|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/1495 |
19.7.2025 |
BESLUIT (GBVB) 2025/1495 VAN DE RAAD
van 18 juli 2025
tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29,
Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 31 juli 2014 heeft de Raad Besluit 2014/512/GBVB (1) vastgesteld. |
|
(2) |
De Unie houdt onverkort vast aan haar steun voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne. |
|
(3) |
In zijn conclusies van 19 december 2024 heeft de Europese Raad herhaald dat hij de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, die een onmiskenbare schending van het VN-Handvest vormt, met klem veroordeelt, en opnieuw bevestigd dat de Unie zich onverminderd inzet om Oekraïne en zijn bevolking te blijven ondersteunen op politiek, financieel, economisch, humanitair, militair en diplomatiek gebied. |
|
(4) |
Zolang de illegale acties van de Russische Federatie in strijd blijven met de fundamentele regels van het internationaal recht, waaronder met name het verbod op het gebruik van geweld dat is vastgelegd in artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties, of van het internationaal humanitair recht, is het passend alle door de Unie opgelegde maatregelen te handhaven en zo nodig aanvullende maatregelen te nemen. |
|
(5) |
Gezien de ernst van de situatie is het passend verdere beperkende maatregelen te nemen. |
|
(6) |
Meer bepaald moeten er 26 entiteiten worden toegevoegd aan de in bijlage IV bij Besluit 2014/512/GBVB opgenomen lijst van rechtspersonen, entiteiten of lichamen die steun verlenen aan het militaire en industriële complex van Rusland bij zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en waaraan strengere uitvoerbeperkingen worden opgelegd met betrekking tot goederen en technologie voor tweeërlei gebruik en goederen en technologie die zouden kunnen bijdragen tot de technologische versterking van de Russische defensie- en veiligheidssector. Die entiteiten omvatten onder meer bepaalde entiteiten in andere derde landen dan Rusland die indirect bijdragen aan de militaire en technologische versterking van Rusland door het omzeilen van uitvoerbeperkingen die gelden voor onder meer onbemande luchtvaartuigen. |
|
(7) |
Het is passend de lijst van producten die zouden kunnen bijdragen tot de militaire en technologische versterking van Rusland of de ontwikkeling van zijn defensie- en veiligheidssector, uit te breiden met producten die door Rusland zijn gebruikt voor zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne en producten die bijdragen tot de ontwikkeling of productie van zijn militaire systemen, met inbegrip van bijkomende digitaal gestuurde machines en chemicaliën voor de vervaardiging van stuwstoffen. |
|
(8) |
Om de beperkende maatregelen die zijn opgelegd naar aanleiding van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, doeltreffender te maken, moet het risico op omzeiling van die maatregelen door indirecte uitvoer via derde landen, worden aangepakt. De in bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad (2) opgenomen goederen en technologie kunnen bijdragen tot de militaire en technologische versterking van Rusland of tot de ontwikkeling van zijn defensie- en veiligheidssector, ook wanneer zij worden uitgevoerd onder het mom van bestemd voor civiel eindgebruik. Het verbod op indirecte uitvoer omvat de uitvoer, ook via een derde land, van producten die zijn opgenomen in de bijlagen bij Verordening (EU) nr. 833/2014. De bevoegde autoriteiten moeten tijdig preventieve maatregelen nemen wanneer er een geloofwaardig risico bestaat dat dergelijke naar derde landen uitgevoerde producten uiteindelijk naar Rusland worden omgeleid. Daarom is het passend te voorzien in een optioneel administratief mechanisme dat de nationale bevoegde autoriteiten in staat stelt een voorafgaande vergunning te eisen voor de uitvoer van in bijlage VII bij Verordening (EU) nr. 833/2014 opgenomen producten naar een derde land, wanneer de exporteur ervan in kennis is gesteld dat er voldoende redenen zijn om te vermoeden dat de eindbestemming van de producten in Rusland ligt of dat de producten Russische entiteiten als eindgebruiker hebben. Die maatregel is niet bedoeld om een nieuwe algemene beperking op te leggen, maar om de lidstaten uit te rusten met een doeltreffend en evenredig instrument om mogelijke omzeiling van beperkende maatregelen te onderzoeken en te voorkomen, en tegelijkertijd te zorgen voor een geharmoniseerde interpretatie en juridische duidelijkheid voor exporteurs. Die maatregel mag geen afbreuk doen aan de reikwijdte van de bepaling inzake het verbod op indirecte uitvoer. Het is aan de lidstaten om te beslissen of die maatregel dan wel de bepaling inzake het verbod op indirecte uitvoer als afdwingingsmechanisme moet worden aangewend in gevallen waar Rusland de eindbestemming van de producten is of Russische entiteiten de eindgebruiker van de producten zijn. |
|
(9) |
Het is zaak verdere beperkingen op te leggen aan de uitvoer van goederen die zouden kunnen bijdragen tot de versterking van de industriële capaciteit van Rusland, zoals machines, chemische stoffen, sommige metalen en kunststoffen. Om het risico op omzeiling van de beperkende maatregelen tot een minimum te beperken, is het ook passend de lijst van goederen en technologie waarvoor een verbod op doorvoer over het grondgebied van Rusland geldt verder uit te breiden. |
|
(10) |
In Besluit (GBVB) 2022/884 van de Raad (3) en Verordening (EU) 2022/879 van de Raad (4) is bepaald dat de lidstaten alle nodige maatregelen dienen te nemen om leveringen te verkrijgen die een alternatief vormen voor de invoer via pijpleidingen van ruwe olie uit Rusland opdat die invoer zo spoedig mogelijk verboden wordt. Overeenkomstig die doelstelling moet de tijdelijke afwijking voor Tsjechië voor de levering van ruwe olie uit Rusland via pijpleidingen worden beëindigd. |
|
(11) |
Het is passend een verbod in te stellen op de directe of indirecte aankoop, invoer of overdracht in de Unie van in een derde land verkregen aardolieproducten uit Russische ruwe olie, alsook op het verlenen van daarmee verband houdende technische of financiële bijstand. Het is ook passend een lijst van partnerlanden vast te stellen met een reeks beperkende maatregelen die in wezen gelijkwaardig zijn aan de door de Unie opgelegde maatregelen ten aanzien van de invoer van Russische olie en aardolieproducten. Aardolieproducten afkomstig van netto-exporteurs van ruwe olie moeten worden geacht te zijn verkregen uit binnenlandse ruwe olie en niet uit ruwe olie van oorsprong uit Rusland. De Commissie moet richtsnoeren verstrekken voor de uitvoering van dat verbod, met name wat betreft het bewijsmateriaal dat moet worden verstrekt door exploitanten die zich bezighouden met de invoer van geraffineerde aardolieproducten. |
|
(12) |
Het is verboden Russisch lng in te voeren via lng-terminals van de Unie die niet zijn aangesloten op het aardgaskoppelnet. Het is passend te voorzien in een afwijking van het verbod die kan worden toegestaan door een lidstaat die niet rechtstreeks is aangesloten op het aardgaskoppelnet van een andere lidstaat en die de eerste commerciële levering van zijn eerste langlopende aardgasleveringscontract na 20 juli 2025 ontvangt, teneinde de energievoorziening van die lidstaat te waarborgen. Dat doet geen afbreuk aan wetgevingsmaatregelen die gevolgen hebben voor de invoer van energie uit Rusland in de Unie. |
|
(13) |
Gezien het belang van het transactieverbod in artikel 1 bis bis, lid 1, van Besluit 2014/512/GBVB en de in bijlage X bij dat besluit vermelde rechtspersonen, entiteiten en lichamen, moeten strikte criteria worden gehanteerd bij de plaatsing onder openbaar toezicht of de oplegging van een vergelijkbare firewallmaatregel. Om ervoor te zorgen dat dochterondernemingen die namens of op aanwijzing van in artikel 1 bis bis, lid 1, punt a) of b), van Besluit 2014/512/GBVB bedoelde entiteiten handelen, blijven functioneren en de beperkende maatregelen blijven naleven, is het passend te voorzien in een vrijstelling van het transactieverbod, op voorwaarde dat een bevoegde autoriteit de plaatsing onder openbaar toezicht of een vergelijkbare firewallmaatregel heeft opgelegd of op voorwaarde dat een bevoegde autoriteit toestemming heeft verleend voor een vergelijkbare firewallmaatregel. Dat mag geen afbreuk doen aan andere beperkende maatregelen. |
|
(14) |
Ter verduidelijking van bepaalde bepalingen is het passend te voorzien in een vrijstelling van het transactieverbod voor bepaalde havens voor Kazachse steenkool, op basis van de inspanning van de Unie om negatieve gevolgen voor de energiezekerheid van derde landen overal ter wereld te voorkomen. Daarnaast is het passend te voorzien in een vrijstelling van het transactieverbod voor bepaalde luchthavens wat civiele nucleaire capaciteiten en faciliteiten betreft. |
|
(15) |
De pijpleidingen Nord Stream en Nord Stream 2 zijn ontworpen voor de transmissie van aardgas vanuit Rusland naar de Unie. Zij staan onder zeggenschap van de Russische regering via staatsbedrijven. Beide pijpleidingen zijn in september 2022 beschadigd en zijn momenteel niet operationeel. Nord Stream leverde Russisch aardgas aan Europa, terwijl Nord Stream 2 nooit in gebruik is genomen. Rusland heeft de levering van aardgas via Nord Stream herhaaldelijk, eenzijdig, en tegen eind augustus 2022 volledig, verstoord om de Unie en haar lidstaten onder druk te zetten en hun steun aan Oekraïne te ondermijnen. Bovendien zou de levering van aardgas via die pijpleidingen in de toekomst inkomsten voor Rusland kunnen genereren, waardoor de aanvalsoorlog tegen Oekraïne kan worden voortgezet. Om de hervatting of de totstandkoming van aardgasleveringen via die pijpleidingen te voorkomen, is het passend beperkende maatregelen in te voeren die elke transactie verbieden die direct of indirect verband houdt met de aardgaspijpleidingen Nord Stream en Nord Stream 2, en dat betreft de voltooiing, de exploitatie, het onderhoud of het gebruik van de pijpleidingen of delen van de pijpleidingen. Het transactieverbod moet ook de aankoop van aardgas dat via een van de pijpleidingen wordt getransporteerd, omvatten. Er moeten gerichte vrijstellingen en afwijkingen gelden om ervoor te zorgen dat de bestaande controlemechanismen voor de pijpleidingen via herstructureringsmechanismen, met name in verband met Nord Stream AG en Nord Stream 2 AG, blijven bestaan, om ervoor te zorgen dat de pijpleidingen niet worden gebruikt. |
|
(16) |
Het is ook passend de voorwaarden te wijzigen voor het opleggen van een transactieverbod aan personen, entiteiten of lichamen die buiten Rusland gevestigd zijn en gebruikmaken van het systeem voor doorgifte van financiële berichten (System for Transfer of Financial Messages – SPFS) van de centrale bank van Rusland of soortgelijke door de centrale bank van Rusland ontwikkelde gespecialiseerde diensten voor financiële berichten. Dat is het gevolg van het feit dat het SPFS door Rusland is ontwikkeld als een alternatief voor een gespecialiseerde dienst voor financiële berichten die in de Unie is opgezet en om zijn banken te beschermen tegen de gevolgen van de beperkende maatregelen die de Unie en haar bondgenoten sinds 2014 hebben aangenomen als reactie op de Russische acties om de territoriale integriteit van Oekraïne te ondermijnen. De Raad is van oordeel dat Rusland, door het gebruik van het SPFS buiten zijn grondgebied uit te breiden, die strategie tracht voort te zetten en tot doel heeft zijn internationale handel te beschermen tegen de gevolgen van de beperkende maatregelen van de Unie, waardoor het zijn financiële veerkracht vergroot en mogelijkheden worden geboden om de omzeiling van de verbodsbepalingen van de Besluiten 2014/512/GBVB en 2014/145/GBVB (5) van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 833/2014 en (EU) nr. 269/2014 (6) van de Raad te vergemakkelijken. |
|
(17) |
Het is zaak het verbod op transacties voor kredietinstellingen en financiële instellingen en aanbieders van cryptoactivadiensten uit een derde land uit te breiden tot entiteiten die het doel van de verbodsbepalingen van de Besluiten 2014/512/GBVB en 2014/145/GBVB en de Verordeningen (EU) nr. 833/2014 en (EU) nr. 269/2014 in aanzienlijke mate tegenwerken. De uitbreiding van het verbod op transacties geldt ook voor financiële instellingen en aanbieders van cryptoactivadiensten uit een derde land die de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne ondersteunen, onder meer door transacties te verwerken of exportfinanciering te verstrekken voor handelstransacties die het doel van Besluit 2014/512/GBVB en van Verordening (EU) nr. 833/2014 tegenwerken. De Raad is van oordeel dat twee entiteiten moeten worden toegevoegd aan de lijst van financiële instellingen uit een derde land die onderworpen zijn aan dat verbod. Tot slot geldt het transactieverbod ook voor rechtspersonen, entiteiten of lichamen uit een derde land die geen kredietinstelling of financiële instelling zijn en evenmin een entiteit die cryptoactivadiensten verleent, met inbegrip van oliehandelaren, die het doel van de verbodsbepalingen van de artikelen 4 sexdecies, 4 septdecies en 4 quinvicies van Besluit 2014/512/GBVB in aanzienlijke mate tegenwerken. |
|
(18) |
Het is gerechtvaardigd het bestaande verbod voor bepaalde Russische kredietinstellingen of financiële instellingen of andere entiteiten die inschrijven op diensten voor financiële berichten of Russische dochterondernemingen van kredietinstellingen of financiële instellingen uit een derde land, die relevant zijn voor het Russische financiële en bancaire systeem, en die ofwel grote en belangrijke regionale banken zijn en bijgevolg regionale en federale financiële en zakelijke aangelegenheden faciliteren, ofwel banken zijn die aanzienlijke grensoverschrijdende betalingen faciliteren en zo de Russische economie en industrie versterken, of die de territoriale integriteit van Oekraïne ondermijnen door actief te zijn in de bezette gebieden, of die reeds het voorwerp zijn van door de Unie of partnerlanden opgelegde beperkende maatregelen, om gespecialiseerde diensten voor financiële berichten te verlenen, uit te breiden tot een transactieverbod. De Raad is van oordeel dat 22 kredietinstellingen, financiële instellingen en andere entiteiten moeten worden toegevoegd aan de lijst van rechtspersonen, entiteiten of lichamen die onderworpen zijn aan dat transactieverbod. Tot slot is het zaak vrijstellingen toe te voegen met betrekking tot de werking van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van de Unie en van de lidstaten of van partnerlanden in Rusland en met betrekking tot transacties door onderdanen van een lidstaat die in Rusland verblijven. Het is ook zaak een afwijking toe te voegen voor transacties die strikt noodzakelijk zijn voor de afstoting in Rusland of de liquidatie van bedrijfsactiviteiten in Rusland. Er wordt aan herinnerd dat beperkende maatregelen van de Unie geen extraterritoriale werking hebben en niet bindend zijn voor exploitanten die zijn opgericht naar het recht van derde landen, waaronder dat van Rusland. Onverminderd artikel 8 bis van Verordening (EU) nr. 833/2014 worden transacties tussen rechtspersonen, entiteiten of lichamen die volgens het recht van een lidstaat zijn erkend of opgericht en hun dochterondernemingen in derde landen derhalve niet als een schending van dat verbod aangemerkt, ook indien bij dergelijke transacties kredietinstellingen of financiële instellingen waarop het verbod van toepassing is, betrokken zijn. De vrijstellingen en de afwijking in artikel 1 sexies van Besluit 2014/512/GBVB doen geen afbreuk aan het verbod voor exploitanten in de Unie op het verlenen van financiële berichtendiensten aan de in bijlage VIII bij van Besluit 2014/512/GBVB opgenomen entiteiten. |
|
(19) |
Teneinde het olieprijsplafondmechanisme doeltreffender te maken, is het passend een automatische procedure in te voeren om het prijsplafond voor Russische ruwe olie te wijzigen afhankelijk van de gemiddelde marktprijs van Russische ruwe olie. Gezien de huidige mondiale olieprijzen moet nu al een lager plafond op de prijs van Russische ruwe olie worden vastgesteld, teneinde het prijsplafond dichter bij de productiekosten van olie te brengen en Ruslands inkomsten uit olie-uitvoer verder terug te dringen. Bij elke wijziging van het prijsplafond moet voor eerdere contracten die in overeenstemming zijn met het bestaande prijsplafond een overgangsperiode van 90 dagen gelden voor zeevervoer en voor de directe dan wel indirecte verlening van technische bijstand, tussenhandeldiensten of financiering of financiële bijstand in verband met het zeevervoer van Russische ruwe olie naar derde landen. Die overgangsperiode is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat alle exploitanten het prijsplafond consistent toepassen. Daarnaast moet het bestaande evaluatiemechanisme worden versterkt, en moet toezicht worden gehouden op de werking van het olieprijsplafond en daarover om de zes maanden bij de Raad verslag worden uitgebracht. De werking van het prijsplafondmechanisme, met inbegrip van de hoogte van het prijsplafond en de toepasselijke verbodsbepalingen, moet op gezette tijden door de Raad worden geëvalueerd. |
|
(20) |
Het Russian Direct Investment Fund (RDIF) blijft een instrument dat door Rusland wordt gebruikt om buitenlandse valuta’s naar het Russische rechtsgebied te versluizen, om toegang te krijgen tot financiering om de Russische oorlogsinspanningen te ondersteunen en om de weerbaarheid van de Russische economie te versterken. Het RDIF maakt gebruik van complexe investeringsstructuren om zijn activiteiten en medegefinancierde projecten te verbergen en af te schermen tegen de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Het is daarom zaak een transactieverbod in te stellen ten aanzien van het RDIF, zijn dochterondernemingen, zijn significante investeringen en eenieder die die entiteiten beleggingsdiensten of andere financiële diensten verleent. Een investering moet als “significant” worden beschouwd indien zij lijkt te worden geschraagd door een economisch beleid of een economische strategie van de overheid of indien zij betrekking heeft op een sector die relevant is voor de geopolitieke manoeuvreerbaarheid van Rusland op lange termijn, met name financiering en bankwezen, vervoer, telecommunicatie, defensie, industriële productie, geavanceerde technologie, energie of de prospectie, exploratie en productie van olie, gas en minerale hulpbronnen, met inbegrip van daarmee verband houdende intellectuele eigendom of onderzoek en ontwikkeling. De Raad is van oordeel dat vier entiteiten moeten worden toegevoegd aan de in bijlage IV bij Besluit 2014/512/GBVB opgenomen lijst van rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarin het RDIF aanzienlijk heeft geïnvesteerd en ten aanzien waarvan het transactieverbod geldt. |
|
(21) |
De Russische bancaire en financiële sector is cruciaal voor Ruslands oorlogsvoering. Om te voorkomen dat die sector zich verder ontwikkelt, is het passend de levering van software voor bepaalde toepassingen in de bancaire en financiële sector te verbieden. |
|
(22) |
Om de activiteiten van vaartuigen die deel uitmaken van de “schaduwvloot” van olietankers of die bijdragen aan de inkomsten uit energie van Rusland, verder in te perken, is het passend 105 vaartuigen toe te voegen aan de lijst van vaartuigen opgenomen in bijlage XVI bij Besluit 2014/512/GBVB waarvoor een verbod op toegang tot havens en sluizen van de lidstaten en een verbod op de verstrekking van een breed scala van diensten in verband met zeevervoer gelden. |
|
(23) |
De lidstaten mogen, met inachtneming van hun toepasselijke internationale verplichtingen, geen gerechtelijk bevel, vonnis, uitspraak van een andere rechterlijke instantie dan een rechterlijke instantie van een lidstaat of een andere rechterlijke, arbitrale of administratieve beslissing erkennen of ten uitvoer leggen dat of die is uitgesproken in andere procedures dan die welke in de lidstaten zijn ingesteld op grond van of voortvloeiend uit een geschillenbeslechtingsprocedure tussen investeerders en staten in verband met maatregelen die zijn opgelegd uit hoofde van Besluit 2014/512/GBVB of 2014/145/GBVB, of uit hoofde van Verordening (EU) nr. 833/2014 of (EU) nr. 269/2014. De daadwerkelijke toepassing van de “geen vorderingen”-clausule moet worden aangemerkt als onderdeel van de openbare orde van de Unie en van de lidstaten met het oog op de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale uitspraken of rechterlijke of administratieve beslissingen. Bijgevolg moet de erkenning of tenuitvoerlegging door lidstaten van een gerechtelijk bevel, vonnis, uitspraak van een andere rechterlijke instantie dan een rechterlijke instantie van een lidstaat of een andere rechterlijke, arbitrale of administratieve beslissing dat of die is uitgesproken in andere procedures dan die welke in de lidstaten zijn ingesteld op grond van of voortvloeiend uit een geschillenbeslechtingsprocedure tussen investeerders en staten die kan leiden tot de voldoening van vorderingen in verband met maatregelen die zijn opgelegd uit hoofde van Besluiten 2014/512/GBVB en 2014/145/GBVB, en uit hoofde van Verordeningen (EU) nr. 833/2014 en (EU) nr. 269/2014, worden beschouwd als een schending van de openbare orde van de Unie en de lidstaten. Die bepaling mag geen afbreuk doen aan de verplichting van een lidstaat om deel te nemen aan en zich te verweren in een tegen hem ingestelde procedure en te verzoeken om erkenning en tenuitvoerlegging van een uitspraak op grond waarvan hij de kosten krijgt vergoed. |
|
(24) |
Wanneer de lidstaten worden geconfronteerd met scheidsrechterlijke uitspraken die tegen hen zijn uitgesproken in procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in verband met maatregelen die zijn opgelegd uit hoofde van Besluit 2014/512/GBVB of 2014/145/GBVB of Verordening (EU) nr. 833/2014 of (EU) nr. 269/2014, moeten zij elk bezwaar inroepen waarover zij beschikken in binnenlandse of buitenlandse procedures voor de erkenning en tenuitvoerlegging van dergelijke uitspraken. Dat omvat de aanvoering van het bezwaar dat de erkenning of tenuitvoerlegging van de uitspraak in strijd zou zijn met de openbare orde van het land waar om erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, op grond van het Verdrag van 1958 betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken. |
|
(25) |
Met betrekking tot het Paks II-project mogen de verbodsbepalingen van Besluit 2014/512/GBVB niet van toepassing zijn op de in artikel 5 quater van dat besluit of in artikel 12 nonies van Verordening (EU) nr. 833/2014 bedoelde activiteiten. Het in artikel 1 sexies van Besluit 2014/512/GBVB of artikel 5 nonies van Verordening (EU) nr. 833/2014 vastgelegde transactieverbod met betrekking tot de in bijlage VIII bij Besluit 2014/512/GBVB opgenomen entiteiten moet één van de verbodsbepalingen zijn die onder die bepaling vallen. |
|
(26) |
Die maatregelen vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en dus is regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk, met name om te garanderen dat zij in alle lidstaten uniform worden toegepast. |
|
(27) |
Om uitvoering te geven aan bepaalde maatregelen is verder optreden van de Unie vereist. |
|
(28) |
Besluit 2014/512/GBVB moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit 2014/512/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in artikel 1 bis bis wordt het volgende lid ingevoegd: “2 septies. Het verbod van lid 1 is niet van toepassing op in de Unie gevestigde entiteiten die handelen namens of op aanwijzing van de in lid 1, punt a) of b), bedoelde entiteiten, op voorwaarde dat:
|
|
2) |
in artikel 1 bis quinquies wordt lid 2 vervangen door: “2. Het is verboden om direct of indirect transacties aan te gaan met de in bijlage XVIII opgenomen rechtspersonen, entiteiten of lichamen die buiten Rusland gevestigd zijn. Bijlage XVIII omvat de buiten Rusland gevestigde rechtspersonen, entiteiten of lichamen die gebruikmaken van het SPFS van de centrale bank van Rusland of soortgelijke door de centrale bank van Rusland of de Russische overheid ontwikkelde gespecialiseerde diensten voor financiële berichten.” |
|
3) |
artikel 1 bis sexies wordt vervangen door: “Artikel 1 bis sexies 1. Het is verboden om direct of indirect transacties aan te gaan met buiten de Unie gevestigde rechtspersonen, entiteiten of lichamen die:
2. Het verbod in lid 1 is van toepassing op rechtspersonen, entiteiten of lichamen die handelen namens of op aanwijzing van een entiteit als bedoeld in de punten a), b) en c) van lid 1. 3. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing op transacties die:
|
|
4) |
in artikel 1 bis septies wordt aan lid 3 het volgende punt toegevoegd:
; |
|
5) |
in artikel 1 bis septies wordt aan lid 4 het volgende punt toegevoegd:
; |
|
6) |
de volgende artikelen worden ingevoegd: “Artikel 1 bis octies 1. Het is verboden om direct of indirect transacties aan te gaan die verband houden met de aardgaspijpleidingen Nord Stream en Nord Stream 2, met betrekking tot de voltooiing, de exploitatie, het onderhoud of het gebruik van de pijpleidingen. Voorts is het verboden direct of indirect transacties te verrichten in verband met de financiering van de voltooiing, de exploitatie of het gebruik van de pijpleidingen. 2. De verbodsbepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op transacties die strikt noodzakelijk zijn voor de dringende preventie of beperking van de gevolgen van een gebeurtenis die wellicht ernstige en aanzienlijke gevolgen voor de gezondheid en de veiligheid van de mens, de zeevaart of voor het milieu zou kunnen hebben, of als respons op natuurrampen. 3. In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming verlenen voor transacties die strikt noodzakelijk zijn voor:
Alvorens een dergelijke toestemming af te geven, verstrekken de bevoegde autoriteiten de Commissie een ontwerp daarvan. Binnen 30 dagen na ontvangst van dat ontwerp kan de Commissie een advies uitbrengen aan de bevoegde autoriteiten waarin wordt verklaard dat de voorgenomen transactie de belangen van de Unie zou schaden. De Commissie stelt de Raad van een dergelijk advies in kennis. 4. Marktdeelnemers stellen de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij zijn erkend of onder het recht waarvan zij zijn opgericht, binnen twee weken na de sluiting ervan in kennis van elke op grond van lid 2 gesloten transactie. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van dit lid ontvangen informatie, binnen twee weken na de ontvangst ervan. 5. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 3 verleende toestemming, binnen twee weken na de verlening ervan. Artikel 1 bis nonies 1. Het is verboden om direct of indirect transacties aan te gaan met:
2. In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten vergunning verlenen voor transacties die strikt noodzakelijk zijn voor de aankoop, de invoer of het vervoer van farmaceutische en medische producten waarvan de invoer, de aankoop en het vervoer uit hoofde van dit besluit zijn toegestaan. 3. In afwijking van lid 1 kunnen de bevoegde autoriteiten, onder door hen passend geachte voorwaarden, tot en met 31 december 2026 toestemming verlenen voor transacties die strikt noodzakelijk zijn voor de afstoting in en terugtrekking uit Rusland of de liquidatie van bedrijfsactiviteiten in Rusland. 4. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van lid 2 of lid 3 verleende vergunning, binnen twee weken na de verlening ervan.” |
|
7) |
artikel 1 sexies wordt als volgt gewijzigd:
|
|
8) |
artikel 1 duodecies wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
artikel 3 bis wordt als volgt gewijzigd:
|
|
10) |
artikel 4 quaterdecies wordt als volgt gewijzigd:
|
|
11) |
in artikel 4 sexdecies wordt het volgende lid ingevoegd: “3 ter. De vrijstelling in lid 3, punt d), geldt vanaf 1 juli 2025 niet langer voor Tsjechië.” |
|
12) |
het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 4 sexdecies bis 1. Het is verboden met ingang van 21 januari 2026 aardolieproducten die vallen onder GN-code 2710 die in een derde land zijn verkregen uit ruwe olie die valt onder GN-code 2709 00 van oorsprong uit Rusland, direct of indirect aan te kopen, in te voeren of over te dragen naar de Unie. Voor de toepassing van dit lid verstrekken importeurs op het moment van invoer het bewijs van het land van oorsprong van de ruwe olie die voor de verwerking van het product in een derde land wordt gebruikt, tenzij het product is ingevoerd uit een in bijlage XXIV vermeld partnerland. Aardolieproducten die zijn ingevoerd uit derde landen die in het voorgaande kalenderjaar netto-exporteurs van ruwe olie waren, worden geacht te zijn verkregen uit binnenlandse ruwe olie en niet uit ruwe olie van oorsprong uit Rusland, tenzij een bevoegde autoriteit redelijke gronden heeft om aan te nemen dat ze wel uit Russische ruwe olie zijn verkregen. 2. Het is verboden om direct of indirect technische bijstand, tussenhandeldiensten, financiering of financiële bijstand, alsook verzekering- en herverzekeringsdiensten in verband met de verbodsbepaling van lid 1 te verstrekken.” |
|
13) |
artikel 4 septdecies wordt als volgt gewijzigd:
|
|
14) |
aan artikel 4 septvicies wordt het volgende lid toegevoegd: “6. In afwijking van de verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat die niet rechtstreeks is aangesloten op het aardgaskoppelnet van een andere lidstaat en die de eerste commerciële levering van zijn eerste langlopende aardgasleveringscontract na 20 juli 2025 heeft ontvangen, vergunning verlenen voor de aankoop, invoer of overdracht van vloeibaar aardgas ingedeeld onder GN-code 2711 11 00 , van oorsprong uit Rusland of uitgevoerd uit Rusland, nadat zij heeft vastgesteld dat de aankoop, invoer of overdracht tot doel heeft de energievoorziening van die lidstaat veilig te stellen. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke uit hoofde van dit lid verleende vergunning, binnen twee weken na het verlenen ervan.” |
|
15) |
in artikel 7 worden de volgende leden ingevoegd: “2 bis. Een gerechtelijk bevel, vonnis, uitspraak van een andere rechterlijke instantie dan een rechterlijke instantie van een lidstaat of een ander rechterlijk, arbitraal of administratief besluit dat of die in een andere procedure dan die in de lidstaten is uitgesproken op grond van of voortvloeiend uit een procedure voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten tegen een lidstaat die zou kunnen leiden tot het honoreren van vorderingen in verband met uit hoofde van dit besluit, Besluit 2014/145/GBVB en de Verordeningen (EU) nr. 833/2014 en (EU) nr. 269/2014 opgelegde maatregelen, wordt in een lidstaat niet erkend of ten uitvoer gelegd indien zij worden ingeroepen door personen, entiteiten of lichamen als bedoeld in lid 1, punt a), b) of c), van dit artikel of door personen, entiteiten of lichamen die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over die personen, entiteiten of lichamen. 2 ter. Een verzoek om bijstand tijdens een onderzoek of een andere procedure, en een straf of andere sanctie op grond van een gerechtelijk bevel, vonnis, uitspraak van een andere rechterlijke instantie dan een rechterlijke instantie van een lidstaat of een ander rechterlijk, arbitraal of administratief besluit dat of die in een andere procedure dan die in de lidstaten is uitgesproken op grond van of voortvloeiend uit een procedure voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten tegen een lidstaat in verband met uit hoofde van dit besluit, Besluit 2014/145/GBVB en de Verordeningen (EU) nr. 833/2014 en (EU) nr. 269/2014 opgelegde maatregelen, wordt in een lidstaat niet erkend of ten uitvoer gelegd indien zij worden ingeroepen door personen, entiteiten of lichamen als bedoeld in lid 1, punt a), b) of c), van dit artikel of door personen, entiteiten of lichamen die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over die personen, entiteiten of lichamen.” |
|
16) |
de volgende artikelen worden ingevoegd: “Artikel 7 ter Indien toepasselijk neemt elke lidstaat passende maatregelen om, of heeft elke lidstaat het recht om, in een gerechtelijke procedure voor de bevoegde gerechtelijke instanties van een lidstaat alle directe of indirecte schade, met inbegrip van de proceskosten, die die lidstaat heeft geleden als gevolg van een procedure voor geschillenbeslechting tussen investeerders en staten die tegen een lidstaat is ingeleid in verband met maatregelen die zijn opgelegd uit hoofde van dit besluit, Besluit 2014/145/GBVB en de Verordeningen (EU) nr. 833/2014 en (EU) nr. 269/2014, te verhalen. De lidstaat heeft, indien toepasselijk, het recht dergelijke schade te verhalen op alle in artikel 7, lid 1, punt a), b) of c), van dit besluit bedoelde personen, entiteiten of lichamen die de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten hebben geïnitieerd, daarin zijn tussenbeide gekomen of daaraan hebben deelgenomen, of die een uitspraak, besluit of vonnis met betrekking tot de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten trachten ten uitvoer te leggen, en personen, entiteiten of lichamen die eigenaar zijn van of zeggenschap hebben over een van die personen, entiteiten of lichamen. Indien toepasselijk heeft de Unie het recht alle door haar geleden schade onder dezelfde voorwaarden te verhalen. Artikel 7 quater De lidstaten maken bezwaar tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken die tegen hen zijn uitgesproken in procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in verband met maatregelen die uit hoofde van dit besluit, Besluit 2014/145/GBVB of de Verordeningen (EU) nr. 833/2014 en (EU) nr. 269/2014 zijn opgelegd.” |
|
17) |
artikel 8 quater wordt vervangen door: “Artikel 8 quater De Raad wijzigt met eenparigheid van stemmen op basis van de artikelen 29 en 30 van het Verdrag betreffende de Europese Unie de bijlagen I, II, III, IV, V, VI, VIII, IX, X, XI, XIV, XVI, XVII, XVIII, XIX, XX, XXI, XXII, XXIII en XXIV.” |
|
18) |
de bijlagen bij Besluit 2014/512/GBVB worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij dit besluit. |
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, 18 juli 2025.
Voor de Raad
De voorzitter
M. BJERRE
(1) Besluit 2014/512/GBVB van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 229 van 31.7.2014, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2014/512/oj).
(2) Verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 229 van 31.7.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/833/oj).
(3) Besluit (GBVB) 2022/884 van de RAAD van 3 juni 2022 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 128, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/884/oj).
(4) Verordening (EU) 2022/879 van de Raad van 3 juni 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 153 van 3.6.2022, blz. 53, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/879/oj).
(5) Besluit 2014/145/GBVB van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 78 van 17.3.2014, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2014/145(1)/oj).
(6) Verordening (EU) nr. 269/2014 van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen (PB L 78 van 17.3.2014, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/269/oj).
BIJLAGE
|
1) |
Aan bijlage IV bij Besluit 2014/512/GBVB worden de volgende entiteiten toegevoegd:
|
|
2) |
Aan bijlage VIII bij Besluit 2014/512/GBVB worden de volgende entiteiten toegevoegd:
|
|
3) |
In bijlage XI bij Besluit 2014/512/GBVB wordt de tabel “Prijs van ruwe olie” geschrapt. |
|
4) |
Bijlage XVI bij Besluit 2014/512/GBVB wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Bijlage XIX bij Besluit 2014/512/GBVB wordt vervangen door: “BIJLAGE XIX Lijst van de in artikel 1 bis sexies bedoelde rechtspersonen, entiteiten en lichamen Deel A – Lijst van buiten de Unie gevestigde kredietinstellingen, financiële instellingen, en entiteiten die cryptoactivadiensten verlenen, die het doel van de verbodsbepalingen van dit besluit, van Besluit 2014/145/GBVB, van Verordening (EU) nr. 833/2014 en van Verordening (EU) nr. 269/2014 in aanzienlijke mate tegenwerken
Deel B – Lijst van buiten de Unie gevestigde kredietinstellingen, financiële instellingen, en entiteiten die cryptoactivadiensten verlenen, die de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne ondersteunen Deel C – Lijst van buiten de Unie gevestigde rechtspersonen, entiteiten of lichamen die het doel van de verbodsbepalingen in de artikelen 4 sexdecies en 4 septdecies van dit besluit in aanzienlijke mate tegenwerken”. |
|
6) |
De volgende bijlage wordt aan Besluit 2014/512/GBVB toegevoegd: “BIJLAGE XXII In artikel 1 bis nonies, punt c), bedoelde rechtspersonen, entiteiten of lichamen
|
|
7) |
De volgende bijlage wordt aan Besluit 2014/512/GBVB toegevoegd: “BIJLAGE XXIII In artikel 1 bis nonies, punt d), bedoelde rechtspersonen, entiteiten of lichamen”.
|
|
8) |
De volgende bijlage wordt aan Besluit 2014/512/GBVB toegevoegd: “BIJLAGE XXIV Lijst van partnerlanden voor invoer van aardolieproducten als bedoeld in artikel 4 sexdecies bis, lid 1 CANADA NOORWEGEN VERENIGD KONINKRIJK VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA ZWITSERLAND”. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/1495/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)