European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/2302

18.11.2025

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2025/2302 VAN DE COMMISSIE

van 14 november 2025

tot verlening van toestemming aan zes lidstaten voor het toelaten van een biocide dat sulfurylfluoride bevat ten behoeve van de bescherming van cultureel erfgoed

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 7583)

(Slechts de teksten in de Duitse, de Franse, de Nederlandse en de Zweedse taal zijn authentiek)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (1), en met name artikel 55, lid 3,

Na raadpleging van het Permanent Comité voor biociden,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Sulfurylfluoride is in bijlage I bij Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) opgenomen als werkzame stof voor gebruik in biociden van de productsoorten 8 en 18. Daarom werd sulfurylfluoride overeenkomstig artikel 86 van Verordening (EU) nr. 528/2012 tot en met 31 december 2018 geacht te zijn goedgekeurd voor gebruik in biociden van de productsoorten 8 en 18. Op 28 juni 2017 zijn overeenkomstig artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012 aanvragen ingediend voor verlenging van de goedkeuring van sulfurylfluoride voor gebruik in biociden van de productsoorten 8 en 18.

(2)

Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2402 van de Commissie (3) is geconstateerd dat niet kon worden vastgesteld of sulfurylfluoride voldoet aan de criteria van artikel 5, lid 1, punten c) en d), van Verordening (EU) nr. 528/2012, noch of nog steeds werd voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012, en dat de goedkeuring van sulfurylfluoride voor gebruik in biociden van de productsoorten 8 en 18 bijgevolg niet werd verlengd.

(3)

Overeenkomstig artikel 55, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 heeft Duitsland op 4 december 2024 bij de Commissie een aanvraag ingediend voor een afwijking van artikel 19, lid 1, punt a), van die verordening, waarin werd verzocht om toelating van het biocide “Vikane” voor de bescherming van cultureel erfgoed, met name voor de bescherming van groot onroerend cultureel erfgoed met houten delen, zoals kerken, windmolens en andere historische gebouwen. Samen met Duitsland hebben vijf andere lidstaten soortgelijke aanvragen ingediend (de “verzoekende lidstaten”): Oostenrijk op 31 maart 2025, Zweden op 14 april 2025, Frankrijk op 22 april 2025, Nederland op 30 april 2025 en België op 9 mei 2025.

(4)

“Vikane” is een biocide van productsoort 8 (houtconserveringsmiddelen), zoals gedefinieerd in bijlage V bij Verordening (EU) nr. 528/2012, dat sulfurylfluoride als werkzame stof bevat en bedoeld is voor fumigatie door opgeleide professionele gebruikers.

(5)

Cultureel erfgoed kan worden beschadigd door een breed scala aan schadelijke organismen, van insecten tot micro-organismen. Sommige insectensoorten die hout als voedselbron gebruiken, kunnen ernstige schade toebrengen aan het hout van gebouwen en moeten worden bestreden. Het voorkomen van schade en het behoud van zo veel mogelijk oorspronkelijk materiaal vormen de kern van praktijken voor de instandhouding van erfgoed. Houtborende insecten kunnen ernstige schade toebrengen aan de structuur (bijvoorbeeld balken, vloerplanken, lambrisering) en inrichting (bijvoorbeeld inbouwkasten, kerkaltaren) van waardevolle gebouwen. Ernstige aantasting door insecten kan ook structurele gevolgen hebben wanneer constructiehout in onaanvaardbare mate wordt aangetast. Zonder een passende behandeling zouden gebouwen onherstelbaar beschadigd kunnen worden, waardoor het cultureel erfgoed ernstig in gevaar komt.

(6)

Volgens de door de verzoekende lidstaten verstrekte informatie is het gebruik van “Vikane” de enige doeltreffende techniek voor de bestrijding van schadelijke organismen die zonder schade te veroorzaken kan worden gebruikt voor groot onroerend cultureel erfgoed met houten delen. Met andere methoden met een beperktere of meer lokale penetratie dan sulfurylfluoride kan het moeilijk zijn ernstige of wijdverspreide insectenplagen die diep in het hout kunnen doordringen, te behandelen. Door de snelle werking is sulfurylfluoride ook geschikter voor zeer actieve uitbraken, waarbij aanhoudende infestering zelfs in korte tijd structurele schade kan veroorzaken.

(7)

Zoals aangegeven in de aanvragen lijkt het gebruik van in situ gegenereerd stikstof niet geschikt voor de behandeling van dit type gebouwen, omdat de concentraties die vereist zijn om zulke grote gebouwen doeltreffend te behandelen, niet lang genoeg kunnen worden aangehouden.

(8)

Er bestaan nog andere technieken om schadelijke organismen te bestrijden, zoals warmtebehandeling, behandeling bij lage temperatuur en behandeling met warme lucht bij beheerste vochtigheid. Volgens de informatie in de aanvragen heeft elk van deze technieken echter beperkingen wat betreft de schade die zich tijdens de behandeling aan bepaalde materialen kan voordoen.

(9)

Zoals vermeld in de aanvragen hebben andere werkzame stoffen die kunnen worden gebruikt voor de bestrijding van schadelijke organismen (bijvoorbeeld ethyleenoxide, waterstofcyanide of fosfine) een slechter risicoprofiel dan sulfurylfluoride. Bovendien kunnen die stoffen reageren met de materialen van het cultureel erfgoed en zo onomkeerbare veranderingen veroorzaken, en zijn sommige stoffen niet goedgekeurd voor gebruik in biociden van productsoort 8.

(10)

Tijdens verschillende vergaderingen in maart 2025 is door de deskundigengroep van de Commissie van autoriteiten die bevoegd zijn voor biociden (4) overlegd over een mogelijke afwijking op grond van artikel 55, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 voor het biocide “Vikane”. Uit de opmerkingen die de deskundigen van de lidstaten tijdens de vergadering en na de vergadering schriftelijk hebben gemaakt, bleek dat zij het toestaan van een dergelijke afwijking steunden.

(11)

De verzoekende lidstaten hebben aangegeven dat de fabrikant van de werkzame stof in het biocide “Vikane”, de vorige houder van de toelating voor het biocide, zijn voornemen kenbaar heeft gemaakt om een nieuwe aanvraag in te dienen tot goedkeuring van sulfurylfluoride voor gebruik in biociden van productsoort 8. Indien goedkeuring wordt verleend, zouden de lidstaten in de toekomst producten die sulfurylfluoride bevatten in productsoort 8 kunnen toelaten zonder dat een afwijking uit hoofde van artikel 55, lid 3, van Verordening (EU) nr. 528/2012 nodig is. De beoordeling van een dergelijke aanvraag en vervolgens het verkrijgen van de producttoelatingen vergt echter tijd.

(12)

Uit de door de verzoekende lidstaten ingediende aanvragen blijkt dat er in die lidstaten geen geschikte alternatieven beschikbaar zijn voor de behandeling van grote onroerende zaken met houten delen, aangezien alle momenteel beschikbare alternatieve technieken ofwel nadelen hebben doordat ze niet geschikt zijn voor de behandeling van alle materialen, ofwel niet uitvoerbaar zijn.

(13)

Op grond van al deze argumenten moet worden geconcludeerd dat het biocide “Vikane” essentieel is voor de bescherming van cultureel erfgoed in de verzoekende lidstaten en dat er geen geschikte alternatieven voorhanden zijn. Daarom moet het de verzoekende lidstaten worden toegestaan het op de markt aanbieden en het gebruik van het biocide “Vikane” toe te laten voor de bescherming van cultureel erfgoed, met name groot onroerend cultureel erfgoed met houten delen.

(14)

De mogelijke goedkeuring van sulfurylfluoride voor gebruik in biociden van productsoort 8 en de daaropvolgende toelating door de lidstaten van biociden die deze werkzame stof bevatten, vergen tijd. Het is daarom wenselijk een afwijking toe te staan voor een termijn die zou volstaan voor de afronding van de onderliggende procedures,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

België, Duitsland, Frankrijk, Nederland, Oostenrijk en Zweden mogen het op de markt aanbieden en het gebruik van het biocide “Vikane” voor productsoort 8 tot en met 30 september 2031 toelaten voor de bescherming van cultureel erfgoed, met name groot onroerend cultureel erfgoed met houten delen.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot:

1)

het Koninkrijk België,

2)

de Bondsrepubliek Duitsland,

3)

de Franse Republiek,

4)

het Koninkrijk der Nederlanden,

5)

de Republiek Oostenrijk,

6)

het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel, 14 november 2025.

Voor de Commissie

Olivér VÁRHELYI

Lid van de Commissie


(1)   PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/528/oj.

(2)  Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PB L 123 van 24.4.1998, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1998/8/oj).

(3)  Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2402 van de Commissie van 12 september 2024 tot niet-verlenging van de goedkeuring van sulfurylfluoride voor gebruik in biociden van de productsoorten 8 en 18 overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/2402, 13.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2024/2402/oj).

(4)  107e vergadering van de deskundigengroep van de Commissie van vertegenwoordigers van de autoriteiten van de lidstaten die bevoegd zijn voor de uitvoering van Verordening (EU) nr. 528/2012, gehouden in maart 2025. De notulen van de vergadering zijn te vinden op https://ec.europa.eu/health/biocides/events_en#anchor0.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2025/2302/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)