|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/2146 |
23.10.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/2146 VAN DE COMMISSIE
van 22 oktober 2025
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot rijwielen verzonden vanuit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka, Tunesië, Cambodja, Pakistan en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 (2) (“het oorspronkelijke onderzoek”) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht van 30,6 % ingesteld op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC” of “het betrokken land”). |
|
(2) |
Na een antiontwijkingsonderzoek werd dit recht bij Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad (3) uitgebreid tot bepaalde rijwielonderdelen van oorsprong uit de VRC. Bij Verordening (EG) nr. 88/97 van de Commissie (4) werd een stelsel van vrijstelling voor bepaalde rijwielonderdelen geïntroduceerd. Sinds 1993 zijn er in 2000, 2011 en 2019 onderzoeken in verband met het vervallen van maatregelen gepubliceerd (5). |
|
(3) |
De momenteel geldende antidumpingrechten zijn definitieve antidumpingrechten die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1379 van de Commissie (6) van 28 augustus 2019 en variëren van 0 % tot 48,5 % (“de geldende maatregelen”). Het onderzoek dat tot de instelling van de geldende maatregelen heeft geleid, wordt hierna “het vorige nieuwe onderzoek” of “het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen” genoemd. |
|
(4) |
De geldende maatregelen werden uitgebreid tot de invoer van rijwielen verzonden vanuit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka en Tunesië, ongeacht of deze in 2013 al dan niet waren aangegeven als van oorsprong uit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka en Tunesië (7). |
|
(5) |
De geldende maatregelen werden verder uitgebreid tot de invoer van rijwielen verzonden vanuit Cambodja, Pakistan en de Filipijnen, ongeacht of deze in 2015 al dan niet waren aangegeven als van oorsprong uit Cambodja, Pakistan en de Filipijnen (8). |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen
|
(6) |
Na de bekendmaking van een bericht dat de maatregelen op korte termijn zouden vervallen (9), heeft de Europese Commissie (“de Commissie”) een verzoek om een nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. |
|
(7) |
Het verzoek om een nieuw onderzoek is op 24 mei 2024 ingediend door de European Bicycle Manufacturers Association (de “EBMA” of “de indiener van het verzoek”) namens de bedrijfstak van de Unie voor rijwielen de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Het verzoek om een nieuw onderzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en voortzetting en/of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.3. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(8) |
Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 29 augustus 2024 op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Zij heeft daartoe een bericht van inleiding gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (10) (“het bericht van inleiding”). |
1.4. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(9) |
Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024 (“tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade zal betrekking hebben op de periode van 1 januari 2021 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.5. Belanghebbenden
|
(10) |
In het bericht van inleiding werd de belanghebbenden verzocht contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie specifiek de indiener van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten en de autoriteiten in de VRC, de haar bekende betrokken importeurs, gebruikers, handelaren en verenigingen op de hoogte gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek en hen uitgenodigd daaraan mee te werken. |
|
(11) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen kenbaar te maken en een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures aan te vragen. |
1.6. Steekproef
|
(12) |
In het bericht van inleiding deelde de Commissie mee dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening. |
1.6.1. Steekproef van producenten in de Unie
|
(13) |
In het bericht van inleiding kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. De Commissie had de definitieve steekproef samengesteld op basis van de representativiteit van het productie- en verkoopvolume. De Commissie heeft ook rekening gehouden met het feit dat een aantal producenten in de Unie het productieproces geheel of gedeeltelijk uitbesteedde aan ondernemingen die in het kader van tolovereenkomsten actief waren (“tollers”). De steekproef bestond uit vier producenten in de Unie. De Commissie heeft ook verzocht om medewerking van hun verbonden en niet-verbonden tollers bij het verstrekken van gegevens voor de micro-economische indicatoren. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden 40 % van de geschatte productie in de Unie. |
|
(14) |
Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden verzocht opmerkingen te maken over de voorlopige steekproef. Er werden geen opmerkingen ontvangen. De steekproef is representatief voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.6.2. Steekproef van importeurs
|
(15) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken. |
|
(16) |
Geen enkele niet-verbonden importeur verstrekte de gevraagde informatie en er werd daarom geen steekproef samengesteld. |
1.6.3. Steekproef van producenten in de VRC
|
(17) |
Om te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle haar bekende producenten in de VRC verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde inlichtingen te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China verzocht mogelijke andere producenten die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, op te sporen en/of contact met hen op te nemen. |
|
(18) |
Twee producenten in de VRC hebben de gevraagde informatie verstrekt en ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. De totale invoer van deze twee producenten-exporteurs vertegenwoordigde in het TNO minder dan 15 % van de totale invoer van rijwielen van oorsprong uit de VRC in de Unie. De Commissie was van mening dat deze geringe invoer niet representatief was voor de totale invoer van rijwielen uit de VRC. |
|
(19) |
De Commissie heeft de autoriteiten van de VRC meegedeeld dat zij wegens de geringe mate van medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening toepast betreffende de bevindingen. De Commissie heeft ter zake geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
|
(20) |
Overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening werden de bevindingen inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek. |
1.6.4. Antwoorden op de vragenlijst
|
(21) |
De Commissie heeft vragenlijsten toegezonden aan de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Dezelfde vragenlijsten waren op de dag van de opening van het onderzoek ook online beschikbaar gesteld (11). |
|
(22) |
De vragenlijst is ingevuld teruggestuurd door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en de ondernemingen die in het kader van verwerkingsovereenkomsten (“tollers”) werken. |
1.6.5. Controle
|
(23) |
De Commissie heeft alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting van dumping en voortzetting en/of herhaling van schade waarschijnlijk waren en om het belang van de Unie te bepalen, ingewonnen en gecontroleerd. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken verricht bij de volgende ondernemingen:
|
1.6.6. Vervolg van de procedure
|
(24) |
Op 27 augustus 2025 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was de van kracht zijnde antidumpingrechten te handhaven. Alle belanghebbenden konden hierover binnen een bepaalde termijn na deze mededeling opmerkingen indienen. |
|
(25) |
Van de belanghebbenden werden geen opmerkingen ontvangen. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(26) |
Het onderzochte product is hetzelfde als in het vorige nieuwe onderzoek bij het vervallen van maatregelen, namelijk rijwielen (inclusief bakfietsen, maar exclusief eenwielers), zonder motor, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 8712 00 30 en ex 8712 00 70 (Taric-codes 8712 00 70 91, 8712 00 70 92 en 8712 00 70 99) (“het onderzochte product”). |
2.2. Betrokken product
|
(27) |
Het betrokken product in dit onderzoek is het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China. |
|
(28) |
De maatregelen zijn uitgebreid tot de invoer van het onderzochte product verzonden vanuit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka en Tunesië, alsook Cambodja, Pakistan en de Filipijnen, ongeacht of het product al dan niet is aangegeven als van oorsprong uit deze landen. |
2.3. Soortgelijk product
|
(29) |
Zoals vastgesteld in de vorige nieuwe onderzoeken bij het vervallen van maatregelen, is in dit nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen bevestigd dat de volgende producten dezelfde fysische en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(30) |
Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. VERZOEK TOT NAAMSWIJZIGING
|
(31) |
Op 10 juli 2024 heeft Oyama Technology (Jiangsu) Co. Ltd, aanvullende TARIC-code B773 (12), een onderneming waarop een individueel antidumpingrecht van 0 % van toepassing is, de Commissie meegedeeld dat de lokale overheid van Taicang heeft besloten het terrein waarop de onderneming in Taicang is gevestigd in gebruik te nemen, en heeft verzocht om een naamswijziging. |
|
(32) |
De onderneming moest daardoor verhuizen naar een andere stad (Nantong) en veranderde haar naam in Oyama Technology (Nantong) Co., Ltd. |
|
(33) |
Dit is het tweede verzoek tot naamswijziging van Oyama, waaraan in 2022 reeds een naamswijziging werd toegekend: van Oyama Bicycles (Taicang) Co., Ltd naar Oyama Technology (Jiangsu) Co. Ltd, die van kracht werd door Uitvoeringsverordening (EU) 2022/57 van de Commissie (13). |
|
(34) |
De onderneming heeft een kopie van de Notice on the Withdrawal of Land Use Rights voorgelegd (14). |
|
(35) |
Na de naamswijziging (15) heeft de onderneming de Commissie op 10 juli 2024 verzocht te bevestigen dat de naamswijziging niet van invloed is op haar aanspraak op het individuele antidumpingrecht dat op haar van toepassing was onder haar vroegere naam. |
|
(36) |
De Commissie heeft de informatie in het dossier onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat de naamswijziging op 6 januari 2022 naar behoren bij de bevoegde autoriteiten (Nantong City Market Supervision & Administration Bureau) is geregistreerd en niet heeft geleid tot nieuwe betrekkingen of structurele veranderingen met andere groepen van ondernemingen die niet door de Commissie zijn onderzocht. |
|
(37) |
Deze naamswijziging is dus niet van invloed op de bevindingen van de Commissie in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1379, en met name niet op het antidumpingrecht dat op de onderneming van toepassing is. |
|
(38) |
Gezien de constateringen in bovenstaande overweging heeft de Commissie het passend geacht Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1379 van de Commissie te wijzigen om de gewijzigde naam van de onderneming waaraan voorheen aanvullende Taric-code B773 was toegewezen, in aanmerking te nemen, en dat de naamswijziging werking krijgt per de datum van registratie, 10 juli 2024. |
4. DUMPING
4.1. Inleidende opmerkingen
|
(39) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd de invoer van rijwielen uit de VRC voortgezet, zij het op een lager niveau dan tijdens het oorspronkelijke onderzoek. Volgens Eurostat was de invoer van rijwielen uit de VRC goed voor ongeveer 6 % van de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, vergeleken met een marktaandeel van 30,2 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek en 4,1 % tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. In de afgelopen dertig jaar waarin maatregelen werden genomen, is het Chinese marktaandeel gestaag gedaald en in de beoordelingsperiode gestabiliseerd rond 4-6 %. |
|
(40) |
Zoals vermeld in overweging 18 hebben slechts twee producenten uit de VRC gereageerd op de steekproef, waarvan het cumulatieve aandeel in de totale invoer van rijwielen uit de VRC in de Unie niet als representatief werd beschouwd. Daarom heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC meegedeeld dat zij wegens onvoldoende medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening toepast betreffende de bevindingen met betrekking tot de VRC. De Commissie heeft ter zake geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
|
(41) |
Bijgevolg werden de bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens. |
4.2. Dumping
4.2.1. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de VRC
|
(42) |
Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(43) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in het bericht van inleiding alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(44) |
De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst, en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen. |
|
(45) |
In punt 5.3.2 van het bericht van inleiding heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening voorlopig Turkije had geselecteerd als geschikt representatief land voor de vaststelling van de normale waarde aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De Commissie heeft verder opgemerkt dat zij andere mogelijk passende landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria van artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening. |
|
(46) |
Op 16 mei 2025 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling (“de mededeling”) op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van rijwielen een rol spelen. Daarnaast heeft de Commissie op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks een mogelijk geschikt representatief land aangemerkt, te weten Servië. |
|
(47) |
De Commissie beschreef in de mededeling dat zij de Orbis-databank (16) en andere bronnen heeft doorzocht op onmiddellijk beschikbare financiële gegevens van ondernemingen die rijwielen produceren in Turkije, wat door de indiener van het verzoek als een geschikt representatief land was aangemerkt. Op basis van de beschikbare informatie was het echter niet mogelijk om de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) of winsten voor Turkse ondernemingen te berekenen. Turkije werd daarom niet in aanmerking genomen als potentieel representatief land. |
|
(48) |
Het onderzochte product wordt geproduceerd in verschillende andere hogermiddeninkomenslanden, zoals Brazilië, Mexico, Maleisië, India en Thailand. Net als voor Turkije kon de Commissie voor geen van deze landen onmiddellijk beschikbare financiële gegevens vinden voor ondernemingen die rijwielen produceren. |
|
(49) |
De Commissie heeft alleen onmiddellijk beschikbare financiële gegevens gevonden voor drie producenten van rijwielen in Servië, ook een hogermiddeninkomensland. |
|
(50) |
Daarom werd Servië beschouwd als het meest geschikte representatieve land in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. De Commissie heeft de belanghebbenden ook meegedeeld dat zij de verkoop-, algemene en administratieve kosten (“VAA-kosten”) en winsten zou vaststellen op basis van de onmiddellijk beschikbare en recente financiële gegevens van drie Servische rijwielproducenten (te weten Venera Bike, Cassini Wheels d.o.o. en Velo Partner d.o.o. Krusevac). |
|
(51) |
De Commissie heeft geen opmerkingen naar aanleiding van de mededeling ontvangen, met uitzondering van een opmerking over een administratieve fout in de codes van de gecombineerde nomenclatuur (“GN-codes”) van de douane voor bepaalde productiefactoren. |
4.2.2. Normale waarde
|
(52) |
In artikel 2, lid 1, van de basisverordening is het volgende bepaald: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald”. |
|
(53) |
In artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening is evenwel het volgende bepaald: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en deze normale waarde “omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (voor “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” wordt hierna de afkorting “VAA-kosten” gebruikt). |
|
(54) |
Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs, zoals vastgesteld in overweging 18, juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. |
4.2.2.1.
|
(55) |
De Commissie heeft het bewijsmateriaal in het dossier onderzocht om na te gaan of er sprake is van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC die de binnenlandse prijzen en kosten in dat land ongeschikt maken om te worden gebruikt. Die analyse had betrekking op de volgende bewijselementen betreffende de verschillende criteria die relevant zijn voor de vaststelling van verstoringen van betekenis. |
|
(56) |
Ten eerste bevatte het bewijsmateriaal in het verzoek de volgende elementen die wezen op het bestaan van verstoringen van betekenis.
|
|
(57) |
De Chinese economie, met inbegrip van de rijwielsector, wordt in grote mate bepaald door een uitgebreid planningsysteem waarin prioriteiten en doelen worden gesteld waarop de centrale overheid en de lokale overheden zich moeten concentreren. Met dit discriminerende beleid worden binnenlandse leveranciers bevoordeeld of wordt de vrije marktwerking anderszins beïnvloed. Er bestaan relevante plannen op alle overheidsniveaus. De Chinese overheid heeft de Chinese bedrijfstak voor rijwielen met name bevorderd door middel van de volgende nationale, regionale en lokale instrumenten:
|
|
(58) |
In het verzoek werd ook verwezen naar de Chinese nationale conferentie over technologische innovatie en industriële ontwikkeling in de lichte industrie, die op 26 september 2021 in Peking werd gehouden en waarbij de 13e en 14e vijfjarenplannen voor de lichte industrie werden besproken (26). |
|
(59) |
De kosten van de essentiële productiefactoren van rijwielen zijn in de VRC verstoord door beleidsinterventies van de overheid. Als zodanig kan worden gesteld dat de Chinese overheid een aanzienlijke invloed uitoefent op de prijsstelling en -ontwikkeling en dat de Chinese prijzen niet worden bepaald door marktwerking. In het verzoek werd aangevoerd dat er in de volgende bedrijfstakken sprake is van systemische verstoringen: staal en aluminium (belangrijke grondstoffen in de bedrijfstak voor rijwielen) (27), banden (28) en chemicaliën (29). Bovendien werd in het verzoek aangevoerd dat de energieprijzen worden verstoord doordat de Chinese overheid op aanzienlijke en systematische wijze ingrijpt in de Chinese energiemarkt (30). Ook de kosten voor grond en lonen zijn onderhevig aan verstoringen van betekenis als gevolg van het ingrijpen van de Chinese overheid (31). |
|
(60) |
Toegang tot financiering en kapitaal wordt verleend door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins niet onafhankelijk van de staat handelen. Het Chinese financiële stelsel wordt gekenmerkt door de sterke positie van staatsbanken, die niet alleen via eigenaarschap, maar ook via persoonlijke betrekkingen nauw verbonden zijn met de staat. De banken passen het overheidsbeleid toe en voeren hun activiteiten uit overeenkomstig de behoeften van de nationale economische en sociale ontwikkeling en overeenkomstig het industriebeleid van de staat (met inbegrip van regels die financiering naar sectoren leiden die volgens de Chinese overheid moeten worden aangemoedigd of anderszins als belangrijk zijn aangemerkt). Obligatie- en kredietratings zijn vaak vertekend en de kredietkosten worden kunstmatig laag gehouden om de groei van investeringen te stimuleren (32). |
|
(61) |
Ten slotte functioneert de Chinese faillissementswetgeving niet naar behoren in de VRC, wat verstoringen veroorzaakt, met name wanneer insolvente ondernemingen op de been worden gehouden. Het Chinese faillissementsstelsel wordt gekenmerkt door structureel ontoereikende handhaving en voldoet onvoldoende aan de hoofddoelstellingen ervan, zoals eerlijke afwikkeling van vorderingen en schulden en bescherming van de wettelijke rechten en belangen van crediteuren en debiteuren (33). |
|
(62) |
Gezien het bovenstaande werd in het verzoek geconcludeerd dat er voldoende bewijsmateriaal is dat wijst op het ingrijpen door de Chinese overheid in de Chinese bedrijfstak voor fietsen, wat tot verstoringen van betekenis in de sector heeft geleid. De normale waarde en de dumpingmarge moeten derhalve worden vastgesteld op basis van artikel 2, lid 6 bis, in plaats van artikel 2, lid 1, van de basisverordening (34). |
|
(63) |
Ten tweede heeft de Commissie bij recente onderzoeken betreffende de sectoren aluminium (35) en staal (36) in de VRC, waar de belangrijkste grondstoffen voor de vervaardiging van het onderzochte product vandaan komen, vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. |
|
(64) |
In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, wat leidt tot een verstoring van de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig de marktbeginselen (37). |
|
(65) |
De Commissie concludeerde met name dat de Chinese overheid niet alleen nog steeds een aanzienlijk deel van de aluminium- en staalsectoren in handen heeft als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (38), maar zich ook kan mengen in de prijzen en kosten via overheidsaanwezigheid in ondernemingen zoals bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (39). De Commissie stelde verder vast dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de levering van grondstoffen en basisproducten, een aanvullend verstorend effect hebben op de markt. In feite leidt het planningssysteem van de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat de toewijzing overeenkomstig de marktwerking plaatsvindt (40). |
|
(66) |
Daarnaast concludeerde de Commissie dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (41). In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat in de aluminium- en staalsectoren sprake was van verstoringen van loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (42), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC betreft (43). |
|
(67) |
Ten derde heeft de Commissie in het meest recente nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betreffende het onderzochte product geconcludeerd dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. De Commissie is niets bekend van grote structurele veranderingen in de VRC in het algemeen en/of in de desbetreffende sector in het bijzonder die aan die conclusie zouden kunnen afdoen. |
|
(68) |
Ten vierde wees aanvullend bewijsmateriaal uit het op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt c), van de basisverordening door de Commissie opgestelde verslag over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China (44) ook op het bestaan van verstoringen van betekenis in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(69) |
Ten vijfde hebben noch de Chinese overheid, noch de producenten-exporteurs in het kader van het onderhavige onderzoek bewijsmateriaal of argumenten van het tegendeel aangedragen. |
|
(70) |
Gezien het bovenstaande is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. |
|
(71) |
Op grond daarvan is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een geschikt representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, zoals beschreven in het volgende punt. |
4.2.3. Representatief land
4.2.3.1.
|
(72) |
De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:
|
|
(73) |
Zoals toegelicht in overweging 46, heeft de Commissie een mededeling voor het dossier bekendgemaakt aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde (“de mededeling”). In de mededeling heeft de Commissie de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Servië in het onderhavige geval als een geschikt representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd. |
4.2.3.2.
|
(74) |
In de mededeling heeft de Commissie Servië aangemerkt als land dat volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling heeft als de VRC, d.w.z. dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland” worden ingedeeld, en dat bekend is dat het onderzochte product daar wordt geproduceerd. Zoals uiteengezet in overweging 51 werden geen opmerkingen ontvangen. |
4.2.3.3.
|
(75) |
In de mededeling heeft de Commissie aangegeven dat er voor Servië onmiddellijk beschikbare financiële gegevens zijn over de producenten van het onderzochte product, en over de invoer van relevante grondstoffen, energie en arbeid. |
|
(76) |
Daarom heeft de Commissie Orbis Bureau van Dijk doorzocht naar de beschikbaarheid van financiële gegevens voor de producerende ondernemingen in Servië (47). Er waren alleen onmiddellijk beschikbare en recente gegevens te vinden voor drie producenten in Servië (Venera Bike, Cassini Wheels d.o.o. en Velo Partner d.o.o. Krusevac) onder de landen die een vergelijkbaar niveau van ontwikkeling hebben als de VRC. De meest recente jaarrekeningen van deze ondernemingen hebben betrekking op het boekjaar 2023. Daarnaast beschikte Servië over gegevens over de productiefactoren, elektriciteit en loonkosten. |
|
(77) |
De Commissie heeft de belanghebbenden er met de mededeling van op de hoogte gebracht dat zij voornemens is Servië als geschikt representatief land te gebruiken en de gegevens van de ondernemingen Venera Bike, Cassini Wheels d.o.o. en Velo Partner d.o.o. Krusevac overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening te gebruiken om niet-verstoorde prijzen of benchmarks te verkrijgen voor de berekening van de normale waarde. |
|
(78) |
De belanghebbenden werd verzocht opmerkingen in te dienen over de geschiktheid van Servië als representatief land en van Venera Bike, Cassini Wheels d.o.o. en Velo Partner d.o.o. Krusevac als producenten in het representatieve land. |
|
(79) |
Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
4.2.3.4.
|
(80) |
Aangezien was vastgesteld dat Servië op grond van alle voornoemde factoren het enige geschikte representatieve land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening. |
4.2.3.5.
|
(81) |
Gezien de bovenstaande analyse voldeed Servië aan alle in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als geschikt representatief land te worden beschouwd. |
4.2.4. Bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten
|
(82) |
In de mededeling heeft de Commissie de productiefactoren zoals materialen, energie en arbeid vermeld die bij de productie van het onderzochte product worden gebruikt op grond van de door de indiener van het verzoek ingediende informatie en die het in de Unie gebruikte productieproces weerspiegelen. De Commissie heeft ook verklaard dat zij, voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening gebruik zou maken van de Global Trade Atlas (GTA) (48) en MacMap (49) om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Daarnaast verklaarde de Commissie dat zij Eurostat zou gebruiken om de niet-verstoorde kosten van arbeid, elektriciteit en gas vast te stellen. |
|
(83) |
De Commissie heeft de belanghebbenden verzocht opmerkingen te maken en direct beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de in die mededeling genoemde productiefactoren. De Commissie heeft een opmerking ontvangen van de EBMA over een administratieve fout in de GN-codes die verband houden met drie productiefactoren. De Commissie heeft de lijst in tabel 1 dienovereenkomstig gewijzigd. |
|
(84) |
De lijst van productiefactoren in de mededeling was gebaseerd op de informatie die door de indiener van het verzoek en door de twee producenten-exporteurs die zich bij de inleiding van de procedure hadden gemeld (zie overweging 18), via het in punt 5.3.2 van het bericht van inleiding vermelde formulier was verstrekt. Vanwege de niet-representatieve medewerking en het feit dat geen enkele onderneming de vragenlijst heeft beantwoord, was de Commissie niet in staat het verbruik van een aantal materialen vast te stellen en te verifiëren. Daarom heeft de Commissie besloten gebruik te maken van de door de indiener van het verzoek verstrekte lijst van materialen, waarop ook het verbruik voor elke productiefactor was aangegeven. |
|
(85) |
In vergelijking met de lijst van materialen in de mededeling bevat de herziene lijst in tabel 1 wel “naven”, maar geen “wielen”, “hangsloten” en “verpakkingsdozen”. |
|
(86) |
Bovendien werden deze items vanwege het grote aantal productiefactoren en het verwaarloosbare aandeel van sommige grondstoffen in de totale productiekosten, onder verbruiksgoederen gegroepeerd. Deze verbruiksgoederen omvatten ook de “andere onderdelen” die in de mededeling waren opgenomen. De Commissie heeft het percentage van de verbruiksgoederen op de totale grondstofkosten berekend en toegepast op de herberekende grondstofkosten wanneer zij gebruikmaakt van de vastgestelde niet-verstoorde benchmarks in het geschikte representatieve land. |
4.2.5. Niet-verstoorde kosten en benchmarks
4.2.5.1.
|
(87) |
Rekening houdend met alle op het verzoek gebaseerde informatie en later door de Commissie geanalyseerde informatie werden de volgende productiefactoren en hun bronnen geïdentificeerd met het oog op de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening: Tabel 1 Productiefactoren voor rijwielen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
4.2.5.2.
|
(88) |
Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de gewogen gemiddelde invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA-databank, waarbij invoerrechten werden opgeteld. Gezien de aard van het huidige onderzoek en de vastgestelde dumpingmarge werden de vervoerskosten niet bij de prijs opgeteld. Voor het representatieve land werd een invoerprijs vastgesteld als het gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen, met uitzondering van de VRC en de in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (52) genoemde landen die geen lid zijn van de WTO. |
|
(89) |
De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC naar het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in overweging 55 tot de conclusie is gekomen dat het niet passend is de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer vanuit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer vanuit andere derde landen representatief. Na de invoer vanuit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer vanuit andere derde landen representatief. |
|
(90) |
Voor een aantal productiefactoren vertegenwoordigden de totale grondstofkosten van de productie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek een verwaarloosbaar aandeel, op basis van de informatie die in het verzoek om herziening was verstrekt. Aangezien de voor die factoren gebruikte waarde geen merkbare invloed had op de berekeningen van de dumpingmarge, ongeacht de gebruikte bron, besloot de Commissie die kosten op te nemen bij de kosten van verbruiksgoederen, zoals toegelicht in overweging 86. |
|
(91) |
Normaliter moeten bij deze invoerprijzen ook de kosten voor binnenlands vervoer worden opgeteld. Gezien de bevinding in overweging 107 en de aard van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, dat bedoeld is om vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie echter besloten dat een correctie voor binnenlands vervoer niet nodig is. Dergelijke correcties zouden slechts leiden tot een toename van de normale waarde en bijgevolg tot een hogere dumpingmarge. |
4.2.5.3.
|
(92) |
Eurostat publiceert uitvoerige informatie over salarissen en lonen in verschillende economische sectoren in Servië. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de meest recente beschikbare gegevens voor het jaar 2020 voor de gemiddelde arbeidskosten in de sector “Industrie, bouw en diensten (met uitzondering van openbaar bestuur, defensie en verplichte sociale zekerheid)” in Servië, uitgedrukt in voltijdequivalenten per uur (53). De Commissie heeft deze gegevens tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek bijgewerkt, aan de hand van de door Eurostat gepubliceerde driemaandelijkse loonkostenindex (54). |
4.2.5.4.
|
(93) |
De elektriciteitsprijs voor bedrijven (industriële gebruikers) in Servië wordt gepubliceerd door Eurostat (55). De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de consumentenprijzen voor elektriciteit voor niet-huishoudelijke afnemers (waaronder industriële afnemers) (56) in Servië voor de periode in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
4.2.5.5.
|
(94) |
De prijs voor aardgas voor ondernemingen (industriële gebruikers) in Servië wordt gepubliceerd door Eurostat (57). De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de prijzen van aardgas voor niet-huishoudelijke afnemers in Servië (58) voor het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
4.2.5.6.
|
(95) |
Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”. Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken. |
|
(96) |
Om niet-verstoorde waarden voor overhead-productiekosten vast te stellen, en bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Daarom heeft de Commissie het aandeel van de overhead-productiekosten in de totale productie- en loonkosten vastgesteld op basis van de door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. Vervolgens heeft zij dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de productiekosten en loonkosten om de niet-verstoorde waarde van de overhead-productiekosten te verkrijgen. |
4.2.6. Berekening van de normale waarde
|
(97) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
|
(98) |
Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Aangezien de producenten-exporteurs niet meewerkten, heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die de indiener in het verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt over het gebruik van elke factor (materialen en arbeid) voor de productie van rijwielen. De Commissie heeft de verbruiksratio’s vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten per eenheid die in Servië zijn waargenomen, zoals beschreven in punt 4.2.3. |
|
(99) |
Nadat de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de overhead-productiekosten, de VAA-kosten en de winst erbij opgeteld, zoals vermeld in de overwegingen 95 tot en met 96. De overhead-productiekosten werden bepaald op basis van door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. De VAA-kosten en de winst werden bepaald op basis van de jaarrekeningen van Venera Bike, Velo Partner d.o.o. Krusevac en Cassini Wheels d.o.o. voor 2023, zoals gerapporteerd in de gecontroleerde jaarrekeningen van die ondernemingen (59) (zie overweging 50). De VAA-kosten en de winst werden berekend als het gewogen gemiddelde van de drie ondernemingen. |
|
(100) |
De Commissie heeft bij de niet-verstoorde productiekosten de volgende elementen opgeteld:
|
|
(101) |
Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
4.2.7. Uitvoerprijs
|
(102) |
In dit geval was de medewerking van de producenten-exporteurs uit de VRC onvoldoende, zodat de uitvoerprijs werd vastgesteld op basis van de cif-prijs, met gebruikmaking van gegevens van Eurostat, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De cif-prijs werd daarom verlaagd met een bedrag voor zeevracht en binnenlands vervoer in het land van uitvoer (60). |
|
(103) |
Gewoonlijk moet ook de verzekering worden afgetrokken van de cif-uitvoerprijs. Gezien de bevinding in overweging 107 en de aard van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, dat bedoeld is om vast te stellen of de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet of zich opnieuw zou kunnen voordoen en niet om de exacte omvang daarvan te bepalen, heeft de Commissie echter besloten dat een correctie voor verzekering voor vervoer over zee niet nodig is. Dergelijke correcties zouden slechts leiden tot een daling van de uitvoerkosten en bijgevolg tot een hogere dumpingmarge. |
4.2.8. Vergelijking
|
(104) |
De Commissie heeft de door berekening vastgestelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening vergeleken met de uitvoerprijs af fabriek, zoals hierboven vastgesteld. Vanwege de onvoldoende medewerking zoals vermeld in overweging 41 is de vergelijking niet per productsoort uitgevoerd. |
|
(105) |
Met het oog op een billijke vergelijking heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. De Commissie moet overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening een billijke vergelijking maken tussen de normale waarde en de prijs bij uitvoer in hetzelfde handelsstadium, en correcties toepassen om rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. In het onderhavige geval heeft de Commissie ervoor gekozen de normale waarde en de uitvoerprijs van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs te vergelijken in het handelsstadium af fabriek. Er werden dienovereenkomstig correcties toegepast voor zeevracht en binnenlands vervoer in het land van uitvoer (61). |
4.2.9. Dumpingmarge
|
(106) |
Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie de normale waarde vergeleken met de gemiddelde uitvoerprijs van het onderzochte product. |
|
(107) |
Op basis daarvan bedroegen de gewogen gemiddelde dumpingmarges, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, 488 %. Bijgevolg werd geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet. |
5. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
|
(108) |
Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie in overeenstemming met artikel 11, lid 2, van de basisverordening nagegaan hoe waarschijnlijk voortzetting van dumping is indien de maatregelen zouden komen te vervallen. De volgende elementen zijn onderzocht: productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie. |
5.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC
|
(109) |
Wat de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC betreft, moesten de bevindingen wegens de onvoldoende medewerking van de Chinese producenten worden gebaseerd op de in het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen verstrekte informatie. |
|
(110) |
De indiener van het verzoek heeft bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat de Chinese productiecapaciteit voor gewone rijwielen werd geschat op ongeveer 150 miljoen stuks in 2023 (62), wat aanzienlijk meer is dan de productiecapaciteit die in het vorige nieuwe onderzoek bij het vervallen van maatregelen werd geraamd (117 miljoen stuks) (63). De indiener van het verzoek schatte ook dat de binnenlandse verkoop in de VRC 11 miljoen stuks per jaar bedraagt en dat de Chinese uitvoer ongeveer 38 miljoen stuks per jaar bedraagt (64). De resulterende reservecapaciteit bedraagt dus meer dan 100 miljoen stuks per jaar. |
|
(111) |
De productiecapaciteit in de VRC (150 miljoen stuks per jaar) is ruim vijftienmaal groter dan het verbruik in de Unie (8,7 miljoen stuks in het TNO) en meer dan twintigmaal groter dan de productie in de Unie in dezelfde periode (7 miljoen stuks in het TNO). Evenzo is de reservecapaciteit (iets meer dan 100 miljoen stuks per jaar) ruim tienmaal zo groot als het verbruik in de Unie tijdens het TNO. |
|
(112) |
Daarnaast, zoals in het vorige nieuwe onderzoek bij het vervallen van maatregelen was vastgesteld (65) en tijdens het onderzoek werd bevestigd, bestaat de productie van rijwielen voornamelijk uit assemblagewerkzaamheden die eenvoudig kunnen worden uitgebreid door het aantal personeelsleden te vergroten. In dit verband zouden de Chinese producenten snel nieuwe capaciteit kunnen opbouwen door nieuw personeel in dienst te nemen en zou de productie van rijwielen dan snel toenemen. |
|
(113) |
Ten slotte was de Commissie van mening dat noch de Chinese binnenlandse vraag, noch de wereldwijde vraag de aanzienlijke reservecapaciteit in de VRC zal kunnen absorberen. |
|
(114) |
De Commissie concludeerde daarom dat Chinese producenten over voldoende reservecapaciteit beschikken om de markt van de Unie te bevoorraden indien de maatregelen komen te vervallen. |
5.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(115) |
De Commissie heeft de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie met betrekking tot de prijzen onderzocht om vast te stellen hoe de invoer zich kan gaan ontwikkelen als de maatregelen zouden worden ingetrokken. De markt van de Unie is aantrekkelijk qua omvang en prijzen. |
|
(116) |
Wat de omvang betreft, bleef de vraag naar rijwielen in de Unie, ondanks het afnemende verbruik van rijwielen op de markt van de Unie, aanzienlijk en vertegenwoordigde zij ongeveer 6,5 % van de wereldmarkt van ongeveer 139 miljoen stuks per jaar (66). |
|
(117) |
Daarnaast hebben belangrijke markten zoals het Verenigd Koninkrijk, Argentinië en Mexico maatregelen ingesteld met betrekking tot de invoer van rijwielen uit de VRC (67). De markt van de Unie wordt dus nog aantrekkelijker als de maatregelen komen te vervallen. |
|
(118) |
Op basis van de uitvoergegevens van GTA was de verkoopprijs van Chinese rijwielen aan de EU tijdens het TNO (89,06 EUR per stuk, uitgedrukt in FOB-waarde) hoger dan die aan de rest van de wereld (51,87 EUR per stuk, uitgedrukt in FOB-waarde). |
|
(119) |
Daarom blijft de markt van de Unie in termen van prijzen aantrekkelijk voor Chinese producenten. |
5.3. Conclusie
|
(120) |
Op basis van het bovenstaande en gezien de aanzienlijke reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, concluderen wij dat intrekking van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van de uitvoer met dumping, en dat de uitvoer met dumping in aanzienlijke hoeveelheden op de markt van de Unie zou blijven binnenkomen. |
6. SCHADE
6.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
|
(121) |
Het soortgelijke product werd tijdens de beoordelingsperiode door meer dan 400 producenten in de Unie geproduceerd. Zoals vermeld in het laatste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen, hebben sommige van hen het productieproces geheel of gedeeltelijk uitbesteed aan derden die in het kader van uitbestedingsovereenkomsten werken (zogenaamde “tollers”). De producenten en “tollers” vormen de “bedrijfstak van de Unie” in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(122) |
De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op ongeveer 7 miljoen stuks. De Commissie heeft het cijfer vastgesteld op basis van alle beschikbare informatie met betrekking tot de bedrijfstak van de Unie, zoals het verzoek om een nieuw onderzoek en het antwoord op de vragenlijst die aan de vereniging van producenten in de Unie EBMA is toegezonden. |
|
(123) |
Zoals in overweging 13 is aangegeven, werden vier producenten in de Unie en hun ondernemingen die met verwerkingsovereenkomsten werken (“tollers”) in de steekproef opgenomen, die samen meer dan 40 % van de totale productie van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigen. |
6.2. Verbruik in de Unie
|
(124) |
De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van gegevens die door de EBMA zijn verstrekt. |
|
(125) |
Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 2 Verbruik in de Unie (stuks)
|
||||||||||||||||||||||
|
(126) |
Het verbruik in de Unie nam tijdens de beoordelingsperiode af met ruim 40 %. De daling van het verbruik is voornamelijk het gevolg van de verschuiving van de vraag naar elektrische fietsen, maar ook van een daling als gevolg van de afname van de vraag na afloop van pandemie. |
6.3. Invoer uit de Volksrepubliek China
6.3.1. Omvang en marktaandeel van de invoer uit de VCR
|
(127) |
De Commissie heeft de ingevoerde hoeveelheid vastgesteld op basis van gegevens van Eurostat. Het marktaandeel van de invoer werd vastgesteld op basis van het verbruik in de Unie in tabel 2. |
|
(128) |
De invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 3 Invoerhoeveelheid (stuks) en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(129) |
De omvang van de invoer uit de VRC nam af, evenals het verbruik op de markt van de Unie. In de beoordelingsperiode is het Chinese marktaandeel echter stabiel gebleven. Twee van de Chinese producenten-exporteurs zijn onderworpen aan een recht van 0 % en een derde Chinese producent-exporteur werd uitgesloten van het geldende antidumpingrecht. De uitvoer van deze drie producenten vertegenwoordigde tijdens de beoordelingsperiode minder dan de helft van alle invoer van het onderzochte product. In het nieuwe onderzoek was deze invoer goed voor 46,5 % van de invoerhoeveelheid in stuks in de Unie, d.w.z. 3,0 % van het marktaandeel. |
6.3.2. Prijzen van de invoer uit de VRC en prijsonderbieding
|
(130) |
De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld aan de hand van gegevens van Eurostat, aangezien de medewerking van Chinese producenten in dit geval onvoldoende was. De prijsonderbieding van de invoer werd vastgesteld op basis van een vergelijking van deze Eurostat-prijzen met de verkoopprijzen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. |
|
(131) |
De gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit de VRC heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/stuk)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(132) |
Met de invoergegevens van Eurostat kan geen uitgebreide analyse worden gemaakt van de soorten fietsen die uit de VRC worden ingevoerd, waardoor de productmix van fietsen voor volwassenen, fietsen voor jonge kinderen, mountainbikes enzovoort in de gegevens verloren gaat. De prijsstijging kan een weerspiegeling zijn van veranderingen in de productmix en van de wereldwijde inflatie. |
|
(133) |
Er kan echter worden vastgesteld dat de invoerprijs van de ondernemingen die onderworpen zijn aan een recht van 0 % of die van het antidumpingrecht waren vrijgesteld, aanzienlijk hoger lag dan de invoerprijs van ondernemingen die onderworpen waren aan een recht. Opgemerkt wordt dat ook voor deze invoer de productmix niet bekend is. |
|
(134) |
De Commissie stelde de prijsonderbieding tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vast aan de hand van een vergelijking van de gewogen gemiddelde verkoopprijs die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie aanrekenden, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, met de gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC volgens Eurostat, vastgesteld op basis van de kosten, verzekering en vracht (cif), met inbegrip van het antidumpingrecht. |
|
(135) |
De prijsvergelijking werd gemaakt op hetzelfde handelsniveau. Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als een percentage van de omzet van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Daaruit bleek een gemiddelde prijsonderbiedingsmarge van 50 % door de invoer uit de VRC op de markt van de Unie, met betaling van het antidumpingrecht. |
|
(136) |
Opgemerkt wordt dat bij de invoer door ondernemingen die onderworpen zijn aan een recht van 0 % of die zijn vrijgesteld van het antidumpingrecht, nog steeds sprake is van een aanzienlijke prijsonderbieding van 36 % ten opzichte van de prijs van de producenten in de Unie. Hieruit blijkt de prijsonderbieding van de Chinese invoer ten opzichte van de prijzen van de bedrijfstak van de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek en de noodzaak van bescherming van de bedrijfstak van de Unie. |
6.4. Invoer uit andere derde landen dan de VRC
|
(137) |
De invoer uit andere derde landen dan de VRC was voornamelijk afkomstig uit Cambodja, Bangladesh en Taiwan. |
|
(138) |
Het volume van de invoer in de Unie alsmede het marktaandeel en de prijzen van de invoer uit andere derde landen hebben zich als volgt ontwikkeld: Tabel 5 Invoer uit derde landen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(139) |
Alle invoer uit andere landen is in de beoordelingsperiode gedaald. Het prijsniveau verschilde echter sterk tussen de verschillende landen. De prijsontwikkeling in de loop van de jaren zal waarschijnlijk verband houden met de productmix van de ingevoerde producten, aangezien de prijs per stuk is, ongeacht het type fiets. De invoer uit Taiwan en Cambodja leek zich te hebben verschoven naar duurdere rijwielen, terwijl de invoerprijs uit Bangladesh en andere derde landen relatief laag bleef en meer in lijn lag met de Chinese prijzen. |
|
(140) |
De invoer uit alle derde landen, met uitzondering van Taiwan, ligt onder de prijs van de bedrijfstak van de Unie. In alle gevallen blijven de invoerprijzen uit deze landen echter hoger dan die uit de VRC. |
6.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
6.5.1. Algemene opmerkingen
|
(141) |
De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een beoordeling van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. |
|
(142) |
De economische situatie van de bedrijfstak van de Unie is beoordeeld aan de hand van een steekproef. |
|
(143) |
Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens van de vereniging van producenten in de Unie EBMA. De gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie. |
|
(144) |
De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. De gegevens hadden betrekking op de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Beide reeksen macro-economische en micro-economische gegevens bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(145) |
De macro-economische indicatoren zijn productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping. |
|
(146) |
De micro-economische indicatoren zijn gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
6.5.2. Macro-economische indicatoren
6.5.2.1.
|
(147) |
De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(148) |
De productie in de Unie in stuks is in deze periode aanzienlijk gedaald. In het TNO lag de productie bijna 40 % lager dan in 2021. Deze daling volgde de trend in het verbruik, die werd veroorzaakt door een verschuiving naar elektrische fietsen en de daling van de vraag na afloop van de pandemie, zoals uiteengezet in overweging 126. |
|
(149) |
De productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode relatief stabiel gebleven. Ten opzichte van het referentiejaar 2021 was er in 2022 en 2023 een lichte stijging van de productiecapaciteit, gevolgd door een daling in het TNO. |
|
(150) |
De bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode met 30 procentpunten gedaald. Aangezien de capaciteit van de bedrijfstak van de Unie stabiel bleef, kan de daling van de bezettingsgraad worden verklaard door de neerwaartse trend in de productiehoeveelheden in de Unie. |
6.5.2.2.
|
(151) |
De verkoop en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoophoeveelheden (stuks) en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(152) |
De bedrijfstak van de Unie zag zijn verkoop op de markt van de Unie tijdens de beoordelingsperiode met 35 % dalen, maar gezien de nog sterkere daling van het verbruik in dezelfde periode vergrootte zijn marktaandeel met 13 %, wat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek resulteerde in een marktaandeel van 70 %. |
6.5.2.3.
|
(153) |
Gezien de daling van het verbruik en de productie in de Unie, constateerde de Commissie tijdens de beoordelingsperiode alleen een groei met betrekking tot het marktaandeel. |
6.5.2.4.
|
(154) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(155) |
De bedrijfstak van de Unie kon tijdens de beoordelingsperiode geen stabiele werkgelegenheid handhaven en kende ook een daling van de productiviteit. De productmix kan voor de productiviteit echter een groot verschil maken, aangezien er op één dag veel meer kinderfietsen kunnen worden gemaakt dan geavanceerde mountainbikes. |
6.5.2.5.
|
(156) |
De tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgestelde dumpingmarges voor invoer uit de VRC waren aanzienlijk. Het effect van de hoogte van de werkelijke dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie was aanzienlijk, gezien het volume en de prijzen van de invoer uit de VRC. |
|
(157) |
Als gevolg van de voortdurende oneerlijke prijsstelling door Chinese exporteurs was het voor de bedrijfstak van de Unie dan ook onmogelijk om te herstellen van eerdere dumpingpraktijken. |
6.5.3. Micro-economische indicatoren
6.5.3.1.
|
(158) |
De gewogen gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 9 Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/stuk)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(159) |
De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben een uitgebreid productassortiment dat seizoensgebonden is, waardoor het moeilijk was om de prijzen tussen de verschillende jaren te vergelijken. Uit de gegevens bleek echter dat de verkoopprijzen per jaar hoger bleven dan de productiekosten per eenheid in hetzelfde jaar. Opgemerkt wordt dat de verstrekte productiekosten per eenheid betrekking hebben op alle in de steekproef opgenomen producenten in de Unie, met inbegrip van de “tollers”, terwijl de verkoopprijs per eenheid alleen is verstrekt voor de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie met rechtstreekse niet-verbonden verkoop. |
6.5.3.2.
|
(160) |
De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||||
|
(161) |
Tijdens de beoordelingsperiode bleven de loonkosten stabiel en daalden ze zelfs licht voor de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. |
6.5.3.3.
|
(162) |
De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 11 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(163) |
De voorraden voltooide rijwielen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie werden niet als betrouwbare indicator beschouwd, aangezien sommige marktdeelnemers die op basis van een verwerkingsovereenkomst produceren, zelf geen voorraden aanhouden. De indicator geeft dus alleen die bedrijven weer die onder hun eigen naam verkopen. Het niveau van de eindvoorraden als percentage van de productie is in de beoordelingsperiode echter verdubbeld, wat wijst op een toename van de voorraadniveaus. |
6.5.3.4.
|
(164) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(165) |
De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de winst vóór belastingen op de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet. |
|
(166) |
De indicator weerspiegelde echter slechts twee van de vier in de steekproef opgenomen producenten in de Unie die aan niet-verbonden partijen verkochten. Bij de in de steekproef opgenomen producenten die in het kader van een verwerkingsovereenkomst produceren, was er geen sprake van verkoop aan niet-verbonden partijen en zou de eerste niet-verbonden verkoop de detailhandelsverkoop van elk rijwiel aan de eindafnemer zijn. |
|
(167) |
De winstgevendheid is in de beoordelingsperiode gehalveerd, van 4 % naar 2 %. Hieruit bleek dat de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode geen gezonde winst kon maken, wat in deze periode nog werd verergerd door de daling van het verbruik en de verkoop. |
|
(168) |
De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De nettokasstroom kende in de beoordelingsperiode een positieve ontwikkeling vanaf een zeer laag niveau in 2021. |
|
(169) |
Hoewel de in de steekproef opgenomen producenten aanvankelijk in staat waren om investeringen te doen, waaronder gloednieuwe productiefaciliteiten voor de assemblage van alle soorten rijwielen, vertoonde het investeringsniveau na 2022 een sterke daling. |
|
(170) |
Het rendement van investeringen geeft de winst weer die door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie is gegenereerd, uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van hun investeringen. Het rendement bleef gedurende de gehele beoordelingsperiode positief, maar volgde de negatieve trend in winstgevendheid en verkoopvolumes. |
6.6. Conclusie over schade
|
(171) |
Hoewel de invoer uit de VRC met 44 % daalde in een context van afnemend verbruik op de markt, bleef het marktaandeel ervan in de beoordelingsperiode stabiel en was het tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek met 6,5 % aanzienlijk, terwijl de invoer uit alle andere derde landen sterker daalde, wat in de beoordelingsperiode resulteerde in een daling van hun marktaandeel met 7 procentpunten. |
|
(172) |
Bij de invoer uit de VRC was er sprake van aanzienlijke prijsonderbieding ten opzichte van de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, waardoor er prijsdruk op de markt van de Unie ontstond. |
|
(173) |
Hierdoor vertoonden de meeste schade-indicatoren tijdens de beoordelingsperiode een negatieve trend. |
|
(174) |
De productie van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode gedaald. Deze daling was toe te schrijven aan een vermindering van het verbruik op de markt van de Unie met 42 %. In totaal is in de beoordelingsperiode de productie met 38 % en de verkoop met 35 % gedaald. |
|
(175) |
Aangezien de daling van het verbruik groter was dan het verlies aan omzet van de bedrijfstak van de Unie, heeft de bedrijfstak van de Unie zijn marktaandeel in de beoordelingsperiode met 8 procentpunten kunnen vergroten tot 70 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(176) |
Uit de indicatoren bleek echter ook dat de winst laag bleef, tussen 2 % en 4 %, omdat de prijsstijgingen gepaard gingen met kostenstijgingen. Het rendement van investeringen liet eveneens een scherpe daling zien, net als de productiviteit. Daarnaast volgde de werkgelegenheid de negatieve trend met een verlies van 14 %. |
|
(177) |
Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening. |
7. OORZAKELIJK VERBAND
|
(178) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit de VRC aanmerkelijke schade heeft geleden. |
|
(179) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie ook onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade kon hebben geleden. De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit de VCR, niet aan de invoer met dumping werd toegeschreven. Deze factoren omvatten de daling van de vraag tijdens de beoordelingsperiode en de invoer uit andere landen. |
7.1. Gevolgen van de invoer uit de VRC
|
(180) |
De Commissie heeft onderzocht of er een oorzakelijk verband was tussen de invoer met dumping en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade. |
|
(181) |
Tijdens de beoordelingsperiode bleef het marktaandeel van de invoer met dumping uit de VRC stabiel op ongeveer 3 %, ondanks de geldende antidumpingmaatregelen en de aanzienlijke daling van het verbruik in de Unie met 42 %. |
|
(182) |
De invoerprijzen van rijwielen met dumping uit de VRC stegen van 2021 tot 2022 met 48 %, waarna zij tijdens de beoordelingsperiode daalden tot het niveau van 2021, terwijl de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met 75 % stegen. Dit moet echter worden afgewogen tegen de kostenstijging van 76 % voor de bedrijfstak van de Unie. Hieruit bleek dat de invoer uit de VRC nog concurrerender zou kunnen blijven dan voorheen. |
|
(183) |
De prijzen van de Chinese invoer met dumping bleven extreem laag en konden een aanzienlijke prijsonderbieding van de prijzen van de bedrijfstak van de Unie realiseren. Er was sprake van prijsonderbieding voor zowel Chinese invoer waarvoor een antidumpingrecht werd betaald als voor de invoer die onderworpen was aan een recht van 0 % of die van de maatregelen was uitgesloten, waardoor er prijsdruk op de markt van de Unie ontstond. |
7.2. Gevolgen van andere factoren
|
(184) |
Uit de schadeanalyse bleek dat er, ondanks de bestaande antidumpingmaatregelen en het dalende verbruik in de Unie, bij de invoer uit de VRC in de Unie sprake was van aanzienlijke prijsonderbieding, waardoor het marktaandeel van de Chinese invoer met dumping en de invoer die niet aan een recht onderworpen was of aan een nulrecht onderworpen was, werd behouden. Dit vond op hetzelfde moment plaats als de achteruitgang van de financiële prestatie-indicatoren van de bedrijfstak van de Unie, zoals een daling van de winstgevendheid en een daling van het rendement van investeringen. |
|
(185) |
De Commissie heeft onderscheid gemaakt tussen en afzonderlijk gekeken naar de gevolgen van alle bekende factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie en de schadelijke effecten van de invoer met dumping. |
7.2.1. Invoer uit derde landen
|
(186) |
De invoer uit alle andere derde landen was aanzienlijk, maar daalde in de beoordelingsperiode aanzienlijk met 7 procentpunten, zoals blijkt uit overweging 138. |
|
(187) |
Deze invoer werd gedeeltelijk gerealiseerd door middel van prijsonderbieding ten opzichte van de bedrijfstak van de Unie, met name wat betreft de prijzen van de invoer uit Bangladesh, die het prijsniveau van de Chinese invoer volgden. |
|
(188) |
Hoewel deze invoer tijdens de beoordelingsperiode is afgenomen en mogelijk heeft bijgedragen aan de schadesituatie van de bedrijfstak van de Unie, heeft deze afname het oorzakelijk verband tussen de schade en de Chinese uitvoer niet verzwakt. |
7.2.2. Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie
|
(189) |
De hoeveelheid van de uitvoer van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie heeft zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 13 Uitvoerprestaties van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(190) |
Hoewel de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie tot 2023 stabiel bleven, is er tussen 2023 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek een aanzienlijke daling van 17 procentpunten te zien. Net als de verkoop op de markt van de Unie steeg de gemiddelde prijs van de uitvoer in overeenstemming met de stijging van de productiekosten. |
|
(191) |
De door de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor uitvoer verkochte hoeveelheden, zijn echter beperkt en vertegenwoordigen ongeveer 2 % van hun verkoop op de markt van de Unie, zodat zij geen significante invloed kunnen hebben gehad op de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
7.2.3. Vraag naar rijwielen in de Unie
|
(192) |
De vraag naar rijwielen in de Unie, zoals weergegeven in overweging 125, vertoonde een duidelijke en scherpe neerwaartse trend. Deze neerwaartse trend werd enerzijds veroorzaakt door een toegenomen populariteit van elektrische fietsen en anderzijds door een daling van de vraag na afloop van de pandemie. De markt van de Unie bleef echter een van de grootste markten ter wereld. |
|
(193) |
De Commissie was van mening dat de daling van de vraag heeft bijgedragen aan de schade voor de bedrijfstak van de Unie, ook al kon de bedrijfstak van de Unie enig marktaandeel winnen in deze krimpende markt. De daling van de vraag heeft het oorzakelijk verband tussen de Chinese uitvoer naar de Unie en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade dus niet verzwakt. |
7.3. Conclusie inzake het oorzakelijk verband
|
(194) |
Op basis van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de invoer met dumping uit de VRC de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft berokkend. Andere factoren, met name de daling van het verbruik en de invoer uit andere derde landen, kunnen echter ook van invloed zijn geweest op de schadesituatie van de bedrijfstak van de Unie. Om die reden besloot de Commissie nader te onderzoeken of het waarschijnlijk was dat de door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte schade zou voortduren indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
8. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN SCHADE
|
(195) |
Zoals de Commissie in overweging 194 heeft geconcludeerd, heeft de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade geleden. Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of voortzetting van schade als gevolg van de invoer met dumping uit de VRC waarschijnlijk was, mochten de maatregelen hiertegen komen te vervallen. De Commissie heeft onderzoek gedaan naar de waarschijnlijke prijsniveaus van invoer uit de VRC bij afwezigheid van antidumpingmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bedrijfstak van de Unie, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, de productiecapaciteit en de reservecapaciteit in de VRC en ontwijkingspraktijken. |
8.1. Prijsniveau van invoer zonder antidumpingmaatregelen
|
(196) |
De gemiddelde prijzen bij invoer in de Unie uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek waren aanzienlijk lager dan de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie. Zoals uiteengezet in overweging 135 was er tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake van een prijsonderbieding van 50 % door de Chinese prijzen ten opzichte van de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, rekening houdend met de betaalde antidumpingrechten. |
|
(197) |
Als de maatregelen zouden vervallen, zou de mate van prijsonderbieding toenemen tot 65 %. |
|
(198) |
De prijzen zouden waarschijnlijk zelfs nog lager zijn, gezien de toenemende concurrentie tussen de Chinese invoer waarvoor momenteel een antidumpingrecht geldt en de invoer waarvoor momenteel geen recht wordt betaald. |
|
(199) |
De Commissie concludeerde dan ook dat de prijzen op de markt van de Unie zonder antidumpingmaatregelen waarschijnlijk zouden dalen, waardoor de bedrijfstak van de Unie schade zou lijden. |
8.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(200) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 115 tot en met 119 bleef de markt van de Unie aantrekkelijk voor Chinese exporteurs, wat erop zou wijzen dat zonder invoerrechten de uitvoer naar de Unie zou toenemen, waardoor de bedrijfstak van de Unie nog meer schade zou lijden. |
8.3. Productiecapaciteit en reservecapaciteit
|
(201) |
Zoals uiteengezet in de overwegingen 109 tot en met 114, bleek uit al het bewijsmateriaal in het dossier dat de VRC in staat is om aan de markt van de Unie te leveren en over reservecapaciteit beschikt om zijn leveringen aan de Unie te verhogen, tegen dumpingprijzen die schade zouden veroorzaken. |
8.4. Ontwijking
|
(202) |
Sinds de instelling van maatregelen in 1993 heeft de Commissie antiontwijkingsonderzoeken uitgevoerd met betrekking tot de verzending van rijwielen naar de Unie, en heeft zij de maatregelen als volgt uitgebreid tot:
|
|
(203) |
Deze herhaaldelijke ontwijking door verschillende derde landen toonde duidelijk aan dat Chinese bedrijven belangstelling hadden om aan de markt van de Unie te leveren. |
8.5. Conclusie
|
(204) |
Op basis hiervan heeft de Commissie vastgesteld dat het ontbreken van maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping tegen schadeveroorzakende prijzen uit de VRC en dat de aanmerkelijke schade waarschijnlijk zou voortduren. |
9. BELANG VAN DE UNIE
|
(205) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie is vastgesteld op basis van een afweging van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs, groot- en kleinhandelaren en consumenten. |
|
(206) |
De maatregelen zijn sinds 1993 van kracht en bij elk onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft de Commissie geconcludeerd dat de verlenging van de maatregelen niet in strijd was met het belang van de Unie. |
9.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(207) |
De EBMA vertegenwoordigde meer dan de helft van de bedrijfstak van de Unie. Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie nog steeds in een fragiele situatie verkeert. Mochten de maatregelen vervallen, dan zou de situatie van de bedrijfstak van de Unie snel verslechteren, wat weer zou leiden tot verliezen op de korte termijn en tot de geleidelijke opheffing van de hele bedrijfstak op de lange termijn. |
|
(208) |
Een aanzienlijk deel van de productie in de Unie wordt uitbesteed aan “tollers”, die in de beoordelingsperiode aanzienlijk in het onderzochte product hebben geïnvesteerd. Omdat de “tollers” sterk afhankelijk zijn van de bedrijvigheid van hun zakelijke partners, zou het intrekken van de maatregelen ook tot een snelle verslechtering van hun economische situatie leiden. |
|
(209) |
Op grond hiervan werd geconcludeerd dat voortzetting van de maatregelen tegen de invoer uit de VRC in het belang van de bedrijfstak van de Unie was, omdat deze daardoor zijn positie op de markt verder zou kunnen stabiliseren en zijn werkgelegenheid veilig zou kunnen stellen. |
9.2. Belang van niet-verbonden importeurs
|
(210) |
De Commissie heeft alle niet-verbonden importeurs uitgenodigd om aan het onderzoek mee te werken en heeft contact opgenomen met alle bekende importeurs. Net als bij het vorige nieuwe onderzoek heeft geen daarvan zich gemeld of op enigerlei wijze aan het onderzoek meegewerkt. |
|
(211) |
Antidumpingmaatregelen hebben niet ten doel de invoer te beletten, maar om weer tot billijke handelsvoorwaarden te komen en te waarborgen dat er niet tegen dumpingprijzen en schadeveroorzakende prijzen wordt ingevoerd. |
|
(212) |
Uit het onderzoek bleek dat de invoer, met een marktaandeel van ruim 14 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, afkomstig was uit landen waarvoor geen antidumpingmaatregelen golden. |
|
(213) |
Uit statistieken van Eurostat en gegevens die overeenkomstig artikel 14, lid 6, van de basisverordening aan de Commissie zijn verstrekt, blijkt ook dat de invoer de Unie binnenkomt via ondernemingen die zijn vrijgesteld van de uitbreiding van de maatregelen, waardoor importeurs toegang hebben tot invoer uit deze landen, en wel als volgt: Tabel 14 Invoer van ondernemingen met vrijstellingen
|
|
(214) |
Bijgevolg was de Commissie van mening dat importeurs nog steeds rijwielen uit een groot aantal landen konden betrekken. |
9.3. Belang van de gebruikers
|
(215) |
De Commissie heeft alle gebruikers van het onderzochte product verzocht zich te melden en hun standpunt kenbaar te maken. Er hebben zich geen gebruikers of consumentenverenigingen gemeld en ze hebben ook niet meegewerkt aan het onderzoek. |
|
(216) |
In het dossier van het huidige onderzoek is geen bewijs te vinden waaruit zou blijken dat de geldende maatregelen voor gebruikers negatieve gevolgen hebben gehad. |
|
(217) |
Op grond hiervan wordt bevestigd dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis hebben gehad op de financiële situatie van de gebruikers en dat voortzetting van de maatregelen voor hen geen ernstige gevolgen zou hebben. |
9.4. Conclusie betreffende het belang van de Unie
|
(218) |
Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen zijn om de bestaande maatregelen ten aanzien van de invoer van rijwielen van oorsprong uit de VRC niet te handhaven. |
10. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(219) |
Op basis van de conclusies van de Commissie over voortzetting van dumping, voortzetting van schade en het belang van de Unie moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van rijwielen uit de VRC worden gehandhaafd. |
|
(220) |
Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten en vrijstellingen van uitbreidingen van de maatregelen na antiontwijkingsonderzoeken te garanderen. |
|
(221) |
De heffing van individuele antidumpingrechten of vrijstellingen is enkel van toepassing op vertoon van een geldige handelsfactuur aan de douaneautoriteiten van de lidstaten. Deze factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 6, van deze verordening vastgestelde vereisten. Tot een dergelijke factuur wordt overgelegd, moet de invoer worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit de VRC”. |
|
(222) |
Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten en vrijstellingen te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle vereisten van artikel 1, lid 6, van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht of de vrijstelling vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving. |
|
(223) |
Indien de uitvoer door een van de ondernemingen waarvoor een lager individueel recht geldt, na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van de maatregelen worden geopend. Hierbij kan worden onderzocht of het nodig is de individuele rechten in te trekken en derhalve een voor het gehele land geldend recht in te stellen. |
|
(224) |
De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong is uit de VRC en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Op de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die met de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat geldt voor “alle overige invoer van oorsprong uit de VRC”. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten. |
|
(225) |
Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om verdere toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (69). Het moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(226) |
Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(227) |
Een exporteur of producent die het betrokken product in de periode die wordt gebruikt voor de vaststelling van de hoogte van het momenteel op zijn uitvoer toepasselijke recht niet naar de Unie heeft uitgevoerd, kan de Commissie verzoeken om toepassing van het antidumpingrecht voor niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. De Commissie moet een dergelijk verzoek inwilligen mits aan drie voorwaarden wordt voldaan. |
|
(228) |
De nieuwe producent-exporteur zou moeten aantonen dat: i) hij het betrokken product niet naar de Unie heeft uitgevoerd in de periode die werd gebruikt voor de vaststelling van het niveau van het recht dat momenteel van toepassing is op zijn uitvoer; ii) hij niet verbonden is met een onderneming die dat wel heeft gedaan en dus onderworpen is aan de antidumpingrechten, en iii) hij het betrokken product daarna heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om dit in aanzienlijke hoeveelheden te doen. |
|
(229) |
Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (70) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand. |
|
(230) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op rijwielen (inclusief bakfietsen, maar exclusief eenwielers), zonder motor, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 8712 00 30 en ex 8712 00 70 (Taric-codes 8712 00 70 91, 8712 00 70 92 en 8712 00 70 99), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.
2. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:
|
Onderneming |
Antidumpingrecht |
Aanvullende Taric-code |
|
Zhejiang Baoguilai Vehicle Co. Ltd |
19,2 % |
B772 |
|
Oyama Technology (Nantong) Co. Ltd |
0 % |
B773 |
|
Ideal (Dongguan) Bike Co. Ltd. |
0 % |
B774 |
|
Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China behalve Giant (China) Co. Ltd. — Aanvullende Taric-code C329 |
48,5 % |
B999 |
3. De in lid 2 vermelde definitieve antidumpingrechten die van toepassing zijn op de invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China, worden uitgebreid tot de invoer van dezelfde rijwielen verzonden uit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka en Tunesië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka en Tunesië, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8712 00 30 en ex 8712 00 70 (Taric-codes 8712 00 30 10 en 8712 00 70 91), met uitzondering van die welke door de onderstaande ondernemingen zijn geproduceerd:
|
Land |
Onderneming |
Aanvullende Taric-code |
|
Indonesië |
P.T. Insera Sena |
B765 |
|
|
PT Wijaya Indonesia Makmur Bicycle Industries (Wim Cycle) |
B766 |
|
|
P.T. Terang Dunia Internusa (United Bike) |
B767 |
|
Sri Lanka |
Asiabike Industrial Limited |
B768 |
|
|
BSH Ventures (Private) Limited |
B769 |
|
|
Samson Bikes (Pvt) Ltd |
B770 |
|
Tunesië |
Euro Cycles SA |
B771 |
|
|
Look Design System SA |
C206 |
4. De in lid 2 vermelde definitieve antidumpingrechten die van toepassing zijn op de invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China, worden uitgebreid tot de invoer van dezelfde rijwielen verzonden uit Cambodja, Pakistan en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Cambodja, Pakistan en de Filipijnen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8712 00 30 en ex 8712 00 70 (Taric-codes 8712 00 30 20 en 8712 00 70 92), met uitzondering van die welke door de onderstaande ondernemingen zijn geproduceerd:
|
Land |
Onderneming |
Aanvullende Taric-code |
|
Cambodja |
A and J (Cambodia) Co., Ltd |
C035 |
|
|
Smart Tech (Cambodia) Co., Ltd |
C036 |
|
|
Speedtech Industrial Co. Ltd |
C037 |
|
|
Bestway Industrial Co. Ltd |
C037 |
|
Filipijnen |
Procycle Industrial Inc |
C038 |
5. De uitbreiding, bij Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad, van het antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot rijwielonderdelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China blijft gehandhaafd.
Het bij artikel 1, lid 2, ingestelde antidumpingrecht voor “alle andere ondernemingen” is het definitieve antidumpingrecht als bedoeld in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad.
6. De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen en de in leden 3 en 4 vermelde vrijstellingen van uitbreiding van de maatregelen na antiontwijkingsonderzoeken, zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die luidt als volgt: “Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) (fietsen) die naar de Europese Unie worden uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, zijn vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in de Volksrepubliek China. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.” Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor alle andere ondernemingen geldt.
7. Artikel 1, lid 2, kan worden gewijzigd om nieuwe producenten-exporteurs uit de Volksrepubliek China toe te voegen en hen te onderwerpen aan het passende gewogen gemiddelde antidumpingrecht voor niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. Een nieuwe producent-exporteur toont met bewijs aan dat:
|
a) |
hij de in artikel 1, lid 1, beschreven goederen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tussen 1 oktober 1990 en 30 september 1991 (“het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek”) niet heeft uitgevoerd; |
|
b) |
hij niet verbonden is met een exporteur of producent op wie de bij deze verordening ingestelde maatregelen van toepassing zijn, en die heeft meegewerkt of had kunnen meewerken aan het onderzoek dat tot het recht heeft geleid, en |
|
c) |
hij het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China daadwerkelijk heeft uitgevoerd dan wel een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren na het verstrijken van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek. |
8. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
1. Artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1379, zoals gewijzigd bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/57, wordt als volgt gewijzigd:
|
“Oyama Technology (Jiangsu) Co., Ltd |
B773” |
wordt vervangen door:
|
“Oyama Technology (Nantong) Co., Ltd |
B773” |
2. De aanvullende Taric-code B773, die voorheen aan Oyama Technology (Jiangsu) Co., Ltd was toegewezen, is met ingang van 10 juli 2024 van toepassing op Oyama Technology (Nantong) Co., Ltd.
3. Alle definitieve rechten op door Oyama Technology (Nantong) Co., Ltd vervaardigde producten die het bij artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1379 ten aanzien van Oyama Technology (Jiangsu) Co., Ltd. vastgestelde antidumpingrecht overschrijden, worden terugbetaald of kwijtgescholden overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving per 10 juli 2024.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 22 oktober 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.
(2) Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad van 8 september 1993 tot instelling van een definitief anti- dumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot definitieve inning van het voorlopige anti-dumpingrecht (PB L 228 van 9.9.1993, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1993/2474/oj).
(3) Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van 10 januari 1997 tot uitbreiding van het definitieve anti- dumpingrecht, ingesteld bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 voor rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China op de invoer van bepaalde onderdelen van rijwielen uit de Volksrepubliek China en tot heffing van het uitgebreide recht op dergelijke uit hoofde van Verordening (EG) nr. 703/96 geregistreerde invoer (PB L 16 van 18.1.1997, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/71/oj).
(4) Verordening (EG) nr. 88/97 van de Commissie van 20 januari 1997 tot goedkeuring van de vrijstelling van de invoer van bepaalde delen van rijwielen, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, van de uitbreiding bij Verordening (EG) nr. 71/97 van de Raad van het bij Verordening (EEG) nr. 2474/93 van de Raad ingestelde antidumpingrecht (PB L 17 van 21.1.1997, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/88/oj).
(5) https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-history?caseId=1532.
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1379 van de Commissie van 28 augustus 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot rijwielen verzonden vanuit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka, Tunesië, Cambodja, Pakistan en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 (PB L 225 van 29.8.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1379/oj).
(7) PB L 153 van 5.6.2013, blz. 1.
(8) PB L 122 van 19.5.2015, blz. 4.
(9) PB C, C/2023/1260, 1.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1260/oj.
(10) PB C, C/2024/5292, 29.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5292/oj.
(11) https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2746.
(12) Het geïntegreerde tarief van de Europese Unie.
(13) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/57 van de Commissie van 14 januari 2022 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1379 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot rijwielen verzonden vanuit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka, Tunesië, Cambodja, Pakistan en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 (PB L 10 van 17.1.2022, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/57/oj).
(14) Taicang Natural Resources and Planning Bureau, “Notice on the Withdrawal of Land Use Rights TZGS [2022] No.152”, 25 november 2022.
(15) Notice of Approval for Change of Registered Information of Foreign Invested Companies by the Nantong Market Supervision Bureau, Foreign Invested Company — Change Registration [2022] nr. 01060001 van 6 januari 2022.
(16) https://login.bvdinfo.com/R1/Orbis.
(17) Zie blz. 14-15 van het verzoek (openbare versie).
(18) Zie blz. 15 van het verzoek (openbare versie).
(19) Zie blz. 15-16 van het verzoek (openbare versie).
(20) Zie blz. 16-17 en bijlage 28 van het verzoek (openbare versie).
(21) Zie blz. 19-20 en bijlage 31 van het verzoek (openbare versie).
(22) Zie blz. 20 van het verzoek (openbare versie).
(23) Blz. 16 en bijlage 21 van het verzoek (openbare versie).
(24) Zie blz. 17-18 van het verzoek (openbare versie).
(25) Zie blz. 19 van het verzoek (openbare versie).
(26) Zie blz. 18 en bijlage 29 van het verzoek (openbare versie).
(27) Zie blz. 20 van het verzoek (openbare versie).
(28) Zie blz. 21 van het verzoek (openbare versie).
(29) Zie blz. 21 van het verzoek (openbare versie).
(30) Zie blz. 21-22 van het verzoek (openbare versie).
(31) Zie blz. 22 van het verzoek (openbare versie).
(32) Zie blz. 23-24 van het verzoek (openbare versie).
(33) Zie blz. 24 van het verzoek (openbare versie).
(34) Zie blz. 24 van het verzoek (openbare versie).
(35) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2661 van de Commissie van 14 oktober 2024 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op aluminium radiatoren van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/2661, 15.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/2661/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/112 van de Commissie van 18 januari 2023 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde aluminium wielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 18 van 19.1.2023, blz. 66, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/112/oj).
(36) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie van 6 juni 2024 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden vanuit Marokko en de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad, http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1666/oj; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie van 11 juli 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op platbulbstaal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Turkije; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie van 11 januari 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op navulbare vaten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China, http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1444/oj; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie van 26 oktober 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde koudgewalste platte staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad, http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/2068/oj; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie van 16 februari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China, http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/191/oj.
(37) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2661 van de Commissie van 14 oktober 2024, overweging 70, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/112 van de Commissie van 18 januari 2023, overweging 70. Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 80; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 208.
(38) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2661 van de Commissie van 14 oktober 2024, overwegingen 45 tot en met 52, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/112 van de Commissie van 18 januari 2023, overweging 45. Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 60; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 38; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 192.
(39) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2661 van de Commissie van 14 oktober 2024, overwegingen 53, 54 en 55, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/112 van de Commissie van 18 januari 2023, overwegingen 46 tot en met 50. Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overwegingen 68, 67 en 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 40; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overwegingen 193 en 194.
(40) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2661 van de Commissie van 14 oktober 2024, overwegingen 56 tot en met 63, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/112 van de Commissie van 18 januari 2023, overwegingen 51 tot en met 63. Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overwegingen 61 tot en met 65; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 59; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 43; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overwegingen 195 tot en met 201.
(41) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2661 van de Commissie van 14 oktober 2024, overweging 64, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/112 van de Commissie van 18 januari 2023, overweging 64. Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 62; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 52; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 74; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 202.
(42) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2661 van de Commissie van 14 oktober 2024, overweging 65, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/112 van de Commissie van 18 januari 2023, overweging 65. Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 72; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 33; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 75; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 203.
(43) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2661 van de Commissie van 14 oktober 2024, overweging 66, en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/112 van de Commissie van 18 januari 2023, overweging 66. Zie ook Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 73; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 204.
(44) Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations”, 10 april 2024 (SWD(2024) 91 final).
(45) World Bank Open Data — Upper Middle Income, https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income.
(46) Indien het onderzochte product in geen enkel land met een soortgelijk ontwikkelingsniveau wordt vervaardigd, kan er ook worden gekeken naar de fabricage van een product dat tot dezelfde algemene categorie en/of sector als het onderzochte product behoort.
(47) https://login.bvdinfo.com/R0/Orbis.
(48) https://connect.ihsmarkit.com/.
(49) Market Access Map, Internationaal Handelscentrum, www.macmap.org (MacMap).
(50) http://www.gtis.com/gta/secure/default.cfm.
(51) Market Access Map, Internationaal Handelscentrum, www.macmap.org (MacMap).
(52) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj).
(53) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/product/page/lc_ncostot_r2__custom_15374782.
(54) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/teilm140__custom_15596385/default/table?lang=en.
(55) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/nrg_pc_205__custom_15374727/default/table.
(56) Verbruik van 500 MWh tot 1 999 MWh — band IC,
https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/product/page/nrg_pc_205__custom_15374727.
(57) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/nrg_pc_203__custom_15374756/default/table.
(58) Verbruik van 10 000 GJ tot 99 999 GJ — band I3.
(59) Bron: Orbis, https://login.bvdinfo.com/R1/Orbis.
(60) Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek, bijlage 14.
(61) Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek, bijlage 14.
(62) Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek, punt 5.2, bijlage 8.
(63) Overweging 44 van Verordening (EU) 2019/1379.
(64) Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek, punt 5.2, bijlagen 8 en 9.
(65) Overweging 189 van Verordening (EU) 2019/1379.
(66) https://www.statista.com/study/147067/bicycles-market-data-and-analysis/.
(67) Het Verenigd Koninkrijk handhaafde de oorspronkelijke EU-maatregelen op 48,5 %. Argentinië heeft al sinds 1995 maatregelen lopen en Mexico sinds 2015 voor kinderfietsen uit de VRC. Zie verzoek om een nieuw onderzoek, bijlage 11, uit de databank van de WTO.
(*1) Er zij op gewezen dat de gegevens uit de databank van artikel 14, lid 6, die het mogelijk maakt de aan rechten onderworpen Chinese producenten-exporteurs op te splitsen, niet exact overeenkomen met de gegevens van Eurostat.
(68) Een volledig dossier is te vinden op de website van DG TRADE (https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-history?caseId=1532).
(69) Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.
(70) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking) (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2146/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)