|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/2015 |
13.10.2025 |
BESLUIT (EU) 2025/2015 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 23 september 2025
betreffende overgangsbepalingen voor de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank na de invoering van de euro in Bulgarije (ECB/2025/33)
DE DIRECTIE VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 19.1 en artikel 46.2, eerste streepje,
Gezien Verordening (EG) nr. 2531/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank (1),
Gezien Verordening (EG) nr. 2532/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de bevoegdheid van de Europese Centrale Bank om sancties op te leggen (2),
Gezien Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank (3), en met name artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 4,
Gezien Verordening (EU) 2021/378 van de Europese Centrale Bank van 22 januari 2021 betreffende de toepassing van minimumreserveverplichtingen (ECB/2021/1) (4),
Gezien Verordening (EU) 2021/379 van de Europese Centrale Bank van 22 januari 2021 betreffende de balansposten van kredietinstellingen en van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2021/2) (5),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De aanneming van de euro door Bulgarije op 1 januari 2026 betekent dat in Bulgarije gevestigde instellingen vanaf die datum onderworpen zullen worden aan minimumreserveverplichtingen overeenkomstig Verordening (EU) 2021/378 (ECB/2021/1). |
|
(2) |
De integratie van deze entiteiten in het stelsel van reserveverplichtingen van het Eurosysteem vereist de vaststelling van overgangsbepalingen die voor een soepele integratie zorgen zonder een onevenredige last te creëren voor kredietinstellingen in lidstaten die de euro als munt hebben, met inbegrip van Bulgarije. |
|
(3) |
Uit artikel 5 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank volgt dat de ECB, bijgestaan door de nationale centrale banken, bij de bevoegde nationale autoriteiten of rechtstreeks bij de economische subjecten de benodigde statistische gegevens verzamelt, mede om een tijdige voorbereiding op het gebied van statistieken te verzekeren met het oog op de invoering van de euro door een lidstaat, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van dit besluit:
|
a) |
gelden de definities van artikel 2 van Verordening (EU) 2021/378 (ECB/2021/1); |
|
b) |
betekent “instelling die bij een “cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is”: een instelling die bij de “cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is in de zin van artikel 2, punt 17), van Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2). |
Artikel 2
Overgangsbepalingen voor in Bulgarije gevestigde instellingen
1. In afwijking van artikel 8 van Verordening (EU) 2021/378 (ECB/2021/1) geldt van 1 januari tot en met 10 februari 2026 een overgangsaanhoudingsperiode voor in Bulgarije gevestigde instellingen.
2. De reservebasis van elke in Bulgarije gevestigde instelling, met uitzondering van instellingen die bij een “cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, wordt voor de overgangsaanhoudingsperiode vastgesteld op basis van haar balans per 31 oktober 2025. Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije) verzoekt in Bulgarije gevestigde instellingen hun reservebasis te rapporteren overeenkomstig Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2).
3. De reservebasis van elke in Bulgarije gevestigde instelling die een “cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is, wordt bepaald met betrekking tot haar balans per 30 september 2025. Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije) verzoekt in Bulgarije gevestigde instellingen die bij een “cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, de reservebasis voor de overgangsaanhoudingsperiode te berekenen op basis van hun balans per 30 september 2025.
4. Met betrekking tot de overgangsaanhoudingsperiode berekent hetzij een in Bulgarije gevestigde instelling, hetzij Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije) de minimumreserves van die instelling. De partij die de minimumreserves berekent, legt haar berekening voor aan de andere partij, zodat deze voldoende tijd heeft om deze te controleren en eventuele wijzigingen door te voeren. Uiterlijk op 19 december 2025 bevestigen de twee partijen de berekende minimumreserves, met inbegrip van herzieningen ervan. Indien de in kennis gestelde partij het bedrag aan minimumreserves niet uiterlijk op 19 december 2025 bevestigt, wordt ze geacht te hebben ingestemd met het berekende bedrag voor de overgangsaanhoudingsperiode.
5. Artikel 3, leden 2, 3 en 4, van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op in Bulgarije gevestigde instellingen, zodat in Bulgarije gevestigde instellingen voor hun initiële reserveperiodes alle verplichtingen aan in Bulgarije gevestigde instellingen van hun reservebasis kunnen aftrekken, ook al zijn die instellingen op het moment dat de minimumreserves worden berekend niet opgenomen in de lijst van instellingen die onderworpen zijn aan de in artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2021/378 (ECB/2021/1) vastgelegde reserveverplichtingen.
Artikel 3
Overgangsbepalingen voor instellingen gevestigd in andere lidstaten die de euro als munt hebben
1. De aanhoudingsperiode die uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EU) 2021/378 (ECB/2021/1) van toepassing is op instellingen die gevestigd zijn in andere lidstaten die de euro als munt hebben, blijft ongewijzigd voor de in artikel 2, lid 1, neergelegde overgangsreserveperiode voor in Bulgarije gevestigde instellen.
2. Instellingen die gevestigd zijn in andere lidstaten die de euro als munt hebben, kunnen besluiten voor de aanhoudingsperioden van 23 december 2025 tot en met 10 februari 2026 en van 11 februari tot en met 24 maart 2026 verplichtingen aan in Bulgarije gevestigde instellingen van hun reservebasis af te trekken, ook als die instellingen ten tijde van de berekening van de minimumreserves niet voorkomen op de lijst van instellingen die onderworpen zijn aan de minimumreserveverplichtingen van artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) 2021/378 (ECB/2021/1).
3. Instellingen die gevestigd zijn in andere lidstaten die de euro als munt hebben die besluiten krachtens lid 2 verplichtingen aan in Bulgarije gevestigde instellingen af te trekken, berekenen voor de reserveperioden van 23 december 2025 tot en met 10 februari 2026 en van 11 februari tot en met 24 maart 2026 hun minimumreserves op basis van hun balans per respectievelijk 31 oktober 2025 en 31 december 2025 en rapporteren statistische gegevens overeenkomstig deel 1 van bijlage III bij Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2), waarbij in Bulgarije gevestigde instellingen worden vermeld als reeds onderworpen aan het stelsel van reserveverplichtingen van de ECB.
Dit doet geen afbreuk aan de verplichting voor instellingen om voor de betrokken perioden statistische gegevens te rapporteren overeenkomstig tabel 1 van deel 2 van bijlage I bij Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2), waarin in Bulgarije gevestigde instellingen nog steeds worden vermeld als in de “rest van de wereld” gevestigde banken.
De tabellen worden overeenkomstig de in Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2) neergelegde termijnen en procedures gerapporteerd.
4. Voor de aanhoudingsperioden die aanvangen in december 2025 en februari 2026 berekenen instellingen die bij een “cutting-of-the-tail”-procedure betrokken zijn die gevestigd zijn in andere lidstaten die de euro als munt hebben en besluiten krachtens lid 2 verplichtingen aan in Bulgarije gevestigde instellingen af te trekken, hun minimumreserves op basis van hun balans per 30 september 2025 en rapporteren zij statistische gegevens overeenkomstig deel 1 van bijlage III bij Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2), waarbij in Bulgarije gevestigde instellingen worden vermeld als reeds onderworpen aan het stelsel van reserveverplichtingen van de ECB.
Voor de reserveperiodes die aanvangen in maart en mei 2026 berekenen instellingen die bij een “cutting-of-the-tail”-procedure betrokken zijn en gevestigd zijn in andere lidstaten die de euro als munt hebben en die besluiten krachtens lid 2 verplichtingen aan in Bulgarije gevestigde instellingen af te trekken, hun minimumreserves op basis van hun balans per 31 december 2025 en rapporteren zij statistische gegevens overeenkomstig deel 1 van bijlage III bij Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2), waarbij in Bulgarije gevestigde instellingen worden vermeld als reeds onderworpen aan het stelsel van reserveverplichtingen van de ECB.
Dit doet geen afbreuk aan de verplichting voor instellingen om voor de betrokken perioden overeenkomstig tabel 1 van deel 2 van bijlage I bij Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2) statistische gegevens te rapporteren, waarin in Bulgarije gevestigde instellingen nog steeds worden vermeld als in de “rest van de wereld” gevestigde banken.
De statistische gegevens worden overeenkomstig de in Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2) neergelegde termijnen en procedures gerapporteerd.
Artikel 4
Slotbepalingen
1. Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving aan de geadresseerden.
2. Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 november 2025.
3. Bij gebreke van specifieke bepalingen in dit besluit worden de bepalingen van Verordening (EU) 2021/378 (ECB/2021/1) en Verordening (EU) 2021/379 (ECB/2021/2) toegepast.
Artikel 5
Geadresseerden
Dit besluit is gericht tot Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije), in Bulgarije gevestigde instellingen en instellingen gevestigd in andere lidstaten die de euro als munt hebben.
Gedaan te Frankfurt am Main, 23 september 2025.
De president van de ECB
Christine LAGARDE
(1) PB L 318 van 27.11.1998, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1998/2531/oj.
(2) PB L 318 van 27.11.1998, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1998/2532/oj.
(3) PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1998/2533/oj.
(4) PB L 73 van 3.3.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/378/oj.
(5) PB L 73 van 3.3.2021, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/379/oj.
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/2015/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)