European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/2005

23.12.2025

VERORDENING (EU) 2025/2005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 16 december 2025

tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 172 en 173, artikel 175, derde alinea, artikel 182, lid 1, artikel 183, artikel 188, tweede alinea, en artikel 194,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie wordt geconfronteerd met enorme financieringsbehoeften om haar doelstellingen op het gebied van innovatie, de groene en digitale transitie en sociale investeringen en vaardigheden te verwezenlijken, waarbij tegelijkertijd een oplossing moet worden gevonden voor de invloed van de huidige complexe situatie op het concurrentievermogen en de industriële basis van de Unie, die wordt gekenmerkt door een veranderende mondiale dynamiek, trage economische groei, versnelde klimaatverandering en aantasting van het milieu, technologische concurrentie en toenemende geopolitieke spanningen. In dit kader is het vergroten van de autonomie van de Unie, met name op het gebied van energie, door investeringen te bevorderen die bijdragen tot een op hernieuwbare energie gebaseerd en schoon energiesysteem en schone technologieën, essentieel om de afhankelijkheid te verminderen en economisch en politieke stabiliteit te waarborgen.

(2)

De additionaliteit en het hefboomeffect van de EU-garantie vormen de basis van zowel het Europees Fonds voor strategische investeringen, ingesteld bij Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad (3), (EFSI) als het InvestEU-programma, dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad (4), waardoor met name nieuwe en innovatieve technologieën en bedrijven kunnen worden opgeschaald en investeringen voor particuliere investeerders minder risicovol worden. Toezicht door het Europees Parlement en de Raad helpt ervoor te zorgen dat de EU-garantie wordt gebruikt in overeenstemming met de doelstellingen van het InvestEU-programma.

(3)

In het rapport “The future of European competitiveness” (het rapport-Draghi) worden de gecombineerde extra investeringsbehoeften in Europa tegen 2030 geraamd op 750-800 miljard EUR per jaar, waarvan alleen al voor de energietransitie 450 miljard EUR nodig is. Een aanzienlijk deel daarvan is bestemd voor de groene en de digitale transitie. Het waarborgen van voldoende publieke en particuliere investeringen is van cruciaal belang om de productiviteitsgroei te stimuleren en de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken, particuliere investeringen aan te trekken die zijn gericht op de decarbonisatie van de industrie, de productie, opslag en uitrol van schone energie en elektrificatie te versnellen, interconnecties en netwerken te versterken, duurzame en circulaire bedrijfsmodellen te bevorderen, de duurzame renovatie van gebouwen te stimuleren, en de productie van schone technologie en digitale technologieën te ontwikkelen alsook de verspreiding ervan over economische sectoren aan te moedigen.

(4)

De Unie heeft te maken met een huisvestingscrisis die bestaat uit twee markttekortkomingen, namelijk een tekort aan betaalbare en sociale woningen en het onvermogen om de kloof op het gebied van energie-efficiëntie te dichten. Met behulp van een verhoogde EU-garantie in het kader van het beleidsterrein voor sociale investeringen en vaardigheden van het InvestEU-fonds en een grotere zichtbaarheid en toegankelijkheid van financiële steun op het gebied van huisvesting, kunnen de Unie en de uitvoerende partners van InvestEU substantiële steun verlenen aan de belangrijkste prioriteit van sociale investeringen en vaardigheden, waaronder aan betaalbare sociale huisvesting, en tegelijkertijd bijdragen aan de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten.

(5)

Door de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne wordt de Unie geconfronteerd met een acute noodzaak om de veiligheid, alsmede haar defensietechnologische en industriële basis en militaire mobiliteit aanzienlijk te verbeteren. Met behulp van een verhoogde EU-garantie die beschikbaar is in het kader van de relevante beleidsterreinen van het InvestEU-fonds, een grotere zichtbaarheid en toegankelijkheid van financiële steun voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), midcap-ondernemingen en start-ups in de defensietoeleveringsketen, kunnen de Unie en de uitvoerende partners van InvestEU belangrijke steun verlenen voor deze belangrijke prioriteit.

(6)

Initiatieven zoals de faciliteit voor de garantie van exportkredieten in het kader van InvestEU spelen een belangrijke rol bij de ondersteuning van de Oekraïense economie. Voor de effectiviteit van die faciliteit is het van essentieel belang dat Europese exportkredietinstellingen er op grote schaal aan deelnemen.

(7)

Goed functionerende vervoersnetwerken en -diensten zijn van groot belang met het oog op een transitie naar een groene economie en de versterking van het concurrentievermogen van de Unie. Er zijn in dat opzicht investeringen in de trans-Europese vervoersnetwerken nodig om ontbrekende verbindingen aan te leggen en vervoersinfrastructuur te moderniseren, wanneer er een groot tekort is aan publieke en private financiering.

(8)

Het InvestEU-fonds is het belangrijkste instrument op Unieniveau om publieke en particuliere financiering aan te trekken voor de ondersteuning van een breed scala aan beleidsprioriteiten van de Unie. Via het uitgebreide netwerk van uitvoerende partners, waaronder de Europese Investeringsbank (EIB), het Europees Investeringsfonds (EIF), andere internationale financiële instellingen en nationale stimuleringsbanken en -instellingen, levert het InvestEU-fonds door middel van zijn risicodelingscapaciteit de broodnodige financiering. In de tussentijdse evaluatie van InvestEU, die in 2024 werd afgerond, werd benadrukt dat begrotingsgaranties inherent efficiënt zijn voor de Uniebegroting en werd bevestigd dat het InvestEU-programma goed op schema ligt wat het mobiliseren van investeringen betreft, met een aanzienlijk verwacht effect op de reële economie. De goedkeuringen van financierings- en investeringsverrichtingen in het kader van het InvestEU-programma werden echter in een zeer vroege fase verleend, hetgeen ertoe kan leiden dat na 2025 voor sommige financiële producten mogelijk geen goedkeuringen meer zullen worden verleend, als deze kwestie niet wordt aangepakt.

(9)

Het is belangrijk dat de financiële capaciteit van het InvestEU-fonds wordt vergroot en nog efficiënter wordt gebruikt wanneer deze wordt gecombineerd met middelen die beschikbaar zullen worden gemaakt in het kader van het EFSI en andere oude instrumenten, te weten het schuldinstrument van CEF, vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5), en de InnovFin-schuldfaciliteit, ingesteld krachtens de Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 (6) en (EU) nr. 1291/2013 (7) van het Europees Parlement en de Raad, die door de EIB-groep worden uitgevoerd. Die combinaties kunnen leiden tot een daling van de begrotingsontvangsten uit die oude instrumenten. Die combinaties zouden echter ook een hoger volume van de garantiedekking mogelijk maken voor strategische investeringen in belangrijke prioritaire gebieden van de Unie, waardoor naar verwachting een extra investering van ongeveer 25 miljard EUR zou worden beschikbaar gesteld en zou leiden tot een grotere risicodiversificatie, zonder risico’s voor de begroting van de Unie aanzienlijk te verhogen.

(10)

De verhoging van de EU-garantie met 2,9 miljard EUR, ondersteund door de extra terugvloeiende middelen van 1,16 miljard EUR, en de efficiëntiemaatregelen die worden uitgevoerd door de capaciteiten van de oude instrumenten met het InvestEU-fonds te combineren, zullen naar verwachting leiden tot het aantrekken van ongeveer 55 miljard EUR aan extra investeringen. Het is nodig de financiële bijdrage van de EIB-groep evenredig aan te passen aan het aandeel van de verhoogde EU-garantie dat aan de groep is toegekend. De indicatieve verdeling van de EU-garantie over de vier beleidsterreinen van het InvestEU-fonds moet evenredig worden verhoogd met de verhoging van de EU-garantie. Het gebruik van die terugvloeiende middelen uit oude instrumenten ten behoeve van het InvestEU-fonds laat de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader voor de periode na 2027 onverlet.

(11)

Adviesdiensten in het kader van InvestEU spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van nieuwe projecten. Deze adviesdiensten zijn met name nuttig op complexe terreinen, zoals betaalbare sociale huisvesting en defensie. Het zou daarom passend zijn om 40 miljoen EUR aan terugvloeiende middelen te gebruiken ter verhoging van het bedrag dat voor dergelijke diensten beschikbaar moet worden gesteld. Voorts is het nodig de interactie tussen de verschillende onderdelen van het InvestEU-programma te versterken, met name tussen de InvestEU-advieshub en het InvestEU-portaal.

(12)

Het bedrag van de voorzieningen die nodig zijn voor de dekking van de tijdens de looptijd te verwachten verliezen die voortvloeien uit de door het InvestEU-fonds gesteunde verrichtingen, wordt door de Commissie geraamd met een betrouwbaarheidsniveau van 95 % van de valueat-risk. Als onderdeel van haar voortdurende inspanningen om het risicobeheerkader voor begrotingsgaranties te harmoniseren, is de Commissie van plan de methoden die zowel in het interne als het externe beleid worden toegepast, te herbekijken.

(13)

Om het lidstaatcompartiment in het kader van het InvestEU-fonds aantrekkelijker te maken, moet het voor de lidstaten mogelijk zijn om, naast de bestaande optie om bij te dragen aan de EU-garantie, ook op volledig gefinancierde wijze bij te dragen uit fondsen in gedeeld beheer, uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit die is ingesteld bij Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad (8), of uit middelen van de lidstaten, via een InvestEU-financieringsinstrument. Steun uit het InvestEU-financieringsinstrument moet, voor zover mogelijk, worden uitgevoerd volgens dezelfde beginselen als deze van de EU-garantie. Via het InvestEU-financieringsinstrument zouden de lidstaten die niet tot de eurozone behoren, op financieel efficiëntere wijze in hun eigen valuta van het InvestEU-programma kunnen profiteren. Het InvestEU-financieringsinstrument moet ook een verdere stimulans bieden om de risicobereidheid van de uitvoerende partners op verantwoorde wijze te vergroten en zo bij te dragen tot het aantrekken van particulier kapitaal.

(14)

Om de compartimenten op een complementaire manier te gebruiken ter ondersteuning van een bepaalde financierings- of investeringsverrichting, is het mogelijk om bedragen die aan het compartiment van de lidstaat zijn toegewezen, te combineren met middelen uit het EU-compartiment in een gelaagde structuur, waarbij een eersteverliestranche wordt gedekt door nationale middelen. Om de samenhang met de doelstellingen van het InvestEU-programma te waarborgen, moeten dergelijke combinaties voldoen aan de beginselen van EU-meerwaarde, eerlijke concurrentie en de integriteit van de interne markt, en moeten zij waar nodig bijdragen aan grensoverschrijdende samenwerking.

(15)

In overeenstemming met de algemene doelstelling van vereenvoudiging om de administratieve lasten voor eindontvangers, financiële intermediairs en uitvoerende partners te verlichten, moeten de verslagleggingsvereisten, met inbegrip van die met betrekking tot essentiële prestatie- en monitoringindicatoren, naargelang van het geval worden verlaagd, met name die welke gevolgen hebben voor kleine ondernemingen en kleinschalige verrichtingen. Die vereenvoudiging mag geen invloed hebben op de kwaliteit van de gegevens die van de eindontvangers worden ontvangen, wanneer die gegevens niet onder de voorgestelde vermindering van rapportageverplichtingen vallen. Onverminderd de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) voor de toepassing van andere Uniehandelingen en eventuele toekomstige programma’s en fondsen, moet de toepassing van de definitie van een kmo voor de uitvoering van het InvestEU-programma worden aangepast om complexiteit zo veel mogelijk weg te nemen. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan sociale ondernemingen en instellingen voor microfinanciering. Het is belangrijk eraan te herinneren dat de boekhoudregels van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (9), met inbegrip van de regels inzake consolidatie, van toepassing zijn, waardoor de integriteit van de definitie van kmo’s wordt gewaarborgd en wordt verzekerd dat de steun van de Unie de beoogde begunstigden bereikt. Indien dit voor de uitvoering noodzakelijk is, en onverminderd Verordening (EU) 2021/523, is het passend dat de criteria van de vereenvoudigde definitie worden geïnterpreteerd in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in de relevante bepalingen van bijlage I bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (10). Het is noodzakelijk dat uitvoerende partners of, in het geval van financiële tussenproducten, financiële intermediairs ervoor zorgen dat volledig wordt voldaan aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden voor kmo’s, onder meer door de kmo-status van eindontvangers te verifiëren, in het bijzonder door een nauwkeurige berekening van het aantal werknemers en de omzet binnen de relevante perimeter van de ondernemingen, en, indien van toepassing, door de correcte toepassing van consolidatieregels om ontwijking via holdings of soortgelijke structuren te voorkomen.

(16)

Het is aangewezen dat de Commissie overweegt verdere niet-wetgevende vereenvoudigingsmaatregelen te nemen ter aanvulling van deze wijzigingsverordening, zoals het verminderen van de frequentie van de voortgangsverslagen die door de uitvoerende partners moeten worden ingediend, teneinde de werklast van de uitvoerende partners, financiële intermediairs en eindontvangers te verminderen zonder de inhoudelijke elementen van Verordening (EU) 2021/523 te wijzigen.

(17)

Het is belangrijk dat staatssteunprocedures die van toepassing zijn op door het InvestEU-fonds ondersteunde verrichtingen evenredig, voorspelbaar en gestroomlijnd zijn. In voorkomend geval is het belangrijk dat de Commissie alle mogelijke manieren blijft onderzoeken om de beoordeling van staatssteun te vereenvoudigen en te versnellen. Daarnaast moet bij de herziening van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie (11) de toepassing van de staatssteunregels in het kader van het InvestEU-programma verder worden verduidelijkt en vereenvoudigd.

(18)

De frequentie en reikwijdte van de verslagen moeten ook worden verlaagd voor het InvestEU-programma en de voorganger ervan, het EFSI.

(19)

De Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/695 (12) en (EU) 2021/1153 (13) van het Europees Parlement en de Raad moeten worden gewijzigd om combinaties van steun uit hoofde van die verordeningen en de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523, als gewijzigd bij deze verordening, mogelijk te maken.

(20)

Voor de boekhouding van de Commissie zijn de uitvoerende partners, met betrekking tot combinaties van steun, verplicht om te voorzien in gecontroleerde financiële overzichten overeenkomstig artikel 212, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (14), waarbij de bedragen in verband met de verschillende rechtsgrondslagen duidelijk afzonderlijk van elkaar worden vermeld.

(21)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk tekortkomingen van de markt in de hele Unie en in specifieke lidstaten en de investeringskloof in de Unie aanpakken, de groene en digitale transitie van de Unie versnellen, het concurrentievermogen versterken en de industriële basis versterken, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.

(22)

Om het Europees Parlement en de Raad te ondersteunen bij de uitoefening van hun institutionele taken, moet het onafhankelijke eindevaluatieverslag over het InvestEU-programma een vergelijkende beoordeling bevatten van de prestaties van het InvestEU-programma vóór en na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, met inbegrip van de afwijkingen en aanpassingen van de regelgeving,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/523

Verordening (EU) 2021/523 wordt als volgt gewijzigd:

1)

in artikel 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Bij deze verordening wordt het InvestEU-fonds ingesteld, dat voorziet in een EU-garantie en een InvestEU-financieringsinstrument ter ondersteuning van door de uitvoerende partners uitgevoerde financierings- en investeringsverrichtingen waarmee aan doelstellingen van het interne beleid van de Unie wordt bijgedragen.”

;

2)

artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de punten 3), 4) en 5) worden vervangen door:

“3)

“beleidsterrein”: een aangewezen gebied voor ondersteuning door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument als bepaald in artikel 8, lid 1;

4)

“compartiment”: een deel van de in het kader van het InvestEU-fonds verstrekte ondersteuning gedefinieerd op basis van de oorsprong van de middelen waardoor het wordt gedekt;

5)

“blendingverrichting”: in het kader van het EU-compartiment, een door de begroting van de Unie ondersteunde verrichting, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun, terugbetaalbare vormen van steun, of beide, uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, of van commerciële financiële instellingen en investeerders; voor de toepassing van deze definitie mogen programma’s van de Unie die worden gefinancierd uit andere bronnen dan de begroting van de Unie, zoals het EU-ETS-innovatiefonds, worden gelijkgesteld met uit de begroting van de Unie gefinancierde programma’s van de Unie;”

;

b)

punt 8) wordt vervangen door:

“8)

“bijdrageovereenkomst”: een rechtsinstrument waarin de Commissie en een of meer lidstaten de voorwaarden voor de uitvoering van de bijdrage in het lidstaatcompartiment specificeren, als bepaald in de artikelen 10 en 10 bis;”

;

c)

de punten 10) en 11) worden vervangen door:

“10)

“financierings- en investeringsverrichtingen” of “financierings- of investeringsverrichtingen”: verrichtingen waarbij financiering aan eindontvangers op directe of indirecte wijze door middel van financiële producten wordt verstrekt:

a)

en die, in het kader van de EU-garantie, door een uitvoerende partner in eigen naam worden uitgevoerd, door de uitvoerende partner in overeenstemming met zijn interne regels, beleid en procedures worden verstrekt en in de financiële staten van de uitvoerende partner worden verwerkt of, in voorkomend geval, in de opmerkingen bij die financiële staten worden vermeld;

b)

en die, in het kader van het InvestEU-financieringsinstrument, door een uitvoerende partner worden uitgevoerd in eigen naam of in eigen naam maar namens de Commissie, naargelang van het geval;

11)

“fondsen in gedeeld beheer”: fondsen die voorzien in de mogelijkheid om een deel van die fondsen toe te wijzen aan de voorziening voor een onder het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds vallende begrotingsgarantie of financieringsinstrument, namelijk het bij Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad (*1) ingestelde Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en Cohesiefonds, het bij Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad (*2) (de “ESF+-verordening voor 2021-2027”) opgerichte Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het bij Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad (*3) opgerichte Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA), en het bij Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad (*4) (de “verordening inzake strategische GLB-plannen”) ingestelde Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo);

(*1)  Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 60, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1058/oj)."

(*2)  Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1057/oj)."

(*3)  Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PB L 247 van 13.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1139/oj)."

(*4)  Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj).”;"

d)

punt 12) wordt vervangen door:

“12)

“garantieovereenkomst”: een rechtsinstrument waarin de Commissie en een uitvoerende partner de voorwaarden bepalen waaronder financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op dekking door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument worden voorgesteld, de EU-garantie of steun via het InvestEU-financieringsinstrument voor die verrichtingen wordt verleend, en die verrichtingen in overeenstemming met deze verordening worden uitgevoerd;”

;

e)

punt 21) wordt vervangen door:

“21)

“kleine en middelgrote onderneming” of “kmo”: a) een onderneming die volgens haar laatste jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening gedurende het boekjaar een gemiddeld aantal werknemers van minder dan 250 in dienst heeft en een jaarlijkse omzet van niet meer dan 50 miljoen EUR heeft, of b) in het geval van financiële producten, indien op grond van de toepasselijke staatssteunregels de definitie van kmo van bijlage I bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (*5) moet worden gebruikt, een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van die bijlage;

(*5)  Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2003/361/oj).”;"

f)

het volgende punt wordt toegevoegd:

“24)

“InvestEU-financieringsinstrument”: een financieringsinstrument zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 30), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (*6) dat moet worden uitgevoerd in het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds.

(*6)  Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).”;"

3)

artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 worden de eerste en tweede alinea vervangen door:

“1.   De EU-garantie ten behoeve van het EU-compartiment bedoeld in artikel 9, lid 1, punt a), bedraagt 29 052 310 073 EUR in lopende prijzen. Er wordt een voorzieningspercentage van 40 % ingesteld. Het in artikel 35, lid 3, eerste alinea, punt a), bedoelde bedrag wordt ook in aanmerking genomen om bij te dragen aan de voorziening die uit dat voorzieningspercentage voortvloeit.

Een bijkomend bedrag van de EU-garantie kan worden verstrekt ten behoeve van het lidstaatcompartiment bedoeld in artikel 9, lid 1, punt b), van deze verordening, op voorwaarde dat de overeenstemmende bedragen door de lidstaten worden toegewezen op grond van artikel 14 van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad (*7) (de “verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027”) en artikel 81 van de verordening inzake strategische GLB-plannen.

(*7)  Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj).”;"

b)

in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Een bedrag van 14 227 310 073 EUR in lopende prijzen van het in lid 1, eerste alinea, van dit artikel vermelde bedrag wordt toegewezen voor de in artikel 3, lid 2, bedoelde doelstellingen.”

;

c)

lid 3 wordt vervangen door:

“3.   De financiële middelen voor de uitvoering van de maatregelen waarin de hoofdstukken VI en VII voorzien, bedragen 470 000 000 EUR in lopende prijzen.”

;

4)

in artikel 6 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   De EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument worden ten uitvoer gelegd in indirect beheer met de organen bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), ii), punt c), iii), punt c), v), en punt c), vi), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Andere vormen van Uniefinanciering uit hoofde van deze verordening worden, zo vlot mogelijk, op een manier die efficiënte en coherente ondersteuning van het beleid van de Unie garandeert, in direct of indirect beheer overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten uitvoer gelegd, met inbegrip van subsidies die overeenkomstig titel VIII van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten uitvoer worden gelegd en blendingverrichtingen die overeenkomstig dit artikel ten uitvoer worden gelegd.”

;

5)

artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Combinaties”

;

b)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Steun uit de EU-garantie op grond van deze verordening, steun van de Unie die wordt verleend via de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020 en steun van de Unie uit hoofde van de EU-garantie die bij Verordening (EU) 2015/1017 is ingesteld, kunnen worden gecombineerd ter ondersteuning van financiële producten of portefeuilles die door de EIB of het EIF op grond van deze verordening zijn uitgevoerd of moeten worden uitgevoerd.”

;

c)

lid 4 wordt vervangen door:

“4.   Steun uit de EU-garantie op grond van deze verordening, steun van de Unie die wordt verleend via de garantie uit hoofde van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020 en wordt vrijgegeven uit de uit hoofde van die instrumenten goedgekeurde verrichtingen, en steun van de Unie die wordt verleend via de EU-garantie die bij Verordening (EU) 2015/1017 is ingesteld en wordt vrijgegeven uit de uit hoofde van die EU-garantie goedgekeurde verrichtingen, kunnen worden gecombineerd ter ondersteuning van financiële producten of portefeuilles die uit hoofde van deze verordening in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen bevatten die door de EIB of het EIF op grond van deze verordening zijn uitgevoerd of moeten worden uitgevoerd.”

;

d)

de volgende leden worden toegevoegd:

“5.   In afwijking van artikel 212, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kan de vrijgegeven garantie die wordt ondersteund door de begroting van de Unie in het kader van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020, worden gebruikt voor de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen die uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor de in lid 4 van dit artikel bedoelde combinatie.

6.   In afwijking van artikel 216, lid 4, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 is het mogelijk de voorziening die overeenkomt met de vrijgegeven garantie in het kader van steun van de Unie uit de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie met het oog op de verrichting bedoeld in artikel 216, lid 4, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 niet in aanmerking nemen en mag die voorziening worden gebruikt voor de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen die uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor de in lid 4 van dit artikel bedoelde combinatie.

7.   De vrijgave van de garantie die wordt ondersteund door de begroting van de Unie in het kader van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020, de overdracht van overeenkomstige activa van trustrekeningen naar het in artikel 215 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde gemeenschappelijk voorzieningsfonds en de vrijgave van de garantie in het kader van de steun van de Unie uit de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie bedoeld in lid 4 van dit artikel, vinden plaats door een wijziging van de desbetreffende overeenkomsten tussen de Commissie en de EIB of het EIF.

De voorwaarden voor het gebruik van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde vrijgegeven garanties, voor de dekking van de uit hoofde van deze verordening in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen, en in voorkomend geval, de overdracht van overeenkomstige activa van trustrekeningen naar het in artikel 215 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde gemeenschappelijk voorzieningsfonds, worden in de in artikel 17 van deze verordening bedoelde garantieovereenkomst vastgesteld.

De voorwaarden van de in de leden 1 en 4 van dit artikel bedoelde financiële producten en van de desbetreffende portefeuilles, met inbegrip van de respectieve evenredige aandelen in verliezen, inkomsten, terugbetalingen en terugvorderingen of de respectieve niet-evenredige aandelen overeenkomstig lid 3, tweede alinea, van dit artikel, worden in de in artikel 17 bedoelde garantieovereenkomst vastgesteld.”

;

6)

in artikel 8, lid 8, wordt de tweede alinea vervangen door:

“De Commissie tracht er samen met de uitvoerende partners voor te zorgen dat het deel van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment dat wordt gebruikt voor het beleidsterrein duurzame infrastructuur, zodanig wordt verdeeld dat een evenwicht tussen de verschillende in lid 1, punt a), vermelde gebieden wordt bereikt.”

;

7)

in artikel 9, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b)

het lidstaatcompartiment dient voor de aanpak van specifieke tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties in een of meer regio’s of lidstaten om de beleidsdoelstellingen van de bijdragende fondsen in gedeeld beheer of van het door een lidstaat op grond van artikel 4, lid 1, derde alinea, of artikel 10 bis, lid 1, tweede alinea, verstrekte aanvullende bedrag te verwezenlijken, met name versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang in de Unie door het verhelpen van onevenwichtigheden tussen de regio’s.”

;

8)

artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op de in het kader van het lidstaatcompartiment uitgevoerde EU-garantie”

;

b)

in lid 2 wordt de vierde alinea vervangen door:

“De lidstaat en de Commissie sluiten een bijdrageovereenkomst of een wijziging daarvan na het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de partnerschapsovereenkomst op grond van artikel 12 van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of het strategische GLB-plan uit hoofde van artikel 118 van de verordening inzake strategische GLB-plannen, of gelijktijdig met het besluit van de Commissie tot wijziging van een programma overeenkomstig artikel 24 van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of een strategisch GLB-plan overeenkomstig artikel 119 van de verordening inzake strategische GLB-plannen.”

;

c)

in lid 3 wordt punt b) vervangen door:

“b)

de strategie van de lidstaat met betrekking tot het soort financiering, het beoogde hefboomeffect, de geografische dekking, zo nodig met inbegrip van regionale dekking, de soorten projecten, de investeringsperiode en indien van toepassing, de categorieën eindontvangers en in aanmerking komende intermediairs;”

;

9)

het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 10 bis

Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op het in het kader van het lidstaatcompartiment uitgevoerde InvestEU-financieringsinstrument

1.   Een lidstaat kan bedragen uit de fondsen in gedeeld beheer bijdragen aan het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds met het oog op de inzet ervan via het InvestEU-financieringsinstrument.

De lidstaten kunnen ook aanvullende bedragen verstrekken ten behoeve van het InvestEU-financieringsinstrument. Dergelijke bedragen vormen een externe bestemmingsontvangst overeenkomstig artikel 21, lid 5, tweede zin, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

Door een lidstaat uit hoofde van de eerste en tweede alinea op vrijwillige basis toegewezen bedragen worden gebruikt ter ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen in de betrokken lidstaat. Die bedragen worden gebruikt om bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen die nader zijn bepaald in de partnerschapsovereenkomst bedoeld in artikel 11, lid 1, punt a), van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027, in de programma’s of in het strategische GLB-plan dat aan het InvestEU-programma bijdraagt, om relevante maatregelen uit te voeren die zijn vastgesteld in het plan voor herstel en veerkracht dat is opgesteld uit hoofde van Verordening (EU) 2021/241 of, in andere gevallen, voor in de bijdrageovereenkomst vastgestelde doeleinden, afhankelijk van de oorsprong van het bijgedragen bedrag.

2.   De bijdrage aan het InvestEU-financieringsinstrument is afhankelijk van het sluiten van een bijdrageovereenkomst tussen een lidstaat en de Commissie, die voor de bijdragen uit fondsen in gedeeld beheer wordt gesloten overeenkomstig artikel 10, lid 2, vierde alinea.

Twee of meer lidstaten kunnen een gezamenlijke bijdrageovereenkomst met de Commissie sluiten.

3.   De bijdrageovereenkomst bevat ten minste het bedrag van de bijdrage van de lidstaat en de valuta van de financierings- en investeringsverrichtingen, bepalingen inzake de vergoeding van de Unie voor het InvestEU-financieringsinstrument, de in artikel 10, lid 3, punten b) tot en met e) en punt g), bedoelde elementen en de behandeling van middelen die worden gegenereerd door, of toe te rekenen zijn aan, de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen.

4.   De bijdrageovereenkomsten worden uitgevoerd door middel van overeenkomstig artikel 10, lid 4, eerste alinea, gesloten garantieovereenkomsten.

Indien binnen twaalf maanden na de sluiting van de bijdrageovereenkomst geen garantieovereenkomst is gesloten, wordt de bijdrageovereenkomst in onderlinge overeenstemming beëindigd of verlengd. Indien het bedrag van een bijdrageovereenkomst niet binnen twaalf maanden na de sluiting van de bijdrageovereenkomst volledig is vastgelegd door middel van een of meer garantieovereenkomsten, wordt dat bedrag dienovereenkomstig gewijzigd. Het ongebruikte bedrag van een bijdrage uit fondsen in gedeeld beheer die via het InvestEU-programma wordt geleverd, wordt hergebruikt overeenkomstig de verordening tot vaststelling van het desbetreffende fonds. Het ongebruikte bedrag van een bijdrage van een lidstaat uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, wordt aan de lidstaat terugbetaald.

Indien een garantieovereenkomst niet naar behoren is uitgevoerd binnen de termijn die is vastgesteld in artikel 14, lid 6, van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of artikel 81, lid 6, van de verordening inzake strategische GLB-plannen, of, in het geval van een garantieovereenkomst die betrekking heeft op overeenkomstig lid 1, tweede alinea, van dit artikel verstrekte bedragen, in de desbetreffende bijdrageovereenkomst, wordt de bijdrageovereenkomst gewijzigd. De ongebruikte bedragen die door de lidstaten zijn toegewezen op grond van de bepalingen over de aanwending van de fondsen in gedeeld beheer die door middel van het InvestEU-programma worden verleend, worden hergebruikt overeenkomstig de verordening tot vaststelling van het desbetreffende fonds. Het ongebruikte bedrag van een InvestEU-financieringsinstrument dat kan worden toegeschreven aan de bijdrage van een lidstaat uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, wordt aan de lidstaat terugbetaald.

Middelen die worden gegenereerd door, of toe te rekenen zijn aan, de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen op grond van de bepalingen over de aanwending van de fondsen in gedeeld beheer die door middel van het InvestEU-programma worden verleend, worden hergebruikt overeenkomstig de verordening tot vaststelling van het desbetreffende fonds. De middelen die worden gegenereerd door, of toe te rekenen zijn aan, de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, worden aan de lidstaat terugbetaald.

5.   Steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument steun kan worden toegekend voor onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen voor een investeringsperiode die eindigt op 31 december 2027. Contracten waarin het InvestEU-financieringsinstrument wordt uitgevoerd tussen de uitvoerende partner en de eindontvanger of de financiële intermediair of een andere, in artikel 16, lid 1, punt a), bedoelde entiteit worden uiterlijk op 31 december 2028 ondertekend.”

;

10)

in artikel 11, lid 1, wordt punt d), i) vervangen door:

“i)

wordt aan de EIB-groep een bedrag van maximaal 330 000 000 EUR toegekend uit de in artikel 4, lid 3, bedoelde financiële middelen voor de in artikel 25 bedoelde adviesinitiatieven en de in punt ii) van dit punt bedoelde operationele taken;”

;

11)

de titel van hoofdstuk IV wordt vervangen door:

 

“EU-garantie en InvestEU-financieringsinstrument”

;

12)

in artikel 13 wordt lid 4 vervangen door:

“4.   Van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment als bedoeld in artikel 4, lid 1, eerste alinea, wordt 75 %, ten bedrage van 21 789 232 555 EUR, toegekend aan de EIB-groep. De EIB-groep levert een totale financiële bijdrage van 5 447 308 139 EUR. Die bijdrage wordt verstrekt op een wijze en in een vorm die bevorderlijk is voor de uitvoering van het InvestEU-fonds en de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 15, lid 2.”

;

13)

artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Het InvestEU-financieringsinstrument kan worden gebruikt om financiering te verstrekken aan de uitvoerende partners voor de in de eerste alinea, punt a), bedoelde soorten financiering die door de uitvoerende partners worden verstrekt.

Om door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument te worden gedekt, wordt de in de eerste en tweede alinea van dit lid bedoelde financiering verleend, verkregen of uitgegeven ten behoeve van de in artikel 14, lid 1, bedoelde financierings- en investeringsverrichtingen, indien de financiering door de uitvoerende partner was verleend conform een financieringsovereenkomst of -transactie die de uitvoerende partner heeft ondertekend of is aangegaan na de ondertekening van de garantieovereenkomst en die niet is verstreken of niet is geannuleerd.”

;

b)

lid 2 wordt vervangen door:

“2.   Financierings- en investeringsverrichtingen via fondsen of andere intermediaire structuren worden door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument ondersteund overeenkomstig de in de investeringsrichtsnoeren vastgelegde bepalingen, indien relevant, zelfs indien deze structuren een minderheid van hun geïnvesteerde bedragen investeren buiten de Unie en in de in artikel 14, lid 2, bedoelde derde landen, of een minderheid van hun geïnvesteerde bedragen investeren in activa die niet in aanmerking komen uit hoofde van deze verordening.”

;

14)

artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“1.   De Commissie sluit met iedere uitvoerende partner een garantieovereenkomst met betrekking tot de verlening van de EU-garantie ten belope van een door de Commissie vast te stellen bedrag of met betrekking tot de verstrekking van steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument.”

;

b)

lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

nadere regels betreffende de verlening van de EU-garantie of van steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument overeenkomstig artikel 19, ook inzake de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen of portefeuilles van specifieke soorten instrumenten en inzake de verschillende gebeurtenissen die aanleiding geven tot een mogelijk beroep op de EU-garantie of inzake het gebruik van het InvestEU-financieringsinstrument;”

;

ii)

punt f) wordt vervangen door:

“f)

de verbintenis van de uitvoerende partner om de besluiten van de Commissie en het investeringscomité te aanvaarden met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument ten behoeve van de voorgestelde financierings- of investeringsverrichting, onverminderd de beslissingen van de uitvoerende partner met betrekking tot de voorgestelde financierings- of investeringsverrichting zonder de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument;”

;

iii)

de punten h) en i) worden vervangen door:

“h)

financiële en operationele verslaglegging en monitoring van de financierings- en investeringsverrichtingen onder de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument;

i)

essentiële prestatie-indicatoren, met name met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument, de verwezenlijking van de in de artikelen 3, 8 en 14 vastgestelde doelstellingen en criteria, en het aantrekken van particulier kapitaal;”

;

c)

het volgende lid wordt toegevoegd:

“6.   De Commissie verstrekt het Europees Parlement en de Raad informatie als vereist uit hoofde van artikel 41, lid 5, en artikel 158, lid 8, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.”

;

15)

artikel 18 wordt vervangen door:

“Artikel 18

Vereisten voor het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument

1.   De verlening van de EU-garantie en de verstrekking van steun uit het InvestEU-financieringsinstrument zijn afhankelijk van de inwerkingtreding van de garantieovereenkomst met de desbetreffende uitvoerende partner.

2.   Financierings- en investeringsverrichtingen worden alleen door de EU-garantie gedekt of door het InvestEU-financieringsinstrument ondersteund indien zij aan de in deze verordening en, indien relevant, in de desbetreffende investeringsrichtsnoeren vastgelegde criteria voldoen, en indien het investeringscomité heeft geconcludeerd dat die verrichtingen voldoen aan de vereisten om door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument te worden gedekt. Het blijft de verantwoordelijkheid van de uitvoerende partners om ervoor te zorgen dat de financierings- en investeringsverrichtingen voldoen aan deze verordening en de desbetreffende investeringsrichtsnoeren.

3.   Voor de uitvoering van financierings- en investeringsverrichtingen met de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument is de Commissie geen administratieve kosten of vergoedingen aan de uitvoerende partner verschuldigd, tenzij de uitvoerende partner op grond van de aard van de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden beoogd en de betaalbaarheid voor de beoogde eindontvangers of de soort financiering die wordt verleend, ten aanzien van de Commissie naar behoren kan motiveren dat er een uitzondering moet worden gemaakt. De dekking van dergelijke kosten door de begroting van de Unie wordt beperkt tot het bedrag dat strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de desbetreffende financierings- en investeringsverrichtingen, en wordt slechts verleend in zoverre de kosten niet worden gedekt door ontvangsten van de uitvoerende partners uit de betrokken financierings- en investeringsverrichtingen. De vergoedingsregelingen worden vastgesteld in de garantieovereenkomst en voldoen aan artikel 17, lid 4, van deze verordening, en aan artikel 212, lid 2, punt g), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

Niettegenstaande de eerste alinea hebben uitvoerende partners recht op passende vergoedingen voor het beheer van trustrekeningen met betrekking tot het InvestEU-financieringsinstrument.

4.   Bovendien mag de uitvoerende partner de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument gebruiken voor de dekking van het betreffende aandeel in de mogelijke invorderingskosten overeenkomstig artikel 17, lid 4, tenzij die kosten in mindering worden gebracht op de opbrengst van de invordering.”

;

16)

artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Dekking en voorwaarden van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument”

;

b)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   Vergoeding voor het nemen van risico’s wordt verdeeld tussen de Unie en een uitvoerende partner in verhouding tot hun respectieve aandeel in het nemen van risico’s met betrekking tot een portefeuille van financierings- en investeringsverrichtingen of, in voorkomend geval, met betrekking tot afzonderlijke financierings- en investeringsverrichtingen. De vergoeding voor de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument kan worden verminderd in de in artikel 13, lid 2, genoemde naar behoren gemotiveerde gevallen.

De uitvoerende partner heeft op eigen risico passende blootstelling aan financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument worden ondersteund, tenzij de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden beoogd uitzonderlijk van dien aard zijn dat de uitvoerende partner redelijkerwijs niet zijn eigen risicodragende capaciteit daaraan kan bijdragen.”

;

c)

in lid 2, eerste alinea, punt a), wordt de inleidende zin vervangen door:

“voor de in artikel 16, lid 1, eerste alinea, punt a), bedoelde schuldproducten:”

;

d)

het volgende lid wordt ingevoegd:

“2 bis.   Het InvestEU-financieringsinstrument dekt:

a)

voor de in artikel 16, lid 1, eerste alinea, punt a), bedoelde schuldproducten die bestaan uit garanties en tegengaranties:

i)

de hoofdsom en alle overeenkomstig de voorwaarden van de financieringsverrichtingen aan de uitvoerende partner verschuldigde maar niet door hem ontvangen rente en bedragen vóórafgaand aan de wanbetaling;

ii)

herstructureringsverliezen;

iii)

verliezen die voortvloeien uit schommelingen van andere valuta’s dan de euro op markten waarop de mogelijkheden tot langetermijnhedging beperkt zijn;

b)

voor andere in aanmerking komende soorten financiering bedoeld in artikel 16, lid 1, eerste alinea, punt a): de door de uitvoerende partner geïnvesteerde of uitgeleende bedragen.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), i), worden met betrekking tot achtergestelde schuld een uitstel, een verlaging of een vereiste exit als wanbetaling beschouwd.

Het InvestEU-financieringsinstrument dekt de volledige blootstelling van de Unie met betrekking tot de desbetreffende financierings- en investeringsverrichtingen.”

;

17)

in artikel 22 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Er wordt een scorebord van indicatoren (het “scorebord”) tot stand gebracht opdat het investeringscomité verzoeken om het gebruik van de EU-garantie of, indien relevant, het InvestEU-financieringsinstrument voor door uitvoerende partners voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen op onafhankelijke, transparante en geharmoniseerde wijze kan beoordelen.”

;

18)

in artikel 23 wordt lid 2 vervangen door:

“2.   De financierings- en investeringsverrichtingen van de EIB die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, worden niet gedekt door de EU-garantie of ondersteund door het InvestEU-financieringsinstrument indien de Commissie in het kader van de procedure van artikel 19 van de statuten van de EIB een ongunstig advies uitbrengt.”

;

19)

artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a)

in lid 1 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

i)

punt a) wordt vervangen door:

“a)

onderzoekt de voorstellen voor financierings- en investeringsverrichtingen die door uitvoerende partners met het oog op dekking door de EU-garantie of op steun uit het InvestEU-financieringsinstrument worden ingediend en die bij de in artikel 23, lid 1, van deze verordening bedoelde beleidscontrole goed zijn bevonden of die een gunstig advies hebben gekregen in het kader van de procedure van artikel 19 van de statuten van de EIB;”

;

ii)

punt c) wordt vervangen door:

“c)

controleert of de financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument zouden worden ondersteund, aan alle relevante vereisten voldoen.”

;

b)

in lid 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

“De door de uitvoerende partners te verstrekken documentatie omvat een gestandaardiseerd aanvraagformulier, het in artikel 22 bedoelde scorebord en eventuele andere documenten die het investeringscomité van belang acht, met name een beschrijving van de aard van de tekortkoming van de markt of suboptimale investeringssituatie en hoe de financierings- of investeringsverrichting die zal verhelpen, alsmede een betrouwbare beoordeling waaruit de additionaliteit van de financierings- of investeringsverrichting blijkt. Het secretariaat controleert of de door andere uitvoerende partners dan de EIB-groep verstrekte documentatie volledig is. Het investeringscomité kan de betrokken uitvoerende partner verzoeken om verduidelijkingen met betrekking tot een voorstel voor een investerings- of financieringsverrichting, onder meer door te vragen dat een vertegenwoordiger van de uitvoerende partner zelf aanwezig is wanneer bovengenoemde verrichting wordt besproken. Voor het toekennen van dekking door de EU-garantie of steun uit het InvestEU-financieringsinstrument aan een financierings- of investeringsverrichting zijn projectbeoordelingen door een uitvoerende partner niet bindend voor het investeringscomité.”

;

c)

lid 5 wordt als volgt gewijzigd:

i)

de tweede alinea wordt vervangen door:

“De conclusies van het investeringscomité waarbij de dekking van de EU-garantie of steun uit het InvestEU-financieringsinstrument voor een financierings- of investeringsverrichting wordt goedgekeurd, worden openbaar toegankelijk gemaakt en bevatten de redenen voor de goedkeuring en informatie over de verrichting, met name een beschrijving ervan, de identiteit van de ontwikkelaars of financiële intermediairs, en de doelstellingen van de verrichting. In de conclusies wordt tevens verwezen naar de algemene beoordeling op basis van het scorebord.”

;

ii)

de vijfde alinea wordt vervangen door:

“Tweemaal per jaar dient het investeringscomité bij het Europees Parlement en de Raad een lijst in met alle conclusies van het investeringscomité in de voorafgaande zes maanden, evenals de openbaar gemaakte scoreborden die daarop betrekking hebben. Ook alle besluiten waarbij het gebruik van de EU-garantie of steun uit het InvestEU-financieringsinstrument wordt afgewezen, maken deel uit van deze lijst. Die besluiten zijn onderworpen aan strikte vertrouwelijkheidseisen.”

;

d)

lid 6 wordt vervangen door:

“6.   Indien het investeringscomité wordt gevraagd zijn goedkeuring te hechten aan het gebruik van de EU-garantie of steun uit het InvestEU-financieringsinstrument voor een financierings- of investeringsverrichting die een faciliteit, programma of structuur met onderliggende subprojecten is, omvat die goedkeuring ook de onderliggende subprojecten, tenzij het investeringscomité besluit zich het recht voor te behouden die onderliggende subprojecten afzonderlijk goed te keuren. Het investeringscomité heeft niet het recht subprojecten met een omvang van minder dan 3 000 000 EUR afzonderlijk goed te keuren.”

;

20)

in artikel 25, lid 2, wordt punt c) vervangen door:

“c)

het bijstaan van projectontwikkelaars, waar nodig, bij de ontwikkeling van hun projecten zodat die voldoen aan de in de artikelen 3 en 8 vastgelegde doelstellingen en aan de in artikel 14 vastgestelde criteria om in aanmerking te komen, en het vergemakkelijken van de ontwikkeling van onder meer belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang en aggregatoren voor kleine projecten, onder meer via investeringsplatformen als bedoeld in punt f) van dit lid, mits met die bijstand niet wordt vooruitgelopen op de conclusies van het investeringscomité over de dekking van die projecten door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument;”

;

21)

artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

a)

aan lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Uitvoerende partners zijn vrijgesteld van de verplichting om verslag uit te brengen over de in bijlage III opgenomen essentiële prestatie- en monitoringindicatoren, met uitzondering van die in de punten 1, 2, 3.1, 3.2, 5.2, 6.3 en 7.2, voor zover het financierings- of investeringsverrichtingen betreft die ten goede komen aan eindontvangers die door de EU-garantie of door het InvestEU-financieringsinstrument ondersteunde financiering of investeringen van ten hoogste 300 000 EUR ontvangen van een uitvoerende partner of een financiële intermediair.”

;

b)

de leden 3 en 4 worden vervangen door:

“3.   De Commissie brengt verslag uit over de uitvoering van het InvestEU-programma overeenkomstig de artikelen 247 en 256 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Overeenkomstig artikel 41, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 wordt in het jaarverslag informatie verstrekt over de uitvoeringsgraad van het programma met betrekking tot de doelstellingen en prestatie-indicatoren ervan. Iedere uitvoerende partner verstrekt daartoe op jaarbasis de informatie, onder meer over de werking van de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument, die de Commissie nodig heeft om haar verslagleggingsverplichting te kunnen nakomen.

4.   Eenmaal per jaar dient iedere uitvoerende partner bij de Commissie een verslag in over de financierings- en investeringsverrichtingen die onder deze verordening vallen, uitgesplitst tussen EU-compartiment en lidstaatcompartiment, naargelang het geval. Iedere uitvoerende partner dient eveneens informatie over het lidstaatcompartiment in bij de lidstaat waarvan hij het compartiment ten uitvoer legt. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de vereisten voor het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument en van de in bijlage III bij deze verordening vastgestelde essentiële prestatie-indicatoren. Het verslag bevat ook operationele, statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens voor elke financierings- of investeringsverrichting en een raming van de verwachte kasstromen, op het niveau van de compartimenten, de beleidsterreinen en het InvestEU-fonds. Het verslag kan tevens informatie bevatten over investeringsbelemmeringen die worden ondervonden bij de uitvoering van onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen. De verslagen bevatten de informatie die de uitvoerende partners moeten verstrekken op grond van artikel 158, lid 1, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.”

;

22)

artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Overgangs- en andere bepalingen”

;

b)

de leden 1 en 2 worden vervangen door:

“1.   In afwijking van de eerste en de vierde alinea van artikel 212, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen alle ontvangsten, terugbetalingen en invorderingen van financieringsinstrumenten die bij in bijlage IV bij deze verordening genoemde programma’s zijn ingesteld, worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening of de uitvoering van de in de hoofdstukken VI en VII van deze verordening vastgestelde maatregelen, rekening houdend met de relevante bepalingen betreffende de begroting die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2021/1229 van het Europees Parlement en de Raad (*8).

2.   In afwijking van artikel 216, lid 4, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen overschotten van voorzieningen voor de EU-garantie die bij Verordening (EU) 2015/1017 is ingesteld, worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening of de uitvoering van de in de hoofdstukken VI en VII van deze verordening vastgestelde maatregelen, rekening houdend met de relevante bepalingen betreffende de begroting die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2021/1229.

In afwijking van artikel 214, lid 4, punt d), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen in 2027 ontvangen inkomsten uit de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening.

(*8)  Verordening (EU) 2021/1229 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie (PB L 274 van 30.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1229/oj).”;"

23)

bijlage I wordt vervangen door:

“BIJLAGE I

BEDRAGEN VAN DE EU-GARANTIE PER SPECIFIEKE DOELSTELLING

Voor financierings- en investeringsverrichtingen geldt overeenkomstig artikel 4, lid 2, vierde alinea, de volgende indicatieve verdeling:

a)

tot 10 984 116 831 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt a), bedoelde doelstellingen;

b)

tot 7 304 820 214 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt b), bedoelde doelstellingen;

c)

tot 7 672 612 166 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt c), bedoelde doelstellingen;

d)

tot 3 090 760 862 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt d), bedoelde doelstellingen.”;

24)

in punt 1 van bijlage III worden onder punt 1.4 de volgende twee alinea’s toegevoegd:

“Niettegenstaande artikel 2, punt 40), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 wordt bij het bepalen van het hefboom- en multiplicatoreffect voor financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoeringsgaranties verstrekken, het bedrag van de risicodekking gelijkgesteld met het vergoedbare bedrag aan financiering.

In afwijking van artikel 222, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 moeten financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoeringsgaranties verstrekken, geen multiplicatoreffect te bewerkstelligen.”

;

25)

in bijlage V wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Deze bijlage is mutatis mutandis ook van toepassing op het InvestEU-financieringsinstrument.”.

Artikel 2

Wijzigingen van Verordening (EU) 2015/1017

Verordening (EU) 2015/1017 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 11 bis wordt als volgt gewijzigd:

a)

de titel wordt vervangen door:

“Combinaties”

;

b)

de volgende alinea wordt toegevoegd:

“De EU-garantie kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op in artikel 7, lid 4, bedoelde combinaties, en kan verliezen dekken met betrekking tot financierings- en investeringsverrichtingen die door de gecombineerde steun worden gedekt.”

;

2)

artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)

lid 1 wordt vervangen door:

“1.   De EIB, in voorkomend geval in samenwerking met het EIF, brengt eenmaal per jaar verslag uit aan de Commissie over de financierings- en investeringsverrichtingen van de EIB die onder deze verordening vallen. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de voorschriften voor het gebruik van de EU-garantie en van de in artikel 4, lid 2, punt f), iv), bedoelde essentiële prestatie-indicatoren. Het verslag bevat ook statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens over elke financierings- en investeringsverrichting van de EIB en op geaggregeerde basis.”

;

b)

lid 2 wordt geschrapt;

c)

aan lid 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Met betrekking tot de in artikel 11 bis bedoelde combinaties verstrekken de EIB respectievelijk het EIF de Commissie jaarlijks de financiële staten overeenkomstig artikel 212, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (*9). Die financiële staten bevatten boekhoudkundige gegevens over de steun die uit hoofde van deze verordening door de EU-garantie wordt verleend, die duidelijk afzonderlijk worden vermeld van de steun die door de EU-garantie wordt verleend uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523.

(*9)  Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).”;"

3)

in artikel 22, lid 1, wordt de vijfde alinea geschrapt.

Artikel 3

Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/695

Aan artikel 57 van Verordening (EU) 2021/695 wordt het volgende lid toegevoegd:

“3.   De garantie die wordt ondersteund door de Uniebegroting en verleend door de EIB via de uit hoofde van de Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 opgerichte InnovFin-schuldfaciliteit kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad (*10) in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op in artikel 7 van Verordening (EU) 2021/523 bedoelde combinaties, en kan verliezen dekken met betrekking tot het financiële product dat de financierings- en investeringsverrichtingen bevat en door de gecombineerde steun wordt gedekt.

(*10)  Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj).”."

Artikel 4

Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/1153

Aan artikel 29 van Verordening (EU) 2021/1153 wordt het volgende lid toegevoegd:

“5.   De garantie die wordt ondersteund door de Uniebegroting en verleend door de EIB via het uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1316/2013 opgerichte schuldinstrument van de CEF, kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op in artikel 7 van Verordening (EU) 2021/523 bedoelde combinaties, en kan verliezen dekken met betrekking tot de financierings- en investeringsverrichtingen die door de gecombineerde steun worden gedekt.”.

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 16 december 2025.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

M. BJERRE


(1)   PB C, C/2025/3199, 2.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3199/oj.

(2)  Standpunt van het Europees Parlement van 26 november 2025 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 11 december 2025.

(3)  Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/1017/oj).

(4)  Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj).

(5)  Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1316/oj).

(6)  Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)” en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1290/oj).

(7)  Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1291/oj).

(8)  Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj).

(9)  Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/34/oj).

(10)  Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2003/361/oj).

(11)  Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/651/oj).

(12)  Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/695/oj).

(13)  Verordening (EU) 2021/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot vaststelling van de Connecting Europe Facility en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014 (PB L 249 van 14.7.2021, blz. 38, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1153/oj).

(14)  Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2005/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)