|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/1447 |
21.7.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/1447 VAN DE COMMISSIE
van 18 juli 2025
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 tot vaststelling van eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 18, lid 8, punten c), d) en e),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 van de Commissie (2) zijn eenvormige praktische regelingen vastgelegd voor de uitvoering van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625. |
|
(2) |
Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1141 van de Commissie (3) is sectie III, punt 3, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad (4) gewijzigd en wordt het wildbewerkingsinrichtingen toegestaan om gekweekte loopvogels en gekweekte evenhoevige niet-gedomesticeerde zoogdieren die op de plaats van oorsprong zijn geslacht in ontvangst te nemen en te hanteren. De praktische regelingen voor officiële controles en bijbehorende activiteiten in Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 hebben alleen betrekking op slachthuizen, maar moeten naar aanleiding van de wijziging van Verordening (EG) nr. 853/2004 ook betrekking hebben op wildbewerkingsinrichtingen. Artikel 7, lid 2, artikel 9, artikel 10, lid 1, artikel 27, lid 2, artikel 33, lid 1, artikel 34, lid 1, artikel 39, lid 2, punt a), en artikel 48, lid 2, punt b), van en punt 5 van bijlage I en punt 1, b) en c), van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(3) |
In de artikelen 9 en 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 zijn verplichtingen vastgesteld voor de bevoegde autoriteiten of hun vertegenwoordigers in het algemeen en voor de officiële dierenarts in het bijzonder met betrekking tot controles van informatie over de voedselketen. Er zijn bepaalde onduidelijkheden en verschillen in de uitvoering geconstateerd met betrekking tot de controles die door een vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteiten kunnen worden uitgevoerd en de controles die door de officiële dierenarts moeten worden uitgevoerd. Aangezien de verificatie van de informatie over de voedselketen deel uitmaakt van een ante-mortemkeuring zoals gedefinieerd in artikel 17, punt c), van Verordening (EU) 2017/625, moet die verificatie in beginsel door de officiële dierenarts worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 18, lid 2, punten a) en b), van die verordening, rekening houdend met de afwijkingen waarin artikel 18, lid 2, punt b), van die verordening en artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624 van de Commissie (5) voorzien. In andere gevallen dan een ante-mortemkeuring, bijvoorbeeld tijdens audits, mag elke vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteiten de informatie over de voedselketen controleren. De artikelen 9 en 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 moeten worden gewijzigd om duidelijker aan te geven wie de informatie over de voedselketen moet controleren. |
|
(4) |
Deel I van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2021/620 van de Commissie (6) bevat de lijst van lidstaten en zones daarvan met de ziektevrije status ten aanzien van tuberculose (d.w.z. infectie met het Mycobacterium tuberculosis-complex (M. bovis, M. caprae en M. tuberculosis)) bij runderen. Omwille van de juridische duidelijkheid moet de verwijzing naar die lijst in artikel 18, lid 1, punt b), van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 worden bijgewerkt. |
|
(5) |
In artikel 18, lid 3, artikel 19, lid 2, artikel 20, lid 2, artikel 21, lid 2, artikel 22, lid 2, en artikel 23, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 is bepaald dat procedures voor de post-mortemkeuring van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren waarbij gebruik wordt gemaakt van insnijding en palpatie van het karkas en het slachtafval moeten worden uitgevoerd wanneer er aanwijzingen zijn voor een mogelijk risico voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het dierenwelzijn. Insnijding en palpatie kunnen een risico vormen op kruisbesmetting met ziekteverwekkers die mogelijk op karkassen of slachtafval aanwezig zijn. Daarom moeten niet alle aanvullende procedures voor post-mortemkeuring verplicht worden gesteld, maar alleen de procedures die gezien de aanwijzingen voor een mogelijk risico relevant zijn. Artikel 18, lid 3, artikel 19, lid 2, artikel 20, lid 2, artikel 21, lid 2, artikel 22, lid 2, en artikel 23, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(6) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2002 van de Commissie (7) bevat nadere regels voor de melding en de rapportage in de Unie van in de lijst opgenomen overdraagbare dierziekten. Bijgevolg moet, omwille van de juridische duidelijkheid, de verwijzing naar Richtlijn 64/432/EEG van de Raad (8) in artikel 39, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 worden bijgewerkt. |
|
(7) |
Artikel 40 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 bevat eenvormige praktische regelingen voor officiële controles met betrekking tot de naleving van de voorschriften van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 853/2004 wat betreft de informatie over de voedselketen in de overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad (9) bijgehouden registers. Artikel 40 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 heeft uitsluitend betrekking op slachting in slachthuizen. Op grond van sectie I, hoofdstuk VI bis, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 is het slachten van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren op het bedrijf van herkomst echter onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Op grond van sectie III, punt 3, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 is het slachten van gekweekte loopvogels en gekweekte evenhoevige niet-gedomesticeerde zoogdieren op het bedrijf van herkomst onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Sectie I, hoofdstuk VI, van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 bevat voorschriften voor noodslachting van als landbouwhuisdier gehouden hoefdieren buiten het slachthuis. Artikel 40 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 moet worden gewijzigd zodat het ook dergelijke gevallen van slachting op het bedrijf van herkomst en noodslachting buiten het slachthuis bestrijkt. |
|
(8) |
In artikel 42 van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 wordt bepaald welke maatregelen moeten worden genomen in gevallen van misleidende informatie over de voedselketen. Dat artikel heeft uitsluitend betrekking op slachthuizen. Om de recente wijzigingen in sectie III, punten 1 en 2, van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 853/2004 in aanmerking te nemen, moet artikel 42 worden gewijzigd zodat het ook wildbewerkingsinrichtingen bestrijkt voor gevallen waarin gekweekt wild op het bedrijf van herkomst wordt geslacht. |
|
(9) |
Momenteel zijn de maatregelen van de Unie ter bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen dierziekten die bepaalde dieren kunnen treffen en zo vers vlees van die dieren ongeschikt voor menselijke consumptie kunnen maken, vastgelegd in Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad (10) en Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 van de Commissie (11). Bijgevolg moeten, omwille van de juridische duidelijkheid, de verwijzingen in artikel 45, punt e), van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 dienovereenkomstig worden bijgewerkt. |
|
(10) |
Het verband tussen de vorm van het op grond van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 vereiste gezondheidsmerk en de voorschriften voor een speciaal gezondheidsmerk die krachtens Verordening (EU) 2016/429 ter bestrijding van bepaalde dierziekten zijn vastgesteld, moet worden verduidelijkt. Artikel 48, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(11) |
In bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 zijn praktische regelingen vastgesteld voor het gezondheidsmerk overeenkomstig artikel 48 van die uitvoeringsverordening. In punt 1, c), van die bijlage wordt verwezen naar de Europese Gemeenschap in plaats van de Europese Unie. Afkortingen die verwijzen naar de Europese Gemeenschap moeten daarom worden vervangen door afkortingen die verwijzen naar de Europese Unie. Om de administratieve lasten voor exploitanten die door die vervanging worden gecreëerd te verlichten, moet worden voorzien in een overgangsperiode waarin producten met een gezondheidsmerk waarop naar de Europese Gemeenschap wordt verwezen op de markt mogen blijven. |
|
(12) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(13) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
in artikel 7 wordt lid 2 vervangen door: “2. Bij audits in slachthuizen of wildbewerkingsinrichtingen toetsen de bevoegde autoriteiten de evaluatie van de informatie over de voedselketen, die is vastgelegd in sectie III van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 853/2004.”; |
|
2) |
artikel 9 wordt vervangen door: “ Artikel 9 Verplichtingen van de bevoegde autoriteiten met betrekking tot de controle van documenten, met uitzondering van de controle van de informatie over de voedselketen als bedoeld in artikel 10, lid 1 1. De bevoegde autoriteiten informeren de exploitant van het levensmiddelenbedrijf van herkomst inzake de minimale informatie over de voedselketen die overeenkomstig sectie III van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 853/2004 aan de aan de exploitant van het slachthuis of de wildbewerkingsinrichting moet worden verstrekt. 2. De bevoegde autoriteiten voeren de benodigde controle van documenten uit om na te gaan dat:
3. Indien dieren voor de slacht naar een andere lidstaat worden verzonden, werken de bevoegde autoriteiten van het bedrijf van herkomst en de slachtplaats samen om ervoor te zorgen dat de door de exploitant van het levensmiddelenbedrijf van herkomst verstrekte informatie over de voedselketen gemakkelijk kan worden geraadpleegd door de exploitant van het slachthuis of de wildbewerkingsinrichting die deze informatie ontvangt.” |
|
3) |
in artikel 10 wordt lid 1 vervangen door: “1. Bij uitvoering van de ante-mortemkeuring toetst de officiële dierenarts de resultaten van de controles en evaluaties van de door de exploitant van het slachthuis of de wildbewerkingsinrichting verstrekte informatie over de voedselketen overeenkomstig sectie III van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 853/2004. De officiële dierenarts houdt bij de uitvoering van de ante-mortem- en post-mortemkeuringen rekening met deze controles en evaluaties, en met andere relevante informatie uit de documenten van het bedrijf van herkomst van de dieren.” |
|
4) |
artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
in artikel 19, lid 2, wordt de inleidende zin vervangen door: “Wanneer er aanwijzingen zijn voor een mogelijk risico voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het dierenwelzijn in de zin van artikel 24, gaat de officiële dierenarts over tot de procedures voor post-mortemkeuring uit de onderstaande lijst die gezien de aanwijzingen voor een mogelijk risico relevant zijn, overeenkomstig artikel 18, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2017/625 en de artikelen 7 en 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624, waarbij gebruik wordt gemaakt van insnijding en palpatie van het karkas en het slachtafval:”; |
|
6) |
in artikel 20, lid 2, wordt de inleidende zin vervangen door: “Wanneer er aanwijzingen zijn voor een mogelijk risico voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het dierenwelzijn in de zin van artikel 24, gaat de officiële dierenarts over tot de procedures voor post-mortemkeuring uit de onderstaande lijst die gezien de aanwijzingen voor een mogelijk risico relevant zijn, overeenkomstig artikel 18, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2017/625 en de artikelen 7 en 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624, waarbij gebruik wordt gemaakt van insnijding en palpatie van het karkas en het slachtafval:”; |
|
7) |
in artikel 21, lid 2, wordt de inleidende zin vervangen door: “Wanneer er aanwijzingen zijn voor een mogelijk risico voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het dierenwelzijn in de zin van artikel 24, gaat de officiële dierenarts over tot de procedures voor post-mortemkeuring uit de onderstaande lijst die gezien de aanwijzingen voor een mogelijk risico relevant zijn, overeenkomstig artikel 18, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2017/625 en de artikelen 7 en 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624, waarbij gebruik wordt gemaakt van insnijding en palpatie van het karkas en het slachtafval:”; |
|
8) |
in artikel 22, lid 2, wordt de inleidende zin vervangen door: “Wanneer er aanwijzingen zijn voor een mogelijk risico voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het dierenwelzijn in de zin van artikel 24, gaat de officiële dierenarts over tot de procedures voor post-mortemkeuring uit de onderstaande lijst die gezien de aanwijzingen voor een mogelijk risico relevant zijn, overeenkomstig artikel 18, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2017/625 en de artikelen 7 en 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624, waarbij gebruik wordt gemaakt van insnijding en palpatie van het karkas en het slachtafval:”; |
|
9) |
in artikel 23, lid 2, wordt de inleidende zin vervangen door: “Wanneer er aanwijzingen zijn voor een mogelijk risico voor de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het dierenwelzijn in de zin van artikel 24, gaat de officiële dierenarts over tot de procedures voor post-mortemkeuring uit de onderstaande lijst die gezien de aanwijzingen voor een mogelijk risico relevant zijn, overeenkomstig artikel 18, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2017/625 en de artikelen 7 en 8 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624, waarbij gebruik wordt gemaakt van insnijding en palpatie van het karkas en het slachtafval:”; |
|
10) |
in artikel 27 wordt lid 2 vervangen door: “2. Indien de dieren buiten het slachthuis zijn geslacht, controleert de officiële dierenarts van het slachthuis of de wildbewerkingsinrichting het certificaat.” |
|
11) |
in artikel 33 wordt lid 1 vervangen door: “1. Indien dieren positief of onduidelijk op tuberculine reageren, of wanneer er andere gronden zijn om besmetting te vermoeden, worden zij afzonderlijk van de andere dieren geslacht of gehanteerd, waarbij voorzorgsmaatregelen worden genomen om het gevaar van verontreiniging voor andere karkassen, de productielijn en het personeel van het slachthuis of de wildbewerkingsinrichting te voorkomen.” |
|
12) |
in artikel 34 wordt lid 1 vervangen door: “1. Indien dieren positief of onduidelijk op een brucellosetest reageren, of wanneer er andere gronden zijn om besmetting te vermoeden, worden zij afzonderlijk van de andere dieren geslacht of gehanteerd, waarbij voorzorgsmaatregelen worden genomen om het gevaar van verontreiniging voor andere karkassen, de productielijn en het personeel van het slachthuis of de wildbewerkingsinrichting te voorkomen.” |
|
13) |
artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
14) |
aan artikel 40 wordt het volgende lid toegevoegd: “4. De officiële dierenarts zorgt ervoor dat dieren alleen worden geslacht als de officiële dierenarts de relevante informatie over de voedselketen overeenkomstig artikel 9, lid 2, punt b), heeft geverifieerd, ook in geval van:
|
|
15) |
in artikel 42, lid 2, wordt de eerste zin vervangen door: “De bevoegde autoriteiten nemen maatregelen ten aanzien van de voor het bedrijf van herkomst van de dieren verantwoordelijke exploitant van het levensmiddelenbedrijf, of andere betrokkenen, waaronder de exploitant van het slachthuis of de wildbewerkingsinrichting.”; |
|
16) |
in artikel 45 wordt punt e) vervangen door:
(*3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 64, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/687/oj).”;" |
|
17) |
artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
18) |
in bijlage I wordt de titel van punt 5 van het modeldocument vervangen door:
|
|
19) |
in bijlage II, punt 1, worden de punten b) en c) vervangen door:
|
Artikel 2
De gezondheidsmerken op vlees dat na ante- en post-mortemkeuring geschikt voor menselijke consumptie is bevonden, mogen tot en met 31 december 2028 de afkortingen CE, EC, EF, EG, EK, EO, EY, ES, EÜ, EB, EZ, KE of WE blijven bevatten, zoals bedoeld in punt 1, c), van bijlage II bij Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 zoals dat gold vóór de wijzigingen die bij deze verordening worden aangebracht.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 18 juli 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 95 van 7.4.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/625/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2019/627 van de Commissie van 15 maart 2019 tot vaststelling van eenvormige praktische regelingen voor de uitvoering van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2074/2005 van de Commissie wat officiële controles betreft (PB L 131 van 17.5.2019, blz. 51, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/627/oj).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1141 van de Commissie van 14 december 2023 tot wijziging van de bijlagen II en III bij Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft specifieke hygiënevoorschriften voor bepaald vlees, voor visserijproducten, voor zuivelproducten en voor eieren (PB L, 2024/1141, 19.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/1141/oj).
(4) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/853/oj).
(5) Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/624 van de Commissie van 8 februari 2019 betreffende specifieke voorschriften voor de uitvoering van officiële controles van de productie van vlees en voor de productie- en de heruitzettingsgebieden van levende tweekleppige weekdieren overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 131 van 17.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/624/oj).
(6) Uitvoeringsverordening (EU) 2021/620 van de Commissie van 15 april 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de goedkeuring van de ziektevrije en non-vaccinatiestatus van bepaalde lidstaten of zones of compartimenten daarvan ten aanzien van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten en de goedkeuring van uitroeiingsprogramma’s voor die in de lijst opgenomen ziekten (PB L 131 van 16.4.2021, blz. 78, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2021/620/oj).
(7) Uitvoeringsverordening (EU) 2020/2002 van de Commissie van 7 december 2020 tot vaststelling van de regels voor de toepassing van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de melding en de rapportage in de Unie van in de lijst opgenomen ziekten, de modellen en procedures voor de indiening en rapportage van bewakingsprogramma’s en uitroeiingsprogramma’s van de Unie en voor aanvragen voor erkenning van de ziektevrije status, en het geautomatiseerd informatiesysteem (PB L 412 van 8.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/2002/oj).
(8) Richtlijn 64/432/EEG van de Raad van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1964/432/oj).
(9) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/852/oj).
(10) Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/429/oj).
(11) Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/687 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat regels voor de preventie en bestrijding van bepaalde in de lijst opgenomen ziekten betreft (PB L 174 van 3.6.2020, blz. 64, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2020/687/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1447/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)