European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1346

11.7.2025

OVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN BOSNIË EN HERZEGOVINA INZAKE OPERATIONELE ACTIVITEITEN VAN HET EUROPEES GRENS- EN KUSTWACHTAGENTSCHAP IN BOSNIË EN HERZEGOVINA

DE EUROPESE UNIE,

en

BOSNIË EN HERZEGOVINA,

hierna afzonderlijk “partij” en gezamenlijk de “partijen” genoemd,

OVERWEGENDE dat zich situaties kunnen voordoen waarin het Europees Grens- en kustwachtagentschap (het “Agentschap”) de operationele samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie en Bosnië en Herzegovina coördineert, ook op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina,

OVERWEGENDE dat een rechtskader in de vorm van een statusovereenkomst tot stand moet worden gebracht voor de situaties waarin teamleden van het Agentschap uitvoerende bevoegdheden hebben op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina,

OVERWEGENDE dat de statusovereenkomst kan voorzien in de oprichting door het Agentschap van steunpunten op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina met het oog op een vlottere en betere coördinatie van de operationele activiteiten en met het oog op een doeltreffend beheer van de personele en technische middelen van het Agentschap,

GEZIEN het hoge niveau van bescherming van persoonsgegevens in Bosnië en Herzegovina en in de Europese Unie,

OVERWEGENDE dat Bosnië en Herzegovina het Verdrag van de Raad van Europa van 28 januari 1981 tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens (ETS nr. 108) en het aanvullende protocol daarbij heeft geratificeerd,

INDACHTIG het feit dat eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen grondbeginselen zijn van de samenwerking tussen de partijen,

OVERWEGENDE dat Bosnië en Herzegovina het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 heeft geratificeerd, waarvan de daarin opgesomde rechten overeenkomen met die van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

OVERWEGENDE dat alle operationele activiteiten van het Agentschap op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina volledig in overeenstemming moeten zijn met de grondrechten en de internationale overeenkomsten waarbij de Europese Unie, haar lidstaten en/of Bosnië en Herzegovina partij zijn,

OVERWEGENDE dat alle personen die aan een operationele activiteit deelnemen, verplicht zijn de hoogste normen inzake integriteit, ethisch gedrag en professionalisme in acht te nemen alsook de grondrechten te eerbiedigen en te voldoen aan de verplichtingen die op hen rusten krachtens de bepalingen van het operationele plan en de gedragscode van het Agentschap,

HEBBEN BESLOTEN DE VOLGENDE OVEREENKOMST TE SLUITEN:

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.   Deze overeenkomst regelt alle aangelegenheden die van belang zijn voor de inzet van grensbeheerteams van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht in Bosnië en Herzegovina, waar de teamleden uitvoerende bevoegdheden kunnen uitoefenen.

2.   De in lid 1 bedoelde inzet kan plaatsvinden op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina.

Onverminderd de verplichtingen van de partijen uit hoofde van het zeerecht, met name het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, kunnen operationele activiteiten ook plaatsvinden in de aansluitende zone van Bosnië en Herzegovina. De in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde operationele activiteiten laten de opsporings- en reddingsverplichtingen die voortvloeien uit het zeerecht, met name het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982, het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee van 1974 en het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee van 1979, onverlet.

3.   De internationaalrechtelijke status en afbakening van het grondgebied van de lidstaten en van Bosnië en Herzegovina worden op geen enkele wijze beïnvloed door deze overeenkomst of door enige handeling ter uitvoering van deze overeenkomst, door of namens de partijen, met inbegrip van de opstelling van operationele plannen en de deelname aan grensoverschrijdende operaties.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

1)

“operationele activiteit”: een gezamenlijke operatie of een snelle grensinterventie;

2)

het “Agentschap”: het Europees Grens- en kustwachtagentschap dat is opgericht bij Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad (1) alsmede iedere wijziging daarvan;

3)

“grenstoezicht”: de overeenkomstig en voor het doel van deze overeenkomst aan een grens uitgevoerde activiteit die uitsluitend wegens de voorgenomen of daadwerkelijke grensoverschrijding en dus niet om andere redenen wordt verricht, en die bestaat in controle en bewaking van de grens;

4)

“grensbeheerteams”: uit de leden van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht samengestelde teams die in de lidstaten en in derde landen worden ingezet bij gezamenlijke operaties en snelle grensinterventies aan de buitengrenzen;

5)

“adviesforum”: het adviesorgaan dat door het Agentschap is opgericht overeenkomstig artikel 108 van Verordening (EU) 2019/1896;

6)

“permanent korps van de Europese grens- en kustwacht”: het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht als bedoeld in artikel 54 van Verordening (EU) 2019/1896;

7)

“Eurosur”: het kader voor informatie-uitwisseling en samenwerking tussen de lidstaten en het Agentschap;

8)

“toezichthouder voor de grondrechten”: een toezichthouder voor de grondrechten als bedoeld in artikel 110 van Verordening (EU) 2019/1896;

9)

“lidstaat van herkomst”: lidstaat van waaruit een personeelslid wordt ingezet bij of gedetacheerd naar het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht;

10)

“incident”: een situatie in verband met irreguliere immigratie, grensoverschrijdende criminaliteit of een risico voor het leven van migranten aan, langs of nabij de buitengrenzen van de Europese Unie of Bosnië en Herzegovina;

11)

“gezamenlijke operatie”: een door het Agentschap gecoördineerde of georganiseerde actie ter ondersteuning van de voor het grenstoezicht bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina die is gericht op het oplossen van problemen als irreguliere migratie, bestaande of toekomstige dreigingen aan de grenzen van Bosnië en Herzegovina of grensoverschrijdende criminaliteit, of op het verlenen van meer technische en operationele bijstand voor het toezicht op die grenzen;

12)

“teamlid”: een lid van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht dat wordt ingezet om in het kader van een grensbeheerteam deel te nemen aan een operationele activiteit;

13)

“lidstaat”: een lidstaat van de Europese Unie;

14)

“operationeel gebied”: het geografische gebied waarin een operationele activiteit zal plaatsvinden;

15)

“deelnemende lidstaat”: een lidstaat die deelneemt aan een operationele activiteit door technische uitrusting of personeel van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht ter beschikking te stellen;

16)

“persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (hierna de “betrokkene” genoemd); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens of een online identificator, of door te verwijzen naar een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;

17)

“snelle grensinterventie”: een actie die erop gericht is een situatie van specifieke en onevenredig grote uitdagingen aan de grenzen van Bosnië en Herzegovina aan te pakken door gedurende een beperkte periode grensbeheerteams op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina in te zetten om het grenstoezicht samen met de daarvoor verantwoordelijke bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina uit te oefenen;

18)

“statutair personeel”: personeel dat bij het Agentschap in dienst is overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, zoals vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (2);

19)

“uitvoerende bevoegdheden”: de bevoegdheden die nodig zijn voor de uitvoering van de voor grenstoezicht vereiste taken die op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina worden uitgevoerd tijdens een operationele activiteit, zoals bepaald in het operationele plan;

20)

“grenspolitie”: de grenspolitie van Bosnië en Herzegovina;

21)

“grensgebied”: het gebied dat zich uitstrekt van de grenslijn van Bosnië en Herzegovina tot tien kilometer landinwaarts, op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina;

22)

“grensdoorlaatpost”: een door de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina aangewezen doorlaatpost voor de overschrijding van de landgrenzen van Bosnië en Herzegovina, met inbegrip van rivier- en meergrenzen, zeegrenzen, luchthavens, rivierhavens, zeehavens en meerhavens.

Artikel 3

Start van operationele activiteiten

1.   Een operationele activiteit uit hoofde van deze overeenkomst wordt door middel van een schriftelijk besluit van de uitvoerend directeur van het Agentschap (de “uitvoerend directeur”) gestart, op schriftelijk verzoek van de grenspolitie. Een dergelijk verzoek gaat vergezeld van een beschrijving van de situatie, de mogelijke doelen, de te verwachten behoeften en de benodigde personeelsprofielen, met inbegrip van de profielen van personeel dat uitvoeringsbevoegdheden heeft, indien van toepassing.

2.   Indien de uitvoerend directeur van oordeel is dat de gevraagde operationele activiteit waarschijnlijk schendingen van de grondrechten of niet-nakoming van verplichtingen op het gebied van internationale bescherming die ernstig of aanhoudend zijn zou inhouden of daartoe zou leiden, mag de uitvoerend directeur de operationele activiteit niet starten.

3.   Indien de uitvoerend directeur na ontvangst van een verzoek uit hoofde van lid 1 van oordeel is dat, alvorens te kunnen besluiten een operationele activiteit te starten, nadere informatie nodig is, kan hij om nadere informatie verzoeken of deskundigen van het Agentschap toestemming verlenen om naar Bosnië en Herzegovina te reizen teneinde de situatie aldaar te beoordelen. Bosnië en Herzegovina faciliteert een dergelijke reis en helpt op verzoek bij deze beoordelingen.

4.   De uitvoerend directeur besluit geen operationele activiteit te starten indien hij van oordeel is dat er gegronde redenen zijn om de activiteit op te schorten of te beëindigen overeenkomstig artikel 18.

Artikel 4

Operationeel plan

1.   Ten aanzien van elke operationele activiteit bereiken het Agentschap en de grenspolitie overeenstemming over een operationeel plan overeenkomstig de artikelen 38 en 74 van Verordening (EU) 2019/1896. Het operationele plan is bindend voor het Agentschap, Bosnië en Herzegovina en de deelnemende lidstaten.

2.   In het operationele plan worden uitvoerige bepalingen opgenomen over de organisatorische en procedurele aspecten van de operationele activiteit, met inbegrip van:

a)

een beschrijving van de situatie, met de modus operandi en de doelstellingen van de inzet, inclusief het operationele doel;

b)

de duur van de operationele activiteit die naar verwachting nodig is om de doelstellingen ervan te verwezenlijken;

c)

het operationele gebied;

d)

een beschrijving van de taken, met inbegrip van de taken waarvoor uitvoerende bevoegdheden vereist zijn, verantwoordelijkheden, ook in verband met de eerbiediging van de grondrechten en de vereisten inzake gegevensbescherming, en speciale instructies voor de grensbeheerteams, onder meer over de vraag welke databanken mogen worden geraadpleegd en welke dienstwapens, munitie en uitrusting in Bosnië en Herzegovina mogen worden gebruikt;

e)

de samenstelling van het grensbeheerteam, de inzet van ander personeel en de aanwezigheid van andere leden van het statutaire personeel, met inbegrip van toezichthouders voor de grondrechten;

f)

voorschriften inzake bevelvoering en aansturing, waaronder de naam en rang van de grenswachters en andere personeelsleden van Bosnië en Herzegovina met verantwoordelijkheid voor de samenwerking met de teamleden en het Agentschap, in het bijzonder de naam en rang van de grenswachters of andere personeelsleden die tijdens de inzet het bevel voeren, alsook de plaats van de teamleden in de bevelstructuur;

g)

de bij de operationele activiteit in te zetten technische uitrusting, met inbegrip van specifieke vereisten zoals gebruiksvoorwaarden, benodigd personeel, vervoer en andere logistieke aspecten, en financiële voorzieningen;

h)

gedetailleerde bepalingen inzake de onmiddellijke melding door het Agentschap aan de raad van bestuur en de relevante autoriteiten van de deelnemende lidstaten en in Bosnië en Herzegovina van elk incident dat zich voordoet bij een in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde operationele activiteit;

i)

een meldings- en evaluatieregeling met ijkpunten voor het evaluatieverslag, onder meer inzake de bescherming van de grondrechten, en de uiterste datum voor het indienen van het definitieve evaluatieverslag;

j)

met betrekking tot operaties op zee, specifieke informatie betreffende de toepassing van de relevante rechtsbevoegdheid en het toepasselijke recht in het operationele gebied, met inbegrip van verwijzingen naar het internationaal recht, het recht van de Europese Unie en het nationaal recht inzake onderschepping, reddingsacties op zee en ontscheping;

k)

de voorwaarden voor samenwerking met andere organen en instanties van de Europese Unie dan het Agentschap, met andere derde landen of met internationale organisaties;

l)

algemene instructies over de wijze waarop de bescherming van de grondrechten tijdens de operationele activiteit moet worden gewaarborgd, met inbegrip van de bescherming van persoonsgegevens en verplichtingen die voortvloeien uit toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten;

m)

procedures waarbij personen die internationale bescherming behoeven, slachtoffers van mensenhandel, niet-begeleide minderjarigen en andere personen in kwetsbare situaties worden verwezen naar de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina die passende bijstand kunnen verlenen;

n)

procedures die een mechanisme inhouden voor de ontvangst en doorzending naar Bosnië en Herzegovina van klachten (met inbegrip van klachten uit hoofde van artikel 8, lid 5) tegen personen die deelnemen aan een operationele activiteit, waaronder grenswachters of andere personeelsleden van Bosnië en Herzegovina en teamleden, over vermeende inbreuken op de grondrechten in het kader van hun deelname aan een operationele activiteit van het Agentschap;

o)

logistieke regelingen, waaronder informatie over de werkomstandigheden en de omgeving van de gebieden waar de operationele activiteit moet plaatsvinden, en

p)

bepalingen betreffende een steunpunt, zoals opgezet overeenkomstig artikel 6.

3.   Het operationele plan en eventuele wijzigingen hierin zijn afhankelijk van de instemming daarmee van het Agentschap, Bosnië en Herzegovina en de lidstaten die aan Bosnië en Herzegovina grenzen, na raadpleging van de deelnemende lidstaten. Het Agentschap coördineert met de betrokken lidstaten om hun instemming te bevestigen.

Voordat de grenspolitie instemt met het operationele plan, informeert zij de bevoegde rechtshandhavingsautoriteiten op wier grondgebied activiteiten met inachtneming van hun grondwettelijke bevoegdheden zullen worden uitgevoerd, met betrekking tot de locatie en inzet van het grensbeheerteam en ander personeel, en vraagt zij hun advies hierover, rekening houdend met de relevante veiligheidsuitdagingen en -risico’s.

4.   Informatie-uitwisseling en operationele samenwerking ten behoeve van Eurosur vinden plaats overeenkomstig de regels voor het opstellen en delen van de specifieke situatiebeelden die in het operationele plan voor de betrokken operationele activiteit moeten worden opgenomen.

5.   De in lid 2, punt i), bedoelde evaluatie van de operationele activiteit wordt gezamenlijk uitgevoerd door Bosnië en Herzegovina en het Agentschap.

6.   De voorwaarden voor samenwerking met de organen en instanties van de Europese Unie overeenkomstig lid 2, punt k), worden toegepast overeenkomstig hun respectieve mandaten en binnen de grenzen van de beschikbare middelen.

Artikel 5

Melding van incidenten

1.   Het Agentschap en de grenspolitie moeten elk beschikken over een meldingsmechanisme, zodat incidenten die zich bij een in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde operationele activiteit hebben voorgedaan, tijdig kunnen worden gemeld.

2.   Het Agentschap en Bosnië en Herzegovina verlenen elkaar bijstand bij het verrichten van alle nodige onderzoeken naar elk via het in lid 1 bedoelde mechanisme gemeld incident, bv. bij het identificeren van getuigen en het verzamelen en overleggen van bewijsmateriaal, met inbegrip van verzoeken om voorwerpen in verband met een gemeld incident te verkrijgen en, in voorkomend geval, over te dragen. De overdracht van dergelijke voorwerpen kan afhankelijk worden gesteld van de teruggave ervan onder de voorwaarden zoals bepaald door de bevoegde autoriteit die deze overdraagt.

Artikel 6

Steunpunten

1.   Het Agentschap kan steunpunten oprichten op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina met het oog op een vlottere en betere coördinatie van de operationele activiteiten en met het oog op een doeltreffend beheer van de personele en technische middelen van het Agentschap. De locatie van ieder steunpunt wordt vastgesteld door het Agentschap, rekening houdend met het advies van de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina.

2.   De steunpunten worden opgericht overeenkomstig de operationele behoeften en blijven operationeel gedurende de periode die het Agentschap nodig heeft om zijn operationele activiteiten in Bosnië en Herzegovina uit te voeren. Mits Bosnië en Herzegovina daarmee instemt, kan die termijn door het Agentschap worden verlengd.

3.   Elk steunpunt wordt beheerd door een vertegenwoordiger van het Agentschap die door de uitvoerend directeur wordt aangewezen als hoofd van het steunpunt en die toezicht houdt op de algemene werkzaamheden van het steunpunt.

4.   De steunpunten hebben, waar van toepassing, de volgende taken:

a)

operationele en logistieke steun verlenen en zorgen voor de coördinatie van de activiteiten van het Agentschap in de betrokken operationele gebieden;

b)

Bosnië en Herzegovina operationele steun verlenen in de betrokken operationele gebieden;

c)

de activiteiten van de grensbeheerteams monitoren en regelmatig verslag uitbrengen aan de zetel van het Agentschap;

d)

met Bosnië en Herzegovina samenwerken bij alle kwesties die verband houden met de praktische uitvoering van de door het Agentschap in Bosnië en Herzegovina georganiseerde operationele activiteiten, met inbegrip van eventuele extra kwesties die zich tijdens die activiteiten hebben voorgedaan;

e)

de coördinerend functionaris ondersteunen bij zijn samenwerking met Bosnië en Herzegovina inzake alle kwesties die verband houden met de bijdrage van Bosnië en Herzegovina aan door het Agentschap georganiseerde operationele activiteiten en, indien nodig, contact onderhouden met de zetel van het Agentschap;

f)

de coördinerend functionaris en de toezichthouder(s) voor de grondrechten die zijn aangewezen om een operationele activiteit te monitoren, ondersteunen bij het faciliteren, indien nodig, van de coördinatie en communicatie tussen de grensbeheerteams en de relevante autoriteiten in Bosnië en Herzegovina, alsmede hiermee verband houdende taken;

g)

logistieke steun organiseren in verband met de inzet van de teamleden en de inzet en het gebruik van technische uitrusting;

h)

alle andere logistieke steun verlenen in verband met het operationele gebied waarvoor een bepaald steunpunt verantwoordelijk is, teneinde de door het Agentschap georganiseerde operationele activiteiten vlot te laten verlopen;

i)

zorgen voor een doeltreffend beheer van de eigen apparatuur van het Agentschap op de door zijn activiteiten bestreken gebieden, met inbegrip van de mogelijke registratie en het onderhoud op lange termijn van die apparatuur en de nodige logistieke ondersteuning; en

j)

ondersteunen van ander personeel en/of activiteiten van het Agentschap in Bosnië en Herzegovina, zoals overeengekomen tussen het Agentschap en Bosnië en Herzegovina.

5.   Het Agentschap en Bosnië en Herzegovina zorgen voor optimale voorwaarden voor de vervulling van de aan het/de steunpunt(en) toegewezen taken.

6.   Bosnië en Herzegovina verleent het Agentschap bijstand om de operationele capaciteit van het/de steunpunt(en) te waarborgen.

Artikel 7

Coördinerend functionaris

1.   Onverminderd de rol van steunpunten als beschreven in artikel 6 stelt de uitvoerend directeur uit het statutaire personeel daarvan een of meer deskundigen aan die als coördinerend functionaris worden ingezet bij elke operationele activiteit. De uitvoerend directeur stelt Bosnië en Herzegovina in kennis van een dergelijke benoeming.

2.   De coördinerend functionaris heeft tot taak:

a)

op te treden als contactpersoon tussen het Agentschap, Bosnië en Herzegovina en de teamleden, en de grensbeheerteams namens het Agentschap bijstand te verlenen bij alle kwesties in verband met de voorwaarden betreffende de inzet;

b)

toe te zien op de correcte uitvoering van het operationele plan, onder meer, in samenwerking met de toezichthouder(s) voor de grondrechten, met betrekking tot de bescherming van de grondrechten, en daarover aan de uitvoerend directeur verslag uit te brengen;

c)

namens het Agentschap op te treden inzake alle aspecten van de inzet van de grensbeheerteams en aan het Agentschap verslag uit te brengen over al deze aspecten; en

d)

de samenwerking en de coördinatie tussen Bosnië en Herzegovina en de deelnemende lidstaten te bevorderen.

3.   In het kader van operationele activiteiten mag de uitvoerend directeur de coördinerend functionaris toestaan hulp te bieden bij het oplossen van onenigheid over de uitvoering van het operationele plan en de inzet van de grensbeheerteams.

4.   De grenspolitie geeft de teamleden alleen instructies die in overeenstemming zijn met het operationele plan. Indien de coördinerend functionaris van oordeel is dat aan teamleden gegeven instructies niet in overeenstemming zijn met het operationele plan of de toepasselijke wettelijke verplichtingen, deelt hij dit onmiddellijk mee aan de functionarissen van Bosnië en Herzegovina die een coördinerende rol vervullen en aan de uitvoerend directeur. De uitvoerend directeur kan passende maatregelen nemen, waaronder de opschorting of beëindiging van de operationele activiteit, overeenkomstig artikel 18.

Artikel 8

Grondrechten

1.   De partijen verbinden zich ertoe bij het nakomen van hun verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te handelen overeenkomstig alle toepasselijke instrumenten op het gebied van de mensenrechten, met inbegrip van het Verdrag van de Raad van Europa tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950, het Verdrag van de Verenigde Naties betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het bijbehorende protocol van 1967, het Internationaal Verdrag van de Verenigde Naties inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie van 1965, het Internationaal Verdrag van de Verenigde Naties inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 1979, het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 1989, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap van 2006, en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

2.   De teamleden eerbiedigen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden ten volle de grondrechten, onder meer inzake de toegang tot asielprocedures, en de menselijke waardigheid, en zij besteden bijzondere aandacht aan kwetsbare personen. De maatregelen die zij nemen bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden, staan in verhouding tot het doel van die maatregelen. Bij het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden discrimineren zij op geen enkele grond, zoals geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, bezittingen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, in overeenstemming met artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Teamleden mogen bij het verrichten van hun taken of het uitoefenen van hun bevoegdheden alleen maatregelen nemen die inbreuk maken op de grondrechten en fundamentele vrijheden wanneer deze maatregelen nodig zijn voor en evenredig zijn met de door die maatregelen nagestreefde doelen en zij moeten de wezenlijke inhoud van die grondrechten en fundamentele vrijheden eerbiedigen overeenkomstig het toepasselijk internationaal, Unie- en nationaal recht.

Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op alle personeelsleden van autoriteiten in Bosnië en Herzegovina die aan een operationele activiteit deelnemen.

3.   De grondrechtenfunctionaris van het Agentschap ziet erop toe dat elke operationele activiteit voldoet aan de toepasselijke normen op het gebied van de grondrechten. De grondrechtenfunctionaris of diens plaatsvervanger kan bezoeken ter plaatse brengen aan Bosnië en Herzegovina; hij verstrekt ook adviezen over de operationele plannen en informeert de uitvoerend directeur over mogelijke schendingen van de grondrechten in verband met een operationele activiteit. Bosnië en Herzegovina ondersteunt desgevraagd de monitoringinspanningen van de grondrechtenfunctionaris.

4.   Het Agentschap en Bosnië en Herzegovina komen overeen het adviesforum tijdig en daadwerkelijk toegang te verlenen tot alle informatie over de eerbiediging van de grondrechten in verband met de in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde operationele activiteiten, onder meer door bezoeken ter plaatse aan het operationele gebied.

5.   Het Agentschap en Bosnië en Herzegovina stellen elk een klachtenregeling in om beschuldigingen te behandelen van inbreuken op de grondrechten door haar personeelsleden bij de uitoefening van hun officiële taken tijdens een uit hoofde van deze overeenkomst uitgevoerde operationele activiteit.

Artikel 9

Toezichthouders voor de grondrechten

1.   De grondrechtenfunctionaris van het Agentschap wijst ten minste één toezichthouder voor de grondrechten aan voor elke operationele activiteit, onder meer om de coördinerend functionaris bij te staan en te adviseren.

2.   De toezichthouder voor de grondrechten houdt toezicht op de naleving van de grondrechten en verleent advies en bijstand op het gebied van de grondrechten bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de relevante operationele activiteit. Het gaat met name om het volgende:

a)

de voorbereiding van operationele plannen volgen en daarover verslag uitbrengen aan de grondrechtenfunctionaris zodat deze zijn taken als bepaald in Verordening (EU) 2019/1896, kan uitvoeren;

b)

bezoeken afleggen, ook op lange termijn, aan de plaatsen waar operationele activiteiten plaatsvinden;

c)

samenwerken en overleg plegen met de coördinerend functionaris en deze advies en bijstand verlenen;

d)

de coördinerend functionaris informeren en verslag uitbrengen aan de grondrechtenfunctionaris over eventuele punten van zorg in verband met de mogelijke schending van de grondrechten in verband met de operationele activiteit; en

e)

bijdragen tot de evaluatie van de operationele activiteit als bedoeld in artikel 4, lid 2, punt i).

3.   Toezichthouders voor de grondrechten hebben toegang tot alle gebieden waar de operationele activiteit plaatsvindt en tot alle documenten die van belang zijn voor de uitvoering van die activiteit.

4.   Wanneer zij aanwezig zijn in het operationele gebied, dragen de toezichthouders voor de grondrechten een insigne op grond waarvan zij duidelijk als zodanig kunnen worden geïdentificeerd.

Artikel 10

Teamleden

1.   De teamleden zijn bevoegd om de in het operationele plan beschreven taken uit te voeren.

2.   Bij het uitvoeren van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden leven de teamleden de wet- en regelgeving in Bosnië en Herzegovina en het toepasselijk internationaal en Unierecht na.

3.   De teamleden mogen alleen in het grensgebied en aan de grensdoorlaatposten van Bosnië en Herzegovina en alleen op instructie en in aanwezigheid van de grenspolitie taken verrichten en bevoegdheden uitoefenen. De grenspolitie kan teamleden toestemming verlenen om in haar afwezigheid specifieke taken uit te voeren en specifieke bevoegdheden uit te oefenen in het grensgebied of aan de grensdoorlaatposten van Bosnië en Herzegovina, mits het Agentschap of de lidstaat van herkomst, naargelang het geval, daarmee instemt.

4.   Teamleden die statutair personeel zijn, dragen bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden het uniform van het permanente korps van de Europese grens- en kustwacht, tenzij in het operationele plan anders is bepaald.

Teamleden die geen statutair personeel zijn, dragen bij de uitvoering van hun taken en de uitoefening van hun bevoegdheden hun nationale uniform, tenzij in het operationele plan anders is bepaald.

Wanneer zij in functie zijn, dragen alle teamleden op hun uniform ook zichtbaar een persoonlijk identificatiemiddel en een blauwe armband met het insigne van de Europese Unie en dat van het Agentschap.

5.   Bosnië en Herzegovina machtigt de betrokken teamleden om tijdens een operationele activiteit taken uit te voeren die het gebruik van geweld vereisen, en om daarbij ook dienstwapens, munitie en andere dwangmiddelen bij zich te dragen en te gebruiken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het operationele plan.

Teamleden die statutair personeel zijn, mogen dienstwapens, munitie en andere dwangmiddelen bij zich dragen en gebruiken, mits het Agentschap daarmee instemt.

Teamleden die geen statutair personeel zijn, mogen dienstwapens, munitie en andere dwangmiddelen bij zich dragen en gebruiken, mits de betrokken lidstaat van herkomst daarmee instemt.

6.   Bij het gebruik van geweld, met inbegrip van het bij zich dragen en gebruiken van dienstwapens, munitie en andere dwangmiddelen, wordt het nationaal recht in Bosnië en Herzegovina nageleefd en zijn grensbeheerautoriteiten in Bosnië en Herzegovina aanwezig. Bosnië en Herzegovina kan teamleden toestaan geweld te gebruiken bij afwezigheid van relevante grensbeheerautoriteiten.

Voor teamleden die statutair personeel zijn, is voor een dergelijke toestemming om geweld te gebruiken bij afwezigheid van grensbeheerautoriteiten in Bosnië en Herzegovina instemming van het Agentschap vereist.

Voor teamleden die statutair personeel zijn, is voor een dergelijke toestemming om geweld te gebruiken bij afwezigheid van grensbeheerautoriteiten in Bosnië en Herzegovina instemming van de betrokken lidstaat van herkomst vereist.

Het gebruik van geweld door teamleden moet noodzakelijk en evenredig zijn en volledig in overeenstemming zijn met het recht in Bosnië en Herzegovina alsook met het toepasselijk internationaal recht en recht van de Europese Unie, met inbegrip van met name de voorschriften van bijlage V bij Verordening (EU) 2019/1896.

7.   Voorafgaand aan de inzet van de teamleden deelt het Agentschap Bosnië en Herzegovina mee welke dienstwapens, munitie en andere uitrusting de teamleden bij zich mogen dragen krachtens lid 5, en de grenspolitie verstrekt daarover informatie aan alle bevoegde politiële autoriteiten in Bosnië en Herzegovina. Bosnië en Herzegovina mag echter verbieden om bepaalde dienstwapens, munitie en uitrusting bij zich te dragen, indien zijn eigen wetgeving in dezelfde verbodsbepalingen voorziet voor zijn eigen grensbeheerautoriteiten. Bosnië en Herzegovina deelt het Agentschap, voordat de teamleden worden ingezet, mee welke dienstwapens, munitie en uitrusting zijn toegestaan en onder welke voorwaarden zij mogen worden gebruikt. Het Agentschap stelt deze informatie ter beschikking van de lidstaten.

Op verzoek van het Agentschap treft Bosnië en Herzegovina de nodige regelingen voor de afgifte van de nodige wapenvergunningen en faciliteert het de invoer, de uitvoer, het vervoer en de opslag van wapens, munitie en andere uitrusting waarover de teamleden beschikken.

8.   Dienstwapens, munitie en uitrusting mogen worden gebruikt in geval van wettige zelfverdediging en wettige verdediging van teamleden of andere personen, met inachtneming van het recht in Bosnië en Herzegovina en conform de relevante beginselen van het internationaal recht en het Unierecht.

9.   Bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina mogen teamleden toestaan gegevens uit hun respectieve databanken te raadplegen indien dat noodzakelijk is voor het verwezenlijken van de operationele doelstellingen overeenkomstig het operationele plan. Bosnië en Herzegovina zorgt ervoor dat het op doeltreffende en doelmatige wijze dergelijke toegang tot databanken verstrekt.

Voordat de teamleden worden ingezet, deelt Bosnië en Herzegovina het Agentschap mee welke databanken mogen worden geraadpleegd.

De teamleden raadplegen uitsluitend de gegevens die zij nodig hebben voor het verrichten van hun taken en het uitoefenen van hun bevoegdheden. De raadpleging vindt plaats met inachtneming van de relevante wetgeving inzake gegevensbescherming in Bosnië en Herzegovina en deze overeenkomst.

10.   Voor de uitvoering van operationele activiteiten zet Bosnië en Herzegovina functionarissen van de grenspolitie in die in het Engels kunnen en willen communiceren, om namens Bosnië en Herzegovina een coördinerende rol te vervullen.

Artikel 11

Voorrechten en immuniteiten betreffende de eigendommen, de middelen, het materieel en de operaties van het Agentschap

1.   Alle gebouwen en terreinen van het Agentschap in Bosnië en Herzegovina zijn onschendbaar. Zij zijn vrijgesteld van huiszoeking, vordering, verbeurdverklaring of onteigening.

2.   De eigendommen en het materieel van het Agentschap, waaronder vervoermiddelen, berichtenverkeer, archieven, correspondentie, documenten, identiteitsdocumenten en financiële activa zijn onschendbaar.

3.   Het materieel van het Agentschap omvat materieel dat eigendom of mede-eigendom is van dan wel gecharterd of geleased is door een lidstaat en aan het Agentschap is aangeboden. Bij het aan boord gaan van vertegenwoordigers van de bevoegde nationale autoriteiten wordt dat materieel behandeld als materieel voor overheidsactiviteiten dat daartoe is goedgekeurd.

4.   Ten aanzien van het Agentschap mogen geen executoriale maatregelen worden genomen. Ten aanzien van de eigendommen en het materieel van het Agentschap mogen geen administratieve of wettelijke dwangmaatregelen worden genomen. De eigendommen van het Agentschap mogen niet in beslag worden genomen ter uitvoering van een vonnis, beslissing of bevel.

5.   Bij een ernstige verdenking van strafbare feiten kan de uitvoerend directeur de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina op verzoek toestemming verlenen om de gebouwen en terreinen te betreden en/of om toegang te verwerven tot de eigendommen en het materieel van het Agentschap.

In geval van brand of een andere ramp die onmiddellijke beschermende maatregelen vereist, mag worden verondersteld dat de uitvoerend directeur die toestemming heeft verleend.

6.   Bosnië en Herzegovina staat de binnenkomst en het vertrek toe van goederen en uitrusting die door het Agentschap voor operationele doeleinden in Bosnië en Herzegovina worden ingezet.

7.   Het Agentschap is vrijgesteld van alle rechten (met inbegrip van douanerechten) en belastingen, alsmede van alle invoer- en uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot goederen die bestemd zijn voor officieel gebruik.

Artikel 12

Voorrechten en immuniteiten van de teamleden

1.   De voorrechten en immuniteiten die aan de teamleden worden verleend, zoals neergelegd in dit artikel, moeten waarborgen dat zij hun officiële taken bij de acties die overeenkomstig het operationele plan op het grondgebied van Bosnië en Herzegovina worden uitgevoerd, kunnen vervullen.

2.   Teamleden zijn gevrijwaard van enigerlei vorm van onderzoek of gerechtelijke procedures in Bosnië en Herzegovina of door autoriteiten in Bosnië en Herzegovina, behalve in de omstandigheden bedoeld in lid 3.

3.   De teamleden genieten immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht van Bosnië en Herzegovina in strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken ten aanzien van alle handelingen die zij verrichten in het kader van de uitoefening van hun officiële functies.

Wanneer de autoriteiten in Bosnië en Herzegovina voornemens zijn een strafrechtelijke, civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedure in te stellen tegen een teamlid, stellen de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina de uitvoerend directeur daarvan onmiddellijk in kennis. De kennisgevingsprocedure is in overeenstemming met het toepasselijke besluit van het Agentschap daarover, dat in het operationele plan wordt opgenomen.

Na ontvangst van deze kennisgeving deelt de uitvoerend directeur de relevante autoriteiten in Bosnië en Herzegovina onverwijld mee of de handeling in kwestie door het teamlid is verricht in het kader van de uitoefening van diens officiële functies. Indien wordt verklaard dat de handeling werd verricht in het kader van de uitoefening van officiële functies, wordt de procedure niet ingesteld. Indien wordt verklaard dat de handeling niet werd verricht in het kader van de uitoefening van officiële functies, kan de procedure worden ingesteld. De aanmerking door de uitvoerend directeur is bindend voor Bosnië en Herzegovina, die deze niet aanvecht.

In afwachting van deze aanmerking onthoudt het Agentschap zich van maatregelen die bedoeld zijn om de mogelijke strafrechtelijke vervolging van het teamlid door de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina in gevaar te brengen, met inbegrip van het faciliteren van het vertrek van het betrokken teamlid uit Bosnië en Herzegovina.

De aan de teamleden verleende voorrechten en de immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van Bosnië en Herzegovina laten de rechtsmacht van de lidstaat van herkomst jegens de teamleden onverlet.

4.   Indien teamleden een procedure instellen, kunnen zij zich niet beroepen op immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht wanneer er een tegenvordering wordt ingesteld die direct verband houdt met de hoofdvordering.

5.   De gebouwen, woningen, vervoer- en communicatiemiddelen, en bezittingen, met inbegrip van correspondentie, documenten, identiteitspapieren en bezittingen van teamleden, zijn onschendbaar, behalve in het geval van executoriale maatregelen zoals toegestaan op grond van lid 10.

6.   Bosnië en Herzegovina is aansprakelijk voor de schade die teamleden bij de uitoefening van hun officiële functies toebrengen aan derden.

7.   In geval van schade die door grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag of anders dan in het kader van de uitoefening van officiële functies is veroorzaakt door een teamlid dat lid is van het statutaire personeel, kan Bosnië en Herzegovina via de uitvoerend directeur verzoeken dat het Agentschap een vergoeding betaalt.

In geval van schade die door grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag of niet in het kader van de uitoefening van officiële functies is veroorzaakt door een teamlid dat geen statutair personeelslid is, kan Bosnië en Herzegovina via de uitvoerend directeur verzoeken dat de betrokken lidstaat van herkomst een vergoeding betaalt.

8.   Geen van beide partijen, noch een deelnemende lidstaat, noch het Agentschap is aansprakelijk voor schade die in Bosnië en Herzegovina is veroorzaakt door een geval van overmacht.

9.   Teamleden zijn niet verplicht als getuige op te treden in een gerechtelijke procedure in Bosnië en Herzegovina. Teamleden kunnen getuigen door middel van een verklaring die wordt ingediend overeenkomstig het procesrecht van Bosnië en Herzegovina. Deze indiening doet geen afbreuk aan de in lid 3 bedoelde immuniteit.

10.   Tegen teamleden mogen geen executoriale maatregelen worden genomen, behalve indien een strafrechtelijke, civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedure wordt ingesteld die geen verband houdt met hun officiële functies. De bezittingen van teamleden die de uitvoerend directeur heeft verklaard dat zij nodig zijn voor de uitoefening van hun officiële functies, mogen niet in beslag worden genomen ter uitvoering van een vonnis, beslissing of bevel. In strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijke procedures mogen de teamleden geen beperkingen van de persoonlijke vrijheid, noch andere dwangmaatregelen worden opgelegd.

11.   De teamleden zijn ten aanzien van diensten die voor het Agentschap zijn verleend, vrijgesteld van eventueel in Bosnië en Herzegovina geldende voorschriften op het terrein van de sociale zekerheid.

12.   Het salaris en de emolumenten die door het Agentschap en/of de lidstaat van herkomst aan de teamleden worden betaald, alsmede alle inkomsten die teamleden van buiten Bosnië en Herzegovina ontvangen, worden in geen enkele vorm belast in Bosnië en Herzegovina.

13.   Bosnië en Herzegovina laat de binnenkomst toe van goederen voor persoonlijk gebruik van teamleden en verleent ten aanzien van dergelijke goederen vrijstelling van alle douanerechten, belastingen en daarmee verband houdende heffingen, met uitzondering van heffingen voor opslag, vervoer en soortgelijke diensten. Bosnië en Herzegovina laat tevens de uitvoer van dergelijke goederen toe.

14.   De persoonlijke bagage van teamleden wordt vrijgesteld van inspectie, tenzij er ernstige redenen zijn om te vermoeden dat de bagage goederen bevat die niet bedoeld zijn voor persoonlijk gebruik door teamleden, of goederen waarvan de in- of uitvoer verboden is door de wetgeving van of onderworpen is aan quarantainebepalingen van Bosnië en Herzegovina. De inspectie van dergelijke persoonlijke bagage mag slechts plaatsvinden in aanwezigheid van de betrokken teamleden of een gemachtigde vertegenwoordiger van het Agentschap.

15.   Het Agentschap en Bosnië en Herzegovina wijzen contactpunten aan die te allen tijde beschikbaar zijn en verantwoordelijk zijn voor de uitwisseling van informatie en de onmiddellijke maatregelen die moeten worden genomen indien een door een teamlid verrichte handeling mogelijk in strijd is met het strafrecht in Bosnië en Herzegovina, alsook voor de uitwisseling van informatie en de operationele activiteiten in verband met civielrechtelijke of bestuursrechtelijke procedures tegen een teamlid.

Totdat de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst actie hebben ondernomen, verlenen het Agentschap en Bosnië en Herzegovina elkaar bijstand bij het verrichten van alle nodige onderzoeken naar vermeende strafbare feiten ten aanzien waarvan het Agentschap en/of Bosnië en Herzegovina een belang hebben, bij de identificatie van getuigen en bij het verzamelen en overleggen van bewijsmateriaal, met inbegrip van het verzoek om voorwerpen in verband met een vermeend strafbaar feit te verkrijgen en, in voorkomend geval, over te dragen. De overdracht van dergelijke voorwerpen kan afhankelijk worden gesteld van de teruggave ervan onder de voorwaarden zoals bepaald door de bevoegde autoriteit die deze overdraagt.

Artikel 13

Gewonde of overleden teamleden

1.   Onverminderd artikel 12 mag de uitvoerend directeur zich belasten met de repatriëring van gewonde of overleden teamleden en hun persoonlijke bezittingen, en hiervoor passende regelingen treffen.

2.   Op een overleden teamlid wordt alleen met de uitdrukkelijke toestemming van de betrokken lidstaat van herkomst en in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van het Agentschap of van de betrokken lidstaat van herkomst een autopsie verricht.

3.   Bosnië en Herzegovina en het Agentschap werken zoveel mogelijk samen om onmiddellijke repatriëring van gewonde of overleden teamleden mogelijk te maken.

Artikel 14

Accreditatiedocument

1.   Het Agentschap geeft in samenwerking met Bosnië en Herzegovina aan elk teamlid een document af in de officieel in Bosnië en Herzegovina gebruikte talen en in het Engels, aan de hand waarvan zij zich kunnen identificeren tegenover de autoriteiten in Bosnië en Herzegovina en waaruit blijkt dat de houder het recht heeft de in artikel 10 van deze overeenkomst en in het operationele plan bedoelde taken te verrichten en bevoegdheden uit te oefenen (hierna het “accreditatiedocument” genoemd).

2.   Het accreditatiedocument bevat de volgende gegevens van elk teamlid: naam en nationaliteit, rang of functie, een recente gedigitaliseerde foto en een beschrijving van de taken die tijdens de inzet mogen worden uitgevoerd.

3.   Om zich tegenover de autoriteiten in Bosnië en Herzegovina te kunnen identificeren, zijn teamleden verplicht het accreditatiedocument te allen tijde bij zich te hebben.

4.   Bosnië en Herzegovina erkent het accreditatiedocument, in combinatie met een geldig reisdocument, als een document op basis waarvan het betrokken teamlid tot de dag waarop het verstrijkt, inreis en verblijf in Bosnië en Herzegovina wordt toegestaan zonder dat een visum, voorafgaande toestemming of enig ander document vereist is.

5.   Na afloop van de inzet wordt het accreditatiedocument aan het Agentschap terugbezorgd. De bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina worden daarvan in kennis gesteld.

6.   Bij de afgifte van een accreditatiedocument stelt het Agentschap de grenspolitie ervan in kennis dat een dergelijk document is afgegeven en van de daarin vervatte informatie.

Artikel 15

Toepassing op niet als teamlid ingezette personeelsleden van het Agentschap

De artikelen 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing op alle personeelsleden van het Agentschap die worden ingezet in Bosnië en Herzegovina en die geen teamlid zijn, met inbegrip van toezichthouders voor de grondrechten en het statutaire personeel van het Agentschap dat wordt ingezet bij steunpunten.

Artikel 16

Bescherming van persoonsgegevens

1.   Persoonsgegevens worden alleen verstrekt indien dit nodig is voor de uitvoering van deze overeenkomst door de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina of het Agentschap. De verwerking van persoonsgegevens door een autoriteit in een bepaald geval, met inbegrip van de doorgifte van die persoonsgegevens aan de andere partij, is onderworpen aan de gegevensbeschermingsregels die op die autoriteit van toepassing zijn. De partij zorgt voor de volgende minimumwaarborgen als voorwaarde voor elke doorgifte van gegevens:

a)

persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is;

b)

persoonsgegevens moeten worden verzameld voor het welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doel van de uitvoering van deze overeenkomst en mogen door de meedelende of ontvangende autoriteit niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met dat doel;

c)

persoonsgegevens moeten toereikend zijn, ter zake dienend zijn en beperkt zijn tot wat noodzakelijk is voor het doel waarvoor zij worden verzameld of verder verwerkt; met name mogen persoonsgegevens die overeenkomstig het op de meedelende autoriteit toepasselijke recht worden meegedeeld, uitsluitend betrekking hebben op een of meer van de volgende gegevens van teamleden, personeel van het Agentschap, relevante waarnemers of deelnemers aan programma’s voor uitwisseling van personeel:

voornaam,

achternaam,

geboortedatum,

nationaliteit,

rang,

pagina van het reisdocument met persoonsgegevens,

accreditatiedocument,

foto identiteitsbewijs/paspoort/accreditatiedocument,

e-mailadres,

mobiel telefoonnummer,

bijzonderheden over wapen,

duur van de inzet,

locatie van de inzet,

identificatienummer van (lucht)vaartuig,

aankomstdatum,

luchthaven van aankomst/grensdoorlaatpost,

nummer van de aankomstvlucht,

vertrekdatum,

luchthaven van vertrek/grensdoorlaatpost,

nummer van vertrekvlucht,

lidstaat/derde land van herkomst,

inzettende autoriteit,

taken/operationeel profiel,

vervoermiddelen,

route of reisweg;

d)

persoonsgegevens moeten juist zijn en moeten zo nodig worden geactualiseerd;

e)

persoonsgegevens moeten worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen niet langer te identificeren dan voor het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld of waarvoor zij verder worden verwerkt noodzakelijk is;

f)

persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een dusdanige manier dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, rekening houdend met de specifieke risico’s van verwerking, en zij moeten onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging, door middel van passende technische of organisatorische maatregelen (“inbreuk in verband met persoonsgegevens”); de ontvangende autoriteit neemt passende maatregelen om een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan te pakken en stelt de meedelende partij onverwijld en binnen 72 uur in kennis van een dergelijke inbreuk;

g)

zowel de meedelende autoriteit als de ontvangende autoriteit neemt alle redelijke maatregelen om er voor te zorgen dat persoonsgegevens onmiddellijk worden gerectificeerd of gewist, naargelang van het geval, wanneer de verwerking niet in overeenstemming is met dit artikel, met name omdat deze gegevens niet toereikend, ter zake dienend of juist zijn, of omdat zij niet in verhouding staan tot het doel van de verwerking; dit behelst tevens de kennisgeving aan de andere partij van elke correctie of wissing;

h)

op verzoek stelt de ontvangende autoriteit de meedelende autoriteit in kennis van het gebruik van de meegedeelde gegevens;

i)

persoonsgegevens mogen uitsluitend aan de volgende bevoegde autoriteiten worden verstrekt:

het Agentschap, en

de grenspolitie,

voor de doorgifte aan andere instanties is de voorafgaande toestemming van de meedelende autoriteit vereist;

j)

de meedelende en de ontvangende autoriteit zijn verplicht de verstrekking en de ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te registreren;

k)

er wordt onafhankelijk toezicht uitgeoefend op de naleving van de regels inzake gegevensbescherming en in het kader daarvan kunnen ook de betreffende registers worden gecontroleerd; betrokkenen hebben het recht klachten in te dienen bij de toezichthoudende instantie en onverwijld een antwoord te ontvangen;

l)

betrokkenen hebben het recht informatie te ontvangen over de verwerking van hun persoonsgegevens, alsook recht op toegang tot die gegevens en op rectificatie of wissing van onjuiste of onrechtmatig verwerkte gegevens, met inachtneming van noodzakelijke en evenredige beperkingen om gewichtige redenen van algemeen belang; en

m)

betrokkenen hebben recht op een doeltreffend administratief beroep en beroep in rechte in geval van schending van bovengenoemde waarborgen.

2.   Elke partij verricht periodieke evaluaties van het beleid en de procedures waarmee zij uitvoering geeft aan dit artikel. Op verzoek van de andere partij beoordeelt de aangezochte partij haar beleid en procedures op het gebied van de verwerking van persoonsgegevens om zich ervan te vergewissen en te bevestigen dat de waarborgen in dit artikel doeltreffend worden toegepast. De resultaten van de beoordeling worden binnen een redelijke termijn meegedeeld aan de partij die om de beoordeling heeft verzocht.

3.   De gegevensbeschermingswaarborgen uit hoofde van deze overeenkomst staan onder toezicht van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het agentschap voor de bescherming van persoonsgegevens in Bosnië en Herzegovina.

4.   De partijen verlenen medewerking aan de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, als de toezichthoudende autoriteit van het Agentschap.

5.   Het Agentschap en Bosnië en Herzegovina stellen na elke operationele activiteit een gemeenschappelijk verslag op over de toepassing van dit artikel. Dat verslag wordt toegezonden aan de grondrechtenfunctionaris en de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap, alsmede aan het agentschap voor de bescherming van persoonsgegevens in Bosnië en Herzegovina.

6.   Het Agentschap en Bosnië en Herzegovina stellen in specifieke bepalingen van de desbetreffende operationele plannen nadere regels vast voor de verstrekking en verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van operationele activiteiten uit hoofde van deze overeenkomst. Die bepalingen moeten voldoen aan de desbetreffende vereisten van de wetgeving van de Europese Unie en in Bosnië en Herzegovina. Zij vermelden onder meer het beoogde doel van de verstrekking, de verwerkingsverantwoordelijke(n) en alle taken en verantwoordelijkheden, de categorieën van verstrekte gegevens, de specifieke bewaartermijnen van de gegevens en alle minimumwaarborgen. Vanwege de transparantie en voorspelbaarheid worden die bepalingen openbaar gemaakt overeenkomstig de desbetreffende richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming.

Artikel 17

Uitwisseling van gerubriceerde en gevoelige niet-gerubriceerde informatie

1.   Het in het kader van deze overeenkomst uitwisselen, delen of verspreiden van gerubriceerde informatie valt onder een afzonderlijke administratieve regeling tussen het Agentschap en de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina, die vooraf door de Europese Commissie moet worden goedgekeurd.

2.   Bij elke uitwisseling van gevoelige niet-gerubriceerde informatie in het kader van deze overeenkomst:

a)

gaat het Agentschap te werk overeenkomstig artikel 9, lid 5, van Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie (3);

b)

biedt de ontvangende partij een niveau van bescherming dat wat betreft vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat wordt geboden door de maatregelen die de meedelende partij in verband met die informatie toepast, en

c)

wordt gebruikgemaakt van een systeem voor informatie-uitwisseling dat voldoet aan de criteria van beschikbaarheid, vertrouwelijkheid en integriteit voor gevoelige niet-gerubriceerde informatie, zoals het in artikel 14 van Verordening (EU) 2019/1896 bedoelde communicatienetwerk.

3.   De partijen eerbiedigen de toepasselijke intellectuele-eigendomsrechten met betrekking tot alle gegevens die in het kader van deze overeenkomst worden verwerkt.

Artikel 18

Besluit om een operationele activiteit op te schorten of te beëindigen en/of de financiering in te trekken

1.   Indien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verrichten van een operationele activiteit, waarvan ook de grenspolitie kennis kan geven, beëindigt de uitvoerend directeur die operationele activiteit na Bosnië en Herzegovina daarvan schriftelijk in kennis te hebben gesteld.

2.   Indien Bosnië en Herzegovina deze overeenkomst of een operationeel plan in het kader daarvan niet heeft nageleefd, kan de uitvoerend directeur de financiering van de betrokken operationele activiteit intrekken en/of de operationele activiteit opschorten of beëindigen, na Bosnië en Herzegovina daarvan schriftelijk in kennis te hebben gesteld.

3.   Indien de veiligheid van deelnemers aan een in Bosnië en Herzegovina uitgevoerde operationele activiteit niet kan worden gewaarborgd, kan de uitvoerend directeur de desbetreffende operationele activiteit of aspecten daarvan opschorten of beëindigen.

4.   Indien de uitvoerend directeur van oordeel is dat er in verband met een in het kader van deze overeenkomst uitgevoerde operationele activiteit ernstige of waarschijnlijk aanhoudende schendingen van de grondrechten of verplichtingen op het gebied van internationale bescherming hebben plaatsgevonden of waarschijnlijk zullen plaatsvinden, trekt hij de financiering van de desbetreffende operationele activiteit in en/of schort hij de operationele activiteit op of beëindigt hij deze, na Bosnië en Herzegovina daarvan in kennis te hebben gesteld.

5.   Bosnië en Herzegovina kan de uitvoerend directeur verzoeken een operationele activiteit op te schorten of te beëindigen indien een teamlid deze overeenkomst of een operationeel plan in het kader daarvan niet naleeft. Een dergelijk verzoek wordt schriftelijk gedaan en met opgaaf van de redenen voor het verzoek.

6.   Een schorsing, beëindiging of intrekking van financiering uit hoofde van dit artikel treedt in werking op de datum van kennisgeving aan Bosnië en Herzegovina. Een dergelijke stap doet geen afbreuk aan de rechten of verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing die voorafgaand aan de opschorting, beëindiging of intrekking van de financiering is gegeven aan deze overeenkomst of het operationele plan.

7.   Bosnië en Herzegovina kan verzoeken om de inzet te beëindigen van teamleden of andere personeelsleden, die deze overeenkomst of een operationeel plan in het kader daarvan niet naleven of die zich schuldig maken aan ernstige schendingen van het recht in Bosnië en Herzegovina. Het besluit tot beëindiging van de inzet wordt genomen door de uitvoerend directeur of de betrokken lidstaat van herkomst, naargelang het geval, en wordt ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina.

Artikel 19

Fraudebestrijding

1.   Wanneer Bosnië en Herzegovina kennis krijgt van geloofwaardige beschuldigingen van fraude, corruptie of enige andere illegale activiteit die de belangen van de Europese Unie kunnen schaden, stelt het land het Agentschap, het Europees Openbaar Ministerie en/of het Europees Bureau voor fraudebestrijding daarvan onverwijld in kennis.

2.   Wanneer dergelijke beschuldigingen betrekking hebben op middelen van de Europese Unie die in het kader van deze overeenkomst zijn uitbetaald, verleent Bosnië en Herzegovina alle nodige bijstand aan het Europees Openbaar Ministerie en/of het Europees Bureau voor fraudebestrijding met betrekking tot onderzoeksactiviteiten op zijn grondgebied, onder meer door interviews en controles en inspecties ter plaatse te vergemakkelijken en door de toegang te vergemakkelijken tot alle relevante informatie over het technisch en financieel beheer van aangelegenheden waarbij sprake is van volledige of gedeeltelijke financiering door de Europese Unie.

Artikel 20

Uitvoering van deze overeenkomst

1.   Voor Bosnië en Herzegovina wordt deze overeenkomst uitgevoerd door de grenspolitie.

2.   Voor de Europese Unie wordt deze overeenkomst uitgevoerd door het Agentschap.

Artikel 21

Geschillenbeslechting

1.   Alle geschillen in verband met de toepassing van deze overeenkomst worden gezamenlijk onderzocht door vertegenwoordigers van het Agentschap en de bevoegde autoriteiten in Bosnië en Herzegovina.

2.   Bij gebreke van een regeling worden geschillen met betrekking tot de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst uitsluitend door middel van onderhandelingen tussen de partijen beslecht.

Artikel 22

Inwerkingtreding, wijziging, looptijd, opschorting en beëindiging van de overeenkomst

1.   Deze overeenkomst wordt door de partijen geratificeerd, aanvaard of goedgekeurd volgens hun eigen interne wettelijke procedures. De partijen stellen elkaar in kennis van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.

2.   Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de interne wettelijke procedures bedoeld in lid 1.

3.   Deze overeenkomst wordt vanaf de datum van ondertekening daarvan voorlopig toegepast, in afwachting van de inwerkingtreding. De voorlopige toepassing van deze overeenkomst wordt beëindigd als één partij de andere partij in kennis stelt van haar voornemen om geen partij bij de overeenkomst te worden.

4.   Deze overeenkomst kan enkel met wederzijdse instemming van de partijen schriftelijk worden gewijzigd.

5.   Deze overeenkomst wordt voor onbeperkte tijd gesloten. Zij kan door schriftelijke overeenstemming tussen de partijen of eenzijdig door een van de partijen worden opgeschort of beëindigd.

In geval van eenzijdige opschorting of beëindiging stelt de partij die de overeenkomst wenst op te schorten of te beëindigen de andere partij daarvan schriftelijk in kennis. Een eenzijdige beëindiging of opschorting van deze overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin daarvan kennisgeving is gedaan.

6.   Kennisgevingen als bedoeld in dit artikel worden, wat de Europese Unie betreft, gedaan aan de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie en, wat Bosnië en Herzegovina betreft, aan het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Gedaan in twee exemplaren in de officiële talen van de Unie en in de talen en schriften die op de datum van de ondertekening van deze overeenkomst in Bosnië en Herzegovina officieel in gebruik zijn, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze overeenkomst hebben ondertekend.

Image 1

Image 2


(1)  Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1896/oj).

(2)   PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.

(3)  Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/443/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/agree/2025/1346/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)