European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1784

10.9.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/1784 VAN DE COMMISSIE

van 9 september 2025

tot verlening van een vergunning voor capsaïcine als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De verlening van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding, met inbegrip van de redenen en procedures voor het verlenen van dergelijke vergunningen, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor de verlening van een vergunning voor capsaïcine ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste nadere gegevens en documenten waren bij de aanvraag gevoegd.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor capsaïcine als toevoegingsmiddel voor diervoeding voor alle diersoorten, waarbij is verzocht dat toevoegingsmiddel in te delen in de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”.

(4)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 18 maart 2025 (2) geconcludeerd dat capsaïcine onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden veilig is voor alle diersoorten, de consument en het milieu. Zij heeft ook geconcludeerd dat capsaïcine irriterend voor de luchtwegen en de huid is en verondersteld wordt irriterend voor de ogen te zijn. Capsaïcine is niet huidallergeen. Ten slotte wordt elke blootstelling van gebruikers aan capsaïcine als een risico beschouwd. De EFSA heeft verder geconcludeerd dat, aangezien capsaïcine is erkend als aroma voor levensmiddelen en de functie ervan in diervoeders in wezen dezelfde is als in levensmiddelen, de werkzaamheid ervan niet verder hoeft te worden aangetoond. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen achtte de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het verslag over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel voor diervoeding geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Gezien het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat capsaïcine aan de in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vermelde voorwaarden voldoet. Bijgevolg moet het gebruik van dat toevoegingsmiddel voor alle diersoorten worden toegestaan. Capsaïcine is een toevoegingsmiddel met zoötechnische en geneeskrachtige effecten, zoals positieve effecten op de prestaties of bescherming tegen bepaalde ziekteverwekkers. Om te voorkomen dat het toevoegingsmiddel in doses wordt gebruikt die tot dergelijke zoötechnische of geneeskrachtige effecten op dieren kunnen leiden, moet een maximumgehalte aan capsaïcine in diervoeders worden vastgesteld. Daarnaast is de Commissie van oordeel dat passende beschermende maatregelen moeten worden genomen om ongunstige gevolgen voor de gezondheid van de gebruikers van het toevoegingsmiddel te voorkomen.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Vergunningverlening

Voor de in de bijlage gespecificeerde stof, die behoort tot de categorie “sensoriële toevoegingsmiddelen” en de functionele groep “aromatische stoffen”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor diervoeding verleend.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 september 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1831/oj.

(2)   EFSA Journal 2025; 23:e9340, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.2903/j.efsa.2025.9340.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel voor diervoeding

Toevoegingsmiddel

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Overige bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

mg werkzame stof/kg volledig diervoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: sensoriële toevoegingsmiddelen. Functionele groep: aromatische stoffen.

2b92458

Capsaïcine

Samenstelling van het toevoegingsmiddel

Capsaïcine

Vaste vorm

Karakterisering van de werkzame stof

Capsaïcine

Geproduceerd door chemische synthese

Chemische formule: C18H27NO3

CAS-nr.: 404-86-4

FEMA-nummer: 3404

Zuiverheid: min. 98 %

Verhouding (E)-capsaïcine (trans-capsaïcine) tot (Z)-capsaïcine (cis-capsaïcine) (E)/(Z)-capsaïcine: ≥ 6:1

Analysemethode  (1)

Voor de bepaling van capsaïcine in het toevoegingsmiddel voor diervoeding, de voormengsels en mengvoeders: hogedrukvloeistofchromatografie met spectrofotometrische detectie

(HPLC-UV)

Pluimvee

 

 

6,5

1.

Het toevoegingsmiddel moet als voormengsel in het diervoeder worden verwerkt.

2.

In de aanwijzingen voor het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels moeten de opslagomstandigheden en de stabiliteit bij warmtebehandeling worden vermeld.

3.

De exploitanten van diervoederbedrijven moeten operationele procedures en organisatorische maatregelen vaststellen voor de gebruikers van het toevoegingsmiddel en voormengsels om met de mogelijke risico’s bij gebruik ervan om te gaan. Indien die risico’s met deze procedures en maatregelen niet kunnen worden geëlimineerd, moeten bij het gebruik van het toevoegingsmiddel en de voormengsels persoonlijke beschermingsmiddelen voor de luchtwegen, de huid en de ogen worden gebruikt.

30 september 2035

Siervogels

 

 

6,5

Varkens

 

 

6,5

Herkauwers en kameelachtigen

 

 

6,5

Paardachtigen

 

 

6,5

Hazen en konijnen

 

 

6,5

Zalmachtigen en minder gangbare vissen

 

 

6,5

Siervissen

 

 

6,5

Honden

 

 

6,5

Katten

 

 

5,3

Andere soorten en categorieën

 

 

5,3


(1)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op de website van het referentielaboratorium: https://joint-research-centre.ec.europa.eu/eurl-fa-eurl-feed-additives/eurl-fa-authorisation/eurl-fa-evaluation-reports_en.


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1784/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)