European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1331

10.7.2025

VERORDENING (EU) 2025/1331 VAN DE COMMISSIE

van 9 juli 2025

tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1803 wat betreft International Financial Reporting Standards 1, 7, 9 en 10 en International Accounting Standard 7

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (1), en met name artikel 3, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EU) 2023/1803 van de Commissie (2) zijn bepaalde op 8 september 2022 bestaande internationale standaarden voor jaarrekeningen en interpretaties goedgekeurd.

(2)

Op 18 juli 2024 heeft de International Accounting Standards Board (“IASB”) in het kader van zijn periodieke verbeteringsproces Annual Improvements to IFRS Accounting Standards — Volume 11 gepubliceerd. De jaarlijkse verbeteringen zijn erop gericht de standaarden te stroomlijnen en te verduidelijken. Het doel van de jaarlijkse verbeteringen is niet-dringende, maar noodzakelijke kwesties te behandelen die door de IASB tijdens de projectcyclus zijn besproken op het gebied van inconsistenties in de IFRS-standaarden voor jaarrekeningen of van onduidelijke formuleringen.

(3)

De jaarlijkse verbeteringen bevatten kleine wijzigingen in International Financial Reporting Standard (“IFRS”) 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards, IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing, IFRS 9 Financiële instrumenten en IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening en International Accounting Standard (“IAS”) 7 Het kasstroomoverzicht.

(4)

Na overleg met de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) concludeert de Commissie dat de wijzigingen in IFRS 1, IFRS 7, IFRS 9, IFRS 10 en IAS 7 voldoen aan de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1606/2002 vastgestelde criteria voor goedkeuring.

(5)

Verordening (EU) 2023/1803 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Regelgevend Comité voor financiële verslaglegging,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2023/1803 wordt het volgende gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

(a)

International Financial Reporting Standard (“IFRS”) 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards;

(b)

IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing;

(c)

IFRS 9 Financiële instrumenten;

(d)

IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening;

(e)

International Accounting Standard (“IAS”) 7 Het kasstroomoverzicht.

Artikel 2

Elke onderneming past de in artikel 1 bedoelde wijzigingen toe vanaf uiterlijk de aanvangsdatum van haar eerste boekjaar dat op of na 1 januari 2026 van start gaat.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 9 juli 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/1606/oj.

(2)  Verordening (EU) 2023/1803 van de Commissie van 13 september 2023 tot goedkeuring van bepaalde internationale standaarden voor jaarrekeningen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 237 van 26.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1803/oj).


BIJLAGE

Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen — volume 11

Wijzigingen van IFRS 1, IFRS 7, IFRS 9, IFRS 10 en IAS 7

Wijzigingen van IFRS 1 Eerste toepassing van International Financial Reporting Standards

Alinea 39AK wordt toegevoegd.

INGANGSDATUM

39AK

Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen — volume 11, uitgegeven in juli 2024, wijzigde de alinea’s B5 en B6. Entiteiten moeten deze wijzigingen toepassen op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2026 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Bijlage B

Uitzonderingen op de retroactieve toepassing van andere IFRSs

De alinea’s B5 en B6 worden gewijzigd.

Hedge accounting

B5

Een entiteit mag in haar IFRS-openingsoverzicht van de financiële positie geen hedgerelatie weergeven van een type dat overeenkomstig IFRS 9 niet voor hedge accounting in aanmerking komt (er bestaan bijvoorbeeld veel hedgerelaties waarbij het hedge-instrument een opzichzelfstaande geschreven optie of een op nettobasis geschreven optie is, of waarbij de gehedgede positie een nettopositie is in een kasstroomhedge voor een ander risico dan valutarisico) (zie alinea 6.4.1(a) van IFRS 9). Als een entiteit een nettopositie overeenkomstig de voorheen toegepaste GAAP als gehedgede positie heeft aangewezen, mag ze echter een individuele positie binnen die nettopositie, of een nettopositie indien deze aan de vereisten in alinea 6.6.1 van IFRS 9 voldoet, als gehedgede positie overeenkomstig IFRSs aanwijzen, mits zij dit niet later doet dan de datum van de overgang naar IFRSs.

B6

Indien een entiteit vóór de datum van de overgang naar IFRSs een transactie als een hedge had aangewezen maar de hedge niet voldoet aan de criteria van alinea 6.4.1(b)-(c) van IFRS 9 om voor hedge accounting in aanmerking te komen, moet ze de alinea’s 6.5.6 en 6.5.7 van IFRS 9 toepassen om hedge accounting te beëindigen. Transacties die vóór de datum van de overgang naar IFRSs zijn afgesloten, mogen niet retroactief als hedges worden aangewezen.

Wijzigingen van IFRS 7 Financiële instrumenten: informatieverschaffing

Alinea 44NN wordt toegevoegd.

INGANGSDATUM EN OVERGANG

44NN

Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen — volume 11, uitgegeven in juli 2024, wijzigde alinea B38. Entiteiten moeten deze wijzigingen toepassen op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2026 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Bijlage B

Toepassingsleidraad

Alinea B38 wordt gewijzigd.

VERWIJDERING (ALINEA’S 42C TOT EN MET 42H)

Winst of verlies bij verwijdering (alinea 42G(a))

B38

Overeenkomstig alinea 42G(a) moet een entiteit voor financiële activa waarvoor van aanhoudende betrokkenheid van de entiteit sprake is, de winst of het verlies bij verwijdering vermelden. De entiteit moet vermelden of een winst of verlies bij verwijdering is ontstaan omdat de reële waarden van de componenten van het voorheen opgenomen actief (d.w.z. het belang in het verwijderde actief en het door de entiteit behouden belang) verschilden van de reële waarde van het voorheen opgenomen actief als geheel. In een dergelijke situatie moet de entiteit ook vermelden of bij de waarderingen tegen reële waarde is gebruikgemaakt van significante inputs die niet op waarneembare marktgegevens zijn gebaseerd, als omschreven in de alinea’s 72 en 73 van IFRS 13.

Wijzigingen van IFRS 9 Financiële instrumenten

Hoofdstuk 2 Toepassingsgebied

Alinea 2.1(b)(ii) wordt gewijzigd. Alinea 2.1(b)(i) is niet gewijzigd, maar is hier opgenomen voor het leesgemak.

2.1.

Deze standaard moet door alle entiteiten worden toegepast op alle soorten financiële instrumenten, met uitzondering van:

(b)

rechten en verplichtingen uit hoofde van leaseovereenkomsten waarop IFRS 16 Leaseovereenkomsten van toepassing is. Daarbij geldt echter het volgende:

(i)

door een lessor opgenomen vorderingen uit hoofde van financiële leases (d.w.z. netto-investeringen in financiële leases) en vorderingen uit hoofde van operationele leases vallen onder de vereisten van deze standaard inzake het niet langer opnemen en bijzondere waardevermindering;

(ii)

door een lessee opgenomen leaseverplichtingen vallen onder de vereisten in de alinea’s 3.3.1 en 3.3.3 van deze standaard inzake het niet langer opnemen, en

Hoofdstuk 5 Waardering

Alinea 5.1.3 wordt gewijzigd. De alinea’s 5.1.1 en 5.1.2 zijn niet gewijzigd, maar zijn hier opgenomen voor het leesgemak.

5.1   EERSTE WAARDERING

5.1.1.

Behalve bij handelsvorderingen die binnen het toepassingsgebied van alinea 5.1.3 vallen, moet een entiteit een financieel actief of financiële verplichting bij eerste opname waarderen tegen de reële waarde ervan plus of minus, in het geval van een financieel actief dat, of een financiële verplichting die, niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in winst of verlies wordt gewaardeerd, de transactiekosten die direct aan de verwerving of uitgifte van het financiële actief of de financiële verplichting kunnen worden toegerekend.

5.1.1A

Als de reële waarde van het financiële actief of de financiële verplichting bij eerste opname echter verschilt van de transactieprijs, moet een entiteit alinea B5.1.2A toepassen.

5.1.2.

Indien een entiteit een actief dat administratief op basis van de afwikkelingsdatum wordt verwerkt, na eerste opname tegen geamortiseerde kostprijs waardeert, wordt het actief eerst tegen de reële waarde op de transactiedatum opgenomen (zie de alinea’s B3.1.3 tot en met B3.1.6).

5.1.3.

Ondanks het vereiste in alinea 5.1.1 moet een entiteit handelsvorderingen bij eerste opname tegen het overeenkomstig IFRS 15 bepaalde bedrag waarderen indien de handelsvorderingen geen significante financieringscomponent bevatten overeenkomstig IFRS 15 (of wanneer de entiteit de praktische oplossing overeenkomstig alinea 63 van IFRS 15 toepast).

Hoofdstuk 7 Ingangsdatum en overgang

De alinea’s 7.1.14 en 7.2.50 en het subkopje voor alinea 7.2.50 zijn toegevoegd.

7.1   INGANGSDATUM

7.1.14.

Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen — volume 11, uitgegeven in juli 2024, wijzigde alinea 2.1(b)(ii), alinea 5.1.3 en bijlage A. Entiteiten moeten deze wijzigingen toepassen op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2026 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

7.2   OVERGANG

Overgang voor Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen — volume 11

7.2.50.

Een entiteit moet de door Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen — volume 11 aangebrachte wijziging van alinea 2.1(b)(ii) toepassen op leaseverplichtingen die zijn afgelost bij of na het begin van de jaarlijkse verslagperiode waarin de entiteit die wijziging voor het eerst toepast.

Bijlage A

Definities

De laatste alinea van bijlage A wordt gewijzigd. Voetnoten bij de tekst worden niet gereproduceerd.

De volgende begrippen zijn gedefinieerd in alinea 11 van IAS 32, bijlage A bij IFRS 7 of bijlage A bij IFRS 13 en worden in deze standaard gebruikt met de in IAS 32, IFRS 7 of IFRS 13 vermelde betekenis:

(a)

kredietrisico;

(b)

eigenvermogensinstrument;

(c)

reële waarde;

(d)

financieel actief;

(e)

financieel instrument, en

(f)

financiële verplichting.

Wijzigingen van IFRS 10 Geconsolideerde jaarrekening

Alinea B74 wordt gewijzigd. De alinea’s B73 en B75 zijn niet gewijzigd, maar zijn hier opgenomen voor het leesgemak.

BEOORDELING VAN ZEGGENSCHAP

Relatie met andere partijen

B73

Bij het beoordelen van zeggenschap moet een investeerder rekening houden met de aard van zijn relatie met andere partijen en of die andere partijen voor rekening van de investeerder handelen (d.w.z. of het “de facto agenten” betreft). De bepaling of andere partijen als de facto agenten handelen, vereist oordeelsvorming, waarbij niet alleen met de aard van de relatie, maar ook met de interactie tussen die partijen onderling en van die partijen met de investeerder rekening moet worden gehouden.

B74

Bij een dergelijke relatie hoeft geen sprake te zijn van een contractuele overeenkomst. Een partij is een de facto agent, wanneer de investeerder de mogelijkheid heeft om die partij opdracht te geven om voor rekening van de investeerder te handelen. Een partij kan ook een de facto agent zijn wanneer degenen die de activiteiten van de investeerder sturen, de mogelijkheid hebben die partij opdracht te geven om voor rekening van de investeerder te handelen. De investeerder moet bij het beoordelen van zeggenschap over een deelneming rekening houden met de besluitvormingsrechten van zijn de facto agent en zijn indirecte blootstelling aan of rechten op veranderlijke opbrengsten via de de facto agent, in combinatie met zijn eigen blootstelling of rechten.

B75

Hieronder volgen voorbeelden van zulke andere partijen die, gezien de aard van hun relatie, als de facto agenten voor de investeerder zouden kunnen handelen:

(a)

aan de investeerder verbonden partijen;

(b)

een partij die haar belang in de deelneming heeft ontvangen in de vorm van een bijdrage of lening van de investeerder;

(c)

een partij die akkoord is gegaan om haar belangen in de deelneming niet te verkopen, over te dragen of te bezwaren zonder voorafgaande goedkeuring van de investeerder (behalve in situaties waarin de investeerder en de andere partij het recht van voorafgaande goedkeuring hebben en de rechten gebaseerd zijn op onderling overeengekomen voorwaarden door bereidwillige onafhankelijke partijen);

(d)

een partij die haar activiteiten niet kan financieren zonder achtergestelde financiële ondersteuning van de investeerder;

(e)

een deelneming waarvan de meerderheid van de leden van het bestuursorgaan of waarvan de managers op sleutelposities dezelfde zijn als die van de investeerder;

(f)

een partij die een nauwe zakelijke relatie met de investeerder heeft, zoals de relatie tussen een professionele dienstverlener en een van zijn belangrijke klanten.

Bijlage C

Ingangsdatum en overgang

Alinea C1E wordt toegevoegd.

INGANGSDATUM

C1E

Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen — volume 11, uitgegeven in juli 2024, wijzigde alinea B74. Entiteiten moeten deze wijzigingen toepassen op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2026 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze wijzigingen op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

Wijzigingen van IAS 7 Het kasstroomoverzicht

Alinea 37 wordt gewijzigd.

INVESTERINGEN IN DOCHTERONDERNEMINGEN, GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN JOINT VENTURES

37

Bij de administratieve verwerking van een investering in een geassocieerde deelneming, joint venture of dochteronderneming die administratief wordt verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode of de kostprijsmethode, moet een investeerder zijn verslaggeving in het kasstroomoverzicht beperken tot de kasstromen tussen zichzelf en de deelneming, bijvoorbeeld tot dividenden en vooruitbetalingen.

Alinea 65 wordt toegevoegd.

INGANGSDATUM EN OVERGANG

65

Jaarlijkse verbeteringen van IFRS-standaarden voor jaarrekeningen — volume 11, uitgegeven in juli 2024, wijzigde alinea 37. Entiteiten moeten deze wijziging toepassen op jaarlijkse verslagperioden die op of na 1 januari 2026 aanvangen. Eerdere toepassing is toegestaan. Als een entiteit deze wijziging op een eerdere periode toepast, moet zij dit feit vermelden.

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1331/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)