|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/1890 |
19.9.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/1890 VAN DE COMMISSIE
van 18 september 2025
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (de “basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,
Overwegende hetgeen volgt:
1. PROCEDURE
1.1. Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 430/2013 (2) heeft de Raad antidumpingrechten ingesteld op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, uitgezonderd binnenringen van knelkoppelingen met metrisch schroefdraad overeenkomstig ISO DIN 13, en ronde aansluitdozen van smeedbaar ijzer, met schroefdraad, zonder deksel, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 19 10 (Taric-code 7307 19 10 10) en ex 7307 19 90 (Taric-code 7307 19 90 10), van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“de VRC” of “China”) en Thailand (“het oorspronkelijke onderzoek”). |
|
(2) |
De rechten, die waren afgestemd op de dumpingmarge, liepen uiteen van 14,9 % tot 57,8 %. Het onderzoek dat tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen heeft geleid, wordt hierna “het oorspronkelijke onderzoek” genoemd. |
|
(3) |
Op 12 juni 2013 stelde de Chinese producent-exporteur Jinan Meide Castings Co., Ltd (“Jinan Meide”) bij het Gerecht van de Europese Unie beroep in tot nietigverklaring van Verordening (EU) nr. 430/2013 voor zover die op haar van toepassing was. Op 30 juni 2016 oordeelde het Gerecht dat het recht van verweer van Jinan Meide was geschonden en verklaarde het de bestreden verordening nietig voor zover daarbij een antidumpingrecht was ingesteld op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, vervaardigd door Jinan Meide. |
|
(4) |
Naar aanleiding van bovengenoemd arrest heropende de Europese Commissie (“de Commissie”) bij bericht van 28 oktober 2016 (3) het antidumpingonderzoek naar gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, vervaardigd door Jinan Meide. |
|
(5) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1146 stelde de Commissie op 28 juni 2017 (4) opnieuw een definitief antidumpingrecht (van 39,2 %) in op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de VRC en vervaardigd door Jinan Meide. |
|
(6) |
Op 25 november 2015 opende de Commissie een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek, na een verzoek daartoe van Metpro Limited, ten aanzien van bepaalde soorten gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de VRC en Thailand, teneinde vast te stellen of deze binnen het toepassingsgebied van de toepasselijke antidumpingmaatregelen vielen. De Commissie beëindigde dit gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek op 18 juli 2016 met Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1176 (5), nadat de indiener van het verzoek zijn verzoek had ingetrokken. |
|
(7) |
Op 23 mei 2017 opende de Commissie een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek, na een verzoek daartoe van Hebei Yulong Casting Co., Ltd, ten aanzien van bepaalde soorten gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de VRC en Thailand, teneinde vast te stellen of deze binnen het toepassingsgebied van de toepasselijke antidumpingmaatregelen vallen. De Commissie beëindigde dit gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek met Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/52 van 11 januari 2018 (6), nadat de indiener van het verzoek zijn verzoek had ingetrokken. |
|
(8) |
Op 12 juli 2018 oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie (7) dat hulpstukken (fittings) van nodulair gietijzer (ook bekend als gietijzer met bolgrafiet) niet vallen onder het begrip “smeedbaar gietijzer” zoals omschreven in postonderverdeling 7307 19 10 van de GN. Het Hof concludeerde dat hulpstukken (fittings) van nodulair gietijzer moeten worden ingedeeld onder restpost 7307 19 90 van de GN (als andere producten van ander ijzer). |
|
(9) |
Op 14 februari 2019 maakte de Commissie Verordening (EU) 2019/262 (8) bekend, waarin de verwijzingen naar de Taric-codes zijn gewijzigd om deze in overeenstemming te brengen met de conclusies van het Hof. Omdat antidumpingmaatregelen worden ingesteld op basis van de productomschrijving, ongeacht de tariefindeling, had deze wijziging geen gevolgen voor de productomschrijving onder de onderhavige maatregelen. |
|
(10) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1259 (9) heeft de Europese Commissie het definitieve antidumpingrecht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen (“het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen”), wederingesteld. |
|
(11) |
Jinan Meide heeft bij het Gerecht beroep ingesteld tegen Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1146. Op 20 september 2019 wees het Gerecht zijn arrest in zaak T-650/17 (10) met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1146. |
|
(12) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1210 (11) heeft de Commissie opnieuw een definitief antidumpingrecht (van 36,0 %) ingesteld op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de VRC en vervaardigd door Jinan Meide Castings Co., Ltd. |
|
(13) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2202 (12) heeft de Commissie besloten de volgende producten van het toepassingsgebied van de antidumpingmaatregelen uit te sluiten:
|
|
(14) |
De thans geldende antidumpingrechten variëren tussen 24,6 % en 57,8 % op invoer uit de VRC en tussen 14,9 % en 15,5 % op invoer uit Thailand. |
1.2. Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen
|
(15) |
Na de bekendmaking van een bericht dat de maatregelen op korte termijn zouden vervallen (13), heeft de Commissie een verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. |
|
(16) |
Het verzoek om een nieuw onderzoek werd op 25 april 2024 ingediend door het Ad Hoc Defence Committee of Malleable Cast Iron Pipe Fittings industry of the European Union (“de indiener van het verzoek”) namens de bedrijfstak van de Unie van gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening. Het verzoek om een nieuw onderzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en voortzetting of herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
1.3. Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen
|
(17) |
Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijs was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 24 juli 2024 een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de VRC en Thailand (“de betrokken landen”) op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening. Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (14) (“het bericht van opening”). |
1.4. Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode
|
(18) |
Het onderzoek naar voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2021 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”). |
1.5. Belanghebbenden
|
(19) |
In het bericht van opening werden alle belanghebbenden uitgenodigd om contact met de Commissie op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Bovendien bracht de Commissie de indieners van het verzoek, ander haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten in China en Thailand, de autoriteiten van de Volksrepubliek China en Thailand en de haar bekende importeurs, alsmede gebruikers en handelaren specifiek op de hoogte van de opening van het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen en verzocht hen daaraan mee te werken. |
|
(20) |
De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen kenbaar te maken en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. Geen van de belanghebbenden heeft verzocht om een hoorzitting. |
1.6. Samenstelling van de steekproef
|
(21) |
In het bericht van opening deelde de Commissie mee dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening. |
Steekproef van producenten in de Unie
|
(22) |
In het bericht van opening kondigde de Commissie aan dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. De Commissie heeft de steekproef samengesteld op basis van representativiteit wat betreft de omvang van de productie en het verkoopvolume van het onderzochte product in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(23) |
De steekproef bestond uit twee producenten in de Unie die ongeveer 70 % van de geraamde totale productie in de Unie en het geraamde verkoopvolume van het soortgelijke product in de Unie vertegenwoordigden. De steekproef zorgde ook voor een goede geografische spreiding. |
|
(24) |
Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie de belanghebbenden verzocht opmerkingen te maken over de voorlopige steekproef. Er werden geen opmerkingen ontvangen. Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat de steekproef representatief was voor de bedrijfstak van de Unie. |
Steekproef van importeurs
|
(25) |
Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. |
|
(26) |
Geen enkele niet-verbonden importeur heeft de gevraagde informatie verstrekt of ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. In het licht hiervan heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was. |
Steekproef van producenten in de VRC
|
(27) |
Om te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, heeft de Commissie alle producenten in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde inlichtingen te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie gevraagd eventuele andere producenten die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn, op te sporen en/of contact met hen op te nemen. |
|
(28) |
Geen enkele producent in de VRC heeft de gevraagde informatie verstrekt of ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. De Commissie was derhalve van mening dat geen enkele producent in de VRC zijn medewerking aan het onderzoek verleende. |
Steekproef van producenten in Thailand
|
(29) |
Om te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle haar bekende producenten in Thailand verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast verzocht de Commissie de Vertegenwoordiging van Thailand bij de Europese Unie mogelijke andere producenten die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, te identificeren en/of contact met hen op te nemen. |
|
(30) |
Geen enkele producent in Thailand heeft de gevraagde informatie verstrekt of ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. De Commissie was derhalve van mening dat geen enkele producent in Thailand zijn medewerking aan het onderzoek verleende. |
1.7. Antwoorden op de vragenlijst
|
(31) |
De Commissie heeft de overheid van de Volksrepubliek China (“de Chinese overheid”) een vragenlijst toegezonden betreffende het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC. De Commissie heeft geen antwoorden op deze vragenlijst ontvangen. De Chinese overheid heeft dus geen medewerking verleend. |
|
(32) |
De Commissie heeft de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie verzocht de vragenlijsten in te vullen, die op de dag van de opening van het onderzoek op haar website beschikbaar waren gesteld. |
|
(33) |
Van de twee in de steekproef opgenomen producenten in de Unie werden antwoorden op de vragenlijst ontvangen. Berg Montana Fittings EAD en Georg Fischer Fittings GmbH. |
1.8. Controle
|
(34) |
De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was, en om het belang van de Unie te bepalen. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken verricht bij de volgende ondernemingen:
|
1.9. Vervolg van de procedure
|
(35) |
Op 10 juli 2025 deelde de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen mee op basis waarvan zij voornemens was de geldende antidumpingrechten te handhaven. Alle belanghebbenden konden hierover binnen een bepaalde termijn na de mededeling opmerkingen indienen. |
|
(36) |
De Commissie heeft opmerkingen van de indiener van het verzoek ontvangen, waarin werd bevestigd dat deze het eens waren met de bevindingen van de Commissie. De Commissie heeft geen andere opmerkingen of verzoeken om een hoorzitting ontvangen. |
2. ONDERZOCHT PRODUCT, BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
2.1. Onderzocht product
|
(37) |
Het onderzochte product is hetzelfde als in het oorspronkelijke onderzoek en het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, namelijk gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, momenteel ingedeeld onder GN-code ex 7307 19 10 (Taric-codes 7307 19 10 10 en 7307 19 10 20) (“het onderzochte product” of “MTF”). |
|
(38) |
De volgende producten blijven buiten beschouwing: binnenringen van knelkoppelingen met metrisch schroefdraad overeenkomstig ISO DIN 13; ronde aansluitdozen van smeedbaar ijzer, met schroefdraad, zonder deksel; T-stukken van nodulair ijzer met rubberafdichting en een uitgangsopening; gegroefde eindkappen van nodulair ijzer voor gebruik op gegroefde stalen buizen met van schroefdraad voorziene uitgangsopening; verloopstukken van nodulair ijzer met een van schroefdraad voorzien uiteinde; T-vormige verloopstukken van nodulair ijzer met een van schroefdraad voorziene uitgangsopening; afdekzadels van nodulair ijzer zonder een van schroefdraad voorziene uitgangsopening die worden gebruikt om een gat in een buisleiding af te dichten. |
|
(39) |
De voornaamste inputgrondstoffen zijn metaalschroot, cokes/elektriciteit/gas, zand (voor het gieten) en zink (voor de galvanisering). De eerste stap van het productieproces is het smelten van metaalschroot. Hierop volgen het vormproces en het gieten van verschillende vormen, die dan in afzonderlijke stukken worden gesneden. De producten moeten een langdurig temperingsproces ondergaan, zodat zij voldoende smeedbaar zijn om te worden gebruikt voor toepassingen waarvoor bijvoorbeeld een goede schok- en trilbestendigheid vereist zijn, en zodat zij bestand zijn tegen snelle temperatuurveranderingen. De hulpstukken kunnen vervolgens worden gegalvaniseerd. Daarna worden er machinebewerkingen op toegepast, zoals draadsnijden. |
|
(40) |
Het onderzochte product wordt in een breed scala van toepassingen gebruikt, bijvoorbeeld om twee of meer buisleidingen op elkaar aan te sluiten, een buisleiding op een apparaat aan te sluiten, de richting van een vloeistofstroom te veranderen of een buisleiding af te sluiten. Gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, met schroefdraad, worden hoofdzakelijk gebruikt in de gas-, water- en verwarmingssystemen van woningen en andere gebouwen. Zij worden ook gebruikt in de leidingsystemen van olieraffinaderijen. Deze hulpstukken zijn verkrijgbaar in tal van configuraties; het meest gebruikelijk zijn ellebogen van 90 graden, T-stukken, koppelingen, kruisstukken en aansluitstukken. Zij worden geproduceerd in zowel zwarte (niet-gegalvaniseerde) als gegalvaniseerde vorm. |
2.2. Betrokken product
|
(41) |
Het betrokken product in dit onderzoek is het onderzochte product van oorsprong uit de VRC en Thailand. |
2.3. Soortgelijk product
|
(42) |
Zoals vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek en in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, is in dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen bevestigd dat de volgende producten dezelfde fysische en technische basiskenmerken hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:
|
|
(43) |
Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
3. DUMPING
3.1. China
3.1.1. Inleidende opmerkingen
|
(44) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek bleef de invoer van MTF uit de VRC de markt van de Unie binnenkomen. |
|
(45) |
Volgens Eurostat en gegevens van de bedrijfstak van de Unie was de invoer van MTF uit de VRC goed voor ongeveer 19 % van de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, vergeleken met een marktaandeel van 47 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek en 21 % tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
|
(46) |
Zoals vermeld in de overwegingen 28 en 30, werkte geen van de producenten-exporteurs uit de VRC aan het onderzoek mee. Daarom heeft de Commissie de Chinese autoriteiten meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen betreffende de bevindingen met betrekking tot de VRC. De Commissie heeft ter zake geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
|
(47) |
Bijgevolg zijn de bevindingen met betrekking tot de VRC betreffende de mogelijke voortzetting van dumping overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, d.w.z. de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek en andere openbare bronnen waar van toepassing. |
3.1.2. Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de VRC
|
(48) |
Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(49) |
Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. |
|
(50) |
De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst, en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om het bestaan van verstoringen van betekenis in China vast te stellen. |
|
(51) |
In het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijsmateriaal, op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening mogelijk een passend representatief land moest kiezen teneinde de normale waarde vast te stellen aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De indiener van het verzoek heeft Brazilië als representatief land gebruikt in zijn verzoek om een nieuw onderzoek. |
|
(52) |
De Commissie heeft verder opgemerkt dat zij andere mogelijk geschikte landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, eerste streepje, van de basisverordening. |
|
(53) |
Op 10 februari 2025 heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd om de belanghebbenden op de hoogte te brengen van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen. |
|
(54) |
In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van het onderzochte product een rol spelen. Bovendien heeft de Commissie, op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks, Thailand als een geschikt representatief land aangewezen. |
|
(55) |
De Commissie heeft de belanghebbenden ook meegedeeld dat zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (“VAA-kosten”) en de winst zou vaststellen op basis van de beschikbare informatie over drie winstgevende Thaise ondernemingen. |
|
(56) |
De Commissie heeft opmerkingen over de mededeling van de indiener van het verzoek ontvangen en verklaard dat zij Thailand als geschikt representatief land aanvaardde. |
3.1.3. Normale waarde
|
(57) |
Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald.” |
|
(58) |
Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt evenwel: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en deze normale waarde “omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (voor “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” wordt hierna de afkorting “VAA-kosten” gebruikt). |
|
(59) |
Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de Chinese producenten, juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen. |
3.1.3.1.
|
(60) |
De Commissie heeft het bewijsmateriaal in het dossier onderzocht om vast te stellen of er in de VRC sprake is van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, waardoor het niet passend zou zijn gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land. Die analyse had betrekking op de volgende bewijselementen die verband houden met de verschillende criteria die relevant zijn om het bestaan van verstoringen van betekenis vast te stellen. |
|
(61) |
Ten eerste bevatte het bewijsmateriaal in het verzoek de volgende onderstaande elementen die wezen op het bestaan van verstoringen van betekenis. |
|
(62) |
De indiener van het verzoek voerde aan dat de Chinese markt van het onderzochte product wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de Chinese autoriteiten, waarover deze zeggenschap hebben, waarop deze beleidstoezicht uitoefenen of waarvoor deze beleidsadvies geven. De indiener van het verzoek wees op het bestaan van staatseigendom in de ijzer- en staalsector, met name door de nauwe banden tussen de ondernemingen en de CCP. Van dergelijke eigendom is met name sprake in de MTF-sector, zoals blijkt uit de richtsnoeren in de doelstellingen van de Chinese Iron and Steel Association (“CISA”) (15). |
|
(63) |
Overeenkomstig artikel 3 van de statuten van de CISA stelt de vereniging zich ten dienste van ondernemingen, de sector en de overheid, en spant zij zich in een brugfunctie te vervullen tussen de overheid en de betrokken ondernemingen. Daarnaast wordt in artikel 24 bepaald dat de CISA alle overige taken verricht die door de overheid en de betrokken overheidsinstantie aan haar worden toevertrouwd, terwijl volgens artikel 26 de CISA zich naar behoren houdt aan de lijn, de richtsnoeren, het beleid en het politieke bestuur van de partij. |
|
(64) |
De indiener van het verzoek stelde ook dat de aanwezigheid van de Chinese overheid in producenten van MTF de staat in staat stelt zich te mengen in de prijzen en kosten. De indiener van het verzoek voerde aan dat dit zowel voor staatsondernemingen als voor particuliere ondernemingen het geval is. Sterker nog, de indiener van het verzoek wees op de grondwettelijke verplichting, overeenkomstig artikel 33 van de grondwet van de Volksrepubliek China, dat partijorganisaties op primair niveau in entiteiten die niet tot de publieke sector behoren, de beginselen en het beleid van de partij uitvoeren sturing geven aan en toezien op de naleving door hun ondernemingen van de wet- en regelgeving van de staat. In artikel 19 van de Chinese vennootschapswet wordt gewezen op de verplichting voor ondernemingen om de nodige voorwaarden te scheppen voor de activiteiten van de partij en op de verplichting om binnen de onderneming een organisatie van de Communistische Partij van China aan te wijzen om de activiteiten van de partij uit te voeren. |
|
(65) |
In het verzoek om een nieuw onderzoek werd gewezen op de sterke overheidsaanwezigheid in de staalsector, zowel op nationaal als op gemeentelijk niveau. De indiener van het verzoek verwees naar het recente antidumpingonderzoek naar de invoer van platbulbstaal uit de VRC (16), waarin de Commissie het actieplan voor ijzer en staal 2022 van de gemeente Hebei Tangshan citeerde, waarin verschillende gemeentelijke entiteiten worden belast met het aanzoeken en begeleiden van financiële instellingen om leningen tegen lage rente te verstrekken aan ijzer- en staalondernemingen teineinde over te stappen op nieuwe industrieën, en tegelijkertijd subsidies in de vorm van rentesubsidies te verstrekken. De indiener van het verzoek merkte op dat de overheidsaanwezigheid in staalondernemingen ook tot uiting komt in de MTF-sector. |
|
(66) |
De indiener van het verzoek gaf aan dat de Chinese autoriteiten gebruikmaken van discriminerend overheidsbeleid of discriminerende maatregelen waarmee binnenlandse leveranciers worden bevoordeeld of waardoor de vrije marktwerking anderszins wordt beïnvloed. De indiener van het verzoek merkte op dat de staalsector in de VRC onderworpen is aan talrijke nationale en gemeentelijke plannen, met name wat betreft de optimalisering en ontwikkeling van de staalindustrie en de modernisering op het niveau van de toeleveringsketen. |
|
(67) |
De indiener van het verzoek wees tevens op het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving. Volgens de indiener van het verzoek blijkt dit duidelijk uit de invloed van de overheid van de VRC (“de Chinese overheid”) in insolventieprocedures. Gezien de ondergeschiktheid van de rechtbanken aan de Chinese overheid profiteren veel insolvente ondernemingen van herstructureringsplannen die de facto voortvloeien uit overheidsgaranties aan staatsondernemingen. Bovendien wees de indiener van het verzoek op het gebrek aan transparantie van de regels inzake het aanbieden en verwerven van grond. |
|
(68) |
Met betrekking tot de ijzer- en staalsector, en met name producenten van MTF, wees de indiener van het verzoek op de conclusie van het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, waarin werd vastgesteld dat er verstoringen bestaan omdat “er sprake was van discriminerende toepassing of ontoereikende handhaving van de faillissements- en eigendomswetgeving in de ijzer- en staalsector, ook ten aanzien van het onderzochte product”. |
|
(69) |
In het verzoek werd benadrukt dat de loonkosten in de VRC en met name in de MTF-sector aan verstoringen onderhevig zijn. In dit verband verwees de indiener van het verzoek naar hetgeen in het eerste onderzoek bij het vervallen van de maatregelen (17) was vastgesteld: “De sector van gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen staat derhalve bloot aan verstoringen van de loonkosten, zowel direct (bij het vervaardigen van het onderzochte product) als indirect (bij het krijgen van toegang tot kapitaal of basisproducten van ondernemingen die in de VRC aan hetzelfde arbeidsrechtstelsel onderworpen zijn).” Volgens de indiener van het verzoek is de situatie niet veranderd wat verstoringen van de loonkosten betreft en is bevestigd dat er nog steeds sprake is van verstoringen van betekenis voor de loonkosten, zowel direct als indirect, in de sector gegoten buizen of pijpen. |
|
(70) |
In recente onderzoeken naar de ijzer- en staalsector in China (18) heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. In die onderzoeken stelde de Commissie vast dat er sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen in de VRC, wat leidt tot een verstoring van de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig de marktbeginselen (19). |
|
(71) |
De Commissie concludeerde met name dat de Chinese overheid niet alleen nog steeds een aanzienlijk deel van de ijzer- en staalsector in handen heeft als bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (20), maar zich ook kan mengen in de prijzen en kosten via overheidsaanwezigheid in ondernemingen zoals bedoeld in artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (21). |
|
(72) |
De Commissie stelde verder vast dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de levering van grondstoffen en basisproducten, een aanvullend verstorend effect hebben op de markt. In feite leidt het planningssysteem van de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat de toewijzing overeenkomstig de marktwerking plaatsvindt (22). |
|
(73) |
De Commissie concludeerde dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in China insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (23). |
|
(74) |
De Commissie heeft vastgesteld dat in de ijzer- en staalsector sprake was van verstoringen van loonkosten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (24), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC betreft (25). |
|
(75) |
In het meest recente nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen met betrekking tot het onderzochte product (26) heeft de Commissie geconcludeerd dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. De Commissie is niets bekend van grote structurele veranderingen in de VRC in het algemeen en/of in de desbetreffende sector in het bijzonder die aan die conclusie zouden kunnen afdoen. |
|
(76) |
Aanvullend bewijsmateriaal uit het op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt c), van de basisverordening door de Commissie opgestelde verslag over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China (“het verslag”) (27) wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(77) |
Noch de Chinese overheid, noch de producenten hebben in het kader van het onderhavige onderzoek bewijzen van of argumenten voor het tegendeel aangedragen. |
|
(78) |
Gelet op het bovenstaande, is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen, omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde desbetreffende factoren. |
|
(79) |
Op grond daarvan is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. |
|
(80) |
Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
3.1.3.2.
|
(81) |
De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:
|
|
(82) |
Zoals toegelicht in overweging 53, heeft de Commissie in het dossier op 10 februari 2025 een mededeling aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt. Deze mededeling stelde de belanghebbenden ook in kennis van het voornemen van de Commissie om in het onderhavige geval Thailand als een passend representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd. |
|
(83) |
In de mededeling over de productiefactoren heeft de Commissie Argentinië, Brazilië, Turkije en Thailand aangemerkt als landen die volgens de Wereldbank een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling hebben als China, d.w.z. dat zij door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen elk als “hogermiddeninkomensland” zijn ingedeeld, waarvan bekend was dat het onderzochte product daar werd geproduceerd. |
|
(84) |
In de mededeling heeft de Commissie de beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in de vier mogelijke representatieve landen als volgt geanalyseerd. |
|
(85) |
Voor Argentinië waren er geen onmiddellijk beschikbare financiële gegevens voorhanden voor de enige bekende producent van MTF en voerde Argentinië geen staalschroot, de belangrijkste grondstof, in. |
|
(86) |
Voor Turkije was de enige bekende producent van MTF in 2023 niet winstgevend. |
|
(87) |
Voor zowel Thailand als Brazilië heeft de Commissie gegevens gevonden voor producenten in beide landen, namelijk drie ondernemingen in Thailand en één in Brazilië. De Thaise ondernemingen waren echter MTF-producenten, terwijl de Braziliaanse onderneming een grote groep met geconsolideerde financiële informatie was. |
|
(88) |
In het licht van bovenstaande overwegingen heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat zij voornemens was Thailand als geschikt representatief land en de drie Thaise ondernemingen overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening te gebruiken om niet-verstoorde prijzen of benchmarks te verkrijgen voor de berekening van de normale waarde. |
|
(89) |
Aangezien was vastgesteld dat Thailand op grond van alle voornoemde factoren een representatief land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening. |
|
(90) |
Gezien bovenstaande analyse voldeed Thailand aan de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd. |
3.1.3.3.
|
(91) |
In de mededeling heeft de Commissie verklaard dat zij voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de Global Trade Atlas (“GTA”) om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. In de mededeling werden ook de bronnen uiteengezet die de Commissie voor andere productiefactoren zou gebruiken, die hieronder worden uiteengezet. |
Productiefactoren
|
(92) |
Aangezien de Chinese producenten geen medewerking verleenden, heeft de Commissie een beroep gedaan op de indiener van het verzoek om de voor de productie van MTF gebruikte productiefactoren te specificeren. |
|
(93) |
Rekening houdend met alle op het verzoek gebaseerde informatie zijn de volgende productiefactoren en hun bronnen vastgesteld met het oog op de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening: Tabel 1 Productiefactoren
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(94) |
De indiener van het verzoek gaf aan dat de voor de productie van MTF gebruikte grondstoffen zijn gewijzigd ten opzichte van het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. In de overwegingen 134 en 135 van het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft de Commissie vastgesteld dat de grootste Chinese producent MTF produceerde in een koepeloven, waarbij de grondstoffen worden gesmolten met behulp van cokes. De indiener van het verzoek heeft echter informatie gevonden waaruit blijkt dat de twee grootste producenten in de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek elektrische ovens gebruikten voor de productie van het onderzochte product, waarvoor andere grondstoffen worden gebruikt bij het verwarmingsproces. |
Grondstoffen
|
(95) |
Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis gebruikgemaakt van de gewogen gemiddelde invoerprijs voor Thailand zoals vermeld in de GTA, waar invoerrechten bij werden opgeteld. Voor Thailand werd een invoerprijs vastgesteld als het gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van de invoer uit alle derde landen, met uitzondering van de VRC en de in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (31) genoemde landen die geen lid zijn van de WTO. |
|
(96) |
De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in Thailand uit te sluiten, aangezien zij tot de conclusie is gekomen dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, niet passend is om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken. |
|
(97) |
Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hebben voor de voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer vanuit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer vanuit andere derde landen representatief. |
|
(98) |
Wat de invoerrechten betreft, merkte de Commissie op dat Thailand de desbetreffende grondstoffen invoerde uit tal van landen met een verschillend niveau van invoerrechten en aanzienlijke verschillen in hoeveelheden. Hoewel het in een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen niet noodzakelijk is een exacte dumpingmarge te berekenen, maar het er veeleer om gaat de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping vast te stellen, is de Commissie voor elk land van oorsprong uitgegaan van de aan de GTA ontleende invoerrechten. |
Arbeid
|
(99) |
De Commissie heeft gebruikgemaakt van de meest recente openbaar beschikbare gegevens van de Bank van Thailand voor de gemiddelde lonen in Thailand in het tijdvak van het nieuwe onderzoek (32). Deze werden gecorrigeerd om rekening te houden met sociale lasten (33). Ten slotte werden de totale jaarlijkse loonkosten gedeeld door het aantal uren in het jaar (d.w.z. acht uur per dag, vermenigvuldigd met vijf werkdagen per week en het aantal weken in een jaar). |
Elektriciteit
|
(100) |
De Commissie heeft gebruikgemaakt van de elektriciteitsprijzen voor de industrie in de overeenkomstige verbruikscategorie, uitgedrukt in kWh, die zijn gepubliceerd door de Thaise provinciale elektriciteitsautoriteit (34). Deze energieheffing is sinds 2018 ongewijzigd gebleven en wordt maandelijks geactualiseerd met behulp van het instrument “Ft surcharge”. De voor elke maand in rekening gebrachte elektriciteitstarieven worden daarom als volgt berekend:
|
|
(101) |
Bij de berekening van de benchmark telde de Commissie de gemiddelde voor energie gecorrigeerde heffing op bij de basisheffing voor elektriciteit in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
Aardgas
|
(102) |
Om de benchmark voor gas vast te stellen, maakte de Commissie gebruik van de gasprijzen voor bedrijven (industriële gebruikers) in Thailand, zoals gepubliceerd door het Energy Policy and Planning Office van het ministerie van Energie (36). De prijzen verschilden per verbruiksvolume. De Commissie heeft de overeenkomstige prijzen van tabel 7.2-4 gebruikt: Eindverbruik van energie per hoofd van de bevolking. De Commissie heeft de meest recente gegevens met betrekking tot 2023 als benchmark gebruikt. |
Overhead-productiekosten, VAA-kosten, winst en afschrijving
|
(103) |
Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst.” Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken. |
|
(104) |
Om een niet-verstoorde waarde voor de overhead-productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie — bij gebrek aan medewerking van de producenten — overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. Daarom heeft de Commissie het aandeel van de overhead-productiekosten in de totale productie- en loonkosten vastgesteld op basis van de gegevens die door de indiener van het verzoek waren verstrekt. Vervolgens is dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de productiekosten om de niet-verstoorde waarde van de overhead-productiekosten te verkrijgen, afhankelijk van het geproduceerde model. |
3.1.3.4. Berekening van de normale waarde
|
(105) |
Op basis van het bovenstaande berekende de Commissie een gemiddelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening in het stadium af fabriek. |
|
(106) |
Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Aangezien de Chinese producenten geen medewerking verleenden, heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die de indiener in het verzoek om een nieuw onderzoek heeft verstrekt over het gebruik van elke productiefactor (materialen en arbeid) bij de productie van MTF. |
|
(107) |
Nadat de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie daarbij de overhead-productiekosten als bovenstaand en vervolgens de VAA-kosten en de winst opgeteld. De VAA-kosten en de winst werden bepaald op basis van de jaarrekeningen van drie Thaise producenten van MTF voor 2023, zoals vermeld in de rekeningen van de betrokken ondernemingen:
|
|
(108) |
De Commissie heeft bij de niet-verstoorde productiekosten de volgende elementen opgeteld:
|
|
(109) |
Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. |
3.1.4. Uitvoerprijs
|
(110) |
Gezien de niet-medewerking van producenten uit China werd de uitvoerprijs bepaald op basis van gegevens van Eurostat, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De door Eurostat gerapporteerde cif-prijs werd verlaagd met de geraamde zeevervoer- en verzekeringskosten en de binnenlandse vervoerskosten, op basis van de informatie die de indiener van het verzoek heeft verstrekt in zijn verzoek om een nieuw onderzoek. |
3.1.5. Vergelijking
|
(111) |
De Commissie heeft de normale waarde en de hierboven bepaalde uitvoerprijs in het stadium af fabriek vergeleken. |
|
(112) |
Wegens het gebrek aan medewerking van Chinese producenten werden er geen correcties toegepast overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening. |
3.1.6. Dumpingmarge
|
(113) |
Voor de invoer uit de VRC werden dumpingmarges van 65 % berekend. |
3.2. Thailand
3.2.1. Inleidende opmerkingen
|
(114) |
In het tijdvak van het nieuwe onderzoek bleef de invoer van smeedbare hulpstukken voor buisleidingen uit Thailand de markt van de Unie binnenkomen. |
|
(115) |
Volgens Eurostat en gegevens van de bedrijfstak van de Unie was de invoer van MTF uit Thailand goed voor ongeveer 4 % van de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, vergeleken met een marktaandeel van 5,2 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek en 5 % tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
|
(116) |
Zoals vermeld in de overwegingen 28 en 30, werkte geen van de producenten uit Thailand aan het onderzoek mee. Daarom heeft de Commissie de Thaise autoriteiten meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen betreffende de bevindingen met betrekking tot Thailand. De Commissie heeft ter zake geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen. |
|
(117) |
Bijgevolg zijn de bevindingen met betrekking tot Thailand betreffende de mogelijke voortzetting van dumping overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, d.w.z. de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek en andere openbare bronnen waar van toepassing. |
3.2.2. Normale waarde
|
(118) |
Geen enkele Thaise producent van MTF heeft aan het onderzoek meegewerkt en daarom werd de normale waarde gebaseerd op informatie over de Thaise binnenlandse prijzen in het verzoek om een nieuw onderzoek, die door de indiener van het verzoek werd bijgewerkt om het tijdvak van het nieuwe onderzoek te bestrijken. |
|
(119) |
Uit de door de indiener van het verzoek verstrekte informatie bleek dat deze binnenlandse verkoop plaatsvond in het kader van normale handelstransacties en derhalve werd deze als bron van de normale waarde gebruikt. |
3.2.3. Uitvoerprijs
|
(120) |
Gezien de niet-medewerking van producenten uit Thailand werd de uitvoerprijs bepaald op basis van gegevens van Eurostat, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De door Eurostat gerapporteerde cif-prijs werd verlaagd met de geraamde zeevervoer- en verzekeringskosten en de binnenlandse vervoerskosten, op basis van de informatie die de indiener van het verzoek heeft verstrekt in zijn verzoek om een nieuw onderzoek. |
3.2.4. Vergelijking
|
(121) |
De Commissie heeft de normale waarde en de hierboven bepaalde uitvoerprijs in het stadium af fabriek vergeleken. |
|
(122) |
Wegens het gebrek aan medewerking van Thaise producenten werden er geen correcties toegepast overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening. |
3.2.5. Dumpingmarge
|
(123) |
Voor de invoer uit Thailand werden dumpingmarges van 70 % berekend. |
4. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
4.1. China
|
(124) |
Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening nagegaan hoe waarschijnlijk voortzetting van dumping uit de VRC zou zijn als de maatregelen zouden worden ingetrokken. |
|
(125) |
De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht:
|
|
(126) |
Als gevolg van de niet-medewerking van producenten in de VRC werd dit onderzoek gebaseerd op de informatie waarover de Commissie beschikte, dat wil zeggen informatie die is verstrekt in het verzoek om een nieuw onderzoek en informatie uit andere beschikbare onafhankelijke bronnen, zoals officiële invoerstatistieken en informatie die is verkregen in het oorspronkelijke onderzoek en het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
4.1.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC
|
(127) |
Het verzoek bevatte geen informatie over de precieze productie- en reservecapaciteit van het onderzochte product in de VRC (37). Tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen is gebleken dat de Chinese markt versnipperd is en een groot aantal kleine en een aantal grote producenten kent. Het verzoek bevatte echter informatie op basis van algemeen beschikbare informatie. Daaruit kwam met name naar voren dat Jinan Meide Casting Co. Ltd. zijn productiecapaciteit in 2022 heeft verhoogd en meer dan 150 000 ton per jaar produceert. In het verzoek werd verder aangegeven dat de Jianzhi Group, een van de belangrijkste producenten in de VRC, alleen al een jaarlijkse productiecapaciteit van meer dan 400 000 ton MTF heeft (38). |
|
(128) |
In het verzoek werd ook verwezen naar een Argentijns antidumpingonderzoek uit 2022 naar de invoer van smeedbare hulpstukken voor buisleidingen uit de VRC en Brazilië, waarin zou zijn vastgesteld dat de VRC een jaarlijkse productiecapaciteit van 500 000 ton voor MTF heeft. |
|
(129) |
Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek ligt het Chinese binnenlandse verbruik ruim onder de Chinese productiecapaciteit, wat in het antidumpingonderzoek van Argentinië werd bevestigd. |
|
(130) |
Het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen bevestigde dat er in de VRC aanzienlijke overcapaciteit bestond. Sinds het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen zijn er geen aanwijzingen voor een aanzienlijke toename van de binnenlandse vraag, noch voor markten van derde landen die dit overschot kunnen absorberen. Er was evenmin bewijs dat de productiecapaciteit in China is gedaald. |
|
(131) |
De Commissie heeft derhalve op basis van de beschikbare feiten geconcludeerd dat er in China reservecapaciteit is die kan worden gebruikt om de markt van de Unie tegen dumpingprijzen te bevoorraden indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
4.1.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(132) |
De Commissie heeft de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie met betrekking tot de prijzen onderzocht, om vast te stellen hoe de invoer zich zou kunnen ontwikkelen als de maatregelen zouden worden ingetrokken. |
|
(133) |
Ondanks de geldende antidumpingrechten exporteerde de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek nog steeds naar de Unie, met een marktaandeel van 19 %, waaruit blijkt dat de markt van de Unie voor de VRC nog steeds een aantrekkelijke markt en een aantrekkelijke uitvoerbestemming is. |
|
(134) |
Gezien de vaststelling van dumping uit de VRC en gezien het feit de invoer nog steeds de markt van de Unie binnenkomt, was de Commissie van oordeel dat de markt van de Unie aantrekkelijk bleef voor de Chinese producenten en dat indien de maatregelen zouden komen te vervallen, de invoer met dumping in de Unie zou toenemen. |
4.1.3. De verhouding tussen de prijzen in de Unie en die in de VRC
|
(135) |
Zoals uiteengezet in overweging 166, heeft de Commissie vastgesteld dat de invoer uit de VRC de prijzen van de bedrijfstak van de Unie bleef onderbieden, wat erop wijst dat het prijsniveau in de Unie aantrekkelijk was voor de Chinese producenten-exporteurs, zelfs met de geldende antidumpingmaatregelen. |
4.1.4. Conclusie
|
(136) |
Uit het onderzoek is gebleken dat tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de uitvoer uit de VRC met dumping op de markt van de Unie werd voortgezet. De Commissie heeft tevens geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de Chinese producenten, als de maatregelen zouden vervallen, aanzienlijke hoeveelheden van het betrokken product tegen dumpingprijzen naar de Unie zouden uitvoeren. De Commissie heeft dan ook geconcludeerd dat voortzetting van dumping zeer waarschijnlijk is als de bestaande maatregelen komen te vervallen. |
4.2. Thailand
|
(137) |
Na te hebben vastgesteld dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, is de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening nagegaan hoe waarschijnlijk voortzetting van dumping zou zijn als de maatregelen zouden worden ingetrokken. |
|
(138) |
De volgende bijkomende elementen zijn onderzocht:
|
|
(139) |
Als gevolg van de niet-medewerking van producenten in de Thailand werd dit onderzoek gebaseerd op de informatie waarover de Commissie beschikte, dat wil zeggen informatie die is verstrekt in het verzoek om een nieuw onderzoek en informatie uit andere beschikbare onafhankelijke bronnen, zoals officiële invoerstatistieken en informatie die is verkregen in het oorspronkelijke onderzoek en het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. |
4.2.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in Thailand
|
(140) |
Het verzoek bevatte geen specifieke informatie over de productie- en reservecapaciteit van het onderzochte product in Thailand. Er werd echter opgemerkt dat Thaise exporteurs voor de uitvoer sterk afhankelijk bleven van de markt van de Unie en dat het marktaandeel van het land tegen onderbiedingsprijzen in de beoordelingsperiode is gegroeid. |
|
(141) |
Het vorige nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen bevestigde dat er in Thailand aanzienlijke overcapaciteit bestond. Sinds het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen zijn er geen aanwijzingen voor een aanzienlijke toename van de binnenlandse vraag, noch voor markten van derde landen die dit overschot kunnen absorberen. Er was evenmin bewijs dat de productiecapaciteit in Thailand is gedaald. |
|
(142) |
De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat er in Thailand reservecapaciteit is die kan worden gebruikt om de markt van de Unie tegen dumpingprijzen te bevoorraden indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
4.2.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(143) |
De Commissie heeft de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie met betrekking tot de prijzen onderzocht, om vast te stellen hoe de invoer zich zou kunnen ontwikkelen als de maatregelen zouden worden ingetrokken. |
|
(144) |
Ondanks de geldende antidumpingrechten exporteerde Thailand in het tijdvak van het nieuwe onderzoek nog steeds naar de Unie, met een marktaandeel van 4 %, waaruit blijkt dat de markt van de Unie nog steeds een aantrekkelijke markt en een aantrekkelijke uitvoerbestemming is. |
|
(145) |
Gezien de vaststelling van dumping uit Thailand en gezien het feit de invoer nog steeds de markt van de Unie binnenkomt, was de Commissie van oordeel dat de markt van de Unie aantrekkelijk bleef voor de Thaise producenten en dat indien de maatregelen zouden komen te vervallen, de invoer met dumping in de Unie zou toenemen. |
4.2.3. De verhouding tussen de prijzen in de Unie en die in Thailand.
|
(146) |
Zoals uiteengezet in overweging 166, heeft de Commissie vastgesteld dat de invoer uit Thailand de prijzen van de bedrijfstak van de Unie bleef onderbieden, wat erop wijst dat het prijsniveau in de Unie aantrekkelijk was voor de Thaise producenten-exporteurs, zelfs met de geldende antidumpingmaatregelen. |
4.2.4. Conclusie
|
(147) |
Uit het onderzoek is gebleken dat tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de uitvoer uit Thailand met dumping op de markt van de Unie werd voortgezet. De Commissie heeft tevens geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de Thaise producenten, als de maatregelen zouden vervallen, aanzienlijke hoeveelheden van het betrokken product tegen dumpingprijzen naar de Unie zouden uitvoeren. De Commissie heeft dan ook geconcludeerd dat voortzetting van dumping zeer waarschijnlijk is als de bestaande maatregelen komen te vervallen. |
5. SCHADE
5.1. Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie
|
(148) |
Het soortgelijke product werd in de beoordelingsperiode vervaardigd door vijf producenten in de Unie. In het verzoek om een nieuw onderzoek werd aangegeven dat een van de producenten, Odlewnia Zawiercie S.A., uitsluitend ingevoerde hulpstukken (fittings) voor buisleidingen zonder schroefdraad verwerkte door deze van schroefdraad te voorzien en derhalve niet tot de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening moest worden gerekend. |
|
(149) |
Aangezien hulpstukken (fittings) voor buisleidingen zonder schroefdraad geen deel uitmaken van het onderzochte product en onder een andere Taric-code vallen, beschouwde de Commissie het draadtappen van deze producten als een productiefase die onderdeel is van de vervaardiging van het onderzochte product en Odlewnia Zawiercie S.A. derhalve als onderdeel van de bedrijfstak van de Unie voor dit onderzoek. |
|
(150) |
De Commissie concludeerde dan ook dat de vijf ondernemingen de “bedrijfstak van de Unie” vormen in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. |
|
(151) |
De totale productie in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd vastgesteld op ongeveer 20 774 ton. De Commissie heeft het cijfer vastgesteld op basis van door de indiener van het verzoek en de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie verstrekte gegevens. In de steekproef werden twee producenten in de Unie opgenomen, die goed bleken voor ongeveer 60 % van het gecontroleerde totale productie- en verkoopvolume van het soortgelijke product in de Unie. |
|
(152) |
Er zij op gewezen dat de Commissie contact heeft opgenomen met Odlewnia Zawiercie S.A. om de gegevens van de onderneming met betrekking tot de in punt 5.5.2 hieronder uiteengezette macro-economische indicatoren te verstrekken, maar dat de onderneming heeft besloten niet aan dit onderzoek mee te werken. De gegevens met betrekking tot deze onderneming waren daarom gebaseerd op ramingen die de indiener van het verzoek in de macro-economische vragenlijst had verstrekt. |
5.2. Verbruik in de Unie
|
(153) |
De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld door het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie en de invoer van het betrokken product toe te voegen, zoals gerapporteerd in Eurostat. De bron van de informatie was het antwoord op de macro-economische vragenlijst door de indiener van het verzoek en de officiële gegevens van Eurostat. |
|
(154) |
Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 2 Verbruik in de Unie (ton)
|
||||||||||||||||||||||
|
(155) |
Het totale verbruik van het betrokken product in de Unie is vanaf 2021 tot het einde van het TNO merkbaar gedaald. In 2022 daalde het verbruik in de Unie met 8 % ten opzichte van het voorgaande jaar. In 2023, toen de economie van de Unie langzamer groeide dan in 2022, daalde het verbruik in de Unie verder met 14 procentpunten, terwijl er in het tijdvak van het nieuwe onderzoek geen verandering van belang optrad. |
5.3. Invoer uit de betrokken landen
5.3.1. Hoeveelheid en marktaandeel van de invoer uit de betrokken landen
|
(156) |
De Commissie heeft de invoerhoeveelheden vastgesteld aan de hand van gegevens van Eurostat. Het marktaandeel van de invoer is vastgesteld op basis van de omvang van de invoer en het totale verbruik in de Unie. |
|
(157) |
De invoer in de Unie uit de betrokken landen heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 3 Invoerhoeveelheid (ton) en marktaandeel
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(158) |
De invoer uit de VRC steeg in 2022 met 14 % ten opzichte van 2021, hoewel het verbruik in de Unie in dezelfde periode met 8 % daalde. In datzelfde jaar steeg het marktaandeel van de VRC tot 22 %, wat wijst op een aanzienlijke verdere penetratie op de markt van de Unie. In 2023, een jaar waarin het verbruik in de Unie met 14 procentpunten afnam, daalde de invoer uit de VRC echter met 26 procentpunten. Niettemin bleef het marktaandeel van de VRC in 2023 met 19 % verhoudingsgewijs hoog. In het tijdvak van het nieuwe onderzoek steeg de invoer uit de VRC licht tot 5 420 ton, een marginale stijging ten opzichte van 2023, terwijl het marktaandeel met 19 % onveranderd bleef, wat wijst op een stabiele relatieve aanwezigheid van de VRC op de markt. |
|
(159) |
Wat de invoer uit Thailand betreft, was er in 2022 sprake van een aanzienlijke stijging met 25 % ten opzichte van het voorgaande jaar. Ook het marktaandeel van de Thaise invoer steeg in dezelfde periode van 3 % tot 4 %. In 2023 daalde de Thaise invoer, net als de invoer uit de VRC, met 26 procentpunten waarmee deze het niveau van 2021 weer dicht benaderde. Het marktaandeel bleef met 4 % onveranderd, wat wijst op een veerkrachtige aanwezigheid van Thailand op de markt, ondanks een daling van het verbruik tijdens de beoordelingsperiode. Tijdens het TNO steeg de invoer uit Thailand met 11 procentpunten ten opzichte van 2023, met een onveranderd marktaandeel van 4 %. |
5.3.2. Prijzen van de invoer uit de betrokken landen en prijsonderbieding
|
(160) |
De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld aan de hand van gegevens van Eurostat. De prijsonderbieding van de invoer werd vastgesteld op basis van de antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten-exporteurs en de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. |
|
(161) |
De gewogen gemiddelde prijs van de invoer in de Unie uit de betrokken landen heeft zich als volgt ontwikkeld: Tabel 4 Invoerprijzen (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(162) |
De prijzen van de invoer uit de VRC stegen van 2021 tot en met 2022 met 29 %, gevolgd door een daling met 17 procentpunten in 2023 en een stijging met 5 procentpunten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Al met al vertoont de trend schommelingen met een prijspiek in 2022. Tijdens de beoordelingsperiode is de prijs van de invoer uit de VRC met 17 % gedaald. |
|
(163) |
De prijzen van de invoer uit Thailand lieten daarentegen een stabielere trend zien met een bescheiden stijging in 2022, gevolgd door dalingen in 2023 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Tijdens de beoordelingsperiode is de prijs van de invoer uit Thailand met 1 % gedaald. |
|
(164) |
De Commissie heeft de prijsonderbieding tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:
|
|
(165) |
De prijsvergelijking werd uitgevoerd met behulp van gegevens van de bedrijfstak van de Unie in hetzelfde handelsstadium, waar nodig gecorrigeerd, en na aftrek van rabatten en kortingen. |
|
(166) |
Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als een percentage van de omzet van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Daaruit bleek dat er sprake was van aanzienlijke prijsonderbieding door de invoer uit zowel de VRC (26 %) als Thailand (48 %) op de markt van de Unie. |
5.4. Invoer uit andere landen dan de VRC en Thailand
|
(167) |
De invoer van MTF uit andere landen dan de VRC en Thailand was voornamelijk afkomstig uit Indonesië en Brazilië. |
|
(168) |
De ingevoerde hoeveelheden in de Unie evenals het marktaandeel en de prijsontwikkelingen voor de invoer van MTF uit andere landen ontwikkelden zich als volgt: Tabel 5 Invoer uit derde landen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(169) |
Wat de invoer uit Indonesië betreft, lieten de gegevens een in het algemeen volatiele maar stijgende trend zien. De uit Indonesië ingevoerde hoeveelheid nam in 2022 aanzienlijk toe, van 1 391 ton in 2021 tot 2 233 ton, alvorens te dalen tot 1 451 ton in 2023. Ondanks deze schommelingen nam het marktaandeel van Indonesië gestaag toe tot 7,2 % in de beoordelingsperiode. De gemiddelde prijs per ton invoer uit Indonesië liep sterk uiteen, met een piek van 4 105 EUR in 2022, gevolgd door een daling tot 2 837 EUR in 2023, alvorens zich te stabiliseren op 2 783 EUR in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(170) |
Wat de invoer uit Brazilië betreft, wezen de gegevens op een geleidelijke daling van de ingevoerde hoeveelheden, van 525 ton in 2021 tot 405 ton in 2023, met een licht herstel tot 523 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Ondanks de daling van het volume steeg het marktaandeel van Brazilië licht, van 1,5 % in 2021 tot 1,9 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Een opmerkelijke trend voor Brazilië is de aanzienlijke stijging van de gemiddelde prijs per ton, die in 2023 steeg tot 5 720 EUR, alvorens licht te dalen tot 5 119 EUR in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
|
(171) |
Uit de invoergegevens voor andere landen, met uitzondering van Indonesië en Brazilië, alsmede de VRC en Thailand, bleek een gestage toename van zowel de invoerhoeveelheid als het marktaandeel tijdens de onderzochte periode. De ingevoerde hoeveelheden stegen gestaag van 515 ton in 2021 tot 835 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, wat resulteerde in een stijging van het marktaandeel van 1,4 % tot 3 %. De gemiddelde prijs per ton daalde van 4 476 EUR in 2022 tot 3 776 EUR in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
5.5. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
5.5.1. Algemene opmerkingen
|
(172) |
De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een beoordeling van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. |
|
(173) |
Zoals vermeld in overweging 22, is de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie beoordeeld aan de hand van een steekproef. |
|
(174) |
Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gecontroleerde gegevens die in de antwoorden op de vragenlijst en de latere door de indiener van het verzoek ingediende opmerkingen waren vervat. |
|
(175) |
De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. De gegevens hadden betrekking op de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(176) |
De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping. |
|
(177) |
De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde prijzen per eenheid, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. |
5.5.2. Macro-economische indicatoren
5.5.2.1.
|
(178) |
De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 6 Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(179) |
Wat de productiehoeveelheid van de producenten in de Unie betreft, lieten de gegevens in de periode van 2021 tot het einde van het TNO een gestage daling zien. De productie daalde van 29 432 ton in 2021 tot 25 166 ton in 2022, wat neerkomt op een daling van 14 %. Deze neerwaartse trend zette zich voort in 2023, waarbij de productie verder daalde tot 22 151 ton (d.w.z. een daling met 9 procentpunten ten opzichte van 2022) en vervolgens tot 20 774 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, wat neerkomt op een totale daling van 29 % ten opzichte van het niveau van 2021. |
|
(180) |
Gedurende deze periode bleef de productiecapaciteit constant op 61 500 ton. Bijgevolg daalde ook de bezettingsgraad in de loop der jaren. Zij begon met 48 % in 2021, daalde tot 41 % in 2022, daalde verder tot 36 % in 2023 en bereikte 34 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De daling van de bezettingsgraad weerspiegelde de daling van de productiehoeveelheden ten opzichte van de ongewijzigde productiecapaciteit. |
5.5.2.2.
|
(181) |
De verkoophoeveelheid en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 7 Verkoophoeveelheid en marktaandeel
|
|||||||||||||||||||||||||
|
(182) |
Wat het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie betreft, wezen de gegevens erop dat er sprake is van een gestage daling vanaf 2021 tot het einde van het TNO met een totale daling van 30 % tijdens de beoordelingsperiode. Deze daling is aanzienlijk sneller dan de daling van het verbruik, die in dezelfde periode met 22 % daalde. Tegelijkertijd daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie van 72 % in 2021 tot 64 % in het onderzoektijdvak, wat neerkomt op een daling van 8 procentpunt. |
5.5.2.3.
|
(183) |
Tegen de achtergrond van een dalend verbruik verloor de bedrijfstak van de Unie niet alleen verkoopvolumes in de Unie, maar ook marktaandeel, in tegenstelling tot de Chinese en Thaise invoer, die tijdens de beoordelingsperiode aan marktaandeel in de Unie won. |
5.5.2.4.
|
(184) |
De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 8 Werkgelegenheid en productiviteit
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(185) |
Wat de werkgelegenheid betreft, is er vanaf 2021 tot het einde van het TNO sprake van een duidelijke dalende trend in de werkgelegenheid, met een totale daling van ongeveer 15 % ten opzichte van 2021. Van 1 226 werknemers in 2021 werd het personeelsbestand in het tijdvak van het nieuwe onderzoek teruggebracht tot 1 039 werknemers. |
|
(186) |
Bovendien wezen de gegevens erop dat de productiviteit, gemeten in ton per werknemer, tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk daalde, met in totaal 17 %. Meer bepaald daalde de productiviteit van 24 ton per werknemer in 2021 tot 20 ton per werknemer in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
5.5.2.5.
|
(187) |
Zowel de Chinese als de Thaise dumpingmarges lagen aanzienlijk boven de de-minimisdrempel. De gevolgen van de hoogte van de werkelijke dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie waren aanzienlijk, gezien het volume en de prijzen van de invoer uit de VRC en Thailand. |
|
(188) |
Als gevolg van voortdurende oneerlijke prijsstelling door exporteurs uit de VRC en Thailand was het voor de bedrijfstak van de Unie ook onmogelijk om zich te herstellen van eerdere dumpingpraktijken. |
5.5.3. Micro-economische indicatoren
5.5.3.1.
|
(189) |
De gewogen gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 9 Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/ton)
|
||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(190) |
De ontwikkeling van de gemiddelde eenheidsprijs in de Unie tussen 2021 en het einde van het TNO vertoonde een duidelijke opwaartse trend. De prijzen stegen van [4 100-4 300 EUR] in 2021 aanzienlijk tot [5 100-5 300 EUR] in 2022 en bleven in 2023 stijgen tot [5 600-5 800 EUR], met een lichte verdere stijging in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De gemiddelde eenheidsprijs is over de gehele beoordelingsperiode gestegen met 36 %. |
|
(191) |
In overeenstemming met de trend van de verkoopprijzen in de Unie zijn ook de productiekosten per eenheid in dezelfde periode aanzienlijk gestegen. De kosten zijn in 2022 met 28 % en in 2023 met nog eens 6 procentpunten gestegen, en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek opnieuw marginaal omhooggegaan. In de beoordelingsperiode zijn de productiekosten met 35 % gestegen. |
5.5.3.2.
|
(192) |
De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 10 Gemiddelde loonkosten per werknemer
|
||||||||||||||||||||||
|
(193) |
Wat de loonkosten betreft, wezen de gegevens op een aanhoudende opwaartse trend in de gemiddelde loonkosten per werknemer in de periode van 2021 tot het einde van het TNO. De kosten stegen van [36 000 EUR-37 000 EUR] in 2021 met 6 % in 2022, gevolgd door een aanzienlijke stijging met 13 procentpunten in 2023 en ten slotte tot [47 000 EUR-48 000 EUR] in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. In de beoordelingsperiode stegen de loonkosten per werknemer met 31 %. |
5.5.3.3.
|
(194) |
De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 11 Voorraden
|
||||||||||||||||||||||
|
(195) |
Wat de eindvoorraden betreft, wezen de gegevens op een wisselende trend in de eindvoorraden in de periode van 2021 tot het einde van het TNO. In 2022 stegen de eindvoorraden met 30 % ten opzichte van 2021. In 2023 was er echter sprake van een daling met 11 procentpunten, met een herstel met 4 procentpunten in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. |
5.5.3.4.
|
(196) |
De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld: Tabel 12 Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
(197) |
De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen op de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet. |
|
(198) |
De gegevens maken uitdagende trends aanschouwelijk op het gebied van winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen vanaf 2021 tot het einde van het TNO. Aanvankelijk, in 2021, lag de winstgevendheid rond de rentabiliteitsdrempel, maar deze verslechterde in 2022 tot [– 4 % - – 2 %] en bleef in 2023 op hetzelfde niveau, alvorens in het tijdvak van het nieuwe onderzoek licht te verbeteren tot een nog steeds verliesgevend niveau van [– 3 % - –1 %]. De negatieve indicatoren in verband met winstgevendheid wijzen op een verslechtering van de prestaties ten opzichte van 2021. |
|
(199) |
De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De nettokasstroom schommelde aanzienlijk gedurende de beoordelingsperiode: deze daalde in 2022 tot een negatief bedrag van [–4 350 000 EUR - –4 050 000 EUR], als gevolg van een aanzienlijke uitstroom van kasmiddelen ten opzichte van 2021. In 2023 herstelde de nettokasstroom zich echter aanzienlijk tot [6 600 000-6 900 000 EUR], alvorens zich in het tijdvak van het nieuwe onderzoek te stabiliseren tot [5 000 000-5 300 000 EUR]. |
|
(200) |
De investeringsbedragen bleven in de loop der jaren relatief stabiel op [3 750 000-3 850 000 EUR] in 2021 en vertoonden lichte schommelingen, die in het tijdvak van het nieuwe onderzoek uitliepen tot [4 100 000-4 200 000 EUR], wat wijst op een matige stijging van de investeringsactiviteit met 9 % tijdens de beoordelingsperiode. Deze investeringen bleken voornamelijk verband te houden met de naleving van de arbeids- en milieuwetgeving. |
|
(201) |
Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Het begon positief in 2021 met [14-18 %]; stabiel gehouden in 2022; vervolgens daalde het rendement in 2023 dramatisch tot [– 4 % - – 2 %] en stabiliseerde het zich in het tijdvak van het nieuwe onderzoek tot [– 3 % - 1 %], als gevolg van een sterk lager investeringsrendement ondanks consistente investeringsniveaus. Over het geheel genomen wezen de gegevens op financiële instabiliteit, met langdurige perioden van verlieslatendheid, schommelingen in de kasstroom, stabiele investeringen en een dalend rendement van investeringen, wat erop duidt dat de producenten in de Unie tijdens de beoordelingsperiode met aanzienlijke operationele problemen worstelden. |
5.6. Conclusie over schade
|
(202) |
De meeste schade-indicatoren vertoonden tijdens de beoordelingsperiode een negatieve trend. |
|
(203) |
De productie van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode gedaald. Deze daling was toe te schrijven aan een daling van de verkoop op de markt van de Unie. In totaal is de productie met 29 % en de verkoop met 30 % gedaald in de beoordelingsperiode. Deze daling kwam tot uiting in een verlies aan marktaandeel, dat daalde van 72 % in 2021 tot 64 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, wat neerkomt op een totale daling van 8 procentpunten. Dit verlies aan marktaandeel kwam ten goede aan de invoer uit de VRC en Thailand in de beoordelingsperiode. |
|
(204) |
De bedrijfstak van de Unie kon de verloren verkoopvolumes op de markt van de Unie niet compenseren door de uitvoer op te voeren, aangezien de uitvoer in de beoordelingsperiode met 20 % daalde. |
|
(205) |
De productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie bleef in de beoordelingsperiode stabiel. De bezettingsgraad liep tijdens de beoordelingsperiode met 29 % terug in lijn met een gelijkwaardige daling van de productie. |
|
(206) |
De werkgelegenheid daalde tijdens de beoordelingsperiode met 15 %. De productiviteit ontwikkelde zich in overeenstemming met de wijzigingen in de productie en de werkgelegenheid, dat wil zeggen deze nam af met 17 % gedurende de beoordelingsperiode. |
|
(207) |
De gemiddelde productiekosten stegen aanzienlijk in 2022 (met 28 % ten opzichte van 2021) en bereikten een hoogtepunt in het tijdvak van het nieuwe onderzoek (met 35 % vanaf 2021). |
|
(208) |
De gemiddelde prijs van de producenten in de Unie steeg in de beoordelingsperiode met 36 %, om gelijke tred te houden met de stijging van de productiekosten. |
|
(209) |
De winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode afgenomen, aanzienlijk gedaald in 2022 en 2023, en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek licht verbeterd, waarbij negatieve indicatoren wijzen op een daling van de prestaties ten opzichte van 2021. |
|
(210) |
Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek in weerwil van de geldende antidumpingmaatregelen aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening. |
6. OORZAKELIJK VERBAND
|
(211) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit de betrokken landen aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie ook onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade kon hebben geleden. De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit de betrokken landen, niet aan de invoer met dumping werd toegeschreven. Die factoren zijn: de invoer uit andere landen dan de VRC en Thailand, de uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie, de daling van het verbruik en de stijgende kosten. |
6.1. Gevolgen van de invoer met dumping
|
(212) |
De Commissie heeft onderzocht of er een oorzakelijk verband was tussen de invoer met dumping en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade. Tijdens de beoordelingsperiode steeg het marktaandeel van de invoer van het soortgelijke product met dumping uit de VRC en Thailand. Het marktaandeel van de VRC bedroeg 19 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, tegenover 18 % in 2021; terwijl het marktaandeel van Thailand in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 4 % bedroeg, tegenover 3 % in 2021. Deze stijging deed zich voor ondanks de geldende antidumpingmaatregelen en het met 22 % aanzienlijk verminderde verbruik in de Unie. |
|
(213) |
De absolute hoeveelheid uit de VRC ingevoerde producten daalde met 15 %, d.w.z. tot een lager niveau dan het dalende verbruik in de Unie. De absolute hoeveelheid uit Thailand ingevoerde producten steeg met 10 %. Tegelijkertijd daalde het verkoopvolume van de producenten in de Unie ondanks de geldende antidumpingmaatregelen met 30 %. |
|
(214) |
De prijzen van de invoer uit de VRC stegen in de beoordelingsperiode met 17 %, terwijl de prijzen van de invoer uit Thailand in dezelfde periode met 1 % daalden. De verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie daarentegen zijn tijdens de beoordelingsperiode met 36 % gestegen. |
6.2. Gevolgen van andere factoren
|
(215) |
Uit de schadeanalyse is gebleken dat het marktaandeel van de invoer uit de VRC en Thailand in de Unie is toegenomen ondanks de geldende antidumpingmaatregelen en het dalende verbruik in de Unie. Dit viel samen met de verslechtering van de indicatoren met betrekking tot de financiële prestaties van de bedrijfstak van de Unie, zoals een daling van de winstgevendheid, wat leidde tot aanzienlijke verliezen tijdens de beoordelingsperiode. De toename van het marktaandeel van de invoer uit de VRC en Thailand ging ten koste van de bedrijfstak van de Unie, die verkoopvolume en marktaandeel verloor. |
|
(216) |
De Commissie heeft onderscheid gemaakt tussen en afzonderlijk gekeken naar de gevolgen van alle bekende factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie en de schadelijke effecten van de invoer met dumping. |
|
(217) |
De markt van de Unie is tijdens de beoordelingsperiode met 22 % gekrompen, wat wordt toegeschreven aan een tragere economische groei en hoge energieprijzen. Het marktaandeel van de producenten in de Unie nam echter onevenredig af in verhouding tot de stijging van de invoer uit de VRC, Thailand en andere landen. |
|
(218) |
Bovendien hadden de producenten in de Unie te maken met een aanzienlijke stijging van de productiekosten met 35 %. Hoewel zij erin slaagden hun verkoopprijzen op evenredige wijze te verhogen, waren zij gedurende het grootste deel van de beoordelingsperiode niet in staat de kosten te dekken. |
|
(219) |
Dit werd niet alleen veroorzaakt door de toename van de invoer uit de VRC en Thailand, maar ook en vooral door de invoer uit andere derde landen, met name uit Indonesië, die tijdens de beoordelingsperiode aanzienlijk toenam (van 3,9 % tot 7,2 % marktaandeel) tegen prijsonderbiedingsniveaus. |
|
(220) |
Bovendien lieten de uitvoerprestaties van de producenten in de Unie in de beoordelingsperiode een daling van 20 % zien. Aangezien de uitvoer slechts 9 % van hun totale verkoop vertegenwoordigde, had de verminderde uitvoer een negatief maar beperkt effect op de schade voor de bedrijfstak. |
|
(221) |
Daarom concludeerde de Commissie dat de invoer met dumping uit de VRC en Thailand bijdroeg tot de aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek; andere factoren, met name de invoer uit Indonesië en de verslechterende uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie, kunnen echter ook gevolgen hebben gehad voor de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade. Om die reden besloot de Commissie nader te onderzoeken of het waarschijnlijk was dat de door de invoer met dumping uit de VRC en Thailand veroorzaakte schade zou voortduren indien de maatregelen zouden komen te vervallen. |
7. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN SCHADE
|
(222) |
Zoals door de Commissie aangegeven in overweging 210, heeft de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade geleden. Derhalve heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening beoordeeld of voortzetting of herhaling van door de invoer met dumping uit de VRC en Thailand veroorzaakte schade waarschijnlijk is, mochten de maatregelen komen te vervallen. |
|
(223) |
In dit verband heeft de Commissie de volgende elementen onderzocht:
|
7.1. Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC en Thailand
|
(224) |
Zoals blijkt uit de punten 4.1.1 en 4.2.1 hierboven, heeft de Commissie zich gebaseerd op informatie uit het verzoek en het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en vastgesteld dat zowel de VRC als Thailand over aanzienlijke productiecapaciteit beschikten die tegen dumpingprijzen in nog grotere hoeveelheden op de markt van de Unie zou kunnen worden afgezet indien de antidumpingmaatregelen zouden worden beëindigd. |
7.2. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie
|
(225) |
Zoals blijkt uit de punten 4.1.2 en 4.2.2 hierboven, heeft de Commissie geconcludeerd dat de markt van de Unie vanwege de aanhoudende aanwezigheid van invoer met dumping uit de VRC en Thailand en het toegenomen marktaandeel ervan op de markt van de Unie tijdens de beoordelingsperiode aantrekkelijk blijft voor producenten uit de VRC en Thailand. |
7.3. Prijsonderbieding
|
(226) |
De gemiddelde prijzen bij invoer in de Unie uit de VRC en Thailand in het tijdvak van het nieuwe onderzoek waren aanzienlijk lager dan de gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie. Zoals uiteengezet in overweging 166, onderboden de Chinese en Thaise prijzen de prijzen van de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met respectievelijk 26 % en 48 %, na betaling van de antidumpingrechten. |
|
(227) |
Indien de maatregelen zouden komen te vervallen, zou de prijsonderbieding stijgen tot 47 % voor de invoer uit de VRC en 55 % voor de invoer uit Thailand. |
7.4. Conclusie
|
(228) |
Gezien het bovenstaande, heeft de Commissie geconcludeerd dat de intrekking van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping uit de VRC en Thailand tegen schadeveroorzakende prijzen, waardoor de bedrijfstak van de Unie nog meer schade zou lijden. Daardoor zou de levensvatbaarheid van de bedrijfstak van de Unie ernstig in gevaar komen. |
8. BELANG VAN DE UNIE
|
(229) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een afweging van alle betrokken belangen, met inbegrip van die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en gebruikers. |
8.1. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(230) |
Uit het onderzoek is gebleken dat als de maatregelen zouden komen te vervallen, dit waarschijnlijk een aanzienlijk negatief effect op de bedrijfstak van de Unie zou hebben. De situatie van de bedrijfstak van de Unie zou snel verslechteren in de zin van een verkoopdaling en lagere prijzen, waardoor de winstgevendheid sterk zou dalen. Bij voortzetting van de maatregelen zou de bedrijfstak van de Unie zijn potentieel volledig kunnen benutten op de markt van de Unie met een gelijk speelveld. |
|
(231) |
Daarom is het handhaven van de geldende antidumpingmaatregelen in het belang van de bedrijfstak van de Unie. |
8.2. Belang van niet-verbonden importeurs
|
(232) |
De Commissie heeft contact opgenomen met alle haar bekende niet-verbonden importeurs en hen verzocht aan dit onderzoek mee te werken. Geen enkele importeur heeft medewerking verleend. |
|
(233) |
In het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld dat, gezien de winsten en de bevoorradingsbronnen van de importeurs, een eventueel negatief effect van de instelling van maatregelen ten aanzien van de importeurs niet buitensporig groot zou zijn. |
|
(234) |
In het huidige onderzoek beschikt de Commissie, net als in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, niet over bewijs van het tegendeel en kan bijgevolg worden bevestigd dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis hebben gehad op de financiële situatie van de importeurs en dat voortzetting van de maatregelen voor hen geen ernstige gevolgen zou hebben. |
8.3. Belang van de gebruikers
|
(235) |
De Commissie heeft contact opgenomen met alle bekende gebruikers in dit onderzoek en hen uitgenodigd mee te werken. Geen van de gebruikers heeft zijn medewerking verleend. |
|
(236) |
In het dossier van het huidige onderzoek is geen bewijs te vinden waaruit zou blijken dat de geldende maatregelen voor gebruikers negatieve gevolgen hebben gehad. Het aandeel van het onderzochte product in de totale kosten van de nieuwe constructie of installatie is beperkt. |
|
(237) |
Op grond hiervan wordt bevestigd dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis hebben gehad op de financiële situatie van de gebruikers en dat voortzetting van de maatregelen voor hen geen ernstige gevolgen zou hebben. |
8.4. Conclusie betreffende het belang van de Unie
|
(238) |
Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat er op grond van artikel 21 van de basisverordening geen dwingende redenen waren waarom het niet in het belang van de Unie zou zijn om de bestaande maatregelen ten aanzien van gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de VRC en Thailand te handhaven. |
9. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(239) |
Gelet op de conclusies van de Commissie inzake de voortzetting van dumping, de voortzetting van schade en het belang van de Unie moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de VRC en Thailand, worden gehandhaafd. |
|
(240) |
Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten en vrijstellingen van uitbreiding van de maatregelen na antiontwijkingsonderzoeken te garanderen. |
|
(241) |
Individuele antidumpingrechten of vrijstellingen zijn alleen van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd. Deze factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 3, van deze verordening vastgestelde vereisten. Totdat een dergelijke factuur is voorgelegd, moet de invoer worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer”. |
|
(242) |
Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten en vrijstellingen te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. |
|
(243) |
Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle vereisten van artikel 1, lid 3, van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht of de vrijstelling vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving. |
|
(244) |
Indien de uitvoer door een van de ondernemingen waarvoor een lager individueel recht geldt, na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van de maatregelen worden geopend. Hierbij kan worden onderzocht of het nodig is een individueel recht of individuele rechten in te trekken en een voor het gehele land geldend recht in te stellen. |
|
(245) |
De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong uit de VRC en Thailand is en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Op de invoer van het onderzochte product dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die aan de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, moet het recht van toepassing zijn dat geldt voor “alle overige invoer”. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten. |
|
(246) |
Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om verdere toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (39). Het moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging geen invloed heeft op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. |
|
(247) |
Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen. |
|
(248) |
Een exporteur of producent die het betrokken product in de periode die wordt gebruikt voor de vaststelling van de hoogte van het momenteel op zijn uitvoer toepasselijke recht niet naar de Unie heeft uitgevoerd, kan de Commissie verzoeken om toepassing van het antidumpingrecht voor niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. De Commissie moet een dergelijk verzoek inwilligen mits aan drie voorwaarden wordt voldaan. De nieuwe producent-exporteur zou moeten aantonen dat: i) hij het betrokken product niet naar de Unie heeft uitgevoerd in de periode die werd gebruikt voor de vaststelling van het niveau van het recht dat momenteel van toepassing is op zijn uitvoer; ii) hij niet verbonden is met een onderneming die dat wel heeft gedaan en dus onderworpen is aan de antidumpingrechten, en iii) hij het betrokken product daarna heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om dit in aanzienlijke hoeveelheden te doen. |
|
(249) |
Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (40) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand. |
|
(250) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7307 19 10 (Taric-code 7307 19 10 10 en 7307 19 10 20) en van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand. De volgende producten blijven buiten beschouwing: binnenringen van knelkoppelingen met metrisch schroefdraad overeenkomstig ISO DIN 13; ronde aansluitdozen van smeedbaar ijzer, met schroefdraad, zonder deksel; T-stukken van nodulair ijzer met rubberafdichting en een uitgangsopening; gegroefde eindkappen van nodulair ijzer voor gebruik op gegroefde stalen buizen met van schroefdraad voorziene uitgangsopening; verloopstukken van nodulair ijzer met een van schroefdraad voorzien uiteinde; T-vormige verloopstukken van nodulair ijzer met een van schroefdraad voorziene uitgangsopening; afdekzadels van nodulair ijzer zonder een van schroefdraad voorziene uitgangsopening die worden gebruikt om een gat in een buisleiding af te dichten.
2. Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:
|
Land |
Onderneming |
Antidumpingrecht |
Aanvullende Taric-code |
|
China |
Hebei Jianzhi Casting Group Ltd |
57,8 % |
B335 |
|
|
Jinan Meide Casting Co., Ltd |
36,0 % |
B336 |
|
|
Qingdao Madison Industrial Co., Ltd |
24,6 % |
B337 |
|
|
Andere meewerkende ondernemingen opgenomen in de bijlage |
41,1 % |
|
|
|
Alle overige invoer van oorsprong uit de VRC |
57,8 % |
B999 |
|
Thailand |
BIS Pipe Fitting Industry Co. Ltd |
15,5 % |
B347 |
|
|
Siam Fittings Co., Ltd |
14,9 % |
B348 |
|
|
Alle overige invoer van oorsprong uit Thailand |
15,5 % |
B999 |
3. De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die als volgt luidt: “Ondergetekende verklaart dat (hoeveelheid) (onderzocht product) die naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in (betrokken land). Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.” Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor alle andere ondernemingen geldt.
4. Artikel 1, lid 2, kan worden gewijzigd om nieuwe producenten-exporteurs toe te voegen en hen te onderwerpen aan het passende gewogen gemiddelde antidumpingrecht voor niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. Een nieuwe producent-exporteur toont met bewijs aan dat:
|
a) |
hij de in artikel 1, lid 1, beschreven goederen van oorsprong uit de VRC of Thailand tussen 1 januari en 31 december 2011 (“het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek”) niet heeft uitgevoerd; |
|
b) |
hij niet verbonden is met een exporteur of producent op wie de bij deze verordening ingestelde maatregelen van toepassing zijn en die heeft meegewerkt of had kunnen meewerken aan het onderzoek dat tot het recht heeft geleid, en |
|
c) |
hij het onderzochte product van oorsprong uit de VRC of Thailand daadwerkelijk heeft uitgevoerd dan wel een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren na het verstrijken van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek. |
5. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 18 september 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 430/2013 van de Raad van 13 mei 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand en tot beëindiging van de procedure ten aanzien van Indonesië (PB L 129 van 14.5.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/430/oj).
(3) PB C 398 van 28.10.2016, blz. 57.
(4) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1146 van de Commissie van 28 juni 2017 betreffende het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en vervaardigd door Jinan Meide Castings Co., Ltd (PB L 166 van 29.6.2017, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2017/1146/oj).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1176 van de Commissie van 18 juli 2016 tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek betreffende de invoer van bepaalde gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand (PB L 193 van 19.7.2016, blz. 115, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2016/1176/oj).
(6) Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/52 van de Commissie van 11 januari 2018 tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek betreffende de invoer van bepaalde gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand (PB L 7 van 12.1.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2018/52/oj).
(7) Arrest van het Hof van Justitie van 12 juli 2018, Profit Europe NV/Belgische Staat, C-397/17 en C-398/17, ECLI:EU:C:2018:564.
(8) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/262 van de Commissie van 14 februari 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 430/2013 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand en tot beëindiging van de procedure ten aanzien van Indonesië (PB L 44 van 15.2.2019, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/262/oj).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1259 van de Commissie van 24 juli 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 197 van 25.7.2019, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1259/oj).
(10) Arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 20 september 2019, Jinan Meide Casting/Commissie, T-650/17, ECLI:EU:T:2019:644.
(11) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1210 van de Commissie van 19 augustus 2020 betreffende het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en vervaardigd door Jinan Meide Castings Co., Ltd, naar aanleiding van het arrest van het Gerecht in zaak T-650/17 (PB L 274 van 21.8.2020, blz. 20, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/1210/oj).
(12) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/2202 van de Commissie van 16 oktober 2023 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1259 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand (PB L, 2023/2202, 17.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/2202/oj).
(13) PB C, C/2023/387, 25.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/387/oj.
(14) PB C, C/2024/4656, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4656/oj.
(15) Zie: https://www.chinaisa.org.cn/gxportal/xfgl/portal/index.html.
(16) Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie van 11 juli 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op platbulbstaal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Turkije (PB L 177 van 12.7.2023, blz. 63, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1444/oj).
(17) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1259 van de Commissie van 24 juli 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 197 van 25.7.2019, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1259/oj), overweging 90.
(18) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie van 6 juni 2024 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden vanuit Marokko en de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1666/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie van 11 juli 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op platbulbstaal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Turkije (PB L 177 van 12.7.2023, blz. 63, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1444/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie van 11 januari 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op navulbare vaten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China (http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/100/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie van 26 oktober 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde koudgewalste platte staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/2068/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie van 16 februari 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde soorten ijzeren of stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/191/oj).
(19) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 80; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 208.
(20) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 60; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 38; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 192.
(21) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overwegingen 66, 67 en 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 40; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overwegingen 193 en 194. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de cellen van de Chinese Communistische Partij (“CCP”) in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, een ander kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van ondernemingen kan mengen. Volgens het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie worden opgezet (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. De CCP heeft haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen echter in elk geval sinds 2016 nadrukkelijker als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de gehele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het onderzochte product en de leveranciers van de inputs ervan.
(22) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overwegingen 61-65; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 59; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 43; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 68; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overwegingen 195-201.
(23) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 62; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 52; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 74; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 202.
(24) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 72; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 33; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 74; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 203.
(25) Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie, overweging 73; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/191 van de Commissie, overweging 204.
(26) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1259 van de Commissie van 24 juli 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op gegoten hulpstukken (fittings) voor buisleidingen, van smeedbaar gietijzer en nodulair gietijzer, met schroefdraad, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Thailand, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 197 van 25.7.2019, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1259/oj).
(27) Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations”, 10 april 2024, SWD(2024) 91 final.
(28) World Bank Open Data – Upper Middle Income (https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income).
(29) Indien het onderzochte product in geen enkel land met een soortgelijk ontwikkelingsniveau wordt vervaardigd, kan er ook worden gekeken naar de fabricage van een product dat tot dezelfde algemene categorie en/of sector als het onderzochte product behoort.
(30) “Straalgrit” is de vakterm voor het granulaat dat wordt gebruikt in het gritstraalproces.
(31) Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj). Volgens artikel 2, lid 7, van de basisverordening kunnen de binnenlandse prijzen in die landen niet worden gebruikt voor de vaststelling van de normale waarde.
(32) https://app.bot.or.th/BTWS_STAT/statistics/BOTWEBSTAT.aspx?reportID=636&language=ENG, en met name het gemiddelde loon per bedrijfstak (ISIC Rev.4) voor de be- en verwerkende industrie, in het onderzoektijdvak. De gegevens werden vervolgens verhoogd met 5,2 % sociale lasten voor de werkgever en nog eens 5 % sociale lasten voor de werknemer (bron: https://www.papayaglobal.com/countrypedia/country/thailand).
(33) https://www.papayaglobal.com/countrypedia/country/thailand/.
(34) Provincial Electricity Authority Data May 2023, Time of use tariff (TOU tariff) — Large General Service), Voltage level below 22 Kv (https://www.pea.co.th/sites/default/files/documents/tariff/EN_Electricity_Tariffs_May_2023.pdf).
(35) https://www.mea.or.th/en/our-services/tariff-calculation/latestft.
(36) Ministerie van Energie — Energy Policy and Planning Office (tabel 7.2-4) https://www.eppo.go.th/index.php/en/en-energystatistics/energy-economy-static.
(37) Zie punt 5.1 van het verzoek.
(38) https://www.jianzhipipefitting.com/about-us/, geraadpleegd op 3 juni 2025.
(39) Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.
(40) Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
BIJLAGE
Niet in de steekproef opgenomen meewerkende producenten-exporteurs in de VRC
|
Naam van de onderneming |
Aanvullende Taric-code |
|
Hebei XinJia Casting Co., Ltd |
B338 |
|
Shijiazhuang Donghuan Malleable Iron Castings Co., Ltd |
B339 |
|
Linyi Oriental Pipe Fittings Co., Ltd |
B340 |
|
China Shanxi Taigu County Jingu Cast Co., Ltd |
B341 |
|
Yutian Yongli Casting Factory Co., Ltd |
B342 |
|
Langfang Pannext Pipe Fitting Co., Ltd |
B343 |
|
Tangshan Daocheng Casting Co., Ltd |
B344 |
|
Tangshan Fangyuan Malleable Steel Co., Ltd |
B345 |
|
Taigu Tongde Casting Co., Ltd |
B346 |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1890/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)