European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/2167

29.10.2025

OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIË INZAKE SAMENWERKING MET EN VIA HET AGENTSCHAP VAN DE EUROPESE UNIE VOOR SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN RECHTSHANDHAVING (EUROPOL) EN DE FEDERALE POLITIE VAN BRAZILIË

DE EUROPESE UNIE, hierna de “Unie” of de “EU” genoemd,

en

DE FEDERALE REPUBLIEK BRAZILIË, hierna “Brazilië” genoemd,

hierna gezamenlijk “de overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

OVERWEGENDE dat door de uitwisseling van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de bevoegde autoriteiten van Brazilië mogelijk te maken, bij deze overeenkomst het kader wordt geschapen voor versterkte operationele samenwerking tussen de Europese Unie en Brazilië op het gebied van rechtshandhaving, waarbij de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van alle betrokken personen, waaronder het recht op privacy en gegevensbescherming, worden gewaarborgd,

OVERWEGENDE dat deze overeenkomst de regelingen inzake wederzijdse rechtshulp tussen Brazilië en de lidstaten van de Unie die de uitwisseling van persoonsgegevens mogelijk maken, onverlet laat,

OVERWEGENDE dat deze overeenkomst de bevoegde autoriteiten niet verplicht persoonsgegevens of niet-persoonsgebonden gegevens door te geven en dat het delen van persoonsgegevens of niet-persoonsgebonden gegevens waarom in het kader van deze overeenkomst wordt verzocht, vrijwillig blijft,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

ARTIKEL 1

Doelstellingen en toepassingsgebied

1.   Het doel van deze overeenkomst is het aangaan van samenwerkingsverbanden tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en de bevoegde autoriteiten van Brazilië en het mogelijk maken van de doorgifte van persoonsgegevens tussen deze twee partijen, teneinde het optreden van de autoriteiten van de lidstaten van de Unie en die van Brazilië te ondersteunen en te versterken, alsmede hun onderlinge samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van strafbare feiten, waaronder zware criminaliteit en terrorisme, te ondersteunen en te versterken, en daarbij te zorgen voor passende waarborgen met betrekking tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van personen, met inbegrip van het recht op privacy en gegevensbescherming.

2.   Deze overeenkomst is van toepassing op de samenwerking tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië op de werkterreinen en binnen de bevoegdheden en taken van Europol, als bepaald in de Europol-verordening, zoals toegepast overeenkomstig het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en in deze overeenkomst.

ARTIKEL 2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

1)

“overeenkomstsluitende partijen”: de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië;

2)

“Europol”: het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving, opgericht bij de Europol-verordening;

3)

“Europol-verordening”: Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/794/oj), met inbegrip van elke wijziging daarvan, of elke verordening die deze verordening vervangt;

4)

“bevoegde autoriteiten”: voor Brazilië, de nationale rechtshandhavingsinstanties die krachtens het Braziliaanse nationale recht verantwoordelijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van strafbare feiten, als vermeld in bijlage II (“bevoegde autoriteiten van Brazilië”) en waarvoor overeenkomstig artikel 26 een aangewezen nationaal contactpunt binnen de Braziliaanse federale politie fungeert als centraal punt voor contact met Europol, en, voor de Unie, Europol;

5)

“organen van de Unie”: instellingen, organen, missies, en instanties opgericht bij of op grond van het VEU en het VWEU, als vermeld in bijlage III;

6)

“strafbare feiten”: de in bijlage I vermelde vormen van criminaliteit en daarmee samenhangende strafbare feiten; Strafbare feiten worden geacht samen te hangen met de in bijlage I vermelde vormen van criminaliteit wanneer zij worden gepleegd om de middelen te verkrijgen om dergelijke vormen van criminaliteit te plegen, of deze vormen van criminaliteit te bevorderen of te plegen, of om ervoor te zorgen dat degenen die dergelijke vormen van criminaliteit plegen, ongestraft blijven;

7)

“persoonsgegevens”: alle informatie over een betrokkene;

8)

“niet-persoonsgebonden gegevens”: andere informatie dan persoonsgegevens;

9)

“betrokkene”: een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon, een identificeerbare natuurlijke persoon is een persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator, zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online-identificator of een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die persoon;

10)

“genetische gegevens”: alle persoonsgegevens met betrekking tot de aangeboren of verworven genetische kenmerken van een natuurlijke persoon en die unieke informatie geven over de fysiologie of de gezondheid van die persoon en die met name voortkomen uit een analyse van een biologisch monster van die persoon;

11)

“biometrische gegevens”: persoonsgegevens die het resultaat zijn van een specifieke technische verwerking met betrekking tot de fysieke, fysiologische of gedragsgerelateerde kenmerken van een natuurlijke persoon op grond waarvan eenduidige identificatie van die natuurlijke persoon mogelijk is of wordt bevestigd, zoals gezichtsafbeeldingen of vingerafdrukgegevens;

12)

“verwerking”: een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere beschikbaarstelling, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;

13)

“inbreuk in verband met persoonsgegevens”: een inbreuk op de beveiliging die per ongeluk of op onrechtmatige wijze leidt tot de vernietiging, het verlies, de wijziging, de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte persoonsgegevens;

14)

“toezichthoudende autoriteit”: een of meer binnenlandse onafhankelijke autoriteiten die alleen of gezamenlijk belast zijn met gegevensbescherming overeenkomstig artikel 14 en die overeenkomstig dat artikel zijn aangemeld; het kan hierbij gaan om autoriteiten waarvan de verantwoordelijkheid zich ook uitstrekt tot andere mensenrechten;

15)

“internationale organisatie”: een internationaalpubliekrechtelijke organisatie en de daaronder ressorterende internationaalpubliekrechtelijke organen, of enig ander orgaan dat is opgericht bij of op grond van een overeenkomst tussen twee of meer landen.

HOOFDSTUK II

UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS EN GEGEVENSBESCHERMING

ARTIKEL 3

Doeleinden van de verwerking van persoonsgegevens

1.   De in het kader van deze overeenkomst gevraagde en ontvangen persoonsgegevens worden uitsluitend verwerkt ten behoeve van de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, binnen de grenzen van artikel 4, lid 5, en de respectieve mandaten van de bevoegde autoriteiten.

2.   De bevoegde autoriteiten geven uiterlijk op het moment van de doorgifte van persoonsgegevens duidelijk aan voor welk specifiek doel of welke specifieke doeleinden de gegevens worden doorgegeven. Voor doorgiften aan Europol worden het doel of de doeleinden van een dergelijke doorgifte gespecificeerd overeenkomstig het specifieke verwerkingsdoel of de specifieke verwerkingsdoeleinden die zijn vastgesteld in de Europol-verordening. De overeenkomstsluitende partijen kunnen in onderlinge overeenstemming besluiten dat de doorgegeven persoonsgegevens mogen worden verwerkt voor een aanvullend, verenigbaar en specifiek doel, dat op het moment van die onderlinge overeenstemming wordt gespecificeerd en binnen de werkingssfeer van lid 1 valt.

ARTIKEL 4

Algemene beginselen inzake gegevensbescherming

1.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde persoonsgegevens:

a)

eerlijk, rechtmatig, overeenkomstig de transparantievoorschriften in artikel 29, lid 1, en uitsluitend voor het doel of de doeleinden waarvoor zij overeenkomstig artikel 3 zijn doorgegeven, worden verwerkt;

b)

adequaat en relevant zijn en beperkt zijn tot wat noodzakelijk is in verhouding tot het doel of de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt;

c)

juist zijn en worden bijgewerkt; elke overeenkomstsluitende partij bepaalt dat haar bevoegde autoriteiten alle redelijke maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat persoonsgegevens die, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, onjuist zijn, onverwijld worden gerectificeerd of gewist;

d)

niet langer dan nodig is voor de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt, worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren;

e)

op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging van de persoonsgegevens gewaarborgd is.

2.   De doorgevende bevoegde autoriteit kan op het moment van de doorgifte van persoonsgegevens elke algemene of specifieke beperking van de toegang daartoe of het gebruik daarvan aangeven, ook wat betreft de verdere doorgifte, wissing of vernietiging ervan na een bepaalde periode, of de verdere verwerking ervan. Indien de noodzaak tot dergelijke beperkingen duidelijk wordt nadat de informatie reeds is verstrekt, stelt de doorgevende bevoegde autoriteit de ontvangende autoriteit daarvan in kennis.

3.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de ontvangende bevoegde autoriteit zich houdt aan elke beperking van de toegang tot of het verdere gebruik van de persoonsgegevens die door de verstrekkende bevoegde autoriteit is aangegeven, zoals omschreven in lid 2.

4.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten passende technische en organisatorische maatregelen treffen waarmee kan worden aangetoond dat de gegevensverwerking in overeenstemming zal zijn met deze overeenkomst en dat de rechten van de betrokkenen worden beschermd.

5.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten geen persoonsgegevens doorgeven die zijn verkregen met een kennelijke schending van mensenrechten die zijn erkend krachtens internationaalrechtelijke normen waardoor de overeenkomstsluitende partijen zijn gebonden. Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de ontvangen persoonsgegevens niet worden gebruikt om de doodstraf of enige vorm van foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing te vorderen, uit te spreken of uit te voeren.

6.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat een register wordt bijgehouden van alle doorgiften van persoonsgegevens in het kader van deze overeenkomst en van het doel of de doeleinden van die doorgiften.

ARTIKEL 5

Speciale categorieën persoonsgegevens en verschillende categorieën betrokkenen

1.   De doorgifte en verdere verwerking van persoonsgegevens in verband met slachtoffers van een strafbaar feit, getuigen of andere personen die informatie kunnen verstrekken over strafbare feiten, of in verband met personen jonger dan achttien, is verboden, tenzij de doorgifte in individuele gevallen strikt noodzakelijk en evenredig is voor het voorkomen of bestrijden van een strafbaar feit.

2.   Persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, genetische gegevens, biometrische gegevens voor de unieke identificatie van een natuurlijke persoon, of gegevens over gezondheid, of gegevens over seksueel gedrag of seksuele gerichtheid van een natuurlijke persoon, mogen alleen worden doorgegeven en verder worden verwerkt in individuele gevallen en alleen indien dat strikt noodzakelijk en evenredig is voor het voorkomen of bestrijden van een strafbaar feit, en indien die gegevens, met uitzondering van biometrische gegevens, andere persoonsgegevens aanvullen.

3.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat bij de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van de leden 1 en 2 van dit artikel passende waarborgen ter bescherming tegen de desbetreffende specifieke risico’s in acht worden genomen, zoals toegangsbeperkingen, maatregelen voor gegevensbeveiliging in de zin van artikel 19 en beperkingen op verdere doorgiften uit hoofde van artikel 7.

ARTIKEL 6

Geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens

Besluiten die uitsluitend gebaseerd zijn op geautomatiseerde verwerking van de uitgewisselde persoonsgegevens, met inbegrip van profilering, en die voor de betrokkene nadelige rechtsgevolgen of aanzienlijke gevolgen kunnen hebben, zijn verboden, tenzij zij wettelijk zijn toegestaan om een strafbaar feit te voorkomen of te bestrijden en zijn omkleed met passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, waaronder in ieder geval het recht op menselijke tussenkomst.

ARTIKEL 7

Verdere doorgifte van de ontvangen persoonsgegevens

1.   Brazilië zorgt ervoor dat zijn bevoegde autoriteiten de in het kader van deze overeenkomst ontvangen persoonsgegevens alleen doorgeven aan andere autoriteiten in Brazilië indien:

a)

Europol vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft verleend;

b)

het doel of de doeleinden van de verdere doorgifte dezelfde zijn als het oorspronkelijke doel of de oorspronkelijke doeleinden van de doorgifte door Europol, en

c)

voor de verdere doorgifte dezelfde voorwaarden en waarborgen gelden als voor de oorspronkelijke doorgifte.

Onverminderd artikel 4, lid 2, hoeft niet aan het vereiste van de eerste alinea, punt a), van dit lid te worden voldaan indien de ontvangende autoriteit zelf een bevoegde autoriteit van Brazilië is.

2.   De Unie ziet erop toe dat Europol in het kader van deze overeenkomst ontvangen persoonsgegevens alleen doorgeeft aan andere autoriteiten in de Unie dan die vermeld in bijlage III indien:

a)

Brazilië vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft verleend;

b)

het doel of de doeleinden van de verdere doorgifte dezelfde zijn als het oorspronkelijke doel of de oorspronkelijke doeleinden van de doorgifte door Brazilië, en

c)

voor de verdere doorgifte dezelfde voorwaarden en waarborgen gelden als voor de oorspronkelijke doorgifte.

Onverminderd artikel 4, lid 2, hoeft niet aan het vereiste van de eerste alinea, punt a), van dit lid te worden voldaan indien de ontvangende autoriteit een orgaan of autoriteit is die in bijlage III wordt vermeld.

3.   Brazilië zorgt ervoor dat verdere doorgifte van persoonsgegevens die zijn bevoegde autoriteiten in het kader van deze overeenkomst hebben ontvangen, aan de autoriteiten van een derde land of aan een internationale organisatie verboden is, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

Europol heeft vooraf uitdrukkelijk toestemming verleend;

b)

het doel of de doeleinden van de verdere doorgifte zijn dezelfde als het oorspronkelijke doel of de oorspronkelijke doeleinden van de doorgifte door Europol, en

c)

voor de verdere doorgifte gelden dezelfde voorwaarden en waarborgen als voor de oorspronkelijke doorgifte.

4.   Europol kan zijn toestemming voor een verdere doorgifte aan de autoriteit van een derde land of aan een internationale organisatie uit hoofde van lid 3, punt a), alleen verlenen indien en voor zover er een adequaatheidsbesluit van kracht is of een internationale overeenkomst die passende waarborgen biedt met betrekking tot de bescherming van het recht op privacy en de grondrechten en fundamentele vrijheden van personen, een samenwerkingsovereenkomst of een andere rechtsgrond voor de doorgifte van persoonsgegevens in de zin van de Europol-verordening die van toepassing is op de verdere doorgifte.

5.   De Unie zorgt ervoor dat verdere doorgifte van persoonsgegevens die Europol in het kader van deze overeenkomst heeft ontvangen, aan de autoriteiten van een derde land of aan een internationale organisatie verboden is, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

Brazilië heeft vooraf uitdrukkelijk toestemming verleend;

b)

het doel of de doeleinden van de verdere doorgifte zijn dezelfde als het oorspronkelijke doel van de doorgifte door Brazilië, en

c)

voor de verdere doorgifte gelden dezelfde voorwaarden en waarborgen als voor de oorspronkelijke doorgifte.

6.   Bij de toepassing van dit artikel is verdere doorgifte van de in artikel 5 bedoelde bijzondere categorieën persoonsgegevens alleen toegestaan indien die verdere doorgifte strikt noodzakelijk en evenredig is in individuele gevallen die betrekking hebben op strafbare feiten.

ARTIKEL 8

Recht van toegang

1.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de betrokkene het recht heeft met redelijke tussenpozen informatie te verkrijgen over de vraag of hem of haar betreffende persoonsgegevens in het kader van deze overeenkomst worden verwerkt, en, wanneer dat het geval is, het recht heeft op toegang tot ten minste de volgende informatie:

a)

uitsluitsel omtrent het al dan niet bestaan van verwerking van hem of haar betreffende gegevens;

b)

het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en, indien van toepassing, de ontvangers of categorieën ontvangers aan wie de gegevens worden verstrekt;

c)

het bestaan van het recht om de bevoegde autoriteit te verzoeken om rectificatie of wissing van hem of haar betreffende persoonsgegevens of beperking van de verwerking van hem of haar betreffende persoonsgegevens;

d)

de vermelding van de rechtsgrond voor de verwerking;

e)

de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;

f)

de gegevens die verwerkt worden, alsmede alle beschikbare informatie over de bronnen daarvan, in begrijpelijke vorm.

2.   In gevallen waarin het recht van toegang overeenkomstig lid 1 wordt uitgeoefend, wordt de doorgevende autoriteit op niet-bindende basis schriftelijk geraadpleegd voordat een definitief besluit over het verzoek wordt genomen.

3.   De overeenkomstsluitende partijen kunnen bepalen dat de verstrekking van informatie in antwoord op een verzoek uit hoofde van lid 1 wordt uitgesteld, geweigerd of beperkt indien en zolang dit uitstel, deze weigering of deze beperking, gelet op de grondrechten en belangen van de betrokkene, een noodzakelijke en evenredige maatregel is om:

a)

ervoor te zorgen dat strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen niet in gevaar worden gebracht;

b)

de rechten en vrijheden van derden te beschermen, of

c)

de veiligheid en de openbare orde te beschermen of criminaliteit te voorkomen.

4.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ontvangen, de betrokkene schriftelijk in kennis stelt van elk uitstel en elke weigering of beperking van de toegang en van de redenen voor het uitstel, de weigering of beperking van de toegang. Die redenen kunnen worden weggelaten indien en zolang dit het doel van het uitstel of de weigering of beperking uit hoofde van lid 3 zou ondermijnen. De bevoegde autoriteit stelt de betrokkene in kennis van de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de desbetreffende toezichthoudende autoriteiten en van andere beschikbare administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden waarin de respectieve rechtskaders van de overeenkomstsluitende partijen voorzien.

ARTIKEL 9

Recht van rectificatie, wissing en beperking

1.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de betrokkene het recht heeft om onjuiste persoonsgegevens die uit hoofde van deze overeenkomst zijn doorgegeven, door de bevoegde autoriteiten te laten rectificeren. Dit recht omvat, rekening houdend met het doel of de doeleinden van de verwerking, het recht op vervollediging van onvolledige persoonsgegevens die in het kader van deze overeenkomst zijn doorgegeven.

2.   Rectificatie omvat het wissen van persoonsgegevens die niet langer noodzakelijk zijn voor het doel of de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.

3.   De overeenkomstsluitende partijen kunnen bepalen dat de persoonsgegevens niet worden gewist en in plaats daarvan de verwerking van deze gegevens wordt beperkt, indien er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat het wissen de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene zou kunnen schaden.

4.   De bevoegde autoriteiten stellen elkaar in kennis van de krachtens de leden 1, 2 en 3 genomen maatregelen. De ontvangende bevoegde autoriteit rectificeert of wist deze gegevens of beperkt de verwerking ervan in overeenstemming met de maatregelen die de doorgevende bevoegde autoriteit heeft genomen.

5.   De overeenkomstsluitende partijen bepalen dat de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ontvangen, de betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen drie maanden na ontvangst van een verzoek overeenkomstig lid 1 of lid 2, schriftelijk ervan in kennis stelt dat hem of haar betreffende gegevens zijn gerectificeerd of gewist of dat de verwerking ervan is beperkt.

6.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteit die het verzoek heeft ontvangen de betrokkene onverwijld en in ieder geval binnen drie maanden na ontvangst van een verzoek, schriftelijk in kennis stelt van een weigering om te rectificeren, te wissen of de verwerking te beperken en de redenen voor deze weigering, alsmede van de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de desbetreffende toezichthoudende autoriteiten en van andere beschikbare administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden waarin de respectieve rechtskaders van de overeenkomstsluitende partijen voorzien.

ARTIKEL 10

Melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokken autoriteiten

1.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat, in geval van een inbreuk in verband met persoonsgegevens die in het kader van deze overeenkomst worden doorgegeven, de desbetreffende bevoegde autoriteiten elkaar, en hun respectieve toezichthoudende autoriteiten, onverwijld van die inbreuk in verband met persoonsgegevens in kennis stellen en dat zij maatregelen nemen om de mogelijke nadelige gevolgen ervan te beperken.

2.   De kennisgeving omvat ten minste:

a)

een omschrijving van de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, waar mogelijk onder vermelding van de categorieën van betrokkenen en persoonsgegevensregisters in kwestie en het aantal betrokkenen en persoonsgegevensregisters in kwestie;

b)

een omschrijving van de waarschijnlijke gevolgen van de inbreuk in verband met persoonsgegevens;

c)

een omschrijving van de maatregelen die de bevoegde autoriteit heeft voorgesteld of genomen om de inbreuk in verband met persoonsgegevens aan te pakken, waaronder de maatregelen die zijn genomen ter beperking van de eventuele nadelige gevolgen daarvan.

3.   Voor zover het niet mogelijk is alle vereiste informatie tegelijkertijd te verstrekken, kan deze in fasen worden verstrekt. Aanvullende informatie wordt zonder onnodige verdere vertraging verstrekt.

4.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat hun respectieve bevoegde autoriteiten alle inbreuken in verband met persoonsgegevens die in het kader van deze overeenkomst zijn doorgegeven, documenteren, met inbegrip van de feiten met betrekking tot de inbreuk in verband met persoonsgegevens, de gevolgen ervan en de genomen corrigerende maatregelen, zodat hun respectieve toezichthoudende autoriteit kan nagaan of de toepasselijke wettelijke voorschriften zijn nageleefd.

ARTIKEL 11

Mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene

1.   Wanneer een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in artikel 10 waarschijnlijk ernstige en nadelige gevolgen zal hebben voor de rechten en vrijheden van de betrokkene, schrijven de overeenkomstsluitende partijen voor dat hun respectieve bevoegde autoriteiten de inbreuk in verband met persoonsgegevens onverwijld aan de betrokkene meedelen.

2.   De in lid 1 bedoelde mededeling aan de betrokkene bevat waar mogelijk een omschrijving van de aard van de inbreuk in verband met persoonsgegevens, een aanbeveling voor maatregelen om de mogelijke nadelige gevolgen van deze inbreuk te beperken, en de naam en de contactgegevens van het contactpunt waar meer informatie kan worden verkregen.

3.   De mededeling aan de betrokkene uit hoofde van lid 1 is niet vereist wanneer:

a)

de persoonsgegevens waarop de inbreuk betrekking heeft, waren onderworpen aan passende technische beschermingsmaatregelen die de gegevens onbegrijpelijk maken voor eenieder die geen toestemming heeft tot toegang tot die gegevens;

b)

vervolgens maatregelen zijn genomen om ervoor te zorgen dat de rechten en vrijheden van de betrokkene niet langer ernstig kunnen worden geschaad, of

c)

de mededeling aan de betrokkene uit hoofde van lid 1 onevenredig veel moeite zou vergen, met name vanwege het aantal betrokken gevallen; in dat geval komt er in de plaats daarvan een openbare mededeling of een soortgelijke maatregel waarbij betrokkenen even doeltreffend worden geïnformeerd.

4.   De mededeling aan de betrokkene overeenkomstig lid 1 kan uitgesteld, beperkt of achterwege gelaten worden wanneer het waarschijnlijk is dat deze mededeling:

a)

officiële of justitiële onderzoeken of procedures belemmert;

b)

afbreuk doet aan de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen of aan de openbare orde of de nationale veiligheid;

c)

de rechten en vrijheden van derden schaadt;

indien dit, gelet op de gerechtvaardigde belangen van de betrokkene, een noodzakelijke en evenredige maatregel is.

ARTIKEL 12

Opslag, herziening, correctie en wissing van persoonsgegevens

1.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen voor de vaststelling van passende termijnen voor de opslag van de in het kader van deze overeenkomst ontvangen persoonsgegevens of voor een periodieke evaluatie van de noodzaak van opslag van die gegevens, zodat persoonsgegevens niet langer worden bewaard dan nodig is voor het doel of de doeleinden waarvoor zij worden doorgegeven.

2.   In elk geval wordt de noodzaak van verdere opslag van persoonsgegevens uiterlijk drie jaar na de doorgifte van de persoonsgegevens beoordeeld, en indien er geen gemotiveerd en gedocumenteerd besluit wordt genomen over de verdere opslag van persoonsgegevens, worden die persoonsgegevens na drie jaar automatisch gewist.

3.   Wanneer een bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat eerder door haar doorgegeven persoonsgegevens onjuist, onnauwkeurig of niet meer actueel zijn, of niet hadden mogen worden doorgegeven, meldt zij dit aan de ontvangende bevoegde autoriteit, die die gegevens corrigeert of wist en de doorgevende autoriteit daarvan in kennis stelt.

4.   Wanneer een bevoegde autoriteit redenen heeft om aan te nemen dat eerder ontvangen persoonsgegevens onjuist, onnauwkeurig of niet meer actueel zijn, of niet hadden mogen worden doorgegeven, stelt zij de bevoegde autoriteit die die gegevens doorgeeft daarvan in kennis, waarna deze haar standpunt over de zaak kenbaar maakt. Indien de doorgevende bevoegde autoriteit concludeert dat de persoonsgegevens onjuist, onnauwkeurig of niet meer actueel zijn, of niet hadden mogen worden doorgegeven, meldt zij dit aan de ontvangende bevoegde autoriteit, die die gegevens corrigeert of wist en de doorgevende bevoegde autoriteit daarvan in kennis stelt.

ARTIKEL 13

Loggen en documenteren

1.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen dat van de verzameling, wijziging, verstrekking, (met inbegrip van verdere doorgifte) combinatie en wissing van en toegang tot persoonsgegevens registratiegegevens of documentatie worden bijgehouden.

2.   De in lid 1 bedoelde registratiegegevens of documentatie worden op verzoek ter beschikking van de desbetreffende toezichthoudende autoriteit gesteld voor de verificatie van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking, interne monitoring en het waarborgen van de integriteit en beveiliging van de gegevens.

ARTIKEL 14

Toezichthoudende autoriteit

1.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat er een onafhankelijke overheidsinstantie is die belast is met gegevensbescherming (toezichthoudende autoriteit), die onafhankelijk toezicht houdt op aangelegenheden die van invloed zijn op het recht op privacy van personen, met inbegrip van de interne regels die relevant zijn in het kader van deze overeenkomst, zodat grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens worden beschermd. De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van de autoriteit die elk van hen aanwijst als de toezichthoudende autoriteit.

2.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat elke toezichthoudende autoriteit:

a)

volledig onafhankelijk handelt bij de uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden; vrij van beïnvloeding van buitenaf handelt en geen instructies vraagt of aanvaardt; leden heeft met een vaste ambtstermijn, die in dat kader waarborgen tegen willekeurig ontslag genieten;

b)

beschikt over de personele, technische en financiële middelen, de gebouwen en de infrastructuur die nodig zijn voor de doeltreffende uitvoering van haar taken en de uitoefening van haar bevoegdheden;

c)

beschikt over effectieve onderzoeks- en interventiebevoegdheden om toezicht te kunnen uitoefenen op de organen waarop zij toezicht houdt, en om gerechtelijke procedures te kunnen aanspannen;

d)

bevoegd is kennis te nemen van klachten van natuurlijke personen over het gebruik van hun persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten die onder haar toezicht staan.

ARTIKEL 15

Administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden

1.   Betrokkenen hebben recht op doeltreffende administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden in geval van schendingen van de in deze overeenkomst erkende rechten en waarborgen ten gevolge van de verwerking van hun persoonsgegevens. De overeenkomstsluitende partijen stellen elkaar in kennis van hun interne wetgeving waarin volgens hen de door dit artikel gewaarborgde rechten zijn neergelegd.

2.   Het in lid 1 bedoelde recht op doeltreffende administratieve en gerechtelijke beroepsmogelijkheden omvat het recht op vergoeding van eventuele schade die de betrokkene heeft geleden.

HOOFDSTUK III

UITWISSELING VAN NIET-PERSOONSGEBONDEN GEGEVENS

ARTIKEL 16

Beginselen inzake gegevensbescherming voor niet-persoonsgebonden gegevens

1.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde niet-persoonsgebonden gegevens eerlijk en rechtmatig worden verwerkt en op een dusdanige manier dat de passende beveiliging van de niet-persoonsgebonden gegevens gewaarborgd is.

2.   De doorgevende bevoegde autoriteit kan op het moment van de doorgifte van niet-persoonsgebonden gegevens elke algemene of specifieke beperking van de toegang daartoe of het gebruik daarvan aangeven, ook wat betreft de verdere doorgifte, wissing of vernietiging ervan na een bepaalde periode, of de verdere verwerking ervan. Indien de noodzaak tot dergelijke beperkingen duidelijk wordt nadat de niet-persoonsgebonden gegevens reeds zijn verstrekt, stelt de doorgevende bevoegde autoriteit de ontvangende autoriteit daarvan in kennis.

3.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de ontvangende bevoegde autoriteit zich houdt aan elke beperking van de toegang tot of het verdere gebruik van de niet-persoonsgebonden gegevens die door de verstrekkende bevoegde autoriteit is aangegeven, zoals omschreven in lid 2.

4.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat haar bevoegde autoriteiten geen niet-persoonsgebonden gegevens doorgeven die zijn verkregen met een kennelijke schending van mensenrechten die zijn erkend krachtens internationaalrechtelijke normen waardoor de overeenkomstsluitende partijen zijn gebonden. Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens niet worden gebruikt om de doodstraf of enige vorm van foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing te vorderen, uit te spreken of uit te voeren.

ARTIKEL 17

Verdere doorgifte van de ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens

1.   Brazilië zorgt ervoor dat zijn bevoegde autoriteiten de in het kader van deze overeenkomst ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens alleen doorgeven aan andere autoriteiten in Brazilië, aan autoriteiten van een derde land of aan een internationale organisatie indien:

a)

Europol vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft verleend;

b)

voor de verdere doorgifte dezelfde voorwaarden en waarborgen gelden als voor de oorspronkelijke doorgifte.

Onverminderd artikel 16, lid 2, hoeft niet aan het vereiste van de eerste alinea, punt a), van dit lid te worden voldaan indien de ontvangende autoriteit zelf een bevoegde autoriteit van Brazilië is.

2.   De Unie zorgt ervoor dat Europol de in het kader van deze overeenkomst ontvangen niet-persoonsgebonden gegevens alleen doorgeeft aan aan andere autoriteiten in de Unie dan die vermeld in bijlage III, aan autoriteiten van een derde land of aan een internationale organisatie indien:

a)

Brazilië vooraf uitdrukkelijk toestemming heeft verleend;

b)

voor de verdere doorgifte dezelfde voorwaarden en waarborgen gelden als voor de oorspronkelijke doorgifte.

Onverminderd artikel 16, lid 2, hoeft niet aan het vereiste van de eerste alinea, punt a), van dit lid te worden voldaan indien de ontvangende autoriteit een orgaan of autoriteit is die in bijlage III wordt vermeld.

HOOFDSTUK IV

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR DE UITWISSELING VAN PERSOONSGEGEVENS EN NIET-PERSOONSGEBONDEN GEGEVENS

ARTIKEL 18

Beoordeling van de betrouwbaarheid van de bron en van de juistheid van de gegevens

1.   De bevoegde autoriteiten geven uiterlijk op het moment van de doorgifte van de gegevens, voor zover mogelijk, de betrouwbaarheid van de bron van de in het kader van deze overeenkomst uitgewisselde gegevens aan door middel van de volgende labels, overeenkomstig de desbetreffende criteria:

a)

“(A)” wanneer er geen twijfel bestaat over de authenticiteit, de betrouwbaarheid of de bevoegdheid van de bron, of de bron van de gegevens in het verleden in alle gevallen betrouwbaar is gebleken;

b)

“(B)” wanneer de bron van de gegevens in de meeste gevallen betrouwbaar is gebleken;

c)

“(C)” wanneer de bron van de gegevens in de meeste gevallen onbetrouwbaar is gebleken;

d)

“(X)” wanneer de betrouwbaarheid van de bron niet kan worden beoordeeld.

2.   De bevoegde autoriteiten geven uiterlijk op het moment van de doorgifte van de gegevens, voor zover mogelijk, de juistheid van de gegevens aan door middel van de volgende labels, overeenkomstig de desbetreffende criteria:

a)

“(1)” wanneer er op het tijdstip van de doorgifte geen twijfel bestaat over de juistheid van de gegevens;

b)

“(2)” wanneer de bron de gegevens uit de eerste hand heeft, maar de ambtenaar die de gegevens doorgeeft niet;

c)

“(3)” wanneer de bron de gegevens niet uit de eerste hand heeft, maar de gegevens worden gestaafd door andere reeds opgeslagen informatie;

d)

“(4)” wanneer de bron de gegevens niet uit de eerste hand heeft en de gegevens niet kunnen worden gestaafd.

3.   Wanneer de ontvangende bevoegde autoriteit aan de hand van de informatie waarover zij reeds beschikt, tot de conclusie komt dat de beoordeling van de gegevens of van de bron ervan die zij van de doorgevende bevoegde autoriteit heeft ontvangen, en die overeenkomstig de leden 1 en 2 is verricht, moet worden gecorrigeerd, stelt zij die bevoegde autoriteit daarvan in kennis en tracht zij overeenstemming te bereiken over een wijziging van de beoordeling. Zonder die overeenstemming wijzigt de ontvangende bevoegde autoriteit de beoordeling van de ontvangen gegevens of van de bron ervan niet.

4.   Wanneer een bevoegde autoriteit gegevens ontvangt zonder beoordeling, tracht zij, indien mogelijk in overleg met de doorgevende bevoegde autoriteit, de betrouwbaarheid van de bron of de juistheid van de gegevens zoveel mogelijk te beoordelen aan de hand van de informatie waarover zij reeds beschikt.

5.   Indien geen betrouwbare beoordeling kan worden gemaakt, worden de gegevens geëvalueerd overeenkomstig lid 1, punt d), en lid 2, punt d), naargelang het geval.

ARTIKEL 19

Beveiliging van de gegevens

1.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de in het kader van deze overeenkomst doorgegeven gegevens op dusdanige wijze worden verwerkt dat een passende beveiliging van de gegevens is gewaarborgd.

2.   De overeenkomstsluitende partijen zorgen voor de uitvoering van technische en organisatorische maatregelen ter bescherming van de gegevens die in het kader van deze overeenkomst worden uitgewisseld. De uitvoering van deze maatregelen wordt nader gespecificeerd door Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië.

3.   Met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van gegevens zorgen de overeenkomstsluitende partijen voor de uitvoering van maatregelen die erop gericht zijn:

a)

te verhinderen dat onbevoegden toegang krijgen tot gegevensverwerkingsapparatuur (controle op de toegang tot de apparatuur);

b)

te voorkomen dat gegevensdragers onrechtmatig worden gelezen, gekopieerd, veranderd of verwijderd (controle op de gegevensdragers);

c)

te voorkomen dat onbevoegden gegevens invoeren of opgeslagen gegevens lezen, wijzigen of verwijderen (opslagcontrole);

d)

te verhinderen dat onbevoegden geautomatiseerde verwerkingssystemen gebruiken met behulp van datacommunicatieapparatuur (gebruikerscontrole);

e)

te waarborgen dat degenen die bevoegd zijn om een systeem voor geautomatiseerde gegevensverwerking te gebruiken, uitsluitend toegang hebben tot de gegevens waarvoor hun recht van toegang geldt (controle op de toegang tot de gegevens);

f)

te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld aan welke organen gegevens kunnen worden verstrekt of zijn verstrekt met behulp van datacommunicatieapparatuur (controle op de communicatie);

g)

te waarborgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens in geautomatiseerde verwerkingssystemen zijn ingevoerd, alsook wanneer en door wie de gegevens zijn ingevoerd (invoercontrole);

h)

ervoor te zorgen dat kan worden nagegaan en vastgesteld welke gegevens door welk personeelslid op welk tijdstip zijn opgevraagd (toegangsregistratie);

i)

te verhinderen dat onbevoegden gegevens lezen, kopiëren, wijzigen of wissen bij de doorgifte van gegevens of het vervoer van gegevensdragers (controle op het vervoer);

j)

ervoor te zorgen dat de gebruikte systemen in geval van storing onmiddellijk opnieuw ingezet kunnen worden (herstel);

k)

ervoor te zorgen dat de functies van het systeem foutloos werken, dat eventuele functionele storingen onmiddellijk gesignaleerd worden (betrouwbaarheid) en dat opgeslagen gegevens niet door verkeerd functioneren van het systeem beschadigd kunnen worden (integriteit).

HOOFDSTUK V

GESCHILLEN

ARTIKEL 20

Beslechting van geschillen

Bij alle geschillen die zich kunnen voordoen in verband met de interpretatie, toepassing of uitvoering van deze overeenkomst en alle daarmee verband houdende aangelegenheden, overleggen en onderhandelen de vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

ARTIKEL 21

Opschortingsclausule

1.   In geval van niet-naleving van verplichtingen die voortvloeien uit deze overeenkomst, kan elke overeenkomstsluitende partij deze overeenkomst tijdelijk gedeeltelijk of geheel opschorten door de andere overeenkomstsluitende partij langs diplomatieke weg schriftelijk van die opschorting in kennis te stellen. Een dergelijke schriftelijke kennisgeving vindt pas plaats nadat de partijen gedurende een redelijke termijn overleg hebben gevoerd zonder tot een oplossing te komen en de opschorting wordt van kracht twintig dagen na de datum van ontvangst van die kennisgeving. Deze opschorting kan door de opschortende overeenkomstsluitende partij worden opgeheven door een schriftelijke kennisgeving aan de andere overeenkomstsluitende partij. De opschorting wordt onmiddellijk opgeheven na ontvangst van die kennisgeving.

2.   Niettegenstaande een eventuele opschorting van deze overeenkomst blijft de verwerking van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens die onder de werkingssfeer van deze overeenkomst vallen, en die vóór de opschorting van deze overeenkomst zijn doorgegeven, overeenkomstig de bepalingen van deze overeenkomst plaatsvinden.

ARTIKEL 22

Beëindiging

1.   Deze overeenkomst kan te allen tijde door elk van de overeenkomstsluitende partijen worden beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg. De beëindiging wordt drie maanden na ontvangst van de kennisgeving van kracht.

2.   Indien een overeenkomstsluitende partij op grond van dit artikel kennis geeft van de beëindiging, besluiten de overeenkomstsluitende partijen welke maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de in het kader van deze overeenkomst gestarte samenwerking op passende wijze wordt beëindigd. Wat betreft alle persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens die in het kader van de samenwerking uit hoofde van deze overeenkomst zijn verkregen voordat de overeenkomst werd beëindigd, zorgen de overeenkomstsluitende partijen er in elk geval voor dat het beschermingsniveau op grond waarvan de persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens zijn doorgegeven, wordt gehandhaafd na de beëindiging.

HOOFDSTUK VI

SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL 23

Verhouding tot andere internationale instrumenten

Niets in deze overeenkomst doet afbreuk aan of is anderszins van invloed op de wettelijke bepalingen met betrekking tot de uitwisseling van informatie waarin een verdrag inzake wederzijdse rechtshulp, andere samenwerkingsovereenkomsten of -regelingen, of een samenwerkingsrelatie tussen rechtshandhavingsdiensten voor de uitwisseling van informatie tussen Brazilië en een lidstaat van de Unie, voorzien.

ARTIKEL 24

Uitwisseling van gerubriceerde informatie

Wanneer dit noodzakelijk is in het kader van deze overeenkomst, leggen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië onderling de regelingen vast voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie.

ARTIKEL 25

Verzoeken om toegang van het publiek

Verzoeken om toegang van het publiek tot documenten die persoonsgegevens of niet-persoonsgebonden gegevens bevatten die op grond van deze overeenkomst zijn doorgegeven, worden zo spoedig mogelijk ter raadpleging voorgelegd aan de overdragende overeenkomstsluitende partij.

ARTIKEL 26

Nationaal contactpunt en verbindingsofficieren

1.   Brazilië wijst een nationaal contactpunt aan binnen de Braziliaanse federale politie dat fungeert als centraal punt voor contact tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië. Brazilië stelt de EU in kennis van zijn aangewezen nationale contactpunt.

2.   Brazilië zorgt ervoor dat het nationale contactpunt 24 uur per dag en zeven dagen per week beschikbaar is.

3.   Rechtstreekse uitwisselingen tussen Europol en andere bevoegde autoriteiten van Brazilië blijven beperkt tot het kader van specifieke operaties en moeten vooraf uitdrukkelijk toestemming hebben gekregen van het nationale contactpunt.

4.   Europol en Brazilië kunnen hun samenwerking als bedoeld in deze overeenkomst versterken door de inzet van een of meer verbindingsofficieren door Brazilië. Europol kan een of meer verbindingsofficieren in Brazilië inzetten. Europol en de federale politie van Brazilië stellen het aantal verbindingsofficieren en de taken en kosten ervan onderling vast.

ARTIKEL 27

Beveiligd communicatiekanaal

Er wordt een beveiligd communicatiekanaal opgezet voor de uitwisseling van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië. Europol en de federale politie van Brazilië stellen de regelingen voor de oprichting, uitvoering, kosten en werking van het beveiligde communicatiekanaal onderling vast.

ARTIKEL 28

Kosten

De overeenkomstsluitende partijen zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten de kosten dragen die voor hen voortvloeien uit de uitvoering van deze overeenkomst, tenzij Europol en de federale politie van Brazilië onderling anders hebben bepaald.

ARTIKEL 29

Kennisgeving van de uitvoering

1.   Elke overeenkomstsluitende partij bepaalt dat zijn bevoegde autoriteiten een document openbaar maken waarin de voorschriften betreffende de verwerking van de in het kader van deze overeenkomst doorgegeven persoonsgegevens, met inbegrip van de beschikbare middelen voor de uitoefening van de rechten van de betrokkenen, op begrijpelijke wijze worden beschreven. Elke overeenkomstsluitende partij zendt een kopie van dat document toe aan de andere overeenkomstsluitende partij.

2.   Elke overeenkomstsluitende partij zorgt ervoor dat de bevoegde autoriteiten ervam regels vaststellen om te bepalen hoe de naleving van de bepalingen inzake de verwerking van in het kader van deze overeenkomst doorgegeven persoonsgegevens in de praktijk zal worden gehandhaafd, voor zover deze regels nog niet bestaan. Elke overeenkomstsluitende partij zendt een kopie van deze regels toe aan de andere overeenkomstsluitende partij en de respectieve bevoegde autoriteiten.

3.   Kennisgevingen door een overeenkomstsluitende partij uit hoofde van artikel 14, lid 1, artikel 15, lid 1, artikel 26, lid 1, en artikel 29, leden 1 en 2, worden langs diplomatieke weg gedaan in één nota-verbaal.

ARTIKEL 30

Inwerkingtreding en toepassing

1.   Deze overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

2.   Deze overeenkomst treedt in werking op de datum van ontvangst van de laatste schriftelijke kennisgeving waarbij de overeenkomstsluitende partijen elkaar langs diplomatieke weg in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde procedures.

3.   Voor het van toepassing worden van deze overeenkomst is vereist dat de in artikel 29, lid 3, bedoelde kennisgevingen van een overeenkomstsluitende partij door de andere overeenkomstsluitende partij langs diplomatieke weg worden aanvaard. Deze overeenkomst wordt van toepassing op de eerste dag na de ontvangst van de laatste aanvaarding van de in artikel 29, lid 3, bedoelde kennisgevingen.

4.   Vanaf de datum waarop deze overeenkomst van toepassing wordt, zorgen de overeenkomstsluitende partijen ervoor dat alle andere rechtsinstrumenten betreffende de samenwerking tussen Europol en de bevoegde autoriteiten van Brazilië onmiddellijk worden ingetrokken.

ARTIKEL 31

Wijziging

1.   Deze overeenkomst kan te allen tijde met wederzijdse instemming van de overeenkomstsluitende partijen worden gewijzigd door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg. De wijzigingen van deze overeenkomst worden van kracht overeenkomstig de wettelijke procedure van artikel 30, leden 1 en 2.

2.   De bijlagen bij deze overeenkomst kunnen zo nodig worden gewijzigd door uitwisseling van diplomatieke nota’s. Dergelijke wijzigingen treden in werking overeenkomstig de wettelijke procedure van artikel 30, leden 1 en 2.

3.   De overeenkomstsluitende partijen treden op verzoek van een van beide overeenkomstsluitende partijen in overleg over de wijziging van deze overeenkomst of de bijlagen daarbij.

ARTIKEL 32

Toetsing en evaluatie

1.   De overeenkomstsluitende partijen toetsen gezamenlijk de uitvoering van deze overeenkomst één jaar na de inwerkingtreding ervan en vervolgens met regelmatige tussenpozen, alsmede wanneer een overeenkomstsluitende partij daarom verzoekt en de partijen zulks overeenkomen.

2.   De overeenkomst wordt vier jaar na de inwerkingtreding ervan gezamenlijk geëvalueerd door de overeenkomstsluitende partijen.

3.   De overeenkomstsluitende partijen nemen vooraf een besluit over de regelingen voor de evaluatie van de uitvoering van deze overeenkomst en stellen elkaar in kennis van de samenstelling van hun respectieve teams. Deskundigen op het gebied van gegevensbescherming en rechtshandhaving maken deel uit van het team. Met inachtneming van de toepasselijke wetgeving wordt van alle deelnemers aan een toetsing verlangd dat zij het vertrouwelijke karakter van de besprekingen eerbiedigen en over een passende veiligheidsmachtiging beschikken. De Unie en Brazilië stellen voor de evaluatie de nodige documenten, systemen en personeelsleden ter beschikking.

ARTIKEL 33

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn. In geval van verschillen tussen de teksten van deze overeenkomst heeft de Engelse tekst voorrang.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

Image 1

Image 2


BIJLAGE I

GEBIEDEN VAN CRIMINALITEIT

Strafbare feiten zijn:

terrorisme,

georganiseerde misdaad,

drugshandel,

witwasactiviteiten,

criminaliteit in verband met nucleaire en radioactieve stoffen,

migrantensmokkel,

mensenhandel,

criminaliteit in verband met motorvoertuigen,

moord en doodslag, zware lichamelijke mishandeling,

illegale handel in menselijke organen en weefsels,

ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling,

racisme en vreemdelingenhaat,

diefstal en gekwalificeerde diefstal,

illegale handel in cultuurgoederen, met inbegrip van antiquiteiten en kunstvoorwerpen,

oplichting en fraude,

misdrijven tegen de financiële belangen van de Unie,

handel met voorkennis en manipulatie van de financiële markten,

racketeering en afpersing;

namaak van producten en productpiraterij,

vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten,

valsemunterij en vervalsing van betaalmiddelen,

computercriminaliteit,

corruptie,

illegale handel in wapens, munitie en explosieven,

illegale handel in bedreigde diersoorten,

illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten,

milieucriminaliteit, met inbegrip van verontreiniging vanaf schepen,

illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars,

seksueel misbruik en seksuele uitbuiting inclusief kinderpornografie en het benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden,

genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

De in deze bijlage bedoelde vormen van criminaliteit worden door de bevoegde autoriteiten van Brazilië beoordeeld overeenkomstig de wetgeving van Brazilië en door Europol overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Europese Unie en haar lidstaten.


BIJLAGE II

BEVOEGDE AUTORITEITEN VAN BRAZILIË

De bevoegde autoriteiten van Brazilië zijn:

 

De federale politie van Brazilië

 

De civiele politie van de staten en het federale district, en

 

De eenheden van het ministerie van Justitie en Openbare Veiligheid die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van strafbare feiten overeenkomstig het Braziliaanse recht


BIJLAGE III

ORGANEN VAN DE UNIE EN AUTORITEITEN VAN DE EU-LIDSTATEN

a)

Organen van de Unie:

 

Missies en operaties in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, voor zover het rechtshandhavingsactiviteiten betreft

 

Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

 

Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex)

 

Europese Centrale Bank (ECB)

 

Europees openbaar ministerie (EPPO)

 

Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

 

Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)

 

Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (AMLA)

b)

de autoriteiten die in de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de preventie en bestrijding van strafbare feiten, overeenkomstig artikel 2, punt a), en artikel 7 van de Europol-verordening.


ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2025/2167/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)