|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/2005 |
23.12.2025 |
VERORDENING (EU) 2025/2005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 16 december 2025
tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 172 en 173, artikel 175, derde alinea, artikel 182, lid 1, artikel 183, artikel 188, tweede alinea, en artikel 194,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Na raadpleging van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Unie wordt geconfronteerd met enorme financieringsbehoeften om haar doelstellingen op het gebied van innovatie, de groene en digitale transitie en sociale investeringen en vaardigheden te verwezenlijken, waarbij tegelijkertijd een oplossing moet worden gevonden voor de invloed van de huidige complexe situatie op het concurrentievermogen en de industriële basis van de Unie, die wordt gekenmerkt door een veranderende mondiale dynamiek, trage economische groei, versnelde klimaatverandering en aantasting van het milieu, technologische concurrentie en toenemende geopolitieke spanningen. In dit kader is het vergroten van de autonomie van de Unie, met name op het gebied van energie, door investeringen te bevorderen die bijdragen tot een op hernieuwbare energie gebaseerd en schoon energiesysteem en schone technologieën, essentieel om de afhankelijkheid te verminderen en economisch en politieke stabiliteit te waarborgen. |
|
(2) |
De additionaliteit en het hefboomeffect van de EU-garantie vormen de basis van zowel het Europees Fonds voor strategische investeringen, ingesteld bij Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad (3), (EFSI) als het InvestEU-programma, dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad (4), waardoor met name nieuwe en innovatieve technologieën en bedrijven kunnen worden opgeschaald en investeringen voor particuliere investeerders minder risicovol worden. Toezicht door het Europees Parlement en de Raad helpt ervoor te zorgen dat de EU-garantie wordt gebruikt in overeenstemming met de doelstellingen van het InvestEU-programma. |
|
(3) |
In het rapport “The future of European competitiveness” (het rapport-Draghi) worden de gecombineerde extra investeringsbehoeften in Europa tegen 2030 geraamd op 750-800 miljard EUR per jaar, waarvan alleen al voor de energietransitie 450 miljard EUR nodig is. Een aanzienlijk deel daarvan is bestemd voor de groene en de digitale transitie. Het waarborgen van voldoende publieke en particuliere investeringen is van cruciaal belang om de productiviteitsgroei te stimuleren en de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken, particuliere investeringen aan te trekken die zijn gericht op de decarbonisatie van de industrie, de productie, opslag en uitrol van schone energie en elektrificatie te versnellen, interconnecties en netwerken te versterken, duurzame en circulaire bedrijfsmodellen te bevorderen, de duurzame renovatie van gebouwen te stimuleren, en de productie van schone technologie en digitale technologieën te ontwikkelen alsook de verspreiding ervan over economische sectoren aan te moedigen. |
|
(4) |
De Unie heeft te maken met een huisvestingscrisis die bestaat uit twee markttekortkomingen, namelijk een tekort aan betaalbare en sociale woningen en het onvermogen om de kloof op het gebied van energie-efficiëntie te dichten. Met behulp van een verhoogde EU-garantie in het kader van het beleidsterrein voor sociale investeringen en vaardigheden van het InvestEU-fonds en een grotere zichtbaarheid en toegankelijkheid van financiële steun op het gebied van huisvesting, kunnen de Unie en de uitvoerende partners van InvestEU substantiële steun verlenen aan de belangrijkste prioriteit van sociale investeringen en vaardigheden, waaronder aan betaalbare sociale huisvesting, en tegelijkertijd bijdragen aan de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten. |
|
(5) |
Door de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne wordt de Unie geconfronteerd met een acute noodzaak om de veiligheid, alsmede haar defensietechnologische en industriële basis en militaire mobiliteit aanzienlijk te verbeteren. Met behulp van een verhoogde EU-garantie die beschikbaar is in het kader van de relevante beleidsterreinen van het InvestEU-fonds, een grotere zichtbaarheid en toegankelijkheid van financiële steun voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), midcap-ondernemingen en start-ups in de defensietoeleveringsketen, kunnen de Unie en de uitvoerende partners van InvestEU belangrijke steun verlenen voor deze belangrijke prioriteit. |
|
(6) |
Initiatieven zoals de faciliteit voor de garantie van exportkredieten in het kader van InvestEU spelen een belangrijke rol bij de ondersteuning van de Oekraïense economie. Voor de effectiviteit van die faciliteit is het van essentieel belang dat Europese exportkredietinstellingen er op grote schaal aan deelnemen. |
|
(7) |
Goed functionerende vervoersnetwerken en -diensten zijn van groot belang met het oog op een transitie naar een groene economie en de versterking van het concurrentievermogen van de Unie. Er zijn in dat opzicht investeringen in de trans-Europese vervoersnetwerken nodig om ontbrekende verbindingen aan te leggen en vervoersinfrastructuur te moderniseren, wanneer er een groot tekort is aan publieke en private financiering. |
|
(8) |
Het InvestEU-fonds is het belangrijkste instrument op Unieniveau om publieke en particuliere financiering aan te trekken voor de ondersteuning van een breed scala aan beleidsprioriteiten van de Unie. Via het uitgebreide netwerk van uitvoerende partners, waaronder de Europese Investeringsbank (EIB), het Europees Investeringsfonds (EIF), andere internationale financiële instellingen en nationale stimuleringsbanken en -instellingen, levert het InvestEU-fonds door middel van zijn risicodelingscapaciteit de broodnodige financiering. In de tussentijdse evaluatie van InvestEU, die in 2024 werd afgerond, werd benadrukt dat begrotingsgaranties inherent efficiënt zijn voor de Uniebegroting en werd bevestigd dat het InvestEU-programma goed op schema ligt wat het mobiliseren van investeringen betreft, met een aanzienlijk verwacht effect op de reële economie. De goedkeuringen van financierings- en investeringsverrichtingen in het kader van het InvestEU-programma werden echter in een zeer vroege fase verleend, hetgeen ertoe kan leiden dat na 2025 voor sommige financiële producten mogelijk geen goedkeuringen meer zullen worden verleend, als deze kwestie niet wordt aangepakt. |
|
(9) |
Het is belangrijk dat de financiële capaciteit van het InvestEU-fonds wordt vergroot en nog efficiënter wordt gebruikt wanneer deze wordt gecombineerd met middelen die beschikbaar zullen worden gemaakt in het kader van het EFSI en andere oude instrumenten, te weten het schuldinstrument van CEF, vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5), en de InnovFin-schuldfaciliteit, ingesteld krachtens de Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 (6) en (EU) nr. 1291/2013 (7) van het Europees Parlement en de Raad, die door de EIB-groep worden uitgevoerd. Die combinaties kunnen leiden tot een daling van de begrotingsontvangsten uit die oude instrumenten. Die combinaties zouden echter ook een hoger volume van de garantiedekking mogelijk maken voor strategische investeringen in belangrijke prioritaire gebieden van de Unie, waardoor naar verwachting een extra investering van ongeveer 25 miljard EUR zou worden beschikbaar gesteld en zou leiden tot een grotere risicodiversificatie, zonder risico’s voor de begroting van de Unie aanzienlijk te verhogen. |
|
(10) |
De verhoging van de EU-garantie met 2,9 miljard EUR, ondersteund door de extra terugvloeiende middelen van 1,16 miljard EUR, en de efficiëntiemaatregelen die worden uitgevoerd door de capaciteiten van de oude instrumenten met het InvestEU-fonds te combineren, zullen naar verwachting leiden tot het aantrekken van ongeveer 55 miljard EUR aan extra investeringen. Het is nodig de financiële bijdrage van de EIB-groep evenredig aan te passen aan het aandeel van de verhoogde EU-garantie dat aan de groep is toegekend. De indicatieve verdeling van de EU-garantie over de vier beleidsterreinen van het InvestEU-fonds moet evenredig worden verhoogd met de verhoging van de EU-garantie. Het gebruik van die terugvloeiende middelen uit oude instrumenten ten behoeve van het InvestEU-fonds laat de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader voor de periode na 2027 onverlet. |
|
(11) |
Adviesdiensten in het kader van InvestEU spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van nieuwe projecten. Deze adviesdiensten zijn met name nuttig op complexe terreinen, zoals betaalbare sociale huisvesting en defensie. Het zou daarom passend zijn om 40 miljoen EUR aan terugvloeiende middelen te gebruiken ter verhoging van het bedrag dat voor dergelijke diensten beschikbaar moet worden gesteld. Voorts is het nodig de interactie tussen de verschillende onderdelen van het InvestEU-programma te versterken, met name tussen de InvestEU-advieshub en het InvestEU-portaal. |
|
(12) |
Het bedrag van de voorzieningen die nodig zijn voor de dekking van de tijdens de looptijd te verwachten verliezen die voortvloeien uit de door het InvestEU-fonds gesteunde verrichtingen, wordt door de Commissie geraamd met een betrouwbaarheidsniveau van 95 % van de valueat-risk. Als onderdeel van haar voortdurende inspanningen om het risicobeheerkader voor begrotingsgaranties te harmoniseren, is de Commissie van plan de methoden die zowel in het interne als het externe beleid worden toegepast, te herbekijken. |
|
(13) |
Om het lidstaatcompartiment in het kader van het InvestEU-fonds aantrekkelijker te maken, moet het voor de lidstaten mogelijk zijn om, naast de bestaande optie om bij te dragen aan de EU-garantie, ook op volledig gefinancierde wijze bij te dragen uit fondsen in gedeeld beheer, uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit die is ingesteld bij Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad (8), of uit middelen van de lidstaten, via een InvestEU-financieringsinstrument. Steun uit het InvestEU-financieringsinstrument moet, voor zover mogelijk, worden uitgevoerd volgens dezelfde beginselen als deze van de EU-garantie. Via het InvestEU-financieringsinstrument zouden de lidstaten die niet tot de eurozone behoren, op financieel efficiëntere wijze in hun eigen valuta van het InvestEU-programma kunnen profiteren. Het InvestEU-financieringsinstrument moet ook een verdere stimulans bieden om de risicobereidheid van de uitvoerende partners op verantwoorde wijze te vergroten en zo bij te dragen tot het aantrekken van particulier kapitaal. |
|
(14) |
Om de compartimenten op een complementaire manier te gebruiken ter ondersteuning van een bepaalde financierings- of investeringsverrichting, is het mogelijk om bedragen die aan het compartiment van de lidstaat zijn toegewezen, te combineren met middelen uit het EU-compartiment in een gelaagde structuur, waarbij een eersteverliestranche wordt gedekt door nationale middelen. Om de samenhang met de doelstellingen van het InvestEU-programma te waarborgen, moeten dergelijke combinaties voldoen aan de beginselen van EU-meerwaarde, eerlijke concurrentie en de integriteit van de interne markt, en moeten zij waar nodig bijdragen aan grensoverschrijdende samenwerking. |
|
(15) |
In overeenstemming met de algemene doelstelling van vereenvoudiging om de administratieve lasten voor eindontvangers, financiële intermediairs en uitvoerende partners te verlichten, moeten de verslagleggingsvereisten, met inbegrip van die met betrekking tot essentiële prestatie- en monitoringindicatoren, naargelang van het geval worden verlaagd, met name die welke gevolgen hebben voor kleine ondernemingen en kleinschalige verrichtingen. Die vereenvoudiging mag geen invloed hebben op de kwaliteit van de gegevens die van de eindontvangers worden ontvangen, wanneer die gegevens niet onder de voorgestelde vermindering van rapportageverplichtingen vallen. Onverminderd de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) voor de toepassing van andere Uniehandelingen en eventuele toekomstige programma’s en fondsen, moet de toepassing van de definitie van een kmo voor de uitvoering van het InvestEU-programma worden aangepast om complexiteit zo veel mogelijk weg te nemen. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan sociale ondernemingen en instellingen voor microfinanciering. Het is belangrijk eraan te herinneren dat de boekhoudregels van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad (9), met inbegrip van de regels inzake consolidatie, van toepassing zijn, waardoor de integriteit van de definitie van kmo’s wordt gewaarborgd en wordt verzekerd dat de steun van de Unie de beoogde begunstigden bereikt. Indien dit voor de uitvoering noodzakelijk is, en onverminderd Verordening (EU) 2021/523, is het passend dat de criteria van de vereenvoudigde definitie worden geïnterpreteerd in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in de relevante bepalingen van bijlage I bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (10). Het is noodzakelijk dat uitvoerende partners of, in het geval van financiële tussenproducten, financiële intermediairs ervoor zorgen dat volledig wordt voldaan aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden voor kmo’s, onder meer door de kmo-status van eindontvangers te verifiëren, in het bijzonder door een nauwkeurige berekening van het aantal werknemers en de omzet binnen de relevante perimeter van de ondernemingen, en, indien van toepassing, door de correcte toepassing van consolidatieregels om ontwijking via holdings of soortgelijke structuren te voorkomen. |
|
(16) |
Het is aangewezen dat de Commissie overweegt verdere niet-wetgevende vereenvoudigingsmaatregelen te nemen ter aanvulling van deze wijzigingsverordening, zoals het verminderen van de frequentie van de voortgangsverslagen die door de uitvoerende partners moeten worden ingediend, teneinde de werklast van de uitvoerende partners, financiële intermediairs en eindontvangers te verminderen zonder de inhoudelijke elementen van Verordening (EU) 2021/523 te wijzigen. |
|
(17) |
Het is belangrijk dat staatssteunprocedures die van toepassing zijn op door het InvestEU-fonds ondersteunde verrichtingen evenredig, voorspelbaar en gestroomlijnd zijn. In voorkomend geval is het belangrijk dat de Commissie alle mogelijke manieren blijft onderzoeken om de beoordeling van staatssteun te vereenvoudigen en te versnellen. Daarnaast moet bij de herziening van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie (11) de toepassing van de staatssteunregels in het kader van het InvestEU-programma verder worden verduidelijkt en vereenvoudigd. |
|
(18) |
De frequentie en reikwijdte van de verslagen moeten ook worden verlaagd voor het InvestEU-programma en de voorganger ervan, het EFSI. |
|
(19) |
De Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/695 (12) en (EU) 2021/1153 (13) van het Europees Parlement en de Raad moeten worden gewijzigd om combinaties van steun uit hoofde van die verordeningen en de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523, als gewijzigd bij deze verordening, mogelijk te maken. |
|
(20) |
Voor de boekhouding van de Commissie zijn de uitvoerende partners, met betrekking tot combinaties van steun, verplicht om te voorzien in gecontroleerde financiële overzichten overeenkomstig artikel 212, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (14), waarbij de bedragen in verband met de verschillende rechtsgrondslagen duidelijk afzonderlijk van elkaar worden vermeld. |
|
(21) |
Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk tekortkomingen van de markt in de hele Unie en in specifieke lidstaten en de investeringskloof in de Unie aanpakken, de groene en digitale transitie van de Unie versnellen, het concurrentievermogen versterken en de industriële basis versterken, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken. |
|
(22) |
Om het Europees Parlement en de Raad te ondersteunen bij de uitoefening van hun institutionele taken, moet het onafhankelijke eindevaluatieverslag over het InvestEU-programma een vergelijkende beoordeling bevatten van de prestaties van het InvestEU-programma vóór en na de inwerkingtreding van deze wijzigingsverordening, met inbegrip van de afwijkingen en aanpassingen van de regelgeving, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/523
Verordening (EU) 2021/523 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in artikel 1 wordt de eerste alinea vervangen door: “Bij deze verordening wordt het InvestEU-fonds ingesteld, dat voorziet in een EU-garantie en een InvestEU-financieringsinstrument ter ondersteuning van door de uitvoerende partners uitgevoerde financierings- en investeringsverrichtingen waarmee aan doelstellingen van het interne beleid van de Unie wordt bijgedragen.” ; |
|
2) |
artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
4) |
in artikel 6 wordt lid 1 vervangen door: “1. De EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument worden ten uitvoer gelegd in indirect beheer met de organen bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), ii), punt c), iii), punt c), v), en punt c), vi), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Andere vormen van Uniefinanciering uit hoofde van deze verordening worden, zo vlot mogelijk, op een manier die efficiënte en coherente ondersteuning van het beleid van de Unie garandeert, in direct of indirect beheer overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten uitvoer gelegd, met inbegrip van subsidies die overeenkomstig titel VIII van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten uitvoer worden gelegd en blendingverrichtingen die overeenkomstig dit artikel ten uitvoer worden gelegd.” |
|
5) |
artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
6) |
in artikel 8, lid 8, wordt de tweede alinea vervangen door: “De Commissie tracht er samen met de uitvoerende partners voor te zorgen dat het deel van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment dat wordt gebruikt voor het beleidsterrein duurzame infrastructuur, zodanig wordt verdeeld dat een evenwicht tussen de verschillende in lid 1, punt a), vermelde gebieden wordt bereikt.” ; |
|
7) |
in artikel 9, lid 1, wordt punt b) vervangen door:
; |
|
8) |
artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 10 bis Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op het in het kader van het lidstaatcompartiment uitgevoerde InvestEU-financieringsinstrument 1. Een lidstaat kan bedragen uit de fondsen in gedeeld beheer bijdragen aan het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds met het oog op de inzet ervan via het InvestEU-financieringsinstrument. De lidstaten kunnen ook aanvullende bedragen verstrekken ten behoeve van het InvestEU-financieringsinstrument. Dergelijke bedragen vormen een externe bestemmingsontvangst overeenkomstig artikel 21, lid 5, tweede zin, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Door een lidstaat uit hoofde van de eerste en tweede alinea op vrijwillige basis toegewezen bedragen worden gebruikt ter ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen in de betrokken lidstaat. Die bedragen worden gebruikt om bij te dragen aan het bereiken van de beleidsdoelstellingen die nader zijn bepaald in de partnerschapsovereenkomst bedoeld in artikel 11, lid 1, punt a), van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027, in de programma’s of in het strategische GLB-plan dat aan het InvestEU-programma bijdraagt, om relevante maatregelen uit te voeren die zijn vastgesteld in het plan voor herstel en veerkracht dat is opgesteld uit hoofde van Verordening (EU) 2021/241 of, in andere gevallen, voor in de bijdrageovereenkomst vastgestelde doeleinden, afhankelijk van de oorsprong van het bijgedragen bedrag. 2. De bijdrage aan het InvestEU-financieringsinstrument is afhankelijk van het sluiten van een bijdrageovereenkomst tussen een lidstaat en de Commissie, die voor de bijdragen uit fondsen in gedeeld beheer wordt gesloten overeenkomstig artikel 10, lid 2, vierde alinea. Twee of meer lidstaten kunnen een gezamenlijke bijdrageovereenkomst met de Commissie sluiten. 3. De bijdrageovereenkomst bevat ten minste het bedrag van de bijdrage van de lidstaat en de valuta van de financierings- en investeringsverrichtingen, bepalingen inzake de vergoeding van de Unie voor het InvestEU-financieringsinstrument, de in artikel 10, lid 3, punten b) tot en met e) en punt g), bedoelde elementen en de behandeling van middelen die worden gegenereerd door, of toe te rekenen zijn aan, de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen. 4. De bijdrageovereenkomsten worden uitgevoerd door middel van overeenkomstig artikel 10, lid 4, eerste alinea, gesloten garantieovereenkomsten. Indien binnen twaalf maanden na de sluiting van de bijdrageovereenkomst geen garantieovereenkomst is gesloten, wordt de bijdrageovereenkomst in onderlinge overeenstemming beëindigd of verlengd. Indien het bedrag van een bijdrageovereenkomst niet binnen twaalf maanden na de sluiting van de bijdrageovereenkomst volledig is vastgelegd door middel van een of meer garantieovereenkomsten, wordt dat bedrag dienovereenkomstig gewijzigd. Het ongebruikte bedrag van een bijdrage uit fondsen in gedeeld beheer die via het InvestEU-programma wordt geleverd, wordt hergebruikt overeenkomstig de verordening tot vaststelling van het desbetreffende fonds. Het ongebruikte bedrag van een bijdrage van een lidstaat uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, wordt aan de lidstaat terugbetaald. Indien een garantieovereenkomst niet naar behoren is uitgevoerd binnen de termijn die is vastgesteld in artikel 14, lid 6, van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of artikel 81, lid 6, van de verordening inzake strategische GLB-plannen, of, in het geval van een garantieovereenkomst die betrekking heeft op overeenkomstig lid 1, tweede alinea, van dit artikel verstrekte bedragen, in de desbetreffende bijdrageovereenkomst, wordt de bijdrageovereenkomst gewijzigd. De ongebruikte bedragen die door de lidstaten zijn toegewezen op grond van de bepalingen over de aanwending van de fondsen in gedeeld beheer die door middel van het InvestEU-programma worden verleend, worden hergebruikt overeenkomstig de verordening tot vaststelling van het desbetreffende fonds. Het ongebruikte bedrag van een InvestEU-financieringsinstrument dat kan worden toegeschreven aan de bijdrage van een lidstaat uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, wordt aan de lidstaat terugbetaald. Middelen die worden gegenereerd door, of toe te rekenen zijn aan, de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen op grond van de bepalingen over de aanwending van de fondsen in gedeeld beheer die door middel van het InvestEU-programma worden verleend, worden hergebruikt overeenkomstig de verordening tot vaststelling van het desbetreffende fonds. De middelen die worden gegenereerd door, of toe te rekenen zijn aan, de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, worden aan de lidstaat terugbetaald. 5. Steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument steun kan worden toegekend voor onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen voor een investeringsperiode die eindigt op 31 december 2027. Contracten waarin het InvestEU-financieringsinstrument wordt uitgevoerd tussen de uitvoerende partner en de eindontvanger of de financiële intermediair of een andere, in artikel 16, lid 1, punt a), bedoelde entiteit worden uiterlijk op 31 december 2028 ondertekend.” |
|
10) |
in artikel 11, lid 1, wordt punt d), i) vervangen door:
; |
|
11) |
de titel van hoofdstuk IV wordt vervangen door:
“EU-garantie en InvestEU-financieringsinstrument” ; |
|
12) |
in artikel 13 wordt lid 4 vervangen door: “4. Van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment als bedoeld in artikel 4, lid 1, eerste alinea, wordt 75 %, ten bedrage van 21 789 232 555 EUR, toegekend aan de EIB-groep. De EIB-groep levert een totale financiële bijdrage van 5 447 308 139 EUR. Die bijdrage wordt verstrekt op een wijze en in een vorm die bevorderlijk is voor de uitvoering van het InvestEU-fonds en de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 15, lid 2.” |
|
13) |
artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
14) |
artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
15) |
artikel 18 wordt vervangen door: “Artikel 18 Vereisten voor het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument 1. De verlening van de EU-garantie en de verstrekking van steun uit het InvestEU-financieringsinstrument zijn afhankelijk van de inwerkingtreding van de garantieovereenkomst met de desbetreffende uitvoerende partner. 2. Financierings- en investeringsverrichtingen worden alleen door de EU-garantie gedekt of door het InvestEU-financieringsinstrument ondersteund indien zij aan de in deze verordening en, indien relevant, in de desbetreffende investeringsrichtsnoeren vastgelegde criteria voldoen, en indien het investeringscomité heeft geconcludeerd dat die verrichtingen voldoen aan de vereisten om door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument te worden gedekt. Het blijft de verantwoordelijkheid van de uitvoerende partners om ervoor te zorgen dat de financierings- en investeringsverrichtingen voldoen aan deze verordening en de desbetreffende investeringsrichtsnoeren. 3. Voor de uitvoering van financierings- en investeringsverrichtingen met de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument is de Commissie geen administratieve kosten of vergoedingen aan de uitvoerende partner verschuldigd, tenzij de uitvoerende partner op grond van de aard van de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden beoogd en de betaalbaarheid voor de beoogde eindontvangers of de soort financiering die wordt verleend, ten aanzien van de Commissie naar behoren kan motiveren dat er een uitzondering moet worden gemaakt. De dekking van dergelijke kosten door de begroting van de Unie wordt beperkt tot het bedrag dat strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de desbetreffende financierings- en investeringsverrichtingen, en wordt slechts verleend in zoverre de kosten niet worden gedekt door ontvangsten van de uitvoerende partners uit de betrokken financierings- en investeringsverrichtingen. De vergoedingsregelingen worden vastgesteld in de garantieovereenkomst en voldoen aan artikel 17, lid 4, van deze verordening, en aan artikel 212, lid 2, punt g), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Niettegenstaande de eerste alinea hebben uitvoerende partners recht op passende vergoedingen voor het beheer van trustrekeningen met betrekking tot het InvestEU-financieringsinstrument. 4. Bovendien mag de uitvoerende partner de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument gebruiken voor de dekking van het betreffende aandeel in de mogelijke invorderingskosten overeenkomstig artikel 17, lid 4, tenzij die kosten in mindering worden gebracht op de opbrengst van de invordering.” |
|
16) |
artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
17) |
in artikel 22 wordt lid 1 vervangen door: “1. Er wordt een scorebord van indicatoren (het “scorebord”) tot stand gebracht opdat het investeringscomité verzoeken om het gebruik van de EU-garantie of, indien relevant, het InvestEU-financieringsinstrument voor door uitvoerende partners voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen op onafhankelijke, transparante en geharmoniseerde wijze kan beoordelen.” |
|
18) |
in artikel 23 wordt lid 2 vervangen door: “2. De financierings- en investeringsverrichtingen van de EIB die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, worden niet gedekt door de EU-garantie of ondersteund door het InvestEU-financieringsinstrument indien de Commissie in het kader van de procedure van artikel 19 van de statuten van de EIB een ongunstig advies uitbrengt.” |
|
19) |
artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
20) |
in artikel 25, lid 2, wordt punt c) vervangen door:
; |
|
21) |
artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
22) |
artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
23) |
bijlage I wordt vervangen door: “BIJLAGE I BEDRAGEN VAN DE EU-GARANTIE PER SPECIFIEKE DOELSTELLING Voor financierings- en investeringsverrichtingen geldt overeenkomstig artikel 4, lid 2, vierde alinea, de volgende indicatieve verdeling:
|
|
24) |
in punt 1 van bijlage III worden onder punt 1.4 de volgende twee alinea’s toegevoegd: “Niettegenstaande artikel 2, punt 40), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 wordt bij het bepalen van het hefboom- en multiplicatoreffect voor financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoeringsgaranties verstrekken, het bedrag van de risicodekking gelijkgesteld met het vergoedbare bedrag aan financiering. In afwijking van artikel 222, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 moeten financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoeringsgaranties verstrekken, geen multiplicatoreffect te bewerkstelligen.” ; |
|
25) |
in bijlage V wordt de volgende alinea toegevoegd: “Deze bijlage is mutatis mutandis ook van toepassing op het InvestEU-financieringsinstrument.”. |
Artikel 2
Wijzigingen van Verordening (EU) 2015/1017
Verordening (EU) 2015/1017 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
artikel 11 bis wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
3) |
in artikel 22, lid 1, wordt de vijfde alinea geschrapt. |
Artikel 3
Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/695
Aan artikel 57 van Verordening (EU) 2021/695 wordt het volgende lid toegevoegd:
“3. De garantie die wordt ondersteund door de Uniebegroting en verleend door de EIB via de uit hoofde van de Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 opgerichte InnovFin-schuldfaciliteit kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad (*10) in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op in artikel 7 van Verordening (EU) 2021/523 bedoelde combinaties, en kan verliezen dekken met betrekking tot het financiële product dat de financierings- en investeringsverrichtingen bevat en door de gecombineerde steun wordt gedekt.
(*10) Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj).”."
Artikel 4
Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/1153
Aan artikel 29 van Verordening (EU) 2021/1153 wordt het volgende lid toegevoegd:
“5. De garantie die wordt ondersteund door de Uniebegroting en verleend door de EIB via het uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1316/2013 opgerichte schuldinstrument van de CEF, kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op in artikel 7 van Verordening (EU) 2021/523 bedoelde combinaties, en kan verliezen dekken met betrekking tot de financierings- en investeringsverrichtingen die door de gecombineerde steun worden gedekt.”.
Artikel 5
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg, 16 december 2025.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
M. BJERRE
(1) PB C, C/2025/3199, 2.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3199/oj.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 26 november 2025 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 11 december 2025.
(3) Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 — Het Europees Fonds voor strategische investeringen (PB L 169 van 1.7.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/1017/oj).
(4) Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj).
(5) Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010 (PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1316/oj).
(6) Verordening (EU) nr. 1290/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de regels voor de deelname aan acties en de verspreiding van resultaten in het kader van “Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)” en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1906/2006 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 81, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1290/oj).
(7) Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1291/oj).
(8) Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj).
(9) Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/34/oj).
(10) Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2003/361/oj).
(11) Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/651/oj).
(12) Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/695/oj).
(13) Verordening (EU) 2021/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot vaststelling van de Connecting Europe Facility en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014 (PB L 249 van 14.7.2021, blz. 38, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1153/oj).
(14) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/2005/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)