|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/1875 |
18.9.2025 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2025/1875 VAN DE COMMISSIE
van 16 september 2025
tot goedkeuring van de rekeningen van het betaalorgaan van Nederland wat betreft de uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven voor het begrotingsjaar 2021
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2025) 6214)
(Slechts de tekst in de Nederlandse taal is authentiek)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (1), en met name artikel 104, lid 1, punt a),
Gezien Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (2), en met name artikel 51,
Na raadpleging van het Comité voor de landbouwfondsen,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In artikel 104, lid 1, tweede alinea, punt a), van Verordening (EU) 2021/2116 is bepaald dat artikel 4, lid 1, punt b), artikel 5, artikel 7, lid 3, de artikelen 9, 17, 21 en 34, artikel 35, lid 4, de artikelen 36, 37, 38, 40 tot en met 43, 51, 52, 54, 56, 59, 63, 64, 67, 68, 70 tot en met 75, 77, 91 tot en met 97, 99 en 100, artikel 102, lid 2, en de artikelen 110 en 111 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van toepassing blijven wat het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) betreft, met betrekking tot de uitgaven en betalingen die zijn gedaan voor het begrotingsjaar 2021. |
|
(2) |
In artikel 64, tweede alinea, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie (3) is bepaald dat artikel 2, artikel 3, lid 1, eerste alinea, artikel 3, lid 2, artikel 4, lid 1, punt b), de artikelen 5, 6 en 7, de artikelen 21 tot en met 25, de artikelen 27, 28 en 29, artikel 30, lid 1, eerste alinea, punten a), b) en c), artikel 30, leden 2, 3 en 4, en de artikelen 31 tot en met 40 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie (4) van toepassing blijven wat het ELGF betreft, met betrekking tot de uitgaven en betalingen die zijn gedaan voor het begrotingsjaar 2021. |
|
(3) |
In artikel 64, tweede alinea, punt c), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 is bepaald dat de bijlagen II en III bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van toepassing blijven voor de doeleinden van artikel 32, punten f) en g), van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 voor het begrotingsjaar 2021. |
|
(4) |
Bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/820 van de Commissie (5) zijn de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten wat betreft de door het ELGF gefinancierde uitgaven voor het begrotingsjaar 2021 goedgekeurd, met uitzondering van die van het Nederlandse betaalorgaan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. |
|
(5) |
Nadat nieuwe informatie is toegezonden en aanvullende controles zijn verricht, kan de Commissie een besluit nemen over de volledigheid, de nauwkeurigheid en de waarheidsgetrouwheid van de rekeningen van het Nederlandse betaalorgaan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland wat de uit het ELGF gefinancierde uitgaven voor het begrotingsjaar 2021 betreft. |
|
(6) |
Krachtens artikel 33, lid 2, eerste alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 moet het bedrag dat als gevolg van het in artikel 33, lid 1, van die uitvoeringsverordening bedoelde besluit tot goedkeuring van de rekeningen moet worden teruggevorderd van of betaald aan elke lidstaat, worden vastgesteld door de maandelijkse betalingen voor het betrokken begrotingsjaar af te trekken van de overeenkomstig dat artikel 33, lid 1, voor hetzelfde jaar erkende uitgaven. Dat bedrag moet door de Commissie worden afgetrokken van of opgeteld bij de maandelijkse betaling voor de uitgaven die zijn gedaan in de tweede maand na het besluit tot goedkeuring van de rekeningen. |
|
(7) |
Op grond van artikel 40, eerste alinea, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, in samenhang met artikel 5, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie (6), moet de Commissie, wanneer betalingen na de laatst mogelijke betalingsdatum zijn verricht, het bedrag van de aan de lidstaten toegekende maandelijkse betalingen verlagen en het financiële effect van de verlaging naar evenredigheid van de bij de betaling ontstane vertraging differentiëren door toepassing van de in artikel 5, leden 2 en 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 vastgestelde percentages. Overeenkomstig artikel 5, lid 5, tweede alinea, van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 moet met overschrijdingen van betalingstermijnen rekening worden gehouden uiterlijk in het besluit tot goedkeuring van de rekeningen. Een deel van de door de betrokken lidstaat voor het begrotingsjaar 2021 gedeclareerde uitgaven is na de uiterste betalingsdatum verricht. Daarom moeten de betrokken verlagingen bij dit besluit worden vastgesteld. |
|
(8) |
De Commissie heeft uit hoofde van de artikelen 51 en 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 de desbetreffende maandelijkse betalingen voor de betrokken lidstaat voor het begrotingsjaar 2021 al verlaagd met de bedragen die aan het ELGF verschuldigd waren als gevolg van de door de Commissie in het begrotingsjaar 2020 uitgevoerde financiële en conformiteitsgoedkeuringsbesluiten. Dergelijke bedragen worden in dit besluit in aanmerking genomen. |
|
(9) |
Op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de financiële gevolgen van niet-inning van een in verband met onregelmatigheden teruggevorderd bedrag voor 50 % door de betrokken lidstaat worden gedragen indien geen inning heeft plaatsgevonden binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum als over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank. Krachtens artikel 54, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moeten de lidstaten een gecertificeerde tabel met de bedragen die zij op grond van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 zelf moeten dragen, bijvoegen bij de jaarrekeningen die zij op grond van artikel 29 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bij de Commissie moeten indienen. Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de verplichting van de lidstaten om de te innen bedragen mee te delen, zijn vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014. Bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 bevat het model voor de tabel waarin de lidstaten informatie over de te innen bedragen moeten verstrekken. Op basis van de door de lidstaten ingevulde tabellen moet de Commissie een besluit vaststellen over de financiële gevolgen van de bedragen die in verband met onregelmatigheden zijn teruggevorderd, maar na vier of na acht jaar nog niet zijn geïnd. |
|
(10) |
Op grond van artikel 54, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kunnen de lidstaten in behoorlijk gemotiveerde gevallen besluiten de terugvordering niet voort te zetten. Een dergelijk besluit kan alleen worden genomen indien het totaal van de reeds gemaakte en de nog te verwachten terugvorderingskosten hoger is dan het te innen bedrag of indien de terugvordering onmogelijk blijkt als gevolg van de overeenkomstig het nationale recht geconstateerde en erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid. Als het besluit is genomen binnen vier jaar na de datum van de terugvordering of binnen acht jaar na die datum indien over de terugvordering een zaak is aangespannen bij een nationale rechtbank, worden de financiële gevolgen van de niet-inning voor 100 % door de begroting van de Unie gedragen. Indien een bepaalde lidstaat besluit de terugvordering niet voort te zetten, moeten de desbetreffende bedragen en de redenen voor dat besluit worden opgenomen in het samenvattend verslag als bedoeld in artikel 54, lid 4, van die verordening. Deze bedragen mogen niet ten laste van de betrokken lidstaten worden gebracht en worden dus gedragen door de begroting van de Unie. |
|
(11) |
Bij de goedkeuring van de rekeningen van het betrokken betaalorgaan moet de Commissie rekening houden met de bedragen die op grond van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/820 — waarvan kennisgeving is geschied onder nummer C(2022) 3307 — reeds de betrokken lidstaat zijn onthouden. |
|
(12) |
Overeenkomstig artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 moet dit besluit de besluiten die de Commissie later kan nemen om niet overeenkomstig de Unievoorschriften gedane uitgaven aan Uniefinanciering te onttrekken, onverlet laten, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De rekeningen van het Nederlandse betaalorgaan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland betreffende de uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven voor het begrotingsjaar 2021 worden goedgekeurd.
De bedragen die op grond van dit besluit moeten worden teruggevorderd van of betaald aan Nederland, met inbegrip van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013, zijn vermeld in de bijlage bij dit besluit.
Artikel 2
Dit besluit doet geen afbreuk aan latere conformiteitsgoedkeuringsbesluiten die de Commissie krachtens artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 kan nemen om uitgaven die niet overeenkomstig de Unievoorschriften zijn gedaan, aan Uniefinanciering te onttrekken.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk der Nederlanden.
Gedaan te Brussel, 16 september 2025.
Voor de Commissie
Christophe HANSEN
Lid van de Commissie
(1) PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2116/oj).
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1306/oj).
(3) Uitvoeringsverordening (EU) 2022/128 van de Commissie van 21 december 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, controles, zekerheden en transparantie (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 131, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/128/oj).
(4) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie van 6 augustus 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft betaalorganen en andere instanties, financieel beheer, goedkeuring van de rekeningen, voorschriften inzake controles, zekerheden en transparantie (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 59, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2014/908/oj).
(5) Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/820 van de Commissie van 24 mei 2022 inzake de goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen van de lidstaten betreffende de uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) gefinancierde uitgaven over het begrotingsjaar 2021 (PB L 146, 25.5.2022, blz. 111, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2022/820/oj).
(6) Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de betaalorganen en andere instanties, het financieel beheer, de goedkeuring van de rekeningen, de zekerheden en het gebruik van de euro (PB L 255 van 28.8.2014, blz. 18, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2014/907/oj).
BIJLAGE
Goedkeuring van de rekeningen van de betaalorganen
Begrotingsjaar 2021
Van de lidstaat terug te vorderen of aan de lidstaat te betalen bedrag
|
Lidstaat |
|
2021 — Uitgaven/bestemmingsontvangsten van de betaalorganen waarvan de rekeningen zijn |
Totaal a + b |
Verlagingen en schorsingen voor het gehele begrotingsjaar (1) |
In rekening te brengen bedrag overeenkomstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 |
Totaal na verlagingen en schorsingen |
Betalingen aan de lidstaat voor het begrotingsjaar |
Van de lidstaat terug te vorderen (-) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag |
Bedrag dat is teruggevorderd van (-) of betaald aan (+) de lidstaat in het kader van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/820 van de Commissie |
Van de lidstaat terug te vorderen (-) of aan de lidstaat te betalen (+) bedrag (2) |
|
|
|
goedgekeurd |
afgesplitst |
|||||||||
|
|
= in de jaardeclaratie opgenomen uitgaven/bestemmingsontvangsten |
= totaal van de in de maanddeclaraties opgenomen uitgaven/bestemmingsontvangsten |
|||||||||
|
|
|
a |
b |
c = a + b |
d |
e |
f = c + d + e |
g |
h = f - g |
i |
j = h - i |
|
NL |
EUR |
701 629 146,56 |
0,00 |
701 629 146,56 |
-1 637 213,40 |
-2 145,92 |
699 989 787,24 |
699 838 828,37 |
150 958,87 |
0,00 |
150 958,87 |
|
Lidstaat |
|
|
|
|
Totaal (= j) |
|
|
Uitgaven (3) |
Bestemmingsontvangsten (3) |
Artikel 54, lid 2 |
||
|
|
08 02 06 01 |
62 00 |
62 00 |
||
|
|
k |
l |
m |
n = k + l + m |
|
|
NL |
EUR |
179 241,64 |
-26 136,85 |
-2 145,92 |
150 958,87 |
|
(1) |
De verlagingen en schorsingen omvatten die welke in het kader van de regeling voor de betalingen zijn verricht, en voorts met name de correcties wegens de overschrijdingen van de betalingstermijn en andere verlagingen zoals bedoeld in artikel 41 van Verordening (EU) nr. 1306/2013. |
|
(2) |
Voor de berekening van het van de lidstaat terug te vorderen of aan de lidstaat te betalen bedrag wordt uitgegaan van het totaal van de jaardeclaratie voor de goedgekeurde uitgaven en het totaal van de maandelijkse betalingen verricht voor de goedgekeurde uitgaven. |
|
(3) |
Post 08 02 06 01 moet overeenkomstig artikel 43 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 worden onderverdeeld in negatieve correcties, die bestemmingsontvangsten in hoofdstuk 62 00 worden, en positieve correcties ten gunste van een LS, die nu aan de uitgavenzijde van 08 02 06 01 moeten worden opgenomen. |
|
Opmerking: |
Nomenclatuur 2025: 08 02 06 01, 62 00 |
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2025/1875/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)