European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/2262

20.11.2025

VERORDENING (EU) 2025/2262 VAN DE COMMISSIE

van 11 november 2025

tot wijziging van Verordening (EU) 2023/826 om definities en sommige aspecten van de meetomstandigheden te verduidelijken en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/2533 met betrekking tot onder meer de methode voor de berekening van het gemiddelde uiteindelijke vochtgehalte, de identificatie en beschikbaarheid van reserveonderdelen en reparatie-informatie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (1), en met name artikel 15,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De definitie van “door een motor bediend element van een gebouw” in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/826 van de Commissie (2) moet worden gewijzigd om juridische duidelijkheid te verschaffen en te zorgen voor afstemming op de in bijlage II, punt 6, als door een motor bediende elementen van een gebouw vermelde producten.

(2)

In bijlage I bij Verordening (EU) 2023/826 moet een definitie van het begrip “besturingseenheid” worden toegevoegd om rechtszekerheid te bieden met betrekking tot door een motor bediende elementen van een gebouw die onder die verordening vallen.

(3)

Bijlage II, punt 1, bij Verordening (EU) 2023/826 bevat een lijst van apparaten die zijn ontworpen, getest en in de handel gebracht voor huishoudelijk gebruik waarop de desbetreffende eisen inzake ecologisch ontwerp van toepassing zijn. Ter wille van de rechtszekerheid moet het type molens waarnaar wordt verwezen, daarin worden gespecificeerd.

(4)

Bijlage IV bij Verordening (EU) 2023/826 tot vaststelling van de meetmethoden en berekeningen moet zodanig worden gewijzigd dat de in punt (d) van die bijlage opgenomen meetomstandigheden van toepassing zijn op alle soorten huishoudelijke koffiezetapparaten die onder die verordening vallen, en niet alleen op die welke als netwerkgebonden apparatuur worden beschouwd.

(5)

Het toepassingsgebied van de in bijlage IV, punt c), bij Verordening (EU) 2023/826 beschreven procedure met betrekking tot meetmethoden en berekeningen moet worden verduidelijkt.

(6)

Er moet worden voorkomen dat praktijken worden toegepast om de prestaties van producten onrechtmatig te wijzigen om tot een gunstiger resultaat te komen. Artikel 40, leden 1 tot en met 4, van Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad (3), dat ervoor zorgt dat omzeiling alomvattend wordt voorkomen, is van toepassing op producten die onder Verordening (EU) 2023/2533 van de Commissie (4) vallen. Artikel 6 van Verordening (EU) 2023/2533 wordt derhalve overbodig en moet worden geschrapt.

(7)

Met het oog op de rechtszekerheid moet een definitie van “gemiddelde uiteindelijk vochtgehalte” worden toegevoegd in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2533 en moeten de definities met betrekking tot spaarstanden worden afgestemd op die in Verordening (EU) 2023/826.

(8)

Bijlage II, punt 5, 1), a), bij Verordening (EU) 2023/2533 bevat een lijst van reserveonderdelen die ten minste beschikbaar moeten worden gesteld aan professionele reparateurs. Die lijst vormt ook de basis voor de selectie van de prioritaire onderdelen die zijn opgenomen in de berekening van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2534 van de Commissie vastgestelde repareerbaarheidsindex (5). De lijst moet worden gewijzigd om te zorgen voor afstemming tussen de reserveonderdelen die onder Verordening (EU) 2023/2533 vallen en de prioritaire onderdelen die onder Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2534 vallen. Dit omvat de wijziging van de naam die bepaalde reserveonderdelen aanduidt en de toevoeging van een nieuw reserveonderdeel dat relevant is voor de berekening van de repareerbaarheidsindex.

(9)

Bijlage II, punt 5, 1), b), bij Verordening (EU) 2023/2533 moet zodanig worden gewijzigd dat reparatie-informatie met betrekking tot reserveonderdelen waarvan de beschikbaarheid beperkt is tot professionele reparateurs niet via een vrij toegankelijke website beschikbaar is voor het grote publiek.

(10)

Krachtens bijlage II, punt 5, 1), e), bij Verordening (EU) 2023/2533 moeten reserveonderdelen vervangbaar zijn met gewoonlijk beschikbaar gereedschap. De term “gewoonlijk beschikbaar gereedschap” is dubbelzinnig en geeft geen precies beeld van het betrokken gereedschap. Daarnaast bevat de formule voor de berekening van de repareerbaarheidsindex die is vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2534 een scorecriterium met betrekking tot het soort gereedschap dat wordt gebruikt voor de demontage van een specifiek prioritair onderdeel, waarbij de score afhangt van de vraag of het gaat om basisgereedschap, gereedschap dat wordt geleverd met de reserveonderdelen of in de handel verkrijgbaar gereedschap. Omwille van de samenhang tussen beide verordeningen moet de term “gewoonlijk beschikbaar gereedschap” in Verordening (EU) 2023/2533 worden vervangen en in voorkomend geval worden afgestemd op de terminologie die in Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2534 wordt gebruikt. Daarom moeten de definities voor “in de handel verkrijgbaar gereedschap”, “basisgereedschap” en “door eigendomsrechten beschermd gereedschap” worden ingevoerd.

(11)

Bijlage II, punt 6, 2), bij Verordening (EU) 2023/2533 moet worden gewijzigd om de waarden te verduidelijken die fabrikanten, importeurs of gemachtigde vertegenwoordigers moeten verstrekken voor de verschillende parameters voor het ecoprogramma en voor andere programma’s, wanneer deze beschikbaar zijn.

(12)

Bijlage III, punt 1, f), bij Verordening (EU) 2023/2533 verplicht fabrikanten en importeurs om het gemiddelde uiteindelijke vochtgehalte voor het ecoprogramma aan te geven. Door in de technische documentatie een uiteindelijk vochtgehalte van de lading van 0 % op te geven, wat de in die verordening gevraagde waarde is, zou het wasgoed droger moeten worden dan het natuurlijke watergehalte, met ongewenste effecten als overmatig energiegebruik en mogelijke schade aan het textiel tot gevolg. Daarom moet het gemiddelde uiteindelijke vochtgehalte uit de informatievoorschriften in bijlage II en uit de meetmethoden en berekeningen in bijlage III worden geschrapt. In plaats daarvan moeten de in de geharmoniseerde normen opgenomen meetmethoden en berekeningen, die voorzien in passende toleranties, worden gebruikt om deze parameter te berekenen.

(13)

De inhoud van tabel 1 in bijlage IV moet ter wille van de duidelijkheid in twee verschillende tabellen worden opgesplitst.

(14)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 19 van Richtlijn 2009/125/EG ingestelde comité.

(15)

De Verordeningen (EU) 2023/826 en (EU) 2023/2533 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) 2023/826

De bijlagen I, II en IV bij Verordening (EU) 2023/826 worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) 2023/2533

Verordening (EU) 2023/2533 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Artikel 6 wordt geschrapt;

2)

Artikel 13 betreffende de inwerkingtreding en toepassing wordt vervangen door:

“Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Ze is van toepassing met ingang van 1 juli 2025.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.”;

3)

De bijlagen I, II, III en IV worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 3

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de vierde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 11 november 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/125/oj.

(2)  Verordening (EU) 2023/826 van de Commissie van 17 april 2023 tot vaststelling van eisen inzake ecologisch ontwerp voor het energieverbruik van elektrische en elektronische huishoud- en kantoorapparaten in de uitstand, de standby-stand en de netwerkgebonden standby-stand overeenkomstig Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1275/2008 van de Commissie en Verordening (EG) nr. 107/2009 van de Commissie (PB L 103 van 18.4.2023, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/826/oj).

(3)  Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828 en Verordening (EU) 2023/1542 en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG (PB L, 2024/1781, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1781/oj).

(4)  Verordening (EU) 2023/2533 van de Commissie van 17 november 2023 houdende uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende eisen inzake ecologisch ontwerp voor huishoudelijke droogtrommels, tot wijziging van Verordening (EU) 2023/826 van de Commissie, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 932/2012 van de Commissie (PB L, 2023/2533, 22.11.2023, ELI:http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2533/oj).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2534 van de Commissie van 13 juli 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/1369 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de energie-etikettering van huishoudelijke droogtrommels en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 392/2012 van de Commissie (PB L, 2023/2534, 22.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2023/2534/oj).


BIJLAGE

1)   

Verordening (EU) 2023/826 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

i)

de definitie van “door een motor bediend element van een gebouw” in punt 21 wordt vervangen door:

“21.

“door een motor bediend element van een gebouw”: openings- of comfortapparatuur voor gebruik in gebouwen of samenhangende structuren, met uitzondering van ventilatie-uitrusting, die kan bewegen of draaien, of beide, door middel van input van het elektriciteitsnet. Het door de motor bediende bouwelement omvat een elektrische motor of een actuator en een besturingseenheid, en wordt door de eindgebruiker bediend via bekabelde en/of draadloze besturing, via een netwerk, of automatisch bestuurd met behulp van sensoren;”;

ii)

na punt 21 wordt de volgende definitie ingevoegd:

“22.

“besturingseenheid”: een eenheid die signalen ontvangt van de eindgebruiker via bekabelde en/of draadloze besturing, via een netwerk of sensoren, en die de vereiste werking van de motor of actuator van door een motor bediende onderdelen van gebouwen mogelijk maakt. Sensoren die op de eenheid zijn aangesloten en stroom ontvangen via dezelfde aansluiting op het elektriciteitsnet als de rest van de door een motor bediende onderdelen van gebouwen, worden beschouwd als onderdeel van de besturingseenheid;”;

(b)

in bijlage II wordt punt 1, achtste streepje, vervangen door:

“—

molens die in de keuken worden gebruikt voor de verwerking van levensmiddelen;”;

(c)

bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

i)

de volgende alinea wordt ingevoegd na de eerste alinea:

“Voor alle soorten huishoudelijke koffiezetapparaten wordt de meting verricht na afloop van de laatste koffiezetcyclus of, indien van toepassing, na voltooiing van een ontkalkingsproces, zelfreiniging of enige handeling door de gebruiker, tenzij een alarm in werking is getreden dat ingrijpen van de gebruiker vereist om mogelijke schade of ongeval te voorkomen.”;

ii)

in punt c) wordt de eerste zin vervangen door “Voor het meten van het energieverbruik in netwerkgebonden standby-stand volgens de eisen inzake energie-efficiëntie van bijlage III, punt 1, c) en voor het testen van de energiebeheerfunctie wordt de hieronder beschreven procedure gebruikt:”;

iii)

punt d) wordt geschrapt.

(2)   

Verordening (EU) 2023/2533 wordt als volgt gewijzigd:

(a)

bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

i)

de punten 10) en 11) worden vervangen door:

“10)

“uitstand”: een toestand waarin de huishoudelijke droogtrommel is aangesloten op het elektriciteitsnet en geen enkele functie biedt, of in een toestand is die alleen:

a)

een indicatie van de toestand in de uitstand weergeeft;

b)

functies biedt die bedoeld zijn om de elektromagnetische compatibiliteit te waarborgen krachtens Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad (*1);

11)

“standby-stand”: een toestand waarin de huishoudelijke droogtrommel is aangesloten op het elektriciteitsnet, van de energietoevoer van het elektriciteitsnet afhankelijk is om naar behoren te kunnen functioneren, en gedurende onbepaalde tijd enkel een of meer van de volgende functies uitvoert:

a)

de reactiveringsfunctie;

b)

de reactiveringsfunctie in combinatie met, uitsluitend, de indicatie van de werking van de reactiveringsfunctie;

c)

de informatie- of toestandweergave;

(*1)  Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 79, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/30/oj).”;"

ii)

de volgende punten worden toegevoegd:

“19)

“gemiddeld uiteindelijk vochtgehalte”: de gemiddelde hoeveelheid vocht die de lading bevat aan het einde van de droogcycli voor het ecoprogramma bij een volledige en halve lading;

20)

“reactiveringsfunctie”: een functie die via een schakelaar op afstand, een afstandsbediening, een interne sensor of een timer een overschakeling mogelijk maakt van de standby-stand naar een andere stand, zoals de actieve modus, die aanvullende functies biedt;

21)

“informatie- of toestandweergave”: doorlopende functie die zorgt voor de weergave van informatie of van de toestand van de apparatuur op een scherm, inclusief tijdsweergave. Een simpele lichtindicator wordt niet als toestandweergave beschouwd;

22)

“aanstand”: stand waarin de apparatuur aan het elektriciteitsnet is gekoppeld en ten minste één van de hoofdfuncties geactiveerd is;

23)

“hoofdfunctie”: een functie die de hoofddienst(en) levert waarvoor de apparatuur is ontworpen, getest en in de handel gebracht, en die overeenkomt met het beoogde gebruik van de apparatuur;

24)

“in de handel verkrijgbaar gereedschap”: gereedschap dat het grote publiek kan kopen en geen basisgereedschap of door eigendomsrechten beschermd gereedschap is;

25)

“basisgereedschap”: een sleufschroevendraaier, een kruiskopschroevendraaier, een torxschroevendraaier, een inbussleutel, een combinatiesleutel, een combinatietang, een combinatietang voor het strippen van draden en het krimpen van kabelschoenen, een telefoontang, een zijkniptang, een waterpomptang, een griptang, een hefboom om delen mee open te wrikken, een pincet, een vergrootglas, een spudger-opener met hefboomwerking en een plectrum;

26)

“door eigendomsrechten beschermd gereedschap”: gereedschap dat niet voor het grote publiek te koop is of waarvoor geen ter zake toepasselijke octrooien of patenten beschikbaar zijn waarvoor onder eerlijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden licenties kunnen worden verleend.”;

(b)

bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt 5 wordt als volgt gewijzigd:

1)

punt 1) wordt als volgt gewijzigd:

punt a) wordt als volgt gewijzigd:

punt iii) wordt vervangen door:

“iii)

waterpomp;”;

punt v) wordt vervangen door:

“v)

overbrenging tussen motor en trommel, zoals de trommelriem;”;

punt vii) wordt vervangen door:

“vii)

trommels en trommellagers;”;

het volgende punt wordt toegevoegd:

“xx)

motorcondensator;”;

punt b) wordt vervangen door:

“b)

de beschikbaarheid van de in a) bedoelde reserveonderdelen moet worden gewaarborgd gedurende een minimumperiode die ingaat op uiterlijk 1 juli 2025 of twee jaar na het in de handel brengen van het eerste exemplaar van het model, indien dat later is, en eindigt ten minste 10 jaar nadat het laatste exemplaar van het betrokken model in de handel is gebracht. Daartoe wordt de lijst van reserveonderdelen en de bestelprocedure ten minste gedurende dezelfde periode en vanaf dezelfde datum op de vrij toegankelijke website van de fabrikant, de importeur of de gemachtigde vertegenwoordiger openbaar gemaakt;”;

punt e) wordt vervangen door:

“e)

fabrikanten, importeurs of gemachtigde vertegenwoordigers van huishoudelijke droogtrommels zorgen ervoor dat de in a) en c) bedoelde reserveonderdelen kunnen worden vervangen zonder gebruik van gereedschap of met gereedschap dat geen door eigendomsrechten beschermd gereedschap is en zonder permanente schade aan het apparaat;”;

2)

in punt 6 wordt punt a) vervangen door:

“a)

fabrikanten, importeurs of gemachtigde vertegenwoordigers zorgen ervoor dat huishoudelijke droogtrommels zo worden ontworpen dat de in bijlage VII bij Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad (*2) bedoelde materialen uit het apparaat kunnen worden verwijderd zonder gebruik van gereedschap of met gereedschap dat geen door eigendomsrechten beschermd gereedschap is;”;

(*2)  Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38? ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/19/oj)."

ii)

in punt 6 wordt punt 2) vervangen door:

“2)

waarden voor de volgende parameters:

a)

capaciteit in kg;

b)

programmaduur, uitgedrukt in uren en minuten;

c)

het elektriciteitsverbruik en, indien van toepassing, het gasverbruik in kWh/droogcyclus;

d)

de emissie van akoestisch luchtgeluid tijdens de droogcyclus.

Voor het ecoprogramma worden de waarden van de parameters van a) tot en met c) verstrekt zowel bij een volledige als bij een gedeeltelijke lading; de waarde voor de parameter van d) wordt alleen bij volledige lading verstrekt.

Voor andere programma’s dan het ecoprogramma worden, wanneer deze beschikbaar zijn, de volgende indicatieve waarden verstrekt:

a)

voor het programma synthetische stoffen drogen worden de waarden voor de parameters van a) tot en met c) bij volledige lading verstrekt;

b)

voor het programma delicate stoffen/wol drogen worden de waarden voor de parameters van a) tot en met c) bij volledige lading verstrekt;

c)

voor het programma synthetische stoffen extra/zeer droog worden de waarden voor de parameters van a) tot en met c) bij volledige lading verstrekt;

d)

voor het programma synthetische stoffen strijkdroog worden de waarden voor de parameters van a) tot en met c) bij volledige lading verstrekt;

e)

voor het programma katoen extra/zeer droog worden de waarden voor de parameters van a) tot en met c) zowel bij volledige lading als bij gedeeltelijke lading verstrekt;

f)

voor het programma katoen strijkdroog worden de waarden voor de parameters van a) tot en met c) zowel bij volledige lading als bij gedeeltelijke lading verstrekt;”;

(c)

bijlage III wordt als volgt gewijzigd:

i)

in het inleidende gedeelte worden de derde en de vierde alinea vervangen door:

“Voor de meting en berekening van de EEI, de condensatie-efficiëntie, de programmaduur en de emissie van akoestisch luchtgeluid wordt het ecoprogramma als normprogramma gehanteerd, zoals dat zichtbaar is op het beeldscherm en via de netwerkverbinding, afhankelijk van de functionaliteiten van de huishoudelijke droogtrommel en zonder verdere aanpassing van het uiteindelijke vochtgehalte. Het energieverbruik, de condensatie-efficiëntie en de programmaduur worden tegelijkertijd gemeten.

Het gewogen energieverbruik, de gewogen programmaduur en de condensatie-efficiëntie worden berekend op basis van drie droogcycli bij volledige lading en vier droogcycli bij gedeeltelijke lading.”;

ii)

in punt 1 wordt punt f) over de berekening van het gemiddelde uiteindelijke vochtgehalte geschrapt;

(d)

bijlage IV wordt als volgt gewijzigd:

i)

de punten 1 en 2 worden vervangen door:

“1.

De in tabel 2 vastgestelde controletoleranties worden uitsluitend gebruikt voor de controle van de opgegeven waarden door de autoriteiten van de lidstaten; zij mogen door de fabrikant, importeur or gemachtigde vertegenwoordigers niet worden gebruikt als een toegestane tolerantie voor de vaststelling van de in de technische documentatie opgenomen waarden of om deze waarden te interpreteren om ervoor te zorgen dat naleving wordt bereikt of om op welke manier dan ook betere prestaties naar buiten te brengen.

2.

Indien een model niet in overeenstemming is met de eisen in artikel 40 van Verordening (EU) 2024/1781, worden het model en alle equivalente modellen geacht niet aan de eisen te voldoen.”;

ii)

in punt 3, b) wordt punt v) vervangen door:

“v)

indien de autoriteiten van de lidstaat de eenheid van het model testen, voldoen de vastgestelde waarden (de waarden voor de betrokken parameters zoals gemeten bij tests en de waarden die op basis van deze metingen zijn berekend) aan:

a)

de geldigheidscriteria in tabel 1;

b)

de respectieve in tabel 2 vastgestelde controletoleranties.”;

iii)

punt 7 wordt vervangen door:

“7.

Het model wordt geacht te voldoen aan de toepasselijke eisen als voor de drie in punt 5 bedoelde exemplaren het rekenkundig gemiddelde van de vastgestelde waarden aan de in tabel 2 vastgestelde respectieve controletoleranties voldoet.”;

iv)

punt 11 wordt vervangen door:

“11.

De autoriteiten van de lidstaten passen uitsluitend de geldigheidscriteria van tabel 1 en de controletoleranties van tabel 2 toe, en gebruiken uitsluitend de in de punten 3 tot en met 8 beschreven procedure voor de in deze bijlage bedoelde eisen. Voor de parameters van de tabellen 1 en 2 worden geen andere geldigheidscriteria of controletoleranties, zoals die welke zijn opgenomen in geharmoniseerde normen of in een andere meetmethode, toegepast.”;

v)

tabel 1 wordt vervangen door:

Tabel 1

Geldigheidscriteria

Parameter

Geldigheidscriteria

Gemiddeld uiteindelijk vochtgehalte van het ecoprogramma μt

De vastgestelde waarde wordt gemeten en berekend en moet minder dan 1,5 % bedragen.”

vi)

de volgende tabel wordt toegevoegd:

Tabel 2

Controletoleranties

Parameter

Controletoleranties

Edry en Edry½

De vastgestelde waarde (*3) mag de opgegeven waarde van Edry en Edry½ met niet meer dan 6 % overschrijden.

Egdry en Egdry½

De vastgestelde waarde (*3) mag de opgegeven waarde van Egdry en Egdry½ met niet meer dan 6 % overschrijden.

Egdry,a en Egdry½,a

De vastgestelde waarde (*3) mag de opgegeven waarde van Egdry,a en Egdry½,a met niet meer dan 6 % overschrijden.

Ct

De vastgestelde waarde (*3) mag niet meer dan 6 % lager zijn dan de opgegeven waarde van Ct.

Tdry en Tdry½

De vastgestelde waarde (*3) mag de opgegeven waarde van Tdry en Tdry½ met niet meer dan 6 % overschrijden.

Po

De vastgestelde waarde (*3) van Po mag de opgegeven waarde met niet meer dan 0,10 W overschrijden.

Psm

De vastgestelde waarde (*3) van Psm mag de opgegeven waarde met niet meer dan 10 % overschrijden indien de opgegeven waarde hoger is dan 1,00 W, of met niet meer dan 0,10 W indien de opgegeven waarde lager of gelijk is aan 1,00 W.

Pds

De vastgestelde waarde (*3) van Pds mag de opgegeven waarde met niet meer dan 10 % overschrijden indien de opgegeven waarde hoger is dan 1,00 W, of met niet meer dan 0,10 W indien de opgegeven waarde lager of gelijk is aan 1,00 W.

Emissie van akoestisch luchtgeluid

De vastgestelde waarde (*3) mag de opgegeven waarde met niet meer dan 2 dB re 1 pW overschrijden.


(*1)  Richtlijn 2014/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 79, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/30/oj).”;

(*2)  Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38? ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/19/oj).”


(*3)  Indien drie extra exemplaren worden getest overeenkomstig punt 5, is de vastgestelde waarde het rekenkundige gemiddelde van de waarden die zijn vastgesteld voor deze drie extra exemplaren.”


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2262/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)