European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1771

11.9.2025

BESLUIT (EU) 2025/1771 VAN DE COMMISSIE

van 8 september 2025

betreffende de aan het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators verschuldigde vergoedingen voor zijn taken overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Besluit (EU) 2020/2152 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2019/942 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (1), en met name artikel 32,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om een open en eerlijke concurrentie op de interne elektriciteits- en gasmarkten en een gelijk speelveld voor de marktdeelnemers te waarborgen, zijn integriteit en transparantie op de groothandelsmarkten voor energie vereist. Bij Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad (2) is hiertoe een alomvattend kader vastgesteld.

(2)

Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1227/2011 is het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (het “Agentschap”) belast met het doeltreffende toezicht op de groothandelsmarkten voor energie, in nauwe samenwerking met de nationale regulerende instanties en andere nationale autoriteiten. Bij artikel 32 van Verordening (EU) 2019/942 zijn vergoedingen ingevoerd om de financiering van het Agentschap te verbeteren en de kosten in verband met zijn taken overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1227/2011 te dekken.

(3)

Artikel 32 van Verordening (EU) 2019/942 regelt het toepassingsgebied en de basisbeginselen van de vergoedingsregeling en belast de Commissie met de vaststelling van de vergoedingen en de wijze waarop die moeten worden betaald, hetgeen de Commissie middels de vaststelling van Besluit (EU) 2020/2152 heeft gedaan (3). Door een verhoging van de beschikbare middelen is het Agentschap ook in staat de kwaliteit te verbeteren van de dienstverlening aan entiteiten die gegevens rapporteren en aan marktdeelnemers in het algemeen.

(4)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie (4) is de financiële kaderregeling vastgesteld voor de organen die door de Unie zijn opgericht op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en die rechtspersoonlijkheid hebben en bijdragen ten laste van de begroting van de Unie ontvangen. Het Agentschap is een dergelijk orgaan en heeft, zoals voorgeschreven bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715, zijn eigen financiële regels vastgesteld, namelijk het financieel reglement van het Agentschap (5), die overeenstemmen met de regels uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715.

(5)

Het programmeringsdocument van het Agentschap, opgesteld overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/942 en artikel 32 van het financieel reglement van het Agentschap, bevat een jaarlijkse en meerjarige programmering en beschrijft in dit verband uitvoerig de taken van het Agentschap en de middelen die voor deze taken worden aangewend. Het programmeringsdocument is daarom het geschikte instrument om te bepalen welke kosten in aanmerking komen om overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2019/942 door vergoedingen te worden gedekt.

(6)

Overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/942 brengt de Commissie advies uit over het ontwerpprogrammeringsdocument van het Agentschap, met inbegrip van de voorstellen van het Agentschap ten aanzien van de kosten die voor financiering uit vergoedingen in aanmerking komen.

(7)

Overeenkomstig overweging 37 van Verordening (EU) 2019/942 moet het Agentschap hoofdzakelijk uit de algemene begroting van de Unie worden gefinancierd. Daarom mogen de inkomsten van het Agentschap uit vergoedingen niet hoger zijn dan de bijdrage uit de begroting van de Unie.

(8)

Om op een transparante manier aan te tonen dat de vergoedingen alleen worden gebruikt om in aanmerking komende kosten te dekken en dat het Agentschap hoofdzakelijk uit de algemene begroting van de Unie wordt gefinancierd, moet het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag, opgesteld overeenkomstig artikel 48 van het financieel reglement van het Agentschap, informatie verschaffen over de verschillende inkomstenbronnen en het gebruik van die inkomsten.

(9)

In het licht van de veranderende energiemarkten en de energiecrisis is Verordening (EU) nr. 1227/2011 in mei 2024 gewijzigd bij Verordeningen (EU) 2024/1106 (6) en (EU) 2024/1789 (7) van het Europees Parlement en de Raad, waarbij een aantal wijzigingen zijn aangebracht in het rapportagekader voor gegevens met betrekking tot voor de groothandel bestemde energieproducten. Zo moeten nu ook details over transacties met betrekking tot de opslag van elektriciteit, waterstof of aardgas en transacties in verband met balanceringsmarkten aan het Agentschap worden gerapporteerd. Ook leiden veranderingen in de markt, bijvoorbeeld meer hoogfrequente handel, en inflatie tot hogere kosten voor het Agentschap. Voorts heeft Verordening (EU) 2024/1106 het Agentschap belast met de nieuwe taak om de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden uit te oefenen overeenkomstig de artikelen 13 tot en met 13 quater en artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1227/2011.

(10)

Daarnaast is in Verordening (EU) nr. 1227/2011, zoals gewijzigd, bepaald dat marktdeelnemers de in de artikelen 7 quater en 8 van die verordening bedoelde gegevens uitsluitend via geregistreerde rapportagemechanismen (“RRM’s”) mogen rapporteren en informatie en meldingen van voorwetenschap alleen via platforms voor voorwetenschap (“IIP’s”) mogen rapporteren. RRM’s en IIP’s moeten door het Agentschap worden gemachtigd overeenkomstig bepaalde vereisten van Verordening (EU) nr. 1227/2011, zoals gewijzigd, en zoals nader uitgewerkt door de Commissie middels een gedelegeerde verordening overeenkomstig artikel 4 bis, punt 8, en artikel 9 bis, punt 6, van die verordening. Het Agentschap controleert of RRM’s en IIP’s voldoen aan de vereisten voor hun vergunning en trekt hun vergunning in indien het vaststelt dat zij niet aan die eisen voldoen.

(11)

Verordening (EU) 2019/942 is ook gewijzigd om de bij Verordening (EU) nr. 1227/2011 ingevoerde wijzigingen in aanmerking te nemen. Op grond van het gewijzigde artikel 32 van Verordening (EU) 2019/942 moeten de aan het Agentschap verschuldigde vergoedingen met name betrekking hebben op de taken van het Agentschap voor het verzamelen, hanteren, verwerken en analyseren van informatie die overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 is gerapporteerd door marktdeelnemers of namens hen rapporterende entiteiten en voor de openbaarmaking van voorwetenschap op grond van de artikelen 4 en 4 bis van die verordening. Inkomsten uit die vergoedingen kunnen ook dienen voor de kosten van het Agentschap voor de uitoefening van de toezicht- en onderzoeksbevoegdheden op grond van de artikelen 13 tot en met 13 quater en artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1227/2011. Het door vergoedingen te dekken bedrag dat door het Agentschap is vastgesteld, kan lager zijn dan de totale in aanmerking komende kosten.

(12)

Verder moeten de vergoedingen overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2019/942 in verhouding staan tot de kosten van de betreffende diensten die op kosteneffectieve wijze worden verleend en moeten zij voldoende zijn om deze kosten te dekken; deze kosten moeten ook op een zodanig niveau worden vastgesteld dat zij niet-discriminerend zijn en geen buitensporige financiële of administratieve lasten veroorzaken voor marktdeelnemers of namens hen optredende entiteiten.

(13)

Besluit (EU) 2020/2152 moet derhalve worden ingetrokken om de bij Verordening (EU) 2024/1106 en Verordening (EU) 2024/1789 ingevoerde wijzigingen in aanmerking te nemen.

(14)

Overeenkomstig Besluit (EU) 2020/2152 moeten de vergoedingen worden betaald door de RRM’s, die destijds door de meerderheid van de marktdeelnemers werden gebruikt om gegevensbestanden te rapporteren. RRM’s worden momenteel door het Agentschap geregistreerd op grond van artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie (8). Het Agentschap registreert ook IIP’s, die marktdeelnemers gebruiken om voorwetenschap openbaar te maken. Uit de definitie van RRM’s en de desbetreffende verwijzingen daarnaar moet blijken dat, hoewel RRM’s in de toekomst door het Agentschap moeten worden gemachtigd overeenkomstig artikel 9 bis van Verordening (EU) nr. 1227/2011, de verplichting tot betaling van vergoedingen van toepassing blijft op de RRM’s die reeds bij het Agentschap zijn geregistreerd, zelfs als zij nog niet gemachtigd zijn. IIP’s vallen tot dusver niet onder Besluit (EU) 2020/2152. Aangezien de IIP’s volgens de bovengenoemde wetswijzigingen vergoedingen verschuldigd zijn aan het Agentschap, is dit besluit echter ook van toepassing op IIP’s en meer in het bijzonder als zij een vergunning hebben gekregen op grond van artikel 4 bis van Verordening (EU) nr. 1227/2011.

(15)

Dit besluit bevat ook een bijgewerkte definitie van transactiegegevens, met een verwijzing naar Verordening (EU) nr. 1227/2011 om te waarborgen dat eventuele wijzigingen van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 geen invloed hebben op die definitie. De definitie is van fundamenteel belang voor de bepaling van gegevensclusters en dus voor de berekening van vergoedingen en moet daarom voldoende gedetailleerd zijn. Ter bepaling van gegevensclusters wordt een marktdeelnemer beschouwd als begunstigde van de transactie of, indien dergelijke informatie niet beschikbaar is, als wederpartij van de transactie.

(16)

Artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1227/2011, zoals gewijzigd, bevat de verplichting voor marktdeelnemers om het Agentschap informatie over hun blootstellingen te verstrekken. Die nieuwe rapportageverplichting moet onder dit besluit vallen en hierin tot uiting komen.

(17)

De belangrijkste kostenfactoren van de betreffende diensten, en dus van de in aanmerking komende kosten van het Agentschap, zijn het aantal RRM's en IIP’s, het aantal marktdeelnemers waarvoor zij rapporteren en de hoeveelheid en de kenmerken van de gegevens die zij rapporteren. Om die kostenfactoren weer te geven, moet de vergoeding per RRM een combinatie zijn van een vast bedrag, de forfaitaire component van het inschrijvingsgeld, en een variabel bedrag, de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent. Dat laatste is afhankelijk van het aantal marktdeelnemers waarvoor het RRM gegevens rapporteert en van de hoeveelheid en de kenmerken van de gerapporteerde gegevens.

(18)

De bij Verordening (EU) 2024/1106 en Verordening (EU) 2024/1789 ingevoerde wijzigingen leiden tot een aanzienlijke stijging van de kosten van het Agentschap die door vergoedingen moeten worden gedekt. Daarom moeten in dit besluit zowel de forfaitaire component van het inschrijvingsgeld als de inkomsten uit de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent worden verhoogd. Tegelijkertijd mogen vergoedingen niet voor onnodige financiële lasten zorgen voor RRM’s en dus indirect voor marktdeelnemers. Daarom moet de stijging van de inkomsten uit de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent evenredig worden gerealiseerd, zodat wordt vermeden dat de inkomsten afkomstig van kleinere marktdeelnemers die een klein aantal transactiegegevens rapporteren, aanzienlijk stijgen, maar ook dat inkomsten afkomstig van marktdeelnemers die een groot aantal transactiegegevens rapporteren, buitensporig toenemen.

(19)

Het forfaitaire bedrag moet een weerspiegeling zijn van de kosten van het Agentschap voor de verwerking van aanvragen om te worden gemachtigd of geregistreerd als RRM en om te garanderen dat bestaande gemachtigde of geregistreerde RRM’s aan de voorwaarden van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1227/2011 blijven voldoen. In de toekomst zullen die voorwaarden door de Commissie nader worden uitgewerkt middels een gedelegeerde verordening overeenkomstig artikel 4 bis, punt 8, en artikel 9 bis, punt 6, van die verordening. Aangezien deze kosten door het Agentschap worden gemaakt, ongeacht of de RRM’s transactiegegevens of fundamentele gegevens rapporteren, moet het vaste bedrag door alle RRM’s worden betaald.

(20)

Overeenkomstig artikel 4 bis van Verordening (EU) nr. 1227/2011 en nadat de desbetreffende gedelegeerde handeling ter aanvulling van dat artikel is vastgesteld, is het Agentschap belast met de machtiging van en het toezicht op IIP’s, gelijkaardig aan het toezicht op RRM’s. Daarom moeten IIP’s een vaste vergoeding betalen die gelijk is aan de forfaitaire component van het inschrijvingsgeld dat RRM’s moeten betalen.

(21)

Fundamentele gegevens zoals informatie over de capaciteit en het gebruik van faciliteiten voor de productie, de opslag, het verbruik of de transmissie van elektriciteit en aardgas of over de capaciteit en het gebruik van lng-installaties worden door het Agentschap alleen bijgehouden om de verzamelde transactiegegevens aan te vullen. Fundamentele gegevens mogen daarom niet worden opgenomen in de berekening van de variabele vergoedingscomponent. Omdat de status van RRM voor het Agentschap een belangrijke kostenfactor op zichzelf is, moeten RRM’s die uitsluitend fundamentele gegevens rapporteren toch de forfaitaire vergoedingscomponent betalen.

(22)

Om te voorkomen dat RRM’s financieel buitensporig worden belast, moet het variabele bedrag van de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent een weerspiegeling zijn van de hoeveelheid gerapporteerde transactiegegevens, gekoppeld aan het verhandelde volume en dus aan de potentiële inkomsten van een RRM. Bij de variabele component moet in aanmerking worden genomen dat veel RRM’s gegevens rapporteren voor een groot aantal marktdeelnemers die vaak actief zijn op verschillende georganiseerde markten en verschillende handelskanalen gebruiken.

(23)

Om marktmisbruik op een doeltreffende manier aan het licht te brengen, verzamelt het Agentschap niet alleen gegevens over transacties en andere contracten maar ook een aanzienlijke hoeveelheid gegevens over handelsorders die op georganiseerde marktplaatsen zoals energiebeurzen zijn geplaatst. Daarom moeten ook handelsorders onder de vergoedingsregeling vallen om de kosten proportioneel te houden. Om dezelfde redenen moet ook levenscyclusinformatie onder de vergoedingsregeling vallen.

(24)

De handel in voor de groothandel bestemde energieproducten op georganiseerde marktplaatsen wordt gekenmerkt door een hoger niveau van standaardisering dan de handel in dergelijke producten buiten georganiseerde marktplaatsen. Bovendien bevatten de gerapporteerde transactiegegevens van georganiseerde marktplaatsen ook handelsorders. De handel in standaardcontracten wordt gekenmerkt door marktontwikkelingen, zoals algoritmische en hoogfrequente handel, die aan belang toenemen en tot een toename leiden van het aantal handelsorders dat per standaard leveringscontract op georganiseerde marktplaatsen wordt gerapporteerd in vergelijking met leveringscontracten die buiten georganiseerde marktplaatsen worden gesloten. Transactiegegevens over voor de groothandel bestemde energieproducten die worden gerapporteerd op georganiseerde markten moeten bij de berekening van de variabele vergoedingscomponent daarom anders worden gewogen dan die welke van buiten de georganiseerde markten afkomstig zijn.

(25)

Overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 en nadat de desbetreffende uitvoeringshandeling ter aanvulling van dat artikel is vastgesteld, rapporteren RRM’s per individuele marktdeelnemer de blootstelling van marktdeelnemers aan het Agentschap. Daarom moet een specifieke vergoedingscomponent worden ingevoerd met een vast bedrag per rapport, ongeacht de inhoud of de lengte.

(26)

Overeenkomstig artikel 71 van het financieel reglement van het Agentschap mag een agentschap pas diensten verlenen nadat de bijbehorende vergoeding volledig is betaald. Aangezien de vergoedingen worden berekend op basis van de hoeveelheid gerapporteerde transactiegegevens en meldingen van voorwetenschap van het vorige jaar, kunnen de te innen bedragen pas worden vastgesteld en gefactureerd aan het begin van elk jaar. RRM’s en IIP’s moeten niettemin in staat zijn om voortdurend gegevens en meldingen van voorwetenschap aan het Agentschap te rapporteren, dus ook voordat zij de factuur voor het betreffende jaar hebben betaald. RRM’s die niet langer door het Agentschap gemachtigd of geregistreerd zijn, mogen geen recht hebben op terugbetaling van betaalde vergoedingen of kwijtschelding van verschuldigde vergoedingen. Evenzo mogen IIP’s die niet langer door het Agentschap gemachtigd zijn, geen recht hebben op terugbetaling van betaalde vergoedingen of kwijtschelding van verschuldigde vergoedingen.

(27)

Indien een positief of negatief correctiebedrag wordt toegepast om de verschillen tussen de in het voorgaande jaar betaalde op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent te salderen met de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent die volgens de feitelijke rapportage in dat jaar had moeten worden betaald, moet de berekening van het correctiebedrag worden gebaseerd op de door een RRM daadwerkelijk in het voorgaande jaar betaalde op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent, en niet op het oorspronkelijk berekende bedrag, aangezien het daadwerkelijk betaalde bedrag van het oorspronkelijk berekende bedrag afwijkt als er een verminderingsfactor van toepassing is.

(28)

Aangezien het Agentschap extra kosten maakt die reeds in 2025 door vergoedingen moeten worden gedekt, moet het een toeslag kunnen heffen die gelijk is aan het verschil tussen de inkomsten uit vergoedingen zoals begroot in het programmeringsdocument van het Agentschap voor 2025-2027 en de som van de reeds in 2025 gefactureerde bedragen. De toeslag moet op eenvoudige wijze worden berekend, zodat RRM’s gemakkelijk kunnen vaststellen wat de impact op de gefactureerde toeslag is van de verschillende marktdeelnemers namens wie zij gegevens rapporteren. Daarom moet de toeslag afhangen van het aantal marktdeelnemers waarvoor een RRM transactiegegevens rapporteert. Indien een marktdeelnemer via meer dan één RRM gegevens rapporteert, wordt deze marktdeelnemer toch voor ieder RRM in aanmerking genomen bij de berekening van de toeslag. Aangezien de toeslag van invloed kan zijn op de door marktdeelnemers aan een RRM betaalde kosten, mogen marktdeelnemers die eerder in 2025 zijn gestopt, niet bij de berekening van de heffing in aanmerking worden genomen.

(29)

Om te waarborgen dat het Agentschap niettemin voldoende inkomsten uit vergoedingen ontvangt om zijn in aanmerking komende kosten te dekken, moet het Agentschap de optie hebben om een toeslag toe te voegen aan de in januari 2026 te verzenden facturen. Die toeslag moet worden gebaseerd op het aantal marktdeelnemers waarvoor een RRM transactiegegevens rapporteert. Aangezien de mogelijke toeslag in 2026 tegelijk met de andere vergoedingscomponenten wordt berekend, kan de berekening worden gebaseerd op het aantal marktdeelnemers dat voor een RRM is vastgesteld bij de berekening van de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent. Met het oog op de rechtszekerheid en om de RRM’s de zekerheid te bieden dat deze optie niet wordt gebruikt om de in aanmerking komende kosten van het Agentschap onnodig te verhogen, moeten de totale inkomsten die het Agentschap met inbegrip van die toeslag kan ontvangen, worden beperkt tot de geraamde inkomsten uit vergoedingen zoals voorgelegd in het programmeringsdocument van het Agentschap voor 2025-2027 of tot de inkomsten uit vergoedingen zoals begroot in het programmeringsdocument van het Agentschap voor 2026-2028, indien dat lager is.

(30)

De berekening van de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent verschilt vanaf 2026 aanzienlijk van de berekening van die component in de voorgaande jaren. In 2026 zou dat op het moment van berekening kunnen leiden tot overtrokken waarden voor het correctiebedrag om de verschillen tussen de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent die in 2025 is betaald te compenseren met de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent die volgens de feitelijke rapportage in 2025 had moeten worden betaald. Daarom moet het Agentschap in 2026 het correctiebedrag berekenen door de in 2025 betaalde op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent niet af te trekken van de berekende op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent, maar van een vooraf bepaalde waarde, berekend aan de hand van de deelcomponenten van vergoedingen per gegevenscluster die van toepassing waren vóór de vaststelling van dit besluit.

(31)

Blootstellingsrapporten worden achteraf gerapporteerd, dus zal het Agentschap in het jaar waarin de rapportageverplichting inzake blootstelling van toepassing wordt (“het referentiejaar”) minder blootstellingsrapporten ontvangen dan in de daaropvolgende jaren. Daarom moet het aantal door een RRM in het referentiejaar gerapporteerde blootstellingsrapporten worden aangepast zodat ze een goede basis vormen voor de berekening van de op de blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent in het jaar volgend op het referentiejaar. In het referentiejaar wordt geen op de blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent berekend.

(32)

Om te voorkomen dat dit besluit moet worden gewijzigd louter omdat de inkomsten uit vergoedingen ontoereikend zijn om de in aanmerking komende kosten als gevolg van inflatie te dekken, moeten de vergoedingen automatisch worden aangepast aan de inflatie indien de inkomsten uit vergoedingen onder de in aanmerking komende kosten dalen. Om de RRM’s en IIP’s zich te laten voorbereiden op de wijzigingen van de verschillende vergoedingscomponenten, mag de aanpassing bovendien pas in het daaropvolgende jaar van kracht worden en moet die ruim van tevoren door het Agentschap worden aangekondigd.

(33)

Het Agentschap moet facturen toezenden aan RRM’s en IIP’s. Aangezien de vergoedingen volledig worden bepaald door dit besluit, dat de basis vormt voor het Agentschap om de te innen bedragen vast te stellen overeenkomstig artikel 71 van het financieel reglement van het Agentschap, moeten de facturen debetnota’s zijn.

(34)

De facturen die naar de RRM’s worden gestuurd, moeten informatie bevatten over de wijze waarop de vergoeding is berekend, zodat het voor het RRM duidelijk is hoe de verschillende marktdeelnemers waarvoor zij gegevens rapporteren, aan de gefactureerde vergoeding bijdragen. Om te voorkomen dat RRM’s financieel buitensporig worden belast, moet het mogelijk zijn om grote facturen, in overleg met het Agentschap, in termijnen te betalen. Tegelijkertijd moet het Agentschap beschikken over regelmatige en planbare inkomsten uit vergoedingen om zijn kosten te kunnen dekken en zijn uitgaven dienovereenkomstig te kunnen plannen. De stijging van de inkomsten uit vergoedingen zou kunnen betekenen dat een aanzienlijk deel van die inkomsten pas later in het jaar voor het Agentschap beschikbaar zou komen indien de uiterste datum van 30 september voor alle facturen zou worden gehandhaafd. Daarom mag de uiterste datum van 30 september alleen gelden voor de hoogste facturen, en moeten lagere facturen uiterlijk 30 juni worden betaald.

(35)

In welke mate transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit of gas die als RRM zijn geregistreerd de kosten die voortvloeien uit de vergoedingen die zij verschuldigd zijn aan het Agentschap kunnen verhalen op netgebruikers via de nettarieven, is een beslissing die deel uitmaakt van de taken en bevoegdheden van de regulerende instanties van de lidstaten overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad (9) en artikel 78, lid 1, van Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad (10).

(36)

Krachtens artikel 32 van Verordening (EU) 2019/942 moet de Commissie de hoogte van de vergoedingen regelmatig onderzoeken. Dit moet samen met de beoordeling van de prestaties van het Agentschap worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EU) 2019/942. Een dergelijk vereiste belet de Commissie niet om de vergoedingsregeling onafhankelijk van deze beoordelingen te herzien.

(37)

Overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2019/942 heeft een openbare raadpleging plaatsgevonden en zijn de raad van bestuur en de raad van regulators van het Agentschap geraadpleegd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In dit besluit worden de vergoedingen bepaald en de wijze waarop die aan het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators van de Europese Unie (hierna “het Agentschap” genoemd) moeten worden betaald uit hoofde van artikel 32 van Verordening (EU) 2019/942.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit besluit zijn de definities van “platform voor voorwetenschap” in artikel 2, punt 17, en “georganiseerde markt” in artikel 2, punt 20, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 en de definitie van “fundamentele gegevens” in artikel 2, punt 1, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van toepassing.

Daarnaast wordt verstaan onder:

1)

“geregistreerd rapportagemechanisme”: een entiteit die door het Agentschap overeenkomstig artikel 9 bis van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1227/2011 is gemachtigd of overeenkomstig artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 is geregistreerd met het oog op de rapportage van transactiegegevens of fundamentele gegevens;

2)

“transactiegegevens”: afzonderlijke gegevens over een transactie, handelsorder, ongeacht of die gematcht is, of bilaterale handel in verband met voor de groothandel bestemde energieproducten, inclusief iedere levenscyclusgebeurtenis van die transacties, handelsorders of bilaterale transacties, die aan het Agentschap worden gerapporteerd, met uitzondering van gegevens met betrekking tot door het systeem gegenereerde orders;

3)

“blootstellingsrapport”: een individuele indiening door een RRM namens een marktdeelnemer bij het Agentschap overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 met informatie op basis waarvan het Agentschap de blootstellingen van die marktdeelnemer berekent;

4)

“marktdeelnemer”: een entiteit die overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 bij de nationale regulerende instantie van de lidstaat is geregistreerd.

Artikel 3

Kosten gedekt door vergoedingen

1.   In het programmeringsdocument, inclusief de begroting, dat de raad van bestuur van het Agentschap overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EU) 2019/942 uiterlijk 31 december van elk jaar vaststelt, hierna “het programmeringsdocument” genoemd, worden de kosten vermeld die in het volgende jaar voor financiering via de vergoedingen in aanmerking komen en wordt een raming gemaakt van de in aanmerking komende kosten die gedurende nog twee jaar daarna via de vergoedingen zullen worden gefinancierd. In aanmerking komende kosten zijn kosten, met inbegrip van algemene kosten, die door het Agentschap worden gemaakt bij:

a)

het verzamelen, hanteren, verwerken en analyseren van door RRM’s gerapporteerde informatie;

b)

het verzamelen, hanteren, verwerken en analyseren van door IIP’s gerapporteerde informatie;

c)

de uitoefening van de toezichts- en onderzoeksbevoegdheden overeenkomstig de artikelen 13 tot en met 13 quater en artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1227/2011.

2.   In het programmeringsdocument wordt het bedrag vastgesteld dat in het volgende jaar door vergoedingen zal worden gedekt. Dat bedrag:

a)

is niet hoger dan de in aanmerking komende kosten overeenkomstig lid 1;

b)

is lager dan de bijdrage van de Unie aan het Agentschap overeenkomstig de begroting van de Unie voor het desbetreffende jaar.

3.   Overeenkomstig artikel 48 van het financieel reglement van het Agentschap verstrekt het Agentschap in het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag uitvoerige informatie over het bedrag van de geïnde vergoedingen en de kosten die in het voorgaande jaar door de vergoedingen zijn gedekt. Het Agentschap maakt de respectieve delen van dit verslag openbaar.

Artikel 4

Verplichting tot betaling van vergoedingen: RRM’s

1.   Ieder RRM betaalt een overeenkomstig artikel 6 berekende jaarlijkse vergoeding. Alle vergoedingen worden in EUR voldaan.

2.   Uiterlijk 31 januari van elk jaar stuurt het Agentschap ieder RRM een factuur voor de jaarlijkse vergoeding die binnen een termijn van vier weken moet worden betaald. De factuur bevat gedetailleerde informatie over de wijze waarop deze vergoeding is berekend. Het Agentschap en een RRM kunnen in onderling overleg overeenkomen dat facturen van meer dan 250 000 EUR in termijnen worden betaald. De uiterste datum voor de betaling van de laatste termijn voor facturen van meer dan 250 000 EUR tot en met 1 000 000 EUR is 30 juni en de uiterste datum voor de betaling van de laatste termijn voor facturen van meer dan 1 000 000 EUR is 30 september.

3.   Indien een entiteit een aanvraag indient om RRM te worden, stuurt het Agentschap de entiteit een factuur ten bedrage van 50 % van de forfaitaire component van het inschrijvingsgeld overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a), en accepteert het de aanvraag pas nadat de factuur is betaald. Als het Agentschap de aanvraag afwijst omdat de entiteit niet voldoet aan de voorwaarden uit hoofde van de overeenkomstig artikel 9 bis, punt 6, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 vastgestelde gedelegeerde handeling of uit hoofde van artikel 11 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014, heeft de entiteit geen recht op terugbetaling van de betaalde vergoeding. Na registratie of machtiging van een entiteit als RRM stuurt het Agentschap de entiteit een factuur voor de resterende vergoeding die bestaat uit 50 % van de forfaitaire component van het inschrijvingsgeld overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt a), en, tenzij het RRM verklaart dat het uitsluitend fundamentele gegevens zal rapporteren, de op transactiegegevens gebaseerde component overeenkomstig artikel 7, lid 4.

4.   RRM’s die niet langer door het Agentschap gemachtigd of geregistreerd zijn, hebben geen recht op terugbetaling van betaalde vergoedingen of kwijtschelding van verschuldigde vergoedingen.

Artikel 5

Verplichting tot betaling van vergoedingen: IIP’s

1.   Ieder IIP betaalt een jaarlijkse vergoeding van 15 000 EUR.

2.   Indien de som van de overeenkomstig artikel 6 per RRM berekende individuele vergoedingen en de individuele vergoedingen die ieder IIP overeenkomstig lid 1 moet betalen, hoger is dan het bedrag dat overeenkomstig artikel 3, lid 2, door vergoedingen moet worden gedekt, wordt de jaarlijkse vergoeding die ieder IIP moet betalen, verlaagd door de vergoeding te vermenigvuldigen met een reductiefactor die als volgt wordt berekend:

Formula

3.   Uiterlijk 31 januari van elk jaar stuurt het Agentschap ieder IIP een factuur voor de jaarlijkse vergoeding die binnen een termijn van vier weken moet worden betaald.

4.   Indien een entiteit een aanvraag indient om een IIP te worden, stuurt het Agentschap de entiteit een factuur ten bedrage van 50 % van de vergoeding overeenkomstig lid 1, en accepteert het de aanvraag pas nadat de factuur is betaald. Als het Agentschap de aanvraag afwijst omdat de entiteit niet voldoet aan de voorwaarden uit hoofde van de overeenkomstig artikel 4 bis, punt 8, van Verordening (EU) nr. 1227/2011) vastgestelde gedelegeerde handeling, heeft de entiteit geen recht op terugbetaling van de betaalde vergoeding. Na machtiging van een entiteit als IIP zendt het Agentschap de entiteit een factuur ter zake van de resterende vergoeding overeenkomstig lid 1.

5.   IIP’s die niet langer door het Agentschap gemachtigd zijn, hebben geen recht op terugbetaling van betaalde vergoedingen of kwijtschelding van verschuldigde vergoedingen.

Artikel 6

Berekening van de individuele jaarlijkse vergoedingen voor RRM’s

1.   De jaarlijkse vergoeding die een RRM moet betalen, is de som van de volgende componenten:

a)

een forfaitaire component van het inschrijvingsgeld van 15 000 EUR;

b)

in voorkomend geval, een overeenkomstig lid 2 berekende op de blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent;

c)

indien van toepassing, een positieve of negatieve correctie om de verschillen te compenseren tussen de op blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent die in het voorgaande jaar is betaald en de op blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent die volgens de feitelijke rapportage in dat jaar betaald had moeten worden;

d)

een overeenkomstig artikel 7 berekende, op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent, tenzij een RRM uitsluitend fundamentele gegevens rapporteert;

e)

indien van toepassing, een positieve of negatieve correctie om de verschillen te compenseren tussen de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent die in het voorgaande jaar is betaald en de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent die volgens de feitelijke rapportage in dat jaar had moeten worden betaald.

2.   De in lid 1, punt b), bedoelde op blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent wordt berekend door de som van alle blootstellingsrapporten die in het voorgaande jaar van een RRM zijn ontvangen, te vermenigvuldigen met 250 EUR.

3.   De in de lid 1, punt c), bedoelde correctie wordt berekend door de betaalde op blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent van het voorgaande jaar af te trekken van de op blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent van het huidige jaar.

4.   Een negatief correctiebedrag als bedoeld in lid 1, punt c), is niet hoger dan de op blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent die is berekend voor het huidige jaar.

5.   De in de lid 1, punt e), bedoelde correctie wordt berekend door de betaalde op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent van het voorgaande jaar af te trekken van de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent van het huidige jaar.

6.   In het geval van een nieuw RRM dat in het voorgaande jaar is geregistreerd of gemachtigd, wordt de correctie overeenkomstig lid 1, punt e), berekend door het bedrag overeenkomstig artikel 7, lid 4, af te trekken van de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent die voor het huidige jaar is berekend overeenkomstig artikel 7, lid 5, nadat deze laatste is gedeeld door 365 en is vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen tussen de registratiedatum en het einde van het voorgaande jaar.

7.   Een negatief correctiebedrag als bedoeld in lid 1, punt e), is niet hoger dan de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent die is berekend voor het huidige jaar.

8.   Indien de som van de overeenkomstig de leden 1 tot en met 7 hierboven per RRM berekende individuele vergoedingen en van de individuele vergoedingen die ieder IIP overeenkomstig artikel 5, lid 1, moet betalen, hoger is dan het bedrag dat overeenkomstig artikel 3, lid 2, door vergoedingen moet worden gedekt, wordt de individuele vergoeding die ieder RRM moet betalen, verlaagd door de vergoeding te vermenigvuldigen met een reductiefactor die als volgt wordt berekend:

Formula

Artikel 7

Berekening van de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent

1.   De op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent wordt als volgt berekend op basis van de transactiegegevens die in het voorgaande jaar per RRM zijn gerapporteerd:

a)

het Agentschap bepaalt de gegevensclusters van het respectieve RRM. Eén gegevenscluster bestaat uit een van de volgende onderdelen:

i)

alle transactiegegevens over voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig de artikelen 7 quater en 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 die doorlopend of periodiek aan het Agentschap zijn gerapporteerd en afkomstig zijn van een specifieke marktdeelnemer die van een specifieke georganiseerde markt gebruikmaakt;

ii)

alle transactiegegevens over voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig de artikelen 7 quater en 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 die doorlopend of periodiek aan het Agentschap zijn gerapporteerd en afkomstig zijn van een specifieke marktdeelnemer die niet van een specifieke georganiseerde markt gebruikmaakt;

b)

voor elk van de in punt a) bedoelde gegevensclusters stelt het Agentschap de deelcomponent van de vergoeding overeenkomstig lid 2 of lid 3 vast;

c)

de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent is de som van de overeenkomstig punt b) vastgestelde deelcomponenten.

2.   De deelcomponenten van de vergoeding per gegevenscluster voor transactiegegevens overeenkomstig lid 1, punt a), ii), zijn als volgt:

Transacties per gegevenscluster

Deelcomponent van de vergoeding in EUR

1 tot en met 100

250

101 tot en met 1 000

500

1 001 tot en met 10 000

1 000

10 001 tot en met 100 000

2 000

100 001 tot en met 1 miljoen

4 000

Meer dan 1 miljoen tot en met 10 miljoen

8 000

Meer dan 10 miljoen tot en met 100 miljoen

16 000

Meer dan 100 miljoen tot en met 1 miljard

32 000

Meer dan 1 miljard tot en met 2 miljard

64 000

Meer dan 2 miljard

96 000

3.   De deelcomponenten van de vergoeding per gegevenscluster voor transactiegegevens overeenkomstig lid 1, punt a), ii), zijn als volgt:

Transacties per gegevenscluster

Deelcomponent van de vergoeding in EUR

1 tot en met 10

250

11 tot en met 100

500

101 tot en met 1 000

1 000

1 001 tot en met 10 000

2 000

10 001 tot en met 100 000

4 000

100 001 tot en met 1 miljoen

8 000

Meer dan 1 miljoen tot en met 10 miljoen

16 000

Meer dan 10 miljoen

32 000

4.   In het geval van een nieuw RRM bedraagt de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent in het jaar van registratie 100 EUR per kalenderdag vanaf de dag van machtiging of registratie tot het einde van het jaar. Het RRM en het Agentschap kunnen in onderling overleg een ander bedrag vaststellen dat de verwachte rapportage door het RRM beter weergeeft.

5.   Voor een nieuw RRM dat het voorgaande jaar is gemachtigd of geregistreerd, wordt het aantal transacties per gegevenscluster als volgt aangepast voordat de respectieve deelcomponenten van de vergoeding worden berekend:

Formula

Artikel 8

Aanpassing aan de inflatie

1.   Indien de som van de individuele vergoedingen die overeenkomstig artikel 6, leden 1 tot en met 7, per RRM zijn berekend, en van de vergoedingen die overeenkomstig artikel 5, lid 1, aan IIP’s in rekening zijn gebracht, lager is dan de overeenkomstig artikel 3, lid 1, vastgestelde in aanmerking komende kosten, worden de in artikel 5, lid 1, artikel 6, lid 1, punt a), artikel 6, lid 2, artikel 7, lid 2, artikel 7, lid 3, en artikel 7, lid 4, vastgestelde bedragen met ingang van het daaropvolgende jaar met het inflatiepercentage van de Unie verhoogd.

2.   Het te gebruiken inflatiepercentage van de Unie is het mutatiepercentage voor de recentste 12 maanden van de “Eurostat GICP (alle bestanddelen) — Europese Unie alle landen”, gepubliceerd in mei voorafgaand aan het jaar waarin de verhoging van kracht wordt.

3.   Het Agentschap publiceert de in lid 1 bedoelde verhoogde bedragen uiterlijk op 30 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de verhoging van kracht wordt.

Artikel 9

Handhaving

1.   De door het Agentschap overeenkomstig artikel 4, leden 2 of 3, of artikel 5, leden 3 of 4, verzonden facturen zijn debetnota’s overeenkomstig artikel 71 van het financieel reglement van het Agentschap.

2.   Het Agentschap neemt alle passende juridische maatregelen om de volledige betaling van de uitgeschreven facturen te waarborgen door de relevante regels van het financieel reglement van het Agentschap toe te passen, met inbegrip van de regels inzake achterstandsrente en invordering.

3.   Indien de verschuldigde vergoeding van een RRM ten minste een maand achterstallig is, kan het Agentschap besluiten het RRM niet langer gegevens aan het Agentschap te laten rapporteren totdat de vergoeding volledig is betaald.

Artikel 10

Overgangsbepalingen in 2025

1.   Binnen twee weken na de inwerkingtreding van dit besluit zendt het Agentschap ieder RRM een factuur voor een toeslag die binnen vier weken moet worden betaald.

2.   Deze door ieder RRM te betalen toeslag wordt berekend door:

a)

per RRM het aantal marktdeelnemers te bepalen dat op 30 juni 2025 overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1227/2011 is geregistreerd en waarvoor het RRM in de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2025 transacties heeft gerapporteerd;

b)

de overeenkomstig punt a) door alle RRM’s bepaalde aantallen marktdeelnemers op te tellen;

c)

het overeenkomstig punt a) vastgestelde aantal te delen door de som overeenkomstig punt b) en het resultaat te vermenigvuldigen met 7,6 miljoen EUR.

Artikel 11

Overgangsbepalingen in 2026

1.   Indien in 2026 de som van de individuele vergoedingen die overeenkomstig artikel 6, leden 1 tot en met 7, per RRM zijn berekend, samen met de som van de vergoedingen die overeenkomstig artikel 5, lid 1, aan IIP’s moeten worden gefactureerd, lager is dan het bedrag dat in 2026 als inkomsten uit vergoedingen in het programmeringsdocument van het Agentschap voor 2026-2028 is begroot, bevatten de overeenkomstig artikel 4, lid 2, verzonden facturen een toeslag.

2.   De som van die toeslagen is gelijk aan het verschil tussen hetzij het bedrag dat als inkomsten uit vergoedingen in 2026 in het programmeringsdocument van het Agentschap voor 2026-2028 is begroot, hetzij 23,5 miljoen EUR, indien dat lager is, en de som van de individuele vergoedingen die overeenkomstig artikel 6, leden 1 tot en met 7, per RRM zijn berekend, samen met de som van de vergoedingen die overeenkomstig artikel 5, lid 1, aan IIP’s in rekening zijn gebracht.

3.   De toeslag die op de door een RRM te betalen factuur moet worden opgenomen, wordt berekend door het aantal in artikel 7, lid 1, punt a), bedoelde dataclusters dat voor dit RRM is bepaald bij de berekening van de individuele jaarlijkse vergoeding in januari 2026 te delen door de som van het aantal dataclusters dat in januari 2026 voor alle RRM’s is bepaald, en het resultaat te vermenigvuldigen met het in lid 2 bedoelde verschil.

4.   In afwijking van artikel 6, lid 5, wordt in 2026 het in artikel 6, lid 1, punt e), bedoelde correctiebedrag berekend door de in 2025 betaalde op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent af te trekken van het getal dat zou voortkomen uit de berekening van de op transactiegegevens gebaseerde vergoedingscomponent in 2026 aan de hand van de waarden in de bijlage.

5.   Artikel 6, lid 1, punt b), artikel 6, lid 1, punt c), artikel 6, lid 2, en artikel 6, lid 3, zijn niet van toepassing op de in 2026 geheven vergoedingen.

Artikel 12

Andere overgangsbepalingen

1.   In afwijking van artikel 6, lid 2, wordt, nadat de rapportageverplichting inzake blootstelling van toepassing wordt (“het referentiejaar”), het jaar volgend op het referentiejaar de in artikel 6, lid 1, punt b), bedoelde op de blootstellingsrapporten gebaseerde vergoedingscomponent berekend door alle blootstellingsrapporten die in het referentiejaar van een RRM zijn ontvangen, op te tellen, de som te delen door het aantal in het referentiejaar verschuldigde blootstellingsverslagen en het resultaat te vermenigvuldigen met 1 000 EUR.

2.   Artikel 6, lid 1, punt c), en artikel 6, lid 3, zijn niet van toepassing op de vergoedingen die in het jaar na het referentiejaar worden geheven.

Artikel 13

Evaluatie

De Commissie evalueert vijf jaar na de inwerkingtreding en vervolgens elke vijf jaar de uitvoering van dit besluit.

Artikel 14

Intrekking

Besluit (EU) 2020/2152 wordt ingetrokken.

Artikel 15

Inwerkingtreding en toepassing

Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 8 september 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 158 van 14.6.2019, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/942/oj).

(2)  Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 326 van 8.12.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/1227/oj).

(3)  Besluit (EU) 2020/2152 van de Commissie van 17 december 2020 betreffende de aan het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators verschuldigde vergoedingen voor het verzamelen, hanteren, verwerken en analyseren van informatie die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad is gerapporteerd (PB L 428 van 18.12.2020, blz. 68, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/2152/oj).

(4)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/715/oj).

(5)  Besluit nr. 8/2019 van de raad van bestuur van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators van 21 juni 2019 betreffende het financieel reglement van het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators.

(6)  Verordening (EU) 2024/1106 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011 en (EU) 2019/942 wat de verbetering van de bescherming van de Unie tegen marktmanipulatie op de groothandelsmarkt voor energie betreft (PB L, 2024/1106, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1106/oj).

(7)  Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (PB L, 2024/1789, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1789/oj).

(8)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 van de Commissie van 17 december 2014 inzake de informatieverstrekking overeenkomstig artikel 8, leden 2 en 6, van Verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PB L 363 van 18.12.2014, blz. 121, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2014/1348/oj).

(9)  Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/944/oj).

(10)  Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (PB L, 2024/1788, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1788/oj).


BIJLAGE

De deelcomponenten van de vergoeding per gegevenscluster voor:

a)

transactiegegevens over voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 en afkomstig van een specifieke marktdeelnemer die gebruikmaakt van een specifieke georganiseerde markt;

b)

en alle transactiegegevens over voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 en afkomstig van een specifieke marktdeelnemer

zijn als volgt:

Transacties per gegevenscluster

Deelcomponent van de vergoeding in EUR

1 tot en met 1 000

250

1 001 tot en met 10 000

500

10 001 tot en met 100 000

1 000

100 001 tot en met 1 miljoen

2 000

Meer dan 1 miljoen tot en met 10 miljoen

4 000

Meer dan 10 miljoen tot en met 100 miljoen

8 000

Meer dan 100 miljoen

16 000

De deelcomponenten van de vergoeding per gegevenscluster voor alle transactiegegevens over voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1348/2014 en afkomstig van een specifieke marktdeelnemer zonder gebruik te maken van een georganiseerde markt zijn als volgt:

Transacties per gegevenscluster

Deelcomponent van de vergoeding in EUR

1 tot en met 100

250

101 tot en met 1 000

500

1 001 tot en met 10 000

1 000

10 001 tot en met 100 000

2 000

100 001 tot en met 1 miljoen

4 000

Meer dan 1 miljoen tot en met 10 miljoen

8 000

Meer dan 10 miljoen

16 000


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/1771/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)