|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/1734 |
13.8.2025 |
BESLUIT (EU) 2025/1734 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 31 juli 2025
betreffende waarborgen met betrekking tot de toegang van centrale tegenpartijen tot overnight-krediet van het Eurosysteem in TARGET (ECB/2025/2029)
DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 127, lid 2, eerste en vierde streepje en artikel 127, lid 5,
Gezien de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, en met name artikel 3.1 en de artikelen 17, 18 en 22,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Uit hoofde van Richtsnoer (EU) 2022/912 van de Europese Centrale Bank (ECB/2022/8) (1) kunnen nationale centrale banken van lidstaten die de euro als munt hebben (hierna de “NCB’s van het eurogebied” genoemd) overnight-krediet verstrekken aan centrale tegenpartijen via een speciale crisisfaciliteit (hierna de “CTP-kredietfaciliteit” genoemd). Dergelijke centrale tegenpartijen (CTP’s) moeten in het eurogebied zijn gevestigd en voldoen aan de toegangsvereisten van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8) (hierna de “in aanmerking komende CTP’s genoemd). In de gevallen waarin de in aanmerking komende CTP’s aan het einde van een dag hun intraday-krediet niet hebben terugbetaald, kunnen zij toegang verkrijgen tot de CTP-kredietfaciliteit door het uitstaande intraday-krediet automatisch en zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de Raad van bestuur te verlengen. |
|
(2) |
Met betrekking tot de euro als munteenheid oefenen de centrale banken van het Eurosysteem ten aanzien van CTP’s gezamenlijk de functie van centrale bank van uitgifte uit. Met het oog op deze functie worden zowel vereisten inzake waarborgen voor financiële soliditeit en een solide beheer van liquiditeitsrisico’s waaraan de in aanmerking komende CTP’s moeten voldoen, als een beoordelingsmethode voor de naleving van deze vereisten ingevoerd. |
|
(3) |
Waarborgen inzake de CTP-kredietfaciliteit zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat alleen in aanmerking komende CTP’s die financieel gezond zijn en over een solide beheer van liquiditeitsrisico’s beschikken, toegang tot de CCP-kredietfaciliteit kunnen verkrijgen. Een solide beheer van liquiditeitsrisico’s zorgt ervoor dat de in aanmerking komende CTP’s over adequate controles van liquiditeitsrisico’s beschikken, onder meer voor crisisscenario’s waarbij wordt verondersteld dat de in aanmerking komende CTP’s geen gebruikmaken van de CTP-kredietfaciliteit of — voor zover dergelijke toegang beschikbaar is voor CTP’s met een vergunning als kredietinstelling uit hoofde van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (2) — van monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem. Waarborgen voor financiële soliditeit en een solide beheer van liquiditeitsrisico’s moeten worden toegepast op alle in aanmerking komende CTP’s, met inbegrip van die CTP’s met een vergunning als kredietinstelling uit hoofde van Verordening (EU) nr. 575/2013. |
|
(4) |
De naleving van de vereisten inzake waarborgen voor financiële soliditeit en een solide beheer van liquiditeitsrisico’s door de in aanmerking komende CTP’s moet door de centrale banken van het Eurosysteem op toekomstgerichte wijze worden beoordeeld. Daarom moeten de in aanmerking komende CTP’s doorlopend en zonder enige twijfel voor wat betreft de voortdurende en toekomstige naleving ervan aan deze vereisten voldoen. Naleving van de bij Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (3) vastgestelde wettelijke vereisten met betrekking tot kapitaal, margin, wanbetalingsfonds, andere financiële middelen en het beheer van liquiditeitsrisico’s is een noodzakelijke maar niet afdoende voorwaarde voor het beoordelen van de financiële soliditeit en een solide beheer van liquiditeitsrisico’s door centrale banken van het Eurosysteem met betrekking tot het verlenen van toegang tot de CTP-kredietfaciliteit. |
|
(5) |
Met het oog op de naleving van de bepalingen van dit besluit moet invulling worden gegeven aan de bevoegdheden van de Raad van bestuur om besluiten vast te stellen over discretionaire maatregelen in de gevallen waarin een in aanmerking komende CTP niet voldoet aan de vereisten inzake waarborgen voor financiële soliditeit en een deugdelijk beheer van liquiditeitsrisico’s. Het is ook noodzakelijk de boeten te specificeren die van toepassing zijn op gevallen waarin de toegang van een CTP tot de CTP-kredietfaciliteit wordt beperkt en de CTP het beperkte toegangsniveau overschrijdt, of een beroep doet op de CTP-kredietfaciliteit in strijd met de relevante vereisten inzake het beheer van liquiditeitsrisico’s. Wat betreft de boeten moet er voldoende communicatie zijn tussen de exploitanten van TARGET-deelsystemen en de centrale banken van het Eurosysteem in hun functie als centrale bank van uitgifte om naleving van het ne bis in idem-beginsel te waarborgen. |
|
(6) |
In voorkomend geval dienen de vereisten met betrekking tot de waarborgen inzake financiële soliditeit en een deugdelijk beheer van liquiditeitsrisico’s, met inbegrip van de daarmee verband houdende discretionaire maatregelen en toepasselijke boeten, tot uitdrukking te komen in de contractuele regelingen tussen de in aanmerking komende CTP’s en de NCB’s van het eurogebied met betrekking tot de CTP-kredietfaciliteit. |
|
(7) |
Omwille van de rechtszekerheid moet de datum van toepassing van dit besluit worden afgestemd op de datum van toepassing van de wijzigingen van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8) met betrekking tot de CTP-kredietfaciliteit, namelijk 6 oktober 2025, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van dit besluit gelden de volgende definities:
|
1) |
“centrale tegenpartij” of “CTP”: een centrale tegenpartij waaraan uit hoofde van Verordening (EU) nr. 648/2012 een vergunning is verleend; |
|
2) |
“in aanmerking komende CTP”: een in aanmerking komende CTP als gedefinieerd in artikel 2, punt 26 bis), van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8); |
|
3) |
“CTP-kredietfaciliteit”: de CTP-kredietfaciliteit als gedefinieerd in artikel 2, letter 18 bis), van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8); |
|
4) |
“eurogebied-NCB”: een eurogebied-NCB als gedefinieerd in artikel 2, punt 27), van Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8); |
|
5) |
“centrale bank van het Eurosysteem”: de Europese Centrale Bank (ECB) of een eurogebied-NCB; |
|
6) |
“particuliere financieringsregeling”: een financieringsregeling anders dan een leenfaciliteit die toegankelijk kan zijn via een eurogebied-NCB; |
|
7) |
“particuliere liquiditeitsverstrekker”: een liquiditeitsverstrekker die geen eurogebied-NCB is. |
Artikel 2
Vereisten met betrekking tot waarborgen inzake financiële soliditeit
1. Met het oog op het waarborgen van hun financiële soliditeit voldoen in aanmerking komende CTP’s voortdurend aan de volgende vereisten:
|
a) |
de kapitaalvereisten krachtens artikel 16 van Verordening (EU) nr. 648/2012; |
|
b) |
de marginvereisten krachtens artikel 41 van Verordening (EU) nr. 648/2012; |
|
c) |
de vereisten inzake voorgefinancierde financiële middelen krachtens de artikelen 42 en 43 van Verordening (EU) nr. 648/2012. |
2. Indien een CTP bij wanbetaling van een clearinglid van een CTP haar proces inzake het beheer van de wanbetalingen uitvoert overeenkomstig de artikelen 45 en 48 van Verordening (EU) nr. 648/2012, en bijgevolg gebruikmaakt van de door het in gebreke blijvende clearinglid gestorte margins en de in de artikelen 42 en 43 van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde voorgefinancierde financiële middelen, is het volgende van toepassing:
|
a) |
de CTP beschikt over voldoende voorgefinancierde financiële middelen, met inbegrip van de door het in gebreke blijvende clearinglid gestorte margins en de in de artikelen 42 en 43 van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde voorgefinancierde financiële middelen, om kredietverliezen die voortvloeien uit het proces inzake het beheer van wanbetalingen te dekken; |
|
b) |
op basis van de overeenkomstig artikel 4 uitgevoerde beoordeling kunnen de centrale banken van het Eurosysteem besluiten tijdelijk af te zien van het vereiste van lid 1, letter c), indien de CTP tijdig en op geloofwaardige wijze een plan presenteert om de in de artikelen 42 en 43 van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde voorgefinancierde financiële middelen aan te vullen. |
3. Een CTP die wordt geacht te falen of waarschijnlijk te zullen falen in de zin van artikel 22 van Verordening (EU) 2021/2023 van het Europees Parlement en de Raad (4) wordt niet als financieel solide beschouwd.
Artikel 3
Vereisten inzake waarborgen voor deugdelijk beheer van liquiditeitsrisico’s
1. Om hun deugdelijk beheer van liquiditeitsrisico’s met betrekking tot de euro te waarborgen, voldoen in aanmerking komende CTP’s doorlopend aan de volgende vereisten:
|
a) |
zij beschikken over controles van liquiditeitsrisico’s om ervoor te zorgen dat toegang tot de CTP-kredietfaciliteit of – indien aan die CTP’s uit hoofde van Verordening (EU) nr. 575/2013 een vergunning is verleend – tot monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem:
|
|
b) |
zij voldoen aan de vereisten met betrekking tot de controles van liquiditeitsrisico’s overeenkomstig artikel 44 van Verordening (EU) nr. 648/2012. |
2. Indien een CTP bij wanbetaling van een clearinglid het proces inzake het beheer van wanbetalingen overeenkomstig de artikelen 45 en 48 van Verordening (EU) nr. 648/2012 uitvoert en bijgevolg gebruikmaakt van de in de artikel 44 van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde voorgefinancierde financiële middelen, is het volgende van toepassing:
|
a) |
met betrekking tot het vereiste van lid 1, letter a), mag de overeenkomstig artikel 4 uitgevoerde beoordeling worden uitgevoerd nadat de CTP het proces inzake het beheer van wanbetalingen heeft voltooid; |
|
b) |
op basis van de overeenkomstig artikel 4 uitgevoerde beoordeling kunnen de centrale banken van het Eurosysteem besluiten tijdelijk af te zien van het vereiste van lid 1, letter b), indien de CTP een plan indient om de in artikel 44 van Verordening (EU) nr. 648/2012 genoemde voorgefinancierde liquide middelen op geloofwaardige en tijdige wijze aan te vullen. |
3. Bij de beoordeling van de naleving door een CTP van lid 1, letter a), kan rekening worden gehouden met het volgende:
|
a) |
het liquiditeitsrisico als gevolg van een te grote afhankelijkheid van één soort particuliere financieringsregeling; |
|
b) |
het liquiditeitsrisico als gevolg van een te grote afhankelijkheid van een te gering aantal particuliere liquiditeitsverstrekkers; |
|
c) |
het liquiditeitsrisico als gevolg van het geringe aantal particuliere liquiditeitsverstrekkers van de CTP dat toegang heeft tot de monetairbeleidstransacties van het Eurosysteem. |
4. Met betrekking tot lid 1, letter b), kunnen de centrale banken van het Eurosysteem bij de beoordeling van de mate waarin de particuliere financieringsregelingen ook onder gespannen marktomstandigheden vooraf overeengekomen en zeer betrouwbaar zijn, rekening houden met het volgende:
|
a) |
de reikwijdte en de omvang van de zorgvuldigheidsverplichtingen die de CTP oplegt aan particuliere financieringsregelingen; |
|
b) |
de volledigheid en frequentie van de tests voor de toegang tot particuliere financieringsregelingen, de daarvoor gebruikte methodiek en de context van stressscenario’s; |
|
c) |
de validatie van de testresultaten, met name met betrekking tot de geraamde bedragen van de liquiditeitsverstrekking op basis van de particuliere financieringsregelingen. |
Artikel 4
Beoordeling van waarborgen
1. De centrale banken van het Eurosysteem voeren driemaandelijks en op toekomstgerichte wijze beoordelingen uit van de naleving door in aanmerking komende CTP’s van de in de artikelen 2 en 3 vastgelegde vereisten inzake waarborgen voor financiële soliditeit en een solide beheer van liquiditeitsrisico’s.
2. Indien zich tussen de in lid 1 genoemde driemaandelijkse beoordelingen een gebeurtenis voordoet die aanleiding kan geven tot bezorgdheid met betrekking tot de financiële soliditeit en het solide beheer van liquiditeitsrisico’s van een in aanmerking komende CTP, voeren de centrale banken van het Eurosysteem ook incidenteel beoordelingen uit van de naleving van de in artikelen 2 en 3 vastgelegde vereisten inzake financiële soliditeit en een solide beheer van liquiditeitsrisico’s door een in aanmerking komende CTP, onder meer door middel van ad hoc verscherpte monitoring en toekomstgerichte beoordelingen.
3. Met het oog op de in de leden 1 en 2 genoemde beoordelingen kan de volgende informatie in aanmerking worden genomen:
|
a) |
kwantitatieve informatie over kapitaal, margin, wanbetalingsfonds, andere financiële middelen en de controles van liquiditeitsrisico’s die is gerapporteerd in het kader van Verordening (EU) nr. 648/2012; |
|
b) |
alle aanvullende informatie over kapitaal, marge, wanbetalingsfonds, andere financiële middelen en controles van liquiditeitsrisico’s; |
|
c) |
informatie over de in artikel 3, lid 1, letter a), genoemde elementen met betrekking tot de controles van liquiditeitsrisico’s van een CTP in stresssituaties; |
|
d) |
alle andere informatie die relevant wordt geacht, met name indien deze aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de financiële soliditeit, het solide beheer van liquiditeitsrisico’s, het algemene kader voor risicobeheer en de governance van een CTP. |
4. De in aanmerking komende CTP verstrekt de in lid 3 genoemde informatie indien de betrokken eurogebied-NCB daarom verzoekt.
Artikel 5
Discretionaire maatregelen
1. De Raad van bestuur kan vanuit het oogpunt van prudentieel handelen besluiten discretionaire maatregelen met betrekking tot de CTP-kredietfaciliteit vast te stellen, te herzien of in te trekken. Deze maatregelen worden door de betreffende eurogebied-NCB toegepast en omvatten:
|
a) |
het afwijzen, beperken van het gebruik of het toepassen van aanvullende surpluspercentages op de als onderpand voor de CTP-kredietfaciliteit gemobiliseerde beleenbare activa; |
|
b) |
het beperken, opschorten of beëindigen van de toegang tot de CTP-kredietfaciliteit, zoals nader omschreven in de leden 3 tot en met 7. |
2. De Raad van bestuur zorgt ervoor dat de in lid 1 genoemde maatregelen op evenredige en niet-discriminerende wijze worden genomen en naar behoren worden gemotiveerd.
3. Tenzij de Raad van bestuur anders besluit, wordt de toegang tot de CTP-kredietfaciliteit van een CTP die niet aan de vereisten van de artikelen 2 en 3 voldoet, automatisch beperkt vanuit het oogpunt van prudentieel handelen. Indien de naleving niet uiterlijk binnen 16 weken na de datum waarop op basis van de in artikel 4 genoemde beoordelingen werd vastgesteld dat niet aan de vereisten van de artikelen 2 en 3 is voldaan, met passende en tijdige maatregelen is hersteld, wordt de toegang van de CTP tot de CTP-kredietfaciliteit vanuit het oogpunt van prudentieel handelen opgeschort. Dergelijke maatregelen worden toegepast door de betreffende eurogebied-NCB.
4. Onverminderd de in lid 3 genoemde maatregelen, kan de toegang tot de CTP-kredietfaciliteit voor een in aanmerking komende CTP vanuit het oogpunt van prudentieel handelen worden beperkt of opgeschort indien de benodigde informatie voor de in artikel 4 genoemde beoordelingen onvolledig is of niet ter beschikking is gesteld aan de centrale banken van het Eurosysteem. De toegang wordt hersteld zodra de relevante informatie beschikbaar is voor de centrale banken van het Eurosysteem en bij de beoordeling is vastgesteld dat de CTP voldoet aan de vereisten van artikelen 2 en 3.
5. Nadat de toegang tot de CTP-kredietfaciliteit overeenkomstig dit artikel werd beperkt, kan de betreffende in aanmerking komende CTP een beperkt niveau van toegang tot de CTP-kredietfaciliteit behouden. Tenzij de Raad van bestuur anders besluit, komt dit beperkte toegangsniveau overeen met het niveau van het gebruik van de CTP-kredietfaciliteit op het tijdstip waarop de centrale banken van het Eurosysteem kennis krijgen van:
|
a) |
in het in lid 3 genoemde geval, de niet-naleving van de vereisten van de artikelen 2 en 3 door de betreffende in aanmerking komende CTP; |
|
b) |
in het in lid 4 genoemde geval, het feit dat de voor de in artikel 4 genoemde beoordelingen benodigde informatie onjuist of niet beschikbaar is. |
6. In het geval van opschorting van de toegang tot de CTP-kredietfaciliteit overeenkomstig dit artikel, wordt elk uitstaand krediet onmiddellijk volledig opeisbaar.
7. In het geval van beëindiging van de toegang tot de CTP-kredietfaciliteit overeenkomstig dit artikel, wordt elk uitstaand krediet onmiddellijk volledig opeisbaar en komt de CTP waarop de beëindiging betrekking heeft met onmiddellijke ingang niet meer in aanmerking voor toegang tot de CTP-kredietfaciliteit.
Artikel 6
Boeten in verband met waarborgen en discretionaire maatregelen
1. Tenzij de Raad van bestuur anders besluit, legt de betreffende eurogebied-NCB een boete op in de volgende gevallen:
|
a) |
indien de toegang van een CTP tot de CTP-kredietfaciliteit overeenkomstig artikel 5 werd beperkt en de CTP het beperkte toegangsniveau overschrijdt, of |
|
b) |
indien een CTP in strijd met artikel 3, lid 1, letter a), een beroep doet op de CTP-kredietfaciliteit. |
2. De in lid 1 genoemde boeten worden opgelegd in de vorm van een boeterentes, die overeenkomstig de volgende bepalingen worden berekend:
|
a) |
deel II, artikel 12 bis, lid 3), letter a), van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8), indien het in lid 1, letter a) of b), genoemde geval zich voor de eerste keer binnen een periode van twaalf maanden voordoet; |
|
b) |
deel II, artikel 12 bis, lid 3), letter b), van bijlage I bij Richtsnoer (EU) 2022/912 (ECB/2022/8), indien het in lid 1, letter a) of b), genoemde geval zich voor ten minste de tweede keer binnen dezelfde periode van twaalf maanden voordoet; |
3. De in lid 2 genoemde boeterentes worden toegepast op:
|
a) |
in het in lid 1, letter a), genoemde geval, in het kader van de CTP-kredietfaciliteit gebruikte bedrag dat in het kader van het beperkte toegangsniveau als toegestane limiet werd vastgesteld; |
|
b) |
in het in lid 1, letter b), genoemde geval, het volledige bedrag dat in het kader van de CTP-kredietfaciliteit werd gebruikt. |
Artikel 7
Uitvoering door middel van contractuele regelingen
De eurogebied-NCB’s nemen de nodige maatregelen, in voorkomend geval door middel van contractuele overeenkomsten met erkende CTP’s, om de artikelen 2 tot en met 6 uiterlijk op de in artikel 8, lid 2, genoemde datum ten uitvoer te leggen.
Artikel 8
Inwerkingtreding
1. Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2. Dit besluit wordt toegepast met ingang van 6 oktober 2025.
Gedaan te Frankfurt am Main, 31 juli 2025.
De president van de ECB
Christine LAGARDE
(1) Richtsnoer (EU) 2022/912 van de Europese Centrale Bank van 24 februari 2022 betreffende een nieuwe generatie geautomatiseerd trans-Europees realtime-brutoverevening-express-betalingssysteem (TARGET) en tot intrekking van Richtsnoer ECB/2012/27 (ECB/2022/8) (PB L 163 van 17.6.2022, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/guideline/2022/912/oj).
(2) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/575/oj).
(3) Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/648/oj).
(4) Verordening (EU) 2021/2023 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een kader voor het herstel en de afwikkeling van centrale tegenpartijen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1095/2010, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 806/2014 en (EU) 2015/2365 en Richtlijnen 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2007/36/EG, 2014/59/EU en (EU) 2017/1132 (PB L 22 van 22.1.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/23/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/1734/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)