— |
— |
— |
|
Meer dan 7 000 |
27 200 |
— |
— |
— |
— |
Tabel 9B
Alternatieve procedure voor erkenning als ontwerporganisatie
(zoals bedoeld in sectie A, subdeel J, van bijlage I (deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
Categorie |
Beschrijving |
Vergoeding (EUR) |
|
1A |
Typecertificering |
11 150 |
|
1B |
Typecertificering — Alleen permanente luchtwaardigheid |
4 460 |
|
2A |
Aanvullende typecertificaten en/of ingrijpende reparaties |
8 920 |
|
2B |
Aanvullende typecertificaten en/of ingrijpende reparaties — Alleen permanente luchtwaardigheid |
3 720 |
|
3A |
ETSOA |
8 920 |
|
3B |
ETSOA — Alleen permanente luchtwaardigheid |
4 460 |
Tabel 10
Erkenning als productieorganisatie
(als bedoeld in sectie A, subdeel G, van bijlage I (deel 21) en sectie A, subdeel G, van bijlage Ib (deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012)
|
Erkenningsvergoeding (EUR) |
|||
|
|
Hoogst geprijsde product van minder dan 5 000 EUR (10) |
Hoogst geprijsde product tussen 5 000 en 100 000 EUR (10) |
Hoogst geprijsde product van meer dan 100 000 EUR (10) |
|
Ingezette medewerkers minder dan 100 |
28 990 |
55 750 |
78 060 |
|
Tussen 100 en 499 |
44 610 |
89 210 |
156 120 |
|
Tussen 500 en 999 |
83 640 |
167 270 |
334 550 |
|
Tussen 1 000 en 4 999 |
223 030 |
446 050 |
1 115 130 |
|
Tussen 5 000 en 20 000 |
836 320 |
1 672 700 |
3 902 950 |
|
Meer dan 20 000 |
1 393 910 |
2 787 820 |
5 575 640 |
|
Surveillancevergoeding (EUR) |
|||
|
|
Hoogst geprijsde product van minder dan 5 000 EUR (10) |
Hoogst geprijsde product tussen 5 000 en 100 000 EUR (10) |
Hoogst geprijsde product van meer dan 100 000 EUR (10) |
|
Ingezette medewerkers minder dan 100 |
19 330 |
37 180 |
52 050 |
|
Tussen 100 en 499 |
29 740 |
59 470 |
104 060 |
|
Tussen 500 en 999 |
55 750 |
111 520 |
222 650 |
|
Tussen 1 000 en 4 999 |
148 680 |
297 370 |
743 420 |
|
Tussen 5 000 en 20 000 |
557 570 |
1 115 180 |
2 601 960 |
|
Meer dan 20 000 |
877 500 |
1 858 550 |
3 900 000 |
Tabel 11
Erkenning als onderhoudsorganisatie
(vermeld in bijlage II (deel 145) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie) (11)
|
|
Erkenningsvergoeding (12) (EUR) |
Surveillancevergoeding (12) (EUR) |
|
Ingezette medewerkers minder dan 5 |
5 190 |
3 970 |
|
Tussen 5 en 9 |
8 630 |
6 910 |
|
Tussen 10 en 49 |
34 570 |
21 410 |
|
Tussen 50 en 99 |
55 320 |
42 820 |
|
Tussen 100 en 499 |
73 930 |
57 240 |
|
Tussen 500 en 999 |
102 100 |
79 050 |
|
Meer dan 999 |
143 350 |
110 920 |
|
Technische bevoegdverklaringen |
Vaste vergoeding op basis van technische bevoegdverklaring (13) (EUR) |
Vaste vergoeding op basis van technische bevoegdverklaring (13) (EUR) |
|
A 1 |
29 460 |
22 800 |
|
A 2 |
6 710 |
5 190 |
|
A 3 |
13 390 |
10 360 |
|
A 4 |
1 330 |
1 040 |
|
B 1 |
13 390 |
10 360 |
|
B 2 |
6 710 |
5 190 |
|
B 3 |
1 330 |
1 040 |
|
C/D |
1 330 |
1 040 |
Tabel 12
Erkenning van een onderhoudsopleidingsorganisatie
(vermeld in bijlage IV (deel 147) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014)
|
|
Erkenningsvergoeding (EUR) |
Surveillancevergoeding (EUR) |
||
|
Ingezette medewerkers minder dan 5 |
5 190 |
3 970 |
||
|
Tussen 5 en 9 |
14 690 |
11 400 |
||
|
Tussen 10 en 49 |
31 600 |
29 230 |
||
|
Tussen 50 en 99 |
61 430 |
48 660 |
||
|
Meer dan 99 |
80 880 |
74 340 |
||
|
Vergoeding voor:
|
4 960 |
3 720 |
||
|
4 960 |
3 720 |
||
|
Vergoeding voor de tweede en volgende aanvullende opleidingscursus (15) (16) |
4 960 |
— |
Tabel 13
Erkenning van een organisatie voor het beheer van de permanente luchtwaardigheid van een derde land
(vermeld in bijlage V quater (Deel-CAMO) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014)
|
|
Vaste vergoeding (17) (EUR) |
|
|
Erkenningsvergoeding |
74 340 |
|
|
Surveillancevergoeding |
74 340 |
|
|
Technische bevoegdverklaringen |
Vaste vergoeding op basis van technische bevoegdverklaring (18) (EUR) — Initiële erkenning |
Vaste vergoeding op basis van technische bevoegdverklaring (18) (EUR) — Surveillance |
|
A1 = vleugelvliegtuigen van meer dan 5 700 kg |
18 590 |
18 590 |
|
A2 = vleugelvliegtuigen van 5 700 kg en minder |
9 290 |
9 290 |
|
A3 = helikopters |
9 290 |
9 290 |
|
A4: alle andere |
9 290 |
9 290 |
Tabel 14
Vluchtnabootsers (FSTD’s) en organisaties
(vermeld in Subdeel FSTD van bijlage VI (deel-ARA) en subdeel FSTD van bijlage VII (deel-ORA) van Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie (19)
|
Vergoeding voor de erkenning als organisatie (EUR) |
|||
|
Vaste vergoeding per locatie |
17 340 |
||
|
Erkenningsvergoeding voor de kwalificatie van vluchtnabootsers (EUR) |
|||
|
|
Uitrustingsconfiguratie één motor en één apparaat |
Uitrustingsconfiguratie twee motoren en/of twee apparaten |
Uitrustingsconfiguratie 3+ motoren en/of 3+ apparaten |
|
Volledige vluchtnabootser (FFS) |
45 080 |
55 490 |
64 500 |
|
Vluchtopleidingstoestel (FTD) |
19 080 |
22 560 |
31 560 |
|
|
Eénmotorig zuigermotor of gelijkwaardig |
Meermotorig zuigermotor of gelijkwaardig |
Eén-/meermotorig turboprop of turbofan of gelijkwaardig |
|
Opleidingstoestel voor vlucht- en navigatieprocedures (FNPT) |
13 870 |
19 080 |
26 020 |
|
Surveillancevergoeding organisatie (EUR) |
|||
|
Vaste vergoeding per locatie (complex) |
7 810 |
||
|
Vaste vergoeding per locatie (niet complex) |
3 900 |
||
|
Vergoeding voor surveillance van toestel (EUR) |
|||
|
Volledige vluchtnabootser (FFS) |
12 820 |
||
|
Volledige vluchtnabootser (FFS) — alleen vleugelvliegtuigen — onder voorbehoud van een bilaterale overeenkomst (20) |
3 930 |
||
|
Vluchtopleidingstoestel (FTD) |
7 310 |
||
|
|
Eénmotorig zuigermotor of gelijkwaardig |
Meermotorig zuigermotor of gelijkwaardig |
Eén-/meermotorig turboprop of turbofan of gelijkwaardig |
|
Opleidingstoestel voor vlucht- en navigatieprocedures (FNPT) |
5 210 |
6 940 |
10 400 |
|
Uitgebreid evaluatieprogramma (EEP) — Surveillancevergoeding organisatie (EUR) |
|||
|
Vaste vergoeding per locatie (complex) |
15 610 |
||
|
Vaste vergoeding per locatie (niet complex) |
7 810 |
||
|
Vergoeding voor surveillance van toestel (EUR) |
|||
|
|
EEP 3 jaar |
||
|
Volledige vluchtnabootser (FFS) |
5 740 |
||
|
Vluchtopleidingstoestel (FTD) |
3 430 |
||
|
|
Eénmotorig zuigermotor of gelijkwaardig |
Meermotorig zuigermotor of gelijkwaardig |
Eén-/meermotorig turboprop of turbofan of gelijkwaardig |
|
Opleidingstoestel voor vlucht- en navigatieprocedures (FNPT) |
2 670 |
3 240 |
4 630 |
|
|
EEP 2 jaar |
||
|
Volledige vluchtnabootser (FFS) |
|
|
7 460 |
|
Vluchtopleidingstoestel (FTD) |
|
|
4 450 |
|
|
Eénmotorig zuigermotor of gelijkwaardig |
Meermotorig zuigermotor of gelijkwaardig |
Eén-/meermotorig turboprop of turbofan of gelijkwaardig |
|
Opleidingstoestel voor vlucht- en navigatieprocedures (FNPT) |
3 300 |
4 170 |
6 080 |
Tabel 15
Aanvaarding van erkenningen die gelijkwaardig zijn aan “deel-145”- en “deel-147”-erkenningen in overeenstemming met toepasselijke bilaterale overeenkomsten
|
|
Vaste vergoeding (EUR) |
|
Nieuwe erkenningen, per aanvraag |
1 260 |
|
Voortzetting van bestaande erkenningen, per factureringscyclus |
1 260 |
Tabel 16A
Overdracht van het onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen (AMP)
(vermeld in M.1.3, punt ii), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1321/2014.
|
|
Technische bevoegdverklaringen |
|||
|
A1 |
A2 |
A3 |
A4 |
|
|
Vergoeding voor de voorbereiding van de overdracht (EUR) (21) |
7 750 |
4 650 |
7 750 |
4 650 |
Tabel 16B
Surveillance van het onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen
(vermeld in M.1.3, punt ii), van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1321/2014.
|
|
Surveillancevergoeding (EUR) (22) |
|||
|
|
Technische bevoegdverklaringen |
|||
|
Omvang van de vloot (23) |
A1 |
A2 |
A3 |
A4 |
|
Basis (0 tot 4 luchtvaartuigen) |
7 750 |
4 650 |
7 750 |
4 650 |
|
Laag (5 tot 19 luchtvaartuigen) |
15 500 |
9 300 |
15 500 |
9 300 |
|
Gemiddeld (20 tot 149 luchtvaartuigen) |
23 250 |
13 950 |
23 250 |
13 950 |
|
Hoog (meer dan 150 luchtvaartuigen) |
31 000 |
18 600 |
31 000 |
18 600 |
Tabel 17A
Overdracht van de Organisatie voor het beheer van de permanente luchtwaardigheid (CAMO)
(vermeld in bijlage V quater (Deel-CAMO) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 in het geval van een nieuwe toewijzing van verantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 64 of artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1139)
|
Vergoeding voor de voorbereiding van de overdracht (EUR) (24) |
20 000 |
Tabel 17B
Surveillance van een organisatie voor permanent beheer van de luchtwaardigheid
(vermeld in bijlage V quater (Deel-CAMO) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014 in het geval van een nieuwe toewijzing van verantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 64 of artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1139)
|
|
Technische bevoegdverklaringen |
|||
|
Omvang van de vloot (25) |
A1 |
A2 |
A3 |
A4 |
|
Surveillancevergoeding (EUR) (26) |
||||
|
Basis (0 tot 4 luchtvaartuigen) |
46 500 |
24 800 |
46 500 |
24 800 |
|
Laag (5 tot 9 luchtvaartuigen) |
86 800 |
49 600 |
86 800 |
49 600 |
|
Gemiddeld (10 tot 19 luchtvaartuigen) |
124 000 |
62 000 |
124 000 |
62 000 |
|
Gemiddeld-hoog (20 tot 149 luchtvaartuigen) |
232 500 |
86 800 |
232 500 |
86 800 |
|
Hoog (150 tot 249 luchtvaartuigen) |
310 000 |
124 000 |
310 000 |
124 000 |
|
Zeer hoog (meer dan 249 luchtvaartuigen) |
496 000 |
186 000 |
496 000 |
186 000 |
Tabel 18
Gecombineerde erkenning als luchtwaardigheidsorganisatie
(vermeld in bijlage IV quinquies (Deel-CAO) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014)
|
|
Erkenningsvergoeding (27) (EUR) |
Surveillancevergoeding (27) (EUR) |
|
Ingezette medewerkers minder dan 5 |
4 640 |
3 550 |
|
Tussen 5 en 9 |
7 720 |
6 170 |
|
Tussen 10 en 49 |
30 900 |
19 140 |
|
Tussen 50 en 99 |
49 450 |
38 280 |
|
Tussen 100 en 499 |
66 090 |
51 170 |
|
Tussen 500 en 999 |
91 270 |
70 660 |
|
Meer dan 999 |
128 140 |
99 150 |
|
Vaste vergoeding op basis van technische bevoegdverklaring voor bevoegdheid: Onderhoud |
Erkenningsvergoeding (28) (EUR) |
Surveillancevergoeding (28) (EUR) |
|
Vleugelvliegtuigen — andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen |
6 000 |
4 640 |
|
Vleugelvliegtuigen met een maximale startmassa (MTOM) van hoogstens 2 730 kg |
6 000 |
4 640 |
|
Helikopters — andere dan complexe motoraangedreven luchtvaartuigen |
11 970 |
9 260 |
|
Helikopters met een MTOM van hoogstens 1 200 kg, die gecertificeerd zijn tot vier inzittenden |
11 970 |
9 260 |
|
Luchtschepen |
1 190 |
930 |
|
Ballonnen |
1 190 |
930 |
|
Zweefvliegtuigen |
1 190 |
930 |
|
Volledige turbinemotoren |
6 000 |
4 640 |
|
Volledige zuigermotoren |
6 000 |
4 640 |
|
Elektrische motoren |
6 000 |
4 640 |
|
Andere componenten dan volledige motoren |
1 190 |
930 |
|
Niet-destructieve tests (NDT) |
1 190 |
930 |
|
Vaste vergoeding op basis van technische gegevens voor bevoegdheid: Beheer van de permanente luchtwaardigheid |
Erkenningsvergoeding (29) (EUR) |
Surveillancevergoeding (29) (EUR) |
|
Beheer van de permanente luchtwaardigheid |
15 000 |
15 000 |
Tabel 19A
Overdracht van Air Operator Certificates
|
|
Individueel AOC |
Meerdere AOC’s |
|
Vergoeding voor de voorbereiding van de overdracht (EUR) |
30 000 |
50 000 |
Tabel 19B
Eerste erkenning van Air Operator Certificates (30)
|
Categorie luchtvaartuig |
Erkenningsvergoeding (EUR) |
Vergoeding aanvullend type (EUR) |
|
HTOL van meer dan 55 000 kg |
500 000 |
31 000 |
|
HTOL van meer dan 22 000 kg tot en met 55 000 kg |
450 000 |
25 000 |
|
HTOL van meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg |
425 000 |
15 500 |
|
HTOL tot en met 5 700 kg |
400 000 |
7 750 |
|
VTOL Groot |
500 000 |
31 000 |
|
VTOL Middelgroot |
450 000 |
15 500 |
|
VTOL Klein |
400 000 |
7 750 |
|
VTOL-geschikte luchtvaartuigen |
215 000 |
7 750 |
|
Aanvullende bijzondere erkenningen |
||
|
|
Type aanpassing |
Vergoeding voor bijzondere erkenningen (EUR) |
|
Toevoeging van één specifieke goedkeuring met betrekking tot vluchtuitvoeringsspecificaties (met uitzondering van prestatiegebaseerde navigatie, empirisch onderbouwde opleiding, langeafstandsvluchten met tweemotorige vleugelvliegtuigen en elektronische vliegtassen) |
Groot |
15 500 |
|
Toevoeging van één specifieke erkenning met betrekking tot vluchtuitvoeringsspecificaties (prestatiegebaseerde navigatie, empirisch onderbouwde opleiding, langeafstandsvluchten met tweemotorige vleugelvliegtuigen en elektronische vliegtassen) |
Significant |
31 000 |
Tabel 19C
Surveillance van Air Operator Certificates (31)
|
Categorie luchtvaartuig |
Totaal aantal in gebruik zijnde luchtvaartuigen |
Surveillancevergoeding (EUR) |
Vergoeding aanvullend type (EUR) |
|
HTOL van meer dan 55 000 kg |
0 -9 |
188 000 |
31 000 |
|
10 -49 |
230 000 |
||
|
50 -99 |
285 000 |
||
|
100 -149 |
340 000 |
||
|
150 -199 |
395 000 |
||
|
200 + |
450 000 |
||
|
HTOL van meer dan 22 000 kg tot en met 55 000 kg |
0 -9 |
179 000 |
25 000 |
|
10 -49 |
221 000 |
||
|
50 -99 |
263 000 |
||
|
100 -149 |
305 000 |
||
|
150 -199 |
347 000 |
||
|
200 + |
389 000 |
||
|
HTOL van meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg |
0 -9 |
160 000 |
15 500 |
|
10 -49 |
203 000 |
||
|
50 -99 |
246 000 |
||
|
100 + |
289 000 |
||
|
HTOL tot en met 5 700 kg |
0 -9 |
136 000 |
7 750 |
|
10 -49 |
167 000 |
||
|
50 -99 |
198 000 |
||
|
100 + |
229 000 |
||
|
VTOL Groot |
0 -9 |
174 000 |
31 000 |
|
10 -49 |
226 000 |
||
|
50 -99 |
278 000 |
||
|
100 + |
330 000 |
||
|
VTOL Middelgroot |
0 -9 |
164 000 |
15 500 |
|
10 -49 |
209 000 |
||
|
50 -99 |
254 000 |
||
|
100 + |
299 000 |
||
|
VTOL Klein |
0 -9 |
145 000 |
7 750 |
|
10 -49 |
182 000 |
||
|
50 -99 |
219 000 |
||
|
100 + |
256 000 |
||
|
VTOL-geschikte luchtvaartuigen |
0 -9 |
145 000 |
7 750 |
|
10 -49 |
182 000 |
||
|
50 -99 |
219 000 |
||
|
100 + |
256 000 |
Tabel 19D
Wijzigingen in het Air Operator Certificate
|
Indeling van wijzigingen |
Erkenningsvergoeding (EUR) |
|
Klein |
2 500 |
|
Middelgroot |
7 500 |
|
Groot |
15 500 |
|
Significant |
31 000 |
Tabel 20A
Overdracht van erkende opleidingsorganisaties (ATO)
(in het geval van een nieuwe toewijzing van verantwoordelijkheid overeenkomstig artikel 64 of artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1139)
|
Aantal ATO’s |
Vergoeding voor de voorbereiding van de overdracht (EUR) |
|
Individuele ATO |
22 400 |
|
Twee ATO’s |
26 800 |
|
Drie ATO’s |
29 100 |
|
Meer dan drie ATO’s |
33 500 |
Tabel 20B
Erkende opleidingsorganisatie
|
Groep |
Erkenningsvergoeding (EUR) |
Surveillancevergoeding (32) (EUR) |
|
I |
34 100 |
10 100 |
|
II |
42 800 |
17 400 |
|
III |
62 000 |
26 600 |
|
IV |
83 100 |
53 200 |
|
V |
158 100 |
140 200 |
|
VI |
210 800 |
203 800 |
Tabel 21
Erkenning van ATM/ANS-organisatie
(vermeld het toepassingsgebied van de dienst overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/373 van de Commissie (33)
|
|
Omvang van de organisatie |
||
|
|
Klein |
Middelgroot |
Groot |
|
Erkenningsvergoeding (EUR) |
|||
|
Datadiensten (DAT) type 1 of type 2 |
55 000 |
63 000 |
77 000 |
|
Datadiensten (DAT) type 1 en type 2 |
63 000 |
83 000 |
110 000 |
|
ATM-netwerkfuncties (NF) |
— |
— |
558 000 |
|
Luchtvaartinlichtingendiensten (Aeronautical Information Services, AIS) |
83 000 |
122 000 |
174 000 |
|
Ontwerp van vliegprocedures (FPD) |
42 000 |
62 000 |
87 000 |
|
Communicatie (C) |
138 000 |
212 000 |
310 000 |
|
Navigatie (N) |
138 000 |
212 000 |
310 000 |
|
Surveillance (S) |
138 000 |
212 000 |
310 000 |
|
Meteorologische diensten (MET) |
83 000 |
122 000 |
174 000 |
|
Surveillancevergoeding (EUR) (34) |
|||
|
Datadiensten (DAT) type 1 of type 2 |
39 000 |
45 000 |
55 000 |
|
Datadiensten (DAT) type 1 en type 2 |
45 000 |
59 000 |
78 000 |
|
ATM-netwerkfuncties (NF) |
— |
— |
279 000 |
|
Luchtvaartinlichtingendiensten (Aeronautical Information Services, AIS) |
59 000 |
87 000 |
124 000 |
|
Ontwerp van vliegprocedures (FPD) |
30 000 |
44 000 |
62 000 |
|
Communicatie (C) |
69 000 |
106 000 |
155 000 |
|
Navigatie (N) |
69 000 |
106 000 |
155 000 |
|
Surveillance (S) |
69 000 |
106 000 |
155 000 |
|
Meteorologische diensten (MET) |
59 000 |
87 000 |
124 000 |
Tabel 22
Erkenning van ATM/ANS-ontwerp- of -productieorganisatie
(vermeld het toepassingsgebied van de dienst overeenkomstig artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1769 van de Commissie (35))
|
Omvang van de organisatie |
Erkenningsvergoeding (EUR) |
Surveillancevergoeding (36) (EUR) |
|
Klein |
30 380 |
27 280 |
|
Eenvoudig |
114 080 |
98 270 |
|
Standaard |
164 300 |
145 080 |
|
Complex |
254 520 |
225 690 |
Tabel 23
Milieulabelsysteem (Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en de Raad (37)
|
|
Vergoeding per label (EUR) |
|
90 |
|
|
60 |
Tabel 24
Data 4 Veiligheidsplatform (D4S)
Dienst voor het verlenen van toegang tot luchtvaartinlichtingen en -analyses over de Europese luchtvaartsector
|
|
Dienstverleningsniveau |
|
|
|
Elementair |
Geavanceerd |
|
D4S-abonnementskosten (EUR) (41) |
— |
50 000 |
|
Niet-D4S-lid — abonnementskosten EU-partner (EUR) |
50 000 |
100 000 |
|
Niet-D4S-lid — abonnementskosten niet-EU-partner (EUR) |
75 000 |
150 000 |
DEEL II
Certificeringstaken of -diensten die op uurbasis in rekening worden gebracht
Uurtarief
|
Toepasselijk uurtarief (EUR/uur) |
347 |
Uurbasis volgens de betrokken taken (42):
|
Productie zonder erkenning |
Werkelijk aantal uren |
|
Overdracht van certificaten |
Werkelijk aantal uren |
|
Wijzigingen van het certificaat van erkende opleidingsorganisatie die niet door de surveillancevergoeding worden gedekt |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificaat van luchtvaartgeneeskundig centrum |
Werkelijk aantal uren |
|
Grensoverschrijdende luchtvaartnavigatiediensten (ATS, ATFM, ASM, CNS, MET) |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificering van ATM/ANS-apparatuur |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificering van apparatuur van een luchtvaartterrein |
Werkelijk aantal uren |
|
Verklaring van apparatuur van een luchtvaartterrein |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificaat van opleidingsorganisatie voor luchtverkeersleiders |
Werkelijk aantal uren |
|
Aanvaarding van verslagen van de raad voor operationele evaluatie |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificeringssteun voor validering: Individuele dienst |
Werkelijk aantal uren |
|
Vluchtnabootsers: Andere speciale activiteiten |
Werkelijk aantal uren |
|
Wijzigingen van alternatieve procedures voor erkenning als ontwerporganisatie |
Werkelijk aantal uren |
|
Eerste erkenning van het onderhoudsprogramma voor luchtvaartuigen |
Werkelijk aantal uren |
|
Organisatiecertificaat van U-spacedienstverleners (USSP) |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificaat van exploitant van lichte UAS (LUC) |
Werkelijk aantal uren |
|
Verificatie van het ontwerp van UAS die worden geëxploiteerd in de categorie “specifiek” |
Werkelijk aantal uren |
|
UAS die worden geëxploiteerd in de categorie “gecertificeerd” |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificering van VTOL-geschikte luchtvaartuigen (VCA) |
Werkelijk aantal uren |
|
Certificering van elektrische motoren en certificering van elektrische en hybride aandrijfsystemen (EHPS) |
Werkelijk aantal uren |
|
Activiteiten op het gebied van permanente luchtwaardigheid in verband met aanvullende typecertificaten |
Werkelijk aantal uren |
|
Voorafgaande registratie van een verklaring van overeenstemming met het ontwerp |
Werkelijk aantal uren |
|
Innovatiediensten |
Werkelijk aantal uren |
|
Goedkeuring van opleidingscursussen op grond van artikel 92 van Verordening (EU) 2018/1139 |
Werkelijk aantal uren |
|
Exportcertificaat van luchtwaardigheid (E-CoA) voor CS-25-luchtvaartuigen |
6 uur |
|
Exportcertificaat van luchtwaardigheid (E-CoA) voor andere luchtvaartuigen |
2 uur |
|
Alternatieve methoden om luchtwaardigheidsvoorschriften na te leven (AMOC) |
4 uur |
|
Erkenning van vluchtomstandigheden voor vliegvergunning |
3 uur |
|
Basis-STC één serienummer |
2 uur |
|
Administratieve herafgifte van documenten zonder technische tussenkomst |
1 uur |
|
Controle van de bekwaamheden |
1 uur |
|
Verklaring van ontwerpvermogen (aanvraag voor verklaarde ontwerporganisatie) |
3 uur |
|
Verklaring van ATM/ANS-apparatuur |
3 uur |
DEEL II BIS
Heffingen voor het verlenen van opleidingsdiensten
A. Opleidingsdiensten waarvoor heffingen worden opgelegd
|
1. |
Met inachtneming van punt B worden heffingen voor opleidingsdiensten als volgt opgelegd door personeel van het Agentschap in het kader van de uitoefening van hun functie:
|
|
2. |
Klassikale opleidingen door verstrekkers van opleidingsdiensten, op contractuele basis, intern of op verplaatsing, worden in rekening gebracht op basis van de totale kosten van elke cursus, gedeeld door de gemiddelde omvang van de klas. |
|
3. |
Voor opleidingsdiensten buiten de gebouwen van het Agentschap, waarbij de organisatie die de opleiding aanvraagt geen passende opleidingsfaciliteiten ter beschikking stelt, worden de bijbehorende directe kosten in rekening gebracht. |
B. Vrijstelling van de in het aanhangsel bedoelde heffingen
Het Agentschap kan vrijstelling verlenen van de in het aanhangsel vastgestelde heffingen voor opleidingsdiensten die worden verstrekt aan:
|
a) |
nationale luchtvaartautoriteiten, internationale organisaties of andere belangrijke stakeholders, indien wordt gewaarborgd dat zij opleidingsdiensten van vergelijkbaar nut verstrekken aan het Agentschap; |
|
b) |
openbare of privéuniversiteiten of soortgelijke organisaties, als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
|
|
c) |
personen die de activiteiten van het Agentschap ondersteunen of eraan deelnemen, en die de opleiding nodig hebben om kennis te vergaren van de processen van het Agentschap en de gespecialiseerde instrumenten in verband met deze activiteiten. |
Aanhangsel bij deel II bis
|
Klassikale opleiding |
Duur van de opleiding in dagen |
|||||||
|
0,5 |
1 |
1,5 |
2 |
2,5 |
3 |
4 |
5 |
|
|
Heffing individuele opleiding (EUR/dag) |
620 |
1 000 |
1 300 |
1 530 |
1 770 |
2 000 |
2 420 |
2 810 |
|
Heffing sessie (EUR/dag) |
4 910 |
8 000 |
10 390 |
12 210 |
14 180 |
16 010 |
19 380 |
22 460 |
|
Online-opleiding |
Duur van de opleiding in uren |
|||||||
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
|
|
Heffing individuele opleiding (EUR/uur) |
70 |
140 |
210 |
280 |
350 |
420 |
490 |
560 |
DEEL III
Heffingen voor het instellen van beroep
De heffingen voor het instellen van beroep worden als volgt berekend: de vaste heffing wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt die wordt vermeld voor de overeenkomstige heffingencategorie voor de persoon of organisatie in kwestie.
|
Vaste heffing |
10 000 (EUR) |
|
Categorie heffingen voor natuurlijke personen |
Coëfficiënt |
|
|
0,10 |
|
Categorie heffingen voor rechtspersonen, overeenkomstig de omzet (in EUR) van de organisatie die het beroep instelt |
Coëfficiënt |
|
Minder dan 100 001 |
0,25 |
|
Tussen 100 001 en 1 200 000 |
0,50 |
|
Tussen 1 200 001 en 2 500 000 |
0,75 |
|
Tussen 2 500 001 en 5 000 000 |
1,00 |
|
Tussen 5 000 001 en 50 000 000 |
2,50 |
|
Tussen 50 000 001 en 500 000 000 |
5,00 |
|
Tussen 500 000 001 en 1 000 000 000 |
7,50 |
|
Meer dan 1 000 000 000 |
10,00 |
DEEL IV
Jaarlijks inflatiepercentage
|
Te gebruiken jaarlijks inflatiepercentage: |
“Eurostat GICP (alle bestanddelen) — Europese Unie alle landen” (2015 = 100) Procentuele wijziging/gemiddelde van twaalf maanden |
|
Waarde van het in aanmerking te nemen percentage: |
Waarde van het percentage drie maanden vóór de toepassing van de indexering |
DEEL V
Toelichting
|
1. |
Voor “High performance”-luchtvaartuigen in de gewichtscategorie tot en met 5 700 kg, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 16), wordt de heffing in rekening gebracht van één categorie hoger dan de categorie die wordt bepaald door hun maximale startgewicht (MTOW), maar hoogstens die van de categorie “meer dan 5 700 kg tot en met 22 000 kg”. |
|
2. |
In deel I, tabellen 1 tot en met 4 en tabel 8, van deze bijlage verwijzen de waarden van de “onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur” naar de relevante catalogusprijzen van de fabrikant. |
|
3. |
Voor vergoedingen die worden opgelegd overeenkomstig deel I, tabellen 2, 3, 4 en 8, van deze bijlage wordt de toepasselijke vergoedingscategorie per aanvraag bepaald door de vergoedingscategorie die is toegewezen aan het desbetreffende typeontwerp. Indien meerdere modellen gecertificeerd zijn onder één typeontwerp, geldt de vergoedingscategorie van de meerderheid van deze modellen. In het geval van een gelijkmatige verdeling over de vergoedingscategorieën, geldt de hoogste vergoedingscategorie. Voor aanvragen die betrekking hebben op meerdere typeontwerpen, geldt de hoogste vergoedingscategorie. |
|
4. |
Als een aanvraag het concept van de vaststelling van een erkende modellenlijst (AML) omvat, wordt de overeenkomstige vergoeding verhoogd met 20 %. Voor de herziening van een erkende modellenlijst gelden de vergoedingen van deel I, tabellen 2, 3 en 4, van deze bijlage. Het concept “lijst van goedgekeurde modellen” verwijst naar modellen die op grond van verschillende typeontwerpen zijn gecertificeerd. |
|
5. |
In deel I, tabellen 2 en 3, van deze bijlage verwijzen “Eenvoudig”, “Standaard”, “Significant” en “Complex significant” naar het volgende:
|
|
6. |
In deel I, tabel 5, van deze bijlage verwijst “klein” naar aanvragen die worden behandeld zonder technische betrokkenheid, “groot” naar de valideringssteun die van toepassing is op grote vleugelvliegtuigen, grote draagschroefvliegtuigen en turbinemotoren, “middelgroot” naar de valideringssteun die van toepassing is op andere productcategorieën en onderdelen en niet-geïnstalleerde apparatuur. Technische bijstand/ondersteuning met betrekking tot activiteiten op het gebied van toezicht op de naleving en valideringsondersteuning wordt aan heffingen onderworpen als individuele dienst indien het Agentschap bevestigt dat de vereiste inspanning aanzienlijk groter is dan de vooraf gedefinieerde dienstenpakketten. |
|
7. |
In deel I, tabel 7A, van deze bijlage worden TCO’s ingedeeld in de categorie “Licht” als de capaciteit van het grootste luchtvaartuig hoogstens 19 passagiers en de MTOM van het zwaarste luchtvaartuig op de TCO-vergunning minder dan 55 000 kg bedraagt. TCO’s worden ingedeeld in de categorie “Zwaar” als de capaciteit van het grootste luchtvaartuig meer dan 19 passagiers en de MTOM van het zwaarste luchtvaartuig op de TCO-vergunning minstens 55 000 kg bedraagt. TCO’s voor VTOL worden als “Licht” beschouwd. |
|
8. |
In deel I, tabel 9A, van deze bijlage worden ontwerporganisaties als volgt ingedeeld:
|
|
9. |
Bepalingen voor de uitvoering van bijlage Ib (deel 21 Light) bij Verordening (EU) nr. 748/2012:
Proces voor deel 21 Light Certified:
Proces voor deel 21 Light Declared:
Voor verklaarde ontwerporganisaties:
Voor verklaarde productieorganisaties:
|
|
10. |
Het aantal personeelsleden waarmee rekening wordt gehouden in deel I, tabellen 9A, 10, 11, 12, 18, 21 en 22 van deze bijlage, is het aantal personeelsleden dat betrokken is bij activiteiten die onder het toepassingsgebied van de erkenning vallen. |
|
11. |
In deel I, tabel 14, van deze bijlage verwijst “locatie” naar de plaats(en) waar de activiteiten van de organisatie worden beheerd of uitgevoerd.
Daartoe wordt:
Voor een uitbreiding naar een locatie, d.w.z. wanneer een locatie zich op passende afstand bevindt van een locatie die het management in staat stelt de naleving te waarborgen zonder aanvullende personen aan te stellen, wordt geen extra surveillancevergoeding in rekening gebracht. Aangezien elke organisatie uniek is, wordt een analyse op maat uitgevoerd om de complexiteit van de organisatie te beoordelen, rekening houdende met het aantal werknemers, de grootte en het werkgebied, met inbegrip van het aantal FSTD’s, hun niveaus en het aantal gesimuleerde luchtvaartuigtypes. Overeenkomst betreffende de ontwerporganisatie 2: de periode van twaalf maanden wordt verlengd tot maximaal 24 maanden overeenkomstig ORA.FSTD.225 van bijlage VII (deel-ORA) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011. Overeenkomst betreffende de ontwerporganisatie 3: de periode van twaalf maanden wordt verlengd tot maximaal 36 maanden overeenkomstig ORA.FSTD.225 van bijlage VII (deel-ORA) bij Verordening (EU) nr. 1178/2011. |
|
12. |
In deel I, tabellen 16A, 17A, 19A en 20A van deze bijlage, is de overdrachtvoorbereiding van toepassing wanneer de verantwoordelijkheid voor een organisatie die reeds houder is van een certificaat, opnieuw aan het Agentschap wordt toegewezen overeenkomstig artikel 64 of artikel 65 van Verordening (EU) 2018/1139. |
|
13. |
In deel I, tabel 19C, van deze bijlage wordt een vermindering met 25 % toegepast op elk AOC boven op het belangrijkste AOC in één ondernemingsgroep, indien aan de volgende criteria is voldaan:
Het belangrijkste AOC in een groep is het AOC waarvoor de hoogste surveillancevergoeding geldt. |
|
14. |
In deel I, tabel 19D, van deze bijlage worden de wijzigingen ingedeeld in onderstaande tabel.
Vergoedingen voor identieke wijzigingen die van invloed zijn op meerdere AOC’s binnen één bedrijfsgroep, worden slechts eenmaal opgelegd, mits aan de criteria van punt 13 is voldaan. Er wordt geen vergoeding in rekening gebracht voor overdrachten van individuele HTOL/VTOL/VTOL-geschikte luchtvaartuigen uit dezelfde vloot (type) tussen meerdere AOC’s binnen één bedrijfsgroep, mits aan de criteria van punt 13 is voldaan. |
|
15. |
In deel I, tabel 20B, van deze bijlage worden organisaties gegroepeerd volgens de onderstaande tabel. Voor elk van de criteria identificeert de ATO de groep die overeenkomt met de status van de organisatie. Het criterium dat in de hoogste categorie is ingedeeld, bepaalt de toepasselijke vergoeding.
|
|
16. |
In deel I, tabel 21, van deze bijlage worden organisaties als volgt ingedeeld:
Voor erkenningsvergoedingen:
|
|
17. |
In deel I, tabel 22, van deze bijlage worden organisaties als volgt ingedeeld:
|
|
18. |
Voor de toepassing van de in deel I, tabel 22, van deze bijlage bedoelde surveillancevergoeding wordt het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma (Euspa), dat krachtens Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1769 gelijkwaardig wordt geacht aan een ontwerp- of productieorganisatie, ingedeeld in de categorie complexe organisatie. |
|
19. |
In deel I, tabel 24, van deze bijlage wordt het serviceniveau op het D4S-platform als volgt ingedeeld:
|
DEEL VI
Reiskosten
|
1. |
Als een certificeringstaak of -dienst geheel of gedeeltelijk buiten het grondgebied van de lidstaten wordt uitgevoerd, betaalt de aanvrager, met inachtneming van lid 3, de reiskosten overeenkomstig de formule: d = v + a + h – e. |
|
2. |
Waarbij:
Wanneer een missie betrekking heeft op meer dan één project, wordt de in dit lid bedoelde reistijd aan de desbetreffende projecten toegewezen in verhouding tot de tijd of activiteiten die aan elk project zijn besteed. |
|
3. |
De ontvanger van ter plaatse verleende opleiding of opleidingsgerelateerde diensten vergoedt de reiskosten van het personeel van het Agentschap dat de opleiding verzorgt, volgens de formule d = v + a + h. |
|
4. |
Waarbij:
|
|
5. |
Autoriteiten, organisaties of belanghebbenden als bedoeld in punt B, a), van deel II bis van deze bijlage kunnen worden vrijgesteld van de in lid 3 bedoelde vergoeding van reiskosten als zij de opleidingen of opleidingsgerelateerde diensten verstrekken in de gebouwen van het Agentschap, waarbij de reizen vergelijkbaar zijn met die van het personeel van het Agentschap dat opleidingen of opleidingsgerelateerde diensten verstrekt in de gebouwen van die entiteiten. |
DEEL VII
Concordantietabel
|
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2153 van de Commissie |
De onderhavige verordening |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Artikel 2 |
Artikel 2 |
|
Artikel 3 |
Artikel 3 |
|
Artikel 4 |
Artikel 4 |
|
Artikel 5 |
Artikel 5 |
|
Artikel 6 |
Artikel 6 |
|
Artikel 7 |
Artikel 7 |
|
Artikel 8 |
Artikel 8 |
|
Artikel 9 |
Artikel 9 |
|
Artikel 10 |
Artikel 10 |
|
Artikel 11 |
Artikel 11 |
|
Artikel 12 |
Artikel 12 |
|
Artikel 13 |
Artikel 13 |
|
Artikel 14 |
Artikel 14 |
|
Artikel 15 |
Artikel 15 |
|
Artikel 16 |
Artikel 16 |
|
Artikel 17 |
Artikel 17 |
|
Artikel 18 |
Artikel 18 |
|
Artikel 19 |
Artikel 19 |
|
Artikel 20 |
Artikel 20 |
|
Artikel 21 |
Artikel 21 |
|
Artikel 22 |
Artikel 22 |
(1) Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering of verklaring van overeenstemming van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen, uitrustingsstukken, bedienings- en monitoringeenheden en componenten van bedienings- en monitoringeenheden, alsmede inzake de bekwaamheidsvereisten van ontwerp- en productieorganisaties (PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/748/oj).
(2) De modelvergoeding heeft betrekking op de toevoeging van een model aan het typeontwerp en wordt opgelegd per aanvraag en model. Ze moet verband houden met een aanvraag voor een standaard-, significante of complexe significante wijziging. De toepasselijke categorie van vergoedingen per aanvraag en model wordt bepaald door de categorie van vergoedingen die is toegewezen aan het desbetreffende typeontwerp.
(3) De vergoedingen in deze tabel zijn niet van toepassing op geringe wijzigingen en geringe reparaties die door ontwerporganisaties worden uitgevoerd overeenkomstig sectie A, subdeel J, 21.A.263, punt c), 2), van bijlage I (Deel 21) bij Verordening (EU) nr. 748/2012.
(4) Overeenkomstig TCO.305 van bijlage 1 bij Verordening (EU) nr. 452/2014 van de Commissie van 29 april 2014 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering door exploitanten uit derde landen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 133 van 6.5.2014, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/452/oj), vergoeding per kennisgeving en gelijk voor elke categorie en omvang van de vloot.
(5) Op basis van de beschikbare veiligheidsgegevens kan het Agentschap besluiten specifieke activiteiten uit te voeren voor de eerste beoordeling en monitoring van TCO, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 452/2014.
(6) Exclusief reiskosten (deze komen boven op de in deze tabel vermelde vaste vergoeding).
(7) Overeenkomstig ART.200, punt b), van bijlage 2 bij Verordening (EU) nr. 452/2014.
(8) De surveillancevergoeding geldt voor regelmatige surveillanceactiviteiten die nodig zijn voor de organisatie, volgens haar erkenning, met uitzondering van significante wijzigingen waarvoor een vergoeding moet worden betaald overeenkomstig tabel 9A.
(9) De vergoeding voor de goedkeuring van significante wijzigingen moet worden toegepast op elke afzonderlijke wijziging van de goedkeuringsvoorwaarden, met uitzondering van wijzigingen in de organisatie en/of in het aantal personeelsleden.
(10) Waarde (zoals vermeld in de desbetreffende prijslijsten van de fabrikant) van het duurste product, onderdeel of niet-geïnstalleerde apparaat dat is opgenomen in het goedgekeurde toepassingsgebied van de werkzaamheden (lijst van bekwaamheden) van de houder van de erkenning als productieorganisatie van het EASA.
(11) Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PB L 362 van 17.12.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/1321/oj).
(12) De te betalen vergoeding bestaat uit de vaste vergoeding op basis van het aantal medewerkers plus de vaste vergoeding(en) op basis van de technische bevoegdverklaring.
(13) Voor organisaties die verschillende A- en/of B-bevoegdverklaringen hebben, wordt enkel de hoogste vergoeding in rekening gebracht. Voor organisaties die een of meer C- en/of D-bevoegdverklaringen hebben, wordt voor elke bevoegdverklaring de vergoeding voor een “C/D-bevoegdverklaring” in rekening gebracht.
(14) Zoals bedoeld in sectie A, subdeel B, van bijlage IV (deel-147) bij Verordening (EU) nr. 1321/2014.
(15) Voor de eerste erkenning van een organisatie gelden de vergoedingen per faciliteit en cursus. De eerste faciliteit en de eerste opleidingscursus zijn opgenomen in de personeelsgerelateerde erkenningsvergoeding.
(16) Voor reeds erkende organisaties die aanvullende faciliteiten of opleidingscursussen aanvragen, wordt de toepasselijke vergoeding in rekening gebracht voor elke faciliteit of opleidingscursus.
(17) De te betalen vergoeding bestaat uit de vaste vergoeding plus de vaste vergoeding op basis van de technische bevoegdverklaring.
(18) Voor organisaties die verschillende A-bevoegdverklaringen hebben, wordt enkel de hoogste vergoeding in rekening gebracht.
(19) Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311 van 25.11.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/1178/oj).
(20) Alleen van toepassing op de vluchtnabootser(s) in het derde land dat partij is bij een bilaterale overeenkomst met de Unie.
(21) De vergoeding wordt toegepast per AMP-document.
(22) De vergoeding wordt toegepast per AMP-document.
(23) De omvang van de vloot stemt overeen met de som van het aantal luchtvaartuigen die onder elk AMP vallen.
(24) De vergoeding wordt toegepast per CAMO.
(25) Het aantal luchtvaartuigen komt overeen met het totale aantal luchtvaartuigen dat door de organisatie wordt beheerd voor elke specifieke bevoegdverklaring.
(26) Voor organisaties die houder zijn van meerdere bevoegdverklaringen, moet de vergoeding bestaan uit de combinatie van de hoogste bevoegdverklaring en het totale aantal luchtvaartuigen dat door de organisatie wordt beheerd (de som van alle luchtvaartuigen voor elke specifieke bevoegdverklaring).
(27) De te betalen vergoeding bestaat uit de vaste vergoeding op basis van het aantal medewerkers plus de vaste vergoeding(en) voor elke technische bevoegdverklaring.
(28) Voor organisaties met meerdere bevoegdverklaringen wordt elke technische bevoegdverklaring in rekening gebracht.
(29) De vergoeding voor het beheer van de bevoegdheid “permanente luchtwaardigheid” wordt, indien van toepassing, aanvullend in rekening gebracht.
(30) De te betalen vergoeding bestaat uit de som van de volgende drie posten:
|
1) |
erkenningsvergoeding: bedrag voor één type luchtvaartuig, VTOL of VTOL-geschikt luchtvaartuig, zonder verzoek om bijzondere erkenningen; |
|
2) |
vergoeding aanvullend type: bedrag voor elk aanvullend type luchtvaartuig, VTOL of VTOL-geschikt luchtvaartuig. Het type met de hoogste MTOM moet in aanmerking worden genomen voor de erkenningsvergoeding en het (de) aanvullende type(s) in deze categorie; |
|
3) |
vergoeding voor bijzondere erkenningen: bedrag voor elke bijzondere erkenning zoals vermeld op het aanvraagformulier. |
(31) De te betalen vergoeding bestaat uit de som van de volgende drie posten:
|
1) |
surveillancevergoeding: bedrag voor het zwaarste type luchtvaartuig, VTOL of VTOL-geschikt luchtvaartuig, op basis van het aantal in gebruik zijnde luchtvaartuigen; |
|
2) |
vergoeding aanvullend type: bedrag voor elk aanvullend type luchtvaartuig, VTOL of VTOL-geschikt luchtvaartuig. Het type met de hoogste MTOM moet in aanmerking worden genomen voor de erkenningsvergoeding en het (de) aanvullende type(s) in deze categorie; |
|
3) |
voor tweede en volgende AOC-houders binnen dezelfde groep geldt een korting van 25 % voor groepsvluchten, overeenkomstig de criteria in deel V van deze bijlage. |
(32) De surveillancevergoeding heeft betrekking op ATO-toezichtstaken en de volgende wijzigingen: wijzigingen van aangewezen personeel, naamswijzigingen op het certificaat, wijzigingen van het adres van het certificaat wanneer geen verificatie van nieuwe bedrijfsruimten vereist is, actualiseringen van de lijsten van instructeurs, schrapping van ATO-bevoegdheden en FSTD’s uit het certificaat, wijzigingen in het toepassingsgebied van reeds goedgekeurde cursussen waarvoor geen verificatie ter plaatse vereist is.
(33) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/373 van de Commissie van 1 maart 2017 tot vaststelling van de gemeenschappelijke eisen voor verleners van luchtverkeersbeheers-/luchtvaartnavigatiediensten en andere netwerkfuncties voor luchtverkeersbeheer en het toezicht daarop, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 482/2008, Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 1034/2011, (EU) nr. 1035/2011 en (EU) 2016/1377 en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 677/2011 (PB L 62 van 8.3.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2017/373/oj).
(34) Wijzigingen die binnen het toepassingsgebied van reeds gecertificeerde diensten vallen, zijn opgenomen in de surveillancevergoeding.
(35) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1769 van 12 september 2023 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor de erkenning van organisaties die betrokken zijn bij het ontwerp of de productie van systemen en componenten voor luchtverkeersbeheers-/luchtvaartnavigatiediensten, en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2023/203 (PB L 228 van 15.9.2023, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1769/oj).
(36) Wijzigingen die binnen het toepassingsgebied van reeds gecertificeerde organisaties vallen, zijn opgenomen in de surveillancevergoeding.
(37) Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart) (PB L, 2023/2405, 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2405/oj).
(38) De afgifteheffing is van toepassing op houders van één AOC die voornemens zijn gegevens in te dienen voor de eerste afgifte van milieukeurmerken of op luchtvaartuigexploitanten die eerder over labels beschikten, waarbij het meest recente afgegeven label meer dan twaalf maanden ongeldig is.
(39) Er worden afgifte- en verlengingsheffingen toegepast tot maximaal 7 000 labels per individueel AOC. Vanaf label 7 001 worden geen vergoedingen in rekening gebracht.
(40) De verlengingsheffing is van toepassing op houders van één AOC die houder zijn van goedgekeurde labels (geldig in de afgelopen twaalf maanden), waarbij nieuwe labels moeten worden afgegeven overeenkomstig Verordening (EU) 2023/2405 of waarbij labels zijn afgegeven, maar deze niet geldig zijn voor openbare vrijgave.
(41) Voor lidmaatschap van organisaties die deel uitmaken van het D4S-programma
(42) De lijst van taken is niet-uitputtend en wordt periodiek herzien. Uit de niet-opname van een taak in de lijst mag niet automatisch worden geconcludeerd dat deze taal niet door het Agentschap mag worden uitgevoerd.
(43) Elke klasse-/typebevoegdverklaring telt als één (bv: SEP (land), SEP (zee), BE90 en A320 tellen als 4).
(44) Voor typebevoegdverklaringen voor landingsopleidingen wordt het aantal typebevoegdverklaringen bepaald door het totale aantal landingsopleidingen vermenigvuldigd met 0,5 en afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. De typebevoegdverklaring omvat landingsopleiding en vlieguurloze opleiding
(45) Zie “huidige dagvergoedingen”, zoals bekendgemaakt op de EuropeAid-website van de Commissie (https://international-partnerships.ec.europa.eu/funding-and-technical-assistance/guidelines/managing-intervention/diem-rates_en?keyword=per%20diem%20rates).
(46) Zie “huidige dagvergoedingen”, zoals bekendgemaakt op de EuropeAid-website van de Commissie (https://international-partnerships.ec.europa.eu/funding-and-technical-assistance/guidelines/managing-intervention/diem-rates_en?keyword=per%20diem%20rates).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2347/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)