European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1508

25.7.2025

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/1508 VAN DE COMMISSIE

van 24 juli 2025

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) (“de basisverordening”), en met name artikel 9, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Voorafgaande onderzoeken en geldende maatregelen

(1)

De Raad heeft bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 214/2013 van de Raad (2) definitieve antidumpingrechten ingesteld op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“China”, “de VRC” of “het betrokken land”) (“de oorspronkelijke maatregelen”). Het onderzoek dat tot de instelling van de oorspronkelijke maatregelen heeft geleid, wordt hierna “het oorspronkelijke onderzoek” genoemd.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 215/2013 (3) heeft de Raad tegelijkertijd compenserende rechten ingesteld op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de VRC. De thans geldende compenserende rechten variëren van 13,7 % tot 44,7 %.

(3)

Naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie op 2 mei 2019 bij Verordening (EU) 2019/687 de definitieve antidumpingmaatregelen op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de VRC verlengd (4) (“het vorige nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen”). De thans geldende antidumpingrechten variëren van 0 % tot 26,1 %.

(4)

De hoogte van de gecombineerde antidumping- en antisubsidierechten varieert van 13,7 % tot 58,3 %.

1.2.   Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen

(5)

Na de bekendmaking van een bericht dat de geldende definitieve antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen (5), heeft de Commissie een verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen (“het verzoek”).

(6)

Het verzoek werd op 2 februari 2024 namens de bedrijfstak van de Unie voor organisch beklede staalproducten in de zin van artikel 5, lid 4, van de basisverordening ingediend door de European Steel Association (“Eurofer” of “de indiener van het verzoek”). Het verzoek werd ingediend op grond dat het vervallen van de antidumpingmaatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting van dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie.

1.3.   Opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen

(7)

Daar de Commissie, na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité, tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 30 april 2024 op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Zij heeft daartoe een bericht van opening gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (6) (“het bericht van opening”).

1.4.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

(8)

Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023 (“het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of “TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2020 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek (“de beoordelingsperiode”).

1.5.   Belanghebbenden

(9)

In het bericht van opening heeft de Commissie belanghebbenden uitgenodigd contact met haar op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie de indiener van het verzoek, de haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende niet-verbonden importeurs in de Unie, de niet-verbonden gebruikers in de Unie waarvan bekend is dat zij hierbij betrokken zijn, de haar bekende producenten in de VRC en de autoriteiten van de VRC specifiek in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.

(10)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld hun opmerkingen over de opening van het nieuwe onderzoek kenbaar te maken en een aanvraag in te dienen voor een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

1.6.   Samenstelling van de steekproef

(11)

In het bericht van opening deelde de Commissie mee dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen in overeenstemming met artikel 17 van de basisverordening.

1.6.1.   Steekproef van producenten in de Unie

(12)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening.

(13)

Voorafgaand aan de opening hebben 14 producenten in de Unie de voor de samenstelling van de steekproef gevraagde gegevens verstrekt en zich bereid verklaard om mee te werken met de Commissie. Op basis van deze informatie had de Commissie een voorlopige steekproef samengesteld van drie producenten die representatief bleken te zijn voor de bedrijfstak van de Unie, wat het volume van hun productie en verkoop van het soortgelijke product in de Unie betreft. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden 28 % van de geschatte totale productie van de bedrijfstak van de Unie en 26 % van de totale verkoop door de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(14)

De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd om opmerkingen over de voorlopige steekproef in te dienen. Er werden geen opmerkingen ontvangen en de voorlopige steekproef werd bevestigd. De steekproef werd als representatief voor de bedrijfstak van de Unie beschouwd.

1.6.2.   Steekproef van importeurs

(15)

In het verzoek om het nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen werden tien niet-verbonden importeurs geïdentificeerd en uitgenodigd om informatie voor de steekproef te verstrekken. Geen van hen heeft hierop gereageerd.

1.6.3.   Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC

(16)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, om deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie gevraagd eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn, op te sporen en/of contact met hen op te nemen.

(17)

Geen enkele producent-exporteur heeft het steekproefformulier teruggestuurd. Vervolgens heeft de Commissie op 2 augustus 2024 de Chinese overheid ervan in kennis gesteld dat de producenten-exporteurs in de VRC geen medewerking hadden verleend en dat zij derhalve artikel 18 van de basisverordening zou toepassen met betrekking tot de bevindingen van voortzetting of herhaling van dumping.

1.7.   Vragenlijsten en controles ter plaatse

(18)

De Commissie heeft de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden over het bestaan van verstoringen van betekenis in de VRC in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. De Commissie heeft van de Chinese overheid echter geen antwoord op de vragenlijst ontvangen over deze kwestie. Derhalve heeft de Commissie op 2 augustus 2024 de Chinese overheid in kennis gesteld van haar voornemen om artikel 18 van de basisverordening toe te passen met betrekking tot het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC.

(19)

De Commissie heeft de drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en Eurofer vragenlijsten toegezonden. De vragenlijsten voor de producenten in de Unie, de niet-verbonden importeurs, de gebruikers, en de producenten-exporteurs in de VRC werden op de dag van opening van het onderzoek ook online (7) beschikbaar gesteld.

(20)

De drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en Eurofer hebben de vragenlijsten beantwoord teruggestuurd.

(21)

De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of het waarschijnlijk was dat de dumping en de schade zouden voortduren of opnieuw zouden optreden en om het belang van de Unie te bepalen. Bij de volgende belanghebbenden werd ter plaatse een controle verricht:

a)

Producenten in de Unie:

ArcelorMittal Belgium, België

ThyssenKrupp, Duitsland

Tata Steel Maubeuge SA, Frankrijk

b)

Vereniging van producenten in de Unie:

EUROFER, België

1.8.   Vervolg van de procedure

(22)

Op 6 juni 2025 heeft de Commissie de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens was de geldende antidumpingrechten te handhaven. Alle belanghebbenden konden hierover binnen een bepaalde termijn na deze mededeling opmerkingen indienen.

(23)

Geen van de partijen heeft opmerkingen ingediend over de mededeling van de definitieve bevindingen. Geen van de partijen heeft verzocht om een hoorzitting.

2.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Onderzocht product

(24)

Het onderzochte product is hetzelfde als in het oorspronkelijke onderzoek en het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, namelijk bepaalde organisch beklede staalproducten (“OBS”), d.w.z. gewalste platte producten van niet-gelegeerd of gelegeerd staal (uitgezonderd roestvrij staal), aan ten minste één zijde geverfd, gevernist of bekleed met kunststof, met uitzondering van zogenaamde “sandwichpanelen” van de soort gebruikt in de bouw, bestaande uit twee metalen buitenplaten met een stabiliserende kern van isolatiemateriaal, en met uitzondering van producten met een laatste bekleding van zinkstof (een zinkrijke verf die 70 of meer gewichtspercenten zink bevat), en met uitzondering van producten met een ondergrond die bekleed is met een metalen bekleding van chroom of tin, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7210 70 80 , ex 7212 40 80 , ex 7225 99 00 en ex 7226 99 70 (Taric-codes 7210 70 80 11, 7210 70 80 91, 7212 40 80 01, 7212 40 80 21, 7212 40 80 82, 7225 99 00 11, 7225 99 00 91, 7226 99 70 11 en 7226 99 70 91); “het onderzochte product” of “OBS”).

(25)

Het onderzochte product wordt verkregen door op gewalste platte staalproducten een organische bekleding aan te brengen. Deze organische bekleding biedt staalproducten bescherming en esthetische en functionele eigenschappen.

(26)

OBS wordt hoofdzakelijk gebruikt in de bouw en voor verdere verwerking in bouwproducten. Ook wordt het toegepast in huishoudelijke apparaten.

2.2.   Betrokken product

(27)

Het betrokken product in dit onderzoek is het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China (“het betrokken product”).

2.3.   Soortgelijk product

(28)

Zoals vastgesteld in het oorspronkelijke onderzoek en bevestigd in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, is in dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen nogmaals bevestigd dat de volgende producten dezelfde fysische, chemische en technische basiseigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:

het betrokken product bij uitvoer naar de Unie;

het onderzochte product dat in de VRC wordt vervaardigd en aldaar op de binnenlandse markt wordt verkocht;

het onderzochte product dat door de producenten-exporteurs wordt vervaardigd en aan de rest van de wereld wordt verkocht; en

het onderzochte product dat in de Unie door de bedrijfstak van de Unie wordt geproduceerd en aldaar wordt verkocht.

Deze producten worden derhalve beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN DUMPING

3.1.   Inleidende opmerkingen

(29)

In het tijdvak van het nieuwe onderzoek is de invoer van OBS uit de VRC nagenoeg verdwenen. Volgens Eurostat was de invoer van OBS uit de VRC goed voor ongeveer 0,06 % van de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, vergeleken met een marktaandeel van 13,6 % tijdens het oorspronkelijke onderzoek en 0,1 % tijdens het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. In absolute cijfers daalde de invoer van 702 452 ton in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek tot 6 338 ton in het vorige nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen en verder tot 2 554 ton in het tijdvak van het nieuwe onderzoek in het kader van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen. Bijgevolg heeft de Commissie geconcludeerd dat de invoer in het tijdvak van het nieuwe onderzoek niet voldoende representatief was om geldige conclusies te trekken over de voortzetting van dumping.

(30)

Derhalve heeft de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening onderzocht of herhaling van dumping waarschijnlijk is indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. De volgende elementen zijn onderzocht: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC, de verhouding tussen de prijzen in de Unie en die in de VRC, de verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en de normale waarde in de VRC, het verband tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijspeil in de Unie, en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie.

(31)

Zoals vermeld in overweging 17, werkte geen van de producenten-exporteurs uit de VRC aan het onderzoek mee. Derhalve heeft de Commissie de autoriteiten van de VRC meegedeeld dat zij wegens gebrek aan medewerking mogelijk artikel 18 van de basisverordening zou toepassen voor de bevindingen met betrekking tot de VRC. De Commissie heeft ter zake geen opmerkingen ontvangen, noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen.

(32)

Bijgevolg werden de bevindingen betreffende de voortzetting van of de waarschijnlijkheid van herhaling van dumping overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name handelsstatistieken die worden verzameld door Eurostat (8) en de Global Trade Atlas (9), informatie over vrachtkosten op basis van gegevens van de OESO over internationale transport- en verzekeringskosten voor de handel in goederen (10) en het Doing Business (11)-rapport van de Wereldbank, informatie over de productiefactoren en het verbruik ervan van een representatieve producent in de Unie, en informatie over de ontwikkeling van de Chinese markt voor OBS uit het jaarverslag van MySteel (12).

(33)

Om de waarschijnlijkheid van herhaling van dumping te onderzoeken, met name met het oog op prijsvergelijkingen, heeft de Commissie om te beginnen de normale waarde vastgesteld, zoals uiteengezet in punt 3.2.

3.2.   Procedure voor de vaststelling van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening voor de invoer van OBS van oorsprong uit de VRC

(34)

Aangezien er ten tijde van de opening van het onderzoek voldoende bewijsmateriaal beschikbaar was dat met betrekking tot de VRC wees op het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, heeft de Commissie het onderzoek geopend op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening.

(35)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis nodig achtte, heeft de Commissie de Chinese overheid een vragenlijst toegezonden. Bovendien heeft de Commissie in punt 5.3.2 van het bericht van opening alle belanghebbenden uitgenodigd om binnen 37 dagen na de datum van bekendmaking van dat bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie hun standpunt kenbaar te maken, informatie in te dienen en ondersteunend bewijsmateriaal te verstrekken ten aanzien van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. De Chinese overheid reageerde niet binnen de daarvoor gestelde termijn op de vragenlijst, en diende evenmin opmerkingen in over de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. Vervolgens heeft de Commissie de Chinese overheid er op 2 augustus 2024 van in kennis gesteld dat zij overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening de beschikbare gegevens zou gebruiken om de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de VRC vast te stellen.

(36)

In punt 5.3.2 van het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat Mexico gezien het beschikbare bewijsmateriaal overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening een passend representatief land was voor de vaststelling van de normale waarde aan de hand van niet-verstoorde prijzen of benchmarks. De Commissie heeft verder opgemerkt dat zij andere mogelijk passende landen zou onderzoeken overeenkomstig de criteria van artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening.

(37)

Op 19 maart 2025 heeft de Commissie de belanghebbenden door middel van een mededeling op de hoogte gebracht van de relevante bronnen die zij voornemens was te gebruiken om de normale waarde vast te stellen (“de mededeling”). In die mededeling heeft de Commissie een lijst verstrekt van alle productiefactoren zoals grondstoffen, arbeid en energie die bij de productie van OBS een rol spelen. Daarnaast heeft de Commissie, op basis van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks, Mexico als een passend representatief land aangemerkt. De Commissie heeft opmerkingen over de mededeling ontvangen van de indiener van het verzoek. De indiener van het verzoek sprak zijn steun uit voor het door de Commissie gekozen representatieve land.

3.2.1.   Normale waarde

(38)

Artikel 2, lid 1, van de basisverordening bepaalt het volgende: “De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald”.

(39)

Artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening bepaalt evenwel: “Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen”, en deze normale waarde “omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst” (voor “administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten” wordt hierna de afkorting “VAA-kosten” gebruikt).

(40)

Zoals hieronder nader wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijsmateriaal en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese overheid en de producenten-exporteurs, juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

3.2.2.   Bestaan van verstoringen van betekenis

(41)

De Commissie heeft het bewijsmateriaal in het dossier onderzocht om na te gaan of er sprake is van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening in de VRC die de binnenlandse prijzen en kosten in dat land ongeschikt maken om te worden gebruikt. Die analyse had betrekking op de volgende bewijselementen betreffende de verschillende criteria die relevant zijn voor de vaststelling van verstoringen van betekenis.

(42)

Ten eerste bevatte het bewijsmateriaal in het verzoek de volgende elementen die wezen op het bestaan van verstoringen van betekenis.

(43)

De aanvrager voerde aan dat de Chinese markt voor het onderzochte product wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de Chinese autoriteiten, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen. In dit verband wees de indiener van het verzoek op het bestaan van een aanzienlijk eigendomsbelang van de staat in de Chinese staalsector, met name in grote OBS-producenten zoals de Baowu Group, de Ansteel Group en de Shandong Steel Group, die alle staatsondernemingen zijn.

(44)

De indiener van het verzoek voerde tevens aan dat de aanwezigheid van de Chinese overheid in OBS-producenten de overheid in staat stelt zich te mengen in de prijzen en de kosten. De indiener van het verzoek betoogde dat dit het geval is voor zowel staatsondernemingen als particuliere ondernemingen. Hij wees namelijk op de grondwettelijke verplichting, overeenkomstig artikel 33 van de grondwet van de VRC, dat “[b]asisorganisaties van de partij in niet-overheidsentiteiten de beginselen en beleidslijnen van de partij [moeten] uitvoeren en sturing [moeten] geven aan en toezicht [moeten] houden op de naleving door de ondernemingen van de wet- en regelgeving van de staat”. Bovendien wordt in artikel 19 van de vennootschapswet van de VRC erop gewezen dat ondernemingen verplicht zijn “de noodzakelijke voorwaarden voor de activiteiten van de partij te scheppen” en binnen de onderneming “een organisatie van de Communistische Partij van China [moeten oprichten] […] om de activiteiten van de partij uit te voeren”.

(45)

Wat specifiek de OBS-producenten betreft, werd in het verzoek opgemerkt dat president Xi Jinping de Baowu Steel Group had aangemoedigd om te blijven samenwerken met de staatseconomie (13). Daarnaast werd in het verzoek ingegaan op de verklaring van de voorzitter van de China Society for Metals, die “sprak over de relevante belangrijke instructies van het 20e nationale congres van de Communistische Partij van China” met name over de noodzaak om “een alomvattend beleid uit te voeren wat betreft de optimalisering van de industriële structuur, het beheersen van de capaciteitsuitbreiding, het bevorderen van de industriële concentratie en het verbeteren van de kwaliteit en de efficiëntie” (14). Tot slot wees de indiener van het verzoek, aangezien OBS voornamelijk in de bouw wordt gebruikt, op het belang dat in het 14e vijfjarenplan voor nationale economische en sociale ontwikkeling wordt gehecht aan de bouwsector in landelijke en stedelijke gebieden.

(46)

Bovendien gaf de indiener van het verzoek aan dat de Chinese autoriteiten discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen handhaven die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden. In dit verband merkte de indiener van het verzoek op dat de staalsector in de VRC onderworpen is aan talrijke nationale en gemeentelijke plannen, met name met betrekking tot de optimalisering en herstructurering van de staalindustrie en de modernisering op het niveau van de toeleveringsketen. Daarnaast geldt dat de China Iron and Steel Association, overeenkomstig artikel 3 van haar statuten, “het algemene leiderschap van de Communistische Partij van China aanhangt” en “de zakelijke begeleiding, het toezicht en het beheer door de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor registratie en beheer, door de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor partijopbouw, alsook door de desbetreffende administratieve afdelingen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de industrie, aanvaardt”.

(47)

De indiener van het verzoek benadrukte tevens het ontbreken, de discriminerende toepassing en de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving. Dit blijkt volgens de indiener van het verzoek uit de invloed van de Chinese overheid in insolventieprocedures. Aangezien de rechtbanken ondergeschikt zijn aan de Chinese overheid, zijn veel insolvente ondernemingen gebaat bij herstructureringsplannen die feitelijk voortvloeien uit overheidsgaranties aan staatsondernemingen. Daarnaast verwees de indiener van het verzoek naar het gebrek aan transparantie van de voorschriften ten aanzien van het aanbieden en verwerven van grond.

(48)

Bovendien wordt in het verzoek benadrukt dat de loonkosten in de VRC, en specifiek in de OBS-sector, verstoord zijn. Dergelijke verstoringen werden reeds in herinnering gebracht in het eerste nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen, en de indiener van het verzoek vond geen bewijs dat de OBS-sector gevrijwaard is van verstoringen van loonkosten.

(49)

Ten tweede heeft de Commissie in recente onderzoeken betreffende de staalsector in de VRC (15) vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. In die onderzoeken heeft de Commissie vastgesteld dat er in de VRC sprake is van aanzienlijk overheidsingrijpen, wat leidt tot een verstoring van de effectieve toewijzing van middelen overeenkomstig de marktbeginselen (16). De Commissie heeft met name geconcludeerd dat de Chinese overheid niet alleen nog steeds een aanzienlijk deel van de staalsector in handen heeft in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), eerste streepje, van de basisverordening (17), maar dat zij zich ook in de prijzen en kosten kan mengen via overheidsaanwezigheid in bedrijven in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), tweede streepje, van de basisverordening (18). De Commissie heeft verder vastgesteld dat de aanwezigheid van de staat op de financiële markten en het ingrijpen door de staat op die markten, alsmede bij de levering van grondstoffen en basisproducten, een aanvullend verstorend effect hebben op de markt. Inderdaad leidt het planningssysteem in de VRC er over de gehele linie toe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de Chinese overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, in plaats van dat de allocatie plaatsvindt in overeenstemming met marktkrachten (19). Bovendien heeft de Commissie geconcludeerd dat de Chinese faillissements- en eigendomswetgeving niet naar behoren functioneert in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vierde streepje, van de basisverordening, en dus verstoringen veroorzaakt, met name wanneer in de VRC insolvente ondernemingen op de been worden gehouden en grondgebruiksrechten worden toegewezen (20). In dezelfde geest heeft de Commissie vastgesteld dat er sprake was van verstoringen van loonkosten in de staalsector in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), vijfde streepje, van de basisverordening (21), alsmede van verstoringen op de financiële markten in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), zesde streepje, van de basisverordening, met name wat betreft de toegang tot kapitaal voor ondernemingen in de VRC (22).

(50)

Ten derde heeft de Commissie in het meest recente nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen betreffende het onderzochte product (23) geconcludeerd dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening. Er zijn de Commissie geen belangrijke structurele veranderingen in de VRC bekend die aan die conclusie kunnen afdoen.

(51)

Ten vierde bevat het Werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations” (24), dat door de Commissie is opgesteld op grond van artikel 2, lid 6 bis, punt c), van de basisverordening, aanvullend bewijsmateriaal waaruit blijkt dat ook in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van verstoringen van betekenis.

(52)

Ten vijfde hebben noch de Chinese overheid, noch de producenten-exporteurs in het kader van het onderhavige onderzoek bewijsmateriaal of argumenten van het tegendeel aangedragen.

(53)

Gezien het bovenstaande is uit het beschikbare bewijsmateriaal gebleken dat de prijzen en kosten van het onderzochte product, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door vrije marktwerking tot stand zijn gekomen omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, zoals blijkt uit de daadwerkelijke of mogelijke gevolgen van een of meer van de daarin genoemde relevante factoren. Op grond daarvan is de Commissie tot de conclusie gekomen dat het in dit geval niet passend is om voor de vaststelling van de normale waarde gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten. Bijgevolg heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen in dit geval aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land in overeenstemming met artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

3.2.3.   Representatief land

3.2.3.1.   Algemene opmerkingen

(54)

De keuze van het representatieve land overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening werd gebaseerd op de volgende criteria:

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiervoor heeft de Commissie landen gekozen met een bruto nationaal inkomen per inwoner dat volgens de databank van de Wereldbank (25) vergelijkbaar is met dat van de VRC;

vervaardiging van het onderzochte product in dat land (26);

beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land;

wanneer er sprake was van meer dan één mogelijk representatief land, moet in voorkomend geval de voorkeur worden gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

(55)

Zoals toegelicht in overweging 37, heeft de Commissie in het dossier een mededeling aangaande de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde bekendgemaakt. In deze mededeling zijn de feiten en het bewijsmateriaal beschreven die ten grondslag liggen aan de relevante criteria. In de mededeling heeft de Commissie de belanghebbenden in kennis gesteld van haar voornemen om Mexico in het onderhavige geval als een geschikt representatief land aan te merken indien het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening zou worden bevestigd.

3.2.3.2.   Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC

(56)

Gezien het gebrek aan medewerking heeft de Commissie bevestigd dat Mexico, dat bij de opening van het onderzoek naar de mening van de Commissie een mogelijk representatief land was, volgens de Wereldbank inderdaad een land met een vergelijkbaar niveau van economische ontwikkeling als de VRC was, d.w.z. dat het door de Wereldbank op basis van het bruto nationaal inkomen als “hogermiddeninkomensland” werd ingedeeld, waarvan bekend is dat het onderzochte product daar wordt geproduceerd.

(57)

In zijn opmerkingen over de mededeling sprak de indiener van het verzoek zijn steun uit voor het voornemen van de Commissie om Mexico als een passend representatief land aan te merken.

3.2.3.3.   Vervaardiging van het onderzochte product in dat land

(58)

In de mededeling lichtte de Commissie toe dat het onderzochte product in Mexico werd geproduceerd in aanzienlijke hoeveelheden en via een soortgelijk productieproces.

(59)

De Commissie heeft geen opmerkingen over de productie van OBS in Mexico ontvangen.

3.2.3.4.   Beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in het representatieve land

(60)

In de mededeling gaf de Commissie aan dat zij onmiddellijk beschikbare financiële informatie voor een OBS-producent in Mexico had gevonden die betrekking had op het boekjaar eindigend in december 2023. De niet-verstoorde kosten van de belangrijkste productiefactoren, elektriciteit, gas en arbeid konden eveneens worden vastgesteld.

(61)

De Commissie stelde vast dat alle inputs in representatieve hoeveelheden in Mexico werden ingevoerd.

(62)

Voor het merendeel van de inputs was de omvang van de invoer uit de VRC onbeduidend. Wat polyurethaanverf betreft, werd ongeveer 20 % uit de VRC ingevoerd. De prijs per eenheid van de invoer uit andere landen dan de VRC was echter aanzienlijk hoger dan de prijs bij invoer uit de VRC. De Commissie was derhalve van oordeel dat die prijzen niet werden beïnvloed door de invoer van oorsprong uit de VRC.

(63)

Geen van de bij de productie van OBS gebruikte inputs werd vanuit Rusland in Mexico ingevoerd. De Commissie heeft derhalve niet geanalyseerd of de mogelijke sancties tegen de invoer uit Rusland de invoerprijzen in Mexico kunnen hebben verstoord.

(64)

Om vast te stellen dat de uitvoer van de bij de productie van OBS gebruikte inputs niet aan uitvoerbeperkingen onderworpen was, heeft de Commissie de databank van Global Trade Alert (27) en de Market Access Map (28) geraadpleegd. De Commissie stelde vast dat Mexico geen beperkingen ten aanzien van de uitvoer van bij de productie van OBS gebruikte inputs heeft ingesteld. Derhalve werd geconcludeerd dat noch de binnenlandse prijzen, noch de invoerprijzen van die inputs werden verstoord door een kunstmatig verhoogde levering van de inputs op de Mexicaanse markt.

(65)

De Commissie heeft voorts onderzocht of derde landen handelsbeschermingsmaatregelen hebben ingesteld ten aanzien van de invoer van OBS uit Mexico. Het bestaan van dergelijke maatregelen zou erop kunnen wijzen dat de financiële resultaten van de Mexicaanse producenten van OBS werden verstoord door dumpingpraktijken of subsidiëring. Er werd vastgesteld dat er in het tijdvak van het nieuwe onderzoek geen handelsbeschermingsmaatregelen van kracht waren ten aanzien van de invoer van OBS uit Mexico.

(66)

De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen over de beschikbaarheid van relevante openbare gegevens in Mexico.

3.2.3.5.   Niveau van sociale en milieubescherming

(67)

Aangezien was vastgesteld dat Mexico op grond van alle voornoemde factoren het enige geschikte representatieve land was, hoefde er op grond van alle voorgaande elementen geen beoordeling van het niveau van sociale en milieubescherming plaats te vinden overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, laatste zin, van de basisverordening.

3.2.3.6.   Conclusie

(68)

Gezien bovenstaande analyse voldeed Mexico aan de in artikel 2, lid 6 bis, punt a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd.

3.2.4.   Bronnen voor de vaststelling van niet-verstoorde kosten

(69)

In de mededeling heeft de Commissie de productiefactoren vermeld die bij de productie van het onderzochte product worden gebruikt, zoals grondstoffen, energie en arbeid, en heeft zij de belanghebbenden verzocht om opmerkingen te maken en openbaar beschikbare informatie voor te stellen over niet-verstoorde waarden voor elk van de in die mededeling genoemde productiefactoren. Gezien het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs werd de lijst gebaseerd op de door een representatieve producent in de Unie gebruikte productiefactoren.

(70)

De Commissie heeft in de mededeling bovendien verklaard dat zij voor de berekening van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening, gebruik zou maken van de GTA om de niet-verstoorde kosten van de meeste productiefactoren, met name de grondstoffen, vast te stellen. Daarnaast verklaarde de Commissie dat zij voor de vaststelling van de niet-verstoorde kosten van arbeid (29) en energie (30) gebruik zou maken van de informatie die is gepubliceerd door de statistische en regelgevende autoriteiten van Mexico en de grote nutsbedrijven.

3.2.5.   Niet-verstoorde kosten en benchmarks

3.2.5.1.   Productiefactoren

(71)

Rekening houdend met alle op het verzoek gebaseerde informatie en de informatie die door een representatieve producent in de Unie werd verstrekt, zijn voor het vaststellen van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening de volgende productiefactoren en de bronnen ervan geïdentificeerd:

Tabel 1

Productiefactoren voor organisch bekleed staal

Productiefactor

Goederencode in Mexico

Niet-verstoorde waarde (in CNY)

Meeteenheid

Bron van informatie

Grondstoffen

Thermisch verzinkt breedbandstaal

7210 49 99

11,55

kg

GTA

Polyesterverf

3208 10 02

50,98

kg

GTA

Polyurethaanverf

3208 90 99

70,03

kg

GTA

Polyvinylideenfluorideverf

3209 90 99

28,52

kg

GTA

Bijproduct

Schroot, van verzinkt staal

7204 29 99

2,58

kg

GTA

Energie

Aardgas

n.v.t.

0,02

MJ

Comisión Reguladora de Energía

Elektriciteit

n.v.t.

0,64

kWh

Comisión Federal de Electricidad

Arbeid

Arbeid

n.v.t.

97,02

uur

Nationaal Instituut voor Statistiek en Geografie

3.2.5.2.   Grondstoffen

(72)

Met het oog op de vaststelling van de niet-verstoorde prijs van grondstoffen als geleverd aan de fabriekspoort van een producent in het representatieve land, heeft de Commissie als basis de invoerprijs voor het representatieve land gebruikt, zoals vermeld in de GTA, waarbij invoerrechten en vervoerskosten werden opgeteld. De invoerprijs in het representatieve land werd vastgesteld als een gewogen gemiddelde van de eenheidsprijzen van invoer uit alle derde landen met uitzondering van de VRC en de in bijlage 1 bij Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad (31) genoemde landen. De Commissie heeft besloten de invoer uit de VRC in het representatieve land uit te sluiten, aangezien zij in afdeling 3.2.2 tot de conclusie was gekomen dat het wegens de aanwezigheid van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, punt b), van de basisverordening, niet passend was om de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC te gebruiken. Aangezien er geen bewijsmateriaal is waaruit blijkt dat dezelfde verstoringen niet gelijkelijk gevolgen hadden voor de grondstoffen die worden gebruikt voor de vervaardiging van voor uitvoer bestemde producten, was de Commissie van mening dat die verstoringen gevolgen hebben gehad voor de uitvoerprijzen. Na de invoer uit de VRC in het representatieve land te hebben uitgesloten, bleef het volume van de invoer uit andere derde landen representatief.

(73)

De Commissie heeft invoerrechten opgeteld bij de gewogen gemiddelde invoerprijs van elke grondstof op basis van de goederencode ervan en het respectieve land van oorsprong. Om het toepasselijke invoerrecht te bepalen, heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie die is verzameld door Market Access Map (32).

(74)

Gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten-exporteurs heeft de Commissie openbaar beschikbare informatie gebruikt om de kosten te schatten die een onderneming in Mexico normaliter maakt voor het vervoer van inputs tussen een leverancier en haar bedrijfsruimten. De Commissie heeft deze schatting gebaseerd op de binnenlandse vervoerskosten voor de invoer in Mexico, zoals gepubliceerd in het meest recente Doing Business-rapport (33). Deze binnenlandse vervoerskosten maken deel uit van de in tabel 1 weergegeven niet-verstoorde kosten.

3.2.5.3.   Arbeid

(75)

Het Nationaal Instituut voor Statistiek en Geografie (“INEGI”) publiceert gedetailleerde informatie over lonen en gewerkte uren in verschillende economische sectoren in Mexico. De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens voor sector 331 — Basismetaalindustrie die overeenkomen met het tijdvak van het nieuwe onderzoek (34).

(76)

Om de gemiddelde loonkosten per uur te bepalen, heeft de Commissie zich gebaseerd op de informatie over de totale loonsom in sector 331 en het totale aantal gewerkte uren in die sector. Aangezien een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen niet bedoeld is om een exacte dumpingmarge vast te stellen, heeft de Commissie de benchmark voor niet-verstoorde loonkosten niet met extra arbeidsgerelateerde kosten, bv. sociale bijdragen, verhoogd. Extra arbeidsgerelateerde kosten zouden alleen de normale waarde en daarmee de daaruit voortvloeiende dumpingmarge verhogen.

3.2.5.4.   Elektriciteit

(77)

De prijs van elektriciteit voor bedrijven (industriële gebruikers) in Mexico was beschikbaar op de website van een grote elektriciteitsmaatschappij, te weten Comisión Federal de Electricidad (“CFE”). De Commissie heeft gebruikgemaakt van de gegevens over de elektriciteitsprijzen voor de industrie in twee tariefcategorieën die in het tijdvak van het nieuwe onderzoek van toepassing waren op industriële gebruikers in verschillende regio’s van Mexico (35).

3.2.5.5.   Aardgas

(78)

De prijs van aardgas in Mexico wordt gepubliceerd door Comisión Reguladora de Energía (“CRE”). De Commissie heeft de informatie over prijzen van aardgas per GJ in elke maand van het tijdvak van het nieuwe onderzoek gebruikt om een gemiddelde niet-verstoorde prijs van aardgas vast te stellen (36).

3.2.5.6.   Overhead-productiekosten, VAA-kosten en winst

(79)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening geldt het volgende: “De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst”. Bovendien moet een waarde voor de overhead-productiekosten worden vastgesteld om de niet in de bovengenoemde productiefactoren opgenomen kosten te bestrijken.

(80)

Om een niet-verstoorde waarde voor de overhead-productiekosten vast te stellen, heeft de Commissie – bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs – overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens. De Commissie heeft zich gebaseerd op informatie over de overhead-productiekosten die is verstrekt door een representatieve producent van OBS in de Unie.

(81)

Om een niet-verstoorde waarde voor de VAA-kosten en de winst vast te stellen, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de financiële informatie van Ternium S.A., een OBS-producent in Mexico (37). De financiële informatie was onmiddellijk beschikbaar, gecontroleerd en geconsolideerd en had betrekking op het jaar 2023.

(82)

Hoewel de financiële informatie geconsolideerd was, stelde de Commissie vast dat meer dan de helft van de totale omzet afkomstig was van verkopen in Mexico. Bijna alle omzet werd behaald met de verkoop van staalproducten en ongeveer een derde van de omzet werd specifiek gerealiseerd met de verkoop van beklede producten (38). Bijgevolg was de Commissie van oordeel dat in het kader van dit nieuwe onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen de financiële informatie voldoende relevant was als een bron van niet-verstoorde VAA-kosten en winst.

(83)

Het geselecteerde referentiejaar 2023 kwam volledig overeen met het tijdvak van het nieuwe onderzoek. In het geselecteerde jaar maakte de onderneming winst en liet zij een redelijk niveau van VAA-kosten zien.

3.2.6.   Berekening van de normale waarde

(84)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie de normale waarde in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening.

(85)

Eerst heeft de Commissie de niet-verstoorde productiekosten vastgesteld. Wegens het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie zich gebaseerd op de door een representatieve producent van OBS in de Unie verstrekte informatie over het gebruik van elke productiefactor (materialen, energie en arbeid) voor de productie van OBS. Het verbruik van elke productiefactor per eenheid werd op basis van gegevens uit het representatieve land vermenigvuldigd met de niet-verstoorde kosten. De som van de niet-verstoorde kosten van grondstoffen, energie en arbeid vertegenwoordigt de niet-verstoorde productiekosten.

(86)

Nadat de niet-verstoorde productiekosten waren vastgesteld, heeft de Commissie de overhead-productiekosten, de VAA-kosten en de winst daarbij opgeteld.

(87)

De overhead-productiekosten van een representatieve producent van OBS in de Unie werden uitgedrukt als een verhoudingscijfer van zijn productiekosten. Vervolgens heeft zij dit percentage toegepast op de niet-verstoorde waarde van de productiekosten om de niet-verstoorde waarde van de overhead-productiekosten te verkrijgen. De overhead-productiekosten vertegenwoordigden 1,5 % tot 2 % van de productiekosten. De Commissie stelde de niet-verstoorde productiekosten vast door de niet-verstoorde overhead-productiekosten op te tellen bij de niet-verstoorde vervaardigingskosten.

(88)

De VAA-kosten en de winst werden vastgesteld op basis van de financiële informatie van Ternium S.A. voor 2023, zoals toegelicht in de overwegingen 81 tot en met 83. De VAA-kosten en de winst maakten respectievelijk 4,7 % en 15,8 % uit van de kosten van verkochte goederen. De respectieve percentages van de niet-verstoorde VAA-kosten en de winst werden toegepast bovenop de niet-verstoorde productiekosten.

(89)

Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening. De door berekening vastgestelde normale waarde bedroeg 14 977,99 CNY/ton.

3.3.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(90)

De productiecapaciteit voor OBS in de VRC is in de beoordelingsperiode geleidelijk gestegen doordat verticaal geïntegreerde staalfabrieken investeerden in de vervaardiging van downstreamproducten, zoals kleurbeklede staalproducten. De totale productiecapaciteit voor OBS steeg van 50 miljoen ton in 2020 tot meer dan 55 miljoen ton in 2023 (39).

(91)

In 2020 werden acht nieuwe productielijnen voor kleurcoating toegevoegd, met een totale capaciteit van 1,59 miljoen ton. In 2021 werden vijf nieuwe productielijnen in bedrijf gesteld, met een capaciteit van 800 000 ton. Verwacht werd dat in 2022 een extra capaciteit van 2,3 miljoen ton, verspreid over elf nieuwe productielijnen, zou worden opgebouwd in verschillende provincies, waaronder Tianjin, Liaoning, Fujian, Guangdong, Hebei en Fujian (40). Een aantal van de projecten liep echter vertraging op als gevolg van een stagnerende binnenlandse vraag naar kleurbeklede rollen. In 2023 werden acht nieuwe productielijnen in gebruik genomen, met een totale capaciteit van 1,9 miljoen ton. De Chinese OBS-sector zou naar verwachting ook in 2024 verder groeien, met een geplande extra capaciteit van 2,07 miljoen ton voor acht nieuwe productielijnen (41).

(92)

De productiecapaciteit in de VRC blijft fors toenemen, ondanks de lage bezettingsgraad. Alleen al met de nieuwe capaciteit die tijdens de beoordelingsperiode is toegevoegd, zou volledig aan de vraag op de markt van de Unie kunnen worden voldaan.

(93)

De aanvullende investeringen in productielijnen voor OBS zijn uitgevoerd ondanks het feit dat de bezettingsgraad aanhoudend laag bleef. Tijdens de beoordelingsperiode daalde de bezettingsgraad van 68 % in 2020 (42) tot ongeveer 50 % in 2022 en 2023 (43). In het tijdvak van het nieuwe onderzoek hadden de Chinese OBS-producenten derhalve een reservecapaciteit tot hun beschikking die bijna zeven keer zo groot was als de vraag naar OBS in de Unie.

(94)

Bijgevolg is de Commissie van oordeel dat indien de maatregelen zouden worden ingetrokken, de Chinese OBS-producenten in staat zouden zijn de markt van de Unie met hun product te overspoelen.

3.4.   Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en de normale waarde in de VRC

3.4.1.   Normale waarde

(95)

De Commissie heeft de normale waarde vastgesteld zoals toegelicht in punt 3.2.

3.4.2.   Uitvoerprijs

(96)

Bij gebrek aan medewerking van producenten-exporteurs uit de VRC werd de prijs bij uitvoer naar derde landen vastgesteld op basis van handelsstatistieken van de GTA.

(97)

Dienovereenkomstig heeft de Commissie Thailand, Indonesië, India, Zuid-Korea en Turkije (in volgorde van uitvoervolume) aangemerkt als de belangrijkste uitvoermarkten voor OBS uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De invoer in deze vijf landen vertegenwoordigde 38 % van de wereldwijde invoer van OBS van oorsprong uit de VRC.

(98)

De gewogen gemiddelde invoerprijs per land op cif-niveau werd gecorrigeerd tot het niveau af fabriek. De cif-prijs werd daarom verlaagd met de zeevervoer- en verzekeringskosten en de binnenlandse vervoerskosten.

(99)

De Commissie baseerde de verlaging van de cif-prijs tot het niveau af fabriek voor zeevervoer en verzekering op de cif/fob-coëfficiënt die door de OESO is gepubliceerd in de ITIC-databank. De toepasselijke gemiddelde coëfficiënt werd voor elk van de vier landen individueel vastgesteld en werd gebaseerd op de vier GS4-codes die betrekking hebben op het onderzochte product.

(100)

De Commissie schatte de binnenlandse vervoerskosten op basis van gegevens over de uitvoer uit de VRC, zoals gepubliceerd in het meest recente Doing Business-rapport (44).

(101)

De uitvoerprijzen op het niveau af fabriek werden vastgesteld zoals uiteengezet in de overwegingen 96 tot en met 100 en varieerden van 5 177,18 CNY/ton voor Thailand tot 6 563,66 CNY/ton voor India.

3.4.3.   Vergelijking en prijsverschil

(102)

De Commissie heeft de overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, punt a), van de basisverordening door berekening vastgestelde normale waarde overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening vergeleken met de prijs bij uitvoer naar derde landen in het stadium af fabriek.

(103)

De Commissie heeft verder het prijsverschil uitgedrukt als een percentage van de gangbare cif-prijs op elk van de belangrijke uitvoermarkten.

(104)

Op basis hiervan heeft de Commissie geconcludeerd dat de VRC OBS naar de belangrijke uitvoermarkt heeft uitgevoerd tegen een prijs die aanzienlijk onder de normale waarde van OBS lag. Het prijsverschil varieerde van 118 % voor India tot 173 % voor Thailand.

(105)

Deze bevindingen weerspiegelen het prijsstellingsgedrag van Chinese exporteurs van OBS op alle uitvoermarkten. De Commissie is tot de conclusie gekomen dat de Chinese uitvoer naar de Unie waarschijnlijk tegen dumpingprijzen zou plaatsvinden indien de maatregelen worden opgeheven.

3.5.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(106)

Zoals besproken in punt 3.3, beschikken de Chinese producenten van OBS over een enorme reserveproductiecapaciteit. De markt van de Unie biedt een aantrekkelijke mogelijkheid om een markt van significante omvang te bedienen tegen prijzen die aanzienlijk hoger zijn dan de binnenlandse prijzen van OBS in de VRC en de prijzen die bij uitvoer in rekening worden gebracht aan afnemers op de belangrijkste uitvoermarkten van de VRC, en daarmee om de totale bezettingsgraad te verhogen. Dit geldt met name omdat een aantal derde landen de toegang van bekleed staal uit de VRC tot hun markt reguleert via vrijwaringsmaatregelen en antidumpingmaatregelen (zie punt 3.5.3).

3.5.1.   Omvang van de markt van de Unie

(107)

Volgens de jaarverslagen 2022 en 2023 van MySteel bleef het totale jaarlijkse volume van de uitvoer van kleurbekleed staal uit de VRC vanaf 2018 boven de 6 miljoen ton en kwam het in 2023 uit op 6,4 miljoen ton.

(108)

Met een verbruik van 3,9 miljoen ton OBS in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vormt de Unie derhalve een aantrekkelijke mogelijkheid om de uitvoer met meer dan 60 % te verhogen.

(109)

De Commissie is derhalve van oordeel dat de omvang van de markt van de Unie de Chinese producenten waarschijnlijk zou motiveren om hun ongebruikte productiecapaciteit te heractiveren en de uitvoer naar de markt van de Unie te verhogen.

3.5.2.   Verhouding tussen de prijzen bij uitvoer naar derde landen en het prijsniveau in de Unie

(110)

In het tijdvak van het nieuwe onderzoek was de prijs van de producenten in de Unie 30 % tot 60 % hoger dan de prijs bij uitvoer die de Chinese exporteurs van OBS in rekening brachten op de vijf belangrijkste uitvoermarkten, gecorrigeerd tot de cif-prijs, grens Unie.

(111)

De Commissie is derhalve van oordeel dat de gangbare prijsniveaus op de markt van de Unie voor de Chinese exporteurs van OBS een stimulans vormen om hun uitvoer van derde landen naar de Unie te verleggen indien de maatregelen worden opgeheven.

3.5.3.   Toegang tot markten van derde landen

(112)

Er zijn antidumpingmaatregelen ten aanzien van de uitvoer van OBS uit de VRC van kracht in Australië (45), Maleisië (46), Mexico (47), Pakistan (48), de Douane-Unie van Zuidelijk Afrika (“SACU”) (49), Thailand (50), het Verenigd Koninkrijk (51) en Vietnam (52).

(113)

Daarnaast is de invoer van onder meer OBS uit de VRC aan vrijwaringsmaatregelen (53) onderworpen in Canada, India, Marokko, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, Zambia, alsook in de landen van de Samenwerkingsraad van de Golf en van de SACU.

(114)

De Commissie was derhalve van mening dat het waarschijnlijk is dat de Chinese OBS-producenten de uitvoer tegen dumpingprijzen naar de Unie zullen verleggen, indien de huidige maatregelen zouden worden opgeheven.

3.6.   Conclusie

(115)

De prijzen op de belangrijkste Chinese uitvoermarkten duiden erop dat de Chinese uitvoer van OBS waarschijnlijk tegen dumpingprijzen op de markt van de Unie zou worden verkocht indien de maatregelen zouden komen te vervallen. De bestaande reservecapaciteit in de VRC is voldoende om het gehele verbruik in de Unie te dekken. De markt van de Unie bleek voor de Chinese OBS-producenten aantrekkelijk te zijn, zowel wat de omvang als de prijzen betreft. Het totale verbruik van OBS in de Unie biedt de VRC de mogelijkheid haar uitvoer aanzienlijk te vergroten.

(116)

Daarnaast zijn de gangbare prijzen op de markt van de Unie aanzienlijk hoger dan de Chinese prijzen bij uitvoer naar de belangrijkste uitvoermarkten. Het feit dat een aantal derde markten gesloten of beperkt toegankelijk blijft als gevolg van de handelsbeschermingsmaatregelen die van kracht zijn, draagt bij tot de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie.

(117)

Dit alles vormt voor de Chinese producenten een sterke stimulans om a) onbenutte productiecapaciteit te heractiveren en/of b) hun binnenlandse verkoop of verkoop op derde markten naar de Unie te verleggen. Een dergelijke uitvoer naar de Unie zou waarschijnlijk plaatsvinden tegen dumpingprijzen die de prijs van de producenten in de Unie onderbieden.

(118)

Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat herhaling van dumping waarschijnlijk is indien de maatregelen zouden worden ingetrokken.

4.   SCHADE

4.1.   Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie

(119)

Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd OBS geproduceerd door meer dan twintig bekende producenten in de Unie, waarvan sommige met elkaar verbonden waren. Verschillende van die producenten maken deel uit van staalconcerns.

(120)

De totale productie in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd geschat op 3 981 155 ton op basis van de beantwoorde vragenlijsten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie en van door de indiener van het verzoek verstrekte gegevens. De producenten in de Unie die de totale EU-productie vertegenwoordigen, vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

4.2.   Verbruik in de Unie

(121)

Het onderzoek heeft uitgewezen dat een deel van de bedrijfstak van de Unie zijn productie gebruikt voor intern gebruik, dat wil zeggen de producten werden vaak eenvoudigweg overgedragen (zonder factuur) en/of geleverd voor interne verrekenprijzen binnen dezelfde onderneming of groep ondernemingen voor verdere downstreamverwerking. Net zoals in het oorspronkelijke onderzoek (in de overwegingen 68 en 69 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/687 van de Commissie van 2 mei 2019) werd geoordeeld dat economische indicatoren, zoals productie, capaciteit, bezettingsgraad, investeringen, voorraden, werkgelegenheid, productiviteit, lonen en het vermogen om kapitaal aan te trekken, afhankelijk zijn van de gehele activiteit, ongeacht of de productie voor intern gebruik is of op de vrije markt wordt verkocht. Het verkoopvolume en de verkoopprijzen op de markt van de Unie, het marktaandeel, de groei, het uitvoervolume en de prijzen zijn echter gericht op de heersende situatie op de vrije markt (waardoor intern gebruik is uitgesloten). Daarom werden de schade-indicatoren gecorrigeerd voor het bekende interne gebruik en de verkopen binnen de bedrijfstak van de Unie. Gezien deze berekening werd het binnen de bedrijfstak gebruikte volume niet verder afzonderlijk geanalyseerd, aangezien het enerzijds op zichzelf beperkt was (tussen 5 % en 10 % van de productie) en zich anderzijds had ontwikkeld overeenkomstig de op de vrije markt verkochte volumes.

(122)

Het verbruik in de Unie werd vastgesteld op basis van i) invoerstatistieken van Eurostat en ii) de door de indiener van het verzoek verstrekte verkoopvolumes van de bedrijfstak van de Unie in de Unie. Deze verkoopvolumes werden voor de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zo nodig getoetst en geactualiseerd naar aanleiding van de controlebezoeken ter plaatse.

(123)

Het verbruik in de Unie heeft zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 2

Verbruik in de Unie (ton)

 

2020

2021

2022

TNO

Totaal verbruik in de Unie

4 626 291

5 109 594

4 794 716

4 240 902

Index (2020=100)

100

110

104

92

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst en Eurostat.

(124)

In de beoordelingsperiode daalde het verbruik in de Unie met 8 %. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie verklaarden de daling van het verbruik in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek met de geringere economische prestaties van Duitsland en de daarmee samenhangende geringere vraag naar OBS.

4.3.   Invoer uit de VRC

4.3.1.   Volume en marktaandeel van de invoer uit het betrokken land

(125)

De Commissie heeft het volume van de invoer en de prijzen vastgesteld aan de hand van invoerstatistieken op Taric-niveau, waarvoor de overeenkomstig artikel 14, lid 6, van de basisverordening verzamelde informatie werd gebruikt.

(126)

De invoer uit de VRC in de Unie heeft zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 3

Invoerhoeveelheid (ton) en marktaandeel

 

2020

2021

2022

TNO

Hoeveelheid van de invoer uit de VRC (ton)

4 331

1 083

2 432

2 554

Index (2020=100)

100

25

56

59

Marktaandeel (%)

0,09  %

0,02  %

0,05  %

0,06  %

Index (2020=100)

100

22

53

63

Bron:

Eurostat.

(127)

De omvang van de invoer uit de VRC was gedurende de gehele beoordelingsperiode verwaarloosbaar.

4.3.2.   Prijzen van de invoer uit de VRC en prijsonderbieding

(128)

In de beoordelingsperiode heeft de prijs van de invoer uit de VRC in de Unie zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 4

Invoerprijzen (EUR/ton)

 

2020

2021

2022

TNO

China

594

1 639

1 675

1 167

Index (2020=100)

100

276

282

196

Bron:

Eurostat.

(129)

De prijzen van de invoer uit de VRC zijn gedurende de beoordelingsperiode met 97 % gestegen, maar hadden steeds betrekking op minimale invoervolumes. Deze minimale invoervolumes kunnen niet als representatief worden beschouwd en maken derhalve geen zinvolle berekening van de prijsonderbieding mogelijk.

4.4.   Invoer uit andere derde landen dan de VRC

(130)

De invoer van organisch bekleed staal uit andere derde landen dan de VRC was voornamelijk afkomstig uit India, de Republiek Korea, het Verenigd Koninkrijk, Vietnam, Turkije, Taiwan, Noord-Macedonië en Rusland.

(131)

Het volume van de invoer in de Unie evenals het marktaandeel en de prijsontwikkelingen voor de invoer van organisch bekleed staal uit andere derde landen ontwikkelden zich als volgt:

Tabel 5

Invoer uit derde landen

Land

 

2020

2021

2022

TNO

India

Volume (ton)

89 242

152 445

266 726

211 683

 

Index (2020=100)

100

171

299

237

 

Marktaandeel

1,9  %

3,0  %

5,6  %

5,0  %

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

759

1 109

1 389

1 038

 

Index (2020=100)

100

146

183

137

Republiek Korea

Volume (ton)

95 319

128 150

204 542

197 508

 

Index (2020=100)

100

134

215

207

 

Marktaandeel

2,1  %

2,5  %

4,3  %

4,7  %

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

863

1 113

1 659

1 230

 

Index (2020=100)

100

129

192

143

Verenigd Koninkrijk (*1)

Volume (ton)

93 266

90 602

81 935

107 261

 

Index (2021=100)

100

97

88

115

 

Marktaandeel

2,0  %

1,8  %

1,7  %

2,5  %

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

1 787

1 647

2 040

1 712

 

Index (2021=100)

100

92

114

96

Andere derde landen

Volume (ton)

198 850

256 840

310 654

181 455

 

Index (2020=100)

100

129

156

91

 

Marktaandeel

4,3  %

5,0  %

6,5  %

4,3  %

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

747

1 044

1 435

1 102

 

Index (2020=100)

100

140

192

148

Totaal van alle derde landen behalve de VRC

Volume (ton)

476 677

628 037

863 857

697 907

 

Index (2020=100)

100

132

181

146

 

Marktaandeel

10,3  %

12,3  %

18,0  %

16,5  %

 

Gemiddelde prijs (EUR/ton)

779

1 161

1 531

1 212

 

Index (2020=100)

100

149

197

156

Bron:

Eurostat.

(132)

In de beoordelingsperiode nam de invoer uit derde landen toe tot een marktaandeel van 16,5 %. Het grootste deel van deze invoer was afkomstig uit India en Korea, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk, Vietnam, Turkije en Taiwan. De invoer uit India en de Republiek Korea nam aanzienlijk toe en het gecombineerde marktaandeel van deze landen verdubbelde bijna tot 9,7 % in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. De gemiddelde prijzen van de invoer uit India en de Republiek Korea waren lager dan de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie en oefenden druk uit op de gangbare prijzen van OBS op de markt van de Unie.

4.5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

4.5.1.   Algemene opmerkingen

(133)

De beoordeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie omvatte een beoordeling van alle economische indicatoren die in de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(134)

Zoals vermeld in overweging 12, is de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie beoordeeld aan de hand van een steekproef.

(135)

Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren beoordeeld op basis van gegevens uit de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de indiener van het verzoek, die zijn getoetst aan de hand van de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren beoordeeld op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in de antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt (zie overweging 21). Beide gegevensreeksen bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(136)

De macro-economische indicatoren (productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoophoeveelheid, marktaandeel, werkgelegenheid, productiviteit, groei, hoogte van de dumpingmarges en herstel van de gevolgen van dumping in het verleden) zijn voor de gehele bedrijfstak van de Unie beoordeeld. De beoordeling werd gebaseerd op de informatie van de indiener van het verzoek en gecontroleerd aan de hand van de gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(137)

De micro-economische indicatoren (voorraden, verkoopprijzen, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen, vermogen om kapitaal aan te trekken en lonen) werden beoordeeld op het niveau van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De beoordeling werd gebaseerd op hun informatie, die tijdens een controlebezoek naar behoren is geverifieerd.

4.5.2.   Macro-economische indicatoren

4.5.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(138)

De totale productie in de Unie, de productiecapaciteit en de bezettingsgraad in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 6

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2020

2021

2022

TNO

Productie (ton)

4 721 729

5 251 800

4 396 916

3 981 155

Index (2020=100)

100

111

93

84

Productiecapaciteit (ton)

6 311 442

6 335 399

6 492 638

6 420 797

Index (2020=100)

100

100

103

102

Bezettingsgraad

74,8  %

82,9  %

67,7  %

62,0  %

Index (2020=100)

100

111

91

83

Bron:

Antwoorden op de macrovragenlijst.

(139)

Het productievolume nam in 2021 aanvankelijk toe doordat de bouwsector tijdens de COVID-19-pandemie in 2020 en 2021 goed presteerde. De productiecapaciteit nam eveneens toe. In de beoordelingsperiode was er echter sprake van een algehele daling van het productievolume (–16 %) en de bezettingsgraad (–17 %), doordat de economie van de Unie sinds 2022 te kampen had met afgenomen economische prestaties, een toenemende inflatie en gestegen productiekosten (stijgende lonen en stijgende prijzen voor bouwmaterialen).

4.5.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(140)

Het verkoopvolume en het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 7

Verkoopvolume (ton) en marktaandeel

 

2020

2021

2022

TNO

Totaal verkoopvolume op de markt van de Unie

4 145 282

4 480 473

3 928 427

3 540 441

Index (2020=100)

100

108

95

85

Marktaandeel

89,6  %

87,7  %

81,9  %

83,5  %

Index (2020=100)

100

98

91

93

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(141)

De verkopen van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie daalden in de beoordelingsperiode met 15 % en volgden daarmee de in de overwegingen 124 en 139 beschreven economische trend

(142)

Zoals blijkt uit tabel 7, is het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode afgenomen van 89,6 % tot 83,5 %.

4.5.2.3.   Groei

(143)

De bedrijfstak van de Unie wist tijdelijk van de groei op de markt van de Unie te profiteren met betrekking tot de betere prestaties van de bouwsector en de grotere vraag naar staalproducten in 2020 en 2021. De bedrijfstak van de Unie heeft gedurende de gehele beoordelingsperiode een aanzienlijk marktaandeel behouden. Na de in overweging 139 beschreven economische uitdagingen is het toekomstige groeivermogen echter in gevaar.

4.5.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(144)

De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 8

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2020

2021

2022

TNO

Aantal werknemers

8 326

8 615

7 931

7 235

Index (2020=100)

100

103

95

87

Productiviteit (ton/vte)

567

610

554

550

Index (2020=100)

100

108

98

97

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(145)

Zowel de werkgelegenheid als de productiviteit van de werknemers van de producenten in de Unie, gemeten als productie (in ton) per werknemer per jaar, is tijdens de beoordelingsperiode gedaald. Deze dalende trends weerspiegelen de algehele afname van het productie- en verkoopvolume.

4.5.2.5.   Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(146)

Aangezien de volumes van de invoer met dumping uit de VRC laag waren, concludeerde de Commissie dat de invoer uit de VRC in de beoordelingsperiode niet de basis vormde voor de bevinding van dumping of de omvang ervan De Commissie heeft in overweging 160 vastgesteld dat de bedrijfstak van de Unie als geheel in 2021 en 2022 een herstel van eerdere dumping liet zien. Dit herstel was echter toe te schrijven aan uitzonderlijke omstandigheden, met name de boom in de bouwsector als gevolg van de COVID-19-pandemie. De Commissie concludeerde in overweging 166 dat de aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd veroorzaakt door de stijging van de productiekosten, de afname van het verbruik en de stijging van de invoer uit andere landen, met name India en de Republiek Korea.

4.5.3.   Micro-economische indicatoren

4.5.3.1.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(147)

De gewogen gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor verkoop aan niet-verbonden afnemers in de Unie heeft zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

Verkoopprijzen en productiekosten in de Unie (EUR/ton)

 

2020

2021

2022

TNO

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie op de totale markt

891

1 239

1 668

1 241

Index (2020=100)

100

139

187

139

Productiekosten per eenheid

897

1 117

1 447

1 365

Index (2020=100)

100

125

161

152

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(148)

Tijdens de beoordelingsperiode stegen de productiekosten van de bedrijfstak van de Unie met 52 %. Deze kostenstijging was in 2021 en 2022 bijzonder sterk als gevolg van de ongerechtvaardigde en niet-uitgelokte aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, die heeft geleid tot ongekend hoge energieprijzen en een stijging van de prijzen van bepaalde andere grondstoffen, alsook tot een toenemende inflatie en stijgende lonen. Daarnaast heeft de aanzienlijke daling van de vraag in de Unie in 2022 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek geleid tot aanzienlijk lagere productievolumes, waardoor ook de vaste kosten per eenheid stegen. In 2023 werd deze trend licht omgebogen en daalden de productiekosten met 6 % ten opzichte van 2022.

(149)

In 2021 en 2022 was de bedrijfstak van de Unie nog in staat zijn verkoopprijzen verder te verhogen dan de doorberekening van deze extra kosten, maar in 2023 was dit niet meer mogelijk. Als gevolg van de daling van de vraag in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, in combinatie met de lage prijzen van de invoer uit met name India en de Republiek Korea, moest de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek zijn producten onder de kostprijs verkopen.

4.5.3.2.   Loonkosten

(150)

De gemiddelde loonkosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

Gemiddelde loonkosten per werknemer

 

2020

2021

2022

TNO

Gemiddelde loonkosten per werknemer (EUR)

86 061

92 649

92 432

96 544

Index (2020=100)

100

108

107

112

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(151)

Het gemiddelde loonniveau is in de beoordelingsperiode met 12 % gestegen, deels als gevolg van de hoge inflatie.

4.5.3.3.   Voorraden

(152)

De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 11

Voorraden

 

2020

2021

2022

TNO

Eindvoorraden (ton)

72 564

70 446

60 451

64 790

Index (2020=100)

100

97

83

89

Eindvoorraden als percentage van de productie

1,5  %

1,3  %

1,4  %

1,6  %

Index (2020=100)

100

87

89

106

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(153)

De producenten in de Unie hebben in de beoordelingsperiode hun voorraden verminderd, overeenkomstig de afname van de productie en de verkoop. Deze indicator wordt echter niet als erg relevant beschouwd voor de beoordeling van de economische situatie van de producenten in de Unie. OBS wordt voornamelijk op bestelling geproduceerd. Tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek vertegenwoordigden de voorraden minder dan 2 % van de totale verkopen.

4.5.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(154)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van de investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 12

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2020

2021

2022

TNO

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van omzet)

–0,6  %

13,4  %

16,2  %

–5,7  %

Index (2020=100)

– 100

2 322

2 808

– 993

Kasstroom (EUR)

54 308 572

176 906 495

317 026 060

–28 263 914

Index (2020=100)

100

326

584

–52

Investeringen (EUR)

18 760 581

24 443 392

23 277 582

30 845 548

Index (2020=100)

100

130

124

164

Rendement van investeringen

–0,5  %

6,9  %

9,9  %

–2,4  %

Index (2020=100)

– 100

1 470

2 160

– 523

Bron:

Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(155)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen op de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet.

(156)

Tijdens de beoordelingsperiode was de bedrijfstak van de Unie winstgevend in 2021 en 2022. Over het geheel genomen presteerde de bouwsector goed tijdens de COVID-19-pandemie in 2020 en tijdens de nasleep daarvan in 2021 en 2022. Lage rentetarieven, korte lockdowns in de bouwsector, toegenomen investeringen en werkzaamheden in verband met renovaties van gebouwen stimuleerden de vraag naar bouwproducten. Als gevolg daarvan wist de bedrijfstak van de Unie zijn verkoop- en productievolume, alsook zijn verkoopprijzen, te verhogen en aanzienlijke winstmarges te behalen, dit alles in de jaren na de instelling van de oorspronkelijke maatregelen. Nadat het verbruik in 2022 was beginnen af te nemen en deze afname zich in 2023 voortzette, werd de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie echter negatief en leed de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek een aanzienlijk verlies van 5,7 %.

(157)

De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. De trend van de nettokasstroom volgde de ontwikkeling van de algehele winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie.

(158)

Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Tijdens de beoordelingsperiode heeft de bedrijfstak van de Unie, die uiterst kapitaalintensief is, regelmatig geïnvesteerd in de optimalisering en modernisering van de bestaande productie-installaties. Daarnaast zijn er aanzienlijke investeringen gedaan om te voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van energie-efficiëntie, milieubescherming en verhoogde werkveiligheid. Afhankelijk van de onderneming waren de investeringen gericht op kostenverlaging, energieoptimalisering en/of ook op de vernieuwing van faciliteiten die negatieve effecten hadden ondervonden van de lagere bezettingsgraad die tijdens het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek was vastgesteld.

(159)

Tijdens de beoordelingsperiode gingen het rendement van de investeringen en de winstgevendheidstrend vrijwel gelijk op. Sinds de instelling van de maatregelen is het vermogen om kapitaal aan te trekken verbeterd.

4.6.   Conclusie over schade

(160)

Uit het onderzoek bleek dat de bedrijfstak van de Unie als geheel in 2021 en 2022 herstel van eerdere dumping vertoonde. Dit herstel was echter toe te schrijven aan uitzonderlijke omstandigheden, met name de boom in de bouwsector als gevolg van de COVID-19-pandemie. Nadat de marktsituatie zich had genormaliseerd, werd dit herstel weer ongedaan gemaakt.

(161)

Dit geldt met name voor de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie, aangezien de bedrijfstak, gezien zijn onvermogen om de prijzen te verhogen overeenkomstig de stijgende kosten, in het tijdvak van het nieuwe onderzoek verlieslijdend werd. De schade is ook zichtbaar in andere belangrijke indicatoren, zoals een aanzienlijk verlies aan verkoop- en productievolume en ook aan marktaandeel.

(162)

Op grond van het voorgaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 1, van de basisverordening.

5.   OORZAKELIJK VERBAND

(163)

Tijdens de beoordelingsperiode verloor de bedrijfstak van de Unie aanzienlijke verkoopvolumes op de markt van de Unie, aangezien zijn verkopen in de Unie met 15 % daalden. Aangezien het verbruik met 8 % afnam, daalde het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie eveneens aanzienlijk, namelijk met 6,1 procentpunten van 89,6 % tot 83,5 %.

(164)

De invoer uit de VRC speelde geen rol bij de schade van de bedrijfstak van de Unie. Zoals aangegeven in overweging 129, was het niveau van de invoer uit de VRC tijdens de beoordelingsperiode verwaarloosbaar. De invoer uit andere landen speelde wel een rol: zij hadden in 2020 een marktaandeel van 10,3 % en in het tijdvak van het nieuwe onderzoek was hun aandeel in de markt van de Unie gestegen tot 16,5 %. Bovendien werden de prijzen van de bedrijfstak van de Unie omlaag getrokken door de prijzen van de twee belangrijkste invoerbronnen, die in het tijdvak van het nieuwe onderzoek elk een marktaandeel van ongeveer 5 % hadden, namelijk India en de Republiek Korea. Hun lage prijzen maakten het de bedrijfstak van de Unie onmogelijk om in het tijdvak van het nieuwe onderzoek de volledige productiekosten door te berekenen in de verkoopprijzen.

(165)

Na het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne was de bedrijfstak van de Unie geconfronteerd met een sterke stijging van de prijzen van energie en belangrijke inputmaterialen. Aanvankelijk kon de bedrijfstak van de Unie daaraan het hoofd bieden door na de COVID-19-pandemie in de jaren 2021 en 2022 te profiteren van de snelgroeiende bouwmarkt, waardoor hij deze kosten kon doorberekenen in zijn verkoopprijzen. In 2023 was dit echter niet meer mogelijk.

(166)

De Commissie concludeerde derhalve dat de invoer uit de VRC niet had bijgedragen tot de aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie, maar dat die schade was veroorzaakt door andere factoren, met name de stijging van de productiekosten, de afname van het verbruik en de stijging van de invoer uit andere landen (met name India en de Republiek Korea).

(167)

Daarom heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, besloten om verder te beoordelen of herhaling van de oorspronkelijk door de invoer met dumping uit de VRC veroorzaakte schade waarschijnlijk is, mochten de maatregelen ten aanzien van deze invoer komen te vervallen.

6.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE

(168)

De Commissie heeft de volgende elementen beoordeeld: de productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC, de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en de prijzen bij uitvoer naar de markten van derde landen, de mogelijke absorptiecapaciteit van markten van derde landen, het waarschijnlijke prijspeil van de invoer uit de VRC zonder antidumpingmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bedrijfstak van de Unie.

6.1.   Productiecapaciteit en reservecapaciteit in de VRC

(169)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 90 tot en met 94, is er in de VRC een aanzienlijke productiecapaciteit en reservecapaciteit die een snelle verhoging van de uitvoer naar de markt van de Unie mogelijk zou maken indien de antidumpingmaatregelen zouden vervallen. De productiecapaciteit in de VRC bedroeg in het tijdvak van het nieuwe onderzoek 55 miljoen ton. Aangezien de bezettingsgraad 50 % bedroeg, is alleen al de reservecapaciteit gelijk aan zes- tot zevenmaal het verbruik in de Unie.

6.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en prijzen bij uitvoer naar de markten van derde landen

(170)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 106 tot en met 114, is de markt van de Unie een aantrekkelijke markt zowel wat de omvang als de prijzen betreft. In 2023 was de markt van de Unie, met een vrije markt van 4,2 miljoen ton, een van de grootste markten ter wereld. Bovendien zijn de prijzen op de markt van de Unie aanzienlijk hoger dan de binnenlandse prijzen van OBS in de VRC en de Chinese prijzen bij uitvoer naar de huidige grote uitvoermarkten van de VRC.

6.3.   Mogelijke absorptiecapaciteit van markten van derde landen

(171)

Zoals uiteengezet in overweging 112, zijn er antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van OBS uit de VRC van kracht op zes belangrijke markten van derde landen, wat deze markten minder aantrekkelijk maakt voor de Chinese producenten-exporteurs. Dit is een aanvullend element dat de bevinding ondersteunt dat de huidige productiecapaciteit van de VRC hoogstwaarschijnlijk zal worden gebruikt om de markt van de Unie te bedienen indien de maatregelen zouden worden ingetrokken.

6.4.   Waarschijnlijk prijspeil van de invoer uit de VRC zonder antidumpingmaatregelen en de gevolgen daarvan voor de bedrijfstak van de Unie

(172)

Zoals toegelicht in de overwegingen 110 en 111, waren de Chinese prijzen op de belangrijkste uitvoermarkt van de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek aanzienlijk lager dan de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie. Het is waarschijnlijk dat de Chinese OBS-producenten bij uitvoer naar de Unie een vergelijkbaar prijsstellingsgedrag zouden vertonen, mochten de oorspronkelijke maatregelen komen te vervallen. Indien de antidumpingmaatregelen niet worden voortgezet, zullen dergelijke prijzen fors lager zijn dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie en leiden tot verhindering van prijsverhogingen als gevolg van invoer uit de VRC.

6.5.   Conclusie

(173)

Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de afwezigheid van maatregelen naar alle waarschijnlijkheid zou leiden tot een aanzienlijke toename van invoer met dumping uit de VRC tegen schadeveroorzakende prijzen, waardoor de schadesituatie van de bedrijfstak van de Unie nog verder zou verergeren.

7.   BELANG VAN DE UNIE

(174)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een afweging van alle betrokken belangen, met inbegrip van die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en gebruikers.

7.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(175)

Uit het onderzoek is gebleken dat als de maatregelen zouden komen te vervallen, dit waarschijnlijk een aanzienlijk negatief effect op de bedrijfstak van de Unie zou hebben. De situatie van de bedrijfstak van de Unie zou snel verder verslechteren in de zin van dalende verkoopvolumes en -prijzen, waardoor de verliezen oplopen. Bij voortzetting van de maatregelen zou de bedrijfstak van de Unie zijn potentieel verder kunnen benutten op een markt van de Unie die voor alle partijen een gelijk speelveld biedt.

(176)

Daarom is het handhaven van de geldende antidumpingmaatregelen in het belang van de bedrijfstak van de Unie.

7.2.   Belang van niet-verbonden importeurs

(177)

Zoals vermeld in overweging 15, zijn tien bekende importeurs benaderd en verzocht om hun medewerking aan dit onderzoek te verlenen. Geen van hen heeft zich gemeld of meegewerkt aan het onderzoek.

(178)

Er zij aan herinnerd dat bij het oorspronkelijke onderzoek is vastgesteld dat eventuele negatieve gevolgen van de instelling van maatregelen voor de importeurs niet onevenredig zouden zijn, gezien hun winst en leveringsbronnen.

(179)

In het huidige onderzoek is er geen bewijsmateriaal in het dossier waaruit het tegendeel blijkt, en bijgevolg kan worden bevestigd dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis op de financiële situatie van de importeurs hadden en dat de voortzetting van de maatregelen geen ernstige gevolgen voor hen zal hebben.

7.3.   Belang van de gebruikers

(180)

In het kader van dit onderzoek zijn 59 bekende gebruikers benaderd en verzocht om hun medewerking te verlenen. Geen van de gebruikers heeft zich gemeld of meegewerkt aan het onderzoek.

(181)

Er zij aan herinnerd dat in het oorspronkelijke onderzoek tien gebruikers de vragenlijst hebben beantwoord. Toen is vastgesteld dat eventuele gevolgen van de instelling van maatregelen voor de gebruikers niet onevenredig zouden zijn, gezien hun winst en leveringsbronnen.

(182)

In het dossier van het huidige onderzoek is geen bewijs te vinden waaruit zou blijken dat de geldende maatregelen voor hen negatieve gevolgen hebben gehad. De indiener van het verzoek heeft zelfs bewijsmateriaal voorgelegd waaruit blijkt dat de winstgevendheid van de belangrijkste gebruikers in de beoordelingsperiode is verbeterd. Volgens het verzoek hebben de geldende maatregelen geen aanzienlijke gevolgen voor de gebruikers en de consumenten, aangezien OBS een verwaarloosbaar deel van de kosten van de downstreamproducten vertegenwoordigt (bijvoorbeeld 0,42 EUR van de kosten voor de productie van een wasmachine of 0,4 % van de investering in een leeg fabrieksgebouw).

(183)

Op grond hiervan wordt bevestigd dat de thans geldende maatregelen geen negatief effect van betekenis hebben gehad op de financiële situatie van de gebruikers en dat voortzetting van de maatregelen voor hen geen ernstige gevolgen zou hebben.

7.4.   Conclusie betreffende het belang van de Unie

(184)

Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat er, wat het belang van de Unie betreft, geen dwingende redenen zijn om de definitieve antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van organisch bekleed staal van oorsprong uit de VRC niet te handhaven.

8.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(185)

Op basis van de conclusies van de Commissie inzake herhaling van dumping, herhaling van schade en het belang van de Unie moeten de antidumpingmaatregelen ten aanzien van organisch bekleed staal uit de VRC worden gehandhaafd.

(186)

Om het risico op ontwijking als gevolg van het verschil in rechten zo veel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De heffing van individuele antidumpingrechten is enkel van toepassing op vertoon van een geldige handelsfactuur aan de douaneautoriteiten van de lidstaten. Deze factuur moet voldoen aan de in artikel 1, lid 3, van deze verordening vastgestelde vereisten. Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, moet de invoer worden onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op “alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China”.

(187)

Hoewel de douaneautoriteiten van de lidstaten over deze factuur moeten beschikken om ten aanzien van de invoer de individuele antidumpingrechten te kunnen toepassen, is overlegging van die factuur niet de enige factor waarmee de douaneautoriteiten rekening moeten houden. Zelfs als aan hen een factuur wordt overgelegd die voldoet aan alle vereisten van artikel 1, lid 3, van deze verordening, moeten de douaneautoriteiten van de lidstaten namelijk hun gebruikelijke controles uitvoeren en kunnen zij, net als in alle andere gevallen, aanvullende documenten (vervoersdocumenten enz.) verlangen om de juistheid van de gegevens in de aangifte te controleren en te waarborgen dat het lagere recht vervolgens terecht wordt toegepast, in overeenstemming met de douanewetgeving.

(188)

Indien de uitvoer door een van de ondernemingen waarvoor een lager individueel recht geldt, na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van de maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is het individuele recht of individuele rechten in te trekken en een voor het gehele land geldend recht in te stellen.

(189)

De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product voor zover het van oorsprong is uit de VRC en is geproduceerd door de genoemde rechtspersonen. Op de invoer van organisch bekleed staal dat is geproduceerd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet uitdrukkelijk worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die aan de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat geldt voor “alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China”. Die invoer mag niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(190)

Een onderneming die later haar naam wijzigt, kan verzoeken om toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (54). Het verzoek moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging niet van invloed is op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een verordening over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(191)

Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan het voornemen bestond om handhaving van de bestaande maatregelen aan te bevelen. Zij konden hierover tevens binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

(192)

Een exporteur of producent die het betrokken product in de periode die wordt gebruikt voor de vaststelling van de hoogte van het momenteel op zijn uitvoer toepasselijke recht niet naar de Unie heeft uitgevoerd, kan de Commissie verzoeken om toepassing van het antidumpingrecht voor niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. De Commissie moet een dergelijk verzoek inwilligen mits aan drie voorwaarden wordt voldaan. De nieuwe producent-exporteur zou moeten aantonen dat: i) hij het betrokken product niet naar de Unie heeft uitgevoerd in de periode die werd gebruikt voor de vaststelling van het niveau van het recht dat momenteel van toepassing is op zijn uitvoer; ii) hij niet verbonden is met een onderneming die dat wel heeft gedaan en dus onderworpen is aan de antidumpingrechten, en iii) hij het betrokken product daarna heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om dit in aanzienlijke hoeveelheden te doen.

(193)

Indien een bedrag moet worden terugbetaald naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, geldt ingevolge artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (55) als rentevoet de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand.

(194)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde organisch beklede staalproducten, d.w.z. gewalste platte producten van niet-gelegeerd of gelegeerd staal (uitgezonderd roestvrij staal), aan ten minste één zijde geverfd, gevernist of bekleed met kunststof, met uitzondering van zogenaamde “sandwichpanelen” van de soort gebruikt in de bouw, bestaande uit twee metalen buitenplaten met een stabiliserende kern van isolatiemateriaal, met uitzondering van producten met een laatste bekleding van zinkstof (een zinkrijke verf die 70 of meer gewichtspercenten zink bevat), en met uitzondering van producten met een ondergrond die bekleed is met een metalen bekleding van chroom of tin, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7210 70 80 , ex 7212 40 80 , ex 7225 99 00 , ex 7226 99 70 (Taric-codes 7210 70 80 11, 7210 70 80 91, 7212 40 80 01, 7212 40 80 21, 7212 40 80 82, 7225 99 00 11, 7225 99 00 91, 7226 99 70 11 en 7226 99 70 91), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 genoemde en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde producten is als volgt:

Onderneming

Recht (%)

Aanvullende Taric-code

Union Steel China

0

B311

Zhangjiagang Panhua Steel Strip Co., Ltd, Chongqing Wanda Steel Strip Co., Ltd, and Zhangjiagang Free Trade Zone Jiaxinda International Trade Co., Ltd.

26,1

B312

Zhejiang Huadong Light Steel Building Material Co. Ltd and Hangzhou P.R.P.T. Metal Material Company, Ltd.

5,9

B313

Angang Steel Company Limited

16,2

B314

Anyang Iron Steel Co., Ltd.

0

B315

Baoshan Iron & Steel Co., Ltd.

0

B316

Baoutou City Jialong Metal Works Co.,Ltd.

16,2

B317

Changshu Everbright Material Technology Co.,Ltd.

16,2

B318

Changzhou Changsong Metal Composite Material Co.,Ltd.

16,2

B319

Cibao Modern Steel Sheet Jiangsu Co., Ltd.

0

B320

Inner Mongolia Baotou Steel Union Co.,Ltd.

16,2

B321

Jiangyin Ninesky Technology Co.,Ltd.

0

B322

Jiangyin Zhongjiang Prepainted Steel Mfg Co.,Ltd.

0

B323

Jigang Group Co., Ltd.

16,2

B324

Maanshan Iron&Steel Company Limited

16,2

B325

Qingdao Hangang Color Coated Sheet Co., Ltd.

16,2

B326

Shandong Guanzhou Co., Ltd.

16,2

B327

Shenzen Sino Master Steel Sheet Co.,Ltd.

16,2

B328

Tangshan Iron And Steel Group Co.,Ltd.

16,2

B329

Tianjin Xinyu Color Plate Co.,Ltd.

16,2

B330

Wuhan Iron And Steel Company Limited

16,2

B331

Wuxi Zhongcai New Materials Co.,Ltd.

0

B332

Xinyu Iron And Steel Co.,Ltd.

0

B333

Zhejiang Tiannu Color Steel Co., Ltd.

16,2

B334

Alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China

13,6

B999

3.   De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die als volgt luidt: “Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid in ton) organisch beklede staalproducten die naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in de Volksrepubliek China. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.” Totdat een dergelijke factuur wordt overgelegd, is het recht van toepassing dat voor alle overige invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China geldt.

4.   Artikel 1, lid 2, kan worden gewijzigd om nieuwe producenten-exporteurs uit de Volksrepubliek China toe te voegen en hen te onderwerpen aan het passende gewogen gemiddelde antidumpingrecht voor niet in de steekproef opgenomen meewerkende ondernemingen. Een nieuwe producent-exporteur toont met bewijs aan dat:

a)

hij de in artikel 1, lid 1, omschreven goederen van oorsprong uit de VRC tussen 1 oktober 2010 en 30 september 2011 (het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek) niet heeft uitgevoerd;

b)

hij niet verbonden is met een exporteur of producent op wie de bij deze verordening ingestelde maatregelen van toepassing zijn, en die heeft meegewerkt of had kunnen meewerken aan het onderzoek dat tot het recht heeft geleid; en

c)

hij het onderzochte product van oorsprong uit de Volksrepubliek China daadwerkelijk heeft uitgevoerd dan wel een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren na het verstrijken van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek.

5.   Bij wijziging of opheffing van de bij artikel 1 van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1506 (56) van de Commissie ingestelde definitieve compenserende rechten worden de in lid 2 vermelde rechten per onderneming in gelijke mate verhoogd, tot maximaal de geconstateerde werkelijke dumpingmarge of de schademarge, naargelang het geval en vanaf de inwerkingtreding van deze verordening.

6.   Indien het compenserende recht voor bepaalde producenten-exporteurs in mindering is gebracht op het antidumpingrecht, leiden verzoeken om terugbetaling uit hoofde van artikel 21 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (57) ook tot een beoordeling van de dumpingmarge die gedurende het onderzoektijdvak voor de terugbetaling op die producent-exporteur van toepassing is. Het bedrag dat aan de indiener van het verzoek moet worden terugbetaald, mag niet hoger zijn dan het verschil tussen het geïnde recht en de gecombineerde compenserende en antidumpingrechten zoals vastgesteld in het terugbetalingsonderzoek.

7.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 24 juli 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1036/2020-08-11.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 214/2013 van de Raad van 11 maart 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 73 van 15.3.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/214/oj).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 215/2013 van de Raad van 11 maart 2013 tot instelling van een compenserend recht op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 73 van 15.3.2013, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/215/oj).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/687 van de Commissie van 2 mei 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 116 van 3.5.2019, blz. 5, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/687/oj).

(5)  Bericht van het naderend vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C 273 van 2.8.2023, blz. 4).

(6)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C, C/2024/2970, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2970/oj).

(7)   https://tron.trade.ec.europa.eu/investigations/case-view?caseId=2720.

(8)  Comext-databank van Eurostat. Beschikbaar op: https://ec.europa.eu/eurostat/comext/newxtweb/ (laatst geraadpleegd op 23 april 2025).

(9)  Global Trade Atlas van S&P Global. Beschikbaar op: https://connect.ihsmarkit.com/gta/home/ (laatst geraadpleegd op 23 april 2025).

(10)  OECD Data Explorer. International Transport and Insurance Costs of Merchandise Trade (Internationale transport- en verzekeringskosten voor de handel in goederen). Beschikbaar op: https://data-explorer.oecd.org/vis?tm=ITIC&pg=0&snb=1&df[ds]=dsDisseminateFinalDMZ&df[id]=DSD_ITIC%40DF_ITIC&df[ag]=OECD.SDD.TPS&dq=.....A.&pd=%2C&to[TIME_PERIOD]=false (laatst geraadpleegd op 19 maart 2025).

(11)  Doing Business 2020. “Economy profile — China” (Economisch profiel van China), blz. 84. Beschikbaar op: https://archive.doingbusiness.org/content/dam/doingBusiness/country/c/china/CHN.pdf (laatst geraadpleegd op 26 februari 2025).

(12)  Jaarverslag van MySteel: Market review of colour-coated coils in 2022 and outlook for 2023 (“Marktbeoordeling van kleurbeklede rollen in 2022 en vooruitzichten voor 2023”). Beschikbaar op: https://m.mysteel.com/23/0110/11/2D53D06744974F96_abc.html (laatst geraadpleegd op 24 april 2025). Jaarverslag van MySteel: Market review of colour-coated coils in 2023 and outlook for 2024 (“Marktbeoordeling van kleurbeklede rollen in 2023 en vooruitzichten voor 2024”). Beschikbaar op: https://m.mysteel.com/a/24010418/66232834598618F7_abc.html (laatst geraadpleegd op 24 april 2025).

(13)  Voorlichtingsbureau van de staatsraad van de VRC, “Xi moedigt staalonderneming aan om te groeien in het kader van de geïntegreerde ontwikkeling van de delta van de rivier de Yangtze”, 20 augustus 2020.

(14)  CISDI Group, samenvatting van de 13e jaarlijkse conferentie over ijzer en staal, 30 november 2022.

(15)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666 van de Commissie van 6 juni 2024 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op stalen kabels van oorsprong uit de Volksrepubliek China, zoals uitgebreid tot stalen kabels verzonden vanuit Marokko en de Republiek Korea, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit deze landen, naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2024/1666, 7.6.2024, http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/1666/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444 van de Commissie van 11 juli 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op platbulbstaal van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Turkije (PB L 177 van 12.7.2023, blz. 63, http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/1444/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100 van de Commissie van 11 januari 2023 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op navulbare vaten van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China, (PB L 10 van 12.1.2023, blz. 36 http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/100/oj); Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068 van de Commissie van 26 oktober 2022 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde koudgewalste platte staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China en de Russische Federatie naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 149, http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2022/2068/oj).

(16)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 76; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 66; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 80.

(17)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 60; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 38; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 64.

(18)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overwegingen 66-68; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 58; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 40; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 66. Het recht van overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in staatsondernemingen te benoemen en te ontslaan, zoals bepaald in de Chinese wetgeving, kan worden beschouwd als afspiegeling van de corresponderende eigendomsrechten, maar daarnaast vormen de cellen van de Chinese Communistische Partij (“CCP”) in ondernemingen, niet alleen in staatsondernemingen maar ook in particuliere ondernemingen, een ander belangrijk kanaal door middel waarvan de staat zich in de besluitvorming van ondernemingen kan mengen. Volgens het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke onderneming een CCP-organisatie worden opgezet (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP) en moet de onderneming de nodige voorwaarden scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. Deze eis lijkt in het verleden niet altijd te zijn gevolgd of strikt te zijn gehandhaafd. De CCP heeft haar aanspraken op zeggenschap bij zakelijke beslissingen in staatsondernemingen echter in elk geval sinds 2016 nadrukkelijker als politiek beginsel doen gelden. Ook zijn er berichten dat de CCP druk uitoefent op particuliere ondernemingen om “vaderlandslievendheid” voorop te stellen en zich naar de partijlijn te voegen. In 2017 werd bericht dat in 70 % van de circa 1,86 miljoen ondernemingen in particuliere eigendom partijcellen aanwezig waren, en dat er toenemende druk was om de CCP-organisaties het laatste woord te laten hebben bij de zakelijke besluitvorming in de betrokken ondernemingen. Deze voorschriften zijn van algemene toepassing in de gehele Chinese economie, in alle sectoren, ook op producenten van het onderzochte product en de leveranciers van de inputs ervan.

(19)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overwegingen 61-65; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 59; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 43; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 68.

(20)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 62; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 52; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 74.

(21)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 72; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 45; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 33; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 75.

(22)  Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1666, overweging 73; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1444, overweging 64; Uitvoeringsverordening (EU) 2023/100, overweging 54; Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2068, overweging 76.

(23)  Uitvoeringsverordening (EU) 2019/687, overwegingen 61-88.

(24)  Werkdocument van de diensten van de Commissie, “Significant Distortions in the Economy of the People’s Republic of China for the Purposes of Trade Defence Investigations”, 10 april 2024, SWD(2024) 91 final.

(25)  World Bank Open Data — Upper Middle Income (https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income).

(26)  Als het onderzochte product in geen enkel land met een vergelijkbaar ontwikkelingsniveau wordt geproduceerd, kan de productie van een product in dezelfde algemene categorie en/of sector als van het onderzochte product in aanmerking worden genomen.

(27)  Global Trade Alert — GTA Data Centre. Beschikbaar op: https://globaltradealert.org/data-center (laatst geraadpleegd op 28 februari 2025).

(28)  Market Access Map — Regulatory Requirements (Regelgevingsvereisten). Beschikbaar op: https://www.macmap.org/en/query/regulatory-requirement (laatst geraadpleegd op 28 februari 2025).

(29)  Nationaal Instituut voor Statistiek en Geografie. Beschikbaar op: https://en.www.inegi.org.mx/ (laatst geraadpleegd op 24 april 2025).

(30)  Voor aardgas: Comisión Reguladora de Energía. Beschikbaar op: https://www.gob.mx/cre (laatst geraadpleegd op 24 april 2025). Voor elektriciteit: Comisión Federal de Electricidad. Beschikbaar op: https://www.cfe.mx/Pages/default.aspx (laatst geraadpleegd 24 april 2025).

(31)  Verordening (EU) 2015/755 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/755/oj).

(32)  Market Access Map. Beschikbaar op: https://www.macmap.org/ (laatst geraadpleegd op 24 april 2025).

(33)  Doing Business 2020. “Economy profile — Mexico” (Economisch profiel van Mexico), blz. 88 en 92. Beschikbaar op: https://archive.doingbusiness.org/content/dam/doingBusiness/country/m/mexico/MEX.pdf (laatst geraadpleegd op 24 april 2025).

(34)  INEGI — Banco de Informacion Economica. Beschikbaar op: https://www.inegi.org.mx/app/indicadores/?tm=0&t=1010#D1010 (laatst geraadpleegd op 28 februari 2025).

(35)  CFE — Industrie, tarieven. Beschikbaar op: https://app.cfe.mx/Aplicaciones/CCFE/Tarifas/TarifasCREIndustria/Acuerdos/AcuerdosIndustria.aspx (laatst geraadpleegd op 28 februari 2025).

(36)  CRE — Índices de Referencia de Precios de Gas Natural. Beschikbaar op: https://www.cre.gob.mx/IPGN/ (laatst geraadpleegd op 28 februari 2025).

(37)  Ternium S.A. — Jaarverslag 2023. Beschikbaar op: https://s2.q4cdn.com/156255844/files/doc_news/archive/AGSM/2024/Annual-Report-2023.pdf (laatst geraadpleegd op 28 februari 2025).

(38)  Ibid. Segmentinformatie, blz. 93 en 94.

(39)  Jaarverslag van MySteel: Market review of colour-coated coils in 2022 and outlook for 2023 (Marktbeoordeling van kleurbeklede rollen in 2022 en vooruitzichten voor 2023) (“Jaarverslag 2022 van MySteel”). Beschikbaar op: https://m.mysteel.com/23/0110/11/2D53D06744974F96_abc.html (laatst geraadpleegd op 24 april 2025). Jaarverslag van MySteel: Market review of colour-coated coils in 2023 and outlook for 2024 (Marktbeoordeling van kleurbeklede rollen in 2023 en vooruitzichten voor 2023) (“Jaarverslag 2022 van MySteel”). Beschikbaar op: https://m.mysteel.com/a/24010418/66232834598618F7_abc.html (laatst geraadpleegd op 24 april 2025).

(40)  Jaarverslag 2022 van MySteel.

(41)  Jaarverslag 2023 van MySteel.

(42)  Jaarverslag 2022 van MySteel.

(43)  Jaarverslag 2023 van MySteel.

(44)  Doing Business 2020. “Economy profile — China” (Economisch profiel van China), blz. 84. Beschikbaar op: https://archive.doingbusiness.org/content/dam/doingBusiness/country/c/china/CHN.pdf (laatst geraadpleegd op 26 februari 2025).

(45)  Gegevensportaal voor handelsmaatregelen van de WTO. Australië — Antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van geverfd staalband van oorsprong uit de VRC. Beschikbaar op: https://trade-remedies.wto.org/en/antidumping/investigations/investigation/aus-adc-553-ad-1-2 (laatst geraadpleegd 4 juni 2025).

(46)  Gegevensportaal voor handelsmaatregelen van de WTO. Maleisië — Antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van kleurbeklede stalen rollen van oorsprong uit de VRC. Beschikbaar op: https://trade-remedies.wto.org/en/antidumping/investigations/measures/mys-ad0215chn-1 (laatst geraadpleegd op 4 juni 2025).

(47)  RESOLUCIÓN Final del procedimiento administrativo de examen de vigencia de las cuotas compensatorias impuestas a las importaciones de aceros planos recubiertos originarias de la República Popular China y del Taipéi Chino, independientemente del país de procedencia. Beschikbaar op: https://www.gob.mx/cms/uploads/attachment/file/861182/publicaciones_dof_acerosplanosrecubiertos_130923.pdf (laatst geraadpleegd op 4 juni 2025).

(48)  Mededeling betreffende de definitieve vaststelling en instelling van definitieve antidumpingrechten ten aanzien van de invoer met dumping van kleurbeklede stalen rollen/platen in Pakistan van oorsprong uit en/of uitgevoerd uit de Volksrepubliek China en de Republiek Zuid-Afrika. Beschikbaar op: https://ntc.gov.pk/wp-content/uploads/2018/06/CCC-FD-notice.pdf (laatst geraadpleegd op 4 juni 2025).

(49)  Gegevensportaal voor handelsmaatregelen van de WTO. SACU-lidstaten — Antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van gewalste platte producten van ijzer of van niet-gelegeerd staal, geverfd, geplateerd of bekleed van oorsprong uit de VRC. Beschikbaar op: https://trade-remedies.wto.org/en/antidumping/investigations/measures/zaf-121022a (laatst geraadpleegd op 4 juni 2025).

(50)  Gegevensportaal voor handelsmaatregelen van de WTO. Thailand — Antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van geverfde thermisch geplateerde of met aluminiumzink beklede legeringen van koudgewalst staal van oorsprong uit de VRC. Beschikbaar op: https://trade-remedies.wto.org/en/antidumping/investigations/measures/tha-ad2019-01-2 (laatst geraadpleegd op 4 juni 2025).

(51)  Gegevensportaal voor handelsmaatregelen van de WTO. Verenigd Koninkrijk — Antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de VRC. Beschikbaar op: https://trade-remedies.wto.org/en/antidumping/investigations/measures/gbr-2020-28-cn (laatst geraadpleegd op 4 juni 2025).

(52)  Gegevensportaal voor handelsmaatregelen van de WTO. Vietnam — Antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van gewalste platte producten van ijzer of van niet-gelegeerd staal, geverfd, geplateerd of bekleed van oorsprong uit de VRC. Beschikbaar op: https://trade-remedies.wto.org/en/antidumping/investigations/measures/vnm-ad04-chn-1 (laatst geraadpleegd op 4 juni 2025).

(53)  Global Trade Alert — GTA Data Center. Beschikbaar op: https://globaltradealert.org/data-center (laatst geraadpleegd op 22 april 2025).

(*1)  Voor 2020 ontbreken statistische gegevens — de voor 2020 vermelde hoeveelheid en waarde zijn een schatting, die het rekenkundige gemiddelde voor de periode van 2021 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek vertegenwoordigt.

(54)  Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat G, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.

(55)  Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.

(56)  Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1506 van de Commissie van 24 juli 2025 tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde organisch beklede staalproducten van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad (PB L, 2025/1506, 25.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1506/oj).

(57)  Verordening (EU) 2016/1037 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 176, 30.6.2016, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/1037/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1508/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)